Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij wordt vastgesteld dat België geen effectief gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de Raad van 2 december 2009 /* COM/2013/0381 final */
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij wordt vastgesteld dat België geen
effectief gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de Raad van 2 december 2009
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 8, Gezien de aanbeveling van de Europese
Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig artikel 126
van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te
vermijden. (2) Het stabiliteits- en groeipact
is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel
om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot
werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. Het
stabiliteits- en groeipact omvat onder meer Verordening (EG) nr. 1467/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de
tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten[1], die is aangenomen om een
snelle correctie van buitensporige overheidstekorten te bevorderen. (3) Op aanbeveling van de
Commissie heeft de Raad op 2 december 2009 op basis van artikel 126,
lid 6, van het Verdrag besloten dat er in België een buitensporig tekort
bestond[2].
Op die dag heeft de Raad de Belgische autoriteiten, eveneens op aanbeveling van
de Commissie, op basis van artikel 126, lid 7, aanbevolen om binnen een
middellange-termijnkader maatregelen te nemen om het tekort uiterlijk 2012 tot
onder de 3 % van het bbp terug te brengen. (4) Om het overheidstekort op
geloofwaardige en houdbare wijze onder 3% van het bbp te brengen, is de
Belgische autoriteiten met name aanbevolen a) de tekortverminderende
maatregelen in 2010 ten uitvoer te leggen als gepland in de ontwerpbegroting
voor 2010 en de geplande budgettaire inspanning in 2011 en 2012 te versterken;
b) in de periode 2010-2012 een gemiddelde jaarlijkse begrotingsinspanning van
¾% van het bbp te realiseren, die eveneens ertoe moest bijdragen dat de
brutoschuldquote weer in een bevredigend tempo kon gaan dalen richting de
referentiewaarde doordat opnieuw een toereikend primair overschot werd
gerealiseerd; c) de maatregelen te bepalen die noodzakelijk waren om, als de
conjunctuuromstandigheden het toelieten, het buitensporige tekort uiterlijk 2012
te corrigeren, en het tekort sneller terug te dringen als de economische of
budgettaire omstandigheden gunstiger uitvielen dan op het tijdstip waarop de
btp-aanbevelingen werden gedaan verwacht werd; en d) de monitoringmechanismen
te versterken om ervoor te zorgen dat de begrotingsdoelstellingen werden
nageleefd. In zijn aanbevelingen heeft de Raad 2 juni 2010 vastgesteld als
termijn voor het ondernemen van effectieve actie in overeenstemming met de
bepalingen van artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97. (5) Volgens de najaarsprognoses 2009
van de diensten van de Commissie, die aan de aanbeveling van de Raad van 2
december 2009 op grond van artikel 126, lid 7, VWEU ten grondslag lagen, zou de
Belgische economie in 2010 en 2011 met 0,6% respectievelijk 1,5% groeien. Het
jaar 2012 viel buiten de horizon van die prognoses, maar omdat aangenomen werd
dat de omvangrijke negatieve outputgap uiterlijk 2015 geleidelijk zou afnemen,
werd voor 2012 een hogere groei verwacht dan voor 2011. De bbp-groei in 2010
was substantieel groter dan in de najaarsprognoses 2009 van de
Commissiediensten verwacht, in 2011 was hij iets groter dan de verwachte 1,5%,
terwijl in 2012 de Belgische economie met 0,2% kromp. (6) De Commissie heeft op 15 juni
2010 vastgesteld dat op basis van de voorjaarsprognoses 2010 van de
Commissiediensten België effectief gevolg had gegeven aan de aanbeveling van de
Raad van 2 december 2009 om zijn overheidstekort tot onder de referentiewaarde
van 3 % van het bbp terug te dringen, en was van oordeel dat op dat tijdstip
dan ook geen verdere stap in de buitensporigtekortprocedure noodzakelijk was. (7) Op basis van de
najaarsprognoses 2011 van de Commissiediensten was er duidelijk evidentie voor
nalevingsrisico's met de btp-aanbeveling van 2009 gezien de nog significante
overschrijding van de drempel van 3% van het bbp dicht bij de termijn bij
ontstentenis van een begroting van 2012 en het feit dat de tot dan toe
geleverde budgettaire inspanning niet aan de aanbevolen inspanning voldeed. De
Commissie heeft dan ook haar bezorgdheid geuit en België dringend verzocht
tijdig de noodzakelijke maatregelen te nemen om te vermijden dat een volgende
stap in de btp werd gezet. In december 2011 heeft de nieuw gevormde Belgische
regering een akkoord bereikt over een ontwerpbegroting. Op 11 januari 2012
heeft de Commissie geconcludeerd dat, op basis van het op dat moment
prevalerende macro-economische scenario (een groeiverwachting van 0,9% volgens
de najaarsprognoses 2011 van de Commissiediensten), de consolidatiemaatregelen
in de begroting en de bijkomende bevriezing, het tekort in 2012 2,9% van het
bbp zou bereiken. De Commissie was dan ook van oordeel dat op dat moment geen
verdere stappen in de buitensporigtekortprocedure ten aanzien van België nodig
waren. (8) Een nieuwe beoordeling van de
actie die België heeft ondernomen om ingevolge de aanbeveling van de Raad uit
hoofde van artikel 126, lid 7, van het Verdrag het buitensporig tekort
uiterlijk 2012 te corrigeren, leidt tot de volgende conclusies: –
Na de btp-kennisgeving van het overheidstekort van 2012
en de validatie ervan door de Commissie (Eurostat), is het tekort van 2012 op 3,9%
van het bbp uitgekomen. Dit was gedeeltelijk toe te schrijven aan de dringende
noodzaak de bankgroep Dexia te herkapitaliseren eind 2012, hetgeen een
negatieve impact van 0,8% van het bbp op het overheidstekort had. Bij een
tekort van 3,2% van het bbp exclusief de eenmalige negatieve impact van die
operatie zou ook zonder die operatie het doel zijn gemist. Bovendien bevatte de
begroting van 2012 voor naar raming ongeveer 0,4% van het bbp substantiële
tekortverminderende eenmalige maatregelen. –
Het primaire saldo is verbeterd van een tekort van 1,9%
van het bbp in 2009 tot 0,4% van het bbp in 2010, terwijl het in 2011 grosso
modo stabiel is gebleven. In 2012 is het primaire tekort tot 0,5%
achteruitgegaan vanwege de impact van de herkapitalisatie van Dexia, waarzonder
het primaire saldo een surplus van 0,3% van het bbp zou hebben vertoond. –
De gemiddelde jaarlijkse budgettaire inspanning
sinds 2012 wordt op 0,3% van het bbp geraamd, hetgeen significant kleiner is
dan de door de Raad aanbevolen ¾% van het bbp. Ook na correctie voor de
effecten van de herziene potentiële productiegroei en ontvangstenontwikkelingen
is de aangepaste gemiddelde budgettaire inspanning minder dan de helft van de
aanbevolen inspanning. Volgens een bottom-up berekening wordt de cumulatieve
nettoimpact van discretionaire maatregelen van permanente aard gedurende 2010-2012
op ongeveer 2% van het bbp geraamd. Deze berekening omvat zowel tekortverminderende
maatregelen alsook uitgavenverhogingen die tot op zekere hoogte toe te
schrijven zijn aan beleidsbesluiten uit het verleden (bv. welvaartsaanpassingen
van sociale uitkeringen, snel stijgende loonsubsidies aan ondernemingen) die de
consolidatie-inspanningen gedeeltelijk neutraliseren. Bovendien is de impact
van deze 2% van het bbp aan discretionaire maatregelen onvoldoende geweest om
de autonoom stijgende trend in de overheidsuitgaven te neutraliseren die toe te
schrijven is aan de vergrijzing en tegelijk de aanbevolen verbetering van het
structurele saldo te realiseren gedurende de consolidatieperiode. –
In 2010 heeft België de tekortverminderende
maatregelen grosso modo uitgevoerd zoals gepland, hetgeen tot een structurele
verbetering van ½ % van het bbp heeft geleid, waarvan ¼ procentpunt aan een
sterke daling van de rente-uitgaven te danken is. Het nominale tekort is
gedaald van 5,6% van het bbp in 2009 (inclusief 0,6 procentpunt aan negatieve
eenmalige factoren) tot 3,8% van het bbp, hetgeen substantieel minder is dan de
door de Belgische autoriteiten in het stabiliteitsprogramma van januari 2010
geplande doelstelling van 4.8% van het bbp en te danken is aan de beter dan
verwachte macro-economische productie. In 2010 is het bbp met 2,4% gegroeid (op
het tijdstip van de btp-aanbeveling werd een groei van 0,6% verwacht) . –
Ondanks relatief gunstige macro-economische
omstandigheden in de eerste helft van 2011 (jaarlijkse bbp-groei van 1,8%), is
het nominale saldo dat jaar slechts marginaal gedaald, tot 3,7% van het bbp (in
het stabiliteitsprogramma van 2011 was de doelstelling 3,6% van het bbp). Het
structurele saldo is in 2011 met 0,1% achteruitgegaan. België heeft dan ook,
gedeeltelijk door de politieke impasse op federaal niveau tussen de
verkiezingen van juni 2010 en december 2011, nagelaten van de relatief gunstige
economische tijden te profiteren om zijn tekort te verminderen. –
In december 2011 heeft de nieuw gevormde Belgische
regering in de begroting van 2012 een reeks consolidatiemaatregelen opgenomen
ten bedrage van, volgens de begroting en het stabiliteitsprogramma van 2012,
ongeveer 3% van het bbp. In maart 2012 en oktober 2012 zijn bijkomende
maatregelen genomen om de negatieve impact van de economische vertraging op de
begroting te neutraliseren. Eind 2012 dienden de Belgische en Franse regering
het kapitaal van de bankgroep Dexia te verhogen om een negatieve
eigenvermogenspositie te verhelpen en de ordelijke afwikkeling van de groep
zijn gang te laten gaan. Voor België had dit een eenmalige negatieve impact op
het tekort van 0,8% van het bbp. Ondanks een mechanisme voor versterkte
monitoring heeft bovendien de economische neergang op de overheidsontvangsten
een grotere impact gehad dan verwacht, hetgeen exclusief de impact van de
Dexia-operatie in een tekort op federaal niveau van 2,7% van het bbp heeft
geresulteerd (de doelstelling was 2,4%). Daarnaast is bij de btp-kennisgeving
van april 2013 gebleken dat het lokale overheidsniveau zijn tekortdoelstelling
had gemist (-0,3% van het bbp in plaats van -0,2%), hetgeen slechts
gedeeltelijk door een beter dan verwacht resultaat van de gewesten en
gemeenschappen (-0,1% van het bbp in plaats van -0,2%) werd geneutraliseerd.
Het structurele begrotingssaldo is in 2012 naar schatting met ½ procentpunt van
het bbp verbeterd. Forse regeringsmaatregelen zijn gedeeltelijk geneutraliseerd
door stijgende rente-uitgaven, een negatieve impact van de automatische
indexering van lonen en sociale uitkeringen in verband met eerdere inflatie en
een sterke stijging van de pensioenuitgaven. –
De openbare schuld is gestegen van 84,0% van het
bbp in 2007 tot 99,6% van het bbp in 2012. De dynamiek van het tekort en van
het bbp maken ongeveer 6,5 procentpunt van de stijging uit, terwijl exogene
factoren, voornamelijk in verband met reddingsoperaties in de financiële sector
in de vorm van aandelenkapitaalinjecties, ongeveer 9 procentpunt bedragen. (9) België heeft een aantal
maatregelen genomen om het monitoringmechanisme te versterken om ervoor te
zorgen dat de budgettaire doelstellingen worden gerespecteerd, zoals de
invoering van een monitoringcomité in 2010 en een versterkte monitoring van de
begrotingsuitvoering in 2012. Er is echter geen significante vooruitgang
geboekt om het budgettaire kader aan te passen teneinde ervoor te zorgen dat de
budgettaire doelstellingen bindend zijn op federaal en subfederaal niveau, en
de transparantie van de lastendeling en de verantwoordingsplicht voor alle
overheidniveaus te vergroten. (10) Dit leidt tot de conclusie dat
de reactie van België op de aanbeveling van de Raad van 2 december 2009
overeenkomstig artikel 126, lid 7, van het Verdrag onvoldoende is geweest.
België heeft uiterlijk 2012 geen einde gemaakt aan zijn buitensporig tekort. De
budgettaire inspanning voldoet op significante wijze niet aan hetgeen door de
Raad is aanbevolen en was in 2011 zelfs geheel afwezig. HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 België heeft geen effectief gevolg gegeven aan
de aanbeveling van de Raad van 2 december 2009 overeenkomstig artikel 126, lid 7,
van het Verdrag. Artikel 2 Dit besluit is
gericht tot België. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 02.08.1997, blz. 6. [2] PB L 125 van 21.5.2010, blz. 34. Alle documenten
betreffende de buitensporigtekortprocedure van België zijn te vinden op:
http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/deficit/countries/belgium_en.htm