Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2011/010 AT/Austria Tabak, Oostenrijk) /* COM/2013/0119 final */
TOELICHTING Krachtens punt 28 van het Interinstitutioneel
Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[1] mag uit
het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) door middel van
een flexibiliteitmechanisme een jaarlijks maximumbedrag van
500 miljoen EUR boven het maximum van de betrokken rubrieken van het
financieel kader beschikbaar worden gesteld. De regels die van toepassing zijn op de bijdragen
uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een
Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering[2]. Op 20 december 2011 heeft Oostenrijk aanvraag
EGF/2011/010 AT/Austria Tabak ingediend voor een financiële bijdrage van het
EFG naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij Austria Tabak GmbH en bij 14
leveranciers en downstreamproducenten in Oostenrijk. Na de aanvraag grondig te hebben onderzocht,
heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG)
nr. 1927/2006 geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor een financiële
bijdrage op grond van deze verordening wordt voldaan. SAMENVATTING VAN DE AANVRAAG EN ANALYSE Belangrijkste gegevens: || EGF-referentienummer || EGF/2011/010 Lidstaat || Oostenrijk Artikel 2 || onder c) – uitzonderlijke omstandigheden Primaire onderneming || Austria Tabak GmbH Leveranciers en downstreamproducenten || 14 Referentieperiode || 20.8.2011 – 19.12.2011 Startdatum voor de individuele dienstverlening || 15.11.2011 Datum van de aanvraag || 20.12.2011 Ontslagen tijdens de referentieperiode || 320 Ontslagen voor en na de referentieperiode || 0 Totaal aantal voor steun in aanmerking komende ontslagen || 320 Ontslagen werknemers die naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen || 270 Uitgaven voor individuele dienstverlening (EUR) || 5 864 615 Uitgaven voor de implementatie van het EFG[3] (EUR) || 200 000 % van de uitgaven voor de implementatie van het EFG || 3,3 Totaal budget (EUR) || 6 064 615 EFG-bijdrage (65%) (EUR) || 3 941 999 1. De aanvraag werd op 20
december 2011 bij de Commissie ingediend; aan de aanvraag werd aanvullende
informatie tot en met 9 oktober 2012 toegevoegd. 2. De aanvraag voldoet aan de
voorwaarden voor steunverlening uit het EFG van artikel 2, onder c),
van Verordening (EG) nr. 1927/2006, en werd ingediend binnen de in
artikel 5 van die verordening genoemde termijn van tien weken. Verband tussen de ontslagen en de grote
structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de
globalisering of de financiële en economische wereldcrisis 3. De ontslagen werden
veroorzaakt door de sluiting van de laatste productielocatie van Austria Tabak,
in Hainburg (Neder-Oostenrijk/Niederösterreich). Ingevolge een besluit
van hun eigenaars, Japan Tobacco International (JTI)[4] is deze
sigarettenfabriek gefaseerd afgebouwd vanaf de tweede helft van 2011 tot midden
2012. 4. Om het verband vast te
stellen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de
wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering, voert Oostenrijk aan dat de
sector vervaardiging van sigaretten en tabaksproducten in de EU, die is
opgenomen in NACE Rev. 2 afdeling 12[5], ernstig is getroffen door de veranderingen
in de wereldhandelspatronen, met name een aanzienlijke vermindering van het
marktaandeel van de EU en productieverplaatsing naar derde landen. Deze veranderingen in de handelspatronen zijn het
gevolg van de daling van de sigarettenconsumptie in de geïndustrialiseerde
Europese landen alsmede in de VS en Japan in de afgelopen tien jaar
(hoofdzakelijk door maatregelen ter bestrijding van het tabaksgebruik en
belastingverhogingen). Oostenrijk onderbouwt deze argumentatie door gegevens
aan te halen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)[6] en de
"tabaksatlas" van de World Lung Foundation/American Cancer Society[7]. Deze
gegevens tonen aan dat de vraag naar tabaksproducten sterk stijgt en nog verder
zal stijgen in de opkomende Aziatische landen en Rusland[8]. De
rokers in China, Rusland en Indonesië maken samen een derde uit van alle rokers
ter wereld. fig.: dalende
tendens van het aantal rokers bij volwassen mannen (geïndustrialiseerde
landen): 1960-2010 Bron: http://www.tobaccoatlas.org 5. In reactie op deze
ontwikkelingen heeft Japan Tobacco International (JTI) zoals de andere grote
tabaksondernemingen haar productielocaties beperkt en de productie verplaatst
naar de opkomende markten. De onderneming heeft de globalisering van haar
activiteiten sterk gestimuleerd en haar bedrijfsbasis gestaag versterkt, zodat
zij nu over 28 productielocaties in heel de wereld beschikt[9]. JTI
heeft het aantal verhandelde sigarettenmerken teruggebracht tot de meest
veelbelovende en heeft het productieproces aan de nieuwe geglobaliseerde
structuur aangepast, waardoor de onderneming productievolumes flexibel kan
toewijzen aan de fabrieken die over vrije capaciteit beschikken. Het onvoorziene karakter van deze
ontslagen 6. De Oostenrijkse autoriteiten
hebben toegelicht dat de aankondiging in mei 2011 door JTI om de vestiging in Hainburg
te sluiten en alle werknemers te ontslaan als een verrassing kwam, aangezien de
vestiging enkele jaren tevoren nog was gemoderniseerd, nadat JTI in 2007
Austria Tabak van de Britse Gallaher Group had overgenomen. JTI was toen van
plan om er een middelgrote onderneming van te maken, die niet alleen
Oostenrijkse sigarettenmerken zou produceren, maar ook de zogenaamde GFB
(global flagship brands, wereldwijde topmerken), die deze multinationale
onderneming op de markt brengt.[10]
Toen en in de daaropvolgende jaren tot 2010 werd dit als een
langetermijnstrategie beschouwd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de
sluiting van vier vestigingen van Austria Tabak sinds 2005 en de 827
veroorzaakte ontslagen en verduidelijkt de reorganisaties door de respectieve
eigenaars, de Gallaher Group uit het Verenigd Koninkrijk (tot 2007) en JTI[11]. Austria Tabak vestigingen (4 + hoofdkantoor) || Sluitingsdatum van de vestiging || Aantal ontslagen || Opmerking Schwaz (Tirol) || eind 2005 || 110 || De aanvraag heeft geen betrekking op deze vestigingen. Fürstenfeld (Steiermark) || eind 2005 || 48 2006: Gallaher Group (Verenigd Koninkrijk) moderniseert de overblijvende vestigingen van Austria Tabak in Linz (Opper-Oostenrijk) en Hainburg (Neder-Oostenrijk) met het oog op grotere hoeveelheden sigaretten. 2007: Japan Tobacco International (JTI) verwerft Austria Tabak en voert een herstructurering door. Linz (Opper-Oostenrijk) || eind 2009 || 269 || De aanvraag heeft geen betrekking op deze vestiging. 2010: de tot dan toe in Linz geproduceerde volumes worden verschoven naar Hainburg, dat voortaan 40 % van de sigaretten vervaardigt die de Oostenrijkse markt voor haar rekening neemt. 2010/2011: het marktaandeel van Philip Morris in Oostenrijk groeit ten nadele van de Oostenrijkse merken. Hainburg (Neder-Oostenrijk) || eind 2011 || 320 || De EFG-aanvraag betreft deze vestiging. Wenen, hoofdkantoor || 2011/2012 || 80 || De aanvraag heeft geen betrekking op deze vestiging. De Oostenrijkse sigarettenmerken en de wereldwijde topmerken worden nu vervaardigd binnen de wereldwijde productieketen van JTI (28 productielocaties in heel de wereld). Bewijsstukken voor het aantal ontslagen
en voldoening aan de criteria van artikel 2, onder c) 7. Oostenrijk heeft de aanvraag
ingediend in het kader van het criterium voor steunverlening van artikel 2, onder
c), van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Deze bepaling staat de aanvragers
toe af te wijken van de voorschriften van artikel 2, onder a) en b), op
kleine arbeidsmarkten of in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de gedwongen
ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale
economie. In dit geval moet de aanvrager vermelden aan welke van de voornaamste
subsidiabiliteitsvereisten zijn aanvraag niet voldoet, en waarvan hij derhalve verzoekt
te mogen afwijken. Oostenrijk heeft aangegeven dat het in de aanvraag wenst af
te wijken van artikel 2, onder a), waarin als criterium voor
steunverlening een drempel van ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een
periode van vier maanden geldt. 8. In de aanvraag wordt melding
gemaakt van in totaal 320 gedwongen ontslagen tijdens de referentieperiode van
vier maanden van 20 augustus 2011 tot en met 19 december 2011 bij Austria
Tabak GmbH, een kantoor voor uitzendarbeid (Posavac) en 13 andere leveranciers
en downstreamproducenten. 210 van deze ontslagen werden overeenkomstig artikel
2, tweede alinea, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1927/2006
berekend, en 110 in overeenstemming met artikel 2, tweede alinea, tweede
streepje, van Verordening (EG) nr. 1927/2006. 9. 22 andere ex-werknemers van
Austria Tabak hebben de arbeidsmarkt verlaten, omdat zij hebben gekozen voor
vervroegde uittreding (deze EFG‑aanvraag heeft geen betrekking op deze
werknemers). Nog eens 80 werknemers zouden naar verwachting hun baan op het
hoofdkantoor van Austria Tabak in Wenen verliezen, maar aangezien een deel van
deze ontslagen buiten de referentieperiode zou plaatsvinden, zijn deze
80 werknemers ook niet opgenomen in deze EFG-aanvraag. 10. Ter rechtvaardiging van het
verzoek om EFG-steun en van de toepassing van het criterium van uitzonderlijke
omstandigheden wijst Oostenrijk op de specifieke situatie van het
grensoverschrijdende gebied waarin de ontslagen plaatsvonden en op de ernstige
gevolgen van deze ontslagen voor de lokale en regionale economie en
arbeidsmarkt. Hainburg is een van de meest oostelijke stadsgemeenten van
Oostenrijk aan de grens met Slowakije en is gelegen in het minder ontwikkelde
district Bruck an der Leitha[12].
Veel werknemers uit Slowakije (en ook uit Hongarije) gaan over de grens
werken in Oostenrijk, omdat het loonniveau daar hoger is dan in hun eigen land.
Voor de ex-werknemers van Austria Tabak is de concurrentie met andere
werkzoekenden dan ook groot. Nadere gegevens over de verwachte gevolgen van de
ontslagen worden hierna vermeld. 11. De diensten van de Commissie
zijn van oordeel dat door de specifieke situatie van het door de ontslagen
getroffen gebied (district in Oostenrijk aan de grens met Slowakije) in
combinatie met de ernstige gevolgen voor de lokale en regionale economie en
arbeidsmarkt, zoals beschreven door de Oostenrijkse autoriteiten, aan het
criterium van uitzonderlijke omstandigheden van artikel 2, onder c), van
Verordening (EG) nr. 1927/2006 wordt voldaan. Aangezien Austria Tabak de op een
na grootste werkgever van het gebied was en veel kleine ondernemingen ermee
waren verbonden, waren de gevolgen van de sluiting van het bedrijf bijzonder
ernstig op lokaal niveau (het district Bruck an der Leitha). De bedrijven
waar de ontslagen vallen, en de werknemers voor wie steun wordt aangevraagd 12. De aanvraag heeft betrekking
op 320 gedwongen ontslagen in de volgende 15 bedrijven, waarbij voor 270
werknemers (84,4 %) steun wordt aangevraagd: Bedrijven en aantal ontslagen Austria Tabak GmbH || 210 || Eybel || 1 Posavac ÖWD Simacek Nitschinger Rehberger Alimanovic Mabeko || 83 4 7 2 1 1 1 || Windisch Bau GmbH Kubena Bauschutz Nagelreiter Stuhl Otto || 2 1 1 4 1 1 Totaal aantal ondernemingen: 15 || Totaal aantal ontslagen: 320 13. Uitsplitsing van de 270
werknemers voor wie steun wordt aangevraagd: Categorie || Aantal || Percentage Mannen || 225 || 83,3 Vrouwen || 45 || 16,7 EU-burgers || 253 || 93,7 Niet-EU-burgers || 17 || 6,3 15-24 jaar || 47 || 17,4 25-54 jaar || 199 || 73,7 55-64 jaar || 24 || 8,9 Ouder dan 64 jaar || 0 || 0,0 14. Geen van de werknemers voor
wie steun wordt aangevraagd heeft langdurige gezondheidsproblemen of een
handicap. 15. Uitsplitsing per
beroepscategorie: Categorie || ISCO-08 || Aantal || Percentage Administratief personeel || 4 || 7 || 2,6 Dienstverlenend personeel en verkopers || 5 || 7 || 2,6 Ambachtslieden || 7 || 21 || 7,8 Bedieningspersoneel van machines en installaties, assembleurs || 8 || 53 || 19,6 Elementaire beroepen || 9 || 182 || 67,4 16. Overeenkomstig artikel 7 van
Verordening (EG) nr. 1927/2006 heeft Oostenrijk bevestigd dat een beleid van
gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie is toegepast en ook
verder zal worden toegepast in de verschillende stadia van de uitvoering van
het EFG, en bij de toegang ertoe. Beschrijving van het betrokken gebied,
de autoriteiten ervan en andere belanghebbenden 17. Op NUTS II-niveau zijn de
ontslagen gevallen in de deelstaat Neder-Oostenrijk (Niederösterreich, AT12),
een van de negen deelstaten van Oostenrijk, en op NUTS III-niveau in de
regio Wiener Umland/Südteil (AT127) en meer specifiek in het district Bruck
an der Leitha en de stadsgemeente Hainburg. 18. De belangrijkste
belanghebbenden zijn de deelstaatregering van Neder-Oostenrijk (niederösterreichische
Landesregierung), de publieke regionale en lokale diensten voor
arbeidsbemiddeling (Landesgeschäftsstelle Niederösterreich; Bezirksstelle
Bruck/Leitha des Arbeitsmarktservice AMS), de stadgemeente Hainburg en voor
de sociale partners langs werknemerszijde de Kamer van Arbeid van
Neder-Oostenrijk (Arbeiterkammer Niederösterreich), langs
werkgeverszijde de Oostenrijkse Kamer van Koophandel en Industrie (Wirtschaftskammer
Österreich) en de vakbond van werknemers in de particuliere sector,
drukkerijen, journalistiek, en papier (GPA-djp, Gewerkschaft der
Privatangestellten, Druck, Journalismus, Papier) en Produktionsgewerkschaft
PRO-GE, die beide worden overkoepeld door de Oostenrijkse federatie van
vakbonden (Österreichische Gewerkschaftsbund /ÖGB)[13]. Verwachte gevolgen van de ontslagen op
de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid 19. Oostenrijk stelt dat de
sluiting van de vestiging van Austria Tabak in Hainburg ernstige
gevolgen heeft gehad voor de lokale en regionale arbeidsmarkt. Aangezien
Austria Tabak de op een na grootste werkgever van het gebied was en veel
kleine ondernemingen ermee waren verbonden, heeft de sluiting het district Bruck
an der Leitha in een bijzonder moeilijke situatie gebracht. In
september 2011 was het aantal vacatures bijna gehalveerd (‑ 47 %) in
vergelijking met dezelfde maand van het jaar daarvoor, terwijl deze daling veel
kleiner was in Neder-Oostenrijk (NUTS II-niveau) en op nationaal vlak
(respectievelijk ‑ 4 % en ‑ 7 %). 20. Volgens de Oostenrijkse
autoriteiten is de arbeidsmarkt ook op NUTS III-niveau ("Wiener
Umland – Südteil") gespannen. Uit de statistieken blijkt dat deze regio
van 2006 tot 2010 al het hoogste percentage werklozen van de zeven
NUTS III-regio's van Neder-Oostenrijk had[14]. Voor de ontslagen werknemers is het dan
ook geen evidente keuze om naar andere gebieden te verhuizen; dat velen van hen
voor een relatief laag loon werkten, maakt een nieuwe start nog moeilijker. 21. Op NUTS II-niveau werd de deelstaat Neder-Oostenrijk
ook getroffen door andere massaontslagen waarvoor aanvragen om steun uit het
EFG bij de Commissie zijn ingediend: 704 ontslagen in de metaalsector in 2009[15] en 1 274 ontslagen die verband houden met de sector wegvervoer in
2010[16]. Gecoördineerd pakket van individuele
dienstverlening waarvoor financiering wordt aangevraagd, gespecificeerde
kostenraming en complementariteit met door de structuurfondsen gefinancierde
acties 22. Hieronder volgen de soorten
maatregelen die worden voorgesteld. Samen vormen deze een gecoördineerd pakket
van individuele dienstverlening met het oog op de re-integratie in het
arbeidsproces van de 270 werknemers voor wie steun wordt aangevraagd. Deze
maatregelen zullen aan de 210 voormalige werknemers van Austria Tabak
worden aangeboden via een outplacementstichting van het bedrijfstype (Unternehmensstiftung
Austria Tabak), zoals gedefinieerd in federale richtlijn AMF/23-2011[17], die op
1.12.2011 is opgericht als onderdeel van het sociaal plan dat enkele maanden
tevoren werd afgesloten. De maatregelen voor de 60 voormalige werknemers
van de leveranciers en downstreamproducenten zullen buiten de
outplacementstichting om worden georganiseerd. 23. Waff Arbeitsintegrations
GmbH, Wenen, zal de maatregelen van de outplacementstichting uitvoeren en
zal zorgen voor de coördinatie met de publieke regionale dienst voor
arbeidsbemiddeling (AMS, Arbeitsmarktservice), terwijl FAB, Wenen
(www.fab.at) de maatregelen voor de voormalige
werknemers van de leveranciers en downstreamproducenten zal uitvoeren. Beide
organisaties zijn gespecialiseerd in ondersteuning bij de re-integratie op de
arbeidsmarkt en de verwerving van duurzame kwalificaties. In samenwerking met de lokale diensten voor
arbeidsbemiddeling beoordelen deze twee implementatieorganen het nut voor de
arbeidsmarkt van elke maatregel en zien zij toe op hoe elke individuele
werknemer zich ontplooit, om te garanderen dat de plannen die in de initiële
fasen van het programma zijn vastgesteld, worden uitgevoerd. Waff en FAB
controleren ook de overeenstemming van de maatregelen met de regels van de
stichting (Stiftungsordnung) en andere toepasselijke wetgeving.
