EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.7.2014
COM(2014) 464 final
GROENBOEK
Veiligheid van toeristische accommodatiediensten
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.7.2014
COM(2014) 464 final
GROENBOEK
Veiligheid van toeristische accommodatiediensten
GROENBOEK
Veiligheid van toeristische accommodatiediensten
Inhoud
1. Inleiding
2. Toepassingsgebied
3. Doelstellingen
4. Vragen
4.1. Bestaande instrumenten
4.1.1. Nationaal niveau
4.1.2. Europees niveau
4.1.3. Toezicht en handhaving
4.2. Samenhang tussen de nationale strategieën
4.3. Gevolgen van de bestaande situatie met betrekking tot de regelgeving voor de interne markt.
4.4. Transversale aspecten
4.4.1. Kleine en middelgrote ondernemingen
4.4.2. Toegankelijkheid voor kwetsbare consumenten
4.4.3. Gegevens over letsels en ongevallen
4.4.4. Normen
4.4.5. Vaardigheden en opleiding
4.5. Meest geschikte niveau en instrumenten voor het bevorderen van veiligheid
4.5.1. Niveau
4.5.2. Alternatieve instrumenten
4.6. Laatste vraag
5. Slotopmerkingen
1.Inleiding
Europa is de belangrijkste toeristische bestemming ter wereld. In 2013 kwamen meer dan 560 miljoen reizigers van buiten de EU naar Europa; een resultaat dat nog beter was dan de al zeer goede cijfers van 2012. Met name in Zuid- en Midden-Europa 1 was sprake van een sterke groei.
Ons continent is ook de topbestemming van de Europeanen zelf. In 2013 bracht bijna 40 % van de Europese burgers hun vakantiedagen door in de EU, 5 % meer dan in 2012.
Volgens de laatste Eurobarometer-enquête 2 voelen toeristen zich in Europa veilig en zeer tevreden. Respondenten waren in 2013 zeer tevreden over de meeste aspecten van hun vakantie, met name over de veiligheid (95 %) en de kwaliteit (95 %) van hun accommodatie.
Om de leidende positie van Europa in de toeristische sector wereldwijd te behouden en te versterken, heeft de Commissie in 2010 een mededeling opgesteld inzake een omvattende strategie om het concurrentievermogen van de sector te versterken. De veiligheid van toeristische accommodaties is een van de maatregelen uit deze mededeling. Een toereikend en efficiënt veiligheidsniveau kan het consumentenvertrouwen versterken en de groei stimuleren door een gunstig klimaat voor ondernemingen en voor de samenwerking tussen de lidstaten te creëren en door het concurrentievermogen binnen de toeristische sector te bevorderen.
In 2013 bereikte het aantal overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28 een piek van 2,6 miljard nachten 3 . Bovendien nam tussen 2012 en 2013 het aantal overnachtingen van niet-ingezetenen 4 (d.w.z. personen uit andere landen) in logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28 toe met 4,8 %, waarmee het in 2013 op 45 % van het totale aantal overnachtingen kwam.
|
Aantal overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28 |
||
|
Totaal aantal overnachtingen |
Overnachtingen van niet-ingezetenen |
Overnachtingen van ingezetenen |
In sommige landen, zoals Malta, Cyprus en Kroatië, komt de bezetting van toeristische accommodaties bijna in zijn geheel voor rekening van niet-ingezetenen (respectievelijk 96 %, 93 % en 92 %), in tegenstelling tot in bepaalde andere landen, zoals Roemenië (18 %), Polen en Duitsland (in beide landen 20 % niet-ingezetenen).
De zorgen van toeristen over de veiligheid worden sinds 2008 jaarlijks in beeld gebracht met de Eurobarometer-enquêtes, waarbij de nadruk onder andere ligt op de veiligheid van hotels en de brandveiligheid. Het jaarlijkse onderzoek bevestigt steeds opnieuw dat veiligheid nooit een belangrijke zorg is van Europese toeristen (slechts 0 % tot 1 % van de ondervraagden). Toch kunnen ongevallen zich in een enkel geval voordoen, met rechtstreekse gevolgen voor de betreffende aanbieders, maar ook indirecte gevolgen voor de reputatie van de betreffende bestemming, en negatieve effecten voor andere aanbieders. De veiligheid van toeristische accommodatiediensten valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, maar gezien het sterke grensoverschrijdende karakter van deze sector lijkt een gezamenlijke reflectie over de kwaliteit en veiligheid van deze diensten in alle lidstaten wenselijk.
Om die reden, en in samenhang met de aanwijzingen uit het verslag van de Commissie van 2003 over de veiligheid van consumentendiensten 5 , waarin werd aanbevolen de kennisbasis over risico's en ongevallen te verbeteren, en de beleidsinitiatieven en maatregelen van de lidstaten systematisch te controleren, heeft de Commissie besloten de kwestie van de veiligheid van toeristische accommodatiediensten de afgelopen jaren op Europees niveau te benaderen, door enerzijds een dialoog aan te gaan met belanghebbenden en anderzijds maatregelen te nemen ter versterking van de bestaande kennisbasis.
Een aantal studies en workshops over methoden voor de verzameling van gegevens over ongevallen en letsels die verband houden met deze diensten heeft dieper inzicht verschaft op dit gebied (zie deel 2.1 van bijlage 1). De Commissie heeft debatten ondersteund en gefaciliteerd rondom zelfreguleringsinitiatieven vanuit de sector en over opvattingen over de te nemen stappen (zie deel 2.2 in bijlage 1). Recentelijk zijn pogingen ondernomen om de veiligheidsrisico's in beeld te brengen en relevante informatie over de sector te verzamelen, waarbij steeds weer bleek dat het hier om een complexe aangelegenheid gaat door een combinatie van factoren, zoals de grote verscheidenheid aan hotels in de sector en het risico van imagoschade 6 .
Hoewel bepaalde wettelijke vereisten op het gebied van de brandveiligheid van toeristische accommodaties afkomstig zijn uit de richtlijn Bouwproducten en de EU-wetgeving op het gebied van veiligheid op het werk, bestaat er geen specifieke horizontale wetgeving op EU-niveau, en is er op nationaal niveau geen sprake van een standaardaanpak met betrekking tot de veiligheid van toeristische accommodaties, zoals blijkt uit een recente raadpleging onder de lidstaten over het bestaande regelgevende en niet-regelgevende kader met betrekking tot de veiligheid van onder andere toeristische accommodaties.
Veiligheid in toeristische accommodaties - en in de horeca in het algemeen - vormt ook een belangrijk onderdeel van gezondheid en veiligheid op het werk 7 . Daarnaast bestaat er een degelijk, voor de sector relevant corpus van wetgeving met betrekking tot gebouwen, liften en andere producten voor de bouwsector.
Het bestaan van verschillende benaderingen van veiligheidsvoorschriften is op zich niet een probleem, zolang de Europese consument die van dergelijke diensten gebruik maakt overal in de EU afdoende beschermd wordt, ongeacht zijn of haar bestemming van keuze.
Consumenten verwachten dat ze in goed vertrouwen diensten van toeristische accommodaties kunnen afnemen zonder gevaar voor hun eigen veiligheid en ongeacht de gekozen accommodatie of bestemming binnen de Europese Unie. In dit kader, en vanuit het uitgangspunt dat de Europese consumenten recht hebben op een adequaat niveau van veiligheid dat, waar zij ook heen gaan binnen de EU, van toepassing is en gehandhaafd wordt, zijn de volgende vragen relevant:
1 / Hoe wordt de veiligheid van consumenten in toeristische accommodaties in de verschillende lidstaten gereguleerd en bewaakt?
2 / Gelden er voor logiesverstrekkende bedrijven die grensoverschrijdend diensten aanbieden, voorschriften waarmee de veiligheid van de consument afdoende wordt gewaarborgd, en kunnen deze voorschriften bij grensoverschrijdende activiteiten niet worden ontdoken, vanwege bestaande lacunes?
3 / Heeft het feit dat alle lidstaten van de EU hun eigen nationale systeem en methoden van toezicht en handhaving hebben, belangrijke gevolgen voor het grensoverschrijdend aanbieden van accommodatie?
4 / Wordt er met bepaalde transversale aspecten efficiënt rekening gehouden, zoals de gevolgen van regelgeving voor kmo’s en kwetsbare consumenten, of de wijze waarop het thema toegankelijkheid of de toepassing van normen voor dergelijke diensten momenteel zijn geïntegreerd in het bestaande regelgevingskader?
5 / Zijn de huidige niveaus waarop de veiligheid in toeristische accommodaties gereguleerd wordt, de meest geschikte, en worden de meest geschikte instrumenten ingezet?
Het bestaan van verschillende benaderingen voor het reguleren van de veiligheid maakt een vergelijking tussen de verschillende landen moeilijk, als het gaat om de veiligheid van Europese burgers die gebruikmaken van toeristische accommodaties in de Europese Unie.
Wat de eerste vraag betreft met betrekking tot het bestaande regelgevingskader in de hele Europese Unie, lijken er op grond van de meest recente kennis waarover de Commissiediensten beschikken, belangrijke verschillen te bestaan tussen de nationale wetgevingen. Uit de resultaten van een enquête, uitgevoerd in 2013, blijkt dat er in zestien van de vierentwintig lidstaten die reageerden, specifieke sectorale wetgeving bestaat met betrekking tot toeristische accommodatiediensten. Ook lijken er wezenlijke verschillen te bestaan wat betreft de reikwijdte en inhoud van de nationale sectorale wetgeving. Zo heeft de meerderheid van deze zestien lidstaten bijvoorbeeld verplichtingen in hun wetgeving opgenomen met betrekking tot de staat van de gebouwen en de kwalificaties van de dienstverstrekker, maar in slechts acht lidstaten geldt de eis dat er een bevoegde autoriteit moet worden ingesteld die de naleving kan controleren en actie kan ondernemen, en in slechts vijf lidstaten bestaat de verplichting tot het in kaart brengen en beoordelen van risico's.
Naast het in de lidstaten bestaande regelgevingskader is een ander belangrijk aspect waar rekening mee moet worden gehouden of en hoe een dergelijk kader wordt gehandhaafd en gecontroleerd. In dit groenboek wordt ook dat aspect nader uitgediept.
Naar aanleiding van de tweede vraag wordt in dit verslag onderzocht of het bestaan van uiteenlopende vereisten in de lidstaten wellicht tot verschillen leidt in het veiligheidsniveau, met name als aanbieders van diensten grensoverschrijdend opereren en mogelijk de bestaande wetgeving van geen enkele lidstaat naar behoren op hen van toepassing is.
De derde vraag (inzake het aanbieden van diensten) is bedoeld om na te gaan of deze diversiteit in de nationale systemen gevolgen heeft voor een gelijk speelveld binnen een sector die van cruciaal belang is voor het economisch welzijn van de Europese Unie en haar imago als aantrekkelijke toeristische bestemming, met name voor bepaalde categorieën van diensten die grensoverschrijdend worden aangeboden. In dit verband moeten ook de door de sector ontwikkelde instrumenten en praktijken in beschouwing worden genomen 8 .
Met betrekking tot de vierde vraag is het duidelijk dat voor een juiste afstemming tussen behoeften en oplossingen de gevolgen voor alle betrokken partijen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Kwetsbare consumenten, consumenten waarvoor toegankelijkheid een belangrijk aspect is, kleinere voorzieningen en grote hotels kunnen heel verschillend tegen deze kwestie aankijken, en daarom moet met verschillende overwegingen rekening worden gehouden. In dit verband zou ook een discussie relevant zijn over de voordelen van het binnen de hele EU doorvoeren van normalisatie met betrekking tot toeristische accommodatiediensten.
Ten slotte, wat betreft de vijfde vraag, dient nader bestudeerd te worden op welk niveau veiligheidskwesties op dit gebied het beste kunnen worden aangepakt in het belang van zowel consumenten als bedrijven.
Kwantitatieve metingen voor de beoordeling van de kwesties die hierboven aan de orde zijn gesteld, zijn nauwelijks beschikbaar, onder andere vanwege de versnipperde aanpak van de verzameling van gegevens binnen de hele EU over ongevallen en letsels gerelateerd aan het verstrekken van diensten door toeristische accommodaties (zie deel 2.1 van bijlage 1). Bij gebrek aan van dit soort kwantitatieve gegevens worden in dit document zo veel mogelijk ondersteunend materiaal en gegevens verzameld.
2.Toepassingsgebied
Volgens de statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, NACE, worden logiesverstrekkende bedrijven die als betaalde dienst accommodaties voor kort verblijf verschaffen, als volgt ingedeeld 9 :
1) Hotels en dergelijke accommodatie 10
hotels (en soortgelijke instellingen, zoals die onder de naam „bed & breakfast");
resort-hotels;
suite/appartement-hotels;
motels.
Onder deze klasse valt niet de verstrekking van woningen en gemeubileerde en ongemeubileerde woningen of appartementen voor meer permanent gebruik, meestal op maand- of jaarbasis 11 .
2) Vakantieverblijven en andere accommodaties voor kort verblijf 12
kindervakantieverblijven en andere vakantiewoningen;
appartementen en bungalows voor bezoekers;
vakantiehuizen en hutten zonder huishoudservice;
jeugdherbergen en berghutten.
Onder deze klasse valt niet de verstrekking van woningen en gemeubileerde en ongemeubileerde woningen of appartementen voor meer permanent gebruik, meestal op maand- of jaarbasis.
3) Kampeer- en caravanterreinen
accommodatie op campings, stacaravanterreinen, recreatieve kampen en visserij- en jachtkampen voor kort verblijf;
ruimte en voorzieningen voor campers;
onderkomens of eenvoudige bivakvoorzieningen voor het neerzetten/-leggen van tenten en/of slaapzakken.
Deze raadpleging richt zich op toeristische accommodatiediensten die onder bovenstaande definities vallen. Deze diensten worden daadwerkelijk incidenteel gebruikt door consumenten, en vaak in het buitenland, waar zij minder vertrouwd zijn met de omgeving, cultuur, traditie en taal en het rechtssysteem.
Het debat over de veiligheid van toeristische accommodaties ging tot dusverre hoofdzakelijk over brandveiligheid. Immers, hoewel het aantal slachtoffers van hotelbranden zeer klein is, kunnen de gevolgen enorm zijn.
Verschillende belanghebbende partijen vinden echter dat de veiligheid van toeristische accommodaties niet uitsluitend met brandveiligheid verband houdt. Andere veiligheidsaspecten zijn bijvoorbeeld de staat van de gebouwen (recreatiefaciliteiten, balkons, slaapkamers, badkamers, gangen, glazen deuren, etc.) en de risico's in verband met koolmonoxidelekkages (bijv. door verkeerd gebruik van of gebreken aan het verwarmingssysteem in toeristische accommodaties), die soms een groter aantal gewonden, zieken of doden tot gevolg hebben.
Concreet voorbeeld
Koolmonoxide in een toeristische accommodatie
In 2006 vonden twee Britse kinderen de dood door koolmonoxidevergiftiging tijdens een vakantie in een hotel op Corfu, Griekenland. Een schoorsteen die zuurstof moest aanvoeren en koolmonoxide afvoeren, was niet gemonteerd en lag op de vloer, en de boiler steunde op een stuk steen. Een thermostaat die bedoeld was om de boiler uit te schakelen als deze kwalijke dampen begon af te scheiden, was niet aangesloten. Koolmonoxide ontsnapte uit de ruimte waar de boiler hing en kwam in de bungalow via gaten die in de wand van de woonkamer waren geboord voor een aircosysteem en die niet waren dichtgemaakt. Binnen een minuut ontstond in de bungalow een dodelijk koolmonoxidegehalte.
3.Doelstellingen
Het doel van dit document is een openbare raadpleging te starten over de veiligheid van toeristische accommodaties. Doel is informatie van alle relevante partijen op het gebied van toeristische accommodaties in te winnen om te kunnen beoordelen of de hierboven beschreven kwesties voldoende en effectief worden aangepakt, of er aanwijzingen zijn dat er zich nieuwe risico's voordoen, en of de bestaande instrumenten toereikend zijn. Daarnaast wordt in dit document de vraag gesteld op welk niveau maatregelen het meest effectief zouden kunnen bijdragen aan de veiligheid van de consument. In dit groenboek wordt ook gezocht naar manieren om deze kwesties te kwantificeren.
Mede gezien het feit dat de Commissie zich tot doel heeft gesteld het concurrentievermogen van de toeristische sector te bevorderen door het creëren van een klimaat dat gunstig is voor bedrijven en voor de samenwerking tussen de lidstaten, en dat voor een duurzaam Europees toerisme de kwaliteit van de ervaring van toeristen, en daarmee veiligheid, van groot belang is, worden in dit document opties onderzocht om het vertrouwen te versterken van zowel bedrijven als consumenten.
4.Vragen
Aan de hand van de onderstaande vragen willen we de vijf eerder vermelde fundamentele aspecten evalueren: of de bestaande instrumenten en de uitvoering ervan passend en voldoende zijn (1), door het meten van de aard en omvang van de veiligheidsrisico's en hun samenhang met gebreken of lacunes (2) in het huidige wetgevingskader, en in welke mate dit gevolgen heeft voor het grensoverschrijdend aanbieden van dergelijke diensten (3), alsmede voor kmo's en kwetsbare consumenten (4), om duidelijk te kunnen onderscheiden welke doelstellingen het beste op welk niveau (5) kunnen worden nagestreefd.
In bijlage 1 wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de huidige kennis met betrekking tot de aspecten die in de vorige alinea zijn beschreven. De bijlage is bedoeld als referentiemateriaal bij de beantwoording van onderstaande vragen.
4.1.Bestaande instrumenten
De veiligheid van de consument bij het gebruik van diensten van toeristische accommodaties moet allereerst worden geëvalueerd door de bestaande regelgeving in de EU en de uitvoering ervan te beoordelen.
4.1.1.Nationaal niveau
V 1: Kunt u veiligheidsvoorschriften voor toeristische accommodaties noemen op nationaal niveau in een bepaald land of bepaalde landen?
V 2: Bent u van mening dat de bestaande regels op nationaal niveau toereikend zijn om risico's aan te pakken en daarmee de veiligheid van de consument efficiënt te waarborgen? Geef aan waarom u dit vindt en onderbouw uw mening zo mogelijk met feiten.
4.1.2.Europees niveau
Aanbeveling 86/666/EEG van de Raad betreffende brandbeveiliging in bestaande hotels is het enige Europese instrument op het gebied van veiligheid van toeristische accommodaties. De Commissie heeft onlangs initiatieven genomen om te beoordelen of de huidige aanbeveling moet worden herzien en bijgewerkt teneinde het hoogst mogelijke niveau van veiligheid in hotels in de gehele EU te waarborgen.
V 3: Is de huidige aanbeveling 86/666/EEG toereikend om te voldoen aan de voorschriften op het gebied van veiligheid van toeristische accommodaties?
V 4: Indien u kunt aantonen dat dit niet het geval is, op welke gebieden is dan verbetering nodig?
4.1.3.Toezicht en handhaving
Het is van belang te weten of er in de wetgeving van de lidstaten op het gebied van veiligheid van toeristische accommodaties eisen zijn opgenomen ten aanzien van markttoezicht. Deze eisen hebben betrekking op verplichtingen aangaande:
het oprichten van autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de veiligheid van diensten en de bevoegdheid hebben om passende maatregelen te nemen;
de procedures voor de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen op het gebied van beleid en regelgeving;
de administratieve samenwerking tussen de autoriteiten;
het systematisch verzamelen en beoordelen van gegevens over de risico's van diensten;
het ontwikkelen van indicatoren t.b.v. het toezicht op de naleving.
V 5: Hoe wordt de naleving van bestaande regels gehandhaafd (door wie, wanneer, hoe vaak, etc.)?
V 6: Hoe beoordeelt u de doeltreffendheid van de bestaande markttoezichtmechanismen?
V 7: Wat zijn volgens u de belangrijkste kwesties rondom de handhaving van de bestaande wetgeving? Hoe zou de uitvoering van de bestaande instrumenten kunnen worden verbeterd?
V 8: Op welke gebieden zou volgens u meer samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van veiligheid in toeristische accommodaties het meest zinvol zijn? Wat zouden daarbij de belangrijkste uitdagingen zijn?
4.2.Samenhang tussen de nationale strategieën
Elke poging tot het vaststellen van eventuele lacunes in de veiligheidsvoorschriften voor toeristische accommodaties die van belang kunnen zijn voor consumenten in de EU, moet plaatsvinden vanuit het perspectief van de doeltreffendheid van de reikwijdte en de inhoud van de bestaande instrumenten.
Het werkelijke veiligheidsniveau van een dienst wordt bepaald door het totale effect van de volgende hoofdcomponenten:
veiligheid van de gebouwen, structuren en apparatuur die worden gebruikt voor de dienstverlening;
veiligheidsbeheer (met inbegrip van risicobeoordeling om de omvang van het risico te beoordelen en op grond daarvan passende veiligheidsmaatregelen te treffen);
kwalificaties van de aanbieder van de diensten;
opleiding van het personeel;
beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie over veiligheidsaspecten van de aan de gebruiker/consument geleverde dienst;
beschikbaarheid van evacuatieplannen, noodprocedures en uitrusting om de schade bij ongevallen te beperken;
melding aan de autoriteiten van risico's en ongevallen;
Ten aanzien van toeristische accommodaties is met name bijzondere aandacht vereist voor 13 :
een eenduidige wijze van beschrijving van de gebouwen (soort, bouwjaar, afmetingen, hoogte);
toegankelijkheidsaspecten;
specifieke vereisten ten behoeve van kwetsbare consumenten;
brandgerelateerde risico's;
koolmonoxide (CO)-gerelateerde risico's.
V 9: Hoe luidt de definitie van een toeristische accommodatie in de betreffende nationale wetgeving van uw land?
V 10: Zijn de definities van het type, de afmetingen, de hoogte en het bouwjaar van toeristische accommodaties in de bestaande wetgeving adequaat?
V 11: Komen de hierboven genoemde voorschriften aan de orde in de bestaande nationale wetgeving?
V 12: Zou het nuttig zijn daarin voorschriften met betrekking tot CO (koolmonoxide)-gerelateerde veiligheidsrisico’s op te nemen? Geef de voordelen voor zowel consumenten als bedrijven aan.
V 13: Is risicobeheer geïntegreerd in de desbetreffende nationale wetgeving?
V 14: Heeft het verschil tussen de bestaande regelgevende kaders mogelijk negatieve effecten voor de veiligheid van toeristen? Zijn deze effecten met name toe te schrijven aan de handhaving van de regelgeving? Kunt u daarvan enkele concrete voorbeelden geven?
4.3.Gevolgen van de bestaande situatie met betrekking tot de regelgeving voor de interne markt.
Het doel van dit document is om de effectiviteit te beoordelen van de bestaande instrumenten op het gebied van de bescherming van Europese consumenten. Het effect van dat regelgevend kader op de interne markt dient echter ook te worden gekwantificeerd, om te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van marktverstoringen ten gevolge van de verschillen in regelgeving.
V 15: Hebben de verschillen tussen de regelgeving van de EU-lidstaten negatieve effecten voor logiesverstrekkende bedrijven, met name in hun grensoverschrijdende activiteiten op dat gebied? Zijn deze effecten met name toe te schrijven aan de handhaving van de bestaande regelgeving? Kunt u daarvan concrete voorbeelden geven?
4.4.Transversale aspecten
4.4.1.Kleine en middelgrote ondernemingen
Kleine en micro-ondernemingen spelen een onmisbare rol in het Europese toerisme. 90 % van de toeristische bedrijven (met inbegrip van logiesverstrekkende bedrijven) in Europa is een kmo of een micro-onderneming.
Volgens het beginsel "Eerst aan de kleintjes denken" is het algemene beleid erop gericht dat micro-ondernemingen en kleine ondernemingen, daar waar mogelijk, volledig of gedeeltelijk worden gevrijwaard van administratieve lasten 14 . De naleving van veiligheidsvoorschriften kan in de praktijk duurder en tijdrovender zijn voor kleinere dan voor grotere ondernemingen, maar er moet een juist evenwicht worden gevonden tussen de noodzaak van betere regelgeving en de veiligheid van de consument.
V 16: Geef aan hoe groot de administratieve druk voor logiesverstrekkende bedrijven is als gevolg van veiligheidsvoorschriften.
V 17: Geef aan welke aspecten van de nationale regelgeving op het gebied van veiligheid voor logiesverstrekkende bedrijven het meest belastend/duur zijn.
V 18: Wat zijn de belangrijkste problemen waarmee kleinere aanbieders van toeristische accommodatie worden geconfronteerd bij de naleving van de bestaande veiligheidsvoorschriften?
4.4.2.Toegankelijkheid voor kwetsbare consumenten
De vergrijzing brengt nieuwe uitdagingen en kansen met zich mee voor de sector logiesverstrekkende bedrijven, zowel wat betreft groei als veiligheid. Uit prognoses blijkt dat het aantal personen van 65 jaar en ouder in 2020 naar verwachting zal zijn gestegen tot 20 % van de bevolking 15 . Deze bevolkingsgroep, bestaande uit personen met zowel koopkracht als vrije tijd, vertegenwoordigt een belangrijk marktpotentieel. Om dit potentieel te kunnen benutten, moeten echter belangrijke maatregelen worden genomen op het gebied van veiligheid en toegankelijkheid.
Er dienen ook specifieke veiligheidsmaatregelen voor bepaalde categorieën kwetsbare consumenten te worden onderzocht in verband met de toegankelijkheid voor deze groep. In sommige studies 16 wordt de potentiële markt voor toegankelijk toerisme geraamd op ongeveer 127 miljoen personen. Dit aantal betreft reizigers met speciale behoeften op het gebied van toegankelijkheid (chronische/blijvende lichamelijke beperkingen, tijdelijke beperkingen, ouderen, begeleiders of verzorgers, of gezinnen met kleine kinderen). Bij brandveiligheidsmaatregelen en in evacuatie- en noodplannen van toeristische accommodaties moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van personen met een handicap en beperkte mobiliteit.
Om andere redenen, maar nog steeds in het kader van de groep kwetsbare consumenten, is daarbij speciale aandacht nodig voor veiligheidsmaatregelen voor personen jonger dan 15 jaar.
V 19: Hoe kan het beste worden gewaarborgd dat veiligheidsmaatregelen en -voorschriften compatibel zijn met de toegankelijkheidsvereisten die relevant zijn voor personen met een handicap en ouderen?
V 20: Met welke aspecten inzake de veiligheid van toeristische accommodaties voor ouderen dient naar uw mening rekening te worden gehouden, afgezien van het aspect toegankelijkheid?
V 21: Met welke aspecten inzake de veiligheid van toeristische accommodaties voor mensen met een handicap dient naar uw mening rekening te worden gehouden, afgezien van het aspect toegankelijkheid?
V 22: Met welke aspecten inzake de veiligheid van toeristische accommodaties voor personen onder de 15 dient naar uw mening rekening te worden gehouden?
4.4.3.Gegevens over letsels en ongevallen
Er is een gebrek aan feitelijke informatie over de veiligheidssituatie in de sector logiesverstrekkende bedrijven in de Europese Unie. Dit geldt voor de hele EU, en daar waar er wel gegevens zijn, zijn de bronnen niet geharmoniseerd en geaggregeerd ten behoeve van toezicht in alle lidstaten; daardoor is het zeer moeilijk een systematisch overzicht te geven van letsels en ongevallen die gerelateerd zijn aan de verstrekking van diensten door toeristische accommodaties. Ook in de landen waar wel gegevens beschikbaar zijn uit uiteenlopende bronnen zoals de brandweer, verzekeringsmaatschappijen en spoeddiensten van ziekenhuizen, kunnen uit deze registraties geen algemene en onderling vergelijkbare gegevens worden gedestilleerd. In gerichte studies naar het verzamelen van gegevens over ongevallen en letsels die gerelateerd zijn aan de verstrekking van toeristische accommodatiediensten, wordt keer op keer aangegeven hoe problematisch het is gegevens te verzamelen op EU-niveau (zie deel 2.1 van bijlage 1).
V 23: Beschikt u over gegevens of kwantitatieve informatie over letsels en ongevallen die wijzen op veiligheidsproblemen in toeristische accommodaties? Zo ja, gelieve deze gegevens of informatie toe te voegen.
V 24: Wat zijn volgens u de belangrijkste problemen bij het verzamelen van dit soort gegevens en hoe kunnen deze het beste worden aangepakt?
V 25: In welke mate heeft terughoudendheid om informatie te verstrekken over ongevallen en letsels, wegens eventuele imagoschade, volgens u consequenties voor de veiligheid?
V 26: Wat zou volgens u de meest adequate en effectieve manier zijn om minimaal geharmoniseerde gegevens te verzamelen over ongevallen en letsels?
4.4.4.Normen
Er wordt ook met veiligheidskwesties rekening gehouden bij de normalisatie van diensten door Europese normalisatieorganisaties. De uitbreiding van de werkzaamheden op het gebied van de normalisatie van diensten is een prioriteit van de Commissie, die nagaat of het mogelijk is de veiligheidsdimensie op te nemen in komende normalisatiewerkzaamheden waartoe de Commissie een verzoek doet 17 .
V 27: Op welke wijze zouden Europese veiligheidsnormen bijdragen aan de verbetering van de veiligheid voor de consument in toeristische accommodaties? Wat zouden de belangrijkste nadelen daarvan zijn? Beantwoord deze vraag zowel vanuit nationaal als Europees perspectief.
V 28: Indien u beschikt over voorbeelden van nationale normen op het gebied van veiligheid in toeristische accommodaties, heeft u dan aanwijzingen dat deze hebben bijgedragen aan de verbetering van het veiligheidsniveau voor de consument?
4.4.5.Vaardigheden en opleiding
Bewustwording op het gebied van veiligheid, capaciteitsopbouw en opleiding zijn van essentieel belang. Opleiding en training van personeel en management speelt een belangrijke rol bij het vroegtijdig signaleren van risico's en het correct uitvoeren van bestaande regelgeving. Opleiding en training binnen de toeristische sector verschilt echter aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. Dit kan erin resulteren dat het van lidstaat tot lidstaat verschilt of er gerichte opleiding en training op het gebied van veiligheid bestaat, en of personeel en management in de sector over de juiste vaardigheden beschikken.
V 29: Zijn in de nationale leerplannen of beroepsopleidingen specifieke opleidingen opgenomen op het gebied van (brand)veiligheid in toeristische accommodaties? Zo ja: welke onderwerpen komen daarbij aan bod?
V 30: Bestaan er specifieke functieprofielen met betrekking tot veiligheid in toeristische accommodaties? Zo ja, welke onderwerpen komen daarbij aan bod?
4.5.Meest geschikte niveau en instrumenten voor het bevorderen van veiligheid
4.5.1.Niveau
Op dit moment zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de vaststelling, toepassing en wijziging van regelgeving op het gebied van veiligheid in toeristische accommodaties.
V 31: Heeft u argumenten voor/tegen het op nationaal/lokaal/Europees niveau aanpakken van de veiligheid in toeristische accommodaties?
V 32: Wat zouden voor veiligheidskwesties de voordelen zijn van een aanpak op nationaal/lokaal/Europees niveau, zowel vanuit het perspectief van de consument als vanuit het perspectief van de aanbieders van deze diensten? En wat zouden de belangrijkste nadelen zijn?
V 33: Wat zouden de voordelen van Europese wetgeving zijn, als het gaat om verbetering van de veiligheid in toeristische accommodaties?
V 34 : Zouden dezelfde voordelen behaald kunnen worden door verbetering van de handhaving van en/of het markttoezicht op de uitvoering van bestaande nationale wetgeving?
4.5.2.Alternatieve instrumenten
Een alternatief voor wetgeving kan ook zelfregulering door logiesverstrekkende bedrijven zijn, en de doeltreffendheid daarvan dient ook te worden beoordeeld: gemeenschappelijke vrijwillige richtsnoeren (bijvoorbeeld richtsnoeren voor risicobeoordeling) of codes voor goede praktijken zijn ook een manier om de relevante veiligheidsaspecten op Europees niveau te integreren om mogelijke lacunes aan te pakken en daarbij rekening te houden met het grensoverschrijdend karakter van de betreffende veiligheidsrisico’s.
De MBS-methode is een voorbeeld van een zelfreguleringsmaatregel. Deze richtsnoeren voor de brandveiligheid in hotels, met voorschriften op het gebied van beheer (M), gebouwen (B) en systemen (S), zijn bedoeld om hotels van eender welke omvang in heel Europa te helpen bij het waarborgen van een hoge brandveiligheid, in aanvulling op de nationale/regionale en lokale regelgeving en normen 18 .
V 35: Welke ervaringen zijn in uw land opgedaan met het toepassen van niet-regelgevende maatregelen?
V 36: Wat zouden de praktische voordelen zijn van zelfregulering op Europees niveau?
V 37: Wat zou naar uw mening de rol van de Commissie en andere EU-instellingen moeten zijn in het kader van zelfregulering?
V 38: Zou de MBS-methode, met eventuele aanpassingen, als basis kunnen dienen voor het verzamelen van de beste praktijken en het opstellen van zelfregulerende normen?
V 39: Welke aanpassingen van de huidige zelfregulerende instrumenten zouden nodig zijn om de doelstellingen daarvan volledig te bereiken?
Hoewel de MBS-methode door veel nationale horeca-organisaties binnen de Europese Unie is ingevoerd, gebeurt dit nog steeds op vrijwillige basis en is er daarbij geen sprake van toezicht of van verslaglegging over de prestaties. De doeltreffendheid van niet-regelgevende maatregelen hangt af van de steun daarvoor vanuit de sector, overheden en consumenten, en daarnaast moeten ze gebaseerd zijn op een adequaat toezicht op de prestaties en resultaten. Veiligheidsvoorschriften die zijn ontwikkeld door individuele organisaties kunnen interessant zijn voor andere organisaties, op voorwaarde dat er sprake is van voldoende uitwisseling.
V 40: Wat is de meest doeltreffende manier om vrijwillige veiligheidsmaatregelen te monitoren?
V 41: Wat vindt u over de uitwisseling van kennis over vrijwillige instrumenten binnen de EU (voordelen/nadelen, mogelijke problemen, succesverhalen, etc.)?
4.6.Laatste vraag
V 42: Heeft u nog verdere opmerkingen of suggesties met betrekking tot de veiligheid van toeristische accommodaties?
5.Slotopmerkingen
Het doel van dit document is het verzamelen van informatie over feitelijke aspecten en over de opvattingen en verwachtingen van de belanghebbenden, alsmede het stimuleren van een openbaar debat over de veiligheid van toeristische accommodatiediensten. De Commissie streeft naar een zorgvuldige bestudering van het beleid, van voorstellen en van elk ander instrument, in alle stadia, van planning tot uitvoering en herziening 19 . Daarom is dit groenboek opgezet om de vereiste kennis over de betreffende onderwerpen te verwerven, en is niet vooraf vastgelegd dat er op grond van de uitkomsten van de raadpleging een bepaalde koers moet worden gevolgd of nieuwe maatregelen op EU-niveau nodig zijn.
De Commissie verzoekt alle belanghebbenden hun bijdrage te leveren naar aanleiding van de vragen in dit document. Bijdragen hoeven niet noodzakelijkerwijs alle in dit document gestelde vragen te betreffen.
Bijdragen worden op internet gepubliceerd, tenzij de respondent uitdrukkelijk verzoekt dat de bijdrage vertrouwelijk wordt behandeld. Het is belangrijk om de privacyverklaring te lezen, waarin staat hoe er met uw persoonsgegevens en bijdrage wordt omgegaan.
Een samenvatting van de bijdragen zal tevens worden gepubliceerd op onze website: http://ec.europa.eu/dgs/health_consumer/dgs_consultations/ca/consultation_20141130_tourism_en.htm
Eventuele vragen kunnen verstuurd worden naar:
SANCO-GREEN-PAPER-TOURISM-ACCOMM-SAFETY@ec.europa.eu
UNWTO Tourism Barometer, januari 2014 http://media.unwto.org/press-release/2014-01-20/international-tourism-exceeds-expectations-arrivals-52-million-2013 .
EUROSTAT. Beknopt persbericht van 29 januari 2014 http://europa.eu/rapid/press-release_STAT-14-16_en.htm
In het kader van deze gegevens wordt onder een overnachting verstaan: elke nacht die een gast/toerist, als niet-ingezetene van het land, doorbrengt in een logiesverstrekkend bedrijf. Zie hoofdstuk 2 van dit groenboek voor de beschrijving van het toepassingsgebied van logiesverstrekkende bedrijven.
http://ec.europa.eu/consumers/cons_safe/serv_safe/reports/safety_serv_rep_nl.pdf
In 2010 heeft de Commissie de aanzet gegeven tot een onderzoek om de belangrijkste veiligheidsrisico‘s in het hotelwezen in de EU in kaart te brengen en de balans op te maken van de letsels en de ongevallen die in de recente jaren zijn voorgevallen. Door de grote verschillen binnen de hotelbranche en het niet registreren van specifiek aan deze diensten gekoppelde ongevallen, mede vanwege het risico van imagoschade, was de contractant uiteindelijk niet in staat de gewenste gegevens te verzamelen en te analyseren.
https://osha.europa.eu/.
Deze praktijken omvatten onder andere de MBS-methode (beheer, gebouwen en systemen) en daarmee vergelijkbare instrumenten, voor zover deze praktijken bepalingen en voorschriften op het gebied van veiligheid bevatten.
In Verordening (EU) nr. 692/2011 betreffende Europese statistieken over toerisme ( http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:192:0017:0032:NL:PDF ) wordt een logiesverstrekkend bedrijf gedefinieerd als een eenheid van economische activiteit op lokaal niveau [...] die als betaalde — zij het eventueel geheel of gedeeltelijk gesubsidieerde — dienst accommodaties voor kort verblijf verschaft zoals omschreven in de groepen 55.1 (hotels en dergelijke accommodatie), 55.2 (vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf) en 55.3 (kampeer- en caravanterreinen) van de NACE Rev. 2 (artikel 2, lid 1, onder l)).
Onder deze klasse valt de verstrekking van accommodatie, meestal per dag of per week, voornamelijk voor korte verblijven van bezoekers. Hieronder valt de verstrekking van gemeubileerde accommodatie in gastenkamers en suites. Deze diensten zijn onder andere de dagelijkse schoonmaak en het opmaken van bedden. Er kan een aantal aanvullende diensten worden verstrekt, zoals eten en drinken, parkeerruimte, wasserijdiensten, het gebruik van zwembaden en fitnessruimten, recreatievoorzieningen, en conferentie- en vergaderfaciliteiten.
Gehuurde particuliere vakantieverblijven (zoals appartementen of villa‘s, die doorgaans voor een korte periode en zelden langer dan een maand worden verhuurd) zijn ook „betaalde“ accommodaties zoals hotels, maar er gelden niet dezelfde wettelijke voorschriften als voor hotels; hierover moet wellicht worden nagedacht aangezien ook daar sprake kan zijn van veiligheidsrisico‘s.
