Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EUvaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden /* COM/2012/0668 final - 2012/0319 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel Alle verordeningen tot vaststelling van de
vangstmogelijkheden moeten het bevissen van de bestanden beperken tot niveaus
die in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk
visserijbeleid (GVB). Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van
20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de
visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn
de doelstellingen voor de jaarlijkse voorstellen inzake vangst- en
inspanningsbeperkingen vastgesteld die moeten garanderen dat de visserij in de
Unie vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam verloopt. Het belangrijkste kenmerk van de jaarlijkse
vaststelling van de vangstmogelijkheden is het kortetermijnkarakter ervan. Dit
heeft voornamelijk te maken met historische redenen, en met name met de manier
waarop het GVB de verdeling van de maritieme ruimte en de hulpbronnen over de
nationale vloten van de Unie regelt. Het is van belang dit jaarlijks
terugkomende proces voor de vaststelling van een overeenkomst op het niveau van
de Unie als basis van het GVB te handhaven. Dit staat de invoering van een
langetermijnbeheer evenwel niet in de weg. De Europese Unie heeft in dit
verband aanzienlijke vooruitgang geboekt: de uit commercieel oogpunt
belangrijkste bestanden vallen nu onder meerjarige beheersplannen. De
jaarlijkse TAC’s en maximale inspanningsniveaus moeten daarmee in
overeenstemming zijn. Toepassingsgebied Het onderhavige voorstel heeft betrekking op
de vangstmogelijkheden waarover EU‑vaartuigen in EU- en niet-EU-wateren
en vaartuigen van derde landen in EU-wateren beschikken als gevolg van in
multilaterale of bilaterale fora goedgekeurde besluiten. Bij de voorbereiding
op internationale onderhandelingen baseert de Unie haar standpunt op
wetenschappelijk advies en op haar eigen beleidsdoelstellingen, die eveneens
van toepassing zijn op interne besluiten. Het resultaat van dergelijke
onderhandelingen impliceert dat de Unie ermee instemt verbintenissen ten
aanzien van derde partijen aan te gaan. Wat de omzetting van dergelijke
besluiten in het recht van de Unie betreft, reikt de discretionaire bevoegdheid
van de Unie niet veel verder dan wat over de interne verdeling onder de
lidstaten wordt overeengekomen. Voor de interne verdeling geldt het beginsel
van relatieve stabiliteit. Het onderhavige voorstel heeft derhalve
betrekking op: ·
Gedeelde bestanden, d.w.z. bestanden die
gezamenlijk worden beheerd hetzij met Noorwegen in de Noordzee en het
Skagerrak, hetzij in het kader van NEAFC‑overeenkomsten tussen
kuststaten. ·
Bestanden waarvoor de quota traditioneel worden
geruild of in aanmerking kunnen komen om te worden geruild: bestanden die
weliswaar niet gezamenlijk worden beheerd, maar waarvoor een jaarlijkse
quotaruil tussen de Unie en Noorwegen en/of andere derde landen plaatsvindt (of
kan plaatsvinden). ·
Bijvangstsoorten in de visserij op tong en schol,
ook wanneer geen ruil plaatsvindt, ter wille van de coherentie met de
ontwikkeling naar een beheer op basis van meerdere soorten of een beheer op
basis van gemengde visserijen, naargelang van het geval. ·
Vangstmogelijkheden die voortvloeien uit
overeenkomsten in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer
(ROVB's). De meeste vangstmogelijkheden in dit voorstel
zijn evenwel als "pm" (pro memoria) aangegeven. Dit
heeft te maken met het feit dat: –
het advies voor een aantal bestanden niet
beschikbaar zal zijn op de datum waarop het voorstel zou moeten worden
goedgekeurd; of –
bepaalde vangstbeperkingen en andere aanbevelingen
van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van
de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation -
SPRFMO), de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de
Antarctische Wateren (Commission on the Conservation of Antarctic Marine Living
Resources - CCAMLR), de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de
Atlantische Oceaan (North East Atlantic Fishery Commission - NEAFC), de
Commissie voor de Visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (Western
and Central Pacific Fisheries Convention - WCPFC) en de Internationale
Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International
Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - ICCAT) pas zullen worden
goedgekeurd tijdens de jaarlijkse vergadering van deze organisaties; of –
de cijfers voor bestanden in de wateren van
Groenland en voor met Noorwegen en andere derde landen gedeelde of geruilde
bestanden nog niet beschikbaar zijn omdat zij afhangen van de resultaten van
het overleg met deze landen in november en december 2012. Samenhang met andere beleidsgebieden en
doelstellingen van de Unie De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld
overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk
visserijbeleid (GVB) en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie
inzake duurzame ontwikkeling. 2. RESULTATEN VAN RAADPLEGINGEN
VAN DE BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Raadpleging van belanghebbende partijen De Commissie heeft de richtsnoeren gevolgd van
haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de
raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246
definitief), waarin de beginselen voor het zogenoemde proces van vroegtijdige
consultaties ("frontloadingsproces") zijn uiteengezet. Voorts heeft de Commissie in september 2012
een evenement voor belanghebbenden georganiseerd voor een presentatie en
bespreking van de resultaten van het wetenschappelijk advies en de
belangrijkste implicaties daarvan. Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Wat de toegepaste methode betreft, heeft de
Commissie twee belangrijke organisaties van deskundigen geraadpleegd: de ICES,
een onafhankelijke internationale wetenschappelijke instantie, en het WTECV.
