15.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 332/128


Woensdag 13 juni 2012
Economisch en budgettair toezicht op lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit in het eurogebied ***I

P7_TA(2012)0242

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 juni 2012 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de versterking van het economisch toezicht en budgettaire toezicht op lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit in de eurozone (COM(2011)0819 – C7-0449/2011 – 2011/0385(COD)) (1))

2013/C 332 E/31

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENT

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

(1)

De ongekende mondiale crisis die de wereld de afgelopen drie jaar in haar greep heeft gehouden , heeft de economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en een sterke verslechtering van het overheidstekort en de schuldpositie van de lidstaten tot gevolg gehad , waardoor een aantal onder hen een beroep heeft gedaan op financiële bijstand buiten het Uniekader.

(1)

De ongekende mondiale crisis die de wereld sinds 2007 in haar greep houdt , heeft de economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en tot een sterke verslechtering van het overheidstekort en de schuldpositie van de lidstaten geleid , waardoor een aantal onder hen een beroep heeft gedaan op financiële bijstand buiten en binnen het Uniekader.

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

 

1 bis.

In artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat de Unie bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening houdt met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid.

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

(2)

De volledige consistentie tussen het in het Verdrag vastgelegde multilaterale toezichtkader van de Unie en de eventueel aan de bovenbedoelde financiële bijstand verbonden beleidsvoorwaarden dient door Uniewetgeving te worden gewaarborgd. De economische en financiële integratie van de lidstaten die de euro als munt hebben, vereist een versterkt toezicht om te voorkomen dat een lidstaat die moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit ondervindt, de rest van het eurogebied besmet.

(2)

De volledige consistentie tussen het in het Verdrag vastgelegde multilaterale toezichtkader van de Unie en de eventueel aan de bovenbedoelde financiële bijstand verbonden beleidsvoorwaarden dient door Uniewetgeving te worden gewaarborgd. De economische en financiële integratie van alle lidstaten , met name degene die de euro als munt hebben, vereist een versterkt toezicht om te voorkomen dat een lidstaat die moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit ondervindt, de rest van het eurogebied en bij uitbreiding de hele Europese Unie besmet.

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

(3)

De intensiteit van het economische en budgettaire toezicht moet in verhouding staan tot de ernst van de ondervonden financiële moeilijkheden en moet naar behoren zijn afgestemd op de aard van de ontvangen financiële bijstand, die kan variëren van louter anticiperende steun op basis van vooraf vastgestelde voorwaarden tot een volwaardig macro-economisch aanpassingsprogramma waaraan strikte beleidsvoorwaarden zijn verbonden.

(3)

De intensiteit van het economische en budgettaire toezicht moet in verhouding staan tot en evenredig zijn met de ernst van de ondervonden financiële moeilijkheden en moet naar behoren zijn afgestemd op de aard van de ontvangen financiële bijstand, die kan variëren van louter anticiperende steun op basis van vooraf vastgestelde voorwaarden tot een volwaardig macro-economisch aanpassingsprogramma waaraan strikte beleidsvoorwaarden zijn verbonden. De macro-economische aanpassingsprogramma’s moeten rekening houden met het nationale hervormingsprogramma van de betrokken lidstaat in het kader van de communautaire strategie voor groei en werkgelegenheid.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

(4)

Wanneer een lidstaat die de euro als munt heeft, een ernstige financiële verstoring ondervindt of dreigt te ondervinden, moet hij onder verscherpt toezicht worden gesteld opdat de toestand in de betrokken lidstaat snel wederom wordt genormaliseerd en de overige lidstaten van het eurogebied tegen mogelijke negatieve overloopeffecten worden beschermd. Dit verscherpte toezicht dient onder meer ruimere toegang te behelzen tot de informatie die nodig is voor een nauwlettende bewaking van de economische, budgettaire en financiële situatie, alsook regelmatige rapportage aan het Economisch en Financieel Comité (EFC) of aan een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen. Voor lidstaten die om anticiperende bijstand van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of een andere internationale financiële instelling verzoeken, dienen dezelfde toezichtregelingen te gelden.

(4)

Wanneer een lidstaat die de euro als munt heeft, een ernstige financiële verstoring ondervindt of dreigt te ondervinden, moet hij onder verscherpt toezicht worden gesteld opdat de toestand in de betrokken lidstaat snel wederom wordt genormaliseerd en de overige lidstaten van het eurogebied tegen mogelijke negatieve overloopeffecten worden beschermd. Dit verscherpte toezicht dient in verhouding te staan tot de ernst van de problemen en dienovereenkomstig te worden gefaseerd . Het dient onder meer ruimere toegang te behelzen tot de informatie die nodig is voor een nauwlettende bewaking van de economische, budgettaire en financiële situatie, alsook regelmatige rapportage aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement alsmede het Economisch en Financieel Comité (EFC) of aan een subcomité dat het EFC daartoe kan aanwijzen. Voor lidstaten die om anticiperende bijstand van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of een andere internationale financiële instelling verzoeken, dienen dezelfde toezichtregelingen te gelden.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

 

(4 bis)

Een lidstaat die onder verscherpt toezicht is gesteld, moet ook maatregelen aannemen die erop gericht zijn de bronnen of potentiële bronnen van zijn moeilijkheden aan te pakken. Hiertoe moet rekening worden gehouden met alle aanbevelingen die de lidstaat in de loop van een buitensporigtekortprocedure of een procedure bij buitensporige macro-economische onevenwichtigheden heeft ontvangen.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

(5)

Voor lidstaten met een macro-economisch aanpassingsprogramma dient het toezicht op de economische en budgettaire situatie fors te worden versterkt. Wegens het veelomvattende karakter van een dergelijk programma dienen de overige economische en budgettaire toezichtprocessen tijdens de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma te worden opgeschort om overlapping van rapportageverplichtingen te vermijden.

(5)

Voor lidstaten met een macro-economisch aanpassingsprogramma dient het toezicht op de economische en budgettaire situatie fors te worden versterkt. Wegens het veelomvattende karakter van een dergelijk programma dienen de overige economische en budgettaire toezichtprocessen tijdens de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma te worden opgeschort of waar nodig te worden gestroomlijnd om de consistentie van het toezicht op het economische beleid te waarborgen en overlapping van rapportageverplichtingen te vermijden. Bij de uitwerking van het macro-economische aanpassingsprogramma moet er echter rekening worden gehouden met alle aanbevelingen die de lidstaat in de loop van een buitensporigtekortprocedure of een procedure bij buitensporige macro-economische onevenwichtigheden heeft ontvangen.

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

 

(5 bis)

Overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (2) kan het vrije verkeer van kapitaal – een grondbeginsel van het VWEU – om gegronde redenen betreffende de openbare veiligheid middels nationale regelgeving worden beperkt. Redenen inzake de openbare veiligheid kunnen de bestrijding van belastingontduiking omvatten, in het bijzonder voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit in het eurogebied.

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

 

(5 ter)

Dergelijke belastingontduiking vertegenwoordigt een tekort aan inkomsten dat gelijk kan zijn aan of zelfs hoger dan het bedrag van de financiële steun van een of meer lidstaten, het IMF, de EFSF, het EFSM of het ESM, en vloeit in de eerste plaats voort uit de gebrekkige tenuitvoerlegging van het nationale belastingbeleid.

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quater (nieuw)

 

(5 quater)

Op grond van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank kan de Raad, overeenkomstig artikel 66 VWEU, beperkingen toestaan ten aanzien van derde landen die verantwoordelijk zijn voor kapitaalverkeer dat de werking van de Economische en Monetaire Unie ernstig bemoeilijkt.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis)

De lidstaten betrekken overeenkomstig de huidige nationale voorschriften en praktijken zowel de sociale partners als de organisaties uit het maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding, tenuitvoerlegging, controle en evaluatie van de technischebijstandsprogramma's.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

(7)

Een besluit dat een lidstaat zich niet aan zijn aanpassingsprogramma houdt, zou ook leiden tot een schorsing van de betalingen en vastleggingen van Uniefondsen als bedoeld in artikel 21, lid 6, van Verordening (EU) nr. XXX houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij, die onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallen, en houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006,

Schrappen

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

 

(7 bis)

In bepaalde omstandigheden kan de bescherming van een lidstaat tegen de volatiliteit van de markten betere langetermijnresultaten opleveren voor wat betreft de stabilisatie van de economische situatie van deze lidstaat en het vermogen van de lidstaat om zijn schulden af te lossen. In dergelijke omstandigheden kan een lidstaat op basis van een besluit van de Commissie tijdelijk onder rechtsbescherming worden geplaatst. De Raad kan een dergelijke beslissing van de Commissie middels de gevraagde meerderheid intrekken.

Amendement 14

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

 

(7 ter)

Referenties naar financiële steun in deze Verordening dienen ook de financiële steun te dekken die als voorzorg wordt gegeven, tenzij anders voorzien.

Amendement 15

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 quater (nieuw)

 

(7 quater)

De beslissing van de Commissie om onder deze Verordening een intensiever toezicht voor een lidstaat te laten gelden moet in nauwe samenwerking met het EFC, het Europees Comité voor systeemrisico en de relevante Europese Toezichthoudende Autoriteiten genomen worden. De Commissie moet ook samenwerken met het EFC als zij beslist over een verlenging van het verscherpte toezicht.

Amendement 16

Voorstel voor een verordning

Artikel 1 – lid 1

1.   In deze verordening worden voorschriften vastgesteld ter versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit en/of die financiële bijstand van een of meer andere staten, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) of andere Internationale financiële instellingen (IFI), zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), ontvangen of kunnen ontvangen.

1.   In deze verordening worden voorschriften vastgesteld ter versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten die de euro als munt hebben en die:

ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit en/of de houdbaarheid van hun overheidsfinanciën, met mogelijke negatieve overloopeffecten op andere lidstaten van het eurogebied; en/of

financiële bijstand van een of meer andere staten, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) of andere internationale financiële instellingen, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), aanvragen of ontvangen.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis.     Deze Verordening formuleert bepalingen voor strengere nationale begrotingsvoorschriften en een betere coördinatie van het economisch beleid.

Amendement 19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis.     Bij toepassing van deze verordening nemen de Commissie, de Raad en de lidstaten artikel 152 VWEU ten volle in acht en eerbiedigen de in het kader van deze verordening vastgestelde aanbevelingen de nationale praktijken en de instellingen voor loonvorming. Bij de toepassing van deze verordening en de hieronder aangenomen aanbevelingen nemen de Commissie, de Raad en de lidstaten eveneens artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in acht en hun toepassing laat dienovereenkomstig het recht onverlet om over collectieve arbeidsovereenkomsten te onderhandelen, deze te sluiten en de naleving ervan af te dwingen, en om vakbondsacties te voeren in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijken.

Amendement 18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 bis (nieuw)

 

Artikel 1 bis

Stringentere begrotingsvoorschriften en coördinatie van economisch beleid

1.     Met als doel het coördineren van een betere planning van hun nationale schuld zullen de lidstaten hun emissies van staatsschuld vooraf aan de Commissie en de Raad rapporteren.

2.     Met als doel om beste praktijken te benchmarken en tot een nauwere coördinatie van het economisch beleid te komen, waarborgen de lidstaten dat alle belangrijke economische beleidshervormingen die zij beogen te ondernemen, vooraf worden besproken en coördineren zij deze hervormingen indien toepasselijk met de andere lidstaten.

3.     In overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1466/97 zorgen de lidstaten ervoor dat de begrotingssituatie van de overheid als geheel op middellange termijn in evenwicht is of een overschot vertoont.

Amendement 20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

1.    De Commissie kan besluiten een lidstaat die ernstige moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit ondervindt, onder verscherpt toezicht te stellen. De betrokken lidstaat wordt vooraf de mogelijkheid geboden zijn standpunten kenbaar te maken. De Commissie besluit om de zes maanden of het verscherpte toezicht wordt verlengd.

1.    Op basis van de laatste grondige herziening overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 en rekening houdende met aanvullende objectieve criteria, waaronder waarschuwingen van h et Europees Comité voor systeemrisico (ECSR) en de verslagen waarnaar wordt verwezen in Verordening (EU) nr. …/2012 van het Europees Parlement en de Raad van … [betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van het eurogebied] kan de Commissie besluiten een lidstaat onder verscherpt toezicht te stellen. De Raad kan een dergelijke beslissing binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen intrekken. Voordat de beslissing wordt genomen, krijgt de betrokken lidstaat de kans zijn standpunt kenbaar te maken. De Commissie besluit om de zes maanden of het verscherpte toezicht wordt verlengd.

