|
17.11.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 383/14 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over „Sport en Europese waarden”
(initiatiefadvies)
(2015/C 383/03)
|
Rapporteur: |
Bernardo HERNÁNDEZ BATALLER |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 10 juli 2014 besloten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van zijn reglement van orde een initiatiefadvies op te stellen over:
„Sport en Europese waarden”.
De afdeling Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies goedgekeurd op 17 juni 2015.
Het EESC heeft tijdens zijn op 1 en 2 juli gehouden 509e zitting (vergadering van 2 juli) onderstaand advies uitgebracht, dat met 99 stemmen vóór en 59 stemmen tegen, bij 32 onthoudingen, werd goedgekeurd.
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Sport draagt bij aan de verwezenlijking van strategische doelstellingen van de Unie, stelt fundamentele pedagogische en culturele waarden op de voorgrond en is een hefboom voor integratie, aangezien sport bedoeld is voor alle burgers, onafhankelijk van hun geslacht, etnische afkomst, godsdienst, leeftijd, nationaliteit, sociale omstandigheden of seksuele geaardheid. Sport kan worden ingezet in de strijd tegen onverdraagzaamheid, xenofobie en racisme. |
|
1.2. |
Dankzij sport kan iedereen op een positieve manier richting geven aan zijn verwachtingen; sport brengt namelijk waarden over als inspanning, solidariteit en samenhang en bevordert het lichamelijke en geestelijke welzijn; bovendien kan de positieve boodschap van sport helpen bij de aanpak van maatschappelijke problemen. In dit verband is het belangrijk dat in het debat niet voorbij wordt gegaan aan de vaststelling van een reeks universele minimumnormen om fair play bij kinderen en jongeren in alle sportdisciplines aan te moedigen. |
|
1.3. |
Vrijwilligerswerk in de sport speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van amateursport en sport in clubverband, en is dus vanuit maatschappelijk, economisch en democratisch oogpunt van aanzienlijk belang; vrijwilligerswerk en actief burgerschap via sport, met inbegrip van wintersporten, moeten dan ook worden aangemoedigd. |
|
1.4. |
Het beginsel van goed bestuur moet de integriteit van sportwedstrijden veiligstellen. Autonomie is onontbeerlijk voor sportorganisaties, die zich aan de beginselen van transparantie, verantwoordelijkheid en democratie moeten houden. Op grond daarvan moeten alle betrokken partijen naar behoren vertegenwoordigd zijn in het besluitvormingsproces. Voor een solide kader voor algemene preventie, en zoals blijkt uit een recente en uitvoerige studie (1), is het van kapitaal belang om het vertrouwen tussen de nationale overheden en de sportorganisaties te versterken, zodat de broodnodige uitwisseling van informatie tussen de nationale gerechtelijke autoriteiten en de internationale sportorganisaties vlotter verloopt. |
|
1.5. |
Het EESC verzoekt de Commissie en de lidstaten om informatie over innovatie te verspreiden en op Europees niveau positieve ervaringen en goede praktijken uit te wisselen waar het gaat om het aangaan en ondersteunen van strategische partnerschappen tussen de voornaamste betrokkenen uit verschillende sectoren, die bedoeld zijn om de rol van sport als hefboom voor innovatie en economische groei te versterken. Het is in dit verband enorm belangrijk dat de regio’s en steden de voordelen van grootschalige sportevenementen ten volle benutten; de Commissie moet aandacht hebben voor de nieuwe initiatieven en methoden wereldwijd die erop gericht zijn regio’s en steden te helpen sportprojecten op te zetten die een duurzame economische en sociale ontwikkeling ten goede komen. |
|
1.6. |
Het gebruik van de EU-financieringsinstrumenten moet op verschillende niveaus worden gestimuleerd met het oog op de ontwikkeling van de sportsector. |
|
1.7. |
Op Europees niveau moet meer werk worden gemaakt van sociale samenhang, de deelname van kansarme groepen aan sportactiviteiten en maatschappelijk integratie, ook van wie van zijn vrijheid beroofd is; voor deze mensen kan sport namelijk een hulpmiddel zijn bij hun re-integratie in de samenleving. Sport bevordert immers het emotionele welbevinden en biedt stabiliteit, omdat waarden als inspanning, solidariteit en ten slotte fair play kunnen helpen sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden. |
|
1.8. |
