52013PC0040

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap /* COM/2013/040 final - 2013/0022 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

De beveiligingsvereisten zijn van groot belang bij het ontwerp, de invoering en de exploitatie van de infrastructuren die resulteren uit de programma's Galileo en EGNOS, waarvan het gebruik de veiligheid van de Unie en haar lidstaten kan aantasten. Satellietnavigatiesystemen zijn vanwege hun strategische dimensie immers gevoelige infrastructuren, die met name kwetsbaar zijn voor gebruik met kwaadaardige bedoelingen. Bovendien kan een onderbreking van de dienstlevering van satellietnavigatie, gezien het toenemende gebruik dat er op allerlei gebieden van wordt gemaakt, in moderne samenlevingen voor ernstige schade zorgen.

Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor navigatie per satelliet (EGNOS en Galileo)[1] bepaalt dat de Commissie alle veiligheidsaspecten van de twee uit de programma's Galileo en EGNOS resulterende systemen beheert. De veiligheid van de systemen zelf moet echter worden geaccrediteerd; dit houdt in dat wordt nagegaan of de systemen voldoen aan de vastgestelde eisen op veiligheidsgebied en aan de veiligheidsvoorschriften die op de Raad en de Commissie van toepassing zijn. Zoals elke accreditatieactiviteit moet de veiligheidsaccreditatie van de twee Europese satellietnavigatiesystemen op onafhankelijke wijze worden verricht, met name ten opzichte van al degenen die bij het ontwerp, de bouw en de exploitatie zijn betrokken.

Het Europees GNSS-Agentschap is belast met deze accreditatie die moet worden verricht op grond van Verordening (EG) nr. 683/2008 in combinatie met Verordening (EU) nr. 912/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad[2]. Laatstgenoemde verordening stelt de uitvoeringsvoorwaarden van de accreditatietaak van het Agentschap vast en bepaalt met name dat veiligheidsaccreditatiebesluiten onafhankelijk van de Commissie en van de voor de uitvoering van de programma's verantwoordelijke eenheden worden genomen. Dit vereiste van onafhankelijkheid moet eveneens gelden voor de andere taken van het Agentschap.

Om te zorgen dat de activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie onafhankelijk worden verricht – onder meer in hoge mate onafhankelijk van de andere activiteiten van het Europees GNSS-Agentschap – richt Verordening (EU) nr. 912/2010 bij het Agentschap een autonoom orgaan op, namelijk de Raad voor de veiligheidsaccreditatie, die, net als de uitvoerend directeur en de Raad van bestuur, een van de drie organen van het Agentschap is. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie staat op hetzelfde niveau als de Raad van bestuur en is als enige bevoegd om accreditatiebesluiten te nemen. Deze besluiten worden echter, net als de besluiten van de Raad van bestuur, genomen in naam van het Agentschap, en zijn bindend voor het Agentschap dat juridisch gezien de enige rechtspersoon is.

Het Europees GNSS-Agentschap heeft dan ook een bijzondere structuur, omdat er binnen het Agentschap een scheiding bestaat tussen de activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie van de systemen en de andere activiteiten van het Agentschap, namelijk het beheer van het veiligheidscentrum, de bijdrage aan de voorbereiding van het op de markt brengen van de systemen en alle activiteiten die de Commissie aan het Agentschap kan delegeren.

Op 30 november 2011 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen[3]. Deze toekomstige GNSS-verordening is bedoeld om Verordening (EG) nr. 683/2008 te vervangen vanaf januari 2014 en om het beheerskader voor de programma's in de periode 2014-2020 vast te stellen. Met name wordt daarin het grootste deel van de taken in verband met de exploitatie van de twee systemen Galileo en EGNOS aan het Europees GNSS-Agentschap toevertrouwd. Het streven dat de Commissie in haar voorstel heeft uitgesproken om deze taken aan het Agentschap te delegeren, wordt gedeeld door het Europees Parlement en de Raad die de tekst vanaf begin 2012 hebben besproken. Op 7 juni 2012 heeft de Raad een partiële algemene oriëntatie goedgekeurd (document 11105/12 van 11 juni 2012) waarin deze aanpak wordt bevestigd.

Door de omstandigheid dat het Europees GNSS-Agentschap de exploitatie van de twee systemen na 2013 moet beheren, wordt opnieuw de vraag opgeworpen hoe de accreditatieactiviteiten binnen het Agentschap moeten worden geregeld. Gezien het risico van belangenconflicten en het feit dat een rechter niet tegelijkertijd partij kan zijn, is het vereiste dat veiligheidsaccreditatiebesluiten onafhankelijk worden genomen, moeilijk te verenigen met het feit dat zij worden genomen binnen een eenheid die overigens met de exploitatie is belast, zelfs al stelt Verordening (EU) nr. 912/2010, zoals hierboven is uiteengezet, de voorwaarden van een zekere onafhankelijkheid van de Raad voor veiligheidsaccreditatie vast. In haar voorstel betreffende de toekomstige GNSS-verordening heeft de Commissie, zich bewust van dit probleem, overigens bepaald dat de veiligheidsaccreditatie van de systemen “uiterlijk tot 30 juni 2016” een van de taken van het Agentschap is; op die datum nemen de exploitatieactiviteiten hun volle omvang aan. Zo liet zij de vraag open hoe na die datum de accreditatieactiviteiten moeten worden geregeld; hieraan zou een later tekstvoorstel worden gewijd.

Bij de bespreking van de tekst door de afgevaardigden in de verschillende parlementaire commissies kreeg de aanpak van de Commissie, wat de datum van 30 juni 2016 betreft, brede steun. Binnen de Raad hebben de lidstaten gewezen op de noodzaak om de accreditatieactiviteiten naar behoren en onafhankelijk te verrichten en spraken zij de wens uit dat de kwestie van de veiligheidsaccreditatie van de systemen na 1 januari 2014 zo snel mogelijk moet worden opgelost. Overigens heeft de Raad op 7 juni 2012 een verklaring aangenomen (document 11279/12 ADD 1) waarin hij verklaart dat de accreditatieactiviteiten strikt onafhankelijk van de andere taken van het Europees GNSS-Agentschap moeten worden verricht, dat er uiterlijk 1 januari 2014 binnen het Agentschap een structurele en doeltreffende scheiding tussen de verschillende activiteiten moet worden aangebracht en dat de voorzitter van de Raad voor veiligheidsaccreditatie binnen het Agentschap de enige verantwoordelijke voor de accreditatieactiviteiten moet zijn. De Raad heeft de Commissie dan ook verzocht om hiertoe tijdig een voorstel tot wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 in te dienen.

Het is van belang dat er een oplossing komt voor de kwestie hoe de veiligheidsaccreditatie van de Europese satellietnavigatiesystemen tijdens het toekomstige financiële kader 2014-2020 moet worden geregeld. Dit houdt in dat Verordening (EU) nr. 912/2010 moet worden gewijzigd.

Deze wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 is overigens een goede gelegenheid om in de tekst van de verordening wijzigingen aan te brengen om Verordening (EU) nr. 912/2010 in overeenstemming te brengen met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen, die op 12 juni 2012 door de Commissie is goedgekeurd.

Tot slot heeft het reeds genoemde voorstel betreffende de toekomstige GNSS-verordening die op 30 november 2011 door de Commissie is vastgesteld, waarin de mogelijkheid wordt geschapen om de taken van het Europees GNSS-Agentschap uit te breiden en het Agentschap taken op het gebied van exploitatie worden toebedeeld, verregaande gevolgen voor de personeelsbehoefte en daarmee ook voor de toekomstige begroting van het Agentschap. Het financieel memorandum bij Verordening (EU) nr. 912/2010 moet daarom worden gewijzigd.

2.           RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Van het voorstel van de Commissie is geen effectbeoordeling verricht en er heeft geen formele raadpleging van de belanghebbende partijen plaatsgehad.

Met betrekking tot de wijzigingen om de bepalingen van Verordening (EU) nr. 912/2010 in overeenstemming te brengen met de beginselen van de interinstitutionele aanpak van de gedecentraliseerde agentschappen, waren een effectbeoordeling en formele raadplegingen van de belanghebbende partijen niet zinvol, omdat deze aanpak juist het resultaat was van raadplegingen tussen de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.

Wat de wijzingen in verband met de veiligheidsaccreditatie van Europese satellietnavigatiesystemen betreft, moet worden opgemerkt dat de lidstaten, die nauw betrokken zijn bij alle veiligheidskwesties, in dit geval – buiten de instellingen van de Unie en het Europees GNSS-Agentschap – de belangrijkste, of zelfs de enige belanghebbende partijen zijn. De lidstaten zijn hierover uitgebreid geraadpleegd tijdens de besprekingen binnen de Raad over de toekomstige GNSS-verordening, die zijn standpunt heeft meegedeeld in bovengenoemde verklaring van 7 juni 2012. Bovendien is er over de toepassingsvoorwaarden van de uiteindelijk gekozen regeling diepgaand gediscussieerd met het Europees GNSS-Agentschap. Het Europees Parlement, aan wie het voorstel van de toekomstige Europese GNSS-verordening is voorgelegd, heeft zich tot nu toe nog niet specifiek uitgelaten over deze kwestie.

Overigens zijn de verschillende oplossingen die in theorie kunnen worden overwogen voor de veiligheidsaccreditatie van de systemen na 2013 aan een onderzoek onderworpen. Het betreft zes mogelijke oplossingen:

1) De accreditatie toevertrouwen aan de privésector:

De veiligheidsaccreditatie van de Europese satellietnavigatiesystemen heeft een rechtstreekse weerslag op de veiligheid van de Unie en haar lidstaten, die dan ook nauw betrokken willen worden bij de accreditatiewerkzaamheden en -besluiten. Daarom kan niet in ernst worden overwogen om dit type accreditatie over te laten aan de privésector.

2) Oprichting van een nieuw regelgevend agentschap om de accreditatie te verrichten:

Het oprichten van een regelgevend agentschap voor de veiligheidsaccreditatie van de GNSS-systemen kan zinnig lijken, maar is in strijd met de sinds verscheidene jaren door de instellingen van de Unie gedeelde wens om geen nieuwe regelgevende agentschappen op te richten. Bovendien zou deze oplossing de nodige kosten met zich meebrengen, die wellicht niet in verhouding zouden staan tot de werkelijke behoeften. Het permanente personeel dat belast is met de veiligheidsaccreditatie van de veiligheidssystemen bestaat namelijk uit een tiental personen.

3) De accreditatie toevertrouwen aan een bestaand regelgevend agentschap:

Een alternatief voor de oprichting van een nieuw agentschap is het toevertrouwen van de veiligheidsaccreditatie aan een bestaand regelgevend agentschap. Van de verschillende agentschappen van de Unie lijken op voorhand alleen het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (AESA) en, in mindere mate, het Europees Defensieagentschap (EDA) in staat om de veiligheidsaccreditatie van complexe systemen als Galileo en EGNOS te verzorgen.

Hierbij moet echter worden opgemerkt dat een dergelijke accreditatietaak niet tot de huidige taken van die agentschappen behoort. Indien de AESA in de toekomst de EGNOS-accreditatie zou verzorgen, zou er bovendien een grote kans bestaan op belangenconflicten tussen die toekomstige accreditatieopdracht en een eventuele veiligheidsaccreditatietaak. Wat het Europees Defensieagentschap betreft: dit houdt zich voornamelijk bezig met het bevorderen van de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van wapens en defensie-industrie. Het belasten van dit agentschap met de veiligheidsaccreditatie van Galileo en EGNOS zou in tegenspraak zijn met de stelling dat het gaat om civiele systemen die onder civiele controle staan.

4) De accreditatie toevertrouwen aan de Commissie:

In 2007, bij de voorbereidende werkzaamheden voor de opstelling van Verordening (EG) nr. 683/2008, waarin het beheer van de programma's is gewijzigd, is overwogen om de veiligheidsaccreditatie van de twee Europese satellietnavigatiesystemen toe te vertrouwen aan de Commissie. Van deze oplossing is toen afgezien, omdat deze onverenigbaar leek met het vereiste van onafhankelijkheid, aangezien de Commissie op grond van die verordening alle veiligheidsaspecten van de systemen beheert. Dit probleem is nog altijd actueel, aangezien de toekomstige GNSS-verordening, die Verordening (EG) nr. 683/2008 moet vervangen, vanaf 1 januari 2014 eveneens bepaalt dat de Commissie de veiligheid van de programma's garandeert, waaronder de veiligheid van de systemen. Bovendien hechten de lidstaten veel belang aan de structuur van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie zoals deze nu bestaat binnen het Europees GNSS-Agentschap, en het zou in het administratief opzicht moeilijk zijn om een dergelijk orgaan onder te brengen bij de diensten van de Commissie.

5) De accreditatie toevertrouwen aan de Raad:

Het toevertrouwen van de veiligheidsaccreditatie van de Europese GNSS-systemen aan de Raad zou verscheidene voordelen hebben. In de eerste plaats is de Raad niet betrokken bij het beheer van de programma's en zou zijn onafhankelijkheid niet in het geding zijn. Bovendien beschikt de Raad over een zekere kennis op het gebied van accreditatie van complexe systemen omdat hij al een vijftigtal systemen voor eigen gebruik heeft geaccrediteerd. Bovendien is de Raad de entiteit die het best in staat is om de politieke consequenties van de besluiten over accreditatie te dragen. Deze consequenties kunnen qua kosten en tijdsschema verregaande gevolgen voor het uitvoering van de programma’s hebben. Bovendien willen de lidstaten zeer nauw betrokken worden bij het accreditatieproces en zijn zij vanzelfsprekend veel beter vertegenwoordigd bij de Raad dan bij welk ander orgaan van de Unie dan ook.

De nadelen van deze oplossing zijn echter groter dan de voordelen. De Raad is immers geen beheersinstantie; weliswaar heeft hij ervaring met accreditatie van verscheidene systemen, maar dit betreft tot nu toe alleen interne systemen die bedoeld zijn voor het functioneren van de Raad zelf. Bovendien zou de overdracht en de rechtstreeks onderbrenging van de huidige samengestelde structuur van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en de ondergeschikte organen met zijn personeel, waaronder ambtenaren in vaste dienst, bij de administratie van het secretariaat-generaal van de Raad in administratief opzicht dezelfde problemen opleveren als een onderbrenging bij de Commissie.

