14.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 331/261


JAARVERSLAG OVER DE ACTIVITEITEN GEFINANCIERD UIT HET ACHTSTE, NEGENDE EN TIENDE EUROPEES ONTWIKKELINGSFONDS (EOF)

2013/C 331/02

Jaarverslag over de activiteiten gefinancierd uit het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)

INHOUD

Inleiding

Specifieke kenmerken van de Europese Ontwikkelingsfondsen

Hoofdstuk I — Het achtste, negende en tiende EOF

Uitvoering

Jaarverslag van de Commissie over het financieel beheer van het achtste tot tiende Europees Ontwikkelingsfonds

Hoofdstuk II — Betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer over de EOF's

Betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer over het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) aan het Europees Parlement en de Raad — verslag van de onafhankelijke accountant

Toelichting bij de betrouwbaarheidsverklaring

Reikwijdte en aanpak van de controle

Betrouwbaarheid van de rekeningen

Regelmatigheid van de verrichtingen

Doeltreffendheid van de systemen

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

Aanbevelingen

OPMERKINGEN VAN DE REKENKAMER

ANTWOORDEN VAN DE COMMISSIE

INLEIDING

1.

Dit jaarverslag presenteert de beoordeling van de Europese Ontwikkelingsfondsen (EOF’s) door de Rekenkamer. Essentiële informatie over de betrokken activiteiten en de uitgaven in 2012 is opgenomen in tabel 1 .

 

Tabel 1 —   Europese Ontwikkelingsfondsen - essentiële informatie 2012

(miljoen euro)

Begrotingstitel

Beleidsterrein

Omschrijving

Betalingen 2012

Wijze van beheer

Europese Ontwikkelingsfondsen

8e EOF

Beleidsuitgaven

 

 

Projecten

22

Gedecentraliseerd

Projecten

5

Direct gecentraliseerd

Projecten

2

Indirect gecentraliseerd

Projecten

0

Gezamenlijk beheer

Begrotingssteun

0

Direct gecentraliseerd

Administratieve uitgaven

0

 

 

29

 

9e EOF

Beleidsuitgaven

 

 

Projecten

383

Gedecentraliseerd

Projecten

95

Gezamenlijk beheer

Projecten

90

Direct gecentraliseerd

Begrotingssteun

16

Direct gecentraliseerd

Projecten

15

Indirect gecentraliseerd

Administratieve uitgaven

0

 

 

599

 

10e EOF

Beleidsuitgaven

 

 

Begrotingssteun

824

Direct gecentraliseerd

Projecten

775

Gezamenlijk beheer

Projecten

624

Gedecentraliseerd

Projecten

299

Direct gecentraliseerd

Projecten

45

Indirect gecentraliseerd

Administratieve uitgaven

97

 

 

2 664

 

Totaal beleidsuitgaven (projecten)

2 355

 

Totaal beleidsuitgaven (begrotingssteun)

840

 

Totaal administratieve uitgaven

97

 

Totaal betalingen

3 292

 

voorschotten

1 738

 

+

verrekening van voorschotten

1 369

 

Gecontroleerde populatie

2 923

 

Totaal individuele vastleggingen  (37)

3 226

 

Totaal globale vastleggingen  (37)

3 163

 

Specifieke kenmerken van de Europese Ontwikkelingsfondsen

2.

De EOF’s vormen het voornaamste instrument door middel waarvan de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking ondersteunt in de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) en in landen en gebieden overzee (LGO). De partnerschapsovereenkomst die op 23 juni 2000 werd ondertekend in Cotonou voor een periode van twintig jaar („de Overeenkomst van Cotonou”) vormt het huidige kader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de ACS-staten en de LGO. Zij is er vooral op gericht armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen.

 

3.

De EOF’s worden gefinancierd door de lidstaten, hebben een eigen financieel reglement en worden door de Europese Commissie beheerd buiten het kader van de algemene begroting van de EU. De Europese Investeringsbank (EIB) beheert de investeringsfaciliteit, waarop de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer en de kwijtingsprocedure van het Europees Parlement geen betrekking hebben (1)  (2).

 

4.

De EOF’s worden vrijwel volledig beheerd door het directoraat-generaal Ontwikkeling en Samenwerking van de Commissie (EuropeAid), dat ook een breed scala aan uitgaven uit de EU-begroting beheert (3)  (4).

 

5.

De EOF-maatregelen worden uitgevoerd door middel van projecten en begrotingssteun (5) in het kader van drie belangrijke regelingen. In 2012 werd 43 % van de betalingen gedaan onder gecentraliseerd beheer, 30 % onder gedecentraliseerd beheer en 27 % onder gezamenlijk beheer (6) (zie tabel 1 ).

 

6.

De uitgaven die in dit verslag worden behandeld, worden verricht met gebruikmaking van een breed scala aan steunverleningsmethoden die in 79 landen worden toegepast. De regels en procedures, waaronder die betreffende de aanbesteding en gunning van contracten, zijn vaak ingewikkeld. Naar het oordeel van de Rekenkamer is er sprake van een inherent hoog risico.

 

7.

Op twee gebieden — begrotingssteun (7) en EU-bijdragen aan multidonorprojecten die worden uitgevoerd door internationale organisaties (8) zoals de VN — beperken de aard van de instrumenten en de betalingsvoorwaarden de mate waarin de verrichtingen vatbaar zijn voor fouten zoals omschreven in de controle van de regelmatigheid door de Rekenkamer.

 

8.

Begrotingssteun wordt betaald ter ondersteuning van de algemene begroting van een staat of de begroting voor een specifiek beleid of doel. De Rekenkamer onderzoekt of de Commissie heeft voldaan aan de specifieke voorwaarden die zijn verbonden aan uitbetaling van begrotingssteun aan het betrokken partnerland en of zij heeft aangetoond dat er is voldaan aan de algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor begrotingssteun (zoals vooruitgang op het gebied van financieel beheer in de overheidssector).

 

9.

De Commissie beschikt echter over een grote mate van flexibiliteit bij het bepalen of er aan deze algemene voorwaarden is voldaan. Bij de controle van de regelmatigheid kan de Rekenkamer niet verder gaan dan het stadium waarin de steun aan een partnerland wordt betaald. De overgedragen middelen gaan dan op in de begrotingsmiddelen van het ontvangende land. Eventuele tekortkomingen in het financieel beheer van dat land leiden niet tot met de controle van de regelmatigheid door de Rekenkamer aangetoonde fouten.

 

10.

De bijdragen van de Commissie aan multidonorprojecten worden samengevoegd met die van andere donoren en zijn niet geoormerkt voor specifiek aanwijsbare uitgavenposten.

 

HOOFDSTUK I —   HET ACHTSTE, NEGENDE EN TIENDE EOF

Uitvoering

11.

EOF-overeenkomsten worden doorgaans gesloten voor een verbintenisperiode van ongeveer vijf jaar, maar de betalingen kunnen gedurende een langere periode worden verricht. In 2012 werden betalingen verricht uit hoofde van het achtste, negende en tiende EOF. Het achtste EOF (1995-2000) beloopt 14 625 miljoen euro en het negende EOF (2000-2007) 15 200 miljoen euro.

 

12.

Het tiende EOF (2008-2013) beloopt in totaal 22 682 miljoen euro. Van dat bedrag is 21 967 miljoen euro bestemd voor de ACS-staten en 285 miljoen euro voor de LGO. Deze bedragen omvatten 1 500 miljoen euro, respectievelijk 30 miljoen euro voor de investeringsfaciliteit die de EIB beheert voor de ACS-staten en de LGO. Ten slotte is 430 miljoen euro uitgetrokken voor de uitgaven van de Commissie aan de programmering en uitvoering van het EOF.

 

13.

In 2012 bedroegen de totale bijdragen van de lidstaten 2 600 miljoen euro.

 

14.

Tabel 2 geeft de gecumuleerde besteding van de EOF-middelen in 2012 weer. De omvang van de individuele verbintenissen lag 27 % boven de oorspronkelijke raming, met name vanwege de goedkeuring van de EU-steun voor het initiatief „Duurzame energie voor iedereen” ten belope van 400 miljoen euro, die oorspronkelijk niet gepland was. Het bedrag van de betalingen was 8 % hoger dan oorspronkelijk geraamd, met name omdat het bedrag aan vastleggingen hoger was dan verwacht. De nog te betalen vastleggingen bleven stabiel in vergelijking met 2011.

 

Jaarverslag van de Commissie over het financieel beheer van het achtste tot tiende Europees Ontwikkelingsfonds

15.

Krachtens het Financieel Reglement van toepassing op het tiende EOF dient de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen over het financieel beheer van de EOF's (9). De Rekenkamer is van oordeel dat dit verslag de betreffende financiële informatie nauwkeurig weergeeft.

 

Tabel 2 —   Besteding van EOF-middelen per 31 december 2012

(miljoen euro)

 

Situatie eind 2011

Begrotingsuitvoering gedurende het begrotingsjaar 2012

(nettobedragen) (43)

Situatie eind 2012

Globaal bedrag

Uitvoerings-graad (39)

8e EOF (40)

9e EOF (40)

10e EOF

Globaal bedraag

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Globaal bedrag

Uitvoerings-graad (39)

A

MIDDELEN  (38)

48 854

 

–79

– 102

246

66

10 584

16 450

21 885

48 920

 

B —   BESTEDING

1.

Globale vastleggingen  (41)

40 827

83,6 %

–64

– 297

3 524

3 163

10 576

16 157

17 258

43 991

89,9 %

2.

Individuele vastleggingen  (42)

34 833

71,3 %

–46

– 187

3 460

3 226

10 448

15 504

12 107

38 059

77,8 %

3.

Betalingen

29 208

59,8 %

15

539

2 655

3 209

10 345

14 566

7 507

32 417

66,3 %

C

Nog te betalen vastleggingen (B1 – B3)

11 619

23,8 %

 

 

 

 

231

1 591

9 751

11 574

23,7 %

D

Beschikbaar saldo (A – B1)

8 027

16,4 %

 

 

 

 

8

293

4 627

4 929

10,1 %

Bron: Rekenkamer, op basis van de EOF-verslagen over de financiële uitvoering en de jaarrekening per 31 december 2012.

HOOFDSTUK II —   BETROUWBAARHEIDSVERKLARING VAN DE REKENKAMER OVER DE EOF'S

Betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer over het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) aan het Europees Parlement en de Raad — Verslag van de onafhankelijke accountant

Betrouwbaarheid van de rekeningen

Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

Ontvangsten

Vastleggingen

Betalingen

5 september 2013

Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA

President

Europese Rekenkamer

12, rue Alcide De Gasperi, 1615 Luxemburg, LUXEMBURG

Toelichting bij de betrouwbaarheidsverklaring

Reikwijdte en aanpak van de controle

16.

De opmerkingen over de betrouwbaarheid van de rekeningen van de EOF’s in paragraaf VI van de betrouwbaarheidsverklaring zijn gebaseerd op een controle van de financiële staten (12) en het verslag over de financiële uitvoering van het achtste, negende, en tiende EOF (13). Bij de controle werden bedragen en vermelde informatie getoetst; tevens werden de gehanteerde boekhoudbeginselen, door het management gemaakte significante ramingen en de algehele presentatie van de rekeningen beoordeeld.

 

17.

In bijlage 1.1, deel 2 van hoofdstuk 1 van het Jaarverslag 2012 van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting wordt de algemene aanpak en methodologie van de Rekenkamer beschreven. De opmerkingen over de regelmatigheid van de EOF-verrichtingen staan in de paragrafen VII-X van de betrouwbaarheidsverklaring en zijn gebaseerd op de volgende componenten:

a)

onderzoek van alle bijdragen van de lidstaten en van een steekproef van andere soorten ontvangstenverrichtingen;

b)

onderzoek van een steekproef van 30 vastleggingen (14);

c)

onderzoek van een steekproef van 167 tussentijdse en definitieve uitgavenverrichtingen die door zeven EU-delegaties of het hoofdkantoor van de Commissie waren goedgekeurd (15). Zo nodig werden uitvoerende organisaties en eindbegunstigden ter plaatse bezocht om de in de financiële verslagen of kostendeclaraties genoemde onderliggende verrichtingen te verifiëren;

d)

een beoordeling van de doeltreffendheid van de toezicht- en controlesystemen op het hoofdkantoor van EuropeAid en bij EU- delegaties; deze bestreek de volgende elementen:

i)

controles vooraf door ordonnateurs, externe toezichthouders (bij contracten voor werken) of externe controleurs (bij programmaramingen (16), subsidies en dienstverleningscontracten op basis van honoraria). De Rekenkamer onderzocht waarom de ontdekte fouten waren opgetreden;

ii)

toezicht en supervisie. Dit omvatte een onderzoek van de studie van EuropeAid naar het percentage resterende fouten (PRF) over 2012, die deels was gebaseerd op werkzaamheden van de dienst Interne audit (DIA) van de Commissie) (17);

iii)

interne audit;

e)

een beoordeling van het jaarlijks activiteitenverslag (JAV) van de directeur-generaal van EuropeAid.

 

18.

Zoals aangegeven in paragraaf 4, voert EuropeAid de meeste van de instrumenten voor externe bijstand uit die uit de algemene begroting en de EOF’s worden gefinancierd. De opmerkingen van de Rekenkamer met betrekking tot zowel de doeltreffendheid van de toezicht- en controlesystemen als de betrouwbaarheid van het JAV en de verklaring van de directeur-generaal voor 2012 hebben betrekking op het gehele terrein waarvoor EuropeAid verantwoordelijk is.

 

Betrouwbaarheid van de rekeningen

19.

De economische resultatenrekening bevat als ontvangsten rente op voorfinanciering met betrekking tot aan begunstigden betaalde voorfinancieringen van meer dan 250 000 euro. Om de rente op hogere voorfinancieringsbetalingen (d.w.z. van meer dan 750 000 euro) van begunstigden in te vorderen, dient de Commissie jaarlijks invorderingsopdrachten af te geven (18). Dit gebeurt echter zelden. Daarnaast wordt door voorfinancieringsbetalingen gegenereerde rente soms verrekend met verzoeken om vergoeding van gemaakte kosten; deze rente wordt niet als ontvangsten in de financiële staten opgenomen.

19.

De Commissie erkent dat ondanks een herinnering aan de gesubdelegeerde ordonnateurs in de jaarlijkse aankondiging van afwikkeling, de vorderingen voor de rente op voorfinanciering van meer dan 750 000 euro niet steeds jaarlijks geschieden. DEVCO wijst er echter met klem op dat de rente uit voorfinanciering altijd in rekening wordt gebracht bij het vaststellen van de financiële situatie voor afwikkeling van de contracten. In 2013 zal DEVCO over deze kwestie specifieke actie ondernemen:

een herinnering aan de ordonnateurs van het financieel reglement op dit punt;

een gedetailleerde herziening van alle contracten met openstaande voorfinancieringen van meer dan 750 000 euro tegen eind 2012.

Voor voorfinancieringen tussen 250 000 en 750 000 euro maakt het lokale CRIS FED-systeem momenteel alleen de terugboeking van invorderingsopdrachten mogelijk naar de oorspronkelijke lijn van de uitgaven, zonder aan te geven hoeveel de rente was. DG DEVCO plant een ontwikkeling van het CRIS-systeem waarmee de rente wel kan worden berekend, ten vroegste met ingang van oktober 2013.

20.

Evenals in voorgaande jaren ontdekte de Rekenkamer een hoog aantal verrichtingen die onjuist waren geregistreerd (19). Een onderzoek van EuropeAid in 2012 wees ook uit dat verrichtingen vaak onjuist waren geregistreerd in het gemeenschappelijk Relex-informatiesysteem (CRIS). De Rekenkamer trof in dit verband weliswaar geen materiële fouten aan wat betreft de betrouwbaarheid van de rekeningen, maar toch blijven deze fouten een bron van zorg, daar ze van invloed zijn op de juistheid van de gegevens die worden gebruikt bij het opstellen van de jaarrekening, vooral bij de jaarlijkse afsluitingsprocedure aan het eind van het jaar (20).

20.

Zoals de Rekenkamer vaststelt, heeft de Commissie in 2012 aanzienlijke inspanningen gedaan, hetgeen heeft geleid tot een substantiële verbetering van de gegevenskwaliteit. De Commissie verklaart met klem haar inspanningen hiervoor te zullen voortzetten.

Na de uitvoerige studie van 2012 werd een actieplan opgesteld dat momenteel wordt voltooid (goedkeuring gepland voor medio juli 2013) met diverse elementen die reeds zijn onderzocht en/of uitgevoerd. Samen met dit actieplan werkt de Commissie momenteel op verschillende vlakken aan een verdere verbetering van de gegevenskwaliteit:

a)

verbetering van CRIS zodat minder fouten worden gemaakt door de gebruikers (bv. actie 4.0 in het „masterplan”, streven naar een betere CRIS-interface voor de gebruiker, herziening van de CRIS-documentatie, opzetten van een gegevenswoordenboek);

b)

voortzetting van gegevenstoezicht van CRIS door de hoofdzetel, door automatische toetsing, gerichte kwaliteitstests voor audits en het uitvoeren van studies over specifieke punten na een risico-evaluatie;

c)

verbetering van de verstrekte informatie aan de gebruikers via de CRIS-gegevensbank en specifieke opleiding;

d)

meer gerichte prestatie-indicatoren om bewuster te maken van het belang van goede en volledige gegevenskwaliteit meer onder de aandacht te brengen.

Regelmatigheid van de verrichtingen

21.

Bijlage 1 bevat een samenvatting van de resultaten van de toetsing van verrichtingen.

 

Ontvangsten

22.

Uit de controle van ontvangstenverrichtingen door de Rekenkamer bleek dat deze geen materiële fouten bevatten.

 

Vastleggingen

23.

Uit de controle van vastleggingen door de Rekenkamer bleek dat deze geen materiële fouten bevatten.

 

Uitgavenverrichtingen

24.

Van de 167 door de Rekenkamer gecontroleerde verrichtingen bevatten er 44 (26 %) fouten. De Rekenkamer schat het meest waarschijnlijke foutenpercentage op 3,0 % (21).

 

Projecten

25.

Van de 127 uitgavenverrichtingen in de steekproef bevatten er 41 (32 %) fouten, waaronder 28 (68 %) kwantificeerbare fouten. Van de 28 verrichtingen die kwantificeerbare fouten bevatten, was er in 20 gevallen sprake van definitieve verrichtingen die de Commissie al had gecontroleerd.

 

26.

Er werden vaker fouten aangetroffen bij verrichtingen die verband hielden met programmaramingen, subsidies en bijdragenovereenkomsten tussen de Commissie en internationale organisaties dan bij andere steunvormen: van de 71 getoetste verrichtingen in deze categorieën vertoonden er 31 (44 %) fouten.

 

27.

De voornaamste soorten kwantificeerbare fouten die werden aangetroffen in verrichtingen in verband met projecten waren (zie tekstvak 1):

a)

subsidiabiliteit: uitgaven die betrekking hadden op activiteiten die niet door het contract werden bestreken (twaalf verrichtingen), niet-naleving van de aanbestedingsprocedures door de begunstigde (vier verrichtingen) en uitgaven die werden gedaan buiten de uitvoeringsperiode (twee verrichtingen) of die de vastgelegde begroting overschreden (twee verrichtingen);

b)

realiteit: ontbreken van facturen of andere bewijsstukken ter verantwoording van uitgaven (twee verrichtingen), niet geleverde diensten of niet verrichte werkzaamheden (twee verrichtingen) en uitgaven die niet door de begunstigden werden gedaan (één verrichting);

c)

juistheid: onjuiste berekening van gedeclareerde uitgaven (drie verrichtingen).

 

Niet verrichte werkzaamheden

De Rekenkamer onderzocht een tussentijdse betaling van 464 640 euro in het kader van een overeenkomst inzake wegenonderhoud in Senegal. Werkzaamheden betreffende de versteviging van het onderste deel van een opgehoogde weg die door de contractant waren gefactureerd, door de toezichthouder waren gecertificeerd en door de Commissie waren betaald, waren niet uitgevoerd. De Commissie ging vervolgens over tot een uitgebreide technische controle van de overeenkomst.

Niet verrichte werkzaamheden

Het technische auditverslag van april 2013 wijst erop dat in totaal 39 095 euro (0,94 % van de totale contractprijs) in rekening gebracht voor de versterking van bermen, niet is gerealiseerd.

De contractant heeft de in rekening gebrachte werkzaamheden voor het versterken van de bermen inmiddels uitgevoerd.

De gedecentraliseerde aanbestedende dienst zal op het ogenblik van de eindafrekening besluiten over het mogelijke opleggen van terugvorderingen en contractuele boeten aan de contractant van de werkzaamheden en de dienstencontractant die toezicht hield op de werkzaamheden.

Contractwaarde overschreed de toegestane limiet

De Rekenkamer onderzocht de vereffening van een voorschot van 305 738 euro in het kader van een steunprogramma voor de gezondheidssector in de Democratische Republiek Congo. De waarde van twee contracten was met 58 %, respectievelijk 68 % verhoogd voor aanvullende werken die nodig waren om de oorspronkelijke opdracht te voltooien. De eenheid voor projectbeheer binnen de nationale overheidsdienst wist niet dat er voor dergelijke aanvullende werken een limiet gold van 50 % van de waarde van het oorspronkelijke contract.

Contractwaarde overschreed de toegestane limiet

Er is een aanvullende audit aan de gang om mogelijke andere niet-subsidiabele bedragen vast te stellen.

De EU-delegatie heeft de nationale ordonnateur herinnerd aan de geldende regels. De nationale ordonnateur heeft een circulaire nota gezonden waarvan de inhoud in overleg met de EU-delegatie was vastgesteld.

28.

De meest voorkomende soorten niet-kwantificeerbare fouten hadden betrekking op ontoereikende bewijsstukken (vijf verrichtingen) en tekortkomingen in de procedures voor het plaatsen van opdrachten (vijf verrichtingen).

 

Begrotingssteun

29.

Van de 40 gecontroleerde verrichtingen voor begrotingssteun bevatten er drie (8 %) fouten, waaronder twee (67 %) kwantificeerbare fouten.

29.

De Commissie is het niet eens met de analyse van de Rekenkamer over één kwantificeerbare fout.

30.

De kwantificeerbare fouten die de Rekenkamer ontdekte in verrichtingen voor begrotingssteun, betroffen de onjuiste toepassing van de scoringsmethode om te bepalen of de ontvangers hadden voldaan aan de voorwaarden voor prestatiegerelateerde betalingen, of verzuim om te beoordelen of er was voldaan aan de specifieke betalingsvoorwaarden (twee verrichtingen) (zie tekstvak 2). De Rekenkamer ontdekte ook niet-kwantificeerbare fouten: de Commissie heeft niet afdoende aangetoond dat ontvangers voldeden aan de algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor betalingen voor begrotingssteun (22). De Commissie zette de voortgang van de ontvangende landen bij de uitvoering van specifiek beleid of hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën niet af tegen de voor de beoordelingsperiode bepaalde doelstellingen (twee verrichtingen).

30.

Begrotingssteun is een beleidsinstrument dat is gebaseerd op een langdurige vertrouwensrelatie tussen de Commissie en de partnerlanden. Wanneer de Commissie besluit tot betaling over te gaan, houdt zij rekening met de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de afzonderlijke indicatoren en voorwaarden.

De Commissie stelt verheugd vast dat het aantal niet-kwantificeerbare fouten de voorbije jaren aanzienlijk is teruggelopen.

De Commissie is van oordeel dat het bereiken van de waarden van de indicatoren waarover met de partnerregering een gezamenlijk akkoord was bereikt, niet te strikt mag worden geëvalueerd. Hoewel de voorwaarden voor prestatie-gerelateerde betalingen een belangrijke rol spelen als het erom gaat landen aan te sporen vooruitgang te boeken voor belangrijke politieke doeleinden, vindt de Commissie dat de indicatoren moeten worden herzien om rekening te houden met de doelstellingen die zij meten, en met de context van de ontwikkeling van een land.

Het niet stellen van een specifieke betalingsvoorwaarde

De Rekenkamer onderzocht een betaling van 600 000 euro die betrekking had op de steun voor het economische hervormingsprogramma 2007-2010 in Vanuatu, die een prestatieafhankelijke variabele tranche van 200 000 euro omvatte. Volgens de financieringsovereenkomst moest de Commissie specifieke prestatie-indicatoren die in het jaarlijks ontwikkelingsverslag waren opgenomen met betrekking tot het beheer van overheidsfinanciën selecteren, maar zij liet dit na. De Commissie achtte het voor de uitbetaling van de variabele tranche voldoende, te vertrouwen op een beoordeling van de algemene vooruitgang van Vanuatu op het gebied van de hervorming van het beheer van overheidsfinanciën (een algemene subsidiabiliteitsvoorwaarde). Dit was in strijd met de financieringsovereenkomst, waarin is bepaald dat de Commissie de betaling enkel verricht indien aan zowel de specifieke als de algemene voorwaarden is voldaan.

Onjuiste toepassing van een specifieke voorwaarde

Overeenkomstig het besluit van de Commissie zijn zowel de algemene als de specifieke voorwaarden voor voorfinanciering in de financieringsovereenkomst nagenoeg dezelfde en hebben zij betrekking op de algemene vooruitgang op het gebied van de hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën. De Commissie heeft de algemene vooruitgang van Vanuatu met de hervorming van overheidsfinanciën tot 2010 positief beoordeeld. De relevante indicatoren voor overheidsfinanciën in het jaarlijkse ontwikkelingsverslag van de regering bevestigen deze positieve trend. De delegatie heeft voorts bevestigd dat deze positieve trend en inspanningen tijdens het politiek moeilijke jaar 2011 werden voortgezet overeenkomstig de hervormingsstrategie voor de voorfinanciering van 2008.

Doeltreffendheid van de systemen

31.

De resultaten van het onderzoek van de Rekenkamer van de toezicht- en controlesystemen zijn samengevat in bijlage 2 .

 

Controles vooraf

32.

Vanwege de risicovolle omgeving (zie paragraaf 6) vertrouwt EuropeAid grotendeels op controles vooraf (controles door personeel van de Commissie, externe toezichthouders of externe controleurs voordat de betalingen voor projecten worden gedaan) om onregelmatige betalingen te voorkomen, of op te sporen en te corrigeren. Evenals in voorgaande jaren wijst het aantal door de Rekenkamer geconstateerde fouten, onder meer in einddeclaraties waarvoor externe controle en uitgavenverificaties plaatsvonden, op gebreken in deze controles vooraf. Een onderzoek dat EuropeAid in 2012 verrichtte, wees ook uit dat een significant aantal (een derde) van de in 2011 ontvangen controleverslagen van ontoereikende kwaliteit was.

32.

De Commissie hecht zeer groot belang aan de kwaliteit van de audits en ontwikkelt hulpmiddelen om de auditbeheerders in de Commissie bij te staan om de kwaliteit van de auditverslagen beter te evalueren.

33.

Twee door de Rekenkamer bezochte EU-delegaties gaven geen behoorlijke follow-up aan controleverslagen. In het JAV wordt erkend dat een belangrijke oorzaak van fouten gelegen is in het feit dat er naar aanleiding van controleverslagen of verslagen over verificatie van uitgaven geen terugvordering plaatsvindt van niet-subsidiabele bedragen en er evenmin wordt toegelicht waarom er geen terugvordering plaatsvindt (23).

33.

In het werkplan waarnaar wordt verwezen in het antwoord van de Commissie op punt 38, wordt voorzien in de ontwikkeling via de CRIS-auditmodule van een specifiek hulpmiddel waarmee de Commissie een degelijke follow-up kan doen van de auditverslagen.

34.

Uit de controle van de Rekenkamer blijkt dat de late vereffening en afwikkeling van contracten ten koste van de kwaliteit van de controles vooraf gaan en het risico vergroten dat het controletraject wordt verbroken of bewijsstukken ontbreken (24). Bij zowel EOF- als EU-begrotingsverrichtingen trof de Rekenkamer oude contracten aan waarvoor uitgaven laat werden vereffend. De betrokken individuele financiële vastleggingen stonden als gevolg daarvan nog open of werden lang na afloop van de uitvoeringsperiode voor het contract gesloten.

34.

Als onderdeel van een externe studie in 2012 heeft de Commissie een procedure opgezet om alle contracten te evalueren waarvan de actieve periode langer dan 18 maanden geleden is afgelopen. De diensten moesten toelichten waarom de contracten nog open stonden en aangeven hoe zij de contracten zo spoedig mogelijk zouden afsluiten. Dit heeft geleid tot een afname van de openstaande contracten aan het eind van het jaar voor het EOF met 1 038 contracten (van 7 470 eind 2011 tot 6 432 eind 2012). In april 2013 is een vergelijkbare actie begonnen om deze inspanningen voort te zetten.

Toezicht en supervisie

Beheersinformatiesysteem

35.

Zoals vermeld in voorgaande jaarverslagen (25) vertoont het beheersinformatiesysteem van EuropeAid gebreken ten aanzien van de resultaten en follow-up van externe controles, uitgavenverificaties en toezichtbezoeken. Deze maken het voor de directeur-generaal moeilijk om eenheidshoofden of hoofden van EU-delegaties verantwoordelijk te stellen voor de tijdige follow-up en correctie van systeemgebreken en ontdekte fouten.

35.

De auditmodule van het informatiesysteem voor het beheer van de externe hulp CRIS is bedoeld om externe audits te plannen en de resultaten ervan vast te leggen, en niet zozeer om na te gaan welke follow-upmaatregelen de Commissie neemt naar aanleiding van de audit. De Commissie is van plan deze mogelijkheid op middellange termijn te ontwikkelen indien de middelen daarvoor beschikbaar zijn.

De Commissie heeft een werkplanmethode ontwikkeld om controlebezoeken te plannen. Daarnaast zet de Commissie een hervorming in van het toezicht en de verslaglegging die in het begin van 2014 moet worden uitgevoerd.

Toezichtbezoeken

36.

Alle zeven door de Rekenkamer bezochte EU-delegaties hadden — met name dankzij toezichtbezoeken — een goed overzicht van de operationele uitvoering van projecten. Slechts een van deze zeven EU-delegaties selecteerde en plande deze bezoeken echter op basis van een risicobeoordeling. EuropeAid ontwikkelt thans een instrument om de EU-delegaties te helpen hun portefeuille van projecten beter door te lichten en prioriteit te geven aan bezoeken aan die projecten die in het bijzonder toezicht behoeven op basis van risico-inschattingen. De Rekenkamer constateerde ook tekortkomingen in de wijze waarop twee van de zeven EU-delegaties toezicht hielden op de uitvoering van projecten of follow-up gaven aan de resultaten van deze bezoeken.

36.

In één geval heeft de EU-delegatie de voornaamste bevinding van het toezichtverslag opgevolgd. De moeilijke veiligheidssituatie was de voornaamste reden voor de problemen met de uitvoering van de wegwerkzaamheden die in het controleverslag werden vermeld.

In het tweede geval heeft de delegatie maatregelen getroffen om beter toe te zien op de tenuitvoerlegging van de tweede fase van het project.

PRF-studie 2012

37.

Zoals de Rekenkamer in het verleden had aanbevolen (26), verrichtte EuropeAid zijn eerste studie naar het percentage resterende fouten (PRF) om te beoordelen hoeveel fouten zijn ontsnapt aan alle beheerscontroles om fouten te voorkomen, te ontdekken en te corrigeren. De studie omvatte een onderzoek van een representatieve steekproef van verrichtingen uit afgewikkelde contracten om te bepalen of de uitgaven waren gedaan voor het beoogde doel en overeenkomstig de betrokken regels en of ze juist waren berekend. De ontdekte fouten werden gebruikt om een schatting te maken van het meest waarschijnlijke foutenpercentage in de populatie afgewikkelde contracten.

 

38.

De resultaten van de PRF-studie 2012 zijn beschreven in het JAV (27). Volgens de studie ligt het PRF naar schatting op 3,63 %, dus boven de door de directeur-generaal vastgestelde materialiteitsdrempel van 2 %. De belangrijkste soorten in de studie ontdekte fouten zijn:

a)

fouten in verrichtingen met internationale organisaties (38,0 % van het PRF);

b)

bedragen die niet worden teruggevorderd naar aanleiding van controleverslagen of verslagen over verificatiebezoeken (of het ontbreken van een verklaring voor het feit er geen terugvordering van bepaalde bedragen plaatsvindt, anders dan internationale organisaties) (26,7 % van het PRF);

c)

fouten die verband houden met middelen die indirect worden beheerd door andere begunstigden dan internationale organisaties (20,1 % van het PRF);

d)

het ontbreken van documentatie met betrekking tot aanbestedingsprocedures (15,2 % van het PRF).

38.

Overeenkomstig de procedures van de Commissie werd een actieplan opgezet om het interne controlesysteem verder te verbeteren. Dit omvat onder meer acties voor meer bewustmaking, opleiding en sturing, versterking van de verantwoordingsplicht van de delegaties, meer samenwerking met internationale organisaties en stroomlijning van het controlesysteem.

39.

De opzet van de PRF-methodologie voldeed in het algemeen en de studie leverde interessante en potentieel nuttige resultaten op. De methodologie kan echter op de volgende punten verder worden verfijnd:

39.

De resultaten van de studie van 2012 inzake het restfoutenpercentage werden rechtstreeks overgenomen voor het verschaffen van zekerheid in het kader van de jaarlijkse activiteitenverslag van 2012 en waren bijgevolg erg nuttig voor de Commissie. Die studie van 2012 inzake het restfoutenpercentage was de eerste die werd uitgevoerd en de daaruit getrokken lessen zullen een bijstelling van de methodologie mogelijk maken.

a)

de mate van vertrouwen dat wordt gesteld in eerdere controle- of verificatieverslagen;

a)

De Commissie zal de kwestie met de contractant bespreken.

b)

de methode voor de berekening van foutenpercentages bij individuele verrichtingen;

b)

De Commissie zal de kwestie met de contractant bespreken.

c)

de wijze waarop wordt omgegaan met verrichtingen waarvoor documentatie niet gemakkelijk te verkrijgen was.

c)

De procedure voor het doen van schattingen wordt in detail beschreven in de herziene instructies in verband met het restfoutenpercentage en zal in 2013 worden toegepast.

Interne audit

40.

In haar Jaarverslag 2011 (28) gaf de Rekenkamer aan dat de reorganisatie van de Commissie in 2011 een grote impact had op de activiteit van de interne-auditfunctie (IAF) (29). In haar antwoord op het Jaarverslag 2011 van de Rekenkamer zegde de Commissie toe de capaciteit van de IAF te zullen beoordelen en deze te zullen versterken indien dat nodig werd geacht (30). Dit is niet gebeurd. In 2012 trad er geen verbetering op: de uitvoering van het jaarlijks werkplan van de IAF werd wederom sterk negatief beïnvloed (31).

40.

Sinds 2013 is het functioneren van de interne audit, na een aantal maatregelen in dit verband, verbeterd.

Beoordeling van het jaarlijks activiteitenverslag

41.

In zijn betrouwbaarheidsverklaring maakt de directeur-generaal een voorbehoud ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen, aangezien het bedrag dat wordt beschouwd als risicobedrag (259,5 miljoen euro) meer dan 2 % uitmaakt van de betalingen waarvoor in de verslagperiode een betalingsopdracht is gegeven.

 

42.

De directeur-generaal verklaart echter ook dat de ingevoerde beheersingsprocedures de nodige waarborgen bieden betreffende de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen (32). Tevens wordt in het JAV aangegeven dat het PRF van 3,63 % een schatting is van het maximale bedrag waarvoor risico wordt gelopen (33), dat het geen twijfel doet rijzen omtrent het beheersingssysteem als geheel en dat het laat zien dat de meeste fouten verband houden met een beperkt aantal tekortkomingen die met name betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van beheersingsmaatregelen en die vervolgens in 2013 door DG DEVCO kunnen en zullen worden aangepakt (34).

 

43.

De Rekenkamer acht dit een misleidende weergave van de resultaten van de PRF-studie:

43.

a)

het PRF is geen maximaal bedrag maar een beste schatting (of meest waarschijnlijke schatting). Het werkelijke foutenpercentage kan hoger liggen;

a)

De Commissie is het ermee eens dat het risicodragende bedrag dat is genoemd in het jaarlijkse activiteitenverslag voor 2012 van DG DEVCO de meest waarschijnlijke schatting is, overeenkomstig de permanente instructies voor de jaarlijkse activiteitenverslagen voor 2012. Het reële foutenpercentage kan hoger of lager zijn.

b)

het PRF is geen schatting van het risicobedrag, maar een schatting van het percentage fouten dat aan het einde van de beheerscyclus onontdekt en ongecorrigeerd blijft en dus definitief is (35);

b)

Het concept van „risicodragend bedrag” in het jaarlijkse activiteitenverslag wordt aangewend overeenkomstig de permanente instructies voor de jaarlijkse activiteitenverslagen van de Commissie. In deze instructies wordt „risicodragend bedrag” gedefinieerd als de financiële gevolgen van fouten in termen van financiële risico’s voor de begroting gedurende het kalenderjaar.

De Commissie is het ermee eens dat de resultaten van de studie in verband met het restfoutenpercentage geen raming zijn van het risicodragend bedrag.

c)

toezicht- en controlesystemen zijn niet doeltreffend wanneer zij fouten van materieel belang niet opsporen en corrigeren;

c)

De meeste fouten houden verband met een beperkt aantal tekortkomingen, vooral met betrekking tot de uitvoering van controles. De opzet zelf van het controlesysteem lijkt echter degelijk te zijn en hoeft niet te worden gewijzigd.

d)

in het JAV worden de belangrijkste soorten fouten die voorkomen in de uitgaven van EuropeAid beschreven (36) maar worden, behalve voor de tekortkomingen in het terugvorderingsproces, de oorzaken ervan niet onderzocht, evenmin als de aspecten van het toezicht- en controlesysteem van EuropeAid die tekortschoten.

d)

De Commissie zal voor het volgende jaarlijkse activiteitenverslag de analyse uitvoeren die in de permanente instructies wordt gevraagd. Het in punt 38 genoemde actieplan pakt alle typen fouten aan die door het controlesysteem en de Rekenkamer worden vastgesteld. Aan het actieplan ging een grondige analyse vooraf van de oorzaken van deze fouten. Voorts bevatte het ook definities van de manieren waarop de in het actieplan beschreven fouten worden aangepakt. Uit de analyse werd geconcludeerd dat de controle-opzet als zodanig voldeed en dat de voorkomende fouten te wijten waren aan problemen bij de uitvoering.

44.

In 2012 verrichtte de DIA een beperkte controle van het JAV-proces van EuropeAid. Hieruit bleek dat het JAV onvoldoende informatie verschaft over de vraag hoe het directoraat-generaal redelijke zekerheid verkrijgt over de wettigheid en regelmatigheid van uitgaven op een meerjarige basis. Deze bevindingen komen overeen met die van de Rekenkamer.

 

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

45.

Op basis van haar controlewerkzaamheden concludeert de Rekenkamer dat de EOF-rekeningen voor het per 31 december 2012 afgesloten begrotingsjaar een in elk materieel opzicht getrouw beeld geven van de financiële situatie van de EOF’s per 31 december 2012 en van de resultaten van hun verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten begrotingsjaar overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement van het EOF en de door de rekenplichtige vastgestelde boekhoudregels.

 

46.

Op basis van haar controlewerkzaamheden concludeert de Rekenkamer dat voor het per 31 december 2012 afgesloten begrotingsjaar:

a)

de ontvangsten van de EOF’s geen materiële fouten vertonen;

b)

de vastleggingen van de EOF’s geen fouten van materieel belang bevatten;

c)

de uitgavenverrichtingen van de EOF’s materiële fouten vertonen (zie de paragrafen 24-30).

 

47.

Op basis van haar controlewerkzaamheden constateerde de Rekenkamer dat de toezicht- en controlesystemen van EuropeAid gedeeltelijk doeltreffend waren (zie de paragrafen 18 en 31-44).

47.

De Commissie is het ermee eens dat er nog vooruitgang dient te worden geboekt met de uitvoering van de controlemechanismen, hoewel de opzet van het controlesysteem over het algemeen consistent en degelijk is.

Aanbevelingen

48.

Bijlage 3 toont het resultaat van de beoordeling door de Rekenkamer van de vooruitgang bij het opvolgen van de in voorgaande jaarverslagen gedane aanbevelingen. In de Jaarverslagen 2009 en 2010 deed de Rekenkamer 16 aanbevelingen. EuropeAid heeft vijf aanbevelingen volledig uitgevoerd; drie werden op de meeste punten, en acht op een aantal punten uitgevoerd.

 

49.

Wat betreft de aanbevelingen die slechts op een aantal punten zijn uitgevoerd, onderneemt EuropeAid actie maar er is meer tijd nodig om de aanbevelingen naar tevredenheid uit te voeren:

a)

EuropeAid is lid geworden van een werkgroep onder leiding van DG Begroting om de kosteneffectiviteit van zijn beheersingsstructuur als geheel te beoordelen;

b)

EuropeAid ontwikkelt instrumenten en richtsnoeren voor de EU-delegaties om de prioriteitstelling bij hun toezichtbezoeken aan projecten te verbeteren en de kwaliteit van controleverslagen te beoordelen;

c)

EuropeAid ontwikkelt nieuwe functies binnen de controlemodule van het CRIS-informatiesysteem ter verbetering van de follow-up van controleverslagen.

 

50.

Er is onvoldoende vooruitgang geboekt wat betreft de kwaliteit van de gegevens in het CRIS-informatiesysteem. Ondanks de inspanningen van EuropeAid om EU-delegaties hiervan bewuster te maken, blijft dit een bron van zorg (zie paragraaf 20).

50.

De Commissie heeft een masterplan voor gegevenskwaliteit opgezet waarin meerdere actieplannen zijn begrepen, onder meer voor de opleiding van personeel en de communicatie met de delegaties. Hiermee wordt een betere opleiding verzekerd van het personeel van de Commissie alsook een betere kennis van optimale werkwijzen en richtsnoeren voor het inbrengen van gegevens in CRIS. Er werd ook een uitvoerig project voor een verbetering van de interface van CRIS gelanceerd om coderingsfouten te vermijden.

51.

Op grond van deze beoordeling en de bevindingen en conclusies voor 2012 doet de Rekenkamer EuropeAid de volgende aanbevelingen:

 

Aanbeveling 1: herzie de PRF-methodologie;

De Commissie is het eens met een verfijning van de methode voor de berekening van het restfoutenpercentage op basis van de lessen uit de eerste studie en zij heeft op dit punt al maatregelen getroffen. Aan het begin van 2013 werd de contractant verzocht een herziene methodologie en een handleiding uit te werken waarin rekening wordt gehouden met de eerdere ervaring van 2012 met de berekening van het restfoutenpercentage. De verfijnde methode zal in 2013 voor het eerst worden toegepast.

Aanbeveling 2: bied een correcte beschrijving van de resultaten van PRF-studies in het JAV;

Het jaarlijkse activiteitenverslag voor 2012 omvatte een beschrijving van de berekening van het restfoutenpercentage die zo gedetailleerd mogelijk was en overeenkomstig de redactie-instructies. De Commissie is het ermee eens dat voor het jaarlijkse activiteitenverslag voor 2013 duidelijk moet worden onderscheiden tussen de studieresultaten van de berekening van het restfoutenpercentage en het gebruik dat ervan wordt gemaakt met het oog op de betrouwbaarheid.

Aanbeveling 3: zorg voor tijdige regularisatie van uitgaven;

De Commissie accepteert deze aanbeveling en er werden reeds maatregelen genomen om te zorgen voor een snelle beschikbaarstelling van de uitgaven.

Aanbeveling 4: stimuleer een beter documentenbeheer door de uitvoeringspartners en begunstigden;

De Commissie is het eens met de aanbeveling.

Aanbeveling 5: tref doeltreffende maatregelen om de kwaliteit van uitgavenverificaties door externe controleurs te verbeteren;

De Commissie accepteert deze aanbeveling en heeft in het kader van het actieplan als bedoeld in punt 38 gepland om in 2013 de mogelijkheden te onderzoeken om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de audits en verificaties te verbeteren. Dit zal met name het geval zijn in verband met audits en verificaties die door lokale auditbedrijven worden verricht die door de begunstigden zijn ingehuurd.

Aanbeveling 6: zorg voor de juiste toepassing van specifieke voorwaarden voor betalingen voor begrotingssteun;

De Commissie zal de correcte toepassing van de specifieke voorwaarden voor het verstrekken van begrotingssteun blijven verzekeren. Er werd een werkgroep opgezet om de specifieke auditbevindingen van de Rekenkamer te bestuderen.

Aanbeveling 7: verzeker dat invorderingsopdrachten met betrekking tot rente over voorfinancieringen van meer dan 750 000 euro jaarlijks worden afgegeven.

De Commissie accepteert deze aanbeveling en zal de gesubdelegeerde ordonnateurs herinneren aan de voorschriften in verband met de jaarlijkse invordering van rente over voorfinancieringen van meer dan 750 000 euro. Daarnaast zal met het oog op een grotere bewustmaking een volledige controle worden uitgevoerd van de uiteindelijk geïnde rente over voorfinanciering overeenkomstig het financieel reglement.


(1)  Zie de artikelen 118, 125 en 134 van Verordening (EG) nr. 215/2008 van de Raad van 18 februari 2008 inzake het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds (PB L 78 van 19.3.2008, blz. 1) en Advies nr. 9/2007 van de Rekenkamer over het voorstel voor deze verordening (PB C 23 van 28.1.2008, blz. 3).

(2)  De controle van deze verrichtingen door de Rekenkamer is geregeld in een tripartiete overeenkomst uit 2012 tussen de EIB, de Commissie en de Rekenkamer (artikel 134 van Verordening (EG) nr. 215/2008).

(3)  Directoraat-generaal Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (DG ECHO) beheert 1,2 % van de uitgaven uit hoofde van de EOF’s.

(4)  Zie hoofdstuk 7 „Externe betrekkingen, steun en uitbreiding” van het Jaarverslag 2012 van de Rekenkamer over de uitvoering van de EU-begroting.

(5)  Begrotingssteun behelst de overdracht van middelen van de Commissie naar de nationale schatkist van het partnerland. Zo worden aanvullende begrotingsmiddelen beschikbaar gesteld ter ondersteuning van een nationale ontwikkelingsstrategie.

(6)  Bij gecentraliseerd beheer wordt de steun direct door de diensten van de Commissie (het hoofdkantoor of delegaties) uitgevoerd, ofwel indirect via nationale organen (bijv. een ontwikkelingsagentschap van een EU-lidstaat). Bij gedecentraliseerd beheer wordt de uitvoering gedelegeerd aan een derde land. Bij gezamenlijk beheer wordt de uitvoering gedelegeerd aan een internationale organisatie.

(7)  Geschatte brutobetalingen in 2012: 840 miljoen euro.

(8)  Geschatte brutobetalingen in 2012: 632 miljoen euro.

(9)  Artikelen 118, 124 en 156 van Verordening (EG) nr. 215/2008.

(10)  Overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4, 125, lid 4, en 134 van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF heeft de betrouwbaarheidsverklaring geen betrekking op het deel van de middelen van het EOF dat wordt beheerd door, en onder de verantwoordelijkheid valt van de EIB.

(11)  De door de rekenplichtige van het EOF vastgestelde boekhoudregels zijn gebaseerd op de International Public Sector Accounting Standards (IPSAS), uitgebracht door de Internationale Federatie van Accountants of, bij ontbreken daarvan, de International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgebracht door de International Accounting Standards Board.

(12)  Zie artikel 122 van Verordening (EG) nr. 215/2008: de financiële staten omvatten de balans, de economische resultatenrekening, de tabel van de kasstromen, de staat van de veranderingen van de nettoactiva en een staat van de vorderingen van het EOF.

(13)  Zie artikel 123 van Verordening (EG) nr. 215/2008: de verslagen over de financiële uitvoering omvatten tabellen met vermelding van de kredieten, de vastleggingen en de betalingen.

(14)  Globale financiële vastleggingen en de bijbehorende juridische verbintenissen (financieringsovereenkomsten) na de vaststelling van een financieringsbesluit door de Commissie.

(15)  EuropeAid:126 projecten en 40 betalingen voor begrotingssteun; DG ECHO: één betaling voor een project voor humanitaire steun.

(16)  Een programmaraming wordt doorgaans jaarlijks opgesteld teneinde een werkprogramma vast te stellen samen met de middelen die nodig zijn voor de uitvoering ervan. Deze wordt uitgevoerd door de betrokken instelling of begunstigde, maar vereist voorafgaande goedkeuring door de vertegenwoordiger van het partnerland en de Commissie.

(17)  De DIA is een directoraat-generaal van de Commissie dat wordt geleid door de interne controleur van de Commissie en rapporteert aan het Comité follow-up audit. De taak van de DIA bestaat in het verschaffen van onafhankelijke zekerheid inzake de doeltreffendheid van de internebeheersingssystemen en het bijstaan van de Commissie door het uitbrengen van standpunten, adviezen en aanbevelingen.

(18)  Artikel 8, lid 3, van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF.

(19)  Bijvoorbeeld: type contract, begin- en einddatum van contracten, wijze van beheer.

(20)  De afsluitingsprocedure dient ervoor te zorgen dat zowel de ontvangsten als de uitgaven volledig en nauwkeurig zijn geboekt in de juiste boekhoudkundige periode.

(21)  De Rekenkamer berekent haar foutenschatting op basis van een representatieve steekproef. Het genoemde cijfer is de beste schatting. De Rekenkamer heeft 95 % zekerheid dat het foutenpercentage in de populatie tussen 1,5 % en 4,5 % ligt (de onderste, respectievelijk de bovenste foutengrens).

(22)  De Rekenkamer constateert ook systeemgebreken. Financieringsovereenkomsten bevatten soms strikte en onrealistisch gekwantificeerde betalingsvoorwaarden. Zo was een vaccinatiegraad van 100 % een betalingsvoorwaarde in een overeenkomst. Een dergelijke dekkingsgraad wordt nergens ter wereld gehaald.

(23)  Blz. 71.

(24)  In vijf van acht van die gevallen trof de Rekenkamer kwantificeerbare fouten aan.

(25)  Paragraaf 42 van het Jaarverslag 2010 van de Rekenkamer en paragraaf 43 van het Jaarverslag 2011 van de Rekenkamer.

(26)  Paragraaf 54 a) van het Jaarverslag 2009, paragraaf 62 a) van het Jaarverslag 2010 en paragraaf 58 a) van het Jaarverslag 2011.

(27)  Blz. 54-56.

(28)  Paragraaf 50 van het Jaarverslag 2011 van de Rekenkamer.

(29)  De IAF is een eenheid van een directoraat-generaal van de Commissie. Deze wordt geleid door een eenheidshoofd dat rechtstreeks rapporteert aan de directeur-generaal. De missie van de IAF bestaat in het verschaffen van onafhankelijke zekerheid inzake de doeltreffendheid van het internebeheersingssysteem met het oog op het verbeteren van de activiteiten van het directoraat-generaal.

(30)  Antwoord van de Commissie op paragraaf 59 e) van het Jaarverslag 2011 van de Rekenkamer.

(31)  In het jaarlijks werkplan was de afronding van één lopende audit, drie nieuwe audits en drie follow-upaudits gepland. Eind 2012 was er slechts één audit afgerond.

(32)  Blz. 73.

(33)  Blz. 71.

(34)  Blz. 72.

(35)  Resterende fouten zijn volgens de handleiding voor het meten van het percentage resterende fouten van EuropeAid van mei 2013, de fouten die in het bestaande controlekader zijn ontsnapt aan alle preventie-, detectie- en correctiemechanismen.

(36)  Blz. 56 en 71.

(37)  Globale vastleggingen betreffen financieringsbesluiten. Individuele vastleggingen betreffen individuele contracten.

(38)  Waaronder oorspronkelijke toewijzingen voor het achtste, negende en tiende EOF, cofinanciering, rente, diverse middelen en overdrachten van eerdere EOF's.

(39)  Als percentage van de middelen.

(40)  Negatieve bedragen betreffen vrijmakingen.

(41)  Globale vastleggingen betreffen financieringsbesluiten.

(42)  Individuele vastleggingen betreffen individuele verbintenissen.

(43)  Nettovastleggingen na vrijmakingen. Nettobetalingen na terugvorderingen.

Bron: Rekenkamer, op basis van de EOF-verslagen over de financiële uitvoering en de jaarrekening per 31 december 2012.


BIJLAGE 1

RESULTATEN VAN DE TOETSING VAN VERRICHTINGEN VOOR DE EUROPESE ONTWIKKELINGSFONDSEN

 

2012

2011

2010

2009

Projecten

Begrotingssteun

Totaal

OMVANG EN STRUCTUUR VAN DE STEEKPROEF

Totaal vastleggingen

23

7

30

30

30

50

Totaal verrichtingen (1)

127

40

167

163

165

170

RESULTATEN VAN DE TOETSING  (2)  (3)

Deel van de getoetste verrichtingen dat:

geen fouten blijkt te bevatten

68 %

(86)

93 %

(37)

74 %

(123)

67 %

73 %

78 %

een of meer fouten blijkt te bevatten

32 %

(41)

8 %

(3)

26 %

(44)

33 %

27 %

22 %

Analyse van de verrichtingen met fouten

Analyse per soort fouten

Niet-kwantificeerbare fouten:

32 %

(13)

33 %

(1)

32 %

(14)

46 %

49 %

65 %

Kwantificeerbare fouten:

68 %

(28)

67 %

(2)

68 %

(30)

54 %

51 %

35 %

Subsidiabiliteit

71 %

(20)

100 %

(2)

73 %

(22)

52 %

70 %

23 %

Realiteit

18 %

(5)

0 %

(0)

17 %

(5)

38 %

17 %

23 %

Juistheid

11 %

(3)

0 %

(0)

10 %

(3)

10 %

13 %

54 %

GESCHATTE IMPACT VAN DE KWANTIFICEERBARE FOUTEN

Meest waarschijnlijk foutenpercentage

3,0 %

 

 

 

Bovenste foutengrens

4,5 %

 

 

 

Onderste foutengrens

1,5 %

 

 

 


(1)  De 167 verrichtingen betreffen 167 steekproefeenheden volgens de door de Rekenkamer gehanteerde methode van Monetary Unit Sampling (selectie op geldwaarde). Grote betalingen, met name grote betalingen voor begrotingssteun, kunnen meer dan één keer worden geselecteerd en in de tabel voorkomen als meer dan één verrichting. (Dit gebeurt als zij groter zijn dan het steekproefinterval.)

(2)  Voor een beter inzicht in de terreinen met verschillende risicoprofielen binnen de beleidsgroep werd de steekproef opgesplitst in segmenten.

(3)  De cijfers tussen haakjes tonen het werkelijke aantal verrichtingen.


BIJLAGE 2

RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VAN SYSTEMEN VOOR DE EUROPESE ONTWIKKELINGSFONDSEN EN ONTWIKKELINGSSTEUN UIT DE ALGEMENE BEGROTING

Beoordeling van de onderzochte systemen

Betrokken systeem

Controles vooraf

Toezicht en supervisie

Interne audits

Algehele beoordeling

EuropeAid

Gedeeltelijk doeltreffend

Gedeeltelijk doeltreffend

Gedeeltelijk doeltreffend

Gedeeltelijk doeltreffend


BIJLAGE 3

FOLLOW-UP VAN EERDERE AANBEVELINGEN BETREFFENDE DE EUROPESE ONTWIKKELINGSFONDSEN

Jaar

Aanbeveling van de Rekenkamer

Door de Rekenkamer verrichte analyse van de geboekte vooruitgang

Antwoord van de Commisse

Volledig uitgevoerd

In uitvoering

Niet uitgevoerd

Niet langer van toepassing

Ontoereikend bewijs

In de meeste opzichten

In enkele opzichten

2010

EuropeAid moet een essentiële indicator ontwikkelen voor de geschatte financiële impact van resterende fouten na de toepassing van alle controles vooraf en achteraf (Jaarverslag 2010, paragraaf 62a)).

X

 

 

 

 

 

 

EuropeAid moet beoordelen of de diverse controles en met name het systeem voor controles achteraf van verrichtingen kosteneffectief zijn (Jaarverslag 2010, paragraaf 62b)).

 

 

X

 

 

 

EuropeAid is toegetreden tot een werkgroep onder de leiding van DG Begroting om de kosteneffectiviteit van het algemene controlesysteem na te gaan.

EuropeAid moet de doeltreffendheid van het projecttoezicht, met inbegrip van de bezoeken ter plaatse, versterken op basis van meerjarige toezicht- en evaluatieplannen (Jaarverslag 2010, paragraaf 62c)).

 

 

X

 

 

 

EuropeAid ontwikkelt hulpmiddelen en richtsnoeren voor EU-delegaties om beter prioriteiten vast te stellen bij hun controlebezoeken aan projecten en om de kwaliteit van de auditverslagen te evalueren.

EuropeAid dient de betrouwbaarheid van de certificaten van externe toezichthouders, audits en uitgavenverificaties te beoordelen (Jaarverslag 2010, paragraaf 63a)).

 

 

X

 

 

 

In het kader van het actieplan bedoeld in punt 38, is gepland om de kwaliteit van de externe audits verder te verbeteren.

EuropeAid dient beheersinformatiesystemen in te voeren waardoor de directeur-generaal en de delegatiehoofden beter kunnen toezien op de follow-up van resultaten van bezoeken ter plaatse, externe audits en uitgavenverificaties (Jaarverslag 2010, paragraaf 63b)).

 

 

X

 

 

 

EuropeAid ontwikkelt nieuwe functies in de auditmodule van het CRIS-informatiesysteem om de follow-up van audits en de verificatieverslagen voor uitgaven te verbeteren.

EuropeAid dient de informatiesystemen CRIS Audit en CRIS Recovery Orders te koppelen (Jaarverslag 2010, paragraaf 63c)).

X

 

 

 

 

 

 

2010

EuropeAid dient zich te blijven inspannen om ervoor te zorgen dat gegevens correct, uitvoerig en tijdig worden geregistreerd in het CRIS-informatiesysteem (Jaarverslag 2010, paragraaf 63d)).

 

 

X

 

 

 

Er worden inspanningen ondernomen om deze tekortkomingen aan te pakken, maar in CRIS ontbreekt geen financiële of enige andere belangrijke informatie. Een pas gedefinieerd masterplan voor de gegevenskwaliteit met inbegrip van acties voor opschoning van gegevens, verbetering van het informatiesysteem, toezicht en controle, gebruikersdocumentatie en opleiding, werd opgezet en wordt uitgevoerd.

EuropeAid dient ervoor te zorgen dat de delegaties het nieuwe formaat en schema voor de jaarlijkse verslaglegging van de delegaties over de hervormingen van het beheer van de overheidsfinanciën in ontvangende landen op consistente wijze toepassen om zo op gestructureerde en geformaliseerde wijze de voortgang op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën aan te tonen (Jaarverslag 2010, paragraaf 64a)).

 

X

 

 

 

 

De Commissie is van mening dat deze aanbeveling volledig is uitgevoerd. In 2011 werd de mogelijkheid van online-inschrijving voor de toezichtsverslagen externe steun ingevoerd en daarin is een specifieke sectie begrepen inzake begrotingssteun en speciaal voor kwesties in verband met het beheer van de openbare financiën. Dit hulpmiddel is beschikbaar voor alle EU-delegaties en het is verplicht in landen waar programma’s voor begrotingssteun bestaan.

EuropeAid dient door middel van een beleidsdialoog de vaststelling van duidelijke beoordelingskaders in de hervormingsprogramma’s van ontvangende landen voor het beheer van overheidsfinanciën te bevorderen (Jaarverslag 2010, paragraaf 64b)).

X

 

 

 

 

 

 

2009

In het kader van de geplande herziening van zijn algemene controlestrategie moet EuropeAid een essentiële indicator ontwikkelen voor de geschatte financiële impact van resterende fouten na de toepassing van alle controles vooraf en achteraf, bijvoorbeeld op basis van onderzoek van een representatieve statistische steekproef van afgesloten projecten (Jaarverslag 2009, paragraaf 54 a)).

X

 

 

 

 

 

 

In het kader van deze herziening dient EuropeAid te beoordelen of de diverse controles en met name het systeem voor controles achteraf van verrichtingen kosteneffectief zijn (Jaarverslag 2009, paragraaf 54 b)).

 

 

X

 

 

 

EuropeAid is toegetreden tot een werkgroep onder de leiding van DG Begroting om de kosteneffectiviteit van het algemene controlesysteem na te gaan.

2009

EuropeAid moet het instrument voor financieel beheer, dat gericht is op het hoge inherente foutenrisico op het niveau van de uitvoerende organisaties, de contractanten en de begunstigden, voltooien en verspreiden om te zorgen voor voldoende kennis van de regels inzake financieel beheer en subsidiabiliteit (Jaarverslag 2009, paragraaf 54 c)).

X

 

 

 

 

 

 

EuropeAid moet zich blijven inspannen om ervoor te zorgen dat de delegaties gegevens tijdig en uitvoerig in CRIS Audit registreren (Jaarverslag 2009, paragraaf 54 d)).

 

 

X

 

 

 

Er worden inspanningen ondernomen om deze tekortkomingen aan te pakken, maar in CRIS ontbreekt geen financiële of enige andere belangrijke informatie. Een pas gedefinieerd masterplan voor de gegevenskwaliteit met inbegrip van acties voor opschoning van gegevens, verbetering van het informatiesysteem, toezicht en controle, gebruikersdocumentatie en opleiding, werd opgezet en wordt uitgevoerd.

De opzet van CRIS Audit moet worden gewijzigd zodat het informatie biedt over de bedragen van de definitieve niet-subsidiabele uitgaven en de financiële correcties na de afronding van het proces ter afwikkeling van de controle met de gecontroleerde (Jaarverslag 2009, paragraaf 54 e)).

 

 

X

 

 

 

In het werkplan waarnaar is verwezen in het antwoord van de Commissie op punt 38, wordt voorzien in de ontwikkeling via de CRIS-auditmodule van een specifiek hulpmiddel waarmee de Commissie een degelijke follow-up kan doen van de auditverslagen.

EuropeAid dient ervoor te zorgen dat de specifieke voorwaarden voor de prestatiegerelateerde variabele tranches duidelijk de indicatoren, streefdoelen, berekeningsmethoden en verificatiebronnen vermelden (Jaarverslag 2009, paragraaf 55 a)).

X

 

 

 

 

 

 

EuropeAid dient ervoor te zorgen dat de verslagen van de delegaties op gestructureerde en geformaliseerde wijze de vorderingen in het beheer van de overheidsfinanciën aantonen door duidelijk te vermelden aan welke criteria de vorderingen moesten worden getoetst (dus de resultaten die de ontvangende regering in de betrokken periode moest bereiken), welke vorderingen werden gemaakt en waarom het hervormingsprogramma eventueel niet volgens plan was uitgevoerd (Jaarverslag 2009, paragraaf 55 b)).

 

X

 

 

 

 

De Commissie is van mening dat deze aanbeveling volledig is uitgevoerd. Het prestatiekader voor begrotingssteun werd verbeterd, met name door de herziening van de richtsnoeren voor begrotingssteun die in 2012 zijn gepubliceerd.