Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Europese Unie in de associatieraad die is opgericht bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, over de wijziging van artikel 15, lid 7, van protocol 6 bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking /* COM/2013/0725 final - 2013/0347 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Artikel 15 van protocol 6 bij de
associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Algerije, zoals
gewijzigd bij Besluit nr. 1/2010 van de Associatieraad EU-Algerije van 3
augustus 2010[1],
bevat een verbod op de teruggave van douanerechten. Lid 7 van dat artikel
voorziet in een overgangsperiode voordat dit verbod onverkort van toepassing
wordt, waardoor Algerije zijn exporteurs en marktdeelnemers tijdens die periode
toch teruggave van rechten kan verlenen. Deze overgangsperiode is op 31 december 2012
afgelopen. Artikel 15, lid 7, voorziet evenwel in de mogelijkheid om deze
bepaling in onderling overleg te herzien. Algerije heeft bij brief van 20 november 2012
om een verlenging van de toepassing van de teruggaafbepaling verzocht. Overeenkomstig artikel 39 van protocol 6
kunnen de bepalingen van dit protocol worden gewijzigd door een besluit van de
associatieraad. De tekst in bijgaand besluit zal het bepaalde
in artikel 15, lid 7, wijzigen. De partijen zijn overeengekomen om de
toepassing van artikel 15, lid 7, met drie jaar te verlengen met ingang van 1
januari 2013, teneinde het bedrijfsleven duidelijkheid, economische
voorspelbaarheid op de lange termijn en rechtszekerheid te garanderen. In afwachting van de formele aanneming van dit
besluit is in het kader van de pan-Euro-med-werkgroep overeengekomen dat de
inhoud van dit besluit van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De belanghebbende partijen zijn geraadpleegd
in het kader van de pan-Euro-med-werkgroep en het Comité douanewetboek –
afdeling oorsprong. Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. Er behoefde geen effectbeoordeling te worden
verricht omdat de voorgestelde wijzigingen louter technisch zijn en het thans
geldende protocol inzake de oorsprong inhoudelijk ongemoeid laten. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL De gewijzigde teruggaafbepaling moet met
terugwerkende kracht van toepassing zijn vanaf 1 januari 2013. De rechtsgrondslag voor de wijziging van deze
bepaling is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218,
lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het voorstel betreft een gebied dat onder de
exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is
derhalve niet van toepassing. Voorgesteld instrument: besluit van de Raad. 2013/0347 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Europese
Unie in de associatieraad die is opgericht bij de Europees-mediterrane
overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek
Algerije, anderzijds, over de wijziging van artikel 15, lid 7, van protocol 6
bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip "producten
van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in
samenhang met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de
Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Protocol 6 bij de
Europees-mediterrane overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar
lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds[2] (hierna "de
overeenkomst" genoemd), zoals gewijzigd bij Besluit nr. 1/2010 van de
Associatieraad EU-Algerije van 3 augustus 2010[3],
heeft betrekking op de definitie van het begrip "producten van
oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking. (2) Artikel 15 van protocol 6
bevat een algemeen verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten voor
niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van
producten van oorsprong. In lid 7 van dit artikel is evenwel bepaald dat onder
bepaalde voorwaarden tot 31 december 2012 toch een gedeeltelijke teruggave of
vrijstelling kan worden verleend. (3) Omwille van de duidelijkheid
en teneinde het bedrijfsleven economische voorspelbaarheid op de lange termijn
en rechtszekerheid te garanderen, zijn de partijen overeengekomen om de
toepassing van artikel 15, lid 7, met drie jaar te verlengen met ingang van 1
januari 2013. (4) Overeenkomstig artikel 39 van
protocol 6 dient de bij de overeenkomst opgerichte associatieraad te besluiten
om het protocol te wijzigen. (5) De Europese Unie moet daarom
in de associatieraad het standpunt innemen dat in bijgaand ontwerpbesluit is
opgenomen, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Het standpunt dat de Europese Unie zal innemen
in de associatieraad die is opgericht bij de Europees-mediterrane overeenkomst
waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap
en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije,
anderzijds, over de wijziging van artikel 15, lid 7, van protocol 6 betreffende
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen
voor administratieve samenwerking met het oog op de verlenging van de
toepassing van deze bepaling, is vastgesteld in bijgaand ontwerpbesluit van de
associatieraad. Artikel 2 Het besluit van
de associatieraad wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese
Unie. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE Ontwerp
BESLUIT NR. […] VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-ALGERIJE van […] tot
wijziging van artikel 15, lid 7, van protocol 6 bij de Europees-mediterrane
overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek
Algerije, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip "producten
van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking DE ASSOCIATIERAAD, Gelet op de Europees-mediterrane overeenkomst
waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap
en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije,
anderzijds, en met name op artikel 39 van protocol 6 bij die overeenkomst, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Krachtens artikel 15, lid 7, van protocol 6 bij de
Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt
gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de
Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds[4] (hierna "de
overeenkomst" genoemd), zoals gewijzigd bij Besluit nr. 1/2010 van de
Associatieraad EU-Algerije van 3 augustus 2010[5],
kan onder bepaalde voorwaarden tot 31 december 2012 gedeeltelijke teruggave of
vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking worden
verleend. (2)
Omwille van de duidelijkheid en teneinde het
bedrijfsleven economische voorspelbaarheid op de lange termijn en
rechtszekerheid te garanderen, zijn de partijen bij de overeenkomst
overeengekomen om de toepassing van artikel 15, lid 7, van
protocol nr. 6 bij de overeenkomst met drie jaar te verlengen met ingang
van 1 januari 2013. (3)
Protocol 6 bij de overeenkomst dient derhalve te
worden gewijzigd. (4)
Aangezien artikel 15, lid 7, van protocol nr. 6 bij
de overeenkomst ophoudt van toepassing te zijn op 31 december 2012, dient dit
besluit van toepassing te zijn vanaf 1 januari 2013, BESLUIT: Artikel 1 Artikel 15, lid 7, laatste alinea, van protocol
6 bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand
wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en
de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, betreffende de definitie
van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor
administratieve samenwerking wordt vervangen door de volgende tekst: "Dit lid is tot en met 31 december 2015
van toepassing en kan in onderling overleg worden herzien." Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Het is van toepassing met ingang van 1 januari
2013. Gedaan te […] Voor
de associatieraad De
voorzitter
[…] [1] PB L 248 van 22.9.2010, blz. 64. [2] PB L 265 van 10.10.2005, blz. 2. [3] PB L 248 van 22.9.2010, blz. 64. [4] PB L 265 van 10.10.2005, blz. 2. [5] PB L 248 van 22.9.2010, blz. 64.