52013DC0834

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD BETREFFENDE DE EXTERNE ACTIVITEITEN MET EU-BEGROTINGSGARANTIE VAN DE EIB VAN 2012 /* COM/2013/0834 final */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BETREFFENDE DE EXTERNE ACTIVITEITEN MET EU-BEGROTINGSGARANTIE VAN DE EIB VAN 2012

1.           INLEIDING

Besluit 1080/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Unie[1] (het "Besluit" of de "EU-garantie") vereist dat de Commissie, op basis van door de EIB verstrekte jaarlijkse rapporten, jaarlijks verslag uitbrengt over de onder EU-garantie uitgevoerde EIB-financieringsverrichtingen.

Het voorliggende verslag omvat ook een samenvatting van de verrichtingen voor eigen risico die de EIB in 2012 in de onder het Besluit vallende regio’s heeft uitgevoerd. Na het eerste volledige jaar van uitvoering van het nieuwe REsults Measurement (REM)-kader van de EIB, wordt in voorliggend verslag op basis van de in 2012 goedgekeurde EIB-financieringsverrichtingen meer gedetailleerde informatie over de verwachte resultaten verstrekt. De EIB-verrichtingen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen), alsmede in landen en gebieden overzee (LGO) worden in een afzonderlijk jaarverslag behandeld.

Nadere informatie en statistische tabellen over de bovenbedoelde activiteiten, onder meer op project-, sector-, land- en regionaal niveau, zijn te vinden in het bijgaande werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD, Staff Working Document)[2]. In het SWD worden op basis van casestudy's betreffende in uitvoering zijnde of voltooide verrichtingen de effectieve resultaten gepresenteerd.

Er zij op gewezen dat de Commissie op 23 mei 2013 onder het volgende meerjarig financieel kader (MFK) een wetgevingsvoorstel heeft aangenomen voor een nieuw Besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende verlening van een EU-garantie voor EIB-financieringsverrichtingen buiten de EU, dat vergezeld ging van een effectbeoordeling[3].

2.           VOORNAAMSTE RESULTATEN

Het Besluit stelt een totaal plafond voor het algemene mandaat van 27.484 miljoen EUR en een bijkomend klimaatveranderingsmandaat van 2.000 miljoen EUR vast.

De voortdurende zwakke economische prestaties in de eurozone en de andere hoogontwikkelde economieën hebben tot een verdere vertraging van de groei van de mondiale output bijgedragen in 2012. In de gebieden die onder het Besluit vallen, was de pretoetredingsregio als gevolg van zijn nauwe banden met de eurozone een van de zwaarst getroffen regio's, hetgeen resulteerde in een dalende groei in Turkije van 8,5 % tot 3 % en in andere pretoetredingslanden van 1,3 % in 2011 tot -0,2 % in 2012. Ook de oostelijke nabuurschapslanden leden onder hun nauwe handelsbetrekkingen met de eurozone, terwijl de aanhoudende onzekerheid in verband met de politieke en economische overgang na de Arabische lente op de prestaties van de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied bleef wegen. De groei daalde in Azië en Latijns-Amerika, vooral als gevolg van een vertraging in Brazilië, China en India. Zuid-Afrika werd eveneens negatief beïnvloed: de groei daalde van 3,5 % in 2011 tot 2,3 % in 2012.

Ondanks een moeilijke bedrijfsomgeving hield de EIB de waarde van de ondertekeningen in de onder het Besluit vallende regio's op 6,5 miljard EUR, hetzelfde niveau als in 2011. De financiering onder de EU-garantie steeg met ongeveer 900 miljoen EUR tot 4,0 miljard EUR, terwijl de financiering voor eigen risico van de EIB met ongeveer 900 miljoen tot 2,5 miljard EUR daalde.

In januari 2012 heeft de EIB het REM-kader in werking gesteld, dat de meting en rapportage door de Bank van de resultaten en de impact van haar verrichtingen versterkt zoals in het Besluit wordt gevraagd. Er werd een uitgebreide reeks objectief meetbare en monitorbare indicatoren ontwikkeld die tijdens de hele levenscyclus van een project als leidraad voor de beoordeling zullen dienen. De verwachte resultaten voor alle in 2012 goedgekeurde EIB-verrichtingen zijn samengevat in het SWD. Het volledige verslag van de EIB over de resultaten van de EIB-verrichtingen buiten de EU is op haar website gepubliceerd[4].

