52014DC0619

VERSLAG VAN DE COMMISSIE over de toepassing in 2013 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie /* COM/2014/0619 final */


Dit verslag is opgesteld krachtens artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie[1] en heeft betrekking op het jaar 2013[2]. Het is gebaseerd op de statistische gegevens waarvan in de bijlage een samenvatting wordt gegeven.

Die statistieken betreffen het aantal verzoeken, niet het aantal gevraagde documenten. In de praktijk kan een verzoek zowel één enkel document betreffen als een volledig dossier voor een specifieke procedure die duizenden documenten bevat. Verzoeken om toegang tot documenten die op het moment van indiening van het verzoek al toegankelijk voor het publiek waren, zijn niet meegerekend.

In 84 % van de gevallen werden de gevraagde documenten in de eerste fase openbaar gemaakt. In het confirmatieve stadium werd in 42 % van de gevallen volledige of gedeeltelijke toegang verleend.

1.           Registers en websites

1.1.        In 2013 zijn 20 108 nieuwe documenten toegevoegd aan het documentenregister van de Commissie (zie tabel 1 in de bijlage).

1.2.        In 2013 had het openbare register van de Commissie betrekking op de volgende documenten: COM, SEC, C, JOIN, WDC PB en PV-reeksen. In 2013 zijn door de Commissie geen gevoelige documenten opgesteld of ontvangen die in een van deze categorieën vallen.

1.3.        Onderstaande tabel bevat gegevens betreffende het bezoek aan de website over toegang tot documenten op EUROPA in 2013[3].

|| Unieke bezoekers || Bezoeken || Bekeken pagina’s

Totaal || 34 178 || 40 175 || 71 152

Maandgemiddelde || 2 848 || 3 348 || 5 929

2.           Samenwerking met de andere instellingen waarop de verordening van toepassing is

De drie instellingen (Europees Parlement, Raad en Commissie) kwamen op administratief niveau regelmatig bijeen om ervaringen uit te wisselen, goede praktijken te ontwikkelen en een consistente toepassing van de verordening te waarborgen.

3.           Analyse van de verzoeken om toegang

3.1.        In 2013 nam de stroom van verzoeken om toegang in het eerste stadium toe wat het aantal aanvragen betreft (6 525 in 2013 in vergelijking met 6 014 in 2012). Het aantal antwoorden op grond van Verordening 1049/2001 bedroeg 5 906 in 2013 ten opzichte van 5 274 in 2012.

3.2.        Wat de confirmatieve fase betreft, steeg het aantal ontvangen verzoeken licht met bijna 3 % (236 nieuwe confirmatieve verzoeken in 2013 tegenover 229 in 2012). In 2013 werden 252 gevallen afgesloten, in vergelijking met 202 in 2012. Dit betekent een aanzienlijke stijging van 25 %. (Zie tabel 5 van de bijlage)

3.3.        Zoals in 2012 ontvingen het secretariaat-generaal en het directoraat-generaal Gezondheid en consumenten in 2013 het grootste aantal initiële verzoeken (respectievelijk 13,9 %[4] en 8,3 % van het totaal), op de voet gevolgd door het directoraat-generaal Mededinging met 5,2 % van de initiële verzoeken en het directoraat-generaal Milieu met 5,1 %. Het aantal verzoeken om documenten van het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie (dat op de eerste plaats stond in 2011) is gestegen, terwijl de vraag naar documenten van het directoraat-generaal Mededinging is gedaald.

3.4.        De academische wereld bleek nogmaals de actiefste categorie verzoekers, goed voor 22,1 % van de initiële verzoeken (in tegenstelling tot 22,7 % in 2012). Op de tweede plaats volgden de maatschappelijke organisaties (ngo’s, belangengroepen) met 16,6 % (tegenover 10,3 % in 2012) en advocatenkantoren met 14,5 % (tegenover 13,6 % in 2012) van het totale aantal aanvragen. Voor 25,3 % van de verzoeken is het sociaalprofessionele profiel van de verzoekers niet gedefinieerd. Dit komt neer op een daling van 33,8 % in 2012. (Zie tabel 8 van de bijlage)

3.5.        Ook de geografische uitsplitsing van de initiële verzoeken kwam overeen met die in de voorgaande jaren. De meeste verzoeken kwamen uit België (24,2 %). Behalve België en Duitsland (13 %), waren er geen lidstaten met meer dan 10 % van de aanvragen. Deze twee landen worden gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Italië. (Zie tabel 9 van de bijlage)

4.           Uitzonderingen op het toegangsrecht

4.1.        In 2013 daalde het percentage verzoeken die in eerste instantie volledig geweigerd werden, in vergelijking met het jaar daarvoor (14,5 % in 2013 tegenover 17 % in 2012). In bijna vier van de vijf gevallen (73,5 % tegenover 74,5 % in 2012) is volledige toegang verleend, terwijl het percentage van de gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten in vergelijking met voorgaande jaren is gestegen tot 10,7 % (in vergelijking met 8,6 % in 2012). (Zie tabel 3 van de bijlage)

4.2.        Het aantal gevallen waarin de Commissie na een confirmatief verzoek het standpunt van haar diensten heeft gewijzigd door eerder geweigerde documenten volledig openbaar te maken, is lichtjes gestegen (20,1 % tegenover 18,8 % in 2012). Daarenboven nam het aantal gevallen waarin een weigering volledig werd bevestigd, licht af en steeg het aantal gevallen waarin ruimere toegang werd verleend na een confirmatief verzoek. (Zie tabel 6 van de bijlage)

4.3.        De frequentie waarmee de bescherming van het besluitvormingsproces van de Commissie (artikel 4, lid 3) in de eerste fase als weigeringsgrond wordt ingeroepen, in verhouding tot alle ingeroepen uitzonderingen, is licht gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar (27,1 % tegenover 25,2 % in 2012). Het was de meest gebruikte uitzonderingsgrond, voor de uitzondering ter bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits (artikel 4, lid 2, derde streepje), goed voor 23,6 % van de ingeroepen uitzonderingen (tegenover 25,3 % in 2012). (Zie tabel 4 van de bijlage)

4.4.        Het aandeel van de besluiten waarin de bescherming van commerciële belangen als uitzondering werd ingeroepen, bleef redelijk stabiel (16,2 % tegenover 16,9 % in 2012). De frequentie van het gebruik van de uitzondering betreffende de bescherming van de internationale betrekkingen is echter gestegen (6,2 % tegenover 3,6 % in 2012). (Zie tabel 4 van de bijlage)

4.5.        De meest gebruikte reden om een toegangsweigering te bevestigen was, zoals in de vorige jaren, de bescherming van het doel van onderzoeken (artikel 4, lid 2, derde streepje) (36,9 % tegenover 45,1 % in 2012). (Zie tabel 7 van de bijlage)

– Het percentage besluiten waarin de bescherming van het besluitvormingsproces van de Commissie als een uitzondering werd ingeroepen, bedroeg 16,1 % (een stijging in vergelijking met 2012). Ook de frequentie van besluiten waarin het lopende besluitvormingsproces werd ingeroepen, is toegenomen (10,6 % tegen 6,5 % in 2012). Er was echter een daling van de gevallen betreffende standpunten voor intern gebruik waarin het besluit al was genomen (5,6 % in vergelijking met 9,2 % in 2012).

– Er valt een aanzienlijke stijging te melden wat betreft de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van individuen (16,2 % tegenover 10,5 % in 2012). De bescherming van commerciële belangen werd iets frequenter aangevoerd dan in het voorgaande jaar (12 % tegenover 11,8 % in 2012). Wat betreft de uitzondering op grond van de bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies, was er een daling van 7,9 % in 2012 tot 6,9 % in 2013.

5.           Klachten bij de Europese Ombudsman

5.1.        In 2013 heeft de Ombudsman de volgende 15 klachtendossiers afgesloten die betrekking hadden op de behandeling door de Commissie van verzoeken om toegang tot documenten:[5]

6 dossiers afgesloten met kritische en/of andere opmerkingen:

· 2335/2008/(VIK)CK;

· 2781/2008/(TS)FOR;

· 1817/2010/(DK)RA;

· 277/2012/RA;

· 1111/2012/AN;

· 1108/2012/RT

9 dossiers afgesloten zonder verdere actie

· 1947/2010/PB;

· 2207/2010/PB;

· 422/2011/AN;

· 772/2012/(KM)PMC;

· 1454/2012/ANA;

· 1598/2012/(KM)PMC;

· 1750/2012/(GG)BEH;

· 375/2013/ANA;

· 1242/2013/RA

5.2.        De Ombudsman heeft in de loop van het jaar 22 nieuwe onderzoeken geopend waarbij toegang tot documenten het hoofdonderwerp of een onderdeel van de klacht was.

6.           Rechterlijke toetsing

6.1.        Evenals in voorgaande jaren is in 2013 belangrijke nieuwe jurisprudentie tot stand gekomen.

6.2.        Het Hof van Justitie heeft in hogere voorziening een belangrijk arrest gewezen in de gevoegde zaken C-514/11 P — LPN en Finland/Commissie, C-605/11 P, Finland/Commissie. Dit arrest heeft betrekking op het milieubeleid.

6.3.        Het Hof van Justitie heeft een beschikking gegeven tot afwijzing van de hogere voorziening van de Commissie tegen de beschikking van de president van het Gerecht waarin de Commissie wordt gelast de publicatie van een gedetailleerdere niet-vertrouwelijke versie van Beschikking C(2008) 6815 def. van 12 november 2008 in een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (Zaak COMP/39.125 – Autoglas) achterwege te laten.

6.4.        Het Gerecht heeft zes arresten gewezen die verband houden met het recht op toegang tot documenten:

· T-392/07, Strack/Commissie, arrest van 15.1.2013

· T-301/10, Sophie In 't Veld/Commissie, arrest van 19.3.2013

· T-93/11, Stichting Corporate Europe Observatory/Commissie, arrest van 7.6.2013

· T-111/11, ClientEarth/Commissie, arrest van 13.9.2013

· T-380/08, Netherland/Commissie, arrest van 13.9.2013

· T-545/11, Stichting Greenpeace Nederland en PAN Europe/Commissie, arrest van 8.10.2013

· T-561/12, Beninca/Commissie, arrest van 25.10.2013

6.5.        In één zaak heeft het Gerecht gelast deze uit het register te verwijderen nadat de verzoeker zich had teruggetrokken: T-498/12, Koinopraxia Touristiki Loutrakiou/Commissie

6.6.        In de volgende twee zaken besliste het Gerecht geen uitspraak te doen:

· T-403/05 RENV, My Travel/Commissie

· T-56/13, ClientEarth en Stichting BirdLife Europe/Commissie

6.7.        Tegen besluiten van de Commissie op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zijn bij het Gerecht tien nieuwe zaken aanhangig gemaakt:

· T-3/13, Ronja/Commissie

· T-56/13, ClientEarth en Stichting BirdLife Europe/Commissie

· T-214/13, Typke/Commissie

· T-419/13, Unión de Almacenistas de Hierros de España/Commissie

· T-456/13, Sea Handling/Commissie

· T-520/13, Philip Morris Benelux/Commissie

· T-538/13, Verein Natura Havel en Vierhaus/Commissie

· T-623/13, Unión de Almacenistas de Hierros de España/Commissie

· T-643/13, Rogesa/Commissie

· T-677/13, Axa Versicherung/Commissie

6.8.        Voorts is in vijf zaken bij het Hof van Justitie hogere voorziening ingesteld tegen beschikkingen/arresten van het Gerecht.

· C-127/13 P, Strack/Commissie

· C-399/13 P, Stichting Corporate Europe Observatory/Commissie

· C-612/13 P, ClientEarth/Commissie

· C-615/13 P, ClientEarth en PAN Europe/EFSA (de Commissie komt tussen aan de zijde van EFSA)

· C-673/13 P, Commissie/ Stichting Greenpeace Nederland en PAN Europe

7.           Conclusies

Het aantal initiële verzoeken om toegang tot documenten is aanzienlijk toegenomen van 991 in 2002 tot 6 525 in 2013. 

De Commissie is nog steeds de instelling waar verreweg het grootste aantal initiële en confirmatieve verzoeken in het kader van Verordening 1049/2001 wordt behandeld.[6] De Commissie behandelt ongeveer dubbel zoveel verzoeken als de Raad en het Europees Parlement samen.

Het aantal confirmatieve verzoeken is voor het vijfde jaar op rij gestegen, aangezien burgers steeds meer gebruik maken van hun recht om bezwaar te maken tegen het initiële besluit van de Commissie.

Uit het grote aantal verzoeken om toegang en de hoge mate van openbaarmaking van documenten blijkt dat het recht van toegang tot documenten een belangrijk instrument is in de algemene inspanningen van de Commissie om de transparantie te bevorderen. Deze omvatten onder andere de recente herziening van het transparantieregister en de versterking van de richtsnoeren van de Commissie voor de raadpleging van belanghebbenden.

Om de transparantie tijdig en op kostenefficiënte wijze te waarborgen, moet het recht van toegang tot documenten blijvend worden aangevuld met een uitgebreide publicatie van informatie en documenten over de wetgevende en niet-wetgevende activiteiten van de Commissie.

[1]               PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

[2]               De in dit verslag gepresenteerde statistieken zijn gebaseerd op gegevens die op 17 juni 2014 waren gecodeerd in de GestDem.

[3]               http://ec.europa.eu/transparency/access_documents/index_en.htm

[4]               Percentages in het beschrijvende gedeelte van het verslag worden afgerond op de dichtstbijzijnde decimaal.

[5]               Voor nadere informatie over elk dossier: http://www.ombudsman.europa.eu/en/cases/home.faces

[6]               - Raad: initiële verzoeken 2013: 2 212; confirmatieve verzoeken 2013: 25; 

- Europees Parlement: gevraagde documenten 2013: 610; confirmatieve verzoeken 2013: 1.

BIJLAGE

Statistieken betreffende de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001

1. Aantal in het register opgenomen documenten

|| COM || SEC || C || JOIN || WDC || PB || PV || Totaal

2013 || 2 170 || 1 591 || 15 196 || 76 || 863 || 125 || 87 || 20 108

initiële verzoeken

2. Aantal ontvangen en behandelde verzoeken

|| 2011 || 2012 || 2013

Ontvangen verzoeken || 6 477 || 6 014 || 6 525

Gegeven antwoorden[1] [2] || 7 075 || 6 334 || 7 659

Antwoorden op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 || 6 055 || 5 274 || 5 906

3. Resultaat

            || 2011 || 2012 || 2013

Geen || % || Geen || % || Geen || %

Toegang verleend || 4 856 || 80,20 || 3 928 || 74,48 || 4 400 || 73,43

Toegang geweigerd || 737 || 12,18 || 892 || 16,91 || 866 || 14,45

Gedeeltelijke toegang || 462 || 7,62 || 454 || 8,61 || 640 || 10,68

Totaal || 6055 || 100 || 5274 || 100 || 5906 || 100

4. Weigeringen volgens toegepaste uitzonderingsbepaling (%)

|| 2011 || 2012 || 2013

Art. 4, lid 1, onder a),  1e streepje – Bescherming van de openbare veiligheid || 2,40 || 1,34 || 1,53

Art. 4, lid 1, onder a), 2e streepje – Bescherming van defensie en militaire aangelegenheden || 0,39 || 0,11 || 0,26

Art. 4, lid 1, onder a), 3e streepje – Bescherming van de internationale betrekkingen || 12,02 || 3,58 || 6,19

Art. 4, lid 1, onder a), 4de streepje – Bescherming van het financieel, monetair of economisch beleid || 1,88 || 1,40 || 1,66

Art. 4, lid 1, onder b), Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu || 8,90 || 14,65 || 16,26

Art. 4, lid 2, 1ste streepje – Bescherming van commerciële belangen || 16,83 || 16,94 || 16,14

Art. 4, lid 2, 2de streepje – Bescherming gerechtelijke procedures en juridisch advies || 6,76 || 9,84 || 5,42

Art. 4, lid 2, 3de streepje – Bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits || 21,90 || 25,32 || 23,60

Art 4, lid 3, 1ste alinea – Besluitvormingsproces, besluit nog niet genomen || 17,15 || 20,23 || 20,60

Art 4, lid 3, 2de alinea – Besluitvormingsproces, besluit reeds genomen: adviezen voor intern gebruik in het kader van beraadslagingen en overleg vooraf || 8,58 || 4,92 || 6,51

Art. 4, lid 5 Weigering lidstaat/auteur is derde || 3,18 || 1,67 || 1,85

Totaal || 100 || 100 || 100

Confirmatieve verzoeken

5. Aantal ontvangen en behandelde verzoeken

|| 2011 || 2012 || 2013

Ontvangen verzoeken || 165 || 229 || 236

Antwoorden || 162 || 202 || 252

Besluiten inzake confirmatieve verzoeken op grond van Verordening 1049/2001 || 144 || 160 || 189

6. Resultaat

|| 2011 || 2012 || 2013

Geen || % || Geen || % || Geen || %

Bevestiging || 61 || 42,36 || 91 || 56,88 || 106 || 56,08

Gedeeltelijke herziening || 62 || 43,05 || 39 || 24,38 || 45 || 23,81

Volledige herziening || 21 || 14,58 || 30 || 18,75 || 38 || 20,11

Totaal || 144 || 100 || 160 || 100 || 189 || 100

7. Weigeringen volgens toegepaste uitzonderingsbepaling (%)

|| 2011 || 2012 || 2013

Art. 4, lid 1, onder a), 1e streepje – Bescherming van de openbare veiligheid || 1,33 || 1,31 || 0,92

Art. 4, lid 1, onder a), 2e streepje – Bescherming van defensie en militaire aangelegenheden || 2,00 || 0,65 || 3,69

Art. 4, lid 1, onder a), 3e streepje – Bescherming van de internationale betrekkingen || 4,67 || 7,19 || 0

Art. 4, lid 1, onder a), 4de streepje – Bescherming van het financieel, monetair of economisch beleid || 3,34 || 0 || 7,37

Art. 4, lid 1, onder b), – Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu || 20,67 || 10,46 || 16,13

Art. 4, lid 2, eerste streepje – Bescherming commerciële belangen || 14,66 || 11,76 || 11,98

Art. 4, lid 2, 2e streepje – Bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies || 1,33 || 7,84 || 6,91

Art. 4, lid 2, 3e streepje – Bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits || 32,68 || 45,10 || 36,87

Art 4, lid 3, 1ste alinea – Besluitvormingsproces, besluit nog niet genomen || 15,33 || 6,54 || 10,60

Art 4, lid 3, 2de alinea – Besluitvormingsproces, besluit reeds genomen: adviezen voor intern gebruik in het kader van beraadslagingen en overleg vooraf || 4,00 || 9,15 || 5,53

Art. 4, lid 5 Weigering derde/lidstaat || - || - || -

Totaal || 100 || 100 || 100

Uitsplitsing van de initiële verzoeken

8. Naar sociaalprofessioneel profiel van de verzoeker (%)

|| 2011 || 2012 || 2013

Academische wereld || 25,73 || 22,70 || 22,08

Advocaten || 11,30 || 13,58 || 14,46

Maatschappelijke organisaties (belangengroepen, industrie, ngo’s enz.) || 8,59 || 10,32 || 16,62

Overheden (andere dan EU-instellingen) || 8,20 || 7,12 || 8,24

Andere EU-instellingen || 8,15 || 7,64 || 8,76

Journalisten || 3,25 || 4,81 || 4,58

Niet gespecificeerd || 34,78 || 33,83 || 25,26

Totaal || 100 || 100 || 100

9. Naar geografische oorsprong (%)

|| 2011 || 2012 || 2013

Oostenrijk || 1,38 || 1,78 || 1,73

België || 21,42 || 21,85 || 24,23

Bulgarije || 0,93 || 0,70 || 0,54

Cyprus || 0,25 || 0,08 || 0,17

Kroatië || - || - || 0,14

Tsjechië || 0,93 || 2,01 || 1,39

Denemarken || 2,11 || 1,58 || 3,12

Estland || 0,19 || 0,17 || 0,11

Finland || 1,57 || 0,55 || 0,64

Frankrijk || 8,90 || 7,53 || 7,27

Duitsland || 12,27 || 14,04 || 12,96

Griekenland || 1,10 || 1,73 || 1,67

Hongarije || 0,96 || 0,63 || 0,86

Ierland || 1,02 || 1,50 || 0,84

Italië || 12,37 || 7,54 || 5,91

Letland || 0,15 || 0,17 || 0,12

Litouwen || 0,42 || 0,30 || 0,78

Luxemburg || 2,12 || 1,79 || 1,50

Malta || 0,12 || 0,17 || 0,20

Nederland || 4,18 || 4,62 || 3,80

Polen || 2,68 || 2,79 || 3,95

Portugal || 1,15 || 1,11 || 0,98

Roemenië || 0,87 || 0,91 || 0,67

Slowakije || 0,56 || 0,81 || 0,35

Slovenië || 0,31 || 0,22 || 0,29

Spanje || 7,16 || 5,70 || 6,54

Zweden || 1,81 || 2,16 || 2,19

Verenigd Koninkrijk || 8,59 || 10,17 || 7,64

Europese landen buiten de EU || 0,40 || 0,37 || 1,81

Noord-Amerika || 0,23 || 0,88 || 0,28

Australië en Nieuw-Zeeland || 0,03 || 0,03 || 0,02

Afrika || 0,02 || 0 || 0,08

Zuid-Amerika || 0,02 || 0,03 || 0,03

Azië || 0,06 || 0,05 || 0,26

Niet gespecificeerd || 3,73 || 6,03 || 6,96

Totaal || 100 || 100 || 100

10. Naar beleidsgebied (%)

Directoraat-generaal/Dienst || 2011 || 2012 || 2013

AGRI – Landbouw en plattelandsontwikkeling || 2,62 || 3,44 || 3,05

BEPA – Bureau van Europese beleidsadviseurs || 0,11 || 0 || 0,06

BUDG – Begroting || 1,02 || 0,81 || 0,72

CLIMA – Klimaat || 2,22 || 2,86 || 2,53

COMM – Dienst Communicatie || 1,26 || 0,65 || 0,55

COMP – Concurrentie || 6,99 || 6,81 || 5,13

CONNECT - Communicatienetwerken, inhoud en technologie[3] || 1,98 || 1,74 || 2,07

DEVCO – Ontwikkeling en samenwerking — EuropeAid (voorheen DEV + AIDCO) || 3,30 || 4,67 || 2,89

DGT – Vertaling || 0,14 || 0,20 || 0,14

DIGIT – Informatica || 0,09 || 0,12 || 0,05

EAC – Onderwijs en cultuur || 1,05 || 1,13 || 2,13

ECFIN – Economische en financiële zaken || 1,57 || 1,11 || 1,53

ECHO – Humanitaire hulp en civiele bescherming || 0,33 || 0,18 || 0,23

ELARG – Uitbreiding || 1,04 || 0,95 || 0,93

EMPL – Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie || 1,64 || 3,47 || 2,51

ENER – Energie || 5,86 || 5,15 || 4,78

ENTR – Ondernemingen en industrie || 4,84 || 4,55 || 5,02

ENV – Milieu[4] || 6,37 || 6,61 || 5,07

EPSO - Europees Bureau voor Personeelsselectie || 0,23 || 0,23 || 0,18

ESTAT – Eurostat || 0,20 || 0,20 || 0,28

FPIS — Dienst Instrumenten buitenlands beleid[5] || - || 0,13 || 0,46

HOME – Binnenlandse zaken || 4,74 || 3,14 || 2,07

HR — Personele middelen en veiligheid + OIB (Infrastructuur en logistiek - Brussel) + OIL (Infrastructuur en logistiek - Luxemburg) + PMO (Bureau beheer en afwikkeling van individuele rechten) || 2,34 || 2,98 || 2,23

IAS – Interne controle || 0,05 || 0,02 || 0,17

JUST — Justitie || 2,54 || 3,72 || 4,21

MARE – Maritieme zaken en visserij || 0,95 || 0,66 || 1,01

MARKT – Interne markt en diensten || 5,72 || 5,02 || 4,30

MOVE – Mobiliteit en vervoer || 3,02 || 2,66 || 4,15

OLAF – Europees Bureau voor fraudebestrijding[6] || 0,25 || 0,48 || 0,66

OP – Publicatiebureau || 0,37 || 0,12 || 0,11

REGIO – Regionaal beleid || 2,29 || 3,41 || 2,20

RTD – Onderzoek en innovatie + JRC – Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek || 1,27 || 1,61 || 1,95

SANCO – Gezondheid en consumentenbescherming || 6,96 || 7,28 || 8,26

SCIC – Gemeenschappelijke tolken- en conferentiedienst || 0 || 0,02 || 0,02

SG – Secretariaat-generaal || 10,12 || 12,10 || 13,88

SJ – Juridische dienst || 2,76 || 4,37 || 3,75

TAXUD – Belastingen en douane-unie || 7,80 || 4,92 || 6,01

TRADE – Handel || 3,47 || 2,48 || 4,73

Totaal || 100 || 100 || 100

[1]               Een verzoek kan betrekking hebben op meer dan één document en derhalve aanleiding geven tot een aantal verschillende antwoorden.

[2]               De categorie "Antwoorden" omvat tevens de antwoorden die niet onder Verordening (EG) nr. 1049/2001 vallen, maar bijvoorbeeld op grond van Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn gegeven.

[3]               Voorheen DG INFSO.

[4]               DG ENV werd in 2010 opgesplitst in DG ENV en DG CLIMA.

[5]               Sinds de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zijn alleen FPIS-documenten onder de bevoegdheid van de Commissie gebleven.

[6]               Verzoeken om toegang tot documenten met betrekking tot onderzoeken van het OLAF zijn niet opgenomen.