WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING Bij Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen /* SWD/2013/031 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING Bij Voorstel voor een richtlijn van het
Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog
gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te
waarborgen 1. Toepassingsgebied Deze effectbeoordeling heeft betrekking op
beleidsopties voor een betere beveiliging van het internet en van andere
netwerken en informatiesystemen voor diensten die de werking van onze
samenleving ondersteunen (zoals overheden, de financiële wereld en het
bankwezen, energie, vervoer, gezondheidszorg en bepaalde internetdiensten die
essentiële economische en maatschappelijke processen faciliteren, zoals
platforms voor elektronische handel en sociale netwerken). Instrumenten om deze
soort beveiliging te verzekeren, vallen onder de algemene noemer "netwerk‑
en informatiebeveiliging" (NIB). 2. Beleidscontext In 2001 heeft de Commissie voor het eerst
gewezen op het toenemende belang van NIB voor onze economie en onze samenleving.
Om een hoog en doeltreffend NIB‑niveau op de interne markt te waarborgen,
heeft de Europese Gemeenschap in 2004 besloten het Europees Agentschap voor
netwerk‑ en informatiebeveiliging (ENISA) op te richten. De
benadering die de Europese Unie tot dusverre met betrekking tot NIB heeft
gevolgd, komt erop neer dat zij een reeks actieplannen en strategieën heeft
vastgesteld die de lidstaten ertoe moeten aanzetten hun NIB‑capaciteit te
vergroten en met elkaar samen te werken om grensoverschrijdende NIB‑problemen
te lijf te gaan. Er is met de
belanghebbende partijen overleg gepleegd over de verschillende aspecten van het
initiatief (probleemomschrijving en opties om de bestaande tekortkomingen te
verhelpen): ·
een openbare online‑raadpleging over
de verbetering van NIB in de EU (van 23 juli tot 15 oktober 2012). De Commissie
heeft in totaal 169 reacties via de online‑toepassing ontvangen en nog
eens 10 schriftelijk; ·
besprekingen met de lidstaten in het kader
van het Europees Forum voor de lidstaten, bilaterale contacten en de
conferentie over cyberbeveiliging die de Europese Commissie en de Europese
dienst voor extern optreden op 6 juli 2012 hebben gehouden; ·
besprekingen met bedrijven en verenigingen uit de particuliere
sector in het kader van het Europees publiek-privaat partnerschap voor
veerkracht, en bilaterale vergaderingen; ·
besprekingen met ENISA en CERT-EU; ·
besprekingen in het kader van de in 2012
gehouden conferentie over de digitale agenda. 3. Probleemomschrijving 3.1. Omschrijving van het probleem Het probleem kan globaal worden omschreven als
een ontoereikend niveau van bescherming tegen EU‑wijde incidenten,
risico's en dreigingen in verband met netwerk‑ en informatiebeveiliging
die de werking van de interne markt ondermijnen. Aangezien netwerken en informatiesystemen met
elkaar verweven zijn en het internet een bij uitstek mondiaal karakter heeft,
stoppen veel NIB‑incidenten niet aan de grens en brengen zij zodoende de
werking van de interne markt in het gedrang. Inbreuken in verband met beveiliging, zoals de
aanvallen waarmee eBay en PayPal zijn geconfronteerd, kunnen tot gevolg hebben
dat grensoverschrijdende diensten niet meer beschikbaar zijn, tijdelijk worden
uitgeschakeld of worden onderbroken. De aanvallen tegen Diginotar, het Nederlandse
internetcertificaatbedrijf, geven een duidelijk voorbeeld van de noodzaak snel
tegen problemen op te treden en informatie uit te wisselen wanneer zich een
majeur incident voordoet. Naar aanleiding van dergelijke incidenten beginnen de
lidstaten nu hun eigen regelgeving in te voeren. Een gebrekkige coördinatie bij
het opstellen van regelgeving kan echter versnippering in de hand werken en
aanleiding geven tot belemmeringen op de interne markt die nalevingskosten
creëren voor in meer dan één lidstaat actieve bedrijven. Dit probleem
raakt alle geledingen van de samenleving en de economie (overheden,
ondernemingen en consumenten). Een aantal sectoren levert onmisbare
ondersteunende diensten voor onze economie en onze samenleving en speelt
bijgevolg een essentiële rol: de beveiliging van hun systemen is dan ook van
bijzonder belang voor de werking van de interne markt. Het gaat onder meer om
de volgende sectoren: banken, beurzen, opwekking, transport en distributie van
energie, lucht‑, spoor‑ en zeevervoer, gezondheidszorg,
