Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD inzake de uitvoering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten die de euro als munt hebben /* COM/2013/0379 final */
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD inzake de uitvoering van de globale
richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten die de euro als munt
hebben DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 136 juncto artikel 121,
lid 2, Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97
van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op
begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch
beleid[1],
en met name artikel 5, lid 2, Gezien Verordening (EU)
nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november
betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden[2], en met name artikel 6,
lid 1, Gezien de aanbeveling van de Europese
Commissie[3], Gezien de resoluties van het Europees
Parlement[4], Gezien de conclusies van de Europese Raad, Na raadpleging van het Economisch en
Financieel Comité, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Eurogroep heeft een
bijzondere verantwoordelijkheid in het economisch bestuur van de eurozone. De
economische crisis heeft de nauwe onderlinge relaties in de eurozone duidelijk
blootgelegd en de noodzaak onderstreept van een coherent, alomvattend
beleidsstandpunt ter weerspiegeling van de sterke overloopeffecten tussen
landen die de euro als munt hebben, evenals de noodzaak van werkzame regelingen
inzake beleidscoördinatie om snel te reageren op veranderingen in de
economische omgeving. (2) Door de ondertekening van het
Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en
monetaire unie op 2 maart 2012 hebben de lidstaten die de euro als
munt hebben, zich verbonden tot het doorvoeren van een aantal ingrijpende
aanvullende beleidshervormingen en beleidscoördinatie. Door de inwerkingtreding
van de zogenaamde „twopack‑verordeningen”[5]
in 2013 zal de budgettaire en economische beleidscoördinatie binnen de
eurozone verder verdiepen. (3) De verdere verdieping van de
economische en monetaire unie wordt voortgezet. Op 28 november 2012
heeft de Commissie een mededeling gepresenteerd, „Blauwdruk voor een hechte
economische en monetaire unie - Aanzet tot een Europees debat”[6]. De blauwdruk stelde de
motivering en doelstellingen van een hechte economische en monetaire unie vast,
alsook de instrumenten en maatregelen die het mogelijk zouden maken om die
doelstellingen te bereiken. De blauwdruk had als bedoeling het Europees debat
te starten. Op 12 september 2012 heeft de Commissie een routekaart
naar een bankenunie[7]
gepresenteerd. Dat voorstel ging vergezeld van een voorstel voor twee
verordeningen die nodig zijn voor de instelling van het gemeenschappelijk
toezichtmechanisme[8].
Op 5 december 2012 heeft de voorzitter van de Europese Raad een
verslag uitgebracht dat in nauwe samenwerking met de voorzitter van de Commissie,
de voorzitter van de Eurogroep en de president van de ECB was opgesteld, en dat
een specifieke, aan een tijdschema gebonden routekaart voor het verwezenlijken
van een echte economische en monetaire unie bevatte. De routekaart is opgebouwd
rond de onderdelen geïntegreerd financieel kader, geïntegreerd begrotingskader,
geïntegreerd kader voor economisch beleid, democratische legitimiteit en
verantwoordingsplicht. Op 14 december 2012 hebben de staatshoofden en
regeringsleiders bepaald welke vorderingen moeten worden gemaakt in verband met
een routekaart voor de voltooiing van de economische en monetaire unie, gelet
op de onderlinge afhankelijkheid van de economieën van de eurozonelanden en de
mogelijke voordelen van stabiliteit binnen de eurozone voor haar deelnemers en
de ruimere Europese Unie. (4) Het Europees Parlement is
naar behoren bij het Europees semester betrokken en heeft zijn standpunt over
de verdieping van de economische en monetaire unie medegedeeld in zijn
resolutie van 20 november 2012 „Naar een echte economische en
monetaire unie”[9]. (5) Bij het crisisbeheer in de
eurozone wordt blijk gegeven van vastberadenheid. Dat alle lidstaten en EU‑instellingen
al het nodige zullen doen om de integriteit van de eurozone te vrijwaren, staat
inmiddels buiten kijf. Effectieve coördinatie op het niveau van de eurozone kan
echter maar volledig worden gegarandeerd als het bestuur van de eurozone en het
crisisbeheer van de Eurogroep verder worden verbeterd. Versterkte coördinatie
is ook nodig om in de eurozone tot een coherent, algemeen beleidsstandpunt te
komen en ervoor te zorgen dat de nodige beleidsmaatregelen worden uitgevoerd.
Als deze doelstellingen worden verwezenlijkt, zal het vertrouwen van de burgers
en de markten worden opgekrikt, wat bevorderlijk is voor economisch herstel en
financiële stabiliteit in de eurozone. (6) De uitvoering van het twopack
zal het begrotingstoezicht in de eurozone verder versterken. Om een passend
gezamenlijk begrotingsstandpunt te garanderen, heeft de Eurogroep in de twopack‑wetgeving
een rol toebedeeld gekregen bij de besprekingen van de ontwerpbegrotingen van
de individuele lidstaten en van de begrotingsvooruitzichten voor de eurozone
als geheel. Die besprekingen vinden plaats op basis van de adviezen van de
Commissie over de ontwerpbegrotingsplannen van de eurozonelanden en de
begrotingssituatie en -vooruitzichten in de eurozone als geheel en hun
wisselwerking. Op het gebied van begrotingsconsolidatie in de eurozone bestaat
de belangrijkste uitdaging erin de hoge schuldquote gaandeweg gestaag terug te
dringen. Dit is mogelijk door een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van
begrotingsconsolidatie te voeren en terzelfder tijd het groeipotentieel van de
eurozone te stimuleren. Het corrigerende deel van het stabiliteits- en
groeipact voorziet in structurele begrotingsaanpassing waarbij rekening wordt
gehouden met de verschillen tussen de landen wat de korte- en de
middellangetermijnrisico’s voor de houdbaarheid betreft, en maakt het mogelijk
dat tijdens het aanpassingstraject de automatische stabilisatoren hun rol
vervullen. Het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact voorziet in
een geleidelijke aanpassing naar de middellangetermijndoelstellingen, waarbij
als norm een jaarlijkse structurele verbetering van 0,5 % geldt, die per
land kan worden gemoduleerd volgens de conjunctuur en het risico van
houdbaarheid van de schuld. Het begrotingsbeleid op middellange termijn zou
geloofwaardiger overkomen als in de samenstelling van de overheidsuitgaven en
-ontvangsten het effect dat bestedingen en ontvangstenbronnen op de groei
hebben, tot uiting komt. Om het groeipotentieel van de economie verder op te
trekken, kunnen verdere structurele hervormingen worden doorgevoerd en kan
gebruik worden gemaakt van de volledige beschikbare begrotingsmarge om binnen
de door het stabiliteits- en groeipact geboden ruimte overheidsinvesteringen in
de eurozone aan te moedigen. (8) De meeste risico‑indicatoren
in verband met de financiële markten van de EU en het marktsentiment verbeterden
in vergelijking met 2012, nu er geen intense zelfvervullende en
destructieve vertrouwensspiralen meer zijn. De markt is echter nog altijd erg
versnipperd. De betere financieringsvoorwaarden voor banken moeten nog
doorsijpelen via het aantrekken van de kredietverlening aan de reële economie
en er blijven grote verschillen tussen de lidstaten bestaan wat de
kredietverlening door banken en de financieringskosten voor de particuliere
sector betreft. In de huidige conjunctuur is het een grote uitdaging om in de
banksector en de niet‑financiële particuliere sector een ordelijke
schuldafbouw mogelijk te maken, terwijl de stroom van nieuw krediet voor
productieve doeleinden in de reële economie en inzonderheid kmo’s op gang wordt
gehouden. (9) Een verder herstel van de
balansen van de banken en een verdere versteviging van de kapitaalbuffers, waar
nodig, zouden ertoe bijdragen dat de kredietstroom weer op gang wordt gebracht.
In dit kader zullen de door het gemeenschappelijk toezichtmechanisme en de
Europese Bankautoriteit uit te voeren beoordelingen van de activakwaliteit en
stresstests de balansen van de banken transparant maken, de resterende zwakke
punten helpen te identificeren en het vertrouwen in de sector als geheel
vergroten. Gelet op het risico van verdere versnippering van de financiële
markt en financiële onrust is het voor de eurozone belangrijk om snel werk te
maken van de oprichting van de bankenunie en ad‑hocbenaderingen van
bankafwikkelingen te vermijden. (10) Er moeten in de eurozone
structurele hervormingen worden doorgevoerd om de producten- en de
arbeidsmarkten beter te laten functioneren teneinde de concurrentiekracht te
bevorderen, het aan de gang zijnde aanpassingsproces te versterken en een
duurzame reallocatie van de middelen te garanderen. Structurele hervormingen
zijn voorts van wezenlijk belang om evenwichtsherstel en schuldafbouw mogelijk
te maken. Concurrentievermogenswinsten vertalen zich voor de tekortlanden in
een hogere netto‑uitvoer, die bevorderlijk is voor een herbalancering van
het groeiprofiel in de richting van productievere, minder arbeidsintensieve
verhandelbare sectoren, het economisch herstel ondersteunt en de schuldquoten
doet dalen. Terzelfder tijd kunnen hervormingen ter verbetering van de
mededinging in landen die momenteel een overschot op de lopende rekening
hebben, ertoe bijdragen dat de middelen worden herverdeeld en investeringen in
niet‑verhandelbare sectoren worden bevorderd. De binnenlandse vraag zou
hierdoor een grotere rol gaan spelen in de samenstelling van de groei, waardoor
de aanpassing in de eurozone meer symmetrisch wordt. Terzelfder tijd had de
crisis overwegend asymmetrische effecten op de werkgelegenheid in de
eurozonelanden, waarbij die waar de binnenlandse vraag het sterkst is gekrompen
als gevolg van de ommekeer in de ontwikkeling van de lopende rekening, de
grootste klappen hebben gekregen. Nu de conjunctuurgebonden werkloosheid niet
snel en doeltreffend wordt geabsorbeerd, kunnen zich hysteresiseffecten
voordoen, waarbij werkloosheid blijvend wordt en minder gevoelig is voor
loondynamiek. Om de risico’s voor de sociale cohesie en het toekomstige
groeipotentieel in de eurozone te verkleinen, blijven structurele hervormingen
van de arbeidsmarkt dus van zeer groot belang. Door de ondertekening van het Verdrag
inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie
op 2 maart 2012 hebben de eurozonelanden zich verbonden tot voorafgaande
coördinatie van hun nationale plannen voor grote economische hervormingen. Het
effect van de reeds genomen maatregelen moet door de Eurogroep worden
gemonitord, teneinde zo nodig verdere maatregelen aan te moedigen en bij de
hervormingen overeenkomstig de landenspecifieke aanbevelingen meer ambitie aan
de dag te leggen. BEVEELT AAN dat de eurozonelanden in de
periode 2013‑2014 actie ondernemen, elk afzonderlijk en collectief,
zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Raad om het economisch beleid
van de lidstaten te coördineren, maar in het bijzonder binnen het kader van de
economische beleidscoördinatie in de Eurogroep, om: 1. In de Eurogroep collectieve
actie te ondernemen om te zorgen voor een coherent beleidsstandpunt in de
eurozone en de beleidsbeslissingen te nemen die nodig zijn om de eurozone goed
te laten functioneren. De Eurogroep een centrale rol te laten spelen in het
versterkte toezichtkader dat op de eurozonelanden toepasselijk is om de voor
een stabiele en robuuste eurozone vereiste hervormingen op nationaal niveau en
op het niveau van de eurozone te coördineren en te monitoren, en om
beleidssamenhang te garanderen. 2. Ervoor te zorgen dat de
Eurogroep het begrotingsbeleid van de eurozonelanden en het geïmpliceerde
gezamenlijke begrotingsstandpunt voor de eurozone als geheel monitort en
coördineert teneinde een groeivriendelijk en gedifferentieerd begrotingsbeleid
te garanderen. De Eurogroep moet daartoe de adviezen van de Commissie over de
