Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Europese Unie ten aanzien van het reglement van orde van het EPO-comité, van het comité voor douanesamenwerking en van het gezamenlijk ontwikkelingscomité waarin is voorzien in de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika ("OZA-staten"), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds /* COM/2013/086 final - 2013/0053 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL De Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een
Economische Partnerschapsovereenkomst (hierna "tussentijdse EPO"
genoemd) tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika
("OZA-staten"), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar
lidstaten, anderzijds, is op 29 augustus 2009 ondertekend en wordt sinds 14 mei
2012 voorlopig toegepast. Bij artikel 64 van de overeenkomst wordt een EPO-comité opgericht dat
verantwoordelijk is voor het beheer van de overeenkomst en voor de uitvoering
van alle in de overeenkomst genoemde taken. Het EPO-comité wordt bij de uitvoering van
zijn taken bijgestaan door het comité voor douanesamenwerking, dat is opgericht
overeenkomstig artikel 41 van protocol 1 bij de overeenkomst, en het
gezamenlijk ontwikkelingscomité, dat is opgericht overeenkomstig artikel 52 van
de overeenkomst. Het EPO-comité stelt de regels voor zijn
organisatie en werking vast, evenals het reglement van orde van de twee
subcomités. 2. RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De tussentijdse EPO voorziet in de
verplichting het reglement van orde vast te stellen. Alle partijen bij de
overeenkomst zijn geraadpleegd en de tekst van het reglement van orde is
tijdens de constituerende vergadering van het EPO-comité in oktober 2012 met de
vier overeenkomstsluitende OZA-staten (Madagaskar, Mauritius, de Seychellen en
Zimbabwe) ad referendum goedgekeurd en geviseerd. Voor dit voorstel is geen effectbeoordeling
uitgevoerd aangezien dit initiatief geen directe economische, sociale en
milieueffecten heeft. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Het voorstel omvat een ontwerpbesluit van de
Raad op basis van artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie om een standpunt van de Europese Unie vast te stellen. In
het verleden zijn vergelijkbare besluiten vastgesteld om het reglement van orde
van EPO's goed te keuren. Een van de bijlagen bij dit besluit van de
Raad is een ontwerpbesluit dat het EPO-comité in 2013 moet vaststellen. Dit
laatste telt drie bijlagen die respectievelijk het reglement van orde van het
EPO-comité, van het comité voor douanesamenwerking en van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité betreffen. Al deze reglementen zijn tijdens de constituerende
vergadering van het EPO-comité in oktober 2012 met de vier
overeenkomstsluitende OZA‑staten ad referendum goedgekeurd en geviseerd. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft uitsluitend gevolgen voor
de administratieve uitgaven. 2013/0053 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Europese
Unie ten aanzien van het reglement van orde van het EPO-comité, van het comité
voor douanesamenwerking en van het gezamenlijk ontwikkelingscomité waarin is
voorzien in de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor
een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en
zuidelijk Afrika ("OZA-staten"), enerzijds, en de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de Europese
Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de
artikelen 207 en 209, juncto artikel 218, lid 9, Gezien het besluit van de Raad tot
ondertekening en voorlopige toepassing van de Tussentijdse Overeenkomst tot
vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst
tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds[1], Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Tussentijdse Overeenkomst
tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst
tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, is op 29 augustus 2009 ondertekend
en wordt sinds 14 mei 2012 voorlopig toegepast. (2) Bij artikel 64 van die
overeenkomst wordt een EPO-comité opgericht dat verantwoordelijk is voor het
beheer van de overeenkomst en voor de uitvoering van alle in de overeenkomst
genoemde taken. (3) Artikel 64 bepaalt dat het
EPO-comité zelf de regels voor zijn organisatie en werking vaststelt. (4) Het EPO-comité wordt bij de
uitvoering van zijn taken bijgestaan door het comité voor douanesamenwerking,
dat is opgericht overeenkomstig artikel 41 van protocol 1 bij de overeenkomst,
en het gezamenlijk ontwikkelingscomité, dat is opgericht overeenkomstig artikel
52 van de Tussentijdse Overeenkomst. (5) De Europese Unie moet het
standpunt bepalen dat met betrekking tot de vaststelling van het reglement van
orde van het EPO-comité en van de twee krachtens de overeenkomst opgerichte
subcomités moet worden ingenomen, BESLUIT: Artikel 1 Het standpunt van de Europese Unie met het oog
op de vaststelling van een besluit van het EPO-comité, als bedoeld in de
Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische
Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika,
enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, betreffende
zijn reglement van orde wordt gebaseerd op het bij dit besluit gevoegde
ontwerpbesluit van het EPO-comité. Kleine wijzigingen
van het ontwerpbesluit kunnen zonder verder besluit van de Commissie of de Raad
worden aanvaard. Artikel 2 Het besluit van
het EPO-comité wordt na vaststelling in het Publicatieblad van de Europese