De EU kan dus zeker een rol spelen in de strijd tegen ongelijkheid door ervoor te zorgen dat gehandicapten onbelemmerd kunnen deelnemen aan sportactiviteiten, hun deelname aan wedstrijden te stimuleren en alle maatschappelijke vooroordelen in dit verband de wereld uit te helpen. Het lijkt dan ook een goed idee dat de Commissie de Raad van ministers voorstelt een Europese Code van goede praktijken voor sport en sociale integratie uit te werken om gehandicapten ertoe aan te zetten meer aan sport te doen. |
|
1.9. |
De EU en de lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bevordering van sport en lichaamsbeweging bij ouderen. In een almaar vergrijzend Europa is het van cruciaal belang dat gerichte initiatieven in die zin worden genomen en dat de nodige middelen worden vrijgemaakt. |
2. Inleiding
|
2.1. |
Het Verdrag van Lissabon brengt integratie in verband met bepaalde cruciale waarden die door de Unie en de lidstaten worden gedeeld, te weten menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder ook de rechten van personen die tot een minderheid behoren. Volgens het Verdrag van Lissabon heeft de Unie de taak bij te dragen tot de bevordering van de Europese inzet op sportgebied (artikel 165 VWEU). Er moet worden gekeken naar de manier waarop de sociale, economische en culturele dimensies van sport samenhangen met de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden; een en ander toont duidelijk aan dat het de taak is van de instellingen en de lidstaten om op grond van het subsidiariteitsbeginsel, de aanzet te geven tot de uitwerking van beleid, voorschriften en maatregelen om zo de Europese inzet op sportgebied te bevorderen. |
|
2.2. |
Onderhavig initiatiefadvies is bedoeld om zo veel mogelijk zichtbaarheid te geven aan de mogelijkheden die vervat liggen in de Europese waarden en de waarden van sport, met inbegrip van wintersporten, door alle burgers en maatschappelijke organisaties daarvan te doordringen, en om een echt sportbeleid van de Unie tot stand te brengen, aangezien dat tot nog toe beperkt is gebleven tot een handvol rechterlijke uitspraken, die veelal verband houden met de uitoefening van de economische vrijheden. |
|
2.3. |
De oude Grieken maakten al onderscheid tussen lichaamsbeweging en geestelijke activiteit; al deze ideeën, waarbij ethiek en het streven naar vrede voorop staan, zijn terug te vinden in de „olympische” geest. Sport kan een belangrijke rol spelen in het streven naar slimme, duurzame en inclusieve groei, en levert daarmee een aanzienlijke bijdrage aan de Europese en wereldwijde doelstellingen van de Europa 2020-strategie. |
3. De maatschappelijke rol van sport
|
3.1. |
Om ervoor te zorgen dat sport haar rol in de samenleving kan vervullen moeten de lidstaten beschikken over de nodige infrastructuur om sportbeoefening te vergemakkelijken: overal moeten voldoende degelijke basisvoorzieningen en basisuitrusting beschikbaar zijn. |
|
3.2. |
Sportactiviteiten in Europa worden nog steeds overeind gehouden door vrijwilligers, die samen met sportverenigingen zonder winstoogmerk zorgen voor de ontwikkeling en verspreiding van de sportidealen. Ook de school heeft een grote rol te spelen bij de verspreiding van de olympische waarden, die staan voor vrede en eensgezindheid in de sport en aan de basis liggen van vreedzaam samenleven en integratie in een democratische en pluralistische samenleving, alsook van de intrinsieke menselijke waarden van sport, die bijdragen tot het uitbannen van geweld, racisme, onverdraagzaamheid en xenofobie. |
|
3.2.1. |
Sportorganisaties kunnen niet zonder goed bestuur. Zij moeten zich houden aan de beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en democratie en alle partijen voldoende betrekken bij de besluitvorming, met inbegrip van de supporters, die over het algemeen de principes van fair play onderschrijven. Er moet worden overwogen sportorganisaties die subsidies krijgen striktere eisen inzake transparantie op te leggen. |
|
3.2.2. |
Er moet worden nagegaan of het mogelijk is actiemaatregelen tegen ongewenste fenomenen — men denke aan vervalste sportuitslagen, doping en geweld — op elkaar af te stemmen, niet alleen op grond van de bevoegdheden waarover de Unie beschikt uit hoofde van de artikelen 6 en 165 VWEU, maar ook van de bevoegdheden ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht of welke andere bevoegdheden dan ook die noodzakelijk zouden kunnen zijn om supranationale maatregelen te nemen die daadwerkelijk ontmoedigend zouden kunnen werken. |
|
3.2.3. |
