|
8.7.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 214/20 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat een standaard btw-aangifte betreft
(COM(2013) 721 final — 2013/0343 (CNS))
2014/C 214/04
Rapporteur: PÁLENÍK
De Raad heeft op 8 november 2013 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te raadplegen over het
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat een standaard btw-aangifte betreft
COM(2013) 721 final — 2013/0343 (CNS).
De afdeling Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 13 februari 2014 goedgekeurd.
Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn op 26 en 27 februari 2014 gehouden 496e zitting (vergadering van 26 februari 2014) het volgende advies uitgebracht, dat met 130 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 5 onthoudingen, is goedgekeurd.
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1 |
Het EESC is verheugd over de invoering van een standaard btw-aangifte. Dit is een nieuw instrument dat, mits het goed ten uitvoer wordt gelegd, ertoe moet bijdragen de administratieve rompslomp voor bedrijven in de EU te verminderen, het potentieel van de interne markt beter te benutten, en de doeltreffendheid van belastinginning en fraudebestrijding te verhogen. Tevens roept het Comité de Commissie op haar inspanningen onverminderd voort te zetten wat de tenuitvoerlegging van dit instrument betreft. |
|
1.2 |
Het EESC is voorstander van maximale standaardisatie van de wijze waarop en de vorm waarin een standaard btw-aangifte moet worden ingediend. Zo zal de administratieve rompslomp immers worden beperkt, met name voor bedrijven die internationaal actief zijn, waardoor ze beter zullen kunnen concurreren. Door een eind te maken aan concurrentieverstoringen zal ook worden voorkomen dat banen verloren gaan. Dit voorstel vormt evenwel slechts een eerste kleine stap in de aanpak van de vele verschillen tussen de lidstaten wat btw-regels en –formaliteiten betreft. De kosten en baten van een wijziging van de btw-aangifteregeling (en de interne procedures) voor bedrijven — met name kmo's — dienen goed te worden afgewogen. |
|
1.3 |
Het EESC verwijst naar het in het werkprogramma 2014 van de Commissie aangekondigde voorstel en beklemtoont dat de vele verschillen qua btw-regels en -formaliteiten in de lidstaten toe te schrijven zijn aan de verschillende opties waarin de btw-Richtlijn voorziet. Het EESC is ingenomen met het voorgelegde voorstel, dat een eerste en noodzakelijke stap is in het streven om belastingontduiking en -fraude doeltreffender te bestrijden en de administratieve rompslomp ingevolge de tenuitvoerlegging van de richtlijn te beperken. Bij de voorbereiding van een definitief btw-stelsel moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor rapportagesystemen en veranderingen in interne procedures (die extra kosten met zich meebrengen voor bedrijven en besturen). |
|
1.4 |
Het EESC steunt het initiatief van de Commissie ter vaststelling van de technische details, procedures en definities, alsook van de methoden voor het elektronisch indienen van de standaard btw-aangifte. Het heeft evenwel bedenkingen bij het voorstel om de comitéprocedure ook toe te passen voor de vaststelling van de beginselen voor het afhandelen van correcties in de aangifte. Het zou daarom graag zien dat de betreffende details in de definitieve versie van de richtlijn worden verankerd. |
|
1.5 |
De Commissie wordt opgeroepen een aantal aspecten van het voorstel duidelijker toe te lichten, met name wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om voorlopige vooruitbetalingen te innen, de uitbreiding van het aangiftetijdvak voor micro-ondernemingen met een jaaromzet van minder dan 2 miljoen euro tot drie maanden, en de beperkte administratieve capaciteit die aldus van nationale belastingautoriteiten zou worden gevergd. |
|
1.6 |
Het EESC onderschrijft het eenmaligheidsbeginsel op basis waarvan bedrijven slechts eenmaal bepaalde informatie aan nationale overheden moeten verstrekken. Gegevens moeten zo worden verzameld dat nationale overheden ervan gebruik kunnen maken voor zowel inspectie (ter bestrijding van belastingontduiking en -fraude) als statistische doeleinden. Aldus wordt vermeden dat bedrijven verplicht worden formulieren en btw-aangiften dubbel in te dienen. |
|
1.7 |
Het EESC pleit voor betere tenuitvoerlegging door de lidstaten van mechanismen die de ondernemingen moeten helpen beter te functioneren, met name door ervoor te zorgen dat zij hun belastingen pas moeten betalen nadat hun facturen door de kopers zijn betaald — hetgeen een eind zou maken aan de situatie waarbij eerlijke bedrijven in feite lenen aan de staat — en door passende termijnen te hanteren voor de terugbetaling van btw-overschotten. De invoering van dergelijke regelingen mogen naar de mening van het EESC geen aanvullende administratieve rompslomp veroorzaken. |
|
1.8 |
Volgens het EESC is het zonder meer zaak dat de Commissie werk maakt van doeltreffende standaardisatie van tijdschema's en termijnen voor het hele gamma van btw-gerelateerde betalingen (vooruitbetalingen, belastingbetalingen, terugbetaling van te veel betaalde bedragen) en correcties van belastingaangiftes, zodat de doelstellingen van het voorstel ten volle worden verwezenlijkt. |
2. Achtergrond
|
2.1 |
Het is van groot belang de administratieve rompslomp met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) te beperken, zodat zij zich kunnen concentreren op hun reële activiteiten. Het EESC juicht het voorstel voor een richtlijn toe dat de internationale concurrentiepositie van Europese bedrijven moet helpen versterken en de werking van de interne markt moet helpen verbeteren. De winst die hiermee zou worden geboekt op het vlak van bedrijfsactiviteiten, zal vervolgens ook voordelen opleveren wat betreft belastinginning, overheids- en nationale begrotingen, financiering van sociale samenhang, betere toegang tot overheidsdiensten en doeltreffender openbaar bestuur. De richtlijn zal algemeen zowel de doorsnee Europese burger als de kmo's ten goede komen. |
|
2.2 |
Zoals in het Commissievoorstel is aangegeven, zorgt de belasting op de toegevoegde waarde (btw) gemiddeld voor ca. 21 % van de nationale belastinginkomsten, waardoor het een belangrijke bron van inkomsten is voor de nationale begrotingen. Niettemin wordt jaarlijks naar schatting 12 % van de potentiële btw-inkomsten niet geïnd. Het is daarom zaak dat de EU en haar lidstaten de doeltreffendheid van de btw-inning en de bestrijding van belastingfraude en -ontduiking verhogen terwijl zij tegelijkertijd ook elk initiatief ter bescherming van de werkgelegenheid blijven ondersteunen. |
|
2.3 |
Mits goed ten uitvoer gelegd kan dit richtlijnvoorstel dat gericht is op de invoering van een standaard btw-aangifte, de belastinginning doeltreffender maken en de bestrijding van belastingfraude verbeteren. Het kan exportbedrijven die binnen de Europese interne markt actief zijn, tevens helpen hun problemen aan te pakken. |
|
2.4 |
Thans is de btw-aangifte slechts minimaal geharmoniseerd en bepalen lidstaten hetgeen in de aangifte moet worden opgenomen, rekening houdend met hun eigen specifieke situatie. Zoals het systeem voor de btw-aangifte thans is opgezet, worden ondernemingen die internationaal actief zijn, geconfronteerd met extra kosten door de ingewikkelde administratieve procedures en de aangifteformulieren in verschillende talen. Het EESC is voorstander van maximale harmonisatie wat betreft de wijze waarop de btw-aangifte wordt gepresenteerd. |
|
2.5 |
Doel van het onderhavige voorstel is een standaard btw-aangifte in te voeren die het voor alle bedrijven makkelijker maakt activiteiten te ontplooien en de rompslomp beperkt. Het bedrijfsleven steunt dit voorstel en met name kmo's zijn vragende partij om minder frequent aangifte te moeten doen. PwC (1) schat dat in de EU-27 17,2 miljard euro netto kan worden bespaard door de administratieve rompslomp te beperken en in alle lidstaten een verplichte standaard btw-aangifte in te voeren. |
|
2.6 |
Terwijl een harmonisatie van btw-aangifte voor bedrijven besparingen oplevert, betekent dit anderzijds ook dat van nationale belastingautoriteiten een eenmalige extra investering wordt gevraagd. Volgens de PwC-studie (2013) zouden belastingautoriteiten ongeveer 800 miljoen à 1 miljard euro in IT moeten investeren om de standaard btw-aangifte ten uitvoer te leggen. Op middellange tot lange termijn zou deze uitgave worden gecompenseerd door de winsten die qua doeltreffendheid van de belastinginning en bestrijding van belastingfraude en -ontduiking zullen worden geboekt. Tegelijkertijd zij opgemerkt dat de tenuitvoerlegging van het voorstel ook onvermijdelijke kosten voor de belastingbetalers zal meebrengen (aanpassing van boekhoudsoftware). |
3. Algemene opmerkingen
|
3.1 |
Het EESC is ingenomen met het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot invoering van een standaard btw-aangifte. Een en ander zal de bedrijfsvoorwaarden in de Europese interne markt verbeteren door de administratieve rompslomp te beperken en de btw-aangifte in de verschillende landen te vergemakkelijken. Wanneer in alle landen dezelfde btw-aangifteformulieren worden gebruikt zullen belastingplichtigen makkelijker op verschillende markten actief kunnen zijn en zal de concurrentie op de interne markt worden verbeterd. |
|
3.2 |
Volgens het EESC is dit een stap in de goede richting om concurrentieverstoringen tegen te gaan, werkgelegenheid te behouden en controlemechanismen bij de uitwisseling van informatie tussen belastingautoriteiten onderling en met bedrijven te verbeteren. De invoering van een standaard btw-aangifte zal dit mogelijk maken. Er zal alleen aanvullende informatie — bovenop de informatie waarin het voorstel voorziet — kunnen worden gevraagd als deze informatie van cruciaal belang is voor de belastinginspectie en de bestrijding van belastingontduiking en -fraude. |
|
3.3 |
De voorgestelde wijziging is een complexe verandering die niet alleen gevolgen heeft voor de belastingbetalers maar ook voor de belastingautoriteiten in alle lidstaten. Zij zal een aanpassing vergen qua inhoud en vorm van hun huidige btw-aangiften, met name wat de elektronische indiening (e-filing) betreft. Het EESC vestigt de aandacht in het bijzonder op het voorstel m.b.t. de totstandbrenging van een definitief btw-stelsel en attendeert de Commissie erop dat de daarin vermelde doelstellingen met name meegenomen moeten worden bij de tenuitvoerlegging van het voorstel, zodat er inzake de enige btw-aangifte geen grondige wijzigingen moeten worden aangebracht. |
|
3.4 |
Het wijst erop dat de standaard btw-aangiften in sommige gevallen moeilijk in de systemen van de belastingautoriteiten zullen kunnen worden geïntegreerd als de bevoegdheden voor het vaststellen van de technische details aan de Commissie worden gedelegeerd; de lidstaten hanteren immers verschillende systemen voor de verzameling van belastinggegevens en de behandeling van aangiften. Het EESC onderschrijft die delen van het voorgestelde artikel 255a in de richtlijn van de Commissie waarin is bepaald dat de volgende bevoegdheden aan de Commissie worden overgedragen: vaststelling van de technische specificaties (onder a)), gemeenschappelijke definities en procedures (onder b)) en elektronische beveiligingsmethoden (onder d)). Het attendeert tevens op de mogelijkheid om gebruik te maken van niet-wetgevende maatregelen als een aanpak op basis van vrijwilligheid of voorbeelden van goede praktijken, teneinde de doelstellingen van het voorstel te realiseren. Als bevoegdheden aan de Commissie worden overgedragen zou het EESC graag worden geraadpleegd wanneer de details van artikel 255a worden uitgewerkt, zodat het zijn standpunt kan bepalen. |
|
3.5 |
Een standaard btw-aangifte zal het de lidstaten mogelijk maken snel informatie uit te wisselen en zal mogelijk ook de bestrijding van belastingfraude ten goede komen. Voorts kan een en ander ook de doeltreffendheid van de belastinginning en de consolidering van de begroting bevorderen. |
|
3.6 |
Het EESC is ingenomen met de elektronische indiening (e-filing) van aangiften maar wijst er tevens op dat de vereenvoudiging van de verzameling en verwerking van gegevens van btw-aangiften en de voorgestelde standaard btw-aangifte in een aantal lidstaten moeilijkheden kunnen veroorzaken. Een en ander kan de kosten voor bedrijven ook doen oplopen; bedrijven moeten daarom de mogelijkheid hebben om een aangifte op papier in te dienen, op voorwaarde evenwel dat het daardoor niet moeilijker wordt belastingontduiking en -fraude te voorkomen. |
4. Specifieke opmerkingen
|
4.1 |
Bedrijven met een jaaromzet van minder dan 2 miljoen euro (of een gelijkwaardig bedrag in de nationale munt) komen in aanmerking voor het indienen van kwartaalaangiften. Deze grenswaarde is volgens het EESC voor sommige lidstaten te hoog en zou dan ook moeten worden verlaagd zodat lidstaten rekening kunnen houden met de specifieke aard van hun bedrijfsomstandigheden. Wat de voorgestelde wijzigingen in artikel 206 betreft, zou het toelaten van kwartaalaangiften nadelig kunnen zijn voor de kasstromen van de overheidsbegrotingen in sommige landen. Het EESC stelt de Commissie daarom voor, de mogelijkheid te behouden om gebruik te maken van btw-vooruitbetalingen ter compensatie van mogelijke schaarste aan btw-inkomsten ingevolge een uitbreiding van het belastingtijdvak voor een groot aantal belastingbetalers. |
|
4.2 |
Het is voorstander van een standaardisering van de basisgegevens in de aangifte en is ermee ingenomen dat er naast de gegevens en andere elementen ook voorzien is in een mogelijkheid voor belastingaftrek. De Commissie streeft er bij de tenuitvoerlegging van het voorstel terecht naar extra rompslomp te vermijden wanneer alleen het verplichte gedeelte van de standaard btw-aangifte wordt gebruikt (conform artikel 250). Het EESC dringt er bij de Commissie op aan de lidstaten verplicht toestemming te laten geven om de standaard btw-aangifte in om het even welke EU-taal in te vullen, teneinde de rompslomp te verminderen. |
|
4.3 |
Het EESC steunt de invoering van een standaard btw-aangifte waarbij voor alle lidstaten hetzelfde standaardformulier geldt. Het stelt daarom voor dat de standaard btw-aangifte uit twee delen zou bestaan en dat de lidstaten ofwel zouden beslissen dat alleen het verplichte gedeelte conform artikel 250 van het richtlijnvoorstel moet worden gebruikt, ofwel vergen dat ook de gegevens conform artikel 251 moeten worden ingevuld. Het is tegelijkertijd van cruciaal belang dat belastingautoriteiten aanvullende informatie kunnen eisen ingeval deze informatie kan helpen belastingontduiking en -fraude doeltreffender te bestrijden. Om voor een vooraf gespecificeerde, beperkte periode aanvullende informatie te kunnen vragen moet een aanvraag worden ingediend bij het speciaal daarvoor door de Commissie opgerichte comité. Het EESC is van mening dat deze informatie deel moet uitmaken van de standaard btw-aangifte zodat er voor het verplichte deel (artikel 250) en het optionele deel (artikel 251) een standaardformulier kan worden gebruikt, ook al wordt een uitzondering toegepast m.b.t. van belastingplichtigen geëiste aanvullende informatie. |
|
4.4 |
Het verheugt zich over het voorstel om de rompslomp voor bedrijven te beperken door, zoals wordt beoogd met de schrapping van artikel 261 van de richtlijn, van hen niet langer te verlangen dat zij de belastinginformatie dubbel indienen. Het roept de Commissie op om voorbeelden van goede praktijken te verspreiden teneinde lidstaten aan te moedigen informatie doeltreffend te verzamelen en uit te wisselen. |
|
4.5 |
Wanneer de definitieve versie van de gewijzigde richtlijn betreffende de standaard btw-aangifte ten uitvoer wordt gelegd, moeten belastingplichtigen voldoende tijd krijgen om zich te informeren over en vertrouwd te worden met deze nieuwe vorm van belastingaangifte. Het EESC vindt de standaard btw-aangifte een belangrijke zaak en zou dan ook graag zien dat een goed evenwicht wordt gevonden tussen een kwaliteitsvolle definitieve versie van de richtlijn en een snelle tenuitvoerleggingstermijn. Hoe dan ook zou het een ambitieuzere tenuitvoerleggingstermijn toejuichen. Tegelijkertijd roept het EESC de belastingautoriteiten in de lidstaten op belastingplichtigen alle mogelijke steun te verlenen om zich met de verschillende elementen van de richtlijn vertrouwd te maken, bijvoorbeeld door hun de mogelijkheid te bieden online voorbereidingscursussen te volgen. |
|
4.6 |
Er zij op gewezen dat er in de lidstaten een aantal wettelijke bepalingen (termijnen, voorschriften, enz.) voor de terugbetaling van btw van kracht zijn die in het onderhavige voorstel onvoldoende in aanmerking worden genomen. Voorts wordt er in het richtlijnvoorstel evenmin rekening mee gehouden 1) dat de lidstaten — in samenhang met de structuur van de belastingaangifte — over systemen beschikken voor risicoanalyse, het selecteren van bedrijven voor belastinginspectie of het opsporen van belastingfraude, en 2) dat de structuur van de nationale belastingaangiften afgestemd is op de binnenlandse omstandigheden. Het EESC roept de Commissie op er bij de lidstaten op aan te dringen alles in het werk te stellen om de verzameling en uitwisseling van informatie tussen de nationale autoriteiten (douaneautoriteiten, instellingen voor de statistiek, enz.) te verbeteren. |
|
4.7 |
Het EESC onderschrijft het eenmaligheidsbeginsel op basis waarvan bedrijven de informatie slechts eenmaal moeten verstrekken. Gedetailleerde informatie kan in verantwoorde gevallen worden opgevraagd zodat inspecties die voor de bestrijding van belastingontduiking en -fraude van cruciaal belang zijn, kunnen worden verricht. Het voorstel voorziet in de mogelijkheid om informatie op te vragen die het mogelijk maakt inspecties zo goed mogelijk uit te voeren. Tevens moet verstrekte informatie voor statistische doeleinden kunnen worden gebruikt en moet aldus kunnen worden vermeden dat bedrijven dezelfde informatie aan verschillende instanties en in verschillende documenten en formaten meermaals moeten aanleveren. |
|
4.8 |
Naar de mening van het EESC kan de werking van de interne markt worden verbeterd indien de belastingautoriteiten de btw op gezette tijdstippen terugbetalen, en tegelijkertijd ook de bestrijding van belastingontduiking en -fraude op een passend niveau houden. Een doeltreffendere tenuitvoerlegging van de bepaling dat belasting pas betaalbaar is wanneer de factuur is betaald, kan kmo's evenzeer ten goede komen. Een en ander zou een eind maken aan het ongewenste fenomeen dat opgelichte ondernemingen geld lenen aan de staat. Het EESC roept daarom de Commissie op er bij de lidstaten op aan te dringen deze regulering ten uitvoer te leggen, hetgeen tot een transparant bedrijfsklimaat zal bijdragen. |
|
4.9 |
Het onderhavige richtlijnvoorstel voorziet in delegatie van de uitvoerende bevoegdheden voor correcties van belastingaangiften aan de Commissie. Tegelijkertijd geeft het de lidstaten het recht om correcties van standaard btw-aangiften mogelijk te maken en om termijnen voor deze correcties vast te stellen. Aangezien het in dit verband volgens het EESC niet duidelijk is welke impact de comitéprocedure heeft op bepaalde lidstaten, moeten alle details m.b.t. de correctie van standaard btw-aangiften in het richtlijnvoorstel zelf worden uitgewerkt, terwijl de latere tenuitvoerlegging ervan onder de bevoegdheid van de individuele lidstaten kan vallen. Ook zou het EESC graag actief deelnemen aan de opstelling van de uitvoeringsbepalingen voor deze richtlijn. |
Brussel, 26 februari 2014
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Henri MALOSSE
(1) PwC (2013): Study on the feasibility and impact of a common EU standard VAT return (Studie over de haalbaarheid en impact van een gemeenschappelijke Europese standaard btw-aangifte).