15.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 388/86


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Bureau voor visserijcontrole betreffende het begrotingsjaar 2011 vergezeld van de antwoorden van het Bureau

2012/C 388/15

INLEIDING

1.

Het Europees Bureau voor visserijcontrole (hierna: „Bureau”), gevestigd te Vigo, werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 (1). De belangrijkste taak van het Bureau is het organiseren van de operationele coördinatie van de visserijcontroles en -inspecties van de lidstaten, om ervoor te zorgen dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid effectief en uniform worden toegepast (2).

TOELICHTING BIJ DE BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

2.

De door de Rekenkamer gehanteerde controleaanpak omvat analytische controleprocedures, rechtstreekse toetsing van verrichtingen en een beoordeling van de essentiële controles van de toezicht- en controlesystemen van het Bureau. Hierbij komt nog controle-informatie die voortkomt uit het werk van andere controleurs (indien relevant) en een analyse van de „management representations”.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie controleerde de Rekenkamer de jaarrekening (3) van het Bureau, die bestaat uit de „financiële staten” (4) en de „verslagen over de uitvoering van de begroting” (5) betreffende het per 31 december 2011 afgesloten begrotingsjaar, alsmede de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

De verantwoordelijkheid van de leiding

4.

Als ordonnateur voert de directeur de begroting aan de ontvangsten- en uitgavenzijde uit overeenkomstig de financiële regeling van het Bureau, onder zijn eigen verantwoordelijkheid en binnen de grens van de toegekende kredieten (6). De directeur is verantwoordelijk voor het opzetten (7) van de organisatorische structuur en van de interne beheers- en controlesystemen en -procedures die van belang zijn om definitieve rekeningen (8) te kunnen opstellen die geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevatten en om te verzekeren dat de onderliggende verrichtingen bij deze rekeningen wettig en regelmatig zijn.

De verantwoordelijkheid van de controleur

5.

De Rekenkamer heeft de verantwoordelijkheid om op basis van haar controle het Europees Parlement en de Raad (9) een verklaring voor te leggen over de betrouwbaarheid van de jaarrekening van het Bureau en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

6.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlestandaarden en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en de internationale standaarden van hoge controle-instanties van INTOSAI. Volgens die standaarden moet de Rekenkamer de controle zodanig plannen en uitvoeren dat redelijke zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening van het Bureau geen afwijkingen van materieel belang bevat en de onderliggende verrichtingen bij die rekening wettig en regelmatig zijn.

7.

Een controle houdt in dat procedures worden uitgevoerd om controle-informatie te verkrijgen over de bedragen en mededelingen in de rekeningen en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen daarbij. De selectie van de procedures is afhankelijk van het oordeel van de controleur, dat een beoordeling omvat van de risico's op afwijkingen van materieel belang in de rekeningen en op niet-conformiteit van materieel belang van de onderliggende verrichtingen met de EU-regelgeving, hetzij door fraude, hetzij door fouten. Bij deze risicobeoordelingen kijkt de controleur naar de interne controles met betrekking tot de opstelling en getrouwe weergave van de rekeningen en naar de toezicht- en controlesystemen die worden gehanteerd ter waarborging van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, om controleprocedures op te zetten die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. Een controle houdt tevens een beoordeling in van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaglegging en van de redelijkheid van de gemaakte boekhoudkundige schattingen, evenals een beoordeling van de algehele presentatie van de rekeningen.

8.

De Rekenkamer is van oordeel dat de verkregen controle-informatie toereikend is en geschikt als grondslag voor de navolgende oordelen.

Oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen

9.

Naar het oordeel van de Rekenkamer geeft de jaarrekening van het Bureau (10) op alle materiële punten een getrouw beeld van zijn financiële situatie per 31 december 2011 en van de resultaten van zijn verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van zijn financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (11).

Oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

10.

Naar het oordeel van de Rekenkamer zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Bureau betreffende het per 31 december 2011 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten wettig en regelmatig.

11.

De hiernavolgende opmerkingen doen niets af aan de oordelen van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN OVER ESSENTIËLE CONTROLES VAN DE TOEZICHT- EN CONTROLESYSTEMEN VAN HET BUREAU

12.

De Rekenkamer constateerde dat de procedures voor de plaatsing van opdrachten verbeterd moeten worden. Het Bureau documenteerde de schatting van de waarde van opdrachten niet naar behoren in de aanbestedingsdossiers. Een aantal selectiecriteria voor inschrijvers moet specifieker zijn teneinde de transparantie van de procedures verder te verbeteren.

13.

Het Bureau beschikt nog niet over passende procedures voor de vastlegging en verantwoording van kosten die verband houden met het creëren van interne immateriële activa.

OVERIGE OPMERKINGEN

14.

Tijdens de benoemingsprocedure van de uitvoerend directeur handelde een lid van de raad van bestuur in strijd met de regels die gelden voor benoemingen op belangrijke posten door aan te kondigen voor welke kandidaat de Commissie zou gaan stemmen.

15.

De Rekenkamer constateerde dat de procedures voor personeelsselectie verder moeten worden verbeterd. De kennisgevingen van vacature bevatten geen informatie over klachten- en beroepsprocedures. De vergaderingen van de jury werden onvoldoende gedocumenteerd en bij één werving week het tot aanstelling bevoegd gezag af van de volgorde van de lijst van de jury zonder dit te motiveren.

Dit verslag werd door kamer IV onder voorzitterschap van de heer Louis GALEA, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 5 september 2012.

Voor de Rekenkamer

Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA

President


(1)  PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1.

(2)  Ter informatie geeft de bijlage een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau.

(3)  Bij deze rekening is een verslag gevoegd over het budgettair en financieel beheer tijdens het jaar, dat nadere informatie verschaft over de uitvoering en het beheer van de begroting.

(4)  De financiële staten omvatten de balans en de economische resultatenrekening, de tabel van de kasstromen, de staat van de veranderingen van de nettoactiva en een overzicht van belangrijke grondslagen voor financiële verslaglegging en andere toelichtingen.

(5)  De verslagen over de begrotingsuitvoering omvatten ook de resultatenrekening van de begrotingsuitvoering en de bijlage daarbij.

(6)  Artikel 33 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72).

(7)  Artikel 38 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002.

(8)  De regels inzake de rekening en verantwoording en de boekhouding van de agentschappen zijn vastgelegd in de hoofdstukken 1 en 2 van titel VII van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 652/2008 (PB L 181 van 10.7.2008, blz. 23), en zijn als zodanig opgenomen in het financieel reglement van het Bureau.

(9)  Artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1).

(10)  De definitieve jaarrekening is op 29 juni 2012 opgesteld en op 5 juli 2012 bij de Rekenkamer ingekomen. De definitieve jaarrekening wordt geconsolideerd met die van de Commissie en vervolgens voor 15 november van het volgende jaar in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Ze is te vinden op de website http://eca.europa.eu of op http://cfca.europa.eu/.

(11)  De door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels zijn afgeleid van de International Public Sector Accounting Standards (IPSAS), uitgebracht door de Internationale Federatie van Accountants of, bij gebreke daarvan, de International Accounting Standards (IAS)/International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgebracht door de International Accounting Standards Board.


BIJLAGE

Europees Bureau voor visserijcontrole  (1) (Vigo)

Bevoegdheden en activiteiten

Bevoegdheden van de Unie volgens het Verdrag

(Artikel 43 VWEU)

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité de in artikel 40, lid 1, bedoelde gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten in en stellen de overige bepalingen vast die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid na te streven.

Bevoegdheden van het Bureau

(Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1224/2009)

Doelstellingen

Bij deze verordening wordt een Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA) opgericht, dat tot doel heeft een operationele coördinatie van de visserijcontroles en -inspecties van de lidstaten te organiseren en de lidstaten te helpen met hun samenwerking, zodat ze voldoen aan de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid om te verzekeren dat dit beleid effectief en uniform wordt toegepast.

Taken/Opdracht

De door de lidstaten in verband met de controle- en inspectieverplichtingen van de EU verrichte controles en inspecties coördineren;

de door de lidstaten overeenkomstig deze verordening gebundelde inzet van de nationale controle- en inspectiemiddelen coördineren;

de lidstaten bij de verslaglegging over de visserijactiviteiten en de controles en inspecties aan de Commissie en aan derden bijstaan;

de lidstaten binnen zijn bevoegdheden bijstaan bij het vervullen van hun taken en verplichtingen uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid;

de lidstaten en de Commissie bijstaan bij het harmoniseren van de toepassing van het gemeenschappelijk visserijbeleid in de hele Unie;

bijdragen tot de werkzaamheden van de lidstaten en de Commissie inzake het onderzoek naar en de ontwikkeling van controle- en inspectietechnieken;

bijdragen tot de coördinatie van de opleiding van inspecteurs en de uitwisseling van ervaringen tussen de lidstaten;

de operaties ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde visserij overeenkomstig de voorschriften van de EU coördineren;

de uniforme uitvoering van de controleregeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid ondersteunen, met inbegrip van met name:

1)

de organisatie van de operationele coördinatie van controleactiviteiten van de lidstaten voor de uitvoering van specifieke controle- en inspectieprogramma's, controleprogramma's betreffende illegale, ongemelde en ongereglementeerde („IOO”) visserij en internationale controle- en inspectieprogramma's;

2)

de inspecties die nodig zijn voor de vervulling van de taken van het Bureau.

Opgemerkt zij dat, naast andere bevoegdheden, na de wijziging van de oprichtingsverordening van het Bureau bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad:

1)

functionarissen van het Bureau als inspecteur van de Unie kunnen worden aangewezen in internationale wateren;

2)

het Bureau de uitrusting mag aanschaffen of huren die voor de uitvoering van deze gezamenlijke inzetplannen nodig is;

3)

het Bureau na een kennisgeving door de Commissie of op eigen initiatief een noodeenheid opzet wanneer zich ernstig risico voor het gemeenschappelijk visserijbeleid voordoet.

Bestuur

Raad van bestuur

Samenstelling

De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en zes vertegenwoordigers van de Commissie.

Taken

Vaststellen van de begroting, het werkprogramma en het jaarverslag. Vaststellen van de definitieve begroting en de lijst van het aantal ambten. Advies uitbrengen over de definitieve rekeningen.

Uitvoerend Directeur

Benoemd door de raad van bestuur uit een lijst van ten minste twee kandidaten die door de Commissie zijn voorgedragen.

Externe audit

Rekenkamer.

Interne controle

Dienst Interne Audit van de Commissie.

Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

In 2011 (2010) ter beschikking van het Bureau gestelde middelen

Definitieve begroting

Totale begroting 2011: 12,85 (11,01) miljoen euro

titel I — 6,04 (6,03) miljoen euro

titel II — 1,23 (0,96) miljoen euro

titel III — 5,57 (4,01 waaronder bestemmingsontvangsten à 2,60) miljoen euro

Personeelsbestand per 31 december 2011

53 (53) tijdelijke functionarissen opgenomen in de lijst van het aantal ambten, waarvan 52 (52) bezet

+ 5 (5) arbeidscontractanten opgenomen, waarvan 4 (2) bezet

Totaalaantal posten: 58 (58), waarvan 56 (54) bezet.

In 2011 (2010) geleverde producten en diensten

Operationele coördinatie

Tenuitvoerlegging van het PGS (Plan voor gezamenlijke stationering) kabeljauwvisserij in de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat en het oostelijk deel van het Kanaal en de westelijke wateren (ten westen van Schotland en de Ierse Zee);

PGS kabeljauwvisserij in de Baltische Zee;

PGS blauwvintonijnvisserij in de Middellandse Zee en het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan;

tenuitvoerlegging van het PGS in het gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan en het gebied van de Visserijorganisatie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan;

PSG pelagische soorten in de westelijke wateren van de Europese Unie;

ondersteunende activiteiten ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde visserij;

consolidatie van de PGS's door een regionale aanpak te stimuleren;

opleiding van inspecteurs van de lidstaten die deelnemen aan de PSG's en die IOO-bevissing bestrijden.

Capaciteitsopbouw

In kaart brengen van informatiesystemen die de visserijcontrole in de Europese Unie ondersteunen;

ontwerpen van een indicatieve structuur en inhoud voor het kerncurriculum van de opleiding;

ontwikkeling van een samenwerkingsplatform voor opleiding op internet;

ondersteuning ten behoeve van de nationale opleidingsprogramma's van de lidstaten;

beheer, onderhoud, verbetering en ontwikkeling van de ICT-toezichtcapaciteiten; Systeem voor toezicht op schepen (VMS), Elektronisch rapportagesysteem (ERS), Fishnet;

onderhoud van de coördinatieruimte van het Bureau voor de PGS's;

verlening van contractuele diensten om een patrouillevaartuig voor EFCA-visserij te huren.

(zie het jaarlijkse werkprogramma 2011 van het Bureau voor nadere informatie)

Bron: Door het Bureau verstrekte informatie.


(1)  

NB: De naam van het Bureau is per 1 januari 2012 veranderd van „Communautair Bureau voor visserijcontrole” in „Europees Bureau voor visserijcontrole”.

Bron: Door het Bureau verstrekte informatie.


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

12.

Het Bureau beschikt over een reeks interne procedures om een stevige basis voor de schatting van de waarde van opdrachten te waarborgen en legt dit proces schriftelijk vast. Het Bureau neemt evenwel nota van de opmerking van de Rekenkamer en zal de documentatie van de aanbestedingsbestanden verbeteren. Het Bureau zal eveneens de opmerking van de Rekenkamer over de selectiecriteria verwerken.

13.

Het Bureau wijst er op dat de vast te leggen en te verantwoorden interne kosten gering zijn. Het Bureau herziet momenteel echter de administratieve en operationele activiteiten en zal de opmerkingen van de Rekenkamer in dit proces meenemen.

14.

Het Bureau heeft geen zeggenschap over het handelen van leden van de raad van bestuur; de uitvoerend directeur is derhalve niet verantwoordelijk voor de gang van zaken.

15.

Het Bureau zal deze informatie toevoegen aan de kennisgevingen van vacature en het standaardmodel voor de notulen aanpassen aan de voorstellen van de Rekenkamer. Het Bureau heeft begrepen dat alle kandidaten die door de jury op de lijst worden gezet, geschikt zijn voor indienstneming. In dit geval waren er twee kandidaten met aanzienlijk hogere scores dan de anderen. Gezien het kleine verschil tussen de scores van de twee kandidaten heeft het tot aanstelling bevoegde gezag uiteindelijk een van de twee kandidaten als de meest geschikte gekozen.