Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2013 van Litouwen en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Litouwen voor de periode 2012-2016 /* COM/2013/0365 final */
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2013
van Litouwen
en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Litouwen voor
de periode 2012-2016 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4, Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties
en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid[1], en met
name artikel 9, lid 2, Gezien de aanbevelingen van de Europese
Commissie[2], Gezien de resoluties van het Europees
Parlement[3], Gezien de conclusies van de Europese Raad, Gezien het advies van het Comité voor de
werkgelegenheid, Na raadpleging van het Economisch en
Financieel Comité, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 26 maart 2010 heeft de
Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor
een nieuwe groei- en werkgelegenheidstrategie; deze Europa 2020-strategie moet
voor een betere coördinatie van het economisch beleid zorgen en zal zich
toespitsen op de sleutelgebieden waarop Europa’s potentieel voor duurzame groei
en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft. (2) De Raad heeft op 13 juli 2010
op basis van de voorstellen van de Commissie een aanbeveling inzake de globale
richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie (2010-2014)
en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het
werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten[4]
vastgesteld, die samen de “geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten
werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de
geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden. (3) Op 29 juni 2012 hebben de
staatshoofden en regeringsleiders besloten tot een Pact voor groei en banen,
dat een samenhangend kader biedt voor actie op het niveau van de lidstaten, de
EU en de eurozone, waarbij alle mogelijke hefbomen, instrumenten en
beleidsvormen worden ingezet. Zij hebben bepaald welke maatregelen op het
niveau van de lidstaten moeten worden genomen, en met name verklaard
vastbesloten te zijn om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te
verwezenlijken en de landenspecifieke aanbevelingen uit te voeren. (4) Op 6 juli 2012 heeft de Raad
een aanbeveling over het nationale hervormingsprogramma van Litouwen voor 2012
vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma van
Litouwen voor de periode 2011-2015 uitgebracht. (5) Op 28 november 2012 heeft de
Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse[5] en
daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2013 voor coördinatie van
het economisch beleid. Eveneens op 28 november 2012 heeft de Commissie op grond
van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het tweede waarschuwingsmechanismeverslag[6]
aangenomen. Daarin werd Litouwen niet genoemd als een van de lidstaten die aan
een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen. (6) Op 14 maart 2013 heeft de
Europese Raad de prioriteiten inzake financiële stabiliteit,
begrotingsconsolidatie en groeibevorderende maatregelen goedgekeurd. Hij
benadrukte de noodzaak een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van
begrotingsconsolidatie te voeren, de kredietverschaffing aan de economie te
normaliseren, de groei en het concurrentievermogen te bevorderen, de
werkloosheid en de sociale gevolgen van de crisis aan te pakken, en de
overheidsdiensten te moderniseren. (7) Litouwen heeft op 9 april 2013
zijn geactualiseerde nationale hervormingsprogramma 2013 ingediend en op 26
april zijn convergentieprogramma voor de periode 2012-2016. Om met de
onderlinge verbanden rekening te houden, zijn beide programma’s terzelfder tijd
geëvalueerd. (8) In het licht van de
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad verrichte evaluatie van
het convergentieprogramma 2013 is de Raad van oordeel dat het aan de
begrotingsprognoses van het programma ten grondslag liggende macro-economische
scenario realistisch is en grotendeels aansluit bij de beoordeling in de voorjaarsprognoses
2012 van de Commissie. Nadat Litouwen vanaf 2009 een ambitieuze
begrotingsconsolidatie heeft doorgevoerd, is het overheidstekort teruggebracht
tot 3,2% van het bbp in 2012, wat voldoende wordt geacht om de beschikking
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort te kunnen intrekken, de
kosten van de hervorming van het pensioenstelsel in aanmerking genomen. De
vermindering van het tekort was tot op zekere hoogte ook te danken aan de
krachtige economische groei en de tijdelijke uitgavenbevriezing. Het programma
heeft de middellangetermijndoelstelling gewijzigd van +0,5% naar −1,0%,
wat nog steeds in overeenstemming is met de vereisten van het stabiliteits- en
groeipact. Met de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie wordt beoogd
de middellangetermijndoelstelling in 2016 te halen. Op basis van het
(herberekende) structurele begrotingssaldo beloopt de jaarlijkse vooruitgang in
de richting van de middellangetermijndoelstelling meer dan 0,5% van het bbp in
structurele termen. Aan de uitgavenbenchmark wordt tijdens de gehele
programmaperiode voldaan. De aanpassing legt het accent enigszins op de
beginperiode en gaat met name uit van beperking van de uitgaven, maar wordt
slechts ten dele ondersteund door concrete maatregelen, waaronder niet altijd
gespecificeerde eenmalige maatregelen. Volgens de prognoses van de Commissie
zal de structurele aanpassing in 2013 en 2014 respectievelijk 0,3% en 0,0% van
het bbp belopen, wat minder is dan de vereiste vooruitgang van 0,5% van het
bbp, waardoor ook twijfel aan het in het programma uitgestippelde
aanpassingspad ontstaat. Er moeten nog nadere consolidatiemaatregelen worden
vastgesteld en structurele hervormingen overwogen, waaronder een verschuiving
naar op ontvangsten gebaseerde maatregelen. De overheidsschuld blijft onder de 60%
van het bbp: zij bedroeg in 2012 40,7% en zal naar verwachting gedurende de
programmaperiode nog iets zakken. In het convergentieprogramma wordt ervan
uitgegaan dat de schuld zal afnemen tot 39,7% in 2013 en verder tot 34,5% in 2016,
maar de Commissie verwacht in haar prognose een daling tot 40,1% van het bbp in
2013 en 39,4% in 2014. Deze verschillen zijn met name toe te schrijven aan het
feit dat het convergentieprogramma van een lager tekort uitgaat. (9) Alhoewel het tekort de
afgelopen jaren is verminderd, heeft Litouwen nog steeds onvoldoende
begrotingsruimte om tegenslagen op te vangen. Er zijn echter mogelijkheden voor
een minder verstorende belastingheffing en verdere verbetering van de
belastinginning. Litouwen heeft nog steeds de laagste belastingquote in de EU,
en de consolidatie-inspanningen zijn met name gericht op de uitgavenzijde. Er
is nog ruimte om aanvullende belastinginkomsten te overwegen die de groei het
minst aantasten, bijvoorbeeld milieubelastingen of periodieke
onroerendgoedbelastingen. Hoewel Litouwen al maatregelen heeft genomen om de
opbrengsten van de periodieke belasting op onroerend goed te verhogen, zijn
verdere inspanningen op dit vlak mogelijk. De opbrengsten van de
milieubelastingen vertonen in Litouwen een dalende lijn en waren in 2011 op één
na de laagste in de EU, ook doordat de vervoersbelastingen de laagste van de EU
zijn; dit maakt het niet gemakkelijker om de hoge energie-intensiteit van de
Litouwse economie te verlagen. Terzelfder tijd moet bij de
begrotingsconsolidatie voorrang worden gegeven aan groeibevorderende uitgaven,
bijvoorbeeld voor onderzoek en onderwijs. De uitvoering van de wetten ter
versterking van het begrotingskader heeft vertraging opgelopen. Het Litouwse
begrotingskader heeft een procyclisch beleid tijdens de jaren van sterke groei
niet kunnen voorkomen. De regels zijn ook onvoldoende bindend. De monitoring,
verantwoording en uitvoering van het begrotingsproces moeten worden verbeterd
en het bindende karakter van het kader voor de middellange termijn moet worden
versterkt. (10) De demografische
ontwikkelingen vormen een uitdaging voor de houdbaarheid van de Litouwse
begroting op de lange termijn. Een ingrijpende hervorming van het
pensioenstelsel, die zich zowel op de houdbaarheid als op de toereikendheid van
de pensioenen richt, blijft dan ook van belang. De toereikendheid van de
pensioenen vormt een uitdaging, want het oudere bevolkingsdeel loopt een
ernstig risico op armoede en uitsluiting. De hervorming van het stelsel voor
pensioenopbouw in 2012 moedigt de opbouw van tweedepijlerpensioenen met
financiële stimuleringsmaatregelen van de overheid aan. De hervorming brengt
daarnaast de mogelijkheid om gedurende een overgangsperiode af te zien van
particuliere pensioenopbouw en terug te keren naar het staatsfonds voor sociale
verzekering, en voorziet in een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd.
De hervorming wordt op 1 januari 2014 van kracht. Het betreft hier belangrijke,
zij het opzichzelfstaande stappen in de goede richting, maar er zijn
ingrijpender wijzigingen nodig, vooral wat de eerste pensioenpijler betreft. Bovendien
zijn maatregelen nodig om de inzetbaarheid van oudere werknemers en een
ouderenvriendelijke werkomgeving te stimuleren. (11) De bestrijding van
werkloosheid en de lage arbeidsparticipatie blijven een belangrijke uitdaging. Met
name jonge en ongeschoolde werknemers worden door de hoge werkloosheid
getroffen. Discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden bleken
vooral duidelijk tijdens de crisis en vormen steeds vaker een probleem, wat op
structurele tekortkomingen van het onderwijs- en het arbeidsmarktbeleid wijst. De
resulterende tekorten aan geschoolde werknemers worden nog verergerd door de
hoge emigratiecijfers. Er is dus behoefte aan aanvullende maatregelen om de
flexibiliteit van de arbeidsmarkt te vergroten en de arbeidsparticipatie te
stimuleren, met name van jongeren, ongeschoolden en oudere werknemers. De
reikwijdte van de actieve arbeidsmarktmaatregelen en de financiële toewijzing
per maatregel zijn nog onvoldoende, en de maatregelen zijn niet voldoende
gericht op laaggeschoolden en langdurig werklozen. Een grondige herziening van
de arbeidswetgeving, waarbij de sociale partners worden betrokken, kan onnodige
beperkingen en administratieve hindernissen voor flexibele contracten,
ontslagbepalingen en arbeidstijdregelingen aan het licht brengen. Om de
overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, kunnen
leercontracten en stages aantrekkelijker worden gemaakt. (12) Armoede en sociale uitsluiting
geven nog steeds aanleiding tot ernstige bezorgdheid. Met name de toename van
de armoede onder kinderen is zorgwekkend. In 2012 zijn maatregelen ingevoerd om
de sociale bijstand in geld te hervormen en zo de prikkel om werk te zoeken te
versterken (zoals arbeidsvoordelen voor langdurig werklozen, geleidelijke
vermindering van de sociale uitkeringen voor inactieve arbeidsgeschikten),
alsook maatregelen om armoede te bestrijden. Een proefproject in vijf gemeenten
heeft indrukwekkende resultaten opgeleverd in termen van kostenbesparing en
gerichtheid op de doelgroep. Er moet nu een monitoringsysteem worden opgezet om
de doeltreffendheid van de hervorming en het effect ervan op de bestrijding van
armoede en uitsluiting te beoordelen. De hervorming moet ook gepaard gaan met
activeringsmaatregelen om de arbeidsparticipatie te vergroten, met name voor
mensen die langdurig van een uitkering leven. De maatregelen ter bestrijding
van armoede omvatten een verhoogde dekking van de sociale uitkeringen en een
nieuwe methode voor de berekening van de uitkeringsbedragen. Bovendien is op 1
januari 2013 het minimumloon met 18% verhoogd, wat kan bijdragen tot
vermindering van de inactiviteitsval en de armoede onder werkenden. Gezien de
omvang van het probleem lijken deze maatregelen echter onvoldoende; bovendien
ontbreekt een alomvattende strategie of actieplan voor armoedebestrijding. (13) De overheid werkt al sinds 2010
aan een ambitieuze hervorming van de staatsbedrijven. De hervorming is relevant
en geloofwaardig, en omvat zowel wettelijke als organisatorische wijzigingen. De
regelgevingsaspecten van de hervorming zijn al van kracht, en aan de
verslagleggingvereisten wordt in hoge mate voldaan. De uitdaging is nu om
belangenconflicten met betrekking tot toezichts- en niet-toezichtsfuncties te
vermijden, en een onderscheid te maken tussen commerciële en niet-commerciële
activiteiten van staatsbedrijven. Zodra de hervorming volledig is doorgevoerd,
kan zij bijdragen tot een groter concurrentievermogen en een sterkere groei. Het
is dan ook van groot belang om de naleving ervan in het oog te houden. (14) De verbindingen van de elektriciteits- en gasnetten met die van de
buurlanden zijn nog onvoldoende ontwikkeld. Daardoor is de concurrentie in de
energiesector zeer beperkt en zijn de energieprijzen hoog. Bovendien is
energie-efficiëntie nog steeds een probleem. Er is slechts weinig vooruitgang
geboekt met de renovatie van gebouwen, ook wat de investeringen in het kader
van het JESSICA-holdingfonds betreft, en er zijn nog grote uitdagingen op het
gebied van particuliere huisvesting. (15) In de context van het Europees
semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van
Litouwen verricht. Zij heeft het convergentieprogramma en het nationale
hervormingsprogramma beoordeeld. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de
relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaal-economisch beleid in
Litouwen, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en ‑richtsnoeren in
acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algemene economische governance van de
Europese Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige
nationale besluiten. Haar aanbevelingen in het kader van het Europees semester
worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven. (16) In het licht van deze
beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma van Litouwen onderzocht.
Zijn advies[7]
daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven, BEVEELT AAN dat Litouwen in de periode 2013-2014
actie onderneemt om: 1. op groeivriendelijke wijze
een begrotingsconsolidatie door te voeren en de begrotingsstrategie volgens
plan uit te voeren, en een structurele aanpassingsinspanning te verrichten die
Litouwen in staat stelt zijn middellangetermijndoelstelling te behalen; voorrang
te geven aan groeibevorderende uitgaven; het begrotingskader te versterken, met
name door de invoering van afdwingbare en bindende maxima voor de uitgaven in
het begrotingskader voor de middellange termijn; het belastingstelsel te
herzien en te overwegen de belastingen te verhogen die het minst nadelig zijn
voor de groei, zoals periodieke onroerendgoedbelastingen en milieubelastingen,
en een autobelasting in te voeren, en er daarbij beter op toe te zien dat de
belastingen betaald worden; 2. wetgeving betreffende een
brede hervorming van het pensioenstelsel aan te nemen en uit te voeren; de
wettelijke pensioenleeftijd aan te passen aan de levensverwachting, de
mogelijkheden voor vervroegde uittreding te verminderen, duidelijke regels voor
de indexering van pensioenen vast te stellen, het gebruik van aanvullende
spaarregelingen te stimuleren en daarbij toe te zien op de uitvoering van de
lopende hervormingen; de pensioenhervorming te ondersteunen met maatregelen om
de inzetbaarheid van oudere werknemers te bevorderen; 3. de hoge werkloosheid aan te
pakken, met name onder laaggeschoolden en langdurig werklozen, door de middelen
meer toe te spitsen op een actief arbeidsmarktbeleid en de dekking en de
efficiëntie van dat beleid te vergroten; de inzetbaarheid van jongeren te
verbeteren, bijvoorbeeld door middel van een jeugdgarantieregeling, de
uitvoering en effectiviteit van leercontracten te vergroten en aanhoudende
discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden aan te pakken; in
overleg met de sociale partners te bezien of de arbeidswetgeving passend is op
het punt van flexibele contracten, ontslagbepalingen en flexibele
arbeidstijdregelingen; 4. concrete gerichte maatregelen
uit te voeren om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden; de koppeling
tussen de hervorming van de sociale bijstand in geld en de
activeringsmaatregelen te versterken; 5. de hervorming van de
staatsbedrijven te voltooien en met name te zorgen voor een scheiding van
toezichts- en bestuursfuncties en nauwgezet toe te zien op de vervulling van de
vereisten van de hervorming; 6. meer maatregelen treffen om
de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, onder meer door de opheffing
van negatieve prikkels en een snelle tenuitvoerlegging van het holdingfonds; de
concurrentie ten aanzien van de energienetten te stimuleren door de
interconnectiviteit met de gas- en elektriciteitsnetten van andere lidstaten te
verbeteren. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. [2] COM(2013) 365 final. [3] P7_TA(2013)0052 en P7_TA(2013)0053. [4] Besluit 2013/208/EU van 22 april 2013. [5] COM(2012)
750 final. [6] COM(2012)
751 final. [7] Uit
hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad.