WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een verordening ter bevordering van het vrije verkeer van burgers en bedrijven door vereenvoudigde aanvaarding van bepaalde openbare akten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 /* SWD/2013/0145 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE
EFFECTBEOORDELING bij het voorstel voor een verordening ter bevordering van het
vrije verkeer van burgers en bedrijven door vereenvoudigde aanvaarding van
bepaalde openbare akten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening
(EU) nr. 1024/2012 INHOUDSOPGAVE 1........... Probleemstelling.............................................................................................................. 3 2........... Subsidiariteit................................................................................................................... 4 3........... Belangrijkste beleidsdoelstellingen................................................................................... 5 4........... Beleidsopties.................................................................................................................. 5 5........... Beoordeling van het effect van de
beleidsopties............................................................... 6 6........... Voorkeursoptie.............................................................................................................. 8 7........... Toezicht en evaluatie....................................................................................................... 8 1. Probleemstelling Wanneer EU-burgers en bedrijven hun rechten
van vrij verkeer of hun vrijheden van de interne markt willen uitoefenen door
zich te vestigen respectievelijk zaken te doen in een andere lidstaat, hebben
zij grote moeite om alle openbare akten in de betrokken lidstaat over te leggen
en gedaan te krijgen dat deze worden aanvaard. Zij krijgen te maken met
buitensporige en omslachtige administratieve formaliteiten om de echtheid van
verscheidene openbare akten aan te tonen en rechtszekerheid te verkrijgen. Deze
formaliteiten zijn legalisatie, apostille en gewaarmerkte kopieën en
gewaarmerkte vertalingen. Het doel van de voorgestelde maatregel is
tweevoudig: (1)
het beperken van de rechtsonzekerheid, de kosten en
de langdurige procedures die deze formaliteiten meebrengen en waardoor burgers
en bedrijven in de EU worden beknot in de uitoefening van respectievelijk het
recht van vrij verkeer en de vrijheden van de interne markt; en (2)
het zorgen voor de nodige waarborgen om te
voorkomen dat binnen de EU gebruik wordt gemaakt van nagemaakte openbare akten. Openbare akten
fungeren hoofdzakelijk als feitelijk bewijs voor de erin vermelde handelingen
van een overheidsinstantie. Terwijl openbare akten in de lidstaat van afgifte
zonder nader bewijs echt worden geacht te zijn, worden openbare akten uit
andere lidstaten alleen aanvaard als de echtheid ervan wordt aangetoond door
middel van apostille, legalisatie of een specifieke vorm van echtverklaring,
zoals gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte vertalingen. Typische
voorbeelden van openbare akten betreffende EU-rechten van EU-burgers en
bedrijven die aan de hierboven bedoelde administratieve formaliteiten moeten
voldoen, zijn: ·
akten van de burgerlijke stand (zoals uittreksels
betreffende geboorte, overlijden en burgerlijke staat); ·
akten betreffende woonplaats, burgerschap en
nationaliteit; ·
akten betreffende onroerend goed; ·
akten betreffende de rechtsvorm en
vertegenwoordiging van een vennootschap of andere onderneming; ·
akten betreffende intellectuele-eigendomsrechten; ·
verklaringen van goed gedrag. Legalisatie, apostille, gewaarmerkte kopieën
en gewaarmerkte vertalingen zijn achterhaalde en disproportionele mechanismen
voor de authenticatie van openbare akten. Bij gegronde twijfel zou voor
doeltreffender mechanismen kunnen worden gekozen, die het wederzijdse
vertrouwen tussen de lidstaten zouden kunnen bestendigen. De huidige internationale en
EU-rechtsinstrumenten bieden onvoldoende mogelijkheden om de aanvaarding van
openbare akten in de lidstaten te vereenvoudigen. Het EU-recht benadert de echtheid van openbare
akten op sectorale basis, soms uitdrukkelijk, maar in de regel op inconsistente
wijze. Over het algemeen kunnen drie benaderingen worden onderscheiden: (1)
het relevante EU-rechtsinstrument voorziet in een
uitdrukkelijke vrijstelling van de authenticatievereiste voor de akten (bv.
civielrechtelijke instrumenten voor gerechtelijke stukken); (2)
het relevante EU-rechtsinstrument bevat geen
uitdrukkelijke verwijzing naar authenticatie, maar voorziet in andere middelen
om de echtheid van openbare akten uit andere lidstaten te controleren (bv.
wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties); en (3)
het instrument bevat noch een uitdrukkelijke verwijzing
naar de afschaffing van authenticatie, noch een alternatief middel (zoals vrij
verkeer van personen). Wat gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte
vertalingen betreft, bevat de huidige EU-wetgeving (zoals Richtlijn 2006/123/EG
betreffende diensten op de interne markt) voorbeelden van bepalingen op grond
waarvan het de lidstaten niet is toegestaan om te vragen dat een akte in haar
oorspronkelijke vorm, als gewaarmerkte kopie of als gewaarmerkte vertaling
wordt overgelegd. Deze aspecten van openbare akten komen verder
op zeer uiteenlopende wijze aan bod in tal van internationale
rechtsinstrumenten, waaronder het Apostilleverdrag, het Verdrag betreffende de
afschaffing van de legalisatie van akten in de lidstaten van de Europese
Gemeenschappen, en verschillende verdragen van de Internationale commissie voor
de burgerlijke stand. Deze instrumenten hebben de administratieve
lasten voor EU-burgers en bedrijven echter niet kunnen verlichten, waardoor de uitoefening
van de grondrechten nog steeds aan beperkingen onderhevig is. Als gevolg van
deze gebreken krijgen EU-burgers en bedrijven in menige situatie nog altijd te
maken met tijdrovende en dure procedures. Naar schatting geven EU-burgers en
bedrijven jaarlijks 25 miljoen EUR uit aan apostilles voor gebruik binnen de
EU. Jaarlijks wordt naar verwachting tussen de 2,3 en 4,6 miljoen EUR besteed
aan de legalisatie van openbare akten. De jaarlijkse kosten voor gewaarmerkte
kopieën voor EU-burgers en bedrijven worden geraamd op 75 à 100 miljoen EUR.
Gewaarmerkte vertalingen kosten de EU-burgers en bedrijven in totaal ongeveer 100
à 200 miljoen EUR per jaar. Er is dan ook een horizontale aanpak nodig om
de uitoefening van het recht van vrij verkeer van EU-burgers te vereenvoudigen
en te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de vrijheid van vestiging en de vrijheid
van bedrijven in de EU om diensten te verrichten binnen de interne markt. 2. Subsidiariteit De EU is beter dan de lidstaten in staat
om legalisatie en apostille af te schaffen en het vereiste van gewaarmerkte kopieën
en gewaarmerkte vertalingen te vereenvoudigen, en tegelijkertijd een grens- en
sectoroverschrijdend EU-kader te waarborgen voor doeltreffender opsporing van
fraude met en vervalsing van openbare akten. EU-optreden zou EU-burgers en bedrijven helpen
om verschillende categorieën openbare akten in grensoverschrijdende situaties
te gebruiken zonder overdreven, omslachtige en dure administratieve
formaliteiten te hoeven vervullen. EU-optreden zou een doeltreffender
gang van zaken waarborgen. Een rechtstreeks toepasselijke
vereenvoudigingsmaatregel met horizontale beginselen inzake het vrije verkeer
van openbare akten tussen de lidstaten heeft duidelijk toegevoegde waarde. Optreden op EU-niveau zou in overeenstemming
zijn met het evenredigheidsbeginsel; het gaat slechts om de afschaffing
en vereenvoudiging van voornoemde administratieve formaliteiten. 3. Belangrijkste
beleidsdoelstellingen Uit de probleemstelling kunnen de volgende
algemene en specifieke doelstellingen worden afgeleid: Algemene doelstelling: ·
vereenvoudigen en verbeteren van de volledige
uitoefening van de EU-rechten van vrij verkeer door EU-burgers en bedrijven. Specifieke doelstellingen: ·
beperken van problemen die het gevolg zijn van
administratieve formaliteiten in verband met de aanvaarding van openbare akten
die uit andere lidstaten afkomstig zijn; ·
vereenvoudigen van het versnipperde rechtskader
voor het vrij verkeer van openbare akten tussen de lidstaten; ·
zorgen van een doeltreffender opsporing van fraude
met en vervalsing van openbare akten; ·
uitsluiten van mogelijke discriminatie tussen
EU-burgers en bedrijven. 4. Beleidsopties Er zijn vijf opties (waarvan één met zeven
subopties) grondig onderzocht. Beleidsoptie 1: Handhaving van status quo
(nulscenario). Beleidsoptie 2: Niet-wetgevende maatregel
die de beste praktijken onder de lidstaten bevordert om het grensoverschrijdend
verkeer van openbare akten te vereenvoudigen. Beleidsoptie 3: Hiertoe gestimuleerd door de
Commissie, ratificeren alle lidstaten het Verdrag van Brussel van 1987,
dat voor tal van openbare aktes tot de afschaffing van legalisatie en apostille
strekt en een vorm van administratieve samenwerking voorschrijft. Beleidsoptie 4: Een wetgevende maatregel
die het vrij verkeer van burgers en bedrijven bevordert door administratieve
formaliteiten in verband met het gebruik en de aanvaarding van bepaalde
openbare akten in de EU te vereenvoudigen, aangevuld met verbeterde
administratieve samenwerking tussen de lidstaten en meertalige modelformulieren.
Dit instrument zou legalisatie en apostille
overbodig maken, maar ook voorzien in bepalingen die het grensoverschrijdend
gebruik van gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte vertalingen vereenvoudigen. Er zij drie subopties om de administratieve
samenwerking te verbeteren: Suboptie 4A: Administratieve samenwerking als
bij beleidsoptie 3. Suboptie 4B: Administratieve samenwerking op
basis van het informatiesysteem interne markt (IMI) bij gegronde twijfel over
de echtheid van openbare aktes. Suboptie 4C: De totstandbrenging van een
netwerk van registers van burgerlijke stand, op basis van het European Civil
Registry Network (ECRN). Wat betreft de meertalige modelformulieren
zijn er vier subopties: Suboptie 4D: Handhaven van de status quo, wat
inhoudt dat er geen modelformulieren komen. Suboptie 4E: De invoering van verplichte
modelformulieren voor gebruik bij grensoverschrijdende gevallen. Suboptie 4F: De invoering van facultatieve
modelformulieren als bijlagen bij nationale openbare akten voor gebruik in
andere lidstaten. Suboptie 4G: De invoering van facultatieve
modelformulieren voor onafhankelijk gebruik in grensoverschrijdende gevallen.
De overeenkomstige nationale openbare akte blijft op nationaal niveau bestaan. Beleidsoptie 5: Volledige harmonisatie van
openbare akten en regels betreffende het verkeer daarvan binnen de EU. 5. Beoordeling
van het effect van de beleidsopties Beleidsoptie 1:
Deze beleidsoptie draagt naar verwachting niet bij tot de verwezenlijking van
de doelstellingen. Beleidsoptie 2: Er
wordt van uitgegaan dat deze beleidsoptie heel weinig zal uithalen. Dat de
authenticatie van openbare akten uit andere lidstaten minder lang op zich laat
wachten en de informatie-uitwisseling erop vooruit gaat, zorgt weliswaar voor
een indirect positief effect, maar de administratieve formaliteiten blijven en
het rechtskader is nog steeds versnipperd. Bovendien valt er voor de opsporing
van fraude bijzonder weinig te verwachten van deze optie. Beleidsoptie 3:
Deze beleidsoptie leidt niet per se tot een verbetering ten opzichte van de
huidige situatie, omdat de lidstaten niet wettelijk verplicht zijn het Verdrag
te ratificeren. Ratificatie door alle lidstaten houdt in dat legalisatie en
apostille bij grensoverschrijdend verkeer van openbare akten worden afgeschaft.
In dat geval wordt het gemakkelijker voor EU-burgers om hun recht van vrij
verkeer uit te oefenen en voor bedrijven in de EU om gebruik te maken van de
vrijheden van de interne markt. Waar het erom gaat de volledige uitoefening van
de EU-rechten van vrij verkeer te vereenvoudigen, blijft de algehele
toegevoegde waarde van deze beleidsoptie echter uiterst beperkt, aangezien nog
steeds in alle gevallen kan worden gevraagd om gewaarmerkte kopieën en
gewaarmerkte vertalingen. Beleidsoptie 4: Deze
beleidsoptie pakt naar verwachting zeer doeltreffend uit doordat legalisatie en
apostille worden afgeschaft en verder gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte
vertalingen worden vereenvoudigd. Dit komt zowel het verkeer van openbare akten
tussen de lidstaten als de mobiliteit van burgers en bedrijven binnen de EU
sterk ten goede. De burgers en bedrijven sparen jaarlijks tussen de 25,8 en 26,2
miljoen EUR uit aan apostilles en tussen de 2,3 en 4,6 miljoen EUR aan legalisatie.
De vereenvoudiging van gewaarmerkte kopieën is goed voor nog eens een bedrag
van 100 à 200 miljoen EUR per jaar. Bovendien leidt de afschaffing van
gewaarmerkte vertalingen ook tot een kostenbesparing van 75 à 100 miljoen EUR
voor burgers en bedrijven in de EU, uitgaande van een prijs per pagina van 30
EUR. De overheden van de lidstaten besparen jaarlijks tussen de 5 en 7 miljoen
EUR aan apostilles en tussen de 500 000 EUR en één miljoen EUR aan
legalisaties. Betere administratieve samenwerking Suboptie 4A: Deze
suboptie is weinig doeltreffend, doordat dit soort administratieve samenwerking
niet elektronisch wordt ondersteund en de lidstaten vrij worden gelaten om te
bepalen in hoeverre zij willen meewerken. Suboptie 4B: Bij
gegronde twijfel over de echtheid van een openbare akte uit een andere lidstaat
komt deze suboptie de doeltreffendheid ten goede. Het IMI biedt snelle en
veilige communicatiekanalen voor grensoverschrijdende informatie-uitwisseling
en elektronische versies van openbare akten. Daarnaast is de verwachting dat de
administratieve samenwerking en veilige informatie-uitwisseling via het IMI de
fraudebestrijding ten goede komen. Bovendien krijgen de autoriteiten hetzelfde
mechanisme tot hun beschikking om zekerheid te verschaffen over gewaarmerkte
kopieën. Suboptie 4C: De
positieve effecten voor ambtenaren van de burgerlijke stand, die bij twijfel
over de echtheid van een openbare akte rechtstreeks kunnen overleggen, blijven
beperkt tot één categorie openbare akten, namelijk akten van de burgerlijke
stand. Verder moet rekening worden gehouden met een sterk negatief economisch
effect en nalevingskosten op EU- en lidstaatniveau, omdat een nieuw IT-systeem
moet worden opgezet en beheerd. Meertalige modelformulieren Suboptie 4D: Deze
optie draagt niet bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen. Suboptie 4E is
redelijk doeltreffend, maar een aantal moeilijkheden en kosten in verband met
de vertaling en het begrip van openbare akten uit een andere lidstaat blijft
bestaan. Suboptie 4F wordt
even doeltreffend geacht als suboptie 4E. De beoogde gebruikers mogen echter
zelf bepalen of zij de modelformulieren benutten en het systeem zou wel eens al
te complex kunnen overkomen. Bovendien moeten er kopieën beschikbaar worden
gesteld van de nationale openbare akten waaraan deze formulieren worden
toegevoegd; daar kunnen kosten aan verbonden zijn. Suboptie 4G pakt
voor de burger en het bedrijfsleven van de EU waarschijnlijk positief uit. Deze
aanpak leidt tot meer praktische voordelen en minder moeilijkheden bij het
overleggen van openbare akten in grensoverschrijdende situaties. Beleidsoptie 5: Bij
deze 'extreme' beleidsoptie worden de doelstellingen naar verwachting slechts
in beperkte mate verwezenlijkt, vooral omdat zij een veel te grote inbreuk
maakt op de nationale rechtsstelsels en administratieve praktijken. Hoewel deze
aanpak burgers en bedrijven in de EU wellicht uit het oogpunt van kosten, tijd
en rechtszekerheid ten goede komt en het gemakkelijker maakt de in het Verdrag
en het Handvest verankerde rechten uit te oefenen, leveren de volledig
geharmoniseerde openbare akten in de lidstaten ongetwijfeld moeilijkheden op
wat betreft de aanvaardbaarheid. Dit hangt nauw samen met een ander nadeel van
deze beleidsoptie, namelijk de hoge nalevingskosten op nationaal en EU-niveau. 6. Voorkeursoptie De
effectbeoordeling wijst uit dat de doelstellingen het best worden verwezenlijkt
door de wetgevende maatregel waarbij legalisatie en apostille worden afgeschaft
en het gebruik van gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte vertalingen wordt vereenvoudigd
(beleidsopie 4), gekoppeld aan verbeterde administratieve samenwerking tussen
de lidstaten door middel van een modern communicatienetwerk op basis van het
bestaande informatiesysteem interne markt (suboptie 4B) en de ontwikkeling van
meertalige modelformulieren voor onafhankelijk gebruik in grensoverschrijdende
gevallen (suboptie 4G). Optie 4 verdient
de voorkeur, omdat de beleidsdoelstellingen hiermee zonder hoge
uitvoeringskosten kunnen worden verwezenlijkt. Ook kunnen de buitensporige en
omslachtige administratieve formaliteiten voor de burger en het bedrijfsleven
van de EU aanzienlijk worden beperkt. De burgers en bedrijven in de EU kunnen
met name grote besparingen door de afschaffing van legalisatie en apostille
tegemoetzien, alsook door de vereenvoudigingen inzake gewaarmerkte kopieën en gewaarmerkte
vertalingen. Geen van de andere opties leidt tot evenveel besparingen. Voorkeurssuboptie 4B,
waarbij de bestaande IT-infrastructuur wordt gebruikt en de gevolgen voor de
begroting minimaal zijn, is een doeltreffend en betrouwbaar middel voor het
beoordelen van de echtheid van openbare akten of gewaarmerkte kopieën daarvan,
het voorkomen van fraude en vervalsing, en voor het verlichten van de
administratieve druk op burgers en bedrijven in de EU. Veilige elektronische
middelen en lagere taaldrempels maken het eenvoudiger om in een andere lidstaat
contact te leggen met de juiste gesprekspartner. Voorkeurssuboptie 4G bespaart
burgers, bedrijven en nationale ambtenaren tijd en geld, bevordert het
wederzijdse begrip van openbare akten in de lidstaten, beperkt door middel van
meertalige formulieren de behoefte aan vertalingen en laat toe dat de
onderliggende nationale openbare akten ook op lidstaatniveau blijven bestaan. Wat de rechtsvorm
van het instrument betreft, lijkt die van een verordening het geschiktst, gelet
op de problemen en doelstellingen. 7. Toezicht
en evaluatie Een gedegen toezicht- en evaluatiemechanisme
is van cruciaal belang voor de praktische handhaving van de bepalingen van het instrument.
Het instrument voorziet in een overgangsperiode waarin de lidstaten zich op de
tenuitvoerlegging kunnen voorbereiden en de Commissie de verzochte informatie
kunnen meedelen. Ook wordt in het instrument een herzieningsclausule opgenomen
om evaluatie van de toepassing door de lidstaten alsmede eventuele wijzigingen
mogelijk te maken.