Het advies van de ICES is gebaseerd op een advieskader dat door de erbij
aangesloten wetenschappers is ontwikkeld en dat wordt gebruikt overeenkomstig
het met de Commissie overeengekomen Memorandum van overeenstemming. Het WTECV
brengt zijn advies uit op basis van de door de Commissie verstrekte
taakomschrijving. Alle verslagen van het WTECV worden, na de
formele goedkeuring ervan door de Commissie, bekendgemaakt op de website van DG
MARE. Alle verslagen van de ICES zijn beschikbaar op de website van de ICES. Effectbeoordeling Het onderhavige voorstel strekt er in
hoofdzaak toe internationaal overeengekomen maatregelen om te zetten. Alle
elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van
de vangstmogelijkheden, worden in aanmerking genomen bij de voorbereiding en
uitvoering van internationale onderhandelingen in het kader waarvan de
vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derde partijen. 3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET
VOORSTEL Rechtsgrondslag De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel
43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De verplichting van de Unie om de levende
aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de
verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr.
2371/2002. Samenvatting van de voorgestelde
maatregel(en) Om de met het GVB beoogde totstandbrenging van
een ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken,
wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangst- en inspanningsbeperkingen
gelden voor de visserij in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, voor de
visserij in internationale wateren. Toepassing De bepalingen op het door het voorstel
bestreken gebied zijn van toepassing tot en met 31 december 2013, met
uitzondering van een aantal bepalingen inzake inspanningsbeperkingen, die van
toepassing zijn tot en met 31 januari 2014, en bepaalde TAC's met specifieke
seizoencycli (bijv. lodde in de wateren van Groenland). Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel valt onder de exclusieve
bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het
Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een
gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag
dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de
vangstmogelijkheden. Krachtens de voorgestelde verordening van de
Raad worden de vangstmogelijkheden over de lidstaten verdeeld. Met inachtneming
van artikel 20, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 mogen de lidstaten
deze mogelijkheden op hun beurt naar eigen goeddunken over de regio's en de
marktdeelnemers verdelen. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan
vrijheid en conform het sociaaleconomische model van hun keuze beslissen hoe
zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten. Het voorstel heeft geen nieuwe financiële
gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de
onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de
tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening zijn reeds beschikbaar. Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.. 5. AANVULLENDE
INFORMATIE Vereenvoudiging Het voorstel voorziet in de vereenvoudiging
van de administratieve procedures voor de overheidsinstanties (Unie of
nationaal), met name wat betreft de voorschriften op het gebied van
inspanningsbeheer. Evaluatie-/herzienings-/uitdovingsclausule Het voorstel betreft een jaarlijkse
verordening voor het jaar 2013 en bevat derhalve geen herzieningsclausule. Het voorstel nader bekeken Het onderhavige voorstel beperkt zich tot de
vaststelling en de verdeling van vangstmogelijkheden en tot de voorwaarden die
functioneel verband houden met het gebruik van die vangstmogelijkheden. Wat de vangstbeperkingen en het beheer van de
visserijinspanning in het algemeen betreft, is het voorstel in overeenstemming
met de beginselen van het zogenoemde frontloadingsproces, die zijn uiteengezet
in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement
"Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire
visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), en in de mededeling van de
Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden voor
2013" (COM(2012) 278 final), waarin de Commissie in afwachting van
het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2013 haar visie en voornemens
met betrekking tot haar voorstellen voor de vangstmogelijkheden toelicht. Zoals hierboven vermeld, zijn in het voorstel
ook vangstbeperkingen opgenomen die door bepaalde regionale organisaties voor
visserijbeheer zijn overeengekomen. Wat het inspanningsbeheer betreft, wordt voor
de kabeljauwvisserij sinds 2009 een op kilowattdagen gebaseerd systeem
toegepast, dat in 2013 zal worden gehandhaafd. 2012/0319 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2013, van de
vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU‑vaartuigen, in bepaalde
niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor
internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten
gelden DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig artikel 43,
lid 3, van het Verdrag, stelt de Raad op voorstel van de Commissie de
maatregelen vast voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden. (2) Krachtens Verordening (EG) nr.
2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de
duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk
visserijbeleid[1]
moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en
economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk,
Technisch en Economisch Comité voor de visserij (Scientific, Technical and
Economic Committee for Fisheries - WTECV), en van eventuele adviezen van
regionale adviesraden, maatregelen van de Unie inzake de toegang tot wateren en
hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden
vastgesteld. (3) De Raad moet maatregelen voor
de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen per
visbestand of groep visbestanden, inclusief bepaalde voorwaarden die er
functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten zo over de
lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de
visserijactiviteiten voor elk bestand of elke groep visbestanden geniet en dat
hierbij de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid in acht
worden genomen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2371/2002. (4) Teneinde eenvormige
voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen met
betrekking tot een mogelijke verhoging van de TAC en het quotum van de Unie
voor witte heek in NAFO-deelsector 3NO moeten aan de Commissie bevoegdheden
worden verleend. (5) Teneinde eenvormige
voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen met
betrekking tot de herziening van quota voor lodde die voor de Unie in de
Groenlandse wateren van de ICES-deelgebieden V en XIV beschikbaar zijn
krachtens de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij met Groenland, moeten
aan de Commissie bevoegdheden worden verleend. (6) Teneinde eenvormige
voorwaarden te waarborgen voor de toepassing van vangstbeperkingen voor
bepaalde bestanden van kortlevende soorten, moeten aan de Commissie
uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de herziening van de
TAC in het licht van de tijdens de eerste helft van 2013 verzamelde
wetenschappelijke informatie. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig
Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16
februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die
van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[2]. (7) De Commissie moet
onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen met betrekking tot de
herziening van de TAC voor deze bestanden van kortlevende soorten vaststellen
wanneer dit in naar behoren gerechtvaardigde gevallen die verband houden met de
noodzaak voor de Unie om aan haar internationale verplichtingen te voldoen, om
dwingende urgente redenen is vereist. (8) Voor sommige TAC's dienen de
lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan
proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra
toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een
vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten
worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee
gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visserijhulpbronnen te
vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de
langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de doelstellingen
van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan vangstquotaregelingen is
dat zij de vissers een stimulans bieden om de vangstselectiviteit van hun
activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel beheer van de teruggooi te
komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij betrekking hebben op elke
activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in de haven. Daarom moeten
de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra toewijzingen verlenen,
de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt gemaakt van aan een
sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV’s)
(hierna gezamenlijk "CCTV-systeem" genoemd). Hiermee kunnen alle
behouden en teruggegooide delen van de vangsten in detail worden geregistreerd.
