VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Vijfde halfjaarlijks verslag over het functioneren van het Schengengebied 1 november 2013 - 30 april 2014 /* COM/2014/0292 final */
1.
Inleiding
Zoals
de Commissie op 16 september 2011 heeft aangekondigd in haar mededeling over
betere Schengengovernance[1]
en op 8 maart 2012 door de Raad is bepleit, dient de Commissie bij het Europees
Parlement en de Raad halfjaarlijkse verslagen in over het functioneren van het
Schengengebied. Dit vijfde verslag bestrijkt de periode van 1 november 2013 tot
en met 30 april 2014.
2.
Situatieschets
2.1.
Situatie aan de Schengenbuitengrenzen
In de periode november 2013-februari 2014
(de maanden waarvoor op het moment van het opstellen van dit verslag gegevens
beschikbaar waren) zijn minder onregelmatige grensoverschrijdingen vastgesteld
dan in de vier maanden voorafgaand aan de verslagperiode (juli-oktober 2013).
Gezien de seizoensschommelingen van onregelmatige migratiestromen kan deze
daling als normaal worden beschouwd. Ten opzichte van dezelfde periode een jaar
eerder is het aantal vastgestelde onregelmatige grensoverschrijdingen evenwel
met 96 % gestegen, namelijk tot 25 936[2]. Tussen november 2013 en februari 2014
werden de meeste aanhoudingen in Italië, Griekenland, Hongarije, Spanje en
Bulgarije verricht. In 2013 werden in totaal 107 365 onregelmatige
grensoverschrijdingen vastgesteld. Dat is 48 % meer dan in 2012. De druk
aan de grens is dus nog steeds hoog. De druk zou zelfs nog kunnen toenemen,
aangezien in de traditioneel rustige maanden van deze verslagperiode een
recordaantal onregelmatige migranten is geconstateerd. Het totaal voor 2013 is
vergelijkbaar met het aantal dat in 2009-2010 is vastgesteld, maar ligt nog wel
onder het niveau dat tijdens de Arabische lente in 2011 werd bereikt. In
2013 werden aan de buitengrenzen vooral veel Syriërs, Eritreeërs, Afghanen en
Albanezen ontdekt. De route door het centrale Middellandse
Zeegebied werd in 2013 het meest gevolgd, met bijna vier keer meer illegale
grensoverschrijdingen dan in 2012 (het aantal steeg tot meer dan 40 000)[3]. Van de periode waarop dit verslag
betrekking heeft, zijn enkel voor de eerste vier maanden (november 2013-februari
2014) statistieken over deze route beschikbaar. Uit die statistieken blijkt dat
er vier keer meer illegale grensoverschrijdingen werden vastgesteld dan in
dezelfde periode een jaar voordien (9 175 tegenover 2 177). In
november 2013 waren er minder illegale grensoverschrijdingen dan in dezelfde
maand een jaar eerder, maar in december 2013 werden er bijna vijf keer meer
vastgesteld dan in december 2012 en in januari en februari 2014 lag het aantal
respectievelijk 58 en 61 keer hoger dan in dezelfde maanden een jaar eerder[4]. De Commissie
heeft als voorzitter van de taskforce voor het Middellandse Zeegebied op 4 december 2013
een mededeling[5]
gepresenteerd met de actielijnen voor de lidstaten, de EU-instellingen en
andere EU-organen. Daartoe behoren onder meer maatregelen voor een verscherpte
grensbewaking om het maritieme situatiebeeld te verbeteren en om migranten te
beschermen en te redden. Deze maatregelen moeten de integriteit van de
buitengrenzen van de EU in het Middellandse Zeegebied helpen te bewaren. De oostelijke route door het
Middellandse Zeegebied was in 2013 de op een na meest gevolgde route. Hoewel
er in 2013 aan de Bulgaarse grenzen bijna zeven keer meer illegale
grensoverschrijdingen werden vastgesteld dan in 2012, daalde het totale aantal
illegale grensoverschrijdingen langs de oostelijke route door het Middellandse
Zeegebied in 2013 met een derde. Dit komt doordat het aantal illegale
overschrijdingen van de landgrenzen tussen Griekenland en Turkije is afgenomen
dankzij de voortdurende inspanningen en operaties aan de Griekse grenzen[6]. In december 2013 en begin 2014 werden
er aan de Bulgaarse grens beduidend minder onregelmatige grensoverschrijdingen
vastgesteld. De daling kan worden verklaard door de seizoensschommelingen en de
inzet van extra middelen door Bulgarije. In de eerste vier maanden van deze
verslagperiode vonden langs de oostelijke route door het Middellandse Zeegebied
echter meer vaststellingen plaats dan een jaar eerder. Het valt af te wachten
of deze tendens aanhoudt en extra maatregelen nodig zijn om de situatie recht
te zetten. De Commissie is van plan aanbevelingen
te richten tot Bulgarije en Italië in het kader van het mechanisme voor
vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheer op grond van artikel 33
van de Dublin III-verordening[7]. Het doel is deze lidstaten te helpen
bij de voorbereidingen die zij treffen om het hoofd te kunnen bieden aan
situaties van bijzondere druk waarmee zij dreigen te worden geconfronteerd, om
solidariteit te tonen en om asielzoekers in nood te helpen. De route langs de Westelijke Balkan was
de op twee na meest gevolgde route, met in 2013 meer dan drie keer meer
grensoverschrijdingen dan in 2012. Langs deze route werd de hoogste druk nog
steeds vastgesteld aan de Hongaarse grens. Uit de beschikbare gegevens voor
deze verslagperiode blijkt dat langs de route door de Westelijke Balkan bijna
twee keer meer illegale grensoverschrijdingen zijn vastgesteld dan een jaar
eerder.
2.2.
Situatie binnen het Schengengebied
Enkel
voor de eerste vier maanden van de verslagperiode zijn statistieken
beschikbaar. Uit die statistieken blijkt dat in deze maanden vier keer zo veel
gevallen van illegaal verblijf werden vastgesteld als in dezelfde periode een
jaar eerder (109 712, d.w.z. een stijging van circa 9 %)[8]. De
meeste gevallen werden vastgesteld in Duitsland, gevolgd door Zweden,
Frankrijk, Spanje en België. Zoals
gepland heeft Frontex op initiatief van de Commissie en op basis van gegevens
die de lidstaten hebben verstrekt, een risicoanalyse uitgevoerd voor
migratiebewegingen binnen de EU/het Schengengebied. Uit de resultaten van die
analyse blijkt dat de meeste onregelmatige migranten na overschrijding van de
buitengrenzen hun reis voortzetten naar een ander land in het Schengengebied.
De analyse spitst zich toe op de meest frequente nationaliteiten[9] in de
context van onregelmatige migratie. Voor elke nationaliteit bestaan er
kenmerkende secundaire bewegingen. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat het
Frontex-netwerk voor risicoanalyse sinds januari 2014 op regelmatige basis de
indicatoren voor de secundaire bewegingen verzamelt. Twaalf
lidstaten hebben nog geen gegevens toegezonden en de gegevens met betrekking
tot de meeste andere lidstaten zijn nog niet volledig. Daarom kunnen op dit
moment nog geen conclusies uit de gegevens worden getrokken. Ook
relevant in deze context is dat van sommige migranten geen vingerafdrukken
worden genomen, hoewel de Eurodac-verordening bepaalt dat zulks wel moet
gebeuren. Illegale migranten willen mogelijk vermijden dat zij later van elders
in het Schengengebied overeenkomstig de Dublinprocedures worden teruggestuurd
naar de lidstaat van eerste binnenkomst. De migranten moet duidelijk worden
gemaakt dat het afstaan van vingerafdrukken een wettelijke verplichting is en
dat weigering juridische gevolgen heeft. In het bijzonder kan de weigering om
vingerafdrukken af te staan ertoe leiden dat het asielverzoek van de persoon in
kwestie sneller wordt onderzocht. Als de betrokkene geen asiel heeft
aangevraagd, moet deze als onregelmatige migrant worden behandeld en is de
terugkeerrichtlijn van toepassing. Een persoon die weigert zijn vingerafdrukken
af te staan, heeft mogelijk de intentie onder te duiken. De specifieke situatie
van de persoon moet in dat geval steeds worden onderzocht en er zou eventueel
kunnen worden besloten dat inbewaringstelling gerechtvaardigd is.
3.
Toepassing van het Schengenacquis
3.1.
Gevallen van tijdelijke herinvoering van het
toezicht aan de binnengrenzen
Volgens artikel 23
van de Schengengrenscode[10]
kan een lidstaat in geval van een ernstige bedreiging van de openbare orde of
de binnenlandse veiligheid bij wijze van uitzondering opnieuw grenstoezicht aan
zijn binnengrenzen invoeren. In de periode 1 november 2013-30 april 2014
hebben twee lidstaten het toezicht aan hun binnengrenzen tijdelijk weer
ingevoerd: in Polen gebeurde dat van 8 tot 23 november (in de context van de 19de
zitting van de conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde
Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), de 9de zitting van de Conferentie
van de Partijen waarin de Partijen bij het Protocol van Kyoto bijeenkomen en de
39ste zitting van de hulporganen) en in Nederland van 14 tot 28 maart 2014 (ter
gelegenheid van de Top over nucleaire veiligheid in Den Haag). Voorlopig zijn
enkel de resultaten van de tijdelijke herinvoering van toezicht door Polen
beschikbaar. Daar werden 38 491 personen gecontroleerd, van wie er 65 de
toegang werd geweigerd en 54 werden aangehouden. Geen enkele weigering van
toegang hield verband met de bovengenoemde VN-activiteiten.
3.2.
Handhaving van binnengrenzen zonder toezicht
Op
twee onderdelen van het Schengenacquis is veelvuldig sprake van mogelijke
schendingen: de uitvoering van politiecontroles dicht bij de binnengrenzen,
waarbij de vraag rijst of deze niet hetzelfde effect hebben als grenscontroles
(artikel 21 van de Schengengrenscode), en de verplichting om alle belemmeringen
voor een vlotte verkeersstroom, zoals snelheidsbeperkingen, aan de
wegdoorlaatposten aan de binnengrenzen weg te nemen (artikel 22 van
de Schengengrenscode). In de periode van 1 november 2013 tot en met 30 april
2014 heeft de Commissie in twee nieuwe zaken om informatie verzocht over
mogelijke schending van de artikelen 21 en/of 22 van de Schengengrenscode
(betreffende Italië en Slovenië), rondde zij twee zaken af (betreffende Spanje
en Zweden) en zette zij het onderzoek voort van drie lopende zaken (betreffende
Oostenrijk, België en Duitsland). In
diezelfde periode heeft de Commissie na maatregelen van de Oostenrijkse en
Slowaakse autoriteiten twee inbreukprocedures wegens niet-naleving van de
verplichtingen uit hoofde van artikel 22 van de Schengengrenscode gesloten. De
Commissie is van mening dat nu Oostenrijk en Slowakije de overblijvende
belemmeringen voor een vlotte verkeersstroom, in het bijzonder de snelheidsbeperkingen
die niet uitsluitend door verkeersveiligheidsoverwegingen waren ingegeven,
hebben verwijderd, de grensdoorlaatpost in Kittsee-Jarovce in overeenstemming
is met het EU-recht. Op
20 februari 2014 heeft de Commissie een met redenen omkleed advies gericht aan
Tsjechië met het verzoek zijn wetgeving aan te passen zodat vervoerders geen
sanctie wordt opgelegd indien de onderdanen van een ander land die zij binnen
het Schengengebied met het vliegtuig vervoeren niet over de juiste reisdocumenten
beschikken. De huidige regels die worden toegepast voor vluchten binnen het
Schengengebied (maar die bestemd zijn voor vluchten naar een bestemming buiten
het Schengengebied[11])
verplichten vervoerders ertoe personen die de binnengrenzen overschrijden systematisch
te controleren, hetgeen is strijd is met de EU-wetgeving inzake de afschaffing
van de controles aan binnengrenzen.
3.3.
Ontwikkeling van het Europese grensbewakingssysteem
(Eurosur)
Op 2 december 2013 is het Europees grensbewakingssysteem operationeel geworden in 19
Schengenlanden aan de zuidelijke en oostelijke buitengrenzen. Dankzij Eurosur
zullen de lidstaten middelen beter kunnen delen en coördineren en beter op
incidenten en situaties aan de buitengrenzen kunnen reageren. Alle lidstaten
die zich in 2013 bij Eurosur hebben aangesloten, hebben nationale
coördinatiecentra ingesteld die ondertussen volledig operationeel zijn. Frontex
heeft deze centra opgenomen in het Eurosur-communicatienetwerk en zal in 2014
hetzelfde doen met de centra van de overige elf landen. Verder is Frontex een
samenwerking gestart met het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid
(EMSA) en het EU-satellietcentrum, met het oog op het aanbieden van diensten en
informatie op EU-niveau, zoals systemen voor positie-indicatie van schepen en
satellietbeelden.
3.4.
Vermeende schendingen van andere delen van het
Schengenacquis
De
Schengengrenscode bepaalt dat de grenscontrolemaatregelen in verhouding moeten
staan met de doelstellingen en niet discriminerend mogen zijn. Grenswachters
moeten bij het uitoefenen van hun taken de menselijke waardigheid ten volle
eerbiedigen en moeten handelen in volledige overeenstemming met het Handvest
van de grondrechten en het relevante internationaal recht, onder meer met
betrekking tot de toegang tot internationale bescherming en het beginsel van
non-refoulement. In december 2013 is de Commissie een onderzoek gestart naar
vermeende mishandeling tijdens grensbewakingsoperaties en terugdrijving aan de
buitengrenzen door Griekenland. Evenzo heeft de Commissie in februari 2014
contact gezocht met Bulgarije omtrent vermeende terugdrijving door de Bulgaarse
autoriteiten. Verder heeft de Commissie in april 2014 contact opgenomen
met Griekenland en Bulgarije met betrekking tot een aan de Grieks-Bulgaarse
grens gelegen grensdoorlaatpost die niet zou voldoen aan de vereisten van de
Schengengrenscode. Naar aanleiding
van het Zwitserse referendum van 9 februari 2014 over de invoering van een
kwantitatieve beperking op migratie zullen de Zwitserse autoriteiten met
voorstellen moeten komen voor de uitvoering van het resultaat ervan. De
Commissie zal vervolgens de mogelijke gevolgen voor de deelname van Zwitserland
aan het Schengengebied analyseren. In 2013 heeft de
Commissie klachten ontvangen over buitensporige wachttijden aan de grens met
Gibraltar ten gevolge van controles door de Spaanse autoriteiten. Gezien het
grote aantal klachten heeft de Commissie een ontvangstbevestiging gepubliceerd
in het Publicatieblad van de EU (2013/C 246/07). Na een bezoek ter plaatse en
in de wetenschap dat het beheer van de grensovergang La Línea de la Concepción
een moeilijke taak is, heeft de Commissie op 15 november 2013 aan
Spanje en het Verenigd Koninkrijk aanbevelingen gericht om de verkeersproblemen
aan de betrokken grens en de tabakssmokkel aan te pakken. Het Verenigd
Koninkrijk en Gibraltar werden er in het bijzonder toe opgeroepen maatregelen
te nemen om de tabakssmokkel beter te bestrijden, onder meer door de
ontwikkeling van op risico gebaseerde profiling, door de invoering van niet-systematische
op risicoanalyse gebaseerde controles bij vertrek uit Gibraltar en door
optimalisering van de wetgeving van Gibraltar. Spanje werd verzocht maatregelen
te treffen om de verkeerssituatie te verbeteren, door onder meer de
grensovergang te moderniseren, de op risico gebaseerde profiling te
optimaliseren en de informatie-uitwisseling met de autoriteiten van Gibraltar
over tabakssmokkel te verbeteren. De Commissie zal blijven toezien op de
situatie aan deze grens en op de praktische uitvoering van de aanbevelingen
door de beide lidstaten. Omzetting
van de terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) in nationale wetgeving De
uiterste termijn voor de omzetting van de terugkeerrichtlijn (2008/115/EG)
verstreek op 24 december 2010. Alle landen met uitzondering van IJsland hebben
meegedeeld dat de richtlijn volledig in nationaal recht was omgezet. Het
merendeel van de omzettingsproblemen werd opgelost door wijziging van de
relevante wetsbepalingen van de betrokken lidstaten. De Commissie blijft
systematisch toezicht houden op alle geïdentificeerde tekortkomingen en stelt
indien nodig een onderzoek in. Op 27 maart 2014
heeft de Commissie haar eerste verslag over de toepassing van de richtlijn
gepresenteerd, als onderdeel van een mededeling over het EU-terugkeerbeleid. De
conclusie van het verslag luidde dat de richtlijn de volledige eerbiediging van
de grondrechten heeft bevorderd via eerlijke, waardige en efficiënte
terugkeerprocedures. Het komt nu minder vaak voor dat migranten geen duidelijke
juridische status meer hebben en vrijwillig vertrek wordt algemeen gezien als
belangrijkste vorm van terugkeer. Bovendien is door een groter aantal
re-integratiemaatregelen voor duurzamere terugkeer gezorgd. Zowel
maatschappelijke organisaties (ngo's werkzaam op het gebied van migratie) als
internationale organisaties (de VN-commissie voor internationaal recht) hebben
deze positieve veranderingen bevestigd. Tenuitvoerlegging
van de verordening betreffende klein grensverkeer
(Verordening (EG) nr. 1931/2006) De
Commissie houdt sinds de inwerkingtreding van de regeling inzake klein
grensverkeer in 2006 toezicht op de uitvoering ervan. Wat betreft het vorige
verslag heeft de Commissie haar onderzoek met betrekking tot de bilaterale
overeenkomsten die vier lidstaten (Hongarije, Slowakije, Letland en Polen) met
derde buurlanden hadden gesloten, beëindigd. Zij deed dat nadat de betrokken
lidstaten op haar verzoek informatie hadden verschaft over toekomstige
ontwikkelingen. Daarnaast heeft de Commissie verder onderzoek verricht met betrekking
tot Slovenië en in het kader van twee inbreukzaken tegen respectievelijk
Letland en Polen. Op
17 februari 2014 heeft de Commissie een verslag[12]
aangenomen over de uitzonderlijke uitbreiding van het gebied waarvoor de
regeling inzake klein grensverkeer in de regio Kaliningrad van de Russische
Federatie en bepaalde Poolse administratieve districten geldt. In het verslag
wordt ingegaan op de praktische uitvoering van de regeling, waaronder het
aantal grensoverschrijdingen in het kader van de regeling, organisatorische
aspecten en problemen. De conclusie van het verslag luidt dat de regeling goed
lijkt te werken, maar er slechts een beperkte beoordeling mogelijk is,
aangezien de regeling nog niet lang van kracht is. De Raad heeft het verslag
positief onthaald en heeft aangegeven uit te kijken naar het volgende verslag,
dat over twee jaar moet worden ingediend, wanneer er meer gegevens beschikbaar
zouden moeten zijn.
3.5.
In het kader van het Schengenevaluatiemechanisme
vastgestelde gebreken
De
toepassing van het Schengenacquis door de lidstaten wordt in het kader van het
bestaande Schengenevaluatiemechanisme[13]
regelmatig geëvalueerd door deskundigen van de lidstaten, van het
secretariaat-generaal van de Raad, en van de Commissie. In
de periode van 1 november 2013 tot en met 30 april 2014 werden in Zwitserland
Schengenevaluaties uitgevoerd met betrekking tot politiële samenwerking, en
vonden in Estland, Letland, Litouwen, Hongarije en Polen Schengenevaluaties
plaats met betrekking tot SIS/Sirene. De geëvalueerde lidstaten hebben wat
SIS/Sirene betreft over het algemeen goede vooruitgang geboekt met de
uitvoering van SIS II. De verslagen zijn nog niet afgerond, maar zullen zowel
positieve als negatieve opmerkingen bevatten, alsmede aanbevelingen over het
uitgebreidere gebruik van de nieuwe functies en signaleringscategorieën.
Bijzondere nadruk wordt gelegd op het efficiëntere gebruik van SIS II aan de
buitengrenzen. Het
nieuwe Schengenevaluatiemechanisme wordt momenteel voorbereid. Overeenkomstig
Verordening (EU) nr. 1053/2013 betreffende de instelling van een
evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van
het Schengenacquis[14],
is de Schengencommissie opgericht. Tijdens de eerste bijeenkomst van de
commissie, op 17 januari 2014, is de praktische uitvoering van het
nieuwe Schengenevaluatiemechnisme besproken. Overeenkomstig de voornoemde
verordening zou het meerjarige evaluatieprogramma tegen 27 mei 2014 moeten zijn
opgesteld. Naar verwachting zullen de eerste evaluaties in het kader van het
nieuwe mechanisme vanaf januari 2015 plaatsvinden.
3.6.
Opheffing van het toezicht aan de binnengrenzen met
Bulgarije en Roemenië
De
Raad heeft nog geen besluit kunnen nemen tot opheffing van het toezicht aan de
binnengrenzen met deze landen. De Commissie blijft de toetreding van Bulgarije
en Roemenië tot het Schengengebied volledig steunen.
4.
Begeleidende maatregelen
4.1.
Gebruik van het Schengeninformatiesysteem
In veel
lidstaten zijn bij de start van SIS II ook nieuwe eindgebruikerssystemen
ingesteld of zijn de bestaande systemen aanzienlijk geüpgraded. Hierdoor zijn
de nationale toepassingen voor rechtshandhavingsfunctionarissen er sterk op
vooruitgegaan. Een groot aantal lidstaten heeft ervoor gezorgd dat er
verschillende SIS-zoekopdrachten parallel kunnen lopen volgens verschillende
criteria (zo kunnen in het geval van een gestolen tractor signaleringen met
betrekking tot voertuigen en met betrekking tot industriële uitrusting
gelijktijdig worden doorzocht). Na een aanloopfase in de lidstaten is gebleken
dat het percentage treffers (positieve resultaten van een zoekopdracht in SIS
II) over het algemeen stijgt: het aantal treffers bij SIS I+ wordt met 3,5 %
overstegen. Hoewel bij de
aanval op het Deense N.SIS in 2011 de voorloper van SIS II nog in gebruik was,
heeft de Commissie samen met experts van eu-LISA, de lidstaten en de Europese
toezichthouder voor gegevensbescherming de efficiëntie van de nationale
beveiligingsmaatregelen integraal beoordeeld. De aanbevelingen zullen in het
tweede kwartaal van 2014 worden bekendgemaakt. De Commissie is
de uitvoering van SIS II door de lidstaten voortdurend van nabij blijven
volgen. Zij heeft daarbij vooral gekeken naar de nieuwe signaleringscategorieën
en functies, aangezien veel lidstaten deze nog niet volledig hebben ingevoerd
in hun eindgebruikerssystemen. De Commissie let er in het bijzonder op of dat
de lidstaten signaleringen in SIS II tijdig verwijderen, aangezien
signaleringen die niet langer relevant zijn ongemakken en schade kunnen
veroorzaken voor de betrokkenen. Dat signaleringen laattijdig worden
verwijderd, komt meestal doordat het ontbreekt aan procedures, aan toezicht
door de verantwoordelijke nationale autoriteiten en aan duidelijke
wetgevingsbepalingen inzake het tijdstip waarop een signalering dient te worden
verwijderd. Verder heeft de Commissie vastgesteld dat bepaalde lidstaten
verzuimen het Europees aanhoudingsbevel systematisch te koppelen aan
signaleringen met het oog op aanhouding. Dit kan de geldigheid van een
signalering in het gedrang brengen. De Commissie heeft dit probleem met de
betrokken lidstaten besproken, teneinde de situatie recht te zetten. Indien
nodig zal de Commissie ook een onderzoek starten naar de lidstaten die niet aan
de wettelijke voorschriften voldoen. SIS II is een
belangrijk instrumenten gebleken voor de identificatie van de routes van
terroristen en rondtrekkende bendes, zelfs wanneer de betrokkenen hun
identiteit veranderen of identiteitsdocumenten vervalsen. De Commissie en de
lidstaten werken nauw samen om ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden
van een speciale signaleringscategorie in SIS II waarmee individuen en bepaalde
soorten voorwerpen onopvallend of gericht kunnen worden gecontroleerd. Dankzij
het doeltreffende optreden van de Commissie, waarbij zij voorstellen heeft
gedaan om tot een intensiever gebruik van deze signaleringscategorie te komen,
is het aantal signaleringen van die aard met 30 % gestegen.
4.2.
Gebruik van het visuminformatiesysteem
Sinds
het eind van de vorige verslagperiode (31 oktober 2013) is het VIS operationeel
geworden in een negende, tiende en elfde regio (respectievelijk Centraal‑Azië, Zuidoost‑Azië
en bezet Palestijns gebied)[15].
In
september 2013 is de volgorde vastgelegd waarin het VIS in een derde reeks
regio's in werking zal treden[16].
Het VIS zal normaal gezien op 15 mei 2014 operationeel worden in een twaalfde,
dertiende, veertiende en vijftiende regio (respectievelijk Centraal-Amerika,
Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Australazië) en op 25 september 2014 in
een zestiende regio (Westelijke Balkan en Turkije). Het
VIS werkt goed: op 1 oktober 2013 waren via het systeem al 4,8 miljoen
aanvragen voor een Schengenvisum verwerkt, op grond waarvan 4 miljoen visa zijn
afgegeven. Ondanks de voortdurende inspanningen van de lidstaten worden door de
consulaire autoriteiten soms biometrische en alfanumerieke gegevens van niet‑optimale kwaliteit ingevoerd in het VIS.
Het effect hiervan op de middellange en lange termijn blijft het voornaamste
punt van zorg. Zo gebeurt het dat de gegevens onvolledig zijn (bv. meerdere
visumaanvragen voor één persoon en samen reizende familieleden die niet met
elkaar in verband zijn gebracht), de gegevens ongestructureerd zijn (gebruik
van een verkeerd formaat) of de vingerafdrukken van gebrekkige kwaliteit zijn.
Door deze situatie beschikken de besluitvormers niet altijd over betrouwbare
informatie en wordt de raadpleging van andere lidstaten vóór afgifte van een
visum bemoeilijkt. Vanaf
oktober 2014 zal voor de controle van de houders van een visum aan de
Schengengrensdoorlaatposten verplicht gebruik worden gemaakt van
vingerafdrukken. Een aantal lidstaten voert reeds op een dergelijke wijze
controles uit. Belangrijk is echter dat alle lidstaten dat vanaf de gestelde
termijn doen. Uit de gegevens waarover eu-LISA voor de periode november 2013-januari
2014 beschikt, blijkt dat met behulp van het VIS aan de posten aan de
buitengrenzen in totaal 152 262 verificaties met vingerafdrukken hebben
plaatsvonden[17].
4.3.
Visumbeleid en overnameovereenkomsten
Wijziging
van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot instelling van een nieuw
opschortingsmechanisme en een herzien wederkerigheidsmechanisme Op 11 december 2013
hebben het Europees Parlement en de Raad een wijziging van
Verordening (EG) nr. 539/2001 aangenomen. De wijziging[18]
voorziet onder meer in een nieuw opschortingsmechanisme en een herzien
wederkerigheidsmechanisme en is op 9 januari 2014 in werking getreden. Het
nieuwe opschortingsmechanisme Overeenkomstig
de bepalingen van het nieuwe opschortingsmechanisme kan het mechanisme worden
ingeschakeld als uiterste maatregel in situaties waarin de visumvrije regeling
met een derde land geleid heeft tot een aanzienlijke toename van het aantal
onregelmatige migranten of afgewezen asielzoekers van dat land, en bijgevolg
tot een grote toename van de druk op het asielstelsel van een lidstaat. Het
opschortingsmechanisme wordt niet automatisch geactiveerd. Een lidstaat kan
verzoeken het mechanisme in werking te doen treden, waarna de Commissie op
grond van duidelijke en strenge criteria alle relevante factoren onderzoekt,
waaronder de potentiële impact op de betrekkingen van de EU met het derde land
in kwestie. Als de Commissie na onderzoek van alle feiten en relevante
elementen concludeert dat voor onderdanen van een specifiek derde land de visumvrijstelling
moet worden opgeschort, legt zij een ontwerpbesluit tot opschorting van de
visumvrijstelling voor aan een comité waarin alle lidstaten worden
vertegenwoordigd. Dat comité moet vervolgens een advies uitbrengen. Ook zal de
Commissie vóór zij een opschortingsmaatregel voorstelt een politiek debat
voeren met het Europees Parlement. Het
herziene wederkerigheidsmechanisme Tijdens de
wetgevingsonderhandelingen hebben het Europees Parlement en verschillende
lidstaten aangedrongen op versterking van het wederkerigheidsmechanisme, dat
wordt toegepast wanneer een van de visumplicht vrijgesteld derde land voor
burgers van een of meer lidstaten de visumplicht invoert of handhaaft. Dat moet
de efficiëntie verhogen en de solidariteit tussen de lidstaten bevorderen. Een belangrijke
verandering is dat de Commissie vanaf de kennisgeving van een niet-wederkerige
situatie gedurende twee jaar op elk moment een uitvoeringshandeling kan
vaststellen om de visumvrijstelling voor bepaalde categorieën onderdanen van
het betrokken derde land tot zes maanden op te schorten. De opschorting kan ook
worden verlengd met termijnen van hoogstens zes maanden. Indien de Commissie
besluit geen uitvoeringshandeling vast te stellen, dient zij een verslag te
presenteren met de redenen daarvoor. Bovendien zal de Commissie, als twee jaar
na de kennisgeving van de niet-wederkerige situatie het derde land burgers van
een of meerdere lidstaten nog steeds aan de visumplicht onderwerpt, een
gedelegeerde handeling vaststellen om gedurende twaalf maanden de visumplicht
opnieuw in te voeren voor alle burgers van dat derde land. Het Europees
Parlement en de Raad kunnen zich tegen de inwerkingtreding van de gedelegeerde
handeling verzetten. De Commissie is
tevreden over de vaststelling van de wijziging die de geloofwaardigheid van het
gemeenschappelijk visumbeleid en de solidariteit tussen de lidstaten moet
bevorderen. Zij is evenwel van mening dat de bevoegdheden die de Commissie zijn
toebedeeld met betrekking tot het herziene wederkerigheidmechanisme niet
stroken met de artikelen 290 en 291 van het VWEU. Daarom heeft zij een verzoek
ingediend tot nietigverklaring van een aantal bepalingen van Verordening (EU)
nr. 1289/2013, overeenkomstig de verklaringen die de Commissie heeft gedaan
tijdens de goedkeuring van de wijziging door het Europees Parlement[19] en de
Raad. Monitoringmechanisme
na visumliberalisering voor landen van de Westelijke Balkan Volgens gegevens van Eurostat lag
het totale aantal asielverzoeken uit de vijf van de visumplicht vrijgestelde
landen van de Westelijke Balkan[20] in 2013
in het Schengengebied en in de kandidaat-Schengenlanden circa 12,5 % hoger dan
in 2012[21]. Deze
situatie is de werking van de visumvrije regeling tussen de landen van de
Westelijke Balkan en de EU blijven beïnvloeden. Wat de instroom van
asielzoekers betreft, heeft de tendens van 2012 zich in 2013 voortgezet. De onderdanen van de vijf van de
visumplicht vrijgestelde landen van de Westelijke Balkan maakten in 2013 bijna 12
% uit van alle asielzoekers in de Schengenlanden en de
kandidaat-Schengenlanden, tegenover 13,4 % in 2012. In 2013 werd ongeveer 93 %
van de aanvragen ingediend in de zes Schengenlanden Duitsland, Frankrijk,
Zweden, België, Zwitserland en Luxemburg. Van alle verzoeken om internationale
bescherming die in 2013 door burgers van de vijf bovengenoemde landen van de
Westelijke Balkan in het Schengengebied en in de kandidaat-Schengenlanden
werden ingediend, werd minder dan 2 % in eerste instantie goedgekeurd[22]. Servische
onderdanen dienden met voorsprong het grootste aantal verzoeken in, maar het
aandeel van Albanese onderdanen steeg aanzienlijk. De meeste verzoeken werden
nog steeds ingediend in Duitsland (met een groeiend aandeel), gevolgd door
Frankrijk en Zweden. Op 28 november 2013
heeft de Commissie het vierde verslag over de controle na de
visumliberalisering voor de landen van de Westelijke Balkan[23]
gepresenteerd. Daarin geeft zij een beoordeling van de uitgevoerde maatregelen,
onderzoekt zij het functioneren van de visumvrije regeling en doet zij aanbevelingen
daaromtrent. Overname- en
visumversoepelingsovereenkomsten en visumliberalisering Om
de overname van personen die zonder vergunning in een lidstaat verblijven, te
vergemakkelijken, is op 16 december 2013 een overnameovereenkomst met Turkije
ondertekend. Op dat moment is tevens de dialoog over visumliberalisering van
start gegaan. Op 26 februari 2014 heeft het Europees Parlement ingestemd met de
overnameovereenkomst. De Raad dient nu het besluit betreffende de sluiting van
de overeenkomst goed te keuren. Voor
de inwerkingtreding van de overname- en visumversoepelingsovereenkomsten met
Kaapverdië is het wachten op de kennisgeving van Kaapverdië dat de
ratificatieprocedures zijn afgerond (de ratificatieprocedures door de EU zijn
reeds afgerond). Op 9 oktober 2013 heeft het Europees Parlement ingestemd met
de overname- en visumversoepelingsovereenkomsten met Armenië en op 1 januari 2014
zijn de beide overeenkomsten in werking getreden. De overnameovereenkomst met
Azerbeidzjan is op 28 februari 2014 ondertekend (de
visumversoepelingsovereenkomst was in november 2013 reeds ondertekend) en op 12
maart 2014 volgde de instemming van het Europees Parlement. Naar verwachting
zullen de overeenkomsten vóór de zomer in werking treden. De onderhandelingen
met Belarus over overname en visumversoepeling zijn op 29 januari 2014
officieel van start gegaan. De initiële uitnodiging om de onderhandelingen te
starten dateerde van 2011. Een eerste ronde technische onderhandelingen is
gepland voor midden juni 2014. De onderhandelingen over een
overnameovereenkomst met Marokko zullen op 11-12 juni opnieuw worden opgestart,
parallel met de onderhandelingen over de visumversoepelingsovereenkomst. In
december 2013 zijn de medewetgevers overeengekomen burgers van de Republiek Moldavië
die in het bezit zijn van een biometrisch paspoort, vrij te stellen van de
visumplicht. Vanaf 28 april 2014 kunnen zij zonder visum naar het
Schengengebied reizen. In februari 2014 zijn de medewetgevers een
wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 overeengekomen,
waarbij voor zestien eilandstaten in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan
alsook voor de Verenigde Arabische Emiraten, Peru en Colombia de visumplicht is
opgeheven. De wijziging zal vóór midden juni in werking treden, maar de
onderdanen van de betrokken landen zullen pas zonder visum kunnen reizen vanaf
het moment dat de visumvrijstellingsovereenkomsten tussen de EU en alle
betrokken landen van kracht zijn. Bovendien moet de Commissie met betrekking
tot Colombia en Peru een evaluatie presenteren van de naleving door deze landen
van de relevante criteria, alvorens de toestemming te vragen om over dergelijke
overeenkomsten te onderhandelen. [1] COM(2011) 561 definitief. [2] Tenzij anders aangegeven, zijn de gegevens in deel 2
afkomstig van het systeem voor informatie-uitwisseling van het Frontex-netwerk
voor risicoanalyse en bestrijken de gegevens het Schengengebied en de
kandidaat-Schengenlanden. De gegevens hebben uitsluitend betrekking op
onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen (de tijdelijke
buitengrenzen niet inbegrepen) zijn opgemerkt bij het illegaal, buiten een
grensdoorlaatpost om binnenkomen van het Schengengebied, of bij een poging
daartoe. De gegevens met betrekking tot Kroatië zijn opgenomen vanaf de dag dat
dit land toetrad tot de EU. [3] De cijfers over deze route hebben geen betrekking op
Apulia en Calabria. [4] De vaststelling van meer illegale grensoverschrijdingen
kan deels worden toegeschreven aan de operatie Mare Nostrum, die de Italiaanse
marine in oktober 2013 is gestart. [5] Mededeling van de Commissie over de werkzaamheden van de
taskforce voor het Middellandse Zeegebied van 4 december 2013, COM(2013) 869
final. [6] Het aantal onregelmatige
overschrijdingen van de Griekse grens was in 2013 nog maar iets meer dan de
helft van dat in 2012, terwijl het aantal vaststellingen langs deze specifieke
route daalde met 12 %. [7] Verordening
(EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013
tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat
verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale
bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een
van de lidstaten wordt ingediend. [8] Zoals hierboven is aangegeven, bestrijken de gegevens
zowel het Schengengebied als de kandidaat-Schengenlanden. [9] Het gaat met name om Syriërs, Eritreeërs, Somaliërs,
Afghanen, Pakistani's, Algerijnen, Marokkanen, onderdanen van de Westelijke
Balkan en Oekraïners. [10] Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement
en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de
overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), als gewijzigd
bij Verordening (EU) nr. 610/2013. [11] Zie de overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord
van 14 juni 1985 en Richtlijn 2001/51/EG van de Raad. [12] Verslag over de uitvoering en werking van Verordening (EU)
nr. 1342/2011 van het
Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1931/2006,
teneinde de oblast Kaliningrad en bepaalde Poolse administratieve districten
tot het in aanmerking komende grensgebied te rekenen en over de desbetreffende
bilaterale
overeenkomst die tussen Polen en de Russische Federatie is gesloten, COM(2014) 74
final van 17.2.2014. [13] SCH/Com-ex (98) 26 def. [14] PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27. [15]
Uitvoeringsbesluit van
de Commissie van 8 november 2013 tot vaststelling van de datum waarop de
werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) in een negende, tiende en
elfde regio beginnen (2013/642/EU). [16] Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 30 september 2013
tot vaststelling van de derde en laatste reeks regio’s waar de werkzaamheden
van het Visuminformatiesysteem (VIS) beginnen (2013/493/EU). [17] De meeste controles werden hoofdzakelijk door zes
lidstaten uitgevoerd. De overige lidstaten voerden dergelijke controles niet
uit, of minder dan honderd keer per maand. Ter vergelijking: tijdens dezelfde
periode werden voor het hele Schengengebied met het VIS 6 159 564
controles op basis van alfanumerieke gegevens (de visumsticker) uitgevoerd. [18] Verordening
(EU) nr. 1289/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van
de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de
buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde
landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, PB L 347
van 20.12.2013. [19] Zie: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+CRE+20130910+ITEM-011+DOC+XML+V0//EN&language=EN [20] Sinds eind 2009 zijn onderdanen van de voormalige
Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië die in het bezit zijn
van een biometrisch paspoort vrijgesteld van de visumplicht voor het reizen
naar de EU‑lidstaten, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 539/2001.
Sinds 15 december 2010 kunnen ook onderdanen van Albanië en Bosnië en
Herzegovina onder dezelfde voorwaarden zonder visum naar de EU‑lidstaten
reizen. [21] De gegevens van Eurostat voor 2012 hebben geen betrekking
op Kroatië, aangezien het op dat moment nog geen lid was van de EU. [22] Het percentage ingewilligde verzoeken wordt berekend als
het aantal beslissingen in eerste instantie waarbij overeenkomstig de Conventie
van Genève de vluchtelingenstatus wordt toegekend of waarbij subsidiaire
bescherming wordt toegekend, afgezet tegen het totale aantal beslissingen in
eerste instantie (het totale aantal beslissingen in eerste instantie omvat de
beslissingen tot toekenning van de vluchtelingenstatus of van subsidiaire
bescherming, alsook beslissingen tot toekenning van andere statussen zoals de
humanitaire status en tot afwijzing van een verzoek). [23] COM(2013) 836 final.