|
12.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 55/196 |
P7_TA(2013)0219
Financiële aansprakelijkheid in verband met scheidsgerechten voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, die zijn ingesteld bij internationale overeenkomsten waarbij de EU partij is ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 23 mei 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor een regeling van financiële aansprakelijkheid in verband met scheidsgerechten voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, die zijn ingesteld bij internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is (COM(2012)0335 — C7-0155/2012 — 2012/0163(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2016/C 055/41)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor een regeling van financiële aansprakelijkheid in verband met scheidsgerechten voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, die zijn ingesteld bij internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.) |
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.) |
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — letter j bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In de in deze verordening bepaalde gevallen stelt de Commissie een besluit vast waarin zij de financiële aansprakelijkheid van de betrokken lidstaat vaststelt, in overeenstemming met de criteria van lid 1. |
2. In de in deze verordening bepaalde gevallen stelt de Commissie een besluit vast waarin zij de financiële aansprakelijkheid van de betrokken lidstaat vaststelt, in overeenstemming met de criteria van lid 1. Het Europees Parlement en de Raad worden van een dergelijk besluit in kennis gesteld. |
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Zodra de Commissie een bericht ontvangt waarin een eiser zijn voornemen uit om , in overeenstemming met de bepalingen van een overeenkomst, een arbitrageprocedure in te leiden, stelt zij de betrokken lidstaat hiervan in kennis. |
Zodra de Commissie een bericht ontvangt waarin een eiser zijn voornemen uit om een arbitrageprocedure in te leiden, of zodra de Commissie op de hoogte wordt gebracht van een verzoek om overleg of vordering tegen een lidstaat, stelt zij de betrokken lidstaat hiervan in kennis en brengt zij het Europees Parlement en de Raad op de hoogte van eventuele eerdere verzoeken om overleg van de eiser en het bericht waarin de eiser zijn voornemen uit om een arbitrageprocedure in te leiden tegen de Unie of een lidstaat binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht, met inbegrip van de naam van de eiser, de bepalingen van de overeenkomst die zouden zijn overtreden, de betrokken economische sector, de behandeling die in overtreding zou zijn met de overeenkomst en de hoogte van de geëiste schadevergoeding . |
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Wanneer de Unie als verweerder optreedt overeenkomstig een besluit van de Commissie op grond van lid 2 of de standaardregel vastgelegd in lid 1, is deze bepaling van de verweerderstatus voor de eiser en het scheidsgerecht bindend. |
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie informeert de overige lidstaten en het Europees Parlement over elk geschil waarin dit artikel wordt toegepast, en over de wijze van toepassing van dit artikel. |
4. De Commissie informeert het Europees Parlement en de Raad over elk geschil waarin dit artikel wordt toegepast, en over de wijze van toepassing van dit artikel. |
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 1 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Commissie kan te allen tijde verlangen dat de betrokken lidstaat een bepaald standpunt inneemt met betrekking tot een door het geschil gerezen rechtsvraag, of met betrekking tot een ander element dat voor de Unie van belang is . |
2. Indien dit noodzakelijk is gezien de hogere belangen van de Unie, kan de Commissie te allen tijde verlangen , na raadpleging van de betrokken lidstaat, dat die lidstaat een bepaald standpunt inneemt met betrekking tot een door het geschil gerezen rechtsvraag, of met betrekking tot een andere rechtsvraag, waarvan de beantwoording gevolgen kan hebben voor de toekomstige uitlegging van de betrokken overeenkomst of van andere overeenkomsten . |
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Indien de betrokken lidstaat van mening is dat dit verzoek een onrechtmatige aantasting is van zijn effectieve verdediging, zal hij in overleg treden met als doel tot een aanvaardbare oplossing te komen. Wanneer er geen aanvaardbare oplossing kan worden gevonden, mag de Commissie het besluit nemen om van de betrokken lidstaat te eisen een bepaalde rechtspositie in te nemen. |
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer een overeenkomst of de regels waarnaar in een overeenkomst wordt verwezen, voorzien in de mogelijkheid van nietigverklaring van, beroep in verband met of herziening met betrekking tot een rechtsvraag die is vervat in een arbitraal vonnis, kan de Commissie indien zij van mening is dat de innerlijke samenhang of juistheid van de uitlegging van de overeenkomst hiertoe noopt, van de lidstaat verlangen dat deze een vordering tot een dergelijke nietigverklaring indient, een dergelijk beroep aantekent of om een dergelijke herziening verzoekt. In deze situaties maken vertegenwoordigers van de Commissie deel uit van de delegatie en krijgen zij de gelegenheid om de zienswijzen van de Unie met betrekking tot de rechtsvraag in kwestie te verwoorden. |
3. Wanneer een overeenkomst of de regels waarnaar in een overeenkomst wordt verwezen, voorzien in de mogelijkheid van nietigverklaring van, beroep in verband met of herziening met betrekking tot een rechtsvraag die is vervat in een arbitraal vonnis, kan de Commissie indien zij van mening is dat de innerlijke samenhang of juistheid van de uitlegging van de overeenkomst hiertoe noopt, na raadpleging van de betrokken lidstaat, van die lidstaat verlangen dat deze een vordering tot een dergelijke nietigverklaring indient, een dergelijk beroep aantekent of om een dergelijke herziening verzoekt. In deze situaties maken vertegenwoordigers van de Commissie deel uit van de delegatie en krijgen zij de gelegenheid om de zienswijzen van de Unie met betrekking tot de rechtsvraag in kwestie te verwoorden. |
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Indien de betrokken lidstaat weigert een vordering tot nietigverklaring in te dienen, een beroep aan te tekenen of om een herziening te verzoeken, brengt hij de Commissie hiervan binnen 30 dagen op de hoogte. In dat geval mag de Commissie het besluit nemen om de betrokken lidstaat te verplichten om een vordering tot nietigverklaring in te dienen, een beroep aan te tekenen of om een herziening te verzoeken. |
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie brengt het Europees Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte van de ontwikkelingen in de arbitrageprocedure als bedoeld in het eerste lid. |
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer de Unie verweerder is in een geschil betreffende een behandeling die volledig of gedeeltelijk door een lidstaat is toegekend, en de Commissie van mening is dat schikking van het geschil in het belang van de Unie zou zijn, overlegt zij eerst met de betrokken lidstaat. Ook de lidstaat kan initiatief nemen tot dergelijk overleg met de Commissie. |
1. Wanneer de Unie verweerder is in een geschil betreffende een behandeling die volledig of gedeeltelijk door een lidstaat is toegekend, en de Commissie van mening is dat schikking van het geschil in het belang van de Unie zou zijn, overlegt zij eerst met de betrokken lidstaat. Ook de lidstaat kan initiatief nemen tot dergelijk overleg met de Commissie. De lidstaat en de Commissie zorgen ervoor dat zij een wederzijds begrip hebben van de juridische situatie en mogelijke gevolgen en voorkomen dat zij een meningsverschil hebben met het oog op de schikking van de zaak. |
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Indien de lidstaat er niet mee instemt het geschil te schikken, kan de Commissie het geschil schikken, wanneer hogere belangen van de Unie zulks vereisen. |
3. Indien de lidstaat er niet mee instemt het geschil te schikken, kan de Commissie het geschil schikken, wanneer hogere belangen van de Unie zulks vereisen. De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad alle relevante informatie over haar besluit om het geschil te schikken, in het bijzonder de motivering ervan. |
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Wanneer de lidstaat een verweerder is in een geschil dat uitsluitend betrekking heeft op een behandeling toegekend door zijn autoriteiten en besluit om het geschil te schikken, stelt hij de Commissie op de hoogte van de ontwerpschikkingsregeling, evenals van de onderhandelingen en de tenuitvoerlegging van de schikking. |
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer de Unie als verweerder optreedt overeenkomstig artikel 8 en de Commissie van mening is dat de toegewezen schadevergoeding of het schikkingsbedrag in kwestie op basis van de in artikel 3, lid 1, neergelegde criteria geheel of gedeeltelijk door de betrokken lidstaat moet worden betaald, is de procedure die is uiteengezet in de leden 2 tot en met 5 van toepassing. |
1. Wanneer de Unie als verweerder optreedt overeenkomstig artikel 8 en de Commissie van mening is dat de toegewezen schadevergoeding of het schikkingsbedrag in kwestie op basis van de in artikel 3, lid 1, neergelegde criteria geheel of gedeeltelijk door de betrokken lidstaat moet worden betaald, is de procedure die is uiteengezet in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel van toepassing. Die procedure is ook van toepassing wanneer de Unie, die overeenkomstig artikel 8 als verweerder optreedt, succesvol is in de arbitrage maar de uit de arbitrage voortvloeiende kosten moet dragen. |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot betaling van de definitief toegewezen schadevergoeding of van het schikkingsbedrag een tot de betrokken lidstaat gericht besluit, waarin zij het door deze lidstaat te betalen bedrag vaststelt. |
3. De Commissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot betaling van de definitief toegewezen schadevergoeding of van het schikkingsbedrag een tot de betrokken lidstaat gericht besluit, waarin zij het door deze lidstaat te betalen bedrag vaststelt. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van een dergelijk besluit en de financiële motivering ervan. |
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Tenzij de betrokken lidstaat binnen één maand bezwaar aantekent tegen het besluit van de Commissie, compenseert de betrokken lidstaat de begroting van de Unie binnen drie maanden na het besluit van de Commissie voor de betaling van de schadevergoeding of het schikkingsbedrag. De betrokken lidstaat is rente verschuldigd tegen het rentetarief dat van toepassing is op andere sommen gelds die aan de begroting van de Unie verschuldigd zijn. |
4. Tenzij de betrokken lidstaat binnen één maand bezwaar aantekent tegen het besluit van de Commissie, compenseert de betrokken lidstaat met het gelijkwaardige bedrag de begroting van de Unie binnen drie maanden na het besluit van de Commissie voor de betaling van de schadevergoeding of het schikkingsbedrag. De betrokken lidstaat is rente verschuldigd tegen het rentetarief dat van toepassing is op andere sommen gelds die aan de begroting van de Unie verschuldigd zijn. |
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie kan een besluit nemen waarin zij de betrokken lidstaat verzoekt om financiële bijdragen te leveren aan de begroting van de Unie in verband met de uit de arbitrage voortvloeiende kosten , wanneer zij van mening is dat de lidstaat ingevolge de in artikel 3 neergelegde criteria aansprakelijk zal zijn voor betaling van een eventuele schadevergoeding . |
1. Wanneer de Unie overeenkomstig artikel 8 als verweerder optreedt en tenzij overeenkomstig artikel 11 een andere regeling is getroffen, kan de Commissie een besluit nemen waarin zij de betrokken lidstaat verzoekt om vooraf financiële bijdragen te leveren aan de begroting van de Unie in verband met de voorziene of gemaakte uit de arbitrage voortvloeiende kosten . Een dergelijke beslissing over financiële bijdragen is evenredig en houdt rekening met de in artikel 3 neergelegde criteria. |
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Terugbetalingen of betalingen door een lidstaat aan de begroting, voor de betaling van een schadevergoeding of schikkingsbedrag of kosten anderszins, worden beschouwd als interne bestemmingsontvangsten in de zin van [artikel 18 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen] . Zij mogen worden gebruikt ter dekking van uitgaven die voortvloeien uit overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 218 van het Verdrag en die voorzien in de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, of worden toegewezen aan de begroting waaruit kredieten die oorspronkelijk waren verstrekt om een schadevergoeding, een schikkingsbedrag of andere kosten te betalen, zijn bekostigd. |
Terugbetalingen of betalingen door een lidstaat aan de begroting van de Unie , voor de betaling van een schadevergoeding of schikkingsbedrag of kosten anderszins, met inbegrip van de in artikel 18, lid 1, van deze verordening genoemde kosten, worden beschouwd als interne bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 . Zij mogen worden gebruikt ter dekking van uitgaven die voortvloeien uit overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 218 van het Verdrag en die voorzien in de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, of worden toegewezen aan de begroting waaruit kredieten die oorspronkelijk waren verstrekt om een schadevergoeding, een schikkingsbedrag of andere kosten te betalen, zijn bekostigd. |
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie zal worden bijgestaan door [het Comité voor investeringsovereenkomsten dat in het leven is geroepen bij Verordening [2010/197 COD]] . Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
1. De Commissie zal worden bijgestaan door het Comité voor investeringsovereenkomsten dat in het leven is geroepen bij Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen (4). Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie dient regelmatig een verslag over de uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement en de Raad. Het eerste verslag zal worden ingediend uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De daaropvolgende verslagen zullen vervolgens om de drie jaar worden ingediend. |
1. De Commissie dient regelmatig een gedetailleerd verslag over de uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement en de Raad. Dit verslag bevat alle relevante informatie, waaronder de lijst van de tegen de Unie of de lidstaten ingestelde vorderingen, verbonden procedures, vonnissen en de financiële gevolgen voor de respectieve begrotingen. Het eerste verslag zal worden ingediend uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De daaropvolgende verslagen zullen vervolgens om de drie jaar worden ingediend , tenzij de begrotingsautoriteit, bestaande uit het Europees Parlement en de Raad, anders besluit . |
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement en de Raad een lijst met verzoeken om overleg van eisers, vorderingen en arbitragevonnissen in. |
(1) De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0124/2013).
(2) Arrest van het Hof van Justitie van 9 september 2008 in de gevoegde zaken C-120/06 P and C-121/06 P, FIAMM en Fedon/Raad en Commissie (Jurispr. 2008, blz. I-6513).
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 40.