Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de deelname van de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet programma voor onderzoek en ontwikkeling ter ondersteuning van onderzoek verrichtende kleine en middelgrote ondernemingen /* COM/2013/0493 final - 2013/0232 (COD) */
TOELICHTING 1. CONTEXT
VAN HET VOORSTEL 1.1. Doelstellingen van het
voorstel Dit voorstel betreft de deelname door de
Europese Unie, op grond van artikel 185 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie (VWEU), aan het gezamenlijke programma Eurostars-2
(hierna: "Eurostars-2"), dat door verscheidene lidstaten is opgezet
als vervolg op het gezamenlijke programma Eurostars. De algemene doelstellingen van Eurostars-2
zijn: bevorderen van marktgerichte transnationale
onderzoeksactiviteiten van onderzoek verrichtende kleine en middelgrote
ondernemingen (kmo's)[1][2], op elk gebied, met name voor
kmo's zonder ervaring in transnationaal onderzoek, die leiden tot het op de
markt brengen van nieuwe of verbeterde producten, processen of diensten; bijdragen aan de voltooiing van de Europese Onderzoeksruimte
(EOR) en vergroten van de toegankelijkheid, efficiëntie en werkzaamheid van
overheidsfinanciering voor onderzoek verrichtende kmo's in Europa door het
onderling afstemmen, harmoniseren en synchroniseren van nationale
financieringsmechanismen. Doordat het concurrentievermogen van
onderzoek verrichtende kmo's wordt vergroot, wordt actief bijgedragen aan het
realiseren van economische groei en het creëren van werkgelegenheid in Europa
en zodoende aan het verwezenlijken van de Europa 2020-doelstellingen. 1.2. Motivering van het
voorstel kmo's vormen de ruggengraat van de Europese
economie en hebben een aanzienlijk groei- en werkgelegenheidspotentieel. De EU
telt ongeveer 20,7 miljoen kmo's, die meer dan 98% van alle bedrijven in de EU
vertegenwoordigen, ongeveer 58 % van de bruto toegevoegde waarde[3] [4]
in de EU genereren en werk verschaffen aan meer dan 87 miljoen mensen (67 % van
de totale werkgelegenheid en in sommige sleutelindustrieën zelfs 80 % van alle
banen). Onder die kmo's vormen innovatief onderzoek
verrichtende kmo's een zeer dynamische subgroep, die in grote mate kan
bijdragen aan groei en werkgelegenheid, en nog meer als zij betrokken is bij
transnationale O&O-samenwerking. Een aantal onvolkomenheden in de
marktwerking maken het voor kmo's echter moeilijk om toegang te krijgen tot de
noodzakelijke private financiering voor hun O&O en bestaande nationale
O&O-programma's voorzien maar zelden in transnationale samenwerking, zijn
onvoldoende gesynchroniseerd en sluiten onvoldoende op elkaar aan. Voorts zijn
een aantal complementaire EU-initiatieven weliswaar op innovatieve kmo's
gericht (bv. de financiële instrumenten zoals de financieringsfaciliteit met
risicodeling of het onlangs ontwikkelde kmo-instrument), maar ontbreekt er op
EU-niveau een specifiek programma voor transnationale O&O-activiteiten van
onderzoekintensieve kmo's. In 2008 besloten 32[5] Europese landen die lid waren
van het Eureka-netwerk[6]
tot de oprichting van het gezamenlijk programma Eurostars om op die manier te
komen tot een coherente aanpak op Europees niveau ten aanzien van onderzoek
verrichtende kmo's. De doelstelling van Eurostars is het ondersteunen van
onderzoek verrichtende kmo's door het medefinancieren van marktgericht
transnationaal onderzoek, via een bottom-up-benadering, en het verstrekken van
een wettelijk en organisatorisch kader. Krachtens de beschikking[7] van het Europees Parlement en
de Raad van 9 juli 2008 neemt de EU op grond van artikel 185 VWEU (ex artikel
169 EG) financieel deel aan Eurostars met een bijdrage van maximaal een derde
van de effectieve bijdrage van de deelnemende lidstaten en de andere
deelnemende landen, welke deelname begrensd is tot 100 miljoen euro voor de
periode 2008-2013. Eurostars wordt uitgevoerd via een specifieke
uitvoeringsstructuur, het Eureka-secretariaat, dat verantwoordelijk is voor de
uitvoering van het programma, meer in het bijzonder voor het organiseren van de
oproepen tot het indienen van voorstellen, de subsidiabiliteitscontrole, de
intercollegiale toetsing, de selectie en monitoring van projecten en de
toewijzing van de Unie-bijdrage. In 2010 voerde een groep van onafhankelijke
deskundigen[8]
een tussentijdse evaluatie van Eurostars uit[9],
naar aanleiding waarvan de Commissie het verslag "Tussentijdse evaluatie
van het gezamenlijk programma Eurostars"[10]
opstelde, dat in april 2011 werd goedgekeurd. In zijn conclusies van 31 mei
2011[11]
over voornoemde documenten toont de Raad Concurrentievermogen zich verheugd
over de constatering van de groep dat Eurostars goed spoort met de
doelstellingen van Europa 2020, een goede aanvulling vormt op de door het
zevende kaderprogramma aan kmo's geboden mogelijkheden voor internationale
samenwerking en aantrekkelijk is gebleken voor de doelgroep, aangezien Europese
onderzoek verrichtende kmo's zijn bereikt. De Raad verwelkomde ook de
aanbeveling van de deskundigengroep om Eurostars na 2013 voort te zetten en
zegde toe de voortzetting van het programma te zullen overwegen in de algemene
context van het toekomstige gemeenschappelijke strategische kader voor
financiering van onderzoek en innovatie. De Raad wees ook op een aantal
aanbevelingen voor toekomstige verbeteringen van het programma die door de
deskundigengroep waren gedaan, zoals de noodzaak dat de deelnemende landen en
de EU voldoende middelen verstrekken om een maximumaantal projecten met een
hoge rangorde die aan de Eurostars-criteria voldoen, te kunnen financieren; de
behoefte aan verdere stroomlijning en harmonisatie van de uitvoeringsprocessen
en financieringsregels op nationaal niveau om Eurostars doeltreffender en
doelmatiger te maken; de noodzaak om de kwaliteit van projectbeoordelingen
voortdurend te verbeteren en prioriteit te blijven geven aan een korte
tijdspanne voor het sluiten van contracten. Op 22 juni 2012 gaf de
Eureka-Ministerconferentie in Boedapest haar goedkeuring aan een document
("Document van Boedapest") waarin de Eureka-landen zich verbinden tot
het ondersteunen van het vervolg op Eurostars. Het Document van Boedapest
verwoordt een gemeenschappelijke visie voor Eurostars-2 en verschaft de basis
voor de uitvoering van bovengenoemde aanbevelingen uit het tussentijdse-
evaluatieverslag. In januari 2013 waren de informele financiële toezeggingen
van de meeste Eurostars-landen voor Eurostars-2 (2014-2020) bijna drie keer zo
hoog als de toezeggingen voor Eurostars-1. In het Document van Boedapest wordt
de EU uitgenodigd om deel te nemen aan Eurostars-2. Het Commissievoorstel voor het
kaderprogramma Horizon 2020[12]
bevat onder "Innovatie in het MKB" een specifieke activiteit voor
onderzoekintensieve kmo's, die de volgende fase van het programma Eurostars zal
ondersteunen, dat in partnerschap met de lidstaten zal worden uitgevoerd en
volgens de aanbevelingen in het evaluatieverslag zal worden omgebogen. Dit is
het enige Horizon 2020-programma dat specifiek is gericht op onderzoek
verrichtende kmo's voor projecten op elk gebied van onderzoek en ontwikkeling,
en bijdraagt aan de integratie van nationale onderzoeksprogramma's en zodoende
aan de voltooiing van de EOR. Met zijn bottom-up-benadering en
ondernemingsgerichte agenda past Eurostars‑2 goed binnen het onderdeel
"Industrieel leiderschap" en zal het krachtig bijdragen aan de
verwezenlijking van de programmadoelstellingen doordat projecten die van direct
belang zijn voor een aantal speerpunt- en sleuteltechnologieën, worden
ondersteund; ook zal het innovatieve onderzoekintensieve kmo's helpen om tot
wereldwijd toonaangevende bedrijven uit te groeien. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN 2.1. Raadpleging over de
toekomst van het gezamenlijk programma Eurostars Gedurende de afgelopen drie jaar is een
groot aantal raadplegingen gehouden over Eurostars en de toekomstige
ontwikkeling van het programma. Daarbij werden alle in- en externe
belanghebbenden geraadpleegd. Er werden onder andere opmerkingen ontvangen over
het in kaart brengen van de belangrijkste problemen en hindernissen, over
aangelegenheden in verband met subsidiariteit en over opties voor de toekomst
en de effecten daarvan. Er werd een openbare raadpleging gehouden
over de steunmaatregelen voor kmo's en de gebruikmaking van artikel 185 VWEU in
het kader van de openbare raadpleging over het groenboek van de Commissie
"Naar een gemeenschappelijk strategisch kader voor EU-financiering van
onderzoek en innovatie" (februari-mei 2011). In 70 van de 849
standpuntnota's die naar aanleiding van de publicatie van het groenboek werden
ingediend, kwam Eurostars ter sprake. Van de organisaties die deelnamen aan de
raadpleging, was meer dan 80 % positief over het programma. De weinige
kritische opmerkingen (10 %) hadden met name betrekking op
synchronisatieproblemen. Andere opmerkingen betroffen het niet altijd nakomen
van financiële toezeggingen door de lidstaten, de harmonisatie van
financieringsregels, de hoogte van de begroting en de tijdspanne voor het
sluiten van een contract. De openbare raadpleging over het groenboek
werd gevolgd door twee openbare workshops in Brussel over innovatie in kmo's[13]. Aan die workshops namen 160
personen deel, bestaande uit deskundigen op het gebied van het midden- en
kleinbedrijf en van O&O die afkomstig waren van Europese en nationale kmo's
en industrieverenigingen, en uit vertegenwoordigers van lidstaten,
overheidsinstanties en nationale contactpunten voor kmo's. De discussies in de
workshops leidden tot twee hoofdconclusies over de reikwijdte van een
toekomstig Eurostars-2. Ten eerste dat Eurostars-2 zich op dezelfde doelgroep
moet blijven richten, namelijk onderzoek verrichtende kmo's; ten tweede dat er
onder de deelnemers aan de workshop geen steun bestond voor uitbreiding van
Eurostars tot geen onderzoek verrichtende kmo's, omdat het aantal en de omvang
van nationale programma's ten behoeve van andere soorten kmo's (zoals onderzoek
ten behoeve van kmo's) onvoldoende was om een kritische massa te vormen en een
gezamenlijk programma op te zetten in het kader van artikel 185 VWEU. Potentiële en feitelijke eindbegunstigden
van projecten die in het kader van Eurostars worden gefinancierd (kmo's en
onderzoeksinstituten) en andere belanghebbenden werden ook geraadpleegd in de
context van de tussentijdse evaluatie van de groep van onafhankelijke
deskundigen in 2010[14]. De groep heeft aanbevolen het programma alleen
voort te zetten als de in het verslag aangegeven verbeteringen worden
doorgevoerd. De Commissie besprak in 2012 in een
stuurgroep effectbeoordeling waarin verschillende Commissiediensten waren vertegenwoordigd,
de mogelijkheid van voortzetting van EU-steun voor Eurostars-2. De stuurgroep
droeg bij aan de planning van en routekaart voor het effectbeoordelingsverslag
dat bij dit voorstel is gevoegd, waarbij in het bijzonder aandacht werd besteed
aan de probleemstelling en de relevantie van het gezamenlijk programma
Eurostars voor ander EU-beleid. 2.2. De beleidsopties In het effectbeoordelingsverslag worden de
volgende opties besproken: Optie 1 — Scenario met ongewijzigd
beleid (basisscenario) Deze optie behelst voortzetting van het
huidige gezamenlijke programma Eurostars in de volgende programmeringsperiode
(2014-2020), dus met de huidige opzet, uitvoeringsmodaliteiten en totale
begroting. De deelname en financiële bijdrage van de EU zouden hetzelfde zijn
als die bij Eurostars 1 (het zevende kaderprogramma voorziet in een financiële
bijdrage van de EU van maximaal 100 miljoen euro). Deze optie fungeert als
het basisscenario. Optie 2 —
Nuloptie (geen deelname van de EU in Eurostars-2) Bij deze optie worden de deelname en de
financiële bijdrage van de EU aan Eurostars na afloop van de huidige
financieringsperiode (eind 2013) beëindigd. Het zou aan de lidstaten zijn om te
bepalen of zij Eurostars willen voortzetten en hoe ver zij willen gaan in
wetenschappelijke, financiële en beheersintegratie. Optie 3 —
Versterkt partnerschap De optie "versterkt partnerschap"
houdt in dat het huidige gezamenlijk programma Eurostars in de volgende
programmeringsperiode wordt voortgezet als een artikel 185-initiatief, maar met
een verbeterde opzet waarin alle in het verslag van de tussentijdse evaluatie
genoemde aanbevelingen zijn verwerkt, op grotere schaal, en waarbij sprake is
van meer integratie. Daartoe krachtig aangemoedigd door de
diensten van de Commissie hebben de Eureka-lidstaten overeenstemming bereikt
over specifieke maatregelen die onder Eurostars‑2 moeten worden genomen
om het tijdvak tot de ondertekening van een contract te verkorten, hun
voorschriften en processen te standaardiseren, de administratie efficiënter te
maken en de synchronisatie en integratie van financieringen te versterken. Om
het programma te kunnen uitbreiden en meer onderzoekintensieve kmo's met
groeipotentieel te kunnen ondersteunen, hebben de lidstaten toegezegd de
financiële middelen voor het programma aanzienlijk uit te breiden. Hiermee
wordt gehoor gegeven aan de toenemende vraag van kmo's sinds de start van het
programma. Het weerspiegelt ook de absorptiecapaciteit van de
Eurostars-doelgroep. Bijgevolg en om bovengenoemde verbeteringen te stimuleren
en verder te ondersteunen, zou de financiële bijdrage van de EU
dienovereenkomstig worden verhoogd. 2.3. Resultaten van de
ex-ante-effectbeoordeling Uit de ex-ante-effectbeoordeling is optie 3
naar voren gekomen als de voorkeursoptie, gezien de effectiviteit in het
bereiken van de doelstellingen, de efficiëntie en de algehele samenhang tussen
de criteria. Deze conclusie wordt door vrijwel alle belanghebbenden gedeeld,
aangezien 99% van de respondenten op een enquête die in november 2012 werd gehouden
onder alle vertegenwoordigers op hoog niveau/nationale projectcoördinatoren (de
enquête werd ingevuld door 28 Eureka-vertegenwoordigers/‑projectcoördinatoren
uit 22 Eureka-lidstaten) vond dat de optie van een "Nieuw versterkt
partnerschap" zeer geschikt was en een groter positief effect op het
concurrentievermogen van O&O-verrichtende kmo's zou hebben dan de andere
opties. Het effectbeoordelingsverslag werd in
februari 2012 door het effectbeoordelingscomité beoordeeld en goedgekeurd. In zijn advies verzocht het comité om enkele
verbeteringen in het verslag aan te brengen, waarmee rekening is gehouden. Meer in het bijzonder wordt nu in het verslag
duidelijker uitgelegd wat de beleidscontext is, wat het verband met andere
EU-initiatieven is, welke problemen er nog zijn en met welke specifieke
maatregelen die problemen kunnen worden aangepakt, met een duidelijkere
koppeling aan de verschillende beleidsopties. De
doelstellingen werden herzien en vormen nu een stevigere basis voor het meten
van de gemaakte vorderingen. Tot slot werd
de vergelijking van opties wat betreft doeltreffendheid, doelmatigheid en
samenhang verbeterd en werden de standpunten van belanghebbenden duidelijker
verwoord. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL 3.1. Rechtsgrondslag Het voorstel voor
Eurostars-2 is gebaseerd op artikel 185 VWEU, dat stelt
dat de Unie kan voorzien in "deelname aan door verscheidene lidstaten
opgezette onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's, met inbegrip van deelname
aan de voor de uitvoering van die programma's tot stand gebrachte
structuren". In de mededeling van de Commissie
betreffende Horizon 2020[15]
staat dat "(d)e partnerschappen op basis van de artikelen 185 en 187 van
het Verdrag worden voorgezet". Artikel 20, lid 2, sub b), van het Voorstel
voor een verordening tot vaststelling van Horizon 2020[16] bevat een opsomming van een
aantal criteria waaraan voorstellen voor publiek-publieke partnerschappen
moeten voldoen. Eurostars voldoet aan die criteria: het "Document van
Boedapest" betreffende Eurostars-2, dat door alle Eureka-landen is
bekrachtigd, bevat a) een duidelijke omschrijving van de doelstellingen, die in
overeenstemming zijn met de doelstellingen van Horizon 2020 en de meer algemene
doelstellingen van het Uniebeleid, zoals vermeld onder 1.1, b) de financiële
verbintenissen van de deelnemende landen, c) de toegevoegde waarde van actie op
EU-niveau, zoals vermeld onder 3.2, en d) de kritische massa, wat betreft de
omvang en het aantal van de betrokken nationale programma's. 3.2. Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van
toepassing, omdat het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve
bevoegdheid van de Unie vallen. De subsidiariteit wordt gewaarborgd door het
voorstel te baseren op artikel 185 VWEU, dat uitdrukkelijk voorziet in deelname
door de Unie aan door verscheidene lidstaten opgezette onderzoeksprogramma's,
waarbij de operationele onderdelen zo veel mogelijk op nationaal niveau worden
uitgevoerd, terwijl op EU-niveau voor een coherente aanpak van het gezamenlijk
programma wordt gezorgd. De doelstellingen van het voorstel kunnen
niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt: de nationale
onderzoeksprogramma's ter ondersteuning van onderzoek verrichtende kmo's
sluiten niet op elkaar aan en zijn onvoldoende compatibel. Ook zijn maar heel
weinig nationale programmacycli gesynchroniseerd en wordt weinig gebruikt
gemaakt van een gezamenlijke internationale peer review. Eurostars-2 eerbiedigt het
evenredigheidsbeginsel, omdat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de
uitvoering en voor alle operationele aspecten ervan. De rol van de EU is
beperkt tot het verschaffen van prikkels voor een betere coördinatie van de
deelnemende programma's en voor harmonisatie van voorschriften en regelingen,
wat in het voordeel is van kmo's die geïnteresseerd zijn in transnationale
O&O-activiteiten, en tot het creëren van synergie met relevante
complementaire activiteiten die in het kader van Horizon 2020 worden
uitgevoerd. De toegevoegde waarde van actie op
EU-niveau is aanzienlijk, omdat deelname van de EU het mogelijk maakt een nieuw
wettelijk kader te creëren waarbinnen nationale en EU-financiering kunnen
worden gecombineerd onder een gemeenschappelijke strategie voor het stimuleren
van transnationale O&O-samenwerkingsprojecten die worden geïnitieerd en
geleid door onderzoek verrichtende kmo's. Door middelen van nationale
programma's en EU-middelen bijeen te brengen kan een kritische massa worden
bereikt waarmee de uitdagingen waarvoor onderzoek verrichtende kmo's staan,
beter kunnen worden aangepakt. Dit zou anders met de bestaande structuren in
Horizon 2020 en binnen de nationale programma's niet haalbaar zijn. De bijdrage
van de Unie zal een derde van de bijdragen van de deelnemende landen bedragen. In het bijzonder zorgt de voorgestelde
organisatiestructuur ervoor dat de administratieve lasten tot een minimum
worden beperkt, omdat het meeste administratieve werk door nationale instanties
zal worden verricht, onder het toezicht en de algehele verantwoordelijkheid van
de hiervoor aangewezen gemeenschappelijke juridische structuur. 3.3. Keuze van instrument Het voorgestelde instrument is een besluit
van het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 185 VWEU. 3.4. Afwijkingen van de regels
voor deelname aan Horizon 2020 Het voorstel omvat afwijkingen van een
aantal artikelen, met name artikel 14, lid 5, betreffende de controle van de
financiële capaciteit van de aanvrager, artikel 16, lid 1, betreffende
subsidieovereenkomsten, artikel 19, lid 1, en leden 5 tot en met 7 betreffende
de uitvoering van de actie, de artikelen 22 tot en met 28 betreffende
voorschriften voor de financiering van de actie. Deze afwijkingen vloeien voort
uit de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het Eureka-secretariaat en de
nationale financieringsinstanties: het ESE is belast met de ontvangst, de
verdeling en het volgen van de bijdrage van de Europese Unie die aan de
begunstigden wordt toegekend met behulp van de nationale
financieringsinstanties. De voornaamste reden hiervoor is dat kmo's,
de specifieke doelgroep van Eurostars-2, in bepaalde gevallen beter met de
welbekende regels van de deelnemende nationale financieringsprogramma's dan met
de EU-regels uit de voeten kunnen. De administratieve en juridische
belemmeringen voor de deelname van deze kmo's aan transnationale onderzoeks- en
innovatieactiviteiten worden derhalve door de toepassing van nationale
financieringsregels en door de verstrekking van de financiële bijdrage van de
Unie, alsmede door de dienovereenkomstige overheidssteun in het kader van één
subsidieovereenkomst verminderd. Het voorstel voorziet in passende
waarborgen voor naleving van de beginselen van gelijke behandeling en
transparantie door de specifieke uitvoeringsstructuur wanneer financiële steun
aan derden wordt verstrekt, alsook voor het beschermen van de financiële
belangen van de Unie. Het voorziet ook in het opnemen van uitvoerige daartoe
strekkende bepalingen in een tussen de Unie en de specifieke
uitvoeringsstructuur te sluiten overeenkomst, waarin onder meer krachtig zal
worden aangedrongen op een snelle en progressieve harmonisatie en onderlinge
afstemming van de regels van nationale programma's. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING In het financieel memorandum bij dit
besluit worden de indicatieve gevolgen voor de begroting weergegeven. De
maximale financiële bijdrage van de Unie, inclusief EVA-kredieten, aan
Eurostars-2 is 287 miljoen euro in lopende prijzen, voor de gehele
looptijd van het kaderprogramma Horizon 2020. De bijdragen worden verstrekt
vanuit de volgende doelstelling[17]
in deel II "Industrieel leiderschap" "Innovatie in het MKB" (midden- en kleinbedrijf,
kmo's). De bepalingen van het besluit en van de
tussen de Commissie en de specifieke uitvoeringsstructuur te sluiten
delegatieovereenkomst, moeten waarborgen dat de financiële belangen van de Unie
worden beschermd. In het financieel memorandum bij dit
besluit worden de indicatieve gevolgen voor de begroting weergegeven. 5. OPTIONELE ELEMENTEN 5.1. Vereenvoudiging Het voorstel
voorziet in een vereenvoudiging van administratieve procedures voor
overheidsinstanties (EU of nationaal) en private partijen. Meer in het
bijzonder zullen de begunstigden van het nieuwe gezamenlijke programma
profiteren van het feit dat er maar een enkele contracterings- en
betalingsregeling is, met vertrouwde nationale regels, en dat ten aanzien van
de Unie-bijdrage geen afzonderlijke verslaglegging nodig is. De EU zal
rechtstreeks handelen met de specifieke uitvoeringsstructuur van Eurostars-2,
die belast wordt met de toewijzing van de EU-bijdrage, de monitoring van de
besteding ervan en de verslaglegging hierover. 5.2. Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel
bevat een evaluatiebepaling die voorziet in een tussentijdse evaluatie na drie
jaar. Het programma zal maximaal zeven jaar duren. 5.3. Europese Economische
Ruimte De voorgestelde
maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet
daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte. 2013/0232 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende de deelname van de Unie aan
een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet programma voor onderzoek en
ontwikkeling ter ondersteuning van onderzoek verrichtende kleine en middelgrote
ondernemingen (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie (hierna: "VWEU"), en met name artikel 185 en
artikel 188, tweede alinea, Gezien het voorstel van de Europese
Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees
Economisch en Sociaal Comité[18],
Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) In haar mededeling
"Europa 2020 Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei"[19] onderstreept de Commissie de
noodzaak van het creëren van gunstige voorwaarden voor investeringen in kennis
en innovatie om in de Unie slimme, duurzame en inclusieve groei te realiseren.
Zowel het Europees Parlement als de Raad heeft deze strategie goedgekeurd. (2) "Horizon 2020 – Het
kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)", dat is
vastgesteld bij Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de
Raad van … 2013[20]
(hierna: "het kaderprogramma Horizon 2020"), is gericht op het
bereiken van een groter effect op onderzoek en innovatie door bij te dragen aan
versterking van publiek-publieke partnerschapen, onder meer door deelname van
de Unie aan door verscheidene lidstaten opgezette programma's, op grond van
artikel 185 VWEU. (3) Bij beschikking nr.
743/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende
de deelname door de Gemeenschap aan een door verscheidene lidstaten opgezet
programma voor onderzoek en ontwikkeling dat gericht is op de ondersteuning van
onderzoek en ontwikkeling verrichtende kleine en middelgrote ondernemingen[21] besloot de Gemeenschap een
financiële bijdrage te verstrekken aan het gezamenlijk programma Eurostars, dat
gezamenlijk werd opgezet door alle lidstaten en vijf andere deelnemende landen,
in het kader van Eureka, een intergouvernementeel initiatief dat in 1985 is
opgericht voor het bevorderen van samenwerking bij industrieel onderzoek. (4) In april 2012 deed de
Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen over de
tussentijdse evaluatie van het gezamenlijk programma Eurostars[22], die twee jaar na de start van
het programma door een groep van onafhankelijke deskundigen was uitgevoerd. De
algemene mening van de deskundigen was dat de doelstellingen van het programma
werden gehaald, dat het Europese onderzoek verrichtende kleine en middelgrote
ondernemingen (hierna: "kmo's") toegevoegde waarde bood en dat het na
2013 moest worden voortgezet. Er werden een aantal verbeteringen aanbevolen.
Die betroffen met name de noodzaak van verdere integratie van nationale
programma's en van verbetering van de operationele prestaties, teneinde de time-to-contract
te verkorten en de procedures transparanter te maken. (5) Als definitie van
"kmo" geldt de definitie die wordt gegeven in de Aanbeveling van de
Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en
micro-ondernemingen (2003/361/EG)[23].
(6) Ingevolge Besluit
2013/…/EU van de Raad van … 2013 tot vaststelling van het specifiek programma
tot uitvoering van "Horizon 2020" - Het kaderprogramma voor onderzoek
en innovatie (2014-2020)[24]
kan steun worden verleend aan een actie waarmee wordt voortgebouwd op het
gezamenlijk programma Eurostars en waarmee dat programma wordt omgebogen
overeenkomstig de aanbevelingen in het verslag van de tussentijdse evaluatie
ervan. (7) Het programma Eurostars-2
(hierna: "Eurostars-2"), dat in overeenstemming is met de Europa
2020-strategie, het gerelateerde kerninitiatief "Innovatie-Unie"[25] en de mededeling "Een
versterkt partnerschap voor topkwaliteit en groei voor de Europese
onderzoeksruimte"[26],
zal gericht zijn op het ondersteunen van onderzoek verrichtende kmo's door het
medefinancieren van marktgerichte onderzoeksprojecten op elk terrein. Als
zodanig, en in combinatie met de activiteiten die vallen onder de in het
Horizon 2020 kaderprogramma vermelde doelstelling "Speerpunt- en
sleuteltechnologieën", zal het programma bijdragen aan de doelstellingen
van het onderdeel "Industrieel leiderschap" van dat programma om te
komen tot een snellere ontwikkeling van de technologieën en innovaties die het
fundament vormen van het bedrijfsleven van morgen en innovatieve Europese kmo's
te helpen om uit te groeien tot wereldwijd toonaangevende ondernemingen. Als
onderdeel van de verbeteringen aan het voorgaande Eurostarsprogramma moet bij
Eurostars-2 worden gestreefd naar een kortere tijdspanne voor de toekenning van
subsidies, een grotere integratie en een eenvoudigere, transparantere en meer
doelmatige administratie, wat uiteindelijk in het voordeel is van onderzoek
verrichtende kmo's. (8) Tijdens de
Eureka-Ministerconferentie van 22 juni 2012 in Boedapest werd overeenstemming
bereikt over een strategische visie voor Eurostars-2 (hierna ook "Document
van Boedapest" genoemd). De ministers zegden toe steun te zullen verlenen
voor de voortzetting van het gezamenlijk programma Eurostars na het verstrijken
van de looptijd ervan in 2013, voor de duur van de looptijd van het
kaderprogramma Horizon 2020. Het zal een versterkt partnerschap behelzen waarbij
de aanbevelingen in het verslag van de tussentijdse evaluatie van het
gezamenlijk programma Eurostars worden gevolgd. In het Document van Boedapest
worden de volgende twee hoofddoelstellingen voor Eurostars-2 geformuleerd: Ten
eerste het verbeteren van de synchronisatie en onderlinge afstemming van de
nationale programma's voor onderzoeksfinanciering ("structuurgerichte
doelstelling"), wat essentieel is voor het realiseren van de
Europese Onderzoeksruimte door de deelnemende landen; ten tweede het
ondersteunen van onderzoek verrichtende kmo's die betrokken zijn bij
transnationale onderzoeks- en innovatieprojecten ("inhoudsgerichte doelstelling).
In het Document van Boedapest wordt de Unie uitgenodigd om deel te nemen aan
het programma. (9) De deelnemende landen zijn
voornemens om gedurende de looptijd van Eurostars-2 (2014-2024) financieel bij
te dragen aan de uitvoering ervan. (10) Er moet een maximum worden
vastgesteld voor de deelname van de Unie aan Eurostars-2 gedurende de looptijd
van het kaderprogramma Horizon 2020. Onder het voorbehoud dat bedoeld maximum
niet mag overschreden, moet de bijdrage van de Unie een derde van die van de deelnemende
landen bedragen om er zeker van te zijn dat de noodzakelijke kritische massa
wordt bereikt om te kunnen beantwoorden aan de vraag van projecten die
financiële steun verdienen, een groot hefboomeffect wordt gecreëerd en de
nationale onderzoeksprogramma's van de deelnemende landen meer worden
geïntegreerd. (11) Overeenkomstig de
doelstellingen van het kaderprogramma Horizon 2020 moeten alle lidstaten en met
het Horizon 2020-kaderprogramma geassocieerde landen aan Eurostars-2 kunnen
deelnemen. (12) De financiële bijdrage van
de Unie moet afhankelijk worden gesteld van formele verbintenissen van de
deelnemende landen om bij te dragen aan de uitvoering van Eurostars-2 en van de
nakoming van die verbintenissen. Financiële steun in het kader van Eurostars-2
zou met name moeten geschieden in de vorm van subsidies voor projecten die na
oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van Eurostars-2 worden
geselecteerd. Om de doelstellingen van Eurostars-2 te kunnen verwezenlijken,
moet de financiële bijdrage van de deelnemende landen voldoende groot zijn om
van de voorstellen die na elke oproep worden geselecteerd, een redelijk aantal
te kunnen financieren. (13) De gezamenlijke uitvoering
van Eurostars-2 vereist een uitvoeringsstructuur. De deelnemende landen zijn
overeengekomen om het Eureka-secretariaat aan te wijzen als de
uitvoeringsstructuur voor Eurostars-2. Het Eureka-secretariaat is een
internationale vereniging zonder winstoogmerk volgens Belgisch recht, die sinds
2008 verantwoordelijk is voor de uitvoering van Eurostars. Het fungeert
tegelijkertijd als secretariaat van het Eureka-initiatief, dat een eigen
governancesysteem heeft voor het beheer van Eureka-projecten anders dan
Eurostars-projecten. De Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, is een van de
oprichtende leden van het Eureka-initiatief en volwaardig lid van het
Eureka-secretariaat. (14) Voor het verwezenlijken van
de doelstellingen van Eurostars-2 moet het Eureka-secretariaat worden belast
met de organisatie van de oproepen tot het indienen van voorstellen, de
controle of aan de subsidiabiliteitscriteria wordt voldaan, de peer-review,
de selectie en monitoring van projecten en de toewijzing van de bijdrage van de
Unie. De beoordeling van projectvoorstellen moet centraal worden uitgevoerd
door onafhankelijke externe deskundigen, onder verantwoordelijkheid van het
Eureka-secretariaat, na een oproep tot het indienen van voorstellen. De ranking
van voorstellen dient voor de deelnemende landen bindend te zijn voor de
toekenning van middelen uit de financiële bijdrage van de Unie en uit de
bijdrage van de deelnemende landen. (15) Er moet in het algemeen
aantoonbaar duidelijke vooruitgang worden gemaakt met de verdere onderlinge
afstemming en synchronisatie van de nationale onderzoeks- en innovatieprogramma's,
teneinde te komen tot een daadwerkelijk gezamenlijk programma waarin sprake is
van grotere synchronisatie op wetenschappelijk, beheers- en financieel gebied.
Grotere wetenschappelijke integratie moet worden bereikt door het gemeenschappelijk
vaststellen en uitvoeren van activiteiten en zorgt ervoor dat de geselecteerde
projecten van topkwaliteit zijn en een grote impact hebben Beheersintegratie
wordt bereikt door verdere verbetering van de 'operationele excellentie' en
grotere controleerbaarheid van het programma. Grotere financiële integratie
wordt gebaseerd op een voldoende grote (totale en jaarlijkse) financiële
bijdrage van de aan Eurostars-2 deelnemende landen en een hoge mate van
nationale synchronisatie. Dit moet worden bereikt door een geleidelijke
harmonisatie van de nationale financieringsregels. (16) De financiële bijdrage van
de Unie moet worden beheerd volgens het beginsel van gezond financieel beheer
en conform de regels betreffende indirect beheer die zijn neergelegd in Verordening
(EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober
2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene
begroting van de Unie[27]
en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober
2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr.
966/2012[28].
(17) Teneinde de financiële
belangen van de Unie te beschermen moet de Commissie het recht hebben de
financiële bijdrage van de Unie te verlagen, op te schorten of stop te zetten
wanneer Eurostars-2 ontoereikend, slechts gedeeltelijk of laattijdig wordt
uitgevoerd of wanneer de deelnemende landen niet bijdragen of gedeeltelijk of
laattijdig bijdragen aan de financiering van Eurostars-2. Dit recht moet worden
vastgelegd in de tussen de Unie en het Eureka-secretariaat te sluiten
delegatieovereenkomst. (18) Voor deelname aan acties
onder contract die in het kader van Eurostars-2 worden gefinancierd, geldt het
bepaalde in Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad
van …2013 tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding in het
kader van "Horizon 2020" – Het kaderprogramma voor onderzoek en
innovatie (2014-2020)[29].
Vanwege specifieke operationele behoeften die in verband met Eurostars-2
bestaan, moet echter worden voorzien in afwijkingen van die verordening
overeenkomstig artikel 1, lid 3, van diezelfde verordening [Regels voor
deelname en verspreiding in het kader van Horizon 2020]. (19) Voor het faciliteren van de
deelname van kmo's die meer vertrouwd zijn met nationale kanalen en anders
alleen binnen de nationale grenzen onderzoeksactiviteiten zouden verrichten,
moet de financiële bijdrage uit Eurostars-2 worden verstrekt volgens de
vertrouwde regels van de nationale programma's en in het kader van een
financieringsovereenkomst waarvan de uitvoering onder rechtstreeks beheer staat
van de nationale autoriteiten, waarbij de EU-financiering wordt gecombineerd
met de overeenkomstige nationale financiering. Bijgevolg moet worden voorzien
in afwijkingen van artikel 14, lid 5, artikel 16, lid 1, artikel 19, lid 1, en
leden 5 tot en met 7, en artikel 22 tot en met artikel 28 van Verordening (EU)
nr. … [Regels voor deelname en verspreiding in het kader van Horizon 2020]. (20) Audits van ontvangers van
financiële middelen van de Unie die in het kader van Eurostars-2 worden
verstrekt, moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met Verordening (EU) nr.
…/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013 [het kaderprogramma
Horizon 2020]. (21) De financiële belangen van
de Unie moeten gedurende de hele uitgavencyclus worden beschermd door middel
van proportionele maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het
onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten
onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, voor zover van toepassing, het
opleggen van administratieve en financiële sancties, overeenkomstig Verordening
(EU, Euratom) nr. 966/2012. (22) De Commissie dient een
tussentijdse evaluatie uit te voeren, waarin met name de kwaliteit en
doelmatigheid van Eurostars-2 en de geboekte vooruitgang ten aanzien van de
gestelde doelen worden beoordeeld, alsook een eindevaluatie, en van beide
evaluaties schriftelijk verslag te doen. (23) Op verzoek van de Commissie
dienen het Eureka-secretariaat en de deelnemende landen de Commissie alle
informatie te verstrekken waarvan zij meent dat die in de bovengenoemde
evaluatieverslagen moet worden opgenomen. (24) Aangezien de doelstellingen
van dit besluit, namelijk het ondersteunen van transnationale
onderzoeksactiviteiten van onderzoekintensieve kmo's en het leveren van een
bijdrage aan de integratie, onderlinge afstemming en synchronisatie van
nationale programma's voor onderzoeksfinanciering, niet voldoende door de lidstaten
kunnen worden verwezenlijkt, omdat hiervoor een transnationale dimensie nodig
is en nationale programma's niet complementair zijn en ook niet op elkaar
aansluiten, en de doelstellingen derhalve, wegens de omvang en effecten van de
actie, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de
Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de werking
van de Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen vaststellen.
Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat
dit besluit niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp Dit besluit bevat regels betreffende de deelname van
de Unie aan het tweede, door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezette
programma voor onderzoek en ontwikkeling ter ondersteuning van onderzoek
verrichtende kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) (hierna
"Eurostars-2" genoemd), en de voorwaarden voor deze deelname. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt
verstaan onder: (1) "kmo's": kleine,
middelgrote en micro-ondernemingen zoals omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG
van de Commissie, in de versie van 6 mei 2003; (2) "onderzoek verrichtende
kmo": een kmo die ten minste 10 % van haar omzet herinvesteert in
onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten of ten minste 10 %
voltijdsequivalenten in onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten investeert. Artikel 3 Doelstellingen Met Eurostars-2 worden de volgende
doelen nagestreefd: (1) bevorderen van
onderzoeksactiviteiten die voldoen aan de volgende voorwaarden: a) de activiteiten worden uitgevoerd in
het kader van transnationale samenwerking tussen onderzoek verrichtende kmo's
of tussen kmo's en andere spelers van de innovatieketen (bv. universiteiten,
onderzoeksorganisaties); b) de resultaten worden naar verwachting
binnen twee jaar na afronding van een activiteit op de markt gebracht; (2) de toegankelijkheid, de
doelmatigheid en de doeltreffendheid van publieke middelen voor kmo's in Europa
vergroten door de nationale financieringsmechanismen van de deelnemende landen
op elkaar af te stemmen, te harmoniseren en te synchroniseren; (3) bevorderen van de deelname van
kmo's zonder eerdere ervaring in transnationaal onderzoek. Artikel 4 Deelname aan Eurostars-2 1. De Unie neemt deel aan
Eurostars-2, dat gezamenlijk wordt opgezet door België, Bulgarije, Tsjechië,
Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk,
Kroatië, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta,
Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland,
Zweden en het Verenigd Koninkrijk, alsook IJsland, Israël, Noorwegen,
Zwitserland en Turkije (hierna: "de deelnemende landen"), onder de
voorwaarden van dit besluit. 2. Elke andere lidstaat en
elk ander land dat is geassocieerd met Horizon 2020 – het kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie (2014-2020) dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr.
…/2013 … (hierna: "het kaderprogramma Horizon 2020" genoemd), kan aan
Eurostars-2 deelnemen, mits die lidstaat c.q. dat land voldoet aan de
voorwaarden van artikel 6, lid 1, onder c), van dit besluit. De lidstaten en
geassocieerde landen die aan deze voorwaarde voldoen, worden ten behoeve van
dit besluit als deelnemende landen beschouwd. Artikel 5 Financiële
bijdrage van de Unie 1. De maximale financiële
bijdrage van de Unie, inclusief EVA-kredieten, aan Eurostars-2 bedraagt 287
miljoen euro[30].
Deze bijdrage wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van
de Unie zijn toegewezen aan de relevante onderdelen van het specifiek programma
tot uitvoering van het kaderprogramma Horizon 2020, dat is vastgesteld bij
besluit … /2013/EU, overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), punt vi), en de
artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. 2. De bijdrage van de Unie is
gelijk aan een derde van die van de deelnemende landen als bedoeld in artikel
7, lid 1, onder a, met dien verstande dat het in lid 1 vastgestelde
maximumbedrag niet mag worden overschreden. De bijdrage is bedoeld ter dekking
van administratieve en operationele kosten. 3. Maximaal 2 % van de
financiële bijdrage van de Unie kan worden gebruikt ter dekking van de
administratieve kosten van Eurostars-2. Alle overige administratieve kosten
voor de uitvoering van Eurostars-2 moeten door de deelnemende landen worden
gedragen. Artikel 6 Voorwaarden voor de financiële bijdrage van de Unie 1. De financiële bijdrage van
de Unie wordt uitsluitend betaald indien: a) de deelnemende landen aantonen dat
Eurostars-2 is opgezet overeenkomstig de in artikel 3 geformuleerde
doelstellingen; b) de deelnemende landen of de door de
deelnemende landen aangewezen organisaties het Eureka-secretariaat AISBL
aanwijzen als de structuur die verantwoordelijk is voor de uitvoering van
Eurostars-2 en voor het ontvangen, toewijzen en monitoren van de financiële
bijdrage van de Unie; c) elke deelnemend land zich ertoe
verbindt om aan de financiering van Eurostars-2 bij te dragen; d) het Eureka-secretariaat aantoont over
de noodzakelijke capaciteit te beschikken voor de uitvoering van Eurostars-2,
waaronder begrepen de capaciteit voor het ontvangen, toewijzen en monitoren van
de financiële bijdrage van de Unie, in het kader van indirect beheer van de
Uniebegroting overeenkomstig de artikelen 58, 60 en 61 van Verordening (EU,
Euratom) nr. 966/2012; e) een governancemodel voor Eurostars-2
wordt opgezet, overeenkomstig bijlage II. 2. Gedurende de uitvoering
van Eurostars-2 gelden als aanvullende voorwaarden voor de bijdrage van de
Unie: a) uitvoering door het
Eureka-secretariaat van de in artikel 3 geformuleerde Eurostars-2
doelstellingen en in bijlage I omschreven activiteiten overeenkomstig de in
artikel 8 genoemde regels voor deelname en verspreiding; b) handhaving van een passend en
doelmatig governancemodel dat in overeenstemming is met bijlage II; c) naleving door het Eureka-secretariaat
van de verslagleggingsvereisten van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU,
Euratom) nr. 966/2012; d) effectieve betaling door de
deelnemende landen van de financiële bijdrage voor alle deelnemers aan
Eurostars-2-projecten die na de oproepen tot het indienen van voorstellen in
het kader van Eurostars-2 worden geselecteerd voor financiering, ter nakoming
van de in lid 1, onder c), bedoelde verbintenissen; e) toewijzing van de financiële bijdrage
van de Unie en de middelen uit de nationale begrotingen voor de financiering
van Eurostars-2-projecten in overeenstemming met de ranglijst van projecten; (f) aantonen dat duideljike vorderingen
worden gemaakt met de wetenschappelijke, management- en financiële integratie
door de vaststelling van minimum operationele prestatiedoelen en mijlpalen voor
de uitvoering van Eurostars-2. Artikel 7 Bijdrage van de deelnemende landen 1. De bijdrage van de
deelnemende landen bestaat uit de volgende financiële bijdragen: a) medefinanciering van geselecteerde
Eurostars-2-projecten, hoofdzakelijk door middel van subsidies; b) financiële bijdrage aan de
administratieve kosten van Eurostars-2 die niet worden gedekt door de in
artikel 5, lid 3, bedoelde bijdrage van de Unie. 2. Elk deelnemend land wijst
een nationale financieringsinstantie aan om de nationale deelnemers aan
Eurostars-2 in overeenstemming met artikel 8 financiële ondersteuning te
verlenen. Artikel 8 Regels
voor deelname en verspreiding 1. Voor de toepassing van
Verordening (EU) nr. .... [Regels voor de deelname aan acties en de
verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020] wordt het Eureka-secretariaat
als financieringsorgaan beschouwd. 2. In afwijking van artikel
14, lid 5, van Verordening (EU) nr. ... [Regels voor de deelname aan acties en
de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020] controleert het
ESE de financi1ële draagkracht van alle aanvragers. 3. In afwijking van artikel
16, lid 1, van Verordening (EU) nr. ... [Regels voor de deelname aan acties en
de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020] worden de
subsidie-overeenkomsten met de begunstigden van acties onder contract
ondertekend door de betrokken nationale financieringsinstanties. 4. In afwijking van artikel
19, lid 1, alsmede leden 5 tot en met 7, en de artikelen 22 tot en met 28 van
Verordening (EU) nr. ... [Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding
van resultaten in het kader van Horizon 2020] zijn op de door de betrokken
financieringsinstanties beheerde subsidies de financieringregels van de
deelnemende nationale programma's van toepassing. Artikel 9 Uitvoering
van Eurostars-2 1. Eurostars-2 wordt
uitgevoerd op basis van jaarlijkse werkplannen. 2. De financiële steun die in
het kader van Eurostars-2 wordt verstrekt, wordt hoofdzakelijk verstrekt in de
vorm van subsidies en na een oproep tot het indienen van voorstellen. Artikel 10 Overeenkomsten tussen de Unie en het Eureka-secretariaat 1. Onder
voorbehoud van een positieve ex-antebeoordeling van het Eureka-secretariaat
overeenkomstig artikel 61, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012,
sluit de Commissie, namens de Unie, een delegatieovereenkomst en overeenkomsten
inzake de overdracht van middelen op jaarbasis met het Eureka-secretariaat. 2. De in lid 1 bedoelde
delegatieovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig artikel 58, lid 3, artikel
60 en artikel 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, en artikel 40 van
gedelegeerde Verordening (EU|) nr. 1268/2012. In de delegatieovereenkomst wordt
ook het volgende geregeld: a) de eisen die aan het
Eureka-secretariaat worden gesteld met betrekking tot de in bijlage II bij
Besluit (EU) nr. … [het specifiek programma tot uitvoering van het
kaderprogramma Horizon 2020] vermelde prestatie-indicatoren; b) de bijdrage van het
Eureka-secretariaat aan de in bijlage III bij Besluit (EU) nr. … [het specifiek
programma tot uitvoering van het kaderprogramma Horizon 2020] bedoelde
monitoring; c) de specifieke prestatie-indicatoren in
verband met de werking van het Eureka-secretariaat; d) de verstrekking van informatie over
administratieve kosten door het Eureka-secretariaat, alsook van uitgebreide
cijfers over de uitvoering van Eurostars-2; e) de verstrekking van de gegevens die de
Commissie nodig heeft om aan haar verspreidings- en
verslagleggingsverplichtingen te kunnen voldoen; (f) de verplichting voor het Eecretariaat
om voorafgaand aan overdracht van de financiële bijdrage van de Unie bilaterale
overeenkomsten met de nationale financieringsinstanties te ondertekenen waarin
de minimale operationele prestatiedoelen en mijlpalen voor de uitvoering van
Eurostars 2 zijn vastgelegd. Artikel 11 Stopzetting,
verlaging of opschorting van de financiële bijdrage van de Unie 1. Indien Eurostars-2 niet of
op ontoereikende wijze, slechts gedeeltelijk of laattijdig wordt uitgevoerd,
kan de Commissie de financiële bijdrage van de Unie stopzetten, verlagen of
opschorten naar evenredigheid van de mate waarin Eurostars‑2
daadwerkelijk is uitgevoerd. 2. Indien de deelnemende
landen niet, slechts gedeeltelijk of laattijdig bijdragen in de financiering
van Eurostars-2 kan de Commissie de financiële bijdrage van de Unie stopzetten,
naar evenredigheid verlagen of opschorten, waarbij rekening wordt gehouden met
het financieringsbedrag dat de deelnemende landen daadwerkelijk voor de
uitvoering van Eurostars‑2 beschikbaar hebben gesteld. Artikel 12 Controles
achteraf 1. Het Eureka-secretariaat
voert overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. … [het kaderprogramma
Horizon 2020] controles achteraf uit van de uitgaven die in verband met acties
onder contract zijn gedaan. 2. De Commissie kan besluiten
om de in lid 1 bedoelde controles zelf uit te voeren. Artikel 13 Bescherming
van de financiële belangen van de Unie 1. De Commissie neemt
passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde
van dit besluit gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden
beschermd door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude,
corruptie en andere illegale activiteiten, door de uitvoering van doeltreffende
controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door het
terugvorderen van ten onrechte betaalde bedragen alsmede, voor zover van
toepassing, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en
financiële sancties. 2. Het Eureka-secretariaat
verschaft het personeel van de Commissie en andere door haar of de Rekenkamer
gemachtigde personen toegang tot zijn terreinen en lokalen en tot alle
informatie, waaronder begrepen elektronische informatie, die zij nodig hebben
voor het uitvoeren van hun controles. 3. Het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van
Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[31] en Verordening (EG)
nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad[32] onderzoeken, waaronder
controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake
is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de
financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een
overeenkomst, besluit of contract waarvoor in het kader van dit besluit wordt
gefinancierd. 4. Contracten,
subsidieovereenkomsten en -besluiten alsmede contracten die voortvloeien uit de
tenuitvoerlegging van dit besluit, bevatten bepalingen die de Commissie, de
Rekenkamer, OLAF en het Eureka-secretariaat uitdrukkelijk machtigen om
dergelijke controles en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden uit te
voeren. 5. Bij de uitvoering van
Eurostars-2 nemen de deelnemende landen alle wetgevende, regelgevende,
administratieve of andere maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de
financiële belangen van de Unie en met name om de zekerheid te verschaffen dat
aan de Unie verschuldigde bedragen volledig worden ingevorderd, overeenkomstig
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr.
1268/2012. Artikel 14 Verstrekking
van informatie 1. Op verzoek van de
Commissie doet het Eureka-secretariaat haar alle voor het opstellen van de in
artikel 15 bedoelde verslagen noodzakelijke informatie toekomen. 2. De deelnemende landen doen
de Commissie via het Eureka-secretariaat alle door het Europees Parlement, de Raad
of de Rekenkamer gevraagde informatie over het financieel beheer van
Eurostars-2 toekomen. 3. De Commissie vermeldt de
in lid 2 bedoelde informatie in de in artikel 15 bedoelde verslagen. Artikel 15 Evaluatie 1. De Commissie voert vóór 31
december 2017 een tussentijdse evaluatie van Eurostars-2 uit. De Commissie
stelt van deze evaluatie een verslag op en vermeldt daarin onder meer haar
conclusies en opmerkingen. Zij stuurt dit verslag niet later dan 30 juni 2018
naar het Europees Parlement en de Raad. 2. Aan het einde van de
deelname van de Unie aan Eurostars-2, doch uiterlijk 31 december 2022, voert de
Commissie een eindevaluatie van het programma uit. De Commissie stelt van deze
evaluatie een verslag op en vermeldt daarin onder meer de resultaten van die
evaluatie. Zij stuurt dit verslag naar het Europees Parlement en de Raad. Artikel 16 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Artikel 17 Adressaten Dit besluit is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De
voorzitter De voorzitter BIJLAGE I
UITVOERING 1. Het Eureka-secretariaat
organiseert voortdurend oproepen tot het indienen van voorstellen met bepaalde
termijnen voor de indiening van voorstellen in verband met de toekenning van
financiële steun voor acties onder contract. 2. Aanvragers dienen hun
projectvoorstellen in bij het Eureka-secretariaat, dat fungeert als het
één-loket. 3. Na afloop van de termijn voor het
indienen van projectvoorstellen verricht het Eureka-secretariaat een centrale
subsidiabiliteitscontrole op basis van de in het jaarlijkse werkplan omschreven
subsidiabiliteitscriteria. De deelnemende landen mogen geen andere of nadere subsidiabiliteitscriteria
toevoegen. 4. Het Eureka-secretariaat
controleert de financiële draagkracht van de deelnemers op basis van
gemeenschappelijke, duidelijke en transparante regels. 5. Subsidiabele projectvoorstellen
worden centraal beoordeeld en gerangschikt door een groep van externe
onafhankelijke deskundigen, volgens de criteria van artikel 14, lid 1, van
Verordening (EU) nr. … [Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding
van resultaten in het kader van Horizon 2020] en op basis van transparante
procedures. 6. Het Eureka-secretariaat zorgt
voor een procedure voor de toetsing van evaluatie overeenkomstig artikel 15 van
Verordening EU) nr. … [Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding
van resultaten in het kader van Horizon 2020]. 7. Zodra de ranglijst in zijn geheel
is goedgekeurd door de Groep op hoog niveau Eurostars-2 (GHN Eurostars-2) (zie
bijlage II), is zij bindend voor de toekenning van middelen uit de nationale
begrotingen die voor Eurostars-2 projecten zijn gereserveerd. 8. Zodra de ranglijst is
goedgekeurd, financiert elk deelnemend land via de daarvoor aangewezen
nationale financieringsinstantie zijn nationale deelnemers in de
projecten die door de daarvoor aangewezen nationale financieringsinstantie voor
financiering zijn geselecteerd, en spant het zich daarbij tot het uiterste in
om te waarborgen dat de top-50 van de op de ranglijst voorkomende projecten en
ten minste 50 tot 75 % van de projecten boven de drempel worden
gefinancierd. De financiële bijdrage aan de projectdeelnemers wordt berekend
volgens de financieringsregels van het nationale programma van het deelnemende
land. De financiële bijdrage van de Unie wordt door het Eureka-secretariaat aan
de nationale financieringsinstnaties overgemaakt, mits deze hun financiële
bijdragen aan de projecten hebben betaald. 9. Alle subsidiabele deelnemers aan
een centraal geselecteerd project worden gefinancierd. Bij het verstrekken van
financiële steun door de nationale financieringsinstanties aan centraal
geselecteerde projectdeelnemers worden de beginselen van gelijke behandeling,
transparantie en medefinanciering in acht genomen. 10. Het Eureka-secretariaat is
verantwoordelijk voor de evaluatie van projecten, voor het informeren van de
nationale financieringsinstanties, voor het coördineren van het
synchronisatieproces, voor het monitoren van projecten door verslaglegging over
projecten en audits door de nationale financieringsorganen, en voor
verslaglegging aan de Commissie waarbij wordt gewaarborgd dat de tijdspanne
voor subsidiëring kort is. Het Eureka-secretariaat neemt ook passende
maatregelen om erkenning van de EU-bijdrage aan Eurostars-2, zowel aan het
programma zelf als aan individuele projecten, aan te moedigen. Het bevordert
een goede zichtbaarheid van deze bijdrage, door in alle publicaties, zowel in
gedrukte als elektronische vorm, die met Eurostars-2 verband houden, het
Horizon 2020-logo te gebruiken. 11. Het Eureka-secretariaat sluit met
de nationale financieringsinstanties bilaterale overeenkomsten betreffende
Eurostars-2. In deze overeenkomsten worden de verantwoordelijkheden van de
contracterende partijen neergelegd, overeenkomstig de regels, doelstellingen en
uitvoeringsmodaliteiten van Eurostars-2. De bilaterale overeenkomsten
betreffende Eurostars-2 omvatten voorschriften inzake de overdracht van de
bijdrage van de Unie en de minimale operationele doelstellingen en nationale
stapsgewijs te bereiken mijlpalen voor verdere integratie en synchronisatie van
nationale programma's, met inbegrip van een kortere tijdspanne tot de
ondertekening van contracten, in overeenstemming met de [Regels voor deelname
en] [het Financieel Reglement]. Deze doelstellingen en mijlpalen worden
overeengekomen met de GHN Eurostars-2, na raadpleging van de Europese
Commissie. Ondertekening van de bilaterale overeenkomst en het voldoen aan de
operationele doelstellingen en mijlpalen zijn een absolute voorwaarde voor
verstrekking van de EU-bijdrage. 12. Ook onder de deelnemende landen
dienen netwerkactiviteiten en de uitwisseling van goede praktijken te worden
georganiseerd, teneinde integratie op wetenschappelijk, beheers- en financieel
niveau te bevorderen. 13. Andere activiteiten omvatten onder
meer bemiddelings-, programmapromotie- en netwerkactiviteiten met andere
belanghebbenden (investeerders, leveranciers van onderzoek en innovatie,
tussenpersonen), met name om in alle deelnemende landen de deelname van begunstigden
te verbreden en kmo's zonder ervaring in transnationale onderzoeksprojecten te
betrekken. BIJLAGE II GOVERNANCE VAN EUROSTARS-2 1. Het Eureka-secretariaat beheert Eurostars-2. Het Eureka-secretariaat
is een internationale vereniging zonder winstoogmerk volgens Belgisch recht
(AISBL) die in 1997 is opgericht door de Eureka-landen en de EU,
vertegenwoordigd door de Europese Commissie. Het hoofd van het Eureka-secretariaat fungeert
als diens wettelijke vertegenwoordiger en is als zodanig verantwoordelijk voor
de uitvoering van Eurostars-2 en in het bijzonder voor het volgende: a) het voorbereiden van de jaarlijkse
begroting voor de oproepen tot het indienen van voorstellen, de centrale
organisatie van gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen en de
ontvangst van de projectvoorstellen (één-loket); de centrale organisatie van
het toetsen van de subsidiabiliteit en beoordelen van projectvoorstellen aan de
hand van gemeenschappelijke subsidiabiliteits- en beoordelingscriteria, de
centrale organisatie van de selectie van projectvoorstellen voor financiering
en de projectmonitoring en follow-up; de ontvangst, toewijzing en monitoring
van de bijdrage van de Unie; b) het verkrijgen van de nationale
financieringsinstanties van de informatie die nodig is voor de overdracht van
de bijdrage van de Unie; c) de promotie van Eurostars-2; d) de verslaglegging aan GHN Eurostars-2
en de Commissie over Eurostars-2, onder meer over de voortgang in de richting
van verdere integratie; e) het informeren van het Eureka-netwerk
over de Eurostars-2-activiteiten; (f) de ondertekening van de
delegatieovereenkomst met de Commissie, de bilaterale overeenkomst met de
nationale financieringsinstanties en de contracten met de deskundigen die de
financieringsaanvragen beoordelen die in het kader van Eurostars-2 worden
gedaan; g) aannemen van het jaarlijkse werkplan
voor Eurostars 2 na voorafgaande instemming van de groep op hoog niveau voor
Eurostars 2 en van de Commissie. 2. De GHN Eurostars-2, die is samengesteld uit de nationale
vertegenwoordigers van de deelnemende landen in de GHN Eureka, houdt
toezicht op de activiteiten die het Eureka-secretariaat met betrekking tot
Eurostars-2 onderneemt, door: a) toe te zien op de uitvoering van
Eurostars-2; b) benoeming van de leden van de
Adviesgroep Eurostars-2; c) goedkeuring van het jaarlijkse
werkplan; d) goedkeuring van de ranglijst van te
financieren Eurostars-2-projecten en het nemen van een toekenningsbesluit. De Unie, vertegenwoordigd door de Commissie,
heeft de status van waarnemer in de GHN Eurostars-2. De Commissie wordt
uitgenodigd voor de vergaderingen van de Groep, ontvangt alle
zittingsdocumenten en kan aan de besprekingen deelnemen. Eureka-landen die niet aan Eurostars-2
deelnemen, kunnen een vertegenwoordiger naar de vergaderingen sturen als
waarnemer. 3. De
Adviesgroep Eurostars-2 is samengesteld uit de nationale projectcoördinatoren
van Eureka uit de deelnemende landen (personen binnen de nationale overheid of
een nationale instantie die zich bezighouden met de operationele aspecten van
het beheer van Eureka/het Eurostarsprogramma, en die belast zijn met de
promotie van het Eurostars 2 programma in de deelnemende landen). De Commissie
kan vertegenwoordigers naar de vergaderingen van de Adviesgroep sturen als waarnemers.
De vergaderingen van de Adviesgroep worden voorgezeten door een
vertegenwoordiger van het Eureka-secretariaat. De Adviesgroep Eurostars-2 adviseert het
Eureka-secretariaat en de Eurostars 2 GHN over de regelingen voor de uitvoering
van Eurostars 2. 4. De
nationale financieringsinstanties zijn belast met het beheer van financiële
steun aan de nationale deelnemers. FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstellingen 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE
GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting
van de geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde
gevolgen voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde
gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid
met het huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage
van derden aan de financiering 3.3. Geraamde
gevolgen voor de ontvangsten FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Deelname
door de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet programma
voor onderzoek en ontwikkeling dat gericht is op de ondersteuning van onderzoek
verrichtende kleine en middelgrote ondernemingen. 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[33] Onderzoek
en technologische ontwikkeling: HORIZON
2020 (H2020) — Industrieel leiderschap — Innovatie in het MKB 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe
actie na een proefproject/een voorbereidende actie[34] ý Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande
actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie
die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie De algemene
doelstelling van dit wetgevingsvoorstel is het stimuleren van economische groei
en werkgelegenheid in Europa door het vergroten van het concurrentievermogen
van onderzoek verrichtende kleine- en middelgrote ondernemingen (kmo's),
waarmee wordt bijgedragen aan de verwezenlijking van de Europa
2020-doelstellingen. Dit wordt
bereikt door 1) het
bevorderen van marktgerichte transnationale onderzoeksactiviteiten van
onderzoek verrichtende kmo's die leiden tot het op de markt brengen van nieuwe
of verbeterde producten, processen of diensten, zonder thematische beperkingen;
2) het
leveren van een bijdrage aan voltooiing van de EOR en aan het vergroten van de
toegankelijkheid, efficiëntie en werkzaamheid van overheidsfinanciering voor
onderzoek verrichtende kmo's in Europa door het onderling afstemmen,
harmoniseren en synchroniseren van nationale financieringsmechanismen. 1.4.2. Specifieke doelstelling(en)
en betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke
doelstelling nr. 3.1 van "Innovatie in het midden- en kleinbedrijf" De
specifieke doelstelling van "Innovatie in het midden- en
kleinbedrijf" onder de prioriteit "Industrieel leiderschap" is
het stimuleren van groei door het vergroten van de innovatiegraad van kmo's,
waarbij de uiteenlopende innovatiebehoeften voor alle soorten innovatie in de
gehele innovatiecyclus worden bestreken, waardoor meer snelgroeiende,
internationaal actieve, kmo's worden gecreëerd. In het
kader van het gezamenlijk programma Eurostars-2 worden EU-, nationale en
private financieringsbronnen gecombineerd voor het ondersteunen van
marktgericht onderzoek dat wordt uitgevoerd binnen transnationale projecten die
zijn geïnitieerd en worden geleid door onderzoek verrichtende kmo's. Een aan
deze specifieke doelstelling gerelateerde doelstelling is de inrichting en
uitvoering van het gezamenlijk programma Eurostars-2, dat als belangrijkste
output O&O-projecten onder leiding van onderzoek verrichtende kmo's zal
hebben. Betrokken
ABM/ABB-activiteit(en): 08 - Onderzoek en innovatie 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en)
en gevolg(en) Vermeld de
gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de
begunstigden/doelgroepen. De
bedrijven die aan Eurostars-2-projecten deelnemen, moeten in staat zijn om
nieuwe producten, processen of diensten te ontwikkelen en hun
concurrentiepositie op de Europese en mondiale markt aanzienlijk te versterken. Het
verwachte effect (gemiddeld drie jaar na afloop van een Eurostars-project) is
een gemiddelde omzetstijging van 10 miljoen EUR, een gemiddelde
toename van het aantal banen met 25 en 3 nieuwe of verbeterde producten,
processen of diensten op de markt, voor elk miljoen euro aan
overheidsfinanciering. 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren Vermeld de
indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het
voorstel/initiatief is uitgevoerd. De
resultaat- en effectindicatoren die in het kaderprogramma Horizon 2020 onder de
specifieke doelstelling "Innovatie in het midden- en kleinbedrijf"
worden beschreven, worden jaarlijks gemonitord door de specifieke
beheerstructuur, die hiervan jaarlijks verslag doet aan de Commissie. De
resultaat- en effectindicatoren die in het kaderprogramma Horizon 2020 onder de
specifieke doelstelling "Innovatie in het midden- en kleinbedrijf"
worden beschreven, worden gemonitord door de specifieke beheerstructuur, die
hiervan jaarlijks verslag doet aan de Commissie. De
belangrijkste indicator is het “Aandeel deelnemende kmo's die innovaties op de
markt of binnen het bedrijf introduceren (in de periode van het project plus
drie jaar)”. De doelstelling is 50%. Andere
indicatoren, eventueel verder uitgewerkt en aangevuld in de
delegatieovereenkomst tussen de Commissie en het Eureka-secretariaat, hebben
betrekking op: investeringen
en medefinanciering van het gezamenlijk programma Eurostars door de deelnemende
landen; programma-efficiëntie (in termen van de tijd die nodig is tot de
evaluatieresultaten); vooruitgang in de integratie van nationale programma's
(de tijd voor subsidietoekenning daaronder begrepen); managementintegratie
(waaronder één functionerend verslagleggingsysteem en een centrale evaluatie);
financiële integratie (de top-50 Eurostarsprojecten altijd gefinancierd en er
vindt een standaard financiële-levensvatbaarheidcontrole plaats). 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte
of lange termijn moet worden voorzien Eurostars-2
is het vervolg op Eurostars, uitgevoerd volgens de aanbevelingen in het verslag
van de tussentijdse evaluatie van het programma. De bijdrage
van de Unie is nodig voor de inrichting en uitvoering van Eurostars-2, zodat de
activiteiten samen met de deelnemende landen kunnen worden gefinancierd. De
bijdrage van Unie wordt met name gebruikt voor het medefinancieren van
deelnemers aan Eurostars-2-projecten die na een openbare oproep tot
inschrijving zijn geselecteerd. 1.5.2. Toegevoegde waarde van
deelname van de EU Actie op
EU-niveau draagt bij aan de voortzetting van een wettelijk kader waarbinnen EU-
en nationale financiering worden gecombineerd onder een gemeenschappelijke
strategie voor het stimuleren van transnationale projecten voor O&O- en
innovatiesamenwerking ten behoeve van onderzoek verrichtende kmo's. De deelname
van de EU fungeert als prikkel voor de deelnemende landen om de procedures en
regels van hun nationale programma's verder te harmoniseren en op elkaar af te
stemmen, overeenkomstig de doelstellingen van de Europese Onderzoeksruimte,
alsook voor het vergroten van de investeringen van nationale overheden en de
industrie in O&O en innovatie op alle terreinen van wetenschap en
technologie, wat uiteindelijk in het voordeel is van de onderzoek verrichtende
kmo's met een groot groeipotentieel, die de grote Europese bedrijven van morgen
kunnen worden, en waarmee wordt bijgedragen aan de Europa 2020-doelstellingen. 1.5.3. Nuttige ervaring die bij
soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan Uit een
tussentijdse evaluatie die in 2010 werd uitgevoerd, kwam naar voren dat
Eurostars goed spoorde met de doelstellingen van Europa 2020, een goede
aanvulling vormde op de door het zevende kaderprogramma aan kmo's geboden
mogelijkheden voor transnationale samenwerking en aantrekkelijk was voor de
doelgroep. Vandaar dat werd aanbevolen om het programma na 2013 voort te
zetten. Onder meer
de volgende verbeteringen werden aanbevolen: verstrekken van voldoende middelen
door de deelnemende landen en de EU om het maximale aantal projecten met een
hoge rangorde te kunnen financieren; verder stroomlijnen en harmoniseren van de
uitvoeringsprocessen en financieringsregels op nationaal niveau; verbeteren van
de kwaliteit van projectbeoordelingen en prioriteit blijven geven aan een korte
time-to-contract. Bij de
ontwikkeling van Eurostars-2 is volledig rekening gehouden met deze
aanbevelingen. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Het
kaderprogramma Horizon 2020 voorziet behalve in Eurostars-2 ook in een aantal
andere instrumenten ter ondersteuning van kmo's: het kmo-instrument, de
"Toegang tot financieringsinstrumenten" en de mogelijkheid voor kmo's
om deel te nemen aan de meer traditionele samenwerkingsprojecten. Eurostars-2
verschilt van bovengenoemde initiatieven, maar is er tegelijkertijd
complementair aan. Hoewel elk
van die instrumenten voorziet in specifieke behoeften van een bepaald type kmo,
waarbij steun wordt verleend in verschillende stadia van de ontwikkeling van
een onderzoeks-/commercieel idee (in het geval van het kmo-instrument is een
hoog niveau van technologische paraatheid vereist; de financieringsinstrumenten
zijn geschikt als niet zozeer behoefte bestaat aan subsidies maar aan
leningen/eigen kapitaal), zijn zij geen van allen specifiek gericht op
transnationaal onderzoek verrichtende kmo's en dragen zij niet bij aan
integratie en harmonisatie van nationale programma's, zoals Eurostars-2 op
grond van artikel 185 VWEU doet. 1.6. Duur en financiële
gevolgen ý Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur • ý Voorstel/initiatief
is van 1/1/2014 tot en met 31/12/2020 van kracht voor vastleggingskredieten en
van 2014 tot 2024 voor betalingskredieten • ¨ Financiële
gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ ¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur • Uitvoering met een opstartperiode
vanaf JJJJ tot en met JJJJ, • gevolgd door een volledige
uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[35] ¨ Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie ý Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan: • ¨ uitvoerende
agentschappen • ¨ door de Unie
opgerichte organen[36] • ý nationale
publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak • ¨ personen aan
wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het
Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in
het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel
Reglement ¨ Gedeeld beheer met lidstaten ¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) Verstrek, indien
meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Opmerkingen De
financiële bijdrage van de EU aan Eurostars-2 wordt betaald aan de specifieke
uitvoeringsstructuur, die optreedt namens de deelnemende landen. De specifieke
uitvoeringsstructuur beheert Eurostars-2 en ontvangt, alloceert en monitort de
financiële bijdrage van de Unie. De deelnemende landen hebben het
Eureka-secretariaat aanwezen als de uitvoeringsstructuur. De
governancestructuur wordt nader beschreven in bijlage III van dit besluit. 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht
en de verslagen Vermeld
frequentie en voorwaarden. Overeenkomstig
het kaderprogramma Horizon 2020 wordt de uitvoering van Eurostars-2 jaarlijks
gemonitord door de specifieke beheerstructuur, die hiervan jaarlijks verslag
doet aan de Commissie. Drie jaar
na de start van het programma wordt met de hulp van onafhankelijke deskundigen
een tussentijdse evaluatie uitgevoerd. Aan het einde van het programma voeren
externe deskundigen een eindevaluatie uit. De Commissie stuurt de resultaten
hiervan naar het Europees Parlement en de Raad. 2.2. Beheers- en
controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's 1) Het
belangrijkste risico is dat de specifieke uitvoeringsstructuur onvoldoende
capaciteit heeft voor het beheer van de financiële bijdrage van de Unie en voor
de effectieve monitoring van de nationale instanties die bij de dagelijkse
uitvoering van het programma betrokken zijn. 2) Net als
bij andere programma's met een hoge participatie van kmo's bestaat het risico
van financiële verliezen. Ook het gecentraliseerde indirecte beheer van het
programma brengt dit risico met zich mee. 3) Een
derde risico is dat de deelnemende landen niet in staat zijn om hun bijdrage
aan het programma te betalen. 2.2.2. Controlemiddel(en) Risico 1
wordt beperkt door het feit dat de EU, vertegenwoordigd door de Commissie,
volwaardig lid wordt van de governancestructuur van Eureka, die toezicht houdt
op de specifieke uitvoeringsstructuur voor alle Eureka-aangelegenheden. Voor het
beperken van risico 2 nemen de deelnemende landen bij de uitvoering van
Eurostars‑2 de wetgevende, regelgevende, administratieve of andere
maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de financiële belangen van
de Unie, zoals vermeld in artikel 13. De deelnemende landen nemen in het
bijzonder de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de Unie
verschuldigde bedragen volledig worden ingevorderd. Ten aanzien
van risico 1 en 2 wordt tevens verwezen naar hoofdstuk 2.3. Wat de
beperking van risico 3 betreft, wordt de bijdrage van de Unie aan een
begunstigde alleen overgemaakt (via de nationale financieringsinstantie) als
bewijs wordt verstrekt van de effectieve betaling van de overeenkomstige
nationale bijdrage aan die begunstigde. Daarnaast
kan de bijdrage van de Unie niet meer dan een derde van de bijdrage van de
deelnemende landen bedragen, en de steun van de Unie voor administratieve
kosten kan niet meer dan 2 % van de totale bijdrage van de Unie bedragen. In het
kader van de delegatieovereenkomst tussen de EU en het Eureka-secretariaat en
van de bilaterale overeenkomsten tussen het Eureka-secretariaat en de nationale
financieringsinstanties wordt beslist over aanvullende maatregelen voor
risicobeperking. 2.2.3. Kosten en baten van controles
en waarschijnlijk niveau van niet-naleving Het
controlesysteem dat voor de uitvoering van het programma wordt opgezet, wordt
zodanig ontworpen dat een adequate beheersing van de risico's voor de
doeltreffendheid en doelmatigheid van de acties, alsook van de risico's voor de
wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, redelijkerwijs
kan worden gegarandeerd, rekening houdend met het speciale karakter van
Eurostars-2 als publiek-publiek partnerschap. Er moet een evenwicht worden gevonden
tussen vertrouwen en controle, waarbij rekening dient te worden gehouden met
administratieve en andere kosten van controles, op alle niveaus, vooral voor
deelnemers, zodat het beste kan worden bijgedragen aan het verwezenlijken van
de doelstellingen van het kaderprogramma Horizon 2020. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden Vermeld de
bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen. Artikel 6
van het besluit tot vaststelling van Eurostars-2 stelt als voorwaarde voor de
bijdrage van de Unie dat het Eureka-secretariaat de verslagleggingsvereisten
van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 naleeft.
Ingevolge artikel 11 kan de Commissie haar bijdrage stopzetten, verlagen of
opschorten. In de
delegatieovereenkomst die overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU,
Euratom) nr. 966/2012 tussen de Commissie en het Eureka-secretariaat moet
worden gesloten, wordt geregeld dat de Commissie toezicht houdt op de
activiteiten van het Eureka-secretariaat, met name door het verrichten van
audits. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven –
Bestaande begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het
meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage 08 02 02 03 stimuleren van innovatie in het midden- en kleinbedrijf (mkb/kmo); || GK/ NGK ([37]) || van EVA-landen[38] || van kandidaat-lidstaten[39] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement 1A || || GK/ NGK || JA || JA || JA || JA 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader || Aantal || [Omschrijving………………………………..] 1a – Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid DG: RTD || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024 || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel 08 02 02 03 || Vastleggingen || (1) || 33,500 || 35,000 || 38,000 || 41,000 || 43,000 || 46,000 || 50,500 || || 287,000[40] Betalingen || (2) || 4,000 || 28,000 || 30,000 || 32,000 || 34,000 || 36,000 || 40,000 || 83,000 || 287,000 Nummer begrotingsonderdeel || Vastleggingen || (1a) || || || || || || || || || Betalingen || (2a) || || || || || || || || || Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[41] || || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || 0,337 || 0,344 || 0,351 || 0,358 || 0,365 || 0,372 || 0,380 || || 2,505 TOTAAL kredieten voor DG RTD || Vastleggingen || =1+1a +3 || 33,837 || 35,344 || 38,351 || 41,358 || 43,365 || 46,372 || 50,880 || || 289,505 Betalingen || =2+2a +3 || 4,337 || 28,344 || 30,351 || 32,358 || 34,365 || 36,372 || 40,380 || 83,000 || 289,505 || || || || || || || || || || || TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….> van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor
meerdere rubrieken: TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot 4 van het meerjarige financiële kader (Referentiebedrag ) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || "Administratieve uitgaven" i miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2014 || Jaar 2014 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || 2021 – 2024 || TOTAAL DG: RTD || || Personele middelen || || || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || || TOTAAL DG RTD || Kredieten || || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (Totaal vastleggingen = Totaal betalingen) || || || || || || || || || Miljoenen EUR (tot op 3 decimalen) || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || 2021 – 2024 || TOTAAL TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 33,837 || 35,344 || 38,351 || 41,358 || 43,365 || 46,372 || 50,880 || || 289,505 Betalingen || 4,337 || 28,344 || 30,351 || 32,358 || 34,365 || 36,372 || 40,380 || 83,000 || 289,505 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig,
zoals hieronder nader wordt beschreven: Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL || Soort || Gem. kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Totaal aantal || Totale kosten*** SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 || || || || || || || || || || || || || || || || - Output (* **) || O&O-projecten || 0,56 || 180 || 100,700 || 205,000 || 114,800 || 240 || 134,600 || 275 || 154,400 || 325 || 181,600 || 375 || 209,800 || 450 || 252,100 || 2050 || 1.148,000 Uitvoering || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Uitvoering || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || || || || || || || || || || || || || || SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 ... || || || || || || || || || || || || || || || || - Uitvoering || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTALE KOSTEN || 180 || 100,700 || 205 || 114,800 || 240 || 134,600 || 275 || 154,400 || 325 || 181,600 || 375 || 209,800 || 450 || 252,100 || 2050 || 1.148,000 * Maximaal 2% van
de EU-bijdrage kan ter dekking van de administratieve kosten van de specifieke
uitvoeringsstructuur worden gebruikt. ** Er wordt
uitgegaan van gemiddelde kosten ad 1,4 M€ voor Eurostarsprojecten, met
gemiddeld 40 % aan overheids-medefinanciering. Bij een
overheidsfinanciering ad 0,56M€ per project, en een totaal programmabudget van
1148M€ (861M€ van aan Eurostars-2 deelnemende landen + EU-bijdrage ad 287M€), kunnen
ongeveer 2050 projecten worden gefinancierd. *** De EU-bijdrage
aan de totale kosten bedraagt maximaal 287 miljoen euro. 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig. –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig,
zoals hieronder nader wordt beschreven: in miljoenen
euro's (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || Buiten RUBRIEK 5[42] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || Personele middelen || 0,337 || 0,344 || 0,351 || 0,358 || 0,365 || 0,372 || 0,380 Andere administratieve uitgaven || || || || || || || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || TOTAAL || 0,337 || 0,344 || 0,351 || 0,358 || 0,365 || 0,372 || 0,380 In de benodigde
administratieve kredieten zal worden voorzien door de kredieten van het
DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of in het
DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de
jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de bestaande budgettaire
beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen. 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen
nodig –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig,
zoals hieronder nader wordt beschreven: Raming in voltijdsequivalenten || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) 08 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || || || || || || || 08 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || 08 01 05 01 (onderzoek door derden) || 1.5 || 1.5 || 1.5 || 1.5 || 1.5 || 1.5 || 1.5 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || || || Extern personeel (in voltijdsequivalenten: VTE)[43] 08 01 02 01 (CA, INT, SNE van de "totale financiële middelen") || || || || || || || 08 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || 08 01 04 yy[44] || - zetel || || || || || || || - delegaties || || || || || || || 08 01 05 02 (AC, END, SNE – onderzoek door derden) || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || TOTAAL || 3.5 || 3.5 || 3.5 || 3.5 || 3.5 || 3.5 || 3.5 staat voor het
beleidsterrein of de begrotingstitel. De benodigde
personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor
het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld,
eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse
toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het
beherende DG kunnen worden toegewezen. Beschrijving van
de uit te voeren taken Ambtenaren en tijdelijk personeel || Deelname aan vergaderingen van het bestuursorgaan van Eurostars 2 die op het Eureka-secretariaat plaatsvinden (gemiddeld vindt elke twee maanden een vergadering plaats. Goedkeuring van het jaarlijkse werkplan. Monitoring van de uitvoering op basis van de jaarverslagen. Coördinatie van de evaluaties voor de middellange en de lange termijn en voorbereiding van de reactie van de Commissie op die evaluaties in de vorm van een aan het Parlement en de Raad voor te leggen verslag van de Commissie. (1,5 ambtenaar) Extern personeel || Ondersteuning van de voorbereiding van de delegatieovereenkomst met de specifieke uitvoeringsstructuur. Voorbereiding van het jaarlijkse financieringsbesluit en aanverwante betalingen. Administratieve ondersteuning (2 CA) 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
ý Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader –
¨ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader Zet uiteen welke herprogrammering nodig is,
onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende
bedragen. –
¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[45] Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding
van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende
bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
Het voorstel/initiatief voorziet niet in
medefinanciering door derden –
Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd: Kredieten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Totaal in miljoen EUR Cofinancieringsbron: Lidstaten[46] || 67,200 || 79,800 || 96,600 || 113,400 || 138,600 || 163,800 || 201,600 || 861,000 TOTAAL medegefinancierde kredieten || 67,200 || 79,800 || 96,600 || 113,400 || 138,600 || 163,800 || 201,600 || 861,000 Details
medefinanciering De bijdrage van de Unie aan de operationele
kosten (uitgezonderd de evaluatiekosten) van het programma Eurostars 2 bedraagt
maximaal 2 % van de totale financiële bijdrage van de Unie. De bijdrage van de Unie zal gelijk zijn aan
een derde van de bijdragen van de deelnemende landen, maar is in geen geval
hoger dan 287 M€. De projecten zullen medegefinancierd worden
door de organisaties die deelnemen aan de O&O-projecten die geselecteerd zijn
naar aanleiding van oproepen tot het indienen van voorstellen die in het kader
van het programma werden gelanceerd. Deze medefinancieringen zullen naar
verwachting gemiddeld 60 % van de ontvangen publieke middelen bedragen
(maar hier is sprake van verschillen tussen de deelnemende landen). 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
þ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten –
¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: ¨ voor de eigen middelen ¨ voor de diverse ontvangsten [1] Een kmo is een onderneming met minder dan 250
werknemers en een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro die niet afhankelijk
is van een grotere onderneming, overeenkomstig Aanbeveling 2003/361/EG van de
Commissie van 6 mei 2003. Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2003:124:0036:0041:nl:PDF. [2] Een onderzoek verrichtende kmo is een kmo die ten minste
10% van haar omzet of 10% voltijdsequivalenten (VTE) in O&O-activiteiten
investeert. [3] In de bruto toegevoegde waarde (btw) zijn de
afschrijvingen en de beloning voor arbeid, kapitaal en ondernemersrisico
begrepen. De btw is wat overblijft wanneer de intermediaire kosten van de
verkoop of omzet worden afgetrokken. [4] SME performance review 2012, oktober 2012,
http://ec.europa.eu/enterprise/policies/sme/facts-figures-analysis/performance-review/files/supporting-documents/2012/annual-report_en.pdf. [5] Aan Eurostars namen oorspronkelijk 26 EU-lidstaten en
vijf met het zevende kaderprogramma geassocieerde landen deel. Sinds de
toetreding van Malta tot Eurostars in oktober 2010 nemen alle EU-lidstaten aan
het programma deel. Momenteel zijn er zes geassocieerde landen: Kroatië,
IJsland, Israël, Noorwegen, Zwitserland en Turkije. [6] Eureka is een Europees intergouvernementeel netwerk
dat in 1985 werd opgericht door een conferentie van ministers van zeventien
landen, waaronder lidstaten van de toenmalige EG, om samenwerking bij
industrieel onderzoek te ondersteunen. Het netwerk omvat momenteel veertig
landen en ondersteunt naast Eurostars ook individuele, overkoepelende en
clusterprojecten. [7] Beschikking nr. 743/2008/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de deelname door de
Gemeenschap aan een door verscheidene lidstaten opgezet programma voor
onderzoek en ontwikkeling dat gericht is op de ondersteuning van onderzoek en
ontwikkeling verrichtende kleine en middelgrote ondernemingen PB L 201 van
30.07.2008, blz. 58. Zie
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2008:201:0058:0067:NL:PDF. [8] De groep van onafhankelijke deskundigen werd voorgezeten door mevr.
Laperrouze, voormalig lid van het Europees Parlement en vicevoorzitter van de
Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE). [9] Volledig verslag: http://ec.europa.eu/research/evaluations/pdf/archive/fp7-evidence-base/other_fp7_panel_evaluations/eurostars_programme_interim_evaluation.pdf. [10] Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en
de Raad - Tussentijdse evaluatie van het gezamenlijk programma Eurostars, 8
april 2011, COM(2011) 186. Zie: http://ec.europa.eu/research/evaluations/pdf/archive/fp7-evidence-base/other_fp7_panel_evaluations/eurostars_programme_interim_evaluation.pdf. [11] Zie: http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/11/st11/st11030.nl11.pdf. [12] COM(2011) 811 definitief. [13] De verslagen over de workshops zijn gepubliceerd op
Internet: http://ec.europa.eu/research/horizon2020/pdf/workshops/innovation_in_small_and_medium_enterprises/summary_reports_workshops_on_21_june_and_12_july_2011.pdf#view=fit&pagemode=none. [14] Interviews met 37
Eurostars-deelnemers, 17 nationale O&O-instituten in 10 landen en meer dan
3 000 inschrijvers op de website voor het indienen van Eurostars-aanvragen. [15] COM(2011) 808 definitief van 30.11.2011. [16] COM(2011) 809 definitief van 30.11.2011. [17] Dit bedrag is indicatief en afhankelijk van het bedrag
dat uiteindelijk uit hoofde van bovengenoemde uitdaging/thema aan het DG RTD
wordt toegewezen. [18] PB C, blz. [advies van het EESC] [19] COM(2010) 2020 definitief, 3 maart 2010.. [20] PB … [H2020 FP] [21] PB L 201 van 30.07.2008, blz. 58. [22] COM(2011) 186 van 8 april 2011. [23] PB L 124 van 20.05.2003, blz. 36. [24] PB … [H2020 SP] [25] COM(2010) 546 definitief van 6 oktober 2010. [26] COM(2012) 392 definitief van 17 juli 2012. [27] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [28] PB L 362 van 31.12.2012, blz.1. [29] PB … [H2020 RfP] [30] Dit bedrag is indicatief en afhankelijk van het bedrag
dat uiteindelijk uit hoofde van de doelstelling "Innovatie in het
MKB", deel 2 "Industrieel leiderschap", aan DG Onderzoek en
innovatie wordt toegewezen, en waaraan uiteindelijk goedkeuring wordt verleend
door de begrotingsautoriteit in de definitieve versie van het financieel
memorandum. [31] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. [32] PB L 136 van 31.05.1999, blz. 1. [33] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [34] In de zin van artikel 49, lid 6,
onder a) of b), van het Financieel Reglement. [35] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen
naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html. [36] In de zin van artikel 185 van het Financieel
Reglement. [37] GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste
kredieten. [38] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. . [39] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan. [40] De bedragen moeten worden overeengekomen in het kader
van de financiële programmering voor begrotingslijn 08 02 02 03. [41] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven
ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [42] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven
ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [43] AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); LA= Local
Agent (plaatselijk functionaris); SNE= Seconded National Expert (gedetacheerd
nationaal deskundige); INT = intérimaire (uitzendkracht); JED = "Jeune
Expert en Délégation" (jonge deskundige in delegaties). [44] Submaximum voor extern personeel uit beleidskredieten
(vroegere "BA"-onderdelen). [45] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord. [46] België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland,
Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Kroatië, Cyprus,
Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal,
Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden, alsmede IJsland, Israel, Noorwegen,
Zwitserland en Turkije.