|
9.3.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/251 |
P7_TA(2013)0338
Huwelijksvermogensstelsels *
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 september 2013 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels (COM(2011)0126 — C7-0093/2011 — 2011/0059(CNS))
(Bijzondere wetgevingsprocedure — raadpleging)
(2016/C 093/33)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0126), |
|
— |
gezien artikel 81, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0093/2011), |
|
— |
gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Italiaanse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, |
|
— |
gezien artikel 55 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0253/2013), |
|
1. |
hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement; |
|
2. |
verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen; |
|
3. |
verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen; |
|
4. |
wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie; |
|
5. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. |
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met overweging 9 van Verordening(EU) nr. 650/2012).
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 11 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt gedeeltelijk overeen met overweging 15 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 16 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt gedeeltelijk overeen met overweging 18 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 19 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 20 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 31 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met overweging 60 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 28 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 30 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 78 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 30 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met overweging 79 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt gedeeltelijk overeen met overweging 81 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 1, lid 2, onder h), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 1– lid 3 — letter f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 1, lid 2, onder k), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter f bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met artikel 1, onder l), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — letter f ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter c — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 3, lid 1, onder i), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 3, lid 1, onder g), van Verordening(EU) nr. 650/2012).
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 3, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 2– alinea 1 — letter f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 3, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — letter g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder het begrip „gerecht” verstaan: elke gerechtelijke autoriteit en alle andere autoriteiten en juridische beroepsbeoefenaren met bevoegdheid in kwesties op het gebied van huwelijksvermogensstelsels, die rechterlijke functies vervullen of handelen krachtens volmacht van, of onder toezicht van, een gerechtelijke autoriteit, voor zover dergelijke autoriteiten en juridische beroepsbeoefenaren waarborgen bieden wat betreft onpartijdigheid en het horen van partijen, en voor zover hun beslissingen overeenkomstig het recht van de lidstaat waar zij gevestigd zijn: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig artikel 37 bis in kennis van de in de eerste alinea bedoelde autoriteiten en juridische beroepsbeoefenaren. |
(Deze bepaling stemt overeen met artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel - 3 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel - 3 |
|
|
Bevoegdheid op het gebied van huwelijksvermogensstelsels in de lidstaten |
|
|
Deze verordening laat de bevoegdheid van de autoriteiten van de lidstaten inzake huwelijksvermogensstelsels onverlet. |
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De gerechten van een lidstaat waarbij overeenkomstig Verordening (EU) nr. …/… [van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring] een vordering in verband met de erfopvolging van een van de echtgenoten aanhangig is gemaakt, zijn eveneens bevoegd om te beslissen over vraagstukken in verband met het huwelijksvermogensstelsel die verband houden met die vordering . |
De gerechten van een lidstaat waar ter zake van de nalatenschap van een echtgenoot een zaak aanhangig is op grond van Verordening (EU) nr. 650/2012 zijn eveneens bevoegd om te beslissen over vraagstukken in verband met het huwelijksvermogensstelsel die verband houden met die erfrechtzaak . |
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De gerechten van een lidstaat waarbij overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 een vordering in verband met echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk aanhangig is gemaakt, zijn eveneens bevoegd om te beslissen over vraagstukken in verband met het huwelijksvermogensstelsel die verband houden met die vordering, mits de echtgenoten daarover een akkoord hebben gesloten . |
De gerechten van een lidstaat waarbij overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 een vordering in verband met echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk aanhangig is gemaakt, zijn eveneens bevoegd om te beslissen over vraagstukken in verband met het huwelijksvermogensstelsel die verband houden met die vordering, wanneer de bevoegdheid van de betrokken gerechten uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze door de echtgenoten is aanvaard . |
|
Dit akkoord kan te allen tijde en zelfs in de loop van de procedure worden gesloten. Wanneer het akkoord voorafgaand aan de procedure wordt gesloten, moet het in een schriftelijk document worden vastgelegd, dat is gedateerd en door de beide partijen is ondertekend. |
|
|
Bij gebreke van een akkoord tussen de echtgenoten wordt de bevoegdheid geregeld door de artikelen 5 en volgende. |
Bij gebreke van een aanvaarding van bevoegdheid als bedoeld in alinea 1 wordt de bevoegdheid geregeld door de artikelen 5 en volgende. |
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 4 bis |
|
|
Forumkeuzeovereenkomst |
|
|
1. De echtgenoten kunnen overeenkomen dat de gerechten van de lidstaat waarvan zij overeenkomstig artikel 16 het recht hebben gekozen als het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht, bevoegd zijn om te beslissen in zaken die hun huwelijksvermogensstelsel betreffen. Deze bevoegdheid is exclusief. |
|
|
Onverminderd de derde alinea kan een forumkeuzeovereenkomst te allen tijde worden gesloten en gewijzigd, doch uiterlijk op het tijdstip waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt. |
|
|
Indien het recht van de staat waar de zaak aanhangig wordt gemaakt hierin voorziet, kunnen de echtgenoten het bevoegde gerecht ook na de aanhangigmaking bepalen. Eveneens volgens het recht van deze staat neemt de rechter akte van de forumkeuze. |
|
|
Wanneer de overeenkomst voorafgaand aan de procedure wordt gesloten, moet zij schriftelijk vastgelegd, gedagtekend, en door beide echtgenoten ondertekend worden. Als „schriftelijk” wordt eveneens beschouwd elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd. |
|
|
2. De echtgenoten kunnen ook overeenkomen dat, indien geen gerecht is aangewezen, de gerechten van de lidstaat waarvan overeenkomstig artikel 17 het recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensstelsel bevoegd zijn. |
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 4 ter |
|
|
Bevoegdheid gebaseerd op de verschijning van de verweerder |
|
|
1. Buiten de gevallen waarin zijn bevoegdheid voortvloeit uit andere bepalingen van deze verordening, is het gerecht van de lidstaat waarvan het recht overeenkomstig artikel 16 is gekozen, of waarvan het recht overeenkomstig artikel 17 van toepassing is en waarvoor de verweerder verschijnt, bevoegd. Dit voorschrift is niet van toepassing indien de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten, of indien een ander gerecht krachtens artikel 3, artikel 4 of artikel 4 bis bevoegd is. |
|
|
2. Alvorens bevoegdheid op grond van lid 1 te aanvaarden, vergewist het gerecht zich ervan dat de verweerder op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen die aan het al dan niet verschijnen verbonden zijn. |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
(1) In andere gevallen dan die waarin de artikelen 3 en 4 voorzien , zijn de volgende gerechten bevoegd om te beslissen in een procedure in verband met het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten: |
Wanneer geen gerecht op grond van de artikelen 3 , 4 en 4 bis bevoegd is, zijn de volgende gerechten bevoegd om te beslissen in een procedure in verband met het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
(2) De beide partijen kunnen ook overeenkomen dat de gerechten van de lidstaat waarvan zij overeenkomstig de artikelen 16 en 18 het recht hebben gekozen als het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht, bevoegd zijn om te beslissen over vraagstukken in verband met hun huwelijksvermogensstelsel. |
|
||||
|
Dit akkoord kan te allen tijde en zelfs in de loop van de procedure worden gesloten. Wanneer het akkoord voorafgaand aan de procedure wordt gesloten, moet het in een schriftelijk document worden vastgelegd, dat is gedateerd en door de beide partijen is ondertekend. |
|
(Zie met betrekking tot lid 2 het amendement op artikel 4 bis (nieuw); de tekst werd gewijzigd)
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer geen enkel gerecht bevoegd is op grond van de artikelen 3, 4 en 5, zijn de gerechten van een lidstaat bevoegd , mits een van de echtgenoten of de beide echtgenoten op het grondgebied van die lidstaat een goed of goederen bezitten; in voorkomend geval zal het geadieerde gerecht slechts over dit goed of die goederen beslissen . |
Wanneer geen enkel gerecht bevoegd is op grond van de artikelen 3, 4, 4 bis en 5, zijn de gerechten van de lidstaat bevoegd op het grondgebied waarvan een van de echtgenoten of beide echtgenoten onroerende goederen of geregistreerde vermogensbestanddelen bezit of bezitten. In dat geval beslist het aangezochte gerecht slechts over de desbetreffende onroerende goederen of geregistreerde vermogensbestanddelen . |
|
|
Daarbij zijn de gerechten van een lidstaat uitsluitend bevoegd om te beslissen inzake onroerende goederen of geregistreerde vermogensbestanddelen die zich in die lidstaat bevinden. |
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer geen enkel gerecht van een lidstaat bevoegd is op grond van de artikelen 3, 4, 5 en 6, kunnen de gerechten van een lidstaat bij wijze van uitzondering en mits de zaak voldoende nauw verbonden is met die lidstaat, beslissen over het huwelijksvermogensstelsel als in een derde staat een procedure onmogelijk is of niet redelijkerwijs aanhangig kan worden gemaakt of gevoerd. |
Wanneer geen enkel gerecht van een lidstaat bevoegd is op grond van de artikelen 3, 4, 4 bis, 5 en 6, kunnen de gerechten van een lidstaat bij wijze van uitzondering uitspraak doen over een zaak betreffende het huwelijksvermogensstelsel indien in een derde staat waarmee de zaak nauw verbonden is, redelijkerwijs geen procedure aanhangig kan worden gemaakt of gevoerd , of een procedure daar onmogelijk blijkt . |
|
|
De zaak moet voldoende nauw verbonden zijn met de lidstaat waar de zaak aanhangig wordt gemaakt. |
(Stemt overeen met artikel 11 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het gerecht waarbij de procedure op grond van de artikelen 3, 4, 5, 6 of 7 aanhangig is gemaakt, is ook bevoegd om kennis te nemen van tegenvorderingen, mits die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. |
Het gerecht waarbij de procedure op grond van de artikelen 3, 4, 4 bis, 5, 6 of 7 aanhangig is gemaakt, is ook bevoegd om kennis te nemen van tegenvorderingen, mits die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. |
|
|
De bevoegdheid van het overeenkomstig artikel 6 aangezochte gerecht om kennis te nemen van tegenvorderingen, beperkt zich tot tegenvorderingen inzake het onroerend goed of de geregistreerde vermogensbestanddelen die het voorwerp zijn van het bodemgeschil. |
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
Een zaak wordt geacht bij een gerecht aanhangig te zijn gemaakt: |
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een zaak geacht bij een gerecht aanhangig te zijn gemaakt: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
(Stemt overeen met artikel 14 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer bij gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn welke hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, houdt het gerecht waarbij de zaak het laatst aanhangig is gemaakt, zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt, vaststaat. |
1. Wanneer bij gerechten van verschillende lidstaten tussen de echtgenoten vorderingen aanhangig zijn welke hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, houdt het gerecht waarbij de zaak het laatst aanhangig is gemaakt, zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt, vaststaat. |
(Stemt overeen met artikel 17 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Wanneer deze samenhangende vorderingen aanhangig zijn bij gerechten die in eerste aanleg beslissen , kan het gerecht waarbij het laatst een vordering aanhangig is gemaakt, op verzoek van een van de partijen, ook tot verwijzing overgaan, mits het gerecht waarbij het eerst een vordering aanhangig is gemaakt, bevoegd is voor beide vorderingen en zijn wetgeving de samenvoeging van beide vorderingen toestaat. |
2. Indien deze vorderingen in eerste aanleg aanhangig zijn , kan elk gerecht anders dan het eerst aangezochte gerecht op verzoek van een van de echtgenoten, zich niet-ontvankelijk verklaren, indien het eerste aangezochte gerecht bevoegd is van de betreffende vorderingen kennis te nemen en zijn recht de voeging van beide vorderingen toestaat. |
(Stemt overeen met artikel 18 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 13 bis |
|
|
Verstrekking van informatie aan de echtgenoten |
|
|
De bevoegde autoriteit is verplicht de echtgenoten binnen een redelijke termijn te informeren over tegen hen ingeleide procedures inzake het huwelijksvermogensstelsel. |
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorlopige of bewarende maatregelen waarin de wetgeving van een lidstaat voorziet, kunnen bij de gerechten van die lidstaat worden gevorderd , zelfs als de gerechten van een andere lidstaat op grond van deze verordening bevoegd zijn om van het bodemgeschil kennis te nemen. |
In de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen kunnen bij de gerechten van die staat worden aangevraagd , zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat krachtens deze verordening bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen. |
(Stemt overeen met artikel 19 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het recht dat op grond van de artikelen 16, 17 en 18 op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijk is, is van toepassing op alle goederen van de echtgenoten . |
1. Het recht dat op grond van de artikelen 16 en 17 op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijk is, is van toepassing op alle tot het vermogensstelsel behorende vermogensbestanddelen, ongeacht de plaats waar deze zich bevinden . |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. Behoudens het bepaalde in artikel 1, lid 3, onder f) en f bis) bepaalt het krachtens deze verordening op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht onder meer: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 15 bis |
|
|
Universele toepassing |
|
|
Elk recht dat bij deze verordening is aangewezen, wordt toegepast, ongeacht of dit het recht van een lidstaat is of niet. |
(Zie het amendement op artikel 21; gewijzigde tekst.)
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
De echtgenoten of toekomstige echtgenoten kunnen het recht kiezen dat toepasselijk is op hun huwelijksvermogensstelsel, mits zij kiezen uit een van de volgende rechtsstelsels: |
1. De echtgenoten of toekomstige echtgenoten kunnen overeenkomen het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht aan te wijzen of te wijzigen , mits zij kiezen uit een van de volgende rechtsstelsels: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
2. Tenzij de echtgenoten anders overeenkomen, heeft een in de loop van het huwelijk gewijzigde rechtskeuze met betrekking tot het huwelijksvermogensregime slechts gevolgen voor de toekomst. |
||||
|
|
3. Als de echtgenoten ervoor kiezen om de wijziging terugwerkende kracht te geven, doet de terugwerkende kracht ervan geen afbreuk aan de geldigheid van eerdere, onder het vóór de wijziging toepasselijke recht verrichte rechtshandelingen, noch aan de rechten van derden uit hoofde van het voordien toepasselijke recht. |
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Bij gebreke van een keuze door de echtgenoten, is het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht: |
1. Als de echtgenoten geen rechtskeuzeovereenkomst sluiten als bedoeld in artikel 16 , is het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht: |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Artikel 18 |
Schrappen |
||
|
Wijziging van het toepasselijke recht |
|
||
|
In de loop van het huwelijk kunnen de echtgenoten te allen tijde hun huwelijksvermogensstelsel doen vallen onder een ander recht dan het recht dat tot dan daarop toepasselijk was. Zij kunnen slechts kiezen uit een van de volgende rechtsstelsels: |
|
||
|
|
||
|
|
||
|
Bij gebreke van een andere wilsuiting van de echtgenoten heeft de wijziging van het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht in de loop van het huwelijk slechts gevolgen voor de toekomst. |
|
||
|
Als de echtgenoten ervoor kiezen om aan deze wijziging van het toepasselijke recht terugwerkende kracht te geven, kan deze terugwerkende kracht geen afbreuk doen aan de geldigheid van eerdere, onder het tot dan toepasselijke recht tot stand gekomen rechtshandelingen, noch aan de rechten van derden die voortvloeien uit het eerder toepasselijke recht. |
|
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De keuze van het toepasselijke recht wordt gemaakt in de vorm die voor het huwelijkscontract is voorgeschreven door het toepasselijke recht van de gekozen staat of door het recht van de staat waar de akte wordt opgesteld . |
1. De in lid 16 bedoelde rechtskeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst die door beide echtgenoten wordt gedagtekend en ondertekend. Elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd, wordt geacht gelijk te zijn aan een schriftelijke overeenkomst . |
|
2. Niettegenstaande lid 1 moet de keuze ten minste uitdrukkelijk zijn en worden vastgelegd in een schriftelijk document, dat is gedateerd en door de beide partijen is ondertekend. |
2. De overeenkomst voldoet aan de vormvoorschriften van het recht dat op het huwelijksvermogensstelsel van toepassing is, of van het recht van de staat waar de overeenkomst is gesloten. |
|
3. Als het recht van de lidstaat waar de beide echtgenoten op het ogenblik van het maken van de in lid 1 bedoelde rechtskeuze hun gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben, in aanvullende vormvoorwaarden voor het huwelijkscontract voorziet , moeten deze voorwaarden worden nageleefd. |
3. Indien evenwel het recht van de staat waar beide echtgenoten op het ogenblik van het sluiten van de rechtskeuzeovereenkomst hun gewone verblijfplaats hebben, voorziet in aanvullende vormvoorschriften voor een dergelijke overeenkomst of, bij gebreke daarvan, voor het huwelijkscontract, moeten deze voorwaarden worden nageleefd. |
|
|
4. Indien de echtgenoten op het tijdstip van het sluiten van de rechtskeuzeovereenkomst hun gewone verblijfplaats hebben in verschillende staten met onderling verschillende vormvoorschriften, is de overeenkomst formeel geldig indien zij aan de voorschriften van een dezer staten voldoet. |
|
|
5. Indien slechts een van de echtgenoten op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst zijn gewone verblijfplaats heeft in een lidstaat met bijkomende vormvereisten voor een dergelijke overeenkomst, zijn deze vereisten van toepassing. |
(Gelijk aan artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 650/2012.)
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 20
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Op de vorm van het huwelijkscontract toepasselijke recht |
Vormvoorschriften voor een huwelijkscontract |
|
1 . Het huwelijkscontract wordt gesloten in de vorm die is voorgeschreven door het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht of door het recht van de staat waar het contract wordt opgesteld . |
Voor een huwelijkscontract gelden op overeenkomstige wijze de vormvoorschriften van artikel 19 . In het kader van dit artikel omvatten aanvullende vormvoorschriften als bedoeld in artikel 19, lid 3, slechts vormvoorschriften ten aanzien van het huwelijkscontract. |
|
2. Niettegenstaande lid 1 moet het huwelijkscontract ten minste worden vastgelegd in een schriftelijk document, dat is gedateerd en door de beide partijen is ondertekend. |
|
|
3. Als het recht van de lidstaat waar de beide echtgenoten op het ogenblik van het sluiten van het huwelijkscontract hun gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben, in aanvullende vormvoorwaarden voor dit contract voorziet, moeten deze voorwaarden worden nageleefd. |
|
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 20 bis |
|
|
Aanpassing van zakelijke rechten |
|
|
Indien een persoon zich op een zakelijk recht beroept, waartoe hij onder het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht gerechtigd is, en het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent, wordt dit zakelijk recht, indien noodzakelijk en voor zover mogelijk, in overeenstemming gebracht met het meest gelijkwaardige zakelijk recht in die lidstaat, waarbij rekening wordt gehouden met de door dat specifieke zakelijk recht nagestreefde doelstellingen en belangen en de daaraan verbonden rechtsgevolgen. |
(Stemt overeen met artikel 31 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 21 |
Schrappen |
|
Universeel karakter van de collisieregel |
|
|
Het op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk aangewezen recht, wordt toegepast, ongeacht of dit het recht van een lidstaat is. |
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening doet geen afbreuk aan de bepalingen van bijzonder dwingend recht waarvan de inachtneming door een lidstaat zo belangrijk wordt geacht voor de handhaving van zijn openbare belangen, zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat hij verlangt dat ze worden toegepast op elk geval dat onder het toepassingsgebied ervan valt, ongeacht welk recht overeenkomstig deze verordening op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijk is. |
1. Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen waarvan niet-naleving kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van de betrokken lidstaat. De bevoegde autoriteiten mogen de exceptie van openbare orde niet uitleggen op een wijze die strijdig is met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 21, dat elke vorm van discriminatie verbiedt. |
|
|
2. Onverminderd de krachtens artikel 35 toepasselijke bepalingen ter bescherming van het rechtsverkeer, beperkt deze verordening de toepassing van de bepalingen van bijzonder dwingend recht van het land van het forum niet. |
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De toepassing van een bepaling van het door deze verordening aangewezen recht kan slechts terzijde worden gesteld indien deze toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter . |
De toepassing van een bepaling van ongeacht welk bij deze verordening aangewezen recht kan slechts terzijde worden gesteld indien deze toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van het forum . |
(Stemt overeen met artikel 35 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer deze verordening de toepassing van het recht van een staat voorschrijft, worden daaronder verstaan de rechtsregels die in die staat gelden, met uitsluiting van de regels van internationaal privaatrecht. |
(Dit amendement betreft niet de Nederlandse versie als gevolg van een gebrek aan overeenstemming tussen de meeste andere taalversies en de Nederlandse versie.) |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
Staten met twee of meer rechtsstelsels — binnenstatelijke wetsconflicten |
Staten met meer dan één rechtsstelsel — territoriale wetsconflicten |
||||
|
|
1. Indien het bij deze verordening aangewezen recht het recht is van een staat met meerdere territoriale eenheden, die elk hun eigen rechtsregels met betrekking tot huwelijksvermogensstelsels hebben, bepalen de interne collisieregels van die lidstaat van welke territoriale eenheid de rechtsregels van toepassing zijn. |
||||
|
Wanneer een staat meerdere territoriale eenheden omvat die elk een eigen rechtsstelsel of een eigen geheel van regels hebben die betrekking hebben op de in deze verordening geregelde materie : |
1 bis. Bij gebreke van zulke interne collisieregels : |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 36 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 25 bis |
|
|
Staten met meer dan één rechtsstelsel — personele wetsconflicten |
|
|
Ten aanzien van een staat waar met betrekking tot huwelijksvermogensstelsels twee of meer rechtsstelsels of regelingen gelden die op verschillende categorieën personen van toepassing zijn, wordt een verwijzing naar het recht van die staat uitgelegd als een verwijzing naar het rechtsstelsel dat of de regeling die is aangewezen bij de in die staat geldende regels. Bij gebreke van zulke regels wordt het rechtsstelsel of de regeling toegepast waarmee de echtgenoten het nauwst verbonden zijn. |
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 25 ter |
|
|
Niet-toepasselijkheid van deze verordening op interne wetsconflicten |
|
|
Een lidstaat die meerdere territoriale eenheden telt, die elk hun eigen rechtsregels met betrekking tot huwelijksvermogensstelsels hebben, is niet verplicht deze verordening toe te passen op wetsconflicten die enkel tussen deze territoriale eenheden rijzen. |
(Stemt overeen met artikel 38 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Als de erkenning van een beslissing wordt betwist, kan iedere belanghebbende die zich in hoofdorde op de erkenning beroept, gebruikmaken van de procedures waarin de artikelen [38 tot en met 56] van Verordening (EG) nr. 44/2001 voorzien om te doen vaststellen dat de beslissing moet worden erkend . |
2. Indien de erkenning van een beslissing wordt betwist, kan iedere belanghebbende partij die zich ten principale op de erkenning beroept van de in de artikelen 31 ter tot en met 31 sexdecies vastgelegde procedures gebruikmaken om de erkenning te doen vaststellen. |
(Stemt overeen met artikel 39 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Dit amendement betreft niet de Nederlandse versie als gevolg van een gebrek aan overeenstemming tussen de meeste andere taalversies en de Nederlandse versie.) |
(Stemt overeen met artikel 40 van Verordening (EU) nr. 650/2012.)
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 40 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Stemt overeen met artikel 40 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In geen geval wordt overgegaan tot een onderzoek ten gronde van de in het buitenland gegeven beslissing. |
In geen geval wordt overgegaan tot een onderzoek van de juistheid van de in een lidstaat gegeven beslissing. |
(Stemt overeen met artikel 41 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het gerecht van een lidstaat waarbij een vordering tot erkenning van een in een andere lidstaat gegeven beslissing aanhangig wordt gemaakt , kan zijn uitspraak aanhouden, als tegen deze beslissing een gewoon rechtsmiddel is ingesteld. |
Het gerecht van een lidstaat waarbij de erkenning wordt gevraagd van een in een andere lidstaat gegeven beslissing, kan de procedure aanhouden, indien in de lidstaat van herkomst tegen deze beslissing een gewoon rechtsmiddel is ingesteld. |
(Stemt overeen met artikel 42 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De beslissingen die in een lidstaat gegeven zijn en daar uitvoerbaar zijn, worden in de andere lidstaten ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen [38 tot en met 56 en artikel 58] van Verordening (EG) nr. 44/2001. |
De beslissingen die in een lidstaat gegeven zijn en in die lidstaat uitvoerbaar zijn, zijn tevens uitvoerbaar in andere lidstaten, indien zij daar op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar zijn verklaard volgens de procedure die is bepaald in de artikelen 31 ter tot en met 31 sexdecies. |
(Stemt overeen met artikel 43 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 bis |
|
|
Vaststelling van woonplaats |
|
|
Om in het kader van de in de artikelen 31 ter tot en met 31 sexdecies vastgelegde procedure te bepalen of een partij haar woonplaats heeft in de lidstaat van tenuitvoerlegging, past het aangezochte gerecht het interne recht van die lidstaat toe. |
(Stemt overeen met artikel 44 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 ter |
|
|
Relatief bevoegd gerecht |
|
|
1. Het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid wordt gericht tot het gerecht of de bevoegde autoriteit van de lidstaat van tenuitvoerlegging, waarvan de naam door deze lidstaat overeenkomstig artikel 37 aan de Commissie is medegedeeld. |
|
|
2. Het relatief bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, of van de plaats van tenuitvoerlegging. |
(Stemt overeen met artikel 45 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 31 quater |
||
|
|
Procedure |
||
|
|
1. De procedure van de indiening van het verzoek wordt beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging. |
||
|
|
2. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij in de lidstaat van tenuitvoerlegging een postadres of procesgemachtigde heeft. |
||
|
|
3. Bij het verzoek worden de volgende documenten gevoegd: |
||
|
|
|
||
|
|
|
(Stemt overeen met artikel 46 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 quinquies |
|
|
Niet-overlegging van de verklaring |
|
|
1. Wordt de in artikel 31 quater, lid 3, onder b), bedoelde verklaring niet overgelegd, dan kan het gerecht of de bevoegde autoriteit voor de overlegging een termijn bepalen of gelijkwaardige documenten aanvaarden, dan wel, indien dat gerecht of die autoriteit zich voldoende voorgelicht acht, van de overlegging vrijstelling verlenen. |
|
|
2. Indien het gerecht of de bevoegde autoriteit dat verlangt, wordt van de documenten een vertaling overgelegd. De vertaling wordt gemaakt door een persoon die in een van de lidstaten tot het maken van vertalingen bevoegd is. |
(Stemt overeen met artikel 47 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 sexies |
|
|
Uitvoerbaarverklaring |
|
|
De beslissing wordt uitvoerbaar verklaard zodra de formaliteiten van artikel 31 quater vervuld zijn, zonder toetsing uit hoofde van artikel 27. De partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevraagd, wordt in deze stand van de procedure niet gehoord. |
(Stemt overeen met artikel 48 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 septies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 septies |
|
|
Kennisgeving van de beslissing over het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid |
|
|
1. De beslissing over het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid wordt onmiddellijk ter kennis van de verzoeker gebracht op de wijze als is bepaald in het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging. |
|
|
2. De verklaring wordt betekend aan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd en gaat vergezeld van de beslissing, indien deze niet reeds aan haar is betekend. |
(Stemt overeen met artikel 49 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 octies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 octies |
|
|
Rechtsmiddelen tegen de beslissing over het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid |
|
|
1. Elke partij kan een rechtsmiddel instellen tegen de beslissing op het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid. |
|
|
2. Het rechtsmiddel wordt ingesteld bij het gerecht waarvan de naam door de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 37 aan de Commissie is medegedeeld. |
|
|
3. Het rechtsmiddel wordt volgens de regels van de procedure op tegenspraak behandeld. |
|
|
4. Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, niet verschijnt voor het gerecht dat over het door de verzoeker ingestelde rechtsmiddel oordeelt, is artikel 11 van toepassing, ook wanneer de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat. |
|
|
5. Een rechtsmiddel tegen de verklaring van uitvoerbaarheid moet worden ingesteld binnen 30 dagen na de betekening daarvan. Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd woonplaats heeft in een andere lidstaat dan die waar de verklaring van uitvoerbaarheid is gegeven, is de termijn waarbinnen het rechtsmiddel moet worden ingesteld 60 dagen met ingang van de dag waarop de beslissing aan de partij in persoon of aan haar woonplaats is betekend. Deze termijn mag niet op grond van de afstand worden verlengd. |
(Stemt overeen met artikel 50 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 nonies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 nonies |
|
|
Rechtsmiddel tegen een in hoger beroep gegeven beslissing |
|
|
Tegen de op het rechtsmiddel gegeven beslissing kan slechts het rechtsmiddel worden aangewend, waarvan de Commissie overeenkomstig artikel 37 door de betrokken lidstaat in kennis is gesteld. |
(Stemt overeen met artikel 51 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 decies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 decies |
|
|
Weigering of intrekking van een verklaring van uitvoerbaarheid |
|
|
Een verklaring van uitvoerbaarheid wordt door het gerecht dat oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in artikel 31 octies of 31 nonies, slechts op een van de in artikel 27 genoemde gronden geweigerd of ingetrokken. Het gerecht doet onverwijld uitspraak. |
(Stemt overeen met artikel 52 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 undecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 undecies |
|
|
Aanhouden van de uitspraak |
|
|
Het gerecht dat oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in artikel 31 octies of 31 nonies, houdt op verzoek van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, zijn uitspraak aan indien de uitvoerbaarheid van de beslissing is geschorst in de lidstaat van herkomst als gevolg van een daartegen aangewend rechtsmiddel. |
(Stemt overeen met artikel 53 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 duodecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 duodecies |
|
|
Voorlopige of bewarende maatregelen |
|
|
1. Indien een beslissing erkend moet worden overeenkomstig deze afdeling, belet niets dat de verzoeker zich beroept op voorlopige of bewarende maatregelen waarin de wetgeving van de lidstaat van tenuitvoerlegging voorziet, zonder dat daartoe een verklaring van uitvoerbaarheid in de zin van artikel 31 sexies vereist is. |
|
|
2. De verklaring van uitvoerbaarheid houdt van rechtswege het verlof in bewarende maatregelen te treffen. |
|
|
3. Gedurende de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel overeenkomstig artikel 31 octies, lid 5, tegen de verklaring van uitvoerbaarheid en totdat daarover uitspraak is gedaan, kunnen slechts bewarende maatregelen worden genomen ten aanzien van de goederen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd. |
(Stemt overeen met artikel 54 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 terdecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 terdecies |
|
|
Gedeeltelijke uitvoerbaarheid |
|
|
1. Indien in de beslissing uitspraak is gedaan over meer dan één punt van het verzoek, en de verklaring van uitvoerbaarheid niet kan worden verleend voor het geheel, verleent het gerecht of de bevoegde instantie deze voor een of meer onderdelen daarvan. |
|
|
2. De verzoeker kan vorderen dat een verklaring van uitvoerbaarheid een gedeelte van de beslissing betreft. |
(Stemt overeen met artikel 55 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 quaterdecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 quaterdecies |
|
|
Rechtsbijstand |
|
|
De verzoeker die in de lidstaat waar de beslissing is gegeven in aanmerking kwam voor gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand of vrijstelling van kosten en uitgaven, komt in de tenuitvoerleggingsprocedure in aanmerking voor de gunstigste bijstand of voor de ruimste vrijstelling die in het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging is vastgesteld. |
(Stemt overeen met artikel 56 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 quindecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 quindecies |
|
|
Geen zekerheid, borg of pand |
|
|
Van een partij die in een lidstaat de erkenning, uitvoerbaarverklaring of tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gegeven beslissing vraagt, wordt geen zekerheid, borg of pand, onder welke benaming dan ook, gevraagd op grond van het feit dat hij een buitenlandse onderdaan is of zijn woon- of verblijfplaats niet in de lidstaat van tenuitvoerlegging heeft. |
(Stemt overeen met artikel 57 van Verordening(EU) nr. 650/2012).
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 sexdecies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 31 sexdecies |
|
|
Geen kosten, recht of heffing |
|
|
Ter zake van de procedure tot verlening van een verklaring van uitvoerbaarheid wordt in de lidstaat van tenuitvoerlegging geen kosten, recht of heffing evenredig aan het geldelijke belang van de zaak geheven. |
(Stemt overeen met artikel 58 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 32
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Erkenning van authentieke akten |
Aanvaarding van authentieke akten |
|
1. Authentieke akten die verleden zijn in een lidstaat , worden erkend in de andere lidstaten, tenzij de geldigheid ervan wordt betwist volgens het toepasselijke recht, en mits deze erkenning niet kennelijk strijdig zou zijn met de openbare orde van de aangezochte lidstaat. |
1. In een lidstaat verleden authentieke akten hebben in een andere lidstaat dezelfde bewijskracht als in de lidstaat van herkomst, of althans de daarmee meest vergelijkbare bewijskracht, op voorwaarde dat dit niet kennelijk strijdig is met de openbare orde van die andere lidstaat. |
|
|
Een persoon die van een authentieke akte gebruik wenst te maken in een andere lidstaat, kan de autoriteit die de authentieke akte in de lidstaat van herkomst heeft opgemaakt, verzoeken het in overeenstemming met de in artikel 37 quater, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgestelde formulier in te vullen, waarin de bewijskracht wordt vermeld die in de lidstaat van herkomst aan de authentieke akte wordt verbonden. |
|
|
1 bis. De echtheid van de authentieke akte wordt uitsluitend voor een gerecht van de lidstaat van herkomst, volgens het recht van die lidstaat, aangevochten. Een authentieke akte die wordt aangevochten heeft geen bewijskracht in een andere lidstaat zolang het bevoegde gerecht zich niet heeft uitgesproken. |
|
|
1 ter. De in de authentieke akte vastgelegde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen worden uitsluitend aangevochten voor de krachtens deze verordening bevoegde gerechten, krachtens het volgens hoofdstuk III toepasselijke recht of het in artikel 36 bedoelde recht. Een authentieke akte die wordt aangevochten heeft geen bewijskracht in een andere lidstaat zolang het bevoegde gerecht zich niet heeft uitgesproken. |
|
|
1 quater. Wordt voor een gerecht van een lidstaat een tussenvordering ingesteld betreffende de in een authentieke akte ter zake van een huwelijksvermogensstelsel vastgelegde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen, dan is dit gerecht bevoegd om van de vordering kennis te nemen. |
|
2. De erkenning van authentieke akten heeft als gevolg dat deze qua inhoud bewijskracht hebben, en dat er ten aanzien van deze akten een eenvoudig vermoeden van geldigheid bestaat. |
|
(Stemt overeen met artikel 59 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 33
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Authentieke akten die verleden en uitvoerbaar zijn in een lidstaat, worden op verzoek in een andere lidstaat uitvoerbaar verklaard overeenkomstig de in de artikelen [38 tot en met 57] van Verordening (EG) nr. 44/2001 bedoelde procedure. |
1. Een in de lidstaat van herkomst uitvoerbare authentieke akte wordt in een andere lidstaat op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar verklaard volgens de procedure die is bepaald in de artikelen 31 ter tot en met 31 sexdecies. |
|
|
1 bis. Voor de toepassing van artikel 31 quater, lid 3, onder b), geeft de autoriteit die de authentieke akte heeft opgesteld op verzoek van een belanghebbende partij een verklaring af door middel van het in overeenstemming met de in artikel 37 quater, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgestelde formulier. |
|
2. Het gerecht waarbij op grond van de artikelen [43 en 44] van Verordening (EG) nr. 44/2001 een beroep is ingesteld, kan een verklaring van uitvoerbaarheid slechts weigeren of intrekken als de tenuitvoerlegging van de authentieke akte kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat. |
2. De verklaring van uitvoerbaarheid wordt door het gerecht dat oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in artikel 31 octies of 31 nonies, slechts geweigerd of ingetrokken indien de tenuitvoerlegging van de authentieke akte kennelijk strijdig is met de openbare orde van de lidstaat van tenuitvoerlegging . |
(Stemt overeen met artikel 60 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 34
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Erkenning en uitvoerbaarheid van gerechtelijke schikkingen |
Uitvoerbaarheid van gerechtelijke schikkingen |
|
Gerechtelijke schikkingen die uitvoerbaar zijn in de lidstaat van herkomst , worden op verzoek van een belanghebbende partij erkend en uitvoerbaar verklaard in een andere lidstaat, onder dezelfde voorwaarden als de authentieke akten. Het gerecht waarbij op grond van artikel [42 of 44] van Verordening (EG) nr. 44/2001 een beroep is ingesteld, kan de verklaring van uitvoerbaarheid slechts weigeren of intrekken als de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke schikking kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat. |
1. Een in de lidstaat van herkomst uitvoerbare gerechtelijke schikking wordt in een andere lidstaat op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar verklaard volgens de procedure die is bepaald in de artikelen 31 ter tot en met 31 sexdecies. |
|
|
1 bis. Voor de toepassing van artikel 31 quater, lid 3, onder b), geeft het gerecht dat de gerechtelijke schikking heeft goedgekeurd of waarvoor deze werd gesloten, op verzoek van een belanghebbende partij een verklaring af door middel van het in overeenstemming met de in artikel 37 quater, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgestelde formulier. |
|
|
1 ter. De verklaring van uitvoerbaarheid wordt door het gerecht dat oordeelt over het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 31 octies of 31 nonies, slechts geweigerd of ingetrokken indien de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke schikking kennelijk strijdig is met de openbare orde van de lidstaat van tenuitvoerlegging. |
(Stemt overeen met artikel 61 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Werking jegens derden |
Bescherming van derden |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het recht van een lidstaat kan echter bepalen dat het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht door een echtgenoot niet aan een derde kan worden tegengeworpen wanneer de ene of de andere zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van die lidstaat en de door het recht van die lidstaat opgelegde publiciteits- en/of registratieformaliteiten niet zijn vervuld, tenzij de derde het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht kende of had moeten kennen. |
2. In een rechtsbetrekking tussen een echtgenoot en een derde evenwel kan geen van de echtgenoten zich beroepen op het recht dat op het huwelijksvermogensstelsel van toepassing is, indien de echtgenoot en de derde tussen wie een rechtsbetrekking bestaat hun gewone verblijfplaats in dezelfde staat hebben, en dit niet de staat is waarvan het recht op het huwelijksvermogensstelsel van toepassing is. In een dergelijk geval is het recht van de lidstaat waar de desbetreffende echtgenoot en de derde hun gewone verblijfplaats hebben van toepassing op de gevolgen van het huwelijksvermogensstelsel voor de derde. |
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
3. Het recht van de lidstaat waar een onroerend goed is gelegen, kan voorzien in een analoge regel als die waarin lid 2 voorziet, voor de rechtsbetrekkingen tussen een echtgenoot en een derde in verband met dat onroerend goed. |
3. Lid 2 is niet van toepassing indien: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel - 36 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel - 36 |
|
|
Gewone verblijfplaats |
|
|
1. Voor de toepassing van deze verordening is de gewone verblijfplaats van vennootschappen, verenigingen of rechtspersonen de plaats van hun hoofdbestuur. |
|
|
In deze verordening wordt onder de gewone verblijfplaats van een natuurlijk persoon bij de uitoefening van zijn bedrijfsactiviteit verstaan, de hoofdvestiging. |
|
|
2. Indien de overeenkomst is gesloten in het kader van de uitoefening van de activiteiten van een filiaal, agentschap of andere vestiging of indien het filiaal, het agentschap of de vestiging volgens de overeenkomst verantwoordelijk is voor de uitvoering, wordt de plaats waar het filiaal, het agentschap of een vestiging zich bevindt, als de gewone verblijfplaats beschouwd. |
|
|
3. Het tijdstip van sluiting van de overeenkomst is bepalend voor de vaststelling van de gewone verblijfplaats. |
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 1 — letter b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(Stemt overeen met artikel 78, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 1 — letter b ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie brengt met passende middelen, met name via de meertalige website van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de overeenkomstig de leden 1 en 2 meegedeelde informatie ter kennis van het publiek. |
3. De Commissie brengt op eenvoudige wijze en met passende middelen, met name via de meertalige website van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de overeenkomstig de leden 1 en 2 meegedeelde informatie ter kennis van het publiek. |
|
|
De lidstaten waarborgen dat de informatie op die meertalige website ook toegankelijk is via door hen opgezette officiële websites, bijvoorbeeld door middel van een link naar de website van de Commissie. |
(Stemt overeen met artikel 78, lid 3, van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De Commissie voert een voorlichtings- en opleidingsinstrument in voor de bevoegde rechters en juridische beroepsbeoefenaars in de vorm van een interactieve website in alle officiële talen van de instellingen van de Unie, met inbegrip van een systeem voor de uitwisseling van beroepsdeskundigheid en -praktijken. |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 37 bis |
|
|
Vaststelling en wijziging van de lijst met in artikel 2, lid 1 bis, bedoelde informatie |
|
|
1. De Commissie stelt op basis van de kennisgevingen van de lidstaten de lijst van de in artikel 2, lid 1 bis, bedoelde autoriteiten en beoefenaren van juridische beroepen op. |
|
|
2. De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van alle latere wijzigingen van de op die lijst staande informatie. De Commissie past de lijst dienovereenkomstig aan. |
|
|
3. De Commissie maakt de lijst en alle wijzigingen hiervan bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
|
4. De Commissie maakt alle overeenkomstig de leden 1 en 2 meegedeelde informatie met andere passende middelen openbaar, in het bijzonder via het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken. |
(Stemt overeen met artikel 79 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 37 ter |
|
|
Vaststelling en wijziging van de verklaringen en formulieren als bedoeld in de artikelen 31 quater, 32, 33 en 34 |
|
|
De uitvoeringshandelingen tot vaststelling en tot wijziging van de in de artikelen 31 quater, 32, 33 en 34 bedoelde verklaringen en formulieren worden door de Commissie vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37 quater, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. |
(Stemt overeen met artikel 80 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 37 quater |
|
|
Comitéprocedure |
|
|
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
|
|
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. |
(Stemt overeen met artikel 81 van Verordening (EU) nr. 650/2012).
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
3. De bepalingen van hoofdstuk III zijn slechts van toepassing op echtgenoten die zijn gehuwd of die het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht hebben aangewezen na de datum van toepassing van deze verordening. |
3. De bepalingen van hoofdstuk III zijn slechts van toepassing op echtgenoten die na het van toepassing worden van deze verordening: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Een rechtskeuzeovereenkomst die voor [datum van inwerkingtreding van deze verordening] is gesloten, is eveneens geldig indien zij voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk III of indien zij geldig is volgens het op het tijdstip van sluiting van de rechtskeuzeovereenkomst volgens de relevante regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht. |
(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 107.
(2) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.