Unie bekendgemaakt. Artikel 3 Dit besluit treedt
in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE BESLUIT
Nr. …/2013 VAN
HET EPO-COMITÉ
opgericht bij de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor
een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en
zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
anderzijds, betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het
EPO-comité, van het comité voor douanesamenwerking, en van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité HET EPO-COMITÉ, Gezien de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor
een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en
zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), die op 29 augustus
2009 in Grand Baie is ondertekend en sinds 14 mei 2012 voorlopig wordt
toegepast, en met name artikel 64, Overwegende hetgeen volgt: (1)
De overeenkomst bepaalt dat het EPO-comité zelf de
regels voor zijn organisatie en werking vaststelt, (2)
Het EPO-comité wordt bij de uitvoering van zijn
taken bijgestaan door het comité voor douanesamenwerking, dat is opgericht
overeenkomstig artikel 41 van protocol 1 bij de overeenkomst, en het
gezamenlijk ontwikkelingscomité, dat is opgericht overeenkomstig artikel 52 van
de Tussentijdse Overeenkomst. BESLUIT: Artikel 1 1. Het reglement van orde van het EPO-comité wordt vastgesteld
overeenkomstig bijlage I, het
reglement van orde van het comité voor douanesamenwerking overeenkomstig
bijlage II en het reglement van orde van het gezamenlijk ontwikkelingscomité
overeenkomstig bijlage III. 2. Dit reglement doet geen
afbreuk aan in de overeenkomst opgenomen speciale regels of aan door het
EPO-comité vastgestelde regels. Artikel 2 Dit
besluit treedt in werking op …. Gedaan
te (plaats), op (datum). BIJLAGE I REGLEMENT VAN ORDE VAN HET EPO-COMITÉ opgericht bij de Tussentijdse Overeenkomst
tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst
tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds Artikel 1 Toepassingsgebied Het reglement van orde in deze bijlage is van
toepassing op de werkzaamheden van elke vergadering van het EPO-comité. Artikel 2 Samenstelling en voorzitterschap 1. Het EPO-comité bestaat
enerzijds uit vertegenwoordigers van de EU en anderzijds uit vertegenwoordigers
van de overeenkomstsluitende staten in oostelijk en zuidelijk Afrika ("de
overeenkomstsluitende OZA-staten")[2],
op ministerieel niveau of op het niveau van hoge ambtenaren. 2. De verwijzing naar "de
partijen" in het reglement van orde is in overeenstemming met de definitie
in artikel 61 van de overeenkomst. 3. Het EPO-comité op
ministerieel niveau wordt gezamenlijk door een vertegenwoordiger van de
Europese Unie en door een vertegenwoordiger van de OZA-staten voorgezeten. Het
EPO-comité op het niveau van hoge ambtenaren wordt gezamenlijk voorgezeten door
de hoge ambtenaren van de Europese Commissie, namens de EU, en door de
vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende OZA‑staten, gewoonlijk op het
niveau van hoge ambtenaren. De overeenkomstsluitende OZA-staten nemen om
beurten gedurende een jaar het voorzitterschap waar. Artikel 3 Waarnemers 1. Vertegenwoordigers van de
Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA) en
vertegenwoordigers van de Commissie van de Indische Oceaan (IOC) worden
uitgenodigd om als waarnemers aan de vergaderingen van het EPO-comité deel te
nemen. 2. De secretaris van het
EPO-comité stelt de vertegenwoordigers van COMESA en IOC in kennis van
vergaderingen van het EPO-comité, zodat zij als waarnemers kunnen deelnemen. 3. De partijen kunnen
gezamenlijk besluiten op ad-hocbasis ook andere waarnemers uit te nodigen.
Dergelijke waarnemers kunnen aan de vergadering deelnemen op uitnodiging van
een medevoorzitter en na goedkeuring door het EPO-comité. 4. Het EPO-comité kan besluiten
dat delen van vergaderingen over gevoelige aangelegenheden niet voor waarnemers
openstaan. Artikel 4 Vergaderingen 1. Het EPO-comité komt eenmaal
per jaar bijeen of, wanneer de omstandigheden zulks vereisen, wanneer de
partijen daartoe beslissen. Indien beide partijen ermee instemmen, kunnen de
vergaderingen van het EPO-comité per video- of teleconferentie plaatsvinden.
Tenzij anders overeengekomen draagt elke partij in dergelijk geval haar
respectieve kosten voor het via deze middelen houden van de vergadering. 2. Elke vergadering van het
EPO-comité wordt gehouden op een in onderling overleg tussen de partijen
overeengekomen datum en plaats. 3. De vergaderingen van het
EPO-comité worden bijeengeroepen door de secretaris van het EPO-comité. Artikel 5 Delegaties De
medevoorzitters van het EPO-comité worden vóór elke vergadering op de hoogte
gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van de OZA-staten en
van de EU. Artikel 6 Secretariaat 1. Ambtenaren van de Europese
Commissie en van de overeenkomstsluitende OZA-staten fungeren voor een periode
van twaalf maanden beurtelings als secretaris van het EPO-comité. De
overeenkomstsluitende OZA-staten kunnen door het COMESA-secretariaat worden
bijgestaan. 2. De eerste periode vangt aan
op de datum van de eerste vergadering van het EPO-comité en loopt af op 31
december van het volgende jaar. Het secretariaat van het EPO-comité wordt eerst
door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie gevoerd. De overeenkomstsluitende
OZA-staten nemen om beurten het secretariaat waar. Artikel 7 Documenten Wanneer
de beraadslagingen van het EPO-comité gebaseerd zijn op schriftelijke
documenten, worden deze door de secretaris van een nummer voorzien en uiterlijk
14 dagen vóór het begin van de vergadering als document van het EPO-comité
rondgezonden. Artikel 8 Correspondentie 1. Alle aan het EPO-comité
gerichte correspondentie wordt naar de secretaris van het EPO-comité gestuurd. 2. De secretaris ziet erop toe
dat de correspondentie die aan het EPO-comité is gericht, naar de
medevoorzitters van het comité wordt doorgestuurd, en in voorkomend geval als
in artikel 7 van dit reglement van orde bedoeld document wordt rondgezonden. 3. De correspondentie van de
medevoorzitters van het EPO-comité wordt door de secretaris naar de partijen
gezonden en in voorkomend geval als in artikel 7 van dit reglement van orde
bedoeld document rondgezonden. Artikel 9 Agenda van de vergaderingen 1. De secretaris van het
EPO-comité stelt op basis van voorstellen van de partijen voor elke vergadering
een geannoteerde voorlopige agenda op. Deze wordt uiterlijk drie weken vóór het
begin van de vergadering door de secretaris van het EPO-comité aan de partijen
toegezonden. 2. Op de geannoteerde voorlopige
agenda staan de punten waarvoor de secretaris uiterlijk een maand vóór het
begin van de vergadering een verzoek om plaatsing op de agenda heeft ontvangen;
een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de
desbetreffende documenten uiterlijk op de datum waarop de voorlopige agenda
wordt verzonden, door de secretaris zijn ontvangen. 3. De agenda wordt aan het begin
van elke vergadering door het EPO-comité vastgesteld. Indien de partijen zulks
overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat als
agendapunt worden opgenomen. 4. De medevoorzitters van het
EPO-comité kunnen met instemming van de partijen deskundigen uitnodigen de
vergaderingen bij te wonen om informatie over specifieke onderwerpen te
verstrekken. 5. De secretaris kan met
instemming van de partijen de in lid 1 genoemde termijn inkorten als zulks in
een bepaald geval noodzakelijk is. Artikel 10 Notulen 1. Van elke vergadering stelt de
secretaris zo spoedig mogelijk, normaal gezien binnen een maand na de datum van
de vergadering, ontwerpnotulen op. 2. De notulen geven in de regel
een korte samenvatting van elk agendapunt, met in voorkomend geval een
specificatie van de volgende elementen: a) alle bij het EPO-comité ingediende
documenten; b) verklaringen die op verzoek van een lid
van het EPO-comité worden opgenomen; c) de besluiten, aanbevelingen, verklaringen
en conclusies met betrekking tot specifieke punten. 3. In de notulen wordt ook een
lijst van de deelnemers aan de vergadering van het EPO‑comité opgenomen,
evenals een lijst van de waarnemers die de vergadering bijwonen. 4. De goedkeuring van de notulen
wordt binnen twee maanden na de datum van de vergadering schriftelijk bevestigd
door de overeenkomstsluitende OZA-staten en de EU. De goedgekeurde notulen
worden door de secretaris ondertekend. Elke overeenkomstsluitende OZA-staat en
de EU ontvangen een origineel van deze authentieke documenten. Artikel 11 Besluiten en aanbevelingen 1. De besluiten en aanbevelingen
van het EPO-comité worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld. 2. Het EPO-comité kan besluiten
elke aangelegenheid van algemeen belang voor de ACS-staten en de EU die zich in
het kader van de overeenkomst voordoet, voor te leggen aan de ACS-EU-Raad van
Ministers als bedoeld in artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou. 3. In de periode tussen twee
vergaderingen kan het EPO-comité, indien beide partijen daarmee instemmen,
besluiten volgens de schriftelijke procedure vaststellen. Een schriftelijke
procedure bestaat uit een uitwisseling van nota's tussen de partijen. 4. De besluiten en aanbevelingen
van het EPO-comité dragen respectievelijk het opschrift "Besluit" of
"Aanbeveling", gevolgd door een volgnummer, de datum van vaststelling
en een beschrijving van het onderwerp. In elk besluit wordt de datum van
inwerkingtreding vermeld. 5. De door het EPO-comité
vastgestelde besluiten worden geauthenticeerd door een vertegenwoordiger van de
Europese Commissie namens de EU en door een vertegenwoordiger van de
OZA-staten. 6. De besluiten en aanbevelingen
worden als document van het EPO-comité aan de partijen toegezonden. Artikel 12 Openbaarheid 1. Behoudens andersluidend
besluit zijn de vergaderingen van het EPO-comité niet openbaar. 2. Elke partij kan beslissen om
de besluiten of aanbevelingen van het EPO-comité in haar publicatieblad op te
nemen. Artikel 13 Talen 1. De werktalen van het
EPO-comité zijn de voor de partijen gemeenschappelijke officiële talen, Engels
en Frans. 2. Het EPO-comité beraadslaagt
en stelt besluiten vast op basis van documenten en voorstellen die in zoverre
dit mogelijk is in beide in lid 1 genoemde talen zijn opgesteld. Besluiten en
aanbevelingen worden in beide in lid 1 genoemde talen verstrekt. Artikel 14 Kosten 1. Elke partij draagt haar eigen
personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en
telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van het EPO-comité. 2. Uitgaven in verband met de
organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste
van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. 3. Uitgaven voor de diensten van
tolken op vergaderingen en voor de vertaling van documenten komen ten laste van
de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. Uitgaven voor de
diensten van tolken en voor de vertaling van documenten in en uit andere
officiële talen van de Europese Unie komen ten laste van de EU. Artikel 15 Wijziging
van het reglement van orde Het reglement van orde kan worden gewijzigd
overeenkomstig artikel 11, lid 1. BIJLAGE II REGLEMENT VAN ORDE VAN
HET COMITÉ VOOR DOUANESAMENWERKING opgericht bij de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een
kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk
en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
anderzijds Artikel 1 Toepassingsgebied Het reglement van orde in deze bijlage is van
toepassing op de werkzaamheden van elke vergadering van het comité voor
douanesamenwerking. Artikel 2 Rol
van het comité voor douanesamenwerking Het comité voor douanesamenwerking wordt
opgericht overeenkomstig artikel 41 van protocol 1 bij de overeenkomst. Het
behandelt eveneens alle door het EPO-comité gedelegeerde aangelegenheden. Artikel 3 Samenstelling en voorzitterschap 1. Het comité voor
douanesamenwerking bestaat enerzijds uit vertegenwoordigers van de EU en
anderzijds uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende OZA‑staten[3]. 2. De verwijzing naar "de
partijen" in het reglement van orde is in overeenstemming met de definitie
in artikel 61 van de overeenkomst. 3. Het comité voor
douanesamenwerking wordt gezamenlijk door een vertegenwoordiger van de Europese
Commissie en door een vertegenwoordiger van de OZA-staten voorgezeten. De
overeenkomstsluitende OZA-staten nemen om beurten gedurende een jaar het
voorzitterschap waar. Artikel 4 Waarnemers 1. Vertegenwoordigers van de
Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA) en
vertegenwoordigers van de Commissie van de Indische Oceaan (IOC) worden
uitgenodigd om als waarnemers aan de vergaderingen van het comité voor
douanesamenwerking deel te nemen. 2. De secretaris van het comité
voor douanesamenwerking stelt de vertegenwoordigers van COMESA en IOC in kennis
van vergaderingen van het comité voor douanesamenwerking, zodat zij als
waarnemers kunnen deelnemen. 3. De partijen kunnen
gezamenlijk besluiten op ad-hocbasis ook andere waarnemers uit te nodigen.
Dergelijke waarnemers kunnen aan de vergadering deelnemen op uitnodiging van
een van de medevoorzitters en na goedkeuring door het comité voor douanesamenwerking. 4. Het comité voor
douanesamenwerking kan besluiten dat delen van vergaderingen over gevoelige
aangelegenheden niet voor waarnemers openstaan. Artikel 5 Vergaderingen 1. Tenzij anders bepaald in de
overeenkomst komt het comité voor douanesamenwerking op verzoek van een van de
partijen bijeen. Indien beide partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen
van het comité voor douanesamenwerking per video- of teleconferentie
plaatsvinden. Tenzij anders overeengekomen draagt elke partij in dergelijk
geval haar respectieve kosten voor het via deze middelen houden van de
vergadering. 2. Elke vergadering van het
comité voor douanesamenwerking wordt gehouden op een in onderling overleg
tussen de partijen overeengekomen datum en plaats. 3. De vergaderingen van het
comité voor douanesamenwerking worden bijeengeroepen door de secretaris van het
comité voor douanesamenwerking. Artikel 6 Delegaties De medevoorzitters van het comité voor douanesamenwerking
worden vóór elke vergadering op de hoogte gesteld van de voorgenomen
samenstelling van de delegaties van de OZA-staten en van de Europese Unie. Artikel 7 Secretariaat Ambtenaren van de Europese Commissie
en van OZA-staten fungeren voor een periode van twaalf maanden beurtelings als
secretaris van het comité voor douanesamenwerking. De overeenkomstsluitende
OZA-staten kunnen door het COMESA-secretariaat worden bijgestaan. Deze perioden
vallen samen met het voeren van het secretariaat van het EPO‑comité door
respectievelijk de Europese Unie en de OZA-staten. De overeenkomstsluitende
OZA-staten nemen om beurten het secretariaat waar. Artikel 8 Documenten Wanneer de beraadslagingen van het comité voor
douanesamenwerking gebaseerd zijn op schriftelijke documenten, worden deze door
de secretaris van een nummer voorzien en uiterlijk 14 dagen vóór het begin van
de vergadering als document van het comité voor douanesamenwerking
rondgezonden. Artikel 9 Correspondentie 1. Alle aan het comité voor
douanesamenwerking gerichte correspondentie wordt naar de secretaris van het
comité voor douanesamenwerking gestuurd. 2. De secretaris ziet erop toe
dat de correspondentie die aan het comité voor douanesamenwerking is gericht,
naar de medevoorzitters van het comité wordt doorgestuurd, en in voorkomend
geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document wordt
rondgezonden. 3. De correspondentie van de
medevoorzitters van het comité voor douanesamenwerking wordt door de secretaris
naar de partijen gezonden en in voorkomend geval als in artikel 8 van dit
reglement van orde bedoeld document rondgezonden. Artikel 10 Agenda van de vergaderingen 1. De secretaris van het comité
voor douanesamenwerking stelt op basis van voorstellen van de partijen voor
elke vergadering een geannoteerde voorlopige agenda op. Deze wordt uiterlijk
drie weken vóór het begin van de vergadering door de secretaris van het comité
voor douanesamenwerking aan de partijen toegezonden. 2. Op de geannoteerde voorlopige
agenda staan de punten waarvoor de secretaris uiterlijk een maand vóór het
begin van de vergadering een verzoek om plaatsing op de agenda heeft ontvangen;
een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de
desbetreffende documenten uiterlijk op de datum waarop de voorlopige agenda
wordt verzonden, door de secretaris zijn ontvangen. 3. De agenda wordt aan het begin
van elke vergadering door het comité voor douanesamenwerking vastgesteld.
