MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT De herziening van het uitvoercontrolebeleid: waarborgen van veiligheid en concurrentievermogen in een veranderende wereld /* COM/2014/0244 final */
MEDEDELING VAN
DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT De herziening van het uitvoercontrolebeleid:
waarborgen van veiligheid en concurrentievermogen in een veranderende wereld
1.
Inleiding
De EU is een grote producent en exporteur van
producten voor tweeërlei gebruik en derhalve een belangrijke speler bij
uitvoercontroles ter bestrijding van proliferatie. Het
EU-uitvoercontrolesysteem ontstond aan het einde van de jaren negentig van de
vorige eeuw en werd in de afgelopen tien jaar geleidelijk uitgebreid, met name
naar aanleiding van de EU-strategie tegen de verspreiding van
massavernietigingswapens (Weapons of Mass Destruction – WMD) van december 2003.
Verordening (EG) nr. 428/2009[1]
(hieronder 'de verordening') implementeert internationale verplichtingen op
grond van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad (UNSCR), evenals
relevante internationale overeenkomsten en multilaterale
uitvoercontrolesystemen. De verordening maakt het vrije verkeer van producten
voor tweeërlei gebruik binnen de EU mogelijk – met enkele uitzonderingen – en
bevat basisbeginselen en gemeenschappelijke regels voor de controle op de
uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor
tweeërlei gebruik. Artikel 25 van de verordening roept de Commissie op
om de tenuitvoerlegging te beoordelen en voorstellen tot wijzigingen in te
dienen. Bovendien drong de Raad onlangs, tien jaar na de aanneming van de
EU-strategie tegen verspreiding van massavernietigingswapens, aan op
voortzetting van een doeltreffend Europees non-proliferatiebeleid inzake
massavernietigingswapens en op herziening en versterking van uitvoercontroles[2]. Als eerste stap in de
richting van de herziening bracht de Commissie een groenboek[3] uit dat een breed
openbaar debat op gang bracht over het uitvoercontrolesysteem van de EU en
publiceerde ze in januari 2013 een werkdocument van de diensten van de
Commissie[4] waarin de voornaamste
knelpunten die door ruim 100 belanghebbenden zijn aangekaart op een rijtje
worden gezet, waaronder hun zienswijzen op mogelijke ontwikkelingen om te komen
tot een geïntegreerder EU-uitvoercontrolesysteem dat veiligheid en
concurrentieneutraliteit waarborgt. Een aan het Europees Parlement en de Raad
voorgelegd verslag over de tenuitvoerlegging van de Verordening werd op 16
oktober 2013 goedgekeurd[5], hetgeen een tweede stap
in de herzieningsprocedure vormde. De onderhavige mededeling stippelt de koers
voor EU-uitvoercontroles uit, en brengt concrete beleidsopties in kaart om deze
controles te moderniseren en aan te passen aan snel veranderende
technologische, economische en politieke omstandigheden. Deze mededeling is ook aangemerkt als een initiatief
op grond van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving
(Regulatory Fitness and Performance Programme – REFIT).
2.
Uitvoercontroles
in een veranderende veiligheids-, technologische en economische omgeving: de
noodzaak van een herziening van het uitvoercontrolebeleid
Het internationale
non-proliferatiesysteem heeft sinds de eeuwwisseling aanzienlijke veranderingen
ondergaan, en robuuste barrières zijn opgeworpen tegen proliferatie.
Uitvoercontroles vormen een belangrijk instrument in de strijd tegen
proliferatie maar deze moeten gelijke tred houden met veranderende
proliferatiedreigingen, snelle technologische en wetenschappelijke
ontwikkelingen en transformaties van de wereldwijde economische activiteit die
nieuwe veiligheidsproblemen met zich meebrengen en gevolgen hebben voor de
wereldwijde mededingingsvoorwaarden.
2.1. Veranderende en nieuwe veiligheidsrisico's
en bedreigingen
De
uitdagingen als het gaat om de verspreiding van massavernietigingswapens
nemen toe en de proliferatie van massavernietigingswapens vormt nog altijd
een van de grootste veiligheidsrisico's voor de EU, met name doordat
steeds meer landen zorgwekkende proliferatiecapaciteit ontwikkelen. De
handel in gevoelige producten zal naar verwachting dan ook een cruciaal
middel blijven om geheime proliferatieprogramma's in de toekomst uit te
rusten.
Mondialisering
en de toenemende activiteit van niet-overheidsactoren die betrokken zijn
bij clandestiene proliferatieprogramma's leiden tot een
opeenstapeling van transnationale
veiligheidsdreigingen waarbij illegale activiteiten convergeren en een
drugshandelaar ook kan optreden als een terrorist of een proliferator.
De terrorismedreiging en kwetsbaarheid voor onconventionele aanslagen
blijven speciale aandacht vereisen, met name door het veranderende profiel
van terroristen en het inmiddels wereldwijde karakter van terrorisme.
