Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 44/2012, (EU) nr. 39/2013 en (EU) nr. 40/2013 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft /* COM/2013/0137 final - 2013/0076 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Bij Verordening (EU) nr. 44/2012 van de Raad
en de Verordeningen (EU) nr. 39/2013 en (EU) nr. 40/2013 van de Raad zijn,
respectievelijk voor 2012 en 2013, de vangstmogelijkheden voor sommige
visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld welke in de EU‑wateren en,
voor EU‑vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, van toepassing zijn. Hierbij
gaat het vooral om bestanden die voorkomen in de Atlantische Oceaan en de
Noordzee. Het is gebruikelijk dat deze vangstmogelijkheden herhaaldelijk worden
gewijzigd tijdens de periode waarin zij van kracht zijn. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Niet van toepassing. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL De voorgestelde wijzigingen hebben tot doel de
drie genoemde verordeningen te wijzigen als hieronder aangegeven. a) Verordening (EU) nr. 44/2012 Eind 2012 heeft Litouwen afgesproken
vangstmogelijkheden met een ander land uit te wisselen in het kader van de
Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan
(NAFO: Northwest Atlantic Fisheries Organisation). De Commissie heeft deze
afspraak goedgekeurd en op 9 januari 2013 aan het NAFO‑secretariaat gemeld.
Omwille van de transparantie en de samenhang met andere uitwisselingen van
vangstmogelijkheden die in 2012 ten uitvoer zijn gelegd, moet Verordening (EU)
nr. 44/2012 overeenkomstig worden gewijzigd. Deze wijziging heeft geen enkel
gevolg voor de relatieve stabiliteit. Voor toekomstige uitwisselingen van
vangstmogelijkheden met derde landen zal de nieuwe, bij Verordening (EU) nr. 40/2013
ingestelde procedure worden gevolgd. b) Verordening (EU) nr. 39/2013 In de weergave van de coördinaten voor het
onder de TAC voor haring vallende gebied in de Firth of Clyde, in ICES‑deelgebied
VI, moet een vergissing worden rechtgezet. c) Verordening (EU) nr. 40/2013 In 2012 heeft de Unie volgens de procedure die
is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties
met Noorwegen, Groenland, de Faeröer en IJsland, met die partners overleg over
de visserijrechten gepleegd. Het overleg met de Faeröer en IJsland werd niet
afgerond. Aangezien het overleg met Noorwegen is uitgesteld tot januari 2013,
zijn in Verordening (EU) nr. 40/2013 voor de bestanden waarvoor een
overeenkomst met Noorwegen geldt, voorlopige vangstmogelijkheden opgenomen die
overeenstemmen met een deel van de desbetreffende vangstmogelijkheden voor 2012.
Op 18 januari 2013 zijn de onderhandelingen met Noorwegen afgerond. Als gevolg
daarvan moeten de definitieve vangstmogelijkheden voor de betrokken bestanden
worden vastgesteld in de bijlagen IA en IB bij Verordening (EU) nr. 40/2013. Tijdens de van 2 tot 9 december 2012 in
Manilla gehouden negende jaarlijkse vergadering van de Commissie voor de
visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC: Western and Central
Pacific Fisheries Commission) zijn op het gebied van
visserijinspanningsbeperkingen nieuwe instandhoudings‑ en beheersmaatregelen
vastgesteld voor grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn, net als
maatregelen betreffende het gesloten gebied voor de visserij met
visconcentratievoorzieningen (FAD's – fish aggregating devices). De WCPFC heeft
ook een akkoord bereikt over beheersmaatregelen voor het gebied waar de
bevoegdheid van de WCPFC en die van de Interamerikaanse Commissie voor
Tropische Tonijn (IATTC: Inter-American Tropical Tuna Commission) elkaar
overlappen. Als gevolg daarvan zullen de in het register van beide organisaties
ingeschreven EU‑vaartuigen die in dit overlappende gebied vissen, zich tijdens
het uitvoeren van die visserijactiviteiten moeten houden aan de instandhoudings‑
en beheersmaatregelen van de IATTC die in de EU‑verordeningen inzake
vangstmogelijkheden zijn opgenomen. Die door de WCPFC vastgestelde maatregelen
moeten in EU‑recht worden omgezet. Krachtens de aanbevelingen 2011‑02 en 2012‑01
van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijn
(ICCAT: International Commission for the Conservation of Atlantic Tuna) wordt
aan de Unie de mogelijkheid tot flexibiliteit verleend voor maximaal 200 ton
aan vangsten die in het noordelijke, respectievelijk het zuidelijke
beheersgebied worden bovengehaald. Bijlage ID moet worden gewijzigd teneinde de
lidstaten de kans te geven deze ICCAT‑bepalingen toe te passen. Na de van 28 januari tot 1 februari 2013
gehouden eerste jaarlijkse vergadering van de Regionale Organisatie voor het
visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO: South
Pacific Regional Fisheries Management Organisation) zijn nieuwe en gewijzigde
vangstmogelijkheden vastgesteld. De in bijlage IJ bij Verordening (EU) nr. 40/2013
opgenomen voorlopige quota voor Chileense horsmakreel, de desbetreffende
rapportagebepalingen en andere bepalingen inzake inspanningsbeperkingen moeten
bijgevolg overeenkomstig ten uitvoer worden gelegd. 2013/0076 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 44/2012,
(EU) nr. 39/2013 en (EU) nr. 40/2013 wat bepaalde
vangstmogelijkheden betreft DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[1], Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij de Verordeningen (EU) nr.
44/2012[2],
(EU) nr. 39/2013[3]
en (EU) nr. 40/2013[4]
heeft de Raad voor respectievelijk 2012 en 2013 de vangstmogelijkheden voor
sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld welke in de EU‑wateren
en, voor EU‑vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, van toepassing zijn. (2) Het in ICES‑deelgebied VI
gelegen gebied waarop de haring‑TAC voor de Firth of Clyde van toepassing is,
is in Verordening (EU) nr. 39/2013 niet nauwkeurig genoeg afgebakend. De
betrokken coördinaten moeten overeenkomstig worden gewijzigd. (3) Op 31 december 2012 heeft de
Unie de beschikking gekregen over extra vangstmogelijkheden voor Groenlandse
heilbot in NAFO 3LMNO als gevolg van een overdracht van quota tussen de
Unie en andere partijen die zijn aangesloten bij de Visserijorganisatie voor
het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NAFO: Northwest Atlantic
Fisheries Organisation). De Unie heeft deze
overdrachten aanvaard middels een kennisgeving aan de NAFO op 9 januari 2013. Bijgevolg moet voor het jaar 2012 bijlage IC bij
Verordening (EU) nr. 44/2012 worden gewijzigd om deze nieuwe
vangstmogelijkheden weer te geven. Deze
wijzigingen hebben uitsluitend betrekking op het jaar 2012 en moeten het
beginsel van relatieve stabiliteit onverlet laten. (4) De vangstmogelijkheden voor
EU-vaartuigen en Noorse vaartuigen, alsmede de voorwaarden waartegen beide
partijen toegang tot elkaars wateren krijgen, worden jaarlijks bepaald na
overleg over de visserijrechten overeenkomstig de procedure die in de
overeenkomsten of protocollen inzake visserijbetrekkingen met Noorwegen is
vastgesteld[5]. In afwachting van de afronding van dat overleg over
de overeenkomst voor 2013 zijn bij Verordening (EU) nr. 40/2013 voorlopige
vangstmogelijkheden voor de betrokken bestanden vastgesteld. Op 18 januari 2013 is het overleg met Noorwegen
afgerond en is de overeenkomst inzake de vangstmogelijkheden voor 2013
vastgesteld. Verordening (EU) nr. 40/2013 moet
dienovereenkomstig worden gewijzigd. (5) Tijdens de van 2 tot 9
december 2012 in Manilla gehouden negende jaarlijkse vergadering van de
Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC:
Western and Central Pacific Fisheries Commission) zijn op het gebied van
visserijinspanningsbeperkingen nieuwe instandhoudings‑ en beheersmaatregelen
vastgesteld voor grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn, net als
maatregelen betreffende het gesloten gebied voor de visserij met
visconcentratievoorzieningen (FAD's – fish aggregating devices). De WCPFC heeft
ook een akkoord bereikt over beheersmaatregelen voor het gebied waar de
bevoegdheid van de WCPFC en die van de Interamerikaanse Commissie voor
Tropische Tonijn (IATTC: Inter-American Tropical Tuna Commission) elkaar
overlappen. Overeenkomstig deze maatregelen moeten de in het register van beide
organisaties ingeschreven EU‑vaartuigen alleen de in Verordening (EU) nr. 40/2013
opgenomen instandhoudings‑ en beheersmaatregelen van de IATTC in acht nemen
wanneer zij in dit overlappende gebied vissen. Die door de WCPFC vastgestelde
maatregelen moeten in EU‑recht worden omgezet. (6) Krachtens de ICCAT‑bepalingen
inzake de instandhouding van zwaardvis mag de Unie tot 200 ton van haar in het
Noord‑Atlantische beheersgebied bovengehaalde zwaardvisvangsten afboeken van
het nog onbenutte deel van haar zwaardvisquotum voor het zuidelijke deel van de
Atlantische Oceaan. Omgekeerd mag de Unie bovendien tot 200 ton van haar in het
Zuid‑Atlantische beheersgebied bovengehaalde zwaardvisvangsten afboeken van het
nog onbenutte deel van haar zwaardvisquotum voor het noordelijke deel van de
Atlantische Oceaan. Deze bepalingen moeten in EU‑recht worden omgezet. (7) Tijdens haar in 2013 gehouden
eerste jaarlijkse vergadering heeft de Regionale Organisatie voor het
visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO: South
Pacific Regional Fisheries Management Organisation) een TAC voor Chileense
horsmakreel vastgesteld, met inbegrip van een wijziging van de desbetreffende
rapportage door deze visserij, alsmede inspanningsbeperkingen voor de pelagische
en de bodemvisserij. Deze bepalingen moeten in
EU‑recht worden omgezet. (8) De Verordeningen (EU) nr. 39/2013
en (EU) nr. 40/2013 zijn doorgaans van toepassing met ingang van 1 januari 2013.
De in de onderhavige verordening vastgestelde wijzigingen van die verordeningen
dienen eveneens van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2013. Een dergelijke
retroactieve toepassing doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid
en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken vangstmogelijkheden
voor het merendeel nog niet zijn opgebruikt. De
wijziging betreffende Groenlandse heilbot in NAFO 3LMNO moet van
toepassing zijn met ingang van 9 januari 2013, de datum waarop de Unie haar
instemming aan NAFO heeft gemeld. Aangezien de
wijziging van bepaalde vangstbeperkingen invloed heeft op de economische
activiteiten en de programmering van het visseizoen van de EU‑vaartuigen, moet
deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) nr. 44/2012 Bijlage IC bij Verordening (EU) nr. 44/2012
wordt gewijzigd overeenkomstig de tekst in bijlage I bij de onderhavige
verordening. Artikel 2
Wijziging van Verordening (EU) nr. 39/2013 Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 39/2013
wordt gewijzigd overeenkomstig de tekst in bijlage II bij de onderhavige
verordening. Artikel 3
Wijziging van Verordening (EU) nr. 40/2013 Verordening (EU) nr. 40/2013 wordt als volgt
gewijzigd: (1) Aan artikel 4 wordt het volgende
punt n) toegevoegd: "n) het tussen de IATTC en de WCPFC
overlappende gebied: het geografische gebied dat wordt begrensd door: –
lengtegraad 150° WL, –
lengtegraad 130° WL, –
breedtegraad 4° ZB, –
breedtegraad 50° ZB." (2) Artikel 24 wordt vervangen door: "Artikel 24
Pelagische visserij - capaciteitsbeperking De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief
pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het
SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die
hun vlag voeren en die in 2013 op pelagische bestanden vissen, tot de totale EU‑brutotonnage
van 78 600 in dat gebied." (3) Artikel 25 wordt vervangen door: "Artikel 25
Pelagische visserij - TAC's 1. Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009
actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het
SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 24, mogen in dat gebied
op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ
vastgestelde TAC's. 2. De in bijlage IJ vastgestelde
vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten
de Commissie, ter toezending aan het SPRFMO‑secretariaat, de lijst sturen van
vaartuigen die in het verdragsgebied actief vissen of bij overlading zijn
betrokken, alsmede gegevens van satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen
(VMS‑gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens
over aanloophavens, uiterlijk de vijfde dag van de maand na die waarop de
gegevens betrekking hebben." (4) Artikel 29 wordt vervangen door: "Artikel 29
Beperkingen van de visserijinspanning voor grootoogtonijn, geelvintonijn en
gestreepte tonijn De lidstaten zien erop toe dat er geen toename
komt in het aantal visdagen voor ringzegenvaartuigen die in het gedeelte van
het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB is gelegen,
vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus
albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis)." (5) Artikel 30, lid 1, wordt vervangen
door: "1. In het gedeelte van het
WCPFC-verdragsgebied dat gelegen is tussen 20° NB en 20° ZB, zijn
visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van
visconcentratievoorzieningen (fish aggregating devices — FAD's), verboden
tussen 1 juli 2013 00.00 uur en 31 oktober 2013 24.00 uur. In die periode
mogen ringzegenvaartuigen in dat gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen
visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die
erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik: a) een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat
gebruikt of in dienst heeft; b) met behulp van FAD's vist op scholen." (6) Het volgende nieuwe artikel 30 bis
wordt ingevoegd: "Artikel
30 bis Het
tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied 1. Vaartuigen die uitsluitend in het
WCPFC‑register zijn ingeschreven, passen de in de artikelen 29, 30 en 31
bedoelde maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, punt n),
gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied. 2. Vaartuigen die zowel in het WCPFC‑register
als in het IATTC‑register zijn ingeschreven, en vaartuigen die uitsluitend in
het IATTC‑register zijn ingeschreven, passen de in artikel 27, lid 1, onder a),
en de leden 2 tot en met 6, bedoelde maatregelen toe wanneer zij vissen in het
in artikel 4, punt n), gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende
gebied." (7) De bijlagen IA, IB, ID, IJ, III en
VIII worden gewijzigd overeenkomstig de tekst in bijlage III bij de onderhavige
verordening. Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is van toepassing met ingang
van 1 januari 2013. Artikel 1 is evenwel van toepassing met
ingang van 9 januari 2013. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE I In bijlage IC bij Verordening (EU) nr. 44/2012
wordt de tabel voor Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot in NAFO 3LMNO
vervangen door: "Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || NAFO 3LMNO (GHL/N3LMNO) Estland || 328 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 335 || Letland || 46 || Litouwen || 23 || (1) Spanje || 4 486 || Portugal || 1 875 || (2) Unie || 7 093 || (3) || || TAC || 12 098 || (1) Aan dit quotum wordt 19,6 ton toegevoegd als gevolg van de overdracht van vangstmogelijkheden door een derde land. (2) Aan dit quotum wordt 10 ton toegevoegd als gevolg van de overdracht van vangstmogelijkheden door een derde land. (3) Aan dit quotum wordt 29,6 ton toegevoegd als gevolg van de overdracht van vangstmogelijkheden door derde landen." BIJLAGE II In deel B van bijlage I bij Verordening (EU)
nr. 39/2013 wordt de tabel voor haring in VI Clyde vervangen door: "Soort: || Haring Glupea harengus || Gebied: || VI Clyde(1) (HER/06ACL.) Verenigd Koninkrijk || Nog vast te stellen || (2) || Voorzorgs-TAC Unie || Nog vast te stellen || (3) || || TAC || Nog vast te stellen || (3) (1) Clyde-bestand: haringbestand in het zeegebied ten noordoosten van een lijn tussen: – Mull of Kintyre (55° 17,9' NB, 05° 47,8' WL); – een punt op positie (55° 04' NB, 05° 23' WL) en; – Corsewall Point (55° 00,5' NB, 05° 09,4' WL). (2) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. (3) Vastgesteld zoals bepaald in voetnoot 2." BIJLAGE III 1. Bijlage IA bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt als volgt gewijzigd: (a)
de tabel voor lom in EU-wateren en in
internationale wateren van V, VI en VII wordt vervangen door: "Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII (USK/567EI.) Duitsland || 13 || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. Spanje || 46 || Frankrijk || 548 || Ierland || 53 || Verenigd Koninkrijk || 264 || Andere || 13 || (1) Unie || 937 || Noorwegen || 2 923 || (2) (3) (4) || || TAC || 3 860 || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). (3) Bijzondere voorwaarde: waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 ton (OTH/*5B67-). (4) Inclusief leng. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 ton leng (LIN/*5B67-), en 2 923 ton lom (USK/*5B67-) en mogen tot 2 000 ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen." (b)
de tabel voor haring in IIIa wordt vervangen door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A.) Denemarken || 23 115 || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 370 || (2) || Zweden || 24 180 || (2) Unie || 47 665 || (2) || || || TAC || 55 000 || || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.)." (c)
de tabel voor haring in EU-wateren en Noorse
wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB wordt vervangen door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB (HER/4AB.) Denemarken || 82 009 || || Analytische TAC. Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 50 671 || Frankrijk || 24 160 || Nederland || 61 239 || Zweden || 4 863 || Verenigd Koninkrijk || 66 172 || Unie || 289 114 || Noorwegen || 138 620 || (2) || || || TAC || 478 000 || || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring afzonderlijk melden, i.e. uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.). (2) Tot 50 000 ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/*04N-) (1) || Unie || 50 000 (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring afzonderlijk melden, i.e. uitgesplitst naar IVa (HER/*4AN.) en IVb (HER/*4BN.)." (d)
de tabel voor haring in Noorse wateren ten zuiden
van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/04-N.) Zweden || 922 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 922 || || || TAC || 922 || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." (e)
de tabel voor haring in IIIa wordt vervangen door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A-BC) Denemarken || 5 692 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 51 || Zweden || 916 || Unie || 6 659 || || || TAC || 6 659 || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm." (f)
de tabel voor haring in IV, VIId en EU-wateren van
IIa wordt vervangen door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || IV, VIId en EU-wateren van IIa (HER/2A47DX) België || 71 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 13 787 || Duitsland || 71 || Frankrijk || 71 || Nederland || 71 || Zweden || 67 || Verenigd Koninkrijk || 262 || Unie || 14 400 || || || TAC || 14 400 || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm." (g)
de tabel voor haring in IVc, VIId wordt vervangen
door: "Soort: || Haring(1) Glupea harengus || Gebied: || IVc, VIId(2) (HER/4CXB7D) België || 9 285 || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 1 123 || (3) Duitsland || 694 || (3) Frankrijk || 12 338 || (3) Nederland || 22 033 || (3) Verenigd Koninkrijk || 4 793 || (3) Unie || 50 266 || || || TAC || 478 000 || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56' NB, 1° 19,1' OL) tot 51° 33' NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk. (3) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.)." (h)
de tabel voor kabeljauw in het Skagerrak wordt
vervangen door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Skagerrak (COD/03AN.) België || 9 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 3 026 || (1) Duitsland || 76 || (1) Nederland || 19 || (1) Zweden || 530 || (1) Unie || 3 660 || || || TAC || 3 783 || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening." (i)
de tabel voor kabeljauw in IV; EU-wateren van IIa;
het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort, wordt
vervangen door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (COD/2A3AX4) België || 782 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 4 495 || (1) Duitsland || 2 850 || (1) Frankrijk || 966 || (1) Nederland || 2 540 || (1) Zweden || 30 || (1) Verenigd Koninkrijk || 10 311 || (1) Unie || 21 974 || Noorwegen || 4 501 || (2) || || TAC || 26 475 || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. (2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Noorse wateren van IV (COD/*04N-) || Unie || 19 099" || (j)
de tabel voor haring in Noorse wateren ten zuiden
van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (COD/04-N.) Zweden || 382 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 382 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van schelvis, witte schelvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." (k)
de tabel voor kabeljauw in VIId wordt vervangen
door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || VIId (COD/07D.) België || 66 || (1) || Analytische TAC Frankrijk || 1 295 || (1) Nederland || 39 || (1) Verenigd Koninkrijk || 143 || (1) Unie || 1 543 || || || TAC || 1 543 || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening." (l)
de tabel voor schelvis in IIIa, EU-wateren van
deelsectoren 22-32 wordt vervangen door: "Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IIIa, EU-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) || België || 13 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 2 231 || Duitsland || 142 || Nederland || 3 || Zweden || 264 || Unie || 2 653 || || || TAC || 2 770" || (m)
de tabel voor schelvis in IV; EU-wateren van IIa
wordt vervangen door: "Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IV; EU waters van IIa (HAD/2AC4.) || België || 257 || || Analytische TAC || Denemarken || 1 770 || || Duitsland || 1 126 || || Frankrijk || 1 963 || || Nederland || 193 || || Zweden || 178 || || Verenigd Koninkrijk || 29 194 || || Unie || 34 681 || || Noorwegen || 10 359 || || || || || TAC || 45 040 || || || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || Noorse wateren van IV (HAD/*04N-) || || || Unie || 25 798" || || || || (n)
de tabel voor schelvis in Noorse wateren ten zuiden
van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HAD/04-N.) Zweden || 707 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 707 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." (o)
de tabel voor wijting in IIIa wordt vervangen door: "Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IIIa (WHG/03A.) || Denemarken || 929 || || Voorzorgs-TAC Nederland || 3 || Zweden || 99 || Unie || 1 031 || || || TAC || 1 050" || || (p)
de tabel voor wijting in IV; EU-wateren van IIa wordt
vervangen door: "Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IV; EU waters van IIa (WHG/2AC4.) || België || 365 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || 1 577 || || Duitsland || 410 || || Frankrijk || 2 370 || || Nederland || 912 || || Zweden || 3 || || Verenigd Koninkrijk || 11 402 || || Unie || 17 039 || || Noorwegen || 1 893 || (1) || || || || TAC || 18 932 || || (1) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || Noorse wateren van IV (WHG/*04N-) || || Unie || 11 544" || || || (q)
de tabel voor wijting en witte koolvis in Noorse
wateren ten zuiden van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Wijting en witte koolvis Merlangius merlangus en Pollachius pollachius || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (WHG/04-N.) voor wijting; (POL/04-N.) voor witte koolvis || Zweden || 190 || (1) || Voorzorgs-TAC. || Unie || 190 || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." || (r)
de tabel voor blauwe wijting in de Noorse wateren
van II en IV wordt vervangen door: "Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || Noorse wateren van II en IV (WHB/24-N.) Denemarken || 0 || || Analytische TAC Verenigd Koninkrijk || 0 || Unie || 0 || || || TAC || 643 000" || (s)
de tabel voor blauwe wijting in EU-wateren en
internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId,
VIIIe, XII en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) || Denemarken || 17 715 || (1) || Analytische TAC || Duitsland || 6 888 || (1) || Spanje || 15 018 || (1) (2) || Frankrijk || 12 328 || (1) || Ierland || 13 718 || (1) || Nederland || 21 601 || (1) || Portugal || 1 395 || (1) (2) || Zweden || 4 382 || (1) || Verenigd Koninkrijk || 22 987 || (1) || Unie || 116 032 || (1) || Noorwegen || 45 000 || || TAC || 643 000 || || (1) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 64 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1). (2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gerapporteerd." || (t)
de tabel voor blauwe wijting in VIIIc, IX en X;
EU-wateren van CECAF 34.1.1 wordt vervangen door: "Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (WHB/8C3411) Spanje || 13 213 || || Analytische TAC Portugal || 3 303 || Unie || 16 516 || (1) || || TAC || 643 000 || (1) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 64 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2)." || (u)
de tabel voor blauwe wijting in EU-wateren van II,
IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL wordt
vervangen door: "Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL (WHB/24A567) Noorwegen || 113 630 || (1) (2) || Analytische TAC || || || || || TAC || 643 000 || || || (1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. (2) Bijzondere voorwaarde: in zone IV mag ten hoogste 28 408 ton worden gevangen, zijnde 25 % van het toegangsquotum van Noorwegen." || || (v)
de tabel voor blauwe leng in EU-wateren en
internationale wateren van Vb, VI, VII wordt vervangen door: "Soort: || Blauwe leng Molva dypterygia || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI, VII, (BLI/5B67-) || Duitsland || 25 || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. || Estland || 4 || || Spanje || 79 || || Frankrijk || 1 806 || || Ierland || 7 || || Litouwen || 2 || || Polen || 1 || || Verenigd Koninkrijk || 459 || || Andere || 7 || (1) || Unie || 2 390 || || Noorwegen || 150 || (2) || || || || TAC || 2 540 || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C)." || (w)
de tabel voor leng in EU-wateren en internationale
wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV (LIN/6X14.) België || 30 || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. Denemarken || 5 || Duitsland || 109 || Spanje || 2 211 || Frankrijk || 2 357 || Ierland || 591 || Portugal || 5 || Verenigd Koninkrijk || 2 716 || Unie || 8 024 || Noorwegen || 6 140 || (1) (2) || || TAC || 14 164 || (1) Bijzondere voorwaarde: waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 ton (OTH/*6X14.). (2) Inclusief lom. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 ton leng en 2 923 ton lom en mogen tot 2 000 ton onderling gewisseld worden; de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen." (x)
de tabel voor leng in Noorse wateren van IV wordt
vervangen door: Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || Noorse wateren van IV (LIN/04-N.) België || 6 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 747 || Duitsland || 21 || Frankrijk || 8 || Nederland || 1 || Verenigd Koninkrijk || 67 || Unie || 850 || || || TAC || Niet relevant || (y)
de tabel voor langoustine in Noorse wateren van IV
wordt vervangen door: "Soort: || Langoustine Nephrops norvegicus || Gebied: || Noorse wateren van IV (NEP/04-N.) Denemarken || 947 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 0 || Verenigd Koninkrijk || 53 || Unie || 1 000 || || || || TAC || Niet relevant" || || (z)
de tabel voor Noorse garnaal in IIIa wordt
vervangen door: "Soort: || Noorse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || IIIa (PRA/03A.) Denemarken || 2 308 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. || Zweden || 1 243 || || Unie || 3 551 || || || || || TAC || 6 650" || || || (aa)
de tabel voor Noorse garnaal in Noorse wateren ten
zuiden van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Noorse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (PRA/04-N.) Denemarken || 266 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Zweden || 91 || (1) Unie || 357 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." (bb)
de tabel voor schol in het Skagerrak wordt
vervangen door: "Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || Skagerrak (PLE/03AN.) België || 55 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 7 117 || Duitsland || 37 || Nederland || 1 369 || Zweden || 381 || Unie || 8 959 || || || TAC || 9 142" || (cc)
de tabel voor schol in IV; EU-wateren van IIa; het
gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort, wordt
vervangen door: "Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (PLE/2A3AX4) België || 5 598 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 18 195 || Duitsland || 5 249 || Frankrijk || 1 050 || Nederland || 34 990 || Verenigd Koninkrijk || 25 893 || Unie || 90 975 || Noorwegen || 6 095 || || || TAC || 97 070 || Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Noorse wateren van IV (PLE/*04N-) || || Unie || 37 331" || || (dd)
de tabel voor koolvis in gebied IIIa en IV;
EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 wordt vervangen door: "Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) België || 32 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || 3 757 || Duitsland || 9 487 || Frankrijk || 22 326 || Nederland || 95 || Zweden || 516 || Verenigd Koninkrijk || 7 273 || Unie || 43 486 || Noorwegen || 47 734 || (1) || || TAC || 91 220 || (1) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel." (ee) de tabel voor koolvis in VI; EU-wateren en internationale wateren van
Vb, XII en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV (POK/56-14) Duitsland || 655 || || Analytische TAC Frankrijk || 6 506 || Ierland || 217 || Verenigd Koninkrijk || 1 586 || Unie || 8 964 || Noorwegen || 500 || (1) || || TAC || 9 464 || || || || (1) Te vangen ten noorden van 56° 30′ NB (POK/*5614N)." (ff)
de tabel voor koolvis in Noorse wateren ten zuiden
van 62° NB wordt vervangen door: "Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (POK/04-N.) Zweden || 880 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 880 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten." (gg)
de tabel voor Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot in
EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI
wordt vervangen door: "Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI (GHL/2A-C46) Denemarken || 13 || || Analytische TAC Duitsland || 23 || Estland || 13 || Spanje || 13 || Frankrijk || 218 || Ierland || 13 || Litouwen || 13 || Polen || 13 || Verenigd Koninkrijk || 857 || Unie || 1 176 || Noorwegen || 824 || (1) TAC || 2 000 || (1) Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C)." (hh)
de tabel voor makreel in IIIa en IV; EU-wateren van
IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 wordt vervangen door: "Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) België || 440 || (3) || Analytische TAC Denemarken || 15 072 || (3) Duitsland || 4 59 || (3) Frankrijk || 1 387 || (3) Nederland || 1 396 || (3) Zweden || 4 174 || (1) (2) (3) Verenigd Koninkrijk || 1 293 || (3) Unie || 24 221 || (1) (3) Noorwegen || 141 809 || (4) || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijzondere voorwaarde: waarvan 242 ton te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-). (2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). (4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (toegangsquotum). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van 39 599 ton. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve 3 000 ton die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || IIIa (MAC/*03A.) || IIIa en IVbc (MAC/*3A4BC) || IVb (MAC/*04B.) || IVc (MAC/*04C.) || VI, internationale wateren van IIa, van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en in december 2013 (MAC/*2A6.) || Denemarken || 0 || 4 130 || 0 || 0 || 8 107 || Frankrijk || 0 || 490 || 0 || 0 || 0 || Nederland || 0 || 490 || 0 || 0 || 0 || Zweden || 0 || 0 || 390 || 10 || 1 573 || Verenigd Koninkrijk || 0 || 490 || 0 || 0 || 0 || Noorwegen || 3 000 || 0 || 0 || 0 || 0" || || || (ii)
de tabel voor makreel in VI, VII, VIIIa, VIIIb,
VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale
wateren van IIa, XII en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU- en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14-) Duitsland || 17 326 || || Analytische TAC Spanje || 18 || Estland || 144 || Frankrijk || 11 552 || Ierland || 57 753 || Letland || 106 || Litouwen || 106 || Nederland || 25 267 || Polen || 1 220 || Verenigd Koninkrijk || 158 825 || Unie || 272 317 || Noorwegen || 11 788 || (1) (2) || || || TAC || Niet relevant || || (1) Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). (2) Noorwegen mag 28 362 ton extra aan toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || EU-wateren en Noorse wateren van IVa (MAC/*04A-EN) Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari 2013 en van 1 september tot en met 31 december 2013 || Noorse wateren van IIa (MAC/*2AN-) Duitsland || 6 971 || || 710 || Frankrijk || 4 648 || || 473 || Ierland || 23 237 || || 2 366 || Nederland || 10 166 || || 1 035 || Verenigd Koninkrijk || 63 905 || || 6 507 || Unie || 108 927 || || 11 091" || (jj)
de tabel voor makreel in VIIIc, IX en X; EU-wateren
van CECAF 34.1.1 wordt vervangen door: "Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (MAC/8C3411) Spanje || 2 5682 || (1) || Analytische TAC Frankrijk || 170 || (1) Portugal || 5 308 || (1) Unie || 31 160 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijzondere voorwaarde: de hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || VIII b (MAC/*08B.) || Spanje || 2 157 || || Frankrijk || 14 || || Portugal || 446" || || (kk)
de tabel voor makreel in de Noorse wateren van IIa
en IVa wordt vervangen door: "Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || Noorse wateren van IIa en IVa (MAC/2A4A-N) Denemarken || 10 694 || (1) || Analytische TAC Unie || 10 694 || (1) || || || TAC || Niet relevant || || (1) Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gerapporteerd." (ll)
de tabel voor tong in EU-wateren van II en IV wordt
vervangen door: "Soort: || Tong Solea solea || Gebied: || EU-wateren van II en IV (SOL/24-C.) België || 1 164 || || Analytische TAC Denemarken || 532 || Duitsland || 931 || Frankrijk || 233 || Nederland || 10 511 || Verenigd Koninkrijk || 599 || Unie || 13 970 || Noorwegen || 30 || (1) || || TAC || 14 000 || (1) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (SOL/*04-C.)." (mm)
de tabel voor sprot en bijvangsten in IIIa wordt
vervangen door: "Soort: || Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus || Gebied: || IIIa (SPR/03A.) Denemarken || 27 875 || (1) || Voorzorgs-TAC Duitsland || 58 || (1) Zweden || 10 547 || (1) Unie || 38 480 || || || TAC || 41 600 || (1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*03A.)." (nn)
de tabel voor horsmakrelen en bijvangsten in
EU-wateren van IVb, IVc en VIId wordt vervangen door: "Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU-wateren van IVb, IVc and VIId (JAX/4BC7D) België || 38 || (3) || Voorzorgs-TAC Denemarken || 16 367 || (3) Duitsland || 1 445 || (1) (3) Spanje || 304 || (3) Frankrijk || 1 358 || (1) (3) Ierland || 1 029 || (3) Nederland || 9 854 || (1) (3) Portugal || 35 || (3) Zweden || 75 || (3) Verenigd Koninkrijk || 3 895 || (1) (3) Unie || 34 400 || Noorwegen || 3 550 || (2) || || TAC || 37 950 || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU- en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14). (2) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*4BC7D)." (oo)
de tabel voor horsmakrelen en bijvangsten in EU‑wateren
van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en
internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV wordt
vervangen door: "Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU‑wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/2A-14) Denemarken || 15 702 || (1) (3) || Analytische TAC Duitsland || 12 251 || (1) (2) (3) Spanje || 16 711 || (3) Frankrijk || 6 306 || (1) (2) (3) Ierland || 40 803 || (1) (3) Nederland || 49 156 || (1) (2) (3) Portugal || 1 610 || (3) Zweden || 675 || (1) (3) Verenigd Koninkrijk || 14 775 || (1) (2) (3) Unie || 157 989 || || || TAC || 157 989 || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2013 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D). (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5% van dit quotum mag worden gevangen in VIId (JAX/*07D.). (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*2A-14)." (pp)
de tabel voor kever en bijvangsten in IIIa;
EU-wateren van IIa en IV wordt vervangen door: "Soort: || Kever en bijvangsten Trisopterus esmarki || Gebied: || IIIa ; EU-wateren van IIa en IV (NOP/2A3A4.) Denemarken || 167 345 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 32 || (1) (2) || Nederland || 123 || (1) (2) Unie || 167 500 || (1) Noorwegen || 20 000 || || || TAC || 187 500 || (1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OT2/*2A3A4). (2) Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV." (qq)
de tabel voor industriële vis in Noorse wateren van
IV wordt vervangen door: "Soort: || Industriële vis || Gebied: || Noorse wateren van IV (I/F/04-N.) Zweden || 800 || (1) (2) || Voorzorgs-TAC Unie || 800 || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (2) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 400 ton mag bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.)." (rr)
de tabel voor andere soorten in EU-wateren van Vb,
VI en VII wordt vervangen door: "Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van Vb, VI en VII (OTH/5B67-C) Unie || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC Noorwegen || 140 || (1) || TAC || Niet relevant || || || || || (1) Uitsluitend gevangen met beuglijnen." (ss)
de tabel voor andere soorten in Noorse wateren van
IV wordt vervangen door: "Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van IV (OTH/04-N.) België || 35 || || Voorzorgs-TAC Denemarken || 3 250 || Duitsland || 366 || Frankrijk || 151 || Nederland || 260 || Zweden || Niet relevant || (1) (3) Verenigd Koninkrijk || 2 438 || Unie || 6 500 || (2) (3) || || || TAC || Niet relevant || || (1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg." (tt)
de tabel voor andere soorten in EU-wateren van IIa,
IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB wordt vervangen door: "Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB (OTH/2A46AN) Unie || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC Noorwegen || 3 250 || (1) (2) || || || TAC || Niet relevant || || (1) Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg." 2. Bijlage IB bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt als volgt gewijzigd: (a)
de tabel voor haring in EU-, Noorse en
internationale wateren van I en II wordt vervangen door: "Soort: || Haring Clupea harengus || Gebied: || EU-, Noorse en internationale wateren van I en II (HER/1/2-) België || 14 || (1) || Analytische TAC Denemarken || 13 806 || (1) Duitsland || 2 418 || (1) Spanje || 46 || (1) Frankrijk || 596 || (1) Ierland || 3 574 || (1) Nederland || 4 941 || (1) Polen || 699 || (1) Portugal || 46 || (1) Finland || 214 || (1) Zweden || 5 116 || (1) Verenigd Koninkrijk || 8 827 || (1) Unie || 40 297 || (1) Noorwegen || 34 695 || (2) || || TAC || 619 000 || (1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de in elk van de volgende gebieden gevangen hoeveelheden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van de NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen, de visserijbeschermingszone rond Svalbard. (2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in EU-wateren ten noorden van 62° NB. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van het bovenstaande TAC-aandeel van de Unie mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan 34 695 ton: || Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN)" || || (b)
de tabel voor kabeljauw in Noorse wateren van I en
II wordt vervangen door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren van I en II (COD/1N2AB.) Duitsland || 2 200 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Griekenland || 272 || Spanje || 2 453 || Ierland || 272 || Frankrijk || 2 019 || Portugal || 2 453 || Verenigd Koninkrijk || 8 533 || Unie || 18 202 || || || TAC || Niet relevant" || (c)
de tabel voor kabeljauw in Groenlandse wateren van
NAFO 1 en van XIV wordt vervangen door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV (COD/N1GL14) Duitsland || 1 391 || (1) (2) (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || 309 || (1) (2) (3) Unie || 1 700 || (1) (2) (3) Noorwegen || 500 || TAC || Niet relevant || (1) Het gebied in Oost-Groenland genaamd de "Kleine Banke" is gesloten voor alle visserijen. Dit gebied wordt begrensd door de volgende coördinaten: · 64° 40' NB, 37° 30' WL 64° 40' NB, 36° 30' WL · 64° 15' NB, 36° 30' WL, en · 64° 15' NB, 37° 30' WL (2) Mag in Oost- of West-Groenland worden gevangen. In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan: - voor trawlers, van 1 juli tot en met 31 december 2013; - voor vaartuigen voor de beugvisserij, van 1 april tot en met 31 december 2013. (3) De visserij wordt uitgevoerd onder volledig toezicht van waarnemers en met satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS). Maximaal 80 % van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet in elk gebied een minimuminspanning van 10 trekken per vaartuig worden verricht. Gebied Grens 1. Oost-Groenland (COD/N65E44) Ten noorden van 65° NB ten oosten van 44° WL 2. Oost-Groenland (COD/645E44) Tussen 64° NB en 65° NB ten oosten van 44° WL 3. Oost-Groenland (COD/624E44) Tussen 62° NB en 64° NB ten oosten van 44° WL 4. Oost-Groenland (COD/S62E44) Ten zuiden van 62° NB ten oosten van 44° WL 5. West-Groenland (COD/S62W44) Ten zuiden van 62° NB ten westen van 44° WL 6. West-Groenland (COD/N62W44) Ten noorden van 62° NB ten westen van 44° WL" (d)
de tabel voor kabeljauw in I en IIb wordt vervangen
door: "Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || I en IIb (COD/1/2B.) Duitsland || 7 739 || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Spanje || 14 329 || (3) Frankrijk || 3 758 || (3) Polen || 3 057 || (3) Portugal || 2 816 || (3) Verenigd Koninkrijk || 5 223 || (3) Andere lidstaten || 250 || (1) (3) Unie || 37 172 || (2) || || TAC || 986 000 || (1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. (2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet. (3) Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 15 % vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw." (e)
de tabel voor heilbot in Groenlandse wateren van V
en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (HAL/514GRN) Portugal || 125 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 125 || Noorwegen || 75 || (1) TAC || Niet relevant || (1) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te vangen met beuglijnen (HAL/*514GN)." (f)
de tabel voor heilbot in Groenlandse wateren van
NAFO 1 wordt vervangen door: "Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (HAL/N1GRN.) Unie || 125 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Noorwegen || 75 || (1) TAC || Niet relevant || (1) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te vangen met beuglijnen (HAL/*N1GN)." (g)
de tabel voor grenadiervissen in Groenlandse
wateren van V en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514GRN) Unie || 140 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. || || TAC || Niet relevant || (2) (1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt een hoeveelheid van in totaal 120 ton toegewezen, die hetzij in dit TAC‑gebied, hetzij in Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/514N1G) mag worden gevangen. Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd." (h)
de tabel voor grenadiervissen in Groenlandse
wateren van NAFO 1 wordt vervangen door: "Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/N1GRN.) Unie || 140 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || Niet relevant || (2) || || || (1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN.) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt een hoeveelheid van in totaal 120 ton toegewezen, die hetzij in dit TAC‑gebied, hetzij in Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514N1G) mag worden gevangen. Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd." (i)
de tabel voor lodde in Groenlandse wateren van V en
XIV wordt vervangen door: "Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (CAP/514GRN) Denemarken || 4 909 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || 46 || Zweden || 352 || Duitsland || 214 || Alle lidstaten || 254 || (1) (2) Unie || 5 775 || (3) || || TAC || Niet relevant || (1) Met uitzondering van lidstaten met meer dan 10 % van het quotum van de Unie. (2) Lidstaten waaraan een quotum is toegewezen, mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. (3) Te vangen van 1 januari 2013 tot en met 30 april 2013. Indien uiterlijk op 15 april 2013 een vangstniveau van 70 % van dit initiële quotum van de Unie is bereikt, wordt het quotum van de Unie automatisch verhoogd met een extra hoeveelheid van 5 775 ton, die binnen dezelfde periode moet worden gevangen. Dat bijkomende quotum van de Unie wordt geacht te worden toegewezen volgens dezelfde verdeelsleutel." (j)
de tabel voor schelvis in Noorse wateren van I en
II wordt vervangen door: "Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren van I en II (HAD/1N2AB.) Duitsland || 289 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || 174 || Verenigd Koninkrijk || 887 || (1) Unie || 1 350 || || || TAC || Niet relevant" || (k)
de tabel voor Noorse garnaal in Groenlandse wateren
van V en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Noorse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (PRA/514GRN) Denemarken || 2 400 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || 2 400 || Unie || 4 800 || Noorwegen || 2 700 || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Toegewezen uit het quotum van de Unie." (l)
de tabel voor koolvis in Noorse wateren van I en II
wordt vervangen door: "Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren van I en II (POK/1N2AB.) Duitsland || 2 040 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || 328 || Verenigd Koninkrijk || 182 || Unie || 2 550 || || || TAC || Niet relevant" || (m)
de tabel voor Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot in
Noorse wateren van I en II wordt vervangen door: "Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Noorse wateren van I en II (GHL/1N2AB.) Duitsland || 25 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || 25 || (1) Unie || 50 || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan." (n)
de tabel voor Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot in
Groenlandse wateren van NAFO 1 wordt vervangen door: "Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GHL/N1GRN.) Duitsland || 2 075 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || 2 075 || (1) Noorwegen || 575 || (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. (2) Toegewezen uit het quotum van de Unie." (o)
de tabel voor Groenlandse heilbot/zwarte heilbot in
Groenlandse wateren van V en XIV wordt vervangen door: "Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GHL/514GRN) Duitsland || 3 695 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || 195 || Unie || 3 890 || (1) Noorwegen || 575 || (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden bevist. (2) Toegewezen uit het quotum van de Unie." (p)
de tabel voor roodbaarzen in Noorse wateren van I
en II wordt vervangen door: "Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Noorse wateren van I en II (RED/1N2AB.) Duitsland || 766 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Spanje || 95 || (1) Frankrijk || 84 || (1) Portugal || 405 || (1) Verenigd Koninkrijk || 150 || (1) Unie || 1 500 || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan." (q)
de tabel voor roodbaarzen (pelagisch) in
Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV wordt
vervangen door: "Soort: || Roodbaarzen (pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV (RED/N1G14P) Duitsland || 2 173 || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || 11 || (1) (2) Verenigd Koninkrijk || 16 || (1) (2) Unie || 2 200 || (1) (2) Noorwegen || 800 || (3) TAC || Niet relevant || (1) Mag alleen met trawls worden gevangen. (2) Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden bevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5‑14P). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2013 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten ("NEAFC-vak"): Punt nr. Breedtegraad (NB) Lengtegraad (WL) 1 64° 45' 28° 30' 2 62° 50' 25° 45' 3 61° 55' 26° 45' 4 61° 00' 26° 30' 5 59° 00' 30° 00' 6 59° 00' 34° 00' 7 61° 30' 34° 00' 8 62° 50' 36° 00' 9 64° 45' 28° 30' (3) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N)." (r)
de tabel voor andere soorten in Noorse wateren van
I en II wordt vervangen door: "Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van I en II (OTH/1N2AB.) Duitsland || 117 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || 47 || (1) Verenigd Koninkrijk || 186 || (1) Unie || 350 || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan." 3. Bijlage ID bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt als volgt gewijzigd: (s)
de tabel voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan,
ten noorden van 5° NB, wordt vervangen door: "Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N) Spanje || 6 949 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Portugal || 1 263 || (1) Andere lidstaten || 135,5 || (1) (2) Unie || 8 347,5 || || || TAC || 13 700 || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 2,39 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AS05N). (2) Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst." (t)
de tabel voor zwaardvis in de Atlantische Oceaan,
ten zuiden van 5° NB, wordt vervangen door: "Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (SWO/AS05N) Spanje || 4 818,18 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Portugal || 361,82 || (1) Unie || 5 180 || || || TAC || 15 000 || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 3,86 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AN05N). 4. Bijlage IJ bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt vervangen door: "BIJLAGE IJ SPRFMO-VERDRAGSGEBIED "Soort: || Chileense horsmakreel Trachurus murphyi || Gebied: || SPRFMO-Verdragsgebied (CJM/SPRFMO) Duitsland || 7 808,07 || (1) || Analytische TAC Nederland || 8 463,14 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Litouwen || 5 433,05 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Polen || 9 341,74 || (1) || Unie || 31 046" || (1) || 5. Bijlage III bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt als volgt gewijzigd: "BIJLAGE III MAXIMUMAANTAL
VISMACHTIGINGEN VOOR EU-VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN Visgebied || Visserij || Aantal vismachtigingen || Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || 77 || DK: 25 DE: 5 FR: 1 IE: 8 NL: 9 PL: 1 SV: 10 UK: 18 || 57 Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB || 80 || DE: 16 IE: 1 ES: 20 FR: 18 PT: 9 UK: 14 Niet toegewezen: 2 || 50 Makreel || Niet relevant || Niet relevant || 70[6] Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB || 480 || DK: 450 UK: 30 || 150" 6. Bijlage VIII bij Verordening
(EU) nr. 40/2013 wordt als volgt gewijzigd: "BIJLAGE VIII KWANTITATIEVE
BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE
IN DE EU-WATEREN VISSEN Vlaggenstaat || Visserij || Aantal vismachtigingen || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorwegen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || 20 || 20 Venezuela[7] || Snappers (wateren van Frans-Guyana) || 45 || 45" [1] [Referentie PB
invullen] [2] PB L 25 van 27.1.2012, blz. 55. [3] PB L 23 van 25.1.2013, blz. 1. [4] PB L 23 van 25.1.2013, blz. 54. [5] Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese
Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (PB L 226 van 29.8.1980,
blz. 48). [6] Onverminderd de
aanvullende vergunningen die naar vaste praktijk door Noorwegen aan Zweden
worden toegekend. [7] Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet
worden aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar
die de machtiging aanvraagt en een in het departement Frans Guyana gevestigd
verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat ten minste 75 % van de
door het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden
aangeland voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd
door de Franse autoriteiten, die zich ervan moeten vergewissen dat het in
overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee
het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie
in Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet bij de
vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer de Franse autoriteiten
bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed,
mee aan de betrokkene en aan de Commissie.