WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij RICHTLIJN VAN DE RAAD tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling /* SWD/2012/0138 final - NLE 2011/0254 */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING
bij RICHTLIJN VAN DE RAAD tot vaststelling van de basisnormen
voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan
ioniserende straling 1. Probleemstelling 1.1. Inleiding Blootstelling aan ioniserende straling is
schadelijk voor de gezondheid. In normale omstandigheden zijn de doses zeer
laag, zodat er geen klinisch waarneembaar effect op het celweefsel is. Er is
echter een mogelijk vertraagd effect, met name kanker. Er wordt aangenomen dat
elke blootstelling, hoe miniem ook, later de oorzaak kan zijn van kanker. Het
specifieke beschermingssysteem dat hiervoor nodig is, werd decennia geleden
ingesteld door de Internationale Commissie voor stralingsbescherming
(International Commission on Radiological Protection-ICRP). De noodzaak niet alleen de gezondheid maar ook
het milieu te beschermen, wordt erkend in het Euratom-Verdrag (1957). In
hoofdstuk III, bescherming van de gezondheid, zijn specifieke, op deze materie
gerichte bepalingen opgenomen. Op grond van artikel 31 van het Verdrag moeten
verder uniforme basisnormen worden vastgesteld. Artikel 31 van
het Euratom-Verdrag bevat tevens de procedure voor het vastleggen van deze
normen en bepaalt met name dat de Commissie advies inwint van een groep
wetenschappelijke deskundigen (artikel 31, deskundigengroep). Nieuwe wetgeving
wordt over het algemeen gezamenlijk opgesteld door de diensten van de Commissie
en de deskundigen. De Euratom-wetgeving volgt altijd de
ICRP-aanbevelingen op. Deze zeer gerespecteerde wetenschappelijke organisatie
heeft onlangs nieuwe richtsnoeren gepubliceerd voor stralingsbescherming
(publicatie 103, 2007) waarin de meest recente bevindingen over
stralingsrisico's worden meegedeeld en een systeem voor stralingsbescherming
wordt vastgelegd. 1.2. Probleemstelling Het bestaande systeem om werknemers en bevolking
te beschermen tegen de gevolgen van ioniserende straling is niet in
overeenstemming met de huidige stand van de wetenschap en houdt geen rekening
met de nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Met name: –
bij de gezondheidsbescherming van werknemers en
bevolking wordt geen rekening gehouden met de meest recente wetenschappelijke
ontwikkelingen –
de bescherming van werknemers in
NORM-industrietakken en van specifieke beroepsgroepen zoals externe werknemers
en interventieradiologen is ontoereikend –
bij de gezondheidsbescherming van patiënten en
bevolking wordt geen rekening gehouden met de meest recente technologische vooruitgang –
de bescherming van de bevolking tegen natuurlijke
stralingsbronnen is ontoereikend –
er wordt geen aandacht besteed aan het risico van
ioniserende bestraling voor niet-menselijke soorten of het milieu in het
algemeen wordt, in strijd met internationale aanbevelingen. –
de huidige regelgeving voor stralingsbescherming is
te complex. In het licht van
deze ontwikkelingen is de Commissie begonnen met een uitgebreide herziening van
de communautaire regelgeving inzake stralingsbescherming en heeft zij de in
artikel 31 bedoelde deskundigengroep om advies gevraagd. In februari 2010 gaf
de deskundigengroep zijn standpunt over de mogelijke herziening van de Europese
wetgeving in de vorm van een ontwerprichtlijn. 2. Subsidiariteit In artikel 2, onder b), van het Verdrag is
bepaald dat de Gemeenschap uniforme veiligheidsnormen moet vaststellen voor de
gezondheidsbescherming van de bevolking en de werknemers, en erop moet toezien
dat deze worden toegepast. Dienovereenkomstig verklaren de lidstaten in de
preambule van het Euratom-Verdrag dat zij "vastbesloten zijn de
voorwaarden te scheppen tot ontwikkeling van een krachtige industrie op het
gebied van de kernenergie" en "verlangende zijn
veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid
van de bevolking worden afgewend". Euratom is bevoegd om "uniforme
veiligheidsnormen vast te stellen voor de gezondheidsbescherming van de
bevolking en de werknemers en erover te waken dat deze worden toegepast".