Proliferatoren
zitten niet stil en ontwerpen steeds nieuwe proliferatiestrategieën om de
kwetsbaarheid van het stelsel van wereldwijde handels- en
informatiesystemen uit te buiten. Ze ontwikkelen technieken om controles
te omzeilen met behulp van steeds verfijndere netwerken die gekenmerkt
worden door meerdere niet-overheidsactoren (waaronder nietsvermoedende
marktdeelnemers zoals leveranciers die geen weet hebben van
proliferatierisico's, financierders, transporteurs, wetenschappelijke en
academische organen) en het verplaatsen van gevoelige producten door
gebieden met zwakke binnenlandse instellingen en overslagcentra.
2.2. Snelle technologische en
wetenschappelijke ontwikkelingen
Innovatie
en technologische doorbraken spelen een voorname rol bij de opkomst van
nieuwe proliferatierisico's: de veiligheid van overheden, maar ook die van
bedrijven en burgers, wordt steeds meer bepaald door de stand van de
technologie. Nieuwe technologieën brengen het ontwerpen en vervaardigen
van wapens binnen handbereik van een grotere groep mensen, waardoor het
aantal bedreigingen toeneemt. De snelle verspreiding van
informatietechnologie stelt moderne economieën bovendien bloot aan nieuwe
risico's die in de hand worden gewerkt door de connectiviteit van mondiale
handels- en datanetwerken – waaronder de opkomst van specifieke
"cybertools" voor grootschalige bewaking, monitoring, opsporing
en onderschepping. Cyberbeveiliging is inmiddels cruciaal voor de
veiligheid van de EU en "cyberproliferatie" is
uitgegroeid tot een belangrijk aspect van uitvoercontroles.
Exporten
worden in toenemende mate verzonden en niet getransporteerd. In het
tijdperk van cloudcomputing kunnen informatiestromen met gevoelige
technologie worden gebruikt om onbeperkte hoeveelheden gevoelige goederen
voort te brengen en dit vormt een groot probleem voor uitvoercontrole, met
name doordat grenscontroles niet toepasbaar zijn, en bedrijven moeite
hebben de regels te handhaven (bijv. ten aanzien van IT-architectuur,
technische samenwerking, reizen van deskundigen, etc.). In een onderling
verbonden wereld waar immateriële technologieoverdrachten (ITT's)[6]
steeds belangrijker zijn geworden ten opzichte van het fysieke verkeer van
goederen, moeten uitvoercontroles dan ook 'online' opereren.
Wetenschappelijk
onderzoek leidt tot buitengewone doorbraken die de samenleving ten goede
komen, maar het risico dat onderzoek wordt misbruikt zorgt voor een
toenemend spanningsveld tussen het beginsel van openheid in de wetenschap
en veiligheidsproblemen. Uit debatten is gebleken dat het mondiale
karakter van wetenschap en het vrije verkeer van wetenschappelijke
informatie [7]
in ogenschouw moeten worden genomen, maar ook dat moet worden gekeken naar
het risico van misbruik van wetenschappelijk onderzoek en erop moet worden
toegezien dat de veiligheidsimplicaties onafhankelijk worden beoordeeld.
2.3. Wereldwijde
toeleveringsketens en gelijke mededingingsvoorwaarden
Veiligheid
is uitgegroeid tot een belangrijk aspect van verantwoorde
toeleveringsketens. Uitvoercontroles moeten legitiem
handelsverkeer beschermen tegen de risico's die gekoppeld zijn aan
illegale transacties nu handelsstromen complexer en kwetsbaarder worden,
aangezien door het steeds intensievere verkeer van grensoverschrijdende
goederen, diensten, knowhow en mensen die actief zijn in internationale
productienetwerken een snellere en gedematerialiseerde wereldhandel
ontstaat. Door het gebruik van tussenpersonen, brievenbusmaatschappijen,
omleidingsroutes en overslagcentra zijn het aantal en het type actoren en
activiteiten die betrokken zijn bij proliferatiegevoelige overdrachten
sterk toegenomen. De ontwikkeling van onlinediensten en e-commerce levert
nieuwe uitdagingen op aangezien digitale handel open en veilig moet
blijven.
De opkomst
van mondiale waardeketens en internationale productiecapaciteiten leidt
tot een toegenomen buitenlandse beschikbaarheid van producten voor
tweeërlei gebruik. Industrieën voor producten voor tweeërlei gebruik zijn
steeds vaker geïnternationaliseerd en de bedrijfsvoering is tegenwoordig
in handen van een opmerkelijke verscheidenheid aan actoren. Dit heeft een
wezenlijke invloed op het concept "leverancier" dat centraal
staat bij uitvoercontrole en illustreert de noodzaak van flexibele
uitvoercontroles die afgestemd zijn op veranderende economische
realiteiten.
Ook het
profiel van hightechindustrieën is aan verandering onderhevig. Doordat de
scheidslijn tussen civiele en militaire technologie en industriële centra
vervaagt en het aantal vage producten voor tweeërlei gebruik groeit, wordt
het steeds moeilijker om onderscheid te maken tussen overdrachten van
louter civiele producten en die van producten voor tweeërlei gebruik.
Hierdoor is de handel in producten voor tweeërlei gebruik door de jaren
heen gestaag toegenomen en vertegenwoordigt deze inmiddels een aanzienlijk
deel van de externe handel[8].
De wijdverbreide vertakkingen op sector- en productniveau veroorzaken
operationele knelpunten doordat het volume en de verscheidenheid van
vergunningsaanvragen toeneemt.
Uitvoercontroles
vormen een belangrijke concurrentiefactor, aangezien de Europese economie
verschuift richting innovatieve productie met een hoge toegevoegde waarde,
en Europese waardeketens integraal deel uitmaken van mondiale
waardeketens. Met het oog hierop veroorzaken divergerende controleniveaus
in derde landen concurrentievervalsingen die ten koste gaan van Europese
bedrijven die wereldwijd actief zijn. Verder kunnen afwijkende
controleparameters en gevallen van "asymmetrische
tenuitvoerlegging" van controles de uniforme tenuitvoerlegging van
controles en gelijke mededingingsvoorwaarden binnen de EU nadelig
beïnvloeden.
3. Materialiteit en grenzen
voorbij: naar een geïntegreerd en risicogebaseerd strategisch
handelscontrolesysteem.
Met
het huidige uitvoercontrolesysteem heeft de EU geprobeerd een gulden middenweg
te vinden tussen veiligheid en handel. Het systeem staat te boek als
degelijk en doeltreffend en heeft een solide wettelijke en institutionele
grondslag. Het moet echter worden herzien en geactualiseerd om nieuwe
uitdagingen het hoofd te bieden en de moderne controlecapaciteiten voort te
brengen waaraan de EU voor het komende decennium en daarna behoefte heeft. Dit
zou kunnen worden bereikt door de ontwikkeling van een geïntegreerd en
risicogebaseerd strategisch model voor handelscontrole nieuw leven in te
blazen, uitgaande van de volgende premissen:
Een
risicogebaseerde herziening van het evenwicht tussen de noodzaak van
handelsregulering en het terugdringen van administratieve lasten om ervoor
te zorgen dat wetgeving duidelijk en evenredig is. Niet op regelgeving
berustende acties – richtsnoeren, het bundelen van hulpbronnen, etc. –
kunnen ook worden overwogen om het Europese controlesysteem uit te rusten
met flexibele hulpmiddelen teneinde in te spelen op nieuwe uitdagingen en
gelijke mededingingsvoorwaarden op de interne markt te waarborgen.
Een
geïntegreerde benadering om de onderlinge samenhang te bevorderen van alle
"pijlers" van uitvoercontrole (wetgeving, voorafgaande
vergunningverlening, tenuitvoerlegging, handhaving, voorlichting) door de
ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-controlenetwerk dat gericht is
op uniforme tenuitvoerlegging en handhaving teneinde
concurrentievervalsingen tegen te gaan en de veiligheid te verbeteren.
Een
transparante dialoog met belanghebbenden en een voornamere rol voor de
particuliere sector zouden van cruciaal belang zijn voor een geïntegreerde
benadering die marktdeelnemers in staat stelt hun complementaire taak ten
volle te vervullen, waardoor het gebruik van hulpbronnen wordt geoptimaliseerd
en doeltreffende handhaving wordt ondersteund.
Proliferatie
vindt wereldwijd plaats en daarom moet uitvoercontrolebeleid een
internationale dimensie omvatten. De ontwikkeling van een geïntegreerd
systeem zou actiever extern optreden van de EU mogelijk maken doordat
multilaterale processen die centraal staan in het wereldwijde
uitvoercontrolesysteem worden versterkt en de voorwaarden worden geschapen
voor tot wederzijds voordeel strekkende relaties met belangrijke partners.
Dit zou ook de veiligheid van de EU zelf ten goede komen.
3.1. Prioriteit 1: Inspelen
op een veranderende veiligheidsomgeving en de bijdrage van de EU aan
internationale veiligheid vergroten
Het Europese
uitvoercontrolesysteem moet inspelen op verschuivende accenten in het buitenlands
beleid en gelijke tred houden met nieuwe veiligheidsbenaderingen. Het moet de
veiligheidsimplicaties van een gestaag toenemend aantal opkomende technologieën
en een breder aanbod van producten voor tweeërlei gebruik integreren, teneinde
het vreedzame gebruik ervan te waarborgen. Het moet de steeds kunstmatigere
scheidslijn tussen interne en externe veiligheid slechten en veranderende
proliferatierisico's aan banden leggen die grenzen en rechtsgebieden
overschrijden. ·
De
Commissie zal mogelijk overgaan tot een "menselijke
veiligheidsbenadering"[9]
vanuit het besef dat veiligheid en mensenrechten onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn. Dit kan gepaard gaan met een bredere veiligheidsbenadering
waarin het begrip 'strategische' producten niet alleen en in strikte zin betrekking
heeft op producten met mogelijke militaire of WMD-proliferatiedoeleinden. Dit
kan ook betekenen dat controlecriteria worden verduidelijkt vanuit een breder
veiligheidsperspectief, bijv. de potentiële gevolgen van terrorisme of mensenrechtenschendingen
voor de veiligheid van personen. Deze benadering zou tevens de samenhang met
andere handelscontroles versterken en aansluiten bij internationale trends,
bijv. het Wapenhandelsverdrag (Arms
Trade Treaty – ATT)[10]
en het VN-Vuurwapenprotocol. ·
De
Commissie zal overwegen een "intelligente veiligheidsbenadering" te
ontwikkelen om in te spelen op de transformaties van producten voor tweeërlei
gebruik en de proliferatie van nieuwe technologieën en de toenemende
complexiteit van de internationale toeleveringsketen. Hierbij kunnen de
volgende mogelijkheden worden overwogen:
ontwikkeling
van een "Europese technologische reactiecapaciteit" om een
actieve bijdrage te leveren aan de uiterst technische discussies over
controlelijsten, maar ook om snel te kunnen reageren op de uitdagingen die
opkomende technologieën met zich meebrengen (zoals cloudcomputing,
productie van hulpstoffen (3-D printen), nanotechnologie) evenals het afschaffen
van controles voor producten die verouderd of op grote schaal verkrijgbaar
zijn. Dit mechanisme zou kunnen voortbouwen op de binnen
uitvoercontrole-instanties beschikbare deskundigheid en op een structurele
dialoog met de bedrijfstak. Het kan ook gepaard gaan met het opstellen van
richtsnoeren wanneer technologieën door hun bedrijfskritische karakter
risico's met zich meebrengen en transparantie, juridische duidelijkheid en
een gemeenschappelijke benadering vereisen.
namens de
EU een doeltreffende respons formuleren op het gebruik van cyberspace voor
proliferatiedoeleinden en tekst en uitleg geven bij controles van
cybertools[11].
Dit kan gepaard gaan met EU-acties om multilaterale besluiten over
cybertools, of alternatieven zoals de invoering van autonome EU-lijsten of
een specifiek vangnetmechanisme, zonder het concurrentievermogen van de
Europese ICT-industrie en de inbedding ervan in wereldwijde
toeleveringsketens te ondermijnen.
gemoderniseerde
controlebenaderingen die de poreusheid van legale en illegale handel aanpakken kunnen gepaard gaan met het versterken van
de rechtsgrondslag en het actualiseren van bepaalde controlemodaliteiten
teneinde rekening te houden met alle aspecten en actoren in de
controleketen en in te spelen op divergerende toepassingen van controles
en daarmee samenhangende kwetsbaarheden. Dit kan onder meer het volgende
omvatten: het verschaffen van duidelijkheid over de begrippen 'export' en
'exporteur' om de verscheidenheid aan activiteiten en actoren in mondiale
toeleveringsketens in kaart te brengen, het herzien van de wijze waarop de
bevoegde autoriteit wordt vastgesteld (met name voor bedrijven buiten de
EU), het actualiseren van de controle van technische bijstand, het
bevorderen van de uniformiteit en handhaving van bevrachtings- en
doorvoercontroles, alsmede het introduceren van specifieke wettelijke
bepalingen om omzeiling tegen te gaan en regels op te stellen voor
transacties waarbij EU-ingezetenen betrokken zijn ongeacht hun
vestigingsplaats. De introductie van nieuwe controlemodaliteiten en de
samenwerking met de particuliere sector zou er bovendien toe kunnen
bijdragen dat het accent wordt verlegd naar de monitoring van eindgebruik
en dat legale exporten en de opsporing van illegale handel worden
vergemakkelijkt.
·
De
Commissie zou zich kunnen buigen over een specifieke strategie om
"immateriële controle" te bevorderen en het probleem van immateriële
technologieoverdrachten (ITT) het hoofd te bieden, waaronder de noodzaak om de
controle van 'onderzoek voor tweeërlei gebruik' te verduidelijken en
tegelijkertijd onnodige belemmeringen voor het vrije verkeer van kennis en het
wereldwijde concurrentievermogen van Europese wetenschap en technologie weg te
nemen.
De nadere
toelichting van het juridische kader dat van toepassing is op ITT kan
gepaard gaan met het herzien van wettelijke bepalingen en/of het opstellen
van richtsnoeren met betrekking tot basisconcepten die van toepassing zijn
op elektronische overdrachten van gecontroleerde technologie. Daarnaast
kan worden gedacht aan de controlemodaliteiten en de invoering van
specifieke instrumenten om het vrije verkeer van technologie te
vergemakkelijken (bijv. algemene uitvoervergunningen binnen de EU (EU
General Export Authorisations – EUGEA's) voor bedrijfsintern onderzoek en
ontwikkeling) alsook het verbeteren van de traceerbaarheid en handhaving
van ITT via een benadering die het accent legt op controlebepalingen
voorafgaand aan de overdracht – bijv. registratie, zelfcontrole – en
monitoring na overdracht – bijv. nalevingsgerichte controles – en niet op
de overbrenging zelf;
Gerichte en
gecoördineerde communicatie richting academische onderzoeksgemeenschappen
binnen de EU zou meer inzicht verschaffen in toepasselijke regels en
doeltreffende tenuitvoerlegging door wetenschappers en laboranten kunnen
bevorderen. Andere mogelijkheden zijn het opstellen van een gedragscode
voor wetenschappers die betrokken zijn bij de uitvoering van onderzoek
voor tweeërlei gebruik.