facilitatoren van essentiële internetdiensten en overheden. In het kader van de
openbare raadpleging hebben de belanghebbende partijen zich grote voorstanders
getoond van maatregelen ten bate van NIB in deze sectoren en overeenkomstige
actie op EU‑niveau. Blijven extra
maatregelen om de toename in het aantal incidenten om te buigen uit, dan is het
niet ondenkbaar dat het vertrouwen van de consument in online-diensten wordt
aangetast en het realiseren van de doelstellingen van de digitale agenda op de
helling komt te staan. 3.2. Oorzaken van het probleem Er zijn meerdere oorzaken die aan de basis
liggen van het hierboven omschreven probleem. In de eerste plaats verschilt de capaciteit
in de EU van lidstaat tot lidstaat. Dit factor maakt het voor de partijen
moeilijk elkaar te vertrouwen, terwijl dat precies een voorwaarde is om samen
te werken en informatie uit te wisselen. In de tweede plaats wordt er te weinig
informatie uitgewisseld over incidenten, risico's en dreigingen. De meeste
NIB‑incidenten worden niet gerapporteerd en blijven onopgemerkt omdat
bedrijven bang zijn voor reputatieschade of schadeclaims en zich daarom
terughoudend opstellen ten opzichte van het uitwisselen van dergelijke
informatie. In het kader van de bestaande publiek‑private
partnerschappen/platforms, zoals het Europees Forum voor de lidstaten en het
Europees publiek-privaat partnerschap voor veerkracht, wordt alleen informatie
uitgewisseld over de beste praktijken. 4. Doeltreffendheid van bestaande
maatregelen 4.1. Lacunes in het vigerende
regelgevingskader Op grond van de vigerende voorschriften hoeven
andere entiteiten dan telecommunicatiebedrijven geen maatregelen inzake NIB‑risicobeheer
vast te stellen, noch NIB‑incidenten te rapporteren. Toch worden alle
spelers die op netwerk‑ en informatiesystemen zijn aangewezen,
geconfronteerd met beveiligingsrisico's. Deze situatie leidt tot een ongelijk
speelveld aangezien een telecomaanbieder een bepaald incident wél aan de
bevoegde nationale autoriteit moet rapporteren en een bedrijf dat voice‑over‑IP‑diensten
aanbiedt en met hetzelfde incident te kampen heeft, dat niet hoeft te doen. Alle spelers die tevens voor de
gegevensverwerking verantwoordelijk zijn (zoals banken en ziekenhuizen), moeten
op grond van het regelgevingskader inzake gegevensbescherming
beveiligingsmaatregelen nemen die evenredig zijn aan de risico's. Voor de
gegevensverwerking verantwoordelijke partijen zijn echter alleen verplicht
inbreuken in verband met de beveiliging te melden die een risico inhouden voor
persoonsgegevens. Richtlijn 2008/114/EG van de Raad inzake de
identificatie van Europese kritieke infrastructuren en de aanmerking van
infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren heeft alleen betrekking
op de sectoren energie en vervoer. Bovendien hebben de lidstaten tot nu toe
slechts enkele infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren
aangemerkt. De richtlijn behelst geen verplichting voor de exploitanten om
significante inbreuken in verband met beveiliging te melden. Evenmin worden bij
die richtlijn mechanismen in het leven geroepen om de samenwerking en de
reactie van lidstaten bij incidenten in goede banen te leiden. De EU‑instellingen met
wetgevingsbevoegdheid buigen zich momenteel over het voorstel van de Commissie
voor een richtlijn over aanvallen op informatiesystemen[1]. Dit voorstel heeft uitsluitend
betrekking op de strafrechtelijke behandeling van specifieke soorten
gedragingen, en niet op de preventie van NIB‑risico's en ‑incidenten,
noch op de reactie op NIB‑incidenten en de mildering van de impact ervan.
4.2. De beperkingen van een op
vrijwilligheid gebaseerde aanpak De op vrijwilligheid gebaseerde aanpak die tot
dusverre is gevolgd, heeft geleid tot een ongelijk niveau van paraatheid en een
beperkte mate van samenwerking. Het Europees Forum voor de lidstaten heeft een
beperkt mandaat, aangezien de lidstaten geen informatie over incidenten,
risico's en dreigingen uitwisselen en niet samenwerken wanneer zich
grensoverschrijdende dreigingen voordoen. Het forum beschikt bovendien niet
over de bevoegdheid om van zijn leden te eisen dat zij over een
minimumcapaciteit beschikken. ENISA heeft geen operationele bevoegdheden en
kan, bijvoorbeeld, niet ingrijpen om NIB‑problemen op te lossen. Het Europees publiek-privaat partnerschap voor
veerkracht heeft geen officiële status en kan de particuliere sector niet
verplichten tot het rapporteren van incidenten aan de nationale autoriteiten.
Evenmin is dit partnerschap toegerust met een kader voor vertrouwelijke
informatie‑uitwisseling en voor de melding van informatie over NIB‑dreigingen,
‑risico's en ‑incidenten. 5. Noodzaak van ingrijpen door de EU,
subsidiariteit en evenredigheid Het waarborgen van NIB is van essentieel
belang voor de goede werking van de interne markt en het welzijn van onze
samenleving. Artikel 114 VWEU is een passende rechtsgrondslag voor de
harmonisering van NIB‑vereisten en voor de invoering van een
gemeenschappelijk minimaal beveiligingsniveau in de hele EU. Ingrijpen van de EU op het gebied van NIB is
op grond van het subsidiariteitsbeginsel gerechtvaardigd omdat NIB een
grensoverschrijdende dimensie vertoont en omdat op EU‑niveau vastgesteld
beleid doelmatiger zou zijn (met een grotere toegevoegde waarde) dan nationale
beleidsmaatregelen die zouden voortvloeien uit EU‑beleid. Samenwerking tussen alle lidstaten kan alleen
worden gewaarborgd als zij allemaal over het vereiste minimale
capaciteitsniveau beschikken. Bovendien mag duidelijk zijn dat een gezamenlijk
en coöperatief NIB‑beleid uitermate bevorderlijk kan zijn voor een
doeltreffende bescherming van de grondrechten, en met name het recht op de
bescherming van persoonsgegevens en het privéleven. De maatregelen die in het kader van de
verkozen optie zouden worden genomen, zijn gerechtvaardigd op grond van het evenredigheidsbeginsel
aangezien de NIB‑vereisten waaraan de lidstaten moeten voldoen, worden
vastgesteld op het minimale niveau dat vereist is voor een adequate paraatheid
en een op vertrouwen gebaseerde samenwerking, en aangezien de verplichtingen
voor bedrijven en overheden om risico's te beheren en incidenten te
rapporteren, slechts gelden voor kritieke entiteiten en maatregelen behelzen
die evenredig zijn aan de risico's en betrekking hebben op incidenten met een
aanzienlijke impact. Bovendien zouden de maatregelen die in het kader van de
verkozen optie worden genomen, geen onevenredige kosten met zich brengen. 6. Doelstellingen De algemene doelstelling is het verhogen van
het niveau van bescherming tegen incidenten, risico's en bedreigingen met
betrekking tot netwerk- en informatiebeveiliging in de EU. De specifieke
doelstellingen zijn: ·
Doelstelling 1 – Een
gemeenschappelijk minimumniveau van NIB in de lidstaten invoeren en zo het
algemene niveau van paraatheid en het algemene reactieniveau verhogen. ·
Doelstelling 2 –
Samenwerking inzake NIB op EU-niveau verbeteren om grensoverschrijdende
incidenten en bedreigingen doeltreffend aan te pakken. ·
Doelstelling 3 – Een
cultuur van risicobeheer tot stand brengen en de uitwisseling van informatie
tussen de particuliere en de publieke sector verbeteren. 7. Beleidsopties In deze effectbeoordeling zijn de volgende
beleidsopties beschouwd: ongewijzigd beleid, regelgevingsaanpak en een gemengde
aanpak. De mogelijke optie die erin bestaat alle EU-activiteiten inzake NIB
stop te zetten, is niet in overweging genomen. 7.1. Optie 1 – Ongewijzigd beleid
("referentiescenario") Deze optie houdt in dat de Commissie,
bijgestaan door ENISA, de huidige op vrijwilligheid gebaseerde benadering
voortzet en de lidstaten oproept op nationaal niveau NIB-capaciteit
(bijvoorbeeld CERT's, nationale plannen voor cyberincidenten/cybernoodplannen,
nationale cyberbeveiligingsstrategieën) te ontwikkelen en op EU-niveau samen te
werken (bijvoorbeeld via het netwerk van CERTs in Europa en een Europees
nood-/samenwerkingsplan voor cyberincidenten). 7.2. Optie 2 – Regelgevingsaanpak Deze optie houdt in dat de Commissie een
minimumniveau vaststelt van door de lidstaten te ontwikkelen nationale
capaciteit (CERT's, bevoegde autoriteiten, nationale plannen voor
cyberincidenten / nationale cybernoodplannen, nationale
cyberbeveiligingsstrategieën). Volgens deze regelgevingsoptie moeten de
nationale bevoegde autoriteiten en CERT's deel uitmaken van een netwerk
voor samenwerking op EU-niveau. De autoriteiten en CERT's zouden in het netwerk
informatie uitwisselen en samenwerken om NIB-bedreigingen en -incidenten aan te
pakken overeenkomstig een door de lidstaten overeen te komen Europees
nood-/samenwerkingsplan voor cyberincidenten. Ondernemingen (met uitzondering van
micro-ondernemingen) in specifieke kritieke sectoren, d.w.z. het bankwezen, de
energiesector (elektriciteit en aardgas), de vervoerssector, de
gezondheidszorg, alsmede actoren die belangrijke internetdiensten mogelijk
maken en overheden zouden de risico's die zij lopen moeten beoordelen en
passende en op de daadwerkelijke risico's afgestemde maatregelen moeten nemen.
Voorts zouden deze entiteiten aan de bevoegde autoriteiten de incidenten moeten
melden die de werking van hun netwerken en informatiesystemen ernstig in het
gedrang brengen en dus een aanzienlijke impact hebben op de continuïteit van de
diensten en de voorziening van goederen die van netwerk- en informatiesystemen
afhankelijk zijn. Deze regeling sluit aan bij die van de artikelen 13 bis en 13
tres van de kaderrichtlijn voor elektronische communicatie. 7.3. Optie 3 – Gemengde aanpak Deze optie behelst dat de Commissie
regelgevingseisen ten aanzien van belangrijke particuliere spelers en overheden
zou combineren met vrijwillige initiatieven, die een beroep doen op de
bereidwilligheid van de lidstaten en gericht zijn op de versterking of de
opbouw van NIB-capaciteit in de lidstaten en de oprichting van mechanismen voor
samenwerking op EU-niveau. De vrijwillige initiatieven zouden in wezen
overeenkomen met die van optie 1, terwijl de regelgevingseisen dezelfde zouden
zijn als die welke in het kader van optie 2 zouden worden opgelegd, zowel wat
betreft de betrokken entiteiten als de inhoud van de verplichtingen. ENISA zou de Commissie, de lidstaten en de
particuliere sector bijstaan met ondersteuning en technische deskundigheid,
bijvoorbeeld door technische richtsnoeren en aanbevelingen uit te brengen. 8. Effectanalyse Deze beoordeling heeft, behalve op het
beveiligingniveau, betrekking op de economische en sociale effecten van de drie
opties. Tevens heeft zij betrekking op de kosten die zouden worden gemaakt in
het kader van opties 2 en 3. Geen van de vastgestelde opties heeft
milieueffecten die nauwkeurig kunnen worden voorspeld. 8.1. Optie 1 – Ongewijzigd beleid
("referentiescenario") Niveau van beveiliging: Het is onwaarschijnlijk dat alle lidstaten vergelijkbare niveaus van
nationale capaciteit en paraatheid zouden bereiken die noodzakelijk zijn om de
beveiliging te verbeteren en samenwerking en betrouwbare
informatie-uitwisseling op EU-niveau mogelijk te maken. Er zou geen gelijk
speelveld met betrekking tot risicobeheer of meer transparantie over incidenten
tot stand worden gebracht, waardoor er dus lacunes in de regelgeving zouden
blijven bestaan. Economische effecten: Het effect zou afhangen van de mate waarin de lidstaten de
aanbevelingen van de Commissie volgen. Het
ontoereikende beveiligingsniveau in de minder ontwikkelde lidstaten zou hun
concurrentievermogen en groei ondermijnen en hen blootstellen aan risico's en
incidenten. Gezien de huidige tendensen zouden
NIB-incidenten in aantal toenemen en zichtbaarder worden voor het bedrijfsleven
en de consument en de voltooiing van de eengemaakte markt hinderen. Maatschappelijke effecten: Het voortduren en de verwachte verergering van de incidenten, risico's
en bedreigingen zou een negatieve invloed hebben op het vertrouwen van de
consument in online-diensten. 8.2. Optie 2 – Regelgeving Het beveiligingsniveau: De aan de lidstaten opgelegde verplichtingen zouden ervoor zorgen dat
elk van hen adequaat is toegerust en bijdragen aan de totstandbrenging van een
klimaat van wederzijds vertrouwen, hetgeen een voorwaarde vormt voor
doeltreffende samenwerking op EU-niveau. De invoering van eisen ten aanzien van
overheden en belangrijke particuliere spelers om aan NIB-risicobeheer te doen,
zou een sterke prikkel creëren om beveiligingsrisico's doeltreffend te
beheersen en in te schatten. De totale
aanvullende kosten die de verschillende sectoren in de EU zouden moeten dragen
om deze eisen na te komen, zouden 1 tot 2 miljard euro bedragen. De
nalevingskosten per kleine en middelgrote onderneming zouden 2 500 tot
5 000 euro bedragen. Economische effecten: Door het hogere beveiligingsniveau zouden NIB-risico's en -incidenten
minder financiële verliezen veroorzaken. Het
vertrouwen van bedrijven en consumenten in de digitale wereld zou toenemen en
de eengemaakte markt ten goede komen. De
bevordering van een cultuur van versterkt risicobeheer zou ook de vraag naar
beveiligde ICT-producten en -oplossingen stimuleren. Maatschappelijke effecten: Een hoger beveiligingsniveau zou het vertrouwen van de burger in online-diensten
verbeteren waardoor hij ten volle de vruchten van de digitale wereld
(bijvoorbeeld sociale media, eLeren, eGezondheid) kan plukken. 8.3. Optie 3 – Gemengde aanpak Het beveiligingsniveau: Zoals bij optie 1 is er
geen garantie dat het op nationale NIB-capaciteit en samenwerking op EU-niveau
gebaseerde beveiligingsniveau zou verbeteren als gevolg van vrijwillige
initiatieven. Anderzijds zou de
invoering van beveiligingseisen ten aanzien van overheden en belangrijke
particuliere spelers een sterke prikkel geven om beveiligingsrisico's te
beheersen en in te schatten. Deze mechanismen
zouden echter tekortschieten in lidstaten die de aanbevelingen van de Commissie
inzake de ontwikkeling van NIB-capaciteit naast zich neerleggen. Economische effecten: De snelheid van de
ontwikkelingen zou sterk uiteenlopen van lidstaat tot lidstaat. Hun ontoereikende beveiligingsniveau zou het
concurrentievermogen en de groei van de minder ontwikkelde lidstaten
ondermijnen en hen blootstellen aan de negatieve impact van risico's en
incidenten. Maatschappelijke effecten: Het voortduren en de
verwachte verergering van de incidenten, risico's en bedreigingen zouden het
vertrouwen in online-diensten negatief beïnvloeden, met name in de lidstaten
die NIB niet als een prioriteit beschouwen. 9. Vergelijking van de opties De doeltreffendheid van de opties 1 en 3 hangt
af van de vraag of de vrijwillige initiatieven daadwerkelijk een minimumniveau
van NIB zouden opleveren, en wat optie 3 betreft, van de bereidheid van de
lidstaten om capaciteit te ontwikkelen en grensoverschrijdend samen te werken.
Daarom worden deze opties niet als geschikt beschouwd om de
beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. De voorkeur gaat uit naar optie 2 aangezien
deze optie de bescherming van consumenten, bedrijven en overheden in de EU
tegen NIB-incidenten, bedreigingen en risico's aanzienlijk zou verbeteren.
Bovendien zou de EU, door haar zaken op orde te brengen, haar internationale
invloed kunnen uitbreiden en haar – nu al aanzienlijke – geloofwaardigheid als
partner op bilateraal en multilateraal niveau nog meer kracht kunnen bijzetten.
De EU zou dan ook in een beter positie verkeren om de fundamentele rechten en
essentiële waarden van de EU te bevorderen. 10. Monitoring en evaluatie In hoofdstuk 10 van het
effectbeoordelingsverslag zijn een aantal kernindicatoren voor het meten van
vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen vastgesteld.
Voorbeelden hiervan zijn: ·
Voor doelstelling 1, het aantal lidstaten dat een
voor NIB bevoegde autoriteit en een CERT heeft aangesteld of een nationale
cyberbeveiligingsstrategie en een nationaal nood-/samenwerkingsplan voor
cyberincidenten heeft vastgesteld. ·
Voor doelstelling 2, het aantal bevoegde
autoriteiten en CERT's van de lidstaten dat deelneemt aan het netwerk en het
volume informatie over NIB-risico's en -incidenten dat binnen het netwerk is
uitgewisseld. ·
Voor doelstelling 3, het niveau van de
investeringen in NIB door grote particuliere spelers en overheden en het aantal
meldingen van NIB-incidenten met een aanzienlijke impact. [1] COM(2010) 517, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0517:FIN:NL:PDF