Overeenkomstig § 18 van de wet inzake de werkloosheidsverzekering
(Arbeitslosenversicherungsgesetz - ALVG) en afhankelijk van het vroegere
werktijdenpatroon van de individuele werknemers moeten de werknemers voltijds
beschikbaar zijn, leertijd inbegrepen. Dit wordt gedocumenteerd door periodieke
verslagen en certificaten om de deelname van de werknemers aan de maatregelen
te bevestigen. –
Informatie over en aansluiting bij de
outplacementstichting: algemene informatie voor de 210
voormalige werknemers van Austria Tabak GmbH, die hun aansluiting bij de
outplacementstichting kunnen aanvragen. –
Beroepsoriëntatie: dit
is de eerste activiteit na de aansluiting van een werknemer bij de
outplacementstichting of de door FAB georganiseerde steunregeling. Alle
270 werknemers kunnen van deze maatregel profiteren; de looptijd bedraagt
normaal gezien zes weken, maar kan in specifieke gevallen met enkele weken
worden verlengd. Deze maatregel bestaat uit een analyse van de beroepsmatige en
persoonlijke mogelijkheden van iedere werknemer en de opstelling van een
realistisch beroepstraject, dat de basis vormt voor de daaropvolgende
activiteiten van de deelnemer. In de loop hiervan kunnen werknemers ook korte
bedrijfsstages (smaakmakers van ten hoogste vijf dagen) volgen. Werknemers die
hun eigen zaak kunnen oprichten, worden doorverwezen naar het programma voor de
oprichting van een bedrijf van de AMS, dat buiten het EFG om wordt
gefinancierd. –
Individuele opleiding:
225 werknemers kunnen profiteren van deze maatregel, die alle opleidingen kan
omvatten die de publieke dienst voor arbeidsbemiddeling in zijn catalogus van
maatregelen heeft goedgekeurd en die noodzakelijk of nuttig zijn om de kansen
op re-integratie van de individuele deelnemer te vergroten. Andere opleidingen
kunnen door de AMS op individuele basis worden goedgekeurd indien zij in het
beroepstraject van de werknemer passen. Neder-Oostenrijk is van plan zo veel mogelijk
werknemers bij of om te scholen voordat zij beginnen uit te kijken naar een
nieuwe baan, om hen voor te bereiden op de toekomstige eisen van de
arbeidsmarkt in de regio (bv. inspelen op vergrijzing, groenere en
kennisgebaseerde economie, enz.). Afhankelijk van hun opleidings- en
vaardigheidsniveau staan diverse mogelijkheden ter beschikking van de
werknemers. Bijvoorbeeld kunnen laaggeschoolden een werkstage versneld
doorlopen (in ongeveer 50 % van de normaal vereiste periode) en daarnaast
lessen volgen. Wie een hogere technische achtergrond of scholing heeft, kan
zich inschrijven in instellingen voor voortgezet technisch en beroepsonderwijs
(berufsbildende höhere Schulen) in het kader van de Oostenrijkse
regeling voor beroepsonderwijs en ‑opleiding voor volwassenen (zweiter
Bildungsweg für Erwachsene). De omscholing zal gericht zijn op heel uiteenlopende
gebieden zoals groene werkgelegenheid, gezondheidszorg en zorgverstrekking,
informatietechnologie, wetenschap, toerisme en andere diensten. Voor een deel van de studies en beroepsopleidingen
is er geen medefinanciering uit het EFG nodig omdat zij binnen het Oostenrijkse
onderwijsstelsel worden gefinancierd (met gemengde financiering uit nationale,
regionale en lokale financieringsbronnen)[18]. In gevallen waar een goedgekeurd
opleidingsprogramma langer loopt dan de EFG-implementatieperiode, zal Oostenrijk
de verdere financiering verstrekken. –
Advies en steun tijdens de opleiding: tijdens de periode waarin een werknemer opleiding volgt en aan
kwalificatiemaatregelen deelneemt, wordt hij opgevolgd door de consulenten voor
loopbaanontwikkeling van waff Arbeitsintegrations GmbH en FAB,
die indien nodig steun verlenen. Deze samenwerking tussen consulent en
werknemer waarborgt de succesvolle voltooiing van het overeengekomen traject.
225 mensen kunnen van deze maatregel profiteren. –
Bedrijfsstages tijdens de opleiding: een belangrijk aspect van het steunpakket is de combinatie van leren
in theorie en in de praktijk. Drie verschillende soorten stages komen in
aanmerking, van verschillende duur en met welomschreven rechten en
verplichtingen; deze stages moeten door de AMS worden goedgekeurd. 85 mensen
kunnen van deze maatregel profiteren. –
Actief zoeken naar werk:
deze maatregel verschaft de werknemers individuele begeleiding om hen een
nieuwe baan te helpen vinden, met inbegrip van technieken om zich voor te bereiden
op sollicitatiegesprekken/selectieproeven enz. Afhankelijk van het profiel en
de situatie van de individuele werknemer kan de actieve zoektocht naar werk
ofwel onmiddellijk na de beroepsoriëntatie, ofwel na afronding van het
individuele opleidingstraject starten. De publieke diensten voor
arbeidsbemiddeling worden geïnformeerd wanneer de werknemer begint te zoeken
naar werk. De werkzoekenden kunnen gedurende een week een toekomstige nieuwe
baan uittesten. De normale looptijd van deze module is beperkt tot 14 weken
en kan met 8 weken worden verlengd voor vijftigplussers of met 14 weken
voor mensen met een beperkte arbeidscapaciteit. 40 mensen kunnen van deze
maatregel profiteren. –
Inplacement: in
uitzonderlijke en welomschreven gevallen kan een theoretische kwalificatie – in
combinatie met een praktijkopleiding op de werkplek – rechtstreeks bij een
werkgever worden verworven. De rechten en verplichtingen voor de onderneming en
de werknemer zijn in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd, die door de publieke
dienst voor arbeidsbemiddeling (AMS) moet worden goedgekeurd. In deze maatregel
is bepaald dat de werknemer in de onderneming werk op contractbasis krijgt
aangeboden hetzij onmiddellijk na de voltooiing van de kwalificatiemaatregelen,
hetzij op een overeengekomen datum. 60 mensen kunnen van deze maatregel
profiteren. –
Intensieve steun voor vijftigplussers: er bestaat een uitgebreide reeks maatregelen om te voldoen aan de
specifieke behoeften en omstandigheden van oudere werknemers, teneinde hun
re-integratie op de arbeidsmarkt en hun recht op arbeid tot de
pensioengerechtigde leeftijd te erkennen. Zes mensen kunnen van deze maatregel
profiteren. –
Opleidingstoelage (ausbildungsbedingte
Zuschussleistung/Stipendien)[19]: alle 210 voormalige werknemers van Austria Tabak GmbH ontvangen
deze vergoeding zolang zij deelnemen aan de opleidingsmaatregelen van de
outplacementstichting. Het tarief bedraagt 200 EUR per persoon per maand.
Deze maatregel moet de reiskosten en kosten van leermateriaal van de werknemer
dekken. Deze vergoeding mag samen met de dagvergoeding niet meer bedragen dan
de grondslag van de werkloosheidsuitkering van een werknemer. Tijdens de
periode waarin deze opleidingsvergoedingen worden betaald, worden de
werkloosheidsuitkeringen tijdelijk stopgezet. –
Dagvergoeding bij deelname aan maatregelen ten
behoeve van opleiding en het actief zoeken naar werk (Schulungsarbeitslosengeld)[20]: alle 210 voormalige werknemers van Austria Tabak GmbH kunnen van
deze vergoeding profiteren zolang zij deelnemen aan de opleidings- en
re-integratiemaatregelen van de outplacementstichting. Dankzij deze vergoeding
kan elke ontslagen werknemer werkelijk voltijds aan de maatregelen deelnemen.
Het tarief bedraagt ongeveer 1 000 EUR per persoon per maand. In de
begroting is voor de berekening uitgegaan van 13 maanden (gemiddelde cijfers,
aangezien de werkelijke bedragen afhankelijk zijn van het loon vóór ontslag van
iedere werknemer en van hoelang iedere werknemer aan de actieve maatregelen
deelneemt). Deze vergoeding mag samen met de opleidingstoelage niet meer
bedragen dan de grondslag van de werkloosheidsuitkering van een werknemer.
Tijdens de periode waarin deze dagvergoedingen worden betaald, worden de
werkloosheidsuitkeringen tijdelijk stopgezet. –
Dagvergoeding bij deelname aan maatregelen ten
behoeve van opleiding en het actief zoeken naar werk, en opleidingspremie (Beihilfe
zur Deckung des Lebensunterhaltes (DLU) und Qualifizierungsbonus)[21]: 60 voormalige werknemers van de
leveranciers/downstreamproducenten kunnen van deze vergoeding/premie profiteren
uitsluitend zolang zij deelnemen aan de opleidings- en re‑integratiemaatregelen
van het EFG-project (met ondersteuning door FAB). Dankzij deze
vergoeding kan elke ontslagen werknemer werkelijk voltijds aan de maatregelen
deelnemen. Werknemers die deelnemen aan langere
opleidingsmaatregelen (meer dan drie maanden met 25 of meer uren per week)
zullen een aanvullende opleidingspremie (minder dan 10 EUR per dag)
ontvangen. Het tarief voor de dagvergoeding bedraagt ongeveer
1 000 EUR per persoon per maand. In de begroting is voor de
berekening uitgegaan van iets minder dan 13 maanden (gemiddelde cijfers,
aangezien de werkelijke bedragen afhankelijk zijn van het loon vóór ontslag van
iedere werknemer en van hoelang iedere werknemer aan de actieve maatregelen
deelneemt). Deze vergoeding mag niet meer bedragen dan de grondslag van de
werkloosheidsuitkering van een werknemer. Tijdens de periode waarin deze
dagvergoedingen worden betaald, worden de werkloosheidsuitkeringen tijdelijk
stopgezet. –
Nazorg in een nieuwe baan: zodra een werknemer een nieuwe baan heeft gevonden en de
outplacementstichting heeft verlaten, is deze activiteit op individueel verzoek
beschikbaar; de looptijd ervan kan tot 26 weken bedragen. Deze maatregel
draagt bij tot de duurzaamheid van de nieuwe relatie werknemer-werkgever en
helpt banenverlies voorkomen. 37 mensen kunnen van deze maatregel
profiteren. 24. De overeenkomstig artikel 3
van Verordening (EG) nr. 1927/2006 in de aanvraag vermelde uitgaven voor de
implementatie van het EFG dekken activiteiten op het vlak van voorbereiding,
voorlichting en publiciteit, alsook de controle en het beheer van de
outplacementstichting. De beheerskosten van de outplacementstichting worden
berekend als een vast bedrag (75 000 EUR voor de implementatieperiode
van het EFG). Alle bij de maatregelen betrokken partijen verplichten zich ertoe
de verstrekte EFG-steun te vermelden. 25. De door de Oostenrijkse
autoriteiten voorgestelde individuele dienstverlening omvat actieve
arbeidsmarktmaatregelen die op grond van artikel 3 van Verordening (EG)
nr. 1927/2006 voor financiering in aanmerking komen. De Oostenrijkse
autoriteiten ramen de totale kosten op 6 064 615 EUR, te weten
de uitgaven voor individuele dienstverlening op 5 864 615 EUR en
de uitgaven voor de implementatie van het EFG op 200 000 EUR
(3,3 % van het totale bedrag). Van het EFG wordt in totaal een bijdrage
van 3 941 999 EUR (65 % van de totale kosten) gevraagd. Acties || Geschat aantal werknemers voor wie steun wordt aangevraagd || Geschatte kosten per betrokken werknemer (EUR) || Totale kosten (EFG en nationale medefinanciering) (EUR) Individuele dienstverlening (artikel 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1927/2006) Informatie over en aansluiting bij de outplacementstichting || 210 || 100 || 21 000 Beroepsoriëntatie (Berufsorientierung) || 270 || 1 090 || 294 300 Individuele opleiding (Individuelle Qualifizierung) || 225 || 4 560 || 1 026 000 Advies en steun tijdens de opleiding (Bildungsbegleitung) || 225 || 767 || 172 575 Bedrijfsstages tijdens de opleiding (Praktika während der Qualifizierung) || 85 || 200 || 17 000 Actief zoeken naar werk (Aktive Arbeitssuche) || 40 || 300 || 12 000 Inplacement (praktijkopleiding bij een nieuwe werkgever in combinatie met opleiding in de klas) || 60 || 650 || 39 000 Intensieve steun voor vijftigplussers || 6 || 200 || 1 200 Opleidingstoelage (ausbildungsbedingte Zuschussleistung/Stipendien) || 210 || 3 600 || 756 000 Dagvergoeding bij deelname aan maatregelen ten behoeve van opleiding en het actief zoeken naar werk (Schulungsarbeitslosengeld) || 210 || 13 000 || 2 730 000 Dagvergoeding bij deelname aan maatregelen ten behoeve van opleiding en het actief zoeken naar werk, en opleidingspremie (Beihilfe zur Deckung des Lebensunterhaltes (DLU) und Qualifizierungsbonus) || 60 || 13 000 || 780 000 Nazorg in een nieuwe baan (Nachbetreuung) || 37 || 420 || 15 540 Subtotaal individuele dienstverlening || || 5 864 615 Uitgaven voor de implementatie van het EFG (artikel 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1927/2006) Voorbereidende activiteiten || || 25 000 Beheer van de outplacementstichting || || 75 000 Voorlichting en publiciteit || || 35 000 Controle || || 65 000 Subtotaal uitgaven voor de implementatie van het EFG || || 200 000 Totale geraamde kosten || || 6 064 615 EFG-bijdrage (65 % van de totale kosten) || || 3 941 999 26. Volgens Oostenrijk zijn de
hierboven beschreven maatregelen complementair met door de structuurfondsen
gefinancierde acties. Het huidige Oostenrijkse operationele programma van het
ESF in het kader van doelstelling 2 is hoofdzakelijk op langdurige werkloosheid
toegespitst (en in mindere mate op oudere werknemers en vrouwen die na een
lange loopbaanonderbreking willen terugkeren naar de arbeidsmarkt), terwijl het
EFG tot doel heeft werknemers onmiddellijk na hun ontslag te helpen. Beide
fondsen overlappen elkaar niet, aangezien Oostenrijk de certificatie van
kostenprocedures heeft ingevoerd om het risico van dubbele financiering uit te
sluiten. Datum/data waarop met individuele
dienstverlening aan de getroffen werknemers is begonnen of waarop gepland is
daarmee te beginnen 27. Op 15 november 2011 heeft Oostenrijk
ten behoeve van de getroffen werknemers een begin gemaakt met de individuele
dienstverlening van het gecoördineerde pakket, waarvoor een financiële bijdrage
van het EFG wordt aangevraagd. Deze datum geldt daarom als het begin van de
periode waarin uitgaven voor een eventuele ondersteuning uit het EFG in
aanmerking komen. Wijze waarop de sociale partners zijn
geraadpleegd 28. Op 11 augustus 2011 zijn
vertegenwoordigers van het personeel van Austria Tabak GmbH, langs
werkgeverszijde Wirtschaftskammer Österreich en langs werknemerszijde Arbeiterkammer
Niederösterreich en de vakbonden Produktionsgewerkschaft PRO-GE en GPA-djp
tot een akkoord gekomen over een sociaal plan voor de ontslagen werknemers,
waarin het plan werd opgenomen om een outplacementstichting op te richten,
teneinde de werknemers gerichte steun te bieden bij het zoeken van een nieuwe
baan. Het akkoord van de sociale partners was een voorwaarde voor de erkenning
van de outplacementstichting van Austria Tabak door de Oostenrijkse diensten voor
arbeidsbemiddeling (AMS). 29. De Oostenrijkse federatie van
vakbonden is een vrijwillige regeling, hoofdzakelijk van informele aard, en is
niet bij wet vastgesteld[22].
Ondernemingen zijn pas aan de toepasselijke regels van de publieke dienst voor
arbeidsbemiddeling (AMS) gebonden wanneer zij aan specifieke
arbeidsmarktbeleidsmaatregelen willen deelnemen. 30. De Oostenrijkse autoriteiten
hebben bevestigd dat aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving
betreffende collectieve ontslagen is voldaan. Informatie over acties die volgens de
nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten verplicht zijn 31. In verband met de criteria van
artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 hebben de Oostenrijkse
autoriteiten in de aanvraag: · bevestigd dat de financiële bijdrage van het EFG niet in de plaats komt
van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve
arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van de ondernemingen
vallen; · aangetoond dat de maatregelen ten doel hebben steun te verlenen aan
individuele werknemers en niet worden gebruikt om ondernemingen of sectoren te
herstructureren; · bevestigd dat voor de hierboven vermelde subsidiabele maatregelen geen
steun uit andere EU-financieringsinstrumenten wordt ontvangen. Beheers- en controlesystemen 32. Oostenrijk heeft de Commissie
ervan in kennis gesteld dat Japan Tobacco International (JTI) en de publieke
diensten voor arbeidsbemiddeling van Neder-Oostenrijk (AMS) 35 % van de
nationale medefinanciering zullen verstrekken en dat zij de maatregelen
voorfinancieren. Zij nemen respectievelijk (bij benadering) 28 % en
72 % van de nationale medefinanciering op zich. 33. Oostenrijk heeft bevestigd dat
de financiële bijdrage zal worden beheerd door hetzelfde orgaan dat het ESF
beheert: eenheid VI/INT/9 van het federale ministerie van Arbeid, Sociale Zaken
en Consumentenbescherming (BMASK - Bundesministerium für Arbeit, Soziales
und Konsumentenschutz), dat zal optreden als beheersautoriteit en als
betalingsdienst. De financiële-controleautoriteit voor het EFG is niet dezelfde
als die voor het ESF: eenheid VI/S/5a van het BMASK zal deze functie voor het
EFG waarnemen. 34. Het gecoördineerd pakket van
individuele dienstverlening wordt uitgevoerd door Unternehmensstiftung Austria
Tabak, beheerd door waff Arbeitsintegrations GmbH, Wenen, in
samenwerking met FAB, Wenen, en het toezicht erop ligt bij de publieke
dienst voor arbeidsbemiddeling (AMS). Het BMASK wordt voorts bijgestaan door
een aanbieder van technische ondersteuning, die eveneens de controles op het
eerste niveau zal uitvoeren. Alle belangrijke regelingen en verplichtingen zijn
in schriftelijke overeenkomsten vastgelegd. Financiering 35. Op grond van de aanvraag van
Oostenrijk bedraagt de voorgestelde bijdrage uit het EFG aan het gecoördineerd
pakket van individuele dienstverlening (met inbegrip van de uitgaven voor de
implementatie van het EFG) 3 941 999 EUR (65 % van de
totale kosten). De Commissie heeft haar voorstel voor een bijdrage uit het
fonds gebaseerd op de informatie van Oostenrijk. 36. Gezien het beschikbare
maximumbedrag aan bijdragen uit het EFG ingevolge artikel 10, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 1927/2006, alsook de mogelijkheden tot
herschikking van de kredieten, stelt de Commissie voor om uit het EFG het
hierboven vermelde totale bedrag, dat zal worden toegewezen onder
rubriek 1a van het financieel kader, beschikbaar te stellen. 37. Het voorgestelde bedrag van de
financiële bijdrage laat meer dan 25 % van het jaarlijkse maximumbedrag
van het EFG beschikbaar voor toewijzingen tijdens de laatste vier maanden van
het jaar, zoals voorgeschreven bij artikel 12, lid 6, van Verordening
(EG) nr. 1927/2006. 38. Met haar voorstel om middelen
uit het EFG beschikbaar te stellen, leidt de Commissie de vereenvoudigde
trialoogprocedure in, zoals voorgeschreven in punt 28 van het
Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006, om van de twee takken van de
begrotingsautoriteit de instemming te verkrijgen betreffende de noodzaak van
het fonds gebruik te maken en betreffende het vereiste bedrag. De Commissie
verzoekt de eerste tak van de begrotingsautoriteit die op het passende
politieke niveau overeenstemming bereikt over het ontwerpvoorstel voor een
beschikbaarstelling uit het fonds, de andere tak en de Commissie van zijn
voornemens op de hoogte te brengen. Indien één van de twee takken van de
begrotingsautoriteit het niet met het voorstel eens is, wordt een formele
trialoogvergadering bijeengeroepen. 39. De Commissie presenteert
afzonderlijk een voorstel tot overschrijving om in de begroting voor 2013
specifieke vastleggingskredieten op te nemen, zoals voorgeschreven in
punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006. Herkomst van de betalingskredieten 40. Kredieten van het
EFG-begrotingsonderdeel zullen worden gebruikt ter dekking van het voor deze
aanvraag benodigde bedrag van 3 941 999 EUR. Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD betreffende de beschikbaarstelling van
middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering
overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006
tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de
begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2011/010
AT/Austria Tabak, Oostenrijk) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17
mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de
begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[23], en met
name punt 28, Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een
Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering[24], en met
name artikel 12, lid 3, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[25], Overwegende hetgeen volgt: (1) Het Europees Fonds voor
aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen
aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering
veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om
hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. (2) Het EFG staat sinds
1 mei 2009 ook open voor tot en met 30 december 2011 ingediende
aanvragen om steun voor werknemers die worden ontslagen als rechtstreeks gevolg
van de wereldwijde financiële en economische crisis. (3) Het Interinstitutioneel
Akkoord van 17 mei 2006 staat uitgaven uit het EFG toe voor een
jaarlijks maximumbedrag van 500 miljoen EUR. (4) Oostenrijk heeft op 20
december 2011 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te
stellen voor ontslagen bij Austria Tabak GmbH en 14 van zijn leveranciers en
downstreamproducenten, en heeft aanvullende informatie tot en met
9 oktober 2012 verstrekt. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor
een financiële bijdrage overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006.
Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van
3 941 999 EUR beschikbaar te stellen. (5) Er moeten dan ook middelen
uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren
voor de door Oostenrijk ingediende aanvraag, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1 Ten laste van de algemene begroting van de
Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013 wordt een bedrag van
3 941 999 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten
beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering
(EFG). Artikel 2 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad
van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] PB C 139
van 14.6.2006, blz. 1. [2] PB L 406
van 30.12.2006, blz. 1. [3] Overeenkomstig
artikel 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1927/2006. [4] Het in
Genève gevestigde JTI behoort tot Japan Tobacco Inc., Japan, en is een van de
grootste tabaksondernemingen van de wereld (in 2007: 10,8 % van de
wereldmarkt), na het overheidsbedrijf China National Tobacco Corporation (in
2007: 32 %), Philip Morris International (in 2007: 18,7 %), en British
American Tobacco (in 2007: 17,1 %). JTI is momenteel actief in 120 landen
en heeft 25 000 mensen in dienst. [5] Afdeling
12 van NACE Rev. 2 omvat zowel voor roken bestemde als niet voor roken bestemde
tabaksproducten. De eerste soort omvat vervaardigde sigaretten evenals sigaren,
pijptabak en met de hand gerolde sigaretten. Niet voor roken bestemde tabak
omvat producten zoals snuiftabak of pruimtabak. [6] http://www.who.int/tobacco/en/atlas5.pdf [7] http://www.tobaccoatlas.org: (vierde) herziene
uitgave 2012. [8] Volgens
de WHO, Philip Morris en andere bronnen vertegenwoordigt China met 320-350
miljoen rokers een grote afzetmarkt. In 2009 was China goed voor 38 % van
de mondiale consumptie van sigaretten; de Russische Federatie stond op de
tweede plaats. Het hoogste percentage rokers is naar verluidt te vinden in
Rusland (ongeveer 39 % van de 143 miljoen inwoners), naast 28 %
van de 1,3 miljard inwoners van China en 27 % van de 314 miljoen
inwoners van de VS. [9] http://www.jt.com/about/division/tobacco_global/index.html [10] Voorbeelden
van Oostenrijkse sigarettenmerken: Meine Sorte of Memphis.
Voorbeelden van GFB: Camel en Benson & Hedges. [11] Tot in
1995 was Austria Tabak eigendom van de staat en beschikte het over een
monopolie in Oostenrijk voor de productie, afwerking en verspreiding van
sigaretten en andere tabaksproducten, zoals filters. In 2001 kwam de onderneming
in handen van de Britse Gallaher Group en in 2007 nam JTI Gallaher, met
inbegrip van Austria Tabak, over. [12] Dit
district maakt deel uit van de NUTS III-regio "Wiener Umland –
Südteil"; in het zuiden grenst het aan de enige
"uitfaseringsregio" van Oostenrijk, de NUTS II-provincie Burgenland
(zie kaart). [13] http://www.oegb.at/servlet/ContentServer?pagename=S06/Page/Index&n=S06_4 [14] Statistik
Austria: Statistisches Jahrbuch 2012. [15] EGF/2010/007
AT/Steiermark-Niederösterreich, PB L 263 van 7.10.2011. [16] EGF/2011/001
AT/ Niederösterreich-Oberösterreich, PB L 317 van 30.11.2011. [17] Oostenrijkse outplacementstichtingen zijn een actief
arbeidsmarktbeleidsinstrument in Oostenrijk om de positie van werkzoekenden op
de arbeidsmarkt te verbeteren. Deze stichtingen hebben het ALVG (§18) en de
uitvoeringsrichtlijnen van de dienst voor arbeidsbemiddeling (AMS) als
rechtsgrondslag. De jongste richtlijn van de AMS: http://www.ams.at/_docs/001_ast_RILI.pdf [18] www.abc.berufsbildendeschulen.at / http://www.kursfoerderung.at/index.php?id=3 http://erwachsenenbildung.at/themen/lebenslanges_lernen [19] Op grond
van § 18 ALVG. [20] Op grond
van § 18 ALVG. [21] Beihilfe zur Deckung des Lebensunterhaltes (DLU) op
grond van § 35 ALVG en federale richtlijn AMF/3-2012 http://www.ams.at/_docs/001_bemo_RILI.pdf [22] ÖGB
website http://www.sozialpartner.at/sozialpartner/Sozialpartnerschaft_mission_en.pdf [23] PB C 139
van 14.6.2006, blz. 1. [24] PB L 406
van 30.12.2006, blz. 1. [25] PB C […]
van […], blz. […].