3.2. Prioriteit 2: Bevorderen
van uniforme uitvoercontroles en wereldwijde concurrentieneutraliteit
Ondanks de toenemende
internationale erkenning van uitvoercontroles leiden divergerende
controlenormen in derde landen tot concurrentievervalsingen en zwakke schakels
in de wereldwijde toeleveringsketen. Hiervan kunnen proliferatoren misbruik
maken. EU-beleid moet derhalve bijdragen tot convergentie richting wereldwijde
en doeltreffende controles voor wereldwijde toeleveringsketens, zodat enerzijds
het bedrijfsleven niet langer verplicht is tot parallelle naleving van
divergerende regelgeving en anderzijds gelijke mededingingsvoorwaarden worden
bevorderd.
De
Commissie zou kunnen overwegen een doeltreffend mechanisme op te zetten
voor het regelmatig bijwerken van EU-controlelijsten die voortbouwen op
deskundigheid van nationale autoriteiten, om ervoor te zorgen dat
controlelijsten een afspiegeling vormen van technologische en commerciële
ontwikkelingen en concurrentievervalsingen in verband met verouderde
controles tot een minimum worden beperkt.
Hoewel de
Europese licentie-architectuur over het algemeen bevredigend wordt geacht,
hebben vergunningsprocedures nog altijd een nadelige invloed op het
concurrentievermogen. De Commissie zal dan ook naar manieren zoeken om de
vergunningsarchitectuur en -processen te optimaliseren teneinde belastende
vergunningsprocedures te voorkomen en vertragingen en
concurrentievervalsing tot een minimum te beperken. Dit kan gepaard gaan
met:
o
de
invoering van een systeem voor de periodieke evaluatie van nationale algemene
uitvoervergunningen (NGEA's) en overleg over de mogelijke omzetting ervan in
EUGEA's die binnen de hele EU van toepassing zijn; o
verschuiving
naar open vergunningen door de invoering van aanvullende EUGEA's, om een gulden
middenweg te vinden tussen enerzijds het doeltreffend optreden tegen
proliferatie en anderzijds het ontlasten van vergunningsautoriteiten en
exporteurs door een evenredig controleniveau, bijv.: § "zendingen
van lage waarde" om de uitvoer van geringe hoeveelheden producten met een
gering proliferatierisico te vereenvoudigen; § "encryptie"
om de uitvoer mogelijk te maken van ICT-producten die op grote schaal worden
gebruikt in industriële processen en toegepast worden in een uiterst
concurrerende omgeving; § "technologieoverdrachten
binnen bedrijven" voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden; § "overdrachten
binnen de EU" voor producten die onder bijlage IV vallen[12], zodat
controlemodaliteiten het vrije verkeer van goederen en technologie binnen de
interne markt niet in de weg staan; § "grote
projecten" waardoor autoriteiten een "totaalbeeld" krijgen in
plaats van geconfronteerd te worden met een aaneenschakeling van losse
vergunningsaanvragen. o
herziening
van de parameters (bestemmingen, producten) voor bestaande EUGEA's om ervoor te
zorgen dat ze up-to-date zijn, en harmonisering van een aantal
vergunningsvoorwaarden en vereisten teneinde uniforme tenuitvoerlegging binnen
de EU te bevorderen, waaronder de geldigheidsduur van afzonderlijke
vergunningen en van weigeringen. Het opstellen van richtsnoeren voor uniforme
vergunningverlening, waaronder beste praktijken bijv. inzake verwerkingstijden,
kan eveneens worden overwogen.
De Commissie zal nagaan in
hoeverre de mondiale convergentie van uitvoercontroles kan worden
bevorderd teneinde de handel in producten voor tweeërlei gebruik te
vergemakkelijken. Hieronder kunnen coherente, omvattende en
geconsolideerde regelingen[13] vallen die de rol van de EU bij het tegengaan van
proliferatie en illegale handel weerspiegelen. Dit kan ook gepaard gaan met activering en samenwerking
om partnerlanden te helpen convergente regelgeving te ontwikkelen, en met
belangrijke handelspartners een dialoog over uitvoercontrole tot stand te
brengen teneinde conflicterende regelgevingsvereisten te voorkomen en de
administratieve lasten voor exportgerichte bedrijfstakken te beperken.
3.3 Prioriteit 3: Een doeltreffend en
concurrerend EU-uitvoercontrolesysteem ontwikkelen
Dankzij hun meerlagige structuur
vormen EU-uitvoercontroles een uniek en flexibel systeem, maar divergerende
toepassing kan de algehele doeltreffendheid van het systeem in sommige gevallen
ondermijnen. De Commissie zou
derhalve moeten
beoordelen in hoeverre de "asymmetrische tenuitvoerlegging" van
controles kan worden tegengegaan teneinde concurrentievervalsingen en
controlekosten binnen de EU tot een minimum te beperken. ·
Divergerende
controlebesluiten worden vaak toegeschreven aan het ontbreken van een
geharmoniseerd EU-uitvoercontrolebeleid en met name aan een divergerende
risicobeoordeling die ten grondslag ligt aan controlebesluiten. Een
risicogebaseerde benadering, gebaseerd op de ontwikkeling van een
gemeenschappelijk risicobeheersingskader zou kunnen zorgen voor meer
uniformiteit bij het vaststellen van risicovolle transacties, het EU-brede
gebruik van hulpbronnen kunnen optimaliseren en concurrentievervalsingen als
gevolg van divergerende controlebeslissingen kunnen beperken. ·
Vangnetcontroles[14] blijven
cruciale hulpmiddelen om het gebruik van niet in een lijst opgenomen producten
voor proliferatie te voorkomen, maar ongelijkmatige tenuitvoerlegging heeft
geleid tot bezorgdheid over juridische duidelijkheid, concurrentievervalsingen
en mogelijk zwakke schakels in de controleketen. Meer convergentie zou kunnen
worden gerealiseerd door de harmonisering van het concept vangnetcontroles en
het versterken van de raadpleging om hun EU-brede toepassing te waarborgen en
een beleid van geen onderbiedingen te versterken. Dit zou kunnen worden
ondersteund door regelmatige uitwisseling van informatie en het tot stand
brengen van een overkoepelende Europese databank. Sommige informatie zou kunnen
worden gedeeld met douane- en andere instanties om de handhaving te bevorderen
of openbaar kunnen worden gemaakt. Transparantie kan de due diligence van
marktdeelnemers ondersteunen om ervoor te zorgen dat de toeleveringsketen
veilig is. ·
De
Commissie zou overdrachtscontroles binnen de EU kritisch tegen het licht kunnen
houden om resterende belemmeringen in de interne markt zoveel mogelijk weg te
nemen, terwijl strikte controles gehandhaafd blijven voor de meest gevoelige
producten voor tweeërlei gebruik. Dit zou gepaard kunnen gaan met een
herziening van bijlage IV om te komen tot een bijgewerkte lijst van meest
gevoelige producten en/of de invoering van een EUGEA voor overdrachten binnen
de EU, waaronder technologieoverdrachten. Passende voorwaarden en vereisten,
waaronder verificatie na verzending binnen de EU, kunnen worden geformuleerd
als compensatie voor het afschaffen van vergunningen voorafgaand aan overdracht
en om de veiligheid van overdrachten en de beschikbaarheid van informatie te
waarborgen.
3.4.
Prioriteit 4: Doeltreffende en uniforme tenuitvoerlegging en handhaving van
uitvoercontroles
Uitvoercontrolebeleid moet niet
alleen regels bevatten voor de controle van legitiem handelsverkeer, maar ook
gericht zijn op voorkoming en verstoring van illegale handel. Uniforme
tenuitvoerlegging en handhaving binnen de hele EU is cruciaal om het risico van
omzeiling van controleprocessen tegen te gaan, maar het ontbreken van solide
EU-brede statistieken en inlichtingen staat doeltreffend en daadkrachtig beleid
nog altijd in de weg. De Commissie zal de volgende mogelijkheden bestuderen om
te komen tot een geïntegreerd uitvoerings- en handhavingskader: ·
Met
ruim 40 000 aanvragen per jaar leggen uitvoercontroles een groot beslag op
de administratieve capaciteit binnen controle-instanties. De ontwikkeling van
een Europees uitvoercontrolekader zou de algehele capaciteit van het systeem
kunnen versterken, het gebruik van hulpbronnen optimaliseren en administratieve
kosten beheersen dankzij de volgende opties:
Gestructureerde
uitwisseling tussen uitvoercontrole-instanties van vergunningsgegevens en
andere relevante informatie (bijv. bestemmingen, eindgebruikers,
incidenten en overtredingen), kan alle bevoegde instanties toegang bieden
tot kritische informatie, uitgaande van duidelijk in kaart gebrachte
behoeften teneinde overaanbod van informatie te voorkomen. De beveiligde
IT-infrastructuur "DUeS"[15]
zou kunnen worden uitgebreid om geavanceerde gegevensuitwisseling te
ondersteunen.
Geavanceerde
strategische en operationele samenwerking met handhavingsinstanties, bijv.
de douane, kan worden bereikt door uitvoercontroleprioriteiten op te nemen
in relevante beleidscycli[16],
informatie te delen via een EU-breed uitwisselingssysteem,
gemeenschappelijke risicobeheersingsinstrumenten te ontwikkelen en
gezamenlijke operaties uit te voeren. Gerichte gegevensuitwisseling over
handhaving zou een beter strategisch inzicht bieden in de doeltreffendheid
van controles binnen de EU en het uitwisselen van beste praktijken, en kan
als feedback dienen voor de formulering van beleid, bijv. voor het
opsporen van illegale handel.
Meer
afstemming tussen verschillende EU-instanties en lidstaten en het in kaart
brengen van synergieën tussen veiligheidsgerelateerde
handelscontrole-instrumenten, bijv. door de ontwikkeling van een
gemeenschappelijke IT-infrastructuur als een gezamenlijk platform om
EU-breed informatie uit te wisselen, zou de algehele doeltreffendheid van
EU-acties ter bestrijding van proliferatie ten goede kunnen komen. Ook
moet worden gezorgd voor coherentie met ander nauw verwante
EU-beleidsterreinen, bijv. in het kader van het EU-actieplan inzake
chemische, biologische, radiologische en nucleaire veiligheid, Verordening
(EU) nr. 98/2013 inzake precursoren voor explosieven en Verordening
(EU) nr. 258/2012 over vuurwapens.
In de
afgelopen tien jaar is de nodige capaciteit opgebouwd als het gaat om
massavernietigingswapens, waaronder uitgebreide outreachprogramma's inzake
uitvoercontroles met derde landen, terwijl initiatieven binnen de EU nog
altijd in de kinderschoenen staan. De ontwikkeling van een gericht
EU-breed capaciteitsopbouwprogramma en opleiding voor functionarissen,
waaronder douane en grensinstanties, zou de capaciteit kunnen uitbreiden
om grensoverschrijdende handel in strategische producten te voorkomen en
op te sporen. Ook het bundelen van deskundigheid, bijv. door de verdere
ontwikkeling van de "pool van deskundigen", zou de
EU-controleketen kunnen versterken.
·
In
hedendaagse economieën staat de particuliere sector centraal in de
controleketen. Samenwerkingsverbanden met de particuliere sector kunnen de
veiligheid en veerkracht van de wereldwijde toeleveringsketen dan ook
aanzienlijk bevorderen. Marktdeelnemers zijn goed gepositioneerd om illegale
handel op te sporen en gevoelige technologie te beschermen, terwijl verschillen
in de naleving van de regelgeving op het gebied van in- en uitvoer ('trade
compliance') handelsverstorend werken en kansen bieden om misbruik te maken van
zwakke schakels in toeleveringsketens. De totstandbrenging van deze voorwaarden
staat of valt met betere coördinatie en afstemming tussen overheden en de
particuliere sector en kan gepaard gaan met diverse acties:
Compliance-activiteiten
door de particuliere sector kunnen worden erkend middels het faciliteren
van controle en versnelde uitvoerprocedures door heldere normen op te
stellen voor het gebruik van vereenvoudigde mechanismen (zoals EUGEA's,
NGEA's, Global Licences) als een wezenlijk privilege dat wordt toegekend
aan betrouwbare exporteurs. Dit kan gepaard gaan met wettelijke vereisten
en/of richtsnoeren die marktdeelnemers in staat stellen hun blootstelling
aan proliferatie in kaart te brengen, te beheersen en te beperken door extra
alert te zijn op producten met een hoog proliferatierisico; daarbij kan
gedacht worden aan vereisten ten aanzien van due-diligence en
openbaarmaking, waaronder het melden van verdachte transacties. Hoewel de
kosten voor het bedrijfsleven tot een minimum moeten worden beperkt en
zelfregulering moet worden aangemoedigd, zouden standaardeisen voor
'Internal Compliance Programmes' (ICP's) kunnen bijdragen tot gelijke
mededingingsvoorwaarden binnen de EU. Compliance en concurrentievermogen
zijn wederzijds versterkend, aangezien compliance het risico van
onopzettelijke levering van producten voor tweeërlei gebruik aan
zorgwekkende programma's beperkt en bedrijven daarmee vrijwaart van boetes
en reputatieschade. Convergentie met het douaneprogramma voor geautoriseerde
marktdeelnemers (AEO) kan overlap tussen controles verminderen en zowel
marktdeelnemers als overheden kosten besparen.
Transparantie
en gecoördineerde voorlichting kunnen van cruciaal belang zijn om
duidelijkheid te verschaffen over vereisten, de compliance-activiteiten
van marktdeelnemers te ondersteunen en hun
controlecapaciteit te vergroten, waardoor elk element van de
toeleveringsketen bestand is tegen "vervuiling" door illegale
handel. Dit kan gepaard gaan met de publicatie van rapporten en niet-gevoelige controlegegevens, waaronder richtsnoeren ter bevordering van goede
compliancepraktijken.
De
compliance-inspanningen van bedrijven kunnen tevens worden ondersteund
door de ontwikkeling van gemeenschappelijke EU-instrumenten voor
marktdeelnemers, zoals gestandaardiseerde IT-hulpmiddelen en elektronische
vergunningsystemen.
·
Uitvoercontroles
weerspiegelen internationale verplichtingen en vormen een belangrijke waarborg
voor de integriteit van internationaal handelsverkeer, en daarom is het cruciaal
de wereldwijde doeltreffendheid ervan te vergroten. Mogelijkheden voor de
coöperatieve tenuitvoerlegging van controles met externe partners kunnen worden
bestudeerd om veilige handel in strategische producten te vergemakkelijken,
bijv. door het eindgebruik door bedrijven in derde landen te controleren,
evenals door de wederzijdse erkenning van risicobeoordelingen.
