Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven /* COM/2012/0704 final - 2012/0332 (NLE) */
TOELICHTING 1. Politieke en juridische
achtergrond De EU en Armenië hebben besloten hun
betrekkingen verder te verdiepen en te verbreden binnen het kader van het
Oostelijk Partnerschap (EaP). In dit verband heeft de EU het belang erkend van
intensievere contacten tussen mensen. Tijdens de Praagse top van het Oostelijk Partnerschap
in mei 2009 betuigde de EU opnieuw haar politieke steun aan de volledige
liberalisering van de visumregeling in een veilige omgeving en aan de
bevordering van de mobiliteit door visumversoepelings- en
overnameovereenkomsten te sluiten met de landen van het Oostelijk Partnerschap.
Overeenkomstig de gemeenschappelijke aanpak voor de ontwikkeling van het
EU-beleid inzake de versoepeling van de visumplicht, die door de lidstaten, op
het niveau van het Coreper, in december 2005 is vastgesteld, wordt geen
visumversoepelingsovereenkomst gesloten als er geen overnameovereenkomst is. Op 19 december 2011 machtigde de Raad de
Commissie formeel te onderhandelen over een overnameovereenkomst tussen de
Europese Unie en Armenië. In februari 2012 stuurde de Commissie een
ontwerptekst aan de Armeense autoriteiten en op 27 en 28 februari 2012 vond in
Jerevan de eerste formele onderhandelingsronde plaats. Daarna vonden nog twee
formele onderhandelingsronden plaats, de laatste in Jerevan op 19 juli
2012. De tekst werd vervolgens op 18 oktober 2012 in Brussel geparafeerd. De lidstaten zijn gedurende alle (informele en
formele) fasen van de onderhandelingen regelmatig op de hoogte gehouden en
geraadpleegd over de overnameovereenkomst. Voor de Unie is artikel 79, lid 3, juncto
artikel 218 VWEU de rechtsgrondslag voor de overeenkomst. Het bijgevoegde voorstel is het juridische
instrument voor de sluiting van de overnameovereenkomst. De Raad besluit met gekwalificeerde
meerderheid van stemmen. Overeenkomstig artikel 218, lid 6, onder a), VWEU moet
het Europees Parlement de sluiting van de overeenkomst goedkeuren. Het voorgestelde besluit betreffende de
sluiting bevat de noodzakelijke interne regelingen voor de praktische
toepassing van de overeenkomst. Met name wordt er in bepaald dat de Commissie,
die wordt bijgestaan door deskundigen van de lidstaten, de Unie
vertegenwoordigt in het Gemengd Comité overname dat bij artikel 19 van de
overeenkomst wordt ingesteld. Overeenkomstig artikel 19, lid 5, stelt het
Comité Overname zijn reglement van orde vast. Evenals bij de andere tot dusver
door de Unie gesloten overnameovereenkomsten wordt het standpunt van de Unie
over deze kwestie vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de
Raad aangewezen bijzonder comité. Ten aanzien van de andere door het Gemengd
Comité te nemen besluiten wordt het standpunt van de Unie vertolkt
overeenkomstig de toepasselijke Verdragsbepalingen. 2. ONDERHANDELINGSRESULTATEN De Commissie is van oordeel dat de door de
Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn
bereikt en dat de ontwerp-overnameovereenkomst aanvaardbaar is voor de Unie. De overnameovereenkomst houdt uiteindelijk het
volgende in: - de overeenkomst omvat 8 afdelingen
met in totaal 24 artikelen. Zij telt tevens zes bijlagen, die een integrerend
onderdeel ervan uitmaken, alsmede twee gemeenschappelijke verklaringen; - de overeenkomst bevat een
inleidende bepaling waarin wordt bevestigd dat de overeenkomst moet worden
toegepast met inachtneming van de mensenrechten en van de verplichtingen en
verantwoordelijkheden van de aangezochte staat en de verzoekende staat conform de
voor hen geldende internationale instrumenten, en waarin wordt herhaald dat de
aangezochte staat er met name voor moet zorgen dat de rechten van de op zijn
grondgebied overgenomen personen worden beschermd, conform deze internationale
instrumenten. Krachtens dezelfde bepaling moet de verzoekende staat de voorkeur
geven aan vrijwillige terugkeer boven gedwongen terugkeer; - de in de overeenkomst vervatte
overnameverplichtingen (artikelen 3 tot en met 6) zijn op basis van volledige
wederkerigheid opgesteld en hebben betrekking op eigen onderdanen (artikelen 3
en 5) alsook op onderdanen van derde landen en staatloze personen (artikelen 4
en 6); - de verplichting tot overname van
eigen onderdanen geldt ook ten aanzien van gewezen eigen onderdanen die afstand
hebben gedaan van hun nationaliteit, zonder dat zij de nationaliteit van een
andere staat hebben verworven; - de verplichting tot overname van
eigen onderdanen geldt ook ten aanzien van gezinsleden (d.w.z. de
echtgeno(o)t(e) en minderjarige ongehuwde kinderen), ongeacht hun
nationaliteit, die geen zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende staat
hebben; - aan de verplichting tot overname
van onderdanen van derde landen en staatloze personen (artikelen 4 en 6) zijn
de volgende voorwaarden verbonden: a) de betrokken persoon moet op het moment
van het overnameverzoek in het bezit zijn van een geldig visum of een geldige
verblijfsvergunning, afgegeven door de aangezochte staat, of b) de betrokken
persoon moet het grondgebied van de verzoekende staat illegaal en rechtstreeks
zijn binnengekomen na verblijf op of doorreis via het grondgebied van de
aangezochte staat. Vrijgesteld van deze verplichting zijn personen in
luchthaventransit; - zowel voor eigen onderdanen als
voor onderdanen van derde landen of staatloze personen aanvaardt Armenië,
ingeval een vastgestelde termijn is verstreken, het gebruik van het
standaardreisdocument van de EU voor verwijderingsdoeleinden (artikel 3, lid 5,
en artikel 4, lid 3); - afdeling III van de overeenkomst
(artikelen 7 tot en met 13, junctis de bijlagen 1 tot en met 5) bevat de
nodige technische bepalingen met betrekking tot de overnameprocedure
(overnameverzoek, bewijsmiddelen, termijnen, wijze van overdracht en wijze van
vervoer) en 'onterechte overname' (artikel 13). De procedure vertoont enige
soepelheid omdat er geen overnameverzoek vereist is wanneer de over te nemen
persoon in het bezit is van een geldig reisdocument of een geldige
identiteitskaart (artikel 7, lid 2); - artikel 7, lid 3, van de
overeenkomst regelt de zogeheten versnelde procedure, die wordt toegepast op
personen die worden aangehouden in de grensregio, d.w.z. binnen een gebied van
15 kilometer van het grondgebied van zeehavens (met inbegrip van douanezones)
en van internationale luchthavens van de lidstaten of van Armenië. In het kader
van de versnelde procedure moet een overnameverzoek binnen twee dagen worden
ingediend en binnen twee werkdagen worden beantwoord; bij de normale procedure
bedraagt de termijn om een overnameverzoek te beantwoorden
twaalf kalenderdagen (artikel 11, lid 2); - de overeenkomst bevat een afdeling
over doorgeleiding (artikelen 14 en 15, juncto bijlage 6); - de artikelen 16, 17 en 18 bevatten
de nodige regels inzake kosten, gegevensbescherming en de verhouding tot andere
internationale verplichtingen; - artikel 19 bepaalt op welke wijze
het Gemengd Comité overname wordt samengesteld en welke zijn taken en
bevoegdheden zijn; - om de toepassing van deze
overeenkomst te vergemakkelijken, biedt artikel 20 Armenië en de afzonderlijke
lidstaten de mogelijkheid om bilaterale uitvoeringsprotocollen te sluiten. De
verhouding tussen de bilaterale uitvoeringsprotocollen en deze overeenkomst
wordt in artikel 21 nader omschreven; - de slotbepalingen (artikelen 22 tot
en met 24) bevatten regels inzake de inwerkingtreding, de looptijd, eventuele
wijzigingen, de opschorting en de beëindiging van de overeenkomst alsook inzake
de juridische status van de bijlagen daarbij; - de specifieke situatie van
Denemarken komt tot uiting in de preambule, in artikel 1, onder d), en in
artikel 22, lid 2. Ook de nauwe betrokkenheid van Noorwegen, IJsland,
Liechtenstein en Zwitserland bij de uitvoering, de toepassing en de
ontwikkeling van het Schengenacquis is in aanmerking genomen en komt in het
geval van IJsland tot uiting in een gemeenschappelijke verklaring bij de
overeenkomst. 3. CONCLUSIES Rekening houdend met de hierboven beschreven
resultaten, stelt de Commissie voor dat de Raad: - na de goedkeuring van het Europees
Parlement te hebben verkregen, de bijgevoegde Overeenkomst tussen de Europese
Unie en Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het
grondgebied verblijven, goedkeurt. 2012/0332 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de Overeenkomst
tussen de Europese Unie
en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning
op het grondgebied verblijven DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de Europese
Unie, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 3, juncto artikel 218, lid 6, onder
a), Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Gezien de goedkeuring
van het Europees Parlement[1], Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig Besluit
XXXX/XXX van de Raad van […][2]
is de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de
overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven door
de Commissie ondertekend op […], onder voorbehoud van de sluiting ervan op een
latere datum. (2) De overeenkomst dient te
worden gesloten. (3) Bij de overeenkomst wordt een
Gemengd Comité overname ingesteld, dat zijn reglement van orde kan vaststellen.
In dit geval dient een vereenvoudigde procedure te worden gevolgd voor de
vaststelling van het standpunt van de Unie. (4) Overeenkomstig artikel 3 van
het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat
aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie is gehecht, [neemt het Verenigd Koninkrijk niet
deel aan de aanneming van dit besluit en is de overeenkomst derhalve niet
bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, tenzij het land
zijn wens dienaangaande te kennen geeft overeenkomstig dat protocol/heeft het
Verenigd Koninkrijk kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de aanneming
en toepassing van dit besluit]. (5) Overeenkomstig artikel 3 van
het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat
aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van genoemd
protocol [neemt Ierland niet deel aan de aanneming van dit besluit en is de
overeenkomst derhalve niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland, tenzij
het land zijn wens dienaangaande te kennen geeft overeenkomstig dat
protocol/heeft Ierland kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de
aanneming en toepassing van dit besluit]. (6) Overeenkomstig de artikelen 1
en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het
Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van
dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in
Denemarken, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de
Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het
grondgebied verblijven, wordt hierbij gesloten. De tekst van de overeenkomst is aan dit
besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wijst de persoon aan
die gemachtigd is om namens de Europese Unie de in artikel 23, lid 2, van de
overeenkomst bedoelde kennisgeving te doen, waarmee de instemming van de
Europese Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn tot uiting wordt
gebracht. Artikel 3 De Commissie, bijgestaan door deskundigen uit
de lidstaten, vertegenwoordigt de Unie in het bij artikel 19 van de
overeenkomst ingestelde Gemengd Comité overname. Artikel 4 Het standpunt dat de Unie in het Gemengd
Comité overname inneemt met betrekking tot de vaststelling van het reglement
van orde van het comité, zoals bepaald in artikel 19, lid 5, van de
overeenkomst, wordt vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de
Raad aangewezen bijzonder comité. Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de
Europese Unie. De datum van inwerkingtreding van de
overeenkomst wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE OVEREENKOMST tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het
grondgebied verblijven DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN, DE EUROPESE UNIE, hierna "de Unie"
genoemd, en DE REPUBLIEK
ARMENIË, hierna "Armenië" genoemd, VASTBESLOTEN hun samenwerking te versterken
teneinde illegale immigratie doeltreffender te bestrijden, VERLANGEND door middel van deze overeenkomst
en op basis van wederkerigheid snelle en doeltreffende procedures vast te
stellen voor de identificatie en de veilige en ordelijke overdracht van
personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst,
aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Armenië of een van de lidstaten
van de Europese Unie, en de doorgeleiding van dergelijke personen in een geest
van samenwerking te vergemakkelijken, EROP WIJZEND dat deze overeenkomst geen
afbreuk doet aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de
Unie, haar lidstaten en Armenië die voortvloeien uit het internationaal recht
en met name uit het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1951) en
het protocol daarbij (1967) en het Verdrag tot bescherming van de rechten van
de mens en de fundamentele vrijheden (1950), OVERWEGENDE dat
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Ierland
krachtens Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd
Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Ierland ten aanzien van de
ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is
gehecht, niet deelnemen aan deze overeenkomst, tenzij zij overeenkomstig dat
protocol te kennen geven dat wel te wensen, OVERWEGENDE dat de bepalingen van deze
overeenkomst, die onder het toepassingsgebied van titel V van het derde
deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, niet van
toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken overeenkomstig het Protocol
betreffende de positie van het Koninkrijk Denemarken, dat aan het Verdrag
betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie is gehecht, ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: Artikel 1
Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder: (a)
"overeenkomstsluitende partijen": Armenië
en de Unie; (b)
"onderdaan van Armenië": elke persoon die
het burgerschap van Armenië bezit overeenkomstig de wetgeving van de Republiek
Armenië; (c)
"onderdaan van een lidstaat": elke
persoon die de nationaliteit van een lidstaat bezit, in de zin van de definitie
van de Unie; (d)
"lidstaat": alle lidstaten van de
Europese Unie die door deze overeenkomst zijn gebonden; (e)
"onderdaan van een derde land": elke
persoon die een andere nationaliteit bezit dan die van Armenië of een van de
lidstaten; (f)
"staatloze persoon": een persoon die geen
nationaliteit bezit; (g)
"verblijfsvergunning": een door Armenië
of een van de lidstaten afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die een
persoon het recht geeft om op het grondgebied van Armenië respectievelijk een
van de lidstaten te verblijven. Hieronder vallen niet de tijdelijke
vergunningen om op het grondgebied van een van die staten te verblijven in
verband met de behandeling van een asielverzoek of een aanvraag van een
verblijfsvergunning; (h)
"visum": een door Armenië of een van de
lidstaten afgegeven vergunning of genomen beslissing die vereist is voor een
inreis in of een doorreis over het grondgebied van Armenië respectievelijk een
van de lidstaten. Luchthaventransitvisa vallen hier niet onder; (i)
"verzoekende staat": de staat (Armenië of
een van de lidstaten) die een overnameverzoek in de zin van artikel 8 of
een doorgeleidingsverzoek in de zin van artikel 15 indient; (j)
"aangezochte staat": de staat (Armenië of
een van de lidstaten) waaraan een overnameverzoek in de zin van artikel 8
of een doorgeleidingsverzoek in de zin van artikel 15 is gericht; (k)
"bevoegde autoriteit": elke nationale
autoriteit van Armenië of van een van de lidstaten die is belast met de
uitvoering van deze overeenkomst op basis van artikel 20, lid 1, onder a); (l)
"doorgeleiding": de doorreis van een
onderdaan van een derde land of een staatloze persoon over het grondgebied van
de aangezochte staat op weg van de verzoekende staat naar het land van
bestemming; (m)
"grensregio": een maximaal vijftien
kilometer breed gebied vanaf het grondgebied van zeehavens, met inbegrip van
douanezones, en internationale luchthavens van de lidstaten en Armenië. Artikel 2
Grondbeginselen In het kader van de versterking van de samenwerking
inzake preventie en bestrijding van onregelmatige migratie zorgen de
aangezochte en verzoekende staat ervoor dat bij de toepassing van deze
overeenkomst op personen die onder het toepassingsgebied ervan vallen, de mensenrechten
en de verplichtingen en verantwoordelijkheden uit hoofde van de voor deze
staten geldende internationale instrumenten worden geëerbiedigd, en met name: –
de Universele Verklaring van de rechten van de mens
(1948), –
het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens en de fundamentele vrijheden (1950), –
het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
politieke rechten (1966), –
het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede,
onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (1984), –
het Verdrag van Genève betreffende de status van
vluchtelingen (1951) en het protocol daarbij (1967). De aangezochte staat zorgt er met name voor
dat, met inachtneming van zijn verplichtingen uit hoofde van de bovenvermelde
internationale instrumenten, de rechten van de op zijn grondgebied overgenomen
personen worden beschermd. De verzoekende staat geeft de voorkeur aan
vrijwillige terugkeer boven gedwongen terugkeer wanneer er geen redenen zijn om
aan te nemen dat dit de terugkeer van een persoon naar de aangezochte staat
ondermijnt. Afdeling I
Overnameverplichtingen
voor Armenië Artikel 3
Overname van eigen onderdanen 1. Armenië neemt, op verzoek van een
lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden
genoemd, alle personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden
voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de
verzoekende lidstaat, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs
aannemelijk kan worden gemaakt dat zij onderdaan zijn van Armenië. 2. Armenië neemt ook de volgende
personen over: –
minderjarige ongehuwde kinderen van de in lid 1
vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een
zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben of over een door
een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning beschikken; – echtgenoten van de in lid 1 vermelde personen die een andere
nationaliteit bezitten of staatloos zijn, mits zij het recht hebben of krijgen
om op het grondgebied van Armenië binnen te komen en te verblijven, tenzij zij
een zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben of over een
door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning beschikken. 3. Armenië
neemt ook personen over die afstand van de nationaliteit van Armenië hebben
gedaan sinds zij het grondgebied van een lidstaat zijn binnengekomen, tenzij
die personen ten minste een naturalisatietoezegging van die lidstaat hebben
gekregen. 4. Nadat Armenië het overnameverzoek
heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire
post van Armenië de over te nemen persoon, ongeacht diens wil, onverwijld,
kosteloos en uiterlijk binnen drie werkdagen het voor zijn terugkeer vereiste
reisdocument met een geldigheidsduur van 120 dagen. Indien Armenië niet binnen
drie werkdagen het reisdocument heeft afgegeven, wordt het geacht in te stemmen
met het gebruik van het standaardreisdocument van de EU voor
verwijderingsdoeleinden[3]. 5. Indien de betrokken persoon om
juridische of praktische redenen niet binnen de geldigheidsduur van het
oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de ter
zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van Armenië binnen drie werkdagen
en kosteloos een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur. Indien
Armenië niet binnen drie werkdagen het nieuwe reisdocument heeft afgegeven,
wordt het geacht in te stemmen met het gebruik van het standaardreisdocument
van de EU voor verwijderingsdoeleinden[4]. Artikel 4
Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen 1. Armenië neemt, op verzoek van een
lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden
genoemd, alle onderdanen van derde landen en staatloze personen over die niet
of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of
verblijf op het grondgebied van de verzoekende lidstaat, mits wordt aangetoond
of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de
betrokkene: (a)
op het ogenblik van de indiening van het overnameverzoek
in het bezit is van een door Armenië afgegeven geldig visum of geldige verblijfsvergunning,
of (b)
het grondgebied van de lidstaten illegaal en
rechtstreeks is binnengekomen na verblijf op of doorreis via het grondgebied
van Armenië. 2. De in lid 1 bedoelde
overnameverplichting is niet van toepassing wanneer de onderdaan van een derde
land of de staatloze persoon slechts in luchthaventransit is geweest via een
internationale luchthaven in Armenië. 3. Onverminderd artikel 7, lid 2,
verstrekt de verzoekende lidstaat, nadat Armenië het overnameverzoek heeft
ingewilligd, de persoon van wie de overname is aanvaard het
standaard-reisdocument van de EU voor verwijderingsdoeleinden[5]. Afdeling II
Overnameverplichtingen voor de Unie Artikel 5
Overname van eigen onderdanen 1. Een lidstaat neemt, op verzoek van
Armenië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden
genoemd, alle personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden
voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Armenië, mits
wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden
gemaakt dat zij onderdaan zijn van die lidstaat. 2. Een lidstaat neemt ook de volgende
personen over: - minderjarige ongehuwde kinderen van de in lid
1 vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij
een zelfstandig verblijfsrecht in Armenië hebben; - echtgenoten van de in lid 1 vermelde
personen die een andere nationaliteit bezitten of staatloos zijn, mits zij het
recht hebben of krijgen om op het grondgebied van de aangezochte lidstaat
binnen te komen en te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in
Armenië hebben. 3. Een lidstaat neemt ook personen
over die afstand van de nationaliteit van een lidstaat hebben gedaan sinds zij
het grondgebied van Armenië zijn binnengekomen, tenzij die personen ten minste
een naturalisatietoezegging van Armenië hebben gekregen. 4. Nadat de aangezochte lidstaat het
overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke
of consulaire post van die lidstaat de over te nemen persoon, ongeacht diens
wil, onverwijld, kosteloos en uiterlijk binnen drie werkdagen het voor zijn
terugkeer vereiste reisdocument met een geldigheidsduur van 120 dagen. 5. Indien de betrokken persoon om
juridische of praktische redenen niet binnen de geldigheidsduur van het
oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de ter
zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van die lidstaat binnen drie
werkdagen en kosteloos een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.
Artikel 6
Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen 1. Een lidstaat neemt, op verzoek van
Armenië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden
genoemd, alle onderdanen van derde landen en staatloze personen over die niet
of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of
verblijf op het grondgebied van Armenië, mits wordt aangetoond of op basis van
prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokkene: op het ogenblik van de indiening van het
overnameverzoek in het bezit is van een door de aangezochte lidstaat afgegeven
geldig visum of geldige verblijfsvergunning, of (a)
het grondgebied van Armenië illegaal en rechtstreeks
is binnengekomen na verblijf op of doorreis over het grondgebied van de
aangezochte lidstaat. 2. De in lid 1 bedoelde
overnameverplichting is niet van toepassing wanneer de onderdaan van een derde
land of de staatloze persoon slechts in luchthaventransit is geweest via een
internationale luchthaven in de aangezochte lidstaat. 3. De in lid 1 vervatte
overnameverplichting rust op de lidstaat die een visum of verblijfsvergunning
heeft afgegeven. Indien twee of meer lidstaten een visum of verblijfsvergunning
hebben afgegeven, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de lidstaat
die het document met de langste geldigheidsduur heeft afgegeven of, indien een
of meer daarvan reeds zijn vervallen, het document dat nog steeds geldig is.
Indien alle documenten reeds zijn vervallen, rust de in lid 1 bedoelde
overnameverplichting op de lidstaat die het document met de meest recente
vervaldatum heeft afgegeven. Indien dergelijke documenten niet kunnen worden
overgelegd, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de lidstaat
waarvan het grondgebied op de meest recente datum is verlaten. 4. Onverminderd artikel 7, lid 2,
verstrekt Armenië, nadat de lidstaat het overnameverzoek heeft ingewilligd, de
persoon van wie de overname is aanvaard het voor zijn terugkeer vereiste
reisdocument. Afdeling III
Overnameprocedure Artikel 7
Beginselen 1. Onder voorbehoud van het bepaalde
in lid 2, wordt voor elke overdracht van een op grond van een verplichting als
bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 over te nemen persoon een
overnameverzoek ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat. 2. Indien de over te nemen persoon in
het bezit is van een geldig reisdocument of een geldige identiteitskaart en, in
het geval van een onderdaan van een derde land of een staatloze persoon, tevens
in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning van de
aangezochte staat, kan de overdracht van deze persoon plaatsvinden zonder dat
de verzoekende staat bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat een
overnameverzoek of schriftelijke kennisgeving in de zin van artikel 12, lid 1,
hoeft in te dienen. 3. Onverminderd lid 2, kan de
verzoekende staat, indien een persoon in de grensregio (met inbegrip van
luchthavens) van de verzoekende staat is aangehouden nadat hij op illegale
wijze de grens heeft overschreden rechtstreeks komend van het grondgebied van
de aangezochte staat, binnen twee werkdagen na de aanhouding van deze persoon
een overnameverzoek indienen (versnelde procedure). Artikel 8
Overnameverzoek 1. Het overnameverzoek bevat,
voor zover mogelijk, de volgende gegevens: (a)
de persoonsgegevens van de over te nemen persoon
(bv. naam, voornamen, geboortedatum en zo mogelijk geboorteplaats en laatste
verblijfplaats) en, in voorkomend geval, de persoonsgegevens van minderjarige
ongehuwde kinderen en/of echtgenoot/echtgenote; (b)
voor eigen onderdanen: vermelding van de middelen
waarmee het bewijs van of het prima facie bewijs inzake de nationaliteit zal
worden geleverd, conform het bepaalde in respectievelijk bijlage 1 en bijlage
2; (c)
voor onderdanen van derde landen en staatloze
personen: vermelding van de middelen waarmee het bewijs van of het prima facie
bewijs inzake het voldoen aan de voorwaarden voor de overname van onderdanen
van derde landen en staatloze personen zal worden geleverd, conform het
bepaalde in respectievelijk bijlage 3 en bijlage 4; (d)
een foto van de over te nemen persoon. 2. Het overnameverzoek bevat, voor
zover mogelijk, ook de volgende gegevens: (a)
een verklaring waaruit blijkt dat de over te dragen
persoon hulp of verzorging nodig kan hebben, mits de betrokken persoon
uitdrukkelijk met die verklaring heeft ingestemd; (b)
andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen dan
wel gegevens over de gezondheid van de persoon die voor de overdracht van die
persoon nodig kunnen zijn. 3. Een gemeenschappelijk formulier
voor overnameverzoeken is in bijlage 5 bij deze overeenkomst opgenomen. 4. Een overnameverzoek kan met behulp
van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch. Artikel 9
Bewijsmiddelen met betrekking tot de nationaliteit 1. Het bewijs van de nationaliteit in
de zin van artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, kan met name worden geleverd
door middel van de in bijlage 1 vermelde documenten, ook indien de
geldigheidsduur ervan is verstreken, mits dit niet langer dan zes maanden is.
Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de lidstaten en
Armenië de nationaliteit zonder dat daarvoor verder onderzoek wordt verlangd.
Het bewijs van de nationaliteit kan niet door middel van valse documenten
worden geleverd. 2. Prima facie bewijs van de
nationaliteit in de zin van artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, kan met name
worden geleverd door middel van de in bijlage 2 vermelde documenten, ook indien
de geldigheidsduur ervan is verstreken. Wanneer dergelijke documenten worden
overgelegd, beschouwen de lidstaten en Armenië de nationaliteit als
vastgesteld, tenzij zij het tegendeel kunnen bewijzen. Prima facie bewijs van
de nationaliteit kan niet door middel van valse documenten worden geleverd. 3. Indien geen van de in bijlage 1 of
2 vermelde documenten kan worden overgelegd, ondervraagt de ter zake bevoegde
diplomatieke of consulaire post van de betrokken aangezochte staat op basis van
een in het overnameverzoek opgenomen verzoek daartoe van de verzoekende staat,
de over te nemen persoon onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na
ontvangst van het overnameverzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, teneinde
diens nationaliteit vast te stellen. De procedure voor dergelijke ondervragingen
kan worden vastgesteld in de op basis van artikel 20 vastgestelde
uitvoeringsprotocollen. Artikel 10
Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van derde landen en staatloze
personen 1. Het bewijs dat is voldaan aan de in
artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, vermelde voorwaarden voor overname van
onderdanen van derde landen en staatloze personen kan met name worden geleverd
door middel van de in bijlage 3 vermelde bewijsmiddelen; dit bewijs kan niet
door middel van valse documenten worden geleverd. Dit bewijs wordt door de
lidstaten en Armenië zonder verder onderzoek erkend. 2. Prima facie bewijs dat is voldaan
aan de in artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, vermelde voorwaarden voor
overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen kan met name
worden geleverd door middel van de in bijlage 4 vermelde bewijsmiddelen; dit
bewijs kan niet door middel van valse documenten worden geleverd. Wanneer prima
facie bewijsmateriaal wordt overgelegd, nemen de lidstaten en Armenië aan dat aan
de voorwaarden is voldaan, tenzij zij het tegendeel kunnen bewijzen. 3. Het illegale karakter van de
binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf wordt vastgesteld aan de hand van
de reisdocumenten van de betrokken persoon waarin het vereiste visum of de
vereiste verblijfsvergunning voor het grondgebied van de verzoekende staat
ontbreekt. Een verklaring van de verzoekende staat dat de betrokken persoon
niet in het bezit was van de vereiste reisdocumenten, het vereiste visum of de
vereiste verblijfsvergunning kan evenzo als prima facie bewijs dienen voor het
illegale karakter van de binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf. Artikel 11
Termijnen 1. Het overnameverzoek moet bij de
bevoegde autoriteit van de aangezochte staat worden ingediend uiterlijk negen
maanden nadat de bevoegde autoriteit van de verzoekende staat kennis heeft
gekregen van het feit dat een onderdaan van een derde land of een staatloze
persoon niet of niet meer aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of
verblijf voldoet. Indien er juridische of praktische belemmeringen zijn
waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn op
verzoek van de verzoekende staat verlengd, doch uiterlijk totdat de
belemmeringen zijn opgeheven. 2. Het overnameverzoek moet schriftelijk
worden beantwoord –
binnen twee werkdagen wanneer het overnameverzoek
in het kader van de versnelde procedure is ingediend (artikel 7, lid 3); –
binnen twaalf kalenderdagen in alle overige
gevallen. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum
van ontvangst van het overnameverzoek. Indien binnen deze termijn niet wordt
geantwoord, dan wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd. Een overnameverzoek kan met behulp van elk
communicatiemiddel worden beantwoord, ook elektronisch. 3. De afwijzing van een
overnameverzoek wordt schriftelijk gemotiveerd. 4. Nadat de instemming is gegeven of,
in voorkomend geval, na het verstrijken van de in lid 2 bedoelde termijnen
wordt de betrokken persoon binnen drie maanden overgedragen. Deze termijn kan
op verzoek van de verzoekende staat worden verlengd met de periode die nodig is
om juridische of praktische belemmeringen op te heffen. Artikel 12
Wijze van overdracht en van vervoer 1. Onverminderd artikel 7, lid 2,
stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat de bevoegde
autoriteiten van de aangezochte staat ten minste twee werkdagen voordat een
persoon wordt overgedragen schriftelijk in kennis van de datum van overdracht,
de plaats van binnenkomst, eventuele begeleiders en andere voor de overdracht
relevante informatie. 2. Vervoer kan op elk wijze
plaatsvinden, ook door de lucht. Bij overdracht door de lucht hoeft niet
uitsluitend gebruik te worden gemaakt van de nationale luchtvaartmaatschappijen
van Armenië of de lidstaten; er kan ook gebruik worden gemaakt van lijnvluchten
of chartervluchten. In het geval van begeleide terugkeer mogen naast de
gemachtigde personen van de verzoekende staat ook gemachtigde personen uit
Armenië of een van de lidstaten de over te dragen persoon begeleiden. 3. Indien de overdracht door de lucht
gebeurt, worden eventuele begeleiders vrijgesteld van de verplichting een visum
aan te vragen. Artikel 13
Onterechte overname De verzoekende staat neemt een persoon die
door de aangezochte staat is overgenomen terug, indien binnen zes maanden na de
overdracht van de betrokken persoon wordt vastgesteld dat niet is voldaan aan
de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 6. In dergelijke gevallen zijn mutatis mutandis
de procedurevoorschriften van deze overeenkomst van toepassing en worden tevens
alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en
nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld. Afdeling IV
Doorgeleiding Artikel 14
Beginselen 1. De lidstaten en Armenië moeten
doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen beperken
tot gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de staat van bestemming
kunnen worden overgedragen. 2. Armenië staat de doorgeleiding van
onderdanen van derde landen en staatloze personen over zijn grondgebied toe
indien een lidstaat daarom verzoekt, en een lidstaat staat de doorgeleiding van
onderdanen van derde landen en staatloze personen over zijn grondgebied toe
indien Armenië daarom verzoekt, wanneer de verdere reis in eventuele andere
staten van doorreis en de overname door de staat van bestemming gewaarborgd zijn. 3. Doorgeleiding kan door Armenië of
een lidstaat worden geweigerd: (a)
indien de onderdaan van een derde land of de
staatloze persoon een reëel gevaar loopt in de staat van bestemming of een
andere staat van doorgeleiding te worden onderworpen aan marteling, aan
onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, aan de doodstraf of
aan vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van
een bepaalde sociale groep, of politieke overtuiging, of (b)
indien de onderdaan van een derde land of de
staatloze persoon in de aangezochte staat of een andere staat van doorgeleiding
blootstaat aan strafrechtelijke sancties, of (c)
om redenen van volksgezondheid, binnenlandse veiligheid,
openbare orde of andere nationale belangen van de aangezochte staat. 4. Armenië of een lidstaat kan elke
afgegeven vergunning intrekken indien zich later omstandigheden zoals bedoeld
in lid 3 voordoen of aan het licht komen die de doorgeleiding belemmeren
of indien de verdere reis in eventuele staten van doorreis of de overname door
de staat van bestemming niet meer gewaarborgd is. In dat geval neemt de
verzoekende staat de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon zo
nodig onverwijld terug. Artikel 15
Doorgeleidingsprocedure 1. Een doorgeleidingsverzoek moet
schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte
staat en bevat de volgende gegevens: (a)
type van doorgeleiding (door de lucht, over zee of
over land); eventuele andere staten van doorgeleiding en beoogde
eindbestemming, (b)
de persoonsgegevens van de betrokken persoon (bv.
naam, voornaam, meisjesnaam, andere namen die de betrokken persoon gebruikt of
waaronder hij bekend staat, geboortedatum, geslacht en zo mogelijk
geboorteplaats, nationaliteit, taal, aard en nummer van het reisdocument); (c)
voorgenomen plaats van binnenkomst, tijdstip van
overdracht en eventueel gebruik van begeleiders; (d)
een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de
verzoekende staat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 14, lid 2, en dat
er geen redenen bekend zijn voor een afwijzing op grond van artikel 14, lid 3. Een gemeenschappelijk formulier voor
doorgeleidingsverzoeken is in bijlage 6 opgenomen. Een doorgeleidingsverzoek kan met behulp van
elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch. 2. Binnen drie werkdagen na ontvangst
van het verzoek brengt de aangezochte staat de verzoekende staat schriftelijk
op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de plaats van binnenkomst en
het geplande tijdstip van toelating, of van de afwijzing van de toelating en de
redenen daarvoor. Indien er niet wordt geantwoord binnen drie werkdagen, dan
wordt aangenomen dat met de doorgeleiding wordt ingestemd. Een doorgeleidingsverzoek kan met behulp van
elk communicatiemiddel worden beantwoord, ook elektronisch. 3. Indien de doorgeleiding door de
lucht gebeurt, worden de over te nemen persoon en eventuele begeleiders
vrijgesteld van de verplichting om een luchthaventransitvisum aan te vragen. 4. De bevoegde autoriteiten van de
aangezochte staat verlenen na onderling overleg steun bij de doorgeleiding, met
name door toezicht te houden op de betrokken personen en door geschikte
faciliteiten ter beschikking te stellen. 5. De doorgeleiding vindt plaats
binnen dertig dagen na ontvangst van de instemming met het verzoek. Afdeling V
Kosten Artikel 16
Kosten van vervoer en van doorgeleiding Onverminderd het recht van de bevoegde
autoriteiten om de aan de overname verbonden kosten van de over te nemen persoon
of derde partijen terug te vorderen, komen alle vervoerskosten in verband met
overname en doorgeleiding uit hoofde van deze overeenkomst tot aan de grens van
de staat van eindbestemming ten laste van de verzoekende staat. Afdeling VI
Gegevensbescherming en verhouding tot andere internationale verplichtingen Artikel 17
Gegevensbescherming Persoonsgegevens worden alleen verstrekt
wanneer dit nodig is voor de uitvoering van deze overeenkomst door, naar gelang
van het geval, de bevoegde autoriteiten van Armenië of een lidstaat. De
verwerking en de behandeling van persoonsgegevens in een bepaald geval zijn
onderworpen aan de wetgeving van Armenië en, wanneer de voor de verwerking van
de gegevens verantwoordelijke instantie een bevoegde autoriteit van een
lidstaat is, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG en de nationale wetgeving
van die lidstaat die uit hoofde van deze richtlijn is vastgesteld. Daarnaast
zijn de volgende beginselen van toepassing: (a)
de persoonsgegevens moeten eerlijk en rechtmatig
worden verwerkt; (b)
de persoonsgegevens moeten voor het welbepaalde,
uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doel van de uitvoering van deze
overeenkomst worden verkregen en mogen door de meedelende of ontvangende
autoriteit niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met
dat doel; (c)
de persoonsgegevens moeten toereikend, ter zake
dienend en niet bovenmatig zijn in verhouding tot het doel waarvoor zij worden
verkregen en/of verder verwerkt; de verstrekte persoonsgegevens mogen met name
uitsluitend betrekking hebben op: –
de identiteit van de betrokken persoon
(bijvoorbeeld voornamen, familienaam, vroegere namen, andere namen die de
betrokken persoon gebruikt of onder welke hij bekend staat, geslacht,
burgerlijke staat, plaats en datum van geboorte, huidige en eventuele vroegere
nationaliteit); –
paspoort, identiteitskaart of rijbewijs (nummer,
geldigheidstermijn, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van
afgifte); –
stopplaatsen en reisroutes; –
andere voor identificatie van de over te dragen persoon
of voor het onderzoek van de overnamevereisten uit hoofde van deze overeenkomst
dienstige gegevens; (d)
de persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en
moeten in voorkomend geval worden bijgewerkt; (e)
de persoonsgegevens mogen in een vorm die het
mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer worden bewaard dan
noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij werden
verkregen of vervolgens werden verwerkt; (f)
de meedelende en de ontvangende autoriteit treffen
alle redelijke maatregelen die nodig zijn om te zorgen voor een passende
correctie, uitwissing of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking
ervan niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name
omdat deze persoonsgegevens niet toereikend, ter zake dienend of nauwkeurig
zijn, of omdat zij bovenmatig zijn in verhouding tot het doel van de
verwerking. Dit behelst tevens de kennisgeving van elke correctie, uitwissing
of afscherming aan de andere partij; (g)
op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de
meedelende autoriteit in kennis van het gebruik dat van de verstrekte gegevens
is gemaakt en van de daardoor verkregen resultaten; (h)
de persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de
bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Voor de mededeling aan andere instanties
is de voorafgaande toestemming van de meedelende autoriteit vereist; (i)
de meedelende en de ontvangende autoriteit zijn
verplicht de mededeling en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te
registreren. Artikel 18
Verhouding tot andere internationale verplichtingen 1. Deze overeenkomst doet geen afbreuk
aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Unie, de
lidstaten en Armenië die voortvloeien uit het internationaal recht, met
inbegrip van internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, en met name
uit de in artikel 2 vermelde internationale instrumenten en: –
internationale overeenkomsten waarbij wordt bepaald
welk land bevoegd is voor de behandeling van ingediende asielverzoeken; –
internationale verdragen inzake uitwijzing en
doorgeleiding; –
multilaterale internationale verdragen en
overeenkomsten over de overname van vreemdelingen. 2. Niets in deze overeenkomst belet de
terugkeer van een persoon op basis van andere formele of informele regelingen. Afdeling VII
Uitvoering en toepassing Artikel 19
Gemengd Comité overname 1. De overeenkomstsluitende partijen
verlenen elkaar wederzijds bijstand bij de toepassing en interpretatie van deze
overeenkomst. Daartoe stellen zij een Gemengd Comité overname (hierna "het
comité" genoemd) in, dat met name: (a)
toeziet op en gegevens uitwisselt over de
toepassing van deze overeenkomst, met uitzondering van persoonsgegevens; (b)
kwesties in verband met de interpretatie of de
toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst aanpakt; (c)
uitvoeringsregelingen vaststelt die nodig zijn voor
de eenvormige toepassing van deze overeenkomst; (d)
geregeld gegevens uitwisselt over de
uitvoeringsprotocollen die door de afzonderlijke lidstaten en Armenië op grond
van artikel 20 zijn opgesteld; (e)
aanbevelingen doet voor wijziging van deze
overeenkomst en de bijlagen daarbij. 2. De beslissingen van het comité zijn
bindend voor de overeenkomstsluitende partijen. 3. Het comité bestaat uit
vertegenwoordigers van de Unie en Armenië. 4. Het comité komt zo vaak als nodig
bijeen op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen. 5. Het comité stelt zijn reglement van
orde vast. Artikel 20
Uitvoeringsprotocollen 1. Onverminderd de rechtstreekse
toepasselijkheid van deze overeenkomst stellen Armenië en een lidstaat, op
verzoek van een lidstaat of Armenië, een uitvoeringsprotocol op dat onder
andere betrekking heeft op de regels inzake: (a)
de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten, de
plaatsen voor het overschrijden van de grenzen en de uitwisseling van
contactpunten; (b)
de voorwaarden voor begeleide terugkeer, met
inbegrip van de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze
personen onder begeleiding; (c)
andere middelen en documenten dan die vermeld in de
bijlagen 1 tot en met 4; (d)
de wijze van overname in het kader van de versnelde
procedure; (e)
de procedure voor ondervragingen. 2. De in lid 1 bedoelde
uitvoeringsprotocollen treden pas in werking nadat het Gemengd Comité overname,
bedoeld in artikel 19, daarvan in kennis is gesteld. 3. Armenië stemt ermee in om alle
bepalingen van een met een lidstaat gesloten uitvoeringsprotocol ook toe te
passen in zijn betrekkingen met een andere lidstaat, op verzoek van die
laatstbedoelde lidstaat. De lidstaten stemmen ermee in elke bepaling van een
uitvoeringsprotocol dat door Armenië met een lidstaat is gesloten, ook toe te
passen in hun betrekkingen met Armenië, op verzoek van Armenië en voor zover de
toepassing ervan op de andere lidstaten praktisch haalbaar is. Artikel 21
Verhouding tot bilaterale overnameovereenkomsten
of overnameregelingen van de lidstaten
De bepalingen van deze overeenkomst hebben
voorrang boven de bepalingen van andere bilaterale overeenkomsten of regelingen
inzake de overname van zonder vergunning op het grondgebied verblijvende
personen die op basis van artikel 20 tussen afzonderlijke lidstaten en Armenië
zijn of kunnen worden gesloten, voor zover de bepalingen van deze bilaterale
overnameovereenkomsten of overnameregelingen onverenigbaar zijn met die van
deze overeenkomst. Afdeling VIII
Slotbepalingen Artikel 22
Territoriaal toepassingsgebied 1. Onverminderd het bepaalde in lid 2,
is deze overeenkomst van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag
betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie van toepassing zijn, alsook op het grondgebied van Armenië. 2. Deze overeenkomst is op het
grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot‑Brittannië en
Noord-Ierland en op dat van Ierland enkel van toepassing na een desbetreffende
kennisgeving van de Europese Unie aan Armenië. Deze overeenkomst is niet van
toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken. Artikel 23
Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging 1. Deze overeenkomst wordt door de
overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen
procedures. 2. Deze overeenkomst treedt in werking
op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste
overeenkomstsluitende partij de andere partij ervan in kennis heeft gesteld dat
de in lid 1 bedoelde procedures zijn voltooid. 3. Deze overeenkomst is van toepassing
op het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en op Ierland
vanaf de eerste dag van de tweede maand na de in artikel 22, lid 2,
bedoelde kennisgeving. 4. De overeenkomst wordt voor
onbepaalde tijd gesloten. 5. Deze overeenkomst kan in onderlinge
overeenstemming tussen de overeenkomstsluitende partijen worden gewijzigd.
Wijzigingen worden opgesteld in de vorm van afzonderlijke protocollen, die een
integrerend onderdeel van deze overeenkomst vormen, en treden in werking
volgens de in dit artikel vastgestelde procedure. 6. Elke overeenkomstsluitende partij
kan de uitvoering van deze overeenkomst door middel van een officiële
kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende partij en na voorafgaand
overleg met het in artikel 19 bedoelde comité, tijdelijk, geheel of
gedeeltelijk opschorten. De opschorting gaat in op de tweede dag volgend op de
dag van deze kennisgeving. 7. Elke overeenkomstsluitende partij
kan deze overeenkomst door officiële kennisgeving aan de andere
overeenkomstsluitende partij opzeggen. Deze overeenkomst verstrijkt zes maanden
na de datum van een dergelijke kennisgeving. Artikel 24
Bijlagen De bijlagen 1 tot en met 6 maken een
integrerend deel uit van deze overeenkomst. Opgesteld te [….] op […..], in twee exemplaren
in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de
Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de
Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de
Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense
taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. Voor de Europese Unie (…) || Voor de Republiek Armenië (…) BIJLAGE 1 Gemeenschappelijke lijst van documenten
waarvan de overlegging wordt beschouwd als bewijs van de nationaliteit
(artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 9, lid 1) –
alle soorten paspoorten (nationale paspoorten,
diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten, collectieve paspoorten en
paspoortvervangende documenten, met inbegrip van paspoorten voor kinderen), –
alle soorten identiteitskaarten (ook tijdelijke en
voorlopige identiteitskaarten), –
burgerschapscertificaten en andere officiële
documenten waaruit duidelijk het burgerschap blijkt. BIJLAGE 2 Gemeenschappelijke lijst van documenten
waarvan de overlegging wordt beschouwd als prima facie bewijs van nationaliteit
(artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 9, lid 2) –
de in bijlage 1 vermelde documenten waarvan de
geldigheid niet langer dan zes maanden is verstreken, –
fotokopieën van de in bijlage 1 vermelde documenten, –
rijbewijzen of fotokopieën daarvan, –
geboorteakten of fotokopieën daarvan, –
bedrijfspassen of fotokopieën daarvan, –
getuigenverklaringen, –
verklaringen van de betrokken persoon en verklaring
betreffende de taal die hij spreekt, onder meer door middel van een officieel
onderzoeksresultaat, –
andere documenten die kunnen bijdragen tot het
vaststellen van de nationaliteit van de betrokken persoon, –
vingerafdrukken, –
door de aangezochte staat afgegeven laissez-passer, –
militaire zakboekjes en militaire
identiteitskaarten, –
monsterboekjes en schippersbewijzen, –
bevestiging van de identiteit na raadpleging van
het visuminformatiesysteem[6], –
in het geval van lidstaten die het
visuminformatiesysteem niet gebruiken: positieve identificatie op basis van
visumaanvraagdossiers van die lidstaten. BIJLAGE 3 Gemeenschappelijke lijst van documenten
die worden beschouwd als bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden voor overname
van onderdanen van derde landen en staatloze personen
(artikel 4, lid 1, artikel 6, lid 1, en artikel 10, lid 1) –
visum en/of verblijfsvergunning afgegeven door de
aangezochte staat, –
inreis-/uitreisstempels of soortgelijke
aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene of andere bewijzen van
inreis/uitreis (bv. fotografische). BIJLAGE 4 Gemeenschappelijke lijst van documenten
die worden beschouwd als prima facie bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden
voor de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen
(artikel 4, lid 1, artikel 6, lid 1, en artikel 10, lid 2) –
door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende
staat verstrekte omschrijving van de plaats waar en de omstandigheden waaronder
de betrokken persoon na binnenkomst op het grondgebied van die staat is
aangetroffen, –
gegevens met betrekking tot de identiteit en/of het
verblijf van een persoon die door een internationale organisatie zijn verstrekt
(bv. UNHCR), –
rapportage/bevestiging van de inlichtingen door
familieleden, reisgenoten enz., –
verklaring van de betrokken persoon, –
vingerafdrukken, –
alle soorten documenten, certificaten en rekeningen
(bv. hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts,
toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen,
autoverhuurcontracten, kredietkaartreçu's enz.) waaruit duidelijk blijkt dat de
betrokken persoon op het grondgebied van de aangezochte staat heeft verbleven, –
reisbiljetten op naam en/of passagierslijsten voor
vlieg-, trein-, bus- of bootreizen waaruit de aanwezigheid van de betrokken
persoon en zijn reisroute op het grondgebied van de aangezochte staat kunnen
worden afgeleid, –
inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokken
persoon gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of
reisbureau, –
officiële verklaringen van met name grensbeambten
en andere personen die kunnen getuigen dat de betrokkene de grens heeft
overschreden, –
officiële verklaring van de betrokken persoon in
gerechtelijke of administratieve procedures. BIJLAGE 5 || || [Embleem van de Republiek Armenië] || ..............................................................………… ................................................................……….… || .................................................................…….. (Plaats en datum) (Benaming van de verzoekende autoriteit) || Referentie: .............................................…………… Aan ................................................................……….… || ................................................................……….… ................................................................………… (Benaming van de aangezochte autoriteit) || q VERSNELDE PROCEDURE (artikel 7, lid 3) q VERZOEK OM ONDERVRAGING (artikel 9, lid 3) OVERNAMEVERZOEK
overeenkomstig artikel 8 van de overeenkomst van […] tussen
de Europese Unie en de Republiek Armenië
inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied
verblijven A. Persoonsgegevens 1. Volledige naam (onderstreep familienaam): ...........................................................……………………………… 2. Meisjesnaam: ...........................................................……………………………… 3. Geboorteplaats en –datum: ...........................................................……………………………… || Foto 4. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van de ogen, bijzondere kenmerken enz.): …………………………………………………………………………………………...................…………………. 5. Ook bekend als (vroegere namen, andere namen die de
persoon gebruikt of waaronder hij bekend staat): ...........................................................................................................................………..................………………. 6. Nationaliteit en
taal: .....................................................................................................................………...................………………… 7. Burgerlijke staat: ð gehuwd ð ongehuwd ð gescheiden ð weduwnaar/weduwe Indien gehuwd: naam
van echtgenoot/echtgenote
......................................................................................................
...... Namen en leeftijd van eventuele kinderen..................................................……………....………………....….................. ...........................................................................................……………..………………....………………....………… ……………………....…………………..........................……………....………....………………....………………....… ....................................................................................……………....………………....………………....…………… 8. Laatste adres in de
aangezochte staat: ............................................................................................................................………....................……………… B. Persoonsgegevens van de
echtgenoot/echtgenote (in voorkomend geval) 1. Volledige naam (onderstreep familienaam):
......................................................................................................................................…………………………… 2. Meisjesnaam:
……………………………………………………...........................................................……………………………… 3. Geboorteplaats en –datum: …………………………............................................................………………………………………………………… 4. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van de ogen, bijzondere kenmerken enz.): …………………………………………………………………………………………...................………………………. 5. Ook bekend als
(vroegere namen, andere namen die de persoon gebruikt of waaronder hij bekend
staat): ...........................................................................................................................………..................……………… 6. Nationaliteit en
taal: ...........................................................................................................................………...................……………… C. Persoonsgegevens van de kinderen (in
voorkomend geval) 1. Volledige naam (onderstreep familienaam): .................................................................................…………………………….................................................... 2. Geboorteplaats en –datum:
………………………….............................................………………………...............……………………………… 3. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van de ogen, bijzondere kenmerken enz.): …………………………………………………………………………………………..........................…………………. 4. Nationaliteit en
taal: ...........................................................................................................................………..............................……… D. Bijzondere omstandigheden met
betrekking tot de over te dragen persoon 1. Gezondheidstoestand
(bv. eventueel
vermelding van bijzondere medische verzorging; Latijnse naam van besmettelijke
ziekte): ............................................................................................................................................……………………… 2. Reden waarom de
persoon bijzonder gevaarlijk is (bv. hij wordt
verdacht van een ernstig misdrijf; agressief gedrag): ............................................................................................................................................……………………… E. Bijgevoegd bewijsmateriaal 1. .................................................................………… (Paspoortnummer) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................……….. (Vervaldatum) 2. .................................................................………… (Nummer identiteitskaart) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................………… (Vervaldatum) 3. .................................................................………… (Nummer rijbewijs) || ......................................................................………... (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................………… (Vervaldatum) 4. .................................................................………… (Nummer ander officieel document) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................………… (Vervaldatum) F. Opmerkingen ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ……………………………………………………………………………………………………………………………... ................................................... (Handtekening)
(Zegel/stempel) BIJLAGE 6 || || [Embleem van de Republiek Armenië] || ..............................................................………… ................................................................……….. || .................................................................……… (Plaats en datum) (Benaming van de verzoekende autoriteit) || Referentie ................................................................………… Aan ................................................................…………. || ................................................................………… ................................................................………… (Benaming van de aangezochte autoriteit) || DOORGELEIDINGSVERZOEK overeenkomstig artikel 15 van de overeenkomst van […]
tussen
de Europese Unie en de Republiek Armenië
inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied
verblijven A. Persoonsgegevens 1. Volledige naam (onderstreep familienaam): ...........................................................……………………………… 2. Meisjesnaam: ...........................................................……………………………… 3. Geboorteplaats en –datum: ...........................................................……………………………… || Foto 4. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van de ogen, bijzondere kenmerken enz.): ………………………………………………………………………………………………………. 6. Ook bekend als
(vroegere namen, andere namen die de persoon gebruikt of waaronder hij bekend
staat): ...........................................................................................................................……………….…… 7. Nationaliteit en
taal: .............................................................................................................................………………….. 8. Aard en nummer van
het reisdocument: .............................................................................................................................………… B. Doorgeleiding 1. Aard van de doorgeleiding q door de lucht || q over land || q over zee 2. Staat van
eindbestemming ……………………………………………………………………………………………………………………………. 3. Eventuele andere
staten van doorgeleiding …………………………………………………………………………………………………………………………… 4. Voorgestelde plaats
van grensoverschrijding, datum, tijdstip van overdracht en eventuele
begeleiders ………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………… 5. Toelating
gewaarborgd in alle andere doorreisstaten en in de staat van eindbestemming
(artikel 13, lid 2)
q ja || q neen 6. Kennis van enige reden voor weigering van de
doorgeleiding
(artikel 13, lid 3) q ja || q neen C. Opmerkingen ..............................................................................................................................................……………. ..............................................................................................................................................……………. ..............................................................................................................................................…………….. .....................................................................................................………………………….…………….. ................................................... (Handtekening)
(Zegel/stempel) Gemeenschappelijke verklaring betreffende
artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 3 De overeenkomstsluitende
partijen nemen er nota van dat uit hoofde van het nationaliteitsrecht van de
Republiek Armenië en de lidstaten, een burger van de Republiek Armenië en de
Europese Unie zijn nationaliteit niet kan worden ontnomen. De partijen komen
overeen dat zij te zijner tijd overleg zullen plegen wanneer in deze juridische
situatie verandering zou komen. Gemeenschappelijke
verklaring betreffende de Republiek IJsland De overeenkomstsluitende partijen nemen nota
van de nauwe band tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, met name uit
hoofde van de Overeenkomst van 18 mei 1999 inzake de wijze waarop dat land
wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het
Schengenacquis. Het is daarom wenselijk dat Armenië met de Republiek IJsland
een overnameovereenkomst sluit die vergelijkbaar is met deze overeenkomst. [1] PB C [...] van [...], blz. [...]. [2] PB L [...] van [...], blz. [...]. [3] Overeenkomstig het formulier dat is aangenomen bij de
EU-aanbeveling van de Raad van 30 november 1994. [4] Ibidem. [5] Ibidem. [6] Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de
uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort
verblijf (VIS-verordening), PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.