Amendement 21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis.     Wanneer de Commissie conform lid 1 besluit om een lidstaat onder verscherpt toezicht te stellen, brengt zij het ECSR daarvan naar behoren op de hoogte en stelt zij de lidstaat in kwestie indien toepasselijk in kennis van de resultaten van het verscherpte toezicht.

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

2.   De Commissie besluit om een lidstaat die van een of meer andere staten, de EFSF, het ESM of een andere internationale financiële instelling, zoals het IMF, anticiperende financiële bijstand ontvangt, onder verscherpt toezicht te stellen. De Commissie stelt een lijst op van de betrokken anticiperende financiële-bijstandinstrumenten en houdt deze actueel, zodat rekening wordt gehouden met mogelijke wijzigingen in het financiële steunbeleid van de EFSF, het ESM of een andere relevante internationale financiële instelling .

2.   De Commissie besluit om een lidstaat die van een of meer andere staten, de EFSF, het EFSM, het ESM of een andere internationale financiële instelling zoals het IMF anticiperende financiële bijstand vraagt of ontvangt, onder verscherpt toezicht te stellen.

De Commissie maakt de beslissingen die zij in overeenstemming met leden 1 en 2 neemt, openbaar .

Amendement 23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

3.    Lid 2 is niet van toepassing op een lidstaat die anticiperende financiële bijstand ontvangt in de vorm van een kredietlijn die niet van de vaststelling van nieuwe beleidsmaatregelen door de betrokken lidstaat afhankelijk is gesteld, zolang op de kredietlijn geen beroep wordt gedaan.

3.    De Commissie kan beslissen dat lid 2 niet van toepassing is op een lidstaat die anticiperende financiële bijstand ontvangt in de vorm van een kredietlijn die niet van de vaststelling van nieuwe beleidsmaatregelen door de betrokken lidstaat afhankelijk is gesteld, zolang op de kredietlijn geen beroep wordt gedaan.

Amendement 24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis.     De Commissie stelt een lijst op van de financiële-bijstandinstrumenten die aanleiding kunnen geven tot het in lid 2 vermelde verscherpte toezicht, en houdt deze lijst actueel.

Amendement 25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

1.   In overleg en in samenwerking met de Commissie – handelend in samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) – neemt een lidstaat onder verscherpt toezicht maatregelen die erop gericht zijn de bronnen of potentiële bronnen van moeilijkheden aan te pakken.

1.   In overleg en in samenwerking met de Commissie – handelend in samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) , de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) opgericht uit hoofde van verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3), de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) opgericht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) en de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) opgericht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) (samen "de ETA's" genoemd), het ECSR en indien toepasselijk het IMF – neemt een lidstaat onder verscherpt toezicht maatregelen die erop gericht zijn de bronnen of potentiële bronnen van moeilijkheden aan te pakken , rekening houdend met alle aanbevelingen die hij uit hoofde van Verordeningen (EG) nr. 1466/97, (EG) nr. 1467/97 en (EU) nr. 1176/2011 heeft ontvangen met betrekking tot zijn nationale hervormingsprogramma's en zijn stabiliteits- of convergentieprogramma's . De werkgroep van de eurogroep, het EFC, de bevoegde commissie van het Europees Parlement en het parlement van de betrokken lidstaat worden van deze maatregelen in kennis gesteld.

Amendement 26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis.     De Commissie onderzoekt de mogelijke door andere lidstaten veroorzaakte negatieve overloopeffecten, onder meer op fiscaal gebied. Wanneer de Commissie dergelijke negatieve overloopeffecten vaststelt, doet de Raad op aanbeveling van de Commissie en overeenkomstig de in artikel 121, lid 2, van het VWEU vastgelegde procedure de nodige aanbevelingen toekomen aan de lidstaten die de negatieve overloopeffecten veroorzaken.

Amendement 27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 - inleidende formule

3.   Op verzoek van de Commissie is de lidstaat onder verscherpt toezicht ertoe gehouden:

3.   Op verzoek van de Commissie is een lidstaat onder verscherpt toezicht uit hoofde van artikel 2, lid 1, ertoe gehouden:

Amendement 28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – onder a)

(a)

met de verlangde frequentie aan de Commissie, de ECB en de Europese Bankautoriteit (EBA) uitgesplitste informatie mee te delen over de financiële situatie van de financiële instellingen die onder toezicht van zijn nationale toezichthouders staan ;

(a)

overeenkomstig artikel 35 van verordeningen (EU) nrs. 1093/2010, 1094/2010 en 1095/2010 met de verlangde frequentie aan de relevante ETA's uitgesplitste informatie mee te delen over de ontwikkelingen in zijn financiële stelsel, met inbegrip van een analyse van de resultaten van de uitgevoerde stresstests en gevoeligheidsanalyses (zie letter b hieronder). Op basis van de conclusies die worden getrokken uit de onderliggende indicatoren van het scorebord voor macro-economische onevenwichtigheden, evalueren de relevante ETA's in samenwerking met het ECSR de mogelijke zwakke plekken van het financiële stelsel en leggen zij deze evaluaties met de door de Commissie verlangde frequentie voor aan de Commissie en de ECB ;

Amendement 29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – onder b)

(b)

onder toezicht van de Europese Bankautoriteit de door de Commissie en de ECB gespecificeerde stresstests of gevoeligheidsanalyses uit te voeren die nodig zijn om na te gaan in hoeverre de banksector tegen diverse macro-economische en financiële schokken is bestand , en de gedetailleerde resultaten met de genoemde instellingen te delen ;

(b)

onder toezicht van de relevante ETA’s de door de Commissie en de ECB in overleg met de relevante ETA's en het ECSR gespecificeerde stresstests of gevoeligheidsanalyses uit te voeren die nodig zijn om na te gaan in hoeverre de financiële sector tegen diverse macro-economische en financiële schokken is bestand;

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – onder c)

(c)

in het kader van een specifieke collegiale toetsing van de EBA regelmatige beoordelingen te ondergaan van zijn vermogen om toezicht op de banksector uit te oefenen;

(c)

in het kader van een specifieke collegiale toetsing door de relevante ETA's regelmatige beoordelingen te ondergaan van zijn vermogen om toezicht op de financiële sector uit te oefenen;

Amendement 31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – onder d)

(d)

alle benodigde informatie mee te delen voor de bewaking van macro-economische onevenwichtigheden zoals vastgelegd bij Verordening (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden .

(d)

alle benodigde informatie mee te delen voor de bewaking van macro-economische onevenwichtigheden, overeenkomstig verordening (EU) nr. 1176/2011 .

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis.     Op verzoek van de Commissie is een lidstaat onder verscherpt toezicht uit hoofde van artikel 2, lid 2, ertoe gehouden:

(a)

overeenkomstig artikel 35 van verordeningen (EU) nrs. 1093/2010, 1094/2010 en 1095/2010 met de verlangde frequentie aan de Commissie, de ECB en de relevante ETA's uitgesplitste informatie mee te delen over de ontwikkelingen in zijn financiële stelsel, met inbegrip van een analyse van de resultaten van de uitgevoerde stresstests en gevoeligheidsanalyses (zie letter b hieronder). De Commissie, de ECB en de relevante ETA's behandelen deze uitgesplitste gegevens als vertrouwelijk;

(b)

onder toezicht van de relevante ETA’s de door de Commissie en de ECB in overleg met de relevante ETA's en het ECSR gespecificeerde stresstests of gevoeligheidsanalyses uit te voeren die nodig zijn om na te gaan in hoeverre de financiële sector tegen diverse macro-economische en financiële schokken is bestand;

(c)

in het kader van een specifieke collegiale toetsing door de relevante ETA's regelmatige beoordelingen te ondergaan van zijn vermogen om toezicht op de financiële sector uit te oefenen;

(d)

alle benodigde informatie mee te delen voor de bewaking van macro-economische onevenwichtigheden zoals vastgelegd bij verordening (EU) nr. 1176/2011.

Lidstaten die financiële steun ontvangen voor de herkapitalisatie van hun financiële instellingen, brengen bovendien verslag uit over de aan deze financiële instellingen opgelegde voorwaarden, inclusief wat betreft de vergoeding van leidinggevend personeel en de in de reële economie toepasselijke kredietverleningsvoorwaarden.

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

4.   In samenwerking met de ECB legt de Commissie regelmatig controlebezoeken in de lidstaat onder toezicht af om te verifiëren welke vorderingen zijn gemaakt bij de tenuitvoerlegging van de in de leden 1, 2, en 3 vermelde maatregelen. Elk kwartaal deelt zij haar bevindingen mee aan het Economisch en Financieel Comité ( EFC ) of aan een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen – en gaat zij met name na of verdere maatregelen zijn vereist. Deze controlebezoeken vervangen de in artikel 10 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 bedoelde controles ter plaatse.

4.   In samenwerking met de ECB en de relevante ETA's en waar toepasselijk het IMF legt de Commissie regelmatig controlebezoeken in de onder verscherpt toezicht geplaatste lidstaat af om te verifiëren welke vorderingen zijn gemaakt bij de tenuitvoerlegging van de in de leden 1, 2, 3 en 3 bis vermelde maatregelen. Elk kwartaal deelt zij haar bevindingen mee aan het EFC en aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement en gaat zij met name na of verdere maatregelen zijn vereist. Deze controlebezoeken vervangen de in artikel 10 bis, lid 2, van verordening (EG) nr. 1467/97 voorziene controles ter plaatse.

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5

5.   Wanneer op basis van de in lid 4 bedoelde evaluatie wordt geconcludeerd dat verdere maatregelen vereist zijn en dat de financiële situatie van de betrokken lidstaat aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor de financiële stabiliteit van het eurogebied, kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de betrokken lidstaat aanbevelen financiële bijstand te vragen en een macro-economisch aanpassingsprogramma op te stellen. De Raad kan besluiten deze aanbeveling openbaar te maken.

5.   Wanneer op basis van de in lid 4 voorziene controlebezoeken wordt geoordeeld dat verdere maatregelen vereist zijn en dat de financiële en economische situatie van de betrokken lidstaat een gevaar vormt voor de financiële stabiliteit of de ongestoorde werking van het eurogebied, kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen tegelijkertijd:

(a)

de betrokken lidstaat aanbevelen financiële bijstand te vragen en een macro-economisch aanpassingsprogramma op te stellen ;

(b)

de EFSF of het ESM aanbevelen om tegen gepaste voorwaarden zoals voorzien in deze verordening financiële bijstand te verlenen .

De Raad kan besluiten zijn aanbevelingen openbaar te maken.

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Indien een lidstaat krachtens lid 3, onder a, om financiële bijstand van het ESM verzoekt, doen de andere lidstaten hun uiterste best om ervoor te zorgen dat het ESM deze lidstaat daadwerkelijk en tijdig bijstand verleent.

Amendement 36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – onder a)

(a)

kan de relevante commissie van het Europees Parlement vertegenwoordigers van de betrokken lidstaat uitnodigen om aan een gedachtewisseling deel te nemen;

(a)

kan de bevoegde commissie van het Europees Parlement de betrokken lidstaat en de Commissie de gelegenheid geven om aan een gedachtewisseling deel te nemen;

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – onder b bis) (nieuw)

 

(b bis)

brengt de Commissie de relevante commissie van het Europees Parlement tijdig op de hoogte van de inhoud van de aanbeveling.

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 bis (nieuw)

 

6 bis.     Gedurende het volledige proces kunnen de bevoegde commissie van het Europees Parlement en het parlement van de betrokken lidstaat vertegenwoordigers van het IMF, de ECB en de Commissie uitnodigen om deel te nemen aan een dialoog over belangrijke kwesties met betrekking tot de goede werking van de economie.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Een lidstaat die van een of meer andere staten, de EFSF, het ESM, het Internationaal Monetair Fonds ( IMF ) of een andere instelling buiten het Uniekader financiële bijstand wenst te verkrijgen , stelt de Raad, de Commissie en de ECB onmiddellijk van zijn voornemen in kennis. Het EFC , of een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen, houdt een discussie over dit geplande verzoek, na een beoordeling van de Commissie te hebben ontvangen.

Een lidstaat die van plan is van een of meer andere lidstaten , de EFSF, het ESM, het IMF of een andere instelling buiten het Uniekader financiële bijstand te vragen , stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de ECB onmiddellijk van zijn voornemen in kennis. Het EFC houdt een discussie over dit geplande verzoek, na een beoordeling van de Commissie te hebben ontvangen , met als doel, onder andere, om de mogelijkheden van de beschikbare financiële instrumenten in de Unie of eurozone te onderzoeken, voordat de betreffende lidstaat potentiële leners benadert .

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Ingeval om financiële bijstand van de EFSF of het ESM wordt verzocht, stelt de Commissie – in samenwerking met de ECB en, steeds als dit mogelijk is, het IMF – een analyse op van de houdbaarheid van de overheidsschuld van de betrokken lidstaat, met inbegrip van het vermogen van de lidstaat om de beoogde financiële bijstand terug te betalen, en doet zij deze analyse toekomen aan het EFC of aan een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen .

Ingeval om financiële bijstand van de EFSF , het EFSM of het ESM wordt verzocht, stelt de Commissie – in samenwerking met de ECB en, steeds als dit mogelijk en aangewezen is, het IMF – een analyse op van de houdbaarheid van de overheidsschuld en de actuele of potentiële financieringsbehoeften van de betrokken lidstaat, met inbegrip van de impact van macroprudentiële aanpassingsprogramma's op het vermogen van de lidstaat om de beoogde financiële bijstand terug te betalen, en doet zij deze analyse toekomen aan het EFC.

De beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsschuld is gebaseerd op voorzichtige macro-economische en budgettaire prognoses, gebruikmakend van de meest recente informatie en met voldoende inachtneming van de conclusies van het verslag bedoeld in letter a) van artikel 3, lid 3, evenals van elke toezichthoudende taak die wordt uitgeoefend in overeenstemming met letter b) van artikel 3, lid 3. De prognoses beoordelen de impact van macro-economische en financiële schokken en ongunstige ontwikkelingen op de houdbaarheid van de overheidsschuld.

De gebruikte methode, de onderliggende economische en econometrische modellen en veronderstellingen, inclusief een raming van de potentiële opbrengst en de macro-economische multipliereffecten, alsook alle andere relevante parameters die de beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsschuld ondersteunen, worden door de Commissie openbaar gemaakt.

Amendement 41

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

1.   Een lidstaat die van een of meer andere staten, het IMF, de EFSF of het ESM financiële bijstand ontvangt, stelt in overleg met de Commissie – handelend in samenwerking met de ECB – een ontwerpaanpassingsprogramma op dat erop gericht is wederom een gezonde en houdbare economische en financiële situatie tot stand te brengen en tevens zijn vermogen te herstellen om zich volledig op de financiële markten te financieren. In het ontwerpaanpassingsprogramma wordt naar behoren rekening gehouden met de geldende aanbevelingen die overeenkomstig de artikelen 121, 126 en/of 148 van het Verdrag tot de betrokken lidstaat zijn gericht – alsook met de acties die hij heeft ondernomen om daaraan gevolg te geven – , en wordt er tegelijkertijd naar gestreefd de vereiste beleidsmaatregelen te verruimen, te versterken en te verdiepen.

1.   Een lidstaat die van een of meer andere staten, het IMF, de EFSF , het EFSM of het ESM financiële bijstand vraagt of ontvangt, stelt in overleg met de Commissie – handelend in samenwerking met de ECB en indien toepasselijk het IMF – een macro-economisch ontwerpaanpassingsprogramma op dat gebaseerd is op en in de plaats komt van alle eventuele economische partnerschapsovereenkomsten uit hoofde van Verordening (EU) nr. …/2012 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van het eurogebied en dat eveneens een jaarlijkse begrotingsdoelstelling bevat . Dit macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma behandelt de specifieke dreigingen voor de financiële stabiliteit van het eurogebied die van de lidstaat in kwestie uitgaan, en is erop gericht wederom een gezonde en houdbare economische en financiële situatie tot stand te brengen en het vermogen van de lidstaat om zichzelf volledig op de financiële markten te financieren , te herstellen . In het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma , dat gebaseerd is op de beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsschuld, wordt naar behoren rekening gehouden met de aanbevelingen die overeenkomstig de artikelen 121, 126 , 136 en/of 148 VWEU tot de betrokken lidstaat zijn gericht, en wordt er tegelijkertijd naar gestreefd de vereiste beleidsmaatregelen te verruimen, te versterken en te verdiepen. Het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma eerbiedigt de praktijken en instellingen voor loonvorming en arbeidsverhoudingen in de Unie en houdt indien mogelijk rekening met het nationale hervormingsprogramma van de betrokken lidstaat in de context van de Europese strategie voor groei en werkgelegenheid. Het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma neemt artikel 151 VWEU en artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volledig in acht.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis.     Een lidstaat die een macro-economisch ontwerpaanpassingsprogramma zoals voorzien in lid 1 voorbereidt, stelt in overleg met de Commissie een aangepast partnerschapsprogramma voor herstel op dat gericht is op het tot stand brengen van de nodige voorwaarden voor houdbare overheidsfinanciën.

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

2.    Op voorstel van de Commissie hecht de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zijn goedkeuring aan het aanpassingsprogramma .

2.    De Commissie evalueert het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma binnen één week te rekenen vanaf de voorlegging van dit programma .

Als de Commissie van mening is dat het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma toereikend is, keurt zij het goed. De Raad kan deze beslissing binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen herroepen.

Als de Commissie van mening is dat de maatregelen of het tijdschema voorgesteld in het macro-economische ontwerpaanpassingsplan ontoereikend zijn, beveelt zij de lidstaat aan om binnen één week een nieuw macro-economisch ontwerpaanpassingsplan in te dienen en vermeldt zij daarbij de redenen waarom het oorspronkelijke plan niet volstaat. Behalve in dringende gevallen ligt het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma aan de basis van elk memorandum van overeenstemming, programma of technische akkoord dat met de relevante financiële bijstand verlenende partijen wordt afgesloten. Er wordt toegezien op coherentie tussen de diverse relevante documenten met betrekking tot de financiële steun en de geactualiseerde versies van het macro-economische ontwerpaanpassingsprogramma, alsook op coherentie met de algemene richtsnoeren inzake het economie- en werkgelegenheidsbeleid. De Raad kan de beslissing van de Commissie binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen herroepen.

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis.     De Commissie en de Raad zien toe op de implementatie van het aanpassingsprogramma en de jaarlijkse begrotingsplannen die daarmee samenhangen.

