52013PC0860

Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië /* COM/2013/0860 final - 2013/0416 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

· Motivering en doel van het voorstel

De economie van Tunesië heeft te lijden gehad onder de binnenlandse onrust naar aanleiding van de revolutie van 2011, de instabiliteit in de regio (in het bijzonder de oorlog in Libië) en een somber internationaal klimaat, met name in de eurozone, waarmee Tunesië nauwe financiële en handelsbetrekkingen onderhoudt. In 2011 heeft de economie een recessie doorgemaakt en ondanks de bescheiden economische opleving in 2012, toen het toerisme en de buitenlandse directe investeringen (BDI) zich herstelden en de economische activiteit aantrok, blijft de macro-economische situatie zeer kwetsbaar. Vooral de toestand van de begroting en van de betalingsbalans is er vrij sterk op achteruitgegaan, hetgeen in aanzienlijke financieringsbehoeften resulteerde.

Tegelijkertijd zet het land, na de afzetting van president Ben Ali op 14 januari 2011, belangrijke stappen in de richting van de invoering van democratische mechanismen, met onder meer de organisatie van vrije verkiezingen en de oprichting van een nationale grondwetgevende vergadering. Hoewel het politieke overgangsproces niet zonder moeilijkheden is verlopen en door perioden van instabiliteit werd gekenmerkt, zal het naar verwachting uitmonden in de goedkeuring van een nieuwe grondwet en het houden van nieuwe verkiezingen in de eerste helft van 2014.

Tegen deze achtergrond hebben de Tunesische autoriteiten medio april 2013 een overeenkomst met medewerkers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bereikt over een stand-by-overeenkomst (SBO) van 24 maanden ten bedrage van 1,75 miljard USD (400 % van het quotum), die in juni door de Raad van Bestuur van het IMF is goedgekeurd. Met de SBO wordt beoogd het regeringsprogramma van economische hervormingen te ondersteunen, de kwetsbaarheid van de economie te verminderen en een duurzame en inclusieve groei te bevorderen.

In deze context heeft de Tunesische regering op 28 augustus 2013 om macrofinanciële bijstand (MFB) van de EU ten belope van 500 miljoen EUR verzocht, waarvan een deel in de vorm van een gift (zie bijgaande brief). De Europese Commissie dient dan ook bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in om de Republiek Tunesië een maximumbedrag van 250 miljoen EUR aan MFB toe te kennen. De bijstand zou de vorm aannemen van leningen op middellange termijn, maar zou geen giftcomponent omvatten omdat Tunesië niet voldoet aan de criteria om in het kader van MFB-operaties voor giften in aanmerking te komen.

De voorgestelde MFB van de EU zou Tunesië helpen bij het dekken van een deel van zijn resterende externe financieringsbehoeften voor de periode 2014-15 in de context van het IMF-programma, die op 3,0 miljard USD worden geraamd. De bijstand zou de economie op korte termijn minder kwetsbaar maken wat de betalingsbalans en de begroting betreft en tegelijkertijd het aanpassings- en hervormingsprogramma ondersteunen dat met het IMF en de Wereldbank is overeengekomen, alsook de hervormingen die zijn afgesproken in het kader van de EU-operaties ter ondersteuning van de begroting, en met name het contract voor staatsopbouw "Programme d’Appui à la Relance" (PAR), dat ten dele is gefinancierd door het Spring-programma van de EU (Support for Partnership, Reform and Inclusive Growth - steun voor partnerschap, hervormingen en inclusieve groei).

De voorgestelde MFB sluit tevens aan bij de doelstellingen van het Deauville-partnerschap van de G8 en bij de oriëntaties van het nieuw Europees nabuurschapsbeleid (ENB). De steun zal een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke economische omstandigheden voor politieke hervormingen hebben gekozen.

Tegen deze achtergrond is de Commissie van oordeel dat aan de politieke en economische voorwaarden voor de toekenning van een MFB-pakket van de voorgestelde omvang en aard is voldaan.

· Algemene context

Nadat er zich in 2011 een ernstige recessie had voorgedaan, waarbij de economie met 1,9 % kromp wegens binnenlandse politieke onrust en het Libische conflict, is in 2012 een bescheiden herstel ingezet ondanks het ongunstige internationale en binnenlandse klimaat: de reële bbp-groei trok aan tot naar schatting 3,6 %, vooral onder impuls van het herstel van het toerisme en de BDI-instroom. Ondanks de veelbelovende opleving van de industriële activiteit en toename van het toerisme medio 2013, hebben de aanhoudende politieke patstelling, de lager dan verwachte groei in de EU (de voornaamste handelspartner van Tunesië) en in de opkomende markten, alsook een tegenvallende oogst een rem gezet op de economische activiteit. Het IMF heeft zijn voorspelling voor de bbp-groei in 2013 onlangs bijgesteld van 4 % naar 3 %. De groeiprognose voor 2014 is eveneens neerwaarts herzien, namelijk van 4,5 % naar 3,7 %, met sterk neerwaartse risico's vanwege de binnenlandse politieke toestand.

Werkloosheid blijft een belangrijk punt van zorg met een werkloosheidsgraad van 15,9 % eind juni 2013, tegen 13,5 % vóór de revolutie; zij is bijzonder hoog bij jongeren en vrouwen. Sinds begin 2012 is er sprake van inflatoire druk, die grotendeels terug te voeren is op stijgende gereguleerde energieprijzen en hogere voedselprijzen. In september is de inflatie evenwel teruggelopen tot 5,7 % (en de kerninflatie tot 4,4 %) en de verwachting is dat deze zich rond dat niveau zal stabiliseren.

Gedurende geheel 2011 en in de eerste maanden van 2012 was er sprake van een accomoderend monetair beleid in reactie op het bestaan van een grote output gap en een vrij stabiele kerninflatie. Daar de inflatie is beginnen te versnellen en de externe en begrotingssaldi verder zijn verslechterd, heeft de Centrale Bank van Tunesië echter een aantal verkrappingsmaatregelen genomen: sinds augustus 2012 heeft zij haar belangrijkste beleidsrente met 50 basispunten opgetrokken (tot 4 %).

Wat de overheidsfinanciën betreft, wordt in het IMF-programma uitgegaan van een bescheiden begrotingsaanpassing voor 2013: volgens de plannen zou het begrotingstekort toenemen tot 7,3 % van het bbp, voornamelijk als gevolg van de kosten van de voorgenomen herkapitalisatie van banken en het inlopen van betalingsachterstanden. Recente trends laten evenwel vermoeden dat als nieuwe maatregelen uitblijven, de begroting sterk zal ontsporen (thans wordt voorspeld dat het tekort zal oplopen tot 8,4 % van het bbp, tenzij corrigerende maatregelen worden genomen). Verwacht wordt dat deze verslechtering van de begrotingssituatie in 2013, net als vorig jaar, ten dele zal worden opgevangen doordat minder overheidsinvesteringen worden verricht.

Voor 2014 dringt het IMF aan op een extra aanpassingsinspanning ter grootte van ongeveer 2 procentpunten van het bbp om de geplande tekortdoelstelling van 6,4 % van het bbp te realiseren. De corrigerende maatregelen zullen wellicht het volgende omvatten: aanpassing van de energietarieven, totstandbrenging van een doelgerichter sociaal vangnet, een betere beheersing van de loonkosten in de overheidssector (die ongeveer 13 % van het bbp en 60 % van de ontvangsten uitmaken), accijnsverhogingen en maatregelen om tot efficiëntere overheidsuitgaven te komen. Ook de herkapitalisatiebehoeften van de financiële sector dienen naar behoren te worden gebudgetteerd in de wet.

De overheidsschuld bedroeg 44 % van het bbp in 2012, maar zal naar verwachting een lichte toename te zien geven tot 45,3 % van het bbp aan het einde van dit jaar en zal in 2014 met 49,5 % van het bbp een hoogtepunt bereiken. De schuldendienst blijft beheersbaar met 6 % van de totale begrotingsuitgaven.

Het zich gedurende geheel 2012 aftekenende groeiherstel tegen de achtergrond van een zwakke mondiale vraag (met name van de EU) en de hoog blijvende grondstoffenprijzen hebben ertoe bijgedragen dat het tekort op de lopende rekening tot 8,1 % van het bbp is gestegen. Het tekort is in 2013 verder toegenomen, waarbij de laatste projecties duiden op een verslechtering tot ongeveer 8,3 % van het bbp, terwijl in het IMF-programma op een tekort van 7,5 % van het bbp werd gemikt. Voorts is de BDI-instroom in 2013 tot dusver 40 % lager uitgekomen dan aanvankelijk in het IMF-programma was aangenomen. Bovendien is veel minder officiële bijstand uitbetaald dan gepland. Als gevolg van deze financieringstegenvallers en het hoger dan geplande tekort op de lopende rekening wordt Tunesië in 2013 met een aanzienlijk tekort op de betalingsbalans (ter grootte van circa 750 miljoen USD) geconfronteerd, al kan een mogelijke lening van Qatar tot een vermindering ervan bijdragen. Het IMF verwacht dat deze tegenvaller zal worden opgevangen door een vermindering van de deviezenreserves met 600 miljoen USD in vergelijking met de oorspronkelijke programmadoelstellingen en door een verdere verlaging van de overheidsinvesteringen (die een hoog invoergehalte hebben).

Na in 2012 een gedeeltelijk herstel te hebben vertoond, zijn de officiële deviezenreserves begin 2013 in snel tempo gaan afnemen. Eind oktober 2013 bedroegen de reserves 6,9 miljard USD, waarmee zij slechts 104 dagen invoer dekten. Verwacht wordt dat zij eind 2013 7,5 miljard USD zullen belopen, wat neerkomt op een daling met 1,1 miljard USD in 2013 en schril afsteekt tegen de oorspronkelijk voor genoemd jaar geplande toename met 400 miljoen USD. In nominale effectieve termen is de dinar met ongeveer 12 % in waarde verminderd sinds de revolutie en met ongeveer 6 % sinds begin 2013.

De crisis van 2011 had negatieve gevolgen voor een aantal belangrijke banken, en met name voor de overheidsbanken, die sterker aan de zwaar getroffen toerismesector waren blootgesteld. Dit heeft de Centrale Bank van Tunesië er in de loop van 2012 toe aangezet een aanzienlijke hoeveelheid liquiditeiten aan de commerciële banken te verstrekken om hen te helpen bij het dekken van hun financieringsbehoeften. Er is evenwel reeds een aanvang gemaakt met het geleidelijk afbouwen van dergelijke liquiditeitsinjecties. De autoriteiten zijn voornemens om in het kader van het met het IMF overeengekomen programma over te gaan tot de herkapitalisatie en sanering van de banken die door de crisis zijn geraakt.

Naast de noodzaak om het bankwezen te herstructureren en te versterken, moeten er nog andere essentiële structurele hervormingen worden doorgevoerd, zoals onder meer het terugdringen van de werkloosheid en het gelijktijdig verhogen van de participatiegraden (met name die van vrouwen), het verkleinen van de regionale en inkomensverschillen, het verminderen van de al te grote afhankelijkheid van de ontwikkeling van een in de kuststreek gevestigde exportsector met een lage toegevoegde waarde, het hervormen van het inefficiënte systeem van prijssubsidies en het versterken van het sociale vangnet.

Zoals reeds is aangestipt, heeft de Raad van Bestuur van het IMF op 7 juni 2013 zijn goedkeuring gehecht aan een tweejarige SBO voor een bedrag van 1,75 miljard USD (400 % van het quotum van Tunesië). De voornaamste doelstellingen van het IMF-programma luiden als volgt: i) handhaven van de macro-economische stabiliteit, deels door structurele hervormingen door te voeren en tot de selectieve herkapitalisatie van banken over te gaan; ii) ondersteunen van inclusieve groei; iii) reduceren van de externe kwetsbaarheid; en iv) versterken van het vertrouwen van investeerders en donoren.

Herziene projecties duiden op aanzienlijke betalingsbalansbehoeften voor de periode 2014-2015, waarbij het totale externe financieringstekort op 4,4 miljard USD wordt geraamd. Dit financieringstekort is grotendeels aan de volgende twee factoren toe te schrijven: een hoog blijvend tekort op de lopende rekening en de noodzaak om in de periode 2014-2015 deviezenreserves op te bouwen. Na aftrek van de uitkeringen in het kader van de SBO en de door de Wereldbank ter beschikking gestelde lening ter ondersteuning van het ontwikkelingsbeleid (Development Policy Loan – DPL) wordt Tunesië in deze periode met een resterend extern financieringstekort van 3,0 miljard USD geconfronteerd. De voorgestelde MFB van de EU zou goed zijn voor ongeveer 10,8 % van het resterende financieringstekort voor de periode 2014-2015.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Geen

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

De EU wil nauwe banden met Tunesië aanknopen en de economische en politieke hervormingen in het land ondersteunen. In 1995 werd Tunesië het eerste land in het zuidelijke Middellandse Zeegebied dat een associatieovereenkomst met de EU ondertekende. Deze overeenkomst blijft de rechtsgrondslag voor bilaterale samenwerking vormen. De bilaterale betrekkingen zijn verder versterkt in het kader van het ENB van de EU, mede via de aanneming van vijfjarige ENB-actieplannen waarin strategische doelstellingen voor deze samenwerking zijn vastgelegd. Het meest recente actieplan heeft betrekking op de periode 2013-2017. Daarnaast is het land lid van de Unie voor het Middellandse Zeegebied. De economische banden met de EU zijn belangrijk. Het grootste deel van de handel van Tunesië vindt immers plaats met de EU. In 2012 was de EU goed voor 59,3 % van de invoer en 68,1% van de uitvoer van Tunesië. Tunesië is ook sterk afhankelijk van de EU wat BDI en andere financiële stromen, geldovermakingen door emigranten en toerisme-inkomsten betreft. Tunesië heeft in 2008 de laatste hand gelegd aan de afschaffing van de tarieven voor industrieproducten, waarmee het het eerste mediterrane land was dat een vrijhandelsovereenkomst met de EU sloot. De EU heeft Tunesië voorgesteld onderhandelingen over een diepe en brede vrijhandelszone aan te knopen met de bedoeling Tunesië volledige toegang te bieden tot de eengemaakte markt van de EU, maar deze onderhandelingen zijn nog niet van start gegaan.

De MFB van de EU zou fungeren als aanvulling op het totaalbedrag van 445 miljoen EUR aan giften in het kader van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument en het Spring-programma, en met name op de voorwaarden die zijn gesteld in het kader van het PAR III-pakket waaraan de EU deelneemt. De uitvoering van deze beide programma's zal nauw worden gecoördineerd aangezien zij elkaar aanvullen en wederzijds versterken. De voorgenomen MFB zal de betalingsbalans op korte termijn ondersteunen, terwijl het contract voor staatsopbouw de voltooiing van het democratisch overgangsproces zal ondersteunen met behulp van maatregelen op het terrein van de economische en politieke governance. Door de Tunesische autoriteiten te steunen bij de totstandbrenging van een passend kader om het macro-economische beleid te hervormen en structurele hervormingen door te voeren, zou de MFB van de EU de meerwaarde en de doelmatigheid van het EU-optreden via andere financiële instrumenten ten goede komen. Daarnaast zou de MFB fungeren als aanvulling op de middelen die door de internationale financiële instellingen, bilaterale donoren en andere financiële instellingen van de EU ter beschikking zijn gesteld, en aldus bijdragen tot de algehele doeltreffendheid van het financiële steunpakket dat door de internationale donorengemeenschap in de nasleep van de crisis is overeengekomen.

Kortom, hoewel het pad van Tunesië naar een volwaardige democratie niet zonder moeilijkheden is en er belangrijke onzekerheden blijven bestaan, heeft het land toch aanzienlijke stappen gezet in de richting van een politieke hervorming ter versterking van de democratische instellingen en mechanismen, hetgeen onder meer moet resulteren in de totstandkoming van een parlementair stelsel met meerdere partijen, de uitbouw van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten. Het land heeft ook plannen voor een programma van economische hervormingen die erop gericht zijn de grondslag te leggen voor een duurzaam, banenscheppend en billijk groeimodel.

Het MFB-voorstel is in overeenstemming met de toezegging van de EU om het economische en politieke overgangsproces van Tunesië te ondersteunen. Het is tevens consistent met de bewoordingen van de MFB-besluiten met betrekking tot de Kirgizische Republiek en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië[1]. Meer in het bijzonder is het voorstel, zoals uitgebreider wordt toegelicht in het werkdocument dat het Commissievoorstel vergezelt, in overeenstemming met de volgende beginselen: uitzonderlijke aard, politieke voorwaarden, complementariteit, conditionaliteit en financiële discipline.

Zolang de MFB-operatie loopt, zal de Commissie blijven nagaan en toetsen of aan deze criteria is voldaan. Bij de toetsing of de politieke voorwaarden zijn vervuld, zullen de diensten van de Commissie nauw met de Europese Dienst voor extern optreden samenwerken.

2.           RESULTATEN VAN RAADPLEGINGEN VAN DE BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

· Raadpleging van belanghebbende partijen

De MFB wordt verstrekt als integraal onderdeel van de internationale steun voor de economische stabilisatie van Tunesië. Bij het opstellen van dit MFB-voorstel hebben de diensten van de Commissie overleg gepleegd met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, die reeds omvangrijke financieringsprogramma's in het land hebben lopen. De Commissie heeft ook regelmatig contact gehad met de Tunesische autoriteiten.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Bijgestaan door externe deskundigen zullen de diensten van de Commissie in de loop van december 2013 een operationele beoordeling van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële en administratieve procedures van Tunesië uitvoeren.

· Effectbeoordeling

De MFB en het bijbehorende economische aanpassings- en hervormingsprogramma zullen de financieringsbehoeften van Tunesië op korte termijn helpen verlichten en tegelijkertijd de beleidsmaatregelen ondersteunen die erop gericht zijn de houdbaarheid van de betalingsbalans en van de begroting te versterken en de duurzame groei te verhogen, zoals met het IMF is overeengekomen. De MFB zal met name bijdragen tot een doelmatiger en transparanter beheer van de overheidsfinanciën, het bevorderen van de belastinghervormingen om de belastinginning en progressiviteit van het belastingstelsel te verbeteren, het ondersteunen van de huidige inspanningen ter versterking van het sociale vangnet, het bevorderen van de arbeidsmarkthervorming (om de werkloosheid terug te dringen en de participatiegraden te verhogen, in het bijzonder die van de vrouwen), en het vergemakkelijken van de invoering van maatregelen ter verbetering van de wet- en regelgeving op het gebied van handel en investeringen.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

De Europese Unie stelt MFB ten belope van in totaal maximaal 250 miljoen EUR beschikbaar aan Tunesië in de vorm van een lening op middellange termijn. Met de bijstand worden de volgende doelstellingen nagestreefd: i) bijdragen aan de dekking van de resterende externe financieringsbehoeften van Tunesië in 2014-15, zoals berekend door de Commissie op basis van de ramingen van het IMF; ii) ondersteunen van de budgettaire consolidatie-inspanning en van de externe stabilisatie in de context van het IMF-programma; iii) faciliteren en aanmoedigen van de inspanningen van de Tunesische autoriteiten om de maatregelen uit te voeren die in het kader van het tussen de EU en Tunesië overeengekomen ENB-actieplan zijn vastgelegd; iv) ondersteunen van de inspanningen voor het doorvoeren van structurele hervormingen ter verbetering van het algemene macro-economische management, ter versterking van de economische governance en transparantie, en ter verbetering van de voorwaarden voor duurzame groei.

Het is de bedoeling dat de bijstand in drie leningstranches wordt uitgekeerd. De uitbetaling van de eerste tranche (90 miljoen EUR) zal naar verwachting medio 2014 plaatsvinden. De tweede tranche (80 miljoen EUR) kan, mits een aantal beleidsmaatregelen worden genomen, naar het einde van 2014 toe worden uitgekeerd. De derde en laatste tranche (80 miljoen EUR) kan in de eerste helft van 2015 beschikbaar worden gesteld op voorwaarde dat de vereiste beleidsmaatregelen zijn genomen. De bijstand wordt beheerd door de Commissie. Daarbij zijn met het Financieel Reglement strokende specifieke bepalingen ter preventie van fraude en andere onregelmatigheden van toepassing.

Zoals gebruikelijk bij het MFB-instrument zijn de uitkeringen afhankelijk van positieve programma-evaluaties uit hoofde van de financiële overeenkomst met het IMF (de SBO). Bovendien dienen de Commissie en de Tunesische autoriteiten specifieke structurele hervormingsmaatregelen overeen te komen in een memorandum van overeenstemming. De Commissie zal zich concentreren op structurele hervormingen ter verbetering van het algemene macro-economische management en van de voorwaarden voor duurzame groei (bv. transparantie en doelmatigheid van het beheer van de overheidsfinanciën, budgettaire hervormingen, hervormingen ter versterking van het sociale vangnet, arbeidsmarkthervormingen en hervormingen ter verbetering van de wet- en regelgeving op het gebied van handel en investeringen).

Het besluit om de volledige MFB in de vorm van leningen te verstrekken, wordt gerechtvaardigd door het ontwikkelingsniveau (afgemeten aan het inkomen per hoofd van de bevolking) en de schuldindicatoren van Tunesië. Het is tevens in overeenstemming met de behandeling die Tunesië ten deel valt van de Wereldbank en het IMF. Tunesië komt immers niet in aanmerking voor financiering onder zachte voorwaarden van de International Development Association of van het Poverty Reduction and Growth Trust-fonds van het IMF.

· Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

· Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover de doelstelling om de macro-economische stabiliteit op korte termijn in Tunesië te herstellen, onvoldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten alleen en derhalve beter door de Europese Unie kan worden verwezenlijkt. De belangrijkste redenen zijn de budgettaire beperkingen op nationaal niveau en de behoefte aan krachtige donorcoördinatie met het oog op een maximalisatie van de omvang en doeltreffendheid van de bijstand.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het blijft beperkt tot hetgeen minimaal vereist is om de doelstellingen van macro-economische stabiliteit op korte termijn te verwezenlijken en gaat niet verder dan voor dat doel nodig is.

Zoals de Commissie op basis van de ramingen van het IMF in het kader van de SBO heeft berekend, komt het bedrag van de bijstand neer op 10,8 % van het resterende financieringstekort voor de periode 2014-2015. Gezien de bijstand die door andere bilaterale en multilaterale donoren en crediteuren aan Tunesië is toegezegd, wordt dit als een passend niveau van lastendeling voor de EU beschouwd.

· Keuze van instrumenten

Projectfinanciering of technische bijstand zou niet geschikt of afdoende zijn voor de verwezenlijking van deze macro-economische doelstellingen. De belangrijkste meerwaarde van MFB in vergelijking met andere EU-instrumenten is dat hij de externe financiële druk verlicht en de verwezenlijking van een stabiel macro-economisch kader faciliteert, onder meer door de totstandkoming van een houdbare betalingsbalans- en begrotingssituatie en een geschikt kader voor structurele hervormingen te bevorderen. Door aan de totstandbrenging van een geschikt algemeen kader voor het macro-economische en het structurele beleid bij te dragen, kan MFB de doeltreffendheid vergroten van de acties die in Tunesië in het kader van andere financiële instrumenten van de EU met een nauwere focus worden gefinancierd.

Het voorgestelde programma zal ook het streven van de regering naar hervormingen en naar nauwere betrekkingen met de EU bevorderen. Dit resultaat zal onder meer worden verwezenlijkt door de uitkering van de bijstand van passende voorwaarden afhankelijk te stellen. In een ruimere context zal het programma een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke economische omstandigheden vastberaden voor politieke hervormingen hebben gekozen.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De geplande bijstand zou worden verstrekt in de vorm van een lening en worden gefinancierd met behulp van een door de Commissie namens de EU opgenomen lening. De kosten van de bijstand voor de begroting zijn gelijk aan het bedrag van de voorziening dat uit begrotingsonderdeel 01 03 06 ("Voorziening van het Garantiefonds")[2] in het Garantiefonds moet worden gestort en dat overeenstemt met 9 % van de uitgekeerde bedragen. In de veronderstelling dat de eerste en de tweede tranche van de lening ten belope van in totaal 170 miljoen EUR in 2014 zullen worden uitbetaald en dat de derde tranche van de lening ten belope van 80 miljoen EUR in 2015 zal worden uitgekeerd, zal de voorziening van het Garantiefonds overeenkomstig de regels waaraan het Garantiefondsmechanisme onderworpen is, in het kader van de begrotingen voor 2016-2017 plaatsvinden.

5.           FACULTATIEVE ELEMENTEN

· Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling

Het voorstel bevat een vervalbepaling. De voorgestelde MFB zal beschikbaar worden gesteld gedurende tweeënhalf jaar vanaf de eerste dag na de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming.

2013/0416 (COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[3],

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[4],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       De betrekkingen tussen de Europese Unie ("de Unie") en de Republiek Tunesië ("Tunesië") ontwikkelen zich in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB). De Euromediterrane Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Tunesië, anderzijds, is op 1 maart 1998 in werking getreden. In het kader van deze associatieovereenkomst heeft Tunesië in 2008 de laatste hand gelegd aan de afschaffing van de tarieven voor industrieproducten, waarmee Tunesië het eerste mediterrane land was dat een vrijhandelszone met de Unie tot stand bracht. De bilaterale politieke dialoog en economische samenwerking zijn verder ontwikkeld in het kader van ENB-actieplannen, waarvan het meest recente in behandeling zijnde actieplan betrekking zal hebben op de periode 2013-2017.

(2)       De economie van Tunesië heeft sterk te lijden onder binnenlandse gebeurtenissen die verband houden met de sinds eind 2010 in het zuidelijke Middellandse Zeegebied plaatsvindende gebeurtenissen die bekendstaan als de "Arabische lente", alsook onder de voortdurende onrust in de regio, in het bijzonder in het buurland Libië. Deze gebeurtenissen en het sombere mondiale economische klimaat, en met name de recessie in de eurozone (de voornaamste financiële en handelspartner van Tunesië), sorteerden een zeer negatief effect op de Tunesische economie, hetgeen tot een groeivertraging en tot grote externe en budgettaire tekorten heeft geleid.

(3)       Na de afzetting van president Ben Ali op 14 januari 2011 zijn op 23 oktober 2011 in Tunesië de eerste vrije en democratische verkiezingen gehouden. Sindsdien is er een nationale grondwetgevende vergadering opgericht en hoewel het politieke overgangsproces niet zonder moeilijkheden is verlopen, leveren de belangrijkste politieke actoren gezamenlijke inspanningen om hervormingen door te voeren die tot de totstandkoming van een volwaardig democratisch systeem moeten leiden.

(4)       Sinds het begin van de Arabische lente heeft de Unie bij meerdere gelegenheden de toezegging gedaan Tunesië te zullen steunen bij zijn economische en politieke hervormingsproces. Deze toezegging werd opnieuw bevestigd in de conclusies van de vergadering van de associatieraad EU-Tunesië in november 2012. De financiële steun van de Unie aan het hervormingsproces van Tunesië is in overeenstemming met het beleid van de Unie ten aanzien van het zuidelijke Middellandse Zeegebied, zoals vastgesteld in het kader van het ENB.

(5)       Macrofinanciële bijstand van de Unie moet een uitzonderlijk financieel instrument zijn van ongebonden en niet-toegewezen betalingsbalanssteun, gericht op het herstellen van een houdbare externe financiële situatie, en dienen ter ondersteuning van een beleidsprogramma met krachtige aanpassings- en structurele hervormingsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de betalingsbalanspositie, met name tijdens de programmeringsperiode, en ter versterking van de uitvoering van gerelateerde overeenkomsten en samenwerkingsprogramma’s met de Unie.

(6)       In april 2013 hebben de Tunesische autoriteiten en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) overeenstemming bereikt over een niet uit voorzorg gesloten stand-by-overeenkomst van 1 150 miljoen SDR (Special Drawing Rights) met een looptijd van drie jaar om het economische aanpassings- en hervormingsprogramma van Tunesië te ondersteunen. De doelstellingen van het IMF-programma stroken met het doel van de macrofinanciële bijstand van de Unie, namelijk het verlichten van betalingsbalansmoeilijkheden op korte termijn en het uitvoeren van krachtige aanpassingsmaatregelen die beantwoorden aan het doel van de macrofinanciële bijstand van de Unie.

(7)       De Unie heeft 290 miljoen EUR aan giften beschikbaar gesteld voor de periode 2011-2013 in het kader van haar gewone samenwerkingsprogramma ter ondersteuning van de economische en politieke hervormingsagenda van Tunesië. Daarnaast is in de periode 2011-2013 aan Tunesië 155 miljoen EUR toegewezen in het kader van het Spring-programma (Support for Partnership, Reform and Inclusive Growth – steun voor partnerschap, hervormingen en inclusieve groei).

(8)       In augustus 2013 heeft Tunesië, in het licht van de versomberende economische situatie en vooruitzichten, de Unie om macrofinanciële bijstand verzocht.

(9)       Daar Tunesië onder het ENB valt, moet het als een land worden beschouwd dat voor macrofinanciële bijstand van de Unie in aanmerking komt.

(10)     Aangezien er nog steeds sprake is van een aanzienlijk resterend extern financieringstekort op de betalingsbalans van Tunesië dat de door het IMF en andere multilaterale instellingen verstrekte middelen te boven gaat, wordt de door de Unie aan Tunesië te verlenen macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie"), onder de huidige uitzonderlijke omstandigheden, aangemerkt als een passende reactie op het verzoek van Tunesië om in samenhang met het IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen. De macrofinanciële bijstand van de Unie zou de economische stabilisatie en de structurele-hervormingsagenda van Tunesië ondersteunen en tevens een aanvulling vormen op de middelen die in het kader van de financiële overeenkomst met het IMF beschikbaar worden gesteld.

(11)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet gericht zijn op het helpen herstellen van een houdbare externe financiële positie voor Tunesië en aldus de economische en sociale ontwikkeling van het land ondersteunen.

(12)     De vaststelling van het bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie is gebaseerd op een volledige kwantitatieve beoordeling van de resterende externe financieringsbehoeften van Tunesië, en bij de bepaling ervan is rekening gehouden met het vermogen van het land zichzelf te financieren met eigen middelen, en met name met de internationale reserves die het tot zijn beschikking heeft. De macrofinanciële bijstand van de Unie moet complementair zijn aan de programma’s van het IMF en de Wereldbank en de door hen verstrekte middelen. Bij het vaststellen van het bedrag van de bijstand wordt ook rekening gehouden met verwachte financiële bijdragen van multilaterale donoren en met de noodzaak te zorgen voor een billijke verdeling van de lasten tussen de Unie en andere donoren, alsook met de reeds bestaande inzet van de andere externe financieringsinstrumenten van de Unie in Tunesië en met de toegevoegde waarde die over het geheel genomen door de betrokkenheid van de Unie wordt geboden.

(13)     De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel verenigbaar is met de hoofdbeginselen, -doelstellingen en ‑maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van de verschillende onderdelen van het extern optreden en het relevante beleid van de Unie op andere terreinen.

(14)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet het externe beleid van de Unie jegens Tunesië ondersteunen. De diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden moeten gedurende de hele macrofinanciële bijstandsoperatie nauw met elkaar samenwerken om het externe beleid van de Unie te coördineren en de consistentie ervan te waarborgen.

(15)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet Tunesië ondersteunen in zijn engagement met betrekking tot waarden die het land met de Unie deelt, waaronder democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, en ook zijn engagement met betrekking tot de beginselen van open, op regels gebaseerde en eerlijke handel.

(16)     Eerbiediging door Tunesië van effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, moet een randvoorwaarde zijn voor het verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Daarnaast dienen de specifieke doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de beheersystemen voor overheidsfinanciën in Tunesië te bevorderen en bij te dragen aan structurele hervormingen die gericht zijn op de bevordering van duurzame en inclusieve groei, het scheppen van werkgelegenheid en begrotingsconsolidatie. Zowel het voldoen aan de randvoorwaarden als het verwezenlijken van die doelstellingen dient regelmatig door de Commissie te worden gecontroleerd.

(17)     Om te verzekeren dat de financiële belangen van de Unie in het kader van de macrofinanciële bijstand van de Unie op efficiënte wijze worden beschermd, moet Tunesië passende maatregelen nemen in verband met de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot deze bijstand. Daarnaast moet erin worden voorzien dat de Commissie controles verricht en dat de Europese Rekenkamer audits verricht.

(18)     De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad onverlet.

(19)     De bedragen van de voorziening voor de macrofinanciële bijstand moeten sporen met de in het meerjarig financieel kader vastgestelde begrotingskredieten.

(20)     De macrofinanciële bijstand van de Unie moet door de Commissie worden beheerd. Teneinde te waarborgen dat het Europees Parlement en de Raad op de tenuitvoerlegging van dit besluit kunnen toezien, dient de Commissie hen regelmatig in te lichten over ontwikkelingen met betrekking tot de bijstand en hun daarbij de relevante documenten te verschaffen.

(21)     Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit besluit te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad[5].

(22)     De macrofinanciële bijstand van de Unie dient onderworpen te zijn aan voorwaarden inzake economisch beleid, die in een memorandum van overeenstemming dienen te worden vastgelegd. Omwille van de efficiëntie en om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering te waarborgen, dient de Commissie te worden gemachtigd om met de Tunesische overheid onderhandelingen over deze voorwaarden te voeren onder toezicht van het comité van vertegenwoordigers van de lidstaten waarin Verordening (EU) nr. 182/2011 voorziet. Krachtens die verordening moet in de regel de raadplegingsprocedure worden gebruikt in alle andere gevallen dan in die verordening zijn voorzien. Gezien de mogelijk belangrijke effecten van bijstand van meer dan 90 miljoen EUR, past het dat voor deze verrichtingen de onderzoeksprocedure wordt gebruikt. Gezien het bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie aan Tunesië, moet op de vaststelling van het memorandum van overeenstemming en voor het verlagen, opschorten of annuleren van de bijstand de onderzoeksprocedure worden toegepast,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.           De Unie stelt Tunesië macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie") beschikbaar ten belope van ten hoogste 250 miljoen EUR om de economische stabiliteit en hervormingen van Tunesië te ondersteunen. De bijstand draagt bij aan het lenigen van de betalingsbalansbehoeften van Tunesië die in het kader van het IMF-programma zijn vastgesteld.

2.           Het volledige bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt in de vorm van leningen aan Tunesië verstrekt. De Commissie is bevoegd om namens de Unie de nodige financiële middelen te lenen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen teneinde de middelen vervolgens aan Tunesië door te lenen. De leningen hebben een looptijd van ten hoogste 15 jaar.

3.           De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Tunesië en met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de economische hervormingen zoals die worden uiteengezet in de associatieovereenkomst EU-Tunesië en in het actieplan voor 2013-2017 dat in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid tussen de Unie en Tunesië is overeengekomen. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad regelmatig in over de ontwikkelingen inzake de macrofinanciële bijstand van de Unie, met inbegrip van de uitkeringen, en verstrekt daarbij tijdig de relevante documenten aan die instellingen.

4.           De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt voor een periode van tweeënhalf jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 3, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming.

5.           Indien de financieringsbehoeften van Tunesië tijdens de periode van uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie aanzienlijk verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses, verlaagt de Commissie, handelend in overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, het bedrag van de bijstand of schort zij deze op of staakt zij deze.

Artikel 2

Eerbiediging door Tunesië van effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, is een randvoorwaarde voor het verlenen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Tijdens de volledige duur van de macrofinanciële bijstand van de Unie controleert de Commissie of aan deze randvoorwaarde is voldaan. Dit artikel wordt toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad[6].

Artikel 3

1.           De Commissie bereikt, in overeenstemming met de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met de Tunesische overheid overeenstemming over duidelijk bepaalde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie onderworpen is en die worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming ("het memorandum van overeenstemming"), dat een tijdschema bevat voor de verwezenlijking van die voorwaarden. De in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma’s voor macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Tunesië met steun van het IMF worden uitgevoerd.

2.           Deze voorwaarden zijn er in het bijzonder op gericht de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van beheersystemen voor overheidsfinanciën in Tunesië te bevorderen, met inbegrip van de systemen voor het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Bij het bepalen van de beleidsmaatregelen moet ook terdege rekening worden gehouden met vooruitgang wat betreft het wederzijds openstellen van markten, de ontwikkeling van op regels gebaseerde en eerlijke handel en andere prioriteiten in het kader van het externe beleid van de Unie. De vooruitgang behaald bij het verwezenlijken van die doelstellingen wordt regelmatig door de Commissie gecontroleerd.

3.           De financiële voorwaarden van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden in detail vastgelegd in een tussen de Commissie en de Tunesische autoriteiten te sluiten leningsovereenkomst.

4.           De Commissie onderzoekt op gezette tijden of de in artikel 4, lid 3, gestelde voorwaarden vervuld blijven, onder meer of het economische beleid van Tunesië verenigbaar is met de doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. De Commissie werkt daarbij nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, indien nodig, met het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 4

1.           De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beschikbaar gesteld in drie leningstranches, mits aan de voorwaarden van lid 3 is voldaan. De omvang van elke tranche wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd.

2.           Voor de bedragen van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden, indien nodig, voorzieningen getroffen overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad[7].

3.           De Commissie besluit tot uitkering van de tranches mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de in artikel 2 gestelde randvoorwaarde;

(b) een bevredigende voortgang bij de uitvoering van een beleidsprogramma met krachtige maatregelen voor aanpassing en structurele hervorming, ondersteund door een niet uit voorzorg getroffen kredietregeling met het IMF, en

(c) het binnen een specifieke termijn uitvoering geven aan de voorwaarden inzake economisch beleid en de financiële voorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen.

De tweede tranche wordt niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de eerste tranche uitbetaald. De derde tranche wordt niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de tweede tranche uitbetaald.

4.           Indien de in lid 3 bepaalde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie tijdelijk opgeschort of geannuleerd. In die gevallen stelt zij het Europees Parlement en de Raad van de redenen van die opschorting of annulering in kennis.

5.           De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt uitbetaald aan de Centrale Bank van Tunesië. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoefte, kunnen de middelen van de Unie aan het Tunesische ministerie van Financiën als eindbegunstigde worden overgemaakt.

Artikel 5

1.           De op de macrofinanciële bijstand van de Unie betrekking hebbende verrichtingen tot het opnemen en verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro met dezelfde valutadatum, en mogen de Unie niet blootstellen aan enige looptijdtransformatie, enig valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico.

2.           Indien de omstandigheden dit mogelijk maken en indien Tunesië daarom verzoekt, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat in de leningsvoorwaarden een clausule inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt.

3.           De Commissie kan, indien de omstandigheden een gunstiger rente op de verstrekte lening mogelijk maken en indien Tunesië daarom verzoekt, besluiten de oorspronkelijk door haar opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk te herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden te herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 en in lid 4 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de looptijd van de betrokken opgenomen leningen en evenmin tot een verhoging van het op de datum van deze herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande bedrag.

4.           Alle kosten die de Unie ter zake van de uit hoofde van dit besluit opgenomen of verstrekte leningen maakt, komen ten laste van Tunesië.

5.           De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 6

1.           De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[8] en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie[9].

2.           De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt onder direct beheer uitgevoerd.

3.           Het memorandum van overeenstemming en de leningsovereenkomst met de Tunesische overheid bevatten bepalingen die het volgende verzekeren:

(a) Tunesië gaat regelmatig na of de uit de begroting van de Unie verstrekte financiering naar behoren is gebruikt, neemt passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude, en onderneemt zo nodig gerechtelijke stappen om de uit hoofde van dit besluit verstrekte middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen;

(b) de financiële belangen van de Unie worden beschermd, in het bijzonder met specifieke maatregelen met het oog op de preventie en de bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de macrofinanciële bijstand van de Unie, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 988/95 van de Raad[10], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[11] en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[12];

(c) de Commissie – met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding – en haar vertegenwoordigers worden uitdrukkelijk gemachtigd tot het uitvoeren van controles, waaronder controles en inspecties ter plaatse;

(d) de Commissie en de Europese Rekenkamer worden uitdrukkelijk gemachtigd om tijdens en na de periode dat de macrofinanciële bijstand van de Unie beschikbaar is audits uit te voeren, met inbegrip van documentaudits en audits ter plaatse, zoals onder meer operationele beoordelingen;

(e) de Unie heeft recht op vervroegde terugbetaling van de lening, indien is vastgesteld dat Tunesië met betrekking tot het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit heeft gepleegd die de financiële belangen van de Unie schaadt.

4.           Tijdens de uitvoering van de macrofinanciële bijstand van de Unie houdt de Commissie door middel van operationele beoordelingen toezicht op de deugdelijkheid van de voor deze bijstand geldende financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Tunesië.

Artikel 7

1.           De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 8

1.           De Commissie legt jaarlijks, uiterlijk op 30 juni, aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de tenuitvoerlegging van dit besluit in het voorgaande jaar, waaronder een evaluatie van die tenuitvoerlegging. In dit verslag:

(a) wordt de geboekte vooruitgang bij het uitvoeren van de macrofinanciële bijstand van de Unie onderzocht;

(b) worden de economische situatie en de vooruitzichten van Tunesië, alsook de bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 3, lid 1, bedoelde beleidsmaatregelen gemaakte vorderingen beoordeeld;

(c) wordt het verband gespecificeerd tussen de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Tunesië en de besluiten van de Commissie tot uitkering van de tranches van de macrofinanciële bijstand van de Unie.

2.           Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de in artikel 1, lid 4, bedoelde beschikbaarheidsperiode dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex post-evaluatieverslag in met een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de voltooide macrofinanciële bijstand van de Unie en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                                                 Voor de Raad

De voorzitter                                                                           De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstellingen

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

Macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[13]

Beleidsterrein:           Titel 01 – Economische en financiële zaken

Activiteit:      03 – Internationale economische en financiële kwesties

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief

X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

1.4.        Doelstellingen

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

"Het bevorderen van welvaart buiten de EU"

Het belangrijkste relevante terrein waarop DG ECFIN actief is, heeft betrekking op:

1. Bevordering van de tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid door verdieping van de economische analyse en versterking van de beleidsdialoog en advisering over de economische aspecten van de actieplannen.

2. Ontwikkeling, bewaking en tenuitvoerlegging van macrofinanciële bijstand voor derde partnerlanden in samenwerking met de betrokken internationale financiële instellingen.

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr. 1: "Macrofinanciële bijstand verstrekken aan derde landen om mee te werken aan de oplossing van hun betalingsbalansproblemen en het herstel van de houdbaarheid van hun externe schuld"

Betrokken AMB/ABB-activiteit(en): Internationale economische en financiële betrekkingen, mondiaal bestuur.

1.4.3.     Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

De voorgenomen bijstand bestaat uit een EU-lening van 250 miljoen EUR aan de Republiek Tunesië ("Tunesië") en moet bijdragen tot een houdbaarder betalingsbalanssituatie. De bijstand, die in drie tranches wordt uitbetaald, zal het land het hoofd helpen bieden aan de economische en sociale problemen die het ondervindt ten gevolge van de binnenlandse en regionale onrust. Ook zal de bijstand structurele hervormingen bevorderen die zijn gericht op verhoging van de duurzame economische groei en verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën.

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

De autoriteiten zullen op gezette tijden aan de diensten van de Commissie verslag moeten uitbrengen over een reeks indicatoren en een uitgebreid verslag moeten verstrekken inzake de naleving van de overeengekomen beleidsvoorwaarden, voordat de tweede en de derde tranche van de bijstand worden uitgekeerd.

De diensten van de Commissie blijven ook na de in Tunesië ter voorbereiding van deze operatie uitgevoerde operationele beoordeling van de financiële en administratieve procedures het beheer van de overheidsfinanciën bewaken. De EU-delegatie in Tunesië brengt ook periodieke verslagen uit over zaken die relevant zijn voor het bewaken van de bijstand. De diensten van de Commissie blijven nauwe contacten met het IMF en de Wereldbank onderhouden om te profiteren van hun inzichten naar aanleiding van hun lopende activiteiten in Tunesië.

Het voorstel voor een wetgevingsbesluit voorziet in een jaarlijks bij de Raad en het Europees Parlement in te dienen verslag waarin een evaluatie van de tenuitvoerlegging van deze maatregel is opgenomen. Binnen twee jaar na afloop van de uitvoeringsperiode wordt een onafhankelijke evaluatie achteraf van de bijstand uitgevoerd.

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De uitkering van de bijstand is afhankelijk gesteld van een bevredigende voortgang bij de tenuitvoerlegging van de stand-by-overeenkomst (SBO) tussen Tunesië en het IMF. Daarnaast dient de Commissie met de Tunesische autoriteiten een aantal specifieke, in een memorandum van overeenstemming vast te leggen beleidsvoorwaarden overeen te komen waaraan moet worden voldaan voordat de tweede en de derde tranche door de Commissie worden uitgekeerd.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Door het land te helpen de economische schok te boven te komen die de binnenlandse en regionale onrust heeft veroorzaakt, draagt de voorgestelde MFB bij tot de bevordering van de macro-economische stabiliteit, de economische hervormingen en de politieke vooruitgang in het land. Doordat de MFB fungeert als aanvulling op de middelen die door de internationale financiële instellingen, de EU en andere donoren ter beschikking zijn gesteld, zal hij bijdragen tot de algehele doeltreffendheid van het financiële steunpakket dat door de internationale donorengemeenschap in de nasleep van de crisis is overeengekomen.

Het voorgestelde programma zal ook het streven van de regering naar hervormingen en naar nauwere betrekkingen met de EU bevorderen. Dit resultaat zal onder meer worden verwezenlijkt door de uitkering van de bijstand van passende voorwaarden afhankelijk te stellen. In een ruimere context zal het programma een signaalfunctie vervullen voor de andere landen in de regio door aan te geven dat de EU bereid is steun te verlenen aan landen die ondanks moeilijke economische omstandigheden vastberaden voor politieke hervormingen hebben gekozen.

1.5.3.     Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Sinds 2004 zijn in totaal vijftien evaluaties achteraf van macrofinanciële bijstandsoperaties uitgevoerd. Volgens deze evaluaties levert de MFB een positieve, zij het soms bescheiden en indirecte bijdrage tot een betere houdbaarheid van de externe positie, de macro-economische stabiliteit en de totstandbrenging van structurele hervormingen in het begunstigde land. In de meeste gevallen hebben de MFB-pakketten een positief effect gehad op de betalingsbalans van het begunstigde land en verlichting gebracht in de begrotingsmoeilijkheden. Ook hebben ze geleid tot een enigszins hogere economische groei.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

De EU is een van de belangrijkste donoren van Tunesië. De EU heeft in het kader van haar normale samenwerkingsprogramma voor de periode 2011-2013 giften ten belope van 290 miljoen EUR beschikbaar gesteld ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingsagenda van Tunesië. Daarnaast is in de periode 2011-2013 140 miljoen EUR aan Tunesië toegewezen in het kader van het Spring-programma (Support for Partnership, Reform and Inclusive Growth – steun voor partnerschap, hervormingen en inclusieve groei).

De grootste toegevoegde waarde van MFB in vergelijking met andere EU-instrumenten is dat hij de totstandkoming faciliteert van een stabiel macro-economisch kader (onder meer door een houdbare betalingsbalans- en begrotingssituatie te bevorderen) en van een passend kader voor structurele hervormingen. MFB is niet bedoeld als periodieke financiële steun en evenmin ter ondersteuning van de economische en sociale ontwikkeling van de begunstigde landen. De MFB moet worden beëindigd zodra het land weer door een houdbare externe financiële situatie wordt gekenmerkt. Daarna moeten reguliere EU-instrumenten voor samenwerking en bijstand de plaats van MFB innemen.

Voorts is MFB opgevat als complementair aan interventies van de internationale financiële instellingen, en in het bijzonder aan de aanpassings- en hervormingsprogramma's die door de SBO van het IMF en door de lening ter ondersteuning van het ontwikkelingsbeleid van de Wereldbank worden ondersteund.

1.6.        Duur en financiële gevolgen

X Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

X Voorstel/initiatief is van kracht gedurende 2,5 jaar vanaf de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming, zoals bepaald in artikel 1, lid 4, van het besluit

X Financiële gevolgen vanaf 2014 tot 2017

1.7.        Beheersvorm(en)[14]

X Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake het toezicht en de verslagen

De bijstand in kwestie is van macro-economische aard en sluit qua opzet aan bij het door het IMF ondersteunde economische programma. De controle van de actie door de diensten van de Commissie zal plaatsvinden op basis van de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de SBO en de specifieke hervormingsmaatregelen die met de Tunesische autoriteiten in een memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen (zie ook punt 1.4.4).

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Mogelijke risico's

Aan deze MFB-operatie zijn fiduciaire, beleidsmatige en politieke risico's verbonden.

Er bestaat een risico dat de macrofinanciële bijstand, die niet aan specifieke uitgaven is gebonden, op frauduleuze wijze kan worden aangewend. In het algemeen hangt dit risico samen met factoren zoals de kwaliteit van beheerssystemen in de centrale bank en het ministerie van Financiën en de adequaatheid van interne en externe controlemogelijkheden.

Een ander belangrijk risico van de operatie hangt samen met de economische en politieke onzekerheid in de regio, in het bijzonder in Libië, die rechtstreekse gevolgen heeft voor de Tunesische economie. Op binnenlands vlak wordt het voornaamste risico gevormd door instabiliteit als gevolg van problemen bij het politieke en economische hervormingsproces. De volledige tenuitvoerlegging van de stabiliserings- en hervormingsmaatregelen die door de internationale gemeenschap worden gesteund, met inbegrip van de voorgestelde MFB-operatie, zou ondermijnd kunnen worden door maatschappelijke ontevredenheid.

Tot slot zijn er risico's die verband houden met een mogelijke verzwakking van de Europese en mondiale economische omgeving en met een stijging van internationale energie- en voedselprijzen.

2.2.2.     Controlemiddel(en)

De macrofinanciële bijstand is onderworpen aan verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en van de Europese Rekenkamer.

2.2.3.     Kosten en baten van controles en waarschijnlijke mate van niet-nakoming

De basiskosten voor de Commissie die met de verificatie- en controlemethoden verband houden, alsmede de kosten van de vóór de operatie uitgevoerde operationele beoordeling van financiële en administratieve procedures worden in tabel 3.2.1 omschreven. Daarnaast zijn er kosten voor de Europese Rekenkamer en voor eventuele interventies van OLAF. De operationele beoordeling helpt niet alleen de risico's van misbruik van de middelen in te schatten, maar biedt als bijkomend voordeel nuttige informatie over de noodzakelijke hervormingen op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, die wordt geïntegreerd in de beleidsvoorwaarden van de operatie. Wat het waarschijnlijke niveau van niet-naleving betreft, wordt het risico van niet-naleving (in de vorm van niet-terugbetaling van de lening of misbruik van de middelen) op grond van de ervaringen die met het MFB-instrument sinds het bestaan ervan zijn opgedaan, geacht laag te zijn.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Om de risico's van frauduleus gebruik van de middelen te voorkomen, zullen meerdere maatregelen worden getroffen.

Ten eerste omvat de voorgestelde rechtsgrondslag voor macrofinanciële bijstand aan Tunesië een bepaling over maatregelen ter preventie van fraude. Deze maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in het memorandum van overeenstemming en de leningsovereenkomst en zullen een aantal bepalingen omvatten met betrekking tot inspectie, fraudepreventie, controles en de terugvordering van middelen in geval van fraude of corruptie. Het is voorts de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, wordt verbonden ter bevordering van de efficiëntie, de transparantie en de verantwoordingsplicht.

Ten tweede zullen de diensten van de Commissie, bijgestaan door daartoe naar behoren gemachtigde externe deskundigen, voordat het memorandum van overeenstemming wordt overeengekomen, een operationele evaluatie uitvoeren van de financiële en administratieve procedures van het ministerie van Financiën en de Centrale Bank van Tunesië, teneinde te voldoen aan de vereisten van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Deze evaluatie zal bepalen of het kader voor prudent financieel beheer van macrofinanciële bijstand in Tunesië voldoende doeltreffend is door onder meer de volgende aspecten te onderzoeken: beheersstructuur en -organisatie, middelenbeheer en -controle, beveiliging van IT-systemen, interne en externe controlecapaciteit en de onafhankelijkheid van de centrale bank. Naar aanleiding van deze evaluatie kunnen specifieke mechanismen voor het beheer van de middelen door de begunstigden worden ingevoerd in overleg met de nationale autoriteiten. Daarnaast zal de steun worden uitbetaald op een speciaal daarvoor bedoelde rekening bij de Centrale Bank van Tunesië.

Tot slot is de bijstand onderworpen aan verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en van de Europese Rekenkamer.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

· Bestaande begrotingsonderdelen

01 03 02: Macrofinanciële bijstand

01 03 06 – Voorziening van het Garantiefonds[15]

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Bijdrage

Aantal [Beschrijving………………...……….] || GK/ NGK ([16]) || van EVA-landen[17] || van kandidaat-lidstaten[18] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

4. || 01 03 02 Macrofinanciële bijstand || GK || NEE || NEE || NEE || NEE

4. || 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || GK || NEE || NEE || NEE || NEE

01 03 06 – Garantie van de Europese Unie voor opgenomen EU-leningen voor macrofinanciële bijstand aan derde landen. Overeenkomstig de gewijzigde Garantiefondsverordening zijn stortingen in het Garantiefonds vereist. In overeenstemming met deze verordening worden leningen gebaseerd op het uitstaande bedrag aan het einde van het jaar. Het voorzieningsbedrag wordt aan het begin van jaar "n" berekend als het verschil tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het Fonds aan het einde van jaar "n-1". Dit voorzieningsbedrag wordt in het jaar "n" in het voorontwerp van begroting van het jaar "n+1" opgenomen en aan het begin van het jaar "n+1" in één keer overgemaakt uit begrotingsonderdeel 01 03 06 ("Voorziening van het Garantiefonds"). Voor de berekening van de storting in het fonds wordt dus 9% (maximaal 22,5 miljoen EUR) van het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag als streefbedrag aan het einde van jaar "n-1" in aanmerking genomen.

De begrotingspost ("p.m.") voor de begrotingsgarantie voor de lening zal alleen worden ingezet als daadwerkelijk een beroep op de garantie wordt gedaan. Verwacht wordt dat geen beroep op de begrotingsgarantie zal worden gedaan.

¨¨Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen: niet van toepassing.

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader || 4. || || || [Rubriek: De EU als mondiale partner]

DG: <ECFIN> || || || Jaar 2013[19] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL

Ÿ Beleidskredieten || || || || || ||

Begrotingsonderdeel 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds || Vastleggingen || (1a) || || || || 15,3 || 7,2 || 22,5

Betalingen || (2a) || || || || 15,3 || 7,2 || 22,5

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[20] (operationele beoordeling en evaluatie achteraf) || || || || || ||

Begrotingsonderdeel 01 03 02 || Vastleggingen || (3) || 0,05 || || || 0,15 || || 0,20

|| Betalingen || (3a) || || 0,05 || || 0,05 || 0,10 || 0,20

TOTAAL kredieten voor DG ECFIN || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7

Betalingen || =2+2a +3 || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7

Ÿ TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7

Betalingen || (5) || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 4 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,05 || || || 15,45 || 7,2 || 22,7

Betalingen || =5+ 6 || || 0,05 || || 15,35 || 7,3 || 22,7

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || || "Administratieve uitgaven"

|| || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL

DG: <…….> || ||

Ÿ Personele middelen || 0,030 || 0,028 || 0,021 || 0,010 || 0,016 || 0,105

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,010 || || || 0,040

TOTAAL DG ECFIN || Kredieten || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || 0,145

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (Totaal vastleggingen = totaal betalingen || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || 0,145

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

|| || || Jaar 2013[21] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 0,095 || 0,043 || 0,031 || 15,46 || 7,216 || 22,845

Betalingen || 0,045 || 0,093 || 0,031 || 15,36 || 7,316 || 22,845

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

– X Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || || || || || ||

||

|| || || || || || || || || || || ||

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[22] || || || || || || || || || || ||

|| || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || ||

|| Soort || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Totaal aantal || Totale kosten

- Output 1 || Operationele beoordeling || 1 || 0,05 || || || || || || || || || 1 || 0,05

- Output 2 || Evaluatie achteraf || || || || || || || 1 || 0,15 || || || 1 || 0,15

- Output 3 || Voorziening van het Garantiefonds || || || || || || || 1 || 15,3 || 1 || 7,2 || 2 || 22,5

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || 1 || 0,05 || || || || || 2 || 15,45 || 1 || 7,2 || 4 || 22,7

TOTALE KOSTEN || 1 || 0,05 || || || || || 2 || 15,45 || 1 || 7,2 || 4 || 22,7

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.  Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– X Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

|| Jaar 2013[23] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL

voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || ||

Personele middelen || 0,030 || 0,028 || 0,021 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,105

Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,010 || || || || || || 0,040

Subtotaal voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,145

Buiten RUBRIEK 5[24] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || ||

Personele middelen || || || || || || || || ||

Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || ||

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || ||

TOTAAL || 0,045 || 0,043 || 0,031 || 0,010 || 0,016 || || || || 0,145

De benodigde administratieve kredieten zullen worden gefinancierd uit de kredieten die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

– X Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming moet worden uitgedrukt in voltijdsequivalenten

|| Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Zoveel jaren invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) ||

01 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0,227 || 0,212 || 0,159 || 0,076 || 0,121 || || ||

XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || ||

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || ||

Ÿ Extern personeel (in voltijdsequivalenten: VTE)[25]

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || ||

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || ||

XX 01 04 jj[26] || - zetel || || || || || || || ||

- delegaties || || || || || || || ||

XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || ||

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || ||

TOTAAL || 0,227 || 0,212 || 0,159 || 0,076 || 0,121 || || ||

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Eenheidshoofd: Toezicht houden op de operatie en deze beheren, overeenstemming bereiken over de verslagen inzake de evaluatie van de leningsovereenkomsten, controlebezoeken leiden en de voortgang wat betreft de naleving van de voorwaarden evalueren. Desk: Het memorandum van overeenstemming opstellen, contacten onderhouden met autoriteiten en internationale financiële instellingen, alsook met externe deskundigen voor operationele beoordelingen en evaluaties achteraf, controlebezoeken uitvoeren en rapporten van de diensten van de Commissie opstellen, Commissieprocedures met betrekking tot het beheer van de bijstand uitwerken.

Extern personeel || nvt

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

– X Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader.

3.2.5.     Bijdrage van derden aan de financiering

– X Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

3.3.        Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

X Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

[1]               Besluit nr. 1025/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Kirgizische Republiek; ontwerpbesluit tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, waarvan de vaststelling voor december 2013 is gepland.

[2]               Vanaf de begroting voor 2014 wordt begrotingsonderdeel 01 04 01 14 begrotingsonderdeel 01 03 06.

[3]               PB C […] van […], blz. […].

[4]               Standpunt van het Europees Parlement van … 2012 en besluit van de Raad van … 2012.

[5]              Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

[6]               Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).

[7]               Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10).

[8]               Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

[9]               Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).

[10]             Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

[11]             Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

[12]             Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

[13]             ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[14]             Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[15]             Vanaf de begroting voor 2014 wordt begrotingsonderdeel 01 04 01 14 begrotingsonderdeel 01 03 06.

[16]             GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[17]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[18]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[19]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[20]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[21]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[22]             Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…"

[23]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[24]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[25]             AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).

[26]             Onder het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).