52012PC0668

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EUvaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden /* COM/2012/0668 final - 2012/0319 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel

Alle verordeningen tot vaststelling van de vangstmogelijkheden moeten het bevissen van de bestanden beperken tot niveaus die in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn de doelstellingen voor de jaarlijkse voorstellen inzake vangst- en inspanningsbeperkingen vastgesteld die moeten garanderen dat de visserij in de Unie vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam verloopt.

Het belangrijkste kenmerk van de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden is het kortetermijnkarakter ervan. Dit heeft voornamelijk te maken met historische redenen, en met name met de manier waarop het GVB de verdeling van de maritieme ruimte en de hulpbronnen over de nationale vloten van de Unie regelt. Het is van belang dit jaarlijks terugkomende proces voor de vaststelling van een overeenkomst op het niveau van de Unie als basis van het GVB te handhaven.

Dit staat de invoering van een langetermijnbeheer evenwel niet in de weg. De Europese Unie heeft in dit verband aanzienlijke vooruitgang geboekt: de uit commercieel oogpunt belangrijkste bestanden vallen nu onder meerjarige beheersplannen. De jaarlijkse TAC’s en maximale inspanningsniveaus moeten daarmee in overeenstemming zijn.

Toepassingsgebied

Het onderhavige voorstel heeft betrekking op de vangstmogelijkheden waarover EU‑vaartuigen in EU- en niet-EU-wateren en vaartuigen van derde landen in EU-wateren beschikken als gevolg van in multilaterale of bilaterale fora goedgekeurde besluiten. Bij de voorbereiding op internationale onderhandelingen baseert de Unie haar standpunt op wetenschappelijk advies en op haar eigen beleidsdoelstellingen, die eveneens van toepassing zijn op interne besluiten. Het resultaat van dergelijke onderhandelingen impliceert dat de Unie ermee instemt verbintenissen ten aanzien van derde partijen aan te gaan. Wat de omzetting van dergelijke besluiten in het recht van de Unie betreft, reikt de discretionaire bevoegdheid van de Unie niet veel verder dan wat over de interne verdeling onder de lidstaten wordt overeengekomen. Voor de interne verdeling geldt het beginsel van relatieve stabiliteit.

Het onderhavige voorstel heeft derhalve betrekking op:

· Gedeelde bestanden, d.w.z. bestanden die gezamenlijk worden beheerd hetzij met Noorwegen in de Noordzee en het Skagerrak, hetzij in het kader van NEAFC‑overeenkomsten tussen kuststaten.

· Bestanden waarvoor de quota traditioneel worden geruild of in aanmerking kunnen komen om te worden geruild: bestanden die weliswaar niet gezamenlijk worden beheerd, maar waarvoor een jaarlijkse quotaruil tussen de Unie en Noorwegen en/of andere derde landen plaatsvindt (of kan plaatsvinden).

· Bijvangstsoorten in de visserij op tong en schol, ook wanneer geen ruil plaatsvindt, ter wille van de coherentie met de ontwikkeling naar een beheer op basis van meerdere soorten of een beheer op basis van gemengde visserijen, naargelang van het geval.

· Vangstmogelijkheden die voortvloeien uit overeenkomsten in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's).

De meeste vangstmogelijkheden in dit voorstel zijn evenwel als "pm" (pro memoria) aangegeven. Dit heeft te maken met het feit dat:

– het advies voor een aantal bestanden niet beschikbaar zal zijn op de datum waarop het voorstel zou moeten worden goedgekeurd; of

– bepaalde vangstbeperkingen en andere aanbevelingen van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - SPRFMO), de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische Wateren (Commission on the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - CCAMLR), de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (North East Atlantic Fishery Commission - NEAFC), de Commissie voor de Visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (Western and Central Pacific Fisheries Convention - WCPFC) en de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - ICCAT) pas zullen worden goedgekeurd tijdens de jaarlijkse vergadering van deze organisaties; of

– de cijfers voor bestanden in de wateren van Groenland en voor met Noorwegen en andere derde landen gedeelde of geruilde bestanden nog niet beschikbaar zijn omdat zij afhangen van de resultaten van het overleg met deze landen in november en december 2012.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.

2.           RESULTATEN VAN RAADPLEGINGEN VAN DE BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbende partijen

De Commissie heeft de richtsnoeren gevolgd van haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), waarin de beginselen voor het zogenoemde proces van vroegtijdige consultaties ("frontloadingsproces") zijn uiteengezet.

Voorts heeft de Commissie in september 2012 een evenement voor belanghebbenden georganiseerd voor een presentatie en bespreking van de resultaten van het wetenschappelijk advies en de belangrijkste implicaties daarvan.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Wat de toegepaste methode betreft, heeft de Commissie twee belangrijke organisaties van deskundigen geraadpleegd: de ICES, een onafhankelijke internationale wetenschappelijke instantie, en het WTECV. Het advies van de ICES is gebaseerd op een advieskader dat door de erbij aangesloten wetenschappers is ontwikkeld en dat wordt gebruikt overeenkomstig het met de Commissie overeengekomen Memorandum van overeenstemming. Het WTECV brengt zijn advies uit op basis van de door de Commissie verstrekte taakomschrijving.

Alle verslagen van het WTECV worden, na de formele goedkeuring ervan door de Commissie, bekendgemaakt op de website van DG MARE. Alle verslagen van de ICES zijn beschikbaar op de website van de ICES.

Effectbeoordeling

Het onderhavige voorstel strekt er in hoofdzaak toe internationaal overeengekomen maatregelen om te zetten. Alle elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden, worden in aanmerking genomen bij de voorbereiding en uitvoering van internationale onderhandelingen in het kader waarvan de vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derde partijen.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

Om de met het GVB beoogde totstandbrenging van een ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangst- en inspanningsbeperkingen gelden voor de visserij in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, voor de visserij in internationale wateren.

Toepassing

De bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied zijn van toepassing tot en met 31 december 2013, met uitzondering van een aantal bepalingen inzake inspanningsbeperkingen, die van toepassing zijn tot en met 31 januari 2014, en bepaalde TAC's met specifieke seizoencycli (bijv. lodde in de wateren van Groenland).

Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

Krachtens de voorgestelde verordening van de Raad worden de vangstmogelijkheden over de lidstaten verdeeld. Met inachtneming van artikel 20, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 mogen de lidstaten deze mogelijkheden op hun beurt naar eigen goeddunken over de regio's en de marktdeelnemers verdelen. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan vrijheid en conform het sociaaleconomische model van hun keuze beslissen hoe zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten.

Het voorstel heeft geen nieuwe financiële gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening zijn reeds beschikbaar.

Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie..

5.         AANVULLENDE INFORMATIE

Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in de vereenvoudiging van de administratieve procedures voor de overheidsinstanties (Unie of nationaal), met name wat betreft de voorschriften op het gebied van inspanningsbeheer.

Evaluatie-/herzienings-/uitdovingsclausule

Het voorstel betreft een jaarlijkse verordening voor het jaar 2013 en bevat derhalve geen herzieningsclausule.

Het voorstel nader bekeken

Het onderhavige voorstel beperkt zich tot de vaststelling en de verdeling van vangstmogelijkheden en tot de voorwaarden die functioneel verband houden met het gebruik van die vangstmogelijkheden.

Wat de vangstbeperkingen en het beheer van de visserijinspanning in het algemeen betreft, is het voorstel in overeenstemming met de beginselen van het zogenoemde frontloadingsproces, die zijn uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), en in de mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2013" (COM(2012) 278 final), waarin de Commissie in afwachting van het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2013 haar visie en voornemens met betrekking tot haar voorstellen voor de vangstmogelijkheden toelicht.

Zoals hierboven vermeld, zijn in het voorstel ook vangstbeperkingen opgenomen die door bepaalde regionale organisaties voor visserijbeheer zijn overeengekomen.

Wat het inspanningsbeheer betreft, wordt voor de kabeljauwvisserij sinds 2009 een op kilowattdagen gebaseerd systeem toegepast, dat in 2013 zal worden gehandhaafd.

2012/0319 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU‑vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Overeenkomstig artikel 43, lid 3, van het Verdrag, stelt de Raad op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

(2)       Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid[1] moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries - WTECV), en van eventuele adviezen van regionale adviesraden, maatregelen van de Unie inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden vastgesteld.

(3)       De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen per visbestand of groep visbestanden, inclusief bepaalde voorwaarden die er functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten voor elk bestand of elke groep visbestanden geniet en dat hierbij de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid in acht worden genomen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2371/2002.

(4)       Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen met betrekking tot een mogelijke verhoging van de TAC en het quotum van de Unie voor witte heek in NAFO-deelsector 3NO moeten aan de Commissie bevoegdheden worden verleend.

(5)       Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen met betrekking tot de herziening van quota voor lodde die voor de Unie in de Groenlandse wateren van de ICES-deelgebieden V en XIV beschikbaar zijn krachtens de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij met Groenland, moeten aan de Commissie bevoegdheden worden verleend.

(6)       Teneinde eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de toepassing van vangstbeperkingen voor bepaalde bestanden van kortlevende soorten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de herziening van de TAC in het licht van de tijdens de eerste helft van 2013 verzamelde wetenschappelijke informatie. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[2].

(7)       De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen met betrekking tot de herziening van de TAC voor deze bestanden van kortlevende soorten vaststellen wanneer dit in naar behoren gerechtvaardigde gevallen die verband houden met de noodzaak voor de Unie om aan haar internationale verplichtingen te voldoen, om dwingende urgente redenen is vereist.

(8)       Voor sommige TAC's dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visserijhulpbronnen te vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan vangstquotaregelingen is dat zij de vissers een stimulans bieden om de vangstselectiviteit van hun activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel beheer van de teruggooi te komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij betrekking hebben op elke activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in de haven. Daarom moeten de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra toewijzingen verlenen, de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt gemaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV’s) (hierna gezamenlijk "CCTV-systeem" genoemd). Hiermee kunnen alle behouden en teruggegooide delen van de vangsten in detail worden geregistreerd. Een regeling met menselijke waarnemers die in real time aan boord actief zijn, zou minder efficiënt, duurder en minder betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een eerste vereiste voor het halen van de doelstellingen van de regelingen tot verlaging van de teruggooi, waaronder bijvoorbeeld de volledig gedocumenteerde visserij. Bij het gebruik van dit systeem dient te worden voldaan aan de eisen van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[3].

(9)       Om te garanderen dat het potentieel van vangstquotaregelingen voor de beheersing van de absolute visserijsterfte van de betrokken bestanden daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de hand van proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen alle in het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de totale toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen de visserijactiviteiten te worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing volledig is opgebruikt door dat vaartuig. Voorts dienen overdrachten van toewijzingen tussen vaartuigen die deelnemen aan de proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen te worden vermeden.

(10)     De TAC's moeten worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale adviesraden.

(11)     Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC's overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg dienen de TAC's voor de bestanden van tong in de Noordzee, schol in de Noordzee, kabeljauw in de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijke deel van het Kanaal en blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee[4], Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden[5] ("het kabeljauwplan") en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee[6].

(12)     Voor bestanden waarvoor onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad.

(13)     Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota[7] moet worden bepaald op welke bestanden de verschillende in die verordening bedoelde maatregelen van toepassing zijn.

(14)     Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(15)     Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (International Council for the Exploration of the Sea - ICES) is het dienstig een systeem te handhaven, met de mogelijkheid tot herziening, voor het beheer van zandspiering in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV.

(16)     De maxima voor de visserijinspanning voor 2013 moeten worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG) nr. 302/2009, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen van de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008[8].

(17)     De Unie heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijbetrekkingen met Noorwegen[9], de Faeröer[10], Groenland[11] en IJsland[12] overleg over de visserijrechten gepleegd met deze partners. [Samenvatting van het overleg in te voegen na afloop daarvan eind 2012]

(18)     De Unie is verdragsluitende partij bij verscheidene visserijorganisaties en neemt aan andere organisaties deel als samenwerkende niet-verdragsluitende partij. Voorts worden de visserijovereenkomsten die de Republiek Polen vóór de toetreding tot de Europese Unie heeft gesloten, zoals de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee, krachtens de Toetredingsakte van 2003 sinds de datum van toetreding beheerd door de Unie. De visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor 2013 een aantal maatregelen in te voeren, waaronder vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen. Deze vangstmogelijkheden moeten in Unierecht worden omgezet.