6) Versterking van de scheiding van de activiteiten binnen het Europees GNSS-Agentschap:

Deze oplossing bestaat uit een zodanige wijziging van de interne organisatie van het Agentschap dat er geen twijfel meer bestaat over de onafhankelijkheid van de accreditatieactiviteiten ten opzichte van de andere activiteiten van het Agentschap.

Deze oplossing, die bestaat uit een betere scheiding van de activiteiten van het Europees GNSS-Agentschap en uit het vergroten van de autonomie van de twee verschillende eenheden onder één juridisch en institutioneel dak, maakt een verregaande onafhankelijkheid bij de uitoefening van de accreditatieactiviteiten mogelijk en is uiteindelijk het minst kostbaar, het eenvoudigst en het gemakkelijkst uitvoerbaar gebleken. Overigens is deze oplossing aanbevolen door de Raad in zijn verklaring van 7 juni 2012.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Wat betreft de noodzaak om de onafhankelijkheid van de werkzaamheden in verband met de accreditatie van de systemen te garanderen en daartoe de scheiding tussen deze activiteiten en de andere activiteiten van het Europees GNSS-Agentschap te versterken, behelst het voorstel in de eerste plaats een versterking van de bevoegdheden van de Raad voor veiligheidsaccreditatie en die van de voorzitter van de Raad voor veiligheidsaccreditatie door deze voor een deel gelijk te stellen met die van respectievelijk de Raad van bestuur en de uitvoerend directeur.

Zo wordt bepaald dat de Raad voor veiligheidsaccreditatie het gedeelte van het werkprogramma van het Agentschap over de operationele activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie van de systemen opstelt en goedkeurt, alsook het deel van het jaarverslag over de activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie van de systemen, en deze tijdig indient bij de Raad van bestuur zodat zij in het werkprogramma en in het jaarverslag van het Agentschap kunnen worden opgenomen. Ook moet hij optreden als tuchtraad voor de voorzitter.

De voorzitter van de Raad voor veiligheidsaccreditatie heeft met betrekking tot de veiligheidsaccreditatieactiviteiten een vergelijkbare taak als die van de uitvoerend directeur met betrekking tot de andere activiteiten van het Agentschap. Naast de taak van vertegenwoordiging van het Agentschap die reeds is vastgelegd in Verordening (EU) nr. 912/2010 in de huidige versie, beheert hij voortaan ook activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie onder leiding van de Raad voor veiligheidsaccreditatie en zorgt hij voor de uitvoering van het met accreditatie samenhangende gedeelte van de arbeidsprogramma's van het Agentschap. Ook kan hij op uitnodiging van het Europees Parlement of de Raad een verslag over de uitvoering van zijn taken indienen en voor die instellingen een verklaring afleggen.

Wat de uitvoering van de interinstitutionele aanpak van de gedecentraliseerde agentschappen betreft, heeft de afstemming over de beginselen die in deze aanpak zijn vastgelegd, vooral betrekking op de voorschriften voor de vaststelling van de besluiten van de Raad van bestuur, op de duur van de ambtstermijn van de leden van de Raad van bestuur en van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en van die van hun voorzitters, op het bestaan van een meerjarig werkprogramma, op de bevoegdheden van de Raad van bestuur inzake personeelsbeleid, op de evaluatie en de herziening van de verordening, op de voorkoming van belangenconflicten, en op de behandeling van gevoelige niet-gerubriceerde gegevens.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De in punt 3 genoemde juridische elementen van het voorstel hebben op zichzelf geen gevolgen voor de begroting.

Daarentegen geeft het bij het voorstel gevoegde financieel memorandum bij Verordening (EU) nr. 912/2010, waarin de nieuwe personeelsbehoeften van het Agentschap in verband met de mogelijk aan het Agentschap op te leggen nieuwe taken, zoals de exploitatie van de Europese GNSS-systemen, deze behoeften op het financieel vlak weer. In budgettaire termen zijn de noodzakelijke bedragen reeds opgenomen in het Commissievoorstel voor het komende financiële kader 2014-2020. Zij worden gefinancierd door herschikking binnen de budgetlijnen van de GNSS-programma's, evenals de bijkomende behoeften voor het jaar 2013. Opgemerkt moet worden dat de uitgaven in verband met de nieuwe personeelsbehoeften van het Agentschap deels worden gecompenseerd door een reductie van 30 posten in de personeelsformatie van de Commissie tijdens dezelfde periode 2014-2020. De begrotingsgegevens zijn opgenomen in het financieel memorandum in de bijlage.

In dat geval moet er aan worden herinnerd dat de in het financieel memorandum genoemde cijfers afhankelijk zijn van in de eerste plaats de goedkeuring door de begrotingsautoriteit van het financieel kader 2014-2020 en in de tweede plaats de goedkeuring van de toekomstige GNSS-verordening.

2013/0022 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[4],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[5],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Uit artikel 16 van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor navigatie per satelliet (EGNOS en Galileo)[6] in combinatie met artikel 2 van Verordening (EU) nr. 912/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad[7] volgt dat het Europees GNSS-Agentschap (hierna: “het Agentschap”) zorgt voor de accreditatie van de Europese systemen voor satellietnavigatie (hierna: “de systemen”) op het gebied van veiligheid en dat het daartoe een begin maakt met en toeziet op de uitvoering van beveiligingsprocedures en controles van de beveiliging van het systeem verricht.

(2)       Verordening (EU) nr. 912/2010, en met name hoofdstuk III ervan, omvat de voorwaarden waaronder het Agentschap de veiligheidsaccreditatie van de systemen verricht. Met name wordt principieel bepaald dat de veiligheidsaccreditatiebesluiten onafhankelijk van de Commissie en de voor de uitvoering van de Europese satellietnavigatieprogramma's (hierna: “de programma's”) verantwoordelijke eenheden worden genomen en dat de autoriteit voor de veiligheidsaccreditatie van de systemen een autonoom orgaan binnen het Agentschap is, dat zijn besluiten onafhankelijk neemt.

(3)       Overeenkomstig dit beginsel richt Verordening (EU) nr. 912/2010 de Raad voor de veiligheidsaccreditatie van Europese GNSS-systemen (hierna: “Raad voor de veiligheidsaccreditatie”) op die, net als de Raad van bestuur en de uitvoerend directeur, een van de drie organen van het Agentschap is. Dit orgaan verricht de aan het Agentschap toebedeelde taken op het gebied van veiligheidsaccreditatie en is bevoegd om namens het Agentschap besluiten over veiligheidsaccreditatie te nemen. Het stelt zijn reglement van orde vast en benoemt zijn voorzitter.

(4)       Verordening (EG) nr. xxx/2013 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen[8], die Verordening (EG) nr. 683/2008 vervangt en op 1 januari 2014 in werking treedt, stelt de regeling van het publieke beheer van de programma's in de periode 2014-2020 vast. De verordening breidt de taken van het Agentschap uit en bepaalt met name dat het Agentschap een belangrijke rol kan spelen bij de exploitatie van de systemen.

(5)       In deze nieuwe context is het van belang dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie de hem toevertrouwde taken volledig onafhankelijk kan verrichten, vooral ten opzichte van de andere organen en activiteiten van het Agentschap. Ook is het van groot belang om binnen het Agentschap een duidelijkere scheiding aan te brengen tussen de activiteiten in verband met de accreditatie en de andere activiteiten, zoals het beheer van het beveiligingscentrum, de bijdragen aan de marketing van de systemen en alle activiteiten die de Commissie door middel van delegatie aan het Agentschap kan toevertrouwen, met name activiteiten in verband met de exploitatie van de systemen. Hiertoe moet uiterlijk op 1 januari 2014 binnen het Agentschap een tastbare en doeltreffende structurele scheiding tussen de verschillende activiteiten worden aangebracht.

(6)       Daarom moet Verordening (EU) nr. 912/2010 worden gewijzigd, in eerste plaats om de autonomie en de bevoegdheden van de Raad voor veiligheidsaccreditatie en zijn voorzitter te vergroten en deze grotendeels op hetzelfde niveau te brengen als die van respectievelijk de Raad van bestuur en de uitvoerend directeur van het Agentschap, met een verplichting voor de verschillende organen van het Agentschap om samen te werken.

(7)       Het is wenselijk dat het de Raad voor veiligheidsaccreditatie is, en niet de Raad van bestuur, die het gedeelte van de werkprogramma’s van het Agentschap over de operationele activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie van de systemen opstelt en goedkeurt, alsook het deel van het jaarverslag over de activiteiten en de vooruitzichten in verband met de veiligheidsaccreditatie van de systemen, en deze tijdig indient bij de Raad van bestuur zodat zij in het werkprogramma en in het jaarverslag van het Agentschap kunnen worden opgenomen. Ook moet hij optreden als tuchtraad voor de voorzitter.

(8)       Wat de voorzitter van de Raad voor veiligheidsaccreditatie betreft, is het wenselijk dat hij met betrekking tot de veiligheidsaccreditatieactiviteiten een soortgelijke rol krijgt toebedeeld als die van de uitvoerend directeur met betrekking tot de andere activiteiten van het Agentschap. Naast de taak van vertegenwoordiging van het Agentschap die reeds is vastgelegd in Verordening (EU) nr. 912/2010 in de versie van 22 september 2010, zou de voorzitter van de Raad voor veiligheidsaccreditatie voortaan ook activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie onder leiding van de Raad voor veiligheidsaccreditatie moeten beheren en zorgen voor de uitvoering van het met accreditatie samenhangende gedeelte van de werkprogramma's van het Agentschap. Ook is het wenselijk dat hij op uitnodiging van het Europees Parlement of de Raad een verslag over de uitvoering van zijn taken kan indienen en een verklaring ten overstaan van die instellingen kan afleggen.

(9)       Bovendien zou het – nogmaals met het oog op het behoud van de autonomie van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en om elk belangenconflict te vermijden – nuttig zijn dat in de eerste plaats de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en het personeel van het Agentschap dat onder zijn toezicht staat hun werkzaamheden verrichten op een plaats die de autonomie en onafhankelijkheid ten opzichte van de andere activiteiten van het Agentschap garandeert, met name ten opzichte van de operationele activiteiten in verband met de exploitatie van de systemen, en dat in de tweede plaats de interne voorschriften op personeelsgebied van het Agentschap borg staan voor de autonomie en de onafhankelijkheid van het personeel dat de veiligheidsaccreditatie verricht ten opzichte van het personeel dat andere activiteiten van het Agentschap verricht.

(10)     Overigens dient – gezien de betrokkenheid van bepaalde derde landen bij de Europese GNSS-programma's, onder meer op veiligheidsgebied – expliciet te worden bepaald dat vertegenwoordigers van derde landen, onder nader te bepalen voorwaarden, kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie.

(11)     Bovendien is het wenselijk dat Verordening (EU) nr. 912/2010 in overeenstemming wordt gebracht met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak van het Parlement, de Raad en de Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen, die door die drie instellingen op respectievelijk 5 juli, 26 juni en 12 juni 2012 is goedgekeurd, vooral met betrekking tot de voorschriften voor de vaststelling van de besluiten van de Raad van bestuur, de duur van de ambtstermijn van de leden van de Raad van bestuur en de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en van die van hun voorzitters, het bestaan van een meerjarig werkprogramma, de bevoegdheden van de Raad van bestuur inzake personeelsbeleid, de evaluatie en de herziening van de verordening, de voorkoming van belangenconflicten, en de behandeling van gevoelige niet-gerubriceerde gegevens.

(12)     De financiële belangen van de Unie moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door evenredige maatregelen, inclusief de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, in voorkomend geval, sancties.

(13)     Aangezien artikel 8 van Verordening (EU) nr. xxx/2013 [toekomstige GNSS-verordening] voorziet in de mogelijkheid voor de lidstaten om aanvullende middelen te verstrekken teneinde bepaalde elementen van de programma's te financieren, moet het Agentschap worden toegestaan om gezamenlijk met de lidstaten aanbestedingen uit te schrijven wanneer dat noodzakelijk blijkt om zijn taken uit te voeren.

(14)     Verordening (EU) nr. 912/2010 dient derhalve te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 912/2010 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

Organen

1.           De organen van het Agentschap zijn:

a) de Raad van bestuur,

b) de uitvoerend directeur;

c) de Raad voor de veiligheidsaccreditatie van Europese GNSS-systemen.

2.           De organen van het Agentschap vervullen hun taken, zoals respectievelijk vastgesteld in de artikelen 6, 8 en 11, overeenkomstig de door de Commissie uitgevaardigde richtsnoeren als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 683/2008.

3.           De Raad van bestuur en de uitvoerend directeur enerzijds, en de Raad voor de veiligheidsaccreditatie van Europese GNSS-systemen en de voorzitter ervan anderzijds, werken samen om de goede werking van het Agentschap te waarborgen, op de wijze die is vastgesteld door de interne voorschriften van het Agentschap, zoals het reglement van orde van de Raad van bestuur, het reglement van orde van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie, de op het Agentschap toepasselijke financiële bepalingen, de bepalingen voor de toepassing van het personeelsstatuut en de voorwaarden voor toegang tot de documenten.”

(2) Artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

Rechtspersoonlijkheid, plaatselijke kantoren

1.           Het Agentschap is een orgaan van de Unie. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

2.           In elk van de lidstaten geniet het Agentschap de meest uitgebreide handelingsbevoegdheid welke aan rechtspersonen krachtens de wetgeving in de betreffende lidstaat wordt verleend. Het kan in het bijzonder roerende en onroerende zaken verwerven of vervreemden en kan in rechte optreden.

3.           Het Agentschap kan besluiten in de lidstaten — met hun toestemming — of in derde landen die overeenkomstig artikel 23 aan de werkzaamheden van het Agentschap deelnemen, plaatselijke kantoren te vestigen.

De bepalingen betreffende de vestiging en de werking van het Agentschap in de ontvangende lidstaten en derde landen en betreffende de voordelen die laatstgenoemden toestaan aan de uitvoerend directeur, de leden van de Raad van bestuur, aan het personeel van het Agentschap en hun gezinsleden worden vastgelegd in bijzondere regelingen die worden overeengekomen door het Agentschap en die staten en landen. De bijzondere regelingen worden goedgekeurd door de Raad van bestuur.

De ontvangende lidstaten en derde landen bieden het Agentschap een optimaal kader voor de verrichting van zijn activiteiten, vooral wat betreft:

a)       de toegankelijkheid van de lokalen,

b)       geschikte onderwijsinfrastructuren voor de kinderen van de personeelsleden en de gedetacheerde nationale deskundigen,

c)       de toegang tot de arbeidsmarkt, het socialezekerheidsstelsel en de gezondheidszorg voor de gezinnen van de personeelsleden en de gedetacheerde nationale deskundigen.

4.           Het Agentschap wordt vertegenwoordigd door zijn uitvoerend directeur, behoudens artikel 11 bis, lid 1, onder d).”

(3) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

“2. De Raad van bestuur bestaat uit:

a)          een vertegenwoordiger per lidstaat,

b)         vijf vertegenwoordigers van de Commissie,

c)          een vertegenwoordiger zonder stemrecht van het Europees Parlement.

De ambtstermijn van de leden van de Raad van bestuur bedraagt vier jaar en kan worden verlengd.

Een vertegenwoordiger van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie van Europese GNSS-systemen, een vertegenwoordiger van de Hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (hierna: “HV”) en een vertegenwoordiger van het Europees Ruimteagentschap (hierna: “ESA”) worden uitgenodigd om de vergaderingen van de Raad van bestuur bij te wonen als waarnemer.”;

b) lid 4 wordt vervangen door:

“4. De Raad van bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn taken te verrichten. De ambtstermijn van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter bedraagt twee jaar, is eenmaal verlengbaar en loopt af wanneer hun lidmaatschap van de Raad van bestuur ten einde loopt.”;

c) lid 6 wordt vervangen door:

“6. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, neemt de Raad van bestuur besluiten met absolute meerderheid van de stemmen van zijn stemgerechtigde leden.

Voor de verkiezing van de voorzitter en de vicevoorzitter van de Raad van bestuur, de goedkeuring van de begroting en de werkprogramma’s is een tweederde meerderheid van alle stemgerechtigde leden noodzakelijk.”

(4) Artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

Taken van de Raad van bestuur

1.           De Raad van bestuur ziet erop toe dat het Agentschap de aan het Agentschap toevertrouwde taken uitvoert, onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, en neemt alle besluiten die daartoe nodig zijn, onverminderd de bevoegdheden die aan de Raad voor de veiligheidsaccreditatie zijn toebedeeld voor de activiteiten van hoofdstuk III.

2.           Bovendien is de Raad van bestuur belast met de volgende taken:

a)      hij stelt uiterlijk 30 juni van het eerste jaar van het meerjarig financieel kader als bedoeld in artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het meerjarig werkprogramma van het Agentschap op voor de periode die onder het meerjarig financieel kader valt, na er het deel in te hebben opgenomen dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie overeenkomstig artikel 11, lid 3, onder b), heeft opgesteld en na het advies van de Commissie te hebben ontvangen;

b)      hij stelt uiterlijk op 15 november van elk jaar het werkprogramma van het Agentschap voor het komende jaar vast, na er het deel in te hebben opgenomen dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie overeenkomstig artikel 11, lid 3, onder c), heeft opgesteld en na het advies van de Commissie te hebben ontvangen;

c)      verricht de taken met betrekking tot de begroting overeenkomstig artikel 13, leden 5, 6, 10 en 11, en artikel 14, lid 5;

d)      hij ziet toe op de exploitatie van het Galileo-beveiligingscentrum (hierna “Galileo Security Monitoring Centre” of “GSMC”) als bedoeld in artikel 16, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 683/2008;

e)      hij stelt overeenkomstig artikel 21 de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie vast(*);

f)       hij stelt het jaarverslag over de activiteiten en de vooruitzichten van het Agentschap vast, na er het deel in te hebben opgenomen dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie overeenkomstig artikel 11, lid 3, onder d), heeft opgesteld, en zendt dit uiterlijk op 1 juli toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer;

g)      hij geeft het nodige gevolg aan de bevindingen en aanbevelingen van de in artikel 26 bedoelde evaluaties, die van de onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en alle interne en externe auditverslagen en zendt de begrotingsautoriteit alle informatie toe die voor de evaluatieprocedures van belang is;

h)      hij wordt geraadpleegd door de uitvoerend directeur over de delegatieovereenkomsten tussen de Commissie en het agentschap op grond van artikel [15, lid 1, onder d)] van Verordening [toekomstige GNSS-verordening] voordat zij ondertekend worden;

i)       hij stelt zijn huishoudelijk reglement vast.

3.           Ten aanzien van het personeel van het Agentschap oefent de Raad van bestuur de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en van het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag uit, die respectievelijk door het statuut van de ambtenaren van de Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden worden verleend (“bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegd gezag”).

Overeenkomstig de procedure van artikel 110 van het Statuut kan de raad van bestuur op basis van artikel 2, lid 1, van het Statuut en op basis van artikel 6 van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit aannemen om de bevoegdheden tot aanstelling te delegeren aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vast te stellen waaronder die delegatie kan worden geschorst. De uitvoerend directeur mag deze bevoegdheid op zijn beurt subdelegeren.

In toepassing van de vorige alinea en wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur een besluit nemen om de delegatie van bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend directeur en de door hem verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uitoefenen, dan wel delegeren aan een van zijn leden of een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.

In afwijking van de tweede alinea is de Raad van bestuur echter verplicht de in de eerste alinea bedoelde bevoegdheden aan de voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie te delegeren, voor zover het gaat om de aanwerving, evaluatie en herintegratie van het personeel dat betrokken was bij de activiteiten van hoofdstuk III, alsmede de tegen dat personeel te nemen disciplinaire maatregelen.

De Raad van bestuur stelt de uitvoeringsbepalingen van het statuut van de ambtenaren van de Unie en van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vast, overeenkomstig artikel 110 van het Statuut. Wat de aanwerving, evaluatie en herplaatsing van het bij de activiteiten van hoofdstuk III betrokken personeel en de ten aanzien van dat personeel te nemen disciplinaire maatregelen betreft, raadpleegt hij vooraf de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en houdt terdege rekening met diens opmerkingen.

Hij stelt eveneens de uitvoeringsbepalingen op voor de detachering van de gedetacheerde nationale deskundigen als bedoeld in artikel 15 quater, na raadpleging van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en terdege rekening houdend met diens opmerkingen.

4.           De Raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur en kan diens mandaat overeenkomstig artikel 15 ter, lid 4, verlengen of beëindigen. Hij treedt op als tuchtraad ten aanzien van de uitvoerend directeur.

_________________

(*)     PB L 145 van 31.05.2001, blz. 43.”

(5) Artikel 7 wordt vervangen door:

“Artikel 7

Uitvoerend directeur

Het Agentschap wordt geleid door zijn uitvoerend directeur, die zijn taken uitvoert onder toezicht van de Raad van bestuur, onverminderd de bevoegdheden die bij de artikelen 11 en 11 bis respectievelijk aan de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en de voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie zijn verleend.”

(6) Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 8

Taken van de uitvoerend directeur

De uitvoerend directeur verricht de volgende taken:

(1) hij treedt op als vertegenwoordiger van het Agentschap, met uitzondering van activiteiten en besluiten overeenkomstig de hoofdstukken II en III, en is met het beheer ervan belast; hij ondertekent de delegatieovereenkomsten tussen de Commissie en het agentschap op grond van artikel [15, lid 1, onder d)] van Verordening [toekomstige GNSS-verordening];

(2) hij bereidt de werkzaamheden van de raad van bestuur voor en neemt, zonder stemrecht, deel aan de werkzaamheden van de Raad van bestuur;

(3) hij is onder toezicht van de Raad van bestuur verantwoordelijk voor de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma van het Agentschap, met uitzondering van het deel van het programma dat onder hoofdstuk III valt;

(4) hij neemt alle noodzakelijke maatregelen, waaronder de vaststelling van interne administratieve instructies en de bekendmaking van mededelingen, om het functioneren van het Agentschap in overeenstemming met deze verordening te waarborgen;

(5) hij stelt overeenkomstig artikel 13 een ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap op en voert overeenkomstig artikel 14 de begroting uit;

(6) hij stelt elk jaar een ontwerp van algemeen verslag op, terdege rekening houdend met de opmerkingen van de voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie wat de activiteiten van hoofdstuk III betreft, en legt dit voor aan de Raad van bestuur;

(7) hij zorgt ervoor dat het Agentschap, als exploitant van het GSMC, gehoor kan geven aan instructies die uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB worden verstrekt;

(8) stelt de organisatiestructuur van het Agentschap vast, die hij ter goedkeuring aan de Raad van bestuur voorlegt;

(9) hij oefent ten aanzien van het personeel van het Agentschap de in artikel 6, lid 3, eerste alinea, bedoelde bevoegdheden uit, voor zover deze bevoegdheden hem zijn verleend overeenkomstig de tweede alinea van dat lid;

(10) hij kan na instemming van de Raad van bestuur de vereiste maatregelen nemen om overeenkomstig artikel 4 plaatselijke kantoren in de lidstaten te vestigen;

(11) hij zorgt ervoor dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie en de in artikel 11, lid 11, bedoelde organen beschikken over een secretariaat en alle middelen die nodig zijn voor hun goede werking;

(12) hij bereidt een actieplan om te zorgen dat er gevolg aan de bevindingen en aanbevelingen van de vroegere beoordelingen wordt gegeven, en dient bij de Commissie een halfjaarlijks verslag over de geboekte vooruitgang in;

(13) hij neemt de volgende maatregelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen:

i) hij neemt preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, alsmede doeltreffende controlemaatregelen;

ii) indien onregelmatigheden worden ontdekt, gaat hij over tot invordering van de ten onrechte betaalde bedragen en past zo nodig administratieve en financiële sancties toe die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn;

(14) hij ontwikkelt een antifraudestrategie voor het Agentschap en dient deze ter goedkeuring in bij de raad van bestuur.”

(7) Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis

Werkprogramma en jaarverslag

1.           Het in artikel 6, lid 2, onder a), bedoelde meerjarige programma van het Agentschap voorziet in de maatregelen die het Agentschap moet nemen tijdens de periode die valt onder het meerjarig financieel kader als bedoeld in artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met inbegrip van de maatregelen die verband houden met de internationale relaties en met de communicatie waarvoor het aansprakelijk is. Dit programma stelt het personeel en de financiële middelen vast die voor elke activiteit worden uitgetrokken. Hierbij worden de artikel 26 bedoelde evaluaties in aanmerking genomen.

2.           Op basis van het meerjarige werkprogramma stelt het in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde jaarlijkse programma de maatregelen vast die het Agentschap tijdens het komende jaar moet verrichten, met inbegrip van de maatregelen in verband met de internationale betrekkingen en de communicatie waarvoor het aansprakelijk is. Dit programma stelt het personeel en de financiële middelen vast die voor elke activiteit worden uitgetrokken. Het omvat, ter informatie, de taken die de Commissie in voorkomend geval aan het Agentschap heeft gedelegeerd onder toepassing van artikel [15, lid 1, onder d)] van Verordening [toekomstige GNSS-verordening].

3.           Het in artikel 8, onder f), bedoelde algemeen verslag geeft een overzicht van de uitvoering van de werkprogramma’s van het Agentschap.”

(8) Artikel 10, onder g), wordt vervangen door:

“ g) de instantie voor veiligheidsaccreditatie van de Europese GNSS-systemen vormt binnen het Agentschap een autonoom orgaan dat zijn besluiten strikt onafhankelijk neemt; ook jegens de Commissie en de andere eenheden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de programma’s, en jegens de uitvoerend directeur en de Raad van bestuur van het Agentschap;”

(9) Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)      lid 3 wordt vervangen door:

“3. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie verricht de volgende taken:

a)       hij verricht de veiligheidsaccreditatie van systemen die erin bestaat vast te stellen dat de systemen in overeenstemming zijn met de beveiligingsvereisten als bedoeld in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 683/2008 en met de toepasselijke beveiligingsvoorschriften en ‑regelingen van de Raad en de Commissie;

b)      hij verricht de opstelling en goedkeuring van het deel van het meerjarige werkprogramma dat wordt bedoeld in artikel 8 bis, lid 1, betreffende de operationele activiteiten die onder het onderhavige hoofdstuk vallen en betreffende de financiële en menselijke hulpbronnen die noodzakelijk zijn voor de verrichting ervan, en dient dit deel tijdig in bij de Raad van bestuur zodat het kan worden opgenomen in het desbetreffende meerjarige programma;

c)       hij verricht de opstelling en goedkeuring van het deel van het jaarlijkse werkprogramma dat wordt bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, betreffende de operationele activiteiten die onder het onderhavige hoofdstuk vallen en betreffende de financiële en menselijke hulpbronnen die noodzakelijk zijn voor de verrichting ervan, en dient dit deel tijdig in bij de Raad van bestuur zodat het kan worden opgenomen in het desbetreffende meerjarige programma;

d)      hij verricht de opstelling en goedkeuring van het deel van het jaarlijkse programma dat wordt bedoeld in artikel 6, lid 2, onder f), betreffende de activiteiten en de vooruitzichten van het Agentschap die onder het onderhavige hoofdstuk vallen en betreffende de financiële middelen en het personeel die noodzakelijk zijn voor de verrichting ervan, en dient dit deel tijdig in bij de Raad van bestuur, zodat het kan worden opgenomen in het desbetreffende verslag;

e)       hij treedt op als tuchtraad ten aanzien van de voorzitter;

f)       hij stelt zijn reglement van orde vast.”

b)      de leden 7 en 8 worden vervangen door:

“7. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat, één vertegenwoordiger van de Commissie en één vertegenwoordiger van de HV. De ambtstermijn van de leden van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie bedraagt vier jaar en kan worden verlengd. Een vertegenwoordiger van het ESA wordt uitgenodigd om de vergaderingen van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie als waarnemer bij te wonen. In voorkomend geval worden de deelname van vertegenwoordigers van derde landen en de voorwaarden daarvoor vastgesteld in de in artikel 23 bedoelde regelingen.

8. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter met een meerderheid van tweederde van alle stemgerechtigde leden. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn taken te verrichten.

De Raad voor de veiligheidsaccreditatie is bevoegd om de voorzitter en de vicevoorzitter te ontslaan. Hij neemt het besluit daartoe met een meerderheid van tweederde van zijn leden.

De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie bedraagt twee jaar en is een maal verlengbaar. Deze termijn neemt een einde wanneer de voorzitter of de vicevoorzitter zijn hoedanigheid van lid van Raad voor de veiligheidsaccreditatie verliest.”

c)      lid 9 wordt geschrapt;

d)      lid 10 wordt vervangen door:

“10. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie beschikt over alle personele en materiële middelen die nodig zijn om passende administratieve ondersteuningsfuncties te vervullen en om hem in staat te stellen zich, samen met de in lid 11 vermelde organen, onafhankelijk van zijn taken te kwijten, met name bij het behandelen van dossiers, het inleiden en bewaken van de uitvoering van veiligheidsprocedures, het uitvoeren van veiligheidsaudits van de systemen, het voorbereiden van besluiten en het beleggen van zijn vergaderingen. Hij heeft eveneens toegang tot alle informatie die van nut is voor de uitvoering van zijn taken en waarover het Agentschap beschikt, onverminderd de in artikel 10, onder g), vastgelegde beginselen van autonomie en onafhankelijkheid.”

e)      het volgende lid 17 wordt toegevoegd:

“17. De Raad voor de veiligheidsaccreditatie en het personeel van het Agentschap dat onder zijn toezicht is geplaatst, verrichten hun werkzaamheden op zodanige wijze dat autonomie en onafhankelijkheid ten opzichte van de andere activiteiten van het Agentschap gewaarborgd zijn, met name ten opzichte van de operationele activiteiten in samenhang met de exploitatie van de systemen.”

(10) Na artikel 11 bis wordt het volgende artikel 11 bis ingevoegd:

“Artikel 11 bis

Taken van de voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie

1.           De voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie verricht de volgende taken:

a)       hij beheert de activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie onder leiding van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie;

b)      hij is onder toezicht van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie verantwoordelijk voor de uitvoering van het deel van de werkprogramma’s van het Agentschap dat onder dit hoofdstuk valt;

c)       hij helpt de uitvoerend directeur met het opstellen van een ontwerp-personeelsformatie als bedoeld in artikel 13, lid 3;

d)      hij treedt op als vertegenwoordiger van het Agentschap voor de activiteiten en besluiten die onder dit hoofdstuk vallen;

e)       hij oefent ten aanzien van het personeel van het Agentschap dat betrokken is bij de activiteiten van dit hoofdstuk de in artikel 6, lid 3, eerste alinea, bedoelde bevoegdheden uit, die hem zijn verleend overeenkomstig de vierde alinea van dat lid.

2.           De voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie kan door het Europees Parlement of de Raad worden verzocht verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken en een verklaring af te leggen voor die instellingen.”

(11) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)      lid 3 wordt vervangen door:

“3. De uitvoerend directeur stelt, in nauw overleg met de voorzitter van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie wat de activiteiten van hoofdstuk III betreft, een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar, en zendt deze tezamen met een ontwerp-personeelsformatie aan de Raad van bestuur en aan de Raad voor de veiligheidsaccreditatie.”

b)      lid 5 wordt vervangen door:

“5. Elk jaar stelt de Raad van bestuur, op basis van de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven en in nauw overleg met de Raad voor de veiligheidsaccreditatie wat de activiteiten van hoofdstuk III betreft, een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar.”

(12) Artikel 14, lid 10, wordt vervangen door:

“Vóór 30 april van het jaar n + 2 verleent het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar n; met uitzondering van het deel van de uitvoering van de begroting dat valt onder de taken die in voorkomend geval aan het Agentschap zijn toevertrouwd op grond van artikel [15, lid 1, onder d)] van Verordening [toekomstige GNSS-verordening], waarop de procedure van de artikelen 164 en 165 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van toepassing is.

_________________

(*)     PB L298 van 26.10.2012, blz. 1.”

(13) Na hoofdstuk IV wordt het volgende hoofdstuk IV bis ingevoegd:

“HOOFDSTUK IV bis

PERSONEEL

Artikel 15 bis

Personeel

1.           Het Statuut van de ambtenaren van de Unie, de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Europese Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van dat statuut en die regeling, zijn van toepassing op het personeel van het Agentschap.

2.           De interne voorschriften van het Agentschap, zoals het reglement van orde van de Raad van bestuur, het reglement van orde van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie, de bepalingen voor de toepassing van het personeelsstatuut en de voorwaarden voor toegang tot de documenten, die de autonomie en de onafhankelijkheid garanderen van het personeel dat zich met veiligheidsaccreditatie bezighoudt ten opzichte van het personeel dat andere activiteiten van het Agentschap verricht, overeenkomstig artikel 10, onder g).

Artikel 15 ter

Benoeming en ambtstermijn van de uitvoerend directeur

1.           De uitvoerend directeur wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van het Agentschap overeenkomstig artikel 2, onder a), van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden.

2.           De uitvoerend directeur wordt op grond van verdiensten en van door bewijsstukken aangetoonde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook relevante bekwaamheid en ervaring, door de Raad van bestuur benoemd aan de hand van een door de Commissie voorgestelde lijst van kandidaten, na een transparant algemeen vergelijkend onderzoek volgend op een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie en elders.

Voor het aangaan van het contract van de uitvoerend directeur wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de voorzitter van de Raad van bestuur.

De Raad van bestuur neemt een besluit tot benoeming van de uitvoerend directeur met een meerderheid van tweederde van zijn leden.

3.           De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van zijn ambtstermijn verricht de Commissie een beoordeling die de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap omvat.

Op basis van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in de eerste alinea bedoelde beoordeling, kan de Raad van bestuur het mandaat van de uitvoerend directeur eenmaal met ten hoogste vijf jaar verlengen.

Het besluit tot verlenging van het mandaat van de uitvoerend directeur wordt met een meerderheid van tweederde van de leden van de Raad van bestuur genomen.

Een uitvoerend directeur wiens mandaat is verlengd, kan na afloop van de verlenging van zijn mandaat niet deelnemen aan een selectieprocedure voor dezelfde functie.

4.           De Raad van bestuur kan op voorstel van de Commissie de uitvoerend directeur ontslaan door middel van een met een meerderheid van tweederde van zijn leden genomen besluit.

5.           Het Europees Parlement of de Raad kunnen de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken en een verklaring af te leggen voor die instellingen.

Artikel 15 quater

Gedetacheerde nationale deskundigen

Het Agentschap kan ook een beroep doen op nationale deskundigen. Deze deskundigen beschikken over een passende veiligheidsmachtiging, zulks overeenkomstig de toepasselijke wetgeving.”

(14) Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 16

Fraudebestrijding

1.           Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad (*) zonder enige beperking van toepassing. Hiertoe treedt het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (**) en stelt onverwijld de dienovereenkomstige voorschriften vast, die op alle medewerkers van het agentschap en op de gedetacheerde nationale deskundigen van toepassing zijn, met gebruikmaking van het model-besluit in bijlage bij het genoemde akkoord.

2.           De Rekenkamer is bevoegd tot het controleren van de begunstigden van middelen van het agentschap en van de contractanten en subcontractanten die via het Agentschap middelen van de Unie hebben ontvangen, op basis van de bij haar ingediende documenten of de ter plaatse verrichte inspecties.

3.           Op basis van de subsidies die zijn gefinancierd of de contracten die zijn gesloten door het Agentschap, kan OLAF onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/1996 van de Raad (***), ter bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschap worden geschaad.

4.           Onverminderd de leden 1, 2 en 3 van dit artikel wordt in de overeenkomsten tot samenwerking van het Agentschap met derde landen of internationale organisaties, de contracten en subsidieovereenkomsten die het Agentschap met derden heeft gesloten, en alle financieringsbesluiten door het Agentschap uitdrukkelijk bepaald dat de Rekenkamer en OLAF controles en onderzoeken kunnen verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

_________________

(*)     PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

(**)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15.

(***) PB L292 van 15.11.1996, blz. 2.”

(15) Artikel 17 wordt vervangen door:

“Artikel 17

Voorrechten en immuniteiten

Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op het Agentschap en zijn personeel.”

(16) artikel 18 wordt geschrapt;

(17) Artikel 22 wordt vervangen door:

“Artikel 22

Veiligheidvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde of gevoelige gegevens

Het Agentschap past de veiligheidsvoorschriften van de Commissie toe op het gebied van bescherming van gerubriceerde informatie van de Unie die zijn opgenomen in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde (*). Het past deze eveneens toe op niet-gerubriceerde gevoelige gegevens. Dit behelst onder meer bepalingen inzake de uitwisseling, de verwerking en de opslag van deze gegevens.

_________________

(*)     PB L317 van 3.12.2001, blz. 1.”

(18) na artikel 22 wordt het volgende artikel 22 bis ingevoegd:

“Artikel 22 bis

Belangenconflicten

1.           De uitvoerend directeur en de door de lidstaten en door de Commissie op tijdelijke basis gedetacheerde ambtenaren leggen een verbintenisverklaring af, alsmede een verklaring over hun belangen waaruit blijkt dat zij geen directe of indirecte belangen hebben die als nadelig voor hun onafhankelijkheid kunnen worden beschouwd. Deze verklaringen worden schriftelijk afgelegd bij indiensttreding en worden vernieuwd bij wijziging van hun persoonlijke situatie.

2.           De externe deskundigen die zitting hebben in de ad hoc-werkgroepen maken op elke vergadering de belangen kenbaar die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid ten aanzien van de agendapunten.

3.           De Raad van bestuur en de Raad voor de veiligheidsaccreditatie brengen een beleid tot stand om belangenconflicten te vermijden.”

(19) Na artikel 23 wordt het volgende artikel 23 bis ingevoegd:

“Artikel 23 bis

Gezamenlijke aanbestedingen met de lidstaten

Voor de uitvoering van zijn taken is het Agentschap bevoegd om gezamenlijk met de lidstaten aanbestedingen uit te schrijven volgens de voorwaarden van gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie(*).

_________________

(*)     PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1.”

(20) Artikel 26 wordt vervangen door:

“Artikel 26

Evaluatie en herziening van deze verordening

1.           Uiterlijk in 2016, en vervolgens elke vijf jaar, voert de Commissie een evaluatie van het Agentschap uit, die met name betrekking heeft op zijn weerslag, doelmatigheid, goede werking, werkmethoden en behoeften en op het gebruik van de middelen die aan het Agentschap zijn toegekend. Deze evaluatie omvat met name een onderzoek van een eventuele wijziging van de taken van het Agentschap en de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging.

2.           De Commissie zendt dit evaluatieverslag en haar eigen conclusies over de inhoud van dat verslag aan het Europees Parlement, de Raad, de Raad van bestuur en de Raad voor de veiligheidsaccreditatie van het Agentschap. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

3.           Elke tweede evaluatie omvat een onderzoek van de balans van het Agentschap aan de hand van de doelstellingen en taken. Als de Commissie van mening is dat de instandhouding van het Agentschap op grond van de eraan toegekende doelstellingen en taken niet langer gerechtvaardigd is, kan de Commissie een voorstel doen tot intrekking van deze verordening.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstellingen

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.2. Geraamde gevolgen voor de kredieten [van de instantie]

              3.2.3. Geraamde gevolgen voor de personele middelen [van de instantie]

              3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

              3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

              3.4.    Geraamde gevolgen voor de personele middelen van de Commissie

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap – wijziging van het financieel memorandum

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[9]

Betrokken beleidsterrein(en): Ondernemingen en industrie

Hoofdstuk 02 05: EUROPESE PROGRAMMA'S VOOR NAVIGATIE PER SATELLIET (GALILEO EN EGNOS)

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[10]

¨ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

þ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4.        Doelstellingen

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

De Europese rol in de ruimtevaart versterken en de ontwikkeling van satellietdiensten stimuleren

Bij de satellietnavigatieprogramma's (hierna: “de programma's”) gaat het om vlaggenschipprojecten van de Unie. Zij hebben de levering van radionavigatiediensten tot doel en zullen belangrijke ontwikkelingen in talrijke sectoren genereren, een impuls geven aan de technologische innovatie en het concurrentievermogen van de Europese economie, en nieuwe banen, inkomsten en sociaaleconomische voordelen opleveren. Zij passen derhalve in het kader van de Europa 2020-strategie en het beleid voor duurzame ontwikkeling.

Meer in het bijzonder heeft het Galileo-programma de oprichting van het mondiaal systeem voor satellietnavigatie van Europa (hierna: “GNSS”) tot doel. Met dit systeem zullen aan gebruikers over de hele wereld plaats- en tijdsbepalings- en navigatiediensten kunnen worden geleverd voor een breed spectrum aan toepassingen, zoals vervoer, de clearing van effecten, elektriciteitsvoorziening, weersvoorspellingen en tolheffing op wegen.

EGNOS is een Europees systeem voor het verbeteren van de prestaties van het Amerikaanse gps-systeem in de Europese zone. Het maakt het mogelijk bestaande diensten voor satellietnavigatie te gebruiken voor veiligheidskritieke toepassingen, zoals de besturing en landing van vliegtuigen en het loodsen van schepen door vaargeulen, om enkele voorbeelden uit de lucht- en scheepvaart te geven.

Op basis van de door de Commissie in haar voorstel voor een verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen voorgestelde beheersstructuur[11], alsmede de door het Europees Parlement en de Raad in de op 7 juni 2012 vastgestelde partiële algemene oriëntatie gesteunde beheersstructuur zal het Europees GNSS-Agentschap (hierna: “het Agentschap”) uitgroeien tot een belangrijke speler in de exploitatiefase van de systemen.

Daar de verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen (hierna: “GNSS-verordening”) nog door de medewetgevers wordt besproken en nog niet is vastgesteld, en afhankelijk is van het definitieve besluit over het volgende meerjarige financiële kader, kunnen sommige bij het opstellen van dit financieel memorandum gebruikte aannamen nog worden gewijzigd.

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Gezien de groeiende betrokkenheid van het Agentschap bij de exploitatiefase van de programma's beoogt dit voorstel de onafhankelijkheid van de Raad voor de veiligheidsaccreditatie (een van de drie organen van het Agentschap) te versterken en ervoor te zorgen dat voldoende personele en financiële middelen beschikbaar worden gesteld zodat het Agentschap zijn taken kan vervullen.

1. Veiligheidsaccreditatie:

Vanwege hun strategisch belang vormen de Europese satellietnavigatiesystemen kritieke infrastructuren. Zij zouden kunnen worden misbruikt, waardoor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten in gevaar gebracht zou worden. Verder zou elke onderbreking van de dienstverlening tot aanzienlijke verliezen voor de Europese economie kunnen leiden, aangezien steeds meer economische sectoren van satellietnavigatie afhankelijk zijn.

Om de veiligheid van het systeem te waarborgen, moet een onafhankelijke veiligheidsaccreditatie worden uitgevoerd; deze is cruciaal voor de systemen. Een dergelijke accreditatie garandeert dat de veiligheidsmaatregelen toereikend zijn om het systeem te beschermen tegen bedreigingen en kwetsbare punten, dat het systeem zelf tijdens de levensduur ervan niet aan onaanvaardbare risico's wordt blootgesteld, en dat het gevoelige of gerubriceerde gegevens kan verwerken, opslaan en overdragen zonder onaanvaardbare risico's, overeenkomstig specifieke vastgelegde voorwaarden.

Aangezien het Agentschap in het kader van de nieuwe beheersstructuur meer bij de tenuitvoerlegging van programma's betrokken zal zijn, moeten de activiteiten in verband met veiligheidsaccreditatie en de overige activiteiten sterker van elkaar worden gescheiden om een belangenconflict tussen beide soorten activiteiten te vermijden en de onafhankelijkheid van de veiligheidsaccreditatie te behouden.

2. Marktontwikkeling en ontwikkeling van toepassingen:

Het Agentschap moet bijdragen tot de marketing van de Galileo- en EGNOS-diensten, om de aanvaarding ervan door de markt te bevorderen. De marketing van de diensten is een zeer belangrijk aspect met het oog op het maximaliseren van de verwachte sociaaleconomische voordelen van de systemen.

3. Exploitatie van de Galileo Security Monitoring Centres en ontwikkeling van de PRS-toepassingen:

Het Agentschap zal worden belast met de exploitatie van het GSMC (Galileo Security Monitoring Centre).

Het GSMC wordt gezien als het “brein” van het Galileo-systeem voor wat betreft de algehele veiligheid ervan. Het is een kritiek operationeel centrum van het systeem. Het zal in staat zijn verschillende bedreigingen en aanvallen te analyseren en af te wenden. Het moet derhalve operationeel zijn voordat de Galileo-diensten worden opgezet en van start gaan, en het moet 24 uur per dag en 7 dagen per week door gekwalificeerde deskundigen worden bediend. Het is gevestigd op twee locaties: in Frankrijk, in Saint-Germain-en-Laye, en in het Verenigd Koninkrijk, in Swanwick.

4. Exploitatie van de systemen:

Het doel van de exploitatie van de systemen is kwalitatief hoogwaardige diensten te bieden om in de behoeften van de gebruikers te voorzien en alle nodige maatregelen te treffen voor een zo breed en snel mogelijke aanvaarding van deze diensten. Voor het functioneren op lange termijn en het maximaliseren van de sociaaleconomische voordelen is het van essentieel belang dat de exploitatie op passende wijze wordt gestructureerd.

Het beheerskader moet worden afgestemd op de afzonderlijke programma's (Galileo en EGNOS) voor zover die zich in verschillende stadia van ontwikkeling bevinden. Het moet ook worden afgestemd op de specifieke fasen waarin de programma's zich bevinden, om de risico's van een onderbreking van de dienstverlening af te wenden. Terwijl EGNOS reeds operationeel is en zich in de exploitatiefase bevindt, zal Galileo binnenkort een cruciale ontwikkelingsfase bereiken wanneer de levering van de diensten, en daarmee ook de exploitatiefase, begint.

Ten aanzien van EGNOS geldt dat:

- de exploitatiefase in oktober 2009 is begonnen;

- de Commissie momenteel met het beheer van de exploitatie van EGNOS is belast. Deze verantwoordelijkheid wordt per 1 januari 2014 aan het Agentschap overgedragen, met een geleidelijke invoering vanaf 2012;

- in het voorgestelde nieuwe beheersmodel (vanaf 2014) beheert het Agentschap alle activiteiten in verband met de exploitatie van EGNOS en besteedt het bepaalde operationele taken uit aan andere eenheden, met name aan de exploitant van het EGNOS-systeem.

Ten aanzien van Galileo geldt dat:

- verschillende fasen van het programma elkaar de komende jaren zullen overlappen;

- tijdens de stationeringsfase, die thans aan de gang is, de huidige organisatie in stand zal worden gehouden met het oog op de continuïteit en de samenhang van deze fase. De Commissie blijft derhalve verantwoordelijk voor de voltooiing van de infrastructuur van het Galileo-programma;

- tijdens de exploitatiefase, die moet beginnen in 2014 wanneer de eerste diensten worden geleverd, wordt het beheer van de activiteiten in verband met die exploitatiefase in het kader van een delegatieovereenkomst met de Commissie geleidelijk aan het Agentschap overgedragen. Het Agentschap zal worden belast met de coördinatie van alle taken in verband met de exploitatie van het systeem, zoals het onderhoud, de werkzaamheden die nodig zijn voor de goede werking van het systeem, de levering van de diensten en de invoering van de toekomstige generaties systemen. Het moet ook helpen de vereisten vast te stellen waaraan toekomstige systemen moeten voldoen, door feedback te verstrekken over de ontwikkeling van de operationele en gebruikersbehoeften. Deze exploitatiefase wordt een nieuwe fase voor het programma en het beheer ervan zal plaatsvinden in het kader van een overdracht van het beheer van de Commissie naar het Agentschap.

Om deze taken in verband met de exploitatie van de systemen op zich te kunnen nemen, moet het Agentschap over voldoende personeel beschikken. Om te zorgen voor de continuïteit van de diensten en een goed begin van de exploitatiefase van Galileo in 2014, is het verder essentieel dat wordt voorzien in de nodige overgangsperioden tot 2014.

Specifieke doelstelling

Ontwikkeling en levering van een infrastructuur en diensten op basis van satellietnavigatie (Galileo)

Betrokken AMB/ABB-activiteit(en)

02 05 EUROPESE PROGRAMMA'S VOOR RADIONAVIGATIE PER SATELLIET (EGNOS EN GALILEO)

1.4.3.     Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen

De Europese satellietnavigatieprogramma's zijn meer dan tien jaar geleden van start gegaan vanuit de politieke ambitie om een systeem met mondiale dekking te ontwikkelen en te exploiteren waarvan de Europese Unie strategische en economische voordelen zou ondervinden en om op civiel gebruik toegesneden satellietnavigatiediensten aan te bieden.

Galileo en EGNOS zullen belangrijke sociaaleconomische voordelen met zich meebrengen voor de Europese Unie, vanwege:

i) directe voordelen die voortvloeien uit de groei van de GNSS-downstreammarkt (ontvangers en toepassingen). Als bijvoorbeeld meer vliegtuigen met GNSS-ontvangers worden uitgerust, levert dit voor de fabrikanten van deze ontvangers extra inkomsten op;

ii) indirecte voordelen die voortvloeien uit de opkomst van nieuwe toepassingen. Als de vluchtduur dankzij betere navigatie wordt verkort, vervuilen de vliegtuigen minder en winnen de passagiers kostbare tijd. Bovendien zullen dankzij veiligere vervoerswijzen en efficiëntere hulpdiensten meer levens kunnen worden gespaard;

iii) directe voordelen die voortvloeien uit de groei van de upstreammarkt en technologische overloopeffecten op andere sectoren. Investeringen in het GNSS-upstreamsegment zullen gunstige effecten hebben voor de industrie. Andere sectoren zullen echter eveneens profiteren van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtevaartsector. Instrumenten die zijn ontworpen voor de beoordeling van en het toezicht op de structurele staat van lanceersystemen of brandstoftanks, kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt door ondernemingen in de automobielsector, de bouw en de energiesector, alsmede door bedrijven in de sector publieke dienstverlening.

Hoewel het door het Galileo-programma ingestelde systeem autonoom zal zijn, zullen de diensten ervan worden geoptimaliseerd dankzij de interoperabiliteit met andere systemen, zoals het Amerikaanse gps- en het Russische Glonass-systeem. Bijgevolg zal de samenwerking met andere landen die satellietnavigatiediensten aanbieden het mogelijk maken de voordelen voor de gebruikers, de burgers en de economie in het algemeen te optimaliseren.

Door de exploitatie van de systemen en de veiligheidsaccreditatie te beheren, zal het Agentschap de hoeksteen van de dienstverlening vormen. Ook zal het een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van de ontwikkeling van een downstreammarkt. De prestaties van het Agentschap zullen derhalve rechtstreeks van invloed zijn op de verwachte sociaaleconomische voordelen van deze systemen.

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

De indicatoren waarmee de prestaties van het Agentschap kunnen worden getoetst, worden voor de afzonderlijke soorten activiteiten vastgesteld, zoals hieronder beschreven:

1. Veiligheidsaccreditatie:

Het Agentschap moet waarborgen dat de veiligheidsaccreditatieactiviteiten tijdig worden verricht voor elke fase van het Galileo-programma (bijvoorbeeld om alle satellietlanceringen mogelijk te maken). De uitvoering zal worden beoordeeld aan de hand van de bijdrage die het Agentschap levert tot de geslaagde stationering van de infrastructuur en van het aantal verificaties/veiligheidscontroles dat ieder jaar wordt uitgevoerd.

Deze verificaties en controles bestaan uit een gedetailleerd technisch onderzoek door of namens de bevoegde autoriteit, of de aangewezen bevoegde vertegenwoordigers daarvan, van veiligheidsaspecten van de systemen of van een veiligheidsgerelateerd cryptografisch of softwareproduct. Uit de evaluatie moet blijken of de vereiste beveiligingsfuncties aanwezig zijn en in hoeverre deze onaantastbaar zijn. Bij de evaluatie wordt vastgesteld in welke mate aan de beveiligingsvereisten van het systeem is voldaan en wat het betrouwbaarheidsniveau van het systeem is.

Het aantal uitgevoerde verificaties/controles is afhankelijk van de activiteit en de installatie van grondstations.

Naar verwachting zullen tussen 2013 en 2015 ongeveer tien verificaties/controles per jaar worden verricht en vervolgens tussen 2016 en 2020 ongeveer vijf per jaar.

2. Marktontwikkeling en ontwikkeling van toepassingen:

De activiteiten van het Agentschap op het gebied van de marketing van de diensten zullen worden beoordeeld op grond van de aanvaarding door de markt van de door EGNOS en Galileo geleverde diensten, met behulp van specifieke indicatoren die voor de diensten moeten worden ontwikkeld zodra deze operationeel geworden zijn, zoals het aantal luchthavens met naderingsprocedures die gebruikmaken van EGNOS, het aantal met EGNOS-ontvangers uitgeruste tractoren of de geschatte totale sociaaleconomische voordelen die de systemen opleveren.

Tot op heden hebben 82 luchthavens naderingsprocedures ontwikkeld die van het EGNOS-systeem gebruikmaken. De doelstelling voor 2020 is dat 50 % van de aangepaste luchthavens waarvoor het gebruik van EGNOS relevant is, dergelijke procedures zullen hebben ontwikkeld.

3. Exploitatie van de Galileo Security Monitoring Centres en ontwikkeling van de PRS-toepassingen:

Het prestatieniveau van deze activiteiten kan worden gemeten aan de hand van het aantal operationele procedures dat van kracht is. Het doel is dat in 2016 500 procedures van kracht zijn. Aangezien de centra nog niet operationeel zijn, zijn deze procedures tot op heden nog niet ingevoerd.

4. Exploitatie van de systemen:

Overeenkomstig het voorstel voor een verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen zullen de activiteiten in verband met de exploitatie van de systemen worden gebaseerd op een delegatieovereenkomst tussen de Commissie en het Agentschap. Deze delegatieovereenkomst zal in gedetailleerde indicatoren voorzien voor het toezicht op de uitvoering van deze activiteiten, zoals nu reeds bij EGNOS het geval is.

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Gezien de huidige cijfers met betrekking tot de ontwikkeling van het Agentschap is het niet mogelijk de nieuwe taken uit te voeren waarin het voorstel voor een verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen, en met name het deel betreffende de exploitatie, voorziet. Daarom moet het financieel memorandum worden herzien om de personeelsbehoefte van het Agentschap aan te passen aan de realiteit.

Bovendien wordt erop gewezen dat de tenuitvoerlegging van het voorgestelde beheersmodel vereist dat het Agentschap beschikt over geschikt technisch en operationeel personeel met een hoog niveau van deskundigheid op een uiterst gespecialiseerd gebied. De organisatorische structuur van het Agentschap moet ook berusten op de specifieke te verrichten activiteiten.

Hoewel het Agentschap niet alle activiteiten intern verricht en een groot aantal taken in verband met de levering van de diensten en de ontwikkeling van belangrijke evoluties en nieuwe generaties systemen uitbesteedt, moet het beschikken over de juiste technische deskundigen om de benodigde openbare aanbestedingen te beheren, toezicht te houden op de uitbestede activiteiten en verslagen van hoge kwaliteit op te stellen voor de Commissie. Gezien de complexe aard van deze programma's is het ook van belang elk “intellectueel risico” weg te nemen dat een goede verwerving, verspreiding, benutting en toepassing van gegevens kan belemmeren die essentieel zijn voor het welslagen van de operaties, en dat derhalve een bedreiging vormt voor de harmonieuze, rationele en doeltreffende werking van de programma's.

Dit aanvullende personeel zal worden gefinancierd door herschikking binnen de budgetlijnen van de GNSS-programma's.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Het recht van de EU om op te treden berust op artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en op de GNSS-verordening.

De op grond van de Europese satellietnavigatieprogramma's ingevoerde systemen zijn infrastructuren die zijn opgezet als trans-Europese netwerken waarvan het gebruik de nationale grenzen van de lidstaten ver overschrijdt. Voorts dragen de via deze systemen aangeboden diensten in het bijzonder bij tot de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuren.

De afzonderlijke lidstaten kunnen niet zelfstandig satellietnavigatiesystemen opzetten, omdat dit hun financiële en technische mogelijkheden te boven gaat. Daarom kan dit alleen door optreden op EU-niveau worden gerealiseerd.

1.5.3.     Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

N.v.t.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Synergieën zijn mogelijk met andere bestaande of toekomstige ruimteprogramma's, zoals voor de uitbreiding van de gebruikerssegmenten (toepassingen voor de downstreammarkt).

Er moet ook worden gestreefd naar synergieën met de andere directoraten van de Europese Commissie op het gebied van onderzoek en innovatie. Toepassingen en technologieën die gebruikmaken van satellietnavigatiesystemen kunnen een impact hebben op diverse sectoren van de economie en de samenleving, zoals vervoer, energie, locatiegebaseerde diensten, bankdiensten, landbouw enz. Het is van belang te waarborgen dat de onderzoeks- en innovatieprogramma's op het niveau van de Commissie worden gecoördineerd om de verwachte sociaaleconomische voordelen van de programma's in deze sectoren te maximaliseren.

Bovendien moet de samenwerking met het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek worden versterkt. De programma's kunnen profiteren van de wetenschappelijke en technische deskundigheid en de ultramoderne test- en meetapparatuur van het centrum voor activiteiten in verband met de veiligheid van de GNSS-systemen en de ontwikkeling van GNSS-toepassingen.

1.6.        Duur en financiële gevolgen

¨ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

– ¨  Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

– ¨  Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

þ Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

– Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2014 tot en met 2016,

– gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.        Beheersvorm(en)[12]

þ Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan:

– ¨  uitvoerende agentschappen

– þ  door de Unie opgerichte organen[13]

– ¨  nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

– ¨  personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

¨ Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

Het huidige beheerskader is ingesteld voor de ontwerp- en de stationeringsfase van Galileo en de initiële exploitatie van EGNOS, dat wil zeggen voor de periode 2008-2013. Dit kader moet worden herzien, aangezien de stationeringsfase van Galileo ook na 2013 doorloopt en in 2014 een nieuwe fase van het programma begint met de levering van de initiële diensten. Ook moet het beheer van EGNOS worden vastgesteld, aangezien het systeem zijn operationele fase heeft bereikt. Het voorstel voor een GNSS-verordening, dat momenteel door het Europees Parlement en de Raad wordt besproken, heeft tot doel het beheerskader van de programma's vast te stellen binnen deze nieuwe context.

Zoals omschreven in het voorstel voor een GNSS-verordening moet een stabiel, duurzaam beheerskader voor de lange termijn worden vastgesteld. Dit kader zal het gebruik van bestaande structuren optimaliseren en rationaliseren, en zorgen voor een geleidelijke overgang tussen de stationeringsfase en de exploitatiefase, waarbij de continuïteit van de dienstverlening wordt bewaakt.

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

In het kader van zijn eigenlijke taken zal het Agentschap de regels inzake het toezicht en de verslagen toepassen die zijn neergelegd in de door het Parlement, de Raad en de Commissie vastgestelde gemeenschappelijke aanpak over de gedecentraliseerde agentschappen. Het Agentschap zal derhalve voorstellen indienen voor:

- een strategisch kader (meerjarig werkprogramma) dat de voornaamste acties, de geraamde begroting en het tijdschema omvat die zijn vereist voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen, uiterlijk op 30 juni 2014;

- een jaarlijks werkprogramma waarin het strategisch kader wordt vertaald in gedetailleerde maatregelen en indicatoren, die uiterlijk op 15 november van het voorgaande jaar moeten worden voorgesteld;

- een jaarverslag over de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma.

Bovendien zullen de prestaties van het agentschap elke vijf jaar worden beoordeeld in het licht van zijn doelstellingen en taken. Ook zal de legitimiteit van het Agentschap elke tien jaar worden beoordeeld.

Naast deze standaardmaatregelen moet het Agentschap er met betrekking tot de door de Commissie aan hem gedelegeerde taken voor zorgen dat alle contracten en alle overeenkomsten die in het kader van de programma's Galileo en EGNOS worden gesloten, voorzien in toezicht en financiële controle. In het kader van alle mechanismen voor toezicht en evaluatie moet bijzondere aandacht worden besteed aan de beheersing van de kosten van de programma's en het leveren van de diensten volgens het vastgestelde tijdschema.

Bovendien zal de Commissie bij het uitoefenen van haar bevoegdheden inzake het politieke toezicht op de programma's Galileo en EGNOS de mechanismen voor toezicht en evaluatie versterken, door gedetailleerde jaarlijkse beheerplannen en uitvoeringsverslagen op te vragen, en door regelmatig bijeenkomsten over de voortgang van de programma's te organiseren en financiële en technologische audits uit te voeren.

Ten slotte zal het Agentschap in het kader van het dagelijks beheer een mechanisme voor risicobeheer hanteren en gebruikmaken van passende hulpmiddelen voor de beheersing van de kosten van de programma's op basis van een betere kostenraming, waarbij zowel de ervaringen uit het verleden als de daadwerkelijke uitvoering van het systeem in aanmerking worden genomen.

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Mogelijke risico's

Het Agentschap zal worden belast met activiteiten die van essentieel belang zijn voor de systemen, hun veiligheid en hun aanvaarding door de markt.

Als het niet kan beschikken over de geschikte organisatiestructuur en het benodigde personeel voor de uitvoering van deze activiteiten, worden de programma's in hun geheel ondermijnd.

De belangrijkste risico's zijn:

• Marktrisico's: De aanvaarding door de markt van de door de Europese satellietnavigatiediensten geboden diensten is afhankelijk van twee belangrijke factoren: de kwaliteit van de geboden diensten en de bereidheid van markt deze nieuwe diensten te aanvaarden. Als de toegezegde technische prestaties niet worden nagekomen, of de dienstverlening wordt onderbroken, zal dit negatieve gevolgen hebben voor gebruikers in de hele wereld en zal dit ertoe leiden dat de infrastructuren niet worden niet gebruikt. Daarom is het van cruciaal belang dat de exploitatie van de systemen doeltreffend verloopt. Bovendien moet de beschikbaarheid van betrouwbare ontvangers voor alle door Galileo aan te bieden diensten worden gewaarborgd, met name voor de overheidsdienst (“Public Regulated Service”, PRS), en moeten de gebruikers van de door Galileo en EGNOS geleverde diensten goed worden geïnformeerd zodat de aanvaarding door de markt en daarmee de verwachte sociaaleconomische voordelen van deze systemen worden gemaximaliseerd.

• Technologische risico's: bij satellietnavigatie wordt gebruikgemaakt van geavanceerde technologieën waarvan de validatie nog moet plaatsvinden en waarvan de specificaties voortdurend in beweging zijn. Er moeten efficiënte besluitvormingsprocessen worden ingevoerd om te waarborgen dat de evolutie en de systemen van de nieuwe generaties worden gebaseerd op de meest recente gebruikersbehoeften en op de meest doeltreffende technologieën. Het Agentschap moet beschikken over voldoende middelen om deze processen in te voeren en de nodige informatie aan de Commissie verstrekken zodat zij de prioriteiten voor de evolutie van de missie kan vaststellen.

• Industriële risico's: bij de invoering van de infrastructuur zijn talrijke industriële spelers in diverse landen betrokken; hun werkzaamheden moeten op doeltreffende wijze worden gecoördineerd om te kunnen zorgen voor betrouwbare en volledig geïntegreerde systemen, met name op het gebied van de veiligheid. Bij gebrek aan een doeltreffende coördinatie van de programma's, zou een gebrek aan middelen binnen het Agentschap tot vertragingen en extra kosten kunnen leiden.

• Veiligheidsrisico's: het Agentschap moet ervoor zorgen dat de veiligheid van de systemen op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd, om de veiligheid van de Unie en haar lidstaten te garanderen.

• Governancerisico: het beheer van de programma's vereist dat verschillende eenheden samenwerken; het is dus van belang te zorgen voor de benodigde stabiliteit en een geschikte organisatie. Het Agentschap zal een belangrijke rol spelen bij de exploitatie van de programma's en indien het niet in staat is doeltreffend te functioneren zou dit een zeer groot beheersrisico inhouden.

2.2.2.     Controlemiddel(en)

De rekeningen van het Agentschap worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Rekenkamer en zijn onderworpen aan de kwijtingsprocedure. De interne auditdienst van de Commissie is de interne auditor van het Agentschap. Bovendien werkt het Agentschap aan een certificering op het gebied van kwaliteit en veiligheid voor zijn belangrijkste processen, die vanaf 2014 van kracht moet zijn.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Het agentschap is onderworpen aan de controle van het Europees Bureau voor fraudebestrijding.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

· Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage

Nummer [Omschrijving …………………...……….] || GK/ NGK ([14]) || van EVA-landen[15] || van kandidaat-lidstaten[16] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

1 || 02.0502.01 Europees GNSS-Agentschap (GSA) – Titels 1 en 2 02.0502.02 Europees GNSS-Agentschap (GSA) – – Titel 3 || GK || JA || NEE || NEE || NEE

· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage

Nummer [Omschrijving …………………...……….] || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

|| Er hoeven geen nieuwe begrotingsonderdelen te worden gecreëerd. || || || || ||

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

Alvorens de geraamde gevolgen van dit voorstel nader te beschrijven, moet worden verduidelijkt dat deze raming in dit stadium nog voorlopig van aard is, aangezien zij afhankelijk is van de vaststelling van het volgende meerjarige financiële kader 2014-2020[17] door de begrotingsautoriteit.

Bovendien kunnen sommige bij het opstellen van dit financieel memorandum gebruikte aannamen nog worden gewijzigd. Het beheerskader van de programma's en de daarmee samenhangende taken van het Agentschap worden niet gedefinieerd in dit wetgevingsvoorstel, maar in de GNSS-verordening, die door het Europees Parlement en de Raad wordt besproken. De behoefte aan extra personeel van het Agentschap hangt samen met de in het voorstel voor een GNSS-verordening aan het Agentschap toegekende nieuwe taken.

De Commissie behoudt zich derhalve het recht voor haar voorstel te wijzigen als er belangrijke wijzigingen worden aangebracht in de financiering of het in de tekst van de toekomstige GNSS-verordening voorgestelde beheerskader. Indien de begrotingsautoriteit besluit de aan de programma's toegekende begrotingsmiddelen drastisch te beperken, moeten de aan het Agentschap toegekende taken en personeel worden herzien. Als de begrotingsautoriteit besluit aanvullende taken aan het Agentschap toe te kennen, moet de personeelsbehoefte eveneens worden herzien. Zo voorziet het ontwerpverslag van het Europees Parlement inzake de verordening inzake de invoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen[18] (rapporteur: M. Marinescu) er bijvoorbeeld in dat het Agentschap wordt belast met het beheer van “centres of excellence” die tot doel hebben de ontwikkeling en aanvaarding van GNSS-toepassingen te bevorderen, in aanvulling op de activiteiten die de Commissie in haar voorstel voor een GNSS-verordening reeds aan het Agentschap had toegewezen.      

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Nummer || Rubriek 1 – Slimme en inclusieve groei

[Instantie]: <…….> || || || 2013[19][20] || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

Begrotingsonderdeel 02 05 02 01 Europees GNSS-Agentschap (GSA) – Titels 1 en 2 || Vastleggingen || (1) || 11,087[21] || 18,632 || 21,495 || 22,710 || 22,272 || 24,623 || 24,497 || 25,239 || 159,468

Betalingen || (2) || 11,087 || 18,632 || 21,495 || 22,710 || 22,272 || 24,623 || 24,497 || 25,239 || 159,468

Begrotingsonderdeel 02 05 02 02 Europees GNSS-Agentschap (GSA) – Titel 3 || Vastleggingen || (1a) || 2,363 || 6,550 || 6,150 || 6,100 || 6,150 || 6,800 || 6,800 || 6,300 || 44,85

Betalingen || (2a) || 2,363 || 6,550 || 6,150 || 6,100 || 6,150 || 6,800 || 6,800 || 6,300 || 44,85

|| || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor de GSA || Vastleggingen || =1+1a -3a || 13,450 || 25,182 || 27,645 || 28,810 || 28,422 || 31,423 || 31,297 || 31,539 || 204,318

Betalingen || =2+2a -3b || 13,450 || 25,182 || 27,645 || 28,810 || 28,422 || 31,423 || 31,297 || 31,539 || 204,318

De begroting van het Agentschap voor 2014-2020 is reeds opgenomen in het voorstel van de Commissie inzake het nieuwe meerjarige financiële kader 2014-2020. De nieuwe taken en de daarmee samenhangende kosten worden gefinancierd door middel van een herschikking binnen het GNSS-programma zoals oorspronkelijk gepland voor de jaren 2013 tot en met 2020. De gevolgen voor de begroting worden hieronder beschreven en bedragen 117,1 miljoen EUR.