Om dubbele rapportageverplichtingen te vermijden, moeten de procedures voor economisch en fiscaal toezicht in het kader van een macro-economisch aanpassingsplan voor een lidstaat die de euro als munt heeft, coherent zijn.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

3.   In samenwerking met de ECB monitort de Commissie de vorderingen die bij de tenuitvoerlegging van het aanpassingsprogramma worden gemaakt; zij stelt het EFC , of een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen, daarvan in kennis. De betrokken lidstaat verleent de Commissie zijn volledige medewerking. Hij verstrekt de Commissie met name alle informatie die zij nodig acht voor het monitoren van het programma. Artikel 3, lid 3, is van toepassing.

3.   In samenwerking met de ECB monitort de Commissie de vorderingen die bij de tenuitvoerlegging van het aanpassingsprogramma worden gemaakt; zij stelt het EFC daarvan om de drie maanden in kennis. De betrokken lidstaat verleent de Commissie en de ECB zijn volledige medewerking. Hij verstrekt de Commissie en de ECB met name alle informatie die zij nodig achten voor het monitoren van het programma. Artikel 3, lid 3, is van toepassing. Bij ontoereikende samenwerking kan de Raad op voorstel van de Commissie een openbare aanbeveling aan de betrokken lidstaat richten betreffende de door die lidstaat te nemen actie.

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

4.   In samenwerking met de ECB gaat de Commissie samen met de betrokken lidstaat na welke wijzigingen eventueel in zijn aanpassingsprogramma moeten worden aangebracht. Op voorstel van de Commissie neemt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over alle wijzigingen die in het aanpassingsprogramma moeten worden aangebracht.

4.   In samenwerking met de ECB en indien toepasselijk het IMF gaat de Commissie samen met de betrokken lidstaat na welke wijzigingen en updates eventueel in zijn aanpassingsprogramma moeten worden aangebracht om naar behoren rekening te houden met onder meer aanzienlijke verschillen tussen macro-economische prognoses en reële cijfers, die mogelijk het gevolg zijn van het aanpassingsprogramma, negatieve overloopeffecten en macro-economische en financiële schokken . De Commissie beslist over alle wijzigingen die in het macro-economische aanpassingsprogramma worden aangebracht. De Raad kan deze beslissingen binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen herroepen.

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis.     De betrokken lidstaat neemt in nauwe samenwerking met de Commissie alle maatregelen die nodig zijn om privébeleggers ertoe aan te moedigen hun globale blootstelling uit vrije wil te handhaven.

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5

5.   Indien uit de in lid 3 bedoelde monitoring blijkt dat er van aanzienlijke afwijkingen van het macro-economische aanpassingsprogramma sprake is, kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten dat de betrokken lidstaat niet voldoet aan de beleidsvoorwaarden die in het aanpassingsprogramma worden gesteld.

5.   Indien uit de in lid 3 bedoelde monitoring blijkt dat er van aanzienlijke afwijkingen van het macro-economische aanpassingsprogramma sprake is, kan de Commissie besluiten dat de betrokken lidstaat niet voldoet aan de beleidsvoorwaarden die in het aanpassingsprogramma worden gesteld. Bij het nemen van haar besluit houdt de Commissie uitdrukkelijk rekening met het feit of deze aanzienlijke afwijkingen al dan niet te wijten zijn aan oorzaken waarover de betrokken lidstaat geen controle heeft. De Raad kan een dergelijk besluit binnen 10 dagen na de goedkeuring ervan met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen herroepen. In haar besluit vermeldt de Commissie de redenen voor niet-naleving en de noodzaak en evenredigheid van de wijzigingen die zijn aangebracht in het in lid 4 vermelde macro-economische aanpassingsprogramma.

Het macro-economische aanpassingsprogramma schetst in het bijzonder de voorzorgsmaatregelen en noodplannen die in geval van onvoorziene gebeurtenissen zoals exogene schokken moeten worden aangenomen.

De in het macro-economische aanpassingsprogramma vastgelegde fiscale consolidatie-inspanningen houden rekening met de noodzaak om voldoende middelen veilig te stellen voor fundamentele beleidsgebieden zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Wanneer de Commissie krachtens de eerste alinea een besluit neemt, neemt de betrokken lidstaat in nauwe samenwerking met de Commissie en in overleg met de ECB maatregelen om marktturbulentie te vermijden en de goede werking van zijn financiële sector in stand te houden.

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 6

6.   Een lidstaat waarvoor een aanpassingsprogramma loopt en die over onvoldoende administratieve capaciteit beschikt voor, dan wel ernstige problemen ondervindt bij de tenuitvoerlegging van zijn aanpassingsprogramma, verzoekt om technische bijstand van de Commissie.

6.   Een lidstaat waarvoor een macro-economisch aanpassingsprogramma loopt en die over onvoldoende administratieve capaciteit beschikt voor, dan wel ernstige problemen ondervindt bij de tenuitvoerlegging van zijn aanpassingsprogramma, verzoekt om technische bijstand van de Commissie , die voor dit doel groepen kan vormen van deskundigen uit de lidstaten en andere instellingen van de Unie en/of relevante internationale instellingen . De doelstellingen en de middelen van de technische bijstand worden gedetailleerd beschreven in de bijgewerkte versies van het macro-economische aanpassingsprogramma. Daarnaast wordt de nationale zeggenschap in de tenuitvoerlegging van technische bijstand gegarandeerd. Technische bijstand is onder meer toegespitst op: verbetering van openbare aanbestedingen, bevordering van de mededinging, bestrijding van corruptie en vergroting van de efficiëntie van de belastinginning met als doel de financiële duurzaamheid te bevorderen.

Het macro-economische aanpassingsprogramma en een beoordeling van de gevolgen ervan voor de samenleving worden openbaar gemaakt.

De beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsschuld wordt als bijlage bij het macro-economische aanpassingsprogramma gevoegd.

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 6 bis (nieuw)

 

6 bis.     Een lidstaat waarvoor een macro-economisch aanpassingsprogramma loopt, voert een alomvattende audit uit van zijn uitstaande schulden om onder meer de oorzaken van de opbouw van excessieve schulden te beoordelen, als ook onregelmatigheden in de schulduitgifteprocedure.

Amendement 51

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 7

7.   De relevante commissie van het Europees Parlement kan vertegenwoordigers van de betrokken lidstaat uitnodigen om deel te nemen aan een gedachtewisseling over de vorderingen die bij de tenuitvoerlegging van het aanpassingsprogramma worden gemaakt.

7.   De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat en de Commissie de mogelijkheid bieden om deel te nemen aan een gedachtewisseling over de vorderingen die bij de tenuitvoerlegging van het aanpassingsprogramma worden gemaakt.

Amendement 52

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 8 bis (nieuw)

 

8 bis.     Dit artikel is niet van toepassing op anticiperende financiële bijstand en evenmin op leningen met het oog op herkapitalisatie van financiële instellingen.

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Artikel 6 bis

Betrokkenheid van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld

Zowel organisaties die de economische en sociale partners vertegenwoordigen als organisaties uit het maatschappelijk middenveld krijgen de kans om hun standpunten kenbaar te maken over de in deze verordening voorziene openbare aanbevelingen en adviezen van de Commissie, evenals over de verslagen en ontwerpverslagen van de lidstaten, als bedoeld in artikelen 2 tot en met 7 van deze verordening. Deze standpunten worden openbaar gemaakt.

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 ter (nieuw)

 

Artikel 6 ter

Maatregelen ter vrijwaring van belastinginkomsten

1.     De betrokken lidstaat neemt overeenkomstig artikel 65 VWEU en in nauwe samenwerking met de Commissie en in overleg met de ECB maatregelen om overtredingen van de nationale wetten en voorschriften tegen te gaan, met name op fiscaal gebied.

2.     De betrokken lidstaat verzoekt de Commissie een voorstel te doen aan de Raad, overeenkomstig artikel 66 VWEU, om vrijwaringsmaatregelen te nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen dat ernstige problemen veroorzaakt, of dreigt te veroorzaken voor de werking van de Economische en Monetaire Unie. De Commissie raadpleegt de ECB vooraleer zij een dergelijk voorstel doet.

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

1.   Het aanpassingsprogramma en de wijzigingen daarin, als bedoeld in artikel 6 van deze verordening, worden geacht in de plaats te komen van de indiening van stabiliteitsprogramma's overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad.

1.   Het macro-economische aanpassingsprogramma en de wijzigingen daarin, als bedoeld in artikel 6 van deze verordening, komen in de plaats van de indiening van stabiliteitsprogramma’s overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad.

Amendement 57

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – onder a)

(a)

wordt het in artikel 6 van deze verordening bedoelde aanpassingsprogramma in voorkomend geval ook geacht in de plaats te komen van de verslagen als bedoeld in respectievelijk artikel 3, lid 4 bis, en artikel 5, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad;

(a)

komt het in artikel 6 van deze verordening bedoelde macro-economische aanpassingsprogramma in voorkomend geval ook in de plaats van de verslagen als bedoeld in respectievelijk artikel 3, lid 4 bis, en artikel 5, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad;

Amendement 58

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – onder b)

(b)

worden de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen die zijn opgenomen in het in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde aanpassingsprogramma in voorkomend geval geacht in de plaats te komen van de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen die overeenkomstig respectievelijk artikel 3, lid 4, en artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1467/97 in de genoemde aanbeveling en aanmaning zijn opgenomen. Indien tot de betrokken lidstaat een aanmaning uit hoofde van artikel 126, lid 9, van het Verdrag is gericht, wordt het in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde aanpassingsprogramma ook geacht in de plaats te komen van de overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1467/97 in de aanmaning verstrekte aanwijzingen met betrekking tot maatregelen die tot de verwezenlijking van deze doelstellingen moeten bijdragen.

(b)

komen de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen die zijn opgenomen in het in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde aanpassingsprogramma in voorkomend geval in de plaats van de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen die overeenkomstig respectievelijk artikel 3, lid 4, en artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1467/97 in de genoemde aanbeveling en aanmaning zijn opgenomen. Indien tot de betrokken lidstaat een aanmaning uit hoofde van artikel 126, lid 9, van het Verdrag is gericht, komt het in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde aanpassingsprogramma ook in de plaats van de overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1467/97 in de aanmaning verstrekte aanwijzingen met betrekking tot maatregelen die tot de verwezenlijking van deze doelstellingen moeten bijdragen.

Amendement 59

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – onder c)

(c)

wordt de in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde monitoring geacht in de plaats te komen van de monitoring als bedoeld in artikel 10, lid 1, en artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad en van de monitoring die aan een besluit als bedoeld in artikel 4, lid 2, en artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 ten grondslag ligt.

(c)

komt de in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde monitoring in de plaats van de monitoring als bedoeld in artikel 10, lid 1, en artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad en van de monitoring die aan een besluit als bedoeld in artikel 4, lid 2, en artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 ten grondslag ligt.

Amendement 60

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. XXX betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden wordt opgeschort voor lidstaten met een overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening door de Raad goedgekeurd macro-economisch aanpassingsprogramma. Deze opschorting geldt voor de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma.

De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1176/2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden wordt opgeschort voor lidstaten met een overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening door de Raad goedgekeurd macro-economisch aanpassingsprogramma , met uitzondering van de in artikelen 3, 4 en 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 bedoelde maatregelen in verband met het scorebord van macro-economische en macrofinanciële indicatoren, het waarschuwingsmechanisme en de diepgaande evaluatie . Deze opschorting geldt voor de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma.

Amendement 61

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

De in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde monitoring wordt geacht in de plaats te komen van de monitoring en evaluatie van het Europees semester voor economische beleidscoördinatie als bedoeld in artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid.

De in artikel 6, lid 3, van deze verordening bedoelde monitoring komt in de plaats van de monitoring en evaluatie van het Europees semester voor economische beleidscoördinatie als bedoeld in artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid. De opschorting geldt voor de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma.

Amendement 62

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. XXX betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van het eurogebied wordt opgeschort voor lidstaten met een overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening door de Raad goedgekeurd macro-economisch aanpassingsprogramma. Deze opschorting geldt voor de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma.

De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. XXX betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van het eurogebied wordt opgeschort voor lidstaten met een overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening door de Raad goedgekeurd macro-economisch aanpassingsprogramma , met uitzondering van de artikelen 1 tot 4 van Verordening (EU) nr…/2012 . Deze opschorting geldt voor de duur van het macro-economische aanpassingsprogramma.

Amendement 63

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

 

Artikel 10 bis (nieuw)

Het onder rechtsbescherming plaatsen van een lidstaat

1.     Daar waar de maatregelen krachtens artikel 3, lid 5 de financiële situatie van een lidstaat niet herstellen en waar die lidstaat het risico van achterstand of uitstel van betalingen draagt, kan de Commissie, na overleg met de Raad, een beslissing nemen om de lidstaat onder rechtsbescherming te plaatsen. De Raad kan binnen 10 dagen na de goedkeuring van een dergelijke beslissing, deze op basis van een eenvoudige meerderheid intrekken.

2.     Doel van dit artikel is de betrokken lidstaat in staat te stellen zijn economische situatie te stabiliseren en zijn schulden af te lossen.

De beslissing om een lidstaat onder rechtsbescherming te plaatsen, heeft de volgende gevolgen:

(a)

bepalingen voor 'voortijdige verrekening' of 'kredietgebeurtenis' worden ongeldig;

(b)

de toegepaste rentetarieven voor leningen blijven behouden en nieuwe leningen aan de lidstaat, met uitzondering van financiële bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 1, dienen met prioriteit te worden terugbetaald;

(c)

de schuldeisers van de betreffende lidstaat maken zichzelf bekend aan de Commissie, binnen twee maanden na de publicatie van de beslissing om de lidstaat onder rechtsbescherming te plaatsen in het Publicatieblad van de Europese Unie; indien zij dit niet doen, worden hun terugvorderingen nietig verklaard;

(d)

de autoriteiten van de betrokken lidstaat implementeren de maatregelen zoals aanbevolen in de technische bijstand als bedoeld in artikel 6, lid 6, en dienen ter goedkeuring een herstel- en schuldbeslechtingsplan in bij de Commissie.

3.     Dit artikel is van toepassing vanaf 2017.

Amendement 64

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

1.   Een lidstaat blijft onder post-programmatoezicht staan zolang niet minimaal 75 % van de van een of meer andere lidstaten, het EFSM, de EFSF of het ESM ontvangen financiële bijstand is terugbetaald. Op voorstel van de Commissie kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de duur van het post-programmatoezicht verlengen.

1.   Een lidstaat blijft onder post-programmatoezicht staan zolang niet minimaal 75 % van de van een of meer andere lidstaten, het EFSM, de EFSF of het ESM ontvangen financiële bijstand is terugbetaald. De Commissie kan beslissen om de duur van het post-programmatoezicht te verlengen. De Raad kan een dergelijke beslissing binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen intrekken.

Amendement 65

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3

3.   In samenwerking met de ECB legt de Commissie in de lidstaat onder post-programmatoezicht regelmatig controlebezoeken af om de economische, budgettaire en financiële situatie ervan te beoordelen. Elk halfjaar deelt zij haar bevindingen mee aan het EFC , of aan een subcomité dat daardoor daartoe kan worden aangewezen , en gaat zij met name na of corrigerende maatregelen zijn vereist.

3.   In samenwerking met de ECB legt de Commissie in de lidstaat onder post-programmatoezicht regelmatig controlebezoeken af om de economische, budgettaire en financiële situatie ervan te beoordelen. Elk halfjaar deelt zij haar bevindingen mee aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement, het EFC of een subcomité dat het EFC daartoe kan aanwijzen, en het parlement van de betrokken lidstaat, en gaat zij met name na of corrigerende maatregelen zijn vereist.

De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat de mogelijkheid bieden om deel te nemen aan een gedachtewisseling over de gemaakte voortgang in het kader van het post-programmatoezicht.

Amendement 66

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4

4.    Op voorstel van de Commissie kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de lidstaat onder post-programmatoezicht aanbevelen corrigerende maatregelen te nemen.

4.    De Commissie kan de lidstaat onder post-programmatoezicht aanbevelen correctieve maatregelen te nemen. De Raad kan een dergelijke aanbeveling binnen 10 dagen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen intrekken.

Amendement 67

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis.     Het parlement van de betrokken lidstaat kan de Commissie uitnodigen om deel te nemen aan een gedachtewisseling over het post-programmatoezicht.

Amendement 68

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Met betrekking tot de in artikel 2, lid 1, artikel 3, artikel 6, lid 4, en artikel 11, lid 4 , bedoelde maatregelen hebben alleen de leden van de Raad stemrecht die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, en besluit de Raad zonder rekening te houden met de stem van het lid van de Raad dat de betrokken lidstaat vertegenwoordigt.

Met betrekking tot de in deze verordening bedoelde maatregelen hebben alleen de leden van de Raad stemrecht die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, en besluit de Raad zonder rekening te houden met de stem van het lid van de Raad dat de betrokken lidstaat vertegenwoordigt.

Amendement 69

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

Artikel 13

Soorten bijstand en leningen die van de toepassing van de artikelen 5 en 6 zijn uitgesloten

Het bepaalde in de artikelen 5 en 6 is niet van toepassing op anticiperende financiële bijstand en evenmin op leningen met het oog op herkapitalisatie van financiële instellingen.

Schrappen

Amendement 70

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

 

Artikel 13 bis

Kennisgeving aan het Europees Parlement

De Raad en de Commissie informeren op regelmatige basis het Europees Parlement over de toepassing van deze verordening.

Amendement 71

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 ter (nieuw)

 

Artikel 13 ter

Overgangsbepalingen

Deze verordening is van toepassing op de lidstaten die al programmabijstand krijgen op [de datum van de inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement 72

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 quater (nieuw)

 

Artikel 13 quater

Verslag

Uiterlijk op 1 januari 2014, en daarna elke vijf jaar, publiceert de Commissie een verslag over de toepassing van deze verordening.

In dat verslag worden onder meer de volgende zaken beoordeeld:

(a)

de doeltreffendheid van deze verordening;

(b)

de vooruitgang die is geboekt bij het waarborgen van een nauwere coördinatie van het economisch beleid en een aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten overeenkomstig het VWEU;

(c)

de bijdrage van deze verordening aan de verwezenlijking van de strategie van de Unie voor groei en werkgelegenheid;

(d)

de gepastheid van een uitbreiding van de werkingssfeer van deze verordening tot lidstaten van buiten het eurogebied die ernstige problemen hebben of dreigen te krijgen met betrekking tot hun financiële stabiliteit in het eurogebied.

 

2.     Het in lid 1 bedoelde verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.

3.     Het in lid 1 bedoelde verslag wordt naar het Europees Parlement en de Raad gestuurd.


(1)  De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0172/2012).

(2)   Zie zaak C-463/00 en zaak C-174/04.

(3)   PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(4)   PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.

(5)   PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.