In het herziene Besluit is ook de nadruk gelegd op een sterkere afstemming van de externe EIB-activiteit en de externe beleidslijnen, programma's en instrumenten van de EU. Tijdens het jaar 2012 heeft de EIB weer nauw samengewerkt met de Commissie en de EDEO om de consistentie en coherentie van de EIB-acties met het externe beleid van de EU te versterken. In dit verband zijn verschillende nieuwe wettelijke vereisten van het Besluit ten uitvoer gelegd, daaronder begrepen de regionale technische operationele richtsnoeren[5] die in november 2012 door de Commissie en de EIB zijn aangenomen, en de EIB-klimaatstrategie[6] in externemandaatlanden, die aan het eind van het jaar voor de Raad en het Europees Parlement beschikbaar is gesteld.

3.           FINANCIERINGSVERRICHTINGEN

3.1.        Overzicht van het EIB-financieringvolume in de onder het Besluit vallende gebieden

In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het volume van de EIB-financiering in 2012 in de regio's die onder het Besluit vallen.

Tabel 1: In 2012 ondertekende financieringsverrichtingen van de EIBin de onder het Besluit vallende regio's

Landen waar verrichtingen plaatsvonden || Verrichtingen onder mandaat || EIB-verrichtingen voor eigen risico || Totaal

(miljoen EUR) || Allesomvattende garantie || Dekking van politieke risico's || Totaal

Pretoetredingslanden || 821 || 0 || 821 || 2285 || 3106

Mediterrane landen || 1466 || 189 || 1655 || 11 || 1665

Landen v.h. Oostelijk Nabuurschap en Rusland || 534 || 400 || 934 || 0 || 934

Azië en Latijns-Amerika || 350 || 100 || 450 || 250 || 700

Zuid-Afrika || 0 || 100 || 100 || 0 || 100

Totaal || 3171 || 789 || 3960 || 2546 || 6506

Na het hoge niveau van kredietverlening voor eigen risico in 2011, hervonden het relatieve aandeel van de activiteiten onder EU-garantie en de activiteiten voor eigen risico van de EIB een evenwicht ten gunste van de activiteiten onder garantie, die met 30 % stegen tot 3,96 miljard EUR of 61 % van de totale financiering van 2012 in de onder het Besluit vallende regio’s. Het grootste deel (89,8 %) van de door de EIB voor eigen risico gefinancierde verrichtingen is in de pretoetredingslanden ondertekend.

In 2012 werd 80,1 % van de onder de EU-garantie ondertekende leningen gedekt door een allesomvattende garantie, die voor verrichtingen op overheids- of suboverheidsniveau wordt gebruikt, terwijl 19,9 % de dekking tegen politieke risico's voor verrichtingen op het gebied van de private sector genoot; alle andere risico's werden door de EIB gedragen.

Grafiek 1: Jaarlijkse ontwikkeling van EIB-kredietverleningsvolumes in de onder het Besluit vallende regio's.

Aan het einde van 2012 stond het onder het Besluit ondertekende totale bedrag (met aftrek van annuleringen) op 23,1 miljard EUR of 79 % van het totale plafond onder het Besluit. In totaal beschikte de EIB nog over een bedrag van 6,3 miljard EUR voor nieuwe verrichtingen onder de garantie. De EIB zal naar verwachting eind 2013 sommige van de regionale plafonds bereiken, terwijl onder andere plafonds mogelijk nog ruimte overblijft. Het Besluit voorziet in de mogelijkheid om tussen regionale plafonds tot 10 % her toe te wijzen.

Tabel 2: Totale ondertekeningen en uitbetalingen onder het Besluit (2007-2012) door de EIB

Miljoen EUR || Plafond || Netto onder-tekeningen || Netto onder-tekeningen als % v.h. plafond || Uitbetalingen || Netto uitbetalingen als % van de netto ondertekeningen

Pretoetredingslanden || 9 048 || 8 446 || 93 % || 4 923 || 59 %

Middellandse Zeegebied || 9 700 || 7 861 || 81 % || 3 263 || 42 %

Landen v.h. Oostelijk Nabuurschap en Rusland || 3 848 || 2 642 || 69 % || 551 || 21 %

Azië en Latijns-Amerika || 3 952 || 2 871 || 73 % || 1 825 || 64 %

Zuid-Afrika || 936 || 691 || 74 % || 520 || 75 %

Totaal algemeen mandaat || 27 484 || 22 511 || 82 % || 11 082 || 49 %

Klimaatveranderingsmandaat (2011-2013) || 2 000 || 650 || 33 % || 150 || 20 %

Totaal mandaat || 29 484 || 23 161 || 79 % || 11 232 || 48 %

48 % van de onder het Besluit ondertekende nettobedragen (11,2 miljard EUR) was eind 2012 uitbetaald (uitbetalingen zijn een tastbare indicator voor de vooruitgang in de uitvoering van een project). Dit niveau komt overeen met een gemiddelde gebruikelijke tijdsinterval tussen de sluiting van een financieringscontract en de uitbetaling. Verhoudingsgewijs het hoogste uitbetalingsniveau had Zuid-Afrika, dat 75% van de netto ondertekende bedragen opnam, gevolgd door Azië en Latijns-Amerika (64%) en de pretoetredingslanden (59%). In 2012 versnelden de uitbetalingen in het Middellandse Zeegebied tot een recordniveau van 1,5 miljard EUR, waarvan 1,2 miljard EUR onder het huidige Besluit. De cumulatieve uitbetalingen bleven echter met 42% van de netto ondertekeningen in het Middellandse Zeegebied onder het gemiddelde. In de landen van het Oostelijk Nabuurschap weerspiegelt de tragere stijging van het tempo van de uitbetalingen de initiële vertragingen in de projectuitvoering en de administratieve vertragingen in de ontvangende landen. De uitbetalingen bleven in de landen van het Oostelijk Nabuurschap en Rusland op 21% van de netto ondertekeningen.

Tabel 3: Jaarlijkse kredietverleningsondertekeningen onder het huidige Besluit (2007-2013)

Miljoen EUR || 2007 (*) || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 || Bruto totaal || Annule-ringen || Netto totaal

Pretoetredingslanden || 389 || 2 009 || 2 859 || 1 535 || 874 || 821 || 8 486 || 40 || 8 446

Middellandse Zeegebied || 1 205 || 1 195 || 1 510 || 2 009 || 926 || 1 305 || 8 150 || 288 || 7 861

Landen v.h. Oostelijk Nabuurschap en Rusland || 0 || 170 || 233 || 631 || 675 || 934 || 2 642 || 0 || 2 642

Azië en Latijns-Amerika || 305 || 469 || 1 088 || 643 || 310 || 300 || 3 115 || 244 || 2 871

Zuid-Afrika || 0 || 203 || 280 || 50 || 115 || 100 || 748 || 56 || 691

Totaal algemeen mandaat || 1 899 || 4 045 || 5 969 || 4 867 || 2 900 || 3 460 || 23 140 || 629 || 22 511

Klimaatveranderingsmandaat (2011-2013) || || || || || 150 || 500 || 650 || -- || 650

Pretoetredingslanden || || || || || 150 || - || 150 || -- || 150

Middellandse Zeegebied || || || || || || 350 || 350 || -- || 350

Landen v.h. Oostelijk Nabuurschap en Rusland || || || || || || -- || -- || -- || --

Azië en Latijns-Amerika || || || || || || 150 || 150 || -- || 150

Zuid-Afrika || || || || || || -- || -- || -- || --

Totaal mandaat || 1 899 || 4 045 || 5 969 || 4 867 || 3 050 || 3 960 || 23 790 || -- || 23 161

(*) Tot 31 juli 2007 heeft ook kredietverlening onder het vorige Besluit 2000-2007 plaatsgevonden.

In 2012 zijn 39 projecten onder het Besluit gefinancierd tegenover 29 in 2011.

Zoals tabel 1 laat zien, bleven in 2012 de pretoetredingslanden de voornaamste begunstigden van EIB-financiering buiten de EU met voor 3,1 miljard EUR aan ondertekeningen, d.w.z. 48% van de totale financiering in de betrokken regio's. De EIB verleende voorrang aan kredietlijnen aan kmo's (55% van de ondertekeningen) en trans-Europese infrastructuurprojecten. De kredietverlening onder de garantie daalde tot 0,8 miljard EUR, terwijl de kredietverlening onder de pretoetredingsfaciliteit voor eigen risico net als het jaar daarvoor op 2,3 miljard EUR bleef.

Ondanks de aanhoudende instabiliteit na de Arabische Lente en de opschorting van de activiteiten in Syrië herstelde de EIB-financiering in de Middellandse Zeelanden zich tot 1,7 miljard EUR aan ondertekeningen in 2012, een stijging met 73% ten opzichte van het jaar daarvoor. Net als in vorige jaren waren de energie- en vervoersector de grootste begunstigde van EIB-financiering in het Middellandse Zeegebied. De EIB voerde ook haar kredietverlening aan de private sector op en verstrekte in 2012 voor ongeveer 660 miljoen[7] EUR aan kredieten – een stijging met meer dan 300 miljoen EUR vergeleken met 2011 en het hoogste niveau sinds 2007. Met 350 miljoen EUR aan ondertekeningen onder het klimaatveranderingsmandaat en een gedurende het jaar opgebouwde substantiële pijplijn, was de regio ook de voornaamste begunstigde van het extra mandaatbudget dat in oktober 2011 voor klimaatactie vrijkwam.

