VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de tenuitvoerlegging van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van een Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding /* COM/2014/030 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD over de
tenuitvoerlegging van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van
18 juni 2009 tot vaststelling van een Europees referentiekader voor
kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (Voor de EER relevante tekst) INHOUDSOPGAVE 1........... Inleiding........................................................................................................................ 3 2........... Resultaten op het gebied van
kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding.... 4 2.1........ Kwaliteitsborgingsmechanismen op het
niveau van het stelsel van beroepsonderwijs- en -opleiding 4 2.2........ Kwaliteitsborgingsmechanismen op het
niveau van de verstrekkers van beroepsonderwijs en -opleiding 6 3........... Uitdagingen.................................................................................................................. 8 3.1........ Bijdrage van Eqavet aan de
transparantie van het beroepsonderwijs........................... 8 3.2........ Beheer........................................................................................................................... 9 4........... Conclusies en te nemen stappen................................................................................. 10 4.1........ Conclusies................................................................................................................... 10 4.2........ Voltooiing van Eqavet................................................................................................ 10 4.3........ Na Eqavet................................................................................................................... 12 1. Inleiding Om uit de economische crisis te komen heeft
Europa behoefte aan slimme groei[1],
waar beter opgeleide mensen voor nodig zijn. In de ramingen van Cedefop wordt
bevestigd dat de vraag naar laaggeschoolde arbeidskrachten zal afnemen, terwijl
de vraag naar hogere kwalificaties zal toenemen en de grootste vraag naar middelbaar
opgeleid personeel zal zijn[2]. In dit verband spelen beroepsonderwijs en
-opleiding een cruciale rol, zoals wordt benadrukt in een reeks recente strategiedocumenten
van de Commissie. Ondanks sterke politieke aandacht voor het beroepsonderwijs
blijven de uitdagingen groot: de aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs
moet worden vergroot, het werkplekleren moet beter worden verankerd, de
arbeidsmarktrelevantie moet worden versterkt, de loopbaan- en leertrajectbegeleiding
moet worden versterkt, de professionele ontwikkeling van leraren en opleiders
moet worden geïmplementeerd en de herkenbaarheid en de transparantie van
leerresultaten in het beroepsonderwijs moeten worden vergroot, zowel tussen
landen als tussen verschillende onderwijstrajecten. Kwaliteitsborging speelt bij deze uitdagingen
een belangrijke rol, met name om een discrepantie tussen gevraagde en
aangeboden vaardigheden tegen te gaan en om de arbeidsmarktkansen voor jonge
mensen te verbeteren, zodat een gedeelde opvatting ontstaat over wat excellent
beroepsonderwijs is. Op die manier wordt wederzijdse erkenning mogelijk gemaakt
van leerresultaten die in verschillende landen zijn verworven, waardoor de
mobiliteit kan worden vergroot en beter kan worden gereageerd op economische en
maatschappelijke uitdagingen. Dit is het eerste verslag over de voortgang
van kwaliteitsborging in het beroepsonderwijs in de Europese Unie na de vaststelling
van de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot
vaststelling van een Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in
beroepsonderwijs en –opleiding[3],
hierna de Eqavet-aanbeveling genoemd. In dit verslag wordt de opgedane ervaring
samengevat en worden de voorstellen van de Commissie over de te volgen weg
gepresenteerd. Met de Eqavet-aanbeveling is een
referentie-instrument opgezet dat de lidstaten helpt bij het bevorderen van en
het toezicht houden op permanente verbetering van de stelsels van
beroepsonderwijs en –opleiding. Het kader moet bijdragen aan de
kwaliteitsverbetering van het beroepsonderwijs en aan grotere transparantie en
samenhang van de beleidsontwikkelingen ten aanzien van het beroepsonderwijs tussen
de lidstaten onderling, waarbij ook het wederzijds vertrouwen, de mobiliteit
van werknemers en leerlingen en een leven lang leren worden bevorderd. Het kader omvat een cyclus van vier fasen
(planning, uitvoering, evaluatie en herziening); elke fase wordt ondersteund
door kwaliteitscriteria en indicatieve descriptoren[4] die worden toegepast op
het niveau van het beroepsonderwijs- en -opleidingsstelsel, de verstrekkers van
beroepsonderwijs en -opleiding en de kwalificaties. Het kader voorziet in een
systemische aanpak van kwaliteit en legt sterk de nadruk op kwaliteitsbewaking
en –verbetering, met gebruikmaking van interne en externe evaluatie, herziening
en andere verbeteringsprocedures, een en ander ondersteund door metingen en
kwalitatieve analyse. Het kader moet worden beschouwd als een
"gereedschapskist" waaruit de verschillende gebruikers de onderdelen
kunnen kiezen die zij het meest relevant achten voor hun specifieke systemen.
De voorgestelde indicatoren voor het meten van kwaliteitsverbetering van
beroepsonderwijs en –opleiding betreffen gegevens zoals investeringen in de
opleiding van leraren en opleiders, participatie in beroepsonderwijs- en
–opleidingsprogramma's, aantal leerlingen dat deze programma's afmaakt, plaatsingspercentage
na afronding van een dergelijk programma, gebruik van verworven vaardigheden op
het werk, werkloosheidspercentage, prevalentie van kwetsbare groepen,
mechanismen om de opleidingsbehoeften op de arbeidsmarkt vast te stellen en
programma's ter verbetering van de toegang tot beroepsonderwijs en –opleiding. In de aanbeveling worden de lidstaten
uitgenodigd om een nationale aanpak te ontwikkelen ter verbetering van kwaliteitsborgingssystemen
op nationaal niveau, om een nationaal referentiepunt voor kwaliteitsborging aan
te wijzen en om deel te nemen aan het Europese Eqavet-netwerk. 2. Resultaten
op het gebied van kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding 2.1. Kwaliteitsborgingsmechanismen
op het niveau van het stelsel van beroepsonderwijs- en -opleiding Wanneer het gaat om beroepsonderwijs en
–opleiding op het niveau van het stelsel, vergt excellentie een strategie van
permanente ontwikkeling van vaardigheden waarbij de doelen liggen bij
hoogwaardige leerresultaten, mobiliteit, wederzijdse erkenning en een vlotte doorstroming tussen leertrajecten, alsook
het nemen van empirisch onderbouwde beleidsmaatregelen die de effectiviteit en
de doelmatigheid van het stelsel verbeteren; bovendien impliceert die
excellentie samenwerking, gezamenlijke investeringen en de integratie van
beroepsonderwijs in het algemene stelsel van onderwijs en opleiding[5]. Volgens de resultaten van de enquête van het
Eqavet-secretariaat[6]
en van de externe evaluatie[7]
hebben meer dan 20 landen hun aanpak van kwaliteitsborging geconsolideerd en heeft
Eqavet rechtstreeks bijgedragen aan de vormgeving van het nationale stelsel in
14 landen (BG, CZ, EL, HU, HR, MK, MT, RO, en BE fr, ES, IT, LV, LT, SI waar
hervormingen in gang zijn gezet). In de meeste gevallen betrof de aanpak zowel
het initieel beroepsonderwijs[8]
als het verdere beroepsonderwijs en de verdere beroepsopleiding[9].
In de meeste gevallen was de aanpak bovendien gericht op het aanbod in openbaar
gefinancierde onderwijsinstellingen. Sommige landen beschikten al over een
aanpak die in overeenstemming is met Eqavet en deze landen hoefden daarom geen
grote wijzigingen door te voeren in hun aanpak. Tegenwoordig beschikken de meeste nationale
onderwijs- en opleidingsstelsels in de EU over kwaliteitsnormen voor
verstrekkers van beroepsonderwijs en -opleiding[10], die voornamelijk
worden gebruikt als voorwaarde voor financiering, accreditatie en/of wettelijk vereist
zijn. Bijna alle lidstaten verzamelen gegevens om de
effectiviteit en doelmatigheid van hun stelsel te verbeteren. Hiervoor hebben
zij passende methoden voor gegevensverzameling ontwikkeld zoals vragenlijsten
en indicatoren/meetbare grootheden. Dit betekent echter niet automatisch dat de
procedures regelmatig worden getoetst en dat actieplannen voor aanpassing
worden ontwikkeld. De enquête wijst immers uit dat slechts ongeveer een derde
van de landen stelselmatig en regelmatig toetsingen uitvoert en actieplannen
ontwikkelt. In de meeste gevallen publiceren lidstaten gegevens over de resultaten
van de beschikbare evaluaties[11].
Wat betreft het gebruik van indicatoren loopt
de praktijk in de verschillende landen nogal uiteen. Terwijl bepaalde
indicatoren blijkbaar door een meerderheid van de lidstaten worden gebruikt
(bijvoorbeeld participatie in beroepsonderwijs- en –opleidingsprogramma's en
aantal leerlingen dat deze programma's afmaakt), worden andere belangrijke
resultaatgerichte indicatoren, zoals "gebruik van verworven vaardigheden
op het werk" of "percentage dat op een bepaald tijdstip na voltooiing
van de opleiding een baan heeft", minder vaak gebruikt, terwijl deze
indicatoren toch belangrijke gegevens zouden kunnen opleveren bij het zoeken
naar een methode om beter in te spelen op de behoeften van de arbeidsmarkt. In
het algemeen zijn dit de indicatoren waarvoor gegevens het moeilijkst zijn te
achterhalen. Volgens een recent onderzoek onder de
nationale referentiepunten voor Eqavet is 75 % van de ondervraagden van
mening dat versterkte samenwerking in de EU nuttig is met het oog op benchmarking
op basis van een of meer Eqavet-indicatoren[12]. In hetzelfde onderzoek wordt opgemerkt dat
indicatieve descriptoren van Eqavet worden gebruikt voor kwaliteitsbeheer in 22
stelsels van initieel beroepsonderwijs. In de externe evaluatie wordt
aangegeven hoe moeilijk het is om nationale maatregelen voor kwaliteitsborging
te vergelijken met de Eqavet-descriptoren omdat de descriptoren zeer algemeen
geformuleerd zijn en vaak aspecten omvatten die niet zijn opgenomen in
specifieke maatregelen voor kwaliteitsborging, maar wel opduiken als het gaat
om beleid en beleidsbenaderingen ten aanzien van het beroepsonderwijs[13]. Toch kan deze globale
benadering ook helpen bij de overgang naar een cultuur van
kwaliteitsverbetering als alternatief voor de benadering van de "gereedschapskist". Een hoogwaardig stelsel van beroepsonderwijs
en –opleiding schept ook ruimte voor permanente ontwikkeling van vaardigheden,
mobiliteit en een vlotte doorstroming van het beroepsonderwijs naar het hoger
onderwijs. Ongeveer de helft van de landen stelt dat kwaliteitsborging in hun
respectieve stelsels van beroepsonderwijs en –opleiding op verschillende
manieren bijdraagt aan een betere toegang tot het hoger onderwijs:
kwalificaties uit beroepsonderwijs met kwaliteitsborging worden ofwel erkend binnen
de gewone toelatingsvoorwaarden voor het hoger onderwijs (bijv. IE, NL) of
hebben een dubbele status als onderwijs- en beroepskwalificatie (bijv. PT). Dit
duidt er echter ook op dat een vlotte doorstroming in veel landen nog steeds
niet meer is dan een doelstelling en dat belangrijke inspanningen moeten worden
geleverd om deze doelstelling in praktijk te brengen. In de overgrote meerderheid van landen zijn
mechanismen en procedures ontwikkeld om opleidingsbehoeften in kaart te brengen
voor het initieel beroepsonderwijs en in de meeste van deze landen bestaan
dergelijke mechanismen ook voor het postinitieel beroepsonderwijs[14]. Toch is een grondige
analyse nodig om de efficiëntie te beoordelen van dergelijke systemen en van de
synergieën ervan met het EU-vaardigheidspanorama[15], alsook om te
beoordelen of de beroepssector (met name beroepsorganisaties en ondernemingen) op
basis van onderlinge samenwerking en overleg wordt betrokken[16], aangezien dat
belangrijk is gebleken voor de ontwikkeling van hoogwaardige, op leerresultaten
gebaseerde kwalificaties die aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt. 2.2. Kwaliteitsborgingsmechanismen
op het niveau van de verstrekkers van beroepsonderwijs en -opleiding Degelijke leerondersteuning, voortreffelijke leraren
en opleiders, en efficiënt leiderschap door een vaardige schoolleiding zijn
allemaal belangrijke factoren. Daarnaast zijn verstrekkers van beroepsonderwijs
en -opleiding beter in staat tot het leveren van excellent beroepsonderwijs als
er strategische verbanden en netwerken bestaan met de bredere economische
gemeenschap op regionaal, nationaal en internationaal niveau[17]. De meeste landen hebben, of zijn bezig met het
verwerven van een gemeenschappelijk kader voor kwaliteitsborging voor
aanbieders van beroepsonderwijs en –opleiding, dat verenigbaar zou zijn met het
Europese referentiekader. In bijna alle landen is externe evaluatie verplicht voor
de verstrekkers van beroepsonderwijs. In 22 landen[18] moeten verstrekkers
van beroepsonderwijs beschikken over interne kwaliteitsborgingsmechanismen,
terwijl dit in zes andere landen (BE fr, BG, FR, IT, LT, SK) weliswaar op
vrijwillige basis gebeurt, maar toch sterk wordt aangemoedigd. Inspectie is de meest voorkomende vorm van
externe evaluatie. Over het algemeen gaat het hier om de inspectiedienst voor
scholen en wordt zowel het algemeen onderwijs als het initieel beroepsonderwijs
geïnspecteerd. Er worden ook andere vormen van externe evaluatie gebruikt, maar
veelal in het postinitieel beroepsonderwijs en deze vormen zijn minder
gebruikelijk in het initieel beroepsonderwijs. In bepaalde Länder in
Duitsland bijvoorbeeld zijn verstrekkers van beroepsonderwijs verplicht om
kwaliteitsbeheersystemen als Q2E, EFQM, QZS of ISO 9001 in te voeren. In Malta
worden verstrekkers van beroepsonderwijs verplicht onderworpen aan kwaliteitsaudits
door externe deskundigen. Sommige landen beschikken over specifieke diensten
voor kwaliteitsborging of evaluatie. In de Vlaamse gemeenschap in België
bijvoorbeeld houdt het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming zich
bezig met het volledige onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs. De
Deense inspectiedienst bestrijkt het volledige Deense onderwijsstelsel en in
Spanje bestaat het nationaal instituut voor de evaluatie van onderwijs en
opleiding. In veel landen eist de wet van verstrekkers
van beroepsonderwijs dat zij niet alleen hun activiteiten systematisch
evalueren, maar ook de kwaliteit en de effectiviteit van de opleiding die zij
verstrekken. In BG, HR, CZ, DK, EE, HU, RO, SI en SK zijn daarbij
zelfbeoordelingsverslagen verplicht alsmede plannen voor verbetering, die
dienen als gegevens voor externe evaluaties. Hoewel niet verplicht is
zelfbeoordeling wijdverspreid in het initieel beroepsonderwijs in Oostenrijk. Een belangrijke gedachte achter de zelfbeoordeling
door verstrekkers van beroepsonderwijs is de ontwikkeling van een cultuur van
kwaliteit in onderwijs- en opleidingsinstellingen. Er zijn ook positieve
effecten als het gaat om verantwoording en bestuur bij verstrekkers van
beroepsonderwijs, die zelf de verantwoordelijkheid krijgen voor het leveren van
kwalitatief hoge resultaten. Aangezien de context per verstrekker van
beroepsonderwijs verschilt, stelt zelfbeoordeling elke organisatie in staat een
kader en een reeks maatregelen te ontwikkelen die passend zijn voor de
specifieke context en reële situatie. Wat betreft de interne evaluatie bestaat er
een grote verscheidenheid aan praktijken in de lidstaten. In sommige landen
zijn verstrekkers van beroepsonderwijs verplicht de interne evaluatie te
richten op specifieke activiteitsgebieden. In andere landen worden geen
richtsnoeren gegeven over de aanpak van kwaliteitsborging, terwijl in
verschillende landen handboeken, methodieken of websites zijn ontwikkeld om dit
proces te ondersteunen[19].
In sommige landen bestaat onder verstrekkers van beroepsonderwijs een vorm van
peer review/learning. In de meeste gevallen is deze gebaseerd op een Europese
methodiek die is ontwikkeld in het kader van een Leonardo da Vinci-project[20]. In het algemeen maken verstrekkers van beroepsonderwijs
minder gebruik van de descriptoren dan het geval is op het niveau van het stelsel[21]. Verstrekkers van
beroepsonderwijs doorlopen vaak een proces van accreditatie[22] en externe of interne
evaluaties, maar een wijdverspreid gebruik van de Eqavet-kwaliteitscirkel wordt
zelden vastgesteld. Dit toont aan de verstrekkers van beroepsonderwijs nog
beter moeten worden bereikt, met name via multiplicatoren. In die zin kunnen de
Eqavet-projecten dienen als voorbeelden van goede praktijk. Zo heeft het Maltese
QA-VET-project bijvoorbeeld geresulteerd in richtsnoeren voor instellingen voor
beroepsonderwijs om de indicatoren toe te passen; in een Nederlands project is
een bottom-upbenadering van kwaliteitsborging ontwikkeld in samenwerking met
verstrekkers van beroepsonderwijs. Tegelijkertijd werd hierbij een
kwaliteitscultuur bevorderd[23]. Een belangrijke uitdaging voor
kwaliteitsborging vormt het werkplekleren. De opleiding van de mentoren is vaak
niet gegarandeerd en er is vaak een gebrek aan overzicht bij dergelijke
regelingen. Met de Eqavet-criteria, -descriptoren en
-indicatoren worden geen specifieke richtsnoeren verschaft voor
kwaliteitsborging als het gaat om werkplekleren. Deze relatieve zwakte is op
beleidsniveau aangekaart in het communiqué van Brugge, waarin deelnemende
landen worden uitgenodigd om voor 2015 een gemeenschappelijk kader voor
kwaliteitsborging voor aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding in te
stellen, dat ook geldt voor het leren op de werkplek en verenigbaar is met
Eqavet[24].
Binnen het Eqavet-netwerk is een werkgroep opgezet en wordt momenteel gewerkt
aan de ontwikkeling van richtsnoeren op dit gebied. 3. Uitdagingen De Eqavet-enquête en de externe evaluatie
hebben aangetoond dat bepaalde kenmerken van Eqavet goed zijn ingebed in de
cultuur van kwaliteitsborging in de lidstaten. Toch blijft er veel ruimte voor
verbetering om te komen tot een gedeeld begrip dat de wederzijdse erkenning van
kwalificaties en de mobiliteit sterk zou bevorderen. 3.1. Bijdrage
van Eqavet aan de transparantie van het beroepsonderwijs De mogelijkheden van Eqavet om de
transparantie te vergroten — ter bevordering van wederzijds vertrouwen,
mobiliteit tussen landen en een leven lang leren — worden nog niet volledig
benut. Dit blijkt uit de beperkte synergie met Europese instrumenten die
speciaal zijn gericht op transparantie van kwalificaties en competenties: het
Europees kwalificatiekader (EKK)[25],
het Europees systeem voor overdracht van leerresultaten voor beroepsonderwijs
en –opleiding (Ecvet)[26]
en het Europass-kader[27],
waarbij de focus ligt op de resultaten van het leerproces — wat mensen weten en
kunnen. Terwijl de kwaliteit van de resultaten toch het uiteindelijke criterium
vormt bij een beslissing over de kwaliteit van leermogelijkheden, wordt dit
aspect niet werkelijk verdisconteerd binnen Eqavet. In Eqavet is de
kwaliteitsborging van kwalificatieontwerp, beoordeling en certificering niet
specifiek opgenomen, hoewel in de aanbeveling toch wordt gesteld dat het kader
ook moet worden toegepast op het niveau van de kwalificaties. Dit wijst op de
noodzaak van een sterkere samenhang tussen kwalificatiekaders op nationaal en
op Europees niveau. Er bestaan regelingen om de wederzijdse
erkenning met betrekking tot het beroepsonderwijs (internationale certificering
voor sommige beroepen) en het hoger onderwijs (ENIC/Naric-netwerken) te
bevorderen. Toch is duidelijk dat deze regelingen nog niet tot volle wasdom
zijn gekomen. Het aanhalen van de banden tussen Eqavet en Ecvet zou een volgend
mogelijk gebied voor verdere ontwikkeling zijn. Het was zelfs een van de
oorspronkelijke doelen van Eqavet om de opzet van Ecvet te ondersteunen. Toch
hebben slechts enkele landen systemen ontwikkeld voor de overdracht van
leerresultaten in het beroepsonderwijs (FI, IE, UK, EE, SE, SL en LU, IT voor
het initieel beroepsonderwijs)[28]
en bevindt Ecvet zich in de meeste landen nog in de ontwikkelingsfase[29]. De kwestie van mobiliteit tussen de onderwijsniveaus
is van cruciaal belang. Vlotte doorstroming naar het hoger onderwijs maakt voor
een groot deel de aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs uit en is van
groot belang bij het streven naar excellente beroepsopleidingen. Op dat gebied
is momenteel nog veel te winnen. De Europese normen en richtsnoeren voor
kwaliteitsborging in de Europese ruimte voor hoger onderwijs[30] bevatten
gemeenschappelijke beginselen, maar laten ruimte voor uiteenlopende
operationele benaderingen en de onderlinge afstemming van de instrumenten
blijft beperkt. Toch zijn, met de organisatie van verschillende gezamenlijke
evenementen, de dialoog en de samenwerking recent geïntensiveerd. In bijlage 3 bij
het Europees kwalificatiekader worden gemeenschappelijke beginselen voor
kwaliteitsborging voorgesteld voor zowel het beroepsonderwijs als het hoger
onderwijs, maar hierin wordt niet expliciet verwezen naar de Europese normen en
richtsnoeren of naar Eqavet[31]. Een maatregel die is voorgesteld door de
Europese werkgroep inzake kwaliteit van de volwasseneneducatie (waaronder ook postinitieel
beroepsonderwijs en postinitiële beroepsopleidingen) is een verdere
ontwikkeling van het Eqavet-model met wellicht een sterkere nadruk op de
kwaliteit van leerresultaten, met het oog op een overkoepelende aanpak op
langere termijn van kwaliteitsborging in een perspectief van een leven lang leren[32]. 3.2. Beheer Hoewel in de Eqavet-aanbeveling wordt
opgeroepen tot betrokkenheid van alle belanghebbenden doorheen de volledige
cyclus van kwaliteitsborging, lijkt de beheerstructuur op Europees niveau
voornamelijk te bestaan uit vertegenwoordigers uit het initieel
beroepsonderwijs. Wanneer het gaat om beheerstructuren op nationaal niveau,
komt uit de enquête van het Eqavet-secretariaat naar voren dat er behoefte
bestaat aan sterkere en duurzame betrokkenheid van bepaalde groepen belanghebbenden,
met name leerlingen, de hogeronderwijssector, werkgevers, actoren op de
arbeidsmarkt en regionale en lokale autoriteiten. Voor zover Eqavet heeft bijgedragen aan betere
kwaliteitsborging binnen de nationale stelsels van beroepsonderwijs, werden communicatie
en uitwisseling tussen deze nationale stelsels ook gestimuleerd, waardoor de
samenhang tussen de ontwikkelingen in de beroepsonderwijsstelsels van verschillende
landen werd bevorderd. Dit draagt tot op zekere hoogte bij aan de algemene
doelstelling van grotere transparantie en samenhang tussen lidstaten als het
gaat om beleidsontwikkelingen met betrekking tot het beroepsonderwijs. Toch heeft dit niet geleid tot eenvoudig
vergelijkbare omschrijvingen van nationale maatregelen op het gebied van
kwaliteitsborging. Deze maatregelen zijn immers vaak niet in uitvoerige
documenten beschreven en zijn niet noodzakelijkerwijs in overeenstemming met de
structuur van Eqavet. Beschrijvingen van de systemen voor kwaliteitsborging per
land bevatten meestal informatie over interne en externe evaluaties van
verstrekkers van beroepsonderwijs, een evaluatie op het niveau van het stelsel inzake
beleidsontwikkeling en de kwaliteit van kwalificatieontwerp en -toekenning. Dit is tot op zekere hoogte het gevolg van de
flexibele benadering van de Eqavet-aanbeveling, waardoor landen en verstrekkers
van beroepsonderwijs instrumenten en elementen kunnen selecteren uit een breder
aanbod en zij deze instrumenten kunnen aanpassen. Dit is aan de ene kant
effectief gebleken om de toepassing van dergelijke instrumenten te bevorderen,
maar aan de andere kant heeft het niet geleid tot een gemeenschappelijke,
grensoverschrijdende aanpak bij de beschrijving van maatregelen voor
kwaliteitsborging en ontwikkelingen binnen het beroepsonderwijs. Voorts kan het moeilijk zijn om bij de
beschrijving van nationale maatregelen rechtstreeks naar Eqavet te verwijzen
omdat de terminologie van Eqavet met betrekking tot de kwaliteit van het stelsel
van beroepsonderwijs verschilt van die op het niveau van de verstrekkers van
beroepsonderwijs[33].
Dit komt niet overeen met de praktijk op nationaal niveau, waar een klassieke
maatregel, zoals inspectie, zowel voor het stelsel als voor de afzonderlijke verstrekkers
kan gelden. 4. Conclusies
en te nemen stappen 4.1. Conclusies De voorgaande overwegingen kunnen als volgt
worden samengevat: –
Eqavet heeft zowel bijgedragen aan de bevordering
van een kwaliteitscultuur in het beroepsonderwijs in Europese landen, als aan
de implementatie in de praktijk, met name door de ontwikkeling van operationele
kwaliteitsmaatregelen binnen het Eqavet-netwerk[34]. –
Toch bleven die maatregelen voornamelijk gericht op
scholen en het aanbod van onderwijsinstellingen (bijna volledig initieel
beroepsonderwijs en gedeeltelijk postinitieel beroepsonderwijs), met minder
zichtbare effecten op werkplekleren en niet-formeel leren (dit vormt het
grootste deel van het postinitieel beroepsonderwijs, maar kan in duale
leerwegen ook een sleutelrol vervullen in het initieel beroepsonderwijs). –
Door de flexibele aanpak van Eqavet, waarbij
instrumenten kunnen worden geselecteerd en aangepast, werd het gebruik van die
instrumenten bevorderd, maar konden die instrumenten tegelijkertijd moeilijker
gaan fungeren als gemeenschappelijk terminologisch en conceptueel kader in verschillende
landen. Er bestaat dan ook duidelijk behoefte aan
verbeterde afstemming op andere Europese instrumenten voor kwaliteitsborging en
transparantie. Met Eqavet wordt een referentiekader
geïmplementeerd dat flexibel kan worden ingezet. Er kan worden nagegaan in
hoever er behoefte is aan een kader voor kwaliteitscriteria, descriptoren en
indicatoren, aangezien de toepassing hiervan hoe dan ook flexibel is. De
ervaring met de Europese normen en richtsnoeren voor kwaliteitsborging in het
hoger onderwijs kan hier worden meegenomen, ook waar het gaat om het
toepassingsgebied (met deze normen en richtsnoeren wordt specifiek de kwaliteit
van onderwijsinstellingen ondersteund en blijft het stelsel buiten
beschouwing). De tekortkomingen van deze normen en richtsnoeren moeten hierbij
in het oog worden gehouden. 4.2. Voltooiing
van Eqavet De uiteindelijke doelstelling van
kwaliteitsmaatregelen voor onderwijs en opleiding is de kwaliteit van de
resultaten van het leerproces, wat betekent dat leerlingen in het beroepsonderwijs
goede beroeps- en transversale vaardigheden moeten opdoen. De relevantie van
vaardigheidsniveaus werd onlangs benadrukt in één specifieke bevinding in een onderzoek
over de competenties van volwassenen (PIAAC): de vaardigheidsniveaus van volwassenen
uit verschillende landen die over dezelfde kwalificatie beschikken, bleken significant
verschillend te zijn[35].
Niet-formeel leren en werkplekleren kunnen beter
worden geïntegreerd in Eqavet door meer expliciete aandacht voor de kwaliteitsborging
van kwalificatieontwerp en –toekenning en afstemming op het Europees
kwalificatiekader, het Europees systeem voor overdracht van leerresultaten voor
beroepsonderwijs en -opleiding en het Europass-certificaatsupplement. Op deze
manier kan ook worden ingespeeld op het nieuwe verschijnsel van open
leermiddelen (OER's) en open onlinecursussen voor een groot publiek (MOOC's) en
kunnen transparantie en wederzijdse erkenning worden bevorderd, rekening houdend
met de beginselen van de aanbeveling van de Raad inzake de validatie van
niet-formeel en informeel leren[36]. De Commissie is van plan de volgende actie te
ondernemen met het oog op een meer omvattende implementatie van Eqavet, waarbij
de relevante nationale autoriteiten en belanghebbenden worden betrokken: –
Het ontwikkelen van descriptoren, indicatoren en daarmee
verbonden richtsnoeren voor een betere aanpak van de kwaliteit en het gepaste vaardigheidsniveau
bij leerlingen in het beroepsonderwijs. Dit vereist afstemming op andere
initiatieven voor kwaliteitsborging en instrumenten voor transparantie, alsmede
samenwerking met de relevante instellingen en netwerken. –
Het ontwikkelen en testen van richtsnoeren voor
beleidsmakers en verstrekkers, alsook ondersteunende checklists, descriptoren
en indicatoren die aansluiten bij de veelzijdige werkelijkheid van het postinitieel
beroepsonderwijs en de specifieke kenmerken van leren op de werkplek. Dit
vereist samenwerking met verschillende belanghebbenden en afstemming op de
ontwikkelingen met betrekking tot kwaliteit in het volwassenenonderwijs. –
Het toetsen van de mogelijkheden voor Europese
regelingen om nationale maatregelen voor kwaliteitsborging over de grenzen heen
transparanter te maken. Dit zou de ontwikkeling van een informatiesupplement
kunnen inhouden met het oog op een gemeenschappelijk begrip van de nationale accreditatieprocedures
bij verstrekkers van beroepsonderwijs, waarbij gemeenschappelijke richtsnoeren
voor de beschrijving van kwaliteitsborgingsprocedures in overeenstemming met
Eqavet worden gepromoot. Ook een gemeenschappelijk model voor de accreditatie
van verstrekkers van beroepsonderwijs kan worden overwogen, voortbouwend op de
ervaringen met het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger
onderwijs (EQAR)[37]
en de nationale verslagen over de relatering aan het Europees kwalificatiekader[38]. Via Erasmus+ zal de EU: ·
ondersteuning bieden voor grensoverschrijdende
samenwerking op het gebied van kwaliteitsborging in het beroepsonderwijs via
strategische partnerschappen en allianties voor bedrijfstakspecifieke
vaardigheden waarbij een breed scala aan belanghebbenden zinvol wordt
betrokken, en een verbeterde sectoroverschrijdende dialoog met het hoger
onderwijs en het volwassenenonderwijs over het thema kwaliteitsborging; ·
ondersteuning bieden voor een verdere dialoog op
Europees niveau middels: –
het Eqavet-netwerk voor de ontwikkeling van een
kwaliteitscultuur, door de ondersteuning van werkgroepen, seminars en activiteiten
op het gebied van "peer learning", waarbij belanghebbenden inzake
kwaliteitsborging in het beroepsonderwijs worden betrokken; –
de ontwikkeling van ondersteuningsmateriaal zoals
IT-instrumenten en handleidingen; –
innovatieve projecten om de mogelijkheden van
kwaliteitsborging te uit te breiden en zo verbeteringen in het beroepsonderwijs
te ondersteunen. Via Horizon 2020 zal de EU: ·
kennis verspreiden over de effectiviteit van
overheidsbeleid inzake het postinitieel beroepsonderwijs en andere vormen van
volwasseneneducatie (inclusief aspecten van kwaliteitsborging) in de EU en over
de complementariteit van dit beleid met de dynamiek van de particuliere
markten. Ten slotte stelt de Commissie vast dat een
bepaald aantal landen zich richt op het gebruik van een deel van de Europese
structuur- en investeringsfondsen voor de financiering van hervormingen van de
stelsels van beroepsonderwijs. Het is essentieel dat de versterking van
kwaliteitsborging in het beroepsonderwijs een centrale rol speelt in deze
initiatieven. 4.3. Na
Eqavet Burgers overbruggen steeds vaker de
systeemgrenzen, zowel bij het doorlopen van het traditionele initiële onderwijs
als om hun kennis en vaardigheden gedurende het hele leven te verbeteren en uit
te breiden. Meer en meer leermogelijkheden vallen niet langer binnen de
conventionele indelingskaders. Gelukkig krijgen lerenden steeds vaker de kans
om hun eigen leertraject uit te stippelen door mogelijkheden te kiezen uit
verschillende subsystemen en met uiteenlopende vormen van leren, waaronder
ICT-leermiddelen — en de lerenden moeten zich op de kwaliteit van deze middelen
kunnen verlaten. De opkomst van kwalificatiekaders voor
kwaliteitsborging in een perspectief van een leven lang leren, sterk ondersteund
door het Europees kwalificatiekader, vereist dat wordt nagedacht over een
sectorgeoriënteerde benadering van kwaliteitsborging. Bovendien moet naar
aanleiding hiervan worden bezien of het mogelijk is enkele basisbeginselen en
richtsnoeren vast te stellen die geldig zijn voor meerdere sectoren en toepasbaar
zijn op alle kwalificaties. Om dergelijke uitdagingen aan te gaan zou het
nuttig zijn om Eqavet te bespreken binnen het omvattende kader van alle
instrumenten voor transparantie en kwaliteitsborging. De Commissie onderzoekt momenteel
de mogelijkheden van nauwere onderlinge afstemming van alle Europese
instrumenten voor transparantie en kwaliteitsborging, om een Europese ruimte van
vaardigheden en kwalificaties[39]
te verwezenlijken. Tegen die achtergrond is de Commissie van plan
de volgende acties te ondernemen ter verbetering van de Europese samenwerking inzake
kwaliteitsborging in een perspectief van een leven lang leren: –
belanghebbenden raadplegen over de bevindingen van
dit verslag en over de behoefte aan en de haalbaarheid van grotere samenhang inzake
kwaliteitsborging tussen de verschillende subsectoren van het onderwijs, in het
kader van de aangekondigde openbare raadpleging op weg naar een Europese ruimte
van vaardigheden en kwalificaties, met het oog op verdere synergieën en
convergentie van de transparantie- en erkenningsinstrumenten in de EU; –
nagaan hoe de doelstellingen van Eqavet kunnen
worden nagestreefd via een alomvattende benadering van kwaliteitsborging in een
perspectief van een leven lang leren; –
in samenhang met andere initiatieven voor
kwaliteitsborging en transparantie-instrumenten de praktische vereisten onderzoeken
voor de ontwikkeling van sectoroverschrijdende beginselen en richtsnoeren voor
kwaliteitsborging in een perspectief van een leven lang leren, en de
voorwaarden onderzoeken voor het waarborgen van de specifieke kenmerken van
subsystemen of nationale situaties. [1] Mededeling van de Commissie "Een sterkere Europese
industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel", COM(2012) 582
final van 10.10.2012. [2] Cedefop, Roads to recovery: three skill and labour market
scenarios for 2025, juni 2013. [3] PB C 155 van 8.7.2009, blz. 1. [4] Bijvoorbeeld bestaan de indicatieve descriptoren voor de
planningsfase op het niveau van het onderwijsstelsel uit "mijlpalen",
zoals het beschrijven van de doelstellingen op lange en middellange termijn van
het beroepsonderwijsstelsel in overleg met de belanghebbenden, het vaststellen
van doelen en indicatoren voor het bewakingsproces, het in kaart brengen van de
opleidingsbehoeften. [5] Werkdocument van de diensten van de Commissie, SWD(2012)
375 van 20.11.2012, blz. 38. [6] Eqavet, Supporting the implementation of the European
quality assurance reference framework. Results of the EQAVET Secretariat Survey
(Ondersteuning van de implementatie van het Europese referentiekader voor
kwaliteitsborging. Resultaten van de enquête van het Eqavet-secretariaat),
2012, blz. 20. Beschikbaar op de website van het Eqavet-secretariaat: http://www.eqavet.eu/gns/what-we-do/annual-forum.aspx [7] ICF GHK, Evaluation of implementation of EQAVET Final
report (Evaluatie van de implementatie van het Eqavet-eindverslag), hierna
"externe evaluatie" genoemd, 2013, blz. 51. [8] "Vocational education and training carried out in
the initial education system, usually before entering working life"
(Beroepsonderwijs en –opleiding in het stelsel van initieel onderwijs,
gewoonlijk vóór het toetreden tot de arbeidsmarkt), gebaseerd op: Cedefop, Terminology
of European education and training policy, Luxemburg, Bureau voor
publicaties van de Europese Unie, 2008. [9] "Education or training after initial education
and training – or after entry into working life […]" (Onderwijs
en opleiding na het initieel onderwijs en de initiële opleiding of na
toetreding tot de arbeidsmarkt […]), Cedefop, hiervoor aangehaald. [10] Enquête van het Eqavet-secretariaat, hiervoor aangehaald,
blz. 29. [11] Ibidem, blz. 68: BE (nl), BG, DK, DE, EE, IE, ES, LV, LT,
NL, AT, PL, RO, SK, FI, SE, UK, HR. [12] Enquête van het Eqavet-secretariaat, hiervoor aangehaald,
hoofdstuk 5. [13] Externe evaluatie, hiervoor aangehaald, blz. 32. [14] Enquête van het Eqavet-secretariaat, hiervoor aangehaald,
blz. 61 en blz. 72. [15] Zie: http://euskillspanorama.ec.europa.eu/ [16] Verschillende KP7-onderzoeksprojecten hadden als onderwerp
het postinitieel beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Zie: "Adult
and continuing education in Europe. Using public policy to secure a growth in
skills", Europese Commissie, 2013. [17] SWD(2012) 375, hiervoor aangehaald, blz. 38. [18] AT, BE nl, CY, CZ, DK, EE, FI, HU, IE, LU, LV, MT, NL, PL,
PT, RO, SE, SI, UK, HR, IC en MK, Enquête van het Eqavet-secretariaat, hiervoor
aangehaald, blz. 24. [19] Externe evaluatie, hiervoor aangehaald, blz. 25. [20] http://www.peer-review-education.net/ [21] Enquête van het Eqavet-secretariaat, hiervoor aangehaald,
blz. 104. [22] Het woord "accreditatie" in dit document moet
worden begrepen als onderwijsaccreditatie en niet in de zin van
"accreditatie" als gebruikt in Verordening (EG) nr. 765/2008. [23] Zie: http://eqavetprojects.eu/ [24] Zie: Communiqué van Brugge over intensievere Europese
samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding, 7.12.2010, strategische
doelstelling 2b. [25] Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23
april, PB 2008/C 111/01 van 6.5.2008. [26] Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18
juni 2009, PB 2009/C 155/02 van 8.7.2009. [27] Besluit 2241/2004/EG, PB L 390/6 van 31.12.2004. [28] Eqavet, Serban Iosifescu, Quality assurance procedures
in the processes of certification, curricula
setting, accreditation and training of trainers in European VET systems, 2011. [29] Cedefop, Trends in VET policy
in Europe 2010-12, 2012, blz. 59. [30] ENQA, European Standards and Guidelines for Quality Assurance
in the European Higher Education Area (Europese normen en richtsnoeren voor
kwaliteitsborging in de Europese ruimte voor hoger onderwijs), 2005. [31] Hoewel Eqavet nog niet als zodanig bestond, bestond er al
wel een gemeenschappelijk kader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en
–opleiding. [32] Final report of the Thematic
Working Group on quality in adult learning. Zie de parallelstudie over kwaliteit in de volwasseneneducatie: http://ec.europa.eu/education/adult/doc/qualityannex_en.pdf [33] Dit wijst op een belangrijk verschil tussen Eqavet en de
Europese normen en richtsnoeren, die alleen betrekking hebben op het niveau van
de onderwijsinstellingen. [34] http://www.eqavet.eu –
Zie in het bijzonder het IT-instrument met betrekking tot de kwaliteitscirkel. [35] OESO, Skills Outlook 2013,
met name blz. 204. [36] Aanbeveling van de Raad (2012/C 398/01). [37] Zie: http://www.eqar.eu/ [38] Zie: http://ec.europa.eu/eqf/documentation_en.htm [39] Mededeling van de Commissie: Een andere kijk op onderwijs:
investeren in vaardigheden voor betere sociaal-economische resultaten,
COM(2012) 669 final, 2012.