Indien de partijen zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige
agenda staat als agendapunt worden opgenomen. 4. De medevoorzitters van het
comité voor douanesamenwerking kunnen met instemming van de partijen
deskundigen uitnodigen de vergaderingen bij te wonen om informatie over
specifieke onderwerpen te verstrekken. 5. De secretaris kan met
instemming van de partijen de in lid 1 genoemde termijn inkorten als zulks in
een bepaald geval noodzakelijk is. Artikel 11 Notulen 1. Van elke vergadering stelt de
secretaris zo spoedig mogelijk, normaal gezien binnen een maand na de datum van
de vergadering, ontwerpnotulen op. 2. De notulen geven in de regel
een korte samenvatting van elk agendapunt, met in voorkomend geval een
specificatie van de volgende elementen: a) alle bij het comité voor
douanesamenwerking ingediende documenten; b) verklaringen die op verzoek van een lid
van het comité voor douanesamenwerking worden opgenomen; c) de besluiten, aanbevelingen, verklaringen
en conclusies met betrekking tot specifieke punten. 3. In de notulen wordt ook een
lijst van de deelnemers aan de vergadering van het comité voor douanesamenwerking
opgenomen, evenals een lijst van de waarnemers die de vergadering bijwonen. 4. De goedkeuring van de notulen
wordt binnen twee maanden na de datum van de vergadering schriftelijk bevestigd
door de overeenkomstsluitende OZA-staten en de EU. De goedgekeurde notulen
worden door de secretaris ondertekend. Elke overeenkomstsluitende OZA-staat en
de EU ontvangen een origineel van deze authentieke documenten. Artikel 12 Besluiten en aanbevelingen 1. De besluiten en aanbevelingen
van het comité voor douanesamenwerking worden met eenparigheid van stemmen
vastgesteld. 2. In de periode tussen twee
vergaderingen kan het comité voor douanesamenwerking, indien beide partijen
daarmee instemmen, besluiten en aanbevelingen volgens de schriftelijke
procedure vaststellen. Een schriftelijke procedure bestaat uit een uitwisseling
van nota's tussen de partijen. 3. De besluiten en aanbevelingen
van het comité voor douanesamenwerking dragen respectievelijk het opschrift
"Besluit" of "Aanbeveling", gevolgd door een volgnummer, de
datum van vaststelling en een beschrijving van het onderwerp. In elk besluit
wordt de datum van inwerkingtreding vermeld. 4. De door het comité voor
douanesamenwerking vastgestelde besluiten en aanbevelingen worden
geauthenticeerd door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie namens de
EU en door een vertegenwoordiger van de OZA-staten. 5. De besluiten en aanbevelingen
worden als document van het comité voor douanesamenwerking aan de partijen en
aan het EPO-comité toegezonden. Artikel 13 Openbaarheid 1. Behoudens andersluidend
besluit zijn de vergaderingen van het comité voor douanesamenwerking niet
openbaar. 2. Elke partij kan beslissen om
de besluiten en aanbevelingen van het comité voor douanesamenwerking in haar
publicatieblad op te nemen. Artikel 14 Talen 1. De werktalen van het comité
voor douanesamenwerking zijn de voor de partijen gemeenschappelijke officiële
talen, Engels en Frans. 2. Het comité voor
douanesamenwerking beraadslaagt en stelt besluiten vast op basis van documenten
en voorstellen die in zoverre dit mogelijk is in beide in lid 1 genoemde talen
zijn opgesteld. Besluiten en aanbevelingen worden in beide in lid 1 genoemde
talen verstrekt. Artikel 15 Kosten 1. Elke partij draagt haar eigen
personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en
telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van het comité voor
douanesamenwerking. 2. Uitgaven in verband met de
organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste
van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. 3. Uitgaven voor de diensten van
tolken op vergaderingen en voor de vertaling van documenten komen ten laste van
de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. Uitgaven voor de
diensten van tolken en voor de vertaling van documenten in en uit andere
officiële talen van de Europese Unie komen ten laste van de EU. Artikel 16 Verslaglegging Het comité voor douanesamenwerking brengt
verslag uit aan het EPO-comité. Artikel 17 Wijziging
van het reglement van orde Het reglement van orde kan door het EPO-comité
worden gewijzigd. Het comité voor douanesamenwerking kan aan het EPO-comité
aanbevelingen doen waarin het wijzigingen van het reglement van orde voorstelt. BIJLAGE III REGLEMENT VAN ORDE VAN
HET GEZAMENLIJK ONTWIKKELINGSCOMITÉ opgericht bij de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een
kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk
en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
anderzijds Artikel 1 Toepassingsgebied Het reglement van orde in deze bijlage is van
toepassing op de werkzaamheden van elke vergadering van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité. Artikel 2 Rol
van het gezamenlijk ontwikkelingscomité Het gezamenlijk ontwikkelingscomité wordt
opgericht als een subcomité van het EPO-comité. Overeenkomstig artikel 52 van
de Tussentijdse Overeenkomst bespreekt het
ontwikkelingssamenwerkingsvraagstukken die verband houden met de
tenuitvoerlegging van de Tussentijdse Overeenkomst. Artikel 3 Samenstelling en voorzitterschap 1. Het gezamenlijk
ontwikkelingscomité bestaat enerzijds uit vertegenwoordigers van de EU en
anderzijds uit vertegenwoordigers van de OZA-staten. 2. De verwijzing naar "de
partijen" in het reglement van orde is in overeenstemming met de definitie
in artikel 61 van de overeenkomst. 3. Het gezamenlijk
ontwikkelingscomité wordt gezamenlijk door een vertegenwoordiger van de
Europese Commissie en door een vertegenwoordiger van de OZA-staten voorgezeten.
De overeenkomstsluitende OZA-staten nemen om beurten gedurende een jaar het
voorzitterschap waar. Artikel 4 Waarnemers 1. Vertegenwoordigers van de
Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA) en
vertegenwoordigers van de Commissie van de Indische Oceaan (IOC) worden
uitgenodigd om als waarnemers aan de vergaderingen van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité deel te nemen. 2. De secretaris van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité stelt de vertegenwoordigers van COMESA en IOC
in kennis van vergaderingen van het gezamenlijk ontwikkelingscomité, zodat zij
als waarnemers kunnen deelnemen. 3. De partijen kunnen
gezamenlijk besluiten op ad-hocbasis ook andere waarnemers uit te nodigen.
Dergelijke waarnemers kunnen aan de vergadering deelnemen op uitnodiging van de
medevoorzitters en na goedkeuring door het gezamenlijk ontwikkelingscomité. 4. Het gezamenlijk
ontwikkelingscomité kan besluiten dat delen van vergaderingen over gevoelige
aangelegenheden niet voor waarnemers openstaan. Artikel 5 Vergaderingen 1. Tenzij anders bepaald in de
overeenkomst komt het gezamenlijk ontwikkelingscomité op verzoek van een van de
partijen bijeen. Indien beide partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen
van het gezamenlijk ontwikkelingscomité per video- of teleconferentie plaatsvinden.
Tenzij anders overeengekomen draagt elke partij in dergelijk geval haar
respectieve kosten voor het via deze middelen houden van de vergadering. 2. Elke vergadering van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité wordt gehouden op een in onderling overleg tussen
de partijen overeengekomen datum en plaats. 3. De vergaderingen van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité worden bijeengeroepen door de secretaris van
het gezamenlijk ontwikkelingscomité. Artikel 6 Delegaties De medevoorzitters van het gezamenlijk ontwikkelingscomité
worden vóór elke vergadering op de hoogte gesteld van de voorgenomen
samenstelling van de delegaties van de OZA-staten en van de Europese Unie. Artikel 7 Secretariaat Ambtenaren van de Europese Commissie
en van de OZA-staten fungeren voor een periode van twaalf maanden beurtelings
als secretaris van het gezamenlijk ontwikkelingscomité. De
overeenkomstsluitende OZA-staten kunnen door het COMESA-secretariaat worden
bijgestaan. Deze perioden vallen samen met het voeren van het secretariaat van
het EPO‑comité door respectievelijk de Europese Unie en de OZA-staten. De
overeenkomstsluitende OZA-staten nemen om beurten het secretariaat waar. Artikel 8 Documenten Wanneer de beraadslagingen van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité gebaseerd zijn op schriftelijke documenten, worden deze
door de secretaris van een nummer voorzien en uiterlijk 14 dagen vóór het begin
van de vergadering als document van het gezamenlijk ontwikkelingscomité
rondgezonden. Artikel 9 Correspondentie 1. Alle aan het gezamenlijk ontwikkelingscomité
gerichte correspondentie wordt naar de secretaris van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité gestuurd. 2. De secretaris ziet erop toe
dat de correspondentie die aan het gezamenlijk ontwikkelingscomité is gericht,
naar de medevoorzitters van het comité wordt doorgestuurd, en in voorkomend
geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document wordt
rondgezonden. 3. De correspondentie van de
medevoorzitters van het gezamenlijk ontwikkelingscomité wordt door de
secretaris naar de partijen gezonden en in voorkomend geval als in artikel 8
van dit reglement van orde bedoeld document rondgezonden. Artikel 10 Agenda van de vergaderingen 1. De secretaris van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité stelt op basis van voorstellen van de partijen
voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Deze wordt uiterlijk drie weken
vóór het begin van de vergadering door de secretaris van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité aan de partijen toegezonden. 2. Op de voorlopige agenda staan
de punten waarvoor de secretaris uiterlijk een maand vóór het begin van de
vergadering een verzoek om plaatsing op de agenda heeft ontvangen; een punt
wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende
documenten uiterlijk op de datum waarop de voorlopige agenda wordt verzonden,
door de secretaris zijn ontvangen. 3. De agenda wordt aan het begin
van elke vergadering door het gezamenlijk ontwikkelingscomité vastgesteld.
Indien de partijen zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige
agenda staat als agendapunt worden opgenomen. 4. De medevoorzitter van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité kan met instemming van de partijen deskundigen
uitnodigen de vergaderingen bij te wonen om informatie over specifieke
onderwerpen te verstrekken. 5. De secretaris kan met
instemming van de partijen de in lid 1 genoemde termijn inkorten als zulks in
een bepaald geval noodzakelijk is. Artikel 11 Notulen 1. Van elke vergadering stelt de
secretaris zo spoedig mogelijk, normaal gezien binnen een maand na de datum van
de vergadering, ontwerpnotulen op. 2. De notulen geven in de regel
een korte samenvatting van elk agendapunt, met in voorkomend geval een
specificatie van de volgende elementen: a) alle bij het gezamenlijk
ontwikkelingscomité ingediende documenten; b) verklaringen die op verzoek van een lid
van het gezamenlijk ontwikkelingscomité worden opgenomen; c) de besluiten, aanbevelingen, verklaringen
en conclusies met betrekking tot specifieke punten. 3. In de notulen wordt ook een
lijst van de deelnemers aan de vergadering van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité opgenomen, evenals een lijst van de waarnemers die de
vergadering bijwonen. 4. De goedkeuring van de notulen
wordt binnen twee maanden na de datum van de vergadering schriftelijk bevestigd
door de overeenkomstsluitende OZA-staten en de EU. De goedgekeurde notulen
worden door de secretaris ondertekend. Elke overeenkomstsluitende OZA-staat en
de EU ontvangen een origineel van deze authentieke documenten. Artikel 12 Aanbevelingen 1. De aanbevelingen van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld. 2. In de periode tussen twee
vergaderingen kan het gezamenlijk ontwikkelingscomité, indien beide partijen
daarmee instemmen, aanbevelingen volgens de schriftelijke procedure vaststellen.
Een schriftelijke procedure bestaat uit een uitwisseling van nota's tussen de
partijen. 3. De aanbevelingen van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité dragen het opschrift "Aanbeveling",
gevolgd door een volgnummer, de datum van vaststelling en een beschrijving van
het onderwerp. 4. De door het gezamenlijk
ontwikkelingscomité vastgestelde aanbevelingen worden geauthenticeerd door een
vertegenwoordiger van de Europese Commissie namens de EU en door een
vertegenwoordiger van de OZA-staten. 5. De aanbevelingen worden als
document van het gezamenlijk ontwikkelingscomité aan de partijen toegezonden en
ter bespreking aan het aan het EPO-comité overgelegd. Artikel 13 Openbaarheid Behoudens
andersluidend besluit zijn de vergaderingen van het gezamenlijk ontwikkelingscomité
niet openbaar. Artikel 14 Talen 1. De werktalen van het
gezamenlijk ontwikkelingscomité zijn de voor de partijen gemeenschappelijke
officiële talen, Engels en Frans. 2. Het gezamenlijk
ontwikkelingscomité beraadslaagt en doet aanbevelingen op basis van documenten
en voorstellen die in zoverre dit mogelijk is in beide in lid 1 genoemde talen
zijn opgesteld. Aanbevelingen worden in beide in lid 1 genoemde talen gedaan. Artikel 15 Kosten 1. Elke partij draagt haar eigen
personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en
telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van het gezamenlijk
ontwikkelingscomité. 2. Uitgaven in verband met de
organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste
van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. 3. Uitgaven voor de diensten van
tolken op vergaderingen en voor de vertaling van documenten komen ten laste van
de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. Uitgaven voor de diensten
van tolken en voor de vertaling van documenten in en uit andere officiële talen
van de Europese Unie komen ten laste van de EU. Artikel 16 Verslaglegging Het gezamenlijk ontwikkelingscomité brengt
verslag uit aan het EPO-comité. Artikel 17 Wijziging
van het reglement van orde Het reglement van orde kan door het EPO-comité
worden gewijzigd. Het gezamenlijk ontwikkelingscomité kan aan het EPO-comité
aanbevelingen doen waarin het wijzigingen van het reglement van orde voorstelt. VEREENVOUDIGD FINANCIEEL MEMORANDUM (te gebruiken bij elk intern besluit van de Commissie van algemene
betekenis met budgettaire gevolgen voor de administratieve kredieten of de
personele middelen, wanneer een ander soort financieel memorandum niet geschikt
is – artikel 23 van de interne regels) 1. Benaming
van het ontwerpbesluit Besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Europese Unie ten
aanzien van het reglement van orde van het EPO-comité, van het comité voor
douanesamenwerking en van het gezamenlijk ontwikkelingscomité waarin is
voorzien in de Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor
een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en
zuidelijk Afrika ("OZA-staten"), enerzijds, en de Europese
Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds 2. Betrokken
beleidsterrein(en) en ABB-activiteit(en) 20 - Handelsbeleid 3. Rechtsgrondslag x Administratieve autonomie ¨ Andere (
specificeren):____________________ 4. Beschrijving
en motivering Dit besluit betreft de vergaderingen en de werking van instellingen die
in het kader van de tussentijdse EPO zullen worden opgericht. De vergaderingen
van de instellingen hebben tot doel een follow-up te geven aan de
tenuitvoerlegging van de overeenkomst. 5. Duur en geraamde financiële
gevolgen 5.1. Duur: ¨ Besluit met beperkte looptijd: besluit van kracht van [datum] tot
[datum] x Besluit
van onbeperkte duur vanaf [datum van vaststelling van dit besluit] 5.2. Geraamde gevolgen voor de begroting Het voorstel voor een besluit leidt tot: ¨ besparingen x extra
kosten (zo ja, vermeld de titel(s) van het meerjarig financieel kader) Titel 5
- administratieve uitgaven 5.3. Bijdragen
van derde partijen aan de financiering van het ontwerpbesluit Wanneer het voorstel in medefinanciering
door lidstaten of andere organen voorziet (specificeren welke), gelieve een
raming van het niveau van medefinanciering te vermelden indien dat bekend is. kredieten in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 || Jaar n+6 || Totaal Specificeer mede- financieringsbron/-orgaan || || || || || || || || TOTAAL medege-financierde kredieten || || || || || || || || 5.4. Verklaring van de cijfers De gemiddelde personeelskosten zijn vermeld onderaan de volgende
webpagina: http://www.cc.cec/budg/pre/legalbasis/pre-040-020_preparation_en.html. 6. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarig financieel kader x Het
voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ¨ Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van
het meerjarig financieel kader. ¨ Het voorstel vergt gebruik van het flexibiliteitsinstrument of
herziening van het meerjarig financieel kader[4]. 7. Gevolgen van de besparingen of
de extra kosten voor de toewijzing van middelen ¨ Middelen waarin zal worden voorzien door interne overplaatsing
binnen diensten x Middelen
reeds toegewezen aan betrokken dienst(en) ¨ Middelen waarom in het kader van de volgende toewijzingsprocedure
zal worden gevraagd De benodigde administratieve en personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die aan het beherende DG in
het kader van de jaarlijkse procedure worden toegewezen met inachtneming van de
budgettaire beperkingen. BIJLAGE: GESCHATTE
FINANCIËLE GEVOLGEN (besparingen of extra kosten) VOOR TOEWIJZINGEN VAN
ADMINISTRATIEVE AARD OF VOOR PERSONELE MIDDELEN VTE = voltijdquivalent XX is het betrokken beleidsterrein of de
betrokken titel miljoen
EUR (tot op 3 decimalen) VTE in personen per jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || TOTAAL /kosten per jaar n || n+1 || n+2 || n+3 || n+4 || n+5 || n+6 Titel 5 || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten || VTE || kredieten Formatieplaatsen (ambtenaren en/of tijdelijk personeel) XX 01 01 01 (Brussel/Luxemburg en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,21 XX 01 01 02 (Delegaties) || || || || || || || || || || || || || || || || Extern personeel || XX 01 02 01 (totale financiële middelen) || || || || || || || || || || || || || || || || XX 01 02 02 (Delegaties) || || || || || || || || || || || || || || || || Overige begrotingsonderdelen (specificeren) || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal – titel 5 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,21 Buiten titel 5 || Formatieplaatsen (ambtenaren en/of tijdelijk personeel) XX 01 05 01 (Onderzoek onder contract) || || || || || || || || || || || || || || || || 10 01 05 01 (Eigen onderzoek) || || || || || || || || || || || || || || || || Extern personeel XX 01 04 yy || || || || || || || || || || || || || || || || - Brussel/Luxemburg || || || || || || || || || || || || || || || || - Delegaties || || || || || || || || || || || || || || || || XX 01 05 02 (Onderzoek onder contract) || || || || || || || || || || || || || || || || 10 01 05 02 (Eigen onderzoek) || || || || || || || || || || || || || || || || Overige begrotingsonderdelen (specificeren) || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal – buiten titel 5 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTAAL || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,03 || 0,2 || 0,21 De benodigde administratieve en personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die aan het beherende DG in
het kader van de jaarlijkse procedure worden toegewezen met inachtneming van de
budgettaire beperkingen. Andere
administratieve uitgaven XX is het
betrokken beleidsterrein of de betrokken titel miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || Jaar || TOTAAL n || n+1 || n+2 || n+3 || n+4 || n+5 || n+6 Titel 5 || || || || || || || || Brussel/Luxemburg || || || || || || || || XX 01 02 11 01 – Dienstreizen en representatie || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,07 XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,07 XX 01 02 11 03 – Comités || || || || || || || || XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen || || || || || || || || XX 01 03 01 03 – Uitrusting en meubilair || || || || || || || || XX 01 03 01 04 – Diensten en andere exploitatiekosten || || || || || || || || Overige begrotingsonderdelen (specificeren) – Vertalers || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,07 Delegaties || || || || || || || || XX 01 02 12 01 – Dienstreizen, conferenties en representatie || || || || || || || || XX 01 02 12 02 – Bijscholing van personeel || || || || || || || || XX 01 03 02 01 – Aankoop, huur en daarmee samenhangende uitgaven || || || || || || || || XX 01 03 02 02 – Uitrusting, meubilair, leveringen en diensten || || || || || || || || Subtotaal – titel 5 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,21 Buiten titel 5 || || || || || || || || XX 01 04 yy – Uitgaven voor technische en administratieve bijstand (exclusief extern personeel) uit beleidskredieten (vroegere BA-onderdelen) || || || || || || || || - Brussel/Luxemburg || || || || || || || || - Delegaties || || || || || || || || XX 01 05 03 – Overige beheersuitgaven voor onderzoek – onderzoek onder contract || || || || || || || || 10 01 05 03 – Overige beheersuitgaven voor onderzoek – eigen onderzoek || || || || || || || || Overige begrotingsonderdelen (specificeren) || || || || || || || || Subtotaal – buiten titel 5 || || || || || || || || EINDTOTAAL || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || 0,21 De benodigde administratieve en personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die aan het beherende DG in
het kader van de jaarlijkse procedure worden toegewezen met inachtneming van de
budgettaire beperkingen. [1] PB L 111 van 24.4.2012, blz. 1. [2] Madagaskar, Mauritius, de Seychellen en Zimbabwe. [3] Madagaskar, Mauritius, de Seychellen en Zimbabwe. [4] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord.