Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL /* COM/2013/0501 final - 2013/0234 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL ·
Algemene context De Europese Unie (EU) moet actie ondernemen om
te zorgen dat zij uit de economische en financiële crisis komt en de weg vindt
naar duurzame groei. Een van de doelstellingen van Horizon 2020[1], het programma van de EU voor onderzoek en innovatie voor de periode
2014–2020, is het versterken van het Europese bedrijfsleven door
steunmaatregelen voor onderzoek en innovatie in een aantal industriële
sectoren. De pijler “Leiderschap in ontsluitende en industriële
technologieën” van Horizon 2020 is specifiek gericht op versterking van het
industriële concurrentievermogen met betrekking tot essentiële technologieën
zoals ICT. In Horizon 2020 zijn micro- en nano-elektronica en slimme ingebedde
componenten en systemen binnen het thema ICT als prioriteitsgebieden
aangewezen. Om de EU-steun voor onderzoek en innovatie
beter af te stemmen op de doelstellingen op industrieel gebied en meer
investeringen in de Europese industrie aan te trekken, voorziet Horizon 2020 in
publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek en
innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa’s bredere
mededingingsdoelstellingen en helpen maatschappelijke uitdagingen het hoofd te
bieden. Dit nieuwe voorstel voor een publiek-privaat
partnerschap betreft de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming op
het gebied van elektronische componenten en systemen. De gemeenschappelijke
onderneming ECSEL (“Elektronische Componenten en Systemen voor Europees
Leiderschap’) vervangt de eerdere gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC[2] en ARTEMIS[3], actief op het gebied van respectievelijk nano-elektronica en
ingebedde systemen, die opgestart zijn uit hoofde van het Zevende
Kaderprogramma[4]. Het voorstel wordt ingediend in de context van het meerjarig
financieel kader[5], het voorstel van de Commissie voor Horizon 2020, de mededeling van de
Commissie “Partnerschappen in onderzoek en innovatie”[6], het
vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie[7], de
mededeling van de Commissie over cruciale ontsluitende technologieën “Een
Europese strategie voor sleuteltechnologieën – een brug naar groei en banen”[8] en de mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor micro-
en nano-elektronische onderdelen en systemen”[9]. Het
voorstel is ook in overeenstemming met de mededeling van de Commissie
“Publiek-private partnerschappen in Horizon 2020: een krachtig instrument voor
innovatie en groei in Europa”[10]. ·
Redenen voor en doelstellingen van een
gemeenschappelijke onderneming op het gebied van elektronische componenten en
systemen De sector elektronische componenten en
ingebedde systemen is een belangrijke bedrijfstak met een wereldwijde omzet van
meer dan 1 biljoen euro, maar ligt ook ten grondslag aan de meeste
productiviteitsverbeteringen die aan de hele economie ten goede komen, en
speelt een sleutelrol voor de aanpak van maatschappelijke problemen. Hoewel de
bedrijfstak in Europa op belangrijke verticale markten, zoals de
auto-industrie, energie, betalingssystemen e.d., sterk aanwezig is, heeft hij
momenteel te kampen met grote uitdagingen die voor de hele economie van belang
zijn. Meer specifiek staat Europa wat elektronische
onderdelen en systemen betreft voor twee grote uitdagingen. Enerzijds moet
Europa de controle hebben over de cruciale schakels in de waardeketen (ontwerp,
fabricage en integratie in eindproducten), die essentieel zijn om de
waardecreatie uit elektronica in Europa te verankeren, en dus ook om het
concurrentievermogen van vele andere industriesectoren in Europa
(auto-industrie, energie, gezondheid, web enz.) te bestendigen. Anderzijds moet
Europa de grote leemten in zijn innovatieketens opvullen en onderzoek op
topniveau beter omzetten in commerciële successen. Bij de aanpak van die problemen heeft Europa
te maken met zware concurrentie op de wereldmarkt, een teruglopend marktaandeel
van zijn industrie, hoge kosten voor onderzoek en innovatie en een snelle
ontwikkeling van de techniek. In deze context moet een gemeenschappelijke
onderneming op het gebied van elektronische componenten en systemen de volgende
doelen nastreven: ·
verzekeren van de beschikbaarheid van cruciale
technologieën voor innovatie in alle belangrijke economische sectoren en ervoor
zorgen dat Europa deze technologieën optimaal kan benutten om de algemene
economische groei te stimuleren; ·
ondersteuning van het beleid van de EU, het milieu
en het concurrentievermogen, zoals vastgelegd in de Europa 2020-strategie voor
slimme, duurzame en inclusieve groei; ·
overwinnen van hindernissen voor doeltreffend
onderzoek en doeltreffende innovatie op dit gebied, waaronder de grote
risico’s, de hoge kosten van onderzoek en ontwikkeling en marktfalen. Om
particuliere investeringen als hefboom in te zetten, is de steun van het
publiek nodig; ·
met de lidstaten afstemmen van strategieën om particuliere
investeringen aan te trekken en bij te dragen aan gezonde overheidsfinanciën,
door dubbel werk en fragmentatie te voorkomen, en vergemakkelijken van de
deelname van actoren die bij onderzoek en innovatie betrokken zijn; ·
stimuleren dat de bedrijfstak een strategische
onderzoeks- en innovatieagenda voor de lange termijn opzet, de noodzakelijke
kritische massa creëert, particuliere investeringen als hefboom benut, het
delen van kennis vergemakkelijkt, risico’s vermindert, kosten verlaagt en producten
sneller marktrijp maakt. De specifieke doelstellingen van de nieuwe
gemeenschappelijke onderneming zijn: ·
instandhouding en uitbreiding van de Europese
capaciteit voor de fabricage van halfgeleiders en slimme systemen en een
leidende positie op het gebied van productieapparatuur en materiaalverwerking; ·
verkrijgen van een leidende positie op het gebied
van ontwerp en systeemtechniek, met inbegrip van ingebedde technologieën; ·
toegang voor alle belanghebbenden tot
infrastructuur van wereldniveau voor ontwerp en fabricage van elektronische
componenten en slimme systemen; ·
stimulering van de ontwikkeling van ecosystemen
waarin innovatieve kmo’s actief zijn, bestaande clusters worden versterkt en
het ontstaan van nieuwe clusters op nieuwe veelbelovende gebieden wordt
bevorderd. ·
Voortbouwen op eerder opgedane ervaring De voorgestelde gemeenschappelijke onderneming
bouwt voort op wat met de eerdere gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en
ARTEMIS in de context van het Zevende Kaderprogramma is bereikt. Beide gemeenschappelijke
ondernemingen hadden als doel een Europabreed onderzoeks- en
ontwikkelingsprogramma op het gebied van nano-elektronica en ingebedde systemen
op te zetten en te stimuleren dat de bedrijfstak, de lidstaten en de Europese
Unie hun strategieën op elkaar afstemmen en hun investeringen uitbreiden. Dit
bood een uitstekende gelegenheid om in heel Europa samen te werken, een
kritische massa te creëren en investeringen als hefboom in te zetten. De
gemeenschappelijke ondernemingen hebben laten zien dat zij in staat zijn om als
onpartijdige facilitator en katalysator op te treden voor ambitieuze projecten
om de betrokkenheid van excellente bedrijven te vergroten in een context waarin
nationale en Europese overheden steun kunnen verlenen aan thema’s met een grote
strategische waarde. Dit is overtuigend aangetoond door het succes dat ENIAC
heeft geboekt met de snelle start van de uitvoering van de aanbevelingen voor
cruciale ontsluitende technologieën op het gebied van nano-elektronica en door
het opstarten van grootschalige proefprojecten voor innovatie door ARTEMIS. In
de periode 2008–2012 hebben zo’n 2 000 deelnemers, waaronder ruim 500
kmo’s, in totaal 2,8 miljard euro geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en
innovatie. Bij deze gemeenschappelijke ondernemingen zijn
de particuliere sector, de nationale autoriteiten en de Europese autoriteiten
betrokken. Een belangrijke uitdaging voor deze driepartijenstructuur is het
afstemmen van procedures en inhoud op de verwachtingen en processen van de
deelnemende lidstaten. Bij de eerste en de tweede tussentijdse
evaluatie van ARTEMIS en ENIAC zijn krachtige aanbevelingen gedaan om in de
context van Horizon 2020 door te gaan met een soortgelijk initiatief, aangezien
geen enkele organisatie of lidstaat zelfstandig alle problemen van deze sector
kan aanpakken. Gecoördineerde actie op Europees niveau wordt daarom als de
meest geschikte koers gezien. De ervaring met het huidige model heeft
uitgewezen dat het de doelstellingen ervan kan verwezenlijken, zij het dat de
opstartperiode (waarin vertrouwen moest worden opgebouwd en een praktische
modus operandi tot stand moest komen) langer duurde dan oorspronkelijk werd
verwacht. In aanvulling op de bovengenoemde successen
moeten echter enkele opmerkingen worden gemaakt over de huidige structuur: ·
er is onvoldoende synchronisatie tussen de
verschillende nationale procedures (voor contracten en betalingen), wat tot
vertraging bij de uitvoering van de projecten leidt; ·
de verplichting om twee subsidieovereenkomsten te
sluiten op basis van verschillende regels (gemeenschappelijke onderneming en
nationale procedure) is een administratieve last voor de deelnemers; ·
de verschillende nationale regels hebben gevolgen
voor de wijze waarop consortia tot stand komen; ·
de uitvoering van de begroting is gehinderd door de
strikte afhankelijkheidsrelatie tussen de EU-vastleggingen en de nationale
vastleggingen (de verordening van de Raad schrijft voor dat de verhouding
tussen de bijdragen van de lidstaten en die van de EU 1,8 bedraagt); ·
de financiële kaderregeling voor gedecentraliseerde
agentschappen stelt strenge eisen aan de beperkte middelen van de
gemeenschappelijke onderneming. Deze moeilijkheden veroorzaakten geen uitstel,
maar vergden wel aanhoudende inspanningen van alle partijen om het systeem
werkend te maken. Voor het toekomstige initiatief biedt een vereenvoudigd
werkingsmodel aanzienlijke voordelen, wat in overeenstemming is met de algemene
doelstelling om met Horizon 2020 een algehele vereenvoudiging door te voeren.
Het voorstel tot oprichting van een nieuwe gemeenschappelijke onderneming bevat
bepalingen om de activiteiten eenvoudiger en flexibeler te maken. 2. RESULTATEN VAN RAADPLEGING VAN DE
BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING ·
Resultaten van de raadpleging De betrokkenen beoordelen de twee bestaande
gemeenschappelijke ICT-ondernemingen als zeer waardevol. Uit de openbare
raadpleging is gebleken dat de gemeenschappelijke ondernemingen hebben
bijgedragen tot de aanpak van knelpunten op hun respectieve activiteitengebied
en tot een verhoging van het Europese concurrentievermogen. De betrokkenen bij de huidige
gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS zijn industriële
belanghebbenden (zowel grote ondernemingen als kmo’s) en onderzoeksorganisaties
en organisaties voor kennisverspreiding in heel Europa. De lidstaten zijn
rechtstreeks betrokken bij de bestuursstructuren en leveren ook een financiële
bijdrage. De industrie en de onderzoekers zijn vertegenwoordigd via de
vakorganisaties AENEAS en ARTEMIS-IA. Uit de raadplegingen is gebleken dat alle
actoren gemotiveerd zijn om de gezamenlijke technologie-initiatieven (GTI’s)
uit te voeren en zich ertoe hebben verbonden. Volgens de bedrijfstak hebben de
GTI’s bijgedragen tot het bij elkaar brengen van de belanghebbenden en de
samenwerking bij de uitvoering van de strategische onderzoeksagenda’s
gefaciliteerd. De GTI’s bundelen particuliere middelen met de openbare middelen
van de lidstaten en de Europese Unie. Alle belanghebbenden hebben voor het nieuwe
GTI hun krachtige steun uitgesproken voor de volgende twee hoofddoelen: ·
een kritische massa genereren door openbare en
particuliere middelen te bundelen; en ·
publieke steun bieden voor grootschalige
demonstratie- en proefprojecten. Samenwerking tussen verschillende waardeketens
in heel Europa die dichter bij de markt staan, met als doel innovatie tot stand
te brengen, moet worden ondersteund. Zowel het ontwerp van complexe
elektronische componenten en systemen als de ontwikkeling van de fabricage en
de technologie moeten onder die samenwerking vallen. De lidstaten willen dat de openbare middelen
zo efficiënt mogelijk worden besteed, in het belang van hun nationale industrie
en wetenschappelijke onderzoekers. Alle deelnemende lidstaten erkennen dat een
sterke industrie op het gebied van elektronische componenten en system van
groot belang is voor de nationale economie. De lidstaten zijn bereid om
deelnamen aan een driepartijenmodel te overwegen, als de nodige financiering
alleen bijeen kan worden gebracht door middelen te bundelen en strategieën op
regionaal, nationaal en EU-niveau strikter op elkaar af te stemmen. Sommige lidstaten erkennen de moeilijkheden
waarmee de deelnemers momenteel te kampen hebben, met name door de toepassing
van nationale subsidiabiliteitscriteria en de gebrekkige synchronisatie en
onderlinge afstemming van de nationale voorwaarden voor contracten en
financiering. Door de verschillende nationale overeenkomsten ontstaan er
uiteenlopende deelnamevoorwaarden en enige inconsequenties. Deze problemen zijn
door de belanghebbenden gemeld in verband met het driepartijenmodel voor het
GTI. Voor het midden- en kleinbedrijf is de eenvoud
van de deelname van het allergrootste belang. Deze bedrijven zijn een groot
voorstander van meer gerichte steun, en de deelnemende lidstaten delen deze
mening. Veel belanghebbenden benadrukken ook dat zij
er behoefte aan hebben dat de lidstaten meerjarige financiële vooruitzichten
bieden voor de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming. Bij de opzet van het nieuwe GTI inzake
elektronische componenten en systemen is met deze opmerkingen rekening
gehouden, hoewel niet alle lidstaten het evenzeer eens waren met het
onderbrengen van alle benodigde diensten in één gemeenschappelijke onderneming. ·
Effectbeoordeling De voorgestelde verordening is door de
Commissie onderworpen aan een effectbeoordeling, waarvan het verslag bij het
voorstel is gevoegd. 3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL ·
Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Het voorstel betreft een verordening van de
Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarbij de
doelstellingen, de juridische status, de regels betreffende de werking en de
statuten voor de periode 2014–2024 worden vastgelegd (tot 2020 wat de
financiële programmering betreft). De gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en
ARTEMIS werden opgericht bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 72/2008 en
(EG) nr. 74/2008 van de Raad en zijn actief op het gebied van respectievelijk
nano-elektronica en ingebedde computersystemen. Deze verordeningen worden ingetrokken
bij de inwerkingtreding van de verordening tot oprichting van de nieuwe
gemeenschappelijke onderneming. ·
Rechtsgrondslag De rechtsgrondslag voor het voorstel is
artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De regels van Horizon 2020 voor deelneming en
verspreiding zijn van toepassing. In verband met een specifieke operationele
noodzaak in het kader van dit initiatief moet echter van deze regels worden
afgeweken. Deze specifieke afwijking wordt in dit stadium evenwel niet in het
voorstel opgenomen, om geen afbreuk te doen aan de interinstitutionele
besprekingen over de juiste rechtsgrondslag en procedure voor de vaststelling
ervan, aangezien deze nog in behandeling zijn in de context van het werk van de
Commissie aan het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en
de Raad tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de
verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020” (COM(2011) 810 –
2011/0399 (COD). De specifieke afwijking zal in een later stadium aan de orde
komen in het licht van de resultaten van deze besprekingen. Voor de toepassing van de regels inzake
overheidssteun moet worden afgeweken van Verordening (EU) nr. … [regels voor de
deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon
2020”] wat het standaard financieringspercentage betreft. Gezien de
medefinanciering door de lidstaten zijn op de overheidssteun die de
gemeenschappelijke onderneming verleent, de regels inzake overheidssteun van
toepassing met hun specifieke bepalingen over de steunintensiteit die
afhankelijk zijn van het soort deelnemer en het soort activiteit. ·
Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing
voor zover het voorstel gebieden bestrijkt die niet onder de exclusieve
bevoegdheid van de Unie vallen. De doelstellingen van het voorstel kunnen om
de volgende redenen niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk worden
verwezenlijkt: ·
de industrie en de economie van Europa staan voor
grote uitdagingen, die zodanige aanzienlijke investeringen noodzakelijk maken
dat deze van elke afzonderlijke lidstaat een zeer grote inspanning zouden
vergen. De afzonderlijke lidstaten, ongeacht de omvang van hun economie,
schrikken daarom terug voor activiteiten op het gebied van onderzoek en
innovatie, of stellen investeringen uit die cruciaal zijn voor het aantrekken
van meer particuliere investeringen en het opbouwen van Europa’s vermogen om te
innoveren en concurreren. Door regionale, nationale en EU-middelen samen te
brengen, kan Europa snel reageren op grote investeringsmogelijkheden en op de
vraag daarnaar anticiperen, zoals blijkt uit de oproep tot het indienen van
voorstellen voor het GTI ENIAC in 2012. Deze oproep betrof steun voor een
aantal proef-productielijnen op gebieden die voor de Europese industrie
cruciaal zijn. ·
Europa beschikt over hoogwaardige gespecialiseerde
technologie en industriële clusters op het gebied van micro- en
nano-elektronische componenten en slimme en ingebedde systemen. Innovatie en
concurrerende producten en diensten ontstaan steeds vaker door
multidisciplinaire onderzoeks- en innovatieactiviteiten en allianties en
partnerschappen langs de waardeketen die van halfgeleiderontwikkeling tot aan
ingebedde software en netwerktoepassingen leidt. Als geen nieuw initiatief op
EU-niveau wordt gestart, zal het onderzoeks- en innovatielandschap van Europa
steeds meer gefragmenteerd raken. Zonder een gericht en samenhangend programma
blijft Europa’s bijdrage tot de sector elektronische componenten en systemen beperkt
tot losse, ongestructureerde plaatselijke inspanningen. De vooruitgang zal
worden afgeremd door een gebrek aan coördinatie van industriële
O&O-doelstellingen, dubbel werk, onnodige bureaucratische formaliteiten en
een suboptimale benutting van de beperkte financiële middelen die voor
onderzoek beschikbaar zijn. Actie van de afzonderlijke lidstaten is dan ook
onvoldoende om de uitdagingen het hoofd te bieden waarvoor de sector
elektronische componenten en systemen zich geplaatst ziet. Er bestaat geen afzonderlijk
nationaal mechanisme waarmee alle expertise en alle financiële middelen bijeen
kunnen worden gebracht die nodig zijn om een sterke positie op de mondiale
concurrentiemarkt te verwerven. Er zijn meerdere redenen waarom het doel beter
kan worden bereikt met maatregelen op EU-niveau. Met een Europees
publiek-privaat partnerschap kunnen de noodzakelijke financiële en technische
middelen worden gemobiliseerd om de complexiteit van de steeds snellere
innovatie op dit terrein te beheersen. Er zal een concentrerende werking van
uitgaan op de prioriteiten van Europa, de lidstaten en de bedrijfstak. De
sterke punten van de transnationale en Europese programma’s worden
gecombineerd. Als een vereenvoudigde modus operandi wordt vastgesteld, kunnen
subsidies sneller en met minder formaliteiten voor de deelnemers worden
verleend. Het voorstel is derhalve in overeenstemming
met het subsidiariteitsbeginsel. ·
Evenredigheidsbeginsel Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan
de bepalingen van deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om de
doelstellingen ervan te bereiken. Het voorstel is om de navolgende redenen in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. De voorgestelde
gemeenschappelijk onderneming is de enige eenvoudige optie die de beperkingen
overwint en aan de vereisten voldoet om de doelstellingen van de actie te
verwezenlijken. Het biedt een structuur die duurzaam is, rechtspersoonlijkheid
heeft en in een duidelijk juridisch kader voorziet voor de samenwerking en de
participatie van actoren op het gebied van onderzoek en innovatie, nationale
autoriteiten en de EU in een publiek-privaat partnerschap. De deelname van alle
belanghebbenden is van kapitaal belang. Aangezien het initiatief zich toespitst
op industriële doelstellingen die van groot belang zijn voor het economische
concurrentievermogen, is de deelname van de industrie noodzakelijk om de
uitwerking van de onderzoeksprioriteiten en het innovatiebeleid mede vorm te
geven. De betrokkenheid van de lidstaten is nodig om gebruik te kunnen maken
van nationale financiering, die goed is voor het leeuwendeel van de
overheidsuitgaven voor onderzoek en innovatie op dit gebied. Tot slot heeft de
EU een belangrijke rol te spelen door het integratieproces aan te sturen, de
verschillende belangen van de partners in evenwicht te houden en adequaat
toezicht te houden op het gebruik van haar financiële bijdrage. De voorgestelde maatregelen zullen de
noodzakelijke integratie op EU-niveau tot stand brengen en flexibiliteit bieden
voor de deelname van de afzonderlijke lidstaten. De besluitvorming inzake het
gebruik van de nationale financiële bijdragen blijft een nationale bevoegdheid.
De gemeenschappelijke onderneming krijgt een slanke structuur voor de
besluitvorming en de financiële en administratieve verrichtingen Zij wordt
bijzonder kosteneffectief: de administratieve kosten worden geraamd op circa 3%
van de totale EU-bijdrage aan de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van de
gemeenschappelijke onderneming ·
Keuze van instrument Voorgesteld instrument: verordening Andere instrumenten zijn ongeschikt omdat voor
de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming waarin de Europese Unie
participeert, een verordening van de Raad vereist is. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING De raming van de bijdrage die DG CONNECT
levert uit zijn budget voor Leiderschap op het gebied van ontsluitende en
industriële technologieën[11], [12] geeft aan dat de uitgaven van de EU gedurende de gehele levensduur van
ECSEL (tot 2024) maximaal 1 215 255 000 zullen bedragen
(inclusief de bijdrage van de EVA-staten). Deze uitgaven moeten vóór 31
december 2000, wanneer de begroting van Horizon 2020 afloopt, worden vastgelegd
en voor 31 december 2024 betaald. 5. FACULTATIEVE ELEMENTEN ·
Vereenvoudiging Er wordt een vereenvoudig model voorgesteld
als oplossing voor de praktische problemen die deelnemers aan de huidige
gemeenschappelijke ondernemingen hebben ondervonden, zoals de uiteenlopende
nationale voorschriften en werkwijzen, waardoor er grote verschillen ontstonden
voor de behandeling van de afzonderlijke deelnemers. Er wordt voorgesteld dat
de nieuwe gemeenschappelijke onderneming namens de autoriteiten van de
lidstaten mag optreden bij de contractering en betaling, zoals nu al gebeurt
voor de bijdrage van de EU. De deelnemers hebben daardoor alleen te maken met
de gemeenschappelijke onderneming, en de financiering loopt synchroon voor alle
deelnemers. Ook wordt voorgesteld om het percentage overheidsfinanciering (EU
en nationaal) voor alle lidstaten te harmoniseren. ·
Europees belang Het is voor Europa van groot belang om een
bedrijfstak voor geavanceerde elektronische componenten en systemen te hebben,
omdat daardoor ontsluitende technologieën op het gebied van elektronica
beschikbaar komen die de innovatie stimuleren in zeer uiteenlopende bedrijfstakken,
van de auto-industrie en lucht- en ruimtevaart tot energie, medische
apparatuur, huishoudelijke apparaten en allerlei soorten industriële
fabricageprocessen. De doelstellingen en het werkterrein van ECSEL geven
precies aan welke technologische koers moet worden gevolgd en welke economische
doelen moeten worden bereikt. Er worden open en eerlijke selectiecriteria voor
de deelnemers vastgesteld, de verbintenis van de bedrijfstak om te investeren
en arbeidsplaatsen te scheppen wordt vastgelegd en de bestuursregelingen en
uitvoeringsprocedures worden vastgesteld. De overheidssteun die ten behoeve van
de activiteiten van ECSEL wordt geboden, verbetert de situatie van de Europese
Unie op het gebied van onderzoek en innovatie in de internationale context. Dit
komt ten goede aan de hele waardeketen van de sector elektronische componenten
en systemen in Europa, waaronder veel kmo’s, maar door het spillovereffect ook
andere economische actoren. Als een lidstaat of groep van lidstaten daartoe een
aanvraag doet, kan de Commissie overwegen de initiatieven van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL als belangrijk project van
gemeenschappelijk Europees belang aan te merken, indien aan alle voorwaarden
wordt voldaan. 2013/0234 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL (Voor de EER relevante tekst) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 187 en artikel 188, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement[13], Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[14], Overwegende hetgeen volgt: (1) Publiek-private
partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven werden
oorspronkelijk mogelijk gemaakt door Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende
kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van
onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[15]. (2) In
Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het
specifieke programma “Samenwerking” tot uitvoering van het zevende
kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van
onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[16] worden specifieke te
ondersteunen publiek-private partnerschappen geïdentificeerd, onder meer op de
specifieke gebieden die onder de gezamenlijke technologie-initiatieven ENIAC en
ARTEMIS vallen. (3) In de
Europa 2020-strategie[17]
wordt benadrukt dat gunstige voorwaarden voor investeringen in kennis en
innovatie in de Gemeenschap moeten worden geschapen met het oog op het
bevorderen van slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie. Deze strategie
is door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd. (4) Met
Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013
tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en
innovatie (2014-2020)[18]
wordt beoogd een groter effect op onderzoek en innovatie te creëren door
financiële middelen van Horizon 2020 en de particuliere sector te bundelen
binnen publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek
en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa’s bredere
mededingingsdoelstellingen en kunnen helpen maatschappelijke uitdagingen het
hoofd te bieden. Overeenkomstig Besluit nr. 1982/2006/EG kan de betrokkenheid
van de Unie bij die partnerschappen de vorm aannemen van financiële bijdragen
aan gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht op basis van artikel
187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. (5) Overeenkomstig
Besluit (EU) nr. […]/2013 van de Raad van […]tot vaststelling van het
specifieke programma tot uitvoering van “Horizon 2020” — Het kaderprogramma
voor onderzoek en innovatie (2014-2020)[19]
moet verdere steun worden verleend aan gemeenschappelijke ondernemingen die
zijn opgericht uit hoofde van Besluit nr. 1982/2006/EG, volgens de voorwaarden
van Besluit (EU) nr. […]/2013. De prioriteit “Industrieel leiderschap” is
gericht op twee specifieke activiteitenlijnen op het gebied van informatie- en
communicatietechnologieën: “Micro- en nano-elektronica” en “Een nieuwe
generatie componenten en systemen: de constructie van geavanceerde en slimme
ingebedde componenten en systemen”. “Ingebedde computersystemen” (ARTEMIS) en
“nano-elektronica” (ENIAC) moeten tot één initiatief worden gecombineerd. (6) In de
mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor sleuteltechnologieën –
een brug naar groei en banen”[20]
worden cruciale ontsluitende technologieën (hierna “KET” genoemd), waaronder
micro- en nano-elektronica, als een onontbeerlijke bron van innovatie
aangeduid. Er bestaat momenteel een kloof tussen het genereren van fundamentele
kennis en de commerciële toepassing ervan in de vorm van goederen en diensten.
Dit probleem moet onder meer worden aangepakt door gerichte steun voor
proefproductielijnen en proefprojecten op innovatiegebied, waaronder
grootschalige, die erop gericht zijn om technologie en producten in de
bedrijfspraktijk te valideren en integratie en kruisbestuiving tussen de
diverse KET’s te bevorderen. (7) Volgens
de mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor micro- en nano-elektronische
onderdelen en systemen”[21]
bevorderen micro- en nano-elektronische componenten en systemen de innovatie en
het concurrentievermogen in alle belangrijke economische sectoren. Omdat deze
sector zo belangrijk is en de belanghebbenden in de EU voor grote uitdagingen
staan, zijn dringend maatregelen nodig om de zwakke schakels in de Europese
innovatie- en waardeketens te versterken. Daarom wordt voorgesteld een
mechanisme op Unieniveau op te zetten om de steun van de lidstaten, de Unie en
de particuliere sector voor onderzoek en innovatie in elektronische componenten
te combineren en gerichter te maken. (8) Teneinde
Europa opnieuw een leidende positie binnen het ecosysteem voor nano-elektronica
te geven, hebben de belanghebbenden in de bedrijfstak en de onderzoekswereld
voorgesteld een strategisch programma voor onderzoek en innovatie in het leven
te roepen, waarvoor tot aan het jaar 2020 een totale investering van 100
miljard euro beschikbaar is; dit programma moet de mondiale op nano-elektronica
gebaseerde inkomsten van Europa verhogen tot ruim 200 miljard euro per jaar en
250 000 extra directe en indirecte arbeidsplaatsen creëren. (9) De
term “elektronische componenten en systemen” omvat micro- en nano-elektronica,
ingebedde/cyberfysieke systemen en toepassingen en slimme geïntegreerde
systemen en toepassingen. (10) De bij
Verordening (EG) nr. 72/3008 van de Raad van 20 december 2007[22] opgerichte gemeenschappelijke
onderneming ENIAC heeft met succes een onderzoeksagenda ten uitvoer gelegd om
binnen de sector nano-elektronica relevante gebieden te versterken zodat Europa
zijn concurrentievermogen kon vergroten door investeringen in prioritaire
thema’s te stimuleren en daarbij het hele ecosysteem te betrekken. (11) De
gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS, die bij Verordening (EG) nr. 74/2008
van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de
“gemeenschappelijke onderneming Artemis” voor de tenuitvoerlegging van een
gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen[23] is opgericht, heeft met succes
haar strategische positie aangetoond, die top-downrichtsnoeren combineert met
de vaststelling op bottom-upbasis van de aan te pakken technische problemen, en
aldus projecten heeft aangetrokken waarvan de resultaten rechtstreeks relevant
zijn voor de bedrijfstak. (12) Uit de
tussentijdse evaluaties van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en
ARTEMIS is gebleken dat zij nuttige en geschikte instrumenten zijn, dat hun
krachten kunnen worden gebundeld en dat zij een aanzienlijke impact hebben op
hun respectieve terrein. De onderzoeksterreinen waarop de gemeenschappelijke
ondernemingen ENIAC en ARTEMIS actief zijn, moeten daarom steun blijven
krijgen, teneinde het concurrentievermogen van de sector elektronische
componenten en systemen in Europa verder te verbeteren en de inspanningen te
concentreren op een door de publieke en particuliere betrokkenen overeen te
komen geheel van strategische activiteiten. (13) Bij de
verdere steun voor onderzoeksprogramma’s op het gebied van nano-elektronica en
ingebedde computersystemen moet worden voortgebouwd op de ervaring met de
activiteiten van ENIAC en ARTEMIS, inclusief de resultaten van de tussentijdse
evaluatie, de aanbevelingen van de belanghebbenden en de noodzaak van
doeltreffende coördinatie en synergie. (14) Er
wordt steeds intensiever samengewerkt door de betrokkenen bij de Europese
technologieplatforms ARTEMIS, ENIAC en EPoSS (European Technology Platform on
Smart Systems Integration), zoals blijkt uit de strategische onderzoeks- en
innovatieagenda op hoog niveau die de bedrijfstak voor ICT-componenten en ‑systemen
in 2012 heeft opgesteld. Om de synergieën die het gevolg zijn van deze
wisselwerking optimaal te benutten en uit te bouwen, dient één
gemeenschappelijke onderneming te worden opgericht, hier de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL genoemd, die actief is op het gebied van elektronische
componenten en systemen, met inbegrip van de activiteiten van de
gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, en waarvan de structuur en
de regels geschikter zijn om efficiency te bevorderen en vereenvoudiging tot
stand te brengen. Daartoe dient de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
financiële regels vast te stellen die in overeenstemming zijn met haar
behoeften, overeenkomstig artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr.
966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot
vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting
van de Unie[24]. (15) Voor
de tenuitvoerlegging van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda op hoog
niveau die de belanghebbenden in de bedrijfstak hebben voorgesteld, zijn
verschillende vormen van ondersteuning vereist: nationale, regionale en
intergouvernementele programma’s, een kaderprogramma van de Unie en een gezamenlijk
technologie-initiatief in de vorm van een publiek-privaat partnerschap. (16) Met
een Europees publiek-privaat partnerschap voor elektronische componenten en
systemen moeten de financiële en technische middelen worden bijeengebracht die
noodzakelijk zijn om de complexiteit van de steeds snellere innovatie op dit
terrein te beheersen. Leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dienen
derhalve te zijn de Unie, de lidstaten en de met het kaderprogramma Horizon
2020 geassocieerde landen (hierna “geassocieerde landen” genoemd) op basis van
vrijwilligheid, alsmede, als particuliere leden, verenigingen die als
vertegenwoordigers optreden van de ondernemingen door welke zij zijn opgericht,
en andere organisaties die in Europa actief zijn op het gebied van
elektronische componenten en systemen. De gemeenschappelijke onderneming ECSEL
moet openstaan voor nieuwe leden. (17) De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL dient zich te richten op duidelijk
gedefinieerde thema’s met als doel de Europese bedrijfstakken in staat te
stellen de meest innovatieve technologieën te ontwerpen, te fabriceren en in
elektronische componenten en systemen te gebruiken. Gestructureerde en
gecoördineerde financiële steun op Europees niveau is noodzakelijk om in een
uiterst competitieve internationale context de technologische koppositie van
onderzoeksteams en Europese industrieën te behouden, voor een snelle en brede
industriële toepassing van dit technologische leiderschap in heel Europa te
zorgen en daardoor belangrijke spill-overeffecten voor de samenleving te
bevorderen, risico’s te delen en krachten te bundelen door strategieën en
investeringen op het gemeenschappelijke Europese belang te richten. Als een
lidstaat of groep van lidstaten daartoe een aanvraag doet, kan de Commissie
overwegen de initiatieven van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als
belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang aan te merken, indien
aan alle voorwaarden wordt voldaan. (18) De
particuliere verenigingen AENEAS, ARTEMIS-IA en EPoSS hebben schriftelijk
aangegeven ermee in te stemmen dat de onderzoeks- en innovatieactiviteiten in
het kader van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden uitgevoerd binnen
een structuur die goed bij de aard van een publiek-privaat partnerschap past. Het
is dienstig dat deze particuliere verenigingen de in de bijlage bij deze
verordening opgenomen statuten aanvaarden door middel van een verklaring van
aanvaarding. (19) Voor
de verwezenlijking van haar doelstellingen dient de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL aan deelnemers financiële steun te verstrekken, voornamelijk
in de vorm van subsidies, op basis van openbare vergelijkende oproepen tot het
indienen van voorstellen. De financiële steun dient te worden gericht op
gevallen waarin de ontwikkeling van het betrokken programma is verhinderd door
aantoonbaar falen van de markt, en moet een stimulerend effect hebben, in die
zin dat het gedrag van de begunstigde erdoor wordt gewijzigd. (20) Om
gelijke concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de interne markt te
handhaven, moet de subsidiëring in het kader van Horizon 2020 worden opgezet
overeenkomstig de regelgeving inzake staatssteun om de doelmatigheid van de
overheidsinvesteringen te waarborgen en marktverstoringen, zoals de verdringing
van private financiering, het creëren van ineffectieve marktstructuren of de
instandhouding van inefficiënte bedrijven, te voorkomen. (21) De
deelname aan acties onder contract die door de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL worden gefinancierd, dient te voldoen aan Verordening (EU) nr. …/2013 van
het Europees Parlement en de Raad van … 2013 tot vaststelling van de regels
voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van
“Horizon 2020” – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)[25]. (22) De
financiële bijdrage van de Unie dient te worden beheerd in overeenstemming met
het beginsel van goed financieel beheer en de regels voor indirect beheer
vastgelegd in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en in de Gedelegeerde
Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende
uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[26]. (23) Audits
van de ontvangers van EU-middelen uit hoofde van deze verordening moeten
zodanig worden uitgevoerd dat de administratieve lasten worden verminderd,
overeenkomstig Verordening (EU) nr. […]/2013 [het kaderprogramma Horizon 2020]. (24) De
financiële belangen van de Unie en van de andere deelnemers aan de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL moeten gedurende de gehele uitgavencyclus
worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder de
preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de
terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede
middelen en, indien nodig, administratieve en financiële sancties
overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. (25) Ten
aanzien van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL oefent de intern controleur
van de Commissie dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij uitoefent met
betrekking tot de Commissie. (26) Overeenkomstig
artikel 287, lid 1, van het Verdrag mag het besluit tot instelling van door de
Unie opgerichte organen en instanties uitsluiten dat de rekeningen van alle
ontvangsten en uitgaven van dergelijke organen en instanties door de Rekenkamer
worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU,
Euratom) nr. 966/2012 dienen de rekeningen van de in artikel 209 van die
verordening bedoelde organen te worden onderzocht door een onafhankelijk
auditorgaan, dat advies uitbrengt over onder andere de betrouwbaarheid van de
rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende
verrichtingen. De rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL hoeven
niet te worden onderzocht door de Rekenkamer omdat moet worden vermeden dat die
rekeningen tweemaal worden onderzocht. (27) Er
wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, zoals
bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangezien de
doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL op het gebied van de
versterking van industrieel onderzoek en innovatie in de Unie niet voldoende
door de lidstaten kunnen worden bereikt en dientengevolge — teneinde
overlapping te vermijden, een kritische massa op belangrijke gebieden te
handhaven en een optimaal gebruik van de publieke financiering te waarborgen —
beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt. Deze verordening
beperkt zich tot het minimum dat vereist is om die doelstellingen te
verwezenlijken en gaat niet verder dan hetgeen daarvoor nodig is. (28) De
gemeenschappelijke ondernemingen ENIA en ARTEMIS zijn opgericht voor de periode
tot en met 31 december 2013. De transitie van de gemeenschappelijke
ondernemingen ENIAC en ARTEMIS naar de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
moet worden afgestemd op en gesynchroniseerd met de overgang van het zevende
kaderprogramma naar het kaderprogramma Horizon 2020, teneinde te waarborgen dat
de voor onderzoek beschikbare middelen optimaal worden benut. Ter wille van de
rechtszekerheid en de duidelijkheid dienen de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en
(EG) nr. 74/2008 te worden ingetrokken en dienen overgangsbepalingen te worden
vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1
Oprichting 1. Voor
de toepassing van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake elektronische
componenten en systemen voor Europees leiderschap wordt voor de periode tot en
met 31 december 2024 een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 187
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie opgericht, hierna
de “gemeenschappelijke onderneming ECSEL” genoemd. 2. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL komt in de plaats van de
gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, die oorspronkelijk werden
opgericht bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 72/2008 en Verordening (EG)
nr. 74/2008. 3. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL is een orgaan waaraan de uitvoering van
een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd, zoals bedoeld in artikel 209
van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. 4. De
Gemeenschappelijke onderneming ECSEL heeft rechtspersoonlijkheid. Zij geniet in
alle lidstaten de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de
lidstaten aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan in het bijzonder roerende
en onroerende zaken verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden. 5. De
zetel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bevindt zich in Brussel,
België. 6. De
statuten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn in de bijlage
opgenomen. Artikel 2
Doelstellingen 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL heeft de volgende doelstellingen: a) bijdragen tot de tenuitvoerlegging van
Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013
tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en
innovatie (2014-2020) en in het bijzonder deel … van Besluit nr. …/2013/EU van
de Raad van … 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering
van Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020); b) bijdragen tot de ontwikkeling van een
sterke branche van elektronische componenten en systemen in de Unie, die
wereldwijd kan concurreren; c) garanderen dat elektronische componenten
en systemen beschikbaar zijn voor sleutelmarkten en voor het oplossen van
maatschappelijke problemen. Europa moet op het gebied van technologische
ontwikkelingen een pionier blijven. De kloof tussen onderzoek en
commercialisering moet worden overbrugd, de innovatiecapaciteit versterkt en de
economische groei en werkgelegenheid in de Unie gestimuleerd; d) de strategieën van de lidstaten op elkaar
afstemmen om particuliere investeringen aan te trekken en bij te dragen tot de
effectiviteit van de overheidssteun, door overlappende inspanningen en
fragmentatie te voorkomen, en door de drempel voor belangrijke spelers op het
gebied van onderzoek en innovatie te verlagen; e) in stand houden en uitbreiden van de
Europese capaciteit voor de fabricage van halfgeleiders en slimme systemen en
een leidende positie op het gebied van productieapparatuur en
materiaalverwerking; f) een leidende positie verwerven op het
gebied van ontwerp en systeemtechniek, met inbegrip van ingebedde
technologieën; g) alle belanghebbenden toegang verlenen tot
infrastructuur van wereldniveau voor het ontwerp en de fabricage van
elektronische componenten en ingebedde/cyberfysieke en slimme systemen; h) een dynamisch ecosysteem opzetten waarin
innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn, bestaande clusters
worden versterkt en het ontstaan van nieuwe clusters in veelbelovende nieuwe
segmenten wordt bevorderd. 2. De
werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bouwen voort op de
resultaten die door de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS en het
Europees technologieplatform EPoSS zijn verkregen. Deze werkzaamheden
stimuleren nieuwe ontwikkelingen en synergieën op de volgende hoofdgebieden: a) ontwerptechnologieën, ‑processen en ‑integratie,
apparatuur, materialen en fabricage op het gebied van micro- en
nano-elektronica, gericht op miniaturisering, diversificatie en differentiatie
en heterogene integratie; b) processen, methoden, instrumenten en
platforms, referentieontwerpen en ‑architecturen voor software en regelintensieve
ingebedde/cyberfysieke systemen, die zorgen voor naadloze connectiviteit en
interoperabiliteit, functionele veiligheid, een hoge graad van beschikbaarheid
en betrouwbaarheid voor professionele en consumententoepassingen, alsmede
verbonden systemen; c) multidisciplinaire benaderingen voor
slimme systemen, ondersteund door ontwikkelingen op het gebied van holistisch
ontwerp en geavanceerde fabricagemethoden, met als doel de verwezenlijking van
zelfstandige en flexibele slimme systemen die over geavanceerde interfaces
beschikken en complexe functionaliteit bieden op basis van bijvoorbeeld
naadloze integratie van sensor-, actuator-, verwerkings-, energievoorzienings-
en netwerkfuncties. Artikel 3
Financiële bijdrage van de Unie 1. De
bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL ter dekking
van administratieve en operationele kosten bedraagt, met inbegrip van
EVA-kredieten, ten hoogste 1 215 255 000 EUR. Deze bijdrage
wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Europese
Unie worden uitgetrokken voor het specifieke programma tot uitvoering van
Horizon 2020 (2014–2020). Overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), onder
iv), en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt
de uitvoering van de begroting, wat de bijdrage van de Unie betreft,
toevertrouwd aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, die optreedt als een
orgaan zoals bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. 2. De
regeling voor de financiële bijdrage van de Unie wordt vastgelegd in een
delegatieovereenkomst en jaarlijkse overeenkomsten inzake overschrijving van
middelen, die door de Commissie namens de Unie worden gesloten met de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 3. In de
in lid 2 bedoelde delegatieovereenkomst worden de punten geregeld die worden
genoemd in artikel 58, lid 3, en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU,
Euratom) nr. 966/2012 en in artikel 40 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr.
1268/2012 van de Commissie, alsmede onder meer de volgende zaken: a) de vereisten voor de bijdrage van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL wat de in bijlage II bij Besluit nr. …/EU
[tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van “Horizon
2020” — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)] bedoelde
prestatie-indicatoren betreft; b) de vereisten voor de bijdrage van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL wat de in bijlage III bij Besluit nr. …/EU
[tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van “Horizon
2020” — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)] bedoelde
monitoring betreft; c) de specifieke prestatie-indicatoren
betreffende de werking van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL; d) de regeling betreffende het verstrekken
van de gegevens die de Commissie nodig heeft om te kunnen voldoen aan haar
verplichtingen op het gebied van verspreiding en rapportage als bedoeld in
artikel 22 van Verordening (EG) nr. …/2013 [tot oprichting van Horizon
2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)]; e) de inzet van personeel en wijzigingen op
dat gebied, met name de aanwerving per functiegroep, rang en categorie, de
procedure voor herclassificatie en eventuele wijzigingen van het aantal
personeelsleden. Artikel 4
Bijdragen van andere leden dan de Unie 1. De
lidstaten van ECSEL leveren gedurende de in artikel 1 genoemde periode een
financiële bijdrage aan de operationele kosten van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL van ten minste 1 200 000 000 euro. 2. De
particuliere leden leveren gedurende de in artikel 1 genoemde periode een
financiële bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL van ten minste
1 700 000 000 euro, of dragen ervoor zorg dat hun samenstellende
entiteiten die bijdrage leveren. 3. De in
de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen bestaan uit de bijdragen aan de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL, bedoeld in bepaling 16, lid 2, bepaling
16, lid 3, onder b), en bepaling 16, lid 3, onder c), van de statuten. 4. De
andere leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dan de Unie brengen
jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de raad van bestuur verslag uit over de
hoogte van de bijdragen die zij in de voorgaande boekjaren overeenkomstig de
leden 1 en 2 hebben geleverd. 5. Voor
de waardering van de in bepaling 16, lid 3, onder c), van de statuten bedoelde
bijdragen, worden de kosten vastgesteld overeenkomstig de gebruikelijke
kostenberekeningsmethoden van de betrokken entiteiten, de toepasselijke
boekhoudnormen van het land waar elke entiteit is gevestigd en de International
Accounting Standards/International Financial Reporting Standards. De kosten worden gecertificeerd door een
onafhankelijke externe controleur die door de betrokken entiteit is aangewezen. De waardering van de bijdragen wordt door de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL gecontroleerd. Mocht er nog onduidelijkheid zijn, dan kan de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL een audit uitvoeren. 6. De
Commissie kan corrigerende maatregelen nemen en eventueel de financiële
bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL beëindigen,
evenredig verlagen of opschorten, dan wel de in bepaling 26, lid 2, van de
statuten bedoelde liquidatieprocedure inleiden, indien de betrokken leden of
hun samenstellende entiteiten de in de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen niet
leveren, slechts gedeeltelijk leveren of te laat leveren. Artikel 5
Financiële regels De gemeenschappelijke onderneming ECSEL stelt
zijn financiële regels vast overeenkomstig artikel 209 van Verordening (EU) nr.
966/012 en Verordening (EU) nr. … [gedelegeerde verordening betreffende de
financiële modelregels voor publiek-private partnerschappen]. Artikel 6
Personeel 1. Het
statuut van de ambtenaren en de regeling die van toepassing is op de andere
personeelsleden van de Europese Unie, vastgesteld bij Verordening (EEG,
Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad[27],
en de in onderling overleg door de instellingen van de Europese Unie
vastgestelde regelingen ter uitvoering daarvan, zijn van toepassing op het
personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 2. Ten
aanzien van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL oefent de
raad van bestuur de bevoegdheden uit die bij het statuut van de ambtenaren
worden verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag alsmede de bevoegdheden
die bij de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden worden
verleend aan het tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (de
“bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”). De raad van bestuur neemt overeenkomstig
artikel 110 van het statuut een besluit dat is gebaseerd op
artikel 2, lid 1, van het statuut en artikel 6 van de regeling die
van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de relevante
bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend
directeur en de voorwaarden voor opschorting van deze bevoegdheidsdelegatie
vaststelt. De uitvoerend bestuurder kan deze bevoegdheden subdelegeren. In uitzonderlijke omstandigheden kan de raad van
bestuur besluiten om de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling
bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en door hem verleende subdelegaties
tijdelijk op te schorten en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te
delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL dan de uitvoerend directeur. 3. De
raad van bestuur stelt overeenkomstig artikel 110 van het statuut passende
bepalingen vast voor de tenuitvoerlegging van het statuut en de regeling die
van toepassing is op de andere personeelsleden. 4. De
personele middelen worden vastgesteld in de personeelsformatie van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarin overeenkomstig de jaarlijkse
begroting het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, en het
aantal arbeidscontractanten, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, is aangegeven. 5. Het
personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bestaat uit tijdelijke
functionarissen en arbeidscontractanten. 6. Alle
personeelskosten komen ten laste van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Artikel 7
Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan een beroep doen op gedetacheerde
nationale deskundigen en stagiairs, die niet bij de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL in dienst zijn. Het aantal gedetacheerde nationale
deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, wordt opgeteld bij de in
artikel 6, lid 4, bedoelde personele middelen, overeenkomstig de jaarlijkse
begroting. 2. Bij
besluit van de raad van bestuur worden de voorschriften vastgesteld voor de
detachering van nationale deskundigen bij de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL en voor het inzetten van stagiairs. Artikel 8
Voorrechten en immuniteiten Het Protocol betreffende de voorrechten en
immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL en haar personeel. Artikel 9
Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL 1. De
contractuele aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
wordt geregeld door de relevante contractuele bepalingen en door het recht dat
van toepassing is op het desbetreffende contract. 2. In
geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL, overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van
de lidstaten gemeen hebben, alle schade die door haar personeelsleden bij de
uitoefening van hun taken is veroorzaakt. 3. Alle
betalingen door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL in verband met de
aansprakelijkheid, bedoeld in de leden 1 en 2, en de daarmee verband houdende
kosten en uitgaven worden beschouwd als uitgaven van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL en worden gedekt door de middelen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. 4. Alleen
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan op haar verplichtingen worden
aangesproken. Artikel 10
Bevoegdheid van het Hof van Justitie en toepasselijk recht 1. Het
Hof van Justitie is bevoegd om uitspraak te doen overeenkomstig de voorwaarden
van het Verdrag, alsmede in de volgende gevallen: a) in elk geschil tussen de leden van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL dat verband houdt met de inhoud van deze
verordening; b) krachtens alle arbitragebedingen in door
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gesloten overeenkomsten en contracten
en door haar genomen besluiten; c) in geschillen over de vergoeding van
schade die door personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
veroorzaakt wordt bij de uitoefening van hun taken. d) in elk geschil tussen de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL en haar personeelsleden, binnen de grenzen
en onder de voorwaarden van het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie
en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de
Europese Unie. 2. Op
alle aangelegenheden waarbij een geassocieerd land is betrokken, zijn de
specifieke bepalingen van de desbetreffende overeenkomsten van toepassing. 3. Op
alle aangelegenheden die niet bij deze verordening of bij het Unierecht zijn
geregeld, is het recht van de staat waar de zetel van de Gemeenschappelijke
Onderneming ECSEL zich bevindt, van toepassing. Artikel 11
Toetsing 1. Voor
het einde van 2017 verricht de Commissie een tussentijdse toetsing van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarbij met name wordt beoordeeld in welke
mate de particuliere leden en hun samenstellende entiteiten, alsook andere
juridische entiteiten, participeren in en bijdragen aan acties onder contract.
De Commissie deelt de conclusies van deze toetsing, vergezeld van haar
opmerkingen, uiterlijk op 30 juni 2018 mee aan het Europees Parlement en de
Raad. 2. Naar
aanleiding van de conclusies van de in lid 1 bedoelde tussentijdse toetsing kan
de Commissie optreden overeenkomstig artikel 4, lid 6, of andere passende
maatregelen treffen. 3. Binnen
zes maanden na de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, maar
uiterlijk twee jaar na het inleiden van de in bepaling 26 van de statuten
bedoelde liquidatieprocedure, verricht de Commissie een eindevaluatie van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De resultaten van deze eindevaluatie
worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad. Artikel 12
Kwijting 1. De
kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL wordt, wat de bijdrage van de Unie betreft, verleend in het
kader van de kwijting die het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad
verleent aan de Commissie volgens de procedure van artikel 319 van het Verdrag. 2. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL verleent volledige medewerking aan de instellingen
die bij de kwijtingsprocedure betrokken zijn en verstrekt de benodigde
aanvullende informatie. In deze context kan haar worden verzocht een
vertegenwoordiger af te vaardigen naar vergaderingen met de betrokken
instellingen of organen en bijstand te verlenen aan de gedelegeerd ordonnateur
van de Commissie. Artikel 13
Ex-postaudits 1. Ex-postaudits
van de uitgaven voor acties onder contract worden uitgevoerd overeenkomstig
artikel 23 van Verordening (EU) nr. … [kaderprogramma Horizon 2020] in het kader
van de acties onder contract uit hoofde van het kaderprogramma Horizon 2020. 2. Omwille
van de consistentie kan de Commissie beslissen de in lid 1 bedoelde audits te
verrichten. Artikel 14
Bescherming van de financiële belangen van de Unie 1. Onverminderd
bepaling 22, lid 4, van de statuten verleent de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL de diensten van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen,
alsmede de Rekenkamer, toegang tot haar terreinen en gebouwen en tot alle
informatie, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, die benodigd is
voor het uitvoeren van hun audits. 2. Het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen
en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en
de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF)[28]
en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996
betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden
uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden[29] onderzoeken uitvoeren,
waaronder controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er, in
verband met een overeenkomst, besluit of contract gefinancierd uit hoofde van
deze verordening, sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige
activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. 3. Onverminderd
de leden 1 en 2 worden in contracten, overeenkomsten en besluiten die
voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening bepalingen opgenomen
waardoor de Commissie, de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Rekenkamer
en OLAF uitdrukkelijk worden gemachtigd tot het uitvoeren van dergelijke audits
en onderzoeken, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. 4. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL ziet er, door het uitvoeren of doen
uitvoeren van de nodige interne en externe controles, op toe dat de financiële
belangen van haar leden op passende wijze worden beschermd. 5. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL treedt toe tot het interinstitutioneel
akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de
Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne
onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[30]. De gemeenschappelijke
onderneming ECSEL stelt de nodige maatregelen vast om interne onderzoeken door
OLAF te vergemakkelijken. Artikel 15
Vertrouwelijkheid Onverminderd artikel 16 beschermt de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL gevoelige informatie waarvan
openbaarmaking de belangen van haar leden of die van deelnemers aan de
werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zou kunnen schaden. Artikel 16
Transparantie 1. Verordening
(EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake
de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad
en de Commissie[31]
is van toepassing op de documenten die in het bezit zijn van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 2. De
raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan praktische
regelingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vaststellen. 3. Onverminderd
artikel 10 kan tegen besluiten die uit hoofde van artikel 8 van Verordening
(EG) nr. 1049/2001 door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden genomen,
op grond van artikel 228 van het Verdrag een klacht worden ingediend bij de
ombudsman. Artikel 17
Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten Verordening (EU) nr. … [Regels voor de
deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon
2020] is van toepassing op de door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
gefinancierde acties. Overeenkomstig die verordening wordt de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL aangemerkt als een financieringsorgaan en
verleent zij financiële bijstand aan acties onder contract zoals vastgelegd in
bepaling 1, onder a), van de statuten. Artikel 18
Ondersteuning door het gastland De gemeenschappelijke onderneming ECSEL en de
lidstaat waar haar zetel zich bevindt, kunnen een administratieve overeenkomst
sluiten betreffende voorrechten en immuniteiten en andere ondersteuning die de
betreffende lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zal bieden. Artikel 19
Intrekking en overgangsbepalingen 1. De
Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 worden met ingang van de
datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 2. Onverminderd
lid 1 blijven op acties die uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en
(EG) nr. 74/2008 zijn ondernomen, alsmede op uit hoofde van die verordeningen
vastgestelde jaarlijkse uitvoeringsplannen, de bepalingen van die verordeningen
van toepassing totdat de acties zijn voltooid. 3. Naast
de in artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 2, bedoelde bijdragen worden met het
oog op de voltooiing van uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en
(EG) nr. 74/2008 gestarte acties gedurende de periode 2014–2017 de volgende bijdragen
aan de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
betaald: 2 050 000 euro door de Unie, 1 430 000 euro door
de vereniging AENEAS en 975 000 euro door de vereniging ARTEMIS-IA. De in artikel 11, lid 1, bedoelde tussentijdse
toetsing omvat een eindevaluatie van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke
ondernemingen ENIAC en ARTEMIS uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008
en (EG) nr. 74/2008. 4. De
uit hoofde van Verordening (EG) nr. 72/2008 benoemde uitvoerend directeur wordt
met ingang van de datum van inwerkintreding van deze verordening voor het
resterende deel van zijn ambtstermijn belast met de taken van de uitvoerend
directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL waarin deze verordening
voorziet. De overige voorwaarden van het contract van de uitvoerend directeur
blijven ongewijzigd. 5. Indien
de in artikel 4 bedoelde uitvoerend directeur zijn eerste ambtstermijn
vervulde, wordt hij benoemd voor het resterende deel van die ambtstermijn, met
de mogelijkheid van verlenging van de ambtstermijn met ten hoogste vier jaar,
overeenkomstig bepaling 8, lid 4, van de statuten. Indien de in artikel 4
bedoelde uitvoerend directeur zijn tweede ambtstermijn vervulde, is er geen
mogelijkheid tot verlenging. De uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is
verlengd, mag na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere
selectieprocedure voor hetzelfde ambt. 6. Het
arbeidscontract van de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 74/2008 benoemde
uitvoerend directeur wordt vóór de datum van inwerkintreding van deze
verordening beëindigd. 7. Onverminderd
de leden 4 en 5 heeft deze verordening geen gevolgen voor de rechten en
verplichtingen van personeel dat op grond van Verordening (EG) nr. 72/2008 of
Verordening (EG) nr. 74/2008 is aangeworven. De contracten van deze
personeelsleden kunnen worden verlengd overeenkomstig het statuut en de
regeling voor de andere personeelsleden en in overeenstemming met de
begrotingsmogelijkheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 8. De
uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL roept de
eerste vergadering van de raad van bestuur en de raad van openbare instanties
bijeen. 9. Tenzij
de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL op grond van de Verordeningen
(EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 anders zijn overeengekomen, worden alle
rechten en verplichtingen, met inbegrip van activa, schulden of verplichtingen
van de leden van de gemeenschappelijke ondernemingen uit hoofde van die
verordeningen overgedragen op de leden van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL uit hoofde van de onderhavige verordening. 10. Ongebruikte
kredieten uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008
worden overgedragen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Bedragen die
de verenigingen AENEAS en ARTEMIS-IA verschuldigd zijn voor de administratieve
kredieten van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS voor de
periode 2008–2013 worden overgedragen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
volgens een met de Commissie overeen te komen regeling. Artikel 20
Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar
onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE
STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING ECSEL 1 – Taken De gemeenschappelijke onderneming ECSEL voert
de volgende taken uit: a) financiële steun bieden aan acties
onder contract op het gebied van onderzoek en innovatie, voornamelijk in de
vorm van subsidies; b) zorgen voor duurzaam beheer van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL; c) nauwe samenwerking tot stand brengen
en zorgen voor coördinatie met Europese activiteiten (met name Horizon 2020),
nationale en transnationale activiteiten, organisaties en belanghebbenden met
als doel de totstandbrenging van een vruchtbare innovatie-omgeving in Europa
door het scheppen van synergieën, en verbeteren van de exploitatie van
onderzoeks- en ontwikkelingsresultaten op het gebied van elektronische
componenten en systemen; d) opstellen en vaststellen van
eventuele noodzakelijke aanpassingen aan het meerjarige strategische plan; e) opstellen en uitvoeren van
werkplannen voor de uitvoering van het meerjarige strategische plan; f) uitschrijven van oproepen tot het
indienen van voorstellen, evalueren van voorstellen en toekennen van
financiering aan acties onder contract binnen de grenzen van de beschikbare
middelen; g) bekendmaken van informatie over de
acties onder contract; h) bewaken van de uitvoering van de
acties onder contract en beheren van de subsidieovereenkomsten of ‑besluiten; i) bewaken van de algehele voortgang
bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL; j) uitvoeren van activiteiten op het
gebied van informatie, communicatie en verspreiding door het bepaalde in
artikel 22 van Verordening (EG) nr. …/2013 [kaderprogramma Horizon 2020]
mutatis mutandis toe te passen; k) uitvoeren van eventuele andere taken
die nodig zijn voor de totstandbrenging van de in artikel 2 vermelde
doelstellingen. 2 – Leden 1. De
leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn: a) de Unie, vertegenwoordigd door de
Commissie; b) [België, Denemarken, Duitsland, Estland,
Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen,
Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië,
Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden] en c) na aanvaarding van deze statuten door
middel van een goedkeuringsbrief, [de vereniging AENEAS, een overeenkomstig
Frans recht geregistreerde vereniging (registratienummer 20070039) waarvan de
zetel gevestigd is te Parijs (Frankrijk); de vereniging ARTEMIS-IA, een
vereniging naar Nederlands recht (registratienummer 17201341) waarvan de zetel
gevestigd is te Eindhoven (Nederland); de vereniging EPoSS, een vereniging naar
… recht (registratienummer …) waarvan de zetel gevestigd is te …; (…)]. 2. De
landen die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden hierna
“ECSEL-lidstaten” genoemd. Elke ECSEL-lidstaat benoemt zijn vertegenwoordiger
in de organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en wijst de nationale
entiteit of entiteiten aan die zal/zullen voldoen aan zijn verplichtingen met
betrekking tot de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 3. De
ECSEL-lidstaten en de Commissie worden hierna tezamen de “openbare instanties”
van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL genoemd. 4. De
particuliere verenigingen worden hierna “particuliere leden” van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL genoemd. 3 – Wijzigingen van het lidmaatschap 1. Lidstaten
van de Europese Unie of geassocieerde landen die niet zijn opgenomen in
bepaling 2, lid 1, onder b), worden lid van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL nadat zij de raad van bestuur in kennis hebben gesteld van
hun schriftelijke aanvaarding van deze statuten en alle andere bepalingen die
de functionering van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL regelen. 2. Mits
zij bijdragen aan de in bepaling 16, lid 4, bedoelde financiering om de in
artikel 2 vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL te bereiken en deze statuten aanvaarden, kunnen de volgende entiteiten
het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aanvragen: a) andere landen dan de in lid 1 bedoelde
landen die onderzoeks- en innovatiebeleid of programma’s op het gebied van
elektronische componenten en systemen uitvoeren; b) andere rechtspersonen die direct of
indirect onderzoek en innovatie in een lidstaat of in een geassocieerd land
ondersteunen. 3. Aanvragen
van het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als bedoeld in
lid 2 worden gericht tot de raad van bestuur. De raad beoordeelt de aanvraag en
houdt daarbij rekening met de relevantie en de potentiële toegevoegde waarde
van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De raad neemt vervolgens een besluit over
de aanvraag. 4. Elk
lid kan zijn lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL opzeggen.
Die opzegging wordt zes maanden na de kennisgeving aan de andere leden
onherroepelijk van kracht. Vanaf dat moment wordt het voormalige lid ontheven
van alle andere verplichtingen dan die welke door de gezamenlijke onderneming
ECSEL zijn goedgekeurd en aangegaan voordat dat lid kennis had gegeven van de
opzegging van zijn lidmaatschap. 5. Het
lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan, zonder
voorafgaande toestemming van de raad van bestuur, niet worden overgedragen op
een derde partij. 6. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL maakt onmiddellijk na eventuele
veranderingen in het lidmaatschap overeenkomstig deze bepaling een bijgewerkte
ledenlijst van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bekend, alsmede de datum
waarop die wijziging van kracht wordt. 4 – Organisatie van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL De organen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL zijn: a) de raad van bestuur; b) de uitvoerend directeur; c) de raad van openbare instanties; d) de raad van particuliere leden. 5 – Samenstelling van de raad van bestuur De raad van bestuur bestaat uit
vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Elk lid van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL benoemt zijn vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over
het stemrecht van het lid binnen de raad van bestuur. 6 – Werking van de raad van bestuur 1. Binnen
de raad van bestuur hebben de particuliere leden tezamen een derde deel van de
stemmen, heeft de Commissie een derde deel van de stemmen, en hebben de
ECSEL-lidstaten tezamen een derde deel van de stemmen. De lidstaten doen hun
uiterste best om tot consensus te komen. Wanneer geen consensus kan worden
bereikt, neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid van ten minste
75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van alle niet-aanwezige
leden. De eerste twee begrotingsjaren krijgt elke
lidstaat één procent van de stemmen van de ECSEL-lidstaten en wordt het
resterende percentage per jaar onder de ECSEL-lidstaten verdeeld naar de mate
van hun feitelijke financiële bijdrage gedurende de laatste twee jaar, hun
bijdrage aan de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS meegerekend.
Voor de daaropvolgende jaren wordt de verdeling van de stemmen van de
ECSEL-lidstaten jaarlijks vastgelegd naar de mate waarin zij de afgelopen twee
begrotingsjaren middelen hebben toegezegd voor acties onder contract. De stemmen van de particuliere leden worden
gelijkelijk over de particuliere verenigingen verdeeld, tenzij de raad van
particuliere leden anders beslist. Het stemrecht van elk nieuw lid van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL dat geen lidstaat van de Europese Unie en
geen geassocieerd land is, wordt door de raad van bestuur bepaald voordat dat
lid toetreedt tot de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 2. De
raad van bestuur kiest een voorzitter voor een termijn van ten minste één jaar. 3. De
raad van bestuur belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. De
raad kan buitengewone vergaderingen beleggen op verzoek van de Commissie, van
een meerderheid van de vertegenwoordigers van de ECSEL-lidstaten, van een
meerderheid van de particuliere leden of van de voorzitter, dan wel op verzoek
van de uitvoerend directeur overeenkomstig bepaling 16, lid 5. De vergaderingen
van de raad van bestuur worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en zullen
gewoonlijk plaatsvinden in de zetel van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL. Het quorum van de raad van bestuur bestaat uit de
Commissie, de particuliere leden en ten minste drie delegatieleiders van de
ECSEL-lidstaten. De uitvoerend directeur heeft het recht deel te
nemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht. De raad van bestuur kan af en toe andere personen
uitnodigen om de vergadering als waarnemers bij te wonen, met name
vertegenwoordigers van regionale autoriteiten in de EU. De vertegenwoordigers van de leden van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor
handelingen in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger in de raad van bestuur. De raad van bestuur stelt zijn eigen reglement van
orde vast. 7 – Taken van de raad van bestuur 1. De
raad van bestuur heeft de eindverantwoordelijkheid voor de strategische
oriëntatie en de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en
houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van haar activiteiten. 2. De
raad van bestuur voert met name de volgende taken uit: a) nieuwe lidmaatschapsaanvragen beoordelen,
aanvaarden of afwijzen overeenkomstig bepaling 3, lid 3; b) besluiten over de beëindiging van het
lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL van elk lid dat zijn
verplichtingen niet nakomt; c) het financieel reglement van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL vaststellen overeenkomstig artikel 5; d) de jaarlijkse begroting van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL goedkeuren, met inbegrip van de
personeelsformatie waarin het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per
rang, het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen,
uitgedrukt in voltijdsequivalenten is aangegeven; e) de bevoegdheden van het tot aanstelling
bevoegde gezag uitoefenen overeenkomstig artikel 6, lid 2; f) de uitvoerend directeur benoemen,
ontslaan, zijn ambtstermijn verlengen, hem richtsnoeren geven en toezicht
houden op zijn prestaties; g) de organisatiestructuur van het in
bepaling 9, lid 5, bedoelde programmabureau goedkeuren op aanbeveling van de
uitvoerend directeur; h) het in bepaling 21, lid 1, bedoelde
meerjarige strategische plan goedkeuren; i) het werkplan en de daarmee verband
houdende, in bepaling 21, lid 2, bedoelde uitgavenramingen goedkeuren; j) de jaarrekeningen goedkeuren; k) het jaarlijkse activiteitenverslag
goedkeuren, met inbegrip van de in bepaling 22, lid 1, bedoelde, daarmee
verband houdende uitgaven; l) naar behoren regelen dat een
internecontrolecapaciteit van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt
opgezet; m) het communicatiebeleid van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL vaststellen op aanbeveling van de
uitvoerend directeur; n) eventueel overeenkomstig artikel 6, lid
3, uitvoeringsbepalingen vaststellen; o) eventueel regels vaststellen voor de
detachering van nationale deskundigen naar de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL en voor het inzetten van stagiairs overeenkomstig artikel 7, lid 2; p) in aanvulling op de organen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL eventueel adviesgroepen opzetten; q) eventueel bij de Commissie verzoeken
indienen om deze verordening op voorstel van een lid van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL te wijzigen; r) verantwoordelijkheid dragen voor alle
taken die niet specifiek aan een van de organen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL zijn toegewezen; hij kan dergelijke taken aan een van die
organen opdragen. 8 – Benoeming, ontslag of verlenging van de
ambtstermijn van het bureau van de uitvoerend directeur 1. De
uitvoerend bestuurder wordt na een open en transparante selectieprocedure door
de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgedragen
kandidaten. De Commissie betrekt de vertegenwoordiging van de andere leden van
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL eventueel bij de selectieprocedure. Met name wordt gezorgd voor een passende
vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL bij de voorselectiefase van de selectieprocedure. Daartoe benoemen de
ECSEL-lidstaten en de particuliere leden in onderlinge overeenstemming een vertegenwoordiger
en een waarnemer namens de raad van bestuur. 2. De
uitvoerend directeur is een personeelslid en wordt op grond van artikel 2,
onder a), van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden
van de Europese Unie benoemd als tijdelijk functionaris van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de
uitvoerend directeur wordt de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur. 3. De
ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt drie jaar. Aan het einde van
die periode beoordeelt de Commissie, eventueel gezamenlijk met de
ECSEL-lidstaten en de particuliere leden, het functioneren van de uitvoerend
directeur en evalueert zij de toekomstige taken en uitdagingen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 4. Op
voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de beoordeling
als bedoeld in lid 3, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend
directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vier jaar. 5. Een
uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de
volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor
hetzelfde ambt. 6. De
uitvoerend directeur kan alleen worden ontslagen na een besluit daartoe van de
raad van bestuur op voorstel van de Commissie, eventueel gezamenlijk met de
ECSEL-lidstaten en de particuliere leden. 9 – Taken van de uitvoerend directeur 1. De
uitvoerend directeur is als hoogste uitvoerende functionaris belast met het
dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL overeenkomstig de
besluiten van de raad van bestuur. 2. De
uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Hij legt verantwoording af aan de raad
van bestuur. 3. De
uitvoerend directeur voert de begroting van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL uit. 4. De
uitvoerend directeur voert met name de volgende taken onafhankelijk uit: a) hij consolideert het ontwerp van
meerjarig strategisch plan dat is samengesteld op basis van de meerjarige
strategische onderzoeks- en innovatieagenda die door de raad van particuliere
leden is voorgesteld en de meerjarige financiële vooruitzichten van de openbare
instanties en legt dat ter goedkeuring aan de raad van bestuur voor; b) hij stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting
op, met inbegrip van de daarmee overeenkomende personeelsformatie en legt deze
ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur, en geeft daarbij het aantal
tijdelijke ambten per rang en functiegroep aan en het aantal
arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in
voltijdsequivalenten; c) hij stelt het ontwerp van werkplan op en
legt dit ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur, en omschrijft in dat
plan het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen dat
nodig is om het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan dat door de raad van
particuliere leden is voorgesteld, uit te voeren, alsmede de daarmee verband
houdende, door de openbare instanties voorgestelde uitgavenramingen; d) hij legt de jaarrekeningen ter
goedkeuring voor aan de raad van bestuur; e) hij stelt het jaarlijkse
activiteitenverslag op, met daarin opgenomen de daarmee verband houdende
uitgaven, en legt dit ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur; f) hij ondertekent afzonderlijke
subsidieovereenkomsten of ‑besluiten; g) hij ondertekent contracten voor
opdrachten; h) hij voert het communicatiebeleid van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL uit; i) hij organiseert, leidt en superviseert
de werkzaamheden en het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
binnen de grenzen van de bevoegdheidsdelegaties door de raad van bestuur, zoals
bepaald in artikel 6, lid 2; j) hij stelt een effectief en efficiënt
internecontrolesysteem in en zorgt voor het functioneren daarvan, en
rapporteert elke significante wijziging daarvan aan de raad van bestuur; k) hij zorgt ervoor dat risicobeoordelingen
en risicobeheer plaatsvinden; l) hij neemt alle andere maatregelen die
nodig zijn voor de beoordeling van de voortgang die de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL boekt bij de verwezenlijking van haar doelstellingen zoals
vastgesteld in artikel 2; m) hij voert eventuele andere taken uit die
door de raad van bestuur aan de uitvoerend directeur zijn toevertrouwd of
gedelegeerd. 5. De
uitvoerend directeur zet een programmabureau op voor de uitvoering, onder zijn
verantwoordelijkheid, van alle uit deze verordening voortvloeiende
ondersteunende taken. Het programmabureau bestaat uit het personeel van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL en voert met name de volgende taken uit: a) ondersteuning bieden bij het instellen en
het beheer van een passend boekhoudsysteem overeenkomstig de financiële regels
van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL; b) de in het werkplan vastgestelde oproepen
tot het indienen van voorstellen beheren en de subsidieovereenkomsten of ‑besluiten
administreren; c) de leden en de andere organen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL alle relevante informatie en de nodige
ondersteuning geven zodat zij hun taken kunnen vervullen en aan hun specifieke
verzoeken kunnen voldoen; d) als secretariaat voor de organen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL fungeren en ondersteuning bieden aan alle
adviesgroepen die door de raad van bestuur zijn opgezet. 10 – Samenstelling van de raad van openbare
instanties De raad van openbare instanties bestaat uit
vertegenwoordigers van de openbare instanties van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. Elke openbare instantie benoemt haar
vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over het stemrecht in de
raad van openbare instanties. 11 – Werking van de raad van openbare
instanties 1. De
stemrechten in de raad van openbare instanties worden op jaarbasis toegewezen
aan de openbare instanties naar de mate van hun financiële bijdrage aan de
activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL voor datzelfde jaar
overeenkomstig bepaling 18, lid 4, met een maximum voor elk lid van
50 % van het totale aantal stemmen in de raad van openbare instanties. Indien minder dan drie ECSEL-lidstaten aan de
uitvoerend directeur mededeling hebben gedaan van hun financiële bijdrage
overeenkomstig bepaling 18, lid 4, beschikt de Commissie over
50 % van de stemmen, terwijl de overige 50 % gelijkelijk wordt
verdeeld over de ECSEL-lidstaten. De openbare instanties doen hun uiterste best om
tot consensus te komen. Wanneer geen consensus kan worden bereikt, neemt de
raad van openbare instanties besluiten met een meerderheid van ten minste
75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van alle niet-aanwezige
ECSEL-lidstaten. Elke openbare instantie heeft een vetorecht bij
alle kwesties die verband houden met het gebruik van haar eigen financiële
bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 2. De
raad van openbare instanties kiest een voorzitter voor een termijn van ten
minste één jaar. 3. De
raad van openbare instanties belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone
vergadering. De raad kan op verzoek van de Commissie of een meerderheid van de
vertegenwoordigers van de ECSEL-lidstaten of op verzoek van de voorzitter
buitengewone vergaderingen beleggen. De vergaderingen van de raad van openbare
instanties worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en zullen gewoonlijk
plaatsvinden in de zetel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Het quorum van de raad van openbare instanties
bestaat uit de Commissie en de delegatieleiders van ten minste drie
ECSEL-lidstaten. De uitvoerend directeur heeft het recht deel te
nemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht. Elke lidstaat die of met het kaderprogramma
geassocieerd land dat geen lid is van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL,
kan als waarnemer aan de raad van openbare instanties deelnemen. Waarnemers
ontvangen alle relevante documenten en kunnen advies geven over alle door de
raad van openbare instanties genomen besluiten. De raad van openbare instanties kan zo nodig
werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd zullen worden door één of meer
openbare instanties. De raad van openbare instanties stelt zijn
reglement van orde vast. 12 – Taken van de raad van openbare
instanties De raad van openbare instanties: a) zorgt ervoor dat de beginselen van
eerlijkheid en transparantie naar behoren worden nagekomen bij de toewijzing
van overheidsmiddelen aan deelnemers aan acties onder contract; b) stelt de voorschriften vast voor de
uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en voor de evaluatie, de
selectie en de monitoring van de acties onder contract; c) keurt het van start gaan van de
oproep tot het indienen van voorstellen goed overeenkomstig het werkplan; d) stelt de rangorde van de voorstellen
vast op basis van de selectie- en toekenningscriteria, rekening houdend met de
bijdrage die zij leveren aan de totstandkoming van de doelstellingen van de
oproep en de synergie met de nationale prioriteiten; e) neemt een besluit over de toekenning
van overheidsmiddelen voor geselecteerde voorstellen tot maximaal de
beschikbare budgetten, rekening houdend met de overeenkomstig bepaling 18, lid
5, uitgevoerde verificaties. Dit besluit is bindend en definitief voor
ECSEL-lidstaten zonder verdere evaluatie- of selectieprocedure. 13 – Samenstelling van de raad van
particuliere leden De raad van particuliere leden bestaat uit
vertegenwoordigers van de particuliere leden van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. Elke particulier lid benoemt zijn
vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over het stemrecht in de
raad van particuliere leden. 14 – Werking van de raad van particuliere
leden 1. De
raad van particuliere leden komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. 2. De
raad van particuliere leden kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen
gecoördineerd zullen worden door één of meer leden. 3. De
raad van particuliere leden kiest zijn voorzitter. 4. De
raad van particuliere leden stelt zijn reglement van orde vast. 15 – Taken van de raad van particuliere
leden De raad van particuliere leden: a) stelt het in bepaling 21, lid 1,
bedoelde ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda op
dat erop gericht is de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL te bereiken, en actualiseert dat
regelmatig; b) stelt ieder jaar het ontwerp van
onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan voor het volgende jaar op als basis
voor de in bepaling 21, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van
voorstellen; c) dient het ontwerp van meerjarige
strategische onderzoeks- en innovatieagenda en het jaarlijkse ontwerp van
onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan in bij de uitvoerend directeur binnen
de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen; d) organiseert een forum van
adviserende belanghebbenden dat openstaat voor alle publieke en private
belanghebbenden op het gebied van elektronische componenten en systemen, om hen
te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van meerjarige
strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor een bepaald jaar. 16 ‑ Financieringsbronnen 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt door haar leden gezamenlijk
gefinancierd door middel van financiële bijdragen die in termijnen worden
betaald en door bijdragen in natura die bestaan uit de kosten die door de
particuliere leden of de samenstellende entiteiten daarvan bij de uitvoering
van acties onder contract worden gemaakt en die niet door de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL worden terugbetaald. 2. De
administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bedragen ten
hoogste 39 420 000 euro en worden gedekt voor een bedrag tot
15 255 000 euro door de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële
bijdragen van de Unie, voor een bedrag tot 19 710 000 euro door de in
artikel 4, lid 2, bedoelde bijdragen van de particuliere leden, en door de in
artikel 19, lid 2 bedoelde bijdrage voor de voltooiing van de bij de
Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 gestarte acties.
Indien een deel van de bijdragen voor administratieve kosten niet wordt
gebruikt, kan het ter beschikking worden gesteld om de operationele kosten van
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL te dekken. 3. De
operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden gedekt
door: a) een financiële bijdrage van de Unie; b) financiële bijdragen van de
ECSEL-lidstaten; c) bijdragen in natura door de particuliere
leden of hun samenstellende entiteiten, bestaande uit de kosten die zij maken
voor de uitvoering van acties onder contract minus de bijdragen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de ECSEL-lidstaten en iedere andere
bijdrage van de Unie in die kosten. 4. De in
de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL opgenomen middelen
bestaan uit de volgende bijdragen: a) de financiële bijdragen van de leden aan
de administratieve kosten; b) de financiële bijdragen van de leden aan
de operationele kosten, met inbegrip van die van de ECSEL-lidstaten die de
uitvoering overeenkomstig bepaling 17, lid 1, aan de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL toevertrouwen; c) alle door de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL gegenereerde inkomsten; d) alle andere financiële bijdragen,
middelen en inkomsten. Interesten op de bijdragen die aan de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn betaald, gelden als inkomsten. 5. Wanneer
een lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn verbintenissen op het
gebied van de overeengekomen financiële bijdrage niet nakomt, maakt de
uitvoerend directeur daarvan schriftelijk melding en stelt hij een redelijke
termijn vast waarbinnen de niet-nakoming moet worden hersteld. Indien de
betalingsachterstand niet binnen die termijn is weggewerkt, roept de uitvoerend
directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het
lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of
andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wel
nakomt. 6. Alle
middelen en activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn
bedoeld om de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen te bereiken. 7. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL is eigenaar van alle activa die voor de
vervulling van haar in artikel 2 vastgestelde doelstellingen door haar zijn
gegenereerd of aan haar zijn overgedragen. 8. Behalve
bij liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL overeenkomstig
artikel 26, worden de inkomsten, voor zover zij meer bedragen dan de
uitgaven, niet aan de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
uitbetaald. 17 – Bijdragen van de ECSEL-lidstaten 1. De
ECSEL-lidstaten kunnen de uitvoering van hun bijdragen aan de deelnemers aan
acties onder contract toevertrouwen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
door middel van subsidieovereenkomsten met de deelnemers die door de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn gesloten. Ook kunnen zij de betaling
van hun bijdragen aan de deelnemers toevertrouwen aan de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL, dan wel de betalingen zelf uitvoeren op basis van door de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL uitgevoerde verificaties. 2. Wanneer
een ECSEL-lidstaat de in lid 1 bedoelde taak niet aan de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL toevertrouwt, neemt deze lidstaat alle nodige maatregelen om
zijn eigen subsidieovereenkomsten op te stellen met een vergelijkbaar
tijdsschema als de subsidieovereenkomsten van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL, en wel zodanig dat zij volledig voldoen aan de in Verordening (EU)
nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van
resultaten in het kader van “Horizon 2020”] bedoelde
subsidiabiliteitsvoorwaarden. De verificatie van de subsidiabiliteit van kosten
door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als bedoeld in bepaling 18, lid 7,
kan door de ECSEL-lidstaat worden gebruikt als onderdeel van zijn eigen
betalingsproces. 3. De
regelingen voor de samenwerking tussen de ECSEL-lidstaten en de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden vastgesteld door middel van een
administratieve regeling die moet worden gesloten tussen de entiteiten die
daartoe door de ECSEL-lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn
aangewezen. 4. Wanneer
de ECSEL-lidstaten overeenkomstig lid 1 taken aan de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL toevertrouwen, worden de in lid 3 bedoelde administratieve
regelingen aangevuld met jaarlijkse regelingen tussen de daartoe door de
ECSEL-lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aangewezen
entiteiten, waarin de voorwaarden voor de financiële bijdrage van de
ECSEL-lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden vastgesteld. 5. Lidstaten
en geassocieerde landen die geen lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL kunnen soortgelijke regelingen treffen met de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. 18 – Financiering van acties onder contract 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL steunt acties onder contract via open en
concurrerende oproepen tot het indienen van voorstellen en de plaatsing van
overheidsmiddelen binnen de grenzen van de beschikbare budgetten.
Overheidssteun in het kader van dit initiatief laat de procedurele en materiële
staatssteunregels onverlet. 2. De
financiële bijdrage van de openbare instanties is die welke in bepaling 16, lid
3, onder a) en b), worden genoemd als vergoeding van de subsidiabele kosten aan
de deelnemers aan acties onder contract. De totale overheidsbijdrage voor een
bepaalde actie bedraagt niet meer dan de bij Verordening (EU) nr. …
[regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het
kader van “Horizon 2020”] vastgestelde maxima. 3. De
subsidiabiliteitscriteria voor de financiering door de Unie zijn vastgesteld in
Verordening (EU) nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding
van resultaten in het kader van “Horizon 2020”]. Specifieke subsidiabiliteitscriteria voor de
financiering door de ECSEL-lidstaten kunnen worden vastgesteld door de
betrokken nationale financieringsautoriteiten en moeten in het werkplan worden
opgenomen. 4. De
openbare instanties delen de uitvoerend directeur hun financiële verbintenissen
mee die voor elke oproep tot het indienen van voorstellen als reserve in het
werkplan moeten worden opgenomen en, eventueel, overeenkomstig bepaling 17, lid
1, op tijd voor de opstelling van de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL, rekening houdend met de reikwijdte van de onderzoeks- en
innovatieactiviteiten die in het werkplan aan bod komen. 5. De
uitvoerend directeur verifieert de subsidiabiliteit van de aanvragers van
financiering door de Unie, en de ECSEL-lidstaten verifiëren de subsidiabiliteit
van hun aanvragers aan de hand van vooraf vastgestelde nationale
financieringscriteria en delen de resultaten mee aan de uitvoerend directeur. 6. Op
basis van de in lid 5 bedoelde verificaties stelt de uitvoerend directeur de
voorgestelde lijst van acties onder contract vast die voor financiering in
aanmerking komen, uitgesplitst naar aanvragers, en deelt hij deze mee aan de
raad van openbare instanties, die besluit over de maximumtoewijzing aan
overheidsmiddelen overeenkomstig bepaling 12, onder e), en de uitvoerend
directeur opdracht geeft om overeenkomsten tot stand te brengen met de
betrokken deelnemers. 7. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL neemt alle nodige maatregelen, waaronder
de verificatie van de subsidiabiliteit van de kosten, voor de betaling van
overheidsmiddelen aan de verschillende deelnemers overeenkomstig het bepaalde
in bepaling 17, leden 3 en 4. 8. De
ECSEL-lidstaten eisen geen andere technische monitoring en verslaglegging dan
die welke worden geëist door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. 19 – Financiële verbintenissen De financiële verbintenissen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL mogen het bedrag van de beschikbare of
door haar leden voor haar begroting vastgelegde financiële middelen niet
overschrijden. 20 – Begrotingsjaar Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en
met 31 december. 21 – Operationele en financiële planning 1. In
het meerjarige strategische plan worden de strategie en de plannen voor het
bereiken van de in artikel 2 uiteengezette doelstellingen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL nader uitgewerkt in de vorm van een
meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda van de raad van
particuliere leden en de meerjarige financiële perspectieven van de openbare
instanties. Daarin moeten de regelmatig geactualiseerde onderzoeks- en
innovatieprioriteiten voor de ontwikkeling en invoering van cruciale expertise
voor elektronicacomponenten en ‑systemen voor verschillende toepassingsgebieden
zijn opgenomen, om het Europese concurrentievermogen te versterken en nieuwe
markten en maatschappelijke toepassingen tot stand te helpen brengen. Het moet
regelmatig worden herzien overeenkomstig de ontwikkeling van de behoeften van
de industrie in Europa. 2. De
uitvoerend directeur legt de raad van bestuur een ontwerp van jaarlijks of
meerjarig werkplan voor, waarin het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan,
de administratieve activiteiten en de daarmee verband houdende uitgavenramingen
zijn opgenomen. 3. Het
werkplan wordt aan het einde van het jaar vóór de uitvoering ervan goedgekeurd.
Het werkplan wordt voor het publiek toegankelijk gemaakt. 4. De
uitvoerend directeur stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting voor het volgende
jaar op en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur. 5. De
jaarlijkse begroting voor een bepaald jaar wordt aan het einde van het daaraan
voorafgaande jaar door de raad van bestuur goedgekeurd. 6. De
jaarlijkse begroting wordt aangepast aan de hoogte van de bijdrage van de Unie
die in de begroting van de Unie is vastgesteld. 22 – Operationele en financiële planning 1. De
uitvoerend directeur brengt ieder jaar aan de raad van bestuur verslag uit over
de uitvoering van zijn taken overeenkomstig de financiële regels van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De uitvoeren directeur dient ieder jaar uiterlijk
op 15 februari ter goedkeuring een jaarlijks activiteitenverslag in bij de raad
van bestuur over de vooruitgang die in het voorgaande kalenderjaar door de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL is geboekt, met name in vergelijking tot
het werkplan voor dat jaar. In dat verslag wordt onder meer informatie over de
volgende zaken opgenomen: a) onderzoek, innovatie en andere
uitgevoerde acties en de daarmee verband houdende uitgaven; b) de ingediende voorstellen, met inbegrip
van een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote
ondernemingen) en per land; c) de voorstellen die voor financiering zijn
geselecteerd, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en
middelgrote ondernemingen), en per land, waarin de bijdragen van de
gemeenschappelijke onderneming ECSEL en de ECSEL-lidstaten aan de individuele
deelnemers en de acties onder contract zijn aangegeven. 2. Na
goedkeuring door de raad van bestuur wordt het jaarlijkse activiteitenverslag
publiek toegankelijk gemaakt. 3. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL rapporteert jaarlijks aan de Commissie
overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom)
nr. 966/2012. 4. De
rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden onderzocht door
een onafhankelijk controleorgaan zoals bepaald in artikel 60, lid 5,
van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. De rekeningen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL worden niet onderzocht door de Rekenkamer. 23 – Interne controle De intern controleur van de Commissie oefent
jegens de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dezelfde bevoegdheden uit als
jegens de Commissie. 24 – Aansprakelijkheid van leden en
verzekering 1. De
financiële aansprakelijkheid van de leden van de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL voor de schulden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL is beperkt
tot de reeds door hen betaalde bijdrage. 2. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL sluit de nodige verzekeringen af en houdt
deze aan. 25 – Belangenconflicten 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL, haar organen en haar personeel vermijden
elk belangenconflict bij de uitvoering van hun activiteiten. 2. De
raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan regels
vaststellen om belangenconflicten ten aanzien van de leden van die onderneming,
haar organen en haar personeel te voorkomen en te beheersen. Deze regels
omvatten bepalingen ter voorkoming van belangenconflicten voor de
vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL die
zitting hebben in de raad van bestuur of in de raad van openbare instanties. 26 – Liquidatie 1. De
gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt ontbonden aan het einde van de in
artikel 1 bedoelde periode. 2. De
liquidatieprocedure treedt automatisch in werking als de Commissie of alle
particuliere leden zich terugtrekken uit de gemeenschappelijke onderneming
ECSEL. 3. Voor
de uitvoering van de procedure tot liquidatie van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL benoemt de raad van bestuur een of meer liquidateurs die
handelen volgens de door de raad van bestuur verstrekte instructies. 4. Wanneer
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt geliquideerd, worden haar activa
gebruikt ter voldoening van haar verplichtingen en voor de uitgaven in verband
met haar liquidatie. Een eventueel overschot wordt op het moment van de
liquidatie verdeeld over de leden in verhouding tot hun financiële bijdrage aan
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Een eventueel overschot dat de Unie
toevalt, wordt teruggeboekt naar de begroting van de Unie. 5. Er
wordt een ad-hocprocedure ingesteld voor een passende afwikkeling van alle door
de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gesloten overeenkomsten of genomen
besluiten, alsmede van alle aanbestedingscontracten met een langere looptijd
dan die van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen
voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde gevolgen
voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid met
het huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage van derden
aan de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Verordening
van de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[32] Beleidsterrein:
Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) Activiteit:
Horizon 2020: onderzoek en innovatie op het gebied van
communicatienetwerken, inhoud en technologie 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie na een proefproject/een voorbereidende actie[33] ¨ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging
van een bestaande actie þ Het voorstel/initiatief betreft een actie
die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 1.4. Doelstelling(en) 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie Groeistrategie
van de EU voor 2020 — bijdragen tot de doelstelling dat 3% van het bbp van de
EU wordt geïnvesteerd in onderzoek en innovatie. Innovatie-Unie
— de financieringsinstrumenten van de EU worden gericht op de prioriteiten van
de Innovatie-Unie. Digitale
agenda voor Europa — bijdragen aan onderzoek en innovatie in ICT in het kader
van pijler V, acties 50 (meer particuliere investeren mobiliseren voor
ICT-onderzoek en ‑innovatie) en 51 (betere coördinatie en bundeling van
middelen). 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke doelstelling nr. 1. Leiderschap op het gebied van ontsluitende en
industriële technologieën Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) Leiderschap
op het gebied van informatie- en communicatietechnologie 1.4.3. Verwachte resultaten en
gevolgen Economische
gevolgen: ·
Concurrentievermogen — intensivering en sterkere
gerichtheid van investeringen door middelen uit particuliere en openbare bronnen
te mobiliseren, samenwerking over de hele waardeketen en overbrugging van de
kloof tussen technologie en innovatie. ·
Onderzoek en innovatie — synergie van industriële
en nationale prioriteiten, kennis op topniveau, en vermijding van dubbel werk
en fragmentatie. ·
Belanghebbenden — betrokkenheid van een groot
aantal waardeketens: bedrijfstak, aanbieders en gebruikers van technologie,
waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, organisaties die onderzoek
verrichten en kennis verspreiden, EU, lidstaten, regio’s. Maatschappelijke
impact: ·
Werkgelegenheid — hooggekwalificeerde en technische
banen, die groei in een groot aantal economische sectoren als gevolg van hun
innovatie en productiviteit mogelijk maken. ·
Aanpak van maatschappelijke uitdagingen waar Europese
burgers mee kampen (bijvoorbeeld vervoer, gezondheid, energie), cruciaal voor
dergelijke maatschappelijk relevante factoren. Milieu-impact: ·
minder energieverbruik ·
beheer van het gebruik van materiële middelen 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren De
resultaat- en effectindicatoren van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie, specifieke doelstelling “Leiderschap op het gebied van
ontsluitende en industriële technologieën” zijn onderworpen aan toezicht en
jaarlijkse rapportage aan de Commissie. Daarnaast
wordt aan de hand van de volgende specifieke indicatoren de vooruitgang gemeten
bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL: Doelstellingen || Voornaamste prestatie-indicatoren || Maatstaf (over de periode 2014–2024) Uitmuntend multidisciplinair onderzoek structureren en uitvoeren || Innovatieve en state-of-the-artprojecten || Ø Kwaliteit van de resultaten, zoals bijv. gemeten in een aantal publicaties met collegiale toetsing Ø Innovatief onderzoek en innovatie, ten minste 2 octrooien per 10 miljoen euro aan financiering Ø Aantal en impact van baanbrekende technologieën Strategieën op elkaar afstemmen || Strategische onderzoeks- en innovatieagenda met prioriteiten || Ø Inzet van alle leden van de gemeenschappelijke onderneming Ø Gerichtheid op de strategische onderzoeks- en innovatieagenda in overeenstemming met beschikbaar budget Middelen mobiliseren en bundelen || Uitvoering van de begroting || Ø Financiële verbintenissen van alle leden van de gemeenschappelijke onderneming Ø Bijdrage aan 3%-doelstelling voor onderzoek en innovatie Fabricagecapaciteit in EU bestendigen en vergroten || Arbeidsplaatsen creëren in elektronica-industrie Aantal fabrieken in Europa vergroten || Ø Aantal directe en afgeleide arbeidsplaatsen in Europa – vooruitgang naar 250 000 afgeleide arbeidsplaatsen Ø Aantal state-of-the-art-chipfabrieken in Europa, gemeten aan de hand van technologie-node en waferafmetingen Leiderschap op het gebied van uitrusting en materialen (E&M) || Strategische samenwerking inzake E&M || Ø Rangschikking en marktaandeel/marktvolume van de Europese E&M-aanbieders Hoge Technology Readiness Levels bevorderen || Schaal en impact van projecten || Ø Aantal nieuwe/gemoderniseerde proeflijnen in Europa – ten minste drie per jaar Ø Aantal demonstratieprojecten voor geïntegreerde oplossingen – ten minste drie per jaar Ø Toegang voor en gebruik door anderen dan degenen die de proeflijnen of demonstratieprojecten rechtstreeks uitvoeren Beschikbaarheid van elektronische componenten || Invoering van nieuwe technologieën door de Europese toepassingssectoren || Ø Europees marktaandeel en ‑volume voor nieuwe oplossingen Leiderschap op het gebied van systeemengineering || Strategische samenwerking inzake ingebedde en slimme systemen || Ø Rangschikking en marktaandeel/marktvolume van Europese aanbieders van elektronische systemen Aan de hand van de
volgende specifieke indicatoren worden de prestaties van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL gemeten: Doelstellingen || Voornaamste prestatie-indicatoren || Maatstaf (over de periode 2014–2024) Een strategische onderzoeks- en innovatieagenda vaststellen || Strategische onderzoeks- en innovatieagenda || Ø >Goedkeuring van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda door alle actoren Ø Duidelijkheid en focus in de perceptie van de belanghebbenden Efficiënte programma-uitvoering || Activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming || Ø Tijd voor subsidieverlening (van afsluiting van de oproep tot ondertekening van de subsidieovereenkomst) < 270 dagen Ø Betaaltermijnen < 90 dagen Ø Verspreidingsactiviteiten Ø Projectresultaten Synergieën voor de toepassing van resultaten en de bevordering van groei bij kmo’s || Invoering van projectresultaten in de bedrijfstak || Ø Aantal spin-offs Ø Groei omzet en werkgelegenheid kmo’s Deelname aan projecten met een belangrijke Europese dimensie vergemakkelijken || Eenvoudigere regels voor deelname || Ø Participatiegraad in industrie en mkb (≥ 30% voor mkb) Ø Vermindering van administratieve overhead Toegang tot ontwerp- en fabricage-infrastructuur || Beschikbaarheid en open toegang tot state-of-the-artinfrastructuur || Ø Toegang en gebruik door kmo’s, ook op het gebied van systeemintegratie Samenwerking met en coördinatie van stakeholders || Partnerschappen || Ø Totstandkoming van consortia – ontstaan van strategische allianties Op peil houden van vaardigheden || Expertise beschikbaar in Europa || Ø Beschikbaarheid van opleidingen/cursussen en daadwerkelijk gebruik van professionele opleiding in overeenstemming met de behoeften van de bedrijfstak 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien Europa
staat wat elektronische componenten en systemen betreft voor twee grote
uitdagingen: ·
Enerzijds moet Europa de controle hebben over de
cruciale schakels in de waardeketen, d.w.z. “ontwerp van componenten en
systemen”, “fabricage van componenten” en “verwerking van elektronische
componenten in eindproducten”. De waardeketen voor elektronica stopt niet bij
de fabricage van elektronica, maar strekt zich uit tot de hele verwerkende
industrie, van de auto-industrie en de lucht- en ruimtevaart tot webdiensten.
Elk van de schakels is essentieel voor de waardecreatie uit elektronica in
Europa. Zou de Europese fabricagecapaciteit voor elektronica verdwijnen, dan
zouden niet alleen de desbetreffende activiteiten binnen de toeleveringsketen
en op ontwerpgebied naar elders kunnen verhuizen, maar zou ook het
concurrentievermogen van de hele van elektronica afhankelijke economische
structuur ernstig worden ondermijnd. ·
Anderzijds moet de Europese innovatieketen
efficiënter worden. Dat werd benadrukt in het verslag over cruciale
ontsluitende technologieën, waarin werd gewezen op het bestaan van een “vallei
des doods” tussen het genereren van fundamentele kennis en de commerciële
toepassing ervan in de vorm van verkoopbare producten. De stappen naar
innovatie en industriële productie moeten derhalve worden versterkt, zodat
bedrijfsleven en burgers van de meest geavanceerde technologieën kunnen
profiteren. Om
de controle over de waardeketen te waarborgen en het innovatiesysteem te
verbeteren, moet Europa de volgende problemen overwinnen: ·
zware mondiale concurrentie en veranderende
bedrijfsmodellen; ·
teruglopende marktaandelen; ·
hoge kosten voor onderzoek en innovatie en een
gefragmenteerd Europees landschap; en ·
een snel innovatietempo. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Onderzoek
en innovatie in samenwerkingsverband met de industrie en de universiteiten in
heel Europa moeten financieel worden ondersteund om: ·
de koppositie van Europese niet-commerciële
onderzoeksteams op het gebied van elektronica in stand te houden en ervoor te
zorgen dat de leidende positie op technologisch gebied in heel Europa door de
industrie snel en op brede schaal wordt geëxploiteerd; ·
de kosten van het nemen van risico’s bij de verdere
ontwikkeling van de technologie en het bredere gebruik ervan, te delen met de
bedrijfstak van elektronische componenten en systemen, gezien het gigantische
spill-overeffect op groei en werkgelegenheid in de hele economie en de impact
op de aanpak van de te verwachten maatschappelijke uitdagingen; ·
krachten te bundelen. De lidstaten promoten hun
industrie volgens eigen prioriteiten, maar de steun die voor deze sector nodig
is, overstijgt ruimschoots de nationale middelen. Fragmentatie leidt tot
duplicatie van onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Bovendien zijn er in
Europa op het gebied van elektronische componenten en systemen slechts enkele
clusters met een mondiaal leidende positie die significante industriële
activiteit uitoefenen. De actoren in de EU moeten hun krachten dus bundelen.
Betere samenwerking tussen de verwerkende bedrijven en de aanbieders van
technologie kan leiden tot snellere productinnovatie aan beide zijden door
coördinatie van hun bedrijfsdoelstellingen. Clusters van onderzoeksprojecten
bieden een regionaal ondersteunend netwerk voor het midden- en kleinbedrijf
door middel van samenwerking tussen de academische wereld en grote
OEM-bedrijven; ·
de bestaande Europese clusters op het gebied van
elektronische componenten te versterken en actief steun te verlenen aan de
totstandkoming van nieuwe clusters, met als doel Europa een positie te geven
die vergelijkbaar is met die van andere spelers op mondiaal niveau. Actie op
Europees niveau is noodzakelijk om middelen te bundelen en actoren samen te brengen,
zodat op passende schaal en met passende middelen kan worden gehandeld om de
industrie te versterken. De steun moet Europa een duurzame en geschikte
oplossing bieden om de internationale concurrentie het hoofd te kunnen bieden.
Met deze actie wordt bijgedragen tot de gedeelde inzet van bestaande en
toekomstige platforms om een betere omgeving tot stand te brengen voor
industriële actoren, waaronder het midden- en kleinbedrijf en de
eindgebruikers, zodat deze hun internationale concurrentiepositie kunnen
versterken; ·
onderzoek en innovatie in Europa te structureren en
te coördineren en er zo voor te zorgen dat er in Europa in de toekomst een
industriële basis is en dat Europese belanghebbenden, onder wie de gebruikers,
toegang hebben tot de nieuwste technologische ontwikkelingen en infrastructuur.
Om dit doel te bereiken is het cruciaal dat de openbare financiering op
Europees en nationaal niveau doeltreffend wordt ingezet. 1.5.3. Ervaring die bij soortgelijke
activiteiten in het verleden is opgedaan De
huidige gemeenschappelijke ondernemingen ARTEMIS en ENIAC boden uitstekende
mogelijkheden om in heel Europa samen te werken, een kritische massa te
bereiken en investeringen optimaal te laten renderen. Bij de eerste
tussentijdse toetsing werden krachtige aanbevelingen gedaan om in de context
van Horizon 2020 door te gaan met een soortgelijk initiatief, aangezien geen
enkele organisatie of lidstaat zelfstandig al de problemen van deze sector kan
aanpakken. Gecoördineerde actie op Europees niveau wordt daarom als de meest
geschikte aanpak gezien. De
gemeenschappelijke ondernemingen hebben laten zien dat zij in staat zijn om als
onpartijdige facilitator en katalysator op te treden voor het stimuleren van
ambitieuze projecten en het vergroten van de betrokkenheid van excellente
bedrijven, en tegelijk een kader te bieden waarin nationale en Europese
overheden steun kunnen verlenen aan strategisch relevante thema’s. Dit is
overtuigend aangetoond door het succes dat de gemeenschappelijke onderneming
ENIAC heeft geboekt met de snelle start van de uitvoering van de aanbevelingen
voor cruciale ontsluitende technologieën op het gebied van nano-elektronica en
door het opstarten van grootschalige proefprojecten voor innovatie door ARTEMIS
in het kader van de oproep voor het indienen van voorstellen van 2012. Een
belangrijke uitdaging voor de driepartijenstructuur van beide
gemeenschappelijke ondernemingen was het afstemmen van procedures en inhoud op
de verwachtingen en processen van de deelnemende lidstaten. Deze maken de oproepen
tot het indien van voorstellen mogelijk door hun financiële bijdragen vooraf
vast te leggen en de nationale subsidiabiliteitsvoorwaarden en
financieringspercentages vast te stellen. De
ervaring met het huidige model heeft uitgewezen dat het de doelstellingen ervan
kan verwezenlijken, zij het dat de opstartperiode (waarin vertrouwen moest
worden opgebouwd en een praktische modus operandi tot stand moest komen) langer
duurde dan oorspronkelijk werd verwacht. In
aanvulling op de succesverhalen moeten ook enkele opmerkingen worden gemaakt
over de huidige structuur: ·
er is onvoldoende synchronisatie tussen de
verschillende nationale procedures (voor contracten en betalingen), wat tot
vertraging bij de uitvoering van de projecten leidt; ·
de verplichting om twee subsidieovereenkomsten te
sluiten (gemeenschappelijke onderneming en nationale procedure) is een
administratieve last voor de deelnemers; ·
de verschillende nationale regels hebben gevolgen
voor de wijze waarop consortia tot stand komen; ·
de nationale vastleggingen worden veelvuldig
aangepast wanneer de resultaten van de oproepen voor het indienen van
voorstellen bekend zijn, en dat gebeurt zowel in opwaartse als in neerwaartse
zin; ·
de vaste verhouding tussen de EU-vastleggingen en
die van de lidstaten (lidstaat/EU = 1,8) vormde een belemmering voor de
uitvoering van de begroting wanneer de nationale bijdrage laag was of wanneer
het nationale financieringspercentage afweek van de verwachte verhouding
⅓(gemeenschappelijke onderneming):⅔(nationaal), zoals bij proeflijnen het geval
was; ·
de financiële kaderregeling voor gedecentraliseerde
agentschappen stelt strenge eisen aan de beperkte middelen van de
gemeenschappelijke onderneming. Deze
moeilijkheden veroorzaakten geen uitstel, maar vergden wel aanhoudende inspanningen
van alle partijen om het systeem werkend te maken. Voor een soortgelijke
toekomstig initiatief zou een vereenvoudigd werkingsmodel aanzienlijke
voordelen bieden, en bovendien in overeenstemming zijn met de algemene
doelstelling van Horizon 2020. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Het
initiatief moet synergieën tot stand brengen met aanvullende
financieringsmechanismen, zoals het beleid van de Europese Commissie voor
slimme specialisatie dat nieuwe en reeds bestaande wetenschaps- en
technologieclusters in regio’s van de Europese Unie wil stimuleren en
ondersteunen. Het
toepassingsgebied van het initiatief vormt bovendien een aanvulling op de
activiteiten die zullen worden ondernomen op het gebied van industrieel leiderschap
binnen Horizon 2020, een terrein waarop meer geavanceerd onderzoek op de
langere termijn zal worden gesteund. 1.6. Duur en financiële gevolgen þ Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur –
þ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [1/1/]2014 tot en met
31/12/2024 –
þ Financiële gevolgen vanaf 2014 tot en met 2020 voor
vastleggingskredieten en vanaf 2014 tot en met 2024 voor betalingskredieten ¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur –
uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ, –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en) Uit de begroting voor 2014 ¨ Rechtstreeks beheer door de Commissie via: –
¨ uitvoerende agentschappen ¨ Gedeeld beheer
met de lidstaten: þ Indirect beheer
door het toevertrouwen van begrotingsuitvoeringstaken aan: –
¨ internationale organisaties en hun agentschappen (te specificeren); –
¨ de Europese Investeringsbank; –
þ organen als bedoeld in artikel 209 van het Financieel Reglement; –
¨ publiekrechtelijke organen; –
¨ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak,
voor zover zij voldoende financiële garanties bieden; –
¨ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering
van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende
financiële garanties bieden; –
¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het
gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die
worden genoemd in de betrokken basishandeling. Opmerkingen De lidstaten
zijn medefinanciers van acties onder contract. 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen Voor
het einde van 2017 zal de Commissie een tussentijdse toetsing van de
gemeenschappelijke onderneming verrichten. Zij zal de conclusies van die
toetsing, vergezeld van haar opmerkingen, uiterlijk op 30 juni 2018 meedelen
aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen
zes maanden na de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming, maar
uiterlijk twee jaar na het inleiden van de liquidatieprocedure, zal de Commissie
een eindevaluatie verricht van de gemeenschappelijke onderneming. De resultaten
van de eindevaluatie zullen worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de
Raad. De
uitvoerend directeur zal ieder jaar, uiterlijk op 15 februari, een ontwerp van
jaarlijks activiteitenverslag ter goedkeuring indienen bij de raad van bestuur
over de vooruitgang die in het voorgaande kalenderjaar door de
gemeenschappelijke onderneming is geboekt, met name in vergelijking tot het
werkplan voor dat jaar. In dat verslag wordt informatie opgenomen over verricht
onderzoek, innovatie en andere uitgevoerde acties en de daarmee verband
houdende uitgaven; de ingediende voorstellen, met een uitsplitsing per type
deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land; de voor
financiering aangewezen acties onder contract, met een uitsplitsing per type
deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met
vermelding van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de
afzonderlijke deelnemers en acties. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico’s Het
grootste risico betreft onjuiste betalingen voor uitgaven aan de deelnemers.
Gezien de omvang van de gemeenschappelijke onderneming is het realistisch om
naar een foutpercentage van 1% te streven. Het
specifieke risico van belangenconflicten, dat aan een publiek-privaat
partnerschap inherent is, wordt bestreden door een strikte scheiding aan te
brengen tussen de beslissingsbevoegdheden van de raad van bestuur (vaststelling
van de strategie en de werkplannen –waarbij de bedrijfstak betrokken is) en die
van de raad van openbare instanties (vaststelling van de voorwaarden voor de
oproepen tot het indienen van voorstellen, en beslissing over de toewijzing van
financiering uit de openbare middelen – waarbij de bedrijfstak niet betrokken
is). 2.2.2. Controlemiddel(en) De
intern controleur van de Commissie oefent jegens de gemeenschappelijke
onderneming dezelfde bevoegdheden uit als jegens de Commissie. De raad van
bestuur kan bovendien zorgen dat er een interne controlecapaciteit voor de
gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht, voor zover van toepassing. De
kosten van een functie voor interne audit (naar verwachting minder dan een half
miljoen euro voor de levensduur van de gemeenschappelijke onderneming) vallen
gunstig uit in vergelijking met de totale betalingen die de gemeenschappelijke
onderneming zal verrichten (een foutpercentage van 1% op 1,2 miljard euro
vertegenwoordigt een bedrag van 12 miljoen euro). Overeenkomstig
artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 zal de gemeenschappelijke
onderneming de beginselen van goed financieel beheer, transparantie en
non-discriminatie in acht nemen en een niveau van bescherming van de financiële
belangen van de Unie waarborgen dat gelijkwaardig is aan het bij die
verordening voorgeschreven niveau. Ex-postaudits
van de uitgaven voor acties onder contract zullen worden uitgevoerd
overeenkomstig het kaderprogramma Horizon 2020 in het kader van de acties onder
contract uit hoofde van het kaderprogramma. Om
de financiële belangen van de Unie te beschermen zal de Commissie,
overeenkomstig het financieel reglement, toezicht uitoefenen op de activiteiten
van de gemeenschappelijke onderneming, met name door audits en toetsingen te
verrichten betreffende de uitvoering van het programma, door de procedures toe
te passen voor het onderzoek en de aanvaarding van de rekeningen, en door
betalingen die verricht zijn in strijd met de toepasselijke regels, uit te
sluiten van financiering door de Unie. Ook kan zij betalingen opschorten en
onderbreken. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden De
Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om
audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle
begunstigden, contractanten en subcontractanten die middelen van de Unie
ontvangen. Het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures
van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter plaatse
bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten
uitvoeren om vast te stellen of er in verband met een subsidieovereenkomst of
-besluit of een contract betreffende financiering door de Unie sprake is van
fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële
belangen van de Unie zijn geschaad. Onverminderd
het voorstaande wordt in besluiten, overeenkomsten en contracten die uit de
uitvoering van deze verordening voortvloeien, de Commissie, met inbegrip van
OLAF, en de Rekenkamer uitdrukkelijk het recht gegeven om dergelijke audits,
controles en verificaties ter plaatse te verrichten. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven ·
Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarige
financiële kader en de begrotingsonderdelen Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage Nummer 09 04 02 01 – overkoepelend onderdeel || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement 1a Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid || 09 04 07 21 Industrieel leiderschap — gezamenlijk technologie-initiatief ECSEL || GK || JA || JA || NEE || JA 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1a || Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid Gemeenschappelijke onderneming ECSEL[34], [35] || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020[36] || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Titel 1 || Vastleggingen || (1) || 0,310 || 0,310 || 0,550 || 0,715 || 1,210 || 1,210 || 4,350 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 8,655 Betalingen || (2) || 0,310 || 0,310 || 0,550 || 0,715 || 1,210 || 1,210 || 1,170 || 1,170 || 0,970 || 0,670 || 0,370 || 8,655 Titel 2 || Vastleggingen || (1a) || 0,500 || 0,500 || 0,500 || 0,700 || 0,800 || 0,800 || 2,800 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 6,600 Betalingen || (2a) || 0,500 || 0,500 || 0,500 || 0,700 || 0,800 || 0,800 || 0,800 || 0,600 || 0,600 || 0,500 || 0,300 || 6,600 Titel 3 || Vastleggingen || (3a) || 135,000 || 145,000 || 160,000 || 175,000 || 185,000 || 195,000 || 205,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1 200,000 || Betalingen || (3b) || 33,750 || 70,000 || 116,750 || 140,750 || 166,000 || 178,000 || 189,000 || 145,750 || 99,500 || 40,000 || 20,500 || 1 200,000 TOTAAL kredieten voor de gemeenschappelijke onderneming ECSEL || Vastleggingen || =1+1a +3a || 135,810 || 145,810 || 161,050 || 176,415 || 187,010 || 197,010 || 212,150 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1 215,255 Betalingen || =2+2a +3b || 34,560 || 70,810 || 117,800 || 142,165 || 168,010 || 180,010 || 190,970 || 147,520 || 101,070 || 41,170 || 21,170 || 1 215,255 in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) DG CONNECT || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Personeel (2 vte ambtenaren, 1 vte arbeidscontractanten)[37] || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || || || || || 2,324 Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || || || || || 0 TOTAAL DG CONNECT || Kredieten || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || || || || || 2,324 Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || Administratieve uitgaven in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) DG CONNECT || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Personeel (2 vte ambtenaren, 1 vte arbeidscontractanten) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL DG CONNECT || Kredieten || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (Totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 136,142 || 146,142 || 161,382 || 176,747 || 187,342 || 197,342 || 212,482 || || || || || 1217,579 Betalingen || 34,892 || 71,142 || 118,132 || 142,497 || 168,342 || 180,342 || 191,302 || 147,520 || 101,070 || 41,170 || 21,170 || 1217,579 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
kredieten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig –
þ Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals
hieronder wordt beschreven: Vastleggingskredieten in miljoenen euro’s Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024 || TOTAAL || OUTPUTS Soort output || Gem. kosten[38] || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1 Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën || || || || || || || || || || || || || || || || || – Output[39] || Onderzoeks- en innovatieacties van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL || 15 || 9 || 135 || 10 || 145 || 11 || 160 || 11 || 175 || 12 || 185 || 13 || 195 || 14 || 205 || 0 || 0 || 80 || 1200 TOTALE KOSTEN || 9 || 135 || 10 || 145 || 11 || 160 || 11 || 175 || 12 || 185 || 13 || 195 || 14 || 205 || 0 || 0 || 80 || 1200 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
personele middelen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig –
þ Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig,
zoals hieronder beschreven: Aantal
personeelsleden (in personen/VTE)[40] || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL Ambtenaren (AD) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Arbeidscontractanten || 13 || 13 || 12 || 11 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 111 Tijdelijke functionarissen (AD) || 14 || 14 || 13 || 12 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 122 Gedetacheerde nationale deskundigen || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6 TOTAAL || 28 || 28 || 26 || 24 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 239 in miljoenen euro’s
(tot op 3 decimalen) Ambtenaren (AD) || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 Ambtenaren (AST) || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 Arbeidscontractanten || 0,910 || 0,910 || 0,840 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,630 || 0,420 || 0,210 || 7,770 Tijdelijke functionarissen (AD) || 1,834 || 1,834 || 1,703 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,310 || 0,917 || 0,524 || 15,982 Gedetacheerde nationale deskundigen || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,468 TOTAAL || 2,822 || 2,822 || 2,621 || 2,420 || 2,420 || 2,420 || 2,342 || 2,342 || 1,940 || 1,337 || 0,734 || 24,220 De arbeidscontracten van het personeel worden
overgenomen van de bestaande gemeenschappelijke ondernemingen, ARTEMIS en
ENIAC. Deze contracten zijn van kracht vanaf de eerste dag van het bestaan van
de nieuwe gemeenschappelijke onderneming. 3.2.3.2. Geraamde behoefte aan personele
middelen voor het verantwoordelijke DG –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
þ Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder beschreven: || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024* || Totaal || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) || XX 01 01 01 (hoofdzetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 XX 01 01 02 (delegaties) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 09 01 05 01 (onderzoek onder contract) || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || p.m. || 14 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || || || || || || || || || || Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[41] || XX 01 02 01 (CA, SNE, INT van de “totale financiële middelen”) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 XX 01 02 02 (CA, LA, SNE, INT en JED in de delegaties) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 XX 01 04 yy[42] || – hoofdzetel[43] || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 – delegaties || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 09 01 05 02 (CA, SNE, INT – onderzoek onder contract) || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || p.m. || 7 10 01 05 02 (CA, SNE, INT – eigen onderzoek) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Andere begrotingsonderdelen (specificeer) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || p.m. || 21 * Het aantal
personeelsleden na 2020 wordt later bepaald. Raming in een geheel getal (of met ten hoogste
1 decimaal) XX is het
beleidsterrein of de begrotingstitel. De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijk personeel || Lidmaatschap van bestuursorganen en toezicht op/rapportage over activiteiten Extern personeel || Ondersteuning van ambtenaren 3.2.3.3. Geraamde behoefte aan personele
middelen voor de gemeenschappelijke onderneming ECSEL[44] –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
þ Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder beschreven: –
a) Geraamde behoefte aan personele middelen te
financieren uit kredieten voor het meerjarige financiële kader 2014–2020 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) || 09 04 07 21(PPP-orgaan) || || || || || || || || || || || || Ambtenaren (AD) || 6 || 6 || 7 || 9 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 97 Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[45] || 09 04 07 21(PPP-orgaan) || || || || || || || || || || || || CA || 8 || 8 || 8 || 8 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 94 SNE || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6 INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL || 15 || 15 || 16 || 18 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 197 || || || || || || || || || || || || Raming in een geheel getal (of met ten hoogste 1
decimaal) Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijk personeel || Programmabeheer en administratief beheer Extern personeel || Ondersteuning van tijdelijk personeel –
b) p.m. – Personele middelen gefinancierd uit
kredieten van het meerjarige financiële kader 2007–2013 (ter informatie) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Totaal Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) || 09 04 01 03 (gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS)[46] || || || || || Ambtenaren (AD) || 8 || 8 || 6 || 3 || 25 Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Extern personeel (in voltijdsequivalenten) || 09 04 01 03 (gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS)7 || || || || || CA || 5 || 5 || 4 || 3 || 17 SNE || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL || 13 || 13 || 10 || 6 || 42 Raming in een geheel getal (of met ten hoogste
1 decimaal) c)
Geconsolideerd overzicht van de personele middelen onder a) en b) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) || 09 04 07 21(PPP-orgaan) || 14 || 14 || 13 || 12 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 122 Ambtenaren (AD) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[47] || 09 04 07 21(PPP-orgaan) || 13 || 13 || 12 || 11 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 111 CA || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 SNE || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6 INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 TOTAAL || 28 || 28 || 26 || 24 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 239 d) Bijdrage aan de lopende kosten voor de
geleidelijke afbouw van het PPP-orgaan in het meerjarige financiële kader
2007–2013 in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Totaal[48] Bijdrage in contanten van de EU[49] || 0,600 || 0,600 || 0,550 || 0,300 || 2,050 Bijdrage in contanten van derden – vereniging AENEAS || 0,500 || 0,500 || 0,300 || 0,130 || 1,430 Bijdrage in contanten van derden – vereniging ARTEMIS-IA || 0,300 || 0,300 || 0,210 || 0,165 || 0,975 TOTAAL || 1,400 || 1,400 || 1,060 || 0,595 || 4,455 De bijdragen van de verenigingen AENEAS en
ARTEMIS-IA omvatten de bedragen die zij verschuldigd zijn voor hun bijdrage aan
de lopende kosten van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS,
overeenkomstig de afspraken met de Commissie over onderstaande regeling voor de
verdeling van de lopende kosten: in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen) 2008-2013 || Gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS || Gemeenschappelijke onderneming ENIAC Totale bedrijfskosten || EC || ARTEMIS-IA || Totale bedrijfskosten || EC || AENEAS Feitelijke bijdragen einde 2013 || 8,664 || 3,864 || 4,800 || 9,255 || 4,514 || 4,741 Herberekende bijdragen i.v.m. de verdeling ⅔ bedrijfstak / ⅓ Commissie || 2,889 || 5,775 || 3,084 || 6,171 Verschil (aangepast – feitelijk) || || -0,975 || 0,975 || || -1,430 || 1,430 De aan de Commissie verschuldigde bedragen
worden in de periode 2014–2017 verrekend door vermindering van de onder punt
3.2.1 vermelde bijdragen van de Commissie. 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
þ Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader –
¨ Het voorstel/initiatief vereist herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader –
¨ Het voorstel/initiatief vereist toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd: Kredieten, miljoenen euro (tot op drie decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal Particuliere leden – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten[50] || 2,210 || 2,210 || 2,110 || 2,010 || 2,010 || 2,010 || 1,970 || 1,770 || 1,570 || 1,170 || 0,670 || 19,710 Lidstaten – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten[51] || 135,000 || 145,000 || 160,000 || 175,000 || 185,000 || 195,000 || 205,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1200,000 TOTAL appropriations co-financed || 137,210 || 147,210 || 162,110 || 177,010 || 187,010 || 197,010 || 206,970 || 1,770 || 1,570 || 1,170 || 0,670 || 1219,710
De totale bijdragen van de particuliere leden worden vastgesteld in artikel
4, lid 2, van de verordening van de Raad betreffende de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
þ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten –
¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: –
¨ voor de eigen middelen –
¨ voor de diverse ontvangsten [1] COM(2012) 809 final/3 van 27.8.2012. [2] Verordening (EG) nr. 72/2008, PB L 30 van 4.2.2008, blz.
21. [3] Verordening (EG) nr. 74/2008, PB L 30 van 4.2.2008, blz.
52. [4] Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 18 december 2006. [5] [Reference to MFF]. [6] COM(2011) 572 definitief van 21.9.2011. [7] COM(2010) 546 definitief van 6.10.2010. [8] COM(2012) 341 final van 26.6.2012. [9] COM(2013) 298 final van 23.5.2013. [10] COM(2013) … [mededeling over publiek-private
partnerschappen in het kader van Horizon 2020]. [11] Dit bedrag is indicatief en is afhankelijk van het
definitieve budget dat DG CONNECT voor het genoemde gebied tot zijn beschikking
zal krijgen. [12] In huidige prijzen. [13] [EP Opinion:] PB C […] van […],
blz. […]. [14] [ESC Opinion:] PB C […] van […],
blz. […]. [15] PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1. [16] PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86. [17] COM (2010) 2020 definitief. [18] [H2020 FP:] PB L […] van […], blz.
[…]. [19] [H2020 SP:] PB L […] van […], blz.
[…]. [20] COM(2012) 341 van 26.6.2012. [21] COM(2013) 298 van 23.5.2013. [22] PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21. [23] PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52. [24] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [25] PB [H2020 Rules for participation and dissemination]. [26] PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1. [27] PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. [28] PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1. [29] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. [30] PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15. [31] PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43. [32] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [33] In de zin van artikel 54, lid 2, onder a)
of b), van het Financieel Reglement. [34] De bedragen in titel 1 en 2 vertegenwoordigen de
bijdrage (50%) van de EU aan de administratiekosten van de gemeenschappelijke
onderneming ECSEL. De overige 50% wordt bijgedragen door de particuliere leden
die in punt 3.2.5 zijn vermeld. Voor de periode 2014–2017 dienen de bijdragen
voor het uitfaseren van het publiek-private partnerschap onder het meerjarige
financiële kader 2007–2013 (zoals vermeld in punt 3.2.3.3.d)) te worden
opgeteld bij de cijfers voor dezelfde periode in titel 1 van de tabel. De
administratiekosten worden bepaald aan de hand van de ervaring met de
gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, rekening houdende met de
besparingen die in verband met overlappende taken konden worden gerealiseerd.
De periode 2021–2024 is een uitloopfase waarin geen nieuwe acties worden
gestart. [35] De betalingskredieten voor titel 1 en 2 gaan ervan uit
dat jaarlijks alle overeenkomende vastleggingskredieten worden opgebruikt,
terwijl de betalingskredieten voor titel 3 worden vastgesteld volgens een
typisch betalingsschema voor driejarige projecten, dat uitgaat van 50%
voorfinanciering (voor de helft besteed in het jaar van de oproep en voor de
andere helft in het jaar na de oproep), 30% voor een tussentijdse betaling in
het tweede jaar na de oproep, 10% voor een tussentijdse betaling in het derde
jaar na de oproep en 10% voor de eindbetaling in het vierde jaar na de oproep. [36] De titels 1 en 2 bevatten, wat 2020 betreft, de
vastleggingen voor dat jaar (1,170 + 0,800) en de vervroegde vastleggingen voor
de overige jaren van de gemeenschappelijke onderneming in de periode 2021–2024,
d.w.z. 1,170 + 0,600 voor 2021, 0,970 + 0,600 voor 2022, 0,670 + 0,500 voor
2023 en 0,370 + 0,300 voor 2024. [37] Personeelsaantallen na 2020 worden in een later stadium
bepaald. De kosten per vte worden bepaald aan de hand van de gemiddelde
jaarlijkse kosten van personeel van de categorie AD (131 000 euro) en AST
(70 000 euro). [38] De gemiddelde kosten bestaan uit het bedrag van de
bijdrage van de EU aan de financiering van de outputs. [39] De outputs van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL
zijn onderzoeks- en innovatieprojecten die door de EU en de deelnemende
lidstaten gezamenlijk worden gefinancierd. Het aantal outputs per jaar is een
afgerond getal dat een raming is van het aantal projecten dat met de vermelde
kosten kan worden gesteund. [40] Bij PPP-organen van de EU uit hoofde van artikel 209 van
het Financieel Reglement is deze tabel ter informatie opgenomen. [41] CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local
Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert
(gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht). [42] Submaximum voor extern personeel dat uit beleidskredieten
wordt betaald (vroegere “BA”-begrotingsonderdelen). [43] Voornamelijk voor de structuurfondsen, het Europees
Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees
Visserijfonds (EVF). [44] Bij PPP-organen van de EU uit hoofde van artikel 209 van
het Financieel Reglement is dit gedeelte ter informatie opgenomen. [45] CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local
Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert
(gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht). [46] Dit personeel wordt gefinancierd uit de bijdragen van de
verenigingen ARTEMIS-IA en AENEAS (zie onder d). [47] CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local
Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert
(gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht). [48] Het totaal voor de bijdrage in contanten van de EU is
gelijk aan het bedrag dat in de begroting voor 2013 is gefrontload voor de
voltooiing van de activiteiten van het orgaan voor 2007-2013. [49] Begrotingsonderdeel 09 04 01 03. [50] De bijdragen van AENEAS en ARTEMIS-IA voor de periode
2014–2017, zoals vermeld onder 3.2.3.3.d), zijn hierbij niet inbegrepen. [51] De collectieve bijdragen van de lidstaten zijn naar
schatting van dezelfde orde als de totale bijdrage van de EU.