MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S De EU-agenda voor justitie voor 2020 — Meer vertrouwen, mobiliteit en groei binnen de Unie /* COM/2014/0144 final */
1.
Inleiding
De
EU heeft de afgelopen vijftien jaar op basis van de Verdragen van Maastricht,
Amsterdam en Nice geleidelijk een Europese rechtsruimte en een
EU-justitiebeleid ontwikkeld. Vóór 2009 waren de maatregelen op deze gebieden
getekend door een institutioneel kader dat verschilde van het kader voor andere
EU-beleidsterreinen. In het bijzonder stonden het Europees Parlement en de Raad
nog niet op gelijke voet en werden de prioriteiten hoofdzakelijk vastgelegd in
soms zeer gedetailleerde door de Europese Raad aangenomen vijfjarenprogramma's
(de programma's van Tampere, Den Haag en Stockholm). Door
opeenvolgende wijzigingen van de EU-Verdragen, en in het bijzonder de
inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009, is het
justitiebeleid van de EU meer op één lijn gebracht met ander EU-beleid. Het
Europees Parlement en de Raad zijn nu medewetgevers op de meeste gebieden van
justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken. Op 1 december 2014 loopt
een laatste overgangsfase af. Dan zullen de huidige beperkingen op de
rechterlijke toetsing door het Europees Hof van Justitie en op de bevoegdheid
van de Commissie om als hoedster van het Verdrag wat betreft justitiële
samenwerking in strafzaken inbreukprocedures in te leiden, worden opgeheven. De
Commissie zal blijven toezien op de correcte uitvoering van de EU-wetgeving op
het gebied van justitie. Eind
2014 lopen ook het programma van Stockholm van de Europese Raad[1] en het daaruit
voortvloeiende actieplan van de Commissie[2]
af. Daarom is het nu tijd om over de geboekte vooruitgang een stand van zaken
op te maken en de belangrijkste toekomstige uitdagingen en de oplossingen
daarvoor te identificeren. In
deze mededeling worden de politieke prioriteiten uiteengezet waar werk van moet
worden gemaakt om tegen 2020 verder te evolueren in de richting van een echte
gemeenschappelijke Europese rechtsruimte die gericht is op vertrouwen,
mobiliteit en groei. De
Commissie heeft in het kader van de voorbereiding van deze mededeling een groot
aantal belanghebbenden en betrokken partijen geraadpleegd, in het bijzonder via
de "Assises de la Justice"-conferentie[3], en tal van
schriftelijke bijdragen ontvangen. Voorts hebben besprekingen plaatsgevonden
binnen het Europees Parlement[4],
de Raad[5]
en het Comité van de Regio's[6]. De
richting die de Commissie aangeeft specifiek met betrekking tot justitiële
samenwerking in burgerlijke en strafzaken moet bijdragen tot de strategische
richtsnoeren die de Europese Raad overeenkomstig artikel 68 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dient vast te stellen en tot
de strategische keuzes van het Europees Parlement met betrekking tot de verdere
ontwikkeling van de Europese rechtsruimte.
2.
Stand van zaken: de basis van de Europese
rechtsruimte
De EU heeft maatregelen genomen om de basis te
leggen voor een "ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder
binnengrenzen". Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon
en dankzij nauwe samenwerking met het Europees Parlement en de Raad, is
wezenlijke vooruitgang geboekt naar een echte Europese rechtsruimte. Versterking
van het wederzijdse vertrouwen Het justitiebeleid van de EU is erop gericht
geweest een Europese rechtsruimte te ontwikkelen die steunt op wederzijdse
erkenning en wederzijds vertrouwen, door bruggen te slaan tussen de
rechtsstelsels van de lidstaten. Om structureel sterke bruggen te garanderen,
moest in juridische waarborgen worden voorzien. Op het gebied van strafrecht is
het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten bevorderd door geleidelijk in de
hele EU via minimumnormen ter bescherming van verdachten en beklaagden een
reeks rechten vast te leggen die een eerlijk proces moeten garanderen[7]. Ook is de status van
slachtoffers in de strafprocedure verbeterd door te voorzien in minimumrechten,
ondersteuning, advies en bescherming voor slachtoffers en hun naasten. Justitie ten behoeve van de economische
groei Het justitiebeleid van de EU is de afgelopen
jaren door de financiële en staatsschuldencrisis en overeenkomstig de Europa 2020-strategie
ook een instrument geworden voor de ondersteuning van economisch herstel, groei
en structurele hervormingen[8].
De EU heeft maatregelen genomen om geleidelijk het vertrouwen op te bouwen dat
ondernemingen en consumenten nodig hebben om gebruik te kunnen maken van een
eengemaakte markt die echt als een binnenlandse markt functioneert. De
administratieve formaliteiten en kosten zijn teruggedrongen: een beslissing in
een lidstaat kan nu zonder enige intermediaire procedure in een andere lidstaat
worden erkend en uitgevoerd (het formele "exequatur"[9] is geleidelijk
afgeschaft in zowel burgerlijke als handelszaken). Met betrekking tot
gegevensbescherming voeren het Europees Parlement en de Raad momenteel
vergevorderde onderhandelingen over een nieuwe pan-Europese verordening die de
huidige 28 nationale wetten ter bescherming van persoonsgegevens zal vervangen
door één regelgevingspakket. Voorts zal de richtlijn inzake consumentenrechten,
die vanaf juni 2014 in alle 28 EU-lidstaten van kracht zal zijn, de consument
een betere bescherming bieden. Tegelijkertijd zal voor ondernemingen één pakket
essentiële regels gelden. Hierdoor zullen de nalevingskosten voor handelaars
die in de EU over de grenzen heen werkzaam zijn, sterk worden teruggedrongen.
Ook worden de huidige Europese regels inzake grensoverschrijdende insolventie
gewijzigd, als eerste stap naar een EU-cultuur van "redding en
herstel" om ondernemingen en individuen met financiële problemen te
helpen. De bevordering van de onafhankelijkheid,
kwaliteit en efficiëntie van de nationale rechtsstelsels maakt deel uit van de
economische aanpassingsprogramma’s en van het Europees Semester. Het
EU-scorebord voor justitie helpt de lidstaten en de EU-instellingen door
objectieve, betrouwbare en vergelijkbare gegevens te verstrekken over de
doeltreffendheid van de nationale rechtsstelsels. De EU-instellingen hebben ook actie ondernomen
om de financiële belangen van de EU en het geld van de belastingbetaler beter
te beschermen tegen fraude, in het bijzonder met het voorstel van de Commissie
tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie. Dat orgaan moet ervoor
zorgen dat strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting
daadwerkelijk worden onderzocht en vervolgd, zodat criminelen voor de rechter
worden gebracht en het geld wordt teruggevorderd. Vereenvoudigde justitie ten behoeve van de
burgers De EU heeft maatregelen genomen om te
garanderen dat burgers ten volle gebruik kunnen maken van hun recht om naar een
andere lidstaat te verhuizen en daar te verblijven, en in een andere lidstaat
goederen en diensten te kopen. Burgers moeten hun hele leven ten volle het
EU-burgerschap kunnen genieten en zich overal in de EU op hun gemak kunnen
voelen. Met het oog daarop is het de burgers bijvoorbeeld gemakkelijker gemaakt
de juridische gevolgen van grensoverschrijdende erfenissen en
grensoverschrijdende scheidingen af te handelen en is voorgesteld de dure
administratieve formaliteiten in de lidstaten te verlichten door het afschaffen
van achterhaalde formaliteiten zoals het aanbrengen van een apostille en
het legaliseren van vertalingen. Bescherming van de grondrechten De Commissie treedt als hoedster van de
Verdragen op om erop toe te zien dat het EU-Handvest van de grondrechten (het
"Handvest"), met inbegrip van de rechten van EU-burgers, en de
rechtsstaat worden geëerbiedigd. Het juridisch bindende Handvest is voor alle
EU-instellingen het referentiepunt geworden. De Commissie heeft ook maatregelen
genomen om de eerbiediging van specifieke in de EU-wetgeving vastgelegde
rechten te garanderen, in het bijzonder met betrekking tot gelijkheid,
bescherming van persoonsgegevens en bescherming van consumenten. Zo is onder
meer ingegrepen om tot meer gendergelijkheid te komen door de deelname van
vrouwen in besluitvorming te bevorderen.
3.
De uitdagingen: vertrouwen, mobiliteit en groei in
de Unie bevorderen
Tot dusver is er concrete vooruitgang geboekt
in de richting van een echte Europese rechtsruimte. Toch zal er na afloop van
de overgangsfase op 1 december 2014 nog meer moeten gebeuren. Vertrouwen. Wederzijds vertrouwen moet het fundament zijn waarop het justitiebeleid
van de EU wordt uitgebouwd. Hoewel de EU reeds een goede basis heeft gelegd
voor dat vertrouwen, moet het nog verder worden versterkt, zodat burgers,
beoefenaren van juridische beroepen en rechters het volste vertrouwen kunnen
stellen in rechterlijke beslissingen, ongeacht de lidstaat waarin die zijn
genomen. EU-instrumenten zoals het Europees aanhoudingsbevel en de regelingen
met betrekking tot wetsconflicten tussen de lidstaten vergen veel vertrouwen in
de gerechtelijke autoriteiten van andere lidstaten. Het wederzijdse vertrouwen
tussen gerechtelijke autoriteiten en overheden komt de erkenning en de
uitvoering van elkaars beslissingen ten goede en zorgt voor toegang tot
justitie op gelijke voet in alle lidstaten. De onafhankelijkheid, kwaliteit en
efficiëntie van de rechtsstelsels[10]
en de eerbiediging van de rechtsstaat[11]
zijn essentieel voor het wederzijdse vertrouwen. Voorts is het zeer belangrijk
dat de vooruitgang in de wetgeving zich ook vertaalt in vooruitgang in de
praktijk. Daartoe moet de op EU-niveau overeengekomen wetgeving daadwerkelijk
worden omgezet en toegepast. Ook doeltreffende handhavingsinstrumenten op
nationaal niveau zijn nodig, zodat in alle lidstaten betere toegang tot de
rechter wordt gegarandeerd. Mobiliteit. Het komt steeds vaker voor dat EU-burgers gebruikmaken van de rechten
die zij uit hoofde van de EU-Verdragen genieten. Op dit moment verblijven bijna
14 miljoen EU-burgers in een lidstaat waarvan zij niet de nationaliteit
hebben (tegenover 12,1 miljoen in 2009)[12].
Het gebeurt steeds vaker dat EU-burgers reizen[13],
studeren, stemmen[14],
werken, een medische behandeling krijgen, trouwen[15], kinderen krijgen, een
eigendom kopen, scheiden[16]
en sterven[17]
in een andere lidstaat dan die waarin zij zijn geboren. Consumenten[18] kunnen zonder hun huis
te verlaten in het buitenland goederen en diensten kopen, onder meer via
internet. Hoewel EU-burgers ondertussen meer gebruikmaken van hun rechten,
ondervinden zij soms nog problemen. Zij stuiten nog steeds op praktische en
juridische moeilijkheden wanneer zij in een andere lidstaat dezelfde rechten
als in hun land van herkomst proberen uit te oefenen. De EU moet deze
moeilijkheden krachtdadig aanpakken en tegelijkertijd blijven strijden tegen
misbruik, des te meer nu het recht van vrij verkeer van EU-burgers door
sommigen ter discussie wordt gesteld. Het recht van EU-burgers om zich binnen
de EU vrij te verplaatsen en in een andere lidstaat te wonen, is een van de
vier fundamentele vrijheden die verankerd zijn in het EU-recht en vormt een
hoeksteen van de Europese integratie. Daarnaast brengt de afwezigheid van
grenzen in de digitale wereld de EU ertoe zich te buigen over de wisselwerking
tussen het materieel recht van de lidstaten. Groei. Het justitiebeleid van de EU moet het economisch herstel, de groei en
de werkgelegenheid blijven ondersteunen. Er moeten structurele hervormingen
worden doorgevoerd om ervoor te zorgen dat rechters snel en op een betrouwbare
en geloofwaardige manier recht kunnen spreken. Dat zal de duur van
gerechtelijke procedures merkbaar inkorten, hetgeen de doeltreffendheid van
ander beleid ten goede zal komen. Ondernemingen en consumenten moeten erop
kunnen rekenen dat zij in de hele EU op een efficiënte manier de naleving van
contracten kunnen afdwingen en geschillen aanhangig kunnen maken of buiten het
gerecht om kunnen beslechten, binnen een redelijke termijn en zonder de
talrijke problemen die zij daarbij nu nog steeds ondervinden. Voor de groei van
de digitale economie is ook meer vertrouwen nodig bij de burgers. Zij maken
zich zorgen over de grootschalige verwerking van en toezicht op hun
persoonsgegevens wanneer zij gebruikmaken van online diensten.
4.
De uitdagingen aangaan: consolideren, codificeren
en aanvullen
Om de vastgestelde
problemen te overwinnen en tot een echte Europese rechtsruimte te komen, moet
het justitiebeleid van de EU in de komende jaren de nadruk leggen op het consolideren
van de huidige resultaten en, indien nodig, het codificeren van het
recht en de praktijk van de EU alsook het aanvullen van het huidige
kader met nieuwe initiatieven. Naargelang de aard van de problemen en op basis
van een analyse en een effectbeoordeling per geval zou een combinatie van deze
methoden moeten worden gebruikt. De EU moet zich er bij de
toepassing van deze methoden steeds ten volle van bewust zijn dat de
diversiteit van de rechtsstelsels en -tradities in de EU behouden moet blijven,
dat de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid moeten worden
geëerbiedigd en dat ieder optreden van de EU, met name op het gebied van
justitie, duidelijk moet berusten op het EU-Handvest van de grondrechten.
4.1.
Consolideren
Om met de EU-agenda voor justitie vooruitgang
te boeken, moet de EU allereerst de huidige resultaten consolideren, om ervoor
te zorgen dat de grondrechten worden geëerbiedigd en de rechten uit hoofde van
de EU-wetgeving realiteit worden. De lidstaten moeten de op EU-niveau
overeengekomen instrumenten daadwerkelijk omzetten, uitvoeren en toepassen.
Voorts moet het mogelijk zijn een beroep te doen op doeltreffende
rechtsmiddelen indien de rechten niet worden geëerbiedigd. i)
Handhaving van de grondrechten De EU moet zich blijven inspannen om het goede
voorbeeld te geven wat de toepassing van het Handvest betreft. In dat kader
moeten alle EU-instellingen en lidstaten bij de uitvoering van het EU-recht de
daadwerkelijke toepassing bevorderen van het Handvest en van secundaire
wetgeving met betrekking tot specifieke rechten zoals de bescherming van
persoonsgegevens, gendergelijkheid, de rechten van burgers, het recht op een
eerlijk proces en de rechten van het kind. Om ervoor te zorgen dat de burgers
vertrouwen hebben in de echte Europese rechtsruimte, moeten deze rechten in de
hele EU doeltreffend worden beschermd. Hetzelfde geldt voor de rechten van
personen die tot een minderheid behoren of die extra kwetsbaar zijn, zoals
kinderen, slachtoffers van misdrijven en personen met een handicap. Voorts
moeten xenofobe en racistische haatuitingen en -misdrijven in de EU krachtdadig
worden bestreden. Het advies en de expertise van het EU-Bureau voor de
grondrechten zijn van belang voor de ontwikkeling van EU-beleid op onder meer
het gebied van strafzaken. De EU moet zich ook blijven inspannen voor de
gelijkheid van vrouwen en mannen op het gebied van loon, pensioen en deelname
aan de arbeidsmarkt, waaronder ook in topfuncties. Dat moet ervoor zorgen dat
al het beschikbare talent in de EU ten volle wordt benut. ii)
Doeltreffende voorziening in rechte Een doeltreffende voorziening in rechte is
onontbeerlijk wanneer het over rechten gaat. De EU dient zich te blijven
inspannen om de eerbiediging van het recht op een doeltreffende voorziening in
rechte bij schending van het EU-recht (artikel 47 van het Handvest) te
garanderen, ook wanneer de nationale procedures het de burger uiterst moeilijk
maken zijn rechten uit hoofde van het EU-recht in grensoverschrijdende zaken
uit te oefenen. Om tot een snellere beslechting van geschillen
te komen, moeten de lidstaten het gebruik bevorderen van andere soorten
buitengerechtelijke middelen voor geschillenbeslechting die op EU-niveau zijn
ontwikkeld en waarmee geschillen sneller, efficiënter en goedkoper kunnen
worden beslecht. Het gaat dan onder meer om bemiddeling, alternatieve
geschillenbeslechting, onlinegeschillenbeslechting, SOLVIT, de Europese
procedure voor geringe vorderingen en het recentelijk overeengekomen Europees
bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen. Ook administratief beroep, het werk van de
nationale handhavingsautoriteiten en procedures bij organen voor gelijke kansen
behoren tot de mogelijkheden. Nauwe samenwerking tussen nationale autoriteiten
of administratieve organen is in het bijzonder belangrijk voor de
doeltreffendheid van bepaalde EU-rechten zoals het recht van vrij verkeer en
het recht op bescherming van persoonsgegevens. Om inbreuken op de wetgeving
inzake consumentenbescherming in de EU beter aan te pakken, moeten de nationale
handhavingsautoriteiten nauwer samenwerken. Wanneer het EU-recht de
onafhankelijkheid van handhavingsautoriteiten vereist, zoals het dat doet voor
gegevensbeschermingsautoriteiten, moet die onafhankelijkheid worden
gegarandeerd. Voorts is ook de goede werking van
rechtsstelsels voor de behandeling van administratieve zaken zeer belangrijk
voor de doeltreffendheid van het EU-recht.
iii) Justitiële opleiding
Het EU-recht heeft een dermate grote invloed
op het dagelijkse leven van de Europese burgers en ondernemingen, dat elke
nationale beoefenaar van een juridisch beroep – van advocaten en deurwaarders
tot rechters en openbare aanklagers – naast het intern recht ook kennis zou
moeten hebben van het EU-recht en in staat zou moeten zijn het EU-recht uit te
leggen en daadwerkelijk uit te voeren. In het gedecentraliseerde rechtsstelsel
van de Unie moeten nationale rechters zich vaak in het recht van de Unie
verdiepen om hun taken te kunnen uitoefenen. Het is derhalve uiterst belangrijk beoefenaren
van juridische beroepen op te leiden inzake EU-recht en op deze manier de
correcte uitvoering en toepassing van het recht te garanderen, het vertrouwen
tussen de verschillende nationale rechtsstelsels op te bouwen en voor
samenwerking en vertrouwen tussen de beroepsbeoefenaren in de verschillende
lidstaten te zorgen. In 2011 en 2012 hebben meer dan 130 000
beoefenaren van juridische beroepen een opleiding over EU-recht gevolgd, onder
wie een kwart van alle rechters en openbare aanklagers in de EU. Nu moet de
volgende stap worden gezet en moeten ook justitieel personeel en beoefenaars
van juridische beroepen actief worden opgeleid inzake EU-recht. De ervaring die
in het kader van het Europees netwerk voor justitiële opleiding is opgedaan,
moet worden geconsolideerd en uitgebreid naar alle nieuwe rechters en openbare
aanklagers. Ook moet het potentieel van e‑learning ten volle worden
benut. De EU moet uitgebreid gebruikmaken van de
beschikbare netwerken om de opleiding van beoefenaren van juridische beroepen
te bevorderen en om te bereiken dat tegen 2020 de helft van deze
beroepsbeoefenaren – in totaal 700 000 personen – opleiding krijgt over
EU-recht. De Commissie is bereid daarbij steun te bieden en geeft met het
financieringsprogramma voor justitie 2014-2020 aan hoeveel belang zij aan
opleiding hecht. 35% van de totale begroting van 378 miljoen euro van het
programma zal gaan naar de ondersteuning van kwalitatief hoogwaardige Europese
opleidingsprojecten gericht op alle gerechtelijke beroepen, en naar het delen
van beste praktijken over onderwerpen zoals curricula en interactieve
opleidingsmethodologie. iv) Informatie- en communicatietechnologieën Dankzij informatie- en
communicatietechnologieën (e-justitie) kunnen burgers en ondernemingen
gemakkelijker toegang krijgen tot de rechter. Het e-justitieportaal[19] en andere relevante
portalen waarop burgers en ondernemingen informatie vinden over hun rechten,
zoals Uw Europa[20],
moeten verder worden ontwikkeld tot een operationeel instrument, teneinde de
toegang tot de rechter te bevorderen, de administratieve rompslomp te
verlichten en overbodige procedures in de lidstaten op te heffen, in het
bijzonder op het gebied van burgerlijke en handelszaken. Het e-justitieportaal
kan ook de grensoverschrijdende samenwerking vergemakkelijken, bijvoorbeeld
door burgers en beroepsbeoefenaren modellen en formulieren te verstrekken in
alle officiële talen van de EU. Het aan elkaar koppelen van nationale registers
op EU-niveau moet ervoor zorgen dat beoefenaars van juridische beroepen,
burgers en ondernemingen toegang hebben tot informatie in een andere lidstaat.
Het gaat dan om onder meer ondernemingsregisters, kadasters,
insolventieregisters en testamentenregisters. E-justitie-instrumenten zijn niet alleen in
een grensoverschrijdende context van nut. Directe elektronische communicatie
tussen burgers, beoefenaren van juridische beroepen, ondernemingen en rechters
wordt realiteit in de Europese rechtsruimte, en de EU moet initiatieven op dit
gebied ondersteunen. In de context van de structurele hervormingen die
momenteel plaatsvinden en de inspanningen om tot een modern openbaar bestuur te
komen, wordt de digitalisering van de nationale rechtsstelsels een essentiële
voorwaarde voor de doeltreffendheid van die stelsels. De EU moet het gebruik van elektronische
instrumenten, waaronder die voor toegang tot de rechtspraak in andere landen,
bevorderen. Die instrumenten kunnen namelijk extra voordelen opleveren voor
burgers, ondernemingen, beoefenaars van juridische beroepen en rechters. v)
Operationele samenwerking Beroepsbeoefenaren in heel Europa moeten
samenwerken om informatie op een snelle en veilige manier te delen en steun te
krijgen van hun buitenlandse collega's. Het is essentieel dat alle partijen
nauwer samenwerken op operationeel gebied, met name met het oog op wederzijds
vertrouwen. De bestaande mechanismen en netwerken op het
gebied van burgerlijke en strafzaken, zoals het Europees Justitieel Netwerk,
moeten worden versterkt, en hun potentieel moet ten volle worden benut, ook
online. Eurojust moet zijn taak ten volle vervullen en
voordeel halen uit zijn huidige hervorming. Het zal namelijk ook na de
instelling van het Europees Openbaar Ministerie een belangrijk EU-orgaan
blijven voor het coördineren van de vervolging van misdrijven. Het Europees
Openbaar Ministerie zal zich, althans in eerste instantie, toespitsen op de bestrijding
van fraude die ten koste gaat van de financiële belangen van de Unie. Eurojust
zal daarentegen een sleutelrol spelen wat betreft internationale misdrijven van
een andere aard. Daarom moet de doeltreffendheid van dit agentschap worden
bevorderd. In deze context moet het potentieel van gemeenschappelijke
onderzoeksteams zo veel mogelijk worden benut.
4.2.
Codificeren
Het codificeren van de huidige wetgeving en
praktijken kan de kennis, het begrip en het gebruik van de wetgeving en het
wederzijdse vertrouwen bevorderen. Voorts kan het de samenhang en de
rechtszekerheid bevorderen en tegelijkertijd leiden tot vereenvoudiging en
minder administratieve rompslomp. In een aantal gevallen kan het codificeren
van bepaalde onderdelen van de huidige EU-wetgeving met betrekking tot justitie
of tot relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Unie op het gebied
van justitie, voordelen opleveren door te zorgen voor coherente wetgeving en
duidelijkheid ten behoeve van de burgers en de gebruikers van de wetgeving in
het algemeen: ·
burgerlijk en handelsrecht: sinds 2000 heeft de EU een groot aantal regels vastgesteld op het
gebied van burgerlijk en handelsrecht, alsook met betrekking tot
wetsconflicten. De EU dient te onderzoeken of het codificeren van de bestaande
instrumenten van nut kan zijn, meer specifiek met betrekking tot
wetsconflicten; ·
consumentenrecht: op
basis van een beoordeling van de algemene werking van de richtlijn inzake
consumentenrechten en het bijbehorende acquis op het gebied van consumentenrecht
zouden codificeringsinitiatieven op basis van de bestaande wetgeving moeten
worden onderzocht en beoordeeld. Het doel daarvan zou moeten zijn de
consumenten meer bewust te maken van hun rechten, overlappende richtlijnen te
vereenvoudigen en ondernemingen te helpen hetzelfde regelgevingspakket in
verschillende contexten toe te passen; ·
strafrecht: het
EU-recht met betrekking tot procedurele rechten in strafzaken is momenteel
vervat in een groot aantal verschillende instrumenten die de afgelopen jaren
zijn ontwikkeld en goedgekeurd. Teneinde tot een meer gelijke en consistente
bescherming van de rechten van verdachten te komen, zou de mogelijkheid kunnen
worden onderzocht de procedurele rechten in strafzaken in één instrument te
codificeren. Verder zou, om het vertrouwen en de
wederzijdse samenwerking te bevorderen, ook aandacht moeten worden besteed aan
de rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot de regels en
beginselen die de nationale overheidsinstanties bij de uitvoering van het
EU-recht moeten toepassen.
4.3.
Aanvullen
Justitie is een dynamisch beleidsterrein, dat
in het bijzonder onder invloed staat van de toenemende mobiliteit van burgers
en ondernemingen. Daarom moeten, indien nodig, nieuwe initiatieven worden
overwogen ter aanvulling van het huidig beleid en de bestaande
rechtsinstrumenten. Het doel van nieuwe initiatieven moet er steeds in bestaan
het wederzijdse vertrouwen en de groei te versterken en het leven van de
burgers te vergemakkelijken. De noodzaak en de toegevoegde waarde van dergelijke
aanvullende initiatieven moeten even zorgvuldig worden geanalyseerd als op
andere EU- beleidsterreinen gebeurt. Bovendien moet steeds rekening worden
gehouden met de diversiteit van de rechtsstelsels en -tradities van de
lidstaten. De aanpak zal voor elke kwestie afzonderlijk worden bepaald. Tot de
mogelijkheden behoren onder meer wederzijdse erkenning, identificatie van het
geldende recht, traditionele harmonisering of geharmoniseerd facultatief
materieel dan wel formeel recht. Versterking van het wederzijdse vertrouwen.
Wederzijds vertrouwen vergt onafhankelijke,
kwalitatief hoogwaardige en efficiënte rechtsstelsels. De bestaande en
vastgestelde tekortkomingen moeten worden aangepakt, zodat burgers en
ondernemingen het volste vertrouwen kunnen stellen in de rechtsstelsels waarmee
zij te maken krijgen. Om te komen tot wederzijds vertrouwen in zowel
burgerlijke als strafzaken moet ook de bescherming van de procedurele rechten
van de beide partijen worden gegarandeerd. Er moet worden nagegaan of het nodig
is de procedurele rechten in burgerlijke zaken te versterken, bijvoorbeeld wat
betreft de betekening en kennisgeving van stukken en de bewijsverkrijging en om
te garanderen dat het belang van het kind voorop staat. Om de vlottere
samenwerking in strafzaken verder te bevorderen, zou voortbouwend op de tot
dusver geleverde inspanningen verder werk kunnen worden gemaakt van verbeterde
wederzijdse erkenning van instrumenten, op gebieden zoals de erkenning van
financiële sancties, beslissingen tot confiscatie en ontzettingen. Na de
instellingen van het Europees Openbaar Ministerie zal de praktijk uitwijzen of
er eventueel behoefte is aan aanvullende maatregelen. Bijdragen aan de economische groei. Ook voor het stimuleren van de groei kunnen initiatieven ter
aanvulling van het justitiebeleid nodig zijn. Er zou bijvoorbeeld nog een stap
verder kunnen worden gegaan bij de ontwikkeling van een EU-cultuur van
"redding en herstel" met betrekking tot insolventie. Minimumnormen op
het gebied van materieel insolventierecht zouden wenselijk kunnen worden voor
alle lidstaten, om levensvatbare ondernemingen met financiële problemen in
staat te stellen zich in een vroeg stadium te herstructureren. Met betrekking
tot technologische ontwikkelingen, in het bijzonder op markten met een
aanzienlijk groeipotentieel (zoals de cloudmarkt), is het belangrijk dat het
burgerlijk recht op EU-niveau up-to-date is. Een duidelijker en consistenter
rechtskader inzake burgerlijk en contractrecht, met facultatieve systemen om
rekening te houden met het subsidiariteitsbeginsel en de diversiteit van de
nationale rechtsstelsels, kan daarbij helpen, door te zorgen voor gelijke
regels voor ondernemingen en tegelijkertijd de belangen van de consument te
beschermen. De handhaving van de rechten ter bescherming van de consument
blijft een nationale zaak, terwijl de aankopen over de grens stijgen. Een
betere handhaving en verduidelijking van de huidige wetgeving ter bescherming
van de consument zou het consumentenvertrouwen moeten bevorderen. Het leven van de burgers vergemakkelijken. Om het recht van elke burger op deelname aan het democratisch bestel
van de Unie ten volle te doen gelden en mobiele EU-burgers in staat te stellen
zich beter in hun gastland te integreren, zouden bepalingen kunnen worden
overwogen ter aanvulling van de burgerschapsrechten waar in de EU-Verdragen
naar wordt verwezen. De EU moet bekijken of het nodig is verdere maatregelen te
nemen om te voorkomen dat burgers problemen ervaren zoals met betrekking tot
akten van de burgerlijke stand. Het gaat dan onder meer om regels inzake
familienamen als aanvulling op bestaande voorstellen om de aanvaarding te
vergemakkelijken van publieke documenten die met name relevant zijn wanneer
burgers of ondernemingen hun rechten van vrij verkeer uitoefenen. In strafzaken
krijgen slachtoffers niet altijd voldoende compensatie, in het bijzonder van de
dader. Er moet worden onderzocht hoe dit kan worden veranderd. Voorts moeten
nationale strategieën voor de integratie van de Roma worden omgezet in concrete
nationale en lokale maatregelen. Daarbij moeten de EU-fondsen optimaal worden
gebruikt en moet worden nagegaan hoe ervoor kan worden gezorgd dat deze fondsen
meer specifiek voor de integratie van de Roma kunnen worden ingezet. Deelname aan internationale fora en
samenwerking met EU-partners zijn cruciaal om EU-burgers en ondernemingen te
beschermen bij hun betrekkingen met derde landen. Het doel bestaat erin voor
wat in de EU is verwezenlijkt op het gebied van justitie wat de bescherming van
de rechten en de vaststelling van normen betreft, zoals op het gebied van
gegevensbescherming, steun te vinden bij derde landen, en deze
verwezenlijkingen ook de betrekkingen van de EU met deze landen te laten
sturen. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de bevordering van
doeltreffende rechtsstelsels in met name uitbreidings- en nabuurschapslanden.
Op multilateraal niveau zal de nadruk worden gelegd op efficiëntere
samenwerking met de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, waar
de EU met één stem spreekt wat de gebieden van burgerlijk en handelsrecht
betreft. De toetreding van de EU tot het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens is zeer belangrijk voor de algemene
grondrechtenstructuur rond de Europese rechtsruimte. De Commissie heeft van 2010
tot 2014 op basis van het mandaat dat zij van de Raad had gekregen, over de
toetreding onderhandeld. De laatste hindernissen moeten nog worden genomen.
Zodra het Hof van Justitie een advies heeft uitgebracht over het resultaat van
de onderhandelingen, moet de EU met volledige inachtneming van dat advies alle
nodige maatregelen nemen om de onderhandelingen spoedig te beëindigen en het
ratificatieproces in alle EU-lidstaten af te ronden, teneinde aan de in de
EU-Verdragen vastgelegde verplichting te voldoen.
5.
Conclusie
Het EU-justitiebeleid is steeds centraler
komen te staan in de EU-integratie en heeft concrete resultaten opgeleverd voor
een groot aantal burgers. Het speelt een belangrijke rol voor de handhaving van
de gemeenschappelijke waarden waarop de Unie is gegrondvest, voor de
bevordering van de economische groei en de efficiëntie van ander EU-beleid. Een
goed ontworpen justitiebeleid van de EU kan ervoor zorgen dat burgers en
ondernemingen, met name wanneer die hun rechten van vrij verkeer uitoefenen,
daadwerkelijk baat hebben bij een betrouwbare en goed functionerende
gemeenschappelijke Europese rechtsruimte. Deze EU-agenda voor
justitie voor 2020 beschrijft de politieke richting die de EU volgens de
Commissie in de komende jaren moet uitgaan. De agenda zal nu met het Europees
Parlement en de Raad en met het grote publiek worden besproken. De resultaten
van deze besprekingen moeten ook als input dienen voor de strategische
richtsnoeren die de Europese Raad op grond van artikel 68 VWEU moet vaststellen. Om de vastgestelde
doelstellingen te verwezenlijken, zullen alle EU-instellingen en alle
EU-lidstaten voortdurend en krachtdadig moeten optreden en is de betrokkenheid
nodig van alle belanghebbenden, in het bijzonder burgers en eindgebruikers van
de rechtsstelsels, het gerechtelijk apparaat en de beoefenaren van juridische
beroepen. Dat is essentieel om oplossingen te ontwikkelen voor de praktische
problemen die burgers en ondernemingen in het dagelijkse leven ervaren en om
aan hun verwachtingen te voldoen. Tegen 2020 zouden zo in de EU geen grenzen
meer mogen bestaan wanneer het gaat om justitie en de rechten van de burgers. [1] Het programma van Stockholm — Een open en
veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger – PB C 115
van 4.5.2010. [2] Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
voor de burgers van Europa – Actieplan ter uitvoering van het programma van
Stockholm – COM(2010) 171 definitief van 20.4.2010. [3] Assises de la Justice – Het justitiebeleid in Europa voor de komende jaren – 21 en 22 november 2013
– De resultaten van de werkzaamheden, discussienota's en schriftelijke
bijdragen zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/justice/events/assises-justice-2013/index_en.htm [4] Tijdens een plenaire vergadering van het
Europees Parlement en tijdens een reeks vergaderingen van parlementaire
commissies, in het bijzonder JURI, LIBE, AFCO en DROI. [5] Tijdens twee formele en twee informele
vergaderingen van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken alsook op niveau van
de werkgroepen (CATS, FREMP en werkgroepen op het gebied van burgerlijke
zaken). [6] Binnen de commissie CIVEX. [7] In de EU worden jaarlijks meer dan 8 miljoen
strafprocedures gevoerd. [8] Met name het Spaanse voorzitterschap van de
Raad in 2010 alsook het Ierse voorzitterschap in 2013 hebben het belang van
justitie voor groei benadrukt (zie respectievelijk de conclusies van de Raad
inzake justitiële samenwerking ter ondersteuning van de economie van 23.4.2010
en http://eu2013.ie/media/eupresidency/content/documents/EU-Pres_Prog_A4.pdf
- blz. 20). [9] Exequatur, een concept eigen aan het
internationaal privaatrecht, verwijst naar de vereiste van een rechterlijke
beslissing waarbij toestemming wordt verleend voor de uitvoering in het
betrokken land van een buitenlandse beslissing of gerechtelijke schikking. [10] Mededeling van de Commissie – "Het EU-scorebord
voor justitie - Een instrument ter bevordering van een doeltreffende justitie
en groei" – COM(2013) 160 en mededeling van de Commissie "Het
EU-scorebord voor justitie 2014" - COM(2014) 155. [11] Mededeling van de Commissie "Een nieuw EU-kader
voor het versterken van de rechtsstaat" – COM(2014) 158. [12] Op dit moment verblijven 13,7 miljoen EU-burgers
in een lidstaat waarvan zij niet de nationaliteit hebben, tegenover 12,1
miljoen in 2009 (gegevens van Eurostat). [13] Europa vormt de grootste reismarkt ter wereld, met de
verkoop van 550 miljoen reizen per jaar, waaronder ook naar landen buiten de
EU. Bron: gegevens van Eurostat opgenomen in SWD(2013) 263 final. [14] In 1994 was 5,9% van de EU-burgers die in een
andere lidstaat wonen, daar als kiezer geregistreerd. Tegen 2009 was dat
percentage gestegen tot 11,6%. [15] Ongeveer 16 miljoen (13%) van de 122 miljoen huwelijken
in de EU hebben een grensoverschrijdende dimensie. Van de 2,4 miljoen
huwelijken in de EU in 2007 hadden er 300 000 een grensoverschrijdende
dimensie. Bron: SEC(2011) 327. [16] In Europa zijn er ongeveer 16 miljoen internationale
paren, waarvan er elk jaar ten minste 650 000 uit elkaar gaan en moeten
beslissen hoe hun eigendom wordt verdeeld. Bron: SEC(2011) 327. [17] Jaarlijks krijgen naar schatting 450 000 Europese
gezinnen te maken met een internationale erfenis, in totaal goed voor meer dan 120
miljard euro. Bron: SEC(2009) 410. [18] Er zijn meer dan 500 miljoen consumenten in Europa. De
consumentenuitgaven vertegenwoordigen 56% van het bbp van de EU. Consumenten
spelen dus een enorme rol bij het aandrijven van de Europese economie. Bron:
Een Europees consumentenagenda, COM(2012) 225. [19] https://e-justice.europa.eu/ [20] http://europa.eu/youreurope/