Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat de financiële toewijzingen aan bepaalde lidstaten uit het Europees Sociaal Fonds betreft /* COM/2013/0560 final - 2013/0271 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL In verband met de onderhandelingen over het
nieuwe meerjarige financiële kader voor 2014-2020 moet voor enkele uit het
eindresultaat van de onderhandelingen voortvloeiende vraagstukken nog een
oplossing worden gevonden. De Europese Commissie stelt daarom voor om aan
Frankrijk, Italië en Spanje respectievelijk 100 miljoen EUR, 30 miljoen EUR en
20 miljoen EUR toe te kennen als aanvullende vastleggingen bovenop de
ESF-toewijzingen voor 2013. Aangezien de bedragen in de verordening zijn
uitgedrukt in de prijzen van 2004, komen de overeenkomstige bedragen in de
verordening neer op een totaalbedrag van 126 miljoen EUR en dit wordt als
volgt verdeeld: 84 miljoen EUR voor Frankrijk, 17 miljoen EUR voor
Spanje en 25 miljoen EUR voor Italië. De compensatie komt wordt betaald uit de
periode 2007-2013 met bedragen die door middel van het flexibiliteitsinstrument
beschikbaar worden gesteld. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN DE BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING Externe belanghebbenden zijn niet
geraadpleegd. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Er wordt voorgesteld om artikel 18
betreffende de totale middelen, artikel 19 betreffende de beschikbare
middelen voor de convergentiedoelstelling, artikel 20 betreffende de
beschikbare middelen voor de doelstelling "regionaal concurrentievermogen
en werkgelegenheid" en artikel 75 betreffende vastleggingen te wijzigen.
Daarnaast wordt voorgesteld om bijlage I betreffende de jaarlijkse verdeling
van de vastleggingskredieten en bijlage II betreffende de criteria en methoden
voor de toewijzing van de middelen te wijzigen. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Er wordt in totaal 150 miljoen EUR
toegevoegd aan de aan het ESF toe te wijzen vastleggingen voor 2013 voor
Frankrijk, Italië en Spanje.
2013/0271 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006
van de Raad wat de financiële toewijzingen aan bepaalde lidstaten uit het
Europees Sociaal Fonds betreft HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 177, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[1],
Gezien het advies van het Comité van de
Regio’s[2], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) In verband met de
onderhandelingen over het meerjarige financiële kader voor de jaren 2014-2020 moet
voor enkele uit het eindresultaat van de onderhandelingen voortvloeiende
vraagstukken nog een oplossing worden gevonden. (2) Tijdens de Europese Raad van
27 en 28 juni 2013 werd het standpunt ingenomen dat een budgettaire
oplossing moest worden gevonden om deze vraagstukken voor de meest getroffen
lidstaten, met name Frankrijk, Italië en Spanje, op te lossen. (3) Gelet op de huidige
economische crisis moeten, met het oog op het versterken van de economische,
sociale en territoriale samenhang van de Unie, en als bijdrage aan de
bijzondere inspanning die nodig is om de specifieke omstandigheden op het vlak
van werkloosheid (met name jeugdwerkloosheid), armoede en sociale uitsluiting
in deze lidstaten aan te pakken, de toewijzingen uit het Europees Sociaal Fonds
aan die drie lidstaten voor het jaar 2013 worden verhoogd. (4) Om de in bijlage I bij
Verordening (EG) nr. 1083/2006[3]
aan de lidstaten toegewezen bedragen vast te stellen, moeten de bepalingen tot
vaststelling van de totale middelen van de fondsen voor de drie doelstellingen
waaraan zij bijdragen en bijlage II bij die verordening tot vaststelling van
criteria en methoden die worden gebruikt bij de indicatieve jaarlijkse
verdeling van vastleggingskredieten per lidstaat, worden aangepast. (5) Om de doeltreffendheid van de
verhoging van de vastleggingskredieten voor het jaar 2013 te waarborgen en om
de uitvoering van de operationele programma's te vergemakkelijken, moet
rekening worden gehouden met de opnamecapaciteit van de betrokken lidstaten wat
betreft de doelstellingen van de fondsen op het gebied van convergentie en
regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid. (6) Om ervoor te zorgen dat voor
de operationele programma's voldoende tijd wordt geboden om van de aanvullende
toewijzingen gebruik te kunnen maken, moet eveneens de uiterste termijn voor de
vastleggingen voor operationele programma's waaraan de in bijlage II bij
Verordening (EG) nr. 1083/2006 vastgelegde nieuwe toewijzingen ten goede komen,
worden verlengd. (7) Aangezien die
vastleggingskredieten op het jaar 2013 betrekking hebben, moet deze verordening
met spoed in werking treden. (8) Verordening (EG)
nr. 1083/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt als volgt
gewijzigd: 1) Artikel 18 wordt als volgt
gewijzigd: a) in lid 1 wordt de eerste alinea
vervangen door: "Voor vastlegging ten laste van de fondsen
is voor de periode 2007 tot en met 2013 een bedrag van
308 542 551 107 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2004,
beschikbaar, dat over de betrokken jaren wordt verdeeld overeenkomstig
bijlage I." b) lid 3 wordt vervangen door: "3. De in de punten 12 tot en met 30 en
32 van bijlage II genoemde bedragen zijn begrepen in de in de
artikelen 19, 20 en 21 genoemde bedragen en moeten duidelijk in de
programmeringsdocumenten worden vermeld." 2) De artikelen 19 en 20 worden
vervangen door: "Artikel 19 Middelen voor de convergentiedoelstelling De totale middelen voor de
convergentiedoelstelling bedragen 81,53 % van de in artikel 18, lid 1,
genoemde middelen (dat wil zeggen in totaal 251 543 760 146 EUR) en worden als
volgt over de verschillende onderdelen verdeeld: a) 70,50 % (dat wil zeggen in totaal 177
338 880 991 EUR) voor de in artikel 5, lid 1, bedoelde financiering, waarbij de
indicatieve verdelingen per lidstaat worden berekend aan de hand van de
volgende criteria: de in aanmerking komende bevolking, de regionale welvaart,
de nationale welvaart en het werkloosheidspercentage; b) 4,98 % (dat wil zeggen in totaal 12
521 289 405 EUR) voor de in artikel 8, lid 1, bedoelde specifieke
overgangssteun, waarbij de indicatieve verdelingen per lidstaat worden berekend
aan de hand van de volgende criteria: de in aanmerking komende bevolking, de
regionale welvaart, de nationale welvaart en het werkloosheidspercentage; c) 23,23 % (dat wil zeggen in totaal 58
433 589 750 EUR) voor de in artikel 5, lid 2, bedoelde financiering, waarbij de
indicatieve verdelingen per lidstaat worden berekend aan de hand van de
volgende criteria: de bevolking, de nationale welvaart en de oppervlakte; d) 1,29 % (dat wil zeggen in totaal 3 250 000
000 EUR) voor de in artikel 8, lid 3, bedoelde specifieke
overgangssteun. Artikel 20 Middelen voor de doelstelling "Regionaal
concurrentievermogen en werkgelegenheid" De totale middelen voor de doelstelling
"Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" bedragen
15,96 % van de in artikel 18, lid 1, genoemde middelen (dat wil zeggen in
totaal 49 239 337 841 EUR) en worden als volgt over de verschillende onderdelen
verdeeld: a) 78,91 % (dat wil zeggen in totaal 38
854 031 211 EUR) voor de in artikel 6 bedoelde financiering, waarbij de
indicatieve verdelingen per lidstaat worden berekend aan de hand van de
volgende criteria: de in aanmerking komende bevolking, de regionale welvaart,
het werkloosheidspercentage, de tewerkstellingsgraad en de bevolkingsdichtheid;
en b) 21,09 % (dat wil zeggen in totaal 10
385 306 630 EUR) voor de in artikel 8, lid 2, bedoelde specifieke
overgangssteun, waarbij de indicatieve verdelingen per lidstaat worden berekend
aan de hand van de volgende criteria: de in aanmerking komende bevolking, de
regionale welvaart, de nationale welvaart en het werkloosheidspercentage." 1) In artikel 21, lid 1, komt de
inleidende zin als volgt te luiden: "De totale middelen voor de doelstelling
"Europese territoriale samenwerking" bedragen 2,51 % van de in
artikel 18, lid 1, genoemde middelen (zijnde 7 759 453 120 EUR). Deze middelen,
met uitsluiting van het in punt 22 van bijlage II genoemde bedrag, worden als
volgt over de verschillende onderdelen verdeeld:" 2) In artikel 75 wordt het volgende lid
1 bis ingevoegd: "1bis. In afwijking van lid 1), worden de
vastleggingen voor de in punt 32 van bijlage II bedoelde bedragen uiterlijk op
30 juni 2014 verricht." 3) Bijlage I wordt vervangen door: "BIJLAGE I Jaarlijkse verdeling van de
vastleggingskredieten 2007-2013 (bedoeld in artikel 18) (EUR — prijzen van 2004) 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 || 2013 42 863 000 000 || 43 318 000 000 || 43 862 000 000 || 43 860 000 000 || 44 073 000 000 || 44 723 000 000 || 45 843 551 107" (1)
Aan bijlage II wordt het volgende punt toegevoegd: "32. Voor het jaar 2013 wordt uit het ESF
op de volgende wijze een aanvullend bedrag van 125 513 290 EUR
toegewezen: 83 675 527 EUR wordt aan Frankrijk toegewezen,
25 102 658 EUR wordt aan Italië toegewezen en 16 735 105 wordt
aan Spanje toegewezen." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER
VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.6. Duur en financiële
gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het
toezicht en de verslagen 2.2. Beheers- en
controlesysteem 2.3. Maatregelen ter
voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde gevolgen voor
de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage van derden aan
de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor
de ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Voorstel voor
een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat de financiële toewijzingen
aan bepaalde lidstaten uit het Europees Sociaal Fonds betreft 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[4]
Regionaal
beleid; ABB-activiteit 13.03 Werkgelegenheid
en sociale zaken; ABB-activiteit 04.02 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie na een proefproject/een voorbereidende actie[5] x Het voorstel/initiatief betreft de verlenging
van een bestaande actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie die
wordt omgebogen naar een nieuwe actie 1.4. Doelstelling(en) 1.4.1. De met het
voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de
Commissie 1.4.2. Specifieke doelstelling(en)
en betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke
doelstelling nr. Betrokken
ABM/ABB-activiteit(en) 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen. 1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren
Vermeld de
indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het
voorstel/initiatief is uitgevoerd. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte
of lange termijn moet worden voorzien Specifieke
omstandigheden op het vlak van werkloosheid, in het bijzonder
jeugdwerkloosheid, en van armoede en sociale uitsluiting 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Het voorstel
zal de bestaande ESF-kredieten verhogen om in de bovenstaande behoeften te voorzien 1.5.3. Nuttige ervaring die bij
soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan n.v.t. 1.5.4. Verenigbaarheid en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Het
aanvullende bedrag zal het huidige ESF-budget verhogen. 1.6. Duur en financiële gevolgen
xVoorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur · x Voorstel/initiatief
is van kracht vanaf de datum van vaststelling van de verordening tot en met de
datum van vaststelling van de programma's · x Financiële
gevolgen vanaf 2013 tot en met 2017 ¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur · Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ, · gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[6] Voor de
begroting van 2013 ¨ Direct gecentraliseerd beheer door de
Commissie ¨ Indirect gecentraliseerd beheer door
uitvoeringstaken te delegeren aan: · ¨ uitvoerende
agentschappen · ¨ door de Unie
opgerichte organen[7]
· ¨ nationale
publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak · ¨ personen aan wie
de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag
betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het
betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement x Gedeeld beheer met lidstaten ¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk beheer met internationale
organisaties (geef aan welke) ·
Verstrek, indien meer
dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Uit de
begroting van 2014 ¨ Direct beheer door de Commissie · ¨ door de diensten,
met inbegrip van haar personeel in de delegaties van de Unie; · ¨ door de
uitvoerende agentschappen; x Gedeeld beheer met
lidstaten ¨ Indirect beheer door uitvoeringstaken te
delegeren aan: · ¨ derde landen of de
door hen aangewezen organen; · ¨ internationale
organisaties en hun agentschappen (geef aan welke); · ¨ de EIB en het
Europees Investeringsfonds; · ¨ in de artikelen
208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen; · ¨ publiekrechtelijke
organen; · ¨ privaatrechtelijke
organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende
financiële garanties bieden; · ¨ privaatrechtelijke
organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat
partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden; · ¨ personen aan wie
de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het
kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de
betrokken basishandeling. · Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is
aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen". 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht
en de verslagen De bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn van toepassing 2.2. Beheers- en controlesysteem
2.2.1. Mogelijke risico's De bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn van toepassing 2.2.2. Informatie over de het
opgezette interne controlesysteem De bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn van toepassing 2.2.3. Raming van de kosten en baten
van de controles en beoordeling van het verwachte foutenrisico De bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn van toepassing 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden De bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn van toepassing 3. GERAAMDE FINANCIËLE
GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de
begrotingsonderdelen Rubriek van het meer-jarige finan-ciële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage || GK/ NGK ([8]) || van EVA-landen[9] || van kandi-daat-lidstaten[10] || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement 1b. || ESF – Convergentie 04 02 17 || GK || NEE || NEE || NEE || NEE 1b. || ESF - Regionaal Concurrentievermogen 04 02 19 || GK || NEE || NEE || NEE || NEE · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen: NEE In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de
begrotingsonderdelen Rubriek van het meer-jarige finan-ciële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage Nummer Omschrijving || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandi-daat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement || || || JA/ NEE || JA/ NEE || JA/ NEE || JA/ NEE 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven miljoen
EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader || || Rubriek 1b…………...…………………………………………………… DG: EMPL || || || Jaar N[11] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL Beleidskredieten (lopende prijzen) || || || || || || || || 04 02 17 || Vastleggingen || (1) || 16,7 || 0 || 0 || 0 || || || || Betalingen || (2) || 0 || 0 || 8,35 || 8,35 || || || || 04 02 19 || Vastleggingen || (1a) || 133,3 || 0 || 0 || 0 || || || || Betalingen || (2a) || 0 || 0 || 66,65 || 66,65 || || || || Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[12] || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || || || || n.v.t. TOTAAL kredieten voor DG EMPL || Vastleggingen || =1+1a +3 || 150 || 0 || 0 || 0 || || || || 150 Betalingen || =2+2a +3 || 0 || 0 || 0 || 150 || || || || 150 Gelet op de regel
voor betalingen door de structuurfondsen, waarbij betalingsaanvragen worden gekoppeld
aan de vroegste openstaande vastleggingen, zijn voor deze aanvullende vastleggingen
pas in een later stadium aanvullende betalingskredieten nodig aangezien zij een
aanvulling vormen op de laatste tranche van de toewijzing voor 2007-2013. TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEK ... van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Wanneer het
voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken: TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4 van het meerjarige financiële kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || "Administratieve uitgaven" miljoen
EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL DG: EMPL || Personele middelen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || || || || n.v.t. Andere administratieve uitgaven || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || || || || n.v.t. TOTAAL DG || Kredieten || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || || || || n.v.t. TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || || || || n.v.t. miljoen
EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar N[13] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || || || || || || || || Betalingen || || || || || || || || 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten · ¨ Voor het
voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig · x Voor het
voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt
beschreven: (aanvulling op output als omschreven in Verordening (EG) nr. 1083/2006) Vastleggingskredieten,
miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Vermeld doelstel-lingen en outputs ò || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL OUTPUTS Soort[14] || Gem. kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || To-taal aan-tal || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1[15] || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || || || || || || || || || || || || || || SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 2 || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTALE KOSTEN || || || || || || || || || || || || || || || || 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting · x Voor het
voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig · ¨ Voor het
voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader
wordt beschreven: miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar N[16] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Buiten RUBRIEK 5[17] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || TOTAAL || || || || || || || || Voor de kredieten voor personele middelen zal
een beroep worden gedaan op de kredieten van het DG die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften · x Voor het
voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig · ¨ Voor het
voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt
beschreven: Raming voltijdequivalenten (of met hoogstens 1 decimaal) || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) || || XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || || || || || || || XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[18] || XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || XX 01 04 jj[19] || - zetel || || || || || || || - delegaties || || || || || || || XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden) || || || || || || || 10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || TOTAAL || || || || || || || XX is het beleidsterrein of de
begrotingstitel. De benodigde
personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor
het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld,
eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse
toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het
beherende DG kunnen worden toegewezen. Beschrijving van de uit te voeren taken Ambtenaren en tijdelijk personeel || Extern personeel || 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader · ¨ Het
voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader · ¨ Het
voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het
meerjarige financiële kader Zet uiteen
welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken
begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. · x Het
voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of
herziening van het meerjarige financiële kader[20]. De begroting
van 2013 laat een marge van 16,7 miljoen EUR onder het maximum van rubriek 1b.
Gelet op de specificiteit van de programmering uit hoofde van rubriek 1b moet voor
het verschil een beroep worden gedaan op het flexibiliteitsinstrument voor een
bedrag van 133,3 miljoen EUR. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering · x Het
voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden. · Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder
wordt geraamd: Kredieten,
in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || Totaal Medefinancierings-bron || || || || || || || || TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || || 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten · x Het
voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten. · ¨ Het voorstel/initiatief
heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen: ¨ voor de
eigen middelen ¨ voor de
diverse ontvangsten miljoen EUR
(tot op 3 decimalen) Begrotingsonder-deel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotings-jaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[21] Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Artikel …. || || || || || || || || [1] PB C van , blz. . [2] PB C van , blz. . [3] Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van
11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor
Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot
intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006,
blz. 25). [4] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [5] In de zin van artikel 54, lid 2, onder a)
of b), van het Financieel Reglement. [6] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen
naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [7] In de zin van artikel 185 van het Financieel
Reglement. [8] GK = Gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste
kredieten. [9] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. [10] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan. [11] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [12] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [13] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [14] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.
aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen,
enz.). [15] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke
doelstelling(en) …". [16] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [17] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [18] AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent
Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd
nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED = Jeune Expert en
Délégation (jonge deskundige in delegaties). [19] Onder het maximum voor extern personeel uit
beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen). [20] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord
(voor de periode 2007-2013). [21] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en
suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van
25 % aan inningskosten.