MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de werking van de veiligehavenregeling ("Safe Harbour") uit het oogpunt van EU-burgers en in de EU gevestigde ondernemingen /* COM/2013/0847 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de werking van de
veiligehavenregeling ("Safe Harbour") uit het oogpunt van EU-burgers
en in de EU gevestigde ondernemingen 1.
Inleiding Richtlijn 95/46/EG
van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer
van die gegevens (hierna "gegevensbeschermingsrichtlijn" genoemd)
bevat de regels voor doorgifte van persoonsgegevens uit EU-lidstaten naar
andere landen buiten de EU[1]
voor zover die doorgifte binnen de werkingssfeer van dat instrument valt[2].
Op grond van de
richtlijn kan de Commissie constateren dat een derde land, op grond van zijn
nationale wetgeving of zijn internationale verbintenissen, een passend
beschermingsniveau biedt met het oog op de bescherming van de rechten van
personen, in welk geval de specifieke beperkingen inzake gegevensdoorgifte naar
een dergelijk land niet van toepassing zouden zijn. Deze besluiten worden
doorgaans "besluiten inzake de gepastheid" genoemd. Op 26 juli 2000
heeft de Commissie Beschikking 2000/520/EG[3]
aangenomen (hierna "veiligehavenbeschikking" genoemd), waarin
werd erkend dat de veiligehavenbeginselen voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer en de vaak gestelde vragen (hierna respectievelijk
"beginselen" en "FAQs" genoemd), die door het ministerie
van Handel van de Verenigde Staten zijn gepubliceerd, passende bescherming
bieden in het kader van de doorgifte van persoonsgegevens uit de EU. De
veiligehavenbeschikking werd aangenomen na een advies van de Groep artikel 29
en een advies van het Comité artikel 31, gegeven door een gekwalificeerde
meerderheid van lidstaten. Overeenkomstig Besluit 1999/468 van de Raad werd de
veiligehavenbeschikking eerst door het Europees Parlement onderzocht. Dientengevolge
staat de huidige veiligehavenbeschikking de vrije doorgifte[4] toe van
persoonsgegevens uit de EU-lidstaten[5]
naar ondernemingen in de VS die de beginselen hebben onderschreven, in omstandigheden
waarin de doorgifte anders niet aan de EU-normen voor een passend niveau van
gegevensbescherming zou voldoen, gelet op de substantiële verschillen tussen de
privacyregelingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. De werking van de
huidige veiligehavenregeling berust op verbintenissen en zelfcertificering van
deelnemende ondernemingen. Deze regeling wordt vrijwillig onderschreven, maar
de regels zijn bindend voor ondernemingen die de regeling hebben onderschreven.
De grondbeginselen van die regeling zijn: a)
transparantie van het privacybeleid van de
deelnemende ondernemingen, b)
opname van de veiligehavenbeginselen in het
privacybeleid van die ondernemingen, en c)
handhaving, onder meer door de overheid. Deze grondslagen van de veilige haven moeten
worden herzien in de nieuwe context van: a)
de exponentiële groei van gegevensstromen, die
vroeger accessoir waren, maar nu centraal staan in de snelle groei van de
digitale economie en de zeer belangrijke ontwikkelingen in de verzameling,
verwerking en gebruik van gegevens, b)
het cruciale belang van gegevensstromen, met name
voor de trans-Atlantische economie,[6] c)
de snelle toename van het aantal ondernemingen in
de VS die de veiligehavenregeling onderschrijven (sinds 2004 is dat
verachtvoudigd, van 400 in 2004 tot 3 246 in 2013), d) de recentelijk vrijgegeven informatie over Amerikaanse
observatieprogramma’s die nieuwe vragen doet rijzen over het beschermingsniveau
dat de veiligehavenregeling geacht wordt te waarborgen. Tegen deze achtergrond wordt in deze mededeling
de balans opgemaakt van de werking van de veiligehavenregeling. Zij is gebaseerd
op gegevens die door de Commissie zijn verzameld, de werkzaamheden van de
EU-VS contactgroep privacy in 2009, een in 2008 door een onafhankelijke
contractant uitgevoerde studie[7]
en informatie die werd verkregen in de EU-VS ad hoc-werkgroep (hierna
"werkgroep" genoemd), die werd opgericht na de onthullingen over
Amerikaanse observatieprogramma's (zie een parallel document). Deze
mededeling is een vervolg op de twee beoordelingsverslagen van de Commissie
in de opstartfase van de veiligehavenregeling, respectievelijk van 2002[8]
en 2004[9].
2. Structuur en werking van de
veiligehavenregeling 2.1. Structuur van
de veiligehavenregeling Een onderneming
uit de VS die aan de veilige haven wil deelnemen, moet: (a) in haar publiek
toegankelijk privacybeleid vaststellen dat zij de beginselen onderschrijft en
ook werkelijk naleeft, en (b) een zelfcertificering indienen, dat wil zeggen
aan het ministerie van Handel van de VS verklaren dat zij overeenkomstig de
beginselen handelt. De zelfcertificering moet jaarlijks opnieuw worden
ingediend. De veiligehavenbeginselen, die zijn opgenomen in bijlage I bij de
veiligehavenbeschikking, bevatten eisen met betrekking tot zowel de
inhoudelijke bescherming van persoonsgegevens (beginselen inzake de
integriteit, beveiliging, keuze en verdere doorgifte van gegevens) als de
procedurele rechten van de betrokkenen (beginselen inzake kennisgeving, toegang
en handhaving). Wat de handhaving van de veiligehavenregeling
in de VS betreft, spelen twee belangrijke Amerikaanse instellingen een
belangrijke rol: het ministerie van Handel en de Federal Trade Commission. Het ministerie
van Handel controleert elke nieuwe zelfcertificering voor de veilige
havenregeling en elke jaarlijkse aanvraag voor een hernieuwde certificering die
het van ondernemingen ontvangt, om ervoor te zorgen dat deze alle elementen
bevatten die vereist zijn om aan de regeling deel te nemen[10]. Het
ministerie werkt de lijst van ondernemingen bij die zelfcertificeringsbrieven
hebben ingediend en publiceert de lijst en de brieven op zijn website.
Bovendien houdt het toezicht op de werking van de veiligehavenregeling en
verwijdert het ondernemingen die zich niet aan de beginselen houden, van de
lijst. De Federal
Trade Commission treedt, binnen het kader van haar bevoegdheden op het
gebied van consumentenbescherming, op tegen oneerlijke of misleidende
praktijken overeenkomstig artikel 5 van de Free Trade Commission Act. De
handhavingsmaatregelen van de Federal Trade Commission betreffen onder meer
onderzoek naar valse verklaringen tot onderschrijving van de
veiligehavenbeginselen en naar niet-naleving van die beginselen door de
ondernemingen die aan de regeling deelnemen. In het specifieke geval van handhaving
van de veiligehavenbeginselen tegen luchtvaartmaatschappijen, is de bevoegde
instantie is het ministerie van Vervoer[11]. De huidige
veiligehavenbeschikking maakt deel uit van het EU-recht dat door de
autoriteiten van de lidstaten moet worden toegepast. Op grond van deze
beschikking hebben de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten van de EU
het recht om in specifieke gevallen gegevensdoorgifte naar in het kader van de
veilige haven gecertificeerde ondernemingen op te schorten[12]. De
Commissie is geen geval bekend van opschorting door een nationale
gegevensbeschermingsautoriteit sinds de invoering van de veiligehavenregeling
in 2000. Onafhankelijk van de bevoegdheden waarover de nationale
gegevensbeschermingsautoriteiten van de EU beschikken op grond van de
veiligehavenbeschikking, zijn zij bevoegd om onder meer in het geval van
internationale doorgifte, op te treden om ervoor te zorgen dat de algemene
gegevensbeschermingsbeginselen uit de gegevensbeschermingsrichtlijn van 1995
worden nageleefd. Zoals in de huidige veiligehavenbeschikking wordt herhaald, staat
het aan de Commissie om – overeenkomstig de in Verordening 182/2011
bedoelde onderzoeksprocedure – te allen tijde de beschikking aan te passen of
op te schorten, dan wel de werkingssfeer ervan te beperken in het licht van de
bij de uitvoering ervan opgedane ervaringen. Dit geldt met name wanneer er
sprake is van een systematische tekortkoming in de VS, bijvoorbeeld wanneer een
orgaan dat verantwoordelijk is voor het waarborgen van de naleving van de veiligehavenbeginselen
in de Verenigde Staten, niet daadwerkelijk zijn rol vervult, of wanneer het
beschermingsniveau dat de veiligehavenbeginselen bieden, door de vereisten uit
de wetgeving van de VS wordt achterhaald. Zoals elke andere beschikking van de
Commissie, kan zij ook om andere redenen worden gewijzigd of zelfs ingetrokken.
2.2. De werking van
de veiligehavenregeling Onder de 3246[13]
gecertificeerde ondernemingen bevinden zich zowel kleine als grote
ondernemingen[14].
De sectoren financiële diensten en telecommunicatie vallen weliswaar buiten de
handhavingsbevoegdheden van de Federal Trade Commission en zijn derhalve
uitgesloten van de veiligehavenregeling, maar toch zijn heel wat industriële en
dienstensectoren vertegenwoordigd onder de gecertificeerde ondernemingen,
waaronder bekende internetondernemingen en bedrijfstakken, variërend van
informatie- en computerdiensten tot geneesmiddelen, reizen en toerisme,
gezondheidszorg of kredietkaartdiensten[15].
Het gaat dan voornamelijk om Amerikaanse ondernemingen die diensten verlenen op
de interne markt van de EU. Het gaat ook om dochterondernemingen van sommige
ondernemingen uit de EU, zoals Nokia of Bayer. 51% zijn ondernemingen die
gegevens van werknemers in Europa verwerken die zijn doorgegeven aan de VS in
het kader van het personeelsbeheer[16].
Bij sommige
gegevensbeschermingsautoriteiten in de EU is er toenemende bezorgdheid
over de doorgifte van gegevens in het kader van de huidige
veiligehavenregeling. Sommige gegevensbeschermingsautoriteiten van de lidstaten
hebben kritiek op de zeer algemene formulering van de beginselen en de hoge
afhankelijkheid van zelfcertificering en zelfregulering. Het bedrijfsleven
heeft een soortgelijke bezorgdheid geuit met betrekking tot de verstoring van
de mededinging als gevolg van een gebrek aan handhaving. De huidige
veiligehavenregeling is gebaseerd op de vrijwillige deelneming van
ondernemingen, op zelfcertificering door deze deelnemende ondernemingen en op
handhaving door overheidsinstanties van de uit de zelfcertificering
voortvloeiende verbintenissen. In dit verband zouden een gebrek aan
transparantie en eventuele tekortkomingen in de handhaving de grondvesten
ondermijnen waarop de veiligehavenregeling is gebouwd. Elke leemte in
transparantie of handhaving in de VS leidt ertoe dat de verantwoordelijkheid
komt te liggen bij de Europese gegevensbeschermingsautoriteiten en de
ondernemingen die van de regeling gebruikmaken. Op 29 april 2010 hebben Duitse
gegevensbeschermingsautoriteiten een besluit genomen op grond waarvan
ondernemingen die aan de VS gegevens doorgeven, actief moeten nagaan of de
ondernemingen in de VS die gegevens importeren, daadwerkelijk de
veiligehavenbeginselen naleven en wordt aanbevolen dat ten minste de
exporterende onderneming moet vaststellen of de veiligehavencertificering door
de invoerder nog geldig is[17].
