9.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/37


P7_TA(2013)0347

Efficiëntere en kosteneffectievere vertolking in het Europees Parlement

Resolutie van het Europees Parlement van 10 september 2013 over „Naar een efficiëntere en kosteneffectievere vertolking in het Europees Parlement” (2011/2287(INI))

(2016/C 093/05)

Het Europees Parlement,

gezien artikel 286 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien zijn resolutie van 5 september 2006 over het Speciaal Verslag van de Europese Rekenkamer nr. 5/2005 over de uitgaven van het Parlement, de Commissie en de Raad voor vertolking (1),

gezien Speciaal Verslag nr. 5/2005 van de Europese Rekenkamer over de uitgaven van het Parlement, de Commissie en de Raad voor vertolking, vergezeld van de antwoorden van de instellingen (2),

gezien de nota aan de leden van het Bureau, getiteld „Integrale meertaligheid met efficiënt gebruik van middelen voor de tolkdiensten- uitvoering van het besluit inzake de begroting van het Parlement voor 2012”,

gezien het verslag van de Secretaris-generaal van het Europees Parlement van 9 april 2013, getiteld „Preparing for Complexity: European Parliament in 2025 — The Answers”,

gezien artikel 48 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0233/2013),

A.

overwegende dat meertaligheid een van de belangrijkste kenmerken is van het Europees Parlement en van de Europese Unie als geheel en dat zij de eerbiediging van de culturele en linguïstische diversiteit alsook de gelijke behandeling van EU-burgers met verschillende afkomst en achtergrond verzekert;

B.

overwegende dat het beginsel van meertaligheid in het Europees Parlement het fundament vormt van het politieke, medewetgevende en communicatieve werk van deze instelling;

C.

overwegende dat het beginsel van meertaligheid in het Europees Parlement ervoor zorgt dat het passief kiesrecht van Europese burgers bij EP-verkiezingen niet onnodig wordt belemmerd;

D.

overwegende dat door de meertaligheid het recht van de burgers om in elk van de officiële talen van de EU met het Parlement te communiceren, gegarandeerd wordt, waardoor zij in staat worden gesteld hun recht van democratische controle uit te oefenen;

E.

overwegende dat de talendiensten van het Parlement zorgen voor een vlottere communicatie en zodoende waarborgen dat het Parlement blijft openstaan voor alle burgers van Europa, terwijl de transparantie verzekerd wordt binnen de unieke meertalige structuur van de Unie die op 24 officiële talen gebaseerd is;

F.

overwegende dat in het Reglement van het Parlement wordt bepaald dat leden in de officiële taal van hun keuze kunnen spreken en dat voor vertolking in de andere officiële talen wordt gezorgd, waardoor het democratische recht wordt geëerbiedigd om te worden verkozen in het Europees Parlement los van de talenkennis die men heeft;

G.

overwegende dat de uitdaging van de meertaligheid als gevolg van de opeenvolgende uitbreidingen een volledig nieuwe dimensie heeft gekregen wat betreft omvang, complexiteit en beleidsrelevantie en overwegende dat uitgebreide meertaligheid uiteraard leidt tot hoge en toenemende kosten voor het Parlement en dus ook voor de burgers van de Unie;

H.

overwegende dat in de begroting van het Parlement voor 2012 aanzienlijk moest worden gesnoeid om de groei van de begroting in vergelijking met het vorige jaar te beperken tot 1,9 %, en dat daarbij onder meer de kosten voor tolkdiensten met 10 miljoen EUR per jaar werden verminderd;

Het kader voor vertolking in het Europees Parlement

1.

erkent dat de Europese Unie het enige orgaan in de wereld is dat een officieel beleid voert van op 24 officiële talen gebaseerde meertaligheid, met een totaal van 552 te dekken talencombinaties; is in dit verband opgetogen over de zeer hoge kwaliteit van de tolkdiensten van het Parlement, maar meent dat moet worden gezocht naar manieren om de lasten die voortvloeien uit de complexe structuur van de meertaligheid en de aanzienlijke en toenemende kosten ervan, te verminderen;

2.

