MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren /* COM/2013/0144 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET
COMITÉ VAN DE REGIO'S Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren Inleiding De
economische crisis heeft uitzonderlijk zware gevolgen voor jongeren: in
januari 2013 bedroeg de jeugdwerkloosheid 23,6 %. Dat is meer dan
twee keer zo hoog als het percentage voor volwassenen, en er is geen
verbetering in zicht. 7,5 miljoen Europeanen van 15‑24 jaar
hebben geen werk en volgt evenmin onderwijs of opleiding. De
situatie is bijzonder acuut in bepaalde lidstaten en in bepaalde regio's. Dit
vormt een ernstige bedreiging voor de sociale cohesie in de EU en kan
langdurige negatieve gevolgen hebben voor het economisch potentieel en het
concurrentievermogen. De EU-instellingen en de regeringen van de lidstaten,
bedrijven en sociale partners moeten op alle niveaus al het mogelijke doen om
een "verloren generatie" te voorkomen. Om iets te ondernemen
tegen de onaanvaardbaar hoge jeugdwerkloosheid heeft de Commissie op 5 december
2012 het jeugdwerkgelegenheidspakket goedgekeurd. Het omvat een voorstel voor
een aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie[1], start een tweede fase van de
raadpleging van de sociale partners over een kwaliteitskader voor stages[2], kondigt een Europees Verbond
voor leerlingplaatsen aan en schetst manieren om hinderpalen voor mobiliteit
van jonge mensen uit de weg te ruimen[3]. De Structuurfondsen
van de EU hebben reeds een belangrijke bijdrage geleverd tot de bestrijding van
de jeugdwerkloosheid, met name via de actieteams die werden ingesteld in het
kader van het initiatief "Kansen voor jongeren", dat in december 2011
werd goedgekeurd[4].
De Europese Raad van
7-8 februari 2013 wees nogmaals op de aanzienlijke steun die de EU reeds heeft
verleend. De Europese Raad erkende de bijzonder moeilijke situatie van jongeren
in bepaalde regio's en heeft een Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren (YEI
– Youth Employment Initiative) voorgesteld met een budget van 6 miljard euro
voor zeven jaar (2014‑2020), dat openstaat voor alle regio's waar de
jeugdwerkloosheid meer dan 25 % bedraagt. Dit initiatief zou
worden gefinancierd uit de rubriek cohesiebeleid, met 3 miljard euro
gerichte investeringen van het Europees Sociaal Fonds (ESF) en 3 miljard euro
uit een specifiek begrotingsonderdeel. Om de nodige
voorwaarden te scheppen voor een snelle tenuitvoerlegging van het YEI, zet de
Commissie hieronder de belangrijkste parameters uiteen die zij voor het YEI
voorstelt en presenteert zij de voorstellen van de Commissie voor de
overeenkomstige wijzigingen van de gemeenschappelijke verordening (GV) inzake de Europese Structuurfondsen en het Europees
Investeringsfonds en van de Verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds,
die momenteel in behandeling zijn bij het Europees Parlement en de Raad. Omzetting van het
Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren in de realiteit Doordat het YEI de realisatie van door ESF-financiering gesteunde
activiteiten versterkt en versnelt, moet het in daarvoor in aanmerking komende
regio's de tenuitvoerlegging ondersteunen van belangrijke initiatieven van de
Commissie, zoals het jeugdwerkgelegenheidspakket en met name de aanbeveling de
Raad tot invoering van een jongerengarantie, waarover de Raad op 28 februari
2013 politieke overeenstemming heeft bereikt en die tot doel heeft alle
jongeren tussen 15‑24 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of
opleiding volgen (de zogenoemde NEET's - not in employment, education or
training) te garanderen dat zij binnen een periode van vier maanden nadat zij
werkloos zijn geworden of het formele onderwijs hebben verlaten een serieus
aanbod krijgen voor een baan, voortgezet onderwijs, een plaats in het
leerlingstelsel of een stage. De precieze maatregelen zullen worden afgesproken tussen de Commissie
en de lidstaten in het kader van het beleidsprogrammeringsproces, maar alle
activiteiten die door het YEI worden gesteund, zullen gericht zijn op
individuele personen die geen werk hebben en evenmin onderwijs of opleiding
volgen, in plaats van op systemen of structuren. Het YEI zal dus complementair
zijn met acties ― ook die welke ESF-steun genieten ― die op
nationaal vlak worden ondernomen om de jongerengarantieregelingen op te zetten
of ten uitvoer te leggen. Om werkelijk complementair te zijn, moet de
tenuitvoerlegging van het YEI volledig in de ESF‑programmering
worden geïntegreerd in het kader van de investeringsprioriteit betreffende
ondersteuning van de duurzame integratie in de arbeidsmarkt van jonge NEET's.
In voorkomend geval moeten de lidstaten, om het probleem van de
jeugdwerkloosheid en –inactiviteit aan te pakken, de toestemming hebben en
ertoe worden aangemoedigd om als onderdeel van het YEI meer ESF‑middelen
toe te wijzen dan het minimum van 3 miljard euro ESF-steun dat nodig
is als gekoppelde financiering voor de specifieke YEI‑toewijzing. De investeringen die
door het YEI worden gesteund, moeten nadrukkelijk gericht zijn op de snelle
realisatie van concrete resultaten. De Commissie stelt dan ook een versnelde
start van het YEI voor, met name door het niet aan het
prestatiereservemechanisme te onderwerpen, zodat in een vroege fase van de
tenuitvoerlegging tastbare resultaten kunnen worden geboekt. Zij zal de
lidstaten er eveneens toe aanmoedigen gebruik te maken van het nieuwe
instrument van gezamenlijke actieplannen dat voor de programmeringsperiode 2014‑2020
werd voorgesteld als een manier om de tenuitvoerlegging te vereenvoudigen en
zich op resultaten te concentreren. Om te voorkomen dat begrotingsbeperkingen
de vlotte tenuitvoerlegging van het YEI zouden belemmeren, wordt voorgesteld
dat alleen de ESF-bijdrage uit nationale middelen wordt medegefinancierd. De tenuitvoerlegging van het YEI moet worden gebaseerd op een brede
strategie om de doelstellingen van het jeugdwerkgelegenheidspakket te
realiseren en om overeenkomstig de aanbeveling van de Raad een jongerengarantie
in te voeren. Zoals beschreven in de aanbeveling van de Raad zullen de
lidstaten de regeling baseren op nationale, regionale en lokale omstandigheden,
en daarbij rekening houden met aspecten zoals het feit dat jongeren geen
homogene groep vormen, alsmede met het beginsel van wederzijdse verplichtingen
en de noodzaak om het risico van cycli van inactiviteit te ondervangen. De
macro-economische conditionaliteit moet gelden. Bij de
aanpassing van het initiatief aan de economische en sociale omstandigheden in
de betrokken lidstaten, moet aandacht worden besteed aan de
arbeidsmarktsituatie en aan de vooruitzichten voor jonge mensen. Op het niveau van de
lidstaten zou het YEI in het ESF geprogrammeerd moeten worden. Specifieke
bepalingen inzake publiciteit, toezicht op de voortgang en evaluatie van de
impact alsook financieel beheer en rapportage van het YEI zullen bijzonder
belangrijk zijn om te garanderen dat de uitvoering eenvoudig is en de bijdrage
van het YEI meetbaar en zichtbaar is. Met dit doel wijzigt
de Commissie haar voorstellen voor de gemeenschappelijke verordening en de
ESF-verordening. Conclusie Om de jongerengarantie in de praktijk vorm te geven, zijn doelgerichte
overheidsinvesteringen nodig, waartoe het ESF een significante bijdrage kan
leveren. Het YEI moet de nodige ESF-steun voor investeringen in menselijk
kapitaal versterken, zoals de Europese Raad heeft gevraagd. De Commissie
herhaalt dan ook haar voorstel om ESF-minimumaandelen in te stellen met als
doel te garanderen dat het aandeel van het ESF in de EU-cohesiebeleidsmiddelen
stijgt van de huidige 22 % tot minstens 25 %. [1] COM(2012) 729 definitief. [2] COM(2012) 728 definitief. [3] COM(2012) 727 definitief. [4] COM(2011) 933 definitief.