Op 24 juli 2013,
na de onthullingen over Amerikaanse observatieprogramma's, gingen Duitse
gegevensbeschermingsautoriteiten nog een stap verder door hun bezorgdheid te
uiten dat de beginselen uit de rechtsbesluiten van de Commissie zeer
waarschijnlijk worden geschonden[18].
Er zijn gevallen waarin sommige gegevensbeschermingsautoriteiten (bv. die van
Bremen) een onderneming die persoonsgegevens doorgeeft aan providers uit de VS,
hebben verzocht de gegevensbeschermingsautoriteit te laten weten of en hoe die
providers voorkomen dat de nationale veiligheidsdienst daar toegang toe heeft.
De Ierse gegevensbeschermingsautoriteit heeft meegedeeld dat zij recentelijk
twee klachten heeft ontvangen over de veiligehavenregeling naar aanleiding van
de verslaggeving over de observatieprogramma's van de Amerikaanse
inlichtingendiensten, maar heeft geweigerd deze te onderzoeken omdat de
doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land aan de eisen van de Ierse wetgeving
inzake gegevensbescherming voldeed. Na een soortgelijke klacht stelde de
Luxemburgse gegevensbeschermingsautoriteit vast dat Microsoft en Skype de
Luxemburgse wet inzake gegevensbescherming hadden nageleefd bij de doorgifte
van gegevens naar de VS[19].
Het Ierse Hooggerechtshof heeft inmiddels echter een verzoek om rechterlijke
toetsing ontvankelijk verklaard op grond waarvan het het niet-optreden van de
Ierse toezichthouder voor gegevensbescherming in verband met de Amerikaanse
observatieprogramma's zal beoordelen. Een van de twee klachten werd ingediend
door een groep studenten, Europe v Facebook (EvF), die in Duitsland ook een
soortgelijke klacht tegen Yahoo heeft ingediend, en wordt behandeld door de
bevoegde gegevensbeschermingsautoriteiten. Deze uiteenlopende
reacties van gegevensbeschermingsautoriteiten op de onthullingen over de
observatieprogramma's tonen het reële risico van de versnippering van de
veiligehavenregeling aan en doen vragen rijzen met betrekking tot de mate
waarin deze wordt gehandhaafd. 3. Transparantie van het privacybeleid van
deelnemende ondernemingen Krachtens FAQ 6,
die als bijlage is gevoegd bij de veiligehavenbeschikking (bijlage II), moeten
ondernemingen die geïnteresseerd zijn in een certificering voor de veilige
haven, het ministerie van Handel een beschrijving van het beleid inzake de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer verstrekken en deze publiek
toegankelijk maken. Daarin moeten zij aangeven dat zij de
privacybeginselen onderschrijven. Het vereiste om het privacybeleid van
ondernemingen met een zelfcertificering en hun verklaring om de
privacybeginselen te onderschrijven, publiek toegankelijk te maken, is
essentieel voor de werking van de regeling. Onvoldoende
toegang tot het privacybeleid van dergelijke ondernemingen gaat ten koste van
personen van wie persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt, en kan een inbreuk
vormen op het beginsel van kennisgeving. In dergelijke gevallen zijn de
personen van wie de gegevens vanuit de EU worden doorgegeven, misschien niet op
de hoogte van hun rechten, noch van de verplichtingen waaraan een onderneming met
een zelfcertificering is onderworpen. Bovendien brengt de
verbintenis van ondernemingen om de privacybeginselen na te leven, de
bevoegdheid van de Federal Trade Commission teweeg om deze beginselen te
handhaven tegen ondernemingen in geval van niet-naleving als een oneerlijke
of misleidende praktijk. Een gebrek aan transparantie van ondernemingen in de
VS maakt het toezicht door de Federal Trade Commission moeilijker en ondermijnt
de doeltreffendheid van de handhaving. In de loop der
jaren heeft een aanzienlijk aantal ondernemingen met zelfcertificering, zijn
privacybeleid niet openbaar gemaakt en/of geen publieke verklaring afgelegd ter
onderschrijving van de privacybeginselen. In het verslag over de veilige haven
van 2004 werd gewezen op de noodzaak voor het ministerie van Handel om een
actievere houding aan te nemen bij de controle van de naleving van dit
vereiste. Vanaf 2004 heeft
het ministerie van Handel nieuwe informatie-instrumenten ontwikkeld,
gericht op het bijstaan van ondernemingen bij de vervulling van hun
transparantieverplichtingen. De relevante informatie over de regeling kan
worden geraadpleegd op de website van het ministerie van Handel over de veilige
haven[20]
waar ondernemingen ook hun privacybeleid kunnen uploaden. Het ministerie van
Handel heeft gemeld dat ondernemingen van deze functie gebruik hebben gemaakt
en hun privacybeleid op de website van het ministerie van Handel hebben gezet
bij de aanvraag om tot de veilige haven toe te treden[21]. Bovendien
heeft het ministerie van Handel in de periode 2009-2013 een reeks richtsnoeren
gepubliceerd voor ondernemingen die aan de veilige haven wensen deel te nemen,
zoals de “Guide to Self-Certification” (gids voor zelfcertificering) en de
“Helpful Hints on Self-Certifying Compliance” (nuttige tips voor een correcte
zelfcertificering)[22]. De mate waarin de
transparantieverplichtingen worden nageleefd, varieert tussen ondernemingen.
Bepaalde ondernemingen beperken zich tot de kennisgeving aan het ministerie van
Handel van een beschrijving van hun privacybeleid als onderdeel van het
zelfcertificeringsproces, maar de meeste ondernemingen maken hun privacybeleid
openbaar toegankelijk op hun website, en uploaden dit niet alleen op de website
van het ministerie van Handel. Dat beleid wordt echter niet altijd
op een consumentvriendelijke en gemakkelijk leesbare vorm gepresenteerd.
Hyperlinks naar privacybeleid werken niet altijd correct en verwijzen niet
altijd naar de juiste webpagina's. Uit de beschikking
en de bijlagen daarbij vloeit voort dat het voorschrift dat ondernemingen hun
privacybeleid publiek toegankelijk moeten maken, meer inhoudt dan de loutere
kennisgeving van zelfcertificering bij het ministerie van Handel. De
voorschriften inzake certificering die in de FAQs zijn vastgesteld, omvatten
een beschrijving van het privacybeleid en transparante informatie over de
plaats waar deze door het publiek kan worden geraadpleegd[23].
Verklaringen inzake het privacybeleid moeten duidelijk zijn en gemakkelijk
toegankelijk voor het publiek. Zij dienen een hyperlink naar de website van het
ministerie van Handel over de veilige haven te bevatten waarop alle
"actuele" leden die bij de regeling zijn aangesloten, zijn opgesomd
en een link naar de alternatieve geschillenbeslechter. Een aantal aan de
regeling deelnemende ondernemingen heeft echter in de periode 2000-2013 niet
aan deze vereisten voldaan. Tijdens werkcontacten met de Commissie in februari 2013
heeft het ministerie van Handel erkend dat mogelijk 10% van de gecertificeerde
ondernemingen niet werkelijk hun privacybeleid met een bevestigende
veiligehavenverklaring op hun respectieve websites heeft gezet. Uit recente
statistieken blijkt ook het aanhoudende probleem van valse aanspraken op
deelneming aan de veilige haven. Ongeveer 10 % van de ondernemingen
die beweren lid te zijn van de veilige haven, is niet opgenomen in de lijst van
actuele bij regeling aangesloten leden die wordt opgesteld door het ministerie
van Handel[24].
Dergelijke valse aanspraken komen zowel van ondernemingen die nooit aan de
veilige haven hebben deelgenomen als van ondernemingen die ooit aangesloten
waren bij de regeling, maar nadien hebben nagelaten bij het ministerie van
Handel jaarlijks een nieuwe aanvraag voor zelfcertificering in te dienen. In
dit geval blijven zij op de lijst van de veiligehavenwebsite staan, maar met de
certificeringsstatus "niet actueel", hetgeen betekent dat de
onderneming aangesloten is geweest bij de regeling en derhalve de verplichting
heeft de reeds verwerkte gegevens te blijven beschermen. De Federal Trade
Commission is bevoegd om in te grijpen in gevallen van misleidende praktijken
en niet-naleving van de veiligehavenbeginselen (zie punt 5.1). Onduidelijkheid
over de valse aanspraken tast de geloofwaardigheid van de regeling aan. De Europese
Commissie heeft het ministerie van Handel er tijdens regelmatige contacten in 2012
en 2013 attent op gemaakt dat het, om te voldoen aan de
transparantieverplichtingen, niet volstaat dat ondernemingen alleen een
beschrijving van hun privacybeleid ter beschikking stellen aan het ministerie
van Handel. Verklaringen inzake het privacybeleid moeten voor het publiek
toegankelijk worden gemaakt. Het ministerie van Handel werd ook verzocht om een
intensivering van zijn periodieke controles van de websites van de
ondernemingen na de verificatieprocedure die wordt uitgevoerd in het kader
van de eerste zelfcertificeringsprocedure of de jaarlijkse hernieuwing daarvan
en om actie te ondernemen tegen de ondernemingen die niet voldoen aan de
vereisten inzake transparantie. Als een eerste
reactie op de bezorgdheid van de EU heeft het ministerie van Handel vanaf
maart 2013 voor een veiligehavenonderneming met
een publieke website de verplichting ingevoerd om haar privacybeleid voor consumenten- of
gebruikersgegevens direct beschikbaar te maken op haar publieke website.
Tegelijkertijd is het ministerie van Handel begonnen met het melden aan
alle ondernemingen van wie het privacybeleid nog geen link bevatte naar de
veiligehavenwebsite van het ministerie van Handel, dat zij in een dergelijke
link moeten voorzien, waardoor de officiële veiligehavenlijst en de website
rechtstreeks toegankelijk worden voor consumenten die de website van een
onderneming bezoeken. Hierdoor zullen de Europese
betrokkenen onmiddellijk, zonder aanvullende opzoekingen op het internet, de
bij het ministerie van Handel aangemelde verbintenissen van een onderneming
kunnen verifiëren. Bovendien is het ministerie van Handel begonnen met het
melden aan de ondernemingen dat de contactgegevens van hun onafhankelijke
geschillenbeslechter in hun op het internet geplaatste privacybeleid moeten
worden opgenomen[25]. Dit proces moet
worden versneld om ervoor te zorgen dat alle
gecertificeerde ondernemingen uiterlijk in maart 2014 (dat is de termijn voor
de jaarlijkse hercertificering van ondernemingen, te rekenen vanaf de invoering
van nieuwe voorschriften in maart 2013) aan de veiligehavenvoorschriften
voldoen. Niettemin blijft er bezorgdheid bestaan over de vraag of alle
ondernemingen met zelfcertificering volledig voldoen aan de
transparantievereisten. Het ministerie van Handel zou grondiger moeten
controleren en onderzoeken of de verbintenissen die bij de eerste
zelfcertificering en bij de jaarlijkse hernieuwingen zijn aangegaan, worden
nagekomen. 4. Opname van de
veiligehavenbeginselen in het privacybeleid van ondernemingen Ondernemingen met een zelfcertificering moeten
voldoen aan de in bijlage I bij de beschikking opgenomen privacybeginselen om
de voordelen van de veilige haven te verkrijgen en te behouden. In het verslag van
2004 heeft de Commissie vastgesteld dat een aanzienlijk aantal ondernemingen
de privacybeginselen van de veilige haven niet correct in hun
gegevensverwerkingsbeleid had opgenomen. Personen kregen bijvoorbeeld niet
altijd duidelijke en transparante informatie over de doeleinden waarvoor hun
gegevens werden verwerkt of kregen niet de mogelijkheid om zich te verzetten
tegen de bekendmaking van hun gegevens aan een derde of tegen het gebruik ervan
voor een doel dat niet verenigbaar is met de doeleinden waarvoor de gegevens
oorspronkelijk waren verzameld. In haar verslag van 2004 vond de Commissie dat
het ministerie van Handel proactiever moest zijn met betrekking tot de toegang
tot de veilige haven en de bekendmaking van de beginselen[26]. Er is beperkte
vooruitgang op dit gebied. Sinds 1 januari 2009 evalueert het ministerie van
Handel het privacybeleid van elke onderneming die haar certificeringsstatus
voor de veilige haven wil vernieuwen (hetgeen jaarlijks moet gebeuren),
voorafgaand aan die hernieuwing. Die evaluatie is echter beperkt in omvang. Er
vindt geen volledige evaluatie plaats van de werkelijke praktijk in de
ondernemingen met een zelfcertificering, terwijl een dergelijke evaluatie de
geloofwaardigheid van het zelfcertificeringsproces aanzienlijk zou vergroten. Naar aanleiding
van het verzoek van de Commissie om een strenger en meer systematisch toezicht
door het ministerie van Handel op ondernemingen met een zelfcertificering, wordt
thans meer aandacht besteed aan nieuwe aanvragen. Het aantal nieuwe
aanvragen die niet werden aanvaard, maar werden teruggezonden naar de
ondernemingen ter verbetering van het privacybeleid, is aanzienlijk toegenomen
tussen 2010 en 2013: een verdubbeling voor ondernemingen die hercertificeren en
een verdrievoudiging voor nieuwkomers bij de veilige haven[27]. Het
ministerie van Handel heeft de Commissie verzekerd dat elke certificering of
hercertificering pas kan worden voltooid wanneer het privacybeleid van de
onderneming aan alle voorschriften voldoet, en in het bijzonder pas wanneer
deze een bevestigende verbintenis bevat de betrokken reeks privacybeginselen
van de veilige haven te onderschrijven en het privacybeleid publiek beschikbaar
is. Een onderneming is verplicht om in de veiligehavenlijst aan te geven waar
het betrokken beleid kan worden geraadpleegd. Op haar website moet ook
duidelijk een alternatieve geschillenbeslechter worden aangewezen en een link worden
opgenomen naar de zelfcertificering voor de veilige haven op de website van het
ministerie van Handel. Naar schatting meer dan 30% van de veiligehavenleden
verstrekt echter geen informatie over geschillenbeslechting in het
privacybeleid op hun website[28]. Een meerderheid
van de ondernemingen die het ministerie van Handel van de veiligehavenlijst
heeft verwijderd, werd op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken ondernemingen
verwijderd (bv. gefuseerde of overgenomen ondernemingen, ondernemingen die hun
bedrijfsactiviteiten hadden gewijzigd of stopgezet). Een kleiner aantal
registraties van vervallen ondernemingen werd verwijderd wanneer de in de
registraties opgegeven websites niet langer bleken te werken en de
certificeringsstatus gedurende verscheidene jaren "niet actueel"
was"[29].
Van belang is dat geen van deze verwijderingen lijkt te hebben plaatsgevonden
omdat de controle van het ministerie van Handel tot de vaststelling leidde dat
er nalevingsproblemen waren. De registratie op de veiligehavenlijst dient
als openbare kennisgeving en als registratie van de veiligehavenverbintenissen
van een onderneming. De verbintenis om de veiligehavenbeginselen te
onderschrijven, is niet in de tijd beperkt wat betreft de gegevens die zijn
ontvangen tijdens de periode waarin de onderneming de voordelen van de veilige
haven geniet, en de onderneming moet de beginselen blijven toepassen op
dergelijke gegevens, zolang zij deze opslaat, gebruikt of bekendmaakt, ongeacht
de reden waarom zij de veilige haven verlaat. Met betrekking tot
het aantal veiligehavenaanvragers die niet slaagden voor de administratieve
toetsing door het ministerie van Handel en derhalve nooit zijn toegevoegd
aan de veiligehavenlijst, geldt het volgende: in 2010 werd slechts 6%
(33) van de 513 ondernemingen die zich voor het eerst registreerden, niet
opgenomen in de veiligehavenlijst omdat zij niet voldeden aan de normen voor
zelfcertificering van het ministerie van Handel. In 2013 werd 12 %
(75) van de 605 ondernemingen die zich voor het eerst registreerden, niet
opgenomen in de veiligehavenlijst omdat zij niet voldeden aan de normen voor
zelfcertificering van het ministerie van Handel. Als een
minimumvereiste om de transparantie van het toezicht te vergroten, zou het
ministerie van Handel op zijn website een lijst moeten opnemen van alle
ondernemingen die van de veilige haven werden verwijderd en de redenen
vermelden waarom de certificering niet is verlengd. Het label "niet
actueel" op de lijst van veiligehavenondernemingen van het ministerie van
Handel zou niet louter als informatie mogen worden beschouwd maar zou vergezeld
moeten gaan van een duidelijke waarschuwing — zowel verbaal als grafisch
— dat een onderneming op dat ogenblik niet aan de veiligehavenvereisten
voldoet. Bovendien voldoen
sommige ondernemingen nog steeds niet volledig aan de veiligehavenbeginselen.
Naast de transparantiekwestie die in punt 3 hierboven wordt behandeld, is het
privacybeleid van ondernemingen met een zelfcertificering, dikwijls onduidelijk
wat betreft de doeleinden waarvoor de gegevens worden verzameld, en het recht
om te kiezen of gegevens al dan niet aan derde partijen kunnen worden
bekendgemaakt; daardoor rijzen problemen inzake naleving van de
privacybeginselen betreffende "kennisgeving" en "keuze".
Kennisgeving en keuze zijn van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat
betrokkenen controle hebben over wat er gebeurt met hun persoonsgegevens. De belangrijke eerste stap in het
nalevingsproces, de opname van de privacybeginselen van de veilige haven in het
privacybeleid van ondernemingen, is onvoldoende gewaarborgd. Het ministerie van
Handel zou deze kwestie als een prioriteit moeten behandelen door een
nalevingsmethodologie te ontwikkelen in de operationele praktijk van
ondernemingen en hun interactie met klanten. Er moet sprake zijn van een
actieve follow-up door het ministerie van Handel van het effectief opnemen van
de veiligehavenbeginselen in het privacybeleid van ondernemingen, in plaats
van de handhavingsmaatregelen te laten afhangen van klachten van personen. 5. Handhaving door de overheid Er zijn een aantal
mechanismen beschikbaar voor een effectieve handhaving van de
veiligehavenregeling en om personen verhaalsmogelijkheden te bieden in gevallen
waarin de bescherming van hun persoonsgegevens wordt aangetast door de
niet-naleving van de beginselen. Volgens het
"handhavingsbeginsel" moet het privacybeleid van organisaties met
zelfcertificering doeltreffende handhavingsmechanismen bevatten. Volgens het
handhavingsbeginsel, zoals nader uiteengezet in FAQs 11, 5 en 6, kan aan dit
vereiste worden voldaan door onafhankelijke verhaalmechanismen te
onderschrijven ten aanzien waarvan publiek is verklaard dat er sprake is van
de bevoegdheid om kennis te nemen van individuele klachten inzake niet-naleving
van de beginselen. Dit kan ook worden bereikt doordat de organisatie zich ertoe
verbindt om met het gegevensbeschermingspanel van de EU samen te werken[30].
Bovendien vallen ondernemingen met zelfcertificering onder de bevoegdheid van
de Federal Trade Commission overeenkomstig artikel 5 van de Federal Trade
Commission Act, waarin oneerlijke of misleidende daden of praktijken in of in
verband met de handel worden verboden[31]. In het verslag van
2004 werd bezorgdheid geuit over de handhaving van de veiligehavenregeling, meer
bepaald over het feit dat de Federal Trade Commission proactiever moest zijn bij
het openen van onderzoeken en om burgers bewust te maken van hun rechten. Een
andere bron van zorg was het gebrek aan duidelijkheid met betrekking tot de
bevoegdheden van de Federal Trade Commission inzake de handhaving van de
beginselen wat personeelsgegevens betreft. Het orgaan om
verhaal te halen inzake personeelsgegevens, het gegevensbeschermingspanel van
de EU, heeft één klacht ontvangen over personeelsgegevens[32]. Uit het
ontbreken van klachten mogen echter geen conclusies worden getrokken over de
werking van de regeling in zijn geheel. Er moeten ambtshalve controles worden
ingevoerd op de naleving door ondernemingen om na te gaan of zij hun
verbintenissen inzake gegevensbescherming daadwerkelijk ten uitvoer leggen.
Gegevensbeschermingsautoriteiten in de EU moeten ook maatregelen nemen om de
bekendheid van het panel te bevorderen. Er werd gewezen op
problemen in verband met de wijze waarop alternatieve verhaalmechanismen als
handhavingsinstanties werken. Een aantal van deze instanties beschikt niet over
passende middelen om gevallen van niet-naleving van de beginselen te verhelpen.
Deze tekortkoming moet worden aangepakt. 5.1. Federal
Trade Commission De Federal Trade
Commission kan handhavingsmaatregelen nemen in geval van schendingen van de
veiligehavenverbintenissen die ondernemingen aangaan. Toen de
veiligehavenregeling werd ingevoerd, verbond de Federal Trade Commission zich
ertoe alle verwijzingen van autoriteiten van EU-lidstaten prioritair te
onderzoeken[33].
Aangezien er tijdens de eerste tien jaar van de regeling geen klachten waren
ontvangen, besloot de Federal Trade Commission op zoek te gaan naar schendingen
van de veilige haven in elk onderzoek dat zij uitvoerde inzake privacy en
gegevensbeveiliging. Sinds 2009 heeft de Federal Trade Commission 10
handhavingsmaatregelen genomen tegen ondernemingen op basis van schendingen van
de veilige haven. Deze maatregelen hebben met name geleid tot schikkingsbevelen
— op straffe van aanzienlijke boetes — houdende een verbod op onjuiste
verklaringen over privacy, met inbegrip van de naleving van de
veiligehavenregeling, waarbij uitvoerige privacyprogramma's en audits voor de
duur van 20 jaar werden opgelegd. De ondernemingen moeten onafhankelijke
beoordelingen van hun privacyprogramma’s aanvaarden wanneer de Federal Trade
Commission daar om verzoekt. Over deze beoordelingen wordt regelmatig verslag
uitgebracht aan de Federal Trade Commission. De bevelen van de Federal Trade
Commission verbieden deze ondernemingen ook hun privacypraktijken en hun
deelname aan de veilige haven of soortgelijke privacyregelingen verkeerd voor
te stellen. Dit was bijvoorbeeld het geval voor de onderzoeken van de Federal
Trade Commission tegen Google, Facebook en MySpace[34]. In 2012 stemde Google in met de betaling van een boete van
22,5 miljoen als schikking de beschuldigingen dat het een consent order had
geschonden. In alle privacy-onderzoeken gaat de Federal Trade Commission
ambtshalve na of er sprake is van een schending van de veilige haven. De Federal Trade
Commission heeft onlangs haar verklaringen en verbintenis opnieuw bevestigd om
verwijzingen van ondernemingen die inzake privacy zelfregulerend optreden en
van EU-lidstaten, die beweren dat een onderneming de veiligehavenbeginselen
heeft geschonden, prioritair te zullen onderzoeken[35]. De laatste drie jaar heeft de Federal Trade
Commission slechts enkele verwijzingen van Europese
gegevensbeschermingsautoriteiten ontvangen. De voorbije maanden startte de ontwikkeling
van de trans-Atlantische samenwerking tussen autoriteiten voor
gegevensbescherming. De Federal Trade Commission ondertekende bijvoorbeeld op 26
juni 2013 samen met het Ierse Office of the Data Protection Commissioner een
memorandum van overeenstemming over wederzijdse bijstand inzake de handhaving
van het recht ter bescherming van persoonsgegevens in de private sector. Het
memorandum voorziet in een kader voor versterkte, beter gestroomlijnde en meer
doeltreffende samenwerking op het gebied van handhaving in privacykwesties[36].
In
augustus 2013 kondigde de Federal Trade Commission aan dat de controles van
ondernemingen die grote databanken met persoonsgegevens controleren, verder zou
worden versterkt. Zij heeft ook een portaal opgericht waar consumenten een
klacht inzake privacy kunnen indienen ten aanzien van een onderneming uit de VS[37]. De Federal Trade Commission zou ook meer
inspanningen moeten leveren om valse aanspraken op het lidmaatschap van de
veilige haven te onderzoeken. Een onderneming die op zijn website beweert te
voldoen aan de veiligehavenvoorschriften, maar die niet als "actueel"
lid voorkomt op de lijst van het ministerie van Handel, misleidt consumenten en
maakt misbruik van hun vertrouwen. Valse aanspraken tasten de geloofwaardigheid
van het systeem als geheel aan en moeten daarom onmiddellijk van de websites
van de ondernemingen worden verwijderd. De ondernemingen zouden moeten gebonden
zijn door een afdwingbare verplichting de consumenten niet te misleiden. De
Federal Trade Commission moet blijven zoeken naar valse aanspraken op deelname
aan de veilige haven, zoals die in de zaak Karnani, waarin de Federal
Trade Commission een Californische website sloot omdat daarop valselijk een
veiligehavenregistratie werd vermeld en waarbij sprake was van frauduleuze
e-handelspraktijken gericht op Europese consumenten[38]. Op 29 oktober 2013 kondigde de Federal Trade
Commission aan dat zij in de "afgelopen maanden talrijke onderzoeken had
geopend inzake de veilige haven" en dat "in de komende maanden"
op dit gebied nog meer handhavingsmaatregelen konden worden verwacht. De
Federal Trade Commission bevestigde ook "dat zij vastberaden zou zoeken
naar manieren om haar doeltreffendheid te verbeteren en zou blijven uitkijken
naar belangrijke initiatieven, zoals de klacht die een Europese consumentenadvocaat
de afgelopen maand indiende inzake een groot aantal vermeende
veiligehavenschendingen"[39].
De instelling verbond zich er ook toe "systematisch toezicht te houden op
de naleving van veiligehavenbevelen, zoals met alle bevelen gebeurt"[40]. Op 12 november 2013 deelde de Federal Trade
Commission de Europese Commissie mee dat "indien een onderneming in
haar privacybeleid veiligehavenbescherming belooft, het nalaten om een
registratie te verrichten of te behouden, dit op zich de betrokken onderneming waarschijnlijk
niet zal vrijwaren tegen handhaving van die veiligehavenverbintenissen door de
Federal Trade Commission"[41].
In november 2013 heeft het ministerie van
Handel de Europese Commissie meegedeeld dat het "om ervoor te helpen
zorgen dat ondernemingen geen valse aanspraken maken op deelname aan de veilige
haven, een procedure zal starten waarbij één maand vóór de hercertificering
contact zal worden opgenomen met veiligehavendeelnemers om de stappen te
beschrijven die zij moeten volgen in het geval zij niet opnieuw willen
certificeren". Het ministerie van Handel "zal deze categorie
ondernemingen aanmanen alle verwijzingen naar deelname aan de veilige haven
te verwijderen uit hun privacybeleid en websites, met inbegrip van het gebruik
van het certificeringsmerkteken van het ministerie, en hen duidelijk
meedelen dat het nalaten daarvan kan leiden tot handhavingsmaatregelen van het
ministerie"[42]. Om valse aanspraken op deelname aan de veilige
haven tegen te gaan, zou het privacybeleid op de websites van ondernemingen met
een zelfcertificering steeds een link moeten bevatten naar de
veiligehavenwebsite van het ministerie van Handel, waar alle
"actuele" leden van de regeling zijn vermeld. Op die manier zullen de
Europese betrokkenen onmiddellijk, zonder extra zoekopdrachten, kunnen
verifiëren of een onderneming is aangesloten bij de veilige haven. In maart 2013
is het ministerie van Handel begonnen met ondernemingen daarom te verzoeken,
maar dit proces zou moeten worden geïntensiveerd. De voortdurende controle en daaruit
voortvloeiende handhaving door de Federal Trade Commission van de effectieve
naleving van de veiligehavenbeginselen — naast de maatregelen van het
ministerie van Handel zoals hierboven onder de aandacht gebracht — blijft een
belangrijke prioriteit voor het waarborgen van de correcte en efficiënte
werking van de regeling. Er is vooral behoefte aan meer ambtshalve controles
van en onderzoeken naar het naleven van de veiligehavenbeginselen door
ondernemingen. Klachten bij de Federal Trade Commission over inbreuken
moeten ook verder worden vergemakkelijkt. 5.2. Het
EU-gegevensbeschermingspanel Het
EU-gegevensbeschermingspanel is een orgaan dat in het kader van de
veiligehavenbeschikking is opgericht. Het is bevoegd voor het onderzoek van
klachten die door personen zijn ingediend inzake persoonsgegevens die zijn
verzameld in het kader van een arbeidsverhouding, alsook voor zaken betreffende
gecertificeerde ondernemingen die deze optie voor geschillenbeslechting hebben
gekozen in het kader van de veilige haven (53% van alle ondernemingen). Het
panel is samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse
gegevensbeschermingsautoriteiten uit de EU. Tot op heden heeft
het panel vier klachten ontvangen (twee in 2010 en twee in 2013). De twee
klachten in 2010 heeft het doorverwezen naar nationale
gegevensbeschermingsautoriteiten (Verenigd Koninkrijk en Zwitserland). De derde
en vierde klacht worden momenteel onderzocht. Het kleine aantal klachten kan
worden verklaard door het feit dat de bevoegdheden van het panel, zoals eerder
gezegd, hoofdzakelijk beperkt zijn tot een bepaald type gegevens. Het beperkt aantal
zaken zou ook deels te wijten kunnen zijn aan de beperkte bekendheid van het
panel. In 2004 heeft de Commissie de informatie over het panel meer zichtbaar
gemaakt op haar website[43].
Om beter gebruik te kunnen maken van het panel, zouden ondernemingen in
de VS die ervoor hebben gekozen om met het panel samen te werken en zijn
besluiten na te leven, voor sommige of alle categorieën persoonsgegevens die
onder hun respectieve zelfcertificeringen vallen, dat duidelijk en opvallend in
hun verbintenissen inzake privacybeleid moeten aangeven, zodat het ministerie
van Handel dit aspect kan onderzoeken. De websites van alle
gegevensbeschermingsautoriteiten uit de EU zouden een aparte pagina moeten
hebben over de veiligehavenregeling om deze beter bekend te maken bij Europese
ondernemingen en betrokkenen. 5.3. Betere
handhaving De zwakke punten
in de transparantie en de zwakke punten in de handhaving die hierboven werden
vastgesteld, leiden tot bezorgdheid bij Europese ondernemingen wat betreft de
negatieve gevolgen van de veiligehavenregeling voor het concurrentievermogen
van Europese bedrijven. Wanneer een Europese onderneming concurreert met een
Amerikaanse onderneming die in het kader van de veilige haven handelt, maar in
de praktijk de beginselen ervan niet toepast, heeft de Europese onderneming een
concurrentieel nadeel ten opzichte van de Amerikaanse onderneming. Voorts is de
Federal Trade Commission bevoegd met betrekking tot oneerlijke of misleidende
handelingen of praktijken "in of in verband met de handel". Artikel 5
van de Federal Trade Commission Act voorziet in uitzonderingen op de
bevoegdheid van de Federal Trade Commission inzake oneerlijke of misleidende
handelingen of praktijken ten aanzien van onder meer telecommunicatie.
Aangezien zij niet onder de handhaving door de Federal Trade Commission vallen,
mogen telecomondernemingen niet deelnemen aan de veilige haven. Gelet op de
toenemende convergentie van technologieën en diensten zijn echter veel van hun
directe concurrenten in de ICT-sector in de VS lid van de veilige haven. De
uitsluiting van telecomondernemingen van de uitwisseling van gegevens in het
kader van de veilige haven is een punt van zorg voor sommige Europese
telecomoperatoren. Volgens de European Telecommunications Network Operators’
Association (ETNO, Europese vereniging van exploitanten van
telecommunicatienetwerken) "is dit duidelijk in strijd met het
belangrijkste argument van de telecomoperatoren betreffende de noodzaak van een
gelijk speelveld"[44]. 6. Versterking van de veilige havenbeginselen 6.1. Alternatieve
geschillenbeslechting Het handhavingsbeginsel vereist dat er sprake is van "direct
beschikbare en betaalbare verhaalmechanismen voor het onderzoek en de
afhandeling van klachten en geschillen van particulieren". Te dien einde
voorziet de veiligehavenregeling in een systeem van alternatieve
geschillenbeslechting door een onafhankelijke derde partij[45] om snel oplossingen te
vinden voor burgers. De drie belangrijkste instanties met verhaalmechanismen
zijn het EU- gegevensbeschermingspanel, BBB (Better Business Bureaus) en
TRUSTe. Het gebruik van alternatieve geschillenbeslechting is sinds 2004
toegenomen en het ministerie van Handel heeft de controle op Amerikaanse
alternatieve geschillenbeslechters versterkt om ervoor te zorgen dat de
informatie die zij verstrekken over de klachtenprocedure, duidelijk,
toegankelijk en begrijpelijk is. De doeltreffendheid van dit systeem moet
echter nog worden bewezen aangezien er tot nog toe nog maar een beperkt aantal
zaken is behandeld[46].
Hoewel het
ministerie van Handel erin geslaagd is de door de alternatieve
geschillenbeslechters in rekening gebrachte vergoedingen te verlagen, vragen
nog steeds twee van de zeven grote alternatieve geschillenbeslechters een
vergoeding van burgers die een klacht indienen[47].
Het gaat om de alternatieve geschillenbeslechters die door ongeveer 20% van de
veiligehavenondernemingen worden gebruikt. Deze ondernemingen hebben een
alternatieve geschillenbeslechter geselecteerd die consumenten een vergoeding in
rekening brengt voor het indienen van een klacht. Dergelijke praktijken zijn
niet in overeenstemming met het handhavingsbeginsel van de veilige haven die
personen recht geeft op toegang tot "direct beschikbare en betaalbare
onafhankelijke verhaalmechanismen". In de Europese Unie is toegang tot een
onafhankelijke geschillenbeslechtingsdienst, aangeboden door het
EU-gegevensbeschermingspanel, kosteloos voor alle betrokkenen. Op 12 november 2013
bevestigde het ministerie van Handel dat "het de privacy van Europese
burgers zou blijven verdedigen en met de alternatieve geschillenbeslechters zou
blijven samenwerken met het oog op een eventuele verdere daling van hun tarieven". Wat sancties
betreft, beschikken niet alle aanbieders van alternatieve geschillenbeslechting
over de nodige instrumenten om een einde te maken aan situaties waarin de
privacybeginselen niet worden nageleefd. Bovendien is de bekendmaking van
geconstateerde gevallen van niet-naleving niet opgenomen in de sancties en
maatregelen van alle alternatieve geschillenbeslechters. Alternatieve
geschillenbeslechters zijn ook verplicht om zaken naar de Federal Trade
Commission te verwijzen wanneer een onderneming zich niet aan de uitkomst van
een alternatieve geschillenbeslechtingsprocedure conformeert, of het besluit
van de alternatieve geschillenbeslechter verwerpt, zodat de Federal Trade
Commission de zaak kan toetsen en onderzoeken en indien nodig
handhavingsmaatregelen nemen. Er zijn tot op heden echter nog geen zaken door
een alternatieve geschillenbeslechter naar de Federal Trade Commission verwezen
wegens niet-nakoming[48].
Alternatieve
geschillenbeslechters bieden op hun websites lijsten aan van ondernemingen
(deelnemers geschillenbeslechting) die gebruik maken van hun diensten. Dit
maakt het de consument mogelijk om — in geval van een geschil met een
onderneming — gemakkelijk na te gaan of een individu een klacht kan indienen
bij een bepaalde geschillenbeslechter. Zo biedt de geschillenbeslechter BBB
bijvoorbeeld een lijst aan van alle ondernemingen die onder het
geschillenbeslechtingssysteem van BBB vallen. Talrijke ondernemingen beweren
echter onder een specifiek geschillenbeslechtingssysteem te vallen, maar zijn
niet opgenomen in de lijst van deelnemers aan het geschillenbeslechtingssysteem
van de betrokken geschillenbeslechter[49].
Procedures
voor alternatieve geschillenbeslechting moeten gemakkelijk toegankelijk,
onafhankelijk en betaalbaar zijn voor burgers. Een betrokkene moet een klacht
kunnen indienen zonder buitensporige beperkingen. Alle instellingen voor
alternatieve geschillenbeslechting zouden op hun websites statistieken moeten
publiceren over de behandelde klachten en specifieke informatie over de
uitkomst daarvan. Ten slotte zouden instellingen voor alternatieve
geschillenbeslechting verder gecontroleerd moeten worden om ervoor te zorgen
dat de informatie die zij verstrekken over de procedure en over de manier
waarop een klacht kan worden ingediend, duidelijk en begrijpelijk is, zodat de
geschillenbeslechting een doeltreffend en betrouwbaar mechanisme wordt dat tot
resultaten leidt. In dit verband moet er ook op worden gewezen dat de
bekendmaking van geconstateerde gevallen van niet-naleving moet worden opgenomen
in de reeks verplichte sancties van alternatieve geschillenbeslechters. 6.2. Verdere doorgifte Vanwege de exponentiële groei van
gegevensstromen moet worden gezorgd voor de blijvende bescherming van
persoonsgegevens in alle stadia van de verwerking daarvan, met name wanneer
gegevens door een onderneming die aan de veilige haven deelneemt worden
doorgegeven aan een derde verwerker. Daarom heeft de behoefte aan een
betere handhaving van de veilige haven niet alleen betrekking op de deelnemers
van de veilige haven, maar ook op subcontractanten. Verdere doorgifte van gegevens aan een derde
die als vertegenwoordiger van een onderneming optreedt, is mogelijk op grond
van de veilige havenregeling indien de onderneming – die deelneemt aan de
veiligehavenregeling – zich ervan "vergewist dat deze derde de
veiligehavenbeginselen onderschrijft, dan wel of de richtlijn of een andere
vaststelling van gepastheid op hem van toepassing is, of indien zij een
schriftelijke overeenkomst met deze derde aangaat waarin zij eist dat deze
derde ten minste dezelfde bescherming van de persoonlijke levenssfeer biedt als
de veiligehavenbeginselen bieden"[50].
Van een aanbieder van clouddiensten bijvoorbeeld verlangt het ministerie van
Handel dat hij een overeenkomst sluit, ook al is hij "veilige
haven-conform" is en ontvangt hij persoonsgegevens voor verwerking[51].
Deze regel is echter niet duidelijk in bijlage II bij de
veiligehavenbeschikking. Aangezien het beroep op onderaannemers in de
afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, met name in de context van
cloudcomputing, zou een veiligehavenonderneming bij het sluiten van een
dergelijke overeenkomst het ministerie van Handel daarvan kennis moeten geven
en verplicht moeten worden de privacywaarborgen publiek toegankelijk te maken[52].
De drie hierboven
vermelde kwesties, het mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting,
versterkt toezicht en verdere doorgifte van gegevens zouden verder moeten
worden verduidelijkt. 7. Toegang tot
gegevens die zijn doorgegeven in het kader van de veiligehavenregeling In de loop van 2013
heeft informatie over de schaal en de omvang van Amerikaanse
observatieprogramma's vragen doen rijzen over de continuïteit van de
bescherming van persoonsgegevens die rechtmatig aan de VS zijn doorgegeven in
het kader van de veilige havenregeling. Alle ondernemingen die betrokken zijn
bij het PRISM-programma en die de autoriteiten van de VS toegang verlenen tot
in de VS opgeslagen en verwerkte gegevens, lijken bijvoorbeeld gecertificeerd
te zijn in het kader van de veilige haven. Dit heeft van de veilige haven een
van de kanalen gemaakt waarlangs de Amerikaanse inlichtingendiensten toegang
hadden tot persoonsgegevens die oorspronkelijk in de EU waren verwerkt. In bijlage 1 bij
de veiligehavenbeschikking is bepaald dat de naleving van de privacybeginselen
kan worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is om aan de eisen van de
nationale veiligheid, het algemeen belang en rechtshandhaving te voldoen of op
grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of rechtspraak.
Beperkingen en restricties op het genot van fundamentele rechten zijn slechts
geldig wanneer zij strikt worden uitgelegd. Zij moeten zijn opgenomen in voor
het publiek toegankelijke wetgeving en noodzakelijk en evenredig zijn in een
democratische samenleving. In de veiligehavenbeschikking wordt met name
gespecificeerd dat dergelijke beperkingen slechts mogelijk zijn "voor
zover dit nodig is" om aan de eisen van de nationale veiligheid, het
algemeen belang en rechtshandhaving te voldoen[53].
Hoewel de veiligehavenregeling de mogelijkheid biedt tot bij wijze van
uitzondering verwerken van gegevens met het oog op de nationale veiligheid, het
algemeen belang en rechtshandhaving, was de grootschalige toegang door
inlichtingendiensten tot gegevens die aan de VS zijn doorgegeven in het kader
van commerciële transacties niet te voorzien ten tijde van de invoering van de
veilige haven. Bovendien
zou het ministerie van Handel om redenen van transparantie en rechtszekerheid
aan de Europese Commissie elke wet of overheidsregeling moeten melden die
afbreuk kan doen aan de naleving van de veiligehavenbeginselen[54]. Het gebruik
van uitzonderingen moet zorgvuldig worden gecontroleerd en de uitzonderingen
mogen niet worden gebruikt op een manier die leidt tot ondermijning van de
bescherming die door de beginselen wordt geboden[55]. Vooral de
grootschalige toegang van VS-autoriteiten tot gegevens die worden verwerkt door
veiligehavenondernemingen met zelfcertificering houdt het gevaar in dat de
vertrouwelijkheid van elektronische communicatie wordt ondermijnd. 7.1. Evenredigheid en
noodzakelijkheid Zoals blijkt uit de bevindingen van de EU-VS
ad hoc-werkgroep voor gegevensbescherming, maken een aantal rechtsgrondslagen
grootschalige verzameling en verwerking van persoonsgegevens mogelijk die is
opgeslagen of anderszins verwerkt door in de VS gevestigde ondernemingen. Het
kan gaan om gegevens die eerder vanuit de EU aan de VS werden doorgegeven in
het kader van de veiligehavenregeling, en dit doet de vraag rijzen of de
veiligehavenbeginselen nog steeds worden nageleefd. Het grootschalige karakter
van deze programma’s kan tot gevolg hebben dat meer gegevens die in het kader
van de veilige haven zijn doorgegeven, door de Amerikaanse autoriteiten worden
geraadpleegd en verder verwerkt dan strikt noodzakelijk is voor en evenredig is
met de bescherming van de nationale veiligheid, zoals de uitzondering waarin de
veiligehavenbeschikking voorziet, bepaalt. 7.2. Beperkingen en rechtsmiddelen Zoals blijkt uit de
bevindingen van de EU-VS ad hoc-werkgroep voor gegevensbescherming, zijn de
waarborgen waarin het recht van de VS voorziet, in de meeste gevallen
beschikbaar voor VS-burgers of legaal in de VS verblijvende personen. Bovendien
bestaan er noch voor betrokkenen uit de EU, noch voor betrokkenen uit de VS, mogelijkheden
om toegang te krijgen tot gegevens of om deze te verbeteren of te wissen of om
een administratief of gerechtelijk beroep in te stellen tegen het verzamelen en
verder verwerken van hun persoonsgegevens in het kader van Amerikaanse
observatieprogramma's. 7.3. Transparantie Ondernemingen geven
niet systematisch in hun privacybeleid aan wanneer zij uitzonderingen op de
beginselen toepassen. Burgers en ondernemingen zijn zich derhalve niet bewust
van wat er met hun gegevens gebeurt. Dit is vooral van belang in verband met de
werking van de betrokken Amerikaanse observatieprogramma’s. Het gevolg is dat
Europeanen wier gegevens in het kader van de veilige haven aan een onderneming
in de VS worden doorgegeven, mogelijk niet door die onderneming op de hoogte
worden gebracht van het feit dat hun gegevens toegankelijk kunnen worden
gemaakt[56].
Dit doet de vraag rijzen of de veiligehavenbeginselen inzake transparantie
worden nageleefd. Transparantie moet in de grootst mogelijke mate worden gegarandeerd
zonder gevaar voor de nationale veiligheid. Naast bestaande vereisten voor
ondernemingen om in hun privacybeleid aan te geven wanneer de beginselen kunnen
worden beperkt door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of
rechtspraak, zouden ondernemingen ook moeten worden aangemoedigd om in hun
privacybeleid aan te geven wanneer zij de uitzonderingen op de beginselen
toepassen om aan de eisen van de nationale veiligheid, het algemeen belang en
rechtshandhaving te voldoen. 8. Conclusies en aanbevelingen Sinds de
vaststelling ervan in 2000 is de veilige haven een middel geworden voor
persoonsgegevensstromen tussen de EU en de VS. Het belang van een efficiënte
bescherming in geval van doorgifte van persoonsgegevens is toegenomen ten
gevolge van de enorme toename van de gegevensstromen die cruciaal zijn voor de
digitale economie en de zeer belangrijke ontwikkelingen in het verzamelen,
verwerken en gebruiken van gegevens. Internetondernemingen zoals Google,
Facebook, Microsoft, Apple of Yahoo hebben honderden miljoenen klanten in
Europa en geven persoonsgegevens voor verwerking door naar de VS op een schaal
die in het jaar 2000, toen de veilige haven werd ingesteld, ondenkbaar was. Als gevolg van een tekortkomingen op het
gebeid van transparantie en handhaving van de regeling, blijven specifieke
problemen bestaan en moeten deze worden aangepakt: a)
transparantie van het privacybeleid van
veiligehavenleden, b)
doeltreffende toepassing van de privacybeginselen
door ondernemingen in de VS, en c)
doeltreffendheid van de handhaving. Bovendien doet de grootschalige toegang van
inlichtingendiensten tot gegevens die aan de VS zijn doorgegeven door in het
kader van de veilige haven gecertificeerde ondernemingen, nog meer serieuze
vragen rijzen over de continuïteit van de gegevensbeschermingsrechten van
Europeanen wanneer hun gegevens aan de VS worden doorgegeven. Op basis van het bovenstaande formuleert de
Commissie de volgende aanbevelingen: Transparantie 1. Ondernemingen met een zelfcertificering moeten hun privacybeleid
publiek bekend maken. Het volstaat niet dat
ondernemingen het ministerie van Handel een beschrijving van hun privacybeleid
geven. Het privacybeleid moet voor het publiek toegankelijk worden gemaakt op
de websites van de ondernemingen, in duidelijke en ondubbelzinnige taal. 2. Het privacybeleid op de websites van ondernemingen met een
zelfcertificering zou steeds een link moeten bevatten naar de
veiligehavenwebsite van het ministerie van Handel, waar alle
"actuele" leden van de regeling worden vermeld. Op die manier zullen de Europese
betrokkenen onmiddellijk, zonder extra zoekopdrachten, kunnen verifiëren of een
onderneming is aangesloten bij de veilige haven. Dit zou de geloofwaardigheid
van de regeling helpen vergroten door de mogelijkheden voor ondernemingen te
beperken om valselijk te beweren dat zij bij de veilige haven zijn aangesloten.
In maart 2013 is het ministerie van Handel begonnen met ondernemingen daarom te
verzoeken, maar dit proces zou moeten worden geïntensiveerd. 3. Ondernemingen met een zelfcertificering zouden de privacyvoorwaarden
van overeenkomsten die zij met subcontractanten sluiten, bijvoorbeeld voor
cloudcomputing-diensten, moeten publiceren. De
veiligehavenregeling staat toe dat veiligehavenondernemingen met een
zelfcertificering gegevens doorgeven aan derden die als hun
"vertegenwoordigers" optreden, bijvoorbeeld aanbieders van
clouddiensten. Wij menen te begrijpen dat in dergelijke gevallen het ministerie
van Handel van de ondernemingen met een zelfcertificering verlangt dat zij een overeenkomst
sluiten. Bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst moet een
veiligehavenonderneming echter ook het ministerie van Handel op de hoogte
brengen en de privacywaarborgen publiek maken. 4. Op de website van het ministerie van Handel moeten duidelijk alle
ondernemingen worden aangeduid die geen actueel lid zijn van de regeling. Het label "niet actueel" op de lijst van veiligehavenleden
van het ministerie van Handel moet vergezeld gaan van een duidelijke
waarschuwing dat een onderneming op dat ogenblik niet voldoet aan de
veiligehavenvoorschriften. Ingeval de deelname "niet actueel" is, is
de onderneming echter verplicht de veiligehavenvoorschriften te blijven
toepassen op gegevens die zijn ontvangen in het kader van de veilige haven. Verhaalsmogelijkheden 5. Het privacybeleid op de websites van ondernemingen zou een link moeten
bevatten naar de alternatieve geschillenbeslechter en/of het EU-panel. Hierdoor zullen de Europese betrokkenen in geval van problemen
onmiddellijk contact kunnen opnemen met de alternatieve geschillenbeslechter of
het EU-panel. In maart 2013 is het ministerie van Handel begonnen met
ondernemingen daarom te verzoeken, maar dit proces zou moeten worden
geïntensiveerd. 6. Alternatieve geschillenbeslechting moet direct beschikbaar en betaalbaar
zijn. Sommige instellingen voor alternatieve
geschillenbeslechting in de veiligehavenregeling blijven burgers vergoedingen in
rekening brengen — die zeer hoog kunnen zijn voor een individuele gebruiker —
voor de behandeling van de klacht (200-250 dollar). In Europa daarentegen is
toegang tot het gegevensbeschermingspanel voor het oplossen van klachten in het
kader van de veiligehavenregeling kosteloos. 7. Het ministerie van Handel zou meer systematisch aanbieders van
alternatieve geschillenbeslechting moeten controleren met betrekking tot de
transparantie en de toegankelijkheid van de informatie die zij verstrekken over
de procedure die zij gebruiken en de follow-up die zij geven aan klachten. Dit maakt geschillenbeslechting een doeltreffend en betrouwbaar
mechanisme dat tot resultaten leidt. In dit verband moet er ook op worden
gewezen dat de bekendmaking van geconstateerde gevallen van niet-naleving moet
worden opgenomen in de reeks verplichte sancties van alternatieve
geschillenbeslechters. Handhaving 8. Na de certificering of hercertificering van ondernemingen in het kader
van de veilige haven, zou bij een bepaald percentage van deze ondernemingen
ambtshalve moeten worden onderzocht of hun privacybeleid in overeenstemming is
met de veiligehavenregeling (hetgeen verdergaat dan nagaan of aan de formele
vereisten is voldaan). 9. Wanneer er sprake is van een geval van niet-naleving naar aanleiding
van een klacht of een onderzoek, zou de betrokken onderneming na 1 jaar aan een
specifiek follow-uponderzoek moeten worden onderworpen. 10. In geval van twijfel of een onderneming de veilige haven naleeft of over
in behandeling zijnde klachten, moet het ministerie van Handel de bevoegde
gegevensbeschermingsautoriteit uit de EU inlichten. 11. Het onderzoek naar valse aanspraken op deelname aan de veilige haven
moet doorgaan. Een onderneming die op zijn website
beweert te voldoen aan de veiligehavenvoorschriften, maar die niet als
"actueel" lid voorkomt op de lijst van het ministerie van Handel,
misleidt consumenten en maakt misbruik van hun vertrouwen. Valse aanspraken
tasten de geloofwaardigheid van het systeem als geheel aan en moeten daarom
onmiddellijk van de websites van de ondernemingen worden verwijderd. Toegang door de
autoriteiten van de VS 12. Het
privacybeleid van ondernemingen met een zelfcertificering moet informatie
bevatten over de mate waarin het recht van de VS toestaat dat
overheidsinstanties gegevens die in het kader van de veilige haven zijn
doorgegeven, verzamelen en verwerken. Met name moeten ondernemingen worden
aangemoedigd om in hun privacybeleid aan te geven wanneer zij uitzonderingen op
de beginselen toepassen om aan de eisen van de nationale veiligheid, het
algemeen belang en rechtshandhaving te voldoen. 13. Het
is belangrijk dat de uitzondering betreffende de nationale veiligheid waarin de
veiligehavenbeschikking voorziet, uitsluitend wordt gebruikt in een mate die
strikt noodzakelijk is en evenredig. [1] De artikelen 25 en 26 van de
gegevensbeschermingsrichtlijn voorzien in het rechtskader voor doorgifte van persoonsgegevens
uit de EU naar derde landen buiten de EER. [2] Aanvullende voorschriften zijn vastgesteld in
artikel 13 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van 27 november 2008 over de
bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële
en justitiële samenwerking in strafzaken, voor zover deze doorgifte betrekking
heeft op persoonsgegevens die door een lidstaat zijn verstrekt of beschikbaar
gesteld aan een andere lidstaat, die vervolgens voornemens is deze gegevens aan
een derde staat of internationale instelling door te geven met het oog op de
preventie, het onderzoek, de opsporing en de vervolging ter zake van strafbare
feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. [3] Beschikking 2000/520/EG van de Commissie van 26
juli 2000 overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en
de Raad, betreffende de gepastheid van de bescherming geboden door de
Veiligehavenbeginselen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
en de daarmee verband houdende Vaak gestelde vragen, die door het ministerie
van Handel van de Verenigde Staten zijn gepubliceerd (PB L 215 van 25.8.2000,
blz. 7). [4] Het bovenstaande sluit niet uit dat op de
gegevensverwerking andere vereisten van toepassing zijn krachtens nationale
wetgeving tot uitvoering van de gegevensbeschermingsrichtlijn van de EU. [5] Hetzelfde geldt voor gegevensdoorgifte uit de
drie staten die partij zijn bij de EER als gevolg van de uitbreiding van
Richtlijn 95/46/EG tot de EER-overeenkomst, Besluit 38/1999 van 25 juni 1999,
PB L 296 van 23.11.2000, blz. 41. [6] Mochten de dienstenstromen en
grensoverschrijdende gegevensstromen worden verstoord als gevolg van het
stopzetten van binding corporate rules (gedragscodes voor de verwerking
van persoonsgegevens binnen internationale concerns), modelcontractbepalingen
en de veiligehavenregeling, dan zou volgens bepaalde studies het bbp van de EU
kunnen dalen met 0,8 % tot 1,3 % en zou de uitvoer van diensten uit
de EU naar de VS met 6,7 % dalen als gevolg van het verlies van
concurrentievermogen. Zie: "The Economic Importance of Getting Data
Protection Right", een studie van het European Centre for
International Political Economy voor de US Chamber of Commerce, maart 2013. [7] Effectbeoordeling die in 2008 voor de Commissie
is opgesteld door het Centre de Recherche Informatique et Droit ('CRID')
van de universiteit van Namen. [8] Werkdocument van de diensten van de Commissie
over de toepassing van Beschikking 520/2000/EG van de Commissie van 26 juli 2000
overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad,
betreffende de gepastheid van de bescherming geboden door de
veiligehavenbeginselen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en
de daarmee verband houdende vaak gestelde vragen, die door het ministerie van
Handel van de Verenigde Staten zijn gepubliceerd, SEC (2002) 196, 13.12.2002. [9] Werkdocument van de diensten van de Commissie
over de tenuitvoerlegging van Beschikking 520/2000/EG van de Commissie
betreffende de gepastheid van de bescherming geboden door de
veiligehavenbeginselen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en
de daarmee verband houdende vaak gestelde vragen, die door het ministerie van
Handel van de Verenigde Staten zijn gepubliceerd, SEC (2004) 1323, 20.10.2004. [10] Indien de certificering of hercertificering van
een onderneming niet aan de vereisten van de veiligehavenregeling voldoet,
stelt het ministerie van Handel de onderneming in kennis van de te nemen
stappen (bv. verduidelijkingen, wijzigingen in de beleidsbeschrijving) vóór de
certificering kan worden afgerond. [11] Op grond van titel 49, artikel 41712 van de US
Code. [12] Meer in het bijzonder kan in twee situaties de
opschorting van doorgifte vereist zijn, nl. wanneer: a) de overheidsinstantie in de VS heeft vastgesteld dat
de onderneming de veiligehavenbeginselen schendt, of b) het zeer waarschijnlijk is dat de
veiligehavenbeginselen worden geschonden; er redelijkerwijs kan worden
aangenomen dat het desbetreffende handhavingsmechanisme niet tijdig passende
maatregelen neemt of zal nemen om het betrokken probleem op te lossen; zich een
risico voordoet dat de betrokkenen ernstige schade wordt toegebracht wanneer
verder gegevens worden doorgegeven; en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat
zich naar omstandigheden redelijke inspanningen hebben getroost om de
onderneming van het probleem in kennis te stellen en de gelegenheid te geven te
reageren. [13] Op 26 september 2013 bedroeg het aantal
veiligehavenorganisaties dat als "actueel" staat aangemerkt op
de veiligehavenlijst 3246, en als "niet actueel" 935. [14] Veiligehavenorganisaties met 250 of minder
werknemers: 60% (1925 van 3246). Veiligehavenorganisaties met 251 of
meer werknemers: 40% (1295 van 3246). [15] MasterCard bijvoorbeeld doet zaken met
duizenden banken en de onderneming is een duidelijk voorbeeld van een geval
waarin de veilige haven niet kan worden vervangen door andere
rechtsinstrumenten voor de doorgifte van persoonsgegevens, zoals binding
corporate rules of contractbepalingen. [16] Veiligehavenorganisaties die personeelsgegevens
beheren in het kader van hun veiligehavencertificering (en er aldus mee hebben
ingestemd samen te werken met en zich te schikken naar de
gegevensbeschermingsautoriteiten van de EU): 51 % (1671 van 3246). [17] Zie besluit
van de Düsseldorfer Kreis van 28/29 april 2010 . Zie: Beschluss der obersten Aufsichtsbehörden für den
Datenschutz im nicht-öffentlichen Bereich am 28./29. April 2010 in Hannover: http://www.bfdi.bund.de/SharedDocs/Publikationen/Entschliessungssammlung/DuesseldorferKreis/290410_SafeHarbor.pdf?__blob=publicationFile De Europese toezichthouder voor
gegevensbescherming, Peter Hustinx, nam tijdens het onderzoek van de
LIBE-commissie van het Europees Parlement op 7 oktober 2013 echter het
standpunt in dat aanzienlijke vorderingen waren gemaakt en de meeste problemen
waren opgelost wat de veilige haven betreft: https://secure.edps.europa.eu/EDPSWEB/webdav/site/mySite/shared/Documents/EDPS/Publications/Speeches/2013/13-10-07_Speech_LIBE_PH_EN.pdf [18] Zie een
resolutie van een Duitse conferentie van toezichthouders voor
gegevensbescherming waarin wordt gesteld dat de inlichtingendiensten een enorme
bedreiging vormen voor het dataverkeer tussen Duitsland en landen buiten
Europa: http://www.bfdi.bund.de/EN/Home/homepage_Kurzmeldungen/PMDSK_SafeHarbor.html?nn=408870 [19] Zie het
persbericht van de Luxemburgse gegevensbeschermingsautoriteit van 18 november 2013. [20] http://www.export.gov/SafeHarbour/ [21] https://SafeHarbour.export.gov/list.aspx [22] De Guide is
beschikbaar op de website van het programma: http://export.gov/SafeHarbour/ Helpful Hints: http://export.gov/SafeHarbour/eu/eg_main_018495.asp [23] Op 12 november 2013 heeft het ministerie van Handel
bevestigd dat ondernemingen die over publieke websites beschikken en
consumenten-, cliënten-, en bezoekersgegevens beheren, op hun website hun
privacybeleid in overeenstemming met de veilige haven moeten publiceren
(document: “U.S.-EU Cooperation to Implement the Safe Harbor Framework” van 12
november 2013). [24] In september 2013 heeft de Australische
consultant Galexia de valse aanspraken op lidmaatschap van de veilige haven in 2008
en 2013 vergeleken. De voornaamste bevinding was dat, parallel met de toename
van het lidmaatschap van de veilige haven tussen 2008 en 2013 (van 1 109 tot 3 246),
het aantal valse aanspraken is toegenomen van 206 tot 427.
http://www.galexia.com/public/about/news/about_news-id225.html [25] Tussen
maart en september 2013 heeft het ministerie van Handel: • aan 101 ondernemingen die hun
veilige haven-conforme privacybeleid reeds op de veiligehavenwebsite hadden
geüpload, gemeld dat zij hun privacybeleid ook op hun bedrijfswebsite
moesten plaatsen; • aan 154 ondernemingen die dat nog
niet hadden gedaan, gemeld dat zij in hun privacybeleid een link naar de
veiligehavenwebsite moesten opnemen; • aan meer dan 600
ondernemingen gemeld dat zij in hun privacybeleid de contactgegevens van hun
onafhankelijke geschillenbeslechter moesten opnemen. [26] Zie bladzijde 8 van het verslag van 2004, SEC (2004)
1323. [27] Volgens statistieken die het ministerie van
Handel in september 2013 verstrekte, meldde dat ministerie in 2010 aan 18% (93)
van de 512 ondernemingen die zich voor het eerst certificeerden en aan 16% (231)
van de 1 417 ondernemingen die zich opnieuw certificeerden, dat zij
verbeteringen dienden aan te brengen in hun privacybeleid en/of
veiligehavenaanvragen. Naar aanleiding van de verzoeken van de Commissie om
streng, grondig en systematisch onderzoek van alle aanvragen, had het
ministerie van Handel tot half september 2013 56% (340) van de 602
ondernemingen die zich voor het eerst certificeerden en 27% (493) van de 1 809
ondernemingen die zich opnieuw certificeerden, verzocht om verbeteringen aan te
brengen in hun privacybeleid. [28] Verschijning van Chris Connolly (Galexia) voor
het onderzoek van de LIBE-commissie van het Europees Parlement op 7 oktober 2013. [29] In december 2011 had het Amerikaanse ministerie
van Handel 323 ondernemingen van de veiligehavenlijst verwijderd: 94
ondernemingen werden verwijderd omdat zij niet langer bedrijfsactiviteiten
uitoefenden; 88 ondernemingen wegens fusie of overname, 95 op verzoek van de
moederonderneming; 41 ondernemingen wegens herhaald nalaten om om hercertificering
te verzoeken en 5 ondernemingen om diverse redenen. [30] Het gegevensbeschermingspanel van de EU is een
orgaan dat bevoegd is voor het onderzoeken en het afhandelen van klachten van
particulieren wegens vermeende inbreuken op de veiligehavenbeginselen door een
Amerikaanse onderneming die bij de veilige haven is aangesloten. Ondernemingen
die de veiligehavenbeginselen certificeren, moeten ervoor kiezen hetzij een
onafhankelijk verhaalmechanisme te onderschrijven, hetzij samen te werken met
het gegevensbeschermingspanel van de EU om problemen op te lossen die
voortvloeien uit de niet-naleving van de veiligehavenbeginselen. Samenwerking
met het gegevensbeschermingspanel van de EU is evenwel verplicht wanneer de
Amerikaanse onderneming personeelsgegevens verwerkt die vanuit de EU zijn
doorgegeven in het kader van een arbeidsverhouding. Indien de onderneming zich
ertoe verbindt samen te werken met het EU-panel, moet zij zich er ook toe
verbinden zich te schikken naar eventuele adviezen van het EU-panel wanneer dat
van oordeel is dat de onderneming specifieke maatregelen moet nemen om de
veiligehavenbeginselen na te leven, met inbegrip van corrigerende of
compenserende maatregelen. [31] Het ministerie van Vervoer beschikt over een
soortgelijke bevoegdheid ten aanzien van luchtvaartmaatschappijen krachtens
titel 49, artikel 41712 van de United States Code. [32] De klacht was afkomstig van een Zwitserse
staatsburger en werd derhalve door het gegevensbeschermingspanel van de EU
verwezen naar de Zwitserse autoriteit voor gegevensbescherming (de VS hebben
een afzonderlijke veiligehavenregeling voor Zwitserland). [33] Zie bijlage V bij Beschikking 2000/520/EG van
de Commissie van 26 juli 2000. [34] In de periode 2009-2012 heeft de Federal Trade
Commission tien handhavingsmaatregelen genomen inzake
veiligehavenverbintenissen: FTC v. Javian Karnani, en Balls of Kryptonite, LLC
(2009), World Innovators, Inc. (2009), Expat Edge Partners, LLC (2009), Onyx
Graphics, Inc. (2009), Directors Desk LLC (2009), Progressive Gaitways LLC (2009),
Collectify LLC (2009), Google Inc. (2011), Facebook, Inc. (2011), Myspace LLC (2012). Zie: “Federal
Trade Commission of Safe Harbour Commitments”:
http://export.gov/build/groups/public/@eg_main/@SafeHarbour/documents/webcontent/eg_main_052211.pdf
Zie ook: “Case Highlights”:
http://business.ftc.gov/us-eu-Safe-Harbour-framework. In de meeste van deze gevallen ging het om problemen
met ondernemingen die de veilige haven hebben onderschreven, maar zich
vervolgens als lid bleven uitgeven zonder hun certificering jaarlijks te
hernieuwen. [35] Deze verbintenis werd opnieuw bevestigd tijdens een
bijeenkomst van Commissioner Julie Brill van de Federal Trade Commission met
gegevensbeschermingsautoriteiten uit de EU (Groep artikel 29) in Brussel op 17
april 2013. [36] http://www.dataprotection.ie/viewdoc.asp?Docid=1317&Catid=66&StartDate=1+January+2013&m=n [37] Consumenten kunnen
hun klachten indienen via de Federal Trade Commission Complaint Assistant (https://www.ftccomplaintassistant.gov/) en internationale consumenten kunnen een
klacht indienen via econsumer.gov (http://www.econsumer.gov). [38] http://www.ftc.gov/os/caselist/0923081/090806karnanicmpt.pdf [39] http://www.ftc.gov/speeches/brill/131029europeaninstituteremarks.pdf en http://www.ftc.gov/speeches/ramirez/131029tacdremarks.pdf [40] Brief van de voorzitter van de Federal Trade
Commission, Edith Ramirez aan vicevoorzitter Viviane Reding. [41] Brief van de voorzitter van de Federal Trade
Commission, Edith Ramirez aan vicevoorzitter Viviane Reding. [42] “U.S.-EU
Cooperation to Implement the Safe Harbor Framework”, 12 november 2013. [43] Ingevolge het verslag van 2004 werd op de website van de Commissie (DG Justitie) een toelichting
gepubliceerd in de vorm van vragen en antwoorden van het
EU-gegevensbeschermingspanel met het doel de kennis van burgers over het panel
te vergroten en hen te helpen een
klacht in te dienen wanneer zij van oordeel zijn dat hun persoonsgegevens in
strijd met de veilige haven zijn verwerkt: http://ec.europa.eu/justice/policies/privacy/docs/adequacy/information_Safe_harbour_en.pdf Het standaardformulier voor klachten is beschikbaar op http://ec.europa.eu/justice/policies/privacy/docs/adequacy/
complaint_form_en.pdf [44] In de "ETNO considerations"
(opmerkingen van de ETNO) die de diensten van de Commissie op 4 oktober 2013
ontvingen, gaat het ook over 1) de definitie van persoonsgegevens in de veilige
haven, 2) het gebrek aan controle op de veilige haven, 3) en het feit dat
"Amerikaanse ondernemingen met veel minder beperkingen gegevens kunnen
doorgeven dan hun Europese tegenhangers", hetgeen "een duidelijke
discriminatie van Europese ondernemingen inhoudt en het concurrentievermogen
van Europese ondernemingen aantast". Op grond van de veiligehavenregeling
moeten organisaties die informatie bekendmaken aan een derde, het
kennisgevingsbeginsel en het keuzebeginsel toepassen. Wanneer een organisatie
informatie wil doorgeven aan een derde die als haar vertegenwoordiger optreedt,
mag dit indien zij zich er eerst van vergewist dat deze derde de
veiligehavenbeginselen onderschrijft, dan wel of de richtlijn of een andere
vaststelling van gepastheid op hem van toepassing is, of indien zij een
schriftelijke overeenkomst met deze derde aangaat waarin zij eist dat deze
derde ten minste dezelfde bescherming van de persoonlijke levenssfeer biedt als
de desbetreffende veiligehavenbeginselen bieden. [45] EU-Richtlijn 2013/11/EU betreffende
alternatieve beslechting van consumentengeschillen onderstreept het belang van
onafhankelijke, onpartijdige, transparante, doeltreffende, snelle en billijke
procedures voor alternatieve geschillenbeslechting. [46] Een belangrijke aanbieder ("TRUSTe")
heeft bijvoorbeeld gemeld dat hij in 2010 881 verzoeken had ontvangen, maar dat
slechts drie daarvan ontvankelijk en gegrond werden verklaard, en ertoe hebben
geleid dat de betrokken onderneming haar privacybeleid en website moest
veranderen. In 2011 bedroeg het aantal klachten 879 en moest in één geval de
onderneming haar privacybeleid wijzigen. Volgens het ministerie van Handel
heeft het merendeel van de klachten bij alternatieve geschillenbeslechting
betrekking op verzoeken van consumenten, bijvoorbeeld gebruikers die hun
paswoord waren vergeten en dit niet via het internet konden verkrijgen. Op
verzoek van de Commissie heeft het ministerie van Handel nieuwe
rapportagecriteria ontwikkeld voor statistieken die door alle alternatieve
geschillenbeslechters moeten worden gebruikt. De criteria maken onderscheid
tussen louter verzoeken enerzijds en klachten anderzijds en zij verstrekken
duidelijkheid over het type van de ontvangen klachten. Over deze nieuwe
criteria dient echter nog verder overleg plaats te vinden om ervoor te zorgen
dat nieuwe statistieken in 2014 betrekking hebben op alle alternatieve
geschillenbeslechters, vergelijkbaar zijn en belangrijke informatie aanreiken
om de doeltreffendheid van het verhaalmechanisme te beoordelen. [47] Het International Centre for Dispute Resolution
/ American Arbitration Association (ICDR/AAA), brengt 200 dollar en JAMS 250
dollar in rekening als “filing fee”. Het ministerie van Handel heeft de
Commissie ervan in kennis gesteld dat zij had samengewerkt met de AAA, de
duurste geschillenbeslechter voor individuele personen, om een specifiek
programma voor de veilige haven te ontwikkelen dat de kosten voor consumenten
verminderde van verschillende duizenden dollars tot een forfaitair bedrag van 200
dollar. [48] Zie FAQ 11. [49] Voorbeelden: Amazon heeft het ministerie van
Handel meegedeeld dat het BBB als geschillenbeslechter gebruikt. Amazon staat
echter niet op de lijst van deelnemers aan de geschillenbeslechting van BBB.
Vice versa staat Arsalon Technologies (www.arsalon.net), een aanbieder van
cloud hosting, op de lijst veiligehavengeschillenbeslechting van BBB, maar de
onderneming is geen actueel lid van de veilige haven (situatie op 1 oktober 2013).
BBB, TRUSTe en andere alternatieve geschillenbeslechters zouden dergelijke
aanspraken op certificering moeten verwijderen of corrigeren. Zij zouden moeten
gebonden zijn door een afdwingbare verplichting om alleen ondernemingen te
certificeren die deel uitmaken van de veilige haven. [50] Zie Beschikking 2000/520/EG van de Commissie,
blz. 7 (verdere doorgifte). [51] Zie:
“Clarifications Regarding the U.S.-EU Safe Harbor Framework and Cloud
Computing”: http://export.gov/static/Safe%20Harbor%20and%20Cloud%20Computing%20Clarification_April%2012%202013_Latest_eg_main_060351.pdf [52] Deze opmerkingen hebben betrekking op
cloudaanbieders die geen deel uitmaken van de veilige haven. Volgens de
consultant Galexia nemen nogal wat aanbieders van clouddiensten deel aan de
veiligehavenregeling (en leven ze deze ook na). Aanbieders van clouddiensten
hebben in het algemeen verschillende lagen van privacybescherming, waarbij dikwijls
directe contracten met cliënten en een overkoepelend privacybeleid worden
gecombineerd. Op één of twee belangrijke uitzonderingen na, leven aanbieders
van clouddiensten in de veilige haven de belangrijkste bepalingen inzake
geschillenbeslechting en handhaving na. Op de lijst van valse aanspraken op
deelname aan de veilige haven bevinden zich thans geen grote aanbieders van
clouddiensten." (verschijning van Chris Connolly van Galexia voor het
onderzoek van de LIBE-commissie inzake "Grootschalig elektronisch toezicht
op EU-burgers"). [53] Zie bijlage I bij de veiligehavenbeschikking:
"De naleving van de beginselen kan worden beperkt a) voor zover dit nodig
is om aan de eisen van de nationale veiligheid, het algemeen belang en
rechtshandhaving te voldoen; b) door wettelijke of bestuursrechtelijke
bepalingen of rechtspraak die tegenstrijdige verplichtingen of uitdrukkelijke
machtigingen scheppen, mits een organisatie die van een dergelijke machtiging
gebruikmaakt, kan aantonen dat de niet-naleving van de beginselen beperkt is
tot de mate die nodig is om de met de machtiging beoogde hogere legitieme
belangen te waarborgen; of c) indien de richtlijn of de wetgeving van de
betrokken lidstaat uitzonderingen of afwijkingen toestaat, mits deze ook in
vergelijkbare contexten worden toegepast. In overeenstemming met het doel de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer te verbeteren, moeten organisaties
ernaar streven deze beginselen volledig en op doorzichtige wijze toe te passen
en in hun beleid inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan te
geven op welke gebieden er regelmatig op grond van punt b) uitzonderingen op de
beginselen zullen worden toegestaan. Waar de beginselen en/of de wetgeving van
de Verenigde Staten organisaties de mogelijkheid tot kiezen bieden, wordt
daarom ook van hen verwacht dat zij waar mogelijk voor de hoogste mate van
bescherming kiezen." [54] Advies 4/2000 over het beschermingsniveau dat
de veiligehavenbeginselen bieden, op 16 mei 2000 aangenomen door Groep
gegevensbescherming artikel 29. [55] Advies 4/2000 over het beschermingsniveau dat
de veiligehavenbeginselen bieden, op 16 mei 2000 aangenomen door Groep
gegevensbescherming artikel 29. [56] Hierover wordt door sommige Europese
ondernemingen die aan de veilige haven deelnemen, relatief transparante
informatie gegeven. Nokia bijvoorbeeld, dat activiteiten in de VS uitoefent en
aan de veilige haven deelneemt, voorziet in zijn privacybeleid in de volgende
bepaling: "We kunnen bij wet gedwongen worden om uw persoonlijke
gegevens door te geven aan bepaalde autoriteiten of andere derden, bijvoorbeeld
aan handhavingsinstanties in landen waar wij of derden namens ons actief zijn."