Een regeling met menselijke waarnemers die in real time aan boord actief zijn,
zou minder efficiënt, duurder en minder betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het
gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een eerste vereiste voor het halen van de
doelstellingen van de regelingen tot verlaging van de teruggooi, waaronder
bijvoorbeeld de volledig gedocumenteerde visserij. Bij het gebruik van dit
systeem dient te worden voldaan aan de eisen van Richtlijn 95/46/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming
van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens[3]. (9) Om te garanderen dat het
potentieel van vangstquotaregelingen voor de beheersing van de absolute visserijsterfte
van de betrokken bestanden daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de hand van
proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen alle in
het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner zijn
dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de totale
toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen de visserijactiviteiten te
worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing volledig is opgebruikt door dat
vaartuig. Voorts dienen overdrachten van toewijzingen tussen vaartuigen die
deelnemen aan de proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij
en niet-deelnemende vaartuigen te worden vermeden. (10) De TAC's moeten worden
vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met
inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een
gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het
licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van
de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale
adviesraden. (11) Voor bestanden waarvoor
specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC's overeenkomstig de in die
plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg dienen de TAC's
voor de bestanden van tong in de Noordzee, schol in de Noordzee, kabeljauw in
de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijke deel van het Kanaal en
blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de
Middellandse Zee te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in
respectievelijk Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot
vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en
tongbestanden in de Noordzee[4],
Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot
vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing
van deze bestanden[5]
("het kabeljauwplan") en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad
van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in
het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee[6]. (12) Voor bestanden waarvoor
onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen
van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus
worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als
omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de
Raad. (13) Op grond van artikel 2 van
Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van
aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota[7] moet worden bepaald op welke
bestanden de verschillende in die verordening bedoelde maatregelen van
toepassing zijn. (14) Voor sommige soorten, zoals
bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een
ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke
soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden
opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten. (15) Volgens het advies van de
Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (International Council for
the Exploration of the Sea - ICES) is het dienstig een systeem te handhaven,
met de mogelijkheid tot herziening, voor het beheer van zandspiering in de
EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV. (16) De maxima voor de
visserijinspanning voor 2013 moeten worden vastgesteld overeenkomstig de
artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, artikel 9 van
Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad en de artikelen 5 en 9 van
Verordening (EG) nr. 302/2009, rekening houdend met Verordening (EG) nr.
754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen
vaartuigen van de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk
III van Verordening (EG) nr. 1342/2008[8]. (17) De Unie heeft, volgens de
procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de
visserijbetrekkingen met Noorwegen[9],
de Faeröer[10],
Groenland[11]
en IJsland[12]
overleg over de visserijrechten gepleegd met deze partners. [Samenvatting van
het overleg in te voegen na afloop daarvan eind 2012] (18) De Unie is verdragsluitende
partij bij verscheidene visserijorganisaties en neemt aan andere organisaties
deel als samenwerkende niet-verdragsluitende partij. Voorts worden de
visserijovereenkomsten die de Republiek Polen vóór de toetreding tot de
Europese Unie heeft gesloten, zoals de Overeenkomst voor de instandhouding en
het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee,
krachtens de Toetredingsakte van 2003 sinds de datum van toetreding beheerd
door de Unie. De visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor 2013 een aantal
maatregelen in te voeren, waaronder vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen.
Deze vangstmogelijkheden moeten in Unierecht worden omgezet. (19) Regionale organisaties voor
visserijbeheer kunnen overdrachten en uitwisselingen van quota tussen
verdragsluitende partijen toestaan. Teneinde dergelijke overdrachten en
uitwisselingen tussen de Unie en andere verdragsluitende partijen te
vergemakkelijken, dient de Commissie in de mogelijkheid te verkeren
overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de Unie en andere
verdragsluitende partijen na kennisgeving door de lidstaten goed te keuren. De
lidstaten dienen te worden gemachtigd overdrachten en uitwisselingen van quota
te bespreken met andere verdragsluitende partijen en, in voorkomend geval,
mogelijke lijnen uit te zetten voor de geplande quota-overdrachten. Na de
goedkeuring dient de Commissie de overdracht mee te delen aan de betrokken
organisatie en de eruit voortvloeiende vangstmogelijkheden middels
uitvoeringshandelingen vast te stellen. De overdracht moet de bestaande
verdeling van de vangstmogelijkheden over de lidstaten overeenkomstig het
beginsel van de relatieve stabiliteit onverlet laten. (20) Tijdens haar 34ste jaarlijkse
vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel
van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation - NAFO)
een aantal vangstmogelijkheden voor 2013 vastgesteld voor bepaalde bestanden in
de deelgebieden 1-4 van het NAFO-verdragsgebied. De NAFO heeft in dit verband
een procedure ingesteld om de voor 2013 vastgestelde TAC voor witte heek in
NAFO-deelsector 3NO te verhogen indien is voldaan aan bepaalde voorwaarden met
betrekking tot de toestand van dit bestand. Een verdragsluitende partij bij de
NAFO kan de uitvoerend secretaris van de NAFO melden dat voor het bestand van
witte heek in NAFO-deelsector 3NO hogere vangsten per inspanningseenheid dan
normaal werden vastgesteld. Wordt de in de loop van het jaar 2013 toegepaste
TAC-verhoging door de NAFO bevestigd, dan moet deze in Unierecht worden
omgezet. De Commissie dient derhalve te worden gemachtigd een
uitvoeringshandeling vast te stellen om de hieruit resulterende extra
vangstmogelijkheden voor de Unie aan te passen. (21) Tijdens haar 83ste jaarlijkse
vergadering in 2012 heeft de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn
(Inter-American Tropical Tuna Commission - IATTC) instandhoudingsmaatregelen
voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld. Voorts
heeft de IATTC een resolutie betreffende de instandhouding van oceanische
witpunthaaien aangenomen. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet. (22) Tijdens haar jaarlijkse
vergadering in 2012 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding
van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of
Atlantic Tunas, ICCAT) [overzicht van de maatregelen, in te voegen na de
jaarlijkse vergadering in november 2012] vastgesteld. Deze maatregelen moeten
in Unierecht worden omgezet. (23) Tijdens haar jaarlijkse
vergadering in 2012 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische
Oceaan (Indian Ocean Tuna Commission - IOTC) haar maatregelen betreffende
vangstmogelijkheden, zoals omgezet in Unierecht, niet gewijzigd. De momenteel
geldende, door de IOTC vastgestelde maatregelen moeten in Unierecht worden
omgezet. (24) De eerste jaarlijkse
vergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het
zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) zal van 28 januari tot en met
1 februari 2013 worden gehouden. Tot die tijd dienen de huidige
overgangsmaatregelen, zoals ten uitvoer gelegd bij Verordening (EU) nr.
44/2012, te worden gehandhaafd. (25) Tijdens haar jaarlijkse
vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijke deel
van de Atlantische Oceaan (South East Atlantic Fisheries Organisation - SEAFO)
[overzicht van de maatregelen, in te voegen na de jaarlijkse vergadering in
oktober 2012] vastgesteld. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet. (26) In het licht van het meest
recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de internationale
verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij in het
noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de
visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt. (27) De 9de jaarlijkse
vergadering van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale
Stille Oceaan (WCPFC) in 2012 [overzicht van de maatregelen in te voegen na de
jaarlijkse vergadering in december 2012]. Deze maatregelen moeten in Unierecht
worden omgezet. (28) Op hun jaarlijkse vergadering
in 2012 hebben de partijen bij de Overeenkomst voor de instandhouding en het
beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee hun
maatregelen betreffende vangstmogelijkheden niet gewijzigd. Deze maatregelen
moeten in Unierecht worden omgezet. (29) Tijdens hun jaarlijkse
vergadering in 2012 hebben de partijen bij de Commissie voor de instandhouding
van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR) [overzicht van de
maatregelen in te voegen na de jaarlijkse vergadering in oktober-november
2012]. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet. (30) Bepaalde internationale
maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of
beperkt, worden door de betrokken ROVB's op het einde van het jaar vastgesteld en
worden van kracht vóór de inwerkingtreding van deze verordening. De bepalingen
tot omzetting van deze maatregelen in Unierecht dienen derhalve met
terugwerkende kracht van toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het
CCAMLR-verdragsgebied loopt van 1 december tot en met 30 november en bepaalde
vangstmogelijkheden of -verboden in het CCAMLR-verdragsgebied derhalve worden
vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2011, dienen de relevante
bepalingen van deze verordening vanaf die datum van toepassing te zijn. Deze
toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel van het gewettigd
vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder machtiging in het
CCAMLR‑verdragsgebied mogen vissen. (31) De bij deze verordening voor
EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009
tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de
regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen[13], en met name de artikelen 33
en 34 betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning,
respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de
vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de
lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de
aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie
doen toekomen. (32) Teneinde ervoor te zorgen dat
de visserijactiviteiten niet worden onderbroken en het inkomen van de vissers
in de Unie wordt veiliggesteld, dient deze verordening met ingang van 1 januari
2013 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de
beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1
februari 2013, en specifieke bepalingen voor bijzondere gebieden, waarvoor een
specifieke datum van toepassing moet gelden zoals aangegeven in overweging 28.
Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan
in werking te treden. (33) De vangstmogelijkheden moeten
in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden
gebruikt, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: TITEL I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES Artikel 1
Onderwerp 1. Deze verordening voorziet in
vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU‑vaartuigen, in bepaalde
niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor
internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten
gelden. 2. De in lid 1 bedoelde
vangstmogelijkheden omvatten: a) de vangstbeperkingen voor 2013 en, waar
dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, voor 2014; b) de beperkingen van de visserijinspanning
voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014; c) de vangstmogelijkheden voor de periode
van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 voor bepaalde bestanden in
het CCAMLR-verdragsgebied; en d) de vangstmogelijkheden voor bepaalde
bestanden in het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 28 genoemde periodes
voor het jaar 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige
verordening, in 2014. Artikel 2
Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op: a) EU-vaartuigen; en b) vaartuigen van derde landen in
EU-wateren. Artikel 3
Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt
verstaan onder: a) "EU-vaartuig": een
vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is
geregistreerd; b) "vaartuig van een derde
land": een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in
een derde land; c) "EU-wateren": wateren
onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van
wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en
gebieden overzee; d) "totaal toegestane vangst
(TAC)": de hoeveelheid die elk jaar van elk visbestand mag worden gevangen
en aangeland; e) "quotum": een gedeelte van
de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land; f) "internationale wateren":
wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen; g) "maaswijdte": de
maaswijdte van visnetten zoals vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG)
nr. 517/2008[14]. Artikel 4
Visserijzones Voor de toepassing van deze verordening geldt
de volgende afbakening van visserijzones: a) voor de ICES-zones (International
Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek
van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009[15] gespecificeerde geografische
gebieden; b) voor het Skagerrak: het geografische
gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van
Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de
vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij
gelegen punt op de Zweedse kust; c) voor het Kattegat: het geografische
gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van
Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de
Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap
Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen; d) voor de CECAF-zones (Committee for
Eastern Central Atlantic Fisheries - Visserijcommissie voor het
centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij
Verordening (EG) nr. 216/2009[16]gespecificeerde
geografische gebieden; e) voor de NAFO-zones
(Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan):
de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009[17] gespecificeerde geografische
gebieden; f) voor het SEAFO-verdragsgebied
(Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische
Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de
visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan[18]omschreven geografische gebied;
g) voor het ICCAT-verdragsgebied
(Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): het
in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen[19] omschreven geografische
gebied; h) voor het CCAMLR-verdragsgebied
(Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische
wateren): het in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004[20] omschreven geografische
gebied; i) voor het IATTC-verdragsgebied
(Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn): het in het Verdrag ter
versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht
bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek
Costa Rica[21]
omschreven geografische gebied; j) voor het IOTC-verdragsgebied
(Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): het in de
Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de
Indische Oceaan[22]omschreven
geografische gebied; k) voor het SPRFMO-verdragsgebied
(Regionale visserijorganisatie voor het zuidelijke deel van de Stille Oceaan):
het gebied op open zee ten zuiden van 10° noorderbreedte, ten noorden van het
CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals
vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan[23], en ten westen van de gebieden
die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen; (l) voor het WCPFC-verdragsgebied
(Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): het in
het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden
trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan[24] omschreven geografische
gebied; m) voor de volle zee van de Beringzee:
de geografische zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van
de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de
Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten. TITEL II
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN Hoofdstuk I
Algemene bepalingen Artikel 5
TAC's en toewijzingen 1. De TAC's voor EU-vaartuigen in de
EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de
lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden
vastgesteld in bijlage I. 2. EU-vaartuigen mogen, met
inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van
artikel 14 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening
(EG) nr. 1006/2008[25]
en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de
visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en
in de visserijzone rond Jan Mayen. 3. De Commissie herziet de quota
voor lodde die in de Groenlandse wateren van de ICES-deelgebieden V en XIV voor
de Unie beschikbaar zijn, op basis van de TAC en de toewijzing aan de Unie,
zoals die zijn vastgesteld door Groenland overeenkomstig de
partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap,
enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland,
anderzijds, en het daarbij behorende protocol. 4. In het licht van de in het
eerste halfjaar 2013 verzamelde wetenschappelijke gegevens kan de Commissie de
in bijlage I vastgestelde TAC's, quota en bijzondere voorwaarden voor de
onderstaande bestanden middels uitvoeringshandelingen herzien overeenkomstig de
in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure : a) zandspiering en bijvangsten in de
EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV volgens de
bepalingen van bijlage IIB bij deze verordening; b) kever en bijvangsten in ICES-deelgebied
IIIa en de EU-wateren van ICES‑sector IIa en ICES-deelgebied IV; en c) sprot en bijvangsten in de EU-wateren van
ICES-sector IIa en ICES-deelgebied IV. 5. Om naar behoren gemotiveerde
dwingende urgente redenen die verband houden met de verplichting van de Unie om
haar internationale verplichtingen na te komen, herziet de Commissie de in
bijlage I vastgestelde TAC's voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde
bestanden middels onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen
overeenkomstig de in artikel 39, lid 3, bedoelde procedure. Deze
uitvoeringshandelingen blijven van kracht gedurende de toepassingsperiode van
deze verordening, doch niet langer dan 31 december 2013. Artikel 6
Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot
volledig gedocumenteerde visserij 1. Voor bepaalde bestanden kan
een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren
en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde
visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I. 2. De extra toewijzing die een
lidstaat voor een bepaald bestand mag toekennen aan vaartuigen die zijn vlag
voeren, mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is
bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum. 3. De aan een vaartuig
toegekende extra toewijzing voldoet aan de volgende voorwaarden: a) het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem
gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (hierna
gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en
verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden
geregistreerd; b) de extra toewijzing die wordt toegekend
aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot
volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan: (1)
75 % van de teruggooi van het bestand zoals die
door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het
betrokken vaartuig behoort; (2)
30 % van de individuele toewijzing waarover het
vaartuig vóór de deelname aan de proeven beschikte; c) alle vangsten van het vaartuig uit het
bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die
kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII
bij Verordening (EG) nr. 850/98, worden in mindering gebracht op de individuele
toewijzing voor het vaartuig, die resulteert uit de krachtens dit artikel
toegekende aanvullende toewijzing; d) wanneer een vaartuig de individuele
toewijzing voor een bestand volledig heeft opgebruikt, worden alle
visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden
stopgezet; e) voor de bestanden waarvoor dit artikel
kan worden toegepast, worden geen overdrachten van de totale toewijzing of een
deel daarvan toegestaan tussen vaartuigen die deelnemen aan proeven met
betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende
vaartuigen. 4. Onverminderd lid 3, onder b),
punt 1), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn
vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het
vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op
voorwaarde dat: a) het voor het betrokken vaartuigtype
geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10
%; b) de opneming van dat vaartuigtype van
belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor
controledoeleinden; c) een algemeen maximum van 75 % van de
geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet
wordt overschreden. 5. Voor zover het bij de
overeenkomstig lid 3, onder a) verkregen geregistreerde gegevens gaat om te
verwerken persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG, is deze richtlijn
van toepassing op de verwerking van dergelijke gegevens. 6. Wanneer een lidstaat
vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot
volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van lid 3,
trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en
sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2013 uit van deelname aan de
proeven. 7. Voordat een lidstaat de in de
leden 1 tot en met 6 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie
de volgende gegevens mee: a) de lijst van de vaartuigen die zijn vlag
voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde
visserij; b) de specificaties van de elektronische systemen
voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd; c) de capaciteit, het type en de
specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt; d) de geraamde teruggooi voor elk
vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt; e) de hoeveelheden die in 2012 door aan de
proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de
betrokken TAC geldt. 8. De Commissie kan iedere
lidstaat die een beroep doet op dit artikel, verzoeken zijn beoordeling van de
teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan
voor te leggen, teneinde toe te zien op de tenuitvoerlegging van de voorwaarde
van lid 3, onder b), punt 1). Bij ontstentenis van een beoordeling die deze
teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan
die voorwaarde te voldoen en stelt zij de Commissie hiervan in kennis. Artikel 7
Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn
vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits: a) die vis is gevangen met vaartuigen
die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum
nog niet is opgebruikt; of b) de vangsten deel uitmaken van een
EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat
EU-quotum nog niet is opgebruikt. Artikel 8
Beperkingen van de visserijinspanning Van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014
zijn de visserijinspanningsmaatregelen die zijn vastgesteld in bijlage IIA, van
toepassing op het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in: a) het Skagerrak; b) het deel van ICES-sector IIIa dat
niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; c) ICES-deelgebied IV; d) de EU-wateren van ICES-sector IIa,
en e) ICES-sector VIId. Artikel 9
Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij 1. Artikel 3, lid 1, van
Verordening (EG) nr. 2347/2002[26],
op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een
diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel
"zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden,
overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat
artikel. 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de
voor 2013 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen
buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3,
lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 % van de
gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken
lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over
diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen
I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing
op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote
zilvervis is gevangen. Artikel 10
Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden 1. De vangstmogelijkheden worden
overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd: a) geruilde vangstmogelijkheden op grond van
artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002; b) nieuwe toewijzingen op grond van artikel
37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of op grond van artikel 10, lid 4, van
Verordening (EG) nr. 1006/2008; c) het aanlanden van extra hoeveelheden op
grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96; d) de op grond van artikel 4 van Verordening
(EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden; e) kortingen en verlagingen op grond van de
artikelen 37, 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. 2. Tenzij anders vermeld in bijlage I
bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van
toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn
artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op
bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld. Artikel 11
Gesloten visseizoen 1. Van 1 mei tot en met 31 juli 2013
is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan
boord te houden: lom, blauwe leng en leng. 2. Voor de toepassing van dit artikel
omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door
loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische
coördinaten met elkaar verbinden: Punt || Breedtegraad || Lengtegraad 1 || 52° 27' NB || 12° 19' WL 2 || 52° 40' NB || 12° 30' WL 3 || 52° 47' NB || 12° 39,600' WL 4 || 52° 47' NB || 12° 56' WL 5 || 52° 13,5' NB || 13° 53,830' WL 6 || 51° 22' NB || 14° 24' WL 7 || 51° 22' NB || 14° 03' WL 8 || 52° 10' NB || 13° 25' WL 9 || 52° 32' NB || 13° 07,500' WL 10 || 52° 43' NB || 12° 55' WL 11 || 52° 43' NB || 12° 43' WL 12 || 52° 38,800' NB || 12° 37' WL 13 || 52° 27' NB || 12° 23' WL 14 || 52° 27' NB || 12° 19' WL 3. In
afwijking van lid 1 is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te
varen met de in datzelfde lid genoemde soorten aan boord overeenkomstig artikel
50, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Artikel 12
Verbodsbepalingen 1. Het is EU-vaartuigen verboden de
onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te
landen: a) reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en
witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren; b) haringhaai (Lamna nasus) in alle
wateren, tenzij in bijlage I, deel B, van Verordening (EU) nr. .../2013[27] [28]anders is bepaald; c) zee-engel (Squatina squatina) in
de EU-wateren; d) vleet (Dipturus batis) in de
EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII,
IX en X; e) golfrog (Raja undulata) en witte
rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII,
IX en X; f) gitaarroggen (Rhinobatidae) in de
EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en
XII; g) reuzenmanta (Manta birostris) in
alle wateren. 2. Incidenteel gevangen vissen
van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet. Artikel 13
Gegevensverstrekking Wanneer de lidstaten overeenkomstig de
artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking
tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen,
gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde
bestandscodes. Hoofdstuk II
Vismachtigingen in wateren van derde landen Artikel 14
Vismachtigingen 1. Het maximumaantal vismachtigingen
voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage
III. 2. Indien een lidstaat quota in de in
bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van
Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of
"swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen
overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage
III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet
worden overschreden. Hoofdstuk III
Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer Artikel 15
Overdrachten van quota 1. Wanneer de voorschriften van
regionale organisaties voor visserijbeheer voorzien in overdrachten en
uitwisselingen van quota, kan de Commissie, na kennisgeving door de lidstaten,
overdrachten en uitwisselingen van quota met andere verdragsluitende partijen
bij deze organisaties goedkeuren. Na de goedkeuring stelt de Commissie het
secretariaat van de organisatie overeenkomstig de voorschriften van deze
organisatie in kennis van deze overdrachten en uitwisselingen. 2. Vóór de in lid 1 bedoelde
kennisgeving kunnen de lidstaten overdrachten en uitwisselingen van quota
bespreken met andere verