|
16.12.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 451/104 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — De EU-agenda voor justitie voor 2020 — Meer vertrouwen, mobiliteit en groei binnen de Unie
(COM(2014) 144 final)
(2014/C 451/17)
|
Rapporteur: |
Xavier Verboven |
De Europese Commissie heeft op 14 maart 2014 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te raadplegen over de
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — De EU-agenda voor justitie voor 2020 — Meer vertrouwen, mobiliteit en groei binnen de Unie
COM(2014) 144 final.
De afdeling Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 20 juni 2014 goedgekeurd.
Het Comité heeft tijdens zijn op 9 en 10 juli 2014 gehouden 500e zitting (vergadering van 10 juli) het volgende advies uitgebracht, dat met 72 stemmen vóór en 1 stem tegen, is goedgekeurd.
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1 |
Het Comité heeft kennis genomen van de mededeling van de Commissie en heeft het nuttig geacht om opmerkingen te maken betreffende de door de commissie geformuleerde beleidsdoelstellingen, alsook om een aantal andere specifieke aanbevelingen te doen. |
|
1.2 |
Betreffende de beleidsdoelstelling ‘bevordering van het wederzijds vertrouwen’, is het comité van oordeel dat dit een terechte beleidsprioriteit is, die conform is aan hetgeen in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU) is bepaald onder de afdeling Justitie. Over de initiatieven die in de komende vijf jaar kunnen genomen worden om dit wederzijds vertrouwen te versterken, is de Commissie echter eerder vaag en blijft zij aan de oppervlakte. Het Comité is van oordeel dat de samenwerking, die in het verleden werd bewerkstelligd via het sluiten van samenwerkingsakkoorden verder dient te worden aangemoedigd door het uitwerken van opvolgingsinstrumenten. |
|
1.3 |
Betreffende de beleidsdoelstelling ‘ondersteuning van de economische groei’, merkt het Comité op, dat het streven naar economische groei wordt erkend als een belangrijke prioriteit, althans op voorwaarde dat hierbij duurzame groei wordt beoogd. Economische groei op zich mag echter niet worden beschouwd als een doelstelling van het justitiebeleid dat, gelet op het VWEU, gericht moet zijn op de verwezenlijking van een hoog niveau van veiligheid en van een vlotte toegang tot de rechter, dewelke niet ondergeschikt kunnen worden gemaakt aan economische groei. Dit neemt niet weg dat een goed werkende justitie binnen de lidstaten van de Europese Unie, een positief effect kan hebben op de duurzame economische groei binnen de Unie, met name doordat op burgerlijk vlak conflicten sneller en doeltreffender kunnen worden afgehandeld en de rechtszekerheid wordt verbeterd, en doordat op strafrechtelijk vlak fenomenen zoals witwaspraktijken en georganiseerde misdaad die schadelijk zijn voor de reguliere economie, doeltreffend worden aangepakt. |
|
1.4 |
Betreffende de beleidsdoelstelling ‘ondersteuning van de mobiliteit’, merkt het Comité op, dat de ondersteuning van de mobiliteit binnen de Europese Unie, inzonderheid door ervoor te zorgen dat de burgers van Unie overal hun rechten kunnen uitoefenen, in verband kan gebracht worden met de in het VWEU bepaalde doelstelling van het vergemakkelijken van de toegang tot de rechter. Wel dient te worden benadrukt dat in titel V niet enkel ‘vrijheid’ als streefdoel wordt vooropgesteld, doch tevens veiligheid en recht, hetgeen een beperking van de vrijheid kan inhouden. Veeleer dan de ondersteuning van mobiliteit, moet de doelstelling zijn, de bescherming van de toegang tot een efficiënte justitie ten behoeve van de burger die zijn recht op vrij verkeer uitoefent. |
|
1.5 |
Verder merkt het Comité op dat in de mededeling van de Commissie een aantal zaken niet aan bod komen, die nochtans kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.
|
2. Toelichting nopens de mededeling van de commissie (1)
2.1 Situering van de mededeling
|
2.1.1 |
De Europese Commissie heeft reeds diverse wetgevingsinitiatieven genomen zowel op strafrechtelijk als op burgerrechtelijk gebied, waardoor reeds heel wat stappen werden gezet teneinde een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te verwezenlijken. |
|
2.1.2 |
De beleidslijnen werden uitgetekend in vijfjarenprogramma’s zoals het Tampere-programma, het Den Haag-programma en ten slotte het Stockholm-programma. Dat laatste loopt af eind 2014. Gelet op het aflopen van het Stockholm-programma, en gelet op de uitbreiding van de bevoegdheden van de Unie inzake justitie ingevolge het Verdrag van Lissabon, strekt deze mededeling van de Commissie ertoe, de politieke prioriteiten te bepalen die zouden moeten worden nagestreefd om verdere vooruitgang te maken op de weg naar een goed functionerende Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gericht op vertrouwen, mobiliteit en groei tegen 2020. |
|
2.1.3 |
Deze mededeling strekt ertoe bij te dragen tot de strategische richtsnoeren van wetgevende en operationele programmering die de Europese Raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 68 VWEU vaststelt met het oog op de verwezenlijking van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, alsook tot de strategische keuzes die het Europees Parlement ter zake zal dienen te maken (2). |
2.2 Inhoud van de mededeling
|
2.2.1 |
Uitdagingen voor de toekomst/beleidsdoelstellingen |
In haar mededeling definieert de Commissie drie doelstellingen voor de toekomst, te weten:
|
a) |
Wederzijds vertrouwen Het verder versterken van het vertrouwen van burgers, rechtspractici en rechters in rechterlijke beslissingen, ongeacht in welke lidstaat van de Europese Unie deze werden genomen. |
|
b) |
Mobiliteit De hindernissen die de burgers van de Europese Unie nog steeds ondervinden wanneer zij gebruik maken van het vrij verkeer moeten verder worden weggewerkt. |
|
c) |
Economische groei Het justitiebeleid dient de economische groei verder te blijven ondersteunen onder meer door bij grensoverschrijdende handelsrelaties de afdwingbaarheid van contracten te versterken en door het ondersteunen van de digitale economie. |
|
2.2.2 |
De door de Commissie gedefinieerde middelen om de voormelde doelstellingen te verwezenlijken zijn: consolideren, codificeren en aanvullen. Hierbij wordt er door de Commissie op gewezen dat de aanvulling van de bestaande beleidsinstrumenten steeds als doel moet hebben, het wederzijds vertrouwen en de groei te versterken en het leven van de burgers te vergemakkelijken. |
3. Opmerkingen
Opmerkingen betreffende de door de Commissie gedefinieerde beleidsdoelstellingen
3.1
|
3.1.1 |
De bevoegdheden van de Unie op het vlak van Justitie worden uitdrukkelijk bepaald in Titel V van deel 3 van het VWEU. Deze titel luidt: ‘De ruimte van vrijheid, veiligheid en recht’. |
|
3.1.2 |
In artikel 67 van het VWEU wordt bepaald dat de Unie een ruimte is van vrijheid, veiligheid en recht, waarin de grondrechten en de verschillende rechtsstelsels en -tradities van de lidstaten worden geëerbiedigd. |
|
3.1.3 |
In het raam hiervan hebben de instellingen van de Europese Unie de opdracht (3):
|
|
3.1.4 |
Teneinde deze opdrachten te vervullen is de Unie bevoegd op het vlak van justitie, politie en asiel en migratie. |
|
3.1.5 |
Op het vlak van justitie heeft de Unie zowel bevoegdheden op burgerlijk gebied als op strafrechtelijk gebied. |
|
3.1.6 |
De bevoegdheden op strafrechtelijk gebied omvatten in de eerste plaats de bevoegdheid om met het oog op de verwezenlijking van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken maatregelen te nemen en minimumvoorschriften te bepalen inzake de strafprocedure. Deze bevoegdheid houdt bijvoorbeeld de bevoegdheid in om minimumvoorschriften vast te stellen inzake de rechten van personen in de strafprocedure of van slachtoffers van misdrijven, alsook de bevoegdheid om maatregelen te nemen om jurisdictieconflicten te voorkomen en op te lossen. In de tweede plaats omvatten de bevoegdheden op strafrechtelijk gebied de bevoegdheid om minimumvoorschriften vast te stellen betreffende de bepaling van strafbare feiten en sancties in verband met vormen van bijzonder zware criminaliteit met grensoverschrijdende dimensie, zoals terrorisme, mensenhandel, seksuele uitbuiting, illegale drugshandel, illegale wapenhandel, witwassen van geld, corruptie, valsmunterij, computercriminaliteit en georganiseerde misdaad. In de derde plaats kunnen maatregelen genomen worden ter stimulering van misdaadpreventie. In de vierde plaats omvat de bevoegdheid op strafrechtelijk vlak de ondersteuning en versterking van de coördinatie en samenwerking van de nationale autoriteiten die belast zijn met onderzoek en vervolging. In de vijfde plaats omvat de bevoegdheid op strafrechtelijk gebied de bevoegdheid om een Europees Openbaar Ministerie in te richten, met het oog op de bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. |
|
3.1.7 |
De bevoegdheden inzake justitie op burgerlijk gebied omvatten de bevoegdheid om maatregelen te nemen met als doel (1) de wederzijdse erkenning tussen lidstaten van rechterlijke beslissingen te bevorderen alsook de tenuitvoerlegging ervan, (2) de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving te vergemakkelijken, (3) de regels te bepalen inzake de aanwijzing van de bevoegde rechter en het toepasselijke recht (internationaal privaatrecht), (4) samenwerking bij het vergaren van bewijsmiddelen, (5) de daadwerkelijke toegang tot de rechter, (6) het wegnemen van hindernissen voor de goede werking van de burgerrechtelijke procedure, (7) de verenigbaarheid van de regels voor collisie en jurisdictiegeschillen, en (8) de ontwikkeling van alternatieve methoden voor geschillenbeslechting. |
3.2
3.2.1 Betreffende de beleidsdoelstelling ‘bevordering van het wederzijds vertrouwen’
|
3.2.1.1 |
Dat de Commissie als beleidsdoelstelling op het vlak van justitie vooropstelt het versterken van het wederzijds vertrouwen van de in de lidstaten bevoegde autoriteiten in elkaars beslissingen, is terecht en dient te worden onderschreven, ook al betreft het eerder een middel om de justitiële samenwerking te realiseren dan een doel op zich. |
|
3.2.1.2 |
Blijkens het VWEU dient de Unie zowel op strafrechtelijk gebied als op burgerrechtelijk gebied immers een beleid te voeren dat gericht is op justitiële samenwerking die gebaseerd is op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen, hetgeen een wederzijds vertrouwen in elkaars beslissingen vooronderstelt (4). |
|
3.2.1.3 |
Omtrent de initiatieven die in de komende vijf jaar kunnen genomen worden om dit wederzijds vertrouwen te versterken, is de Commissie veeleer vaag en blijft zij aan de oppervlakte. Het comité is van oordeel dat de samenwerking die in het verleden werd bewerkstelligd door het sluiten van samenwerkingsakkoorden verder kan worden aangemoedigd en ondersteund o.m. door het uitwerken van justitiële opvolgingsinstrumenten. |
3.2.2 Nopens de beleidsdoelstelling ‘ondersteuning van de economische groei’
|
3.2.2.1 |
Dat de Commissie als beleidsdoelstelling op het vlak van justitie, vooropstelt de ondersteuning van de economische groei, is niet vanzelfsprekend. In het VWEU worden aan de Unie bevoegdheden gegeven inzake justitie teneinde op strafrechtelijk gebied een hoog niveau van veiligheid te garanderen en teneinde op burgerlijk vlak de toegang tot de rechter te vergemakkelijken. Dit zijn doelstellingen op zich die niet ondergeschikt gemaakt zijn aan een doelstelling zoals economische groei. |
|
3.2.2.2 |
De laatste jaren doet het EU-beleid inzake justitie ook dienst als instrument ter ondersteuning van het economische herstel, de groei en structurele hervormingen, wat met name het gevolg is van de financiële crisis en de staatsschuldencrisis en strookt met de Europa 2020-strategie. Het Comité beklemtoont dat economische groei op zich niet mag worden beschouwd als een doelstelling van het justitiebeleid. Er moet op worden toegezien dat in het toekomstig justitiebeleid van de EU niet stelselmatig voorrang wordt gegeven aan initiatieven die louter verband houden met het faciliteren van handel, ofwel louter in het licht hiervan kunnen worden geïnterpreteerd. Andere aspecten die in dezelfde of in grotere mate verband houden met de verwezenlijking van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, zoals de bescherming van grondrechten, komen hierdoor niet (of niet meer) aan bod. |
|
3.2.2.3 |
Het streven naar economische groei wordt erkend als een belangrijke prioriteit, althans op voorwaarde dat hierbij duurzame groei wordt beoogd. Economische groei op zich mag echter niet worden beschouwd als een doelstelling van justitiebeleid dat, gelet op het VWEU, gericht moet zijn op de verwezenlijking van een hoog niveau van veiligheid en van een vlotte toegang tot de rechter, dewelke niet ondergeschikt kunnen worden gemaakt aan economische groei. Op die manier kan een goed werkende justitie binnen de lidstaten van de Europese Unie, een positief effect hebben op de duurzame economische groei binnen de Unie, met name doordat op burgerlijk vlak conflicten sneller en doeltreffender kunnen afgehandeld en de rechtszekerheid wordt verbeterd, en doordat op strafrechtelijk vlak fenomenen zoals witwaspraktijken en georganiseerde misdaad die schadelijk zijn voor de reguliere economie, doeltreffend worden aangepakt. |
3.2.3 Nopens de beleidsdoelstelling ‘ondersteuning van de mobiliteit’
|
3.2.3.1 |
Dat de Commissie als beleidsdoelstelling op het vlak van justitie vooropstelt, de ondersteuning van de mobiliteit binnen de Europese Unie, inzonderheid door ervoor te zorgen dat de burgers van Unie overal hun rechten kunnen uitoefenen, kan in verband gebracht worden met de in het VWEU bepaalde doelstelling van het vergemakkelijken van de toegang tot de rechter. |
|
3.2.3.2 |
Wel dient te worden benadrukt dat in titel V niet enkel ‘vrijheid’ als streefdoel wordt vooropgesteld, doch tevens veiligheid en recht, hetgeen een beperking van de vrijheid kan inhouden. Veeleer dan de ondersteuning van mobiliteit, is de doelstelling bescherming van de toegang tot een efficiënte justitie ten behoeve van de burger die zijn recht op vrij verkeer uitoefent. Zo niet komt men eens te meer terecht in een veel ruimer spectrum dan enkel justitie en kan een bijzonder breed amalgaam aan materies aan bod komen, zoals het wegwerken van bureaucratie bij de uitoefening van zijn recht op vrij verkeer, zoals de regeling van echtscheiding en erfopvolging van onderdanen die gebruik maken van hun vrij verkeer, zoals de regeling van de overdracht van pensioenkapitalen ten behoeve van burgers die hun recht op vrij verkeer uitoefenen, regeling betreffende een Europese autokeuring, etc. |
3.3
|
3.3.1 |
In het beleidsplan van de Commissie komen een aantal zaken niet aan bod, die niettemin bijdragen tot de verwezenlijking van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. |
|
3.3.2 |
In de eerste plaats kan worden gedacht aan de invoering binnen de lidstaten van magistraten die gespecialiseerd zijn in Europees recht, teneinde een meer rechtszekerheid te bieden voor de burger bij betwisting omtrent de Europese wetgeving. |
|
3.3.3 |
De Commissie dringt er terecht op aan dat alle rechters en openbare aanklagers een opleiding EU-recht krijgen. Daarnaast roept zij op „de volgende stap” te zetten en alle beoefenaars van juridische beroepen uit te nodigen om deel te nemen aan de Europese opleidingsprogramma's in het kader van het programma Justitie 2014-2020. Dat is in de ogen van het Comité een cruciaal punt. Conform de doelstelling van het programma van Stockholm om de rechten van de verdediging te versterken, is het van bijzonder belang dat advocaten, die immers ook de eerste stap in de rechtsgang belichamen, aan dergelijke programma's kunnen deelnemen. |
|
3.3.4 |
In de tweede plaats kan worden gedacht aan de inrichting van operationele Europese politie en inspectiediensten, teneinde misdrijven en fraude met grensoverschrijdende aspecten doeltreffend te kunnen aanpakken. |
|
3.3.5 |
In de derde plaats moet worden nagegaan in welke mate op strafrechtelijk gebied minimumvoorschriften moeten worden vastgesteld betreffende de bepaling van strafbare feiten en sancties in verband met vormen van bijzonder zware criminaliteit met grensoverschrijdende dimensie, zoals terrorisme, mensenhandel, seksuele uitbuiting, illegale drugshandel, illegale wapenhandel, witwassen van geld, corruptie, valsmunterij, computercriminaliteit en georganiseerde misdaad. Met betrekking tot gedragingen waarvoor de verschillen tussen lidstaten op strafrechtelijk gebied dermate groot zijn dat hierdoor de rechten van de mens en de rechtszekerheid ondermijnd worden, dient te worden onderzocht in welke mate een harmonisering van het strafrecht zich opdringt (5). |
|
3.3.6 |
In de vierde plaats kan worden gedacht aan de verplichte invoering van collectieve vorderingen (class action) die de toegang tot de rechter, door de onderdanen van de EU moet verbeteren. |
|
3.3.7 |
In de vijfde plaats is het wenselijk dat een scorebord wordt bijgehouden van de verwezenlijkingen op het vlak van justitie en inzonderheid de uitvoering van de beleidsplannen. |
|
3.3.8 |
In de zesde plaats is het aangewezen om in de nieuwe samen te stellen Commissie een functie te voorzien van een Commissaris die bevoegd is voor de mensenrechten. |
Brussel, 10 juli 2014.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Hneri MALOSSE
(1) COM(2014) 144 final.
(2) COM(2014) 144 final, punt 1 'Inleiding'.
(3) Art. 67 VWEU.
(4) art. 81 en 82 VWEU.
(5) Zie reeds in deze zin CESE 1302/2012 — 'Europees drugsbeleid