Dergelijke maatregelen moeten erop gericht zijn een hoog niveau van veiligheid te garanderen; het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om maatregelen om de coördinatie en samenwerking tussen politiële (Europol), judiciële (Eurojust) en andere bevoegde autoriteiten, waaronder in elk geval de sportfederaties, te verbeteren. |
|
3.3. |
De bevordering van sport en lichaamsbeweging is in een moderne samenleving van doorslaggevend belang voor de bescherming van de volksgezondheid. Sport hoort bij een gezonde levensstijl en bevordert de levenskwaliteit. Door gebruik te maken van alle mogelijkheden die sportbeoefening biedt kunnen de kosten van de gezondheidszorg worden teruggedrongen. |
|
3.4. |
Dankzij het openbare debat over de zogenoemde „Europese dimensie van de sport” heeft het optreden van de EU op sportgebied een nieuwe impuls gekregen; zo is sport opgenomen in het programma Erasmus+ en zijn strategische acties voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de sport opgezet. De prioriteiten van dit programma liggen op dit moment ter tafel. Het EESC zou dan ook graag zien dat bij de volgende evaluatie rekening wordt gehouden met de opmerkingen uit dit advies. |
|
3.4.1. |
De EU zou haar optreden nog kracht moeten bijzetten door de nodige maatregelen te nemen om recht te doen aan de meerwaarde en de positieve aspecten van inheemse, traditionele en lokale sporten, die de diversiteit van het culturele en historische erfgoed van de Unie weerspiegelen, en waaraan meer bekendheid moet worden gegeven. |
|
3.4.2. |
De Commissie zou nauwkeurig de balans moeten opmaken van de impact van de integratie van sportactiviteiten in Erasmus+. Zij zou in dat verband met name aandacht moeten besteden aan de verwezenlijking van de doelstellingen inzake nieuwe vaardigheden en banen, en jeugd. |
|
3.5. |
Sport moet een bijdrage leveren aan de versterking en ontwikkeling van de Europese waarden. Vandaar dat coördinerende, aanvullende en ondersteuningsmaatregelen moeten worden genomen die bedoeld zijn om die Europese waarden te beschermen, en dan met name de waarden die bevorderlijk zijn voor de menselijke waardigheid, en bepaalde aspecten van het educatief traject van personen wier integratie van doorslaggevend belang is voor het behoorlijk functioneren van de democratie en de rechtsstaat. De boodschap van fair play die wordt uitgedragen door sport kan deze aanpak nog versterken, omdat het merendeel van de Europese waarden hiermee aan de samenleving wordt overgebracht. Voorts is de Europese dimensie van sport ook uitermate bevorderlijk voor de realisatie van een aantal parameters voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Het zou nuttig zijn educatief materiaal samen te stellen voor de verantwoordelijken uit de sportsector én de ouders, om op die manier genderstereotypen uit de wereld te helpen en te werken aan gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de sport, en om ervoor te zorgen dat de verhouding tussen mannen en vrouwen in de raden van bestuur en de uitvoerende comités steeds evenwichtiger wordt. De uitwerking van een handvest van goede praktijken om jongeren aan te zetten tot sporten en hen te beschermen, is een grote stap vooruit (2). |
|
3.6. |
Het beoefenen van sport, individueel of in groepsverband, kan een echte hefboom zijn voor werkgelegenheid, welvaart en welzijn, waarvan ten volle gebruik moet worden gemaakt in deze tijden van jeugdwerkloosheid en sociale uitsluiting. Met name zij gewezen op de situatie van atleten die uit de topsport stappen en aan een tweede loopbaan beginnen, en moeten worden klaargestoomd voor die nieuwe fase in hun leven (duale carrière). Om deze jongeren alle kansen op ontplooiing te bieden moeten sportdiploma’s en -kwalificaties gelijkgeschakeld en erkend worden. Dit laatste aspect kan een belangrijke bijdrage leveren aan de pogingen om paal en perk te stellen aan het zwarte circuit in de sector en om een en ander te legaliseren. |
|
3.6.1. |
Het zou nuttig zijn na te gaan hoe de Europese financieringsinstrumenten kunnen worden ingezet ter bevordering van de functie van sport als hefboom voor sociale integratie en werkgelegenheid voor jongeren, gelijke kansen voor mannen en vrouwen, innovatie, de oprichting van netwerken van organisaties ter ondersteuning van sociale re-integratie en andere maatschappelijke doeleinden. Sport is een hulpmiddel in de strijd tegen sociale uitsluiting en het streven naar re-integratie, en is daarom het middel bij uitstek om een draagvlak te creëren voor waarden die persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling bevorderen, wat ook weer positief kan uitwerken op het vlak van gezondheid en opleiding. Op Europees niveau moet meer werk worden gemaakt van sociale samenhang en maatschappelijke integratie, ook van wie van zijn vrijheid beroofd is; voor deze mensen kan sport een hulpmiddel zijn bij hun re-integratie in de samenleving. Sport bevordert immers het emotionele welbevinden en biedt samenhang en stabiliteit, dankzij waarden als inspanning, solidariteit, en niet te vergeten fair play. |
|
3.6.2. |
Er moet een netwerk worden opgericht van met name de meest populaire organisaties die zich inzetten voor sociale samenhang en maatschappelijke integratie via sport, zodat goede praktijken kunnen worden uitgewisseld, op grond van de in de Verdragen vastgelegde Europese waarden. Zo kan een Europees Congres van innovatieve praktijken voor maatschappelijke integratie via sport worden opgezet, kunnen EU-kampioenschappen worden georganiseerd en dienen de resultaten van deze netwerken te worden gepubliceerd en verspreid. |
|
3.7. |
Er is voor de Unie een niet onbelangrijke rol weggelegd in de strijd tegen ongelijkheid: zij moet ervoor zorgen dat gehandicapten onbelemmerd kunnen deelnemen aan sportactiviteiten, hun deelname aan wedstrijden stimuleren en alle vooroordelen de wereld uit helpen. Het lijkt een goed idee dat de Commissie de Raad van ministers zou voorstellen een Europese Code van goede praktijken voor sport en sociale integratie uit te werken. |
|
3.7.1. |
De integratie van gehandicapten moet worden bevorderd via hun deelname aan sportevenementen; een en ander kan de levenskwaliteit van gehandicapten en hun familie en hun sociale leven ten goede komen. Sport is dan ook meer dan een gezonde gewoonte; sportbeoefening verbetert en versterkt de mobiliteit van deze mensen, kan helpen bij het nemen van besluiten, en zet aan tot samenhorigheid en teamwork. |
|
3.7.2. |
Om meer zichtbaarheid te geven aan de paralympische spelen en gehandicapte topsporters en zo de burgers hiermee bekender te maken, moet de overheid een communicatiestrategie uitwerken voor de paralympische spelen en andere internationale evenementen van hoog niveau. Daartoe dienen alle nodige mensen en middelen te worden ingezet en moeten de paralympische spelen op televisie worden uitgezonden; het is daarbij van belang dat de uitzendingen van uitstekende kwaliteit zijn en dat veel zendtijd wordt verkregen tijdens de uren met hoge kijkcijfers. |
|
3.7.3. |
In het kader van de nationale aanpassingen van de wetgeving aan het Internationaal Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap worden dezelfde doelstellingen nagestreefd en worden de toegankelijkheid voor personen met een handicap en de geschiktheid van een ontwerp voor alle gebruikers beschouwd als de aangewezen instrumenten om de omgeving zo aan te passen of te veranderen dat alle burgers ten volle kunnen deelnemen aan het sociale leven. |
|
3.7.4. |
Een van de obstakels waar de verantwoordelijken voor de ontwikkeling van programma’s ter bevordering van de deelname van gehandicapten en ouderen aan sportactiviteiten systematisch mee te maken krijgen, is het gebrek aan opleiding van de diverse betrokkenen; aanbevolen wordt daarom het nodige materiaal te verstrekken om tegemoet te komen aan de behoeften op het vlak van opleiding van de leraren lichamelijke opvoeding en sporttechnieken, zodat aan lichaamsbeweging en sport kan worden gedaan in een inclusieve omgeving. |
|
3.8. |
De kennelijk onomkeerbare vergrijzing van de Europese samenleving, die gepaard gaat met een almaar toenemende levensverwachting, maakt dat gerichte initiatieven en programma’s moeten worden uitgewerkt om ouderen ertoe aan te zetten meer aan sport en lichaamsbeweging te doen. In de meeste lidstaten is tot nog toe voorbijgegaan aan deze problematiek, die zowel op het niveau van de lidstaten als op EU-niveau bijzondere aandacht verdient. |
4. Economische aspecten van sport
|
4.1. |
De economische kant van sport hangt samen met de economische activiteiten waarmee (professionele) sportbeoefening gepaard gaat en die een impact hebben op de interne markt. Daarnaast is er de specifieke aard van sport die te maken heeft met de op vrijwilligerswerk gebaseerde structuren en de maatschappelijke, pedagogische en culturele rol ervan, waardoor positieve waarden als sportiviteit, respect en sociale integratie een enorme impuls krijgen. Vandaar dat onderscheid moet worden gemaakt tussen sportieve en handelsbelangen, en de sportsector moet worden afgeschermd tegen een buitensporige invloed van de economie; het is immers zaak de beginselen en waarden van de sport in stand te houden. |
|
4.1.1. |
De EU-wetgeving, die mag worden toegepast op voorwaarde dat optreden van de Unie efficiënter is dan nationale maatregelen en dat het subsidiariteitsbeginsel wordt nageleefd, moet dan ook rekening houden met die specifieke en unieke kenmerken van de sport, die van kapitaal belang zijn. |
|
4.2. |
Wat de economische dimensie van sport aangaat mag niet worden vergeten dat er een bijzonder verband is tussen sportactiviteiten en grondrechten. |
|
4.2.1. |
Zo moet worden nagegaan welke maatregelen noodzakelijk zijn, rekening houdend met het beginsel van evenredigheid, om een tegenwicht te bieden tegen de schendingen van de intellectuele-eigendomsrechten en met name tegen digitale piraterij, stuk voor stuk praktijken die een bedreiging vormen voor de sportsector. Hoe dan ook moet steeds voorrang worden gegeven aan het fundamentele recht van de burgers op informatie; zo moeten er op zijn minst waarborgen zijn inzake het recht om op de hoogte te worden gebracht van nieuwsfeiten, het recht op de bekendmaking van belangrijke gebeurtenissen en het recht van journalisten om informatie te verstrekken. |
|
4.2.2. |
Ook op andere gebieden zoals het mededingingsbeleid, en meer concreet staatssteun, zou het nuttig zijn een aantal richtsnoeren goed te keuren, zodat duidelijk wordt welke vormen van steun als gerechtvaardigd worden beschouwd omdat de sociale, culturele en educatieve rol van sport op het spel staat. |
|
4.2.3. |
Onlinesportweddenschappen op niet-gereguleerde markten, en met name illegaal gokken, vormen op dit moment een van de grootste bedreigingen voor de sportsector; de negatieve gevolgen ervan zijn vergelijkbaar met die van doping en supportersgeweld. Bovendien maakt de onzekere aard van sportwedstrijden dat onregelmatigheden niet uit te sluiten zijn. Andere aspecten van dit probleem zijn weddenschappen en kansspelen; maatregelen van algemeen belang om met name jongeren te beschermen tegen verslaving aan onlinegokken zijn dan ook broodnodig. |
|
4.2.4. |
Intrinsiek aan sportbeoefening is dat sporters hun resultaten voortdurend willen verbeteren en streven naar topprestaties. Innovatie speelt dan ook een grote rol en sporttechnologie is uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de „toegepaste wetenschappen”. Denken we maar aan textieltechnologie, mechanica van de menselijke bewegingen, nieuwe materialen, sensoren, actuatoren en met name design op maat van de mens. Het bouwen en exploiteren van sportvoorzieningen en het deelnemen aan en bijwonen van sportevenementen nemen een steeds belangrijker plaats in in de ervaringseconomie, getuige daarvan de ontwikkeling van het sporttoerisme. |
|
4.2.5. |
Andere economische thema’s die verband houden met sport, zoals het vrije verkeer van personen en diensten, sponsorcontracten, de regelgeving inzake spelersmakelaars, sportverzekeringen en gezondheid, educatieve programma’s voor sporters en beroepsvaardigheden op sportgebied, zouden moeten worden bestudeerd, en waar nodig zou de Commissie maatregelen moeten voorstellen of goedkeuren. |
|
4.2.6. |
Alle EU-lidstaten moeten hun regelgeving inzake de beroepsopleiding van jonge sportcoaches verbeteren, rekening houdend met het feit dat een coach in feite vergelijkbaar is met een pedagoog, en in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij de voorbereiding op sportwedstrijden) meer tijd doorbrengt met jonge sporters dan leraars met hun leerlingen. Coaches moeten een formele opleiding genieten die wordt afgesloten met een door de staat afgegeven onderwijsdiploma. |
|
4.2.7. |
Het EESC zou graag zien dat de Europese sportverenigingen zich opwerpen als verdedigers van de hier behandelde waarden en beginselen, en zich daar zelf ook te allen tijde aan houden, ook al gaat het om niet meer dan de uitreiking van prijzen en blijken van publieke erkenning. |
Brussel, 2 juli 2015.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Henri MALOSSE
(1) „Protecting the Integrity of Sport Competition The Last Bet for Modern Sport”, blz. 120-124, Universiteit van Parijs 1 Panthéon-Sorbonne en International Centre for Sport Security (ICSS), mei 2014.
(2) Zo luidt een van de voornaamste conclusies van de Inter Regional Sports Policy Summit (Lissabon, 16 en 17 maart 2015), waaraan werd deelgenomen door het merendeel van de verantwoordelijken voor sportbeleid wereldwijd.