De financieringsactiviteiten in de landen van het Oostelijk Nabuurschap en Rusland groeiden in 2012 tot een nieuwe recordhoogte van 934 miljoen EUR (776 miljoen EUR in 2011). De kredietlijnen voor kmo's maakten 50% van de ondertekeningen uit, waarin blijkt dat in de regio ondernemerschap en meer inclusieve groei moeten worden ondersteund. De energie- en vervoerssector waren eveneens grote begunstigden van EIB-financiering ter ondersteuning van strategische infrastructuurprojecten.

In Azië en Latijns-Amerika is de totale kredietverlening als gevolg van het uitstel van twee grote verrichtingen teruggelopen tot 700 miljoen EUR (tegenover 1,17 miljard EUR in 2011). Bij de kredietverlening in de regio lag de hoofdfocus op klimaatactie, met 86 % van de ondertekeningen in het jaar (100 % in Azië en 67 % in Latijns-Amerika). In Zuid-Afrika zijn in 2012 twee nieuwe leningen ter ondersteuning van hernieuwbare energie en gemeentelijke infrastructuur ondertekend voor een totaalbedrag van 100 miljoen EUR (165 miljoen EUR in 2011).

Tabel 4: In 2012 onder de EU-garantie ondertekende verrichtingen (miljoen EUR), uitgesplitst naar sector

Regio || Totaal || Energie || Vervoer || Industrie & diensten || Water, riolering || Krediet-lijnen voor kmo's || Stedelijke/ gemengde infrastruc-tuur || Telecom-municatie

Pretoetre-dingslanden || 821 || || || 217 || 26 % || 175 || 21 % || 254 || 31 % || 175 || 21 % || || || ||

Middelland-se Zeelanden || 1 655 || 387 || 23 % || 615 || 37 % || 218 || 13 % || 70 || 4 % || 165 || 10 % || 201 || 12 % || ||

Landen v.h. Oostelijk Nabuurschap en Rusland || 934 || 217 || 23 % || 211 || 23 % || || || 7 || 1 % || 500 || 54 % || || || ||

Azië en Latijns-Amerika || 450 || 75 || 17 % || 200 || 44 % || || || || || 75 || 17 % || || || 100 || 22 %

Zuid-Afrika || 100 || 50 || 50 % || || || || || || || || || 50 || 50 % || ||

Totaal || 3 960 || 729 || 18 % || 1 243 || 31 % || 393 || 10 % || 330 || 8 % || 915 || 23 % || 251 || 6 % || 100 || 4 %

3.2.        Bijdrage aan de EU-beleidsdoelstellingen

Het Besluit voorziet in drie horizontale doelstellingen op hoog niveau voor alle regio's die onder de EU-begrotingsgarantie vallen:

i) beperking van en aanpassing aan klimaatverandering;

ii) ontwikkeling van sociale en economische infrastructuur;

iii) ontwikkeling van de lokale private sector, en met name steun aan kleine en middelgrote ondernemingen.

Bijkomende onderliggende doelstellingen zijn onder meer de bijdrage aan de verwezenlijking van de in artikel 21 VEU bedoelde algemene beginselen die aan het externe optreden van de Unie ten grondslag liggen, en de regionale integratie van de partnerlanden, daaronder begrepen de economische integratie tussen pretoetredingslanden, nabuurschapslanden en de Unie.

Doel van de technische regionale operationele richtsnoeren is te garanderen dat in de verschillende regio's die onder het Besluit vallen de EIB-financiering onder de EU-garantie consistent is met en complementair aan de overeenkomstige externe beleidslijnen, programma’s en instrumenten van de EU.

De doelstellingen op hoog niveau waarvan hierboven sprake vormen vanaf 2012 de basis voor rapportage over nieuwe verrichtingen.

De EIB heeft gedurende de periode waarvoor dit Besluit geldt haar kredietverlening op het gebied van klimaatactie verder versterkt. Mede dankzij het extra budget voor het klimaatveranderingsmandaat van 2 miljard EUR heeft de groep van ontwikkelingslanden waarin investeringen in klimaatactie plaatsvinden zich tot buiten de opkomende markteconomieën kunnen uitbreiden. Eind 2012 was één derde van de 2 miljard EUR aan kredieten (die in oktober 2011 waren vrijgegeven) aangewend en was in alle regio’s een substantiële pijplijn opgebouwd, waarbij goede vooruitzichten bestonden op volledige aanwending van de kredieten vóór het einde van de mandaatperiode.

Sinds 2007 bedraagt de cumulatieve EIB-ondersteuning voor klimaatactieprojecten in de onder het Besluit vallende regio's 8,5 miljard EUR. De kredietverlening voor klimaatactie heeft grotendeels (86%) betrekking op investeringen in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en duurzaam vervoer. De EIB, die erkent dat de onder het Besluit vallende regio’s bijzonder kwetsbaar zijn voor de huidige klimaatvariabiliteit en voor toekomstige klimaatverandering, zorgt ervoor dat bij de projecten meer met klimaatveerkracht rekening wordt gehouden. In dat verband worden voorts technische bijstand en passende planningsmaatregelen alsook specifieke aanpassingsinvesteringen zoals op het gebied van overstromingsbeheersing en beschermingsmaatregelen ondersteund.

In 2012 waren de ondertekeningen op het gebied van klimaatactie goed voor 1,6 miljard EUR, d.w.z. 24 % van de totale EIB-financiering in de onder het Besluit vallende regio’s (29 % van de ondertekeningen onder de EU-garantie, zowel onder de budgetten voor het algemene mandaat als die voor het klimaatveranderingsmandaat). Dit aandeel is in lijn met het globale EIB-streefcijfer van 25% van de totale kredietverlening (20% in 2010), en relatief groter dan in 2010 toen grosso modo een gelijk volume van 1,6 miljard EUR aan ondertekeningen op het gebied van klimaatactie 21% van de totale financiering in de onder het Besluit vallende regio's uitmaakte (15% van de ondertekeningen onder de EU-garantie).

Tabel 5: In 2012 ondertekende kredietverleningen op het gebied van klimaatactie in de onder het Besluit vallende regio's

Miljoen EUR || Klimaatactie onder || || Totaal klimaat-actie || als % van de totale onderte-keningen

Algemeen mandaat || Klimaat-verande-rings-mandaat || EIB voor eigen risico

Pretoetredingslanden || 85 || || 157 || 242 || 8 %

Middellandse Zeegebied || 113 || 350 || 11 || 474 || 28 %

Oostelijke Nabuurschap || 195 || || || 195 || 21 %

Azië || || 150 || 250 || 400 || 100 %

Latijns-Amerika || 200 || || || 200 || 67 %

Zuid-Afrika || 50 || || || 50 || 50 %

Totaal in de onder het besluit vallende regio’s || 643 || 500 || 417 || 1 560 || 24 %

als % van de totale ondertekeningen || 29 % || 16 % || ||

In het huidige economische klimaat is kredietverlening aan kmo's uitgegroeid tot een hoge prioriteit op korte termijn van de Bank ter ondersteuning van de economische ontwikkeling in de pretoetredingslanden, hetgeen feitelijk tot een vermindering van het aandeel van de milieuprojecten heeft geleid.

In 2012 is echter een significante hoeveelheid kwalitatief werk verricht in termen van het creëren van banden met lokale intermediairs, hetgeen zich vanaf 2013 in op de klimaatveranderingsproblematiek gerichte verrichtingen (bv. kleinschalige projecten op het gebied van water- en afvalbeheer) zal vertalen. Bovendien zal in 2013 naar verwachting een aantal herbebossings- en spoorwegfinancieringen met een zeer positieve klimaatbijdrage verwezenlijkt worden en zal daardoor naar verwachting in pretoetredingslanden in significant toenemende mate op klimaatverandering worden ingezet.

In lijn met de vereisten van het Besluit heeft de EIB, in overleg met de Commissie, voor de externemandaatlanden een klimaatstrategie ontwikkeld, die op 19 december 2012 aan de Europese Raad en het Europees Parlement is voorgelegd. De strategie omschrijft de aanpak van de EIB ter ondersteuning van klimaatactie zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve termen en presenteert verschillende acties op korte en langere termijn om de werkzaamheden van de Bank op het gebied van het klimaat verder te bevorderen.

Over de jaren 2007-2012 heeft de EIB meer dan 23,2 miljard EUR voor de financiering van sociale en economische infrastructuur ter beschikking gesteld, daaronder begrepen vervoers-, energie- en milieu-infrastructuur en informatie- en communicatietechnologie. Zo maakte de EIB-ondersteuning van sociale en economische infrastructuur in 2012 51 % uit van de totale EIB-activiteit in de regio's die onder het Besluit vallen (73 % van de verrichtingen onder garantie).

Ondersteuning van de private sector maakte in 2012 eveneens 51 % uit van de totale EIB-activiteit in de regio's die onder het Besluit vallen (37 % van de verrichtingen onder garantie). De ontwikkeling van de private sector is nodig voor inclusieve en duurzame groei, wat op zijn beurt een voorwaarde is voor armoedevermindering. De ondersteuning door de EIB van de ontwikkeling van de lokale private sector bestaat voornamelijk uit kredietverlening via intermediaire banken aan kmo's en midcaps[8] alsmede uit directe kredietverlening aan grotere private bedrijven.

In 2012 bereikte de intermediaire kredietverlening aan kmo's en midcaps in de onder het Besluit vallende regio's 2,1 miljard EUR, d.w.z. meer dan tweemaal het volume van de in het voorgaande jaar ondertekende verrichtingen, dit vooral doordat er in de pretoetredingslanden en de landen van het Oostelijk Nabuurschap en Rusland meer kredieten werden toegekend. Ondersteuning van de private sector maakte in 2012 eveneens 66 % uit van de totale EIB-activiteit in de regio's die onder het Besluit vallen (56 % van de verrichtingen onder garantie). 64 % van de kredieten werd toegekend in het kader van de pretoetredingsfaciliteit zonder de EU-garantie. De in 2012 onder kredietlijnen toegewezen middelen bedroegen 1,7 miljard EUR, waarmee werd bijgedragen aan bijna 4.800 investeringsprojecten door kmo's en midcaps met totale investeringskosten van 3,6 miljard EUR. Nadere bijzonderheden over de activiteiten van de financiële intermediairs ter ondersteuning van kmo's worden verstrekt in het SDW.

De EIB verleent ook steun aan ontwikkeling van de lokale private sector door middel van directe leningen aan grotere particuliere ondernemingen, vooral in de industrie en de dienstensector. Deze investeringen hebben ook vaak effecten op de werkgelegenheid en de investeringen bij de plaatselijke leveranciers. In 2012 lag de focus van de directe kredietverlening aan de lokale private sector op de pretoetredings- en mediterrane regio's.

3.3.        In lijn met artikel 12 van het Besluit en met het EIB-beleid dat in 2010 ten aanzien van zwak gereglementeerde, niet-transparante en niet-coöperatieve rechtsgebieden is aangenomen, vonden geen grensoverschrijdende financieringsverrichtingen van de EIB onder de EU-garantie met in niet-conforme rechtsgebieden gevestigde partners plaats.

3.4.        Impact en meerwaarde van EIB-verrichtingen

· Om haar beoordeling, meting en verslaggeving in verband met de resultaten en impacten van haar verrichtingen buiten de EU te versterken en in lijn met de vereisten van het Besluit heeft de EIB een nieuwe kader in werking gesteld ter vervanging van het bestaande economische en sociale effectbeoordelingskader. Het REM-kader, dat in 2012 op proef werd ingevoerd, verbetert de beoordeling vooraf van verwachte projectresultaten en verbetert de mogelijkheden van de Bank om de werkelijke resultaten te monitoren en erover te rapporteren. In dit verband alsook tijdens het due diligence houdt de EIB op systematische wijze met de economische, financiële, ecologische en maatschappelijke duurzaamheid van de opzet en de monitoring van de door haar gefinancierde projecten rekening. In lijn met eerdere kaders worden projecten binnen het REM-kader overeenkomstig drie "pijlers" beoordeeld:

· Overeenkomstig pijler 1 wordt de verwachte bijdrage aan kredietverleningsdoelstellingen beoordeeld.

· Overeenkomstig pijler 2 worden de verwachte resultaten, de kwaliteit en de gezondheid van de projecten gemeten.

· Overeenkomstig pijler 3 wordt de verwachte financiële en niet-financiële additionaliteit van de EIB gemeten.

In de volgende paragrafen ligt, in tegenstelling tot de andere delen van dit verslag waarin ondertekende verrichtingen worden behandeld, de focus op in 2012 goedgekeurde verrichtingen. In het SWD wordt een uitgewerkt voorbeeld van een REM-blad verstrekt. De verwachte resultaten werden tijdens de due diligence geraamd. Wanneer de goedgekeurde projecten voltooid beginnen te zijn, zullen de feitelijke resultaten worden verzameld en gerapporteerd. Aangezien het verscheidene jaren zal duren voordat onder het nieuwe REM-kader goedgekeurde verrichtingen effectieve resultaten zullen opleveren, worden in het jaarverslag van REM van dit jaar acht casestudy's gebruikt om te rapporteren over de effectieve resultaten van in uitvoering zijnde of voltooide projecten. Vanaf 2013 zal het verslag op ondertekeningen en niet op goedkeuringen gebaseerd zijn teneinde het beter op de andere rapportagevereisten van de Bank af te stemmen.

Het volledige REM-verslag over alle EIB-verrichtingen buiten de EU, daaronder begrepen die onder het Cotonou-mandaat voor de ACS-regio, alsook de casestudy’s zijn te vinden op de EIB-website.

Grafiek 2 toont de spreiding van de REM-pijler-beoordelingen van de in 2012 in de onder het Besluit vallende regio's goedgekeurde projecten.

Opmerking: Pijler 3-ratings voor additionaliteit zijn enigszins verschillend: 4-hoog, 3-significant, 2-middelmatig, 1-laag

Meer gedetailleerde informatie over het REM-kader is te vinden in het SDW.

4.           SAMENWERKING MET DE COMMISSIE

In het SDW is een lijst opgenomen van de bestaande kaders waarbinnen de EIB en de Commissie in 2012 hebben samengewerkt met het oog op het versterken van de coherentie van de totale EU-ondersteuning in de onder het Besluit vallende regio's alsook een samenvattende tabel betreffende de financieringsvolumes die door de EIB bij haar beheer van de EU-begrotingsmiddelen zijn ondertekend. Sommige van de voornaamste in 2012 tussen de twee instellingen gecoördineerde activiteiten worden hieronder geschetst.

De regionale technische operationele richtsnoeren, die in nauwe samenwerking tussen de Commissie en de EIB zijn opgesteld, zijn door beide instellingen in november 2012 aangenomen[9]. De klimaatstrategie in externemandaatlanden, opgesteld in nauwe samenwerking met de Commissie, is in december 2012 door de EIB aan de Raad en het Europees Parlement verstrekt. Het Commissie-EIB-MoU van mei 2008 is in 2012 geactualiseerd in het licht van de oprichting van de EDEO en met het oog op de ondertekening in 2013.

De Commissie heeft in april 2012 een gedelegeerde handeling aangenomen waarbij Syrië van de lijst van onder het Besluit in aanmerking komende landen is geschrapt[10]. In dit verband zij aangestipt dat de EIB wanbetalingen op rente- en leningterugbetalingen door de Syrische regering heeft ondervonden en dat voor een bedrag gelijk aan ongeveer 21,5 miljoen EUR in 2012 meermaals een beroep op het Garantiefonds is gedaan ter dekking van wanbetalingen op leningen in Syrië[11].

De EIB en de EDEO hebben het beginsel bevorderd van de colocatie van de EIB-bureaus binnen de EU-delegaties. Alle nieuwe externe EIB-bureaus worden bij delegaties ondergebracht, in een poging bestaande bureaus indien mogelijk opnieuw onder te brengen. In 2012 heeft de EIB een bureau geopend in Oekraïne binnen de EU-delegatie, en er is significante voortuitgang gemaakt bij de besprekingen in verband met EIB-bureaus in China en Rusland.

In 2012 zijn met een aantal recentelijk in aanmerking komende partners (Cambodja, IJsland, Irak, Kosovo[12] en Libië) ontwerp-kaderovereenkomsten besproken. De overeenkomst met Kosovo is in 2013 ondertekend.

In heel 2012 hebben tussen de EIB, de Commissie en de EDEO in alle onder het Besluit vallende regio's geografische coördinatievergaderingen plaatsgevonden met het oog op het aanwijzen van concrete activiteiten om de synergieën te vergroten.

De EIB heeft input verstrekt bij de effectbeoordelingswerkzaamheden die door de Commissie in 2012 zijn uitgevoerd om het wetgevingsvoorstel aan het Parlement en de Raad voor de volgende EU-garantie voor EIB-verrichtingen buiten de EU gedurende de periode 2014-2020 op te stellen.

De EIB heeft haar actieve betrokkenheid bij de door hoge vertegenwoordiger Ashton opgerichte EU-taskforces op hoog niveau voortgezet om ervoor te zorgen dat de EU op gecoördineerde wijze op de behoeften van de landen van de Arabische lente inspeelt

De EIB heeft in 2012 verder actief aan de regionale gecombineerde lening-subsidiemechanismen deelgenomen. Zij heeft ook nauw samengewerkt met de Commissie in de groep van deskundigen belast met het bestuderen van de oprichting van het EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe samenwerking (EUBEC). Het platform is eind 2012 opgericht[13] en de EIB is een actieve deelnemer aan het EUBEC en zit ook een van de in dit kader opgerichte technische groepen voor.

5.           SAMENWERKING MET INTERNATIONALE FINANCIERINGSINSTELLINGEN

De samenwerking met andere internationale financiële instellingen (IFI's) is een integrerend onderdeel van de EIB-activiteiten en gaat van het voeren van een dialoog over institutionele zaken, horizontale onderwerpen en thematische kwesties, en onderling overleg tot het verbeteren van vormen van operationele medefinanciering en werkverdeling. De dialoog tussen de IFI's vindt grotendeels binnen gespecialiseerde werkgroepen plaats die periodiek bijeenkomen om beste praktijken te delen of specifieke kwesties te behandelen. Er zijn rond de 30 vaste werkgroepen van multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's) die nu en dan andere IFI's omvatten en die een brede reeks onderwerpen bestrijken. Bovendien neemt de EIB met andere MDB's deel aan een groot project om het volgen van en rapporteren over klimaatfinanciering te harmoniseren. In Doha zijn twee rapporten, over het volgen van beperking en het volgen van aanpassing, gepubliceerd. Bovendien is de Bank een leidende bijdrager aan de IFI-werkgroep over broeikasgasboekhouden. Ten slotte neemt de Bank deel aan andere dialooginitiatieven zoals de halfjaarlijkse bijeenkomst van de hoofden van de MDB's, waarvoor de EIB in 2012 in Luxemburg als gastheer optrad.

In 2012 maakte medefinanciering met andere IFI's of Europese bilaterale instellingen 67% uit van de totale ondertekeningen met EU-garantie van de EIB (in 2011 56%). Het SWD bevat een lijst van de medegefinancierde verrichtingen die in 2012 zijn ondertekend in de gebieden die onder het mandaat vallen.

Het in maart 2011 ondertekende MoU tussen de Commissie, de EIB-groep en de EBWO is in 2012 geactualiseerd om rekening te houden met de eerste evaluatie die plaatsvond in maart 2012. Het MoU voorziet in een kader voor samenwerking buiten de EU dat erop gericht is, in het belang van de begunstigde landen en de betrokken aandeelhouders van de banken, de gecombineerde impact van de betrokken verrichtingen van de twee banken te vergroten. Bij deze actualisering wordt de lijst van regio's waar beide banken actief zijn tot het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied uitgebreid.

Ingevolge het initiatief Wederzijds Vertrouwen (MRI) tussen de AfD, EIB, en KfW zijn op basis van de ervaring in de proeffase, waarbij 14 gezamenlijke projecten in het Zuidelijk Nabuurschap en in Sub-Sahara Afrika betrokken waren, in 2012 operationele richtsnoeren afgerond. Het MRI is een mechanisme waarbij een van de drie partners bij een medefinanciering van projecten de rol van leidend financierder op zich neemt en van zijn normen en procedures gebruik wordt gemaakt zolang aan de minimumvereisten van de andere partners wordt voldaan. Vanaf 2013 wordt het initiatief ook uitgerold in andere geografische regio's buiten de EU.

De EIB heeft tijdens heel 2012 in het kader van het Partnerschap van Deauville met andere kredietverleners samengewerkt om ervoor te zorgen dat de synergieën worden geoptimaliseerd ter ondersteuning van een democratische en economische overgang in de regio van het Zuidelijk Nabuurschap. In 2012 heeft de EIB ook een bilateraal MoU met de Islamitische Ontwikkelingsbank ondertekend.

De Bank heeft, samen met de EBRD en de World Bank Group, in januari 2012 het "Vienna 2 Initiative" opgestart als antwoord op hernieuwde risico's voor de pretoetredingsregio als gevolg van de crisis van de eurozone. De focus ervan ligt op het bevorderen van de coördinatie tussen de autoriteit van het land van ontvangst en het land van herkomst ter ondersteuning van een stabiel grensoverschrijdend bankwezen en bescherming tegen wanordelijke deleveraging. Westelijke bankgroepen blijven, zowel door ondersteuning van de coördinatie-inspanningen als door hun deel bij te dragen aan het vermijden van een wanordelijke deleveraging, een belangrijke rol spelen in het initiatief.

[1]               PB L 280 van 27.10.2011, blz. 1.

[2]               SWD(2013)484.

[3]               COM(2013)293.

[4]               http://www.eib.org/infocentre/publications/all/eib-rem-annual-report-2012.htm

[5]               SWD(2012) 357 final.

[6]               http://www.eib.org/infocentre/publications/all/eibs-climate-strategy-outside-the-eu.htm

[7]               Daartoe behoorden 24 miljoen aan participaties in aandelenvermogen onder gebruikmaking van Femip-risicokapitaal en Trustfondsmiddelen.

[8]               Middelgrote ondernemingen met een personeelsbestand tussen 250 en 3.000 werknemers.

[9]               SWD(2012) 357 final.

[10]             PB L 110 van 24.4.2012, blz. 38.

[11]             Voor nadere bijzonderheden, zie het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende het Garantiefonds en het beheer ervan in 2012 (COM(2013)662, op 27 september 2013 aan het Europees Parlement en de Raad overgezonden.

[12]             Deze benaming laat de standpunten over de status onverlet en is in overeenstemming met resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

[13]             Het rapport van de groep van deskundigen is beschikbaar op het volgende adres: http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm?do=groupDetail.groupDetailDoc&id=6980&no=1 en http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm?do=groupDetail.groupDetailDoc&id=6981&no=2