(19)     Regionale organisaties voor visserijbeheer kunnen overdrachten en uitwisselingen van quota tussen verdragsluitende partijen toestaan. Teneinde dergelijke overdrachten en uitwisselingen tussen de Unie en andere verdragsluitende partijen te vergemakkelijken, dient de Commissie in de mogelijkheid te verkeren overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de Unie en andere verdragsluitende partijen na kennisgeving door de lidstaten goed te keuren. De lidstaten dienen te worden gemachtigd overdrachten en uitwisselingen van quota te bespreken met andere verdragsluitende partijen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uit te zetten voor de geplande quota-overdrachten. Na de goedkeuring dient de Commissie de overdracht mee te delen aan de betrokken organisatie en de eruit voortvloeiende vangstmogelijkheden middels uitvoeringshandelingen vast te stellen. De overdracht moet de bestaande verdeling van de vangstmogelijkheden over de lidstaten overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit onverlet laten.

(20)     Tijdens haar 34ste jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation - NAFO) een aantal vangstmogelijkheden voor 2013 vastgesteld voor bepaalde bestanden in de deelgebieden 1-4 van het NAFO-verdragsgebied. De NAFO heeft in dit verband een procedure ingesteld om de voor 2013 vastgestelde TAC voor witte heek in NAFO-deelsector 3NO te verhogen indien is voldaan aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot de toestand van dit bestand. Een verdragsluitende partij bij de NAFO kan de uitvoerend secretaris van de NAFO melden dat voor het bestand van witte heek in NAFO-deelsector 3NO hogere vangsten per inspanningseenheid dan normaal werden vastgesteld. Wordt de in de loop van het jaar 2013 toegepaste TAC-verhoging door de NAFO bevestigd, dan moet deze in Unierecht worden omgezet. De Commissie dient derhalve te worden gemachtigd een uitvoeringshandeling vast te stellen om de hieruit resulterende extra vangstmogelijkheden voor de Unie aan te passen.

(21)     Tijdens haar 83ste jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn (Inter-American Tropical Tuna Commission - IATTC) instandhoudingsmaatregelen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld. Voorts heeft de IATTC een resolutie betreffende de instandhouding van oceanische witpunthaaien aangenomen. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(22)     Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas, ICCAT) [overzicht van de maatregelen, in te voegen na de jaarlijkse vergadering in november 2012] vastgesteld. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(23)     Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (Indian Ocean Tuna Commission - IOTC) haar maatregelen betreffende vangstmogelijkheden, zoals omgezet in Unierecht, niet gewijzigd. De momenteel geldende, door de IOTC vastgestelde maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(24)     De eerste jaarlijkse vergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) zal van 28 januari tot en met 1 februari 2013 worden gehouden. Tot die tijd dienen de huidige overgangsmaatregelen, zoals ten uitvoer gelegd bij Verordening (EU) nr. 44/2012, te worden gehandhaafd.

(25)     Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (South East Atlantic Fisheries Organisation - SEAFO) [overzicht van de maatregelen, in te voegen na de jaarlijkse vergadering in oktober 2012] vastgesteld. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(26)     In het licht van het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de internationale verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt.

(27)     De 9de jaarlijkse vergadering van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) in 2012 [overzicht van de maatregelen in te voegen na de jaarlijkse vergadering in december 2012]. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(28)     Op hun jaarlijkse vergadering in 2012 hebben de partijen bij de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee hun maatregelen betreffende vangstmogelijkheden niet gewijzigd. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(29)     Tijdens hun jaarlijkse vergadering in 2012 hebben de partijen bij de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR) [overzicht van de maatregelen in te voegen na de jaarlijkse vergadering in oktober-november 2012]. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(30)     Bepaalde internationale maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of beperkt, worden door de betrokken ROVB's op het einde van het jaar vastgesteld en worden van kracht vóór de inwerkingtreding van deze verordening. De bepalingen tot omzetting van deze maatregelen in Unierecht dienen derhalve met terugwerkende kracht van toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het CCAMLR-verdragsgebied loopt van 1 december tot en met 30 november en bepaalde vangstmogelijkheden of -verboden in het CCAMLR-verdragsgebied derhalve worden vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2011, dienen de relevante bepalingen van deze verordening vanaf die datum van toepassing te zijn. Deze toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel van het gewettigd vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder machtiging in het CCAMLR‑verdragsgebied mogen vissen.

(31)     De bij deze verordening voor EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen[13], en met name de artikelen 33 en 34 betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie doen toekomen.

(32)     Teneinde ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten niet worden onderbroken en het inkomen van de vissers in de Unie wordt veiliggesteld, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2013 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1 februari 2013, en specifieke bepalingen voor bijzondere gebieden, waarvoor een specifieke datum van toepassing moet gelden zoals aangegeven in overweging 28. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.

(33)     De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden gebruikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1 Onderwerp

1.           Deze verordening voorziet in vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU‑vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden.

2.           De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

a)      de vangstbeperkingen voor 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, voor 2014;

b)      de beperkingen van de visserijinspanning voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014;

c)      de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied; en

d)      de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 28 genoemde periodes voor het jaar 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, in 2014.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op:

a)           EU-vaartuigen; en

b)           vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

Artikel 3 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)           "EU-vaartuig": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;

b)           "vaartuig van een derde land": een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land;

c)           "EU-wateren": wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee;

d)           "totaal toegestane vangst (TAC)": de hoeveelheid die elk jaar van elk visbestand mag worden gevangen en aangeland;

e)           "quotum": een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land;

f)            "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

g)           "maaswijdte": de maaswijdte van visnetten zoals vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 517/2008[14].

Artikel 4 Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a)           voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009[15] gespecificeerde geografische gebieden;

b)           voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

c)           voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d)           voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries - Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009[16]gespecificeerde geografische gebieden;

e)           voor de NAFO-zones (Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009[17] gespecificeerde geografische gebieden;

f)            voor het SEAFO-verdragsgebied (Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan[18]omschreven geografische gebied;

g)           voor het ICCAT-verdragsgebied (Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): het in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen[19] omschreven geografische gebied;

h)           voor het CCAMLR-verdragsgebied (Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): het in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004[20] omschreven geografische gebied;

i)            voor het IATTC-verdragsgebied (Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn): het in het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica[21] omschreven geografische gebied;

j)            voor het IOTC-verdragsgebied (Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): het in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan[22]omschreven geografische gebied;

k)           voor het SPRFMO-verdragsgebied (Regionale visserijorganisatie voor het zuidelijke deel van de Stille Oceaan): het gebied op open zee ten zuiden van 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan[23], en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

(l)           voor het WCPFC-verdragsgebied (Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan[24] omschreven geografische gebied;

m)          voor de volle zee van de Beringzee: de geografische zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten.

TITEL II VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 5 TAC's en toewijzingen

1.         De TAC's voor EU-vaartuigen in de EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.

2.         EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van artikel 14 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008[25] en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

3.           De Commissie herziet de quota voor lodde die in de Groenlandse wateren van de ICES-deelgebieden V en XIV voor de Unie beschikbaar zijn, op basis van de TAC en de toewijzing aan de Unie, zoals die zijn vastgesteld door Groenland overeenkomstig de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds, en het daarbij behorende protocol.

4.           In het licht van de in het eerste halfjaar 2013 verzamelde wetenschappelijke gegevens kan de Commissie de in bijlage I vastgestelde TAC's, quota en bijzondere voorwaarden voor de onderstaande bestanden middels uitvoeringshandelingen herzien overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure :

a)      zandspiering en bijvangsten in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV volgens de bepalingen van bijlage IIB bij deze verordening;

b)      kever en bijvangsten in ICES-deelgebied IIIa en de EU-wateren van ICES‑sector IIa en ICES-deelgebied IV; en

c)      sprot en bijvangsten in de EU-wateren van ICES-sector IIa en ICES-deelgebied IV.

5.           Om naar behoren gemotiveerde dwingende urgente redenen die verband houden met de verplichting van de Unie om haar internationale verplichtingen na te komen, herziet de Commissie de in bijlage I vastgestelde TAC's voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde bestanden middels onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen overeenkomstig de in artikel 39, lid 3, bedoelde procedure. Deze uitvoeringshandelingen blijven van kracht gedurende de toepassingsperiode van deze verordening, doch niet langer dan 31 december 2013.

Artikel 6 Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij

1.           Voor bepaalde bestanden kan een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.           De extra toewijzing die een lidstaat voor een bepaald bestand mag toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren, mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum.

3.           De aan een vaartuig toegekende extra toewijzing voldoet aan de volgende voorwaarden:

a)      het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (hierna gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden geregistreerd;

b)      de extra toewijzing die wordt toegekend aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan:

(1) 75 % van de teruggooi van het bestand zoals die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort;

(2) 30 % van de individuele toewijzing waarover het vaartuig vóór de deelname aan de proeven beschikte;

c)      alle vangsten van het vaartuig uit het bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98, worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig, die resulteert uit de krachtens dit artikel toegekende aanvullende toewijzing;

d)      wanneer een vaartuig de individuele toewijzing voor een bestand volledig heeft opgebruikt, worden alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden stopgezet;

e)      voor de bestanden waarvoor dit artikel kan worden toegepast, worden geen overdrachten van de totale toewijzing of een deel daarvan toegestaan tussen vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen.

4.           Onverminderd lid 3, onder b), punt 1), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op voorwaarde dat:

a)      het voor het betrokken vaartuigtype geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %;

b)      de opneming van dat vaartuigtype van belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor controledoeleinden;

c)      een algemeen maximum van 75 % van de geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt overschreden.

5.           Voor zover het bij de overeenkomstig lid 3, onder a) verkregen geregistreerde gegevens gaat om te verwerken persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG, is deze richtlijn van toepassing op de verwerking van dergelijke gegevens.

6.           Wanneer een lidstaat vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van lid 3, trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2013 uit van deelname aan de proeven.

7.           Voordat een lidstaat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de volgende gegevens mee:

a)      de lijst van de vaartuigen die zijn vlag voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij;

b)      de specificaties van de elektronische systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd;

c)      de capaciteit, het type en de specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt;

d)      de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt;

e)      de hoeveelheden die in 2012 door aan de proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de betrokken TAC geldt.

8.           De Commissie kan iedere lidstaat die een beroep doet op dit artikel, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te leggen, teneinde toe te zien op de tenuitvoerlegging van de voorwaarde van lid 3, onder b), punt 1). Bij ontstentenis van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt zij de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 7 Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

a)           die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

b)           de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 8 Beperkingen van de visserijinspanning

Van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014 zijn de visserijinspanningsmaatregelen die zijn vastgesteld in bijlage IIA, van toepassing op het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in:

a)           het Skagerrak;

b)           het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort;

c)           ICES-deelgebied IV;

d)           de EU-wateren van ICES-sector IIa, en

e)           ICES-sector VIId.

Artikel 9 Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij

1.           Artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002[26], op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel "zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden, overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat artikel.

2.         De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2013 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 % van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote zilvervis is gevangen.

Artikel 10 Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.         De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)      geruilde vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)      nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008;

c)      het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)      de op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden;

e)      kortingen en verlagingen op grond van de artikelen 37, 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

2.         Tenzij anders vermeld in bijlage I bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 11 Gesloten visseizoen

1.         Van 1 mei tot en met 31 juli 2013 is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan boord te houden: lom, blauwe leng en leng.

2.         Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt || Breedtegraad || Lengtegraad

1 || 52° 27' NB || 12° 19' WL

2 || 52° 40' NB || 12° 30' WL

3 || 52° 47' NB || 12° 39,600' WL

4 || 52° 47' NB || 12° 56' WL

5 || 52° 13,5' NB || 13° 53,830' WL

6 || 51° 22' NB || 14° 24' WL

7 || 51° 22' NB || 14° 03' WL

8 || 52° 10' NB || 13° 25' WL

9 || 52° 32' NB || 13° 07,500' WL

10 || 52° 43' NB || 12° 55' WL

11 || 52° 43' NB || 12° 43' WL

12 || 52° 38,800' NB || 12° 37' WL

13 || 52° 27' NB || 12° 23' WL

14 || 52° 27' NB || 12° 19' WL

3.         In afwijking van lid 1 is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in datzelfde lid genoemde soorten aan boord overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 12 Verbodsbepalingen

1.         Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)      reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren;

b)      haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren, tenzij in bijlage I, deel B, van Verordening (EU) nr. .../2013[27] [28]anders is bepaald;

c)      zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;

d)      vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

e)      golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

f)       gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;

g)      reuzenmanta (Manta birostris) in alle wateren.

2.           Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 13 Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.

Hoofdstuk II Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 14 Vismachtigingen

1.         Het maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.

2.         Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.

Hoofdstuk III Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer

Artikel 15 Overdrachten van quota

1.           Wanneer de voorschriften van regionale organisaties voor visserijbeheer voorzien in overdrachten en uitwisselingen van quota, kan de Commissie, na kennisgeving door de lidstaten, overdrachten en uitwisselingen van quota met andere verdragsluitende partijen bij deze organisaties goedkeuren. Na de goedkeuring stelt de Commissie het secretariaat van de organisatie overeenkomstig de voorschriften van deze organisatie in kennis van deze overdrachten en uitwisselingen.

2.           Vóór de in lid 1 bedoelde kennisgeving kunnen de lidstaten overdrachten en uitwisselingen van quota bespreken met andere verdragsluitende partijen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uitzetten voor de geplande quota-overdrachten.

3.           Na de goedkeuring en de kennisgeving wijzigt de Commissie de betrokken quota middels uitvoeringshandelingen overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure.

4.           De uit dergelijke quota-overdrachten met andere verdragsluitende partijen of regionale organisaties voor visserijbeheer resulterende toewijzing van vangstmogelijkheden laat de bestaande verdeling van vangstmogelijkheden over de lidstaten overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit onverlet.

Afdeling 1 ICCAT-verdragsgebied

Artikel 16 Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn

1.         Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 1 van bijlage IV.

2.         Het aantal in het kader van de ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 2 van bijlage IV.

3.         Het aantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee voor kweekdoeleinden actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 3 van bijlage IV.

4.         Het aantal en de in brutoton uitgedrukte totale capaciteit van de vissersvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden, worden beperkt overeenkomstig punt 4 van bijlage IV.

5.         Het aantal tonnara's dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig punt 5 van bijlage IV.

6.         De capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden beperkt overeenkomstig punt 6 van bijlage IV.

Artikel 17 Aanvullende voorwaarden voor de in bijlage ID toegewezen quota voor blauwvintonijn

Onverminderd de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 302/2009 vastgestelde verbodsperiode is het in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee van 15 april tot en met 15 mei 2013 verboden met ringzegenvaartuigen op blauwvintonijn te vissen.

Artikel 18 Recreatie- en sportvisserij

De lidstaten kennen een specifiek quotum van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.

Artikel 19 Haaien

1.         In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).

2.         Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.

3.         In verband met de visserij in het ICCAT‑verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).

4.         In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).

5.         In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).

Afdeling 2 CCAMLR-verdragsgebied

Artikel 20 Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen

1.         Gerichte visserij op de in bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.         Voor experimentele visserij worden de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage V, deel B.

Artikel 21 Experimentele visserij

1.         Alleen lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen in 2013 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om aan die visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis.

2.         De TAC's en de bijvangsten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

3.         De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.

Artikel 22 Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2013/2014

1.         Alleen de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2013/2014 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die lid zijn van de CCAMLR en die voornemens zijn om in het CCAMLR‑verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, en de Commissie uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis van:

a)      hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel C;

b)      de netconfiguratie, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel D.

2.         De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.

3.         Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de lidstaat zullen voeren.

4.         De lidstaten mogen toestaan dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel aan het CCAMLR‑secretariaat gemelde vaartuigen deelneemt aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van:

a)      alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b)      een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.         De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.

Afdeling 3 IOTC-verdragsgebied

Artikel 23 Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied vissen

1.         Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 1 van bijlage VI.

2.         Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 2 van bijlage VI.

3.         De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken, toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.

4.         De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet worden overgedragen.

5.         Teneinde rekening te houden met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen, mogen de lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima.

Artikel 24 Haaien

1.         In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.

2.         Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Afdeling 4 SPRFMO-verdragsgebied

Artikel 25 Pelagische visserij - capaciteitsbeperking

De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2013 op pelagische bestanden vissen, tot het niveau van in totaal 78 610 brutotonnage in dat gebied, en wel op zodanige wijze dat de duurzame exploitatie van de pelagische visbestanden in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan is gewaarborgd.

Artikel 26 Pelagische visserij - TAC's

1.         Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 25, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ vastgestelde TAC's.

2.         De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de brutotonnage, van vaartuigen die hun vlag voeren en die betrokken zijn bij de in dit artikel bedoelde visserij.

3.         Voor de monitoring van de in dit artikel bedoelde visserij sturen de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het interim-secretariaat van de SPRFMO, gegevens van satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 27 Bodemvisserij

Lidstaten met een geregistreerde activiteit in de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 beperken hun inspanning of vangsten tot:

a)           de gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode; en

b)           uitsluitend de delen van het SPRFMO-verdragsgebied waar in een eerder visseizoen bodemvisserijactiviteiten hebben plaatsgevonden.

Afdeling 5 IATTC-verdragsgebied

Artikel 28 Ringzegenvisserij

1.         De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:

a)      van 29 juli tot en met 28 september 2013, of van 18 november 2013 tot en met 18 januari 2014, in het gebied dat wordt begrensd door:

– de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan,

– lengtegraad 150° WL,

– breedtegraad 40° NB,

– breedtegraad 40° ZB;

(b) van 29 september tot en met 29 oktober 2013 in het gebied dat wordt begrensd door:

– lengtegraad 96° WL,

– lengtegraad 110° WL,

– breedtegraad 4° NB,

– breedtegraad 3° ZB.

2.         De betrokken lidstaten delen de Commissie vóór 1 april 2013 de in lid 1 bedoelde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1 beschreven gebieden en gedurende de geselecteerde periode stop.

3.         Ringzegenvaartuigen die in het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.

4.         Lid 3 geldt niet in de volgende gevallen:

a)      wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of

b)      wanneer er tijdens de laatste trek van een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn op te slaan.

5.         Het is verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), en delen van of volledige karkassen van in dat gebied gevangen oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, op te slaan, voor verkoop aan te bieden, te verkopen of aan te landen.

6.         Incidenteel gevangen vissen van de in lid 5 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet door de exploitanten van vaartuigen, die eveneens:

a)      het aantal teruggezette exemplaren registreren, met vermelding van de toestand (levend of dood);

b)      de onder a) vermelde informatie meedelen aan de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn. De lidstaten delen deze informatie uiterlijk op 31 januari 2013 aan de Commissie mee.

Afdeling 6 SEAFO-verdragsgebied

Artikel 29 Verbod op de visserij op diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden:

– roggen (Rajidae),

– doornhaai (Squalus acanthias),

– gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi),

– kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus),

– grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps),

– gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus),

– spookkathaai (Apristurus manis),

– fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus),

– en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha.

Afdeling 7 WCPFC-verdragsgebied

Artikel 30 Beperkingen van de visserijinspanning voor grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en Zuid-Pacifische witte tonijn

De lidstaten zien erop toe dat de totale inspanning bij de visserij op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares), gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) en Zuid‑Pacifische witte tonijn (Thunnus alalunga) in het WCPFC-verdragsgebied wordt beperkt tot de visserijinspanning die in partnerschapsovereenkomsten tussen de Unie en kuststaten in de regio is overeengekomen.

Artikel 31 Gesloten gebied voor de visserij met vis aantrekkende voorzieningen (FAD's)

1.         In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied tussen 20° NB en 20° ZB zijn visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van vis aantrekkende voorzieningen (fish aggregating devices — FAD's), verboden tussen 1 juli 2013 00.00 uur en 30 september 2013 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik:

a)      een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat gebruikt of in dienst heeft;

b)      met behulp van FAD's vist op scholen.

2.         Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.

3.         Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:

a)      tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan;

b)      wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt is voor menselijke consumptie, of

c)      wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

Artikel 32 Gesloten gebieden voor de ringzegenvisserij

De visserij met ringzegens op grootoogtonijn en geelvintonijn is verboden in de volgende, in volle zee gelegen gebieden:

a)           de internationale wateren die worden afgebakend door de grenzen van de exclusieve economische zones van Indonesië, Palau, Micronesia en Papoea-Nieuw-Guinea;

b)           de internationale wateren die worden afgebakend door de grenzen van de exclusieve economische zones van Micronesia, de Marshalleilanden, Nauru, Kiribati, Tuvalu, Fiji, de Salomonseilanden en Papoea-Nieuw-Guinea.

Artikel 33 Beperking van het aantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen

Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII.

Afdeling 8 Beringzee

Artikel 34 Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee

De visserij op Alaskapollak (Theragra chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden.

Afdeling 9 NAFO-verdragsgebied

Artikel 35  Verhoging van de TAC voor witte heek

Indien de NAFO de TAC voor het bestand van witte heek overeenkomstig haar procedures verhoogt, kan de Commissie de TAC en quota voor dit bestand in NAFO-deelsector 3NO herzien middels uitvoeringshandelingen overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure.

TITEL III VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN

Artikel 36 TAC's

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen in EU-wateren vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en de in de onderhavige verordening en in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 37 Vismachtigingen

1.         Het maximumaantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in EU‑wateren vissen, wordt vastgesteld in bijlage VIII.

2.         Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits die vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben, en dat quotum niet is opgebruikt.

Artikel 38 Verbodsbepalingen

1.           Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)      reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in EU‑wateren;

b)      zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;

c)      vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

d)      golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

e)      haringhaai (Lamna nasus) in de EU-wateren;

f)       gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VIII, IX, X en XII;

g)      reuzenmanta (Manta birostris) in de EU-wateren.

2.           Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

TITEL IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 39 Comitéprocedure

1          De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 ingestelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.         Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.         Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5, van toepassing.

Artikel 40 Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 8 is evenwel van toepassing met ingang van 1 februari 2013.

De in de artikelen 20, 21 en 22 en de bijlagen IE en V vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor het CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van de aldaar vermelde data.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

LIJST VAN BIJLAGEN

BIJLAGE I : TAC's voor EU-vaartuigen in gebieden waar TAC's gelden, per soort en per gebied

BIJLAGE IA : Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII EN XIV, EU-wateren van CECAF

BIJLAGE IB : Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden I, II, V, XII en XIV en Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

BIJLAGE IC : Noordwestelijke Atlantische Oceaan – NAFO-verdragsgebied

BIJLAGE ID : Over grote afstanden trekkende soorten - alle gebieden

BIJLAGE IE : Antarctisch gebied - CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE IF : Zuidoost-Atlantische oceaan - SEAFO-verdragsgebied

BIJLAGE IG : Zuidelijke blauwvintonijn - alle gebieden

BIJLAGE IH : WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE IJ : SPRFMO-verdragsgebied

BIJLAGE IIA: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in het Skaggerak, het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort, ICES-deelgebied IV, de EU-wateren van ICES-sector IIa en ICES-sector VIId

BIJLAGE IIB: Vangstmogelijkheden voor vaartuigen die vissen op zandspiering in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV

BIJLAGE III : Maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen

BIJLAGE IV : ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE V : CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE VI : IOTC-verdragsgebied

BIJLAGE VII : WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE VIII : Kwantitatieve beperkingen inzake vismachtigingen voor vissersvaartuigen van derde landen die in de EU-wateren vissen

BIJLAGE I

TAC'S VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR TAC'S GELDEN, PER SOORT EN PER GEBIED

De tabellen in de bijlagen IA, IB, IC, ID, IE, IF, IG, IH en IJ bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden. Alle in deze bijlage vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34.

Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende vergelijkende tabel van de wetenschappelijke en gebruikelijke namen:

Wetenschappelijke naam || Drielettercode || Gewone naam

Amblyraja radiata || RJR || Sterrog

Ammodytes spp. || SAN || Zandspieringen

Argentina silus || ARU || Grote zilvervis

Beryx spp. || ALF || Beryciden

Brosme brosme || USK || Lom

Caproidae || BOR || Evervissen

Centrophorus squamosus || GUQ || Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis || CYO || Portugese ijshaai

Chaceon spp. || CGE || Rode diepzeekrab

Champsocephalus gunnari || ANI || IJsvis

Chionoecetes spp. || PCR || Pacifische sneeuwkrabben

Clupea harengus || HER || Haring

Coryphaenoides rupestris || RNG || Grenadiervis

Dalatias licha || SCK || Zwarte haai

Deania calcea || DCA || Spitssnuitsnavelhaai

Dipturus batis || RJB || Vleet

Dissostichus eleginoides || TOP || Zwarte patagonische ijsheek

Dissostichus mawsoni || TOA || Antarctische ijsheek

Engraulis encrasicolus || ANE || Ansjovis

Etmopterus princeps || ETR || Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus || ETP || Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba || KRI || Antarctische krill

Gadus morhua || COD || Kabeljauw

Galeorhinus galeus || GAG || Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus || WIT || Witje

Hippoglossoides platessoides || PLA || Amerikaanse schol

Hippoglossus hippoglossus || HAL || Heilbot

Hoplostethus atlanticus || ORY || Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus || SQI || Kortvinpijlinktvis

Lamna nasus || POR || Haringhaai

Lepidonotothen squamifrons || NOS || Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp. || LEZ || Scharretongen

Raja circularis || RJI || Zandrog

Raja fullonica || RJF || Kaardrog

Leucoraja naevus || RJN || Grootoogrog

Limanda ferruginea || YEL || Geelstaartschar

Limanda limanda || DAB || Schar

Lophiidae || ANF || Zeeduivels

Macrourus spp. || GRV || Grenadiervissen

Makaira nigricans || BUM || Blauwe marlijn

Mallotus villosus || CAP || Lodde

Manta birostris || RMB || Reuzenmanta

Martialia hyadesi || SQS || Inktvis

Melanogrammus aeglefinus || HAD || Schelvis

Merlangius merlangus || WHG || Wijting

Merluccius merluccius || HKE || Heek

Micromesistius poutassou || WHB || Blauwe wijting

Microstomus kitt || LEM || Tongschar

Molva dypterygia || BLI || Blauwe leng

Molva molva || LIN || Leng

Nephrops norvegicus || NEP || Langoustine

Pandalus borealis || PRA || Noordse garnaal

Paralomis spp. || PAI || Krabben

Penaeus spp. || PEN || Peneïde garnalen

Platichthys flesus || FLE || Bot

Pleuronectes platessa || PLE || Schol

Pleuronectiformes || FLX || Platvissen

Pollachius pollachius || POL || Pollak

Pollachius virens || POK || Koolvis

Psetta maxima || TUR || Tarbot

Raja brachyura || RJH || Blonde rog

Raja clavata || RJC || Stekelrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog

Raja microocellata || RJE || Kleinoogrog

Raja montagui || RJM || Gevlekte rog

Raja undulata || RJU || Golfrog

Rajiformes || SRX || Roggen

Reinhardtius hippoglossoides || GHL || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Raja alba || RJA || Witte rog

Scomber scombrus || MAC || Makreel

Scophthalmus rhombus || BLL || Griet

Sebastes spp. || RED || Roodbaarzen

Solea solea || SOL || Tong

Solea spp. || SOO || Tongen

Sprattus sprattus || SPR || Sprot

Squalus acanthias || DGS || Doornhaai

Tetrapturus albidus || WHM || Witte marlijn

Thunnus maccoyii || SBF || Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus || BET || Grootoogtonijn

Thunnus thynnus || BFT || Blauwvintonijn

Trachurus murphyi || CJM || Chileense horsmakreel

Trachurus spp. || JAX || Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii || NOP || Kever

Urophycis tenuis || HKW || Witte heek

Xiphias gladius || SWO || Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Amerikaanse schol || PLA || Hippoglossoides platessoides

Ansjovis || ANE || Engraulis encrasicolus

Antarctische ijsheek || TOA || Dissostichus mawsoni

Antarctische krill || KRI || Euphausia superba

Atlantische slijmkop || ORY || Hoplostethus atlanticus

Beryciden || ALF || Beryx spp.

Blauwe leng || BLI || Molva dypterygia

Blauwe marlijn || BUM || Makaira nigricans

Blauwe wijting || WHB || Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn || BFT || Thunnus thynnus

Blonde rog || RJH || Raja brachyura

Bot || FLE || Platichthys flesus

Chileense horsmakreel || CJM || Trachurus murphyi

Donkere doornhaai || GUQ || Centrophorus squamosus

Doornhaai || DGS || Squalus acanthias

Evervissen || BOR || Caproidae

Geelstaartschar || YEL || Limanda ferruginea

Gevlekte rog || RJM || Raja montagui

Gladde lantaarnhaai || ETP || Etmopterus pusillus

Golfrog || RJU || Raja undulata

Grenadiervis || RNG || Coryphaenoides rupestris

Grenadiervissen || GRV || Macrourus spp.

Griet || BLL || Scophthalmus rhombus

Grijze zuidpoolkabeljauw || NOS || Lepidonotothen squamifrons

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || GHL || Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogrog || RJN || Leucoraja naevus

Grootoogtonijn || BET || Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai || ETR || Etmopterus princeps

Grote zilvervis || ARU || Argentina silus

Haring || HER || Clupea harengus

Haringhaai || POR || Lamna nasus

Heek || HKE || Merluccius merluccius

Heilbot || HAL || Hippoglossus hippoglossus

Horsmakrelen || JAX || Trachurus spp.

IJsvis || ANI || Champsocephalus gunnari

Inktvis || SQS || Martialia hyadesi

Kaardrog || RJF || Raja fullonica

Kabeljauw || COD || Gadus morhua

Kever || NOP || Trisopterus esmarkii

Kleinoogrog || RJE || Raja microocellata

Koolvis || POK || Pollachius virens

Kortvinpijlinktvis || SQI || Illex illecebrosus

Krabben || PAI || Paralomis spp.

Langoustine || NEP || Nephrops norvegicus

Leng || LIN || Molva molva

Lodde || CAP || Mallotus villosus

Lom || USK || Brosme brosme

Makreel || MAC || Scomber scombrus

Noordse garnaal || PRA || Pandalus borealis

Noorse rog || JAD || Raja (Dipturus) nidarosiensis

Pacifische sneeuwkrabben || PCR || Chionoecetes spp.

Peneïde garnalen || PEN || Penaeus spp.

Platvissen || FLX || Pleuronectiformes

Pollak || POL || Pollachius pollachius

Portugese ijshaai || CYO || Centroscymnus coelolepis

Reuzenmanta || RMB || Manta birostris

Rode diepzeekrab || CGE || Chaceon spp.

Roggen || SRX || Rajiformes

Roodbaarzen || RED || Sebastes spp.

Ruwe haai || GAG || Galeorhinus galeus

Schar || DAB || Limanda limanda

Scharretongen || LEZ || Lepidorhombus spp.

Schelvis || HAD || Melanogrammus aeglefinus

Schol || PLE || Pleuronectes platessa

Spitssnuitsnavelhaai || DCA || Deania calcea

Sprot || SPR || Sprattus sprattus

Stekelrog || RJC || Raja clavata

Sterrog || RJR || Amblyraja radiata

Tarbot || TUR || Psetta maxima

Tong || SOL || Solea solea

Tongen || SOO || Solea spp.

Tongschar || LEM || Microstomus kitt

Vleet || RJB || Dipturus batis

Wijting || WHG || Merlangius merlangus

Witje || WIT || Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek || HKW || Urophycis tenuis

Witte marlijn || WHM || Tetrapturus albidus

Witte rog || RJA || Raja alba

Zandrog || RJI || Raja circularis

Zandspieringen || SAN || Ammodytes spp.

Zeeduivels || ANF || Lophiidae

Zuidelijke blauwvintonijn || SBF || Thunnus maccoyii

Zwaardvis || SWO || Xiphias gladius

Zwarte haai || SCK || Dalatias licha

Zwarte patagonische ijsheek || TOP || Dissostichus eleginoides

BIJLAGE IA

SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII EN XIV, EU-WATEREN VAN CECAF

Soort: || Zandspieringen Ammodytes spp. || Gebied: || Noorse wateren van IV (SAN/04-N.) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

||

Soort: || Zandspieringen en bijvangsten Ammodytes spp. || Gebied: || EU-wateren van IIa, IIIa en IV(1) ||

Denemarken || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Verenigd Koninkrijk || pm || (2) ||

Duitsland || pm || (2) ||

Zweden || pm || (2) ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula. (2)           Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet bestaan uit zandspiering. Bijvangsten van schar, makreel en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2A3A4). ||

Bijzondere voorwaarde: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspiering als omschreven in bijlage IIB, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:                                                             Gebied: EU-wateren van de beheersgebieden voor zandspiering(1) ||

|| 1 || 2 || 3 || 4 || 5 || 6 || 7 ||

|| (SAN/234_1) || (SAN/234_2.) || (SAN/234_3) || (SAN/234_4.) || (SAN/234_5) || (SAN/234_6) || (SAN/234_7) ||

Denemarken || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

Duitsland || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

Zweden || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

Unie || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

Noorwegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

|| || || || || || || ||

Totaal || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm ||

 (1)          Kan overeenkomstig artikel 5, lid 4, van deze verordening worden herzien.

Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV (USK/1214EI)

Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC

Frankrijk || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Andere || pm || (1)

Unie || pm || (1)

|| pm ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren van IV (USK/04-C.)

Denemarken || pm || || Analytische TAC

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Zweden || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Andere || pm || (1)

Unie || pm ||

|| pm ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII (USK/567EI.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Spanje || pm ||

Frankrijk || pm ||

Ierland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Andere || pm || (1)

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (2) (3) (4)

|| pm ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2)           Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). (3)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton (OTH/*5B67-). (4)           Inclusief leng. De quota voor Noorwegen zijn: pm ton leng (LIN/*5B67-), en pm ton lom (USK/*5B67-) en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen.

Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || Noorse wateren van IV (USK/04-N.)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A.)

Denemarken || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm || (2)

Zweden || pm || (2)

Unie || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2)           Bijzondere voorwaarde: Tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.).

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB (HER/4AB.)

Denemarken || pm || || Analytische TAC. Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Zweden || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring aan de Commissie melden, uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.). (2)           Tot pm ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/*04N-) ||

Unie || pm

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/04-N.)

Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A-BC)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Zweden || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IV, VIId en EU-wateren van IIa (HER/2A47DX)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Zweden || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.

Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IVc, VIId (2) (HER/4CXB7D)

België || pm || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm || (3)

Duitsland || pm || (3)

Frankrijk || pm || (3)

Nederland || pm || (3)

Verenigd Koninkrijk || pm || (3)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2)           Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56' NB, 1° 19,1' OL) tot 51° 33' NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk. (3)           Bijzondere voorwaarde: Tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.).

Soort: || Haring Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN(1) (HER/5B6ANB)

Duitsland || pm || || Analytische TAC

Frankrijk || pm ||

Ierland || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| pm ||

TAC || pm ||

(1)           Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-zone VIa ten oosten van 7° WL en ten noorden van 55° NB, of ten westen van 7° WL en ten noorden van 56° NB met uitzondering van de Clyde.

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Skagerrak (COD/03AN.)

België || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm || (1)

Duitsland || pm || (1)

Nederland || pm || (1)

Zweden || pm || (1)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening.

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (COD/2A3AX4)

België || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm || (1)

Duitsland || pm || (1)

Frankrijk || pm || (1)

Nederland || pm || (1)

Zweden || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. (2)           Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| Noorse wateren van IV (COD/*04N-) ||

Unie || pm

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (COD/04-N.)

Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Bijvangsten van schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || VIId (COD/07D.)

België || pm || (1) || Analytische TAC

Frankrijk || pm || (1)

Nederland || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening.

Soort: || Schar en bot Limanda limanda en Platichthys flesus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (DAB/2AC4-C) voor schar; (FLE/2AC4-C) voor bot

België || pm || || Voorzorgs-TAC

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Zweden || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Zeeduivels Lophiidae || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (ANF/2AC4-C) ||

België || pm || (1) || Analytische TAC ||

Denemarken || pm || (1) ||

Duitsland || pm || (1) ||

Frankrijk || pm || (1) ||

Nederland || pm || (1) ||

Zweden || pm || (1) ||

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) ||

Unie || pm || (1) ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 5 % mag worden gevist in: VI; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*56-14). ||

||

Soort: || Zeeduivels Lophiidae || Gebied: || Noorse wateren van IV (ANF/04-N.) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Nederland || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

||

Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IIIa; EU-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa (HAD/2AC4.) ||

België || pm || || Analytische TAC ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Bijzondere voorwaarde: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

|| Noorse wateren van IV (HAD/*04N-) || || ||

Unie || pm || || ||

||

Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HAD/04-N.) ||

Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

(1)           Bijvangsten van kabeljauw, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

||

Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV (HAD/6B1214) ||

België || pm || || Analytische TAC ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Ierland || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IIIa (WHG/03A.) ||

Denemarken || pm || || Voorzorgs-TAC ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa (WHG/2AC4.) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || (1) ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. ||

Bijzondere voorwaarde: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

|| Noorse wateren van IV (WHG/*04N-) || ||

Unie || pm || ||

||

Soort: || Wijting en pollak Merlangius merlangus en Pollachius pollachius || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (WHG/04-N.) voor wijting; (POL/04-N.) voor pollak ||

Zweden || pm || (1) || Voorzorgs-TAC. ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

||

Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || Noorse wateren van II en IV (WHB/24-N.) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) ||

Denemarken || pm || (1) || Analytische TAC ||

Duitsland || pm || (1) ||

Spanje || pm || (1) (2) ||

Frankrijk || pm || (1) ||

Ierland || pm || (1) ||

Nederland || pm || (1) ||

Portugal || pm || (1) (2) ||

Zweden || pm || (1) ||

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) ||

Unie || pm || (1) ||

Noorwegen || pm || ||

TAC || pm || ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1). (2)           Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. ||

Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (WHB/8C3411)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Portugal || pm ||

Unie || pm || (1)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2).

||

Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL (WHB/24A567) ||

Noorwegen || pm || (1) (2) || Analytische TAC ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. (2)           Bijzondere voorwaarde: In zone IV mag ten hoogste pm ton worden gevangen, zijnde 25 % van het toegangsquotum van Noorwegen. ||

||

Soort: || Tongschar en witje Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (LEM/2AC4-C) voor tongschar; (WIT/2AC4-C) for witje ||

België || pm || || Voorzorgs-TAC ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Blauwe leng Molva dypterygia || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI, VII, (BLI/5B67-)(3) ||

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. ||

Estland || pm || ||

Spanje || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Ierland || pm || ||

Litouwen || pm || ||

Polen || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Andere || pm || (1) ||

Unie || pm ||   ||

Noorwegen || pm || (2) ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2)           Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C). (3)           Bijzondere voorschriften gelden overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1288/2009[29] en punt 7 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 43/2009[30]. ||

||

Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II (LIN/1/2.) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Andere || pm || (1) ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren van IV (LIN/04-C.) ||

België || pm || || Analytische TAC ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V (LIN/05.)

België || pm || || Voorzorgs-TAC

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV (LIN/6X14.)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Spanje || pm ||

Frankrijk || pm ||

Ierland || pm ||

Portugal || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton (OTH/*6X14.). (2)           Inclusief lom. De quota voor Noorwegen zijn: De quota voor Noorwegen zijn pm ton leng en pm ton lom en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden en de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen.

Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || Noorse wateren van IV (LIN/04-N.)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Langoustine Nephrops norvegicus || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 (NEP/3A/BCD)

Denemarken || pm || || Analytische TAC

Duitsland || pm ||

Zweden || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Langoustine Nephrops norvegicus || Gebied: || Noorse wateren van IV (NEP/04-N.)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || IIIa (PRA/03A.)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Zweden || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (PRA/2AC4-C) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (PRA/04-N.) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Zweden || pm || (1) ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

(1)           Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

||

Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || Skagerrak (PLE/03AN.) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || Kattegat (PLE/03AS.) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Duitsland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (PLE/2A3AX4) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Bijzondere voorwaarde: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

|| Noorse wateren van IV (PLE/*04N-) || || ||

Unie || pm || || ||

||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) ||

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || (1) ||

|| || ||

TAC || pm || ||

(1)           Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. ||

||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV (POK/56 -14) ||

Duitsland || pm || || Analytische TAC ||

Frankrijk || pm || ||

Ierland || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || (1) ||

|| || ||

TAC || pm || ||

|| || || ||

(1)           Dienen te worden gevangen ten noorden van 56°30′ NB. ||

||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (POK/04-N.) ||

Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

(1)           Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

||

Soort: || Tarbot en griet Psetta maxima en Scopthalmus rhombus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (TUR/2AC4-C) voor tarbot; (BLL/2AC4-C) voor griet ||

België || pm || || Voorzorgs-TAC ||

Denemarken || pm || ||

Duitsland || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Nederland || pm || ||

Zweden || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

|| || ||

TAC || pm || ||

||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI (GHL/2A-C46) ||

Denemarken || pm || || Analytische TAC ||

Duitsland || pm || ||

Estland || pm || ||

Spanje || pm || ||

Frankrijk || pm || ||

Ierland || pm || ||

Litouwen || pm || ||

Polen || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm || ||

Unie || pm || ||

Noorwegen || pm || (1) ||

TAC || pm || ||

(1)           Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C). ||

||

Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) ||

België || pm || (3) || Analytische TAC ||

Denemarken || pm || (3) ||

Duitsland || pm || (3) ||

Frankrijk || pm || (3) ||

Nederland || pm || (3) ||

Zweden || pm || (1) (2) (3) ||

Verenigd Koninkrijk || pm || (3) ||

Unie || pm || (1) (3) ||

Noorwegen || pm || (4) ||

|| || ||

TAC || Niet relevant || ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan pm ton te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-). (2)           Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (3)           Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). (4)           Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (“toegangsquotum”). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van pm ton. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve pm ton die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.). ||

Bijzondere voorwaarde: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

|| IIIa (MAC/*03A.) || IIIa en IVbc (MAC/*3A4BC) || IVb (MAC/*04B.) || IVc (MAC/*04C.) || VI, internationale wateren van IIa, van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en in december 2013 (MAC/*2A6.) ||

Denemarken || pm || pm || pm || pm || pm ||

Frankrijk || pm || pm || pm || pm || pm ||

Nederland || pm || pm || pm || pm || pm ||

Zweden || pm || pm || pm || pm || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm || pm || pm || pm || pm ||

Noorwegen || pm || pm || pm || pm || pm ||

||

||

Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14-)

Duitsland || pm || || Analytische TAC

Spanje || pm ||

Estland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Ierland || pm ||

Letland || pm ||

Litouwen || pm ||

Nederland || pm ||

Polen || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). (2)           Noorwegen mag pm ton extra aan toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530).

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| EU-wateren en Noorse wateren van IVa (MAC/*04A-EN) Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari 2013 en van 1 september tot en met 31 december 2013 || Noorse wateren van IIa (MAC/*2AN-)

Duitsland || pm || || pm ||

Frankrijk || pm || || pm ||

Ierland || pm || || pm ||

Nederland || pm || || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm || || pm ||

Unie || pm || || pm ||

Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (MAC/8C3411)

Spanje || pm || (1) || Analytische TAC

Frankrijk || pm || (1)

Portugal || pm || (1)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: De hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| VIII b (MAC/*08B.) ||

Spanje || pm ||

Frankrijk || pm ||

Portugal || pm ||

Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || Noorse wateren van IIa en IVa (MAC/2A4A-N.)

Denemarken || pm || (1) (2) || Analytische TAC

Unie || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gemeld.

Soort: || Tong Solea solea || Gebied: || EU-wateren van II en IV (SOL/24-C.)

België || pm || || Analytische TAC

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (1)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SOL/*04-C.).

Soort: || Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus || Gebied: || IIIa (SPR/03A.)

Denemarken || pm || (1) || Voorzorgs-TAC

Duitsland || pm || (1)

Zweden || pm || (1)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*03A.).

Soort: || Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (SPR/2AC4-C)

België || pm || (4) || Voorzorgs-TAC

Denemarken || pm || (4)

Duitsland || pm || (4)

Frankrijk || pm || (4)

Nederland || pm || (4)

Zweden || pm || (1) (4)

Verenigd Koninkrijk || pm || (4)

Unie || pm ||  

Noorwegen || pm || (2)

|| ||

TAC || pm || (3)

(1)           Inclusief zandspiering. (2)           Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SPR/*04-C.). (3)           Kan overeenkomstig artikel 5, lid 4, van deze verordening worden herzien. (4)           Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2AC4C).

Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU-wateren van IVb, IVc and VIId (JAX/4BC7D)

België || pm || (3) || Voorzorgs-TAC

Denemarken || pm || (3)

Duitsland || pm || (1) (3)

Spanje || pm || (3)

Frankrijk || pm || (1) (3)

Ierland || pm || (3)

Nederland || pm || (1) (3)

Portugal || pm || (3)

Zweden || pm || (3)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (3)

Unie || pm ||

Noorwegen || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Tot 5 % van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14). (2)           Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). (3)           Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*4BC7D).

Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU-wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/2A-14)

Denemarken || pm || (1) (3) || Analytische TAC

Duitsland || pm || (1) (2) (3)

Spanje || pm || (3)

Frankrijk || pm || (1) (2) (3)

Ierland || pm || (1) (3)

Nederland || pm || (1) (2) (3)

Portugal || pm || (3)

Zweden || pm || (1) (3)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) (3)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Bijzondere voorwaarde: Tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2013 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D). (2)           Bijzondere voorwaarde: tot 5% van dit quotum mag worden gevangen in VIIId (JAX/*07D). (3)           Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*2A-14).

Soort: || Kever en bijvangsten Trisopterus esmarkii || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIa en IV (NOP/2A3A4.)

Denemarken || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm || (1)(2)

Nederland || pm || (1)(2)

Unie || pm || (1)

|| ||

TAC || pm ||

Ten minste 95% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OTH/*2A3A4). Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EG-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV.

Soort: || Kever Trisopterus esmarkii || Gebied: || Noorse wateren van IV (NOP/04-N.)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

|| ||

Soort: || Industriële vis || Gebied: || Noorse wateren van IV (I/F/04-N.)

Zweden || pm || (1) (2) || Voorzorgs-TAC

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (2)           Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot pm ton mag bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.).

Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van Vb, VI en VII (OTH/5B67-C)

Unie || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC

Noorwegen || pm || (1)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Uitsluitend vangsten met beuglijnen.

Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van IV (OTH/04-N.)

België || pm || || Voorzorgs-TAC

Denemarken || pm ||

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Zweden || Niet relevant || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm || (2)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". (2)           Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg.

Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB (OTH/2A46AN)

Unie || Niet relevant || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Noorwegen || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). (2)           Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg.

BIJLAGE IB

NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND ICES-DEELGEBIEDEN I, II, V, XII EN XIV EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 0 EN 1

Soort: || Pacifische sneeuwkrabben Chionoecetes spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (PCR/N1GRN)

Ierland || pm || ||

Spanje || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Haring Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren, Noorse en internationale wateren van I en II (HER/1/2.)

België || pm || (1) || Analytische TAC

Denemarken || pm || (1)

Duitsland || pm || (1)

Spanje || pm || (1)

Frankrijk || pm || (1)

Ierland || pm || (1)

Nederland || pm || (1)

Polen || pm || (1)

Portugal || pm || (1)

Finland || pm || (1)

Zweden || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm || (1)

Noorwegen || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)        Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de gevangen hoeveelheden in elk van de volgende gebieden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen en de visserijbeschermingszone rond Svalbard. (2)        Binnen dit quotum gedane vangsten moeten worden afgetrokken van het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in de EU-wateren ten noorden van 62° NB.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van het bovenstaande TAC-aandeel van de Unie mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan pm ton:

|| Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN) || ||

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren van I en II (COD/1N2AB.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Griekenland || pm ||

Spanje || pm ||

Ierland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Portugal || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV (COD/N1GL14)

Duitsland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2)

Unie || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan van 1 juli tot en met 31 december 2013. (2)           Maximaal 80 % van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet in elk gebied een minimuminspanning van 20 trekken per vaartuig worden verricht. Gebied                                                                Grens 1. Oost-Groenland (COD/N64E44)                 Ten noorden van 64° NB ten oosten van 44° WL 2. Oost-Groenland (COD/S64E44)                  Ten zuiden van 64° NB ten oosten van 44° WL 3. West-Groenland (COD/GRLW44)              Ten westen van 44° WL

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || I en IIb (COD/1/2B.)

Duitsland || pm || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje || pm || (3)

Frankrijk || pm || (3)

Polen || pm || (3)

Portugal || pm || (3)

Verenigd Koninkrijk || pm || (3)

Andere lidstaten || pm || (1) (3)

Unie || pm || (2)

|| ||

TAC || pm ||

(1)         Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. (2)         De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet. (3)         Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 19 % vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw.

Soort: || Kabeljauw en schelvis Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (COD/05B-F.) voor kabeljauw; (HAD/05B-F.) voor schelvis

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (HAL/514GRN)

Portugal || pm || ||

Unie || pm ||

[Noorwegenl || pm] || [(1)]

TAC || Niet relevant ||

 [(1)      Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen met beuglijnen (HAL/*514GN).]

Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (HAL/N1GRN)

Unie || pm || ||

[Noorwegen || pm] || [(1)]

TAC || Niet relevant ||

[(1)          Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen met beuglijnen (HAL/*N01GN).]

Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514GRN)

Unie || pm || (1) ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1) Bijzondere voorwaarde: Grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gemeld.

Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/N1GRN.)

Unie || pm || (1) ||

TAC || Niet relevant ||

|| ||

(1) Bijzondere voorwaarde: Grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gemeld.

Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || IIb (CAP/02B.)

Unie || pm || ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (CAP/514GRN)

Denemarken || pm || ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Zweden || pm ||

Duitsland || pm ||

Alle lidstaten || pm || (1) (2)

Unie || pm || (3)

[Noorwegen || pm] || [(4)]

TAC || Niet relevant ||

Met uitzondering van lidstaten met meer dan 10% van het quotum van de Unie. (2) Lidstaten waaraan een quotum werd toegewezen, mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. [3] Te vangen van 20 juni 2013 tot en met 30 april 2014. [(4) Toegewezen uit het quotum van de Unie.]

Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren van I en II (HAD/1N2AB.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm || (1)

(1)           TAC vastgesteld volgens het tussen de Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland gevoerde overleg.

Soort: || Leng en blauwe leng Molva molva en Molva dypterygia || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (LIN/05B-F.) voor leng; (BLI/05B-F.) voor blauwe leng

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (PRA/514GRN)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Unie || pm ||  

[Noorwegen || pm] || [(1)]

|| ||

TAC || Niet relevant ||

[(1) Toegewezen uit het quotum van de Unie.]

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (PRA/N1GRN)

Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren van I en II (POK/1N2AB.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Internationale wateren van I en II (POK/1/2INT)

Unie || pm || ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (POK/05B-F.)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Nederland || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Noorse wateren van I en II (GHL/1N2AB.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Internationale wateren van I en II (GHL/1/2INT)

Unie || pm || ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GHL/N1GRN)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie || pm || (1)

[Noorwegen || pm] ||  [(2)]

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. [(2) Toegewezen uit het quotum van de Unie en uitsluitend te bevissen in NAFO 1.]

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GHL/514GRN)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm || (1)

[Noorwegen || pm] || [(2)]

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden gevist. [(2) Toegewezen uit het quotum van de Unie.]

Soort: || Roodbaars (ondiep pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214S)

Estland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm || (1)

Spanje || pm || (1)

Frankrijk || pm || (1)

Ierland || pm || (1)

Letland || pm || (1)

Nederland || pm || (1)

Polen || pm || (1)

Portugal || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm || (1)

|| ||

TAC || pm || (1)

(1)           Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2013.

Soort: || Roodbaars (diep pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214D)

Estland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm || (1) (2)

Spanje || pm || (1) (2)

Frankrijk || pm || (1) (2)

Ierland || pm || (1) (2)

Letland || pm || (1) (2)

Nederland || pm || (1) (2)

Polen || pm || (1) (2)

Portugal || pm || (1) (2)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2)

Unie || pm || (1) (2)

|| ||

TAC || pm || (1) (2)

(1)           Mag alleen worden gevangen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten: Punt nr.                                      Noorderbreedte         Westerlengte 1                                                  64° 45'                          28° 30' 2                                                  62° 50'                          25° 45' 3                                                  61° 55'                          26° 45' 4                                                  61° 00'                          26° 30' 5                                                  59° 00'                          30° 00' 6                                                  59° 00'                          34° 00' 7                                                  61° 30'                          34° 00' 8                                                  62° 50'                          36° 00' 9                                                  64° 45'                          28° 30' (2)           Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2013.

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Noorse wateren van I en II (RED/1N2AB.)

Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje || pm || (1)

Frankrijk || pm || (1)

Portugal || pm || (1)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm || (1)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Internationale wateren van I en II (RED/1/2INT)

Unie || Niet relevant || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

|| ||

TAC || pm ||

(1)        Er mag enkel worden gevist in de periode van 15 augustus tot en met 30 november 2013. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaars door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden. (2)        De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaars in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst.

Soort: || Roodbaarzen (pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV (RED/N1F14G)

Duitsland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm || (1) (2)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2)

Unie || pm || (1) (2)

[Noorwegen || pm] || [(3)]

TAC || Niet relevant ||

(1)        Mag alleen met pelagische trawls worden gevangen. (2)        Bijzondere voorwaarde: De quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevangen mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gemeld (RED/*51214). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2013 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten ("NEAFC-vak"): Punt nr.                                      Noorderbreedte         Westerlengte 1                                                  64° 45'                          28° 30' 2                                                  62° 50'                          25° 45' 3                                                  61° 55'                          26° 45' 4                                                  61° 00'                          26° 30' 5                                                  59° 00'                          30° 00' 6                                                  59° 00'                          34° 00' 7                                                  61° 30'                          34° 00' 8                                                  62° 50'                          36° 00' 9                                                  64° 45'                          28° 30' [(3)       Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N).

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || IJslandse wateren van Va (RED/05A-IS)

België || pm || (1) (2) (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm || (1) (2) (3)

Frankrijk || pm || (1) (2) (3)

Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) (3)

Unie || pm || (1) (2) (3)

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)         Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan). (2)         Mag alleen tussen juli en december 2013 worden gevangen.

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (RED/05B-F.)

België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || pm ||

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Andere soorten: || Gebied: || Noorse wateren van I en II (OTH/1N2AB.)

Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk || pm || (1)

Unie || pm || (1)

(1)        Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Andere soorten(1) || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (OTH/05B-F.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

(1)           Exclusief soorten zonder handelswaarde.

Soort: || Platvissen Pleuronectiformes || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (FLX/05B-F.)

Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Verenigd Koninkrijk || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || Niet relevant ||

BIJLAGE IC

NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN NAFO-VERDRAGSGEBIED

Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 2J3KL (COD/N2J3KL)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen[31].

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 3NO (COD/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen, met een maximum van 1.000 kg of van 4 % indien dat meer is.

Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 3M (COD/N3M.)

Estland || 157 || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || 657

Letland || 157

Litouwen || 157

Polen || 535

Spanje || 2 019

Frankrijk || 282

Portugal || 2 770

Verenigd Koninkrijk || 1 315

Unie || 8 049

|| ||

TAC || 14 113 ||

Soort: || Witje Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || NAFO 2J3KL (WIT/N2J3KL)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Witje Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || NAFO 3NO (WIT/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Amerikaanse schol Hippoglossoides platessoides || Gebied: || NAFO 3M (PLA/N3M.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Amerikaanse schol Hippoglossoides platessoides || Gebied: || NAFO 3LNO (PLA/N3LNO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Kortvinpijlinktvis Illex illecebrosus || Gebied: || NAFO-deelgebieden 3 en 4 (SQI/N34.)

Estland || 128 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland || 128 || (1)

Litouwen || 128 || (1)

Polen || 227 || (1)

Unie || Niet relevant || (1) (2)

|| ||  

TAC || 611 ||

(1)        Te vangen tussen 1 juli en 31 december 2013. (2)        Aandeel van de Unie niet nader bepaald. Canada en de lidstaten van de Unie met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over 29 458 ton.

Soort: || Geelstaartschar Limanda ferruginea || Gebied: || NAFO 3LNO (YEL/N3LNO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

|| ||

TAC || 17 000 ||

(1)        Ondanks het feit dat de Unie toegang heeft tot een gedeeld quotum van 85 ton, is besloten dit quotum terug te brengen tot 0. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || NAFO 3NO (CAP/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

|| ||

TAC || 0 || (1)

(1)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || NAFO 3L(1) (PRA/N3L.)

Estland || 96 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland || 96 ||

Litouwen || 96 ||

Polen || 96 ||

Spanje || 76 ||

Portugal || 20 ||

Unie || 480 ||

|| ||

TAC || 8600 ||

(1)           Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten:

|| Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || ||

|| 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || ||

|| 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 || ||

|| 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 || ||

|| 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 || ||

|| || || || ||

Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || NAFO 3M(1) (PRA/*N3M.)

TAC || Niet relevant || (2) (3) ||

(1)           De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3L, in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

|| Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || ||

|| 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || ||

|| 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 || ||

|| 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 || ||

|| 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 || ||

|| || || || ||

             Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 31 december 2013 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

|| Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || ||

|| 1 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || ||

|| 2 || 47° 30' 0 || 44° 15' 0 || ||

|| 3 || 46° 55' 0 || 44° 15' 0 || ||

|| 4 || 46° 35' 0 || 44° 30' 0 || ||

|| 5 || 46° 35' 0 || 45° 40' 0 || ||

|| 6 || 47° 30' 0 || 45° 40' 0 || ||

|| 7 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || ||

(2)        Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven vismachtigingen af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009.

|| Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Maximum aantal visdagen || ||

|| Denemarken || pm || pm || ||

|| Estland || 0 || 0 || ||

|| Spanje || 0 || 0 || ||

|| Letland || 0 || 0 || ||

|| Litouwen || 0 || 0 || ||

|| Polen || 0 || 0 || ||

|| Portugal || 0 || 0 || ||

|| || || || ||

(3)        Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || NAFO 3 LMNO (GHL/N3LMNO)

Estland || 312 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || 318 ||

Letland || 44 ||

Litouwen || 22 ||

Spanje || 4 262 ||

Portugal || 1 782 ||

Unie || 6 738 ||

|| ||

TAC || 11 493 ||

Soort: || Roggen Rajidae || Gebied: || NAFO 3LNO (SKA/N3LNO.)

Spanje || 3 403 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal || 660 ||

Estland || 283 ||

Litouwen || 62 ||

Unie || 4 408 ||

|| ||

TAC || 7 000 ||

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3LN (RED/N3LN.)

Estland || 457 || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || 314

Letland || 457

Litouwen || 457

Unie || 1 685

|| ||

TAC || 6 500 || (1)

(1) Deze TAC omvat 500 ton van het door een andere verdragsluitende partij bij de NAFO aan de Unie overgedragen quotum.

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3M (RED/N3M.)

Estland || 1 571 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland || 513 || (1)

Spanje || 233 || (1)

Letland || 1 571 || (1)

Litouwen || 1 571 || (1)

Portugal || 2 354 || (1)

Unie || 7 813 || (1)

TAC || 6 500 || (1)

(1)        Op voorwaarde dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC van 6 500 ton wordt gerespecteerd mag niet meer dan 3 250 ton worden gevist vóór 1 juli 2013. Wanneer deze TAC is of de tussentijdse hoeveelheid van 3 250 ton is opgebruikt, moet de gerichte visserij op het bestand worden stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten.

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3O (RED/N3O.)

Spanje || 1 771 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal || 5 229 || (1)

Unie || 7 000 || (1)

TAC || 20 000 || (1)

Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K (RED/N1F3K.)

Letland || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen || 0 || (1)

Unie || 0 || (1)

TAC || 0 || (1)

(1)           Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: || Witte heek Urophycis tenuis || Gebied: || NAFO 3NO (HKW/N3NO.)

Spanje || 255 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal || 333 ||

Unie || 588 ||

TAC || 1 000 ||

BIJLAGE ID

OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN – ALLE GEBIEDEN

Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT.

Soort: || Blauwvintonijn Thunnus thynnus || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee (BFT/AE045WM)

Cyprus || pm || (4) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Griekenland || pm ||

Spanje || pm || (2) (4)

Frankrijk || pm || (2) (3) (4)

Italië || pm || (4) (5)

Malta || pm || (4)

Portugal || pm ||

Andere lidstaten || pm || (1)

Unie || pm || (2) (3) (4) (5)

|| ||

TAC || pm ||

(1)        Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Malta en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. (2)        Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8301):

|| Spanje || pm ||

|| Frankrijk || pm ||

|| Unie || pm ||

(3)        Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg en een lengte van ten minste 70 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*641) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:

|| Frankrijk || pm (*) ||

|| Unie || pm ||

(*)        Deze hoeveelheid kan door de Commissie op verzoek van Frankrijk worden herzien tot 100 ton zoals aangegeven in ICCAT-aanbeveling 08-05.

(4)        Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC wordt de vangstbeperking en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 kg en 30 kg van de in bijlage IV, punt 2, (BFT/*8302) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:

|| Spanje || pm ||

|| Frankrijk || pm ||

|| Italië || pm ||

|| Cyprus || pm ||

|| Malta      || pm ||

|| Unie || pm ||

(5)        Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC wordt de vangstbeperking en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 kg en 30 kg van de in bijlage IV, punt 3, (BFT/*643) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:

|| Italië || pm ||

|| Unie || pm ||

Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Portugal || pm ||

Andere lidstaten || pm || (1)

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

(1)           Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst.

Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (SWO/AS05N)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Portugal || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Noord-Atlantische witte tonijn Thunnus alalunga || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (ALB/AN05N)

Ierland || pm || (2) || Analytische TAC

Spanje || pm || (2)

Frankrijk || pm || (2)

Verenigd Koninkrijk || pm || (2)

Portugal || pm || (2)

Unie || pm || (1)

|| ||

TAC || pm ||

(1)        Het aantal EU‑vissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 vastgesteld op pm[32]. (2)        Het maximumaantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten verdeeld:

|| Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen ||

|| Ierland || pm || ||

|| Spanje || pm || ||

|| Frankrijk || pm || ||

|| Verenigd Koninkrijk || pm || ||

|| Portugal || pm || ||

Soort: || Zuid-Atlantische witte tonijn Thunnus alalunga || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (ALB/AS05N)

Spanje || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk || pm ||

Portugal || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Grootoogtonijn Thunnus obesus || Gebied: || Atlantische Oceaan (BET/ATLANT)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Frankrijk || pm ||

Portugal || pm ||

Unie || pm ||

|| ||

TAC || pm ||

Soort: || Blauwe marlijn Makaira nigricans || Gebied: || Atlantische Oceaan (BUM/ATLANT)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Portugal || pm || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie || pm || || Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || Niet relevant ||

Soort: || Witte marlijn Tetrapturus albidus || Gebied: || Atlantische Oceaan (WHM/ATLANT)

Spanje || pm || || Analytische TAC

Portugal || pm || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie || pm || || Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

|| ||

TAC || Niet relevant ||

BIJLAGE IE

ANTARCTISCH CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Tenzij anders bepaald zijn deze TAC's van toepassing voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013.

Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (ANI/F483.) ||

TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1) (ANI/F5852.) ||

TAC || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt: -           van het snijpunt van lengtegraad 72° 15’OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk („Australia-France Maritime Delimitation Agreement”) zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25’ZB; -           vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74° OL; -           daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40′ ZB met lengtegraad 76° OL; -           vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52° ZB; -           daarna langs een geodetische lijn in noordwestelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 51° ZB met lengtegraad 74° 30′ OL; en -           vervolgens langs een geodetische lijn in zuidwestelijke richting naar het beginpunt. (2)        Met uitzondering van niet meer dan pm ton voor onderzoeksdoeleinden of als bijvangst. || || ||

||

Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (TOP/F483.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Beheersgebied A: 48° WL tot 43°30' WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483A) || pm || ||

Beheersgebied B: 43° 30' WL tot 40° WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483B) || pm || ||

Beheersgebied C: 40° WL tot 33°30' WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483C) || pm || ||

(1)        Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2013 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013. ||

||

Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.4 Noordelijke Antarctische wateren (TOP/F484N.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL. ||

||

Soort: || Antarctische ijsheken Dissostichus spp. || Gebied: || FAO 48.4 Zuidelijke Antarctische wateren (TOP/F484S.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 57° 20′ ZB en 60° 00′ ZB en lengtegraden 24° 30′ WL en 29° 00′ WL ||

||

Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (TOP/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20’ OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen. ||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 48 (KRI/F48.) ||

TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van een totale gecombineerde vangst van 620 000 ton mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 48.1 (KRI/*F481.) || pm || ||

Sector 48.2 (KRI/*F482.) || pm || ||

Sector 48.3 (KRI/*F483.) || pm || ||

Sector 48.4 (KRI/*F484.) || pm || ||

||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.1 Antarctische wateren (KRI/F5841.) ||

TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W) || pm || ||

Sector 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E) || pm || ||

||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.2 Antarctische wateren (KRI/F5842.) ||

TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 58.4.2 ten westen van 55° OL (KRI/*F-42W) || pm || ||

Sector 58.4.2 ten oosten van 55° OL (KRI/*F-42E) || pm || ||

||

Soort: || Grijze zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (NOS/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Krabben Paralomis spp. || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (PAI/F483.) ||

TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

||

||

Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (GRV/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Andere soorten: || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (OTH/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Roggen Rajiformes || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (SRX/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Langsnuitijsvis Anarhichas lupus || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (LIC/F5852.) ||

TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. ||

(1)        Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

BIJLAGE IF

ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN - SEAFO-VERDRAGSGEBIED

Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Soort: || Beryciden Beryx spp. || Gebied: || SEAFO (ALF/SEAFO)

TAC || pm || || Voorzorgs-TAC

Soort: || Rode diepzeekrab Chaceon spp || Gebied: || SEAFO-deelsector B1 (1) (CGE/F47NAM)

TAC || pm || || Voorzorgs-TAC

(1)           In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: –              ten westen door de lengtegraad 0° OL, –              ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, –              ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en –              ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië.

Soort: || Rode diepzeekrab Chaceon spp || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (CGE/F47X)

TAC || pm || || Voorzorgs-TAC

Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || SEAFO (TOP/SEAFO)

TAC || pm || || [Voorzorgs-TAC]

Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO-deelsector B1 (1) (ORY/F47NAM)

TAC || pm || || Voorzorgs-TAC

(1)        In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: –          ten westen door de lengtegraad 0° OL, –          ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, –          ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en –          ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië.

Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (ORY/F47X)

TAC || pm || || Voorzorgs-TAC

BIJLAGE IG

ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN — ALLE GEBIEDEN

Soort: || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus maccoyii || Gebied: || Alle gebieden (SBF/F41-81)

Unie || 10 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC || 10 949 || ||

(1)           Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

BIJLAGE IH

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || WCFPC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB (SWO/F7120S)

Unie || pm || || Voorzorgs-TAC

TAC || Niet relevant ||

BIJLAGE IJ

SPRFMO-VERDRAGSGEBIED

Soort: || Chileense horsmakreel Trachurus murphyi || Gebied: || SPRFMO-verdragsgebied (CJM/SPRFMO)

Duitsland || 6 790,5 || || Analytische TAC

Nederland || 7 360,2 || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen || 4 725 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen || 8 124,3 || ||

Unie || 27 000 || ||

                  

BIJLAGE IIA

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN BEPAALDE KABELJAUW-, SCHOL- EN TONGBESTANDEN IN HET SKAGGERAK, HET DEEL VAN ICES-SECTOR IIIa DAT NIET TOT HET SKAGERRAK EN HET KATTEGAT BEHOORT, ICES-DEELGEBIED IV, DE EU-WATEREN VAN ICES-SECTOR IIa EN ICES-SECTOR VIId

1.           TOEPASSINGSGEBIED

1.1.        Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen die één van de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in één van de in punt 2 van die bijlage omschreven geografische gebieden.

1.2.        Deze bijlage is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate bemonsteringsmethoden. In 2013 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen.

2.           GEREGLEMENTEERD TUIG EN GEOGRAFISCHE GEBIEDEN

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 vermelde vistuigcategorieën ("gereglementeerd vistuig") en de groepen geografische gebieden als bedoeld in punt 2, onder b), van die bijlage.

3.           MACHTIGINGEN

Als een lidstaat dit passend acht om de duurzame uitvoering van deze visserijinspanningsregeling te versterken, kan hij het vissen met gereglementeerd vistuig in geografische gebieden waarop deze bijlage van toepassing is, verbieden voor zijn vlag voerende vaartuigen als die nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken.

4.           MAXIMAAL TOEGESTANE VISSERIJINSPANNING

4.1.        De voor de beheersperiode 2013, van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014, geldende maximaal toegestane visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 676/2007, per inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze bijlage.

4.2.        De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1954/2003[33] vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in deze bijlage bepaalde maximaal toegestane visserijinspanning onverlet.

5.           BEHEER

5.1.        De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007, artikel 4 en de artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

5.2.        Een lidstaat mag beheersperioden vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximaal toegestane inspanning, of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de lidstaat de inspanning opnieuw toewijzen tussen individuele vaartuigen of groepen vaartuigen.

5.3.        Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24 uur.

6.           VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is, voor kabeljauwbeheer, elk van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde geografische gebieden.

7.           MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

De lidstaten dienen bij de Commissie de gegevens in over de visserijinspanning van hun vissersvaartuigen overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Deze gegevens worden ingediend via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens (Fisheries Data Exchange System) of een ander door de Commissie vastgesteld systeem voor gegevensverzameling.

Aanhangsel 1 van bijlage IIA

Maximaal toegestane visserijinspanning in kilowattdagen

Geografisch gebied: Skagerrak, het gedeelte van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van ICES-sector IIa; ICES-sector VIId

Gereglemen­teerd vistuig || BE || DK || DE || ES || FR || IE || NL || SE || UK

TR1 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

TR2 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

TR3 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

BT1 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

BT2 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

GN || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

GT || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

LL || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

BIJLAGE IIB

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN DIE VISSEN OP ZANDSPIERING IN DE ICES-SECTOREN IIa EN IIIa EN IN ICES-DEELGEBIED IV

1.           De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op EU-vaartuigen die in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm.

2.           De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden gelden voor vaartuigen van derde landen die, tenzij anders is bepaald, in de EU-wateren van ICES-deelgebied IV op zandspiering mogen vissen op grond van een machtiging of als gevolg van overleg tussen de Unie en Noorwegen als bepaald in de goedgekeurde notulen van de conclusies van het visserijoverleg tussen de Unie en Noorwegen.

3.           Voor de toepassing van deze bijlage gelden de beheersgebieden voor zandspiering die hieronder en in het aanhangsel van deze bijlage zijn aangegeven:

Beheersgebieden voor zandspiering || Statistische vakken ICES

1 || 31-34 E9-F2; 35 E9- F3; 36 E9-F4; 37 E9-F5; 38-40 F0-F5; 41 F5-F6

2 || 31-34 F3-F4; 35 F4-F6; 36 F5-F8; 37-40 F6-F8; 41 F7-F8

3 || 41 F1-F4; 42-43 F1-F9; 44 F1-G0; 45-46 F1-G1; 47 G0

4 || 38-40 E7-E9; 41-46 E6-F0

5 || 47-51 E6 + F0-F5; 52 E6-F5

6 || 41-43 G0-G3; 44 G1

7 || 47-51 E7-E9

4.           De commerciële visserij met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm is verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en van 1 augustus tot en met 31 december 2013.

Aanhangsel 1 van bijlage IIB

Beheersgebieden voor zandspiering

BIJLAGE III

MAXIMUMAANTAL VISMACHTIGINGEN VOOR EU-VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN

Visgebied || Visserij || Aantal vismachtigingen || Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten || Maximum­aantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn

Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || pm || DK: 25 DE: 5 FR: 1 IE: 8 NL: 9 PL: 1 SV: 10 UK: 18 || pm

Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB || pm || DE: 16 IE: 1 ES: 20 FR: 18 PT: 9 UK: 14 || pm

Makreel || || Niet relevant || pm [34]

Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB || pm || DK: 450 UK: 30 || pm

BIJLAGE IV

ICCAT-VERDRAGSGEBIED[35]

1.           Maximumaantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen

Spanje || pm

Frankrijk || pm

Unie || pm

2.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen

Spanje || pm

Frankrijk || pm

Italië || pm

Cyprus || pm

Malta || pm

Unie || pm

3.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden

Italië || pm

Unie || pm

4.           Maximumaantal en totale in brutoton uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen van elke lidstaat die blauwvintonijn mogen bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of aanlanden in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

Tabel A

Aantal vissersvaartuigen

|| Cyprus || Grieken­land || Italië || Frank­rijk || Spanje || Malta[36]

Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Vaartuigen voor de visserij met de beug || pm [37] || pm || pm || pm || pm || pm

Met de hengel vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Met de handlijn vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Trawlers || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij[38] || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Tabel B

Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit

|| Cyprus || Grieken­land || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta[39]

Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Vaartuigen voor de visserij met de beug || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Met de hengel vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Met de handlijn vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Trawlers || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij || pm || pm || pm || pm || pm || pm

5.           Maximumaantal tonnara's dat elke lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn

|| Aantal tonnara's

Spanje || pm

Italië || pm

Portugal || pm [40]

6.           Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee mag verdelen.

Tabel A

Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn

|| Aantal bedrijven || Capaciteit (in ton)

Spanje || pm || pm

Italië || pm || pm

Griekenland || pm || pm

Cyprus || pm || pm

Malta || pm || pm

Tabel B

Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton)

Spanje || pm

Italië || pm

Griekenland || pm

Cyprus || pm

Malta || pm

BIJLAGE V

CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

DEEL A VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

Doelsoorten || Gebied || Periode waarin de visserij gesloten is

Haaien (alle soorten) || Verdragsgebied || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Notothenia rossii || FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Vinvis || FAO 48.1 Antarctische wateren(1) FAO 48.2 Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Gobionotothen gibberifrons Chaenocephalus aceratus Pseudochaenichthys georgianus Lepidonotothen squamifrons Patagonotothen guntheri Electrona carlsbergi[41] || FAO 48.3 || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Dissostichus spp. || FAO 48.5 Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013

Dissostichus spp. || FAO 88.3 Antarctische wateren(1) FAO 58.5.1 Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.5.2 Antarctische wateren ten oosten van 79° 20'OL en buiten de EEZ ten westen van 79° 20'OL(1) FAO 58.4.4 Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.6 Antarctische wateren(1) FAO 58.7 Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Lepidonotothen squamifrons || FAO 58.4.4(1) (2) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides || FAO 58.5.2 Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013

Dissostichus mawsoni || FAO 48.4 Antarctische wateren(1) binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30' ZB en 57° 20' ZB en lengtegraden 25° 30' WL en 29° 30' WL || Van 1 januari tot en met 31 december 2013

(1)        Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. (2)        Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's).

DEEL B TAC's EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR DE EXPERIMENTELE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED IN 2011/2012

Deelgebied/ Sector || Regio || Seizoen || SSRU || Vangstbeperking voor Dissostichus spp. (in ton) || Bijvangstbeperking (in ton)(1)

Roggen || Macrourus spp. || Andere soorten

58.4.1. || Gehele sector || 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 || SSRU A, B, D, F en H: pm SSRU C: pm SSRU E: pm SSRU G: pm || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm

58.4.2. || Gehele sector || 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 || SSRU A: pm SSRU B, C en D: pm SSRU E: pm || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm

58.4.3a. || Gehele sector || 1 mei tot en met 31 augustus 2013 || || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm

88.1. || Geheel deelgebied || 1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 || SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || Totaal pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm

88.2. || Ten zuiden van 65° ZB || 1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 || SSRU A: pm SSRU B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm || Totaal pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU i: pm SSRU I: pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm

(1)        Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn: – roggen: 5 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of pm ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is; – Macrourus spp: 16 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of pm ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is, met uitzondering van statistische sector 58.4.3a en statistisch deelgebied 88.1; – andere soorten: pm ton per SSRU.

Aanhangsel van bijlage V, deel B

Lijst van kleine onderzoeksvakken (SSRU's)

Regio || SSRU || Grenslijn

48.6 || A || Van 50° ZB 20° WL, pal oost naar 1°30' OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 20° WL, pal noord naar 50°ZB.

|| B || Van 60° ZB 20° WL, pal oost naar 10° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 10° WL, pal oost naar 0° lengtegraad, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| D || Van 60° ZB 0° lengtegraad, pal oost naar 10° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 0° lengtegraad, pal noord naar 60° ZB.

|| E || Van 60°ZB 10°OL, pal oost naar 20° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10°OL, pal noord naar 60°ZB.

|| F || Van 60° ZB 20° OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| G || Van 50° ZB 1°30' OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 1°30' OL, pal noord naar 50° ZB..

|| ||

58.4.1 || A || Van 55° ZB 86° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 86° OL, pal noord naar 55° ZB.

|| B || Van 60° ZB 86° OL, pal oost naar 90° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 80° OL, pal noord naar 64° ZB, pal oost naar 86° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 90° OL, pal oost naar 100° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 90° OL, pal noord naar 60° ZB..

|| D || Van 60° ZB 100°OL, pal oost naar 110° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 100° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| E || Van 60° ZB 110° OL, pal oost naar 120° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| F || Van 60° ZB 120°OL, pal oost naar 130° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| G || Van 60°ZB 130°OL, pal oost naar 140°OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130°OL, pal noord naar 60°ZB.

|| H || Van 60° ZB 140° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| ||

58.4.2 || A || Van 62°ZB 30°OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 30°OL, pal noord naar 62° ZB.

|| B || Van 62° ZB 40° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 40° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| C || Van 62° ZB 50° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 50°OL, pal noord naar 62° ZB.

|| D || Van 62° ZB 60°OL, pal oost naar 70° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 60° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| E || Van 62° ZB 70° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 64° ZB, pal oost naar 80° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 70° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| ||

58.4.3a. || A || Hele sector, van 56° ZB 60° OL, pal oost naar 73°10' OL, pal zuid naar 62°ZB, pal west naar 60°OL, pal noord naar 56°ZB.

|| ||

58.4.3b || A || Van 56° ZB 73°10'OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 56° ZB.

|| B || Van 60° ZB 73°10'OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 64° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 59° ZB 73°10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 59° ZB.

|| D || Van 59° ZB 79° OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 59° ZB.

|| E || Van 56° ZB 79° OL, pal oost naar 80°OL, pal noord naar 55° ZB, pal oost naar 86° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 56° ZB.

|| ||

58.4.4 || A || Van 51° ZB 40° OL, pal oost naar 42° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| B || Van 51° ZB 42° OL, pal oost naar 46° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 42° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| C || Van 51° ZB 46° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 46° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| D || Hele sector uitgezonderd SSRU A, B, C, en met buitengrens van 50° ZB 30° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 30° OL, pal noord naar 50° ZB.

|| ||

58.6 || A || Van 45° ZB 40° OL, pal oost naar 44° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| B || Van 45° ZB 44° OL, pal oost naar 48° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 44° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| C || Van 45° ZB 48° OL, pal oost naar 51° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 48° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| D || Van 45° ZB 51° OL, pal oost naar 54° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 51° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| ||

58.7 || A || Van 45° ZB 37° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 37° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| ||

88.1 || A || Van 60° ZB 150° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 170° OL, pal oost naar 179° OL, pal zuid naar 66°40' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 179° OL, pal oost naar 170° WL, pal noord naar 70° ZB, pal west naar 178° WL, pal noord naar 66°40' ZB, pal west naar 179° OL, pal noord naar 60° ZB

|| D || Van 65° ZB 150° OL, pal oost naar 160° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° OL, pal noord naar 65° ZB.

|| E || Van 65° ZB 160° OL, pal oost naar 170°OL, pal zuid naar 68°30' ZB, pal west naar 160° OL, pal noord naar 65° ZB.

|| F || Van 68°30' ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° OL, pal noord naar 68°30' ZB.

|| G || Van 66°40' ZB 170° OL, pal oost naar 178° WL, pal zuid naar 70° ZB, pal west naar 178°50' OL, pal zuid naar 70°50' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 66°40' ZB.

|| H || Van 70°50' ZB 170° OL, pal oost naar 178°50' OL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 170° OL, pal noord naar 70°50' ZB.

|| I || Van 70° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 70° ZB.

|| J || Van 73° ZB aan de kust nabij 170° OL, pal oost naar 178°50' OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 170° OL, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB.

|| K || Van 73° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 76° ZB, pal west naar 178°50' OL, pal noord naar 73° ZB.

|| L || Van 76° ZB 178°50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 76° ZB.

|| M || Van 73° ZB aan de kust nabij 169°30' OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB.

|| ||

88.2 || A || Van 60° ZB 170° WL, pal oost naar 160° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 170° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 160° WL, pal oost naar 150° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 70°50' ZB 150° WL, pal oost naar 140° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° WL, pal noord naar 70°50' ZB.

|| D || Van 70°50' ZB 140° WL, pal oost naar 130° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° WL, pal noord naar 70°50' ZB.

|| E || Van 70°50' ZB 130° WL, pal oost naar 120° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° WL, pal noord naar 70°50' ZB..

|| F || Van 70°50' ZB 120° WL, pal oost naar 110° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° WL, pal noord naar 70°50' ZB.

|| G || Van 70°50' ZB 110° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° WL, pal noord naar 70°50' ZB.

|| H || Van 65° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 70°50' ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 65° ZB.

|| I || Van 60° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| ||

88.3 || A || Van 60° ZB 105° WL, pal oost naar 95° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 105° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 95° WL, pal oost naar 85° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 95° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 85° WL, pal oost naar 75° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 85° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| D || Van 60° ZB 75° WL, pal oost naar 70° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 75° WL, pal noord naar 60° ZB.

DEEL C KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA SUPERBA DEEL TE NEMEN

Verdragsluitende partij:

Visseizoen:

Naam van het vaartuig:

Verwacht vangstniveau (in ton):

Vangsttechniek: || Conventioneel sleepnet

Continu vissysteem

Pomptechniek om de kuil leeg te maken

Andere goedgekeurde methodes: gelieve te specificeren

Methoden die worden gebruikt voor de directe raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill[42]:

Van de vangst af te leiden producten en de omrekeningsfactoren daarvoor[43]:

Productsoort || % van de vangst || Omrekeningsfactor[44] ||

|| || ||

|| || ||

|| || ||

Deelgebied/Sector || || Dec || Jan || Feb || Maa || Apr || Mei || Jun || Jul || Aug || Sep || Okt || Nov

48.1 || || || || || || || || || || || ||

48.2 || || || || || || || || || || || ||

48.3 || || || || || || || || || || || ||

48.4 || || || || || || || || || || || ||

48.5 || || || || || || || || || || || ||

48.6 || || || || || || || || || || || ||

58.4.1 || || || || || || || || || || || ||

58.4.2 || || || || || || || || || || || ||

88.1 || || || || || || || || || || || ||

88.2 || || || || || || || || || || || ||

88.3 || || || || || || || || || || || ||

X || Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen

|| Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij

N.B. De hier door u verstrekte gegevens zijn louter informatief en beletten u niet te vissen in gebieden of perioden die u niet heeft opgegeven.

DEEL D NETCONFIGURATIE EN GEBRUIK VAN VANGSTTECHNIEKEN

Netopening (mond) omtrek (m) || Verticale opening (m) || Horizontale opening (m)

|| ||

Lengte en maaswijdte netpanelen

Paneel || Lengte (m) || Maaswijdte (mm)

1e paneel || ||

2de paneel || ||

3de paneel || ||

… || ||

Eindpaneel (kuil) || ||

Teken diagram van elke gebruikte netconfiguratie

Er worden verscheidene vangsttechnieken gebruikt[45]: Ja Neen

|| Vangsttechniek || Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%)

1 || ||

2 || ||

3 || ||

4 || ||

5 || ||

… || || Totaal 100 %

Er is een inrichting voor het weren van zeezoogdieren aanwezig[46]: Ja Neen

Toelichtingen betreffende vangsttechnieken, vistuigconfiguratie en -kenmerken en vispatronen:

BIJLAGE VI

IOTC-VERDRAGSGEBIED

1.           Maximumaantal EU-vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn mogen vissen

Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) ||

Spanje || pm || pm ||

Frankrijk || pm || pm

Portugal || pm || pm ||

Unie || pm || pm ||

2.           Maximumaantal EU-vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis en witte tonijn mogen vissen

Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage)

Spanje || pm || pm

Frankrijk || pm || pm

Portugal || pm || pm

Verenigd Koninkrijk || pm || pm

Unie || pm || pm

3.           De in punt 1 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen.

4.           De in punt 2 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op tropische tonijn vissen.

BIJLAGE VII

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

Maximumaantal EU-vaartuigen die op zwaardvis mogen vissen in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied.

Spanje || pm

Unie || pm

BIJLAGE VIII

KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN DE EU-WATEREN VISSEN

Vlaggenstaat || Visserij || Aantal vismachtigingen || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn

Noorwegen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || pm || pm

Venezuela[47] || Snappers (wateren van Frans-Guyana) || pm || pm

[1]               PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

[2]               PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[3]               PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[4]               PB L 157 van 19.6.2007, blz. 1.

[5]               PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20.

[6]               PB L 96 van 15.4.2009, blz. 1.

[7]               PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

[8]               PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16.

[9]               Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48).

[10]             Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de plaatselijke regering van de Faeröer, anderzijds (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12).

[11]             Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 4) en Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in die overeenkomst (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 9).

[12]             Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland inzake de visserij en het mariene milieu (PB L 161 van 2.7.1993, blz. 2).

[13]             PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

[14]             Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB L 151 van 11.6.2008, blz. 5).

[15]             Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

[16]             Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).

[17]             Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42).

[18]             Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39).

[19]             De Unie is tot het verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33).

[20]             Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16).

[21]             Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).

[22]             De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24).

[23]             Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27)..

[24]             De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 2005/75/EG van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1).

[25]             Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2009 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren, en houdende wijziging van Verordeningen (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).

[26]             Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6).

[27]             Verordening (EU) nr. .../2013 van de Raad van ... tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden (PB L ...).

[28]             PB: gelieve het nummer van de verordening in document 18591/11 in te voegen en de verwijzing naar de bekendmaking in het PB in de voetnoot aan te vullen.

[29]             Verordening (EG) nr. 1288/2009 van de Raad van 27 november 2009 tot vaststelling van technische overgangsmaatregelen van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2011 (PB L 347 van 24.12.2009, blz. 6).

[30]             Verordening (EG) nr. 43/2009 van de Raad van 16 januari 2009 tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn (PB L 22 van 26.1.2009, blz. 1).

[31]             Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1).

[32]             Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3).

[33]             Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

[34]                    Onverminderd de aanvullende vergunningen die naar vaste praktijk door Noorwegen aan Zweden worden toegekend.

[35]             De in de punten 1, 2 en 3 vermelde aantallen kunnen naar beneden worden bijgesteld om aan de internationale verplichtingen van de Unie te voldoen.

[36]             Een middelgroot vaartuig voor visserij met de ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden vervangen.

[37]             Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van verschillende soorten vistuig.

[38]             Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn).

[39]             Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden vervangen.

[40]             Dit aantal kan nog toenemen, op voorwaarde dat aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan.

[41]             Behalve voor wetenschappelijk onderzoek.

[42]             De kennisgeving omvat een gedetailleerde omschrijving van de precieze methode die wordt gebruikt voor de raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill en, indien omrekeningsfactoren worden toegepast, nadere gegevens over de precieze methode voor de afleiding van elke omrekeningsfactor. De lidstaten dienen die omschrijving de volgende seizoenen niet opnieuw in te dienen, tenzij de methode voor de raming van het onverwerkte gewicht is gewijzigd.

[43]             Voor zover mogelijk te verstrekken inlichtingen.

[44]             Omrekeningsfactor = totaalgewicht/verwerkt gewicht.

[45]             Zo ja, geef frequentie van omschakeling tussen vangsttechnieken:

[46]             Zo ja, teken ontwerp van de inrichting:

[47]             Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet worden aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de machtiging aanvraagt en een in het departement Frans Guyana gevestigd verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat minstens 75 % van de door het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden aangeland voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd door de Franse autoriteiten, die die zich ervan moeten vergewissen dat het in overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie in Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet bij de vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer de Franse autoriteiten bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed, mee aan de betrokkene en aan de Commissie.