De bevoegdheid van Euratom om bepaalde zaken te regelen op het vlak van
gezondheidsbescherming tegen ioniserende straling wordt bijgevolg uitdrukkelijk
door het Euratom-Verdrag erkend. Het uitsluitende karakter van de wetgevende
bevoegdheden van Euratom krachtens artikelen 30 en 31 van het Euratom-Verdrag
vereist in principe niet de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.
Overeenkomstig deze artikelen moet de Commissie voor haar wetgevende
voorstellen het advies inwinnen van een door het Wetenschappelijk en Technisch
Comité van Euratom aangeduide onafhankelijke deskundigengroep die in het belang
van de EGA werkt. 3. Belangrijkste
beleidsdoelstellingen Met dit initiatief wil men vooral de werknemers
en de bevolking en patiënten een hoge mate van bescherming bieden tegen de
gezondheidsschade die veroorzaakt wordt door blootstelling aan ioniserende
straling en het milieu beschermen. Dat vertaalt zich in vier specifieke
doelstellingen: 1.
de vereiste inhoudelijke wijzigingen aanbrengen
zodat de normen overeenstemmen met de laatste wetenschappelijke gegevens en
praktijkervaring, 2.
de eisen verduidelijken en zorgen voor meer
samenhang in de Euratom-wetgeving, 3.
zorgen voor coherentie met de internationale normen
en aanbevelingen, 4.
het hele gamma van blootstellingsituaties en
-categorieën bestrijken. 4. Beleidsopties Na een diepgaande analyse van de verschillende
oplossingen voor de geïdentificeerde probleemgebieden en na afweging van de
verschillende mogelijkheden wat betreft de mate van vereenvoudiging,
modernisering en het toepassingsgebied van de wetgeving, werden de volgende
opties gekozen voor verder toetsing: Optie 1: handhaving van de bestaande wetgeving
(status quo), Optie 2: herziening van de richtlijn inzake
basisnormen en de richtlijn medische blootstelling, Optie 3: herziening en consolidering van de
richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid en de richtlijn inzake medische
blootstelling en integratie van de richtlijn inzake bescherming van externe
werknemers, de richtlijn publieke informatie en de richtlijn inzake hoogactieve
ingekapselde bronnen, Optie 4: herziening van de richtlijn inzake
basisnormen voor veiligheid en uitbreiding van het toepassingsgebied tot
blootstelling van de bevolking aan straling van natuurlijke bronnen, Optie 5: herziening van de richtlijn inzake
basisnormen voor veiligheid en uitbreiding van het toepassingsgebied tot
bescherming van niet-menselijke soorten, Optie 6: herziening en consolidering van de
richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid en de richtlijn medische
blootstelling, de integratie van de richtlijn externe werknemers, de richtlijn
publieke informatie en de richtlijn inzake hoogactieve ingekapselde bronnen en
uitbreiding van het toepassingsgebied tot blootstelling van de bevolking aan
straling van natuurlijke bronnen en bescherming van niet-menselijke soorten. 5. Effectbeoordeling 5.1. Optie 1: handhaving van de
bestaande wetgeving (status quo) Met deze optie wordt vanzelfsprekend niet
volledig voldaan aan de specifieke doelstellingen van dit initiatief. De in
1996 vastgestelde richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid garandeerde
werknemers en bevolking een adequate bescherming terwijl de richtlijn medische
blootstelling van 1997 een mijlpaal vertegenwoordigde voor de bescherming van
patiënten. De ervaring heeft echter uitgewezen dat bepaalde eisen, in het licht
van de ontwikkeling van de wetenschap en in de samenleving nu moeten worden
bijgesteld, dat de bestaande wetgeving wellicht achter loopt bij de
technologische ontwikkelingen en dat er nieuwe verwachtingen leven in de
samenleving ten aanzien van een coherent beheer van natuurlijke en kunstmatige
stralingsbronnen en wat milieubescherming betreft. Binnen deze optie
werd onderzocht in hoeverre de internationale basisnormen voor veiligheid
(Basic Safety Standards-IBSS) deze leemte konden vullen. De IBSS beogen echter
iets anders, zij zijn niet-bindend en stellen minder strenge eisen omdat ze ook
moeten worden toegepast door ontwikkelingslanden. In het licht van de
verplichtingen van de Gemeenschap op grond van het Verdrag zou een nieuwe
nationale wetgeving gebaseerd moeten worden op de communautaire wetgeving. 5.2. Optie 2: Wijziging van de
voornaamste richtlijnen terzake Bij deze optie wordt onderzocht hoe de twee
voornaamste wetsbesluiten afzonderlijk kunnen worden gewijzigd teneinde
rekening te houdend met de praktijkervaring en nieuwe ontwikkelingen. Dit zou
een oplossing betekenen voor de meeste problemen die zijn vastgesteld: A) in de richtlijn inzake basisnormen voor
veiligheid: – invoering van de nieuwe ICRP-methode voor de beoordeling van doses en
een verlaging van de orgaandosislimiet voor de ooglens; – een samenhangende aanpak van industrieën die gebruik maken van NORM
(dat wil zeggen in de natuur voorkomende radioactieve stoffen); – een graduele aanpak van de reglementaire controle, afgestemd op de
doelmatigheid van dit toezicht, met inbegrip van het vrijgaveniveau (bijv. voor
materiaal dat vrijkomt bij de ontmanteling van buiten gebruik gestelde
nucleaire centrales); B) in de richtlijn medische blootstelling: –
strengere eisen voor de bescherming van patiënten
alsmede ten aanzien van risicobeoordeling, verslaglegging en reactie bij
accidentele blootstelling met name bij radiotherapie; –
een nieuwe aanpak bij "medisch-juridische
blootstelling" om rekening te houden met het toenemend gebruik van
apparatuur voor veiligheidscontroles, dat in het kader van de richtlijn inzake
basisnormen voor veiligheid nu wordt gerekend tot "blootstelling van de
bevolking". Bovenstaande wijzigingen zouden belangrijke
gevolgen hebben op de volgende gebieden: ·
Economie: hoewel een
gekwantificeerde economische analyse in dit stadium nog niet mogelijk is, zal
harmonisering van de eisen tussen de lidstaten voordelen opleveren voor de
NORM-sector. De invoering van uniforme vrijgaveniveaus kan bovendien de kosten
van de ontmanteling van nucleaire centrales gevoelig drukken. ·
Sociaal vlak en volksgezondheid: op sociaal vlak zal een adequate bescherming kunnen worden geboden
aan werknemers in NORM-sectoren. Op het gebied van de volksgezondheid zullen er
vooral merkbare gevolgen zijn wat betreft de medische blootstelling, waarbij
men met name wil voorkomen dat frequente CT-scans bij jonge patiënten kunnen
leiden tot een verhoogde incidentie van kanker jaren later. De verlaging van de
dosislimiet voor de ooglens zou positief zijn voor specifieke beroepsgroepen
(bijv. cardiologen) en cataracten kunnen voorkomen. ·
Regelgevingslasten: het
principe van optimale bescherming op grond waarvan doses zo laag als
redelijkerwijs mogelijk is (ALARA) worden gehouden en waarbij rekening wordt
gehouden met sociale en economische factoren, is van groot belang voor een
passend evenwicht tussen kosten en baten van operationele stralingsbescherming.
Het nieuwe concept van een graduele aanpak breidt dit principe uit om de
doelmatigheid van de reglementaire controle te verbeteren en de administratieve
belasting voor de industrie te verminderen. 5.3. Optie 3: herziening en
consolidering van de richtlijnen inzake basisnormen voor veiligheid en medische
blootstelling en integratie van de richtlijnen externe werknemers, publieke
informatie en de richtlijn inzake hoogactieve ingekapselde bronnen. Deze optie houdt een herziening in van de
richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid door uitbreiding van het
eisenpakket voor medische blootstelling, publieke informatie, blootstelling van
externe werknemers en hoogactieve ingekapselde bronnen. Bij deze optie zouden
Richtlijn 96/29 (basisnormen voor veiligheid) en de daarmee verband houdende
wetsbesluiten worden samengevoegd. Voorts zijn niet-wetgevende maatregelen nodig
om de problemen in verband met de bescherming tegen natuurlijke
stralingsbronnen en de risico's van ioniserende straling voor niet-menselijke
soorten aan te pakken. Deze optie zou, afgezien van de bij optie 2 vermelde
wijzigingen, ook de volgende wijzigingen omvatten: ·
Harmonisatie van de definitie van hoogactieve
ingekapselde bronnen (HASS) met de internationale normen; ·
Specifieke eisen voor de bescherming van externe
werknemers waarbij de verantwoordelijkheid van de werkgever en het bedrijf waar
de werknemer aan straling wordt blootgesteld, duidelijk wordt gedefinieerd; ·
Eis om het publiek vooraf en in een noodsituatie
informatie te verschaffen binnen het algemene herziene kader voor het omgaan
met noodsituaties waarin sprake is van blootsstelling aan straling. Samenvoeging van de vijf richtlijnen zou de
samenhang van de communautaire wetgeving aanzienlijk verbeteren. De
herstructurering die nodig is om het toepassingsgebied van de richtlijn inzake
basisnormen voor veiligheid uit te breiden zou ook de duidelijkheid van de
tekst ten goede komen en bijdragen tot een betere omzetting van de eisen in de
praktijk. Bij optie 3 blijven de economische, sociale en gezondheidsvoordelen
van optie 2 behouden en worden ze in sommige gevallen versterkt, bijvoorbeeld
door een betere bescherming en meer mobiliteit van externe werknemers. De
grootste troef van optie 3 is echter de vereenvoudiging van de communautaire
wetgeving en de hieruit voortvloeiende vermindering van de regelgevingslast,
zowel wat betreft de omzetting in nationale wetgeving als bij de toepassing in
de praktijk. Richtsnoeren voor het opstellen van nationale actieplannen om de
risico's van blootstelling aan radon binnenshuis te verlagen zullen de
lidstaten opnieuw wijzen op dit probleem en eventuele maatregelen aanreiken.
Deze actie zal echter alleen een toegevoegde waarde hebben als de lidstaten het
voorgestelde advies opvolgen, hetgeen waarschijnlijk niet het geval zal zijn
wanneer het niet om bindende bepalingen gaat. 5.4. Optie 4: herziening van de
richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid en uitbreiding van het
toepassingsgebied tot blootstelling van de bevolking aan natuurlijke
stralingsbronnen Met de nieuwe ICRP-aanbevelingen zal op meer
samenhangende wijze kunnen worden omgegaan met blootstelling aan natuurlijke
bronnen, omdat referentieniveaus worden vastgesteld voor de
radonconcentratie binnenshuis en voor blootstelling aan straling van
bouwmateriaal buitenshuis. Zoals werd
onderstreept door de WHO zouden bindende eisen voor radon in gebouwen positieve
gevolgen hebben voor de gezondheid. De lidstaten zullen een allesomvattend,
transparant actieplan moeten opstellen dat is afgestemd op de nationale
behoeften en de geologische kenmerken van de verschillende regio's. De
lidstaten zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van en het toezicht
op de nationale maatregelen. Harmonisering van
de eisen inzake bouwmateriaal zal verdere standaardisering mogelijk maken in
het kader van de communautaire wetgeving inzake voor de bouw bestemde producten
(Richtlijn 89/106/EEG). Hieraan zijn echter ook kosten verbonden voor de
industrie. Consumenten en de bouwnijverheidsector zullen profiteren van het
toezicht op en de certificatie van materiaal en voor de industrie zal de
administratieve belasting, door een passend referentieniveau te kiezen
en door de lijst van materialen waarover bezorgdheid bestaat, zo beperkt
mogelijk worden houden. 5.5. Optie 5: herziening van de
richtlijn inzake basisnormen voor veiligheid en uitbreiding van het
toepassingsgebied tot de bescherming van niet-menselijke soorten De ICRP beveelt
nu een methode aan om de blootstelling aan biota te kunnen evalueren. Omdat de
relevante eisen nu zijn opgenomen in de basisveiligheidsnormen van de
Euratomrichtlijn (alsmede in de nieuwe internationale basisnormen voor
veiligheid) kunnen de lidstaten ze nu ook opnemen in hun nationaal
milieubeschermingsbeleid zonder te tornen aan de huidige aanpak van de
bescherming van de gezondheid tegen ioniserende straling. De milieueffecten van
deze uitbreiding van het toepassingsgebied van de communautaire wetgeving
zouden hoofdzakelijk tot uiting moeten komen in een beter inzicht in het
ontbreken van gevolgen in normale situaties en het voorkomen van milieuschade
in geval van een nucleair ongeval. De eisen inzake milieubescherming
zijn momenteel niet erg hoog. Naast de methode voor de evaluatie van
blootstelling van biota (publicatie 108) zal de ICRP in 2011-2012 richtsnoeren
verschaffen voor de toepassing van een systeem voor stralingsbescherming.
Voordat de richtlijn wordt vastgesteld door de Raad is er dan ook nog tijd de
op deze basis geharmoniseerde criteria in de richtlijn op te nemen. De in
artikel 31 bedoelde deskundigengroep deed derhalve de aanbeveling de eisen nu
reeds op te nemen in het voorstel van de Commissie in plaats van over een paar
jaar opnieuw wetgeving toe te voegen, hetgeen zou indruisen tegen het streven
van de Commissie naar vereenvoudiging. 5.6. Optie 6: herziening en
consolidering van de richtlijnen inzake basisnormen voor veiligheid, medische
blootsstelling en de integratie van de richtlijnen externe werknemers, publieke
informatie en hoogactieve ingekapselde bronnen en uitbreiding van het
toepassingsgebied tot bescherming van niet-menselijke soorten. Deze optie omvat
alle elementen van optie 3. De herziening van de richtlijn inzake basisnormen
voor veiligheid omvat alle problemen die aan de orde zijn gesteld en breidt het
toepassingsgebied van de richtlijn uit om rekening te houden met alle situaties
waarin sprake is van blootstelling aan straling, met inbegrip van blootstelling
van de bevolking aan radon binnenhuis en aan straling van bouwmateriaal evenals
alle categorieën van blootstelling van zowel menselijke als niet-menselijke
soorten. 6. Vergelijking van de opties De verschillende opties zijn vergeleken op basis
van hun doelmatigheid, efficiëntie en samenhang met andere wetgeving. Optie 1
beantwoordt ten dele aan de algemene doelstelling van de maatregel. Deze optie
moet worden gezien als een basisscenario voor vergelijking met de andere
opties. Optie 2 beantwoordt volledig aan de eerste doelstelling en betekent een
lichte verbetering van de samenhang van de Euratomwetgeving op het gebied van
stralingsbescherming en is tevens in overeenstemming met de internationale
normen, zodat wordt voldaan aan drie van de specifieke doelstellingen. Optie 3
beantwoordt aan de doelstelling van samenhang en duidelijkheid en kadert
eveneens in het beleid van de Commissie om de wetgeving te vereenvoudigen. Opties 4 en 5 voldoen aan de doelstelling van
samenhang met internationale aanbevelingen. Deze opties breiden het
toepassingsgebied van de huidige wetgeving uit, hetgeen bepaalde
administratieve en economische kosten met zich kan brengen. Optie 6 combineert
de opties 4 en 5 en bestrijkt zo alle problemen op het gebied van
stralingsbescherming. Bij optie 6 wordt ook, net als bij optie 3, alle
wetgeving geconsolideerd. Kortom, bij optie 6 kunnen alle doelstellingen
doelmatig worden verwezenlijkt door middel van een reeks efficiënte
maatregelen. Deze optie biedt verder de best mogelijke samenhang met andere
wetgeving. Bijlage 1 bevat een samenvattende tabel. 7. Toezicht en evaluatie ·
Overeenkomstig artikel 33 van het Euratom-Verdrag
dienen de lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke ontwerp-bepalingen in bij
de Commissie zodat deze de toepasselijke bepalingen met elkaar in
overeenstemming kan brengen. De juiste omzetting van de richtlijn in de
nationale wetgeving zal een belangrijke indicator zijn voor een geslaagde
formulering wat betreft duidelijkheid en vereenvoudiging. Bijlage 1 Samenvatting van de vergelijking van opties 2 tot 6 Gevolgen || Optie 2 || Optie 3 || Optie 4 || Optie 5 || Optie 6 Economische || (+) || (+) || (+) || (+) || (+) Werking van de interne markt || (+) || (+) || (+) || (+) || (+) Administratieve lasten voor bedrijven || (+) || (+) || (+)(-) || (+) (-) || (+)(-) Regelgevingsautoriteiten || (-) || (+) || (-) || (-) || (+)(--) Milieu || (+) || (+) || (+) || (++) || (++) Milieubescherming || (+) || (+) || (+) || (++) || (++) Sociale en gezondheidszorgaspecten || (+) || (++) || (++) || (+) || (++) Gezondheid en veiligheid op het werk || (+) || (++) || (+) || (+) || (++) Mobiliteit van werknemers en deskundigen || (+) || (+) || (+) || (+) || (+) Bescherming van patiënten || (+) || (+) || || || (+) Bescherming van het publiek || (+) || (+) || (++) || (+) || (++) Samenhang en duidelijkheid van de wetgeving || (+) || (++) || (+) || (+) || (++) Internationale samenhang || (+) || (+) || (+) || (+) || (++) Totaal effect || + || ++ || ++ || + || +++