WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake nieuwe psychoactieve stoffen en voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel, wat de definitie van drug betreft /* SWD/2013/0320 final */
NL || EUROPESE COMMISSIE || Brussel, 17.9.2013 SWD(2013) 320 final WERKDOCUMENT VAN DE
DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE
EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET
EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
inzake nieuwe psychoactieve stoffen
en voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004
betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de
bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied
van de illegale drugshandel, wat de definitie van drug betreft
{COM(2013) 619 final}
{COM(2013) 618 final}
{SWD(2013) 319 final} WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD
inzake nieuwe psychoactieve stoffen
en voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende
de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van
strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale
drugshandel, wat de definitie van drug betreft
INHOUDSOPGAVE 1........... Inleiding.......................................................................................................................... 5 2........... Omschrijving van het probleem....................................................................................... 5 3........... Analyse van de subsidiariteit............................................................................................ 8 4........... Beleidsdoelstellingen....................................................................................................... 8 5........... Beleidsopties en beoordeling........................................................................................... 8 6........... Voorkeursoptie............................................................................................................ 13 7........... Toezicht en evaluatie..................................................................................................... 14 WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE
EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD
inzake nieuwe psychoactieve stoffen
en voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004
betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de
bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied
van de illegale drugshandel, wat de definitie van drug betreft 1. Inleiding De effectbeoordeling heeft betrekking op
maatregelen die tot doel hebben de beschikbaarheid in de interne markt te
beperken van nieuwe psychoactieve stoffen die een risico vormen voor
consumenten, en tegelijk te voorkomen dat belemmeringen voor de legale handel
ontstaan. Nieuwe psychoactieve stoffen ("legal highs") zijn natuurlijke of synthetische stoffen die
inwerken op het centrale zenuwstelsel en mentale functies wijzigen. Veel van
dergelijke stoffen hebben andere toepassingen of zouden deze kunnen hebben
("legitieme toepassingen"), bijvoorbeeld als werkzame stoffen
voor geneesmiddelen. Nieuwe psychoactieve stoffen zijn niet onderworpen
aan controlemaatregelen in het kader van de VN-verdragen inzake verdovende
middelen, in tegenstelling tot psychoactieve stoffen zoals cocaïne of
amfetamines ("illegale drugs"). De snelle opkomst en verspreiding van nieuwe
psychoactieve stoffen binnen de interne markt is een van de meest uitdagende
ontwikkelingen op het gebied van het EU-drugsbeleid in de afgelopen jaren. Bij Besluit
2005/387/JBZ van de Raad werd voor de hele EU een systeem opgezet voor de
uitwisseling van informatie over dergelijke stoffen, dat wordt beheerd door het
Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) en Europol, en
waarmee in de hele EU de risico’s van die stoffen kunnen worden beoordeeld en
deze stoffen aan controle en strafrechtelijke sancties kunnen worden
onderworpen. In haar evaluatie van 2011 kwam de Commissie tot de conclusie dat
het besluit van de Raad geen doeltreffende reactie mogelijk maakt op het
probleem van nieuwe psychoactieve stoffen. 2. Omschrijving
van het probleem Nieuwe psychoactieve stoffen, die voor
verschillende legitieme toepassingen worden gebruikt, zijn steeds vaker
beschikbaar op de interne markt en worden door een toenemend aantal mensen
gebruikt. De potentiële risico’s van deze stoffen hebben autoriteiten
ertoe aangezet om deze te onderwerpen aan verschillende beperkingen, die een belemmering
kunnen vormen voor de legale handel en de ontwikkeling van legitieme
toepassingen. De belangrijkste oorzaken van de problemen zijn de uiteenlopende
nationale benaderingen van nieuwe psychoactieve stoffen en de
ondoeltreffendheid van het EU-instrument om de problemen in verband met dergelijke
stoffen aan te pakken. 2.1. De
markt voor nieuwe psychoactieve stoffen Tussen 1997 en 2012 hebben de lidstaten
melding gemaakt van 290 nieuwe psychoactieve stoffen. Het grootste deel daarvan
werd aangemeld door verschillende lidstaten. Het tempo van de kennisgevingen is
fors toegenomen in de afgelopen jaren — van 24 in 2009 tot 73 in 2012. Het
aantal mogelijke nieuwe stoffen kan in de duizenden lopen. 2.1.1. De
markt voor recreatief gebruik van nieuwe psychoactieve stoffen De gebruiksniveaus van nieuwe psychoactieve
stoffen voor recreatieve doeleinden zijn de afgelopen jaren gestegen
en de gebruikers zijn vooral jongeren. Uit de Eurobarometerenquête "De
houding van jongeren jegens drugs" van 2011 blijkt dat 5 % van de
jongeren in de EU aangaf ten minste eenmaal in hun leven dergelijke stoffen te
hebben gebruikt, met een piek van 16 % in Ierland. In de EU hebben het afgelopen jaar naar
schatting 2,2 miljoen mensen nieuwe psychoactieve stoffen gebruikt. Het internet
en sociale netwerken hebben de verspreiding ervan in de EU vergemakkelijkt
— uit de momentopnames van het EWDD blijkt dat het aantal online winkels die
dergelijke stoffen verkopen tussen 2010 en 2012 verviervoudigd is (van 170 tot
690). Tijdens de afgelopen drie jaar zijn in ten
minste 13 lidstaten gespecialiseerde winkels geopend waar nieuwe psychoactieve
stoffen worden verkocht. Dergelijke stoffen worden soms ook verkocht in
benzinestations, videoverhuurwinkels, sekswinkels of tabakskiosken.
Ondernemingen die deze stoffen vervaardigen, zijn buiten de EU gevestigd
(China en India) en spelen snel in op beperkende maatregelen door alternatieve
stoffen aan te bieden. De omvang van de markt voor recreatief gebruik van
nieuwe psychoactieve stoffen wordt naar analogie met de markt voor ecstasy geraamd
op 0,5 miljard euro per jaar. 2.1.2. De
markt voor legitiem gebruik van nieuwe psychoactieve stoffen Veel nieuwe psychoactieve stoffen die
recreatief worden gebruikt, hebben veel toepassingen of mogelijke toepassingen
in de industrie - bijvoorbeeld GBL (gamma-butyrolactone), 1-4 BDO
(1,4-butanediol) en mCPP. Er is echter geen alomvattende informatie
beschikbaar voor de hele EU, omdat het bestaande communautaire mechanisme niet
voorziet in het verzamelen van die gegevens en de autoriteiten van de lidstaten
niet systematisch rapporteren over dergelijk gebruik. Sinds 1997 heeft het EWDD over ongeveer een
vijfde van de aangemelde stoffen informatie ontvangen over legitiem
gebruik. Het gaat om een belangrijk deel en het kan worden onderschat,
aangezien deze nieuwe stoffen vaak niet goed bekend zijn. Er wordt van
uitgegaan dat de omvang van de markt voor legitieme toepassingen aanzienlijk
is gelet op het aantal psychoactieve stoffen dat op de markt is en dat nog
op de markt kan worden gebracht en gelet op hun potentieel voor
"dubbel" gebruik (recreatief gebruik en gebruik in de industrie). 2.2. Probleem
1: Risico's van het recreatief gebruik van nieuwe psychoactieve stoffen Het recreatief gebruik van nieuwe
psychoactieve stoffen kan schade toebrengen aan de gezondheid en de veiligheid
van consumenten, en kan risico's en lasten inhouden voor de maatschappij.
De meest voorkomende schade voor de gezondheid betreft agitatie,
delirium, tachycardie, hoge bloeddruk, dodelijke overdosis, verspreiding van
via bloed overgedragen ziekten (zoals hiv en hepatitis C), psychiatrische
problemen, verslaving. De risico's zijn groter wanneer meerdere nieuwe
psychoactieve stoffen samen worden verbruikt, en in combinatie met illegale
drugs en alcohol. Gebrek aan informatie over de toediening van deze stoffen
verhoogt de risico’s. Omdat nieuwe psychoactieve stoffen een
negatieve invloed kunnen hebben op de geestelijke gezondheid en het
maatschappelijk functioneren, kan het frequente gebruik ervan negatieve
gevolgen hebben voor de samenleving, door het gezinsleven en de
gemeenschap te ondermijnen. Het gebruik van deze stoffen kan het vermogen om
een auto te besturen doen afnemen, en zou kunnen leiden tot geweld en
criminaliteit. Er is in sprake van een beperkte betrokkenheid van de georganiseerde
criminaliteit op deze markt, meestal door de verkoop van dergelijke stoffen
naast illegale drugs. De kosten van gezondheidsgerelateerde
schade van nieuwe psychoactieve stoffen bedragen naar schatting 211 miljoen
euro per jaar en die voor de handhaving van strafrechtelijke maatregelen tussen
de 117 miljoen en 144 miljoen euro per jaar. 2.3. Probleem
2: Belemmeringen voor de legale handel op de interne markt De beperkende maatregelen die overheden
invoeren om het recreatieve gebruik van nieuwe psychoactieve te beteugelen,
kunnen de legitieme handel belemmeren, doordat het voor economische
actoren moeilijker wordt om toegang te krijgen tot dergelijke stoffen, met
zakelijke verliezen tot gevolg. Zij kunnen ook het onderzoek moeilijker maken
en daardoor ook de ontwikkeling van nieuwe toepassingen belemmeren. Beperkingen variëren van de ene lidstaat tot
de andere en van stof tot stof. Afhankelijk van het type wetgeving dat wordt
gebruikt, worden slechts bepaalde toepassingen op nationaal niveau toegestaan
en niet-naleving wordt administratief- of strafrechtelijk bestraft. Dit leidt
tot handelsbelemmeringen, versnippering en ongelijke voorwaarden, en
maakt het voor bedrijven moeilijk om op de interne markt actief te zijn. Beperkende maatregelen kunnen voor een kettingreactie
zorgen in het bedrijfsleven omdat deze stoffen vaak worden gebruikt bij de
productie van andere stoffen en goederen. Aangezien de markt voor nieuwe
psychoactieve stoffen waarschijnlijk zal groeien, en de lidstaten
waarschijnlijk extra maatregelen zullen invoeren om het recreatieve gebruik te
beteugelen, zullen de belemmeringen voor de legale handel naar verwachting
toenemen. 2.4. Oorzaken
van het probleem De onderliggende oorzaken van het probleem
zijn: ·
uiteenlopende nationale benaderingen: de verschillen
tussen de wetgeving van de lidstaten en niet-gecoördineerd nationaal optreden
kunnen nadelige gevolgen hebben voor economische actoren op de markt voor
legitieme toepassingen en voor de consumenten. ·
De EU-wetgeving inzake nieuwe psychoactieve
stoffen is ondoeltreffend: Het besluit van de Raad is traag en reactief;
het verschaft onvoldoende bewijs om passende en duurzame beslissingen te nemen
over stoffen, en het biedt geen opties voor beperkende maatregelen. 2.5. Basisscenario Zonder wijzigingen
van het bestaande kader, dreigen de problemen te verergeren. De markt
voor recreatief gebruik neemt waarschijnlijk nog toe en zal mogelijk
verdubbelen tegen 2020. De gezondheids- en sociale kosten die verbonden zijn
met de toenemende beschikbaarheid en het toenemend gebruik van schadelijke
stoffen zouden verhoudingsgewijs toenemen. Ook de markt voor legitiem gebruik
zal naar verwachting groeien, en de nadelige gevolgen van de uiteenlopende
nationale benaderingen en van de ondoeltreffende EU-wetgeving inzake legitieme
handel zullen blijven bestaan en mogelijk toenemen. 3. Analyse
van de subsidiariteit Artikel 114, lid 1, VWEU geeft het Europees Parlement en de Raad de bevoegdheid maatregelen
vast te stellen inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking
van de interne markt betreffen, terwijl artikel 114, lid 3, VWEU de Commissie
opdraagt bij die voorstellen op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid
en de consumentenbescherming uit te gaan van een hoog beschermingsniveau. Bij de bepaling en de uitvoering van haar
beleid moet de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke
gezondheid verzekeren (artikel 168, lid 1, VWEU), en de gezondheid, de
veiligheid en de economische belangen van de consument beschermen (artikel
169, lid 1, VWEU). Om de stoffen met de grootste risico’s aan te pakken, is
de EU bevoegd om deze binnen de werkingssfeer van de strafrechtelijke
bepalingen op het gebied van de illegale drugshandel te brengen (artikel 83,
lid 1, VWEU). De EU is in een betere positie dan de
lidstaten om maatregelen te nemen ter beperking van de
beschikbaarheid van schadelijke nieuwe psychoactieve stoffen voor recreatief
gebruik op de interne markt en ervoor te zorgen dat de verschillen tussen de
nationale benaderingen de legale handel niet belemmeren. Actie op EU-niveau
is noodzakelijk om schadelijke nieuwe psychoactieve stoffen te kunnen
opsporen en snel in alle lidstaten van de markt te kunnen halen en om te
voorkomen dat uit het optreden van lidstaten nieuwe belemmeringen voor de
legale handel ontstaan dan wel dergelijke belemmeringen te verminderen. 4. Beleidsdoelstellingen De belangrijkste beleidsdoelstellingen
van het EU-optreden inzake nieuwe psychoactieve stoffen zijn: ·
belemmeringen voor de legale handel in
nieuwe psychoactieve stoffen verminderen en het ontstaan van dergelijke
belemmeringen voorkomen. ·
de gezondheid en veiligheid van consumenten
beschermen tegen de risico's van schadelijke nieuwe psychoactieve stoffen. De specifieke doelstellingen zijn: ·
de stoffen aanpakken die gezondheids-, sociale en
veiligheidsrisico’s opleveren en die tot acute problemen op het gebied van de
volksgezondheid aanleiding geven. ·
de capaciteit om nieuwe psychoactieve stoffen snel
te identificeren en te beoordelen, verbeteren en deze in overeenstemming met de
risico’s die zij opleveren, aanpakken. ·
de legitieme handel in dergelijke stoffen binnen de
interne markt bevorderen. ·
de samenhang verbeteren tussen de nationale
maatregelen inzake schadelijke nieuwe psychoactieve stoffen die
grensoverschrijdende problemen veroorzaken en het risico van de verplaatsing
daarvan tussen de lidstaten verkleinen. 5. Beleidsopties
en beoordeling De beleidsopties zijn gegroepeerd in vier
clusters, met inbegrip van de "status quo". De volgende opties
zijn afgewezen: regulering van gespecialiseerde winkels en van online winkels;
invoering van een Europees systeem van vergunningen voor nieuwe psychoactieve
stoffen; invoering van een algemeen verbod; stopzetting van EU-optreden. 5.1. Overzicht
van de beleidsopties Cluster 1: verbetering van de kennis en de
analyse van nieuwe psychoactieve stoffen Deze cluster bevat opties voor de versterking
van onderzoek op EU-niveau en de analysecapaciteit inzake nieuwe psychoactieve
stoffen, teneinde de EU in staat te stellen effectiever te reageren. (1)
Status-quo Het EWDD en Europol vergelijken en analyseren
alleen informatie over de samenstelling of de verwachte effecten van stoffen
die door de lidstaten wordt voorgelegd. (2)
Betere structurele samenwerking tussen het
EWDD, onderzoeksinstituten en forensische laboratoria De EU biedt financiële steun aan structurele
samenwerking tussen het EWDD, onderzoeksinstellingen, inclusief het
Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) en forensische laboratoria in de
hele EU, teneinde de informatiebehoeften inzake specifieke stoffen te
ondersteunen en te helpen bij het maken en verspreiden van analyses over nieuwe
psychoactieve stoffen. (3)
Instellen van onderzoeksinfrastructuur op
EU-niveau Er wordt onderzoeksinfrastructuur gevestigd in
een bestaand onderzoekscentrum (GCO) of bestaande instelling (EWDD). Deze zou
dezelfde taken hebben als die welke onder optie (2) zijn vermeld. Cluster 2: nieuwe psychoactieve stoffen afzonderlijk of gegroepeerd
aanpakken Deze cluster bevat opties voor de aanpak van
nieuwe psychoactieve stoffen, door de risico’s ervan te beoordelen (en
maatregelen te nemen), hetzij voor de afzonderlijke stoffen, hetzij voor
groepen van stoffen. (1)
Afzonderlijke benadering (status quo) Elke stof wordt afzonderlijk gecontroleerd en
beoordeeld en over het al dan niet invoeren van beperkende maatregelen wordt
een besluit genomen aan de hand van de specifieke risico’s die die stof met
zich brengt. (2)
Benadering per groep van stoffen Hele groepen van vergelijkbare stoffen wordt
gecontroleerd, beoordeeld en aan beperkende maatregelen onderworpen. De groep
wordt gedefinieerd aan de hand van een vergelijkbare chemische structuur
(generieke benadering) of een vergelijkbaar farmacologisch effect (analoge
benadering). (3)
Afzonderlijke benadering ondersteund door
informatie over een "intelligent geclusterde" groep van stoffen Elke stof wordt afzonderlijk gecontroleerd,
beoordeeld en aan beperkende maatregelen onderworpen (zoals bij optie 1), maar
er wordt informatie verzameld over andere stoffen uit dezelfde groep. Op die
manier kan de opkomst van bepaalde stoffen worden voorzien, maar vindt over
elke stof afzonderlijk toch een risicobeoordeling plaats. Cluster 3:
tijdelijke maatregelen Deze cluster bevat opties voor de tijdelijke
beperking van de beschikbaarheid op de consumentenmarkt van nieuwe
psychoactieve stoffen die vermoedelijk directe risico’s voor de
volksgezondheid met zich meebrengen, hetgeen wordt onderbouwd door gemelde
dodelijke ongevallen en ernstige gezondheidsproblemen als gevolg van het
gebruik ervan, alsook het wijdverspreid gebruik van de stoffen in verschillende
lidstaten. De beperkingen gelden in afwachting van de risicobeoordeling van de
stoffen en gelden niet voor het commercieel en wetenschappelijke gebruik
ervan, of voor producten die de stof bevatten en die toegelaten zijn uit hoofde
van andere EU-wetgeving. (1)
Geen tijdelijke maatregelen (status quo) In het kader van het besluit van de Raad, is
het niet mogelijk om in de hele EU tijdelijke maatregelen in te voeren. Een
besluit om de beschikbaarheid van een stof al dan niet te beperken, wordt pas
genomen nadat de risicobeoordeling is voltooid en dat besluit is blijvend. (2)
EU-aanbeveling om tijdelijke maatregelen
te nemen De Commissie doet een aanbeveling aan de
lidstaten om tijdelijke maatregelen te nemen om een stof onmiddellijk uit de
handel te nemen en de distributie, de verkoop, de uitstalling of het aanbieden
aan consumenten van de stof te verbieden (industrieel en wetenschappelijk
gebruik zouden buiten het toepassingsgebied van de beperking vallen). De
lidstaten die de aanbeveling uitvoeren, nemen de passende maatregelen om ervoor
te zorgen dat de stof uit de handel wordt genomen. (3)
EU-besluit om tijdelijke maatregelen
te nemen Idem als onder 2), maar de maatregelen zijn
bindend voor de lidstaten. Het besluit om deze maatregelen te nemen, wordt door
de Commissie genomen door middel van een uitvoeringshandeling. De schending van
deze maatregelen zou leiden tot administratieve sancties, die op nationaal
niveau worden vastgesteld. Cluster 4:
Definitief besluit over een nieuwe psychoactieve stof Deze cluster bevat opties voor de aanpak van
de stof nadat een risicobeoordeling is gemaakt. De Commissie stelt vast in
welke mate een stof gezondheids-, veiligheids- en sociale risico’s met zich meebrengt
— klein, matig of groot — en bepaalt of en welke soort beperkende maatregelen
moeten worden ingevoerd. Zij houdt rekening met de volgende criteria:
schade voor de gezondheid ten gevolge van de consumptie van de stof (letsel,
ziekte en lichamelijke en mentale aandoening); sociale schade aan personen en
aan de samenleving (bijvoorbeeld voor het sociaal functioneren, georganiseerde
criminele activiteiten, illegale winsten); risico’s voor de veiligheid
(verspreiding van ziekten, gevolgen voor de verkeersveiligheid). (1)
EU-besluit om stoffen aan beperkende
maatregelen te onderwerpen, ondersteund door strafrechtelijke sancties of geen
optreden (status quo) Op basis van de resultaten van de
risicobeoordeling dient de Commissie bij de Raad een wetgevingsvoorstel in
waarbij de lidstaten verplicht worden de stof aan strafrechtelijke
controlemaatregelen te onderwerpen (op illegale drugs toepasselijke nationale
wetgeving moet ook van toepassing zijn op de nieuwe psychoactieve stof) of
motiveert zij waarom dat niet nodig is. Aangezien de nationale wetgeving over
illegale drugs in overeenstemming moet zijn met Kaderbesluit 2004/757/JBZ
betreffende drugshandel, zijn de bepalingen van het kaderbesluit van toepassing
op de nieuwe psychoactieve stof die aan controle is onderworpen. Alleen de
uitzonderingen voor legitiem gebruik van de stof waarin de VN-verdragen over
verdovende middelen voorzien, zijn toegestaan. (2)
Status quo plus EU-aanbeveling om
stoffen op de consumentenmarkt aan beperkende maatregelen te onderwerpen,
ondersteund door administratieve sancties De Commissie heeft drie alternatieven om op te
treden: wanneer een stof een klein risico met zich meebrengt, wordt geen
beperking opgelegd; wanneer de stof matige risico’s met zich meebrengt, beveelt
de Commissie de lidstaten aan de stof uit de handel te nemen en de distributie,
de verkoop, de uitstalling of het aanbieden aan consumenten te verbieden
(commercieel, industrieel en wetenschappelijk gebruik ervan, wordt niet aan
beperkingen onderworpen); wanneer de stof ernstige risico’s meebrengt, zijn
strafrechtelijke bepalingen van toepassing zoals bij de status quo. (3)
Status quo plus EU-besluit om stoffen
op de consumentenmarkt aan beperkende maatregelen te onderwerpen, ondersteund
door administratieve sancties Idem als onder 2), maar wanneer een stof een
matig risico met zich meebrengt, neemt de Commissie, in de plaats van een
aanbeveling, een besluit om de stof op de consumentenmarkt aan beperkingen te
onderwerpen, die bindend zal zijn en zal worden ingevoerd door middel van een
uitvoeringshandeling. 5.2. Beoordeling
van de beleidsopties Cluster 1:
verbetering van de kennis over nieuwe psychoactieve stoffen De status quo draagt niet bij tot het bereiken
van de beleidsdoelstellingen. De positieve gevolgen voor de volksgezondheid en
veiligheid zijn beperkt, en deze optie heeft een lage acceptatiegraad bij
belanghebbenden. Zij brengt geen extra kosten mee voor de EU of de lidstaten. Structurele samenwerking tussen het EWDD,
onderzoeksinstituten en forensische laboratoria heeft een groot positief
effect. Zij maakt het optreden van de EU doeltreffender door voor
bewijsmateriaal te zorgen over de schade die nieuwe psychoactieve stoffen
veroorzaken. Daarvoor is financiering uit de EU-begroting nodig van ongeveer
3,7 miljoen euro voor de periode 2014-2020. Zij is voor belanghebbenden zeer
aanvaardbaar. Het opzetten van een Europese
onderzoeksinfrastructuur heeft dezelfde effecten maar is onevenredig omdat de
kosten voor het opzetten 5,1 miljoen euro bedragen en die voor de werking 1,4
miljoen euro per jaar. De aanvaardbaarheid voor belanghebbenden is beperkt. Cluster 2: nieuwe psychoactieve stoffen afzonderlijk of gegroepeerd
aanpakken De afzonderlijke benadering (status-quo) is
gematigd positief voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen. Zij verbetert
de doeltreffendheid van het EU-optreden niet, aangezien zij het vermogen van de
EU om te anticiperen op marktontwikkelingen niet verbetert, maar heeft wel
positieve gevolgen voor de gezondheid en veiligheid door te zorgen voor solide
bewijsmateriaal over de risico’s van elke stof. Deze optie heeft een positief
effect voor spelers die actief zijn op de markt voor legale toepassingen, omdat
alleen schadelijke stoffen aan beperkingen worden onderworpen. Zij wordt door
belanghebbenden goed onthaald. De benadering per groepen van stoffen heeft
gematigd positieve gevolgen voor de beleidsdoelstellingen, omdat zij helpt te
anticiperen op marktontwikkelingen en positieve gevolgen heeft voor de
gezondheid en de veiligheid, maar zij heeft een negatief effect op de
grondrechten en voor spelers op de markt voor legale toepassingen, omdat
beperkende maatregelen kunnen worden opgelegd voor stoffen waarvan niet is bewezen
dat ze schadelijk zijn. Zij brengt weinig kosten mee voor de EU en de lidstaten
en wordt goed onthaald door belanghebbenden. De afzonderlijke benadering, ondersteund door
informatie over een "intelligent geclusterde" groep van stoffen heeft
een groot positief effect op de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen
omdat zij de voordelen van beide voorgaande benaderingen combineert. Deze optie
heeft positieve gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid en brengt geen
extra kosten mee voor de EU en de lidstaten. Zij heeft positieve gevolgen voor
spelers die actief zijn op de markt voor legale toepassingen en wordt zeer
positief onthaald door belanghebbenden. Cluster 3: tijdelijke
maatregelen Het ontbreken van tijdelijke maatregelen
(status quo) heeft sterke negatieve effecten op het bereiken van de
beleidsdoelstellingen, aangezien stoffen die waarschijnlijk schadelijk zijn, in
de handel blijven. De aanvaardbaarheid voor belanghebbenden is beperkt. Een EU-aanbeveling om tijdelijke
maatregelen in te voeren heeft gematigd positieve gevolgen voor het bereiken
van de beleidsdoelstellingen, omdat schadelijke stoffen snel van de
consumentenmarkt worden gehaald. Het risico van verplaatsing blijft echter
bestaan aangezien waarschijnlijk niet alle lidstaten de aanbeveling zullen
uitvoeren. Deze optie leidt slechts tot beperkte kosten voor de begrotingen van
de EU en de lidstaten (in verband met de uitvoering). De activiteiten van
spelers op de markt voor legitieme toepassingen zullen worden vergemakkelijkt
door een gemeenschappelijke aanpak van bepaalde stoffen in de hele EU. De
negatieve gevolgen voor bedrijven en bepaalde grondrechten van exploitanten
voor recreatief gebruik zijn gerechtvaardigd. Deze optie is evenredig en wordt
goed onthaald door belanghebbenden. De effecten van een EU-besluit tot
invoering van tijdelijke maatregelen zijn gelijksoortig, maar worden nog
versterkt omdat alle lidstaten het uitvoeren. Het is duurder dan een
aanbeveling, maar heeft een hogere efficiëntie bij het beperken van het risico
van verplaatsing en het bereiken van positieve effecten voor de
volksgezondheid. De activiteiten van spelers op de markt voor legitieme
toepassingen zullen worden vergemakkelijkt door een gemeenschappelijke aanpak
van bepaalde stoffen in de hele EU. Deze optie is evenredig en wordt zeer goed
onthaald door belanghebbenden. Cluster 4: Definitief
besluit over een nieuwe psychoactieve stof De status quo heeft beperkte positieve
gevolgen voor het bereiken van beleidsdoelstellingen omdat daardoor weliswaar
een grotere samenhang van het nationale optreden tot stand komt, maar stoffen
met matige risico’s niet op een evenredige wijze kunnen worden aangepakt. Deze
optie heeft negatieve maar gerechtvaardigde effecten op de grondrechten. Er
zijn problemen wat de evenredigheid betreft en de acceptatiegraad door
belanghebbenden is laag. Aan de status quo de mogelijkheid toevoegen om
een EU-aanbeveling vast te stellen over beperkingen op de
consumentenmarkt heeft gematigd positieve effecten op het realiseren van de
beleidsdoelstellingen, aangezien op die manier een reactie mogelijk is die meer
in verhouding staat tot de gevaren van stoffen. Het risico van verplaatsing
blijft echter bestaan. Deze optie heeft gematigde positieve gevolgen voor de
bescherming van de gezondheid en de veiligheid, en beperkte gevolgen voor de
begrotingen van de EU en de lidstaten (in verband met handhaving). Zij heeft
ook positieve gevolgen voor spelers op de markt voor legitieme toepassingen,
omdat hun activiteiten geen negatieve gevolgen zouden ondervinden van de
beperkende maatregelen (matige risico’s) en bepaalde toepassingen zou worden
toegestaan, zelfs in geval van stoffen met ernstige risico's. De negatieve
effecten op de grondrechten en op de zaken van exploitanten op de markt voor
recreatief gebruik zijn gerechtvaardigd. Zij is evenredig aan de risico’s die
dergelijke stoffen meebrengen en wordt door belanghebbenden aanvaard. Aan de status quo de mogelijkheid toevoegen om
EU-besluiten te nemen tot invoering van beperkende maatregelen op de
consumentenmarkt heeft soortgelijke gevolgen, maar deze worden nog versterkt
omdat het besluit bindend is voor de lidstaten. Deze optie is duurder dan de
vorige, maar ook efficiënter bij het beperken van het risico van verplaatsing
en de negatieve gevolgen van schadelijke stoffen voor de gezondheid en de
veiligheid. Deze optie is evenredig en wordt zeer goed onthaald door
belanghebbenden. 6. Voorkeursoptie Uit een vergelijkende beoordeling van de
effecten blijkt dat de volgende combinatie van wetgevende en niet-wetgevende
opties het doeltreffendst zou zijn voor de verwezenlijking van de
doelstellingen: (1)
Betere structurele samenwerking tussen het EWDD, onderzoeksinstituten en forensische laboratoria (2)
Afzonderlijke benadering ondersteund door
informatie over een "intelligent geclusterde" groep van stoffen (3)
EU-besluit om tijdelijke maatregelen in te
voeren (4)
Status quo plus EU-besluit om stoffen op de
consumentenmarkt aan beperkende maatregelen te onderwerpen, ondersteund door
administratieve sancties De optie die de voorkeur geniet, heeft sterke
positieve gevolgen voor de volksgezondheid en de veiligheid. Zij maakt het
de EU mogelijk om sneller op te treden, omdat met tijdelijke maatregelen
stoffen met directe problemen vroeger van de consumentenmarkt kunnen worden
gehaald en zij verkort de tijd die nodig is voor het nemen van beperkende
maatregelen (via uitvoeringshandelingen), die rechtstreeks toepasselijk zijn. De geprefereerde optie versterkt duidelijk
het vermogen van de EU om te anticiperen op ontwikkelingen en om passend te
reageren op nieuwe psychoactieve stoffen. Zij heeft positieve gevolgen voor
spelers die actief zijn op de markt voor legale toepassingen. Hoewel zij
negatieve economische effecten heeft en negatieve effecten op het gebied van de
grondrechten voor spelers op de markt voor recreatief gebruik, zijn deze
gerechtvaardigd door de noodzaak om de risico's van stoffen aan te pakken, en
worden zij gecompenseerd door de positieve gevolgen voor de spelers op de markt
voor legitieme toepassingen. De beleidsoptie die de voorkeur geniet vormt
het juiste evenwicht tussen de noodzaak mensen en de samenleving te
beschermen tegen de risico’s van recreatief gebruik van nieuwe psychoactieve
stoffen en de noodzaak de belemmeringen voor de legale handel te beperken en te
voorkomen dat nieuwe belemmeringen ontstaan. Zij zorgt ook voor een betere
koppeling tussen de markt voor legitieme toepassingen van nieuwe psychoactieve
stoffen en de interne markt. Door te voorzien in een meer stapsgewijze en
beter gekalibreerde reeks opties die evenredig aan de risico’s zijn, beperkt
zij de negatieve gevolgen van de beperkende maatregelen voor ondernemers en
consumenten. De positieve gevolgen van deze beleidsoptie wegen op tegen de
kosten voor de begrotingen van de EU en van de lidstaten. Deze optie is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel,
aangezien zij alleen betrekking heeft op de stoffen in de hele EU problemen
opleveren en de lidstaten de verantwoordelijkheid laat om de stoffen aan te
pakken die een lokaal probleem vormen. Voorts is zij in overeenstemming met het
evenredigheidsbeginsel, omdat zij niet verder gaat dan nodig is om de
doelstellingen te verwezenlijken, door middel van maatregelen die zijn
toegesneden op het niveau van het risico van de stoffen. 7. Toezicht
en evaluatie Het EWDD en Europol brengen ieder jaar een
verslag uit over de tenuitvoerlegging van dit instrument. De Commissie
evalueert regelmatig de tenuitvoerlegging, werking, doelmatigheid,
doeltreffendheid en toegevoegde waarde ervan. Om de vijf jaar neemt zij het
initiatief tot een evaluatie van het instrument en zij legt het resultaat
daarvan voor aan het Europees Parlement en de Raad, zo nodig met een voorstel
voor wijzigingen.