merkt op dat van alle talen die in de plenaire vergadering in Straatsburg en Brussel van september 2009 tot februari 2013 zijn gesproken, Engels gedurende 26 979 minuten (29,1 %) werd gesproken, Duits gedurende 12 556 minuten (13,6 %), Frans gedurende 8 841 minuten (9,5 %), Ests gedurende 109 minuten (0,1 %) en Maltees gedurende 195 minuten (0,2 %);

3.

beklemtoont dat zowel de plenaire vergaderingen als de commissievergaderingen via livestreaming of via video on demand voor alle burgers toegankelijk zijn en dat de werkzaamheden van het Europees Parlement door deze nieuwe communicatiekanalen voor de burgers van de Unie steeds transparanter worden; wijst erop dat de beschikbaarheid van de debatten in alle officiële talen het democratische en multiculturele karakter van het Europees Parlement onderstreept;

4.

merkt op dat een aantal multinationale organen, zoals de Verenigde Naties en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, uitsluitend op intergouvernementeel niveau opereren en geen wetgevende functie hebben; merkt in dit verband op dat de VN, met 192 leden, een talenregeling heeft met zes officiële talen en dat de NAVO, met 28 leden, vooral Engels gebruikt, ook al heeft deze organisatie twee officiële talen;

5.

onderstreept evenwel dat het Parlement een rechtstreeks verkozen politiek orgaan is, waarvan de leden worden gekozen los van hun talenkennis; herbevestigt dan ook het recht van elk lid om in de officiële taal van zijn/haar keuze te spreken, als een van de kernbeginselen van de werkregeling van het Parlement;

6.

merkt op dat de praktische gevolgen van het gebruik van de officiële talen in het Europees Parlement uiteengezet zijn in zijn Gedragscode meertaligheid, die in 2008 is bijgewerkt; merkt op dat met het concept van „gecontroleerde integrale meertaligheid” dat in deze code is vastgelegd, de gelijkheid tussen de leden en de burgers gehandhaafd wordt; wijst erop dat de implementatie van integrale, op het beginsel van „vertolking op verzoek” gebaseerde meertaligheid op lange termijn slechts mogelijk zal zijn indien de gebruikers van de talendiensten ten volle bewust worden gemaakt van de kosten van deze diensten en dus ook van hun verantwoordelijkheid om deze optimaal te benutten;

7.

meent dat het beginsel van gezond financieel beheer ook van toepassing moet zijn op vertolking en dat om aan de Europese belastingbetalers de beste prijs-kwaliteitverhouding te bieden, er permanent kritische analyses moeten worden verricht om te beoordelen waar en hoe efficiënter kan worden gewerkt en kosten kunnen worden beheerst of beperkt;

Efficiënt gebruik van tolkdiensten

8.

neemt kennis van het besluit van het Bureau van het Parlement van 2011 inzake integrale meertaligheid met efficiënt gebruik van middelen voor de tolkdiensten, dat de efficiëntie van de tolkdiensten moet verbeteren en de structurele kosten ervan verminderen door:

i)

bij reizen van delegaties van het Parlement de behoeften en de beschikbare financiële en personele middelen op elkaar af te stemmen,

ii)

voorrang te verlenen aan vertolking voor trialoogvergaderingen tijdens commissieweken,

iii)

commissievergaderingen evenwichtiger over de week te verspreiden en

iv)

de regels inzake de duur van vergaderingen in de avond strikter toe te passen;

9.

is tevreden dat dankzij deze maatregelen de begrotingsmiddelen die in het Parlement voor tolkdiensten worden uitgetrokken, nu een dalende trend vertonen; merkt op dat het begrotingsresultaat in 2010 54 990 000 EUR bedroeg, in 2011 56 964 283 EUR en dat de teller voor 2012 momenteel op 47 000 000 EUR staat, ook al zal het definitieve bedrag voor 2012 slechts per 31 december 2013 gekend zijn en zou het hoger kunnen uitvallen;

10.

merkt op dat de raming voor de begroting 2013 voor het DG Vertolking 58 000 000 EUR bedraagt, waarvan 53 000 000 EUR rechtstreeks verband houdt met tolkdiensten; vraagt uitvoerig en regelmatig op de hoogte te worden gebracht van de concrete resultaten van het initiatief „Integrale meertaligheid met efficiënt gebruik van middelen” voor de begroting 2013, met name voor wat betreft verwachte verlagingen of verhogingen van kosten;

11.

merkt voorts op dat, ofschoon de kosten voor de tolkdiensten van het Parlement in de periode van drie jaar die eind 2012 afliep 157 954 283 EUR bedroegen, er een vermindering van 17 % kan worden vastgesteld als we de begrotingsresultaten van 2010 en 2012 vergelijken; merkt op dat de slimme besparingen in de tolkdiensten het beginsel van meertaligheid niet in gevaar hebben gebracht en benadrukt dat moet worden gegarandeerd dat de leden gelijke toegang tot taaldiensten hebben en dat voor de betrokken diensten behoorlijke arbeidsvoorwaarden gehandhaafd moeten worden;

12.

is opgetogen over het voorstel in de raming van het Parlement van de inkomsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2014, om de kosten voor vertolking in een verkiezingsjaar te verminderen met 23 % tegenover het bedrag van 58 000 000 EUR in de begroting 2013; vraagt gedetailleerde informatie die aantoont dat de voorgestelde besparingen haalbaar zijn en dat de uitstekende kwaliteit van vertolking kan worden gehandhaafd;

13.

benadrukt dat de implementatie van „integrale meertaligheid met efficiënt gebruik van middelen” heeft geleid tot aanzienlijke besparingen doordat commissievergaderingen evenwichtiger over de week werden gespreid, zonder dat werd gesnoeid in het totaal aantal commissievergaderingen; merkt op dat als gevolg daarvan het totaal aantal tolkdagen gedaald is van 105 258 (107 047 386 EUR) in 2011 tot 97 793 (100 237 825 EUR) in 2012, wat neerkomt op een besparing van 6 809 561 EUR;

14.

stelt met bezorgdheid vast dat volgens de verslagen over de gedragscode meertaligheid, aanvragen om tolkdiensten vanuit commissies, delegaties en fracties nog altijd zeer vaak en steeds vaker laattijdig geannuleerd worden, zoals blijkt uit de volgende cijfers:

Commissies

2009

2010

2011

2012

Aanvragen

984

1 712

2 213

2 448

Laattijdige afzeggingen

76

172

238

359

%

7,72 %

10,05 %

10,80 %

14,70 %


Delegaties

2009

2010

2011

2012

Aanvragen

624

813

836

832

Laattijdige afzeggingen

116

93

102

171

%

18,59 %

11,44 %

12,20 %

20,60 %


Fracties

2009

2010

2011

2012

Aanvragen

1 922

2 310

2 297

2 146

Laattijdige afzeggingen

285

378

266

292

%

14,83 %

16,36 %

11,60 %

13,60 %

15.

stelt met bezorgdheid vast dat de potentiële kosten die voortvloeien uit deze laattijdige afzeggingen, als sommige tolken niet last minute elders zouden kunnen worden ingezet, een aanzienlijk deel zouden vormen van het totale budget voor vertolking; merkt in dit verband op dat in 2011 een bedrag van 4 350 000 EUR (7,6 % van het budget voor vertolking) en in 2012 een bedrag van 5 480 000 EUR (11,9 % van het budget voor vertolking) uitgegeven zou zijn voor beschikbaar gestelde tolkendiensten die vervolgens na het verstrijken van de in de Gedragscode meertaligheid vastgestelde termijnen zijn afgezegd; vraagt dat het Bureau aan de Commissie begrotingscontrole een gedetailleerde analyse voorlegt inzake de groeiende trend van laattijdige afzeggingen en een mechanisme introduceert om de gebruikers bewust te maken van de middelen die verloren gaan door laattijdige afzeggingen en het aantal en het percentage van dergelijke afzeggingen aanzienlijk te verminderen;

16.

herhaalt dat de hoge kwaliteit van het werk moet worden gehandhaafd maar dat ook efficiënter gebruik moet worden gemaakt van de talendiensten en dat de kosten daarvan beheerst moeten worden door te kijken naar de totale werklast van elke taalafdeling en te zorgen voor een vermindering van de kosten die voortvloeien uit laattijdige afzeggingen van aanvragen voor vergaderingen en bezoeken van delegaties met vertolking, die een inbreuk vormen op de in de gedragscode vastgelegde deadlines; beklemtoont dat de commissies, delegaties en fracties bewust moeten worden gemaakt van de regels die zijn vastgelegd in de gedragscode;

17.

verzoekt het Bureau een systeem met nader uit te werken maatregelen te ontwikkelen om laattijdige afzeggingen bij het reserveren van tolkdiensten tegen te gaan;

18.

verzoekt de administratie volledig en efficiënt gebruik te maken van de bijgewerkte taalgebruikprofielen van de leden wanneer zij talenregelingen opstelt voor commissies, delegaties en fracties, zowel in als buiten de vergaderplaatsen; dringt erop aan dat de taalgebruikprofielen van alle leden elk jaar worden bijgewerkt; wijst er voorts op dat een kopie van de bijgewerkte profielen naar de secretariaten van de commissie, delegaties, fracties en werkgroepen moet worden gestuurd;

19.

benadrukt dat, met inachtneming van het besluit van het Bureau van het Parlement van december 2011 inzake integrale meertaligheid met efficiënt gebruik van middelen voor de tolkdiensten, bij werkbezoeken vertolking in een officiële taal alleen op uitdrukkelijk schriftelijk verzoek van een deelnemend lid van het Europees Parlement mag worden aangeboden; benadrukt dat bij werkbezoeken het aantal tolken beperkt moet worden tot het absolute minimum overeenkomstig de geldende regels;

20.

herinnert aan het voorstel van de Secretaris-generaal om maatregelen te nemen voor de bewustmaking van de gebruikers van vertaal- en tolkdiensten, onder meer commissies, delegaties en fracties, en wacht nader uitgewerkte voorstellen af om hen bewuster te maken van de kosten van laattijdige afzeggingen;

21.

vraagt de administratie dat de praktijk wordt voortgezet waarbij het hoofd van het tolkenteam na afloop van elke vergadering en in overleg met het secretariaat van deze vergadering, een lijst opstelt van aangevraagde maar onbenutte tolkenfaciliteiten; merkt op dat een kopie van deze lijst naar het secretariaat van de desbetreffende vergadering moet worden gestuurd; meent dat in deze lijst ook rekening moet worden gehouden met de kijkers die gebruik maken van livestreaming of video on demand;

22.

neemt kennis van de nieuwe dienst „individuele vertolking” (IAP) die aan de leden wordt aangeboden en die is ingesteld na het in 2010 opgestarte proefproject; merkt op dat aan deze nieuwe dienst in 2011 een prijskaartje van 157 000 EUR hing en in 2012 van 115 000 EUR; meent dat de dienst geëvalueerd moet worden om te zien hoe deze kan worden verbeterd;

Vertolking in het Europees Parlement: de koers voor de toekomst

23.

juicht het toe dat de tolkdiensten er de afgelopen jaren in zijn geslaagd efficiënter te werken en de kosten te drukken en toch werk van uitstekende kwaliteit te blijven leveren; onderstreept dat de uitgaven voor vertolking en vertaling nog steeds een aanzienlijk deel van de begroting van het Parlement vormen en meent daarom dat de uitdaging van meertaligheid tegen redelijke kosten de blijvende aandacht van het Parlement moet krijgen;

24.

meent dat de Commissie begrotingscontrole regelmatig op de hoogte moet worden gebracht van veranderingen in de kosten van vertolking; vraagt dat het jaarlijks verslag over de gedragscode dat door de dienst vertolking wordt voorbereid en naar de secretaris-generaal wordt gestuurd, wordt bekendgemaakt aan de commissieleden;

25.

is van mening dat situaties waarin vertolking in bepaalde talen wordt aangeboden zonder dat daarvan gebruik wordt gemaakt, zoveel mogelijk vermeden moeten worden; benadrukt de noodzaak om de kosten van onnodige vertolking tijdens vergaderingen te verminderen en verzoekt daarom om de ontwikkeling en snelle invoering van een systeem dat situaties voorkomt waarin vertolking wordt aangeboden in talen die tijdens een bepaalde vergadering niet effectief gesproken worden of niet worden gevraagd door de gebruikers van webstream;

26.

verwacht van de Secretaris-generaal dat hij op het eind van het jaar een gedetailleerde analyse voorlegt van de talen waaruit en waarin is getolkt in alle vergaderingen van werkgroepen, fracties, commissies en delegaties en van de talen die effectief zijn gesproken in deze vergaderingen, alsook een overzicht van de voor werkbezoeken aangevraagde en toegestane uitzonderingen op de algemene regels inzake vertolking die op 12 maart 2012 door het Bureau zijn goedgekeurd (3);

27.

verzoekt het Bureau tegen het einde van het jaar een nieuw besluit inzake meertaligheid goed te keuren waarin specifiek wordt ingegaan op mogelijke scenario's voor „vertolking op verzoek” en de efficiëntiewinst die hiervan wordt verwacht;

28.

vraagt de Rekenkamer derhalve om binnen een redelijke termijn en uiterlijk tegen maart 2014 een speciaal verslag inzake de uitgaven van het Parlement, de Commissie en de Raad voor vertolking en vertaling aan het Parlement voor te leggen, waarin wordt nagegaan of het financieel beheer van deze diensten gezond is en de bevindingen van het speciaal verslag nr. 5/2005 worden bijgewerkt; merkt voorts op dat dit verslag periodiek zou kunnen worden opgesteld en worden gebruikt voor de kwijtingsprocedure; herhaalt dat het verslag informatie moet verstrekken over de vraag of de desbetreffende instellingen adequate instrumenten en procedures hebben om ervoor te zorgen dat:

er niet meer diensten worden verricht dan effectief nodig is,

alle nodige diensten kunnen worden verricht,

de diensten tegen de laagst mogelijke kosten worden verricht,

de verrichte diensten van hoge kwaliteit zijn;

29.

merkt op dat dit follow-upverslag een zorgvuldige vergelijking dient te omvatten van de kosteneffectiviteit van de tolkdiensten van het Parlement tegenover de tolkdiensten van de Raad en van de Commissie, alsook een vergelijking van de reële kosten van de tolkdiensten van de drie instellingen met de kosten die tijdens de referentieperiode van de audit zijn opgetekend;

30.

dringt er voorts op aan dat het Parlement als voorrangspunt het probleem van het hoge aantal laattijdige afzeggingen aan de orde stelt en vraagt dat het Bureau een gedetailleerd actieplan voorlegt om dit aantal te verminderen;

31.

herhaalt dat interinstitutionele samenwerking essentieel is voor de uitwisseling van beste praktijken, die zorgen voor meer efficiëntie en besparingen mogelijk maken; vindt dat de instellingen meer moeten samenwerken op het gebied van tolkdiensten; vraagt om een grondige evaluatie waarbij de voorrang gaat naar een efficiëntere verdeling van de beschikbare middelen tussen alle instellingen en om concrete maatregelen op het gebied van freelancevertolking;

32.

benadrukt het belang van softwaretoepassingen als beheersinstrumenten en dringt erop aan dat hiervoor meer middelen worden uitgetrokken in de begroting van volgend jaar; merkt op dat er efficiënter kan worden gewerkt indien de administratieve diensten van het Parlement de juiste beheersgegevens krijgen; vindt het jammer dat bepaalde DG's nog steeds achterblijven op het gebied van beschikbare softwaretoepassingen ondanks de vooruitgang die geboekt is in de IT-sector sedert 2010;

33.

vraagt de desbetreffende diensten van het Parlement na te gaan of de aanzienlijke efficiëntiewinst die op het gebied van vertolking is geboekt, als voorbeeld kan dienen voor verbeteringen binnen andere DG's;

o

o o

34.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 67.

(2)  PB C 291 van 23.11.2005, blz. 1.

(3)  Er is met name besloten dat delegaties in voor externe parlementaire werkzaamheden gereserveerde weken (groene weken) wel kunnen blijven profiteren van het recht op volledige vertolking in maximum vijf talen — zoals vastgelegd in de Gedragscode meertaligheid — maar dat voor delegaties die uitzonderingen vragen om te reizen tijdens commissieweken, een beperkte taalregeling geldt die inhoudt dat in niet meer dan één taal wordt vertolkt.