|
15.11.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 332/114 |
Woensdag 13 juni 2012
Speciale vertegenwoordiger van de EU voor mensenrechten
P7_TA(2012)0250
Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 13 juni 2012 over de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten (2012/2088(INI))
2013/C 332 E/24
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de artikelen 2, 3, 6, 21, 31, 33 en 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), |
|
— |
gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, |
|
— |
gezien zijn resolutie van 16 december 2010 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2009 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie (1), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 18 april 2012 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU (2), |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2011 met als titel "Een centrale plaats voor mensenrechten en democratie in het externe optreden van de EU - Voor een meer doeltreffende aanpak" (COM(2011)0886), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met de titel "Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht voor de burgers van Europa – Actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm" (COM(2010)0171), |
|
— |
gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake mensenrechten en internationaal humanitair recht (3), |
|
— |
gezien de toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, |
|
— |
gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over politieke verantwoording (4), |
|
— |
gezien artikel 97 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken (A7-0174/2012), |
|
A. |
overwegende dat met artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bevestigd dat de EU zich in heel haar extern optreden inzet voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie en tevens zorgt voor samenhang en consistentie op alle relevante gebieden en tussen het externe optreden van de EU en haar overige beleid; |
|
B. |
overwegende dat artikel 33 VEU de rechtsgrondslag biedt voor de benoeming van een speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten: "De Raad kan, op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, een speciale vertegenwoordiger met een mandaat voor specifieke beleidsvraagstukken benoemen. De speciale vertegenwoordiger voert zijn mandaat uit onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger"; |
|
C. |
overwegende dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen op de benoeming van een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten (SVEU voor MR), zoals blijkt uit bovengenoemde resoluties van 16 december 2010 en 18 april 2012; |
|
D. |
overwegende dat de SVEU voor MR moet zorgen voor meer zichtbaarheid en samenhang van het EU-mensenrechtenbeleid, dat een fundamenteel onderdeel is van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de EU helpt de mensenrechten sterker te profileren in de wereld; |
|
1. |
doet de Raad de volgende aanbevelingen:
|
|
2. |
verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en, ter informatie, aan de Commissie. |
(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0489.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0126.
(3) http://www.eeas.europa.eu/human_rights/docs/guidelines_en.pdf.
(4) PB C 351 E van 2.12.2011, blz. 470.