MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO’S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK Jaarlijkse groeianalyse 2015 /* COM/2014/0902 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO’S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK Jaarlijkse groeianalyse 2015 INLEIDING Nu de EU de zwaarste financiële en economische
crisis in generaties achter de rug heeft, is een berg werk verzet om de
grondvesten te leggen voor een gezondere en duurzamere groei in de toekomst.
Ondanks alle inspanningen op nationaal et Europees niveau is het herstel van de
Europese economie echter zwakker dan een jaar geleden werd verwacht. De omslag
begon te haperen in het voorjaar van 2014. De economische crisis heeft een
langdurige sociale crisis veroorzaakt en het trage herstel verhindert
inspanningen om de hoge werkloosheid aan te pakken. Hoewel de mondiale economische context enige
verklaring biedt voor de huidige vertraging, zijn er specifieke interne
factoren die een snellere groei in de EU in de weg staan. Er bestaan grote
verschillen tussen lidstaten. De groei wordt afgeremd door de versnippering van
de financiële markten ten gevolge van de financiële crisis en de
schuldencrisis, de noodzakelijke afbouw van de schuldenlast van bedrijven,
huishoudens en overheden, de onvolledige aanpassing van macro-economische
onevenwichtigheden en het wankele vertrouwen ten gevolge van de onzekerheid
over de economische vooruitzichten en de wil tot structurele en institutionele
hervormingen. Lage productiviteitswinst, lage investeringen en hoge structurele
werkloosheid beperken de groeivooruitzichten in Europa. Tegelijkertijd staan de EU en de lidstaten voor
een reeks langetermijntrends die de creatie van banen en de groei aantasten en
die met name voortspruiten uit maatschappelijke en demografische veranderingen,
mondialisering, ontwikkelingen op het gebied van productiviteit en technologie,
druk op de hulpbronnen en milieuproblemen alsmede de in het algemeen zwakkere
groei in de opkomende economieën en de ontwikkelingslanden. Het aantreden van een nieuwe Commissie, met een
ambitieuze “agenda voor banen, groei, billijkheid en democratische verandering”[1], is het juiste moment
voor een nieuwe start. Het is hoog tijd de groei in de EU weer leven in te
blazen en een nieuwe impuls voor verandering te geven. Deze jaarlijkse groeianalyse
levert samen met de begeleidende documenten het pakket voor banen, groei en
investeringen dat de Commissie als eerste prioriteit had aangekondigd in haar
politieke beleidslijnen. Vak 1 - Belangrijkste bevindingen in de najaarsprognoses voor2014 van de Commissie[2] De reële groei van het bbp bedraagt naar verwachting voor het hele jaar 2014 1,3 % in de EU en 0,8 % in de eurozone. Aangezien zowel de buitenlandse als de binnenlandse vraag toenemen, zouden deze cijfers in 2015 langzaam moeten stijgen tot respectievelijk 1,5 % en 1,1 %. Voor 2016 wordt een toename van de economische activiteit verwacht tot respectievelijk 2,0 % en 1,7 %. 24,6 miljoen personen, waarvan 5 miljoen tussen 15 en 24 jaar oud, waren werkloos in augustus 2014. De langdurige werkloosheid is zeer hoog. De werkloosheidspercentages varieerden tussen lidstaten in 2014, van 5,1 % in Duitsland en 5,3 % in Oostenrijk tot 24,8 % in Spanje en 26,8 % in Griekenland. De trend van lage inflatie zal dit jaar naar verwachting voortduren, met lagere grondstoffenprijzen, met name voor energie en voeding, en zwakkere economische vooruitzichten dan verwacht. Het geleidelijke herstel van de economische activiteit in de prognoseperiode zal naar verwachting leiden tot een stijging van de inflatie in de EU, van 0,6 % in 2014 tot 1,0 % in 2015 en 1,6 % in 2016. De overheidstekortquote zou dit jaar verder dalen, weliswaar langzamer dan in 2013, van 4,5 % in 2011 tot respectievelijk 3,0 % voor de EU en 2,6 % voor de eurozone. Volgens de prognose zouden de overheidstekorten gedurende de volgende twee jaar blijven dalen ten gevolge van de aantrekkende economische activiteit. De overheidsschuldquote in de EU en de eurozone zou volgend jaar naar verwachting pieken op respectievelijk 88,3 % en 94,8 % en hoog blijven in een aantal landen.
In deze jaarlijkse groeianalyse voor 2015 geeft de Commissie, die op 1 november
2014 in functie getreden is, de krachtlijnen van haar nieuwe agenda voor banen
en groei aan. De heropleving van de groei kan alleen worden bereikt indien de
Europese instellingen en de lidstaten samen werk maken van de Europese sociale
markteconomie. In deze jaarlijkse groeianalyse wordt dus aangegeven wat op het
niveau van de EU nog meer kan worden gedaan om de lidstaten opnieuw op weg te
helpen naar sterkere groei en een hoger niveau van duurzame ontwikkeling. Om
dit realiseren is vastbeslotenheid nodig om te veranderen en om de zaken op
nationaal vlak anders aan te pakken. 1. EEN GEÏNTEGREERDE AANPAK Vandaag is het gevaar van blijvend lage groei,
bijna-nulinflatie en hoge werkloosheid de voornaamste zorg geworden. De crisis
heeft niet alleen cyclische effecten teweeggebracht, zoals duidelijk blijkt uit
de beperkte omvang van de totale vraag, maar heeft ook een belangrijke
structurele component die de potentiële groei van de Europese economieën heeft
vertraagd. Structurele, budgettaire en monetaire
beleidsinitiatieven moeten worden gecombineerd in een geïntegreerde
groeivriendelijke aanpak om deze uitdaging daadwerkelijk aan te gaan, door
zowel op de vraag- als de aanbodzijde van onze economieën in te werken. Daarom
is interventie op alle overheidsniveaus noodzakelijk, gaande van mondiale
initiatieven, in het kader van de G20, tot Europese, nationale, regionale en
lokale acties. Ondertussen zal de Europese Centrale Bank (ECB)
binnen haar mandaat en in volle onafhankelijkheid een sleutelrol blijven spelen
in de algemene beleidsvoering van de eurozone. De
ECB heeft de exclusieve bevoegdheid voor het monetaire beleid in de eurozone.
Zij heeft een aantal belangrijke maatregelen genomen om het monetaire beleid te
versoepelen en de doorwerking van dit beleid in een ruimere context te
verbeteren, met name door haar programma van aankoop van door activa gedekte
effecten (asset backed securities, ABS), dat in oktober jongstleden van start
is gegaan. In combinatie met het programma voor gedekte obligaties en het
programma voor gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted
longer-term refinancing operations, TLTRO’s) zal de totale impact van deze maatregelen
op de balans van de ECB aanzienlijk zijn. Het niveau van de balans zal naar
verwachting uitkomen bij de omvang die deze begin 2012 aannam. Deze maatregelen
moeten de economische activiteit ondersteunen wanneer zij hun uitwerking
krijgen in de economie. Het is tijd dat overheden op alle niveaus
verantwoordelijkheid opnemen. Rekening houdend met de verschillen tussen de
lidstaten zal de juiste aanpak onvermijdelijk van land tot land verschillen
maar toch deel uitmaken van een gemeenschappelijke geïntegreerde aanpak. De
Commissie beveelt aan het Europese economische en sociale beleid in 2015 te
grondvesten op drie belangrijke pijlers:
Een gecoördineerde stimulans van de investeringen: naast deze jaarlijkse groeianalyse stelt de Commissie een
investeringsplan voor Europa voor om in de periode 2015-2017 ten minste 315
miljard EUR extra publieke en private investeringen te mobiliseren en het
algemene investeringsklimaat aanzienlijk te verbeteren.
Een hernieuwde verbintenis tot structurele hervormingen: het is voor landen van uiterst belang dat zij uit de schulden
groeien en dat zij de creatie van meer en betere banen stimuleren. Door
vooruitgang op nationaal en Europees niveau in sectoren als diensten,
energie, telecommunicatie en digitale economie alsmede bij het verbeteren
van het ondernemingsklimaat ontstaan nieuwe kansen voor banen en groei.
Door de administratieve rompslomp op Europees en nationaal niveau te
verminderen in het kader van de agenda voor betere regelgeving moet het
juiste regelgevingskader tot stand worden gebracht en moet een klimaat van
ondernemerschap en jobcreatie worden bevorderd. Het is noodzakelijk dat de
hoogste bestuursniveaus en de nationale parlementen hun
verantwoordelijkheid opnemen en verbintenissen aangaan. Door dergelijke inspanningen
op het Europese niveau te leveren ontstaat een groot potentieel.
Streven naar budgettaire verantwoordelijkheid: ondanks aanzienlijke vooruitgang in de begrotingsconsolidatie
moeten de lidstaten de tekort- en schuldquotes op lange termijn nog veiligstellen.
Het begrotingsbeleid moet op gedifferentieerde wijze worden gevoerd
naargelang van de situatie in elk land. Lidstaten met meer ruimte op hun
begroting moeten maatregelen nemen om de binnenlandse vraag te stimuleren
met een bijzondere aandacht voor investeringen. Voorts moet de kwaliteit
van de overheidsfinanciën worden opgetrokken door een verbetering van de
efficiëntie in de uitgaven en door in de overheidsbestedingen prioriteit
te verlenen aan productieve investeringen alsmede door het belastingstelsel
efficiënter en investeringsvriendelijk te maken. Strijd tegen
belastingfraude en belastingontwijking is belangrijk om billijkheid te
garanderen en zorgt ervoor dat lidstaten de belastinginkomsten verkrijgen
die hun verschuldigd zijn.
Vak
1. Een geïntegreerde aanpak Het is belangrijk gelijktijdig in deze drie
domeinen in te grijpen om het vertrouwen te herstellen, de onzekerheid weg te
nemen die investeringen in de weg staat en om de krachtige, elkaar wederzijds
versterkende effecten van de drie samenwerkende pijlers maximaal te
ondersteunen. Het is daarbij duidelijk dat een hernieuwde verbintenis tot
structurele hervormingen van levensbelang is voor de overheidsfinanciën en om
investeringen te mobiliseren. Om uitvoering te geven aan de logica van de
nieuwe geïntegreerde aanpak stelt de Commissie voor het Europees semester voor
coördinatie van het economisch beleid te stroomlijnen en te versterken op basis
van de drie pijlers. Om de band tussen structurele hervormingen,
investeringen en budgettaire verantwoordelijkheid te verstevigen zal de
Commissie verder ook richtsnoeren verstrekken over een optimaal gebruik van de
flexibiliteit die in de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact is
ingebouwd.[3] 2. STIMULEREN
VAN INVESTERINGEN Zwakke investeringen
hinderen Europees herstel Het
is absoluut noodzakelijk investeringen in Europa te stimuleren. Ten gevolge van
de crisis is het investeringsniveau gezakt met ongeveer 430 miljard EUR sinds
de piek in 2007, dit is een daling met 15 %. In sommige lidstaten is deze
daling zelfs nog drastischer.[4]
Uit de najaarsprognoses van de Commissie blijkt dat het zwakke niveau van
investeringen het broze herstel van de EU in de weg staat. Het
is niet de bedoeling terug te keren naar de piek van 2007 met hetzelfde soort
investeringen. Sommige investeringen van voor de crisis waren immers niet
duurzaam. Toch is het verontrustend dat de investeringen in Europa anders dan
in de VS recentelijk niet opgeveerd zijn. In 2013 bedroeg de investeringsquote
nog steeds 19,3 % van het bbp, ongeveer 2 procentpunten onder het
historische gemiddelde, zonder rekening te houden met top- en daljaren. Europa
kampt dus met een tekort aan investeringen van 230 tot 370 miljard EUR ten
opzichte van de langetermijntrends. Vak 2. Recente trends in investeringen in de EU (Reële bruto-investeringen in vaste activa, EU-28,
prijzen van 2013, miljard EUR) Tegelijkertijd
wordt niet voldaan aan grote investeringsbehoeften. Huishoudens en bedrijven
hebben bijvoorbeeld behoefte aan de nieuwste technologieën en willen daarvan
gebruikmaken om meer energie- en hulpbronnenefficiënt te worden. Opleidings- en
innovatiestelsels zijn minder goed uitgerust en beschikken over minder
financiële middelen dan bij onze voornaamste concurrenten. Onze
socialezekerheidsstelsels moeten worden gemoderniseerd om de uitdagingen aan te
gaan die de snelle vergrijzing van onze bevolking meebrengt. In onze
energiesector moeten de netwerken worden aangepast met de nieuwste
technologieën, hernieuwbare energiebronnen moeten erin worden opgenomen en onze
bevoorradingsbronnen moeten worden gediversifieerd. Onze vervoersector heeft
behoefte aan moderne infrastructuur, minder verkeerscongestie en betere
handelsverbindingen. Voor ons milieu moeten wij beschikken over betere
faciliteiten voor afvalverwerking, recycling en waterbehandeling. Voorts hebben
wij in Europa veeleisende en snellere breedband en intelligentere datacentra
nodig. Deze
behoeften zijn nijpend na zoveel jaren lage groei of nulgroei en het gevaar
bestaat dat Europa's productieve kapitaal slinkt en veroudert. Hierdoor zouden
ons concurrentievermogen en ons groeipotentieel verder worden aangetast,
hetgeen zou wegen op onze productiviteit en onze capaciteit om banen te
creëren. Er
bestaat geen uniek of eenvoudig antwoord. Deze tanende prestaties wat
investeringen betreft hebben verschillende oorzaken: laag vertrouwen van
investeerders, getemperde vraagverwachting en hoge schuldenlast van
huishoudens, bedrijven en overheden. In vele regio's zijn kleine en middelgrote
ondernemingen (kmo's) vanwege de onzekere vooruitzichten en de bezorgdheid om
het kredietrisico terughoudend om financiering te zoeken voor waardevolle
projecten. In de
particuliere sector zijn aanzienlijke spaartegoeden en nu ook ruime liquide
middelen beschikbaar maar dit geld vindt zijn weg niet naar de reële economie
van Europa. Hier moeten overheidsinstanties op alle niveaus een rol spelen. Nationaal
en regionaal kan veel worden gedaan Nationale
en regionale autoriteiten kunnen een centrale rol spelen in het bevorderen van
de noodzakelijke structurele hervormingen, door budgettaire
verantwoordelijkheid op te nemen en investeringen te stimuleren die banen en
groei opleveren. Lidstaten met budgettaire bewegingsruimte moeten meer
investeren. Alle lidstaten, maar vooral de lidstaten die een beperktere
budgettaire ruimte hebben, moeten zorgen voor efficiënt gebruik van hulpbronnen
en in hun begroting prioriteit verlenen aan uitgaven voor investeringen en
groei. Zo moeten zij ook meer investeringen zien te halen uit de beschikbare
Europese fondsen en een klimaat creëren waarin particuliere investeerders meer
aan hun trekken komen. Voor
nationale en regionale autoriteiten liggen in de komende maanden unieke kansen
open om zo optimaal mogelijk gebruik te maken van de EU-begroting voor de
periode 2014-2020, nu er nieuwe middelen en instrumenten ter beschikking komen.
De EU-begroting bedraagt 960 miljard EUR over deze periode van zeven jaar,
hetgeen overeenstemt met 140 miljard EUR per jaar, het equivalent van 1 %
van het Europese bbp. Belangrijke Europese programma's zoals Horizon 2020 (voor
innovatie en onderzoek), de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen
(voor infrastructuur) en COSME (voor de financiering van kleine en middelgrote
ondernemingen) komen nu op gang. Dit
geldt ook voor de nieuwe generatie van Europese structuur- en
investeringsfondsen, die 350 miljard EUR voor nieuwe investeringen in de
periode 2014-2020 zullen verstrekken. Dit zal leiden tot investeringen ten
bedrage van meer dan 600 miljard EUR wanneer nationale medefinanciering wordt
meegerekend. De fondsen variëren in omvang naargelang van het land maar kunnen
overal een zeer strategische rol spelen; zij vertegenwoordigen gemiddeld 10 %
van de totale overheidsinvesteringen in de EU. Een
investeringsplan voor Europa Het
investeringsplan voor Europa dat de Commissie naast deze jaarlijkse
groeianalyse voorstelt, zal bestaande inspanningen aanvullen en verder
stimuleren. Het zal ten minste 315 miljard EUR aan extra publieke en
particuliere investeringen mobiliseren van nu tot einde 2017. In eerste
instantie kan dit worden gedaan met een gezamenlijke inspanning van de Europese
instellingen en de Europese Investeringsbank (EIB) door het oprichten van een
nieuw Europees fonds voor strategische investeringen. De
vermenigvuldigingseffecten van het plan zullen echter meer dan 315 miljard
EUR bedragen wanneer meer belanghebbenden vrijwillig bijkomende middelen
aanbrengen: lidstaten, nationale stimuleringsbanken, regionale autoriteiten en
particuliere investeerders spelen allen een centrale rol hierin. Belangrijk
hierbij is dat de Commissie bij de beoordeling van de overheidsfinanciën op
basis van het stabiliteits- en groeipact een gunstige houding zal aannemen ten
aanzien van kapitaalbijdragen in het nieuwe fonds. Dit
extra geld moet speciaal bestemd zijn voor infrastructuur, met name energie- en
breedbandnetwerken alsmede vervoerinfrastructuur vooral in industriecentra,
opleiding, onderzoek en innovatie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.
Dit zijn gebieden waar duidelijke behoeften bestaan en waar vooruitgang met
grote economische en maatschappelijke baten kan worden verwacht. Zoals
het ten uitvoer wordt gelegd, zal het investeringsplan drie gerelateerde
beleidsdoelstellingen dienen: recente neerwaartse trends in investeringen
omkeren en een bijkomende impuls geven aan de creatie van banen en het herstel
van de Europese economie, doorslaggevende stappen ondernemen om tegemoet te
komen aan de langetermijnbehoeften van onze economie door het
concurrentievermogen in strategische domeinen te stimuleren, de Europese
dimensie van ons menselijk kapitaal en onze fysieke infrastructuur versterken,
met een bijzondere aandacht voor de interconnecties die vitaal zijn voor onze
interne markt. Bij
het opstellen van dit investeringsplan is rekening gehouden met de beperkte
begrotingsruimte waarover de nationale regeringen beschikken, om te vermijden
dat de last op de nationale overheidsfinanciën drukt. Budgettaire
verantwoordelijkheid maakt deel uit van het herstel van het vertrouwen dat
Europa nodig heeft om uit de crisis te geraken. Daarom is het plan opgebouwd op
basis van oplossingen die op Europees niveau beschikbaar zijn, met gebruik van
gevestigde instanties en procedures, hetgeen ook zal helpen om sneller
resultaten te halen en zal zorgen voor rigoureuze uitvoering en verantwoording. Vak 2. Krachtlijnen van het investeringsplan voor Europa Het investeringsplan voor Europa is gebaseerd op drie elkaar versterkende actielijnen: § de mobilisatie van ten minste 315 miljard EUR extra investeringsmiddelen tussen nu en einde 2017; § doelgerichte initiatieven om ervoor te zorgen dat de investeringen de behoeften van de reële economie vervullen; § maatregelen om het investeringsklimaat te verbeteren en het investeren in Europa aantrekkelijker te maken. Ten minste 315 miljard EUR extra middelen mobiliseren voor investeringen op EU-niveau § Een nieuw Europees fonds voor strategische investeringen zal worden opgericht in nauw partnerschap met de EIB, ter ondersteuning van strategische investeringen van Europees belang en van risicofinanciering voor kmo’s en midcapbedrijven in Europa. § De Europese structuur- en investeringsfondsen zullen ten volle worden aangesproken. Zo wordt verzekerd dat de overblijvende EU-financiering van de programmeringsperiode 2007-2013 zo effectief mogelijk wordt gebruikt. Dit houdt ook in dat de hefboomwerking van de EU-financiering voor de periode 2014-2020 wordt versterkt door een algemene verdubbeling van het aandeel van innovatieve financiële instrumenten en een maximaal gebruik van particuliere medefinanciering. De financiële middelen in de reële economie brengen § Op EU-niveau zal een transparante pijplijn van investeringsrijpe projecten worden ingesteld, op basis van het verslag van december 2014 van een taskforce van de Commissie, de EIB en de lidstaten. § Bronnen van expertise en technische bijstand worden samengebracht in één "hub” voor investeringsadvies ten behoeve van projectontwikkelaars, investeerders en beheersautoriteiten. § De Commissie en de EIB zullen samen met nationale en regionale autoriteiten overleg plegen met projectontwikkelaars, investeerders en institutionele belanghebbenden om centrale investeringsprojecten te bevorderen. Verbetering van het investeringsklimaat § Maatregelen om het regelgevingskader, zowel nationaal als Europees, te verbeteren zodat het duidelijk en voorspelbaar alsook bevorderlijk voor investeringen wordt. § Maatregelen om nieuwe en alternatieve bronnen voor langetermijnfinanciering in de economie te ontwikkelen en om te komen tot een kapitaalmarktenunie. § Maatregelen om de interne markt te voltooien in sleutelsectoren als energie, vervoer en de digitale economie. 3. HERNIEUWDE
VERBINTENIS TOT STRUCTURELE HERVORMINGEN Om te groeien is het van cruciaal belang de
concurrentiekracht van de Europese economie te verbeteren en het juiste
regelgevingsklimaat voor langetermijninvesteringen tot stand te brengen.
Structurele hervormingen kunnen helpen productieve particuliere investeringen aan
te trekken, met name in netwerkindustrieën en slimme fabricage (“smart
manufacturing”) waar de behoefte aan investeringen hoog is. Op EU-niveau
vereist dit dat de interne markt verder wordt uitgediept en dat onnodig
belastende regelgeving, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen, wordt
vermeden, samen met een betere toegang tot financiering en de garantie van
kwaliteit bij investeringen in onderzoek en innovatie. Op het niveau van de
lidstaten moeten deze inspanningen worden aangevuld met ambitieuze structurele
hervormingen van producten-, diensten- en arbeidsmarkten. BELANGRIJKSTE BELEMMERINGEN OP EU-NIVEAU
WEGNEMEN De realisatie van de interne markt voor
goederen en diensten is een prioriteit. Met meer dan 500
miljoen consumenten is de Europese interne markt de krachtigste motor voor
groei op EU-niveau. Daarom moet ernstig werk worden gemaakt van een verdere
integratie van de markten voor goederen en diensten, waar een groot potentieel
bestaat, zowel online als offline, voor banen, groei en innovatie. Om dit te
realiseren moet gebruik worden gemaakt van de synergieën tussen een degelijk
werkende interne markt en de industrie. Consumenten moeten hun voordeel kunnen
halen uit een geïntegreerde interne markt die hun dezelfde mogelijkheden biedt
als hun thuismarkt. Een verdiepte interne markt zal ook buiten de EU voordelen
opleveren. Zo zullen Europese ondernemingen een sterkere positie in mondiale
waardeketens innemen, worden investeringen aangetrokken en zal de Unie beter in
staat zijn sterkere banden met nieuwe groeicentra in de wereld te ontwikkelen,
door middel van handelsovereenkomsten die meer convergentie in de regelgeving
brengen ten aanzien van onze belangrijkste handelspartners. De digitale eengemaakte markt is cruciaal
voor innovatie, groei en banen. De mondiale economie
gaat over in een digitale economie. Informatie- en communicatietechnologie is
niet alleen een bedrijfssector maar vormt de grondslag van een moderne
innovatieve economie. Een connectieve digitale eengemaakte markt kan tot 260
miljard EUR efficiëntiewinsten per jaar opleveren.[5] Digitale technologie
leidt tot nieuwe wijzen van produceren van goederen en verrichten van diensten,
gaande van auto's en chemicaliën tot kleinhandel en energie, en verleent een
nieuwe vorm aan de manier waarop wij werken en leren. In de digitale economie
een goede positie innemen is voor de EU doorslaggevend om haar
concurrentievermogen voor de toekomst te verzekeren, en is een weg naar nieuwe
groei. Digitale diensten zijn levensnoodzakelijk voor de efficiëntie en de
veiligheid van Europa's belangrijke strategische infrastructuren zoals energie
en spoorwegen. Belangrijker nog zijn de enorme voordelen voor de samenleving in
de vorm van toegang tot goederen en diensten en tot informatie, vrijheid van
meningsuiting, creativiteit, betere gezondheidszorg en betere
overheidsdiensten. Maar die digitale eengemaakte markt is er nog niet. Slechts 14 %
van de kleine en middelgrote ondernemingen gebruikt het internet om online te
verkopen. Niet meer dan 12 % van de consumenten winkelt over de grens.
Consumenten voelen zich onmachtig wanneer zij vanwege restrictieve
handelspraktijken of wettelijke beperkingen geen toegang hebben tot digitale
diensten in andere lidstaten. Alleen wanneer hoogwaardige gemeenschappelijke Europese
regels voor gegevensbescherming bestaan en het vertrouwen van de consumenten
wordt hersteld, zullen ondernemingen het potentieel van de digitale sector ten
volle kunnen benutten. Verdere structurele hervormingen in
energiemarkten zijn vereist om een robuuste energie-unie en een toekomstgericht
klimaatbeleid te realiseren in overeenstemming met de
Europa 2020-doelstellingen en het klimaat- en energiekader 2030 dat de Europese
Raad in oktober 2014 is overeengekomen, en om de gegarandeerde energievoorziening
te verbeteren en de interne energiemarkt te voltooien. Dit vereist een
verbetering van de energiemarktstructuur, een versterking van de bestaande
marktgebaseerde instrumenten en een modernisering en uitbreiding van de
energie-infrastructuur. Dit moet het mogelijk maken energie vrij te laten
circuleren in Europa, energie-eilanden weg te werken en hernieuwbare
energiebronnen in het netwerk te integreren. Het zal een grote uitdaging zijn
de nodige investeringen te financieren. De Europese structuur- en investeringsfondsen
zullen aanzienlijke steun verlenen maar ook innovatieve financiële mechanismen
zijn nodig als hefboom om investeringen in modernisering van de energie te
stimuleren en om huishoudens aan te zetten tot investeringen in
energie-efficiëntie. Ambitieuze acties zijn noodzakelijk om een
Europees regelgevingskader te verzekeren dat bevorderlijk is voor banen, groei
en investeringen. De Commissie zal prioriteit verlenen
aan het werk waarvoor zij in december 2012 het startschot heeft gegeven met het
programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Regulatory Fitness and
Performance Programme - Refit), namelijk een algemene herziening van de
bestaande wetgeving. Dit zal de Europese wetgeving lichter, eenvoudiger en
minder duur moeten maken, hetgeen burgers en ondernemingen ten goede komt. De
Commissie zal haar regelgevingsinstrumenten (effectbeoordeling, evaluatie)
verder aanscherpen in nauwe samenwerking met de andere Europese instellingen,
de lidstaten en de belanghebbenden. Het wegruimen van de bovengenoemde regelgevende
belemmeringen moet gepaard gaan met de ontwikkeling van het nieuwe Europese
fonds voor strategische investeringen in partnerschap tussen de Commissie en de
EIB. STRUCTURELE HERVORMINGEN OP NIVEAU VAN DE LIDSTATEN Uiteindelijk
moeten onze economieën worden hervormd en gemoderniseerd om ons Europees
sociaal model te onderstutten. Het is belangrijk dat alle leden van de
samenleving, en met name de sociale partners, een rol krijgen en de verandering
op proactieve wijze ondersteunen. Door een
ambitieuze uitvoering te geven aan structurele hervormingen in producten-,
diensten- en arbeidsmarkten kan worden gewerkt aan een hogere productiviteit,
een krachtig herstel van het concurrentievermogen en een verbetering van het
bedrijfsklimaat, waarbij ook investeringen worden gestimuleerd. Zo kan worden
bijgedragen tot een duurzame herijking van ons groeimodel en kunnen de
negatieve effecten van de noodzakelijke afbouw van de schuldenlast in de
particuliere sector worden bijgesteld terwijl schadelijke macro-economische
onevenwichtigheden kunnen worden voorkomen. Door de effecten op groei,
productiviteit en werkgelegenheid kan dit verder bijdragen, op voorwaarde dat
daarvoor de juiste kanalen bestaan, tot een verbetering van de algemene sociale
toestand en een vermindering van de armoede, alsook tot de houdbaarheid van de
particuliere en publieke schulden. Ondanks de
realisaties in een aantal lidstaten, in het bijzonder de meest kwetsbare
lidstaten, zijn bijkomende hervormingsinspanningen noodzakelijk in alle
lidstaten. Uit recente ervaringen is ruimschoots gebleken dat ambitieuze actie
duidelijke resultaten oplevert (zie vak 3). Vak 3. Voorbeelden van effectieve structurele hervormingen in de
lidstaten ·
In Spanje heeft de regering in december 2013
een wet aangenomen om de eenheid van de markt te garanderen in het belang van
de vrijheid van verkeer en vestiging van personen en het vrije verkeer van
goederen. De wet is een ambitieus middel om overlappende wetgeving in Spanje te
rationaliseren, de versnippering van de nationale markt aan te pakken en de
concurrentie in productmarkten aan te zwengelen. De Spaanse autoriteiten
verwachten dat de hervorming het bbp in de loop van de tijd met meer dan 1,5 %
zou doen stijgen. ·
Portugal heeft tussen 2011
en 2013 een aantal hervormingen van de arbeidsmarkt doorgevoerd. De bescherming
van werknemers met vaste contracten en contracten van bepaalde duur werd
gelijkgeschakeld. De wetgeving inzake arbeidstijden werd flexibeler en
maatregelen werden genomen om de lonen beter af te stemmen op de productiviteit
op het niveau van de onderneming. De werkloosheidsuitkeringen werden hervormd
zodat meer personen in aanmerking komen. De openbare arbeidsbureaus werden
hervormd, bestaande instrumenten voor actief arbeidsmarktbeleid werden herzien
en er werden nieuwe programma's ingevoerd, onder meer specifiek voor jongeren.
Het werkloosheidspercentage is tussen 2013 en 2014 met ongeveer 2 procentpunten
gedaald. ·
Polen heeft een
ambitieuze hervorming doorgevoerd om de toegang tot gereglementeerde beroepen
te vergemakkelijken. De toegang tot 50 beroepen, waaronder advocaten,
notarissen, vastgoedmakelaren en taxichauffeurs, is in de eerste golf
hervormingen van 2013 vrijgemaakt. Voor 91 andere beroepen nam het Poolse
Parlement besluiten in april 2014 en voor nog 101 bijkomende beroepen is de
afschaffing van de reglementering voorzien voor het begin van 2015. ·
Italië heeft in 2013
een reeks maatregelen genomen om de concurrentie en de transparantie in de gas-
en elektriciteitsmarkten te verhogen. Het initiatief van de Italiaanse regering
heeft bijgedragen tot een oplossing voor de lang aanslepende kwestie van de
hoge energieprijzen in Italië en volgens ramingen van de energieregulator zou
het bijgedragen hebben tot een daling van de prijzen voor de eindgebruiker. Voor 2015 beveelt de Commissie aan de aandacht
toe te spitsen op een aantal belangrijke hervormingen. De gekozen
beleidsterreinen zijn relevant voor alle lidstaten maar de specifiek te nemen
maatregelen variëren van land tot land. Binnen de eurozone moet bijzondere
aandacht worden geschonken aan een betere coördinatie van een aantal van deze
hervormingen om positieve synergieën te versterken en negatieve
spillovereffecten te vermijden. In de volgende gebieden zijn hervormingen
noodzakelijk: 1. De dynamiek
in de arbeidsmarkten verbeteren en de hoge werkloosheid aanpakken. De meest concurrerende en veerkrachtige landen zijn die landen waar
ondernemingen en werkgevers waarde hechten aan en het meest investeren in
permanente ontwikkeling van vaardigheden, waar innovatie wordt aangemoedigd en
waar mensen vlot kunnen omschakelen tussen banen, sectoren en/of regio's. Wetgeving en
instellingen voor arbeidsbescherming moeten zorgen voor een passend klimaat om
aanwervingen te bevorderen en moeten zowel wie die reeds een baan heeft als wie
op zoek is naar een baan, een modern beschermingskader bieden. Lidstaten
moeten, met de medewerking van sociale partners, meer doen om belemmeringen
voor het creëren van banen weg te nemen, indien nodig door een hervorming van
de regels voor de beslechting van arbeidsgeschillen. Er moeten meer
hervormingen plaatsvinden die met het oog op herstel van de werkgelegenheid
lagere belastingen op arbeid nastreven. Door de compartimentering van de
arbeidsmarkt te beperken wordt ernaar gestreefd belemmeringen weg te nemen voor
de arbeidskansen van personen die momenteel werkloos zijn, onder hun niveau
werken of een tijdelijk contract hebben, en wordt opgaande beroepsmobiliteit
bevorderd. De EU heeft
behoefte aan geschoold personeel in groeisectoren zoals de digitale economie,
de groene sectoren en de gezondheidszorg. Een belangrijke rol hierin speelt de
opleiding, die ervoor moet zorgen dat vaardigheden afgestemd worden op signalen
van de arbeidsmarkt. Beroepsopleidingen en stelsels voor duaal onderwijs moeten
worden opgewaardeerd zodat jonge mensen de nodige vaardigheden kunnen
verwerven. Een leven lang leren moet een centraal aandachtspunt worden, waarbij
zowel publieke als private spelers worden ingezet en de toegang wordt verruimd
voor alle leeftijden en voor degenen die er het meest behoefte aan hebben. Ook
moet de behoefte aan vaardigheden op regionaal en sectoraal niveau beter worden
geëvalueerd. De situatie van
jongeren en langdurig werklozen in het bijzonder vergt doortastend optreden.
Uitkeringenstelsels moeten een combinatie bieden van vervangingsinkomens met
diensten voor activatie en versterking van capaciteiten, die afgestemd zijn op
individuele behoeften en aangeboden worden via centrale aanspreekpunten.
Fiscale prikkels die werkzoekenden ontmoedigen, moeten worden weggewerkt. De
jongerengarantie vertegenwoordigt een ambitieus streven om verschillende
instrumenten te combineren en daarmee de jongerenwerkloosheid daadwerkelijk aan
te pakken. De beschikbare financiering, waaronder 6,4 miljard EUR voor het
jongerengarantie-initiatief, moet door de lidstaten sneller en efficiënter
worden ingezet en moet worden versterkt met nationale middelen. Slechts drie
operationele programma’s voor een totaal van 1,6 miljard EUR zijn in dit
kader goedgekeurd voor Frankrijk, Italië en Litouwen, waardoor
voorfinancieringen aan deze landen kunnen worden verricht. Om voor het einde
van het jaar de meeste operationele programma’s te kunnen goedkeuren, moet door
de lidstaten zo spoedig mogelijk worden ingegaan op de opmerkingen van de
Commissie. Gemiddeld zijn er
meer dan twee miljoen niet ingevulde vacatures in de EU. Er bestaan weliswaar
beperkingen op de geografische mobiliteit maar toch blijkt dat werknemers de
kansen van het vrije verkeer niet ten volle gebruiken. Om belemmeringen weg te
nemen zal de overdraagbaarheid van pensioenrechten in de EU moeten worden
verruimd en moeten werknemers geholpen worden een weloverwogen keuze inzake
arbeidsmobiliteit te maken, bij voorbeeld door middel van het EURES-netwerk.
Tegelijkertijd moeten stappen worden ondernomen tegen misbruik van de bestaande
regels en om de voortdurende braindrain uit bepaalde regio's tegen te gaan.
Versterkte EU-samenwerking bij de uitwisseling van informatie en goede
praktijken is daarbij belangrijk. Een hoog niveau van werkgelegenheid vereist
dat de reële lonen evolueren in overeenstemming met ontwikkelingen op het
gebied van de productiviteit, ook binnen de bedrijfssector en binnen het
bedrijf. Sommige lidstaten moeten deze correctie nog aanbrengen met betrekking
tot trends van vóór de crisis, wanneer de lonen de productiviteitswinsten
overtreffen. De sociale partners vervullen daarin een cruciale rol. Collectieve
overeenkomsten moeten een bepaalde graad van flexibiliteit mogelijk maken voor
gedifferentieerde loonstijgingen, intersectoraal en sectoraal, naargelang van
specifieke ontwikkelingen in de productiviteit. 2. Pensioenhervormingen. In de hele EU moet voor zowel de houdbaarheid als de toereikendheid
van de pensioenstelsels worden gezorgd. De meeste lidstaten hebben de afgelopen
jaren hun publieke pensioenstelsels hervormd om ze een gezondere basis te geven
nu de Europese maatschappij vergrijst. Zoals in de landspecifieke aanbevelingen
2014 weergegeven, zijn echter in veel gevallen verdere hervormingen
noodzakelijk om de efficiëntie en financiële houdbaarheid van de pensioenen te
verhogen. Tegelijkertijd moet de toereikendheid van de pensioenstelsels worden
verzekerd, zodat een redelijk inkomensniveau na pensionering is gewaarborgd.
Gezien de trend van stijgende levensverwachting is in veel landen een meer
dynamische kijk op de leeftijd waarop mensen met pensioen kunnen gaan nodig, en
moet ook de wettelijke pensioenleeftijd systematischer aan de levensverwachting
worden gekoppeld om voor voldoende evenwicht tussen het leven dat wordt besteed
aan werken en het leven dat in pensioen wordt doorgebracht te zorgen. 3. Moderniseren van de stelsels voor
sociale bescherming. De mechanismen voor sociale
bescherming moeten in alle fasen van iemands leven efficiënt en toereikend
zijn. Er is behoefte aan een vereenvoudigd en gerichter sociaal beleid,
aangevuld met betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang en betaalbaar en
kwaliteitsvol onderwijs, preventie van vroegtijdig schoolverlaten, opleiding en
werkondersteuning, huisvestingssteun en toegankelijke gezondheidszorg. De
gezondheidszorgstelsels moeten worden hervormd om middels efficiënte structuren
hoogwaardige gezondheidszorg, inclusief e-gezondheid, ter beschikking te
stellen. 4. Verbeteren
van de flexibiliteit van de producten- en dienstenmarkten. Het moderniseren van de werking van de netwerksectoren, het verbeteren
van de infrastructuurcapaciteit en de verdere openstelling van de
dienstensectoren blijft een uitdaging voor de meeste lidstaten, zoals blijkt
uit de landspecifieke aanbeveling die in 2014 aan de lidstaten is gedaan waarin
de focus gelegd werd op maatregelen ter verbetering van de werking van hun
netwerksectoren en ter bevordering van de concurrentie in de producten- en
dienstensectoren, met name wat de gereglementeerde beroepen betreft. De
effectieve handhaving van de consumentenwetgeving kan eveneens het vertrouwen
doen toenemen en vraag creëren op de gemeenschappelijke markt. De EU-wetgeving geeft
een kader voor modernisering op nationaal niveau en om Europa in zijn geheel
aantrekkelijker en competitiever te maken. De lidstaten hebben na de
inwerkingtreding van de Dienstenrichtlijn in 2006 talrijke hervormingen in de
dienstensector ondernomen, maar recentelijk was de vooruitgang ongelijker. De
volledige tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn zou de werking van de
gemeenschappelijke markt voor diensten significant verbeteren en zou op lange
termijn tot een economische winst van tot 1,6 % van het EU-bbp kunnen
leiden, bovenop de 0,8 % van het EU-bbp bij het huidige niveau van
implementatie[6]. Dat in het algemeen een groot aantal uitzonderingen op de algemene
principes waarin de richtlijn voorziet blijven bestaan en dat in een aantal
lidstaten de hervormingsprocessen lang duren, weegt nog steeds op de volledige
tenuitvoerlegging van de richtlijn, waardoor de voordelen ervan niet ten volle
kunnen worden benut. Bij het opvoeren van de nationale hervormingen moet de
focus liggen op de opheffing van de volgende barrières: i) onevenredige en
ongerechtvaardigde vergunningsvereisten, met name vereisten inzake rechtsvorm
en aandeelhouderschap, in sommige lidstaten; ii) gebrek aan duidelijkheid van
de nationale wetgeving voor wat betreft de regels die gelden voor bedrijven die
grensoverschrijdende diensten aanbieden; iii) gebrek aan wederzijdse erkenning;
iv) omslachtige administratieve procedures, met ruimte voor verbetering van de
prestaties van de onestopshops; iv) ongelijke vooruitgang inzake de aan de gang
zijnde wederzijdse beoordeling van beroepsreglementering en hervormingen van
gereglementeerde beroepen; v) resterende obstakels voor het vrij verkeer van
goederen. De Commissie zal nauw met de lidstaten blijven samenwerken om deze
barrières op te heffen[7]. 5. Verbeteren van de randvoorwaarden voor
bedrijfsinvesteringen. De inspanningen om het
ondernemingsklimaat te versterken om het investeringsvriendelijker te maken
zijn uiterst belangrijk om, met name in lidstaten met beperkte budgettaire
ruimte voor publieke investeringen, meer private investeringen binnen te halen.
Publiek-private partnerschappen en governance van staatsbedrijven zullen
zorgvuldig moeten worden vormgegeven om de publieke bestedingen en private
investeringen efficiënter te maken. Overheidsopdrachten moeten verder worden
opengesteld, met name onder gebruikmaking van de EU-wetgeving. Dit houdt ook in
dat de administratieve capaciteit van aanbestedende autoriteiten om te plannen
en uit te voeren wordt versterkt, met name middels e-aanbesteding. In veel
gevallen zijn ook verbeterde efficiëntie van procedures en grotere
transparantie vereist. Goed werkende insolventiekaders zijn eveneens cruciaal
voor een efficiënte herallocatie van middelen. 6. Verbeteren
van de kwaliteit van investeringen in onderzoek en innovatie (O&I). Investeringen in O&I op nationaal en regionaal niveau hebben een
kritieke rol te spelen in het aanzwengelen van houdbare groei. De lidstaten
moeten prioriteit blijven geven aan publieke investeringen in onderzoek en
innovatie en voor efficiëntie en leverage zorgen met betrekking tot private
investeringen. De lidstaten moeten de focus leggen op de kwaliteit van
O&I-instellingen, op hun strategieontwikkelings- en
beleidvormingsprocessen, en op programma’s. Tegelijkertijd moeten zij de
hervormingen op tempo houden om voor een investeringsvriendelijk klimaat te
zorgen, dat een noodzakelijke voorwaarde is voor bedrijfsinvesteringen in
O&I en voor snelgroeiende innovatieve kmo's. 7. Verbeteren
van de efficiëntie in het openbare bestuur. De
openbare besturen over heel de EU blijven geconfronteerd met de uitdaging om
"beter te presteren met minder", dat wil zeggen om aan publieke
behoeften te voldoen in tijden van krappere budgetten, het bedrijfsklimaat te
verbeteren door de administratieve en regelgevingslast voor bedrijven en
burgers te verlichten en zich aan de behoeften van de digitale economie aan te
passen. Dit blijft een uitdaging in de grote meerderheid van de lidstaten. Een
aantal ervan heeft een begin gemaakt met institutionele of territoriale
hervormingen, met het tweeledige doel besparingen te realiseren middels de
rationalisering van hun organisatie en te zorgen voor een soepele
besluitvorming en uitvoering van hervormingen middels een verduidelijking van
de bevoegdheden van de verschillende institutionele of overheidslagen. Bovendien moeten de lidstaten, in de trant van het op EU-niveau
uitgevoerde programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT),
vereenvoudiging en een meer digitale aanpak van het openbaar bestuur
doorvoeren. Het elimineren van de papierwinkel en regelgevingsobstakels zou tot
hogere kwaliteit, eenvoudigere en meer toegankelijke wetgeving moeten leiden en
het pad moeten effenen voor een bedrijfs- en burgervriendelijker klimaat, wat
op zijn beurt bevorderlijk is voor investeringen. In dit verband is het
verbeteren van de efficiëntie en het verzekeren van de billijkheid van een
onafhankelijke rechterlijke macht eveneens een belangrijke basisvoorwaarde. Het
is duidelijk dat zaken zoals de lengte van procedures, het aantal onafgedane
zaken, het onvoldoende gebruik van ICT, de bevordering van alternatieve
geschillenbeslechtingsmechanismen en de onafhankelijkheid van de rechterlijke
macht dienen te worden aangepakt. 4. DOORVOEREN VAN BUDGETTAIRE
VERANTWOORDELIJKHEID Gezien de scherpe toename van de tekort- en
schuldniveaus in heel de EU tijdens de financiële crisis was een significante
mate van begrotingsconsolidatie noodzakelijk om het vertrouwen in de
houdbaarheid van de publieke financiën van de lidstaten te herstellen en de
vicieuze cirkel tussen overheidsschuldontwikkelingen en financiële
instabiliteit te doorbreken. Dankzij de significante aanpassingen in de
afgelopen jaren zijn in de EU de tekorten verminderd en de schuldniveaus
gestabiliseerd. Deze budgettaire verbeteringen blijken uit de sterke daling van
het aantal landen waartegen een buitensporigtekortprocedure loopt – 24 in 2011,
11 in 2014. Volgens de laatste prognose zal de begrotingskoers in de EU de
komende jaren neutraal blijven, wat betekent dat het begrotingsbeleid niet op
de voortgang van de groei zal wegen. Niettemin blijft de overheidsschuld zeer hoog waardoor, in combinatie
met de hoge externe schuldenlast, de economieën gevoeliger zijn voor negatieve
schokken en een rem kan worden gezet op de groei. Dergelijke onevenwichtigheden
kunnen ook een bedreiging vormen voor de soepele werking van de eurozone als
geheel. De groei van de overheidsschuld moet de komende jaren nog worden
gekeerd, in lijn met de verplichtingen van de lidstaten op basis van het
stabiliteits- en groeipact. Dit kan worden verwezenlijkt middels een combinatie
van verantwoordelijk begrotingsbeleid en economische groei. Allereerst moet het
tempo van de begrotingsaanpassing worden afgestemd op de budgettaire uitdagingen
van de lidstaat. Terwijl lidstaten met houdbaarheidsmoeilijkheden moeten
blijven consolideren, moeten lidstaten met budgettaire ruimte deze gebruiken om
groei te ondersteunen. Ook moeten de lidstaten ten volle van de onlangs
versterkte nationale begrotingskaders gebruikmaken om het juiste
begrotingstraject vast te stellen en zich eraan te houden. In de tweede plaats
moet de samenstelling van de begrotingsstrategieën op een groeivriendelijke
manier worden vormgegeven. In verscheidene landen kan, met inachtneming van de
consolidatievereisten, het benadrukken van uitgavenbeperking, eventueel in
combinatie met verlaging van de meest verstorende belastingen, tot meer groei
en investeringen bijdragen. Kader 4. Verantwoordelijke groeivriendelijke begrotingsconsolidatie De manier waarop de lidstaten met begrotingsconsolidatie zijn omgegaan, was tot nu toe niet zeer groeivriendelijk. Deze was te veel geconcentreerd op belastingverhogingen, die niet het geschiktst zijn in de meeste lidstaten waar de belastingdruk reeds hoog is. Aan de uitgavenzijde van de nationale begrotingen werd vooral in de publieke investeringen gesnoeid, ondanks het groeibevorderende potentieel van dergelijke begrotingsuitgaven. Tegelijkertijd diende men in sommige lidstaten, gezien zowel de omvang van de noodzakelijke budgettaire aanpassing als de dynamiek van de financiële crisis, zijn toevlucht te nemen tot snelle oplossingen. Nu de financiële crisis bedaart en het consolidatietempo vertraagt, is de samenstelling van de begrotingsmaatregelen gaan verbeteren. Dit was reeds zichtbaar in 2014 en blijkt ook uit de ontwerpbegrotingen voor 2015. De daling van de investeringsuitgaven is een halt toegeroepen, terwijl de samenstelling van de ontvangsten groeivriendelijker is geworden. Vooral de ontwerpbegrotingen voor 2015 kenmerken zich door een aantal positieve fiscale maatregelen om de belastingdruk op arbeid te verminderen, hoewel het ambitieniveau nog steeds niet aan de uitdagingen beantwoordt. Wat de ontvangstenzijde betreft, is het
belangrijk om te zorgen voor een efficiënt en groeivriendelijk
belastingsysteem. Werkgelegenheid en groei kunnen worden gestimuleerd door een
verschuiving van de belasting op arbeid naar andere soorten belastingen die
minder nadelig zijn voor de groei, zoals periodieke vastgoed-, milieu- en
consumptiebelastingen, waarbij met de mogelijke verdelingsimpact van een
dergelijke verschuiving rekening wordt gehouden. De hoge belastingdruk op
arbeid is een al lang bestaand probleem in Europa, met verschillen van 40 %
tussen de lidstaten tussen de gemiddelde loonkosten en het nettoloon.
Verbreding van de belastinggrondslagen, vereenvoudiging en verhoogde
transparantie kunnen ook bijdragen tot een verhoging van de efficiëntie van het
belastingstelsel en de naleving van de belastingwetgeving alsmede de
bestrijding van agressieve fiscale planning. Aan de uitgavenzijde dienen productieve
overheidsinvesteringen en meer groeivriendelijke posten van de lopende uitgaven
prioriteit te krijgen — en zullen snelle beslissingen over het door de
Commissie voorgestelde investeringsplan voor Europa deze prioriteiten helpen
ondersteunen. De sociale vangnetten moeten hun rol spelen om armoede te
bestrijden en sociale inclusie te bevorderen. De efficiëntie van de bestaande
uitgavenprogramma’s in het verwezenlijken van hun doelstellingen moet worden
versterkt door de goedkeuring van hervormingen en andere maatregelen, zoals
uitgaventoetsingen. Ten minste acht lidstaten zijn momenteel of waren onlangs
betrokken bij de een of andere vorm van uitgaventoetsing: het Verenigd
Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Italië, Ierland, Denemarken, Spanje en
Zweden. Het op grotere schaal delen van de resultaten en ervaringen die zijn
opgedaan met deze toetsingen moet deel uitmaken van het algemene
governancesysteem. Het stabiliteits- en groeipact biedt het
juiste kader voor groei op lange termijn in de context van houdbare
overheidsfinanciën, met inbegrip van flexibiliteit indien nodig. Het legt de
nadruk op budgettaire ontwikkelingen in structurele termen, en niet alleen op
het nominale tekort. Hierdoor kunnen ontwikkelingen waarover de overheid geen
controle heeft er worden uitgefilterd, ongeacht of deze negatief (bv.
asymmetrische schokken) of positief (bv. meevallers) zijn. Daardoor krijgen we
een beter idee van de onderliggende begrotingstoestand. Elke lidstaat wordt
individueel beoordeeld, rekening houdend met zijn specifieke economische
situatie en nationale uitdagingen als gevolg van de vergrijzing, mede op het
gebied van pensioen- en gezondheidszorgbeleid, en de overheidsschuld. 5. STROOMLIJNEN VAN ONS
GOVERNANCESYSTEEM OM HET EFFECTIEVER TE MAKEN EN HET OWNERSHIP TE VERGROTEN Met voorliggende
jaarlijkse groeianalyse wordt het startschot gegeven voor de jaarlijkse cyclus
van economische governance, bekend als het Europees semester. Het combineert
toezicht op EU-niveau op het budgettaire, macro-economische en structurele
beleid voordat de nationale begrotingen en besluiten voor het volgende jaar
worden opgesteld. Sinds 2011 is het Europees semester gebruikt voor het
initiëren en begeleiden van belangrijke budgettaire en structurele hervormingen
in de lidstaten. Samen met deze jaarlijkse groeianalyse heeft de Commissie een
evaluatie van de "sixpack"- en "twopack"wetgeving
uitgevoerd die de economische governance van de EU heeft versterkt[8]. Het Europees
semester is inmiddels een belangrijk instrument voor het realiseren van
hervormingen op het nationale en het EU-niveau, door ervoor te zorgen dat de EU
en haar lidstaten hun economisch beleid en hun inspanningen ter bevordering van
de werkgelegenheid, groei en investeringen coördineren. De monitoring door de
Commissie[9] heeft echter aangetoond dat er nog steeds gebrek is aan ownership,
hetgeen resulteert in een onbevredigend niveau van implementatie van de
landspecifieke aanbevelingen, met name op het gebied van structurele
hervormingen. Met het oog op Europa's economische uitdagingen is de Commissie
van mening dat nu het moment is aangebroken voor het stroomlijnen en
versterken van het Europees semester om het doeltreffender te maken door,
in lijn met de in voorliggende jaarlijkse groeianalyse gepresenteerde
geïntegreerde aanpak, de focus, duidelijkheid en politieke rol ervan te
vergroten. Een hervormd Europees semester moet gericht zijn op het vergroten
van de doeltreffendheid van de coördinatie van het economische beleid op het
niveau van de EU middels een vergrote verantwoording en een verbeterd ownership
door alle actoren (zie bijlage). Het doel van de stroomlijning van het semester
is het politieke ownership, de politieke verantwoording en de politieke
aanvaarding van het proces te vergroten, de geloofwaardigheid en de
vergelijkbaarheid ervan in alle lidstaten te versterken en de tenuitvoerlegging
van de landspecifieke aanbevelingen te helpen verbeteren. De bespreking
betreffende het Europees semester is ook belangrijk gezien de evaluatie
halverwege van de Europa 2020-strategie, die tijdig zal worden gepresenteerd
voor bespreking op de Europese Voorjaarsraad van 2015. Na de mededeling
over de stand van de uitvoering van de Europa 2020-strategie die in maart ll.
werd gepubliceerd[10] en op basis van de resultaten van de publieksraadpleging, de
samenvatting van de debatten in de Raad en de input van de belanghebbenden, is
de Commissie bezig met de evaluatie halverwege van de Europa 2020-strategie en
zal zij begin 2015 haar ideeën presenteren. De EU kan de
uitdaging op het gebied van banen en groei slechts succesvol aangaan als er
brede consensus is over de beleidskoers en er een sterk draagvlak voor de
hervormingsinspanningen bij de stakeholders aanwezig is. Dit betekent dat de
nationale parlementen, de sociale partners en de maatschappelijke organisaties
in het algemeen alle meer moeten betrokken worden bij de implementatie van
beleid waarover op EU- en nationaal niveau beslist wordt. Om de nationale
parlementen nauwer bij het proces te betrekken, komen elk jaar de nationale
parlementen en het Europees Parlement tijdens de parlementaire week bijeen om,
met deelname van de Commissie, te debatteren over het Europees semester. Het is duidelijk
ook nodig om de sociale vooruitgang en de impact van de hervormingen in de loop
van de tijd te monitoren. Er is al begonnen met de versterking van de sociale
dimensie van de Economische en Monetaire Unie. Met name worden in de procedure voor
macro-economische onevenwichtigheden werkgelegenheids- en sociale indicatoren
opgenomen die ten volle moeten worden gebruikt teneinde een beter inzicht in de
arbeidsmarkt en de sociale ontwikkelingen en risico's te verkrijgen. De
Commissie zal er ook voor zorgen dat de Europese sociale partners beter bij
het proces van het Europees semester worden betrokken. Terwijl de eerste
ideeën zullen worden getest en geïmplementeerd voor het Europees semester van 2015,
zullen de komende maanden verdere voorstellen worden uitgewerkt als onderdeel
van de werkzaamheden met betrekking tot de verdieping van de economische
governance, die door de voorzitter van de Commissie, samen met de voorzitters
van de Europese Raad, de Europese Centrale Bank en de Eurogroep zullen worden
gecoördineerd[11]. 6. CONCLUSIE Er moet dringend
een nieuwe start worden gemaakt met de economische beleidsvorming van de EU. In
haar jaarlijkse groeianalyse voor 2015 stelt de Commissie voor dat de EU met
betrekking tot het economisch beleid een geïntegreerde aanpak doorvoert die is
opgebouwd rond drie hoofdpijlers, die alle samen werkzaam moeten zijn —
stimulering van investeringen, versnelling van structurele hervormingen en
doorvoering van verantwoordelijke groeivriendelijke begrotingsconsolidatie. De lidstaten
moeten prioritair het als onderdeel van voorliggende jaarlijkse groeianalyse
voorgestelde investeringsplan van 315 miljard EUR goedkeuren. Zij moeten zich
ertoe verbinden de wetswijzigingen tot stand te brengen die vereist zijn om het
voorgestelde nieuwe fonds tegen eind juni 2015 te creëren. De lidstaten moeten
zich er ook toe verbinden de komende drie jaar het gebruik van innovatieve
financiële instrumenten ten behoeve van de implementatie van projecten onder de
Europese structuur- en investeringsfondsen in totaal ten minste te verdubbelen. Afhankelijk van
de situatie van elke lidstaat moet de voorgestelde geïntegreerde aanpak op
nationaal niveau worden geïmplementeerd door aandacht te besteden aan de
starheden op de arbeidsmarkt om hoge niveaus van werkloosheid aan te pakken,
door het doorvoeren van pensioenhervormingen, door het moderniseren van de
stelsels voor sociale bescherming, door het verbeteren van de flexibiliteit van
de producten- en dienstenmarkten, door het verbeteren van de raamvoorwaarden
voor bedrijfsinvesteringen, door het verbeteren van de kwaliteit van de
investeringen in onderzoek, innovatie, onderwijs en opleiding en door het
verbeteren van de efficiëntie van het openbaar bestuur. De sociale partners
worden uitgenodigd om actief aan de binnenlandse hervormingsagenda's bij te
dragen. Een verhoogde
betrokkenheid van de nationale parlementen, sociale partners en stakeholders
bij het Europees semester is noodzakelijk om het nationale ownership en de
nationale verantwoording te versterken. De stroomlijning van het Europees
semester van 2015 zal een eerste stap in deze richting zijn. De voorgestelde
geïntegreerde aanpak vraagt om politiek leiderschap van de lidstaten, het
Europees Parlement en de Europese Raad. De Commissie zal met alle actoren
samenwerken om ervoor te zorgen dat Europa teruggebracht wordt naar de weg van
een houdbaar economisch herstel. BIJLAGE Stroomlijning
en versterking van het Europees semester Het Europees semester slaat op de jaarlijkse
cyclus van coördinatie van het economische en budgettaire beleid waarbij
richtsnoeren aan de lidstaten worden gegeven voordat zij beleidsbeslissingen op
nationaal niveau nemen. De richtsnoeren worden gegeven in de context van het
stabiliteits- en groeipact en de procedure voor macro-economische
onevenwichtigheden. Het Europees semester dient ook om de Europa 2020-strategie
te implementeren. Het Europees semester start elk jaar met de
publicatie door de Commissie van de jaarlijkse groeianalyse. Daarin worden de
algemene economische prioriteiten voor de EU geschetst. Er wordt door de andere
instellingen over gedebatteerd en zij wordt meegenomen in de bespreking die tot
de Europese Voorjaarsraad leidt. De lidstaten leggen in het voorjaar van elk
jaar nationale programma's voor. De Commissie stelt vervolgens op basis van
haar beoordeling van de nationale economische situatie en het nationale
economische programma landspecifieke beleidsaanbevelingen voor elke lidstaat
voor. Alle betrokken beleidsdomeinen komen aan bod: budgettaire,
macro-economische en structurele hervormingen. De aanbevelingen worden in de
Raad besproken en door de Europese Raad van juni bevestigd, alvorens
uiteindelijk door de Raad te worden aangenomen. Van de lidstaten wordt verwacht
dat zij de aanbevelingen in hun begrotings- en beleidsplan voor het volgende
jaar weergeven en in de komende 12 maanden implementeren. Hoewel het Europees semester de coördinatie van
het economisch beleid op EU-niveau heeft versterkt, heeft de beperkte en soms
ontbrekende implementatie van landspecifieke sleutelaanbevelingen de
effectiviteit ervan op losse schroeven gezet. Een gestroomlijnd en versterkt
Europees semester moet op de bestaande sterke punten van het proces voortbouwen
en de zwakke punten ervan aanpakken, door de diverse fasen en de outputs ervan
te vereenvoudigen, door de samenwerking en dialoog met de lidstaten te
verbeteren, door de rapportagevereisten te beperken, door het multilaterale
karakter van het proces te verhogen en door het ownership op alle niveaus te versterken. Vereenvoudigen van de outputs van de
Commissie en mogelijk maken van meer feedback over de analyse van de Commissie. De gebruikelijke gezamenlijke indiening van de jaarlijkse groeianalyse
en het waarschuwingsmechanismeverslag in het najaar werkt goed, omdat de twee
documenten elkaar aanvullen en de EU-totaalaanpak voor het komende jaar
omvatten. Maar de twee voornaamste landspecifieke documenten die later in het
proces worden geproduceerd, de werkdocumenten van de diensten van de Commissie
waarvan de landspecifieke aanbevelingen vergezeld gaan en de diepgaande
analyses die ingevolge het waarschuwingsmechanismeverslag worden ingediend,
worden momenteel op twee verschillende tijdstippen in het voorjaar ingediend.
Met één uitgebreide economische beoordeling per lidstaat die als basis dient
voor de tot de lidstaten te richten aanbevelingen, zou de coherentie van het
proces verbeteren en de administratieve last verminderen. Een vroegere
publicatie van deze documenten – bijvoorbeeld in maart – zou ook ruimte laten
voor grotere transparantie en mogelijke feedback op de analyse van de
Commissie. Stroomlijnen van de rapportagevereisten van
de lidstaten: De aan de lidstaten opgelegde
rapportagevereisten moeten evenredig zijn en een duidelijke meerwaarde hebben.
Daarbij moet de aanpak van "het maar één keer te zeggen" worden
gevolgd, waarbij beschikbare informatie die middels documenten en missies ter
plaatse is verzameld daadwerkelijk wordt gedeeld en hergebruikt, terwijl de
focus van het werk op Europees niveau op het analyseren en actualiseren ervan
wordt gelegd. Nationale hervormingsprogramma's kunnen op nationaal niveau een
belangrijke rol op het gebied van communicatie en ownership spelen als de focus
ervan zo verlegd wordt dat in een vroeger stadium een meer gerichte nationale
input in de analyse van de Commissie wordt geleverd en de nationale parlementen
en sociale partners bij de formulering ervan wordt betrokken. Bevorderen van het multilaterale karakter van
het proces: Het ownership van het Europees semester
door de lidstaten is globaal nog steeds te zwak op nationaal niveau, maar ook
op Europees niveau. Dit beperkt de kwaliteit van de discussie en verdere
implementatie van de landspecifieke aanbevelingen. In domeinen waar de
toezichtsinstrumenten krachtiger zijn, zoals het kader van de publieke
financiën en het begrotingskader, werden de aanbevelingen significant beter
geïmplementeerd. Een gestroomlijnd proces moet meer tijd laten om de
EU-richtsnoeren te onderzoeken en te bespreken. De vroege presentatie van de
landspecifieke analyse van de Commissie zou in dat opzicht ook helpen.
Bovendien zou het mogelijk moeten zijn samen met het voorzitterschap van de
Raad door het jaar de prestaties en het beleid vaker aan een zorgvuldig
onderzoek te onderwerpen. Verbeterde vergelijkbaarheid van beleidsacties en
-resultaten in alle lidstaten zou ook de groepsdruk bevorderen en verder
inspirerend werken voor dergelijke multilaterale discussies. In de context van
de voorbereiding van de bespreking in de Raad van de ontwerpaanbevelingen en
met het oog op het debat tijdens de Europese Raad van juni is het bijzonder
belangrijk van gedachten te wisselen over de monitoring door de Commissie van
de totstandbrenging van de hervormingen. Openstelling van het proces en het meer in
contact treden met andere actoren: De democratische
legitimiteit van het proces van het Europees semester is soms ter discussie
gesteld. De jongste jaren heeft de Commissie middels bilaterale bijeenkomsten,
gerichtere bespreking in de comités van de Raad en uitgebreidere technische
missies geleidelijk aan een diepere en permanentere dialoog met de lidstaten
tot stand gebracht. Ook de parlementaire betrokkenheid is verbeterd. Wat het
Europees Parlement betreft is een nauwe betrokkenheid mogelijk gemaakt middels
de bij de sixpackwetgeving ingevoerde economische dialoog, waarmee in
besprekingen tussen het Europees Parlement enerzijds en de lidstaten, de Raad,
de Commissie, de Europese Raad en de Eurogroep anderzijds is voorzien.
Bovendien heeft het Parlement op cruciale momenten van het Europees semester
belangrijke politieke debatten gehouden. De vertrouwdheid van de nationale
parlementen met het Europees semester is door de jaren heen vergroot dankzij de
tenuitvoerlegging van de twopackwetgeving en meer directe betrokkenheid van de
Commissie middels presentaties en debatten. Ondanks dergelijke positieve
ontwikkelingen is er ruimte voor bredere dialoog, niet alleen met de
parlementen, maar ook met de sociale partners. De Commissie zou in de toekomst
bijvoorbeeld met het Europees Parlement en de sociale partners op Europees
niveau in contact kunnen treden voordat de jaarlijkse groeianalyse wordt
gepresenteerd en het debat kunnen voortzetten nadat deze is aangenomen. Op
basis van haar landspecifieke analyse zou de Commissie ook met het Europees
Parlement in contact kunnen treden om opkomende horizontale kwesties te
bespreken, en eventueel met de sociale partners in contact kunnen treden om
feedback over actuele landspecifieke zaken te ontvangen. [1]
Cf. Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie van 15 juli 2014:
http://ec.europa.eu/about/juncker-commission/docs/pg_nl.pdf. [2] Najaarsprognose voor 2014 van de Commissie, 4 november 2014 http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/european_economy/2014/pdf/ee7_en.pdf [3] Zoals aangekondigd in de politieke beleidslijnen voor de
volgende Europese Commissie van 15 juli 2014. [4] Dit is met name het geval voor Italië (-25 %),
Portugal (-36 %), Spanje (-38 %), Ierland (-39 %) en Griekenland
(-64 %). [5] "Mapping the Cost of Non-Europe 2014-19",
studie gepubliceerd door het Europees Parlement in juli 2014. [6]
J. Monteagudo, A. Rutkowski, D. Lorenzani, The economic impact of
the Services Directive: A first assessment following implementation, Economic
Papers 456, June 2012, http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/economic_paper/2012/pdf/ecp_456_en.pdf [7] COM(2012) 261 van 8 juni 2012. [8] COM (2014) 905 van 28 november 2014. [9] De beoordelingen door de Commissie worden gepresenteerd
in de jaarlijkse werkdocumenten van de diensten van de Commissie waarvan de
landspecifieke aanbevelingen vergezeld gaan http://ec.europa.eu/europe2020/making-it-happen/country-specific-recommendations/index_en.htm [10] COM(2014)
130 final, "Tussenopname van de Europa 2020-strategie voor slimme,
duurzame en inclusieve groei", http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/europe2020stocktaking_en.pdf en http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/europe2020stocktaking_en.pdf [11] Zoals afgesproken op de eurozonetop van 24 oktober 2014.