4. Conclusie
Marktdeelnemers, lidstaten en
burgers in de EU hebben allemaal belang bij doeltreffende uitvoercontroles,
daar deze zorgen voor veiligheid door illegale handel tegen te gaan en legitiem
handelsverkeer te bevorderen. Een geactualiseerd EU-regelgevingskader zal de
veiligheid en integriteit van de toeleveringsketen versterken. Dit vereist een
systematischere uitwisseling van risicogegevens en coördinatie tussen
vergunningsinstanties en andere autoriteiten, maar ook een dialoog met de
particuliere sector en nauwere internationale samenwerking. Alvorens concrete initiatieven
worden genomen, nodigt de Commissie de Raad en het Europees Parlement uit om de
in deze mededeling uiteengezette benadering in overweging te nemen.
Tegelijkertijd zal de Commissie een effectbeoordeling uitvoeren van de in deze
mededeling geschetste mogelijkheden tot herziening om te bepalen hoe deze het
best in de praktijk kunnen worden gebracht, al dan niet in de vorm van
regelgeving. Wat REFIT betreft, zal de Commissie de kosten en voordelen van de
diverse opties beoordelen, met name als het gaat om vereenvoudiging van de
regelgeving en vermindering van de administratieve lasten. _______________ Lijst van acroniemen ATT || Arms Trade Treaty (Wapenhandelsverdrag) DUeS || Dual-Use Electronic System EU || Europese Unie EUGEA || EU General Export Authorisation (algemene uitvoervergunning binnen de EU) ICP || Internal Compliance Programme ICT / IT || Informatie (en Communicatie) Technologie ITT || Intangible Technology Transfer (immateriële technologieoverdracht) NGEA || National General Export Authorisation (nationale algemene uitvoervergunning) REFIT || Regulatory Fitness and Performance Programme (programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving) WMD || Weapons of Mass Destruction (massavernietigingswapens) UNSCR || United Nations Security Council Resolution (resolutie van de VN-Veiligheidsraad) || [1] PB L 134 van 29 mei
2009, blz. 1. [2] Conclusies
van de Raad over de voortzetting van een doeltreffend EU-beleid inzake de
nieuwe uitdagingen die worden opgeworpen door de verspreiding van
massavernietigingswapens en hun leveringssystemen, 21 oktober 2013. [3] COM(2011)
393 van 30 juni 2011. [4] SWD(2013)7 van 17
januari 2013. [5] COM(2013) 710 van 16
oktober 2013. [6]
Immateriële technologieoverdracht omvat zowel de overdracht van technische
informatie langs elektronische weg als de overdracht van kennis en vaardigheden
door personen. [7] C(2012) 4890 definitief
over toegang tot en behoud van wetenschappelijke informatie. [8] De door de EU
gecontroleerde uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik wordt geschat op
circa 2,5 % van de totale uitvoer van de EU. Raadpleeg COM(2013) 710 final
voor meer informatie over handel in producten voor tweeërlei gebruik binnen de
EU. [9] De "menselijke
veiligheidsbenadering" heeft tot doel mensen centraal te stellen in het
Europese uitvoercontrolebeleid, met name door de onderlinge relaties tussen
mensenrechten, vrede en veiligheid te erkennen. [10] Het ATT streeft ernaar
illegale wapenhandel te beperken door transparantieregels en gemeenschappelijke
ethische normen op te stellen voor de internationale handel in conventionele
wapens. [11] Zie ook de gezamenlijke
mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en
Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Strategie inzake
cyberbeveiliging van de Europese Unie: een open, veilige en beveiligde
cyberspace", JOIN(2013) 1 definitief, 7 februari 2013. [12] Bijlage IV bij
Verordening (EG) nr. 428/2009 biedt een overzicht van bijzonder gevoelige
producten voor tweeërlei gebruik waarvoor ook binnen de EU overdrachtscontroles
gelden. [13] Zie bijv. Algemene
Regeling betreffende het afleggen van EU-verklaringen in multilaterale
organisaties, doc. 15901/11, 24 oktober 2011. [14] Zogenaamde
"vangnetcontroles" gelden voor niet op de lijst voorkomende producten
voor tweeërlei gebruik voor mogelijk militaire of proliferatiedoeleinden. [15] Dual-Use Electronic
System [16] Met name in relatie tot
de douane vormt de ontwikkeling van een nieuwe Strategie en Actieplan inzake
risicobeheersing en een veilige toeleveringsketen waar de Raad op 18 juni
2013 om heeft verzocht een uitgelezen kans om na te gaan hoe een geavanceerd Gemeenschappelijk
Risicobeheersingskader voor douanecontroles het best kan worden benut om
gecoördineerde vergunningverlening door de douane, handhaving en het wegnemen
van handelsbelemmeringen in de toekomst te ondersteunen.