Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 /* COM/2013/0506 final - 2013/0245 (NLE) */
TOELICHTING 1. Achtergrond van het voorstel 1.1. Algemene context Een van de hoofddoelstellingen van Horizon
2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie met betrekking tot het
tijdvak 2014-2020, is het versterken van de Europese industrie door acties ter
ondersteuning van onderzoek en innovatie in diverse bedrijfstakken. Het
programma voorziet met name in het opzetten van publiek-private partnerschappen
die bijdragen aan de oplossing van een aantal van de essentiële uitdagingen
waar Europa mee geconfronteerd wordt. Dit voorstel behelst een verlenging van de
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof die in het kader
van het zevende kaderprogramma is opgericht, overeenkomstig de mededelingen van
de Commissie "Publiek-private partnerschappen in het kader van Horizon
2020: een krachtig instrument voor de verwezenlijking van innovatie en groei in
Europa"[1],
"Energie 2020 - Een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu
geleverde energie"[2]
en "Schone energie voor het vervoer: een Europese strategie voor
alternatieve brandstoffen"[3]. 1.2. Motivering en doelstellingen
voor een gemeenschappelijke onderneming op het gebied van brandstofcellen en
waterstof Een gemeenschappelijke onderneming op het
gebied van brandstofcellen en waterstof is noodzakelijk: ·
om twee essentiële uitdagingen voor de EU aan te
pakken: het veiligstellen van de energievoorzieningszekerheid en het
vergroten/handhaven van de concurrentiekracht; ·
om het EU-beleid op het gebied van duurzame energie
en vervoer, klimaatverandering, het milieu en het industriële
concurrentievermogen, zoals neergelegd in de Europa 2020-strategie voor
groei, te steunen en de overkoepelende doelstelling van de EU, namelijk een
slimme, duurzame en inclusieve groei, te verwezenlijken; ·
om een aantal belemmeringen voor doeltreffende
onderzoeks- en innovatieactiviteiten op dit gebied uit de weg te ruimen: hoge
risico’s, de hoge kosten van onderzoek en ontwikkeling, kennisoverloopeffecten
en marktfalen. De investeringen van het bedrijfsleven alleen zijn niet tegen
deze belemmeringen opgewassen en daarom is overheidssteun noodzakelijk; ·
om de versnippering van de programma’s van de
lidstaten tegen te gaan en op de lange termijn een voldoende hoog niveau van
gecoördineerde, grootschalige, transnationale en sectoroverschrijdende
inspanningen te verwezenlijken; ·
om het bedrijfsleven te helpen bij het vaststellen
van een langetermijnagenda voor innovatie en onderzoek, de nodige kritische
massa te genereren, particuliere investeringen aan te trekken, een stabiele
financiering te bieden, het delen van kennis te vergemakkelijken, de risico’s
te verminderen, de kosten te verlagen en de doorlooptijd te verminderen. De algemene doelstelling van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 voor de periode 2014-2024 is de
ontwikkeling van een sterke, duurzame en mondiaal concurrerende brandstofcel-
en waterstofsector in de Unie, met het oog op: –
verlaging van de productiekosten van
brandstofcelsystemen voor vervoerstoepassingen en verlenging van de levensduur
tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën; –
verhoging van de elektrische efficiëntie en de
duurzaamheid van de verschillende soorten brandstofcellen die worden gebruikt
voor de elektriciteitsproductie en verlaging van de kosten tot niveaus die
kunnen concurreren met conventionele technologieën; –
verhoging van de energie-efficiëntie van de
productie van waterstof via elektrolyse uit water en een verlaging van de
kapitaalkosten, zodat de combinatie van het waterstof- en brandstofcelsysteem
kan concurreren met de op de markt verkrijgbare alternatieven; en –
grootschalige demonstratie van de bruikbaarheid van
waterstof ter ondersteuning van de integratie van hernieuwbare energiebronnen
in de energiesystemen, onder meer door het gebruik ervan als concurrerend
opslagmedium voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. 1.3. Voortbouwen op de ervaring De voorgestelde gemeenschappelijke onderneming
2 borduurt voort op de successen van de voorgaande gemeenschappelijke
onderneming uit hoofde van KP7. De bestaande gemeenschappelijke onderneming FCH
heeft geleid tot de totstandbrenging van een sterk partnerschap, het aantrekken
van publieke en private financiering en een grote betrokkenheid van het
bedrijfsleven (met name kmo’s). Daarnaast is in het kader van de bestaande
gemeenschappelijke onderneming FCH een projectportefeuille van strategisch
belang samengesteld. Ook wat toepassingen op het gebied van energie en vervoer
betreft is aanzienlijke technologische vooruitgang geboekt. Inmiddels is een
aantal vroege toepassingen op de markt gebracht, voor gebruik in bijvoorbeeld
vorkheftrucks en kleine noodstroomeenheden, wat de industrie, de lidstaten en
de onderzoeksgemeenschap heeft aangemoedigd meer eigen middelen uit te trekken.
De deelname van de industrie en kmo’s is stabiel en ligt aanzienlijk hoger dan
in KP7 - Energie. In de eerste tussentijdse evaluatie, die in
2011 met de hulp van onafhankelijke deskundigen werd afgerond, werd
geconcludeerd dat de op een gemeenschappelijke onderneming gebaseerde aanpak in
het algemeen een effectieve manier is om publiek-private activiteiten op het
gebied van technologische ontwikkeling en demonstraties te versterken, en dat
deze de O&O-gemeenschap de nodige stabiliteit biedt. De algemene technische
doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming FCH werden ambitieus en
concurrerend geacht. Hoewel de innovatie in de FCH-sector in een
gevorderd stadium is, is de sector nog steeds pril en kwetsbaar. De
ontwikkeling van FCH-technologieën die kunnen worden ingezet in een wereldwijde
door concurrentie gekenmerkte context vraagt om een aanzienlijke verhoging van
de publieke en private O&O-investeringen in de lidstaten en de
geassocieerde landen. De publieke middelen voor FCH-onderzoek in de EU, die
zowel door de lidstaten als uit hoofde van het kaderprogramma beschikbaar
worden gesteld, volstaan niet ter dekking van de geraamde financiële middelen
die nodig zijn om de stappenplannen voor FCH-technologie voor de periode
2014-2020[4]
uit te voeren. Een ambitieus overheidsbeleid kan echter de positieve
omstandigheden scheppen om de private investeringen aan te trekken die
noodzakelijk zijn om de overheidssteun aan te vullen en de O&O-behoeften te
lenigen. Het voorstel tot voortzetting van de
gemeenschappelijke onderneming FCH omvat bepalingen die tot doel hebben de
werkzaamheden te vereenvoudigen en flexibeler te maken. 2. Raadpleging van de belanghebbende
partijen en effectbeoordeling Resultaten van het overleg ·
De belangengroepen die de industrie- en
onderzoeksgemeenschappen, de lidstaten en het grote publiek vertegenwoordigen
is naar hun mening gevraagd over de voortzetting van de gemeenschappelijke
onderneming FCH in het kader van Horizon 2020. In 2012 zijn diverse workshops
en ad-hocvergaderingen gehouden om de prioriteiten ten aanzien van onderzoek
naar brandstofcellen en waterstof te bespreken en het beste mechanisme vast te
stellen voor de uitvoering van het onderzoeks- en innovatieprogramma op
Europees niveau. In de tweede helft van 2012 werd een enquête verspreid onder alle
belanghebbenden die steun ontvangen in het kader van de gemeenschappelijke
onderneming FCH, waarop 154 antwoorden zijn ontvangen, waaronder 46 van de
industriegroepering. 93 % van de begunstigden die hebben gereageerd, gaf
aan voorstander te zijn van de voortzetting van de gemeenschappelijke
onderneming FCH. Bovendien is de omzet van 70 % van de leden van de
industriegroepering op het gebied van FCH sinds 2007 gestegen en heeft
70 % zijn uitgaven voor O&O verhoogd. Ca. de helft van de antwoordende
leden meldde een toename van de uitgaven voor O&O als direct gevolg van de
oprichting van de gemeenschappelijke onderneming. ·
Tussen juli en oktober 2012 werd een
openbare raadpleging gehouden, waarop 127 antwoorden werden ontvangen. De
meeste respondenten zijn het erover eens dat FCH-technologie een voorname rol
zal spelen in de toekomstige koolstofarme energie- en vervoerssector in de EU
(98 % van de respondenten), voor de energiezekerheid van de EU (94 %) en
voor het industriële concurrentievermogen van de EU (95 %). De resultaten
van de openbare raadplegingen over een publiek-privaat partnerschap (PPP) op
het gebied van brandstofcellen en waterstof in het kader van Horizon 2020 zijn
online beschikbaar op het volgende webadres: http://ec.europa.eu/research/consultations/fch_h2020/fch-f2020-consultation-results.pdf Effectbeoordeling De
voorgestelde verordening is onderworpen aan een effectbeoordeling door de Commissie,
die bij het voorstel is gevoegd. 3. Juridische elementen van het voorstel ·
Samenvatting van de voorgestelde maatregelen Het voorstel bestaat uit een verordening van
de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 2. De gemeenschappelijke onderneming FCH werd oorspronkelijk
opgericht bij Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008,
die met ingang van 1 januari 2014 zal worden ingetrokken. ·
Rechtsgrondslag Het voorstel is gebaseerd op artikel 187
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De regels voor deelname en verspreiding van
Horizon 2020 zullen van toepassing zijn. ·
Subsidiariteit en evenredigheid De doelstellingen van het voorstel kunnen niet
voldoende door de lidstaten worden bereikt omdat de schaal van de uitdaging de
mogelijkheden van elke lidstaat alleen te boven gaat. Er bestaan significante
verschillen tussen de nationale programma's, die versnipperd zijn en elkaar
soms overlappen. Dit vraagt om doeltreffende maatregelen op EU-niveau. Door de
pooling en coördinatie van de inspanningen op het gebied van onderzoek en
ontwikkeling op EU-niveau is de kans op welslagen groter gezien enerzijds het
grensoverschrijdende karakter van de te ontwikkelen infrastructuur en
technologieën en anderzijds de noodzaak om voldoende middelen bijeen te
brengen. De steunverlening van de Europese Unie zal, niet alleen door
gemeenschappelijk prenormatief onderzoek ter ondersteuning van de opstelling
van normen, maar ook door de feitelijke normalisatie die zal ontstaan uit de
nauwe onderzoekssamenwerking en de transnationale demonstratieprojecten, de
onderzoeksprogramma’s helpen rationaliseren en zorgen voor interoperabiliteit
van de ontwikkelde systemen. Deze normalisatie zal een bredere markt openen en concurrentie
in de hand werken. De draagwijdte van het voorstel zou de lidstaten moeten
stimuleren om aanvullende initiatieven op nationaal niveau te nemen in de geest
van versterking van de Europese Onderzoeksruimte – de bedoeling van de
gemeenschappelijke onderneming is namelijk juist deze nationale en regionale
programma's te stimuleren om optimaal gebruik te maken van de gecombineerde
inspanningen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan
de bepalingen van deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om de
doelstellingen ervan te bereiken. ·
Keuze van instrument Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende
reden ongeschikt zijn: de oprichting van een onderneming waarin de
Unie participeert, vereist een verordening van de Raad. 4. Gevolgen voor de begroting Voor de EU-begroting, die in totaal 700
miljoen EUR[5]
bedraagt (inclusief EVA), zal een beroep worden gedaan op de
Horizon 2020-begroting voor de maatschappelijke uitdagingen "Veilige,
schone en efficiënte energie" en "Slim, groen en geïntegreerd
vervoer". De administratieve kosten van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 mogen niet meer bedragen dan 40
miljoen EUR en moeten op jaarbasis geldelijk worden gedekt, gelijkelijk
verdeeld over de Unie en de andere leden dan de Unie. De Unie zal 50 %
bijdragen, de industriegroepering 43 % en de onderzoeksgroepering
7 %. De onderzoeksactiviteiten zullen worden
gefinancierd door de EU en de samenstellende entiteiten van de andere leden dan
de Unie die deelnemen aan de acties onder contract, waarbij de EU-bijdrage
geldelijk wordt voldaan en de bijdragen van de samenstellende entiteiten van de
andere leden in natura worden geleverd binnen de acties onder contract. 5. aanvullende informatie ·
Overgangsperiode Na de goedkeuring van de ontwerpverordening
over brandstofcellen en waterstof wordt Verordening nr. 521/2008
ingetrokken; acties die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 521/2008 zijn
ondernomen en financiële verplichtingen in verband met deze acties blijven evenwel
aan die verordening onderworpen totdat de acties zijn voltooid. ·
Evaluatie De Europese Commissie brengt jaarlijks verslag
uit over de voortgang die door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 is
geboekt. De Europese Commissie zal tevens een tussentijdse evaluatie en een
eindevaluatie bij beëindiging van de gemeenschappelijke onderneming uitvoeren. De kwijting voor de uitvoering van de
begroting betreffende de bijdrage van de Unie maakt deel uit van de kwijting
die door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad aan de Commissie
wordt verleend overeenkomstig de in artikel 319 van het Verdrag bedoelde
procedure. ·
Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel bevat een evaluatiebepaling. Het voorstel bevat een vervalbepaling. 2013/0245 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke onderneming
brandstofcellen en waterstof 2 (Voor de EER relevante tekst) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 187 en 188, eerste alinea, Gezien het voorstel van de
Europese Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement[6], Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[7], Overwegende hetgeen volgt: (1) Oorspronkelijk werd in
publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke
technologie-initiatieven voorzien bij Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende
kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van
onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[8]. (2) Besluit nr. 2006/971/EG van
de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma
"Samenwerking" tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de
Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek,
technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[9] benoemde specifieke te
ondersteunen publiek-private partnerschappen, waaronder een publiek-privaat
partnerschap op het specifieke gebied van het gezamenlijke
technologie-initiatief voor brandstofcellen en waterstof. (3) De Europa 2020-strategie[10] onderstreept de noodzaak van
het ontwikkelen van gunstige omstandigheden voor investering in kennis en
innovatie teneinde slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie te
verwezenlijken. Deze strategie is zowel door het Europees Parlement als door de
Raad onderschreven. (4) Verordening (EU)
nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013 betreffende de
vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie
(2014-2020)[11]
beoogt een groter effect op onderzoek en innovatie te bewerkstelligen door
financiering uit hoofde van het kaderprogramma Horizon 2020 en door de private
sector te combineren in publiek-private partnerschappen voor kerngebieden van
onderzoek en innovatie die kunnen bijdragen aan de bredere
concurrentiedoelstellingen van de Unie en het oplossen van maatschappelijke
uitdagingen. Betrokkenheid van de Unie bij deze partnerschappen kan de vorm
aannemen van financiële bijdragen aan gemeenschappelijke ondernemingen die op
basis van artikel 187 van het Verdrag bij Besluit nr. 1982/2006/EG zijn
opgericht. (5) Overeenkomstig Besluit (EU)
nr. […]/2013 van de Raad van […] 2013 betreffende de vaststelling van het
specifieke programma voor de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 (2014-2020)[12] dienen bij Besluit nr.
1982/2006/EG opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen te worden ondersteund
onder de voorwaarden omschreven in Besluit (EU) nr. […]/2013. (6) De gemeenschappelijke
onderneming brandstofcellen en waterstof die is opgericht bij Verordening (EG)
nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof[13] heeft aangetoond dat waterstof
als schone energiedrager en brandstofcellen als energieomzetters mogelijkheden
bieden voor de ontwikkeling van schone systemen die de uitstoot beperken, de
energiezekerheid versterken en de economie stimuleren. De tussentijdse
evaluatie van de gemeenschappelijke onderneming FCH[14] heeft aangetoond dat de
gemeenschappelijke onderneming goede diensten heeft bewezen als platform voor
het smeden van een sterk partnerschap, het aantrekken van publieke en private
financiering en het vergroten van de betrokkenheid van het bedrijfsleven, met
name kmo’s. De eveneens aanbevolen intensivering van de activiteiten rond de
productie, opslag en distributie van waterstof is in de nieuwe doelstellingen
opgenomen. Daarom moet de ondersteuning van dit onderzoeksgebied worden voortgezet
om een portefeuille van schone, efficiënte en betaalbare oplossingen te
ontwikkelen totdat deze in de handel worden gebracht. (7) Bij de voortgezette
ondersteuning van het onderzoeksprogramma inzake brandstofcellen en waterstof
moet tevens rekening worden gehouden met de ervaring opgedaan bij de
werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof, met inbegrip van de resultaten van de tussentijdse evaluatie en de
resultaten van de raadpleging van belanghebbenden[15]; voor de tenuitvoerlegging
moeten een doelmatigere structuur en regels worden gebruikt om de efficiëntie
te verbeteren en de onderneming te vereenvoudigen. Hiertoe moet de
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 specifiek op haar
behoeften aansluitende financiële regels vaststellen overeenkomstig artikel 209
van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees
Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële
regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie[16]. (8) De andere leden dan de Unie
van de gemeenschappelijke onderneming FCH hebben schriftelijk ingestemd met het
uitvoeren van de onderzoeksactiviteiten in het kader van de gemeenschappelijke
onderneming FCH volgens een structuur die beter aansluit op de kenmerken van
een publiek-privaat partnerschap. De andere leden dan de Unie van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 worden geacht de in de bijlage bij
deze verordening omschreven statuten te onderschrijven door middel van een
instemmingsbrief. (9) Voor de verwezenlijking van
haar doelstellingen moet de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 2 financiële bijstand bieden, hoofdzakelijk in de vorm van subsidies
aan deelnemers na openbare en vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van
voorstellen. (10) Bijdragen van de andere leden
dan de Unie en hun samenstellende entiteiten mogen niet beperkt blijven tot de
administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 2 en tot de medefinanciering die vereist is voor het uitvoeren van
onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden ondersteund door de
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2. (11) Hun bijdragen moeten ook
betrekking hebben op door de andere leden dan de Unie of hun samenstellende
entiteiten te ondernemen aanvullende activiteiten zoals omschreven in een plan
voor aanvullende activiteiten. Om een goed overzicht van de hefboomwerking te
verkrijgen moeten die aanvullende activiteiten een bijdrage leveren aan het
bredere gezamenlijke technologie-initiatief FCH. (12) De specifieke kenmerken van de brandstofcel‑ en waterstofsector,
met name dat het om een sector gaat die nog in de kinderschoenen staat, waarvan
de investeringen nog geen duidelijk rendement opleveren en waarvan de
belangrijkste voordelen van maatschappelijke aard zijn, rechtvaardigen dat de
bijdrage van de Unie hoger is dan de bijdrage van de andere leden dan de Unie. Om een bredere representativiteit van de
groeperingen die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen
en waterstof 2 te bevorderen en de deelname van nieuwe samenstellende
entiteiten aan het gezamenlijke technologie-initiatief te ondersteunen, moet de
bijdrage van de Unie in twee tranches worden verdeeld, waarvan de tweede afhankelijk
moet worden gemaakt van aanvullende verbintenissen, met name van nieuwe
samenstellende entiteiten. (13) Bij de beoordeling van het algehele effect van het gezamenlijke
technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof zal rekening worden
gehouden met de investeringen van alle andere juridische entiteiten dan de Unie
die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gezamenlijke
technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof. Deze
totale investeringen in het gezamenlijke technologie-initiatief brandstofcellen
en waterstof zullen naar verwachting ten minste 700 miljoen EUR bedragen. (14) Deelname aan door de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 2 gefinancierde acties onder contract moeten in overeenstemming zijn
met Verordening (EU) nr. … /2013 van het Europees Parlement en de Raad van …
2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan en de verspreiding van
de resultaten van Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie
(2014-2020)[17]. (15) De financiële bijdrage van de Unie moet worden beheerd overeenkomstig
het beginsel van goed financieel beheer en de desbetreffende regels voor
indirect beheer omschreven in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en de
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober
2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr.
966/2012[18]. (16) Controles bij degenen die
EU-financiering ontvangen uit hoofde van deze Verordening moeten zodanig worden
uitgevoerd dat de administratieve last wordt beperkt, overeenkomstig
Verordening (EU) nr. …/2013 [het kaderprogramma Horizon 2020]. (17) De financiële belangen van de
Unie en van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming
brandstofcellen en waterstof 2 moeten worden beschermd door evenredige
maatregelen in alle fasen van de uitgavencyclus, waaronder de preventie en
opsporing van en het onderzoek naar onregelmatigheden, de terugvordering van
verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist gebruikte middelen en, indien
van toepassing, het opleggen van administratieve en financiële sancties
overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. (18) De interne controleur van de
Commissie moet ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
dezelfde bevoegdheden uitoefenen als die welke hij met betrekking tot de
Commissie uitoefent. (19) Overeenkomstig
artikel 287, lid 1, van het Verdrag kan het instellingsbesluit van door de
Unie ingestelde organen of instanties het onderzoek van de rekeningen van alle
ontvangsten en uitgaven van die organen of instanties door de Rekenkamer
uitsluiten. Overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom)
nr. 966/2012 moeten de rekeningen van de uit hoofde van artikel 209 van
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 ingestelde organen worden
onderzocht door een onafhankelijk auditorgaan dat onder meer advies moet
uitbrengen over de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en
regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Voorkoming van duplicering
van het onderzoek van de rekeningen rechtvaardigt het niet aan onderzoek door
de Rekenkamer onderwerpen van de rekeningen van de gemeenschappelijke
onderneming brandstofcellen en waterstof 2. (20) Overeenkomstig de in artikel 5
van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde beginselen van
subsidiariteit en evenredigheid kunnen de doelstellingen van de
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 tot het
versterken van industriële onderzoeks- en innovatieactiviteiten in de hele Unie
niet voldoende worden verwezenlijkt door de afzonderlijke lidstaten en kunnen
deze derhalve, met het oog op het voorkomen van duplicering, het behouden van
kritische massa en het verzekeren van een optimale benutting van
overheidsfinanciering, beter door de Unie worden gerealiseerd; de onderhavige
verordening beperkt zich tot hetgeen minimaal benodigd is om die doelstellingen
te verwezenlijken en strekt zich niet verder uit dan tot hetgeen noodzakelijk
is voor dat doel. (21) De gemeenschappelijke
onderneming FCH is opgericht voor een periode tot en met 31 december 2017. De
gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 moet voortgezette
ondersteuning van het FCH-onderzoeksprogramma bieden door het uitbreiden van
het activiteitengebied op grond van een aangepast geheel van regels. De
overgang van de gemeenschappelijke onderneming FCH naar de gemeenschappelijke
onderneming brandstofcellen en waterstof 2 moet worden afgestemd op en
gesynchroniseerd met de overgang van het zevende kaderprogramma naar het
kaderprogramma Horizon 2020, opdat de voor onderzoek beschikbare financiering
optimaal wordt gebruikt. Met het oog op rechtszekerheid en voor de
duidelijkheid moet Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad derhalve
worden ingetrokken en moeten overgangsbepalingen worden vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1
Oprichting 1. Voor de toepassing van het
gezamenlijke technologie-initiatief inzake brandstofcellen en waterstof wordt
een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 187 van het
Verdrag (hierna de "gemeenschappelijke onderneming FCH 2"
genoemd) opgericht voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december
2024. 2. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 vervangt de gemeenschappelijke onderneming FCH zoals
opgericht bij Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad en volgt deze op. 3. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 vormt een orgaan waaraan de uitvoering van een
publiek-privaat partnerschap wordt toevertrouwd als bedoeld in artikel 209
van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de
Raad[19]. 4. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 heeft rechtspersoonlijkheid. In elke lidstaat bezit zij
de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken
lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. De gemeenschappelijke onderneming
kan met name roerend en onroerend goed verwerven of vervreemden en in rechte
optreden. 5. De zetel van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 bevindt zich in Brussel, België. 6. De statuten van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 zijn in de bijlage opgenomen. Artikel 2
Doelstellingen 1. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 heeft de volgende doelstellingen: a) bijdragen aan de tenuitvoerlegging van
Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van …
2013 betreffende de vaststelling van het kaderprogramma Horizon 2020, en met
name deel ... van Besluit nr. …/2013/EU van de Raad van … 2013 tot
vaststelling van het specifieke programma voor Horizon 2020; b) bijdragen aan de verwezenlijking van de
doelstellingen van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake
brandstofcellen en waterstof, door de ontwikkeling van een sterke, duurzame en
mondiaal concurrerende brandstofcel- en waterstofsector in de Unie. 2. Zij moet met name: –
de productiekosten van brandstofcelsystemen voor
vervoerstoepassingen verlagen en de levensduur ervan verlengen tot niveaus die
kunnen concurreren met conventionele technologieën; –
zorgen voor een verhoging van de elektrische
efficiëntie en de duurzaamheid van de verschillende soorten brandstofcellen die
worden gebruikt voor de elektriciteitsproductie, en voor een verlaging van de
kosten tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën; –
de energie-efficiëntie van de productie van
waterstof via elektrolyse uit water verhogen en de kapitaalkosten verlagen,
zodat de combinatie van het waterstof- en brandstofcelsysteem kan concurreren
met de op de markt verkrijgbare alternatieven; en –
op grote schaal de uitvoerbaarheid demonstreren van
het gebruik van waterstof ter ondersteuning van de integratie van hernieuwbare
energiebronnen in de energiesystemen, onder meer door het gebruik ervan als
concurrerend opslagmedium voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Artikel 3
Financiële bijdrage van de Unie 1. De maximale bijdrage van de
Unie, met inbegrip van EVA-kredieten, aan de administratiekosten en de
exploitatiekosten van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 bedraagt 700
miljoen EUR en is als volgt samengesteld: a) een maximumbedrag van 600 miljoen EUR dat
correspondeert met de overeenkomstig artikel 4, lid 1, vastgelegde bijdrage; b) een maximumbedrag van 100 miljoen EUR dat
correspondeert met een eventuele aanvullende bijdrage die boven het in artikel
4, lid 1, gespecificeerde minimumbedrag wordt vastgelegd. De bijdrage wordt betaald uit de kredieten in de
algemene begroting van de Unie gereserveerd voor het specifieke programma van
Horizon 2020 voor de uitvoering van het kaderprogramma Horizon 2020
overeenkomstig het bepaalde in artikel 58, lid 1, onder c), punt iv), en de
artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 voor organen
als bedoeld in artikel 209 van die verordening. 2. De regelingen betreffende de
financiële bijdrage van de Unie worden vastgelegd in een delegatieovereenkomst
en jaarlijkse overeenkomsten betreffende de overdracht van middelen, die worden
gesloten tussen de Commissie, namens de Unie, en de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2. 3. De in lid 2 bedoelde
delegatieovereenkomst heeft betrekking op de aspecten vastgelegd in artikel 58,
lid 3, en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en
in artikel 40 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie,
alsmede onder meer op de volgende zaken: a) de voorwaarden voor de bijdrage aan de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 wat betreft de relevante
prestatie-indicatoren als bedoeld in bijlage II bij Besluit nr. …/EU [het
specifieke programma tot uitvoering van het kaderprogramma Horizon 2020]; b) de voorwaarden voor de bijdrage aan de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 in het licht van het toezicht als
bedoeld in bijlage III bij Besluit nr. …/EU [het specifieke programma tot
uitvoering van het kaderprogramma Horizon 2020]; c) de specifieke prestatie-indicatoren in
verband met de werking van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2; d) de regelingen betreffende het verstrekken
van de benodigde gegevens om de Commissie in staat te stellen aan haar
verplichtingen van informatieverspreiding en rapportage te voldoen; e) het gebruik van en de veranderingen in
personele middelen, met name aanwerving per functiegroep, rang en categorie, de
procedure voor herclassificatie en eventuele wijzigingen van het aantal
personeelsleden. Artikel 4
Bijdragen van andere leden dan de Unie 1. De andere leden van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 dan de Unie laten hun samenstellende
entiteiten een totale bijdrage van ten minste 400 miljoen EUR verstrekken
gedurende de in artikel 1 vastgestelde periode, of regelen dat deze de
betreffende bijdrage verstrekken. 2. De in lid 1 bedoelde bijdrage
bestaat uit het volgende: a) bijdragen aan de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 zoals omschreven in bepaling 13, lid 2, en bepaling 13,
lid 3, onder b), van de in de bijlage opgenomen statuten; b) bijdragen in natura van ten minste 300
miljoen EUR gedurende de in artikel 1 vastgestelde periode door de andere leden
dan de Unie of hun samenstellende entiteiten, bestaande uit de door hen
gemaakte kosten bij het uitvoeren van aanvullende activiteiten buiten het werkplan
van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 die bijdragen aan de
verwezenlijking van de doelstellingen van het gezamenlijke
technologie-initiatief FCH. Die kosten kunnen overeenkomstig de toepasselijke
regels en procedures door andere financieringsprogramma's van de Unie worden
gedragen. In die gevallen komt de financiering van de Unie niet in de plaats
van de bijdragen in natura van de andere leden dan de Unie of hun
samenstellende entiteiten. De onder b) genoemde kosten komen niet in
aanmerking voor financiële bijstand door de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2. De betreffende activiteiten worden omschreven in een jaarplan voor
aanvullende activiteiten waarin de geraamde waarde van die bijdragen wordt
aangegeven. 3. De andere leden van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 dan de Unie brengen jaarlijks
uiterlijk op 31 januari verslag uit aan de raad van bestuur van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 over de waarde van de in lid 2
bedoelde bijdragen verstrekt in elk van de voorafgaande begrotingsjaren. 4. Voor de raming van de in lid
2, onder b), en bepaling 13, lid 3, onder b), van de in de bijlage opgenomen
statuten bedoelde bijdragen worden de kosten vastgesteld volgens de
gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de betreffende entiteiten,
overeenkomstig de boekhoudkundige normen die van toepassing zijn in het land
waar elke entiteit is gevestigd en overeenkomstig de van toepassing zijnde
internationale boekhoudnormen/internationale normen voor financiële
verslaglegging. De kosten worden gecertificeerd door een onafhankelijke externe
auditor aangewezen door de betreffende entiteit. De raming van de bijdragen
wordt door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 geverifieerd. Indien
nog steeds twijfels bestaan, kan de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
een controle uitvoeren. 5. De Commissie kan overgaan tot
het beëindigen, evenredig verlagen of schorsen van de financiële bijdrage van
de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 dan wel tot het
inleiden van de in bepaling 21, lid 2, van de in de bijlage opgenomen statuten
bedoelde ontbindingsprocedure indien de leden of hun samenstellende entiteiten
de in lid 2 bedoelde bijdragen niet verstrekken, slechts gedeeltelijk
verstrekken of te laat verstrekken. Artikel 5
Financiële regels De gemeenschappelijke onderneming FCH 2
stelt specifieke financiële regels vast overeenkomstig artikel 209 van
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en Verordening (EU) nr. …
[Gedelegeerde Verordening betreffende financiële standaardvoorschriften voor
publiek-private partnerschappen]. Artikel 6
Personeel 1. Het statuut van de ambtenaren
van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere
personeelsleden van de Europese Unie zoals vastgelegd in Verordening (EEG,
Euratom, EGKS) nr. 259/68[20]
van de Raad en de regels die bij overeenkomst zijn vastgesteld door de
instellingen van de Unie met het doel dit statuut en deze regeling van kracht
te doen worden, zijn van toepassing op het personeel in dienst van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 2. De raad van bestuur oefent
met betrekking tot het personeel van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 de bevoegdheden tot aanstelling uit die krachtens het statuut aan
het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend en die krachtens de regeling die
van toepassing is op de andere personeelsleden zijn toegekend aan het tot het
sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag (hierna "de bevoegdheden tot
aanstelling"). Overeenkomstig artikel 110 van het statuut
kan de raad van bestuur op basis van artikel 2, lid 1, van het
statuut en op basis van artikel 6 van de regeling die van toepassing is op
de andere personeelsleden, een besluit aannemen om de bevoegdheden tot
aanstelling te delegeren aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vast te
stellen waaronder die delegatie kan worden geschorst. De uitvoerend directeur
mag deze bevoegdheden op zijn beurt subdelegeren. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit
vereisen, kan de raad van bestuur een besluit nemen om de delegatie van de
bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend directeur en de door hem
verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uit te
oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander
personeelslid van de gemeenschappelijke onderneming dan de uitvoerend
directeur. 3. De raad van bestuur neemt
overeenkomstig artikel 110 van het statuut passende regels aan ter uitvoering
van het statuut en van de regeling die van toepassing is op de andere
personeelsleden. 4. De personele middelen worden
bepaald door de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2, waarin het aantal tijdelijke aanstellingen per functiegroep en per
rang alsmede het aantal arbeidscontractanten wordt vermeld uitgedrukt in
voltijdsequivalenten, in overeenstemming met de jaarbegroting van de
gemeenschappelijke onderneming. 5. Het personeel van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 bestaat uit tijdelijke
functionarissen en arbeidscontractanten. 6. Alle personeelskosten komen
ten laste van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. Artikel 7
Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs 1. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 kan gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs
inzetten die niet in dienst zijn bij de gemeenschappelijke onderneming. Het
aantal gedetacheerde nationale deskundigen uitgedrukt in voltijdsequivalenten
wordt toegevoegd aan de in artikel 6, lid 4, van deze verordening bedoelde
informatie over het personeel, in overeenstemming met de jaarbegroting. 2. De raad van bestuur neemt een
besluit aan betreffende de regels voor detachering van nationale deskundigen
bij de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en de inzet van stagiairs. Artikel 8
Voorrechten en immuniteiten Het Protocol inzake voorrechten en
immuniteiten van de Unie is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 en haar personeel. Artikel 9
Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 1. De contractuele
aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 wordt
geregeld door de toepasselijke contractuele bepalingen en door de wetgeving die
van toepassing is op de overeenkomst, het besluit of het contract in kwestie. 2. In geval van
niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2, overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de
lidstaten gemeen hebben, alle schade die door haar personeel bij de uitoefening
van zijn taken is veroorzaakt. 3. Alle betalingen door de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 in verband met de aansprakelijkheid,
bedoeld in de leden 1 en 2, en de daarmee verband houdende kosten en uitgaven
worden beschouwd als uitgaven van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
en worden gedekt door de middelen van de gemeenschappelijk onderneming
FCH 2. 4. Alleen de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 kan op haar verplichtingen worden aangesproken. Artikel 10
Bevoegdheid van het Hof van Justitie en toepasselijke wetgeving 1. Het Hof van Justitie heeft
bevoegdheid onder de in het Verdrag vastgelegde voorwaarden, alsmede in de
volgende gevallen: a) bij elk geschil tussen de leden dat
betrekking heeft op de inhoud van deze verordening; b) ingevolge alle arbitragebedingen in door
de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 gesloten overeenkomsten, besluiten
en contracten; c) in geschillen over vergoeding van schade
die door het personeel van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
veroorzaakt wordt bij de uitoefening van zijn taken; d) bij elk geschil tussen de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en haar personeel binnen de grenzen
en onder de voorwaarden vastgelegd in het statuut van de ambtenaren en de
regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese
Unie. 2. In alle aangelegenheden die
niet bij deze verordening of andere handelingen van de EU-wetgeving zijn
geregeld, is het recht van toepassing van de staat waar de zetel van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 zich bevindt. Artikel 11
Evaluatie 1. Uiterlijk op 31 december 2017
verricht de Commissie een tussentijdse evaluatie van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2, waarbij met name de volgende elementen worden
beoordeeld: het niveau van deelname en bijdragen aan de acties onder contract
door zowel de samenstellende entiteiten van de andere leden dan de Unie als
andere juridische entiteiten. De Commissie deelt de conclusies daarvan,
vergezeld van haar opmerkingen, uiterlijk op 30 juni 2018 aan het Europees
Parlement en de Raad mee. 2. Op grond van de conclusies
van de in lid 1 bedoelde tussentijdse evaluatie kan de Commissie handelen in
overeenstemming met artikel 4, lid 5, of andere passende maatregelen treffen. 3. Binnen zes maanden na de
ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2, maar niet later
dan twee jaar na de inleiding van de in bepaling 21 van de in de bijlage
opgenomen statuten bedoelde ontbindingsprocedure, verricht de Commissie een
eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. De resultaten
van deze eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend. Artikel 12
Kwijting 1. De kwijting voor de
uitvoering van de begroting betreffende de bijdrage van de Unie aan de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 maakt deel uit van de kwijting die
door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad aan de Commissie wordt
verleend overeenkomstig de in artikel 319 van het Verdrag bedoelde procedure. 2. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 werkt volledig samen met de instellingen die bij de
kwijtingsprocedure betrokken zijn en verstrekt waar nodig de vereiste
aanvullende informatie. In dit kader kan zij worden gevraagd zich te laten vertegenwoordigen
op vergaderingen met de relevante instellingen of organen en bijstand te
verlenen aan de gedelegeerde ordonnateur van de Commissie. Artikel 13
Controle achteraf 1. Controle achteraf van
uitgaven aan acties onder contract worden door de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. …
[het kaderprogramma Horizon 2020] uitgevoerd als onderdeel van de acties onder
contract van het kaderprogramma Horizon 2020. 2. Ten behoeve van de samenhang
kan de Commissie besluiten om de in lid 1 bedoelde audits uit te voeren. Artikel 14
Bescherming van de financiële belangen van de leden 1. Onverminderd bepaling 17, lid
4, van de in de bijlage opgenomen statuten verleent de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 de diensten van de Commissie en andere door haar
gemachtigde personen, alsmede de Rekenkamer, toegang tot haar terreinen en
gebouwen alsmede tot alle informatie, met inbegrip van informatie in
elektronische vorm, die benodigd is voor het uitvoeren van hun audits. 2. Het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van
Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad
van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF)[21]
en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van
11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse
die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële
belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere
onregelmatigheden[22]
onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast
te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige
activiteiten in verband met een overeenkomst, besluit of contract gefinancierd
uit hoofde van deze verordening, waardoor de financiële belangen van de Unie
worden geschaad. 3. Onverminderd de leden 1 en 2
worden in contracten, overeenkomsten en besluiten die voortvloeien uit de
uitvoering van deze verordening bepalingen opgenomen waardoor de Commissie, de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2, de Rekenkamer en het OLAF
uitdrukkelijk worden gerechtigd tot het uitvoeren van dergelijke audits en
onderzoeken, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. 4. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 waakt er, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de
nodige interne en externe controles, over dat de financiële belangen van haar
leden op adequate wijze worden beschermd. 5. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 treedt toe tot het interinstitutioneel akkoord van
25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
betreffende de interne onderzoeken verricht door het OLAF[23]. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 neemt de nodige maatregelen om interne onderzoeken door
het OLAF te vergemakkelijken. Artikel 15
Vertrouwelijkheid Onverminderd het bepaalde in artikel 16
beschermt de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 gevoelige informatie
waarvan openbaarmaking de belangen van haar leden of die van deelnemers aan de
werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming zou kunnen schaden. Artikel 16
Transparantie 1. Verordening (EG) nr.
1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het
publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is
van toepassing op de documenten[24]
in bezit van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 2. De raad van bestuur van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 kan praktische regelingen voor de
uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vaststellen. 3. Onverminderd het bepaalde in
artikel 10 kan tegen door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 uit
hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 genomen besluiten een
klacht bij de ombudsman worden ingediend op grond van artikel 228 van het Verdrag. Artikel 17
Regels voor deelname en verspreiding Verordening (EU) nr. … [Regels voor de
deelname aan en de verspreiding van resultaten van Horizon 2020] is van
toepassing op de door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
gefinancierde acties. Overeenkomstig die verordening wordt de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 aangemerkt als een
financieringsorgaan en verleent zij financiële bijstand aan acties onder
contract zoals vastgelegd in bepaling 1 van de in de bijlage opgenomen
statuten. Artikel 18
Ondersteuning door het gastland Tussen de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 en de lidstaat waar haar zetel zich bevindt, kan een administratieve
overeenkomst worden gesloten betreffende voorrechten, immuniteiten en andere
ondersteuning die door de betreffende lidstaat aan de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 wordt verstrekt. Artikel 19
Intrekking en overgangsbepalingen 1. Verordening (EG) nr. 521/2008
betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming FCH wordt
ingetrokken met ingang van 1 januari 2014. 2. Onverminderd lid 1 blijven
acties die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 521/2008 zijn ondernomen en
financiële verplichtingen in verband met deze acties evenwel aan die
verordening onderworpen totdat de acties zijn voltooid. De in artikel 11, lid 1, bedoelde tussentijdse
evaluatie omvat een eindevaluatie van de werkzaamheden van de
gemeenschappelijke onderneming FCH uit hoofde van Verordening (EG) nr.
521/2008. 3. Deze verordening heeft geen
gevolgen voor de rechten en verplichtingen van personeel dat op grond van
Verordening (EG) nr. 521/2008 in dienst is genomen. De in de eerste alinea bedoelde arbeidscontracten
van personeel kunnen op grond van deze verordening worden verlengd
overeenkomstig het statuut. Met name wordt de uit hoofde van Verordening (EG)
nr. 521/2008 benoemde uitvoerend directeur met ingang van 1 januari 2014
voor de resterende looptijd van de ambtstermijn belast met de in deze
verordening vastgestelde taken van de uitvoerend directeur. De overige
contractvoorwaarden blijven ongewijzigd. 4. Tenzij de leden op grond van
Verordening (EG) nr. 521/2008 anders zijn overeengekomen, worden alle rechten
en verplichtingen, met inbegrip van activa, schulden of verplichtingen van de
leden uit hoofde van die verordening overgedragen op de leden uit hoofde van
deze verordening. 5. Alle ongebruikte kredieten
uit hoofde van Verordening (EG) nr. 521/2008 worden overgedragen aan de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2. Artikel 20
Inwerkingtreding Deze
verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar
bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE:
STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING FCH 2 1 – Taken De gemeenschappelijke onderneming FCH 2
verricht de volgende taken: a) financiële steun bieden aan acties
onder contract voor onderzoek en innovatie, hoofdzakelijk in de vorm van
subsidies; b) tot stand brengen van de kritische
massa aan onderzoeksinspanningen om vertrouwen te geven aan de industrie,
publieke en private investeerders, besluitvormers en andere belanghebbenden
teneinde een programma op lange termijn aan te vatten; c) integreren van onderzoek en
technologische ontwikkeling, centraal stellen van het realiseren van
duurzaamheids- en industriële concurrentiedoelstellingen betreffende kosten,
prestatie en duurzaamheid op lange termijn en ondervangen van kritieke
technische problemen; d) stimuleren van innovatie en van het
ontstaan van nieuwe waardeketens; e) faciliteren van de interactie tussen
industrie, universiteiten en onderzoekscentra; f) bevorderen van de betrokkenheid van
kmo’s bij haar activiteiten, in overeenstemming met de doelstellingen van het
kaderprogramma Horizon 2020; g) uitvoeren van breed opgezet
sociaaltechnisch-economisch onderzoek voor het beoordelen en monitoren van
technologische vooruitgang en niet-technische hinderpalen voor markttoegang; h) aanmoedigen van de ontwikkeling van
nieuwe voorschriften en normen en evalueren van bestaande voorschriften en
normen om kunstmatige hindernissen voor markttoegang uit de weg te ruimen en de
onderlinge uitwisselbaarheid, interoperabiliteit, grensoverschrijdende handel
en uitvoermarkten te ondersteunen; i) verzekeren van het efficiënt beheer
van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof; j) vastleggen van de financiering van
de Unie en mobiliseren van de middelen van de private sector en andere middelen
van de publieke sector die nodig zijn voor de uitvoering van onderzoek en
innovatie op het gebied van brandstofcellen en waterstof; k) bevorderen en faciliteren van de
betrokkenheid van de industrie bij aanvullende, niet via acties onder contract
uitgevoerde activiteiten; l) activiteiten voor voorlichting,
communicatie, exploitatie en informatieverspreiding door het mutatis
mutandis toepassen van de bepalingen van artikel 22 van Verordening (EU)
nr. …/2013 [het kaderprogramma Horizon 2020]; m) alle andere taken die nodig zijn om
de in artikel 2 van deze verordening vastgelegde doelstellingen te bereiken. 2 – Leden De leden van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 zijn de volgende: a) de Unie, vertegenwoordigd door de
Commissie; b) na aanvaarding van deze statuten
door middel van een instemmingsbrief, de ivzw New Energy World Industry
Grouping, een non-profitorganisatie naar Belgisch recht (registratienummer:
890025478, met permanent kantoor in Brussel, België) (hierna
"industriegroepering" genoemd); en c) na aanvaarding van deze statuten
door middel van een instemmingsbrief, de ivzw New European Research Grouping on
Fuel Cells and Hydrogen, een non-profitorganisatie naar Belgisch recht
(registratienummer: 0897.679.372, met permanent kantoor in Brussel, België)
(hierna "onderzoeksgroepering" genoemd. 3 – Wijziging van
het lidmaatschap 1. Elk lid kan zijn lidmaatschap
van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 beëindigen. De beëindiging
wordt zes maanden nadat de andere leden ervan op de hoogte zijn gesteld onherroepelijk
van kracht. Vanaf dat tijdstip is het voormalige lid vrijgesteld van alle
verplichtingen behoudens die welke vóór de beëindiging van het lidmaatschap
door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 zijn goedgekeurd of
aangegaan. 2. Lidmaatschap van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 kan niet aan derden worden
overgedragen, tenzij de raad van bestuur hier vooraf mee heeft ingestemd. 3. Onmiddellijk na een wijziging
van het lidmaatschap op grond van deze bepaling maakt de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 op haar website een bijgewerkte lijst met leden van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 bekend, onder vermelding van de datum
waarop een dergelijke wijziging in werking treedt. 4 – Organisatie
van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 1. De organen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 zijn: a) de raad van bestuur; b) de uitvoerend directeur; c) het wetenschappelijk comité; d) de groep vertegenwoordigers van de
nationale overheden; e) het forum van belanghebbenden. 2. Het wetenschappelijk comité,
de groep vertegenwoordigers van de nationale overheden en het forum van
belanghebbenden vormen adviesorganen van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2. 5 – Samenstelling
van de raad van bestuur De raad van bestuur bestaat uit de volgende personen: a) drie vertegenwoordigers van de
Commissie; b) zes vertegenwoordigers van de
industriegroepering, van wie ten minste één de kmo’s vertegenwoordigt; c) één vertegenwoordiger van de
onderzoeksgroepering. 6 – Werking van
de raad van bestuur 1. De Commissie heeft een
aandeel van 50 % in de stemmen. De stem van de Commissie is ondeelbaar. De
industriegroepering heeft een aandeel van 43 % in de stemmen en de
onderzoeksgroepering een aandeel van 7 % in de stemmen. De leden stellen
alles in het werk om een consensus te bereiken. Als er geen consensus kan
worden bereikt, neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid van ten
minste 75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van afwezigen. 2. De raad van bestuur kiest
zijn voorzitter voor een periode van twee jaar. 3. De raad van bestuur belegt
ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. Hij kan buitengewone
vergaderingen houden op verzoek van de Commissie of van een meerderheid van de
vertegenwoordigers van de industriegroepering en de onderzoeksgroepering, dan
wel op verzoek van de voorzitter. De vergaderingen van de raad van bestuur
worden door de voorzitter bijeengeroepen en worden in de regel gehouden waar de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 haar zetel heeft. De uitvoerend directeur is gerechtigd om deel te
nemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht. De voorzitter van de groep vertegenwoordigers van
de nationale overheden is gerechtigd om de vergaderingen van de raad van
bestuur als waarnemer bij te wonen. De raad van bestuur kan desgevallend andere
personen uitnodigen om zijn vergaderingen als waarnemer bij te wonen, met name
vertegenwoordigers van regionale overheden van de Unie. De vertegenwoordigers van de leden zijn niet
persoonlijk aansprakelijk voor handelingen die zij verrichten in hun
hoedanigheid van vertegenwoordiger in de raad van bestuur. De raad van bestuur stelt zijn eigen reglement van
orde vast. 7 – Taken van de
raad van bestuur 1. De raad van bestuur heeft de
eindverantwoordelijkheid voor het bepalen van de strategische koers en de
werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2, en houdt
toezicht op de uitvoering van haar activiteiten. 2. De raad van bestuur voert met
name de volgende taken uit: a) besluiten over de beëindiging van het lidmaatschap
van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 van elk lid dat zijn
verplichtingen niet nakomt; b) de financiële regels van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 vaststellen overeenkomstig artikel 5
van deze verordening; c) de jaarbegroting van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 vaststellen, waaronder de
personeelsformatie, waarin het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per
rang alsmede het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale
deskundigen wordt vermeld, uitgedrukt in voltijdsequivalenten; d) de bevoegdheden uitoefenen tot
aanstelling van personeel, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze
verordening; e) de uitvoerend directeur benoemen,
ontslaan, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur verlengen, de uitvoerend
directeur adviseren en toezicht houden op de prestaties van de uitvoerend
directeur; f) de organisatiestructuur van het in
bepaling 9, lid 5, bedoelde programmabureau goedkeuren, op grond van
een aanbeveling van de uitvoerend directeur; g) het jaarlijkse werkplan en de
bijbehorende uitgavenramingen vaststellen, op voorstel van de uitvoerend
directeur en na raadpleging van het wetenschappelijk comité en de groep
vertegenwoordigers van de nationale overheden; h) het in artikel 4, lid 2, onder b), van
deze verordening bedoelde jaarplan voor aanvullende activiteiten goedkeuren op
grond van een voorstel van de andere leden dan de Unie en na overleg, indien
passend, met een ad-hocadviesgroep; i) de jaarrekeningen goedkeuren; j) het jaarlijkse activiteitenverslag, met
inbegrip van de bijbehorende uitgaven, goedkeuren; k) voor zover nodig de oprichting van een
interne auditcapaciteit bij de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
regelen; l) de uitnodigingen alsmede, indien van
toepassing, de hiermee in verband staande regels voor indienings-, evaluatie-,
selectie-, toewijzings- en beroepsprocedures goedkeuren; m) de lijst van voor financiering
geselecteerde acties goedkeuren; n) het communicatiebeleid van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 vaststellen op aanbeveling van de
uitvoerend directeur; o) indien passend uitvoeringsregels
vaststellen in overeenstemming met artikel 6, lid 3, van deze verordening; p) indien passend regels voor de detachering
van nationale deskundigen bij de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en
voor de inzet van stagiairs vaststellen in overeenstemming met artikel 7 van
deze verordening; q) indien passend adviesgroepen oprichten
als aanvulling op de organen van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2; r) indien passend een verzoek tot wijziging
van deze verordening, voorgesteld door een lid van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2, indienen bij de Commissie; s) de verantwoordelijkheid dragen voor elke
taak waarmee geen van de organen van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 specifiek is belast en die hij aan een van deze organen kan
toewijzen. 8 – Benoeming,
ambtsontheffing of uitbreiding van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur 1. De uitvoerend directeur wordt
na een openbare en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur
aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. De
Commissie draagt er zorg voor dat de andere leden van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 passend worden vertegenwoordigd in de selectieprocedure Met name wordt gezorgd voor een passende
vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 in de voorselectiefase van de selectieprocedure. Daartoe wijzen de
andere leden van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 in onderlinge
overeenstemming een vertegenwoordiger en een waarnemer aan namens de raad van
bestuur. 2. De uitvoerend directeur is
een personeelslid en wordt aangenomen als tijdelijk functionaris van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 op grond van artikel 2, onder a), van
de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst van de
uitvoerend directeur wordt de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur. 3. De ambtstermijn van de
uitvoerend directeur bedraagt drie jaar. Tegen het einde van die termijn voert
de Commissie, die de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 daarbij op passende wijze betrekt, een evaluatie uit van de
prestaties van de uitvoerend directeur en van de toekomstige taken en
uitdagingen van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 4. De raad van bestuur kan, op
voorstel van de Commissie die rekening houdt met de in lid 3 bedoelde
evaluatie, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen, voor
ten hoogste vier jaar. 5. Een uitvoerend directeur
wiens ambtstermijn is verlengd kan na afloop van de volledige termijn niet
deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt. 6. De uitvoerend directeur kan
uitsluitend uit zijn of haar ambt worden ontheven bij een besluit van de raad
van bestuur op voorstel van de Commissie, die de andere leven van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 daarbij op passende wijze betrekt. 9 – Taken van de
uitvoerend directeur 1. De uitvoerend directeur is
als hoogste uitvoerende functionaris belast met het dagelijks beheer van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 overeenkomstig de besluiten van de
raad van bestuur. 2. De uitvoerend directeur is de
wettelijke vertegenwoordiger van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2.
Hij is verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur. 3. De uitvoerend directeur voert
de begroting van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 uit. 4. De uitvoerend directeur voert
met name en op onafhankelijke wijze de volgende taken uit: a) de ontwerp-jaarbegroting opstellen en ter
goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, met inbegrip van de
bijbehorende personeelsformatie, waarin het aantal tijdelijke ambten per
functiegroep en per rang alsmede het aantal arbeidscontractanten en
gedetacheerde nationale deskundigen wordt vermeld, uitgedrukt in
voltijdsequivalenten; b) het jaarlijkse werkplan en de
bijbehorende uitgavenramingen opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de
raad van bestuur; c) de jaarrekening ter goedkeuring
voorleggen aan de raad van bestuur; d) het jaarlijkse activiteitenverslag, met
inbegrip van de bijbehorende uitgaven, opstellen en ter goedkeuring voorleggen
aan de raad van bestuur; e) het verslag over bijdragen in natura aan
acties onder contract zoals bepaald in bepaling 13, lid 3, onder b), van de in
de bijlage opgenomen statuten, voorleggen aan de raad van bestuur; f) de lijst met voor financiering
aangewezen voorstellen ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur; g) afzonderlijke subsidieovereenkomsten of
-besluiten ondertekenen; h) de aanbestedingscontracten ondertekenen; i) het communicatiebeleid van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 uitvoeren; j) de werkzaamheden en het personeel van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 organiseren, er leiding aan geven en
er toezicht op houden binnen de beperkingen van de bevoegdheidsdelegatie door
de raad van bestuur overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening; k) een doeltreffend en efficiënt
internecontrolesysteem instellen en toezien op de werking ervan en substantiële
wijzigingen aan dat systeem melden aan de raad van bestuur; l) er zorg voor dragen dat risicoanalyses
en risicobeheer worden toegepast; m) alle benodigde maatregelen treffen ter
beoordeling van de door de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 gemaakte
vorderingen bij de verwezenlijking van haar doelstellingen; n) alle andere taken uitvoeren die de raad
van bestuur aan de uitvoerend directeur toevertrouwt of delegeert. 5. De uitvoerend directeur richt
een programmabureau op voor de uitvoering, onder zijn/haar
verantwoordelijkheid, van alle ondersteunende taken die voortvloeien uit deze
verordening. Het programmabureau wordt samengesteld uit personeel van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en wordt met name belast met de
volgende taken: a) bijstand verlenen bij het opzetten en
beheren van een geschikt boekhoudsysteem in overeenstemming met de financiële
regels van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2; b) de in het jaarlijkse werkplan opgenomen
uitnodigingen beheren en de overeenkomsten of besluiten beheren en coördineren; c) de leden en andere organen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 alle relevante informatie en bijstand
verlenen die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken, alsmede
reageren op hun specifieke verzoeken; d) fungeren als het secretariaat van de
organen van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en assistentie
verlenen aan elke door de raad van bestuur opgerichte adviesgroep. 10 –
Wetenschappelijk comité 1. Het wetenschappelijk comité
bestaat uit maximaal negen leden. Het kiest een voorzitter uit zijn leden. 2. Bij de ledensamenstelling
wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van wereldwijd erkende
deskundigen uit de academische wereld, de industrie en toezichthouders.
Gezamenlijk beschikken de leden van het wetenschappelijk comité voor het
technische domein over de nodige wetenschappelijke competentie en expertise om
de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 aanbevelingen met een
wetenschappelijke basis te kunnen verstrekken. 3. De raad van bestuur stelt de
specifieke criteria en het selectieproces vast voor de samenstelling van het
wetenschappelijk comité en benoemt de leden ervan. De raad van bestuur neem de
potentiële kandidaten die de groep vertegenwoordigers van de nationale
overheden bij de FCH 2 voorstelt in overweging. 4. Het wetenschappelijk comité
wordt belast met de volgende taken: a) advies uitbrengen over de in de
jaarlijkse werkplannen op te nemen wetenschappelijke prioriteiten; b) advies uitbrengen over de in het
jaarlijkse activiteitenverslag beschreven wetenschappelijke prestaties. 5. Het wetenschappelijk comité
komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. De vergaderingen worden bijeengeroepen
door de voorzitter. 6. Het wetenschappelijk comité
kan, met instemming van de voorzitter, andere personen uitnodigen om zijn
vergaderingen bij te wonen. 7. Het wetenschappelijk comité
stelt zijn eigen reglement van orde vast. 11 – Groep
vertegenwoordigers van de nationale overheden 1. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden bij de FCH 2 bestaat uit één vertegenwoordiger
van elke lidstaat en één van elk met het kaderprogramma Horizon 2020
geassocieerd land. Zij kiest een voorzitter uit haar leden. 2. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. De
vergaderingen worden bijeengeroepen door de voorzitter. De uitvoerend directeur
en de voorzitter van de raad van bestuur of hun vertegenwoordigers wonen de
vergaderingen bij. De voorzitter van de groep vertegenwoordigers van
de nationale overheden kan andere personen uitnodigen om de vergaderingen als
waarnemer bij te wonen, met name vertegenwoordigers van regionale overheden van
de Unie. 3. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden beoordeelt informatie en brengt advies uit, met name
over de volgende zaken: a) vorderingen met het programma van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en de verwezenlijking van haar
doelstellingen; b) actualiseren van de strategische
oriëntatie; c) samenhang met het kaderprogramma Horizon
2020; d) jaarlijkse werkplannen; e) betrokkenheid van kmo's. 4. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden verstrekt tevens informatie aan en vormt een
contactpunt met de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 in verband met de
volgende zaken: a) de status van relevante nationale of
regionale onderzoeks- en innovatieprogramma's en de identificatie van mogelijke
samenwerkingsgebieden, met inbegrip van de toepassing van FCH-technologieën; b) specifieke maatregelen op nationaal of
regionaal niveau betreffende evenementen voor verspreiding van informatie,
gerichte technische workshops en activiteiten op het gebied van communicatie. 5. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden kan op eigen initiatief de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 aanbevelingen doen op technisch, bestuurlijk en
financieel gebied, met name wanneer deze onderwerpen gevolgen hebben voor
nationale of regionale belangen. De gemeenschappelijke onderneming FCH 2
informeert de groep vertegenwoordigers van de nationale overheden over het
gevolg dat de onderneming aan haar aanbevelingen heeft gegeven. 6. De groep vertegenwoordigers
van de nationale overheden bij de FCH 2 stelt haar eigen reglement van
orde vast. 12 - Forum van
belanghebbenden 1. Het forum van belanghebbenden
staat open voor alle publieke en private belanghebbenden, internationale
belangengroepen uit de lidstaten, geassocieerde landen en andere landen. 2. Het forum van belanghebbenden
wordt geïnformeerd over de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 en wordt verzocht zijn opmerkingen kenbaar te maken. 3. De vergaderingen van het
forum van belanghebbenden worden bijeengeroepen door de uitvoerend directeur. 13 –
Financieringsbronnen 1. De gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 wordt gezamenlijk gefinancierd door de Unie en de andere leden dan
de Unie of hun samenstellende entiteiten door middel van in tranches
uitbetaalde bijdragen en van bijdragen die bestaan uit de door hen gemaakte
kosten bij de tenuitvoerlegging van acties onder contract die niet door de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 worden vergoed. 2. De administratieve kosten van
de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 mogen niet meer bedragen dan 40
miljoen EUR en worden betaald uit financiële bijdragen die op jaarbasis
gelijkelijk worden verdeeld over de Unie en de andere leden dan de Unie. De
Unie zal 50 % bijdragen, de industriegroepering 43 % en de
onderzoeksgroepering 7 %. Indien een deel van de bijdrage voor
administratieve kosten niet wordt gebruikt, kan dit ter beschikking worden
gesteld om de exploitatiekosten van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 te betalen. 3. De exploitatiekosten van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 worden als volgt gedekt: a) een financiële bijdrage van de Unie; b) bijdragen in natura van de samenstellende
entiteiten van de andere leden dan de Unie die deelnemen aan acties onder
contract, bestaande uit de door hen gemaakte kosten bij het uitvoeren van
acties onder contract minus de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten. 4. De middelen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 die op haar begroting worden
opgevoerd, bestaan uit de volgende bijdragen: a) de financiële bijdragen van leden aan de
administratieve kosten; b) de financiële bijdrage van de Unie aan de
exploitatiekosten; c) alle door de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 gegenereerde inkomsten; d) alle andere financiële bijdragen,
middelen en inkomsten. Interesten op door de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 van haar leden ontvangen bijdragen gelden als inkomsten. 5. Alle middelen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en haar activiteiten worden besteed
aan de in artikel 2 van deze verordening vastgelegde doelstellingen. 6. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 is eigenaar van alle voor de vervulling van haar in
artikel 2 van deze verordening bepaalde doelstellingen door haar gegenereerde
of aan haar overgedragen activa. 7. Wanneer de inkomsten de
uitgaven overschrijden, geeft dit, behalve bij ontbinding van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 overeenkomstig artikel 21 van deze
statuten, geen aanleiding tot betalingen aan de leden van de gemeenschappelijke
onderneming. 14 – Financiële
verbintenissen De financiële verbintenissen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 mogen het bedrag van de beschikbare
of door haar leden voor haar begroting vastgelegde financiële middelen niet
overschrijden. 15 –
Begrotingsjaar Het begrotingsjaar begint op 1 januari en
sluit op 31 december. 16 - Operationele
en financiële planning 1. De uitvoerend directeur legt
de raad van bestuur ter goedkeuring een ontwerp voor het jaarlijkse werkplan
voor, met inbegrip van een gedetailleerd plan voor de onderzoeks- en
innovatieactiviteiten, de administratieve werkzaamheden en de bijbehorende
ramingen van de uitgaven voor het komende jaar. In het ontwerpwerkplan wordt
tevens de geraamde waarde van de overeenkomstig bepaling 13, lid 3, onder b),
te leveren bijdragen vermeld. 2. Het jaarlijkse werkplan voor een
bepaald jaar wordt uiterlijk aan het einde van het voorafgaande jaar
aangenomen. Het jaarlijkse werkplan wordt openbaar gemaakt. 3. De uitvoerend directeur stelt
de ontwerpjaarbegroting voor het volgende jaar op en legt deze ter goedkeuring
voor aan de raad van bestuur. 4. De jaarbegroting voor een
bepaald jaar wordt uiterlijk aan het einde van het voorafgaande jaar aangenomen
door de raad van bestuur. 5. De jaarbegroting wordt
aangepast op grond van de omvang van de bijdrage van de Unie zoals vastgelegd
in de begroting van de Unie. 17 - Operationele
en financiële verslaglegging 1. De uitvoerend directeur doet
jaarlijks verslag aan de raad van bestuur over de uitvoering van zijn taken
overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2. Uiterlijk op 15 februari van elk jaar legt de
uitvoerend directeur de raad van bestuur ter goedkeuring een jaarlijks
activiteitenverslag voor over de door de gemeenschappelijke onderneming FC2 in
het voorafgaande kalenderjaar gemaakte vorderingen, met name ten aanzien van
het jaarlijkse werkplan voor dat jaar. Dit verslag bevat informatie over onder
meer de volgende zaken: a) onderzoek, innovatie en andere
uitgevoerde acties en de bijbehorende uitgaven; b) de ingediende acties, met inbegrip van een
opsplitsing per soort deelnemer, waaronder kmo's, en per land; c) de voor financiering aangewezen acties,
met inbegrip van een opsplitsing per soort deelnemer, waaronder kmo's, en per
land, met vermelding van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming
FCH 2 aan de afzonderlijke deelnemers en acties. 2. Na goedkeuring door de raad
van bestuur wordt het jaarlijkse activiteitenverslag openbaar gemaakt. 3. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 doet jaarlijks verslag aan de Commissie overeenkomstig artikel 60,
lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. 4. De rekeningen van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 worden onderzocht door een
onafhankelijk controleorgaan zoals bepaald in artikel 60, lid 5, van
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. De rekeningen van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 worden niet onderzocht door de Rekenkamer. 18 – Interne
audit De interne controleur van de Commissie oefent
ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 dezelfde
bevoegdheden uit als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent. 19 –
Aansprakelijkheid van leden en verzekering 1. De financiële
aansprakelijkheid van de leden voor de schulden van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 is beperkt tot de door hen reeds betaalde bijdrage aan
de administratieve kosten. 2. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 sluit de nodige verzekeringen af en houdt deze aan. 20 –
Belangenconflicten 1. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2, haar organen en haar personeel vermijden elk belangenconflict
bij de uitvoering van hun activiteiten. 2. De raad van bestuur van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 mag regels vaststellen om
belangconflicten in verband met de leden, de organen en het personeel van de
gemeenschappelijke onderneming te voorkomen en te beheersen. Deze regels
omvatten bepalingen ter voorkoming van belangenconflicten voor de
vertegenwoordigers van de leden die zitting hebben in de raad van bestuur. 21 – Ontbinding 1. De gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 wordt ontbonden aan het einde van de in artikel 1 van
deze verordening omschreven periode. 2. De ontbindingsprocedure wordt
automatisch ingeleid in geval van terugtrekking door de Commissie of door alle
andere leden dan de Unie uit de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 3. Voor de uitvoering van de
procedure tot ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2
benoemt de raad van bestuur een of meer liquidateurs die handelen volgens de
door de raad van bestuur verstrekte instructies. 4. Wanneer de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 wordt ontbonden, worden haar activa gebruikt ter
voldoening van haar verplichtingen en voor de uitgaven in verband met haar
ontbinding. Een eventueel overschot wordt op het moment van de ontbinding
verdeeld over de leden in verhouding tot hun financiële bijdragen aan de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2. Een eventueel overschot dat de Unie
toevalt, wordt teruggeboekt naar de begroting van de Unie. 5. Er wordt een ad-hocprocedure
ingesteld om een passende afwikkeling te verzekeren van alle door de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2 gesloten overeenkomsten of genomen
besluiten, alsmede van alle aanbestedingscontracten waarvan de duur die van de
gemeenschappelijke onderneming overschrijdt. FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstellingen 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen
voor de kredieten van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 3.2.3. Geraamde gevolgen
voor de personele middelen van de gemeenschappelijke onderneming
brandstofcellen en waterstof 3.2.4. Verenigbaarheid met
het huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage van derden
aan de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Voorstel
voor een verordening van de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming
brandstofcellen en waterstof 2 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[25] Horizon
2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie De
behandelde maatschappelijke uitdagingen zijn "Veilige, schone en
efficiënte energie" en "Slim, groen en geïntegreerd vervoer". 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een
voorbereidende actie[26]
x Het voorstel/initiatief betreft de
verlenging van een bestaande actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe
actie 1.4. Doelstelling(en) 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie De algemene doelstelling van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH) uit hoofde van Horizon 2020 is het leveren van een bijdrage aan de uitvoering van een optimaal onderzoeks- en innovatieprogramma op EU-niveau en het ontwikkelen van een sterke, duurzame en mondiaal concurrerende brandstofcel- en waterstofsector in de Unie, met het oog op: - verlaging van de productiekosten van brandstofcelsystemen voor vervoerstoepassingen en verlenging van de levensduur tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën; - verhoging van de elektrische efficiëntie en de duurzaamheid van de verschillende soorten brandstofcellen die worden gebruikt voor de elektriciteitsproductie, en verlaging van de kosten tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën; - verhoging van de energie-efficiëntie van de productie van waterstof via elektrolyse uit water en verlaging van de kapitaalkosten, zodat de combinatie van het waterstof- en brandstofcelsysteem kan concurreren met de op de markt verkrijgbare alternatieven; en - grootschalige demonstratie van de bruikbaarheid van waterstof als concurrerend opslagmedium voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. 1.4.2. Verwacht(e) resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Het potentieel van de GO FCH 2 om een bijdrage te leveren aan de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen in de Europese Unie wordt beschreven in punt 2.2 van de effectbeoordeling. 1.4.3. Resultaat- en
effectindicatoren Er wordt een set prestatiekernindicatoren voorgesteld ter bewaking van de GO FCH 2 in de periode 2014-2020, overeenkomstig de specifieke doelstellingen van het programma. Gebied || Beschrijving prestatiekernindicatoren || Streefdoel || Wanneer? Operationele doelstelling 1 || Private en publieke bestedingen voor O&O, innovatie en vroege verspreidingsactiviteiten in Europa (in gang gezet door de GO) || > 1,4 miljard EUR in periode 2014-2020 || Uiterlijk 2020 Operationele doelstelling 2 || Deelname van kmo’s aan het programma in het kader van de GO || ≥25% || Elk ckp Operationele doelstelling 3 || Demonstratieprojecten van de GO FCH 2 in lidstaten en regio’s die van EU-structuurfondsen profiteren || 7 projecten || Uiterlijk 2020 Operationele doelstelling 4 || Tijd tot subsidieverlening (van uitnodiging tot ondertekening) Tijd tot uitbetaling || < 180 dagen < 90 dagen || Elk ckp 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien In het kader van Horizon 2020 draagt de GO FCH 2 bij aan het verwezenlijken van de overkoepelende doelstelling van de EU inzake slimme, duurzame en inclusieve groei door: - het aandeel brandstofcel- en waterstoftechnologie te vergroten dat wordt gebruikt in duurzame en koolstofarme energie- en vervoerssystemen; - ervoor te zorgen dat de Europese brandstofcel- en waterstofsector wereldwijd toonaangevend en concurrerend is; - inclusieve groei tot stand te brengen voor de Europese brandstofcel- en waterstofsector en zo de werkgelegenheid te verhogen en te waarborgen. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Maatregelen op EU-niveau verminderen de verschillen tussen de nationale programma’s en de versnippering ervan en verkleinen het risico op overlapping. Bundeling en coördinatie van de inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling op EU-niveau vergroten de kans op welslagen gezien het grensoverschrijdende karakter van de te ontwikkelen infrastructuur en technologieën enerzijds en de noodzaak om voldoende middelen bijeen te brengen anderzijds. Steun van de Europese Unie zal de onderzoeksprogramma’s helpen rationaliseren en zorgen voor interoperabiliteit van de ontwikkelde systemen. 1.5.3. Ervaring die in het verleden
bij soortgelijke activiteiten is opgedaan De eerste tussentijdse evaluatie van de in 2008 opgerichte GO FCH werd afgerond in 2011. Daarin werd geconcludeerd dat de op een gemeenschappelijke onderneming gebaseerde aanpak in het algemeen een effectieve manier is om publiek-private activiteiten op het gebied van technologische ontwikkeling en demonstraties te versterken en dat deze de O&O-gemeenschap de nodige stabiliteit biedt. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Deze kwestie wordt behandeld in de punten 2.6, 3.2 en 5.9 van het bij dit voorstel gevoegde effectbeoordelingsdocument. 1.6. Duur en financiële gevolgen x Voorstel/initiatief met een
beperkte geldigheidsduur x Voorstel/initiatief is van kracht vanaf 1.1.2014 tot en met
31.12.24 x Financiële gevolgen vanaf 2014 tot en met 2020 voor
vastleggingskredieten en vanaf 2014 tot en met 2024 voor betalingskredieten ¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ, –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[27] ¨ Rechtstreeks beheer door de Commissie via: ¨ uitvoerende agentschappen ¨ Gedeeld beheer met de lidstaten: x Indirect beheer door het toevertrouwen van
begrotingsuitvoeringstaken aan: ¨ internationale organisaties en hun agentschappen (specificeren); ¨ de EIB en het Europees Investeringsfonds; x organen als bedoeld in artikel 209 FR; ¨ publiekrechtelijke organen; ¨ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak,
voor zover zij voldoende financiële garanties bieden; ¨ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de
uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die
voldoende financiële garanties bieden; ¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het
gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die
worden genoemd in de betrokken basishandeling. 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen De gemeenschappelijke onderneming FCH 2 zal worden gecontroleerd door middel van tussentijdse contacten zoals bedoeld in bepaling 17 van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2 en door middel van de in artikel 11 van de verordening bedoelde tussentijdse en eindevaluatie. Tevens zal de raad van bestuur toezien op de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Geconstateerd(e) risico('s) De
Commissie draagt er via de gedelegeerde ordonnateur zorg voor dat de op GO
FCH 2 toepasselijke regels volledig voldoen aan de eisen van de artikelen
60 en 61 van het Financieel Reglement. Door toezichtregelingen, waaronder
lidmaatschap van de raad van bestuur, van de GO FCH 2 wordt ervoor gezorgd
dat de diensten van de Commissie kunnen voldoen aan de eisen van verantwoording
aan zowel het College als de begrotingsautoriteit. Het
intern controlekader voor de GO FCH 2 is gebaseerd op: -
de toepassing van de internecontrolenormen die ten minste even sterke
waarborgen bieden als die van de Commissie; -
procedures voor het selecteren van de beste projecten door middel van
onafhankelijke evaluatie, en voor de vertaling daarvan naar rechtsinstrumenten; -
project- en contractbeheer gedurende de gehele projectcyclus; -
controles vooraf van alle declaraties (met inbegrip van het opvragen van
auditcertificaten) en certificering vooraf van methoden voor de
kostenberekening; -
controle achteraf van een steekproef van de declaraties als onderdeel van de
controle achteraf van Horizon 2020; -
een wetenschappelijke evaluatie van projectresultaten. Er
zijn diverse maatregelen getroffen ter beperking van het inherente risico van
belangenconflicten binnen de GO FCH 2, in het bijzonder gelijke stemmen
voor de Commissie en voor industriële partners in de raad van bestuur, selectie
van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur op grond van een voorstel
van de Commissie, onafhankelijkheid van het personeel, evaluaties door
onafhankelijke deskundigen op grond van bekendgemaakte selectiecriteria tezamen
met beroepsprocedures en volledige belangenverklaringen. De bevordering van
ethische en organisatorische waarden wordt een van de kerntaken van de GO
FCH 2 en de Commissie zal hierop toezien. 2.2.2. Controlemiddel(en) De
interne controleur van de Commissie oefent ten aanzien van de
gemeenschappelijke onderneming dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij met
betrekking tot de Commissie uitoefent. Bovendien kan de raad van bestuur voor
zover nodig de oprichting van een interne auditcapaciteit bij de
gemeenschappelijke onderneming regelen. De uitvoerend directeur van de GO
FCH 2 is als ordonnateur verplicht om een kosteneffectief systeem voor
interne controle en intern beheer in te voeren. Hij/zij moet verslag doen aan
de Commissie over het ingestelde internecontrolekader. De
Commissie zal toezien op het risico van niet-overeenstemming door middel van
het rapportagesysteem dat zij gaat ontwikkelen, alsmede door het opvolgen van
de resultaten van controles achteraf van de ontvangers van EU-financiering van
de GO FCH 2, als onderdeel van controles achteraf met betrekking tot
Horizon 2020 als geheel. De
Europese Raad van 4 februari 2011 heeft in dit verband het volgende
geconcludeerd: “Het is van vitaal belang dat de EU-instrumenten voor het
stimuleren van O&O&I worden vereenvoudigd […]; dit kan met name
gebeuren door tussen de betrokken instellingen afspraken te maken over een
nieuw evenwicht tussen vertrouwen en controle en tussen risico's nemen en
risico’s mijden”. Voorts ondersteunt het Europees Parlement in zijn resolutie
van 11 november 2010 (P7_TA(2010)0401) inzake het vereenvoudigen van de
tenuitvoerlegging van de kaderprogramma’s voor onderzoek expliciet een groter
risico op fouten bij onderzoeksfinancieringen en is het “bezorgd over het feit
dat het huidige systeem en de huidige praktijk van het beheer van KP7 in
excessieve mate op controle zijn gericht”. Daarom
bestaat er onder belanghebbenden en instellingen overeenstemming dat naast het
foutenpercentage het gehele spectrum aan doelstellingen en belangen, met name
het succes van het onderzoeksbeleid, het internationale concurrentievermogen en
de wetenschappelijke topkwaliteit, in aanmerking moet worden genomen.
Tegelijkertijd bestaat er een duidelijke behoefte aan een efficiënt en
doeltreffend beheer van de begroting waarbij fraude en verspilling voorkomen
moeten worden. Zoals
hierboven vermeld zal de Commissie toezien op het risico van
niet-overeenstemming door middel van het rapportagesysteem dat zij gaat
opzetten, alsmede door het opvolgen van de resultaten van controles achteraf
van de ontvangers van EU-financiering van de GO FCH 2, als onderdeel van
controles achteraf met betrekking tot Horizon 2020 als geheel. 2.2.3. Verwachte niveau van
niet-overeenstemming Zoals
de Commissie heeft gemeld in het financieel memorandum voor Horizon 2020 is de
uiteindelijke doelstelling nog altijd het bereiken van een percentage
resterende fouten van minder dan 2 % van de totale uitgaven gedurende de
looptijd van het programma. Daartoe heeft zij een aantal
vereenvoudigingsmaatregelen ingevoerd. Er moet echter tevens rekening worden
gehouden met de overige hierboven vermelde doelstellingen, alsmede met de
kosten van controles. Aangezien
de regels voor deelname aan de GO FCH in principe dezelfde zijn als de regels
die door de Commissie toegepast zullen worden, met een groep begunstigden met
een gelijksoortig risicoprofiel als die van de Commissie, kan worden verwacht
dat het foutenniveau vergelijkbaar zal zijn met het door de Commissie voor
Horizon 2020 vastgestelde niveau. In
het financieel memorandum voor Horizon 2020 vindt u volledige details
betreffende het met betrekking tot de deelnemers verwachte foutenpercentage. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden De
Commissie draagt er zorg voor dat de GO FCH 2 in alle stadia van het
beheerproces passende maatregelen voor fraudebestrijding toepast. Het voorstel
voor Horizon 2020 is onderworpen aan fraudegevoeligheidstests en aan een
beoordeling van het effect ervan. In het algemeen zouden de voorgestelde
maatregelen een positief effect op de fraudebestrijding moeten hebben, met name
door de grotere nadruk op risicogebaseerde audits en een uitgebreidere
wetenschappelijke evaluatie en controle. De
huidige GO FCH werkt al samen met de diensten van de Commissie in verband met
fraude en onregelmatigheden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat deze
samenwerking wordt voortgezet en versterkt. De
Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en
subcontractanten die uit hoofde van het programma EU-middelen hebben ontvangen,
controles op stukken of controles en verificaties ter plaatse te verrichten. Het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures
van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter
plaatse bij de direct bij de financiering betrokken economische subjecten
uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere
onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of
een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële
belangen van de Unie zijn geschaad. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarige
financiële kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage Nummer 1A [Rubriek Concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid] || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat- lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement [1A] || 08.020733 Maatschappelijke uitdagingen – GO FCH 2 || GK || JA || JA || JA || JA *Het doel is één begrotingsonderdeel te
gebruiken. De bijdrage voor dit begrotingsonderdeel zal naar verwachting komen
uit: || Vastleggingskredieten (miljoen EUR) Begrotingsonderdeel || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || Totaal 06.030301 Tot stand brengen van een zuinig, milieuvriendelijk, veilig en naadloos Europees vervoerssysteem || 10,050 || 11,741 || 11,742 || 10,634 || 10,479 || 9,980 || 10,374 || 75,000 08.020303 Overschakelen op een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem || 36,177 || 42,267 || 42,271 || 38,283 || 37,726 || 35,929 || 37,347 || 270,000 08.020304 Tot stand brengen van een zuinig, milieuvriendelijk, veilig en naadloos Europees vervoerssysteem || 23,448 || 27,395 || 27,398 || 24,813 || 24,452 || 23,287 || 24,207 || 175,000 32.040301 Overschakelen op een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem || 24,118 || 28,178 || 28,181 || 25,522 || 25,151 || 23,952 || 24,898 || 180,000 || 93,793 || 109,581 || 109,592 || 99,252 || 97,808 || 93,148 || 96,826 || 700,000 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1A || Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024 || TOTAAL Titel 1 || Vastleggingen || (1) || 0,324 || 0,330 || 0,337 || 0,344 || 1,454 || 1,483 || 7,285 || || 11,557 Betalingen || (2) || 0,324 || 0,330 || 0,337 || 0,344 || 1,454 || 1,483 || 1,512 || 5,772 || 11,557 Titel 2 || Vastleggingen || (1a) || 0,115 || 0,257 || 0,261 || 0,454 || 1,640 || 1,711 || 4,005 || || 8,443 Betalingen || (2a) || 0,115 || 0,257 || 0,261 || 0,454 || 1,640 || 1,711 || 1,746 || 2,260 || 8,443 Titel 3 || Vastleggingen || (3a) || 93,354 || 108,994 || 108,994 || 98,454 || 94,714 || 89,954 || 85,536 || 0 || 680,000 || Betalingen || (3b) || || 56,012 || 65,396 || 84,067 || 80,871 || 97,298 || 95,462 || 200,893 || 680,000 TOTAAL kredieten voor GO FCH || Vastleggingen || =1+1a +3a || 93,793 || 109,581 || 109,592 || 99,252 || 97,808 || 93,148 || 96,826 || 0 || 700,000 Betalingen || =2+2a +3b || 0,439 || 56,599 || 65,994 || 84,865 || 83,965 || 100,492 || 98,720 || 208,925 || 700,000 De administratieve
kosten worden verdeeld tussen de EU en de overige leden van de
gemeenschappelijke onderneming FCH 2. 50 % van de financiering wordt
verstrekt door de EU. De industriegroepering en de onderzoeksgroepering
verstrekken de overige 50 %, d.w.z. 43 % resp. 7 %. De maximale
bijdrage van de EU aan de administratieve kosten van de gemeenschappelijke
onderneming FCH 2 bedraagt 20 miljoen EUR. Als een gedeelte van de
bijdrage van de Unie niet wordt gebruikt, kan dit beschikbaar worden gemaakt
voor de werkzaamheden van de GO FCH 2. De exploitatiekosten
van de GO FCH 2 worden gedekt door de financiële bijdrage van de Unie en
via bijdragen in natura van de samenstellende entiteiten van de andere leden
dan de Unie die deelnemen aan de werkzaamheden van de GO FCH. De administratieve
kosten werden geraamd op basis van de huidige uitgaven.
Bij de raming van de betalingskredieten werd er rekening gehouden met de
te betalen prefinanciering en met de aan de vastleggingskredieten verbonden
tussentijdse betalingen. Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1A || "Administratieve uitgaven" Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024* || Totaal DG: RTD || Personele middelen || 0,393 || 0,401 || 0,409 || 0,417 || 0,425 || 0,434 || 0,443 || p.m. || 2,922 Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL || || 0,393 || 0,401 || 0,409 || 0,417 || 0,425 || 0,434 || 0,443 || p.m. || 2,922 TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1A van het meerjarige financiële kader || || 0,393 || 0,401 || 0,409 || 0,417 || 0,425 || 0,434 || 0,443 || p.m. || 2,922 || || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2020-2024 || Totaal TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 94,186 || 109,982 || 110,001 || 99,669 || 98,233 || 93,582 || 97,269 || 0 || 702,922 Betalingen || 0,832 || 57,000 || 66,403 || 85,282 || 84,391 || 100,926 || 99,163 || 210,783 || 702,922 *Personeelsaantallen na 2020 moeten in een
later stadium worden bepaald. 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
kredieten van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen
beleidskredieten nodig x Voor het voorstel/initiatief zijn
beleidskredieten nodig, zoals hieronder wordt beschreven: Vastleggingskredieten (miljoen EUR, tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL || OUTPUTS || Type[28] || Gem. kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1 Verlaging van de productiekosten van brandstofcelsystemen voor vervoerstoepassingen door benutting van wetenschappelijke en technologische vorderingen, alsmede schaaleffecten van serieproductie en verlenging van de levensduur teneinde de totale kosten van eigendom en de levensduur tot niveaus te brengen die kunnen concurreren met conventionele technologieën - Output || Aantal ondertekende subsidies || 3,589 || 10 || 36,500 || 12 || 40,300 || 12 || 40,300 || 10 || 38,000 || 10 || 36,900 || 10 || 35,500 || 9 || 34,500 || 73 || 262,000 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || 10 || 36,500 || 12 || 40,300 || 12 || 40,300 || 10 || 38,000 || 10 || 36,900 || 10 || 35,500 || 9 || 34,500 || 73 || 262,000 SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 2 Verhoging van de elektrische efficiëntie en de duurzaamheid van de verschillende soorten brandstofcellen die worden gebruikt voor de elektriciteitsproductie en verlaging van de huidige kosten tot niveaus die kunnen concurreren met bestaande technologieën - Output || Aantal subsidies || 3,755 || 5 || 18,254 || 6 || 22,600 || 6 || 22,600 || 5 || 20,500 || 5 || 18,214 || 5 || 17,000 || 4 || 16,000 || 36 || 135,168 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || 5 || 18,254 || 6 || 22,600 || 6 || 22,600 || 5 || 20,500 || 5 || 18,214 || 5 || 17,000 || 4 || 16,000 || 36 || 135,168 SPECIFIEKE DOELSTELLING nr 3 Verhoging van de energie-efficiëntie van de verspreide productie van waterstof via elektrolyse uit water en verlaging van de kapitaalkosten, zodat de combinatie van de kosten van waterstof aan de pomp en de kosten van het brandstofcelsysteem waarin deze wordt gebruikt kan concurreren met de op de markt verkrijgbare alternatieven - Output || Aantal subsidies || 3,988 || 5 || 19,000 || 5 || 22,000 || 5 || 22,000 || 5 || 19,900 || 5 || 20,000 || 5 || 18,854 || 5 || 17,836 || 35 || 139,590 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 3 || 5 || 19,000 || 5 || 22,0000 || 5 || 22,000 || 5 || 19,900 || 5 || 20,000 || 5 || 18,854 || 5 || 17,836 || 35 || 139,590 SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 4 Grootschalige demonstratie van de bruikbaarheid van waterstof als concurrerend opslagmedium voor de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen - Output || Aantal subsidies || 3,871 || 5 || 19,600 || 6 || 24,094 || 6 || 24,094 || 6 || 20,054 || 5 || 19,600 || 5 || 18,600 || 4 || 17,200 || 37 || 143,242 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 4 || 5 || 19,600 || 6 || 24,094 || 6 || 24,094 || 6 || 20,054 || 5 || 19,600 || 5 || 18,600 || 4 || 17,200 || 37 || 143,242 TOTALE KOSTEN || 20 || 93,354 || 29 || 108,994 || 29 || 108,994 || 29 || 98,454 || 25 || 94,714 || 25 || 89,954 || 22 || 85,536 || 181 || 680,000 3.2.3. Geraamde gevolgen voor
personele middelen 3.2.3.1. Samenvatting x Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten
nodig, zoals hieronder beschreven: Personeelsaantallen
(VTE)[29] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Ambtenaren (AD-rangen) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Ambtenaren (AST-rangen) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Arbeidscontractanten || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 22 Tijdelijke functionarissen AD || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 14 || 13 || 12 || 159 Tijdelijke functionarissen AST || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 8 || 7 || 96 TOTAAL || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 25 || 23 || 21 || 277 miljoen EUR (tot op 3
decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Ambtenaren (AD-rangen) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Ambtenaren (AST-rangen) || || || || || || || || || || || || 0 Arbeidscontractanten || 0,094 || 0,096 || 0,098 || 0,100 || 0,102 || 0,104 || 0,106 || 0,108 || 0,110 || 0,112 || 0,115 || 1,144 Tijdelijke functionarissen (AD-rangen) || 1,620 || 1,652 || 1,685 || 1,719 || 1,754 || 1,789 || 1,824 || 1,861 || 1,772 || 1,678 || 1,580 || 18,934 Tijdelijke functionarissen AST || 0,972 || 0,991 || 1,011 || 1,031 || 1,052 || 1,073 || 1,095 || 1,117 || 1,139 || 1,033 || 0,922 || 11,436 TOTAAL || 2,686 || 2,740 || 2,795 || 2,850 || 2,907 || 2,966 || 3,025 || 3,085 || 3,021 || 2,823 || 2,616 || 31,513 3.2.3.2. Geraamde behoefte aan personele
middelen voor het verantwoordelijke DG ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder beschreven: Raming in aantallen (VTE) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020* || || || || || || || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || || || || || || || XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || 08. 01 05 01 (onderzoek door derden) || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || XX 01 02 01 (CA, SNE, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || XX 01 02 02 (CA, LA, SNE, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || XX 01 04 jj[30] || - zetel[31] || || || || || || || || - delegaties || || || || || || || XX 01 05 02 (CA, SNE, INT – onderzoek door derden) || || || || || || || 10 01 05 02 (CA, SNE, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || TOTAAL || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 * Het aantal
personeelsleden binnen de Commissie na 2020 is niet in deze tabel opgenomen.
Dit aantal wordt later vastgesteld. 08 is het beleidsterrein of de begrotingstitel. De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld. Indien
noodzakelijk kunnen deze worden aangevuld met middelen die in het kader van de
jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen
aan het beherende DG kunnen worden toegewezen. Beschrijving van de uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijk personeel || Contactpunt met de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 Extern personeel || De bijlage (deel 3)
moet een beschrijving bevatten van de berekening van de kosten van VTE. 3.2.3.3. a. Geraamde behoefte aan
personele middelen voor de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en
waterstof 2[32] ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder beschreven: b. Geraamde behoefte aan personele
middelen te financieren uit kredieten voor het meerjarige financiële kader
2014-2020 Raming in aantallen (VTE) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || 2021 || 2022 || 2023 || 2024 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 || || || || || || || || || || || Tijdelijk (AD-rangen) || 4 || 4 || 4 || 4 || 15 || 15 || 15 || 15 || 14 || 13 || 12 Tijdelijk (AST-rangen) || 2 || 2 || 2 || 2 || 9 || 9 || 9 || 9 || 9 || 8 || 7 Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[33] (PPP-orgaan) || || || || || || || || || || || TA || || || || || || || || || || || CA || 0 || 0 || 0 || 0 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 SNE || || || || || || || || || || || INT || || || || || || || || || || || TOTAAL || 6 || 6 || 6 || 6 || 26 || 26 || 26 || 26 || 25 || 23 || 21 * Gelijk aan het
gemiddelde van het personeel per jaar Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijk personeel || Bijdrage aan de taken en werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof Extern personeel || Bijdrage aan de taken en werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof c. Personele middelen gefinancierd uit
kredieten van het meerjarige financiële kader 2007-2013[34] Raming in aantallen (VTE) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || Totaal Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof || || || || || Tijdelijk (AD-rangen)* || 11 || 11 || 11 || 11 || 44 Tijdelijk (AST-rangen)* || 7 || 7 || 7 || 7 || 28 Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[35] Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof || || || || || TA || || || || || CA || 2 || 2 || 2 || 2 || 8 SNE || || || || || INT || || || || || TOTAAL || 20 || 20 || 20 || 20 || 80 d. Bijdrage aan de lopende kosten voor
de geleidelijke afbouw van het PPP-orgaan in het meerjarige financiële kader
2007-2013 miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Totaal[36] Geldelijke bijdrage van de EU || 1,345 || 1,372 || 1,399 || 1,427 || 5,543 Geldelijke bijdrage van derden || 1,883 || 1,920 || 1,959 || 1,999 || 7,761 TOTAAL || 3,228 || 3,292 || 3,358 || 3,426 || 13,304 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader x Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader. ¨ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader. Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder
vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. ¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[37]. Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
Het voorstel/initiatief voorziet niet in
medefinanciering door derden. –
Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd: Kredieten in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020-2024 || Totaal Industriegroepering en onderzoeksgroepering – geldelijke bijdrage aan de administratieve kosten || 0,439 || 0,587 || 0,598 || 0,798 || 3,094 || 3,194 || 11,290 || 20 TOTAAL medegefinancierde kredieten || 0,439 || 0,587 || 0,598 || 0,798 || 3,094 || 3,194 || 11,290 || 20 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten x Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten. ¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: ¨ voor de eigen middelen ¨ voor de diverse ontvangsten [1] COM(2013) […] [2] COM(2010) 639 definitief van 10.11.2010. [3] COM(2013) 17 definitief van 24.1.2013. [4] http://ec.europa.eu/research/consultations/fch_h2020/fch-f2020-consultation-results.pdf
[5] In lopende prijzen. [6] PB … [advies van het EP] [7] PB … [advies van het EESC] [8] PB L 412 van 30.12.2006,
blz. 1. [9] PB L 400 van 30.12.2006,
blz. 86. [10] COM(2010) 2020 definitief. [11] PB … [KP H2020]. [12] PB … [SP H2020]. [13] PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1, als gewijzigd bij Verordening
(EG) nr. 1183/2011 van de Raad van 14.11.2011, PB L 302 van 19.11.2011,
blz. 3. [14] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's
"Partnerschappen in onderzoek en innovatie", COM(2011) 572 definitief
van 21.9.2011. [15] ‘Trends in investments, jobs and turnover in the Fuel
cells and Hydrogen sector’ – resultaten van een raadpleging van
belanghebbenden: http://www.fch-ju.eu/page/publications. [16] PB L 298 van 26.10.2012,
blz. 84. [17] PB … [DR H2020]. [18] PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1. [19] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [20] PB 56 van 4.3.1968, blz. 1. [21] PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1. [22] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. [23] PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15. [24] PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43. [25] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity-Based
Budgeting. [26] In de zin van artikel 54, lid 2, onder a)
of b), van het Financieel Reglement. [27] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar
het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb:
http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [28] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.
aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen,
enz.). [29] Bij PPP-organen uit hoofde van artikel 209 FR is deze
tabel ter informatie opgenomen. [30] Onder het maximum voor extern personeel uit
beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen). [31] Hoofdzakelijk voor de structuurfondsen, het Europees
Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees
Visserijfonds (EVF). [32] Bij PPP-organen uit hoofde van artikel 209 FR is dit
gedeelte ter informatie opgenomen. [33] CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local Agent
(plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert (gedetacheerde nationale
deskundige); INT = uitzendkracht (‘Intérimaire’). [34] Bij PPP-organen uit hoofde van artikel 209 FR is deze
tabel ter informatie opgenomen. [35] CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local Agent
(plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert (gedetacheerde
nationale deskundige); INT = uitzendkracht (‘Intérimaire’). [36] De totale geldelijke bijdrage van de EU moet gelijk zijn
aan het bedrag dat op de begroting 2013 is uitgetrokken voor de voltooiing van
de werkzaamheden van het orgaan in de periode 2007-2013. [37] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord.