Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden krachtens het tussen de Europese Unie en de Republiek Gabon overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen /* COM/2013/0464 final - 2013/0215 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Op basis van het mandaat van de Raad heeft de Europese Commissie met de
Republiek Gabon onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij
de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en
de Republiek Gabon. Ter afronding van deze
onderhandelingen hebben de onderhandelaars op 24 april 2013 een ontwerp van het
nieuwe protocol geparafeerd. Het nieuwe
protocol heeft een looptijd van drie jaar met ingang van de in artikel 14
vastgestelde datum van voorlopige toepassing, i.e. de datum van ondertekening
van dit nieuwe protocol. Het protocol bij de overeenkomst is er in de eerste plaats op gericht
vangstmogelijkheden in de wateren van Gabon toe te kennen aan de vaartuigen van
de Europese Unie, met inachtneming van het beste beschikbare wetenschappelijke
advies en de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de
instandhouding van tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan
(ICCAT –International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas)
en met inachtneming van de grenzen van het beschikbare overschot. De Commissie heeft zich gebaseerd op, onder meer,
de resultaten van een door externe deskundigen uitgevoerde ex-postevaluatie. Het algemene doel bestaat erin om in het belang van beide partijen de
samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Gabon te verstevigen met
het oog op de instelling van een partnerschapskader voor de ontwikkeling van
een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden
in de visserijzone van Gabon. Meer in het bijzonder voorziet het protocol in vangstmogelijkheden voor
de volgende visserijen: 27 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen; 8 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel. Er dient te worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten
moeten worden verdeeld. De Commissie stelt voor dat
de Raad op deze basis de onderhavige verordening vaststelt. 2. RESULTATEN VAN HET OVERLEG
MET BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De belanghebbende partijen zijn geraadpleegd in het kader van de
evaluatie van het protocol voor de periode 2007‑2013. Ook zijn in het kader van technische vergaderingen
de deskundigen uit de lidstaten geraadpleegd. Uit
deze raadplegingen is naar voren gekomen dat het behoud van een
visserijprotocol met de Republiek Gabon van belang is. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL De onderhavige procedure die wordt ingeleid, loopt parallel aan de
procedures met betrekking tot het besluit van de Raad betreffende de voorlopige
toepassing van het protocol en het besluit van de Raad tot vaststelling van het
protocol. 2013/0215 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de
vangstmogelijkheden krachtens het tussen de Europese Unie en de Republiek Gabon
overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de
financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst
inzake visserij tussen beide partijen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3, Gezien het voorstel van de
Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1)
De partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen
de Republiek Gabon en de Europese Gemeenschap is door de Raad goedgekeurd bij
Verordening (EG) nr. 450/2007[1].
(2)
Op 7 november 2006 heeft de Raad zijn goedkeuring
gehecht aan Besluit 2006/788/EG inzake de sluiting van de overeenkomst in de
vorm van een briefwisseling betreffende de voorlopige toepassing van het
protocol tot vaststelling, voor de periode van 3 december 2005 tot en met 2
december 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie in
het kader van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek
Gabon inzake de visserij voor de kust van Gabon[2]. (3)
De Unie heeft met de Republiek Gabon onderhandeld
over een nieuw protocol bij de partnerschapovereenkomst dat tot doel heeft aan
EU‑vaartuigen vangstmogelijkheden toe te kennen in de wateren waarover de
Republiek Gabon de jurisdictie voor visserijaangelegenheden heeft. Na afloop
van die onderhandelingen is op 24 april 2013 een ontwerp van het nieuwe
protocol geparafeerd. (4)
Op […] heeft de Raad Besluit 2013/…/EU [please
complete] inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van het nieuwe
protocol vastgesteld. (5)
Bepaald moet worden hoe de vangstmogelijkheden voor
de periode van toepassing van het nieuwe protocol over de lidstaten worden
verdeeld. (6)
Als blijkt dat de vangstmogelijkheden die krachtens
het nieuwe protocol aan de lidstaten zijn toegewezen, niet volledig worden
benut, stelt de Commissie de betrokken lidstaten daarvan in kennis
overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de
Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten
van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de
toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren[3]. Indien binnen een door de Raad
te bepalen termijn niet wordt geantwoord, wordt dit beschouwd als een
bevestiging dat de vaartuigen van de betrokken lidstaat hun vangstmogelijkheden
in de gegeven periode niet volledig benutten. Deze termijn dient te worden
vastgesteld. (7)
Met het oog op de gegarandeerde hervatting van de
visserijactiviteiten van de EU‑vaartuigen is in artikel 14 van het nieuwe
protocol bepaald dat het protocol met ingang van de datum van ondertekening
ervan voorlopig kan worden toegepast door elk van de partijen. Het nieuwe protocol dient dus
van toepassing te zijn met ingang van de datum van ondertekening ervan, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 De vangstmogelijkheden die zijn vastgesteld krachtens het tussen de
Europese Unie en de Republiek Gabon overeengekomen protocol tot vaststelling
van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien
bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen, hierna
het protocol genoemd, worden als volgt over de lidstaten verdeeld: a) vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen: Frankrijk 12 vaartuigen Spanje 15 vaartuigen b) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel: Spanje 7 vaartuigen Frankrijk 1 vaartuig. Verordening (EG) nr. 1006/2008 is van
toepassing onverminderd de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de
Europese Gemeenschap en de Republiek Gabon. Indien met de visvergunningsaanvragen die de
in lid 1 vermelde lidstaten indienen, de in het protocol vastgestelde
vangstmogelijkheden niet volledig worden benut, neemt de Commissie
overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vergunningsaanvragen
van andere lidstaten in aanmerking. De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG)
nr. 1006/2008 bedoelde termijn waarbinnen de lidstaten moeten bevestigen dat
zij niet volledig gebruikmaken van die krachtens de overeenkomst toegewezen vangstmogelijkheden,
bedraagt tien werkdagen vanaf de datum waarop de Commissie hun meldt dat de
vangstmogelijkheden niet volledig worden benut. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van de datum
van ondertekening van het protocol. Deze verordening is verbindend in al haar
onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 109 van 26.4.2007, blz. 1. [2] PB L 319 van 18.11.2006, blz. 15. [3] PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33.