MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Gezondere dieren en planten en een veiligere voedselketen Een gemoderniseerd rechtskader voor een meer concurrerende EU /* COM/2013/0264 final */
INHOUDSOPGAVE 1........... De huidige context.......................................................................................................... 4 1.1........ Diergezondheid............................................................................................................... 4 1.2........ Plantgezondheid.............................................................................................................. 4 1.3........ Teeltmateriaal................................................................................................................. 5 1.4........ Officiële controles........................................................................................................... 5 1.5........ Uitgavenbeheer............................................................................................................... 6 2........... De noodzaak om het rechtskader van
de EU voor dieren, planten en de voedselketen te moderniseren 6 2.1........ Diergezondheid............................................................................................................... 6 2.2........ Plantgezondheid.............................................................................................................. 7 2.3........ Teeltmateriaal................................................................................................................. 8 2.4........ Officiële controles........................................................................................................... 8 2.5........ Uitgavenbeheer............................................................................................................... 9 3........... het "herzieningspakket"................................................................................................... 9 4........... De inhoud van het
"herzieningspakket"........................................................................... 10 4.1........ De diergezondheidsverordening..................................................................................... 10 4.1.1..... Voornaamste veranderingen.......................................................................................... 10 4.2........ De plantgezondheidsverordening................................................................................... 11 4.2.1..... Voornaamste veranderingen.......................................................................................... 12 4.3........ De teeltmateriaalverordening......................................................................................... 13 4.3.1..... Voornaamste veranderingen.......................................................................................... 13 4.4........ De verordening betreffende officiële
controles................................................................ 15 4.4.1..... Voornaamste veranderingen.......................................................................................... 15 4.5........ Uitgavenbeheer............................................................................................................. 17 5........... Conclusie..................................................................................................................... 18 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
EN HET EUROPEES PARLEMENT Gezondere dieren en planten en een veiligere
voedselketen
Een gemoderniseerd rechtskader voor een meer concurrerende EU Inleiding Het waarborgen van een hoog gezondheidsniveau
voor mensen, dieren en planten is een van de in het Verdrag verankerde
doelstellingen van de EU. De EU heeft in de loop der jaren een omvangrijke
wetgeving ontwikkeld om risico 's voor de gezondheid van dieren en planten en
voor de veiligheid van de voedselketen op EU- en nationaal niveau te voorkomen
en te beheren. De wetgeving op deze beleidsgebieden wordt gehandhaafd door
middel van een gemeenschappelijke reeks voorschriften met betrekking tot de
door de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van de EU uit te voeren officiële
controles. Het rechtskader dat de EU tot dusver heeft
ontwikkeld, is over het algemeen doeltreffend gebleken om risico's te voorkomen
en te bestrijden. De moderne geglobaliseerde markt stelt de EU echter steeds
vaker bloot aan nieuwe risico 's en maakt innovatie en een verbetering van het
concurrentievermogen noodzakelijk. In het licht van deze vaststelling en de
ervaringen met de EU-wetgeving is het zaak de beschikbare instrumenten te
vereenvoudigen en aan te scherpen en de aanpak verder op de verschillende
gebieden te integreren. De Commissie heeft het huidige rechtskader
voor diergezondheid, plantgezondheid, teeltmateriaal en officiële controles
daarom herzien om vooral de doeltreffendheid, de samenhang en de juridische
duidelijkheid ervan te verbeteren. Doel is de productiviteit, het vlotte
functioneren en de toegankelijkheid van de interne markt te bevorderen en het
concurrentievermogen van de EU wereldwijd te versterken. De herziening draagt
zo uiteindelijk ook bij aan slimme, duurzame en inclusieve groei in
overeenstemming met de doelstellingen van EU 2020. In deze mededeling worden de vier resulterende
wetsvoorstellen op de vier betreffende gebieden (diergezondheid,
plantgezondheid, teeltmateriaal en officiële controles) voorgesteld (het
"herzieningspakket"). Verder worden de context, de grondgedachte
achter het pakket en de belangrijkste verbeteringen toegelicht. Het herzieningspakket omvat ook een vijfde voorstel
tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor EU-financiering van
maatregelen om een hoog gezondheidsniveau voor mensen, dieren en planten
doorheen de hele voedselketen en op aanverwante gebieden te waarborgen en het
bedrijfsleven tegelijkertijd de mogelijkheid te geven in een omgeving te werken
die het concurrentievermogen en de werkgelegenheid bevordert. De productie en de consumptie van levensmiddelen spelen in elke
samenleving een centrale rol en hebben niet alleen economische en sociale effecten
maar vaak ook gevolgen voor het milieu. De agrovoedingsindustrie is de op een
na grootste industriële sector in de EU. De totale output van de voedselketen
bedraagt ongeveer 750 miljard euro per jaar. De sector telt ruim
48 miljoen werknemers, vanaf de primaire productie tot de detailhandel en
de catering. Er zijn ongeveer 14 miljoen primaire landbouwproducenten en
25 miljoen levensmiddelenbedrijven doorheen de hele voedselketen in de EU
actief. 1. De huidige context Om een hoog gezondheidsniveau voor mensen, dieren
en planten te waarborgen en tegelijkertijd het efficiënt functioneren van de
interne markt te bevorderen voorziet de EU-wetgeving in een reeks
geharmoniseerde regels om gezondheidsrisico's voor de volksgezondheid die zich
kunnen voordoen in de voedselketen en op twee daarmee nauw samenhangende
gebieden (namelijk de gezondheid van dieren en planten), te voorkomen, te
elimineren of te verminderen. Over het algemeen beogen de EU-voorschriften de
eigenlijke gezondheidsrisico's aan te pakken – d.w.z. de risico' s voor de
gezondheid van mensen, dieren en planten als gevolg van microbiële en chemische
besmetting, ziekten en plaagorganismen – maar ze kunnen ook maatregelen
omvatten om de productiviteit en de diversiteit bij de productie van planten (met
het oog op de voedselzekerheid) te waarborgen en specifieke productiemethoden
(bijvoorbeeld ter bescherming van het dierenwelzijn en geografische
aanduidingen) te reglementeren. 1.1. Diergezondheid De diergezondheid is een zaak die iedereen
aanbelangt. Momenteel neemt de EU vooral maatregelen om overdraagbare ziekten
die ernstige gevolgen voor de gezondheid en de economie kunnen hebben, te
voorkomen en te beheersen. Het effect van de uitbraak van een dierziekte kan
aanzienlijk variëren, maar meestal vormt een ziekte een direct risico 's voor
de diergezondheid en vaak ook voor de volksgezondheid (deels door
levensmiddelen van dierlijke oorsprong). Er kunnen zich echter ook indirecte
negatieve effecten voordoen (eventueel van economische of sociale aard) zoals
veranderingen van consumptiepatronen, kosten voor veehouders en aanverwante
bedrijfstakken om de ziekte te bestrijden, kosten als gevolg van de verstoring
van bedrijfsactiviteiten en kosten voor de overheid om de ziekte uit te roeien
en te monitoren. Vaak hebben uitbraken van ziekten ook ernstige gevolgen voor
de internationale handel in dieren en dierlijke producten. In de EU is de landbouwsector de grootste gebruiker
van dieren met minstens twee miljard vogels (kippen, legkippen, kalkoenen,
enz.) en 334 miljoen zoogdieren (varkens, schapen, geiten, runderen,
pelsdieren, enz.). Er zijn 13,7 miljoen dierenbedrijven in de EU. De
waarde van de output van veehouderijen in de EU bedraagt 156 miljard euro
per jaar. 1.2. Plantgezondheid De plantgezondheid is van groot belang voor een
duurzame en concurrerende land-, tuin- en bosbouw. Een groot deel van onze
levensmiddelen en van het voeder voor voedselproducerende dieren is afkomstig
van planten. De fytosanitaire voorschriften willen op de allereerste plaats de
levende producten (d.w.z. bomen, struiken en planten) van de Europese land-,
tuin- en bosbouw, openbare en particuliere groene ruimten (bijvoorbeeld bomen
langs straten, planten in openbare en particuliere tuinen) en het milieu
beschermen door de binnenkomst en de verspreiding van niet-inheemse
plaagorganismen te voorkomen. De fytosanitaire voorschriften waarborgen een
veilige handel door Europese invoereisen en voorwaarden voor het verkeer van
planten en plantproducten in de EU op te leggen. Bepaalde plaagorganismen
moeten worden uitgeroeid of, indien dat niet mogelijk is, moeten de uitbraken
worden ingedijkt ter bescherming van de rest van het EU-grondgebied. Een tweede
doelstelling bestaat erin te waarborgen dat bij het begin van de
plantproductieketen gezond plantaardig materiaal wordt gebruikt. Daartoe is het
zaak de verspreiding van plaagorganismen in zaai- en plantgoed te voorkomen. De waarde van in de EU verbouwde gewassen bedraagt
205 miljard euro per jaar. Zonder fytosanitaire voorschriften zouden de
land-, tuin- en bosbouw in de EU ernstige economische schade lijden. Een reeks
internationaal gereglementeerde plaagorganismen bedreigt de aanbouw van
gewassen zoals tarwe (waarde van de EU-uitvoer: 9 miljard euro),
aardappelen (waarde van de EU‑productie: 9 miljard euro) en tomaten
(waarde van de productie: 9 à 12 miljard euro). 1.3. Teeltmateriaal Teeltmateriaal vormt de hoeksteen van de land-,
tuin- en bosbouwproductie. Het is de eerste schakel in de voedselketen en het
beïnvloedt de diversiteit, de gezondheid en de kwaliteit van planten en
levensmiddelen. Teeltmateriaal wordt gecontroleerd om de identiteit, de
gezondheid en de kwaliteit ervan ten behoeve van de gebruikers (bijvoorbeeld
land-, tuin- en bosbouwers) te waarborgen. De EU-wetgeving inzake
teeltmateriaal beoogt de productiviteit van de land-, tuin- en bosbouw te
verhogen, de vlotte werking van de EU-markt voor deze producten te waarborgen
en het concurrentievermogen van de sector op wereldvlak te versterken. De Europese markt voor commercieel zaaigoed heeft
een waarde van ongeveer 6,8 miljard euro, d.w.z. ruim 20 % van de
totale wereldwijde verkoop van commercieel zaaigoed. De EU is een
netto-exporteur van zaaigoed. De EU-sector is ook uitermate concurrerend op
wereldvlak: het is de grootste exporteur van zaaigoed met een exportwaarde van
naar schatting 4,4 miljard euro, goed voor ongeveer 60 % van de
waarde van de totale wereldwijde uitvoer van zaaigoed (7,7 miljard euro). 1.4. Officiële
controles Een hoog gezondheidsniveau doorheen de hele voedselketen
is afhankelijk van een consistente, doeltreffende en tijdige handhaving van de
EU-normen door de lidstaten. Met het oog op een hoger gezondheidsniveau voor
mensen, dieren en planten en de bevordering en de vlotte werking van de interne
markt moet in de hele EU gezorgd worden voor een correcte toepassing van de
voorschriften inzake de voedselketen, de diergezondheid, het dierenwelzijn, de
plantgezondheid, teeltmateriaal en gewasbeschermingsmiddelen. De bevoegde
autoriteiten van de lidstaten moeten daartoe over een duidelijke, betrouwbare
en samenhangende juridische omgeving kunnen beschikken waarin doeltreffend en
efficiënt van handhavingsinstrumenten – en vooral van officiële controles – kan
worden gebruikgemaakt. Ze hebben ook adequate middelen nodig om de continuïteit
en de samenhang van hun werkzaamheden te waarborgen op basis van behoeften die
aan handhavingsdoelstellingen zijn gekoppeld. Meer dan 100 000 voltijdse personeelsleden
voeren officiële controles in de EU uit (inspecties en andere activiteiten in
verband met controles). Enkele cijfers. Jaarlijks worden gemiddeld ongeveer
70 000 monsters op de aanwezigheid van residuen van pesticiden
gecontroleerd in ruim 270 erkende laboratoria. Alleen al in 2010 werden
736 806 monsters genomen om de aanwezigheid van veterinaire residuen te
controleren. Alleen al in de strijd tegen aviaire influenza werden in 2011
ongeveer 320 000 monsters van als huisdier gehouden pluimvee en wilde
vogels geanalyseerd. Een efficiënt Europees systeem van officiële controles
is van het grootste belang voor de in- en uitvoer. De mogelijkheden van de EU
om producten naar derde landen te exporteren zijn afhankelijk van de
toegevoegde waarde van die producten in vergelijking met producten van
concurrenten buiten de EU. Het is daarom van essentieel belang doeltreffende
officiële controles uit te voeren die consistent de handhaving van hoge
veiligheids- en kwaliteitsnormen waarborgen en aan de verwachtingen van de
handelspartners voldoen. Omgekeerd is de EU de grootste importeur van levende
dieren, levensmiddelen en diervoeders ter wereld. De controles die door de
bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden uitgevoerd op ingevoerde
producten uit derde landen, waarborgen dat deze producten voldoen aan de
EU-normen of aan normen die een gelijkwaardige bescherming bieden. In 2010 werden levensmiddelen en dranken in de EU
in- en uitgevoerd ter waarde van respectievelijk 78 en 73 miljard euro.
In 2010 importeerde de EU 79,3 miljoen ton levensmiddelen en levende
dieren en 3,4 miljoen ton dranken (met een handelstekort van
14 miljoen ton voor levensmiddelen en levende dieren en een
handelsoverschot van 6 miljoen ton voor dranken). 1.5. Uitgavenbeheer De huidige rechtsgrondslag voor EU-financiering
wordt gevormd door: Besluit 2009/470/EG van de Raad voor veterinaire
uitroeiingsprogramma's en veterinaire noodmaatregelen; Richtlijn 2000/29/EG van
de Raad voor fytosanitaire maatregelen; en Verordening (EG) nr. 882/2004
van het Europees Parlement en de Raad voor de financiering van maatregelen met
betrekking tot de referentielaboratoria van de EU, "Betere opleiding voor
veiliger voedsel" (BOVV) en andere maatregelen ter uitvoering van de
voorschriften inzake officiële controles. In 2011 werd 314,6 miljoen euro
hoofdzakelijk toegewezen aan programma 's voor de uitroeiing van dierziekten. 9 %
van het totaalbedrag werd besteed aan laboratoria, BOVV en andere maatregelen.
7 % werd toegewezen aan fytosanitaire operationele maatregelen en 3 %
werd toegewezen aan het noodfonds voor veterinaire en andere ziekten. 2. De noodzaak om het
rechtskader van de EU voor dieren, planten en de voedselketen te moderniseren 2.1. Diergezondheid Het huidige wetgevingskader van de EU voor
diergezondheid bestaat uit ongeveer 50 basisrichtlijnen en verordeningen,
waarvan sommige zijn vastgesteld in het begin van de jaren zestig. Sindsdien is
er een corpus van meer dan 400 veterinaire wetteksten ontwikkeld, waarvan de
meeste dateren uit de periode 1988-1995 toen de Gemeenschap slechts twaalf
lidstaten telde. Intussen hebben zich nieuwe uitdagingen voorgedaan: er hebben
zich ziekten ontwikkeld die tien jaar geleden nog onbekend waren, terwijl
andere ziekten (bijvoorbeeld mond-en-klauwzeer, blauwtong en aviaire influenza)
onlangs opnieuw de kop hebben opgestoken en ons eraan herinneren dat ze een
ernstig risico vormen. Ook de handelsomstandigheden zijn drastisch veranderd:
de omvang van de handel in dierlijke producten is zowel binnen de EU als
wereldwijd aanzienlijk toegenomen. In 2004 heeft de Commissie een onafhankelijke
evaluatie uitgevoerd van de resultaten van de Community Animal Health Policy
(CAHP) tijdens de afgelopen tien jaar. Hoewel deze evaluatie en de latere
raadplegingen tot de slotsom kwamen dat het huidige systeem alles bij elkaar
genomen naar behoren functioneert, bleek ook dat de bestaande voorschriften
moeten worden herzien om de volgende kwesties aan te pakken: –
de complexiteit van het beleidskader; –
het gebrek aan een algemene strategie voor
diergezondheid; –
onvoldoende aandacht voor ziektepreventie; –
de mogelijkheid om de handel in levende dieren
binnen de EU te verbeteren. 2.2. Plantgezondheid Sinds de invoering ervan in 1977 hebben de
fytosanitaire voorschriften de EU beschermt tegen het binnenbrengen en de
verspreiding van vele plaagorganismen. Momenteel vormt Richtlijn 2000/29/EG van
de Raad het voornaamste instrument op dit gebied. Als gevolg van de
globalisering van de handel en de klimaatverandering wordt de EU echter
geconfronteerd met een hoger risico op de insleep van nieuwe plaagorganismen.
Bovendien krijgen deze plaagorganismen meer mogelijkheden om zich te vestigen
en te verspreiden en zijn landbouw- en natuurlijke ecosystemen in verhoogde
mate kwetsbaar. Uit een evaluatie van de fytosanitaire
voorschriften in 2010 is gebleken dat de huidige regels moeten worden aangepast
om nieuwe risico 's doeltreffend aan te pakken. De afgelopen tien jaar hebben
grote uitbraken van voor de bosbouw gevaarlijke ingesleepte plaagorganismen
(bijvoorbeeld het dennenaaltje, de Oost-Aziatische boktor en de rode palmkever)
de beleidsmakers en het publiek beter bewust gemaakt van de kosten en de
gevolgen van een ontoereikende bescherming. De belangrijkste bij de evaluatie
in 2010 vastgestelde problemen houden verband met: –
onvoldoende aandacht voor preventiemaatregelen bij
risicovolle invoer; –
de noodzaak om aandacht te schenken aan
plaagorganismen die zich over lidstaten verspreiden en bijgevolg een prioriteit
voor de EU zijn; –
de behoefte aan efficiëntere instrumenten om de
aanwezigheid en de natuurlijke verspreiding van plaagorganismen te bestrijden; –
de noodzaak om bestaande instrumenten voor het
verkeer binnen de EU (d.w.z. plantenpaspoorten en beschermde gebieden) te
moderniseren. 2.3. Teeltmateriaal Sinds de jaren zestig is een EU-rechtskader voor
teeltmateriaal ontwikkeld. Het omvat 12 basisrichtlijnen van de Raad en
bijna 90 secundaire rechtsbesluiten over onder meer de catalogisering van
rassen met het oog op het verkrijgen van een handelsvergunning en specifieke
handelsvoorschriften voor verschillende soorten. Hoewel de EU-wetgeving de oorspronkelijke
doelstellingen heeft verwezenlijkt (namelijk het vrij verhandelen en de
veiligheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal waarborgen), vereisen de
volgende kwesties verdere aandacht: –
de complexiteit en de versnippering van de huidige
wetgeving; –
de aanzienlijke administratieve lasten voor de
instanties, aangezien de meeste taken met betrekking tot de registratie en
certificering door officiële instanties moeten worden uitgevoerd; –
het gebrek aan samenhang met andere beleidsmaatregelen
van de EU (bijvoorbeeld duurzame land- en bosbouw, bescherming van de
biodiversiteit, klimaatverandering, de bio-economie); –
het gebrek aan een consistente aanpak om de kosten
voor de registratie van rassen en de certificering van teeltmateriaal terug te
vorderen. 2.4. Officiële
controles De officiële controles vallen onder Verordening
(EG) nr. 882/2004. Informatie over de uitvoering van de verordening is
hoofdzakelijk verzameld via audits ter plekke door deskundigen van de Europese
Commissie, maar ook op basis van de feedback van lidstaten en stakeholders over
de dagelijkse uitvoering van de verordening. Uit de verzamelde informatie
blijkt dat de voornaamste wijzigingen waartoe de verordening uit 2004 heeft
geleid bij de wijze waarop de bevoegde instanties officiële controles doorheen
de voedselketen organiseren en uitvoeren, de basis hebben gelegd voor een meer
geïntegreerde en horizontale – en dus efficiëntere –handhaving. Tegelijkertijd
blijkt uit de informatie dat zich een aantal problemen voordoen waarvoor een
oplossing moet worden gevonden: –
vereenvoudiging van het algemene rechtskader, dat
lijdt onder versnippering, overlappingen en lacunes, en daardoor aanleiding
geeft tot verschillen in interpretatie en uitvoering op nationaal niveau; –
een consequenter gebruik van "op risicoanalyse
gebaseerde controles"; –
een meer systematisch en consequent gebruik van
instrumenten voor administratieve samenwerking en van geautomatiseerde
informatiesystemen; –
de intrekking van onnodige administratieve
voorschriften. Met betrekking tot de financiering van de
officiële controles en de noodzaak voor een regelmatige en consequente
financiering van het werk van de bevoegde instanties te zorgen, blijkt uit de
informatie dat de duurzaamheid van de officiële controles op lange termijn
onzeker is. Uit een externe studie uit 2011 blijkt dat de bepalingen van de
verordening inzake de financiering van officiële controles op basis van
vergoedingen niet volstaan om adequate middelen voor het uitvoeren van
officiële controles te waarborgen. Er zijn ook aanwijzigingen dat de huidige
voorschriften niet borg staan voor een faire en consistente aanpak in alle
sectoren: niet in alle sectoren moet een vergoeding worden betaald en de
vergoedingen worden niet in alle lidstaten op een uniforme en transparante
manier berekend of op een manier die exploitanten die de voorschriften naleven,
beloont. 2.5. Uitgavenbeheer Het huidige rechtskader moet overeenkomstig de op
de verschillende beleidsgebieden voorgestelde veranderingen worden aangepast om
ervoor te zorgen dat de doelstellingen worden verwezenlijkt. Bovendien is het
uitgavenbeheer momenteel complex en moet het aan het meerjarig financieel kader
worden aangepast. Een nieuwe rechtsgrondslag is daarom noodzakelijk. 3. het
"herzieningspakket" Om het huidige rechtskader te versterken, te
moderniseren en te stroomlijnen met het oog op een hoog niveau van bescherming
van de gezondheid van mens, dier en plant dient de Commissie een pakket van
vijf voorstellen in ter herziening van de EU-regelgeving: –
betreffende de voorschriften inzake diergezondheid
(de diergezondheidsverordening); –
betreffende beschermende maatregelen tegen
plaagorganismen bij planten (de plantgezondheidsverordening); –
betreffende de productie en het op de markt
aanbieden van teeltmateriaal (de teeltmateriaalverordening); –
betreffende officiële controles en andere officiële
activiteiten die worden uitgevoerd om de naleving van alle voorschriften
(inclusief de bovenstaande) inzake de voedselketen te waarborgen (de
verordening inzake officiële controles); en –
betreffende het uitgavenbeheer van de EU op de
belangrijkste gebieden van de voedselketen. De vijf wetgevingsvoorstellen van het pakket
moeten worden ingediend bij het Europees Parlement en de Raad om volgens de
gewone wetgevingsprocedure (artikel 289, lid 1, en artikel 294
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) te worden
vastgesteld. Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de
Regio’s zullen om een advies worden gevraagd. 4. De inhoud van het
"herzieningspakket" 4.1. De
diergezondheidsverordening De EU-strategie voor diergezondheid 2007-2013 is
in 2007 goedgekeurd[1].
Het beginsel "voorkomen is beter dan genezen" neemt een centrale
plaats in de strategie in. De strategie beoogt een hoog niveau van
volksgezondheid en voedselveiligheid te waarborgen; de landbouw en de
plattelandseconomie te ondersteunen; de economische groei, de cohesie en het
concurrentievermogen te verbeteren; en landbouwmethoden en maatregelen voor
meer dierenwelzijn te bevorderen waarvan de milieueffecten minimaal zijn. Later
werd in het actieplan voor de uitvoering van de strategie[2] verwezen
naar de ontwikkeling van een EU-verordening inzake diergezondheid ("de
diergezondheidsverordening") als een van de belangrijkste doelstellingen
van de strategie voor een modern en innoverend rechtskader ter ondersteuning
van de bovenvermelde doelstellingen. Het voorstel van de Commissie voor een
diergezondheidswet is het resultaat van uitgebreid overleg met de
belanghebbende partijen. 4.1.1. Voornaamste
veranderingen Het streven naar vereenvoudiging, modernisering
en meer samenhang van de EU-wetgeving inzake diergezondheid is een van
de belangrijkste redenen geweest om de wetgeving te herzien. Daarom stelt de diergezondheidsverordening de fundamenten
vast voor een ruim en allesomvattend wetgevingskader voor het
diergezondheidsbeleid van de EU. De wet beschrijft duidelijk de overkoepelende
beginselen en doelstellingen die nodig zijn om dierziekten verder terug te
dringen zonder het economisch concurrentievermogen van de EU aan te tasten.
Gedetailleerde bepalingen – zoals specifieke ziektebestrijdingsmaatregelen;
identificatie- en registratievoorschriften voor bepaalde soorten; en specifieke
maatregelen voor het verkeer van bepaalde soorten binnen de EU – moeten worden
behandeld door middel van gedelegeerde of uitvoeringshandelingen. Door met
behulp van deze handelingen specifiekere voorschriften of vereisten te
introduceren kan de nodige flexibiliteit en snelheid worden gewaarborgd om op
snel veranderende omstandigheden en veterinaire noodsituaties te reageren. Door de ziektesurveillance, de melding van
ziekten en de rapportagenetwerken te verbeteren is het mogelijk
ziekten (inclusief nieuwe ziekten in verband met bijvoorbeeld de
klimaatverandering) sneller op te sporen en te bestrijden en de convergentie
met internationale normen beter te waarborgen. Vereenvoudiging en verduidelijking Dankzij een eenvoudiger wetgevingskader
kunnen overheden en exploitanten de wetgeving beter begrijpen en toepassen en
consistenter en doelgerichter optreden. Bovendien kunnen algemene beginselen
worden vastgesteld die moeten worden nageleefd om de preventie en bestrijding
van ziekten te bevorderen. De administratieve lasten voor overheden en
exploitanten kunnen zo worden verminderd doordat minder tijd nodig is om
zich met de wetgeving vertrouwd te maken en bepaalde administratieve
voorschriften kunnen worden vereenvoudigd en coherenter gemaakt (met inbegrip
van een meer coherent en consistent rechtskader voor vaccinaties). De nieuwe diergezondheidsverordening zal de
verantwoordelijkheden inzake diergezondheid van exploitanten, dierenartsen
en andere betrokken partijen verduidelijken, gedeeltelijk door voor het
eerst een basiskennis ter zake te vereisen. De invoering van nieuwe technologieën De diergezondheidsverordening biedt meer ruimte
voor het gebruik van nieuwe technologieën met betrekking tot de
diergezondheid (monitoring van ziekteverwekkers, elektronische identificatie en
registratie van dieren en elektronische certificaten). Dankzij het gebruik van
nieuwe technologieën en systemen zullen de administratieve lasten voor
veterinaire autoriteiten en exploitanten bij hun dagelijkse werkzaamheden
verminderen. Meer flexibiliteit dankzij het gebruik van een
op risico's gebaseerde aanpak Er zullen criteria worden ingevoerd om dierziekten
systematisch, wetenschappelijk en op feiten gebaseerd te categoriseren.
De EU kan zo beter prioriteiten voor het gebruik van de middelen vaststellen
door minder prioriteit te verlenen aan minder gevaarlijke ziekten. Er zal op grotere schaal "compartimentering"
worden toegestaan (waarbij sommige boerderijen veilig worden geacht zelfs bij
ziekte-uitbraken), waardoor bij de bestrijding van dierziekten van een meer op
risico 's gebaseerde aanpak kan worden gebruikgemaakt en de handelsbeperkingen
potentieel kunnen worden verminderd. 4.2. De
plantgezondheidsverordening Het voorstel van de Commissie voor een verordening
betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten
("de plantgezondheidsverordening") komt tegemoet aan het verzoek van
de Raad van 21 november 2008 om een evaluatie van de EU-voorschriften
inzake plantgezondheid en – gezien de noodzaak het bestaande rechtskader te
wijzigen – van het effect van die wijzigingen. De stakeholders en de
autoriteiten van de lidstaten zijn tijdens het herzieningsproces uitgebreid
geraadpleegd. Tegen deze achtergrond beoogt de voorgestelde
verordening de tijdens de evaluatie van de fytosanitaire voorschriften in 2010
vastgestelde tekortkomingen te verhelpen en een solide, transparant en duurzaam
regelgevingskader vast te stellen dat "fit for purpose" is. Synergieën met de regelgeving inzake teeltmateriaal
worden versterkt en er wordt komaf gemaakt met vermijdbare overlappingen en
onnodige lasten. De officiële controles die
door de bevoegde instanties van de lidstaten worden uitgevoerd om na te gaan of
de exploitanten de fytosanitaire voorschriften naleven, vallen onder het
voorstel voor een verordening betreffende officiële controles. 4.2.1. Voornaamste
veranderingen Werkingssfeer De werkingssfeer van de voorgestelde verordening
is geografisch beperkt tot het grondgebied van de lidstaten in Europa.
Overzeese landen en gebieden en ultraperifere gebieden waar de plaagorganismen
waartegen de EU beschermd moet worden, inheems zijn, vallen bijgevolg niet
onder de verordening. Alle organismen die rechtstreeks schadelijk zijn
voor planten – d.w.z. insecten, mijten, nematoden, pathogene micro-organismen
en parasitaire planten (die nu plaagorganismen worden genoemd) – vallen onder
de voorgestelde verordening. De verordening bestrijkt zowel quarantaineorganismen
als kwaliteitsorganismen, die momenteel onder de richtlijnen inzake het
in de handel brengen van zaaizaad en teeltmateriaal vallen. De criteria die
worden gehanteerd om te bepalen of plaagorganismen tot de quarantaineorganismen
of de kwaliteitsorganismen moeten worden gerekend, zijn opgenomen in de
bijlagen bij de verordening. In de bijlagen zijn ook beginselen en maatregelen
opgenomen voor het beheer van fytosanitaire risico 's. De uitvoer van planten, plantaardige
producten en ander materiaal naar derde landen valt eveneens onder de
voorgestelde verordening. Voor de uitvoer gelden hetzij de relevante
EU-voorschriften, hetzij – als de voorschriften van een derde land zulks
toelaten of dat land ermee instemt – de voorschriften van dat derde land. Het
voorstel voorziet ook in de invoering van een pre-exportcertificaat
wanneer plantaardig materiaal wordt uitgevoerd uit een lidstaat die niet de
lidstaat van oorsprong is. Het pre-exportcertificaat moet in de plaats komen
van het informele document dat momenteel wordt gebruikt. Betere preventie bij invoer en versterkte
vroegtijdige maatregelen tegen uitbraken De preventie wordt verbeterd door de Commissie in
staat te stellen op basis van een voorafgaande risicobeoordeling
voorzorgsmaatregelen te nemen met betrekking tot nieuw, risicovol en uit
derde landen ingevoerd plantaardig materiaal gedurende een periode van vier
jaar. Deze periode wordt nodig geacht om een volledige risicobeoordeling uit te
voeren en over de adequaatheid van permanente maatregelen te beslissen. De
voorgestelde verordening bepaalt dat passagiers die inspectieplichtige
planten in hun bagage in de EU binnenbrengen, de relevante voorschriften en
verboden nu volledig moeten naleven. De voorgestelde verordening verplicht de lidstaten
bovendien op hun grondgebied toezicht uit te oefenen op de
aanwezigheid van plaagorganismen in gebieden waar ze tot dusver niet
voorkwamen. Als plaagorganismen worden aangetroffen, worden de lidstaten
verwacht uitroeiingsmaatregelen te nemen (onder meer de afbakening van een
verboden zone bestaande uit een besmette zone omgeven door een bufferzone).
Bovendien zijn bijzondere paraatheid en een verhoogd toezicht vereist voor
quarantaineorganismen die als prioritaire quarantaineorganismen zijn
geïdentificeerd. De verplichtingen inzake toezicht en uitroeiing gelden niet
voor kwaliteitsorganismen. De voorgestelde verordening geeft de Commissie de
bevoegdheid uitvoeringshandelingen vast te stellen om quarantaineorganismen die
niet op het EU-grondgebied kunnen worden uitgeroeid, in te dammen (te
bestrijden). Versterking en modernisering van de bepalingen
inzake de interne markt Wanneer plantaardig materiaal binnen de EU moet
worden verplaatst, voorziet de voorgestelde verordening in het verplichte
gebruik van een plantenpaspoort dat officieel bevestigt dat de wetgeving
betreffende quarantaine- en kwaliteitsorganismen is nageleefd. Het paspoort,
dat in het kader van het voorstel van de Commissie wordt vereenvoudigd en
gestandaardiseerd, moet worden afgegeven door de exploitanten onder het
toezicht van de bevoegde instanties. De exploitanten moeten de informatie
die nodig is om geïnfecteerde zendingen te traceren, opslaan maar het paspoort
kan gegevensdragers (streepjescodes, enz.) bevatten in plaats van het
partijnummer. Wanneer uit hoofde van het EU-recht inzake teeltmateriaal zowel
een plantenpaspoort als een certificeringslabel voor plantaardig materiaal
vereist is, kunnen de twee labels nu worden gecombineerd tot één enkel
document, waardoor de administratieve lasten voor de exploitanten verminderd
worden. Plantenpaspoorten zijn vereist voor alle kweekgoed, maar niet
voor de verkoop aan niet-professionele eindgebruikers. 4.3. De
teeltmateriaalverordening In 2007 hebben de lidstaten de Raad verzocht om de
bestaande wetgeving betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal te
vereenvoudigen. Na een externe evaluatie[3] in 2007-2008 werd in 2009 een actieplan[4] goedgekeurd.
Het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het op de markt
aanbieden van teeltmateriaal ("de teeltmateriaalverordening") is
gebaseerd op uitgebreide raadplegingen van de lidstaten, de stakeholders en het
Communautair Bureau voor plantenrassen (Community Plant Variety Office, CPVO). 4.3.1. Voornaamste
veranderingen De herziening is vooral ingegeven door het streven
naar vereenvoudiging, modernisering, kostenverlaging, meer efficiëntie
en flexibiliteit voor de exploitanten, een adequate mate van
harmonisering binnen de EU en horizontale coördinatie met andere
beleidsdoelstellingen van de EU (vooral milieudoelstellingen). Vereenvoudiging en modernisering Om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn de twaalf
bestaande richtlijnen met betrekking tot specifieke soorten
teeltmateriaal (bijvoorbeeld landbouwgewassen, fruitgewassen, siergewassen,
groenten en bosbouwkundig teeltmateriaa) vervangen door één verordening.
Deze verordening introduceert geharmoniseerde basisregels voor alle
soorten teeltmateriaal (bijvoorbeeld om teeltmateriaal te beschermen tegen
schadelijke organismen en gebreken) maar handhaaft strengere regels voor
belangrijke planten die in heel de EU in de handel worden gebracht
(bijvoorbeeld in de lijst opgenomen plantensoorten waarvan de rassen moeten
worden onderworpen aan tests om de onderscheidbaarheid, de homogeniteit en de
bestendigheid te controleren) en voor certificeringen en inspecties die met het
oog op het in de handel brengen van teeltmateriaal worden uitgevoerd. Bovendien
is de werkingssfeer van de verordening uitgebreid tot uitvoer en leveranties
voor industriële processen. Flexibiliteit,
kostenverlaging en meer efficiëntie De totale administratieve lasten en kosten zijn aanzienlijk verminderd
door de exploitanten en de bevoegde instanties een grote mate van vrijheid
te geven bij de registratie en certificering en door het beginsel van
kostendekking in te voeren voor de registratie van rassen (en voor de
certificering via de verordening betreffende officiële controles).
Micro-ondernemingen worden echter vrijgesteld en de vergoedingen voor rassen
met een officieel erkende beschrijving en voor de registratie van heterogeen
materiaal zouden kunnen worden verlaagd in het belang van de instandhouding van
genetische hulpbronnen en de biodiversiteit. De nieuwe wetgeving zorgt voor meer flexibiliteit
bij de registratie van rassen doordat de exploitanten op verzoek de
meeste registratietaken voor nieuwe rassen zelf onder officieel toezicht kunnen
afhandelen. De huidige verplichting om de Commissie van rassen
in kennis te stellen en deze rassen in de gemeenschappelijke rassenlijsten op
te nemen voordat ze in de hele EU in de handel worden gebracht, zal worden
afgeschaft om het innovatieproces, d.w.z. de markttoegang voor nieuwe
plantenrassen, te versnellen. Het zal volstaan een plantenras in één
lidstaat te registreren. Het CPVO zal een grotere rol spelen bij de
registratie van rassen. Het CPVO zal in plaats van de Commissie de
EU-databank voor plantenrassen beheren en het zal mogelijk zijn een ras
rechtstreeks bij het CPVO te registreren. Om de kwaliteit van het
registratieproces te waarborgen zullen de nationale centra voor rassenonderzoek
worden geaudit door het CPVO. Het CPVO zal ook de testprotocollen voor nieuwe
rassen blijven harmoniseren. Bovendien kunnen nieuwe rassen dankzij het beginsel
"één sleutel voor verscheidene deuren" via één enkele procedure
voor het handelsverkeer worden geregistreerd en kwekersrechten krijgen. De certificering van partijen teeltmateriaal
vóór ze in de handel worden gebracht, zal ook worden versoepeld. De
mogelijkheid dat de exploitant onder het officieel toezicht van een bevoegde
nationale instantie voor certificering zorgt, zal worden uitgebreid tot alle in
de lijst opgenomen soorten en tot alle categorieën teeltmateriaal die in de
handel worden gebracht. Horizontale coördinatie met andere
beleidsdoelstellingen van de EU Ter bevordering van de biodiversiteit en de
instandhouding van plantaardige genetische hulpbronnen op boerderijen zijn de voorschriften
voor traditionele en instandhoudingsrassen en ander materiaal
(bijvoorbeeld heterogeen en nichemarktmateriaal) aanzienlijk versoepeld. Een
ras hoeft niet getest of gecertificeerd te worden. De markttoegang voor
dergelijk materiaal zal zo aanzienlijk vergemakkelijkt worden. Traditionele en
instandhoudingsrassen kunnen goedkoop op basis van historische gegevens worden
geregistreerd met behulp van een door de bevoegde instantie erkende
rassenbeschrijving. Bovendien zijn de voorschriften gewijzigd om
micro-ondernemingen de mogelijkheid te geven kleine hoeveelheden heterogeen
materiaal (bijvoorbeeld populaties) en nichemarktmateriaal in de handel te
brengen. De testprotocollen voor de agrarische
duurzaamheidscriteria (bijvoorbeeld voor resistentie tegen ziekten en
droogte) zullen bij de rassenregistratie voor het eerst worden geharmoniseerd
om de plantenteelt duurzamer te maken. De lidstaten kunnen
evenwel het testen van de waarde van nieuwe rassen voor cultivatie en gebruik
blijven beheren op basis van hun agro-ecologische omstandigheden. 4.4. De
verordening betreffende officiële controles Bij het voorstel tot wijziging van het in
Verordening (EG) nr. 882/2004 vastgestelde algemene kader voor officiële
controles is rekening gehouden met de resultaten van een aantal evaluaties van
de verschillende aspecten van dat kader. De herzieningsopties zijn uitgebreid besproken met
de lidstaten in het kader van de werkgroep inzake de algemene toepassing van
Verordening (EG) nr. 882/2004 en tijdens de voorbereidende fasen van twee
studies (in 2009 en 2011) over de toepassing van de voorschriften inzake de
financiering van officiële controles. De stakeholders werden geraadpleegd in
het kader van de Raadgevende Groep voor de voedselketen en de gezondheid van
dieren en planten. 4.4.1. Voornaamste
veranderingen Consolidatie van de geïntegreerde aanpak met
sectorspecifieke flexibiliteit Een belangrijke nieuwigheid is de verruiming van
de werkingssfeer van de voorschriften inzake officiële controles: de
werkingssfeer wordt verruimd tot relevante fytosanitaire controles en controles
van teeltmateriaal en dierlijke bijproducten, waarvoor tot dusver sectorale
bepalingen golden die niet volledig consistent waren met Verordening (EG) nr.
882/2004. De huidige gedetailleerde reeks voorschriften die van toepassing is
op officiële controles op residuen van diergeneesmiddelen, wordt ingetrokken
met het oog op een meer op risico 's gebaseerde, maar nog steeds
gezondheidsbeschermende regelgeving op basis van hetzelfde wetgevingskader. De herziening zal een aanzienlijk effect hebben op
het rechtskader inzake officiële controles op producten uit derde landen.
Voorzien wordt in een reeks gemeenschappelijke voorschriften voor alle
controles die aan de grenzen van de EU moeten worden uitgevoerd op dieren en
producten uit derde landen die om gezondheidsredenen bijzondere aandacht
vereisen. In dit verband zullen grenscontroleposten de huidige
grensinspectieposten (voor dieren en afgeleide producten) vervangen. Bovendien
voorziet de herziening in aangewezen punten van binnenkomst (voor diervoeders
en levensmiddelen van plantaardige oorsprong) en punten van binnenkomst (voor
planten en plantaardige producten). Voor controles bij de grenscontroleposten
zal een uniforme reeks voorschriften gelden en er zal een gemeenschappelijk
gezondheidsdocument van binnenkomst (Common Health Entry Document,CHED) worden
gebruikt voor de voorafgaande kennisgeving van de aankomst van zendingen en
voor het registreren van officiële controles en beslissingen (ter vervanging
van de standaarddocumenten die thans in elke sector worden gebruikt)[5]. Hoewel
documentencontroles voor alle inspectieplichtige goederen en voor dieren
systematisch zullen worden uitgevoerd, zullen dankzij gemeenschappelijke
criteria de overeenstemmingscontroles en de fysieke controles niet verder gaan
dan wat vereist is wegens het risico van verschillende categorieën producten. Er wordt voorzien in de mogelijkheid bijkomende
voorschriften voor specifieke sectoren vast te stellen door middel van gedelegeerde
handelingen en uitvoeringshandelingen. Meer doeltreffende handhavingsmechanismen Dankzij een aantal wijzigingen kunnen nationale handhavingsinstanties
de toolkit van Verordening (EG) nr. 882/2004 eenvoudiger en doeltreffender
gebruiken: –
elke lidstaat wordt voor elke onder het pakket
vallende sector verzocht één autoriteit aan te wijzen die verantwoordelijk is
voor de coördinatie van de voorbereiding en de samenhang van een meerjarig
controleplan en die als contactpunt voor de Commissie en andere lidstaten moet
fungeren in verband met officiële controles; –
er wordt voorzien in de elektronische behandeling
en verwerking van het CHED voor alle dieren en goederen die aan de grens
gecontroleerd moeten worden; –
hoewel bevestigd wordt dat alle officiële laboratoria
overeenkomstig ISO-norm 17025 geaccrediteerd moeten worden, wordt – zo nodig –
voorzien in overgangsmaatregelen en tijdelijke of permanente afwijkingen. Het voorstel beoogt ook de regels inzake
"administratieve bijstand" bruikbaarder te maken, d.w.z. de
mechanismen die nationale controle-instanties in staat stellen bij de
grensoverschrijdende handhaving van voorschriften samen te werken wanneer
schendingen van de EU-regels niet alleen moeten worden vervolgd in de lidstaat
waar de inbreuk is geconstateerd, maar ook in de lidstaat waar de inbreuk is
gepleegd. Dankzij een nieuw EU-wijd mechanisme voor de snelle uitwisseling van
informatie over ernstige en wijdverspreide inbreuken zullen de lidstaten
frauduleuze praktijken doeltreffender kunnen bestrijden. Financiering van
officiële controles Het is van essentieel belang voldoende middelen
voor officiële controles ter beschikking te stellen om te voorkomen dat het
EU-systeem van officiële controles doorheen de voedselketen ernstig verstoord
raakt en om ervoor te zorgen dat zo efficiënt mogelijk op gezondheidscrises
geanticipeerd en gereageerd kan worden. Het voorstel is gebaseerd op het bestaande systeem
van verplichte vergoedingen (kosten die momenteel alleen worden aangerekend aan
bepaalde exploitanten en/of voor bepaalde controles). Het voorstel versterkt
het beginsel op basis waarvan de bevoegde instanties van bedrijven een
vergoeding kunnen krijgen om de kosten te dekken van hun officiële
controletaken doorheen de voedselketen en op een aantal aanverwante gebieden
(bijvoorbeeld veterinaire en fytosanitaire controles en controles op
teeltmateriaal). Er worden een aantal verbeteringen van de huidige
voorschriften voorgesteld om een consistente en gestage stroom van middelen aan
de bevoegde instanties te waarborgen en de tekortkomingen van het huidige
systeem te verhelpen: –
verplichte vergoedingen worden aangerekend aan alle
geregistreerde levensmiddelen- en diervoederbedrijven en aan exploitanten die
in de sectoren planten en teeltmateriaal actief zijn, om de kosten van de
controles over de hele voedselketen te spreiden; –
dankzij de vergoedingen zullen de bevoegde
instanties hun kosten volledig kunnen terugvorderen, zodat hun inkomsten minder
afhankelijk van nationale begrotingsmaatregelen zijn en ze minder het risico
lopen onvoldoende middelen te krijgen als gevolg van de toewijzing van middelen
aan andere prioriteiten; –
door ervoor te zorgen dat de methoden voor de
berekening van de vergoedingen en de lijst van kosten volledig transparant zijn
en door van de lidstaten te eisen dat ze exploitanten die de voorschriften
consistent naleven, belonen (bijvoorbeeld door lagere vergoedingen aan te
rekenen), zal het systeem billijker en eerlijker functioneren; –
micro-ondernemingen worden in de regel vrijgesteld
van het betalen van vergoedingen. 4.5. Uitgavenbeheer De belangrijkste doelstelling van het voorstel van
de Commissie inzake uitgavenbeheer bestaat erin de voorgestelde wijzigingen op
de relevante beleidsterreinen te begeleiden, aansluiting bij het het meerjarig
financieel kader van de EU te vinden en het gebruik van reserves in de
landbouwsector onder bepaalde voorwaarden mogelijk te maken (bijvoorbeeld als
reactie op crises). Met betrekking tot de plantgezondheid zullen – ter
bescherming tegen het binnenbrengen en de verspreiding van plaagorganismen –
programma’s voor onderzoek naar de aanwezigheid van plaagorganismen worden
gefinancierd, evenals fytosanitaire steunmaatregelen voor de ultraperifere
regio 's van de lidstaten. Dankzij het nieuwe kader zullen ook initiatieven
gefinancierd kunnen worden om de wetgeving bij te werken in het licht van
technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen en ter waarborging van een
efficiënte en doeltreffende handhaving van de voorschriften. Vanaf de
inwerkingtreding van de plantgezondheidsverordening kan in het kader van
noodmaatregelen een beroep worden gedaan op medefinanciering door de Unie ter
vergoeding van de verliezen die telers hebben geleden als gevolg van de
vernietiging van plantaardig materiaal. 5. Conclusie Het voorgestelde wetgevingspakket is het resultaat
van een omvangrijke herziening van de meest relevante componenten van de
EU-wetgeving inzake de productie en het op de markt brengen van levensmiddelen,
de veiligheid van de voedsel- en voederketen en de gezondheid van planten en
dieren. Deskundigen uit de lidstaten en alle stakeholders
werden bij het herzieningsproces betrokken (sinds 2004 voor de veterinaire
wetgeving en gedurende meer dan drie jaar voor de overige beleidsgebieden). De
herziening werd uitgevoerd om te beoordelen of de vele voorschriften die de EU
in de loop der tijd heeft ontwikkeld om de doelstellingen van het Verdrag te
verwezenlijken – namelijk een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van
mensen, dieren en planten te waarborgen tijdens de verschillende processen op
de weg van boer tot bord (van de primaire productie tot het verbruik en de
verwijdering van voedsel) – adequaat zijn. De productiemethoden en -technieken
zijn veranderd; de globalisering en de toegenomen onderlinge contacten hebben
een effect op de verspreiding van gevaren en risico’s; er zijn nieuwe gevaren
en risico’s opgedoken; en de verwachtingen en de kennis van de consument hebben
zich tegelijkertijd ontwikkeld. Deze alomvattende herziening heeft geleid tot de
voorgestelde wijzigingen van de wetgeving inzake diergezondheid,
plantgezondheid en teeltmateriaal en van de voorschriften inzake officiële
controles en andere officiële activiteiten doorheen de voedselketen. Deze
wijzigingen beogen een doeltreffender en moderner rechtskader tot stand te
brengen, de flexibiliteit en de evenredigheid van de soms meer dan 40 jaar
oude voorschriften te verbeteren en – meer in het algemeen – beter tegemoet te
komen aan de behoeften van burgers en bedrijven. [1] http://ec.europa.eu/food/animal/diseases/strategy/index_en.htm. [2] COM(2008)
545 definitief, http://ec.europa.eu/food/animal/diseases/strategy/documents_en.htm. [3] FCEC
(2008), Evaluation of the Community acquis on the marketing of seed and plant
propagating material (S&PM). Eindverslag. [4] SEC(2009)
1272 definitief. [5] D.w.z.
het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst op het gebied van
veterinaire controles, het gemeenschappelijk document van binnenkomst voor
niet-veterinaire controles en het momenteel in de fytosanitaire sector
gebruikte fytosanitair certificaat.