Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië /* COM/2013/0860 final - 2013/0416 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL · Motivering en doel van het voorstel De economie van
Tunesië heeft te lijden gehad onder de binnenlandse onrust naar aanleiding van
de revolutie van 2011, de instabiliteit in de regio (in het bijzonder de oorlog
in Libië) en een somber internationaal klimaat, met name in de eurozone,
waarmee Tunesië nauwe financiële en handelsbetrekkingen onderhoudt. In 2011
heeft de economie een recessie doorgemaakt en ondanks de bescheiden economische
opleving in 2012, toen het toerisme en de buitenlandse directe investeringen
(BDI) zich herstelden en de economische activiteit aantrok, blijft de
macro-economische situatie zeer kwetsbaar. Vooral de toestand van de
begroting en van de betalingsbalans is er vrij sterk op achteruitgegaan,
hetgeen in aanzienlijke financieringsbehoeften resulteerde. Tegelijkertijd zet het land, na de afzetting
van president Ben Ali op 14 januari 2011, belangrijke stappen in de richting
van de invoering van democratische mechanismen, met onder meer de organisatie
van vrije verkiezingen en de oprichting van een nationale grondwetgevende
vergadering. Hoewel het politieke overgangsproces niet zonder moeilijkheden is
verlopen en door perioden van instabiliteit werd gekenmerkt, zal het naar
verwachting uitmonden in de goedkeuring van een nieuwe grondwet en het houden
van nieuwe verkiezingen in de eerste helft van 2014. Tegen deze
achtergrond hebben de Tunesische autoriteiten medio april 2013 een overeenkomst
met medewerkers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bereikt over een
stand-by-overeenkomst (SBO) van 24 maanden ten bedrage van 1,75 miljard
USD (400 % van het quotum), die in juni door de Raad van Bestuur van het
IMF is goedgekeurd. Met de SBO wordt beoogd het regeringsprogramma van
economische hervormingen te ondersteunen, de kwetsbaarheid van de economie te
verminderen en een duurzame en inclusieve groei te bevorderen. In deze context
heeft de Tunesische regering op 28 augustus 2013 om macrofinanciële
bijstand (MFB) van de EU ten belope van 500 miljoen EUR verzocht,
waarvan een deel in de vorm van een gift (zie bijgaande brief). De Europese
Commissie dient dan ook bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in
om de Republiek Tunesië een maximumbedrag van 250 miljoen EUR aan
MFB toe te kennen. De bijstand zou de vorm aannemen van leningen op
middellange termijn, maar zou geen giftcomponent omvatten omdat Tunesië
niet voldoet aan de criteria om in het kader van MFB-operaties voor giften in
aanmerking te komen. De voorgestelde MFB van
de EU zou Tunesië helpen bij het dekken van een deel van zijn resterende
externe financieringsbehoeften voor de periode 2014-15 in de context van het
IMF-programma, die op 3,0 miljard USD worden geraamd. De bijstand zou
de economie op korte termijn minder kwetsbaar maken wat de betalingsbalans en
de begroting betreft en tegelijkertijd het aanpassings- en hervormingsprogramma
ondersteunen dat met het IMF en de Wereldbank is overeengekomen, alsook de
hervormingen die zijn afgesproken in het kader van de EU-operaties ter
ondersteuning van de begroting, en met name het contract voor staatsopbouw
"Programme d’Appui à la Relance" (PAR), dat ten dele is
gefinancierd door het Spring-programma van de EU (Support for Partnership,
Reform and Inclusive Growth - steun voor partnerschap, hervormingen en
inclusieve groei). De voorgestelde MFB
sluit tevens aan bij de doelstellingen van het Deauville-partnerschap van de G8
en bij de oriëntaties van het nieuw Europees nabuurschapsbeleid (ENB). De steun
zal een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te
geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke
economische omstandigheden voor politieke hervormingen hebben gekozen. Tegen deze achtergrond
is de Commissie van oordeel dat aan de politieke en economische voorwaarden
voor de toekenning van een MFB-pakket van de voorgestelde omvang en aard is
voldaan. · Algemene context Nadat er zich in 2011
een ernstige recessie had voorgedaan, waarbij de economie met 1,9 % kromp
wegens binnenlandse politieke onrust en het Libische conflict, is in 2012 een
bescheiden herstel ingezet ondanks het ongunstige internationale en
binnenlandse klimaat: de reële bbp-groei trok aan tot naar schatting 3,6 %,
vooral onder impuls van het herstel van het toerisme en de BDI-instroom.
Ondanks de veelbelovende opleving van de industriële activiteit en toename van
het toerisme medio 2013, hebben de aanhoudende politieke patstelling, de lager
dan verwachte groei in de EU (de voornaamste handelspartner van Tunesië) en in
de opkomende markten, alsook een tegenvallende oogst een rem gezet op de
economische activiteit. Het IMF heeft zijn voorspelling voor de bbp-groei in 2013
onlangs bijgesteld van 4 % naar 3 %. De groeiprognose voor 2014 is
eveneens neerwaarts herzien, namelijk van 4,5 % naar 3,7 %, met sterk
neerwaartse risico's vanwege de binnenlandse politieke toestand. Werkloosheid blijft een belangrijk punt van zorg met een werkloosheidsgraad van 15,9
% eind juni 2013, tegen 13,5 % vóór de revolutie; zij is bijzonder hoog bij
jongeren en vrouwen. Sinds begin 2012 is er sprake van inflatoire druk,
die grotendeels terug te voeren is op stijgende gereguleerde energieprijzen en
hogere voedselprijzen. In september is de inflatie evenwel teruggelopen tot 5,7 %
(en de kerninflatie tot 4,4 %) en de verwachting is dat deze zich rond dat
niveau zal stabiliseren. Gedurende geheel 2011
en in de eerste maanden van 2012 was er sprake van een accomoderend monetair
beleid in reactie op het bestaan van een grote output gap en een vrij stabiele
kerninflatie. Daar de inflatie is beginnen te versnellen en de externe en
begrotingssaldi verder zijn verslechterd, heeft de Centrale Bank van Tunesië
echter een aantal verkrappingsmaatregelen genomen: sinds augustus 2012 heeft
zij haar belangrijkste beleidsrente met 50 basispunten opgetrokken (tot 4 %).
Wat de overheidsfinanciën
betreft, wordt in het IMF-programma uitgegaan van een bescheiden
begrotingsaanpassing voor 2013: volgens de plannen zou het begrotingstekort
toenemen tot 7,3 % van het bbp, voornamelijk als gevolg van de kosten van
de voorgenomen herkapitalisatie van banken en het inlopen van
betalingsachterstanden. Recente trends laten evenwel vermoeden dat als nieuwe
maatregelen uitblijven, de begroting sterk zal ontsporen (thans wordt voorspeld
dat het tekort zal oplopen tot 8,4 % van het bbp, tenzij corrigerende
maatregelen worden genomen). Verwacht wordt dat deze verslechtering van de
begrotingssituatie in 2013, net als vorig jaar, ten dele zal worden opgevangen
doordat minder overheidsinvesteringen worden verricht. Voor 2014 dringt
het IMF aan op een extra aanpassingsinspanning ter grootte van ongeveer 2 procentpunten
van het bbp om de geplande tekortdoelstelling van 6,4 % van het bbp te
realiseren. De corrigerende maatregelen zullen wellicht het volgende omvatten:
aanpassing van de energietarieven, totstandbrenging van een doelgerichter
sociaal vangnet, een betere beheersing van de loonkosten in de overheidssector
(die ongeveer 13 % van het bbp en 60 % van de ontvangsten uitmaken),
accijnsverhogingen en maatregelen om tot efficiëntere overheidsuitgaven te
komen. Ook de herkapitalisatiebehoeften van de financiële sector dienen naar
behoren te worden gebudgetteerd in de wet. De
overheidsschuld bedroeg 44 % van het bbp in 2012, maar zal naar
verwachting een lichte toename te zien geven tot 45,3 % van het bbp aan
het einde van dit jaar en zal in 2014 met 49,5 % van het bbp een
hoogtepunt bereiken. De schuldendienst blijft beheersbaar met 6 % van de
totale begrotingsuitgaven. Het zich gedurende
geheel 2012 aftekenende groeiherstel tegen de achtergrond van een zwakke
mondiale vraag (met name van de EU) en de hoog blijvende grondstoffenprijzen
hebben ertoe bijgedragen dat het tekort op de lopende rekening tot 8,1 %
van het bbp is gestegen. Het tekort is in 2013 verder toegenomen, waarbij de
laatste projecties duiden op een verslechtering tot ongeveer 8,3 % van het
bbp, terwijl in het IMF-programma op een tekort van 7,5 % van het bbp werd
gemikt. Voorts is de BDI-instroom in 2013 tot dusver 40 % lager uitgekomen
dan aanvankelijk in het IMF-programma was aangenomen. Bovendien is veel minder
officiële bijstand uitbetaald dan gepland. Als gevolg van deze
financieringstegenvallers en het hoger dan geplande tekort op de lopende
rekening wordt Tunesië in 2013 met een aanzienlijk tekort op de betalingsbalans
(ter grootte van circa 750 miljoen USD) geconfronteerd, al kan een
mogelijke lening van Qatar tot een vermindering ervan bijdragen. Het IMF
verwacht dat deze tegenvaller zal worden opgevangen door een vermindering van
de deviezenreserves met 600 miljoen USD in vergelijking met de
oorspronkelijke programmadoelstellingen en door een verdere verlaging van de
overheidsinvesteringen (die een hoog invoergehalte hebben). Na in 2012 een
gedeeltelijk herstel te hebben vertoond, zijn de officiële deviezenreserves
begin 2013 in snel tempo gaan afnemen. Eind oktober 2013 bedroegen de reserves 6,9 miljard
USD, waarmee zij slechts 104 dagen invoer dekten. Verwacht wordt dat zij
eind 2013 7,5 miljard USD zullen belopen, wat neerkomt op een daling met 1,1 miljard USD
in 2013 en schril afsteekt tegen de oorspronkelijk voor genoemd jaar geplande
toename met 400 miljoen USD. In nominale effectieve termen is de
dinar met ongeveer 12 % in waarde verminderd sinds de revolutie en met
ongeveer 6 % sinds begin 2013. De crisis van 2011 had negatieve gevolgen voor
een aantal belangrijke banken, en met name voor de overheidsbanken, die sterker
aan de zwaar getroffen toerismesector waren blootgesteld. Dit heeft de Centrale
Bank van Tunesië er in de loop van 2012 toe aangezet een aanzienlijke
hoeveelheid liquiditeiten aan de commerciële banken te verstrekken om hen te
helpen bij het dekken van hun financieringsbehoeften. Er is evenwel reeds een
aanvang gemaakt met het geleidelijk afbouwen van dergelijke
liquiditeitsinjecties. De autoriteiten zijn voornemens om in het kader van het
met het IMF overeengekomen programma over te gaan tot de herkapitalisatie en
sanering van de banken die door de crisis zijn geraakt. Naast de noodzaak om het bankwezen te
herstructureren en te versterken, moeten er nog andere essentiële structurele
hervormingen worden doorgevoerd, zoals onder meer het terugdringen van de
werkloosheid en het gelijktijdig verhogen van de participatiegraden (met name
die van vrouwen), het verkleinen van de regionale en inkomensverschillen, het
verminderen van de al te grote afhankelijkheid van de ontwikkeling van een in
de kuststreek gevestigde exportsector met een lage toegevoegde waarde, het
hervormen van het inefficiënte systeem van prijssubsidies en het versterken van
het sociale vangnet. Zoals reeds is aangestipt, heeft de Raad van
Bestuur van het IMF op 7 juni 2013 zijn goedkeuring gehecht aan een tweejarige
SBO voor een bedrag van 1,75 miljard USD (400 % van het quotum van Tunesië). De
voornaamste doelstellingen van het IMF-programma luiden als volgt:
i) handhaven van de macro-economische stabiliteit, deels door structurele
hervormingen door te voeren en tot de selectieve herkapitalisatie van banken
over te gaan; ii) ondersteunen van inclusieve groei; iii) reduceren
van de externe kwetsbaarheid; en iv) versterken van het vertrouwen van
investeerders en donoren. Herziene
projecties duiden op aanzienlijke betalingsbalansbehoeften voor de periode 2014-2015,
waarbij het totale externe financieringstekort op 4,4 miljard USD wordt
geraamd. Dit financieringstekort is grotendeels aan de volgende twee factoren
toe te schrijven: een hoog blijvend tekort op de lopende rekening en de
noodzaak om in de periode 2014-2015 deviezenreserves op te bouwen. Na aftrek
van de uitkeringen in het kader van de SBO en de door de Wereldbank ter
beschikking gestelde lening ter ondersteuning van het ontwikkelingsbeleid
(Development Policy Loan – DPL) wordt Tunesië in deze periode met een resterend
extern financieringstekort van 3,0 miljard USD geconfronteerd. De
voorgestelde MFB van de EU zou goed zijn voor ongeveer 10,8 % van het
resterende financieringstekort voor de periode 2014-2015. · Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Geen · Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie De EU wil nauwe banden
met Tunesië aanknopen en de economische en politieke hervormingen in het land
ondersteunen. In 1995 werd Tunesië het eerste land in het zuidelijke
Middellandse Zeegebied dat een associatieovereenkomst met de EU ondertekende.
Deze overeenkomst blijft de rechtsgrondslag voor bilaterale samenwerking
vormen. De bilaterale betrekkingen zijn verder versterkt in het kader van het
ENB van de EU, mede via de aanneming van vijfjarige ENB-actieplannen waarin
strategische doelstellingen voor deze samenwerking zijn vastgelegd. Het meest
recente actieplan heeft betrekking op de periode 2013-2017. Daarnaast is het
land lid van de Unie voor het Middellandse Zeegebied. De economische banden met
de EU zijn belangrijk. Het grootste deel van de handel van Tunesië vindt immers
plaats met de EU. In 2012 was de EU goed voor 59,3 % van de invoer en 68,1%
van de uitvoer van Tunesië. Tunesië is ook sterk afhankelijk van de EU wat BDI
en andere financiële stromen, geldovermakingen door emigranten en
toerisme-inkomsten betreft. Tunesië heeft in 2008 de laatste hand gelegd aan de
afschaffing van de tarieven voor industrieproducten, waarmee het het eerste
mediterrane land was dat een vrijhandelsovereenkomst met de EU sloot. De EU
heeft Tunesië voorgesteld onderhandelingen over een diepe en brede
vrijhandelszone aan te knopen met de bedoeling Tunesië volledige toegang te
bieden tot de eengemaakte markt van de EU, maar deze onderhandelingen zijn nog
niet van start gegaan. De MFB van de EU zou
fungeren als aanvulling op het totaalbedrag van 445 miljoen EUR aan
giften in het kader van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument
en het Spring-programma, en met name op de voorwaarden die zijn gesteld in het
kader van het PAR III-pakket waaraan de EU deelneemt. De uitvoering van
deze beide programma's zal nauw worden gecoördineerd aangezien zij elkaar
aanvullen en wederzijds versterken. De voorgenomen MFB zal de betalingsbalans
op korte termijn ondersteunen, terwijl het contract voor staatsopbouw de
voltooiing van het democratisch overgangsproces zal ondersteunen met behulp van
maatregelen op het terrein van de economische en politieke governance. Door de
Tunesische autoriteiten te steunen bij de totstandbrenging van een passend
kader om het macro-economische beleid te hervormen en structurele hervormingen
door te voeren, zou de MFB van de EU de meerwaarde en de doelmatigheid van het
EU-optreden via andere financiële instrumenten ten goede komen. Daarnaast zou
de MFB fungeren als aanvulling op de middelen die door de internationale
financiële instellingen, bilaterale donoren en andere financiële instellingen
van de EU ter beschikking zijn gesteld, en aldus bijdragen tot de algehele
doeltreffendheid van het financiële steunpakket dat door de internationale
donorengemeenschap in de nasleep van de crisis is overeengekomen. Kortom, hoewel het pad
van Tunesië naar een volwaardige democratie niet zonder moeilijkheden is en er
belangrijke onzekerheden blijven bestaan, heeft het land toch aanzienlijke
stappen gezet in de richting van een politieke hervorming ter versterking van
de democratische instellingen en mechanismen, hetgeen onder meer moet
resulteren in de totstandkoming van een parlementair stelsel met meerdere
partijen, de uitbouw van de rechtsstaat en de eerbiediging van de
mensenrechten. Het land heeft ook plannen voor een programma van economische
hervormingen die erop gericht zijn de grondslag te leggen voor een duurzaam,
banenscheppend en billijk groeimodel. Het MFB-voorstel is in
overeenstemming met de toezegging van de EU om het economische en politieke
overgangsproces van Tunesië te ondersteunen. Het is tevens consistent met de
bewoordingen van de MFB-besluiten met betrekking tot de Kirgizische Republiek
en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië[1].
Meer in het bijzonder is het voorstel, zoals uitgebreider wordt toegelicht in
het werkdocument dat het Commissievoorstel vergezelt, in overeenstemming met de
volgende beginselen: uitzonderlijke aard, politieke voorwaarden,
complementariteit, conditionaliteit en financiële discipline. Zolang de MFB-operatie
loopt, zal de Commissie blijven nagaan en toetsen of aan deze criteria is
voldaan. Bij de toetsing of de politieke voorwaarden zijn vervuld, zullen de
diensten van de Commissie nauw met de Europese Dienst voor extern optreden
samenwerken. 2. RESULTATEN VAN RAADPLEGINGEN
VAN DE BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING · Raadpleging van belanghebbende partijen De MFB wordt verstrekt als integraal onderdeel
van de internationale steun voor de economische stabilisatie van Tunesië. Bij
het opstellen van dit MFB-voorstel hebben de diensten van de Commissie overleg
gepleegd met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, die
reeds omvangrijke financieringsprogramma's in het land hebben lopen. De
Commissie heeft ook regelmatig contact gehad met de Tunesische autoriteiten. · Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Bijgestaan door externe deskundigen zullen de
diensten van de Commissie in de loop van december 2013 een operationele
beoordeling van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële en
administratieve procedures van Tunesië uitvoeren. · Effectbeoordeling De MFB en het bijbehorende economische
aanpassings- en hervormingsprogramma zullen de financieringsbehoeften van
Tunesië op korte termijn helpen verlichten en tegelijkertijd de
beleidsmaatregelen ondersteunen die erop gericht zijn de houdbaarheid van de
betalingsbalans en van de begroting te versterken en de duurzame groei te
verhogen, zoals met het IMF is overeengekomen. De MFB zal met name bijdragen
tot een doelmatiger en transparanter beheer van de overheidsfinanciën, het
bevorderen van de belastinghervormingen om de belastinginning en
progressiviteit van het belastingstelsel te verbeteren, het ondersteunen van de
huidige inspanningen ter versterking van het sociale vangnet, het bevorderen
van de arbeidsmarkthervorming (om de werkloosheid terug te dringen en de
participatiegraden te verhogen, in het bijzonder die van de vrouwen), en het
vergemakkelijken van de invoering van maatregelen ter verbetering van de wet-
en regelgeving op het gebied van handel en investeringen. 3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET
VOORSTEL · Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) De Europese Unie stelt MFB ten belope van in totaal
maximaal 250 miljoen EUR beschikbaar aan Tunesië in de vorm van een lening op
middellange termijn. Met de bijstand worden de volgende doelstellingen
nagestreefd: i) bijdragen aan de dekking van de resterende externe
financieringsbehoeften van Tunesië in 2014-15, zoals berekend door de Commissie
op basis van de ramingen van het IMF; ii) ondersteunen van de budgettaire
consolidatie-inspanning en van de externe stabilisatie in de context van het
IMF-programma; iii) faciliteren en aanmoedigen van de inspanningen van de
Tunesische autoriteiten om de maatregelen uit te voeren die in het kader van
het tussen de EU en Tunesië overeengekomen ENB-actieplan zijn vastgelegd; iv)
ondersteunen van de inspanningen voor het doorvoeren van structurele
hervormingen ter verbetering van het algemene macro-economische management, ter
versterking van de economische governance en transparantie, en ter verbetering
van de voorwaarden voor duurzame groei. Het is de bedoeling dat de bijstand in drie
leningstranches wordt uitgekeerd. De uitbetaling van de eerste tranche (90 miljoen EUR)
zal naar verwachting medio 2014 plaatsvinden. De tweede tranche (80 miljoen
EUR) kan, mits een aantal beleidsmaatregelen worden genomen, naar het einde van
2014 toe worden uitgekeerd. De derde en laatste tranche (80 miljoen EUR)
kan in de eerste helft van 2015 beschikbaar worden gesteld op voorwaarde dat de
vereiste beleidsmaatregelen zijn genomen. De bijstand wordt beheerd door de
Commissie. Daarbij zijn met het Financieel Reglement strokende specifieke
bepalingen ter preventie van fraude en andere onregelmatigheden van toepassing.
Zoals gebruikelijk bij het MFB-instrument zijn
de uitkeringen afhankelijk van positieve programma-evaluaties uit hoofde van de
financiële overeenkomst met het IMF (de SBO). Bovendien dienen de Commissie en
de Tunesische autoriteiten specifieke structurele hervormingsmaatregelen
overeen te komen in een memorandum van overeenstemming. De Commissie zal zich
concentreren op structurele hervormingen ter verbetering van het algemene
macro-economische management en van de voorwaarden voor duurzame groei (bv.
transparantie en doelmatigheid van het beheer van de overheidsfinanciën,
budgettaire hervormingen, hervormingen ter versterking van het sociale vangnet,
arbeidsmarkthervormingen en hervormingen ter verbetering van de wet- en
regelgeving op het gebied van handel en investeringen). Het besluit om de volledige MFB in de vorm van
leningen te verstrekken, wordt gerechtvaardigd door het ontwikkelingsniveau
(afgemeten aan het inkomen per hoofd van de bevolking) en de schuldindicatoren
van Tunesië. Het is tevens in overeenstemming met de behandeling die Tunesië
ten deel valt van de Wereldbank en het IMF. Tunesië komt immers niet in
aanmerking voor financiering onder zachte voorwaarden van de International
Development Association of van het Poverty Reduction and Growth Trust-fonds van
het IMF. · Rechtsgrondslag De
rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 212 van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie (VWEU). · Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing
voor zover de doelstelling om de macro-economische stabiliteit op korte termijn
in Tunesië te herstellen, onvoldoende kan worden verwezenlijkt door de
lidstaten alleen en derhalve beter door de Europese Unie kan worden
verwezenlijkt. De belangrijkste redenen zijn de budgettaire beperkingen op
nationaal niveau en de behoefte aan krachtige donorcoördinatie met het oog op
een maximalisatie van de omvang en doeltreffendheid van de bijstand. · Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het
evenredigheidsbeginsel: het blijft beperkt tot hetgeen minimaal vereist is om
de doelstellingen van macro-economische stabiliteit op korte termijn te
verwezenlijken en gaat niet verder dan voor dat doel nodig is. Zoals de Commissie op basis van de ramingen
van het IMF in het kader van de SBO heeft berekend, komt het bedrag van de
bijstand neer op 10,8 % van het resterende financieringstekort voor de
periode 2014-2015. Gezien de bijstand die door andere bilaterale en
multilaterale donoren en crediteuren aan Tunesië is toegezegd, wordt dit als
een passend niveau van lastendeling voor de EU beschouwd. · Keuze van instrumenten Projectfinanciering of technische bijstand zou
niet geschikt of afdoende zijn voor de verwezenlijking van deze
macro-economische doelstellingen. De belangrijkste meerwaarde van MFB in
vergelijking met andere EU-instrumenten is dat hij de externe financiële druk
verlicht en de verwezenlijking van een stabiel macro-economisch kader faciliteert,
onder meer door de totstandkoming van een houdbare betalingsbalans- en
begrotingssituatie en een geschikt kader voor structurele hervormingen te
bevorderen. Door aan de totstandbrenging van een geschikt algemeen kader voor
het macro-economische en het structurele beleid bij te dragen, kan MFB de
doeltreffendheid vergroten van de acties die in Tunesië in het kader van andere
financiële instrumenten van de EU met een nauwere focus worden gefinancierd. Het voorgestelde programma zal ook het streven
van de regering naar hervormingen en naar nauwere betrekkingen met de EU
bevorderen. Dit resultaat zal onder meer worden verwezenlijkt door de uitkering
van de bijstand van passende voorwaarden afhankelijk te stellen. In een ruimere
context zal het programma een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in
de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die
ondanks moeilijke economische omstandigheden vastberaden voor politieke
hervormingen hebben gekozen. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING De
geplande bijstand zou worden verstrekt in de vorm van een lening en worden
gefinancierd met behulp van een door de Commissie namens de EU opgenomen
lening. De kosten van de bijstand voor de begroting zijn gelijk aan het bedrag
van de voorziening dat uit begrotingsonderdeel 01 03 06 ("Voorziening van
het Garantiefonds")[2] in het Garantiefonds moet worden
gestort en dat overeenstemt met 9 % van de uitgekeerde bedragen. In de
veronderstelling dat de eerste en de tweede tranche van de lening ten belope
van in totaal 170 miljoen EUR in 2014 zullen worden uitbetaald en dat de
derde tranche van de lening ten belope van 80 miljoen EUR in 2015 zal
worden uitgekeerd, zal de voorziening van het Garantiefonds overeenkomstig de
regels waaraan het Garantiefondsmechanisme onderworpen is, in het kader van de
begrotingen voor 2016-2017 plaatsvinden. 5. FACULTATIEVE ELEMENTEN · Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel bevat een vervalbepaling. De
voorgestelde MFB zal beschikbaar worden gesteld gedurende tweeënhalf jaar vanaf
de eerste dag na de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming. 2013/0416 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand
aan de Republiek Tunesië HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, Gezien het voorstel
van de Europese Commissie[3],
Na toezending van het
ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de
gewone wetgevingsprocedure[4], Overwegende hetgeen
volgt: (1) De betrekkingen tussen de
Europese Unie ("de Unie") en de Republiek Tunesië
("Tunesië") ontwikkelen zich in het kader van het Europees
nabuurschapsbeleid (ENB). De Euromediterrane Associatieovereenkomst tussen de
Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Tunesië, anderzijds, is
op 1 maart 1998 in werking getreden. In het kader van deze associatieovereenkomst
heeft Tunesië in 2008 de laatste hand gelegd aan de afschaffing van de tarieven
voor industrieproducten, waarmee Tunesië het eerste mediterrane land was dat
een vrijhandelszone met de Unie tot stand bracht. De bilaterale politieke
dialoog en economische samenwerking zijn verder ontwikkeld in het kader van
ENB-actieplannen, waarvan het meest recente in behandeling zijnde actieplan
betrekking zal hebben op de periode 2013-2017. (2) De economie van Tunesië heeft
sterk te lijden onder binnenlandse gebeurtenissen die verband houden met de
sinds eind 2010 in het zuidelijke Middellandse Zeegebied plaatsvindende
gebeurtenissen die bekendstaan als de "Arabische lente", alsook onder
de voortdurende onrust in de regio, in het bijzonder in het buurland Libië.
Deze gebeurtenissen en het sombere mondiale economische klimaat, en met name de
recessie in de eurozone (de voornaamste financiële en handelspartner van
Tunesië), sorteerden een zeer negatief effect op de Tunesische economie,
hetgeen tot een groeivertraging en tot grote externe en budgettaire tekorten
heeft geleid. (3) Na de afzetting van president
Ben Ali op 14 januari 2011 zijn op 23 oktober 2011 in Tunesië de eerste vrije
en democratische verkiezingen gehouden. Sindsdien is er een nationale
grondwetgevende vergadering opgericht en hoewel het politieke overgangsproces
niet zonder moeilijkheden is verlopen, leveren de belangrijkste politieke
actoren gezamenlijke inspanningen om hervormingen door te voeren die tot de
totstandkoming van een volwaardig democratisch systeem moeten leiden. (4) Sinds het begin van de Arabische
lente heeft de Unie bij meerdere gelegenheden de toezegging gedaan Tunesië te
zullen steunen bij zijn economische en politieke hervormingsproces. Deze
toezegging werd opnieuw bevestigd in de conclusies van de vergadering van de
associatieraad EU-Tunesië in november 2012. De financiële steun van de Unie aan
het hervormingsproces van Tunesië is in overeenstemming met het beleid van de
Unie ten aanzien van het zuidelijke Middellandse Zeegebied, zoals vastgesteld
in het kader van het ENB. (5) Macrofinanciële bijstand van
de Unie moet een uitzonderlijk financieel instrument zijn van ongebonden en
niet-toegewezen betalingsbalanssteun, gericht op het herstellen van een
houdbare externe financiële situatie, en dienen ter ondersteuning van een
beleidsprogramma met krachtige aanpassings- en structurele
hervormingsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de
betalingsbalanspositie, met name tijdens de programmeringsperiode, en ter
versterking van de uitvoering van gerelateerde overeenkomsten en samenwerkingsprogramma’s
met de Unie. (6) In april 2013 hebben de
Tunesische autoriteiten en het Internationaal Monetair Fonds (IMF)
overeenstemming bereikt over een niet uit voorzorg gesloten
stand-by-overeenkomst van 1 150 miljoen SDR (Special Drawing Rights)
met een looptijd van drie jaar om het economische aanpassings- en
hervormingsprogramma van Tunesië te ondersteunen. De doelstellingen van het
IMF-programma stroken met het doel van de macrofinanciële bijstand van de Unie,
namelijk het verlichten van betalingsbalansmoeilijkheden op korte termijn en
het uitvoeren van krachtige aanpassingsmaatregelen die beantwoorden aan het
doel van de macrofinanciële bijstand van de Unie. (7) De Unie heeft 290 miljoen EUR
aan giften beschikbaar gesteld voor de periode 2011-2013 in het kader van haar
gewone samenwerkingsprogramma ter ondersteuning van de economische en politieke
hervormingsagenda van Tunesië. Daarnaast is in de periode 2011-2013 aan Tunesië
155 miljoen EUR toegewezen in het kader van het Spring-programma (Support
for Partnership, Reform and Inclusive Growth – steun voor partnerschap,
hervormingen en inclusieve groei). (8) In augustus 2013 heeft
Tunesië, in het licht van de versomberende economische situatie en
vooruitzichten, de Unie om macrofinanciële bijstand verzocht. (9) Daar Tunesië onder het ENB
valt, moet het als een land worden beschouwd dat voor macrofinanciële bijstand
van de Unie in aanmerking komt. (10) Aangezien er nog steeds sprake
is van een aanzienlijk resterend extern financieringstekort op de
betalingsbalans van Tunesië dat de door het IMF en andere multilaterale
instellingen verstrekte middelen te boven gaat, wordt de door de Unie aan
Tunesië te verlenen macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand
van de Unie"), onder de huidige uitzonderlijke omstandigheden, aangemerkt
als een passende reactie op het verzoek van Tunesië om in samenhang met het
IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen. De macrofinanciële
bijstand van de Unie zou de economische stabilisatie en de structurele-hervormingsagenda
van Tunesië ondersteunen en tevens een aanvulling vormen op de middelen die in
het kader van de financiële overeenkomst met het IMF beschikbaar worden
gesteld. (11) De macrofinanciële bijstand
van de Unie moet gericht zijn op het helpen herstellen van een houdbare externe
financiële positie voor Tunesië en aldus de economische en sociale ontwikkeling
van het land ondersteunen. (12) De vaststelling van het bedrag
van de macrofinanciële bijstand van de Unie is gebaseerd op een volledige
kwantitatieve beoordeling van de resterende externe financieringsbehoeften van
Tunesië, en bij de bepaling ervan is rekening gehouden met het vermogen van het
land zichzelf te financieren met eigen middelen, en met name met de
internationale reserves die het tot zijn beschikking heeft. De macrofinanciële
bijstand van de Unie moet complementair zijn aan de programma’s van het IMF en
de Wereldbank en de door hen verstrekte middelen. Bij het vaststellen van het
bedrag van de bijstand wordt ook rekening gehouden met verwachte financiële
bijdragen van multilaterale donoren en met de noodzaak te zorgen voor een
billijke verdeling van de lasten tussen de Unie en andere donoren, alsook met
de reeds bestaande inzet van de andere externe financieringsinstrumenten van de
Unie in Tunesië en met de toegevoegde waarde die over het geheel genomen door
de betrokkenheid van de Unie wordt geboden. (13) De Commissie moet ervoor
zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel
verenigbaar is met de hoofdbeginselen, -doelstellingen en ‑maatregelen
die zijn vastgesteld in het kader van de verschillende onderdelen van het
extern optreden en het relevante beleid van de Unie op andere terreinen. (14) De macrofinanciële bijstand
van de Unie moet het externe beleid van de Unie jegens Tunesië ondersteunen. De
diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden moeten
gedurende de hele macrofinanciële bijstandsoperatie nauw met elkaar samenwerken
om het externe beleid van de Unie te coördineren en de consistentie ervan te
waarborgen. (15) De macrofinanciële bijstand
van de Unie moet Tunesië ondersteunen in zijn engagement met betrekking tot
waarden die het land met de Unie deelt, waaronder democratie, de rechtsstaat,
goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en
armoedebestrijding, en ook zijn engagement met betrekking tot de beginselen van
open, op regels gebaseerde en eerlijke handel. (16) Eerbiediging door Tunesië van
effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met
meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, moet een randvoorwaarde
zijn voor het verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Daarnaast
dienen de specifieke doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie
de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de beheersystemen voor
overheidsfinanciën in Tunesië te bevorderen en bij te dragen aan structurele
hervormingen die gericht zijn op de bevordering van duurzame en inclusieve
groei, het scheppen van werkgelegenheid en begrotingsconsolidatie. Zowel het
voldoen aan de randvoorwaarden als het verwezenlijken van die doelstellingen
dient regelmatig door de Commissie te worden gecontroleerd. (17) Om te verzekeren dat de
financiële belangen van de Unie in het kader van de macrofinanciële bijstand
van de Unie op efficiënte wijze worden beschermd, moet Tunesië passende
maatregelen nemen in verband met de preventie en bestrijding van fraude,
corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot deze bijstand.
Daarnaast moet erin worden voorzien dat de Commissie controles verricht en dat
de Europese Rekenkamer audits verricht. (18) De uitkering van de
macrofinanciële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van het Europees
Parlement en de Raad onverlet. (19) De bedragen van de voorziening
voor de macrofinanciële bijstand moeten sporen met de in het meerjarig
financieel kader vastgestelde begrotingskredieten. (20) De macrofinanciële bijstand
van de Unie moet door de Commissie worden beheerd. Teneinde te waarborgen dat
het Europees Parlement en de Raad op de tenuitvoerlegging van dit besluit
kunnen toezien, dient de Commissie hen regelmatig in te lichten over
ontwikkelingen met betrekking tot de bijstand en hun daarbij de relevante
documenten te verschaffen. (21) Teneinde eenvormige
voorwaarden voor de uitvoering van dit besluit te waarborgen, moeten
uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden
moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011
van het Europees Parlement en de Raad[5]. (22) De macrofinanciële bijstand
van de Unie dient onderworpen te zijn aan voorwaarden inzake economisch beleid,
die in een memorandum van overeenstemming dienen te worden vastgelegd. Omwille
van de efficiëntie en om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering te
waarborgen, dient de Commissie te worden gemachtigd om met de Tunesische
overheid onderhandelingen over deze voorwaarden te voeren onder toezicht van
het comité van vertegenwoordigers van de lidstaten waarin Verordening (EU)
nr. 182/2011 voorziet. Krachtens die verordening moet in de regel de
raadplegingsprocedure worden gebruikt in alle andere gevallen dan in die
verordening zijn voorzien. Gezien de mogelijk belangrijke effecten van bijstand
van meer dan 90 miljoen EUR, past het dat voor deze verrichtingen de
onderzoeksprocedure wordt gebruikt. Gezien het bedrag van de macrofinanciële
bijstand van de Unie aan Tunesië, moet op de vaststelling van het memorandum
van overeenstemming en voor het verlagen, opschorten of annuleren van de
bijstand de onderzoeksprocedure worden toegepast, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1 1. De Unie stelt Tunesië
macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie")
beschikbaar ten belope van ten hoogste 250 miljoen EUR om de economische
stabiliteit en hervormingen van Tunesië te ondersteunen. De bijstand draagt bij
aan het lenigen van de betalingsbalansbehoeften van Tunesië die in het kader
van het IMF-programma zijn vastgesteld. 2. Het volledige bedrag van de macrofinanciële
bijstand van de Unie wordt in de vorm van leningen aan Tunesië verstrekt. De
Commissie is bevoegd om namens de Unie de nodige financiële middelen te lenen
op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen teneinde de middelen
vervolgens aan Tunesië door te lenen. De leningen hebben een looptijd van ten
hoogste 15 jaar. 3. De uitkering van de
macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een
wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en
Tunesië en met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de economische
hervormingen zoals die worden uiteengezet in de associatieovereenkomst
EU-Tunesië en in het actieplan voor 2013-2017 dat in het kader van het Europees
nabuurschapsbeleid tussen de Unie en Tunesië is overeengekomen. De Commissie
licht het Europees Parlement en de Raad regelmatig in over de ontwikkelingen
inzake de macrofinanciële bijstand van de Unie, met inbegrip van de
uitkeringen, en verstrekt daarbij tijdig de relevante documenten aan die
instellingen. 4. De macrofinanciële bijstand
van de Unie wordt voor een periode van tweeënhalf jaar beschikbaar gesteld, met
ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 3, lid 1,
bedoelde memorandum van overeenstemming. 5. Indien de
financieringsbehoeften van Tunesië tijdens de periode van uitbetaling van de
macrofinanciële bijstand van de Unie aanzienlijk verminderen ten opzichte van
de oorspronkelijke prognoses, verlaagt de Commissie, handelend in
overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, het
bedrag van de bijstand of schort zij deze op of staakt zij deze. Artikel 2 Eerbiediging door Tunesië van effectieve
democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere
partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, is een randvoorwaarde voor het
verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Tijdens de volledige duur
van de macrofinanciële bijstand van de Unie controleert de Commissie of aan
deze randvoorwaarde is voldaan. Dit artikel wordt toegepast in overeenstemming
met Besluit 2010/427/EU van de Raad[6]. Artikel 3 1. De Commissie bereikt, in
overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met
de Tunesische overheid overeenstemming over duidelijk bepaalde voorwaarden
inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele
hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, waaraan de macrofinanciële bijstand
van de Unie onderworpen is en die worden vastgelegd in een memorandum van
overeenstemming ("het memorandum van overeenstemming"), dat een
tijdschema bevat voor de verwezenlijking van die voorwaarden. De in het
memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid
en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde
overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma’s voor
macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Tunesië met
steun van het IMF worden uitgevoerd. 2. Deze voorwaarden zijn er in
het bijzonder op gericht de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van
beheersystemen voor overheidsfinanciën in Tunesië te bevorderen, met inbegrip
van de systemen voor het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie.
Bij het bepalen van de beleidsmaatregelen moet ook terdege rekening worden
gehouden met vooruitgang wat betreft het wederzijds openstellen van markten, de
ontwikkeling van op regels gebaseerde en eerlijke handel en andere prioriteiten
in het kader van het externe beleid van de Unie. De vooruitgang behaald bij het
verwezenlijken van die doelstellingen wordt regelmatig door de Commissie
gecontroleerd. 3. De financiële voorwaarden van
de macrofinanciële bijstand van de Unie worden in detail vastgelegd in een
tussen de Commissie en de Tunesische autoriteiten te sluiten
leningsovereenkomst. 4. De Commissie onderzoekt op
gezette tijden of de in artikel 4, lid 3, gestelde voorwaarden vervuld blijven,
onder meer of het economische beleid van Tunesië verenigbaar is met de
doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. De Commissie werkt
daarbij nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, indien nodig, met het
Europees Parlement en de Raad. Artikel 4 1. De macrofinanciële bijstand
van de Unie wordt door de Commissie beschikbaar gesteld in drie leningstranches,
mits aan de voorwaarden van lid 3 is voldaan. De omvang van elke tranche
wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd. 2. Voor de bedragen van de
macrofinanciële bijstand van de Unie worden, indien nodig, voorzieningen
getroffen overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009
van de Raad[7].
3. De Commissie besluit tot
uitkering van de tranches mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan: (a)
de in artikel 2 gestelde randvoorwaarde; (b)
een bevredigende voortgang bij de uitvoering van een
beleidsprogramma met krachtige maatregelen voor aanpassing en structurele
hervorming, ondersteund door een niet uit voorzorg getroffen kredietregeling
met het IMF, en (c)
het binnen een specifieke termijn uitvoering geven
aan de voorwaarden inzake economisch beleid en de financiële voorwaarden die in
het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen. De tweede tranche wordt niet vroeger dan drie
maanden na de uitkering van de eerste tranche uitbetaald. De derde tranche
wordt niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de tweede tranche
uitbetaald. 4. Indien de in lid 3 bepaalde
voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de uitkering van de macrofinanciële
bijstand van de Unie door de Commissie tijdelijk opgeschort of geannuleerd. In
die gevallen stelt zij het Europees Parlement en de Raad van de redenen van die
opschorting of annulering in kennis. 5. De macrofinanciële bijstand
van de Unie wordt uitbetaald aan de Centrale Bank van Tunesië. Met inachtneming
van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder
andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire
financieringsbehoefte, kunnen de middelen van de Unie aan het Tunesische
ministerie van Financiën als eindbegunstigde worden overgemaakt. Artikel 5 1. De op de macrofinanciële
bijstand van de Unie betrekking hebbende verrichtingen tot het opnemen en
verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro met dezelfde valutadatum, en
mogen de Unie niet blootstellen aan enige looptijdtransformatie, enig valuta-
of renterisico, of enig ander commercieel risico. 2. Indien de omstandigheden dit
mogelijk maken en indien Tunesië daarom verzoekt, kan de Commissie de nodige
maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat in de leningsvoorwaarden een clausule
inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan
de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt. 3. De Commissie kan, indien de
omstandigheden een gunstiger rente op de verstrekte lening mogelijk maken en
indien Tunesië daarom verzoekt, besluiten de oorspronkelijk door haar opgenomen
leningen geheel of gedeeltelijk te herfinancieren of de desbetreffende
financiële voorwaarden te herstructureren. De herfinancieringen of
herstructureringen geschieden onder de in lid 1 en in lid 4 gestelde voorwaarden
en mogen niet leiden tot een verlenging van de looptijd van de betrokken
opgenomen leningen en evenmin tot een verhoging van het op de datum van deze
herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande bedrag. 4. Alle kosten die de Unie ter zake
van de uit hoofde van dit besluit opgenomen of verstrekte leningen maakt, komen
ten laste van Tunesië. 5. De Commissie stelt het
Europees Parlement en de Raad in kennis van de ontwikkelingen met betrekking
tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen. Artikel 6 1. De macrofinanciële bijstand
van de Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom)
nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[8] en Gedelegeerde
Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie[9]. 2. De macrofinanciële bijstand
van de Unie wordt onder direct beheer uitgevoerd. 3. Het memorandum van
overeenstemming en de leningsovereenkomst met de Tunesische overheid bevatten
bepalingen die het volgende verzekeren: (a)
Tunesië gaat regelmatig na of de uit de begroting
van de Unie verstrekte financiering naar behoren is gebruikt, neemt passende
maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude, en onderneemt zo
nodig gerechtelijke stappen om de uit hoofde van dit besluit verstrekte
middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen; (b)
de financiële belangen van de Unie worden
beschermd, in het bijzonder met specifieke maatregelen met het oog op de
preventie en de bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden
in verband met de macrofinanciële bijstand van de Unie, overeenkomstig
Verordening (EG, Euratom) nr. 988/95 van de Raad[10], Verordening (Euratom, EG)
nr. 2185/96 van de Raad[11]
en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement
en de Raad[12]; (c)
de Commissie – met inbegrip van het Europees
Bureau voor fraudebestrijding – en haar vertegenwoordigers worden
uitdrukkelijk gemachtigd tot het uitvoeren van controles, waaronder controles
en inspecties ter plaatse; (d)
de Commissie en de Europese Rekenkamer worden
uitdrukkelijk gemachtigd om tijdens en na de periode dat de macrofinanciële
bijstand van de Unie beschikbaar is audits uit te voeren, met inbegrip van
documentaudits en audits ter plaatse, zoals onder meer operationele
beoordelingen; (e)
de Unie heeft recht op vervroegde terugbetaling van
de lening, indien is vastgesteld dat Tunesië met betrekking tot het beheer van
de macrofinanciële bijstand van de Unie fraude, corruptie of enige andere
onwettige activiteit heeft gepleegd die de financiële belangen van de Unie
schaadt. 4. Tijdens de uitvoering van de
macrofinanciële bijstand van de Unie houdt de Commissie door middel van
operationele beoordelingen toezicht op de deugdelijkheid van de voor deze
bijstand geldende financiële en administratieve procedures en interne en externe
controlemechanismen van Tunesië. Artikel 7 1. De Commissie wordt bijgestaan
door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt
verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van
toepassing. Artikel 8 1. De Commissie legt jaarlijks,
uiterlijk op 30 juni, aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor
over de tenuitvoerlegging van dit besluit in het voorgaande jaar, waaronder een
evaluatie van die tenuitvoerlegging. In dit verslag: (a)
wordt de geboekte vooruitgang bij het uitvoeren van
de macrofinanciële bijstand van de Unie onderzocht; (b)
worden de economische situatie en de vooruitzichten
van Tunesië, alsook de bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 3, lid 1,
bedoelde beleidsmaatregelen gemaakte vorderingen beoordeeld; (c)
wordt het verband gespecificeerd tussen de in het
memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele
economische en budgettaire prestaties van Tunesië en de besluiten van de
Commissie tot uitkering van de tranches van de macrofinanciële bijstand van de
Unie. 2. Uiterlijk twee jaar na het
verstrijken van de in artikel 1, lid 4, bedoelde beschikbaarheidsperiode
dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex
post-evaluatieverslag in met een beoordeling van de resultaten en de
doelmatigheid van de voltooide macrofinanciële bijstand van de Unie en van de
mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen. Artikel 9 Dit besluit treedt in werking op de derde dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstellingen 1.5. Motivering van het voorstel/initiatief 1.6. Duur en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en
onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN
VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en
betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming
van het voorstel/initiatief Macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[13]
Beleidsterrein: Titel 01 –
Economische en financiële zaken Activiteit: 03 – Internationale economische
en financiële kwesties 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie "Het bevorderen van welvaart buiten de
EU" Het belangrijkste relevante terrein waarop DG
ECFIN actief is, heeft betrekking op: 1. Bevordering van de tenuitvoerlegging van het
Europees nabuurschapsbeleid door verdieping van de economische analyse en
versterking van de beleidsdialoog en advisering over de economische aspecten
van de actieplannen. 2. Ontwikkeling, bewaking en tenuitvoerlegging van
macrofinanciële bijstand voor derde partnerlanden in samenwerking met de
betrokken internationale financiële instellingen. 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke doelstelling nr. 1: "Macrofinanciële bijstand verstrekken aan derde landen om mee te
werken aan de oplossing van hun betalingsbalansproblemen en het herstel van de
houdbaarheid van hun externe schuld" Betrokken AMB/ABB-activiteit(en): Internationale economische en financiële betrekkingen, mondiaal
bestuur. 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) De voorgenomen bijstand bestaat uit een EU-lening
van 250 miljoen EUR aan de Republiek Tunesië ("Tunesië") en moet
bijdragen tot een houdbaarder betalingsbalanssituatie. De bijstand, die in drie
tranches wordt uitbetaald, zal het land het hoofd helpen bieden aan de
economische en sociale problemen die het ondervindt ten gevolge van de
binnenlandse en regionale onrust. Ook zal de bijstand structurele hervormingen
bevorderen die zijn gericht op verhoging van de duurzame economische groei en
verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën. 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren De autoriteiten zullen op gezette tijden aan de
diensten van de Commissie verslag moeten uitbrengen over een reeks indicatoren
en een uitgebreid verslag moeten verstrekken inzake de naleving van de
overeengekomen beleidsvoorwaarden, voordat de tweede en de derde tranche van de
bijstand worden uitgekeerd. De diensten van de Commissie blijven ook na de in
Tunesië ter voorbereiding van deze operatie uitgevoerde operationele
beoordeling van de financiële en administratieve procedures het beheer van de
overheidsfinanciën bewaken. De EU-delegatie in Tunesië brengt ook periodieke
verslagen uit over zaken die relevant zijn voor het bewaken van de bijstand. De
diensten van de Commissie blijven nauwe contacten met het IMF en de Wereldbank
onderhouden om te profiteren van hun inzichten naar aanleiding van hun lopende
activiteiten in Tunesië. Het voorstel voor een wetgevingsbesluit voorziet
in een jaarlijks bij de Raad en het Europees Parlement in te dienen verslag
waarin een evaluatie van de tenuitvoerlegging van deze maatregel is opgenomen.
Binnen twee jaar na afloop van de uitvoeringsperiode wordt een onafhankelijke
evaluatie achteraf van de bijstand uitgevoerd. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien De uitkering van de bijstand is afhankelijk
gesteld van een bevredigende voortgang bij de tenuitvoerlegging van de
stand-by-overeenkomst (SBO) tussen Tunesië en het IMF. Daarnaast dient de
Commissie met de Tunesische autoriteiten een aantal specifieke, in een
memorandum van overeenstemming vast te leggen beleidsvoorwaarden overeen te
komen waaraan moet worden voldaan voordat de tweede en de derde tranche door de
Commissie worden uitgekeerd. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Door het land te helpen de economische schok te
boven te komen die de binnenlandse en regionale onrust heeft veroorzaakt,
draagt de voorgestelde MFB bij tot de bevordering van de macro-economische
stabiliteit, de economische hervormingen en de politieke vooruitgang in het
land. Doordat de MFB fungeert als aanvulling op de middelen die door de
internationale financiële instellingen, de EU en andere donoren ter beschikking
zijn gesteld, zal hij bijdragen tot de algehele doeltreffendheid van het
financiële steunpakket dat door de internationale donorengemeenschap in de
nasleep van de crisis is overeengekomen. Het voorgestelde programma zal ook het streven van
de regering naar hervormingen en naar nauwere betrekkingen met de EU
bevorderen. Dit resultaat zal onder meer worden verwezenlijkt door de uitkering
van de bijstand van passende voorwaarden afhankelijk te stellen. In een ruimere
context zal het programma een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in
de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die
ondanks moeilijke economische omstandigheden vastberaden voor politieke
hervormingen hebben gekozen. 1.5.3. Nuttige ervaring die bij
soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan Sinds 2004 zijn in totaal vijftien evaluaties
achteraf van macrofinanciële bijstandsoperaties uitgevoerd. Volgens deze
evaluaties levert de MFB een positieve, zij het soms bescheiden en indirecte
bijdrage tot een betere houdbaarheid van de externe positie, de
macro-economische stabiliteit en de totstandbrenging van structurele hervormingen
in het begunstigde land. In de meeste gevallen hebben de MFB-pakketten een
positief effect gehad op de betalingsbalans van het begunstigde land en
verlichting gebracht in de begrotingsmoeilijkheden. Ook hebben ze geleid tot
een enigszins hogere economische groei. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten De EU is een van de belangrijkste donoren van
Tunesië. De EU heeft in het kader van haar normale samenwerkingsprogramma voor
de periode 2011-2013 giften ten belope van 290 miljoen EUR beschikbaar gesteld
ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingsagenda van
Tunesië. Daarnaast is in de periode 2011-2013 140 miljoen EUR aan
Tunesië toegewezen in het kader van het Spring-programma (Support for Partnership,
Reform and Inclusive Growth – steun voor partnerschap, hervormingen en
inclusieve groei). De grootste toegevoegde waarde van MFB in
vergelijking met andere EU-instrumenten is dat hij de totstandkoming
faciliteert van een stabiel macro-economisch kader (onder meer door een
houdbare betalingsbalans- en begrotingssituatie te bevorderen) en van een
passend kader voor structurele hervormingen. MFB is niet bedoeld als periodieke
financiële steun en evenmin ter ondersteuning van de economische en sociale ontwikkeling
van de begunstigde landen. De MFB moet worden beëindigd zodra het land weer
door een houdbare externe financiële situatie wordt gekenmerkt. Daarna moeten
reguliere EU-instrumenten voor samenwerking en bijstand de plaats van MFB
innemen. Voorts is MFB opgevat als complementair aan
interventies van de internationale financiële instellingen, en in het bijzonder
aan de aanpassings- en hervormingsprogramma's die door de SBO van het IMF en
door de lening ter ondersteuning van het ontwikkelingsbeleid van de Wereldbank
worden ondersteund. 1.6. Duur en financiële gevolgen X Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur X Voorstel/initiatief is van kracht gedurende 2,5
jaar vanaf de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming, zoals
bepaald in artikel 1, lid 4, van het besluit X Financiële gevolgen vanaf 2014 tot 2017 1.7. Beheersvorm(en)[14] X Direct gecentraliseerd beheer door de
Commissie 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen De bijstand in kwestie is van macro-economische
aard en sluit qua opzet aan bij het door het IMF ondersteunde economische
programma. De controle van de actie door de diensten van de Commissie zal
plaatsvinden op basis van de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de SBO en
de specifieke hervormingsmaatregelen die met de Tunesische autoriteiten in een
memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen (zie ook punt 1.4.4). 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's Aan deze MFB-operatie zijn fiduciaire,
beleidsmatige en politieke risico's verbonden. Er bestaat een risico dat de macrofinanciële
bijstand, die niet aan specifieke uitgaven is gebonden, op frauduleuze wijze
kan worden aangewend. In het algemeen hangt dit risico samen met factoren zoals
de kwaliteit van beheerssystemen in de centrale bank en het ministerie van
Financiën en de adequaatheid van interne en externe controlemogelijkheden. Een ander belangrijk risico van de operatie hangt
samen met de economische en politieke onzekerheid in de regio, in het bijzonder
in Libië, die rechtstreekse gevolgen heeft voor de Tunesische economie. Op
binnenlands vlak wordt het voornaamste risico gevormd door instabiliteit als
gevolg van problemen bij het politieke en economische hervormingsproces. De
volledige tenuitvoerlegging van de stabiliserings- en hervormingsmaatregelen
die door de internationale gemeenschap worden gesteund, met inbegrip van de
voorgestelde MFB-operatie, zou ondermijnd kunnen worden door maatschappelijke
ontevredenheid. Tot slot zijn er risico's die verband houden met
een mogelijke verzwakking van de Europese en mondiale economische omgeving en
met een stijging van internationale energie- en voedselprijzen. 2.2.2. Controlemiddel(en) De macrofinanciële bijstand is onderworpen aan
verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de
Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF),
en van de Europese Rekenkamer. 2.2.3. Kosten en baten van controles
en waarschijnlijke mate van niet-nakoming De basiskosten voor de Commissie die met de
verificatie- en controlemethoden verband houden, alsmede de kosten van de vóór
de operatie uitgevoerde operationele beoordeling van financiële en
administratieve procedures worden in tabel 3.2.1 omschreven. Daarnaast zijn er
kosten voor de Europese Rekenkamer en voor eventuele interventies van OLAF. De
operationele beoordeling helpt niet alleen de risico's van misbruik van de
middelen in te schatten, maar biedt als bijkomend voordeel nuttige informatie
over de noodzakelijke hervormingen op het gebied van het beheer van de
overheidsfinanciën, die wordt geïntegreerd in de beleidsvoorwaarden van de
operatie. Wat het waarschijnlijke niveau van niet-naleving betreft, wordt het
risico van niet-naleving (in de vorm van niet-terugbetaling van de lening of
misbruik van de middelen) op grond van de ervaringen die met het MFB-instrument
sinds het bestaan ervan zijn opgedaan, geacht laag te zijn. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden Om de risico's van frauduleus gebruik van de
middelen te voorkomen, zullen meerdere maatregelen worden getroffen. Ten eerste omvat de voorgestelde rechtsgrondslag
voor macrofinanciële bijstand aan Tunesië een bepaling over maatregelen ter
preventie van fraude. Deze maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in het
memorandum van overeenstemming en de leningsovereenkomst en zullen een aantal
bepalingen omvatten met betrekking tot inspectie, fraudepreventie, controles en
de terugvordering van middelen in geval van fraude of corruptie. Het is voorts
de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met
name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, wordt verbonden
ter bevordering van de efficiëntie, de transparantie en de verantwoordingsplicht.
Ten tweede zullen de diensten van de Commissie,
bijgestaan door daartoe naar behoren gemachtigde externe deskundigen, voordat
het memorandum van overeenstemming wordt overeengekomen, een operationele
evaluatie uitvoeren van de financiële en administratieve procedures van het
ministerie van Financiën en de Centrale Bank van Tunesië, teneinde te voldoen
aan de vereisten van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene
begroting van de Europese Gemeenschappen. Deze evaluatie zal bepalen of het kader voor prudent financieel
beheer van macrofinanciële bijstand in Tunesië voldoende doeltreffend is
door onder meer de volgende aspecten te onderzoeken: beheersstructuur en
-organisatie, middelenbeheer en -controle, beveiliging van IT-systemen, interne
en externe controlecapaciteit en de onafhankelijkheid van de centrale bank.
Naar aanleiding van deze evaluatie kunnen specifieke mechanismen voor het
beheer van de middelen door de begunstigden worden ingevoerd in overleg met de
nationale autoriteiten. Daarnaast zal de steun worden uitbetaald op een
speciaal daarvoor bedoelde rekening bij de Centrale Bank van Tunesië. Tot slot is de
bijstand onderworpen aan verificatie-, controle- en auditprocedures onder de
verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau
voor fraudebestrijding (OLAF), en van de Europese Rekenkamer. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen 01 03 02: Macrofinanciële bijstand 01 03 06 – Voorziening van het Garantiefonds[15] In volgorde van de
rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Bijdrage Aantal [Beschrijving………………...……….] || GK/ NGK ([16]) || van EVA-landen[17] || van kandidaat-lidstaten[18] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement 4. || 01 03 02 Macrofinanciële bijstand || GK || NEE || NEE || NEE || NEE 4. || 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || GK || NEE || NEE || NEE || NEE 01 03 06 – Garantie
van de Europese Unie voor opgenomen EU-leningen voor macrofinanciële bijstand
aan derde landen. Overeenkomstig de gewijzigde Garantiefondsverordening zijn
stortingen in het Garantiefonds vereist. In overeenstemming met deze
verordening worden leningen gebaseerd op het uitstaande bedrag aan het einde
van het jaar. Het voorzieningsbedrag wordt aan het begin van
jaar "n" berekend als het verschil tussen het streefbedrag en de
waarde van de nettoactiva van het Fonds aan het einde van jaar "n-1".
Dit voorzieningsbedrag wordt in het jaar "n" in het voorontwerp van
begroting van het jaar "n+1" opgenomen en aan het begin van het jaar
"n+1" in één keer overgemaakt uit begrotingsonderdeel 01 03 06
("Voorziening van het Garantiefonds"). Voor de berekening van de
storting in het fonds wordt dus 9% (maximaal 22,5 miljoen EUR) van
het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag als streefbedrag aan het einde van jaar
"n-1" in aanmerking genomen. De begrotingspost ("p.m.") voor de begrotingsgarantie voor de
lening zal alleen worden ingezet als daadwerkelijk een beroep op de garantie
wordt gedaan. Verwacht wordt dat geen beroep op de begrotingsgarantie zal
worden gedaan. ¨¨Te creëren nieuwe
begrotingsonderdelen: niet van toepassing. 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven in miljoen EUR (tot op drie decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader || 4. || || || [Rubriek: De EU als mondiale partner] DG: <ECFIN> || || || Jaar 2013[19] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || Begrotingsonderdeel 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || Vastleggingen || (1a) || || || || 15,3 || 7,2 || 22,5 Betalingen || (2a) || || || || 15,3 || 7,2 || 22,5 Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[20] (operationele beoordeling en evaluatie achteraf) || || || || || || Begrotingsonderdeel 01 03 02 || Vastleggingen || (3) || 0,05 || || || 0,15 || || 0,20 || Betalingen || (3a) || || 0,05 || || 0,05 || 0,10 || 0,20 TOTAAL kredieten voor DG ECFIN || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7 Betalingen || =2+2a +3 || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7 TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7 Betalingen || (5) || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7 TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 4 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7 Betalingen || =5+ 6 || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7 Wanneer het
voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken in miljoen EUR (tot op drie decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || || "Administratieve uitgaven" || || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL DG: <…….> || || Personele middelen || 0,030 || 0,028 || 0,021 || 0,010 || 0,016 || 0,105 Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,010 || || || 0,040 TOTAAL DG ECFIN || Kredieten || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || 0,145 TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (Totaal vastleggingen = totaal betalingen || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || 0,145 in miljoen EUR (tot op drie decimalen) || || || Jaar 2013[21] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 0,095 || 0,043 || 0,031 || 15,46 || 7,216 || 22,845 Betalingen || 0,045 || 0,093 || 0,031 || 15,36 || 7,316 || 22,845 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig –
X Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten
nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op
drie decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[22] || || || || || || || || || || || || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || || || Soort || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Totaal aantal || Totale kosten - Output 1 || Operationele beoordeling || 1 || 0,05 || || || || || || || || || 1 || 0,05 - Output 2 || Evaluatie achteraf || || || || || || || 1 || 0,15 || || || 1 || 0,15 - Output 3 || Voorziening van het Garantiefonds || || || || || || || 1 || 15,3 || 1 || 7,2 || 2 || 22,5 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || 1 || 0,05 || || || || || 2 || 15,45 || 1 || 7,2 || 4 || 22,7 TOTALE KOSTEN || 1 || 0,05 || || || || || 2 || 15,45 || 1 || 7,2 || 4 || 22,7 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig –
X Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve
kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: in miljoen EUR (tot op drie decimalen) || Jaar 2013[23] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || || Personele middelen || 0,030 || 0,028 || 0,021 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,105 Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,010 || || || || || || 0,040 Subtotaal voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,145 Buiten RUBRIEK 5[24] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || || TOTAAL || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,145 De benodigde
administratieve kredieten zullen worden gefinancierd uit de kredieten die reeds
voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn
herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de
jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen
aan het beherende DG kunnen worden toegewezen. 3.2.3.2. Geraamde
personeelsbehoeften –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig. –
X Voor het voorstel/initiatief zijn personele
middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: Raming moet worden uitgedrukt in
voltijdsequivalenten || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) || 01 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0,227 || 0,212 || 0,159 || 0,076 || 0,121 || || || XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || || XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || || 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || || Extern personeel (in voltijdsequivalenten: VTE)[25] XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || || XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || || XX 01 04 jj[26] || - zetel || || || || || || || || - delegaties || || || || || || || || XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) || || || || || || || || 10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || || TOTAAL || 0,227 || 0,212 || 0,159 || 0,076 || 0,121 || || || XX is het
beleidsterrein of de begrotingstitel De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de uit te voeren taken Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Eenheidshoofd: Toezicht houden op de operatie en deze beheren, overeenstemming bereiken over de verslagen inzake de evaluatie van de leningsovereenkomsten, controlebezoeken leiden en de voortgang wat betreft de naleving van de voorwaarden evalueren. Desk: Het memorandum van overeenstemming opstellen, contacten onderhouden met autoriteiten en internationale financiële instellingen, alsook met externe deskundigen voor operationele beoordelingen en evaluaties achteraf, controlebezoeken uitvoeren en rapporten van de diensten van de Commissie opstellen, Commissieprocedures met betrekking tot het beheer van de bijstand uitwerken. Extern personeel || nvt 3.2.4. Verenigbaarheid
met het huidige meerjarige financiële kader –
X Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het
huidige meerjarige financiële kader. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
X Het voorstel/initiatief voorziet niet in
medefinanciering door derden. 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten X Het voorstel/initiatief heeft geen financiële
gevolgen voor de ontvangsten. [1] Besluit nr. 1025/2013/EU van het Europees Parlement en
de Raad van 22 oktober 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de
Kirgizische Republiek; ontwerpbesluit tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, waarvan de vaststelling voor
december 2013 is gepland. [2] Vanaf de begroting voor 2014 wordt begrotingsonderdeel 01 04 01 14
begrotingsonderdeel 01 03 06. [3] PB C […] van […], blz. […]. [4] Standpunt van het Europees Parlement van … 2012 en
besluit van de Raad van … 2012. [5] Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement
en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften
en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55
van 28.2.2011, blz. 13). [6] Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot
vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern
optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30). [7] Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei
2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009,
blz. 10). [8] Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees
Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële
regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking
van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB
L 298 van 26.10.2012, blz. 1). [9] Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de
Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tot vaststelling van de financiële
regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012,
blz. 1). [10] Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18
december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1). [11] Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11
november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de
Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de
Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996,
blz. 2). [12] Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees
Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door
het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en
Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1). [13] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [14] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar
het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [15] Vanaf de begroting voor 2014 wordt begrotingsonderdeel 01 04 01 14
begrotingsonderdeel 01 03 06. [16] GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten. [17] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. [18] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan. [19] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [20] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [21] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [22] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke
doelstelling(en)…" [23] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [24] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [25] AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent
Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd
nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en
Délégation (jonge deskundige in delegaties). [26] Onder het maximum voor extern personeel uit
beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).