Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Besluit 2007/641/EG van de Raad inzake de Republiek Fiji en tot verlenging van de looptijd daarvan /* COM/2013/0599 final - 2013/0289 (NLE) */
TOELICHTING 1. De militaire staatsgreep van
december 2006 resulteerde in overleg krachtens artikel 96 van de herziene
overeenkomst van Cotonou. Daarop volgden in april 2007 onderling overeengekomen
verbintenissen betreffende de mensenrechten, de democratische beginselen en de
rechtsstaat. Op 1 oktober 2007 besloot de Raad bij Besluit 2007/641/EG passende
maatregelen ten aanzien van Fiji te treffen om te komen tot een zekere
overeenstemming tussen de ontwikkelingssamenwerking en de naleving door Fiji
van de overeengekomen verbintenissen. 2. Op 10 april 2009 stelde de
president van Fiji de grondwet buiten werking, verwijderde hij alle rechters
uit hun ambt en verklaarde hij dat uiterlijk in september 2014 verkiezingen
zouden plaatsvinden. Daarmee verbrak Fiji eenzijdig de verbintenissen van april
2007 met de EU. Dit gebeurde de dag nadat het Hof van Beroep de aanwijzing van
de militaire regering na de staatsgreep van 2006 illegaal had verklaard.
Bovendien werd in Fiji de noodtoestand van kracht en werd de vrijheid van
meningsuiting aanzienlijk beperkt. 3. Na deze negatieve
ontwikkelingen besloot de Raad op 24 september 2009 bij Besluit 2009/735/EG de
passende maatregelen ten aanzien van Fiji, die waren vastgesteld bij Besluit 2007/641/EG,
dat op 1 oktober 2009 zou verstrijken, te verlengen tot en met 31 maart 2010.
Als gevolg van verdere vertragingen bij de uitvoering van de verbintenissen met
de EU heeft de Raad op 29 maart 2010 bij Besluit 2010/208/EU besloten de
passende maatregelen voor Fiji, die bij Besluit 2007/641/EG waren vastgesteld,
tot en met 1 oktober 2010 te verlengen, daarna op 27 september 2010 bij
Besluit 2010/589/EU tot en met 31 maart 2011, op 31 maart 2011 bij Besluit 2011/219/EU
tot en met 30 september 2011 en op 26 september 2011 bij Besluit 2011/637/EU
tot en met 30 september 2012. 4. Begin
2012 konden enkele positieve ontwikkelingen worden genoteerd: op 7 januari 2012
werden de verordeningen inzake de noodtoestand opgeheven en op 9 maart 2012
is een politiek proces op gang gekomen dat uiterlijk in maart 2013 moest leiden
tot een nieuwe grondwet en uiterlijk in september 2014 tot herstel van de
constitutionele democratie door het houden van parlementsverkiezingen. Daarop
zette de Raad op 24 september 2012 bij Besluit 2012/523/EU de deur open
voor mogelijke hervatting van de programmering van toekomstige
ontwikkelingsbijstand, terwijl tegelijkertijd de passende maatregelen werden
verlengd tot 30 september 2013. 5. De belangrijkste bron voor
financiering voor Fiji zijn de begeleidende maatregelen voor voormalige landen
van het suikerprotocol. Deze steun wordt verstrekt via niet-gouvernementele
organisaties (regionale organisaties en ngo's) en is bedoeld voor de
vermindering van de economische en maatschappelijke gevolgen van de
herstructurering van de suikersector door steun voor een gediversifieerde
marktgestuurde landbouwsector, steun voor alternatieve bronnen van inkomsten en
inkomensgenererende activiteiten voor de zwaarst getroffen bevolkingsgroepen en
beperking van het risico op natuurrampen. Van de totale toewijzing van 60 miljoen euro
voor het meerjarige indicatieve programma van het tiende EOF voor 2008-2010 is
slechts 8 miljoen euro vastgelegd voor het programma voor beperking
van de sociale gevolgen (jaarlijks actieprogramma 2010). 52 miljoen euro
kon niet worden benut doordat Fiji geen vooruitgang had geboekt met betrekking
tot het herstel van het democratisch bestuur. Aan het meerjarige indicatieve
programma van het tiende EOF voor 2011-2013 werd 49 miljoen euro
toegewezen, waarvan in 2011 en 2012 17 miljoen euro is vastgelegd
voor de programma's voor basisdienstverlening en alternatieve inkomstenbronnen.
Vóór eind 2013 moet nog 31 miljoen euro aan steun voor de
suikerindustrie worden vastgelegd. 6. In juni 2012 werd een
constitutionele commissie opgericht, die in december 2012 na uitgebreide
openbare raadplegingen een ontwerpgrondwet heeft opgesteld. De politie nam deze
ontwerpgrondwet in beslag en de premier droeg het juridische team van de
regering op om een nieuwe grondwet op te stellen, die voor eind maart 2013 zou
getoetst en afgerond door een grondwetgevende vergadering. Medio januari 2013
werd een nieuw controversieel decreet gepubliceerd inzake de (her)registratie
van politieke partijen, dat een aantal beperkingen bevatte die veelal niet in
overeenstemming zijn met het internationaal gewoonterecht. Het decreet werd
medio februari gewijzigd, waarbij nog meer beperkingen werden ingevoerd. Op 21
maart presenteerde de premier in een toespraak de nieuwe ontwerpgrondwet aan
het volk en deelde mede dat de grondwetgevende vergadering niet zou worden
samengesteld omdat te weinig politieke partijen waren geregistreerd volgens het
nieuwe decreet. In plaats daarvan werd het volk opgeroepen om rechtstreeks via
verschillende kanalen opmerkingen over de ontwerpgrondwet in te dienen. Op dit
moment is de regering bezig met de afronding van de grondwet, nadat ongeveer 1100
opmerkingen waren ingediend. Het is nog steeds niet duidelijk in welke mate de
door het volk ingediende opmerkingen zullen worden verwerkt in de nieuwe
grondwet. 7. Fiji is begonnen aan een
historisch democratiseringsproces. De volgende stappen moeten leiden tot een
transparant, geloofwaardig en participatief verkiezingsproces en democratische
verkiezingen. Aangezien de mijlpalen daarvoor steeds verder worden opgeschoven,
stelt de Commissie voor dat de Raad zijn goedkeuring hecht aan de verlenging
van de huidige beleids- en passende maatregelen met 18 maanden, met de
mogelijkheid om de passende maatregelen op enig moment te herzien door middel
van een nieuw besluit van de Raad. 8. Om Fiji aan te moedigen verder te gaan met het herstel van de
democratie en de rechtsstaat en volledige eerbiediging van de mensenrechten en
de fundamentele vrijheden, met als uiteindelijke doel normalisering van de
betrekkingen met Fiji, zou de EU de politieke betrokkenheid moeten intensiveren
en de politieke dialoog met het land moeten hervatten om de in 2007
overeengekomen verbintenissen te herzien en actualiseren door achterhaalde
punten te schrappen en ervoor te zorgen dat de eisen die aan de verbintenissen
worden gesteld, in overeenstemming zijn met de nieuwe grondwet. Een belangrijk
deel van deze dialoog zou moeten plaatsvinden tijdens de cruciale periode in
het democratiseringsproces, dat wil zeggen tijdens de aanloop naar de
verkiezingen die uiterlijk in september 2014 moeten plaatsvinden. 9. Voorgesteld wordt dit besluit
ter kennis te brengen van de interim-regering van Fiji, door middel van de
brief aan president Nailatikau in de bijlage, waarin het volgende wordt
meegedeeld: ·
a) de EU ziet uit naar de volgende stappen op weg
naar een transparant, geloofwaardig en participatief verkiezingsproces, vrije
en eerlijke verkiezingen en herstel van het democratisch bestuur; ·
b) de EU zal zich bij haar komende besluiten over
de ontwikkelingssamenwerking steeds laten leiden door de vorderingen bij de
terugkeer naar een grondwettelijk bestuur en is in dat verband bereid om verder
te gaan met de voorbereiding van het programmeringsproces voor het elfde EOF; te
zijner tijd zal een indicatieve nationale toewijzing ter kennis worden
gebracht, met dien verstande dat zal worden overgegaan tot de afronding,
ondertekening en tenuitvoerlegging van de programmeringsdocumenten in het kader
van het elfde EOF met de democratisch verkozen regering; en ·
c) de EU stelt voor de politieke dialoog te
intensiveren, teneinde de verbintenissen van 2007 te herzien en de passende
maatregelen dienovereenkomstig aan te passen, met als uiteindelijk doel
normalisering van de betrekkingen met Fiji. 10. Naar aanleiding van de
herziening en actualisering van de in 2007 overeengekomen verbintenissen, die
zal plaatsvinden via de politieke dialoog, zullen de passende maatregelen
worden aangepast in het licht van de huidige politieke en wettelijke context
van Fiji. De besprekingen over de programmering van het elfde EOF kunnen worden
voortgezet overeenkomstig het besluit van de Raad van 2012 en de indicatieve
financiële toewijzing kan worden meegedeeld aan Fiji zodra de noodzakelijke
besluiten over de oprichting van het volgende EOF zijn vastgesteld. Conclusie In het licht van het voorgaande wordt de Raad
verzocht zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel voor een besluit van
de Raad tot verlenging van de looptijd en tot wijziging van de passende
maatregelen ten aanzien van de Republiek Fiji. 2013/0289 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Besluit 2007/641/EG van de
Raad inzake de Republiek Fiji en tot verlenging van de looptijd daarvan DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de
leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille
Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds,
ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000[1]
en herzien te Ouagadougou, Burkina Faso, op 22 juni 2010[2], hierna de “overeenkomst van
Cotonou” genoemd, en met name artikel 96, Gezien het Intern Akkoord tussen de
vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad
bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de
overeenkomst van Cotonou[3],
en met name artikel 3, Gezien Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een
financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking[4] (hierna “het
financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking” genoemd), en met name
artikel 37, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Besluit 2007/641/EG van
de Raad[5]
zijn passende maatregelen goedgekeurd ingevolge de schending van de in artikel 9
van de overeenkomst van Cotonou bedoelde essentiële elementen en de in artikel 3
van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking bedoelde
waarden. (2) Die maatregelen zijn verlengd
bij Besluit 2009/735/EG van de Raad[6]
en vervolgens bij de Besluiten 2010/208/EU[7],
2010/589/EU[8],
2011/219/EU[9],
2011/637/EU[10]
en 2012/523/EU[11]
van de Raad, omdat de Republiek Fiji niet alleen een aantal belangrijke
verbintenissen betreffende essentiële elementen van de overeenkomst van
Cotonou, die zij bij onderhandelingen in april 2007 is aangegaan, nog moet
uitvoeren, maar zich ook ernstige negatieve ontwikkelingen in verband met een
aantal van deze verbintenissen hebben voorgedaan. (3) Sinds april 2007 zijn er
aanzienlijke ontwikkelingen geweest en de verbintenissen die waren
overeengekomen met de Republiek Fiji moeten dienovereenkomstig worden herzien.
Deze herziening in het licht van het huidige wettelijke kader moet plaatsvinden
in de context van een politieke dialoog. De programmering van de te hervatten
ontwikkelingshulp moet verder worden voorbereid. (4) Besluit 2007/641/EG
verstrijkt op 30 september 2013. Het is passend de inhoud ervan te actualiseren
en de geldigheidsuur ervan te verlengen. (5) De Europese Unie zal een
politieke dialoog aangaan om de verbintenissen van 2007 te herzien en te
actualiseren en de passende maatregelen in het licht daarvan aan te passen, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Besluit 2007/641/EG wordt als volgt gewijzigd: In artikel 3 wordt de tweede alinea vervangen
door: “Het is geldig tot en met 31 maart 2015. Het
wordt regelmatig getoetst, ten minste eenmaal per halfjaar.” Artikel 2 De brief in de bijlage bij dit besluit wordt
aan de Republiek Fiji toegezonden. Artikel 3 Dit besluit
treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE Ontwerpbrief
Z.Exc. Ratu Epeli Nailatikau President van de Republiek Fiji Suva Republiek Fiji
Excellentie, De Europese Unie (EU) hecht groot belang aan
de bepalingen van artikel 9 van de overeenkomst van Cotonou en artikel 3 van de
verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Het partnerschap tussen de ACS en de EU is
gebaseerd op de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen
en de rechtsstaat, die essentiële elementen zijn van de overeenkomst van
Cotonou en de grondslag vormen van onze betrekkingen. Er zijn zes jaar verstreken sinds het besluit
van de EU om passende maatregelen te treffen na de militaire staatsgreep van 2006
en sinds een reeks verbintenissen met Fiji zijn overeengekomen. Volgens de EU zijn sommige van de
verbintenissen van 2007 intussen achterhaald en moeten sommige andere worden
herzien in het licht van het nieuwe wettelijke kader in Fiji. Om een passende basis te hebben om de vorderingen
van Fiji op het gebied van hervormingen te beoordelen, moeten wij deze
verbintenissen gezamenlijk herzien in het licht van de huidige situatie en het
bestaande wettelijke kader. De EU heeft daarom besloten in haar nieuwe
besluit inzake de passende maatregelen een vereiste op te nemen met betrekking
tot een versterkte politieke dialoog in het kader van artikel 8 van de
overeenkomst van Cotonou, om de verbintenissen
van 2007 gezamenlijk te herzien en de passende maatregelen (zie bijlage) aan te
passen als noodzakelijke stappen op weg naar eerbiediging van de mensenrechten,
democratisch herstel en eerbiediging van de rechtsstaat, totdat beide partijen
tot de conclusie komen dat de versterkte dialoog zijn werk heeft gedaan. Aangezien in Fiji nog steeds beperkingen
gelden inzake bepaalde mensenrechten en fundamentele vrijheden en gezien de
noodzakelijke herziening van de verbintenissen, heeft de EU besloten de
passende maatregelen met 18 maanden te verlengen, tot en met 31 maart 2015. Dit biedt de nodige flexibiliteit en geeft de
nodige tijd aan zowel de EU en Fiji om verbintenissen overeen te komen en de
passende maatregelen dienovereenkomstig aan te passen als aan de regering om de
voor september 2014 geplande verkiezingen te organiseren. De EU zal toezien op de vooruitgang die wordt
geboekt met de terugkeer naar een grondwettelijk bestuur en zij zal zich
daardoor steeds laten leiden bij haar komende besluiten over de
ontwikkelingssamenwerking. In dit verband
bevestigt de EU dat zij bereid is te beginnen met de voorbereidingen voor het
programmeringsproces voor het elfde EOF en dat zij te zijner tijd kennis zal
geven van de indicatieve financiële toewijzing voor Fiji. Dan kan worden overwogen over te gaan tot de
afronding, ondertekening en tenuitvoerlegging van de programmeringsdocumenten
in het kader van het elfde EOF met de toekomstige democratisch verkozen
regering. Zodra Fiji vrije en eerlijke verkiezingen
heeft gehouden en de herziene verbintenissen is nagekomen, zal in Fiji een
evaluatiemissie overeenkomstig artikel 96 plaatsvinden, conform de overeenkomst
van Cotonou. Als overeenstemming wordt bereikt
over de aanbevelingen van deze evaluatie, kunnen de passende maatregelen
overeenkomstig artikel 96 worden opgeheven. Ter bevordering van de samenwerking in het
kader van de overeenkomst van Cotonou en het financieringsinstrument voor
ontwikkelingssamenwerking nodigt de EU de interim-regering uit voor een
versterkte politieke dialoog met de EU, die zo snel mogelijk van start zou
moeten gaan. De EU verheugt zich ook over de samenwerking
met de ministeriële contactgroep van het Pacific Islands Forum, die is opgezet
om toezicht te houden op de voortgang van de voorbereidingen van Fiji op de
verkiezingen en de terugkeer naar de democratie. Zij ziet uit naar de volgende
stappen op weg naar een transparant, geloofwaardig en participatief
verkiezingsproces, vrije en eerlijke verkiezingen en herstel van het
democratisch bestuur.
Met bijzondere hoogachting, Gedaan te Brussel, Voor de Raad || Voor de Commissie C. ASHTON || A.PIEBALGS Voorzitter || Lid van de Commissie Bijlage 1 bij de brief De passende maatregelen, die zullen worden
aangepast na de herziening van de verbintenissen in het kader van de versterkte
politieke dialoog, zijn de volgende: ·
humanitaire hulp en directe steun aan
maatschappelijke organisaties en kwetsbare bevolkingsgroepen kunnen worden voortgezet; ·
lopende samenwerkingsactiviteiten, met name in het
kader van het achtste en het negende EOF, kunnen worden voortgezet; ·
samenwerkingsactiviteiten die de terugkeer naar de
democratie bevorderen en leiden tot beter bestuur, kunnen worden voortgezet,
behalve in zeer uitzonderlijke omstandigheden; ·
de tenuitvoerlegging van begeleidende maatregelen
voor de hervorming van de suikersector in 2006 kon worden voortgezet. De
financieringsovereenkomst is op 19 juni 2007 op technisch niveau in
Fiji ondertekend. De financieringsovereenkomst omvat een opschortingsclausule; ·
de suikertoewijzing voor 2007 is nul; ·
de beschikbaarstelling van de suikertoewijzing voor
2008 was afhankelijk van indicaties van de geloofwaardige en tijdige
voorbereiding van verkiezingen, in overeenstemming met de overeengekomen
verbintenissen, met name het houden van een volkstelling, de vaststelling van
de grenzen van de nieuwe kiesdistricten en de hervorming van de kieswet in
overeenstemming met de grondwet; voorts maatregelen voor het goede functioneren
van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een
verkiezingstoezichthouder vóór 30 september 2007, in overeenstemming met de
grondwet. De suikertoewijzing voor 2008 verviel definitief op 31 december 2009; ·
de suikertoewijzing voor 2009 werd in mei 2009
geschrapt, omdat de interim-regering had besloten de algemene verkiezingen tot
september 2014 uit te stellen; ·
de toewijzing voor 2010 werd nog vóór 1 mei 2010
geschrapt, omdat het democratische proces niet verder was gevorderd. Gezien de
precaire situatie van de suikersector heeft de Commissie evenwel een deel van
de toewijzing gereserveerd voor rechtstreekse bijstand aan de bevolking die
direct afhankelijk is van de suikerproductie, teneinde de negatieve sociale
gevolgen te milderen. Deze middelen worden centraal beheerd door de delegatie
van de EU in Suva en niet via de regering verstrekt; ·
de voorbereidingen voor de programmering in het
kader van het elfde EOF kunnen van start gaan, zodat Fiji kan verwachten dat
het te zijner tijd in kennis wordt gesteld van een indicatieve toewijzing; ·
specifieke steun voor de voorbereiding en
tenuitvoerlegging van belangrijke verbintenissen, met name steun voor het
voorbereiden en/of houden van verkiezingen, is mogelijk; ·
de regionale samenwerking, en de deelname van Fiji
daaraan, blijft intact; ·
de controle op de naleving van de verbintenissen
geschiedt overeenkomstig de in de bijlage genoemde voorwaarden met betrekking
tot regelmatige dialoog, alsook doeltreffende samenwerking met missies voor
evaluatie en toezicht en rapportage. Bijlage 2
bij de brief
MET DE REPUBLIEK FIJI IN 2007 OVEREENGEKOMEN
VERBINTENISSEN
A. Eerbiediging van de
democratische beginselen Verbintenis nr. 1 Er worden binnen 24 maanden na 1 maart 2007
vrije en eerlijke verkiezingen gehouden, afhankelijk van de bevindingen van de
evaluatie door de onafhankelijke auditeurs die zijn benoemd door het
secretariaat van het Pacific Islands Forum. De
procedures die voorafgaan aan de organisatie van de verkiezingen en de
organisatie van de verkiezingen zelf zullen gezamenlijk worden gecontroleerd en
waar nodig aangepast en herzien op basis van wederzijds overeengekomen
ijkpunten. Dit houdt met name het volgende in: ·
de interim-regering keurt uiterlijk op 30 juni 2007
een tijdschema goed met daarin de data waarop de verschillende stappen moeten
worden voltooid die nodig zijn ter voorbereiding van de nieuwe
parlementsverkiezingen; ·
in het tijdschema worden het tijdstip van een te
houden volkstelling, de herziening van de districtgrenzen en de hervorming van
de kieswet gespecificeerd; ·
de vaststelling van de districtgrenzen en de
hervorming van de kieswet geschieden in overeenstemming met de grondwet; ·
in overeenstemming met de grondwet worden
maatregelen genomen voor het goede functioneren van het verkiezingsbureau,
waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder uiterlijk op 30
september 2007; ·
de benoeming van de vicepresident geschiedt in
overeenstemming met de grondwet. Verbintenis nr. 2 De interim-regering houdt bij de goedkeuring
van belangrijke wetgevende, begrotings- en andere beleidsinitiatieven en
-wijzigingen rekening met overleg dat is gepleegd met maatschappelijke
organisaties en andere betrokkenen. B. Rechtsstaat Verbintenis nr. 1 De interim-regering spant zich tot het
uiterste in om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te
voorkomen. Verbintenis nr. 2 De interim-regering eerbiedigt de grondwet van
1997 en garandeert dat grondwettelijke instellingen, zoals de
mensenrechtencommissie van Fiji, de commissie voor de openbare dienst en de
commissie grondwettelijke instellingen normaal en onafhankelijk kunnen
functioneren. De aanzienlijke
onafhankelijkheid en het functioneren van de Grote Raad van Stamhoofden worden
gewaarborgd. Verbintenis nr. 3 De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht
wordt volledig gerespecteerd, zodat deze ongestoord kan functioneren en zijn
vonnissen door alle betrokkenen worden geëerbiedigd. Daarbij wordt met name het
volgende gegarandeerd: ·
de interim-regering zorgt ervoor dat het tribunaal
bedoeld in artikel 138, lid 3, van de grondwet uiterlijk op 15 juli 2007 wordt
aangesteld; ·
benoemingen en/of ontslagen van rechters geschieden
voortaan strikt in overeenstemming met de grondwettelijke bepalingen en
procedurele voorschriften; ·
het leger, de politie en de interim-regering
onthouden zich van elke vorm van inmenging in de activiteiten van het
justitiële apparaat. Alle ambten binnen het justitiële apparaat worden ten
volle geëerbiedigd. Verbintenis nr. 4 Alle strafrechtelijke procedures in verband
met corruptie worden via de passende justitiële kanalen afgehandeld; alle
andere organen die worden ingesteld om vermeende gevallen van corruptie te
onderzoeken, werken binnen de grondwettelijke grenzen. C. Mensenrechten en
fundamentele vrijheden Verbintenis nr. 1 De interim-regering stelt al het noodzakelijke
in het werk om ervoor te zorgen dat beschuldigingen van
mensenrechtenschendingen worden onderzocht of in behandeling worden genomen in
overeenstemming met de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde
fora, overeenkomstig de wetgeving van Fiji. Verbintenis nr. 2 De interim-regering heft in mei 2007 de
noodtoestand op, afhankelijk van eventuele bedreigingen van de nationale
veiligheid of de openbare orde en veiligheid. Verbintenis nr. 3 De interim-regering zorgt ervoor dat de
Mensenrechtencommissie van Fiji volledig onafhankelijk en in overeenstemming
met de grondwet kan functioneren. Verbintenis nr. 4 De vrijheid van meningsuiting en de
mediavrijheid worden in al hun vormen gewaarborgd, in overeenstemming met de
grondwet. D. Naleving van de verbintenissen Verbintenis nr. 1 De interim-regering verbindt zich ertoe
regelmatig een dialoog te voeren, zodat kan worden vastgesteld of er
vooruitgang is geboekt, en verleent de autoriteiten/vertegenwoordigers van de
Europese Unie en de Europese Commissie onbeperkt toegang tot informatie over
alle vraagstukken die verband houden met de mensenrechten en het vreedzaam
herstel van de democratie en de rechtsstaat in Fiji. Verbintenis nr. 2 De interim-regering werkt volledig mee met
eventuele missies van de Europese Unie met het oog op de evaluatie van en het
toezicht op de vooruitgang. Verbintenis nr. 3 De interim-regering stelt om de drie maanden,
te beginnen op 30 juni 2007, voortgangsverslagen op met betrekking tot de
essentiële elementen van de overeenkomst van Cotonou en de verbintenissen. Bepaalde vraagstukken kunnen alleen effectief
worden aangepakt met een pragmatische benadering, rekening houdende met de
realiteit van het heden en vooruitblikkend op de toekomst. [1] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. [2] PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3. [3] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376. [4] PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41. [5] PB L 260 van 5.10.2007, blz. 15. [6] PB L 262 van 6.10.2009, blz. 43. [7] PB L 89 van 9.4.2010, blz. 7. [8] PB L 260 van 2.10.2010, blz. 10. [9] PB L 93 van 7.4.2011, blz. 2. [10] PB L 252 van 28.9.2011, blz. 1. [11] PB L 263 van 28.9.2012, blz. 2.