ontwerpbegrotingsplannen van de individuele eurozonelanden bespreken, alsook de
begrotingssituatie en -vooruitzichten in de eurozone als geheel behandelen op
basis van de algehele beoordeling door de Commissie van de
ontwerpbegrotingsplannen en hun interactie. De coördinatie zal helpen ervoor te
zorgen dat het tempo van de begrotingsconsolidatie gedifferentieerd is volgens
de begrotings- en economische situatie van de eurozonelanden, terwijl de
begrotingsaanpassing in structurele termen is gedefinieerd, zodat de
automatische stabilisatoren tijdens het aanpassingstraject hun rol kunnen
vervullen. Om het begrotingsbeleid op middellange termijn geloofwaardiger te
maken, wordt begrotingsconsolidatie ondersteund door een globale, efficiënte en
groeivriendelijke mix van uitgaven en ontvangsten en door passende structurele
hervormingen die het economisch groeipotentieel verhogen. 3. In het kader van de Eurogroep
de redenen te beoordelen voor de verschillen in de tarieven voor kredieten,
inzonderheid aan kmo's, in de eurozonelanden, na te gaan wat de gevolgen kunnen
zijn van de versnippering van de financiële markten in de eurozone en advies te
geven over de manieren om die tegen te gaan. 4. Op basis van de
herkapitalisatie en de herstructurering van de voorbije jaren verder herstel
van de balansen van banken te bevorderen teneinde de versnippering in de
eengemaakte markt tegen te gaan en de kredietstroom naar de reële economie,
inzonderheid naar de kmo’s, beter op gang te brengen. Daartoe moet het volgende
gebeuren: (a) ervoor zorgen dat de door het gemeenschappelijk
toezichtmechanisme en de Europese Bankautoriteit uit te voeren
balansbeoordelingen en stresstests binnen het afgesproken tijdschema
plaatsvinden; (b) zorgen voor gelijke voorwaarden bij het delen van de lasten
van de herkapitalisatie van banken; (c) zorgen voor geloofwaardige budgettaire
vangnetten voor de mogelijke herkapitalisatie van banken voorafgaand aan de
balansbeoordelingen en stresstests; (d) wegnemen van toezichtprikkels waardoor
banken activa en verplichtingen binnen de nationale grenzen op elkaar
afstemmen; en (e) versnellen van de oprichting van de bankenunie, die bestaat
uit het gemeenschappelijk toezichtmechanisme, één enkel afwikkelingsmechanisme,
een bail-incapaciteit, een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en een
gemeenschappelijk budgettair vangnet met daarbij de mogelijkheid van directe
herkapitalisatie van financiële instellingen. 5. De
grote economische hervormingsplannen van de lidstaten die de euro als munt
hebben, vooraf te coördineren. De uitvoering van de structurele
hervormingen te monitoren, met name op de arbeids- en de productenmarkten, en
hun effect op de eurozone te beoordelen, waarbij rekening wordt gehouden met de
aanbevelingen van de Raad aan de individuele eurozonelanden. Verdere aanpassing
in de eurozone te bevorderen en ervoor te zorgen dat die op een evenwichtige en
gestructureerde manier plaatsvindt door de hervormingen in verband met
verstoringen in het spaar- en investeringsgedrag in de lidstaten met tekorten
op de lopende rekening en die met overschotten van nabij te volgen. De nodige
maatregelen te nemen om de procedure bij macro‑economische
onevenwichtigheden doeltreffend uit te voeren, door na te gaan of de lidstaten
waar zich buitensporige onevenwichtigheden voordoen hun verbintenissen tot
hervorming zijn nagekomen, en of de lidstaten met onevenwichtigheden waar
doortastende maatregelen moeten worden genomen om negatieve overloopeffecten
naar de rest van de eurozone te voorkomen, hervormingen hebben doorgevoerd. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. [2] PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25. [3] COM(2013) 379 final. [4] P7_TA(2013)0052 en P7_TA(2013)0053. [5] COM(2011)
821 final en COM(2011) 819 final. [6] COM(2012) 777 definitief. [7] COM(2012) 510 definitief. [8] COM(2012) 511 definitief en
COM(2012) 512 definitief. [9] Resolutie van 20 november 2012 „Naar een echte economische en monetaire
unie”, zie P7_TA(2012)0430.