Begrotingsonderdeel 02 05 01 Europese programma's voor radionavigatie per satelliet (EGNOS en Galileo) || Vastleggingen || (3a) || -1,750 || -13,482 || -15,645 || -16,610 || -16,022 || -18,723 || -18,297 || -18,339 || -117,118

|| Betalingen || (3b) || -1,750 || -13,482 || -15,645 || -16,610 || -16,022 || -18,723 || -18,297 || -18,339 || -117,118

TOTAAL kredieten voor de GSA in het huidige MFK || Vastleggingen || =1+1a +3a || || 11,700 || 12,000 || 12,200 || 12,400 || 12,700 || 13,000 || 13,200 || 87,200

Betalingen || =2+2a + 3b || || 11,700 || 12,000 || 12,200 || 12,400 || 12,700 || 13,000 || 13,200 || 87,200

Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || “Administratieve uitgaven”

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL

DG: <…….> ||

Ÿ Personele middelen || || || || || || || || 0

Ÿ Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || 0

TOTAAL DG <…….> || Kredieten || || || || || || || || 0

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || || || || || || || ||

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar N[22] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || || || || || || || || 0

Betalingen || || || || || || || || 0

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de kredieten van het agentschap GSA – uitsplitsing naar doelstelling en naar titel

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || || Jaar 2020

|| OUTPUTS

|| Soort output || Gem. kosten van de output || Aan-tal out-puts || Totale kosten || Aan-tal out-puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten || Aan­tal out­puts || Totale kosten

|| Doelstelling 1 - Veiligheidsaccreditatie GNSS || ||

Titels 1 en 2 || || || || 2,123 || || 2,749 || || 2,804 || || 2,762 || || 2,637 || || 2,878 || || 2,845 || || 2,912 ||

Titel 3 || || || || 1,043 || || 1,400 || || 1,400 || || 1,400 || || 1,400 || || 1,400 || || 1,400 || || 1,400 ||

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || 3,166 || || 4,149 || || 4,204 || || 4,162 || || 4,037 || || 4,278 || || 4,245 || || 4,312 ||

Doelstelling 2 - Marktontwikkeling en ontwikkeling van toepassingen, met inbegrip van kwaliteitscertificering en communicatie over GNSS || ||

Titels 1 en 2 || || || || 1,415 || || 1,833 || || 1,869 || || 1,688 || || 1,612 || || 1,759 || || 1,739 || || 1,780 ||

Titel 3 || || || || 664 || || 3,750 || || 3,250 || || 3,200 || || 3,250 || || 3,750 || || 3,750 || || 3,250 ||

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || 2,079 || || 5,583 || || 5,119 || || 4,888 || || 4,862 || || 5,509 || || 5,489 || || 5,030 ||

Doelstelling 3 - exploitatie van de Galileo Security Monitoring Centres en ontwikkeling van PRS-toepassingen || ||

Titels 1 en 2 || || 3,303 || || 5,193 || || 5,763 || || 6,138 || || 5,861 || || 6,396 || || 6,322 || || 6,472 ||

Titel 3 || || 656 || || 1,400 || || 1,500 || || 1,500 || || 1,500 || || 1,650 || || 1,650 || || 1,650 ||

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 3 || || 3,959 || || 6,593 || || 7,263 || || 7,638 || || 7,361 || || 8,046 || || 7,972 || || 8,122 ||

Doelstelling 4 - exploitatie van de GNSS-systemen || ||

Titels 1 en 2 || || 1,750 || || 6,567 || || 8,878 || || 9,974 || || 10,110 || || 11,352 || || 11,379 || || 11,811 ||

Ondersteuning (aanbestedingen, financiën, personeelsbeheer, projectbeheer en controle, juridische zaken, communicatie) || ||

Titels 1 en 2 || || 2,496 || || 2,291 || || 2,181 || || 2,148 || || 2,051 || || 2,238 || || 2,213 || || 2,265 ||

TOTALE KOSTEN GSA || || 13,450 || || 25,182 || || 27,645 || || 28,810 || || 28,422 || || 31,423 || || 31,297 || || 31,539 ||

De begroting van het Agentschap voor de periode tussen 2013 en 2020 is berekend op basis van de volgende aannamen:

– de nieuwe GNSS-verordening, waarover het Europees Parlement en de Raad momenteel overleggen, wordt goedgekeurd volgens de voorstellen van de Europese Commissie. Indien dit het geval is, wordt met ingang van 1 januari 2014 het beheer van de exploitatiefase van EGNOS aan het Agentschap overgedragen en het beheer van de exploitatiefase van het Galileo-programma aan het Agentschap gedelegeerd. Om zich van deze belangrijke taak te kunnen kwijten, krijgt het Agentschap de beschikking over het benodigde personeel en de benodigde begrotingsmiddelen om de verschillende fasen van het programma goed uit te kunnen voeren. De vereisten van de GNSS-programma's en hun evolutie leiden tot de uitbreiding van het Agentschap, die met name tot en met 2016 snel zal verlopen en zich daarna zal stabiliseren;

– het opzetten van de Galileo Security Monitoring Centres in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk wordt voorbereid. Zij worden tussen 2013 en 2014 geheel geïnstalleerd en de operationele validatietestst met een duur van 24 maanden beginnen voor die tijd, hetgeen verklaart dat rekening moet worden gehouden met een aantal extra personeelsleden en bepaalde eenmalige kosten in 2014. De behoefte aan dat centrum is vooral duidelijk geworden tijdens de gedetailleerde werkzaamheden voor de voorbereiding van de diensten. Het centrum moet worden toegerust met gekwalificeerde personeelsleden die de programmatuur en de apparatuur bedienen met een goede kennis van de veiligheidsaspecten van het systeem en die moeten worden opgeleid in de fase van het introduceren en het geleidelijk aanbieden van de diensten. Zij moeten met name voldoen aan de behoefte wat de toegang tot de PRS (Public regulatie service) van de Druggebruikers betreft. Ook moeten zij de operationele procedures opstellen en zorgen voor de opvolging en het beheer van de veiligheidsincidenten in het gehele systeem;

– tot juni 2017 worden geen huurkosten berekend voor de vestiging van het Agentschap in Praag. Na deze datum zal het Agentschap huur moeten betalen aan de Tsjechische autoriteiten; deze bedraagt 25 % van de marktwaarde van de dienstruimten die het in gebruik heeft. Er is een raming gemaakt op basis van de gangbare prijzen in Praag. Voorts moet het Agentschap ook huurkosten maken voor de overige locaties waar het werkzaam is, zoals in Frankrijk (Saint-Germain-en-Laye, Toulouse), het Verenigd Koninkrijk (Swanwick) en Nederland (Estec), het Europees Ruimteagentschap);

– de personeelskosten van het Agentschap worden berekend op basis van de gemiddelde kosten van de Commissie. Er wordt uitgegaan van een betrekkelijk laag personeelsverloop en een gemiddelde indiensttreding van nieuwe personeelsleden per april van elk jaar. Ook wordt rekening gehouden met aanpassingscoëfficiënten voor de kosten van het levensonderhoud (de coëfficiënt voor Praag is 15 % lager dan die voor Brussel, die weer 16 % lager is dan die voor Frankrijk);

– bij de kosten die aan een jaarlijkse inflatie van naar schatting 3 % onderhevig zijn, gaat het om de lonen, de huurkosten, de kosten in verband met informatietechnologieën en de door de Commissie geleverde diensten, alsmede de porto- en telecommunicatiekosten. De andere berekende kosten zijn niet aan inflatie onderhevig, hetgeen in feite neerkomt op een vermindering van de reële kosten voor het Agentschap;

– de huidige administratieve kosten zijn berekend op basis van de werkelijk gemaakte kosten in 2011 en 2012, zonder verhoging als gevolg van de inflatie;

– in de loop van 2012 en 2013 zullen de netwerken en de computerapparatuur van het Agentschap geheel worden gemoderniseerd als gevolg van de verhuizing van de zetel van het Agentschap naar Praag in september 2012. Rekening houdend met de waardevermindering en het gebruik ervan, moet deze apparatuur in 2018 worden vernieuwd, zowel voor de zetel van het Agentschap als voor de Galileo Security Monitoring Centres;

– in de loop van de periode tussen 2014 en 2020 worden sommige van de belangrijkste communicatieactiviteiten uitgevoerd: start van de initiële diensten van Galileo in 2014-2015, start van de volledige exploitatiefase van Galileo in 2018-2019. Voor deze belangrijke gebeurtenissen zal het nodig zijn meer marktsegmenten te bestrijken in de communicatiecampagnes van het Agentschap en over te gaan tot modernisering van de bestaande websites en communicatiemiddelen (met inbegrip van betere realtime-contentdiensten);

– de kosten worden berekend op basis van de aanname dat een sterkere scheiding tussen de activiteiten in verband met de veiligheidsaccreditatie en de andere activiteiten van het Agentschap niet leidt tot een verdubbeling van de centrale administratieve diensten.

De tabel hieronder bevat de gedetailleerde begroting van het Agentschap voor de periode 2013-2020.

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de personele middelen en de begroting van het Agentschap

3.2.3.1.  Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL

Ambtenaren (AD-graden) || || || || || || || || ||

Ambtenaren (AST-graden) || || || || || || || || ||

Arbeidscontractanten || || 1,125 || 1,276 || 1,376 || 1,393 || 1,435 || 1,478 || 1,522 || 9,606

Tijdelijke functionarissen || || 9,768 || 11,081 || 13,071 || 12,960 || 13,550 || 14,061 || 14,599 || 89,090

Gedetacheerde nationale deskundigen || || || || || || || || ||

TOTAAL || || 10,893 || 12,357 || 14,447 || 14,353 || 14,985 || 15,539 || 16,122 || 98,696

De personeelskosten zijn berekend op basis van de volgende hoofdaannamen:

- kosten voor AT's = gemiddelde kosten van de Commissie (95 000 EUR + inflatie);

- kosten voor AC's = gemiddelde kosten van de Commissie (totaal FGIII en FGIV = 40 000 EUR + inflatie);

- inflatie van 3 % per jaar;

- vermindering van 3 % van de personeelskosten als gevolg van verloop;

- vermindering van 25 % van de kosten in verband met de aanwerving van nieuw personeel - gemiddelde indiensttreding per 1 april;

- inrichtingskosten overeenkomstig het personeelsstatuut: inrichtingsvergoeding, dagvergoeding (niet meer dan drie maanden), verhuiskosten reiskosten.

Benodigd personeel van het Agentschap voor de periode van 2013-2020 (aantal personen)

|| 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020

Tijdelijke functionarissen || 77 || 97 || 109 || 117 || 121 || 123 || 124 || 125

END / AC || 17 || 25 || 29 || 31 || 31 || 31 || 31 || 31

TOTAAL || 94 || 122 || 138 || 148 || 152 || 154 || 155 || 156

Personeel van het Agentschap per activiteit (aantal personen)

|| 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020

Personeel dat rechtstreeks betrokken is bij de exploitatie van de GNSS-systemen || 20 || 43 || 57 || 65 || 69 || 71 || 72 || 73

Personeel dat rechtstreeks bij het GSMC betrokken is || 28 || 34 || 37 || 40 || 40 || 40 || 40 || 40

Personeel dat betrokken is bij de eigenlijke taken van de GSA (bestaande taken) || 46 || 45 || 44 || 43 || 43 || 43 || 43 || 43

TOTAAL || 94 || 122 || 138 || 148 || 152 || 154 || 155 || 156

Personeel van het Agentschap per activiteit (in % van het totaal)

|| 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020

Percentage van het GSA-personeel dat betrokken is bij de exploitatie || 21 % || 35 % || 41 % || 44 % || 45 % || 46 % || 46 % || 47 %

Percentage van het GSA-personeel dat is aangesteld bij het GSMC || 30 % || 29 % || 27 % || 26 % || 26 % || 26 % || 26 % || 26 %

Percentage van het GSA-personeel dat is aangesteld voor de eigen taken van het GSA (bestaande taken) || 49 % || 36 % || 32 % || 30 % || 29 % || 28 % || 28 % || 27 %

TOTAAL || 100% || 100% || 100% || 100% || 100% || 100% || 100% || 100%

Zoals hiervoor is aangegeven, wordt het Agentschap belast met de uitvoering van verschillende taken, waarvan sommige nieuw zijn en andere slechts een voortzetting van de huidige activiteiten vormen. De vermindering met 5 % van het personeel dat bij de huidige taken van het Agentschap betrokken is, is in gang gezet en heeft geleid tot het schrappen van 3 VTE's voor de uitvoering van deze taken, volgens een schema van 1 VTE voor elk van de jaren 2014, 2015 en 2016.

De personeelsbehoeften van het Agentschap zijn door de Commissie geëvalueerd, na raadpleging van het Agentschap en op basis van een studie waarin alle in het kader van de exploitatie van de programma's uit te voeren activiteiten in detail zijn beschreven[23].

Beschrijving van de uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || 1. Veiligheidsaccreditatie van de GNSS-systemen (eigen taak van het Agentschap) 2. Beheer van de Galileo Security Monitoring Centres (eigen taak van het Agentschap, die nog zal worden versterkt, vooral in 2014, na de eerste posten van 2012 en 2013). 3. Marktontwikkeling en ontwikkeling van GNSS-toepassingen, met inbegrip van technologieën voor gebruikers van de overheidsdienst (eigen taak van het Agentschap, eventueel aangevuld met extra gedelegeerde taken) 4. Communicatie inzake GNSS: (eigenlijke taak van het Agentschap) 5. Exploitatie van de GNSS-systemen (nieuwe, door de Commissie gedelegeerde taak – bij de exploitatie van EGNOS gaat het om een bevoegdheidsoverdracht van de Commissie aan het Agentschap, terwijl het bij de exploitatie van het door het Galileo-programma ingestelde systeem om een overdracht van het programmabeheer door de Commissie aan het Agentschap gaat) De tijdens de exploitatiefase van de programma's uit te voeren activiteiten zijn beoordeeld en gestructureerd volgens een analytisch taakoverzicht. De verantwoordelijkheid voor alle exploitatieactiviteiten zal worden gedelegeerd aan het Agentschap, dat de coördinatie, maar niet noodzakelijkerwijs de uitvoering moet verzorgen. Er zij op gewezen dat de meeste van deze activiteiten voortvloeien uit de noodzaak de dienstverleningsoperaties te waarborgen, en dat deze activiteiten momenteel niet in de bestaande organisatie van de programma's zijn verwerkt. In het analytisch taakoverzicht zijn alle aan de exploitatie gelieerde activiteiten opgesplitst volgens de volgende vijf hoofdlijnen: -           Het beheer van de uitvoering van de programma's; dit bestaat met name uit: o          gedetailleerd beschrijven van de door de Commissie vastgestelde overkoepelende doelstellingen, de internationale en intergouvernementele overeenkomsten en de beveiligingsvereisten van het systeem in een “Mission Requirement Document” (document met de taakomschrijving); o          controleren van de planning, de kosten en de risico's van de programma's; o          zorgen voor het sluiten van de benodigde overeenkomsten en contracten voor de exploitatie van de programma's en het toezien op de naleving ervan. -           De engineering van de programma's, die bestaat in het concipiëren van de toekomstige ontwikkelingen volgens het Mission Requirement Document, het coördineren van de normalisatieprocessen van het systeem, het ontwikkelen en valideren van nieuwe infrastructuren (met inbegrip van software), de engineering van de missie en het evalueren van de prestaties van het systeem. -           Het deel dat betrekking heeft op de infrastructuren, dat activiteiten omvat voor het beheer van het infrastructuurproject, de waarborging van de engineering van het systeem, de bouw van de ruimte- en grondinfrastructuren en het doorvoeren van de actualiseringen van het systeem. -           De exploitatie en de levering van diensten, die bestaan in het beheer van de dienstverleningsactiviteiten, de exploitatie van de infrastructuur en de controle op de correcte uitvoering van de operaties. -           De benutting van de diensten, dankzij het ontwikkelen en onderhouden van een marketingstrategie, het stimuleren van het gebruik en de aanvaarding van de diensten, en het geven van ondersteuning bij het ontwerpen en ontwikkelen van nieuwe toepassingen.

Extern personeel || Hoofdzakelijk administratieve/ondersteunende taken met het oog op een goed verloop van de operaties. Vanaf 2015 zal het ondersteunend personeel 16 % van het totale personeelsbestand van het Agentschap uitmaken, hetgeen een bescheiden percentage is in vergelijking met wat bij de agentschappen en de Unie gangbaar is (dit percentage wordt geraamd op 25 % voor de agentschappen van de Unie die hun volledige sterkte hebben bereikt, en ligt nog hoger voor de Commissie).

De tabel hieronder bevat het gedetailleerde personeelsbestand van het Agentschap voor de periode 2013-2020:

De extra personeelsleden die nodig zijn voor de exploitatie van de systemen zullen voornamelijk worden ingezet voor de AD-posten, waarvan minder dan 10 % wordt gereserveerd voor de managementfuncties (rangen AD10 tot en met AD 12). De meeste andere posten zullen worden ingevuld door aanwerving in de graden AD6 tot en met AD9, rekening houdend met het feit dat het moeilijk is ervaren personeel aan te trekken dat over zeer gespecialiseerde technische expertise beschikt.

3.2.3.2.  Geraamde behoefte aan personele middelen voor het verantwoordelijke DG

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

Voor het voorstel zijn geen extra personele middelen van de Commissie nodig. Integendeel: er zijn verlagingen gepland, die eveneens worden uitgewerkt onder 3.4.

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

– þ  Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het meerjarige financiële kader voor het jaar 2013 en – wat de opvolgende jaren betreft – met het voorstel van de Commissie voor het financieel kader 2014-2020.

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[24]

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.     Bijdrage van derden aan de financiering

– þ Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

– Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

3.3.        Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

– þ  Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

– ¨  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

– ¨            voor de eigen middelen

– ¨            voor de diverse ontvangsten

3.4.        Geraamde gevolgen voor de personele middelen van de Commissie

Hoewel in dit financieel memorandum het accent ligt op de gevolgen die de delegatie van nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van het operationele beheer van de GNSS-programma's voor het Agentschap heeft, is het ook nuttig te kijken naar de mogelijke gevolgen van het toekomstige beheer van de GNSS-programma's voor de personele middelen van de Commissie.

Zoals reeds is uiteengezet, gaat het bij de aan het Agentschap gedelegeerde nieuwe taken merendeels om nieuwe taken, waarvoor geen equivalent bestaat in de huidige organisatie van de GNSS-programma's. De taken in verband met de exploitatie van EGNOS worden immers van de Commissie aan het Agentschap gedelegeerd, terwijl de aan het Agentschap gedelegeerde taken in verband met het door het Galileo-programma ingestelde systeem nieuwe taken zijn, aangezien het systeem nog niet operationeel is. Daarom levert Galileo op dit moment nog geen diensten en hebben de teams binnen de Commissie en het Agentschap zich toegelegd op de stationering van de infrastructuur. De overgang naar een functionerende infrastructuur en het begin van de levering van diensten waarvan mensenlevens zullen afhangen, vereisen geheel nieuwe activiteiten en extra personeel. Terwijl het aantal personeelsleden bij de Commissie en het Agentschap cumulatief met 31 % zal toenemen, zal het gemiddelde beheerde jaarlijkse budget met 103 % toenemen tussen 2007-2013 en 2014-2020.

Gedurende enkele jaren en tot de voltooiing van de desbetreffende fase zal de Commissie verantwoordelijk blijven voor de stationering van de Galileo-infrastructuur en de teams in stand moeten houden die toezicht houden op de uitvoering van deze werkzaamheden. Daarna zal de rol van de Commissie zich uitsluitend toespitsen op het politiek toezicht op de programma's; daarom stelt de Commissie voor, in de loop van de periode 2014-2020 in totaal 30 posten van zijn personeelsformatie te schrappen. Deze vermindering weerspiegelt vooral:

2) het proces van overdracht aan het Agentschap van de activiteiten voor de exploitatie van EGNOS (de exploitatiefase van het Galileo-programma vormt een nieuwe taak), dat moet leiden tot een vermindering van het aantal personeelsleden bij de Commissie met 3 VTE (3,3 %);

3) het door de Commissie voor haar bestaande activiteiten vastgestelde beginsel van een personeelsreductie, hetgeen resulteert in een vermindering met nog eens 12 VTE (13 %).

4) Het beginsel van een extra reductie van de personeelsleden met 15 VTE, afkomstig van een interne herschikking bij de Commissie.

Het personeelsbestand bij de Commissie zal zich daarom voor de GNSS-diensten ontwikkelen zoals hieronder weergegeven:

Personeel Commissie aangesteld voor GNSS-taken || 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || Totale reductie

Reductie || 0 || -3 || || || -3 || -4 || -5 || 0 || -15

TOTAAL || 92 || 89 || 89 || 89 || 86 || 82 || 77 || 77 ||

De in bovenstaand punt 3) genoemde extra reductie wordt niet-lineair verdeeld over de zeven jaren. De reductie van 30 posten is onafhankelijk van, en komt dus bovenop de horizontale reductie van 5 % tussen 2013 en 2017 van het personeel van de Commissie; deze posten worden volledig afgetrokken van de personeelsformatie van de Commissie.

Extra reductie van het personeel van de Commissie

|| 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || Totale reductie

TOTAAL Extra reductie van het personeel van de Commissie || -2 || -3 || -3 || -2 || -2 || -2 || -1 || -15

Deze benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Deze vermindering wordt doorgevoerd ondanks het feit dat de Commissie de algemene verantwoordelijkheid voor de GNSS-programma's behoudt, en ondanks de talrijke nieuwe taken die door de Raad en het Europees Parlement aan de Commissie worden toevertrouwd (zoals werd vastgesteld tijdens de onderhandelingen over de nieuwe GNSS-verordening), zoals de vaststelling van een nieuw beleid op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, de evolutie van de missie en de strikte eisen inzake verslaglegging aan het GNSS-comité, de Raad en het Europees Parlement. De Commissie zal trachten het hoofd te bieden aan deze nieuwe taken door middel van interne overplaatsingen.

De toekomstige rol van de Commissie kan nauwkeuriger worden samengevat aan de hand van de zes activiteitsclusters:

– bijdragen tot de bredere strategische doelstellingen van de EU: het doel is de integratie van GNSS-technologieën in verschillende onderzoeksgebieden te bevorderen en deze technologieën in aanmerking te nemen bij de sectorale strategische initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van vervoerswijzen, landbouw, mobiliteit van personen, tijdsbepaling en energie, teneinde te waarborgen dat het beleid van de EU op deze gebieden optimaal gebruikmaken van het innovatiepotentieel en de toegevoegde waarde van de Europese satellietnavigatiesystemen;

– de overkoepelende doelstellingen van de programma's vaststellen en verder ontwikkelen, teneinde tegemoet te komen aan de politieke eisen en de behoeften van andere actoren en gebruikers, en deze eisen en behoeften vertalen in een strategie en in technische voorschriften;

– de voorwaarden voor de uitvoering vaststellen en aanpassen. Overeenkomstig de strategische doelstellingen van de Commissie in verband met de programma's moeten de maatregelen worden vastgesteld die nodig zijn voor de uitvoering ervan, zoals de delegatieovereenkomsten, moeten de overeenkomsten inzake de vestigingsplaatsen worden verduidelijkt en moeten adequate normen worden ontwikkeld. Bovendien blijft de Commissie verantwoordelijk voor de veiligheid van de systemen. Zij moet dus de beveiligingsvereisten vaststellen en zorgen voor coördinatie inzake beveiligingskwesties;

– beleid vaststellen en ontwikkelen dat betrekking heeft op GNSS, een gunstig regelgevings- en internationaal kader scheppen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de GNSS-programma's. Bij haar werkzaamheden inzake het regelgevingskader van de GNSS-programma's zal de Commissie zich buigen over de kwestie van de beveiliging en veiligheid van de GNSS-gebruikers, de kwetsbaarheid van de systemen en voorzieningen voor satellietnavigatie beoordelen en compenserende maatregelen voorstellen, streven naar harmonisatie van de Europese radionavigatiediensten, zorgen voor een grotere stabiliteit, zodat de industrie toekomstige investeringen kan plannen, en de beveiliging en veiligheid vergroten (bijvoorbeeld door de invoering van maatregelen ter vermindering van de afhankelijkheid van het gps-systeem). Op internationaal vlak zal zij internationale overeenkomsten opstellen en daarover onderhandelen, en haar werkzaamheden coördineren met internationale organisaties om de compatibiliteit en interoperabiliteit met andere GNSS-systemen te waarborgen;

– toezicht houden op de uitvoering van de programma's. Hoewel de Commissie niet verantwoordelijk is voor het operationele beheer van de programma's, behoudt zij de algemene verantwoordelijkheid voor het goede verloop ervan en is zij aansprakelijk voor alle extra kosten of vertragingen. Daarom is het van essentieel belang dat de Commissie nauw toezicht houdt op de uitvoering van de programma's door het Europees Ruimteagentschap (voor de voltooiing van de stationeringsfase) en het Europees GNSS-Agentschap (voor de exploitatiefase). De lidstaten en het Europees Parlement hebben, via het voorstel voor een GNSS-verordening dat momenteel de medebeslissingsprocedure doorloopt, zeer strikte eisen voor het toezenden van verslagen opgelegd. De Commissie zal zorgen voor de opstelling, presentatie en verspreiding van deze verslagen aan het GNSS-comité en in het bijzonder aan de begrotingsautoriteit;

– de betrekkingen met belanghebbenden beheren door hen te voorzien van actuele, positieve, samenhangende en bruikbare informatie over de voortgang van de programma's EGNOS en Galileo, en door regelmatig professionele verslagen op te stellen voor interne en externe doelgroepen.

[1]               PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.

[2]               PB L 276 van 20.10.2010, blz. 11.

[3]               COM(2011) 814 definitief.

[4]               PB C […] van […], blz. […].

[5]               PB C […] van […], blz. […].

[6]               PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.

[7]               PB L 276 van 20.10.2010, blz. 11.

[8]               PB C […] van […] 2013, blz. […]. [N.B.: zolang deze verordening en de verordening tot invoering van het toekomstige meerjarige financiële kader nog niet zijn goedgekeurd, kunnen het toepassingsgebied van de aan het Agentschap toevertrouwde taken en de daarvoor in de begroting uitgetrokken bedragen nog niet als definitief worden beschouwd]

[9]               ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[10]             In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[11]             COM(2011) 814 definitief.

[12]             Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[13]             In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

[14]             GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[15]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[16]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[17]             “Een begroting voor Europa 2020”, COM(2011)500.

[18]             PE489.561v02-00.

[19]             Dit bedrag verschilt van de voor het jaar 2013 aan het Agentschap toegekende begrotingsmiddelen voor zover hierbij rekening is gehouden met de financiering van 20 extra posten in 2013 door een herschikking van de GNSS-programma's (ontwerp-nota van wijzigingen voor de begroting 2013). De Commissie legt in de loop van het jaar 2013 aan de begrotingsautoriteit een voorstel voor.

[20]             Bovenop dit bedrag komt nog de betaling van het saldo van de resultatenrekening (0,709) en de bijdrage van derde landen (0,325). De totale beschikbare kredieten voor het jaar 2013 bedragen dus 14,484.

[21]             Dit bedrag omvat 1.75 voor de financiering van 20 extra posten in 2013. De raming bestaat uit zes maanden salaris voor het jaar 2013 op grond van de benodigde tijd voor de aanwerving voor 20 nieuwe posten.

[22]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[23]             Deze studie is uitgevoerd door het adviesbureau Roland Berger, in 2011 voor Egnos en in 2012 voor Galileo. Zij heeft geleid tot de opstelling van een analytisch overzicht van de taken die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van de systemen, met inbegrip van de nodige personeelsleden voor de uitvoering van deze taken. Een samenvatting van deze taken is opgenomen in de tabel waarin de uit te voeren taken zijn beschreven.

[24]             Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.