29.8.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 285/71


P7_TA(2014)0161

Langetermijnfinanciering van de Europese economie

Resolutie van het Europees Parlement van 26 februari 2014 over langetermijnfinanciering van de Europese economie (2013/2175(INI))

(2017/C 285/10)

Het Europees Parlement,

gezien het Groenboek van de Commissie getiteld „Langetermijnfinanciering van de Europese economie” (COM(2013)0150),

gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese langetermijninvesteringsfondsen (COM(2013)0462),

gezien de OESO-beginselen van hoog niveau voor investeringen op de lange termijn door institutionele investeerders,

gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” (COM(2010)2020),

gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Denk eerst klein: Een „Small Business Act” voor Europa” (COM(2008)0394), die de centrale rol van kmo's voor de economie van de EU erkent, de rol van kmo's wil versterken en hun groei en potentieel om banen te creëren wil bevorderen door een aantal problemen te verhelpen waarvan wordt aangenomen dat ze de ontwikkeling van kmo's belemmeren,

gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Een actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's” (COM(2011)0870),

gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (2014-2020) (COM(2011)0834),

gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2011 getiteld „Evaluatie van de „Small Business Act” voor Europa” (COM(2011)0078) en de resolutie van het Parlement van 12 mei 2011 over dit onderwerp (1),

gezien Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (2),

gezien Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG, en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (3),

gezien de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen,

gezien artikel 48 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie regionale ontwikkeling (A7-0065/2014),

A.

overwegende dat, volgens de Commissie, commerciële banken een van de belangrijkste bronnen van financiering in de EU zijn, gezien hun betrokkenheid bij 75 % van alle gevallen van financiële bemiddeling;

B.

overwegende dat de mondiale financiële crisis en de staatsschuldcrisis in de EU het proces van financiële bemiddeling en het vermogen van de financiële sector in Europa om besparingen naar noodzakelijke langetermijnfinanciering te kanaliseren ernstig hebben belemmerd, gezien het zwakke macro-economische klimaat;

C.

overwegende dat overheidsinvesteringen een belangrijke rol moeten spelen in het stimuleren van langetermijninvesteringen; overwegende dat, zoals uit recente studies van de Commissie (4) is gebleken, het beleid van begrotingsconsolidatie, met name wanneer gecoördineerd op EU-niveau, grote gevolgen heeft gehad voor langetermijninvesteringen, vanwege de overloopeffecten en het bestaan van een positief multiplicatoreffect op de begroting;

D.

overwegende dat internationale concurrenten van de EU, zoals de VS of Japan, een hoog niveau van overheidsinvesteringen hebben gehandhaafd, terwijl het beleid in de EU heeft geleid tot een zeer laag niveau van overheidsinvesteringen;

E.

overwegende dat er zowel bij private als bij institutionele investeerders sprake is van een hardnekkig gebrek aan vertrouwen en een hoge mate van risicomijdend gedrag;

F.

overwegende dat het lagerenteklimaat en de lage groeiprognoses, ten minste voor de nabije toekomst, en de economische onzekerheid de verstrekking van langetermijnfinanciering en de belangstelling voor langetermijnprojecten en de daaraan verbonden risico's, aanzienlijk hebben aangetast;

G.

overwegende dat de beperkte overheidsfinanciën in de lidstaten de capaciteit van de publieke sector om te investeren in infrastructuur hebben ondermijnd;

H.

overwegende dat het Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen op een wetshandeling inzake bedrijfsherstructurering (zoals reeds verzocht in januari 2013) om langetermijnplanning voor ondernemingen mogelijk te maken;

I.

overwegende dat de toenemende algemene werkloosheid en de jeugdwerkloosheid in het bijzonder nog steeds een ernstige bedreiging vormen voor de economische en sociale convergentie op EU-niveau;

Motivering

1.

verwelkomt het initiatief van de Commissie om een breed debat op gang te brengen over de wijze waarop het aanbod van langetermijnfinanciering kan worden bevorderd en het systeem van financiële bemiddeling voor langetermijninvesteringen in Europa kan worden verbeterd en gediversifieerd; benadrukt evenwel dat er dringend concrete vorderingen moeten worden gemaakt om de langetermijninvesteringen en het scheppen van banen in de EU opnieuw op gang te brengen; benadrukt dat de definitie van langetermijnfinanciering evenwichtig dient te zijn en rekening dient te houden met het bestaan van stabiele passiva om activa op lange termijn te kunnen aanhouden zonder het risico te lopen op een te hoge liquiditeit;

2.

onderstreept dat langetermijninvesteringen moeten beantwoorden aan de behoeften van de reële economie zodat ze kunnen voorzien in het noodzakelijke fundament voor de continue en duurzame economische groei en het maatschappelijk welzijn die nodig zijn om een concurrerende, duurzame, sociaal inclusieve en innovatieve EU te verwezenlijken;

3.

wijst op de bijzondere omstandigheden op lokaal en regionaal niveau en dringt aan op doeltreffende samenwerking tussen de EU-instellingen, de lidstaten en lokale en regionale autoriteiten teneinde transnationale projecten en de totstandbrenging van een cultuur van langertermijninvesteringen in de gehele EU te bevorderen;

4.

benadrukt dat langetermijninvesteringen moeten aansluiten op de doelstellingen van de Europa 2020-groeistrategie, de actualisering van het industriebeleid van 2012, het initiatief Innovatie-Unie en de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen;

5.

benadrukt dat de kosten van opleiding en onderwijs beschouwd moeten worden als langetermijninvesteringen;

6.

wijst erop dat de capaciteit van de economie om te voorzien in financiering voor langetermijninvesteringen afhangt van de vraag van zowel de overheid als de privésector, die beide erg laag zijn in de EU, haar investeringscultuur en haar vermogen om financieringscapaciteit te genereren en binnenlandse en buitenlandse directe investeringen aan te trekken en te bestendigen;

7.

benadrukt dat langetermijninvesteringen een cruciale rol spelen bij het stabiliseren van de financiële markten, door anticyclische investeringen waarmee duurzame economische groei wordt bevorderd;

8.

wijst erop dat in de EU banken meer dan 75 % van alle langetermijnfinanciering voor hun rekening nemen, waarmee derhalve sprake is van een aanzienlijke afhankelijkheid van deze bron van financiering, terwijl dat in de VS slechts 20 % is en daar de meeste langetermijnfinanciering door goed ontwikkelde kapitaalmarkten wordt gegenereerd;

9.

merkt op dat het financiële stelsel in de EU veerkrachtiger zal worden met een ruimer aanbod aan niet-bancaire financieringsbronnen en –instrumenten die spaarders ten goede zullen komen en zullen aansluiten op de behoeften van ondernemingen aan langetermijnfinanciering;

10.

merkt op dat om de EU-doelstellingen op het gebied van klimaat en energie te verwezenlijken, de activatoewijzing moet verschuiven naar groene langetermijninvesteringen;

11.

benadrukt dat overheidsfinanciën prioriteit moeten geven aan begrotingsconsolidatie om zo de naleving van het stabiliteits- en groeipact en het „two-pack” te waarborgen en te herstellen; steunt derhalve het initiatief om private investeringen in langetermijnfinanciering te versterken;

Belemmeringen voor slimme, duurzame en inclusieve groei

12.

wijst erop dat publieke financiering in beperkte mate beschikbaar is ten gevolge van de trage economische groei, het zwakke beheer van overheidsgelden en de toekenning van staatssteun aan noodlijdende financiële instellingen;

13.

wijst erop dat sommige landen grote moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van toegang tot de kapitaalmarkten of zelfs helemaal geen toegang krijgen, omdat zij de afgelopen jaren buitensporige schulden hebben opgebouwd, terwijl de kapitaalmarkten de belangrijkste oorzaak van de recente crisis waren; wijst er voorts op dat kmo's in veel lidstaten moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van toegang tot kapitaal, aangezien commerciële banken alleen op zeer strenge voorwaarden kredieten verstrekken;

14.

wijst erop dat sommige investeerders in de banken- en verzekeringssector hun ondernemingsmodellen moeten aanpassen aan de evoluerende en strengere regelgeving; wijst erop dat deze regelgeving de financiering van de reële economie zou moeten versterken en zou moeten bijdragen tot de overkoepelende EU-doelstellingen gericht op een duurzame, inclusieve en slimme economie;

15.

merkt op dat investeerders ook terughoudend kunnen zijn om in bepaalde sectoren te investeren vanwege het risico op veranderingen in de regelgeving die de rendabiliteit van een project aanzienlijk kunnen beïnvloeden;

16.

verzoekt de Commissie om samen met het Europees Comité voor systeemrisico's de systeemrisico's te beoordelen voor de kapitaalmarkten en de maatschappij in het algemeen, als gevolg van de overhang van onverbrandbare steenkoolactiva; verzoekt de Commissie om verslag uit te brengen over die beoordeling in de follow-up van haar groenboek;

17.

merkt op dat de huidige regelgeving inzake faillissementen in de EU versnipperd is en dat deze in sommige gevallen grensoverschrijdende investeringen kan ontmoedigen en het voor investeerders moeilijker kan maken om hun kapitaal terug te krijgen wanneer een project mislukt; waarschuwt ervoor dat een neerwaartse spiraal ten aanzien van de bescherming van investeerders moet worden vermeden; erkent dat faillissementsbepalingen onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen;

Alternatieve financieringsmechanismen

18.

wijst erop dat commerciële banken waarschijnlijk een belangrijke bron van financiering zullen blijven en dat het voor de lidstaten van essentieel belang is om nieuwe financieringsbronnen aan te boren, als aanvulling op bestaande mechanismen en om de financieringskloof te dichten, terwijl zij tevens moeten voorzien in een passend regelgevings- en toezichtskader dat beantwoordt aan de behoeften van de reële economie; vindt het betreurenswaardig dat het aantal beursintroducties de afgelopen twintig jaar is afgenomen in de EU, hetgeen de groei, de werkgelegenheid, de innovatie en de stabiliteit belemmert; wijst erop dat beursgenoteerde kmo's een aanzienlijk deel van alle in de EU gecreëerde banen voor hun rekening nemen en betreurt de nadelige effecten die ontstaan wanneer deze ondernemingen bij hun groei worden beperkt wat betreft kapitaal;

19.

stelt voor om het creëren van een investeringsafdeling binnen de EU-begroting te overwegen;

20.

is ingenomen met het wetgevingsvoorstel van de Commissie met betrekking tot langetermijninvesteringfondsen; wijst erop dat de beoogde kenmerken van deze fondsen betekenen dat zij hoofdzakelijk institutionele investeerders zullen „bedienen”; wijst erop dat de EU-regeling voor alternatieve investeringsfondsen, durfkapitaal en sociale investeringsfondsen ook voorziet in passende modellen voor investeringsinstrumenten;

21.

benadrukt de versterkte rol van nieuwe, innovatieve financieringsinstrumenten op alle activiteitengebieden en binnen alle fondsen van de Europese structuur- en investeringsfondsen; benadrukt dat de financieringsinstrumenten een steeds grotere rol gaan spelen binnen het cohesiebeleid vanwege de beperkte beschikbaarheid van leningen voor investeringen in de reële economie; verzoekt de Commissie om de rechtszekerheid en de transparantie van de nieuwe confectiefinancieringsinstrumenten te waarborgen en te zorgen voor een duidelijkere koppeling met de opties voor kredietverstrekking door de Europese Investeringsbank;

22.

verzoekt de Commissie een voorstel te doen voor een versterkt Europees kader voor minder liquide investeringsfondsen, teneinde de kortetermijnliquiditeit van particuliere huishoudens in de richting van langetermijninvesteringen te sturen en een aanvullende pensioenmogelijkheid te creëren;

23.

spoort de partijen die betrokken zijn bij het initiatief inzake projectobligaties van de EU en de EIB aan dit project verder te ontwikkelen, teneinde voor meer financiering voor Europese infrastructuurprojecten op de gebieden vervoer, energie en informatietechnologie te zorgen; verzoekt de lidstaten nationale, door garantieregelingen geschraagde initiatieven voor projectobligaties te ontwikkelen; herinnert eraan dat overheidsgaranties enkel mogen worden verleend onder strikte voorwaarden die de correcte beschikbaarstelling van openbare goederen waarborgen;

24.

is van mening dat publiek-private partnerschappen (PPP’s) een doeltreffend en kostenefficiënt middel kunnen zijn om de samenwerking tussen de publieke en de particuliere sector voor bepaalde investeringen, met name in infrastructuurprojecten, te bevorderen; wijst erop dat de selectie, beoordeling, ontwikkeling en langetermijnplanning van en de totstandbrenging van financieringsregelingen voor dergelijke projecten een hoog niveau van expertise vereist;

25.

Is van mening dat overheidsinvesteerders die investeren op de lange termijn (nationale, regionale of multilaterale banken en openbare financieringsinstellingen) een krachtig instrument zijn om particuliere investeringen te stimuleren teneinde kmo's toegang tot financiering te verschaffen en als katalysator te fungeren voor de langetermijnfinanciering van ondernemingen met een breed publiek en strategisch belang, met name de ondernemingen die zouden bijdragen tot overheidsdoelstellingen in verband met economische groei, sociale cohesie en bescherming van het milieu; onderstreept het belang van verantwoordingsplicht, transparantie en democratische inspraak in wenselijke langetermijninvesteringen en faciliteringsmechanismen;

26.

verzoekt de Commissie om in een follow-updocument een geharmoniseerde aanpak met betrekking tot de langetermijnwaardering van projecten van algemeen belang die werden ondersteund met overheidsgeld op EU- en nationaal niveau te verkennen en te ontwikkelen;

27.

verzoekt de lidstaten passende netwerken voor samenwerking en informatie-uitwisseling te ontwikkelen, en nationale of regionale overheidsinvesteerders die investeren op de lange termijn te creëren en daarbij gebruik te maken van de goede praktijken van bestaande instellingen; wijst er in dat verband op dat zulke nationale of regionale ontwikkelingsbanken, die vaak een coöperatieve structuur hebben, tijdens de huidige crisis betrouwbare financiering zijn blijven verstrekken aan regionale en plaatselijke economieën; verzoekt de Commissie en de lidstaten hun steun voor dit soort financiële instellingen te vergroten;

28.

verzoekt de Commissie te onderzoeken op welke wijze financiële en technische hulp kan worden geboden aan nationale en regionale overheidsinvesteerders die op de lange termijn investeren, en te bekijken of een EU-breed garantiemechanisme voor overheidsinvesteerders die op de lange termijn investeren kan worden gecreëerd;

29.

verzoekt de Commissie en de lidstaten om het potentieel voor aggregatie- en poolingtechnieken te verkennen als een middel om de vooruitzichten voor kleinschalige sociale en andere infrastructuurprojecten te verbeteren wat betreft het aantrekken van de nodige investeringen;

30.

neemt nota van de snelle groei van crowdfunding en is van mening dat dit nieuwe mogelijkheden kan scheppen; benadrukt evenwel dat de bescherming van investeerders en de transparantie moeten worden gewaarborgd;

31.

is van oordeel dat institutionele investeerders — verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, familiebedrijven, beleggingsfondsen en schenkingen — gezien het feit dat hun bedrijfsmodellen op de langere termijn gericht zijn, geschikte en betrouwbare aanbieders van langetermijnfinanciering zijn; onderstreept dat de nodige prudentiële en toezichtsvoorschriften met betrekking tot deze institutionele investeerders moeten worden geoptimaliseerd en aangepast om langetermijninvesteringen voor een slimme, duurzame en inclusieve reële economie te bevorderen;

32.

onderstreept dat het belangrijk is de toegang tot de kapitaalmarkten te verbeteren door middel van nieuwe financieringsbronnen, zoals een beursgang, crowdfunding, peer-to-peerleningen en gedekte obligaties, of middels nieuwe marktsegmenten; dringt er bij de EU op aan de balans op te maken van en voort te bouwen op succesvolle nationale initiatieven om obstakels voor een beursgang te identificeren en weg te nemen; steunt de invoering van de categorie „kmo-groeimarkten” in het kader van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van deze markten te ondersteunen door de herziening van de prospectusrichtlijn; verzoekt de Commissie eveneens te overwegen om samen met de verschillende directoraten te onderzoeken op welke manier de overheidsmarkten voor kmo's kunnen worden versterkt en hoe de richtlijnen betreffende het actieplan voor financiële diensten de verzameling van investeerders kunnen diversifiëren;

33.

ondersteunt de inspanningen gericht op securitisatie van kwalitatief hoogwaardige activa, waarbij structuren met een zeer grote complexiteit, buitensporige hersecuritisatie of met meer dan drie tranches moeten worden vermeden; is van oordeel dat er ruimte is voor meer standaardisering en transparantie met betrekking tot de onderliggende risico's; dringt er bij de Commissie en de Europese Centrale Bank op aan nauwlettend toe te zien op en actief deel te nemen aan de werkzaamheden van de securitisatiewerkgroep van de internationale organisatie van effectentoezichthouders en de Raad voor financiële stabiliteit (FSB); wijst erop dat een consistente benadering ontbreekt en dringt derhalve aan op de ontwikkeling van een overkoepelend regelgevingskader en een definitie van „kwalitatief hoogwaardige securitisatie”; is van oordeel dat kwalitatief hoogwaardige securitisatie een belangrijke rol kan vervullen bij financiële bemiddeling, zowel voor langetermijn- als voor kortetermijnactiva, en gunstig kan zijn voor kleine en middelgrote kredietnemers;

34.

merkt op dat securitisatie een van de factoren is geweest die hebben bijgedragen tot de crisis, aangezien de verantwoordelijkheid voor het risico op de lange termijn gespreid werd over de volledige securitisatieketen; verzoekt de Commissie daarom om zowel het bankenstelsel te blijven versterken, met inbegrip van coöperatieve banken en overheidsspaarbanken, als banken meer toegang te geven tot herfinanciering op de lange termijn om hun langetermijninvesteringen te dekken;

35.

is ingenomen met de kredietverbeteringsinspanningen van het Europees Investeringsfonds (EIF) en het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie gericht op het aanboren van aanvullende financieringsbronnen voor kmo's;

36.

dringt er bij de Commissie op aan onnodige administratieve en regelgevingslasten te verminderen en in het bijzonder rekening te houden met de specifieke omstandigheden van kmo's en ondernemers; is ingenomen met de aanneming van de „Small Business Act” voor Europa, het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kmo's (COSME) en de Horizon 2020-programma's; wijst erop dat de versnippering van de financiële markten de financiering van de kmo-sector moeilijker en zwaarder heeft gemaakt;

37.

beveelt aan dat de EIB een speciale afdeling voor kmo-financiering opricht met leningsvoorwaarden op maat;

38.

neemt kennis van de oproep van de Commissie om private equity of risicokapitaal, gereguleerd in de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (AIFM-richtlijn) en de verordening betreffende Europese durfkapitaalfondsen, als een alternatieve financieringsbron te beschouwen, met name voor bedrijven in de opstart- en de groeifase; wijst erop dat er momenteel gunstige belastingregels voor schuldfinanciering bestaan; is van oordeel dat particuliere beleggingsmaatschappijen en risicokapitaalondernemingen waardevolle niet-financiële ondersteuning kunnen bieden, met inbegrip van adviesdiensten, financieel advies, adviezen inzake marketingstrategieën en opleidingen; dringt er bij de Commissie op aan de rol van dergelijke ondernemingen in de financiering van de EU-economie nader te beoordelen; verzoekt de Commissie zich in te spannen om alle vooroordelen met betrekking tot eigen vermogen in de verschillende nationale economieën, de Europese economie en de mondiale economie weg te nemen;

Regelgeving

39.

onderstreept dat een investeerdersvriendelijk en op technologische innovatie gericht ondernemingsklimaat een conditio sine qua non is om de EU aantrekkelijk te maken voor buitenlandse directe investeringen; wijst erop dat het vrije verkeer van kapitaal binnen de EU en tussen de EU en derde landen moet worden aangemoedigd zodat de EU toegang kan krijgen tot wereldwijde kapitaalfondsen; merkt in dat verband in het bijzonder op dat het van belang is te waarborgen dat de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen op dusdanige wijze ten uitvoer wordt gelegd dat buitenlandse investeringen in de EU worden aangemoedigd;

40.

vindt het belangrijk dat beleggers de keuze krijgen tussen veel aantrekkelijke beleggingsproducten zodat zij hun beleggingen kunnen diversifiëren;

41.

wijst erop dat er een einde moet komen aan het overdreven kortetermijndenken bij investeerders en dat moet worden overgestapt op een verantwoordelijke investeringscultuur die bevorderlijk is voor langetermijninvesteringen in de EU;

42.

benadrukt dat de idee moet worden bevorderd dat financiële stabiliteit en groei elkaar niet hoeven uit te sluiten en dat deze aspecten veeleer onderling van elkaar afhankelijk zijn en een belangrijke basis vormen om het vertrouwen van investeerders op de lange termijn op te bouwen en te vergroten;

43.

onderstreept het belang van financieel onderwijs en investeerdersinzicht bij het tot stand brengen van een cultuur van langetermijninvesteringen in de EU, en wijst op de rol die de EU-regelgeving daarin kan spelen;

44.

onderstreept dat een consistent regelgevingskader en rechtszekerheid onmisbaar zijn voor een goed functionerende interne markt voor financiële diensten; is van mening dat de huidige en de toekomstige hervorming van het regelgevingsstelsel nauwgezet moeten worden beoordeeld en dat de gevolgen ervan nauwlettend moeten worden gevolgd; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan het proces van de bankunie te versnellen teneinde de versnippering van de financiële markten te verminderen; verzoekt de Commissie de interne markt voor diensten te voltooien zodat het volledige potentieel ervan kan worden benut;

45.

dringt aan op het creëren van stimulansen om aandeelhouderschap op de lange termijn te verbeteren, bijvoorbeeld via extra stemrechten in raden van bestuur, extra aandelen of hogere dividenden;

46.

verzoekt de Commissie gedetailleerd in kaart te brengen wat de cumulatieve gevolgen voor langetermijninvesteringen zijn van zowel reeds goedgekeurde als op dit moment nog in ontwikkeling zijnde financiële regelgeving;

47.

is ingenomen met de ontwikkelingen in de lopende onderhandelingen over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen; wijst op het belang van deze onderhandelingen voor het versterken van het beleid en de maatregelen om de investeringen tussen de VS en de EU te vergroten teneinde de werkgelegenheid, de duurzame economische groei en het internationale concurrentievermogen te ondersteunen;

48.

is van oordeel dat elk wetgevingsvoorstel voor regelgeving voor financiële diensten een specifieke beoordeling van de gevolgen voor langetermijnfinanciering moet bevatten;

49.

schaart zich achter de oproep van de Commissie aan het adres van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen om te bekijken of het mogelijk is bepaalde kapitaalvereisten van de Solvabiliteit II-regeling te ijken, teneinde mogelijke obstakels voor langetermijnfinanciering te weg te nemen; verzoekt de Commissie om grondig te overleggen over de voorgestelde ijkingen en de huidige wetgeving te wijzigen;

50.

herhaalt met betrekking tot het voorstel voor een verordening betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen zijn oproep om posities die volledig door hypotheken op kritieke infrastructuurprojecten op de gebieden vervoer, energie en communicatie zijn gedekt, aan een passende risicoweging te onderwerpen; is van mening dat bij verdere wetgeving rekening dient te worden gehouden met de voorschriften voor langetermijninvesteerders, het risico dat verbonden is aan financiële activa dient te worden geëvalueerd door de aard en de duur van de passiva in aanmerking te nemen en het positieve effect van stabiele passiva dient te worden erkend;

51.

spoort de Commissie aan om zich in te spannen voor nauwere internationale samenwerking en convergentie op het gebied van langetermijninvesteringen door een mondiale dialoog na te streven op het niveau van zowel de G20 als de FSB;

52.

is van mening dat investeringen in langetermijnactiva een grondige kennis en beoordeling van de eraan verbonden langetermijnrisico's vereisen; benadrukt daarom dat investeerders veel expertise moeten vergaren en een goed risicobeheer dienen uit te werken om de verbintenissen op de lange termijn te waarborgen;

53.

is van mening dat deugdelijke beginselen inzake verslaglegging die van toepassing zijn op institutionele investeerders en die in overeenstemming zijn met langetermijndoelstellingen, zoals de overgang naar een klimaatvriendelijke economie, de transparantie en consistentie van financiële informatie kunnen versterken en systematisch rekening zouden moeten houden met het economische model van de langetermijninvesteerders; onderstreept evenwel dat de toepassing van deze beginselen inzake verslaglegging niet tot stimulansen voor procyclische strategieën mag leiden; verzoekt de International Accounting Standards Board om bij de evaluatie van de mark-to-market- en de mark-to-model-praktijken (waardering tegen marktwaarde en waardering op basis van een modellenbenadering) rekening te houden met het risico van een procyclisch effect en om de centrale rol van prudentie bij de herziening van zijn conceptueel kader te erkennen; is van mening dat het bekendmaken van duidelijke, gestandaardiseerde niet-financiële gegevens van grote ondernemingen de transparantie kan vergroten en een gunstiger investeringsklimaat kan bevorderen;

54.

spoort de Commissie aan om het werk van de G20 op de voet te volgen met betrekking tot de voorstellen om een multilateraal investeringskader vast te stellen waarin minimumnormen worden opgenomen en bepaalde regelgeving inzake langetermijninvesteringen en voorschriften inzake verslaglegging op basis van de waarde in het economisch verkeer worden gewijzigd om schommelingen en volatiliteit op de korte termijn aan te pakken en zo grensoverschrijdende investeringen te bevorderen;

55.

is van mening dat grote behoefte bestaat aan een betrouwbaar belastingklimaat dat obstakels voor langetermijninvesteringen elimineert; wijst erop dat bepaalde belastingstimulansen en –concessies een cruciale rol kunnen spelen bij het aanzwengelen van investeringen; moedigt het delen van beste praktijken aan en onderstreept dat de interne markt baat zou hebben bij transparantie en betere coördinatie van het belastingbeleid van de lidstaten, teneinde grensoverschrijdende investeringen te bevorderen en zowel dubbele belastingheffing als dubbele niet-heffing van belastingen te vermijden; spoort de lidstaten en de Commissie aan om te bekijken of het mogelijk is het rendement op duurzame infrastructuurprojecten fiscaal aantrekkelijk te maken of om andere belastingstimulansen en –concessies in het leven te roepen om langetermijninvesteringen te bevorderen;

56.

verzoekt de lidstaten om in samenwerking met de plaatselijke en regionale overheden hun instrumenten voor begrotingsplanning te herzien en hun eigen nationale infrastructuurplannen te ontwikkelen en openbaar te maken, teneinde investeerders en andere belanghebbenden gedetailleerde informatie te verstrekken en met betrekking tot toekomstige projecten te zorgen voor meer zekerheid en toekomstplanning; dringt er bij de Commissie op aan de lidstaten in staat te stellen een instrument te ontwikkelen om de gegevens over infrastructuurprojecten te standaardiseren en ter beschikking te stellen via een centrale gegevensopslag;

57.

is van oordeel dat een duurzaam sectoraal regelgevingskader onmisbaar is voor exploitanten van grote vervoersinfrastructuren die zonder overheidsmiddelen zijn gefinancierd, aangezien een dergelijk kader hen in staat zal stellen om aan de hand van passende regels voor tariefbepaling toegang te krijgen tot de nodige financiering, hun kosten op de lange termijn terug te winnen en een voldoende rendement van hun investeringen te waarborgen;

58.

verzoekt de Commissie om de effecten van belastingstimulansen van de lidstaten op de langetermijnfinanciën en de energietransitie te beoordelen en om beste praktijken vast te stellen om een onderscheid te maken tussen lagere kapitaalkosten voor groene investeringen en hogere kapitaalkosten voor investeringen in projecten die niet stroken met de overgang naar een duurzame energievoorziening;

59.

verlangt dat kmo's prioritaire toegang krijgen tot Europese fondsen voor langetermijninvestering, omdat deze de ruggengraat vormen voor het creëren van groei en werkgelegenheid in de EU; meent dat deze toegang gepaard moet gaan met een vereenvoudiging van de aanvraagprocedures; onderstreept dat gemakkelijker toegang tot financiering gedurende de gehele levensduur van een onderneming belangrijk is voor het scheppen en het behoud van duurzame kwaliteitsbanen;

60.

vraagt de Commissie en de lidstaten om pensioenfondsen aan te sporen tot maatschappelijk verantwoorde investeringsbeslissingen die in overeenstemming zijn met de Europese en internationale mensenrechten-, sociale en milieunormen, met inbegrip van de desbetreffende richtlijnen en beginselen van de OESO en de VN; herinnert eraan dat de plannen van de Commissie voor herziening van de richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV-richtlijn) duurzame langetermijnfinanciering niet mogen ontmoedigen;

61.

onderstreept de noodzaak van betere financiële regulering en beter financieel toezicht om de werknemers, de belastingbetalers en de reële economie tegen toekomstig marktfalen te beschermen;

62.

verzoekt de Commissie haar communicatie en betrekkingen met de EIB in verband met het ontwerp van leningen en garantieregelingen op maat te verbeteren; spoort de EIB aan nauw samen te werken met de lidstaten en de regio’s bij de uitvoering van nieuwe innoverende financiële instrumenten uit de Europese structuur- en investeringsfondsen en steun te blijven verlenen aan de investeringsstrategie die gericht is op de sector van de sociale economie; verzoekt de EIB om daarnaast de optie van grotere flexibiliteit te overwegen bij het bepalen van de omvang en de regels van dergelijke leningen op maat en andere soortgelijke regelingen, zodat deze zo goed mogelijk aansluiten op de financiële instrumenten die worden aangeboden via de Europese structuur- en investeringsfondsen, vooral als het gaat om passende financiering voor jonge ondernemers en sociale ondernemingen;

o

o o

63.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 102.

(2)  PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1.

(3)  PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1.

(4)  http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/economic_paper/2013/pdf/ecp506_en.pdf