Onder deze klasse valt de verstrekking van accommodatie, meestal per dag of per week, voornamelijk voor korte verblijven van bezoekers in zelfstandige faciliteiten die bestaan uit volledig gemeubileerde woon-, eet- en slaapkamers of -ruimten met kookfaciliteiten of volledig uitgeruste keukens. Dit kan de vorm aannemen van appartementen of woningen in kleine vrijstaande gebouwen van meerdere verdiepingen of groepen van gebouwen, of gelijkvloerse bungalows, chalets, vakantiehuizen en hutten. In voorkomend geval kunnen zeer minimale aanvullende diensten worden aangeboden.
Kwesties op het gebied van voedselveiligheid vallen buiten het kader van dit groenboek, aangezien deze specifiek het onderwerp vormen van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24).
Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Regeldruk voor kleine en middelgrote ondernemingen - EU-regelgeving aanpassen aan de behoeften van micro-ondernemingen", COM(2011) 803 def.
Bron: Eurostat-statistieken in Focus 43/2012: Europeanen van 65 jaar en ouder besteedden in 2011 een derde meer aan toerisme dan in 2006; figuur 11 (http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-SF-12-043/EN/KS-SF-12-043-EN.PDF).
http://www.accessibletourism.org/resources/enat_igm_3eichhorn.PDF
Het werkprogramma van de Unie voor normalisatie wordt jaarlijks vastgesteld
Andere voorbeelden van zelfregulering zijn het strategisch kader voor hotelveiligheid en -beveiliging van de Intercontinental Hotel-groep (IHG), een risicobeheersproces ter ondersteuning van hoteleigenaars en personeel bij het beheersen van risico's, en de "TRIC = S"-formule van de Carlson en Rezidor hotel-groep, voor het structureren van de veiligheid en beveiliging (Threat assessment + Risk mitigation + Incident response + Crisis management, Communication and Continuity = Safe, Secure and Sellable brands).
http://ec.europa.eu/smart-regulation/index_nl.htm
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.7.2014
COM(2014) 464 final
BIJLAGE
bij het
GROENBOEK
Veiligheid van toeristische accommodatiediensten
Inhoud
1. Feiten en cijfers
1.1. Bestaande instrumenten en handhaving
1.1.1. Nationaal niveau
1.1.2. Europees niveau
1.1.3. Toezicht en handhaving
1.2. Horizontale aspecten
1.2.1. Kmo's
1.2.2. Eurobarometer-enquêtes
1.2.3. Normen
1.3. Niveau en instrumenten
1.3.1. Alternatieve instrumenten
2. Specifieke acties van de Commissie op het gebied van de veiligheid van toeristische accommodaties
2.1. Eerdere acties (2003-2012)
2.2. Meest recente acties (2012-2013)
1.Feiten en cijfers
In dit deel zijn de beschikbare feiten en cijfers opgenomen over de kwesties die het onderwerp vormen van dit groenboek. Niet alle aspecten die in hoofdstuk 4 ("Vragen") van het document aan de orde worden gesteld, komen in deze bijlage aan bod, aangezien er niet voor alle aspecten ondersteunend materiaal bestaat.
1.1.Bestaande instrumenten en handhaving
1.1.1.Nationaal niveau
In algemene zin bestaan er grote verschillen als het gaat om beleid op het gebied van toeristische accommodatiediensten. In 2013 werden de lidstaten verzocht om aan de hand van een vragenlijst de nationale regelgeving op het gebied van de veiligheid van toeristische accommodatiediensten (en andere diensten) te beschrijven. Van de 24 lidstaten die informatie verstrekten, maakten er 21 melding van het bestaan van algemene wetgeving die van toepassing is op diensten als categorie (algemene wetgeving inzake veiligheid van diensten of productveiligheid of consumentenbescherming of veiligheid op het werk), terwijl 17 lidstaten meldden dat er gedetailleerde sectorale wetgeving bestaat voor toeristische accommodatiediensten, in zes gevallen aangevuld met zelfregulering. Twee lidstaten maakten noch melding van horizontaal beleid noch van sectoraal beleid.
Aan de hand van een onderzoek van de inhoud van de vermelde sectorale wetgeving was een meer gedetailleerde vergelijking tussen de lidstaten mogelijk. Aan bevoegde autoriteiten werd een lijst van bepalingen op het gebied van veiligheid gegeven (zie onderstaande tabel), en hun werd gevraagd om aan te geven welke daarvan bestaan in hun nationale wetgeving. Een groot deel (13 lidstaten) van de 17 lidstaten waar sectorale wetgeving bestaat (AT, BE, CY, CZ, DE, EL, ES, ET, FR, HR, IT, LT, LU, MT, PL, PT, SK), kent bepalingen ten aanzien van de staat van de gebouwen; in acht gevallen bestaat er een algemene verplichting om uitsluitend veilige diensten te verlenen en in tien gevallen worden er eisen gesteld aan de kwalificaties van de aanbieder van diensten. Anderzijds bestaat slechts in de helft van de lidstaten (DE, EL, CZ, HR, LU, MT, PL, PT, SK) de wettelijke verplichting tot oprichting van een toezichthoudende instantie. Daarnaast bestaan er slechts in vijf lidstaten (LU, MT, PL, CZ, EL) bepalingen inzake het opsporen en beoordelen van risico's, en slechts in twee lidstaten (CZ, PL) is er een verplichting om instanties te informeren over risico's en ongevallen in het kader van de dienstverlening – een instrument dat van essentieel belang is voor het maken van vergelijkende studies in de hele EU.
Onderstaande grafiek illustreert de inhoud van de bestaande sectorale wetgeving in de betrokken 17 lidstaten.
1.1.2.Europees niveau
De vrijheid van vestiging van dienstverleners en het vrij verkeer van diensten zijn vastgelegd in de artikelen 56 tot en met 62 van het VWEU. Meer in het bijzonder is Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt 1 bedoeld ter vergemakkelijking van de uitoefening van de vrijheid van vestiging van dienstverrichters en het vrije verkeer van diensten, waardoor het EU-aanbieders gemakkelijker wordt gemaakt om diensten te verrichten in een andere EU-lidstaat. Veiligheid van diensten is niet specifiek het onderwerp van de richtlijn. In artikel 18 van de richtlijn zijn echter afwijkingen vastgelegd op het vrij verrichten van diensten (artikel 16) onder specifieke omstandigheden en in bepaalde gevallen, in verband met de veiligheid van diensten. Een ontvangende lidstaat kan onder deze voorwaarden bij wijze van uitzondering zijn voorschriften toepassen op een bepaalde in een andere lidstaat gevestigde dienstverlener als het gaat om het verlenen van een specifieke dienst. Onder de voorwaarden van artikel 23 van de richtlijn kunnen de lidstaten er zorg voor dragen dat dienstverrichters wier diensten een rechtstreeks, bijzonder risico behelzen voor de gezondheid of de veiligheid, een goede aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Verplichting tot wederzijdse bijstand betreft voor de lidstaat van vestiging met name informatie over het risico van ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid (artikel 29, lid 3). Artikel 26, tot slot, biedt een kader voor maatregelen op vrijwillige basis om de kwaliteit te verbeteren, onder meer door certificering of beoordeling van de activiteiten van dienstverrichters, ontwikkeling van kwaliteitscodes of keurmerken, alsmede de ontwikkeling van vrijwillige Europese normen voor diensten.
Met betrekking tot de veiligheid van aan toerisme gerelateerde diensten, bestaat er geen alomvattende wetgeving op EU-niveau. Het enige instrument met betrekking tot de veiligheid van toeristische accommodaties is aanbeveling 86/666 van de Raad betreffende brandbeveiliging in bestaande hotels, waarin minimale veiligheidsnormen zijn vastgesteld voor alle hotels in de EU (met een capaciteit van ten minste 20 personen) en aanbevolen wordt dat de lidstaten voor zover de bestaande wetgeving nog niet volstaat, de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat aan deze normen wordt voldaan.
Bovendien kan een aantal EU-instrumenten en initiatieven op diverse beleidsgebieden (bijv. REACH, bouwproducten, veiligheid op het werk, beroepskwalificaties, milieu en pakketreizen) direct of indirect bijdragen tot de veiligheid van toeristische accommodatiediensten.
In het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 305/2011 inzake bouwproducten, verzocht de Commissie het CEN/CENELEC om zo spoedig mogelijk een geharmoniseerde norm voor koolmonoxidemelders te ontwikkelen. De norm zal voorzien in certificering van deze producten door derden en voldoende sensitiviteit waarborgen, alsmede een einde-levensduurindicatie.
1.1.3.Toezicht en handhaving
Het enige bestaande Europese instrument inzake brandbeveiliging in toeristische accommodaties heeft een niet-bindend karakter en kent bijgevolg geen verplichte handhaving. In juni 2001 heeft de Commissie een verslag ingediend over de toepassing van de aanbeveling in de lidstaten 2 . In het verslag wordt geconcludeerd dat hoewel de aanbeveling heeft bijgedragen tot het verhogen van het niveau van veiligheid in hotels in de hele EU, de minimale veiligheidsnormen uit de aanbeveling niet volledig worden gehaald.
De FTT-ABTA (de Federatie van touroperators samengevoegd met de Britse Travel Association) heeft in 2009 op eigen initiatief een studie uitgevoerd naar de naleving van de bestaande regels inzake brandbeveiliging, met inbegrip van aanbeveling 86/666, door aanbieders van logies 3 , door toepassing van de eigen inspectie- en verslagleggingsmethoden van de sector in het VK. 2 123 bedrijven, verspreid over 10 EUlidstaten, werden geïnspecteerd door ofwel het personeel van de reisorganisatie zelf (d.w.z. speciaal opgeleid personeel of in gezondheid en veiligheid gespecialiseerd personeel) ofwel externe consultants.
De studie resulteerde in een overzicht van de beoordelingen per land, waaruit grote verschillen inzake brandbeveiliging in resort-hotels naar voren kwamen. Ter ondersteuning van de betrouwbaarheid van de resultaten, werd in de studie benadrukt dat er geen reden kon zijn dat de gegevens van de reisorganisatie (zelf-gegenereerd dan wel door een consultant vastgesteld) een slechter beeld zouden schetsen van een bedrijf dan daadwerkelijk het geval was.
|
Lidstaat |
Hotel is niet geschikt voor gebruik of heeft ernstige gebreken |
Hotel heeft ernstige gebreken die dringend hersteld moeten worden |
Hotel heeft gebreken die zo spoedig mogelijk hersteld moeten worden |
Brandveiligheid van hotel voldoet aan aanvaardbare norm; voorkomende gebreken zijn niet ernstig en gemakkelijk te herstellen |
Totaal aantal geïnspecteerde hotels |
|
Oostenrijk |
43 % |
32 % |
11 % |
15 % |
324 |
|
Bulgarije |
22 % |
32 % |
14 % |
32 % |
76 |
|
Cyprus |
10 % |
19 % |
16 % |
55 % |
186 |
|
Frankrijk |
31 % |
15 % |
27 % |
28 % |
199 |
|
Griekenland |
12 % |
19 % |
12 % |
57 % |
292 |
|
Italië |
20 % |
22 % |
11 % |
46 % |
171 |
|
Malta |
16 % |
19 % |
14 % |
52 % |
64 |
|
Portugal |
11 % |
13 % |
12 % |
64 % |
171 |
|
Spanje |
6 % |
19 % |
17 % |
58 % |
640 |
|
TOTAAL |
2 123 |
Voorts werd in de studie geconcludeerd dat 38 % van de bedrijven die door de reisorganisatie en hun consultants waren gecontroleerd, waarschijnlijk niet in overeenstemming zijn met aanbeveling 86/666 betreffende brandbeveiliging in bestaande hotels.
1.2.Transversale aspecten
1.2.1.Kmo's
Kleine of micro-ondernemingen vormden in de afgelopen vijf jaar ruim 97% van alle logiesverstrekkende bedrijven.
|
Groep I55: Accommodatie |
|||||||
|
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
|
Micro 0 - 9 |
196 491 |
218 843 |
204 934 |
205 676 |
210 742 |
213 047 |
219 777 |
|
Klein 10 - 49 |
35 563 |
38 155 |
37 276 |
39 920 |
40 436 |
40 835 |
42 081 |
|
Middelgroot 50 - 249 |
5 677 |
6 346 |
5 883 |
6 063 |
6 113 |
6 163 |
6 354 |
|
Groot 250+ |
614 |
592 |
583 |
624 |
640 |
634 |
656 |
|
Alle kmo’s |
237 731 |
263 344 |
248 094 |
251 017 |
256 752 |
259 346 |
267 422 |
|
Totaal |
238 345 |
263 936 |
248 677 |
251 628 |
257 378 |
259 965 |
268 063 |
1.2.2.Eurobarometer-enquêtes
In 2012 werd een Flash Eurobarometer uitgevoerd over de veiligheid van diensten 4 , waarin ook de veiligheidsaspecten van bepaalde categorieën van betaalde diensten aan de orde kwamen, waaronder die van toeristische accommodaties.
Van 7 tot en met 10 mei 2012 werden 25 524 Europese burgers van 15 jaar en ouder in alle 27 EUlidstaten geïnterviewd. Het doel van de enquête was om de opvattingen van de Europeanen over en hun ervaringen met de veiligheid van specifieke diensten te onderzoeken, met inbegrip van die van toeristische accommodaties. Concreet werden de volgende aspecten onderzocht:
Opvattingen over de veiligheid van deze diensten.
Het percentage Europeanen dat gebruik maakt van dit soort diensten en de omvang van het aantal ongevallen met letsels als gevolg.
De ervaring met veiligheidsaspecten tijdens het gebruik van elk van die diensten (het gebouw zelf, de kamer en de apparatuur, hygiëne, brandbeveiligingsinformatie en -apparatuur, recreatie- en zwembadfaciliteiten, verwarmingssystemen en beveiliging tegen koolmonoxidelekkages).
Opvattingen over de oorzaken en gevolgen van ongevallen die tot letsels leiden.
Of consumenten een klacht indienen over ongevallen en de redenen waarom zij dat niet doen.
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek waren:
in grote lijnen waren er weinig meldingen van ongevallen die tot letsels leidden tijdens het gebruik van diensten;
de meeste respondenten (54 %) zeiden dat ongevallen die tot letsels leidden, bij betaalde diensten, door hen zelf/de gebruiker werden veroorzaakt;
met betrekking tot accommodaties maakte 98 % van de respondenten geen melding van een ongeval tijdens hun verblijf in een betaalde accommodatie over de voorafgaande twee jaar.
|
Vraag: Heeft u of een gezinslid in de afgelopen twee jaar gebruikgemaakt van een van de volgende betaalde diensten in (ONS LAND)? |
|
Antwoorden: Accommodatie (hotels, campings, etc.); gelieve eten en restaurants buiten beschouwing te laten. |
|
V3: Geef voor elk type betaalde diensten waarvan u of een gezinslid in de afgelopen twee jaar gebruikmaakte in (ONS LAND) aan of een van de volgende incidenten zich heeft voorgedaan. |
|
Accommodatie (hotel, camping, etc.) |
|
Schoonheids- en wellnesscentra (kapper, zonnestudio, kuuroord, etc.) |
|
Pretparken en kermissen |
|
Zwembaden |
|
Georganiseerde buitenactiviteiten (skiën, kanoën, mountainbiken, etc.) |
|
Antwoorden: |
|
Geen van deze incidenten heeft zich voorgedaan. |
|
Een ongeval met lichamelijk letsel heeft zich voorgedaan. |
|
Tijdens gebruik van de dienst voelde u dat het niet veilig was en bent u gestopt met deze dienst te gebruiken. |
|
Weet niet |
Basis: Mensen die de afgelopen 2 jaar gebruikmaakten van een accommodatie = 12 858. Mensen die de afgelopen 2 jaar gebruikmaakten van een dienst op het gebied van schoonheid en wellness = 11 749. Mensen die de afgelopen 2 jaar naar een pretpark of kermis gingen = 9 677. Mensen die de afgelopen 2 jaar naar een zwembad gingen = 12 200. Mensen die de afgelopen 2 jaar deelnamen aan een georganiseerde buitenactiviteit = 6 147
Ten minste negen van de tien gebruikers van betaalde accommodaties beoordeelde het gebouw, de apparatuur en de hygiëne van hun accommodatie als veilig, maar ze waren minder zeker over het zwembad (64 % veilig) en de verwarmingssystemen (61 % veilig).
|
V4: Kunt u mij vertellen hoe veilig u elk van de volgende aspecten van de accommodatie vond, de laatste keer dat u gebruikmaakte van een betaalde accommodatie in (ONS LAND)? |
|
Het gebouw zelf, de kamer en de apparatuur (gezamenlijke ruimten, balkons, badkamers, toiletten, meubilair, elektrische apparaten, etc.) |
|
Hygiënische omstandigheden (kwaliteit van water, schoonmaak, etc.) |
|
Apparatuur en informatie bij uitbreken van brand |
|
De recreatiefaciliteiten (tuin, speeltuin, etc.) |
|
Het zwembad en de ruimte eromheen |
|
Het verwarmingssysteem en de beveiliging tegen koolmonoxidelekkage |
|
Helemaal 'veilig' |
|
Helemaal ‘niet veilig’ |
|
Niet van toepassing |
|
Weet niet |
Basis: Mensen die de afgelopen 2 jaar gebruikmaakten van een accommodatie en geen ongeval meemaakten = 11 792
Onveiligheid van de brandbeveiligingsinformatie en -apparatuur werd het meest genoemd (8 %), gevolgd door hygiëne (7 %). Opvallend is dat bij hygiëne 91 % van de respondenten dit aspect van de accommodatie als veilig beoordeelden, vergeleken met 78 % bij brandbeveiligingsinformatie en -apparatuur.
Iets meer dan één op de twintig (6 %) zei dat de recreatiefaciliteiten in hun accommodatie onveilig waren.
Ook zwembaden werden door 6 % van de respondenten als onveilig beoordeeld. Van alle aspecten waarnaar gevraagd werd, was het aantal respondenten dat aangaf dat de accommodatie niet beschikte over een zwembad (25 %) of recreatievoorzieningen (17 %) het grootst.
Een op de twintig (5 %) zei dat het verwarmingssysteem en de beveiliging tegen koolmonoxidelekkage in de accommodatie onveilig waren. Ruim een op de vijf (22 %) kon echter geen oordeel geven over het verwarmingssysteem van de accommodatie.
Van de 12 585 gebruikers van een accommodatie in de EU-27, gaven er 164 aan dat er zich een ongeval met letsels als gevolg had voorgedaan. Hieronder staan de uitkomsten van het Eurobarometerverslag uitgesplitst naar lidstaat.
|
Vraag: V3.1. Voor elk van de soorten betaalde diensten die u of een gezinslid in de afgelopen twee jaar heeft gebruikt in (ONS LAND): heeft een van de volgende incidenten zich voorgedaan? |
|
Optie: Accommodatie (hotel, camping, etc.) |
|
Antwoord: Een ongeval met lichamelijke letsels als gevolg heeft zich voorgedaan. |
Gevraagd naar de aard van het ongeval gaven die 164 burgers de volgende de antwoorden.
|
V10. Had het ongeval in uw accommodatie te maken met een de volgende zaken? |
|
Algemene veiligheid (gezamenlijke ruimten, slaapkamers, balkons, badkamers, openbare toiletten, meubilair, elektrische apparaten, etc.) |
|
Hygiëne (water, chemicaliën, etc.) |
|
Veiligheid van het zwembad (geen badmeester, slecht onderhoud, etc.) |
|
Koolmonoxidelekkage |
|
Brand |
|
Recreatiefaciliteiten (tuin, speeltuin, etc.) |
|
Andere redenen + geen reden (spontaan) |
|
Weet niet |
Bijna alle respondenten (92 %) zeiden dat de staat waarin de gebouwen en apparatuur verkeerden voldoende was, terwijl 82 % zei dat er duidelijke veiligheidsinformatie voorhanden was, en 62 % zei dat het personeel voldoende gekwalificeerd leek te zijn op het gebied van veiligheidsmaatregelen. Het vaakst konden respondenten de vraag naar de kwalificaties van het personeel op het gebied van veiligheid niet beantwoorden: 20 % zei dat ze het zich niet konden herinneren of niet zeker wisten.
|
V5. Kunt u mij zeggen of de laatste keer dat u gebruikmaakte van een betaalde accommodatie in (ONS LAND), ... |
|
de staat waarin gebouwen en/of apparatuur verkeerden voldoende was? |
|
er duidelijke veiligheidsinformatie voorhanden was (waarschuwingen over bepaalde risico's, gebruiksinstructies, nooduitgangen, etc.)? |
|
het personeel voldoende gekwalificeerd leek te zijn op het gebied van veiligheidsmaatregelen? |
|
Antwoorden |
|
Ja |
|
Nee |
|
Herinner ik me niet/Weet ik niet zeker |
|
Weet niet |
Basis: Mensen die de afgelopen 2 jaar gebruikmaakten van een accommodatie en geen ongeval meemaakten = 11 792
Ook werd de mening van de consument gevraagd over de oorzaak van ongevallen en de gevolgen daarvan en of er kinderen bij betrokken waren.
De meeste respondenten (54 %) zeiden het hun eigen schuld was of de schuld van de gebruiker. Een op de vijf (20 %) zei dat het lag aan de slechte staat van het gebouw of de apparatuur, en 16 % zei dat het ongeval was toe te schrijven aan onbekwaamheid van het personeel. Een op de tien schreef het ongeval toe aan gebrekkig toezicht (13 %), gebrekkige waarschuwingen over risico's (12 %) of gebrekkige gebruiksinstructies (8 %). Een op de twintig (5 %) zei dat het ongeval het gevolg was van ontbrekende of gebrekkige noodprocedures. Een op de tien (10 %) noemde een "andere" reden.
|
V12. Werd het ongeval volgens u veroorzaakt door ...? |
|
mijn eigen schuld/de schuld van de gebruiker |
|
de slechte staat van het gebouw/de apparatuur |
|
onbekwaamheid van de organisatie/het personeel |
|
gebrekkig toezicht |
|
gebrekkige waarschuwing over risico 's |
|
gebrekkige gebruiksinstructies |
|
ontbrekende/gebrekkige noodprocedures |
|
andere reden (spontaan) |
|
Weet niet |
Over het geheel genomen geven de resultaten van deze enquête informatie over verschillende aspecten van de ongevallen en blijkt dat de beoordeling van de veiligheidsaspecten niet negatief was. Toch vermelden bijna 10 % van de gebruikers algemene veiligheidsgebreken die moeten worden aangepakt (met name scholing en kwalificatie van personeel en het ontbreken van informatie over veiligheidsprocedures en risico's).
Daarnaast is de mening van toeristen sinds 2008 regelmatig onderzocht via de "Eurobarometer survey on the attitudes of Europeans towards tourism" 5 . Uit vier opeenvolgende enquêterondes tussen 2008 en 2012 bleek dat veiligheid geen enkele rol speelde om Europese reizigers te ontmoedigen om op vakantie te gaan.
|
Belangrijkste reden voor EU-burgers om niet op vakantie te gaan – EU-27 |
|
V4 (2011-2010)/V5 (2009): Wat was de belangrijkste reden dat u niet op vakantie bent gegaan in 2010/2009/2008? |
|
%, Basis: respondenten die geen vakantiereis maakten (en respondenten die helemaal niet reisden), EU-27 |
|
Financiële redenen |
|
Persoonlijke/privéredenen |
|
Tijdgebrek |
|
Blijf liever thuis of bij familie/vrienden |
|
Geen zin om op vakantie te gaan |
|
Maak liever alleen korte reizen |
|
Zorgen over de veiligheid |
|
Overige |
|
Weet niet/Niet van toepassing |
|
V4: Wat was de belangrijkste reden dat u in 2011 niet op vakantie bent gegaan? |
|
Financiële redenen |
|
Persoonlijke/privéredenen |
|
Bleef liever thuis of bij familie/vrienden |
|
Tijdgebrek |
|
Wegens ontoegankelijkheid van het vervoer of de accommodatie |
|
Zorgen over de veiligheid |
|
U wilde in 2011 niet op vakantie gaan (NIET VOORLEZEN) |
|
Andere reden (NIET VOORLEZEN) |
|
Weet niet |
|
V4: Wat was de belangrijkste reden dat u in 2012 niet op vakantie bent gegaan? |
|
Financiële redenen |
|
Persoonlijke/privéredenen |
|
Bleef liever thuis of bij familie/vrienden |
|
Vanwege baan/carrière* (nieuw item) |
|
Tijdgebrek |
|
Wegens ontoegankelijkheid van het vervoer of de accommodatie |
|
Zorgen over veiligheid toeristische diensten (bijv. veiligheid hotel, brandveiligheid, vervoer) |
|
U wilde in 2012 niet op vakantie gaan (NIET VOORLEZEN) |
|
Andere reden (NIET VOORLEZEN) |
|
Weet niet |
Met de meest recente Eurobarometer-enquête (uitgevoerd in januari 2014) 6 werd onderzocht of er bepaalde zorgen bestonden ten aanzien van de veiligheid van toeristische accommodaties. De uitkomsten daarvan waren:
Slechts een klein deel van de respondenten ondervond tijdens hun vakantie in 2013 problemen met de veiligheid van hun betaalde accommodatie. In totaal diende slechts 4 % van de respondenten die in 2013 ten minste eenmaal reisden een klacht in.
Het overgrote deel van de respondenten (95 %) was tevreden over de veiligheid van hun accommodatie. Een vergelijkbaar grote groep (95 %) was tevreden over de kwaliteit van hun accommodatie.
|
V9A. Wat betreft uw belangrijkste vakantie in 2013: hoe tevreden was u over...? Onder "belangrijkste vakantie" verstaan we de vakantie die voor u in 2013 de belangrijkste was. |
|
De natuurlijke omgeving (landschap, weersomstandigheden, etc.) |
|
De veiligheid van de accommodatie* (nieuw item) |
|
De kwaliteit van de accommodatie |
|
De kwaliteit van beschikbare activiteiten/diensten (vervoer, restaurants, activiteiten, etc.) |
|
Het algemene prijsniveau |
|
De ontvangst van toeristen (bijv. activiteiten voor kinderen, klantenservice, beleid t.a.v. huisdieren, etc.) |
|
De toegankelijkheid voor speciale doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een handicap, ouderen, kinderen in kinderwagens) |
De meeste respondenten (92 %) hadden tijdens hun belangrijkste vakantie in 2013 geen problemen ondervonden met de veiligheid van de betaalde accommodatie. Van de 6 % die wel problemen op dit gebied ondervond, ging het in de meeste gevallen om voedselvergiftiging of ziekte (2 %), uitglijden, struikelen of vallen (1 %) of een incident in het zwembad (1 %).
|
V9B: Heeft u of een van uw medereizigers tijdens uw belangrijkste vakantie in 2013 te maken gehad met een van de volgende veiligheidsproblemen in uw betaalde accommodatie? |
|
Voedselvergiftiging/ziekte-uitbraak |
|
Uitglijden/struikelen/vallen in de accommodatie (met ernstige gevolgen) |
|
Zwembadincident (verdrinking/bijna- verdrinking) |
|
Noodsituatie vanwege brand |
|
Incident met glazen deur/raam |
|
(Bijna) van balkon vallen |
|
Andere veiligheidsincidenten (NIET VOORLEZEN) |
|
Geen (NIET VOORLEZEN) |
|
Weet niet |
1.2.3.Normen
In Verordening (EU) nr. 1025/2012 7 betreffende Europese normalisatie, die op 1 januari 2013 in werking is getreden, zijn de voorwaarden vastgelegd voor Europese normalisatie, met een duidelijke verwijzing naar de ontwikkeling van normen op het gebied van diensten, en daarmee is een opening gecreëerd voor Europese normalisatie, hetgeen de toepassing van EU-wetgeving en -beleid op het gebied van de veiligheid van diensten kan bevorderen. In artikel 2, lid 4, onder c), wordt bepaald dat de technische voorschriften van een norm voor diensten betrekking hebben op kwaliteitsniveau, prestatie, interoperabiliteit, milieubescherming, gezondheid en veiligheid 8 . Daardoor ontstaat mogelijk ruimte voor discussie over de normalisatie van de veiligheid van toeristische accommodatiediensten.
1.3.Niveau en instrumenten
1.3.1.Alternatieve instrumenten
In 2008 heeft de Europese overkoepelende horecaorganisatie Hotrec, die een voorkeur blijft hebben voor een aanpak vanuit de bedrijfstak boven een normatieve benadering, een zelfreguleringsinitiatief ontwikkeld, dat bekend staat als de MBS-methode (Management, Building, Systems; beheer, gebouw, systemen), om de brandveiligheid in alle hotels in Europa verder te verbeteren. De diensten van de Commissie namen deel in het Raadgevend Comité van belanghebbenden, dat bij alle fases van de ontwikkeling van de methode betrokken was. De MBS bevat een reeks prestatiegerichte aanbevelingen, die het management van hotels moeten ondersteunen bij de naleving van aanbeveling 86/666 van de Raad, zodat de eigenschappen van de gebouwen en systemen passen bij de doelstellingen die daarin zijn vastgelegd.
Het principe van een zelfreguleringsmaatregel vanuit de bedrijfstak heeft brede steun gekregen. In de mededeling van de Commissie inzake toerisme uit 2010 9 werd aangekondigd dat de Commissie met de lidstaten, de toeristische sector en belanghebbende organisaties nauw zal blijven samenwerken om de veiligheid in overnachtingsgelegenheden, met name in verband met brandgevaar, te verbeteren 10 .
2.Specifieke acties van de Commissie op het gebied van de veiligheid van toeristische accommodaties
De Commissie heeft de afgelopen jaren verschillende acties ontwikkeld op het gebied van toeristische accommodatiediensten, zoals hieronder beschreven.
2.1.Eerdere acties (2003-2012)
De oudste nog bestaande tekst op EU-niveau met betrekking tot de veiligheid van toeristische accommodaties is de hierboven genoemde aanbeveling 86/666/EEG betreffende brandbeveiliging in bestaande hotels.
Toen de EU-wetgever de regels inzake de veiligheid van consumentenproducten moderniseerde, werd de veiligheid van diensten niet meegenomen in dat initiatief. In artikel 20 van Richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid (RAPV) staat echter: "De Commissie geeft aan welke de behoeften, mogelijkheden en prioriteiten zijn inzake een gemeenschappelijk optreden op het gebied van de veiligheid van diensten en dient bij het Europees Parlement en de Raad voor 1 januari 2003 een verslag in dat zo nodig vergezeld gaat van voorstellen terzake".
Daarom initieerde de Commissie een raadpleging en bracht zij in 2003 een verslag uit over de veiligheid van consumentendiensten 11 , waarin expliciet gesteld werd dat de aandacht vooral zou "moeten uitgaan naar sectoren waarvan het grensoverschrijdend karakter de consument het meest aanbelangt, bijvoorbeeld diensten voor verblijfstoerisme zoals hotels, campings en andere toeristische voorzieningen". De Raad heeft de uitkomsten van het verslag van de Commissie ondersteund en nam in 2003 een resolutie 12 aan over de veiligheid van consumentendiensten, waarin de Commissie wordt verzocht "na te gaan of er op dit gebied concrete communautaire initiatieven en activiteiten moeten worden ontplooid, die onder meer ook de ontwikkeling kunnen omvatten van een wetgevingskader met bijzondere aandacht voor de geïdentificeerde prioritaire gebieden". Hierin wordt verder van de Commissie gevraagd in samenwerking met de lidstaten onderzoek te doen naar de mogelijkheden, prioriteiten en de meest passende en doeltreffende benaderingen, methodologieën en procedures ter verbetering van de kennis inzake de veiligheid van diensten en van de verzameling van gegevens, alsmede zich te beraden op de wijze waarop Europese normen zouden kunnen bijdragen tot een gemeenschappelijk hoog niveau van veiligheid van diensten.
In 2005 initieerde de Commissie een studie 13 om bestaande methodologieën voor het monitoren van ongevallen en het verzamelen van gegevens op het gebied van consumentendiensten in kaart te brengen en te beschrijven, met bijzondere aandacht voor diensten in de toeristische sector en aanverwante activiteiten, alsmede een vergelijkende analyse van deze methoden te maken en voorstellen te doen voor een mogelijke toekomstige regeling op EU-niveau. In het verslag naar aanleiding van de studie werd opgemerkt dat ongevallen gerelateerd aan toerisme en recreatie binnen de lidstaten zeer ongelijk verdeeld zijn over de verschillende regio's (en zelfs over de verschillende plaatsen in toeristische streken). De meeste productgerelateerde ongevallen zijn daarentegen over het algemeen gelijkmatig verdeeld over de plaatselijke bevolking. Er is derhalve een groot verschil tussen de methoden die het meest geschikt zijn voor het verzamelen van gegevens op het gebied van veiligheid en die op het gebied van productveiligheid, en daarmee is de kans klein dat een bepaald gegevensbestand bruikbaar is voor beide doeleinden. Op grond van de studie werd geconcludeerd dat het op de middellange termijn niet haalbaar zou zijn één centraal gegevensbestand te creëren met informatie over alle ongevallen gerelateerd aan toeristische en recreatieve voorzieningen. De belangrijkste aanbeveling luidde dat er op de lange termijn een gemeenschappelijk verplichting vanuit de EU zou moeten komen voor aanbieders van consumentendiensten om alle ernstige incidenten waarbij consumenten betrokken zijn te rapporteren; de lidstaten zouden daarbij verantwoordelijk zijn voor het genereren van schattingen over het aantal ongevallen per sector van toeristische en recreatieve activiteiten, op basis van een standaardwijze van rapporteren waarmee op eenvoudige wijze vergelijkingstabellenkunnen worden gemaakt op een Europese website.
In 2005 heeft de Commissie de lidstaten gevraagd naar hun standpunten over een mogelijke wijziging van aanbeveling 86/666. Op dat moment waren de op Europees en nationaal niveau bestaande voorschriften voor sommige lidstaten toereikend, terwijl anderen positief stonden tegenover een herziening van de brandveiligheidsvoorschriften voor hotels op EU-niveau, met name ter verbetering van brandveiligheidsmanagement, veiligheidsinstructies, scholing van personeel en noodplannen. Destijds kwam men niet tot consensus.
De aanbevelingen uit het onderzoek naar systemen voor gegevensverzameling werden verder besproken en uitgewerkt tijdens een internationale workshop over gegevensverzameling op het gebied van ongevallen en letsel voor non-foodproducten en risicoanalyse van diensten, die in 2006 in Brussel werd gehouden. In overeenstemming met de uitkomsten van het onderzoek werd in de workshop geconcludeerd dat bestaande gegevensbanken en informatie over ongevallen beter toegankelijk moesten worden gemaakt via internet en dat de uitwisseling van bestaande beste praktijken de beste aanpak zou zijn voor de korte en middellange termijn.
Daarnaast initieerde de Commissie in 2006 een studie 14 naar mogelijke verbeteringen van de Europese Letseldatabank (European Injury Data Base, IDB) met het oog op het verzamelen van gegevens op het gebied van diensten. De conclusie van de studie luidde dat het in de praktijk moeilijk zou zijn de databank zo te verbeteren dat er ook gegevens over aan diensten gerelateerd letsel in zouden kunnen worden opgenomen, maar dat er gericht aanvullend onderzoek kon worden gedaan op basis van de reeds in de IDB beschikbare gegevens om een beter inzicht te krijgen in aan diensten gerelateerde ongevallen.
Zoals aangegeven in de mededeling van de Commissie uit 2007, "Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme" 15 , is het garanderen van de veiligheid van toeristen en de plaatselijke gemeenschappen waar toeristische diensten worden aangeboden ook van groot belang en een fundamentele voorwaarde voor een succesvolle ontwikkeling van het toerisme. De veiligheid van toeristen is een van de belangrijkste uitdagingen voor de toeristische sector, in overeenstemming met de huidige dynamiek waarin vertrouwen van vitaal belang is.
In 2010 heeft de Commissie een ambitieuze studie geïnitieerd om de hotelbranche per lidstaat te beschrijven, met als doel het in kaart brengen van de belangrijkste veiligheidsrisico's (met uitzondering van veiligheidsrisico’s gerelateerd aan levensmiddelen), en om een inventarisatie te maken van het letsel en de ongevallen die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan in hotels. De doelstellingen van de studie zijn echter niet gehaald, onder andere door de grote verschillen binnen de hotelbranche en het niet registreren van specifiek aan deze diensten gekoppelde ongevallen, mede vanwege het risico van imagoschade. De kwaliteit van de aanbevelingen van de studie was onvoldoende om als basis te kunnen dienen voor beleidsbeslissingen en de studie is daarom niet geaccepteerd door de diensten van de Commissie.
In de eerder genoemde mededeling van de Commissie over toerisme, uit 2010, wordt een beleid geschetst dat gericht is op ondersteuning van deze sector van de Europese economie en worden initiatieven voorgesteld ter versterking van het concurrentievermogen en de duurzame en kwaliteitsgerichte ontwikkeling van de sector. In het bijzonder wordt hierin vermeld dat "de Commissie met de lidstaten, de toeristische sector en belanghebbende organisaties nauw [zal] blijven samenwerken om de veiligheid in overnachtingsgelegenheden, met name in verband met brandgevaar, te verbeteren." In de mededeling wordt het belang onderstreept van verbetering van de veiligheid voor de versterking van de toeristische sector.
In het initiatiefverslag van het Europees Parlement 16 naar aanleiding van die mededeling, tot slot, wordt "onderstreept hoe belangrijk het is dat aandacht wordt geschonken aan het vraagstuk van de veiligheid in diverse soorten van accommodatie, met name als het gaat om brandbeveiligingsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen in verband met koolmonoxide".
2.2.Meest recente acties (2012-2013)
Een van de mogelijkheden die onlangs door de diensten van de Commissie zijn besproken, was een wijziging van aanbeveling 86/666 betreffende brandbeveiliging in bestaande hotels, met de MBS-methode als basis. In juni 2012 werd met dit doel een raadgevende workshop met belanghebbenden georganiseerd om deze optie te bespreken. Er was consensus over de algemene uitgangspunten van dit initiatief, met name over de noodzaak tot aanpassing en verbetering van de inhoud van de aanbeveling, onder andere met betrekking tot de voorschriften, draagwijdte en toepassing op nationaal niveau. Ook ging een meerderheid van de belanghebbenden een stap verder en stelde ter discussie of het niet-bindende karakter van de aanbeveling wel het meest geschikte instrument was om de kwestie van de brandveiligheid van hotels in heel Europa aan te pakken, gezien het ontbreken van consistente implementatie en handhaving in alle lidstaten. Er was echter geen consensus onder de belanghebbenden over de verdere koers, met name met betrekking tot de inhoud van de MBS-methode. Er werd een aantal suggesties gedaan voor de aspecten die nader zouden moeten worden bestudeerd, en deze zijn meegenomen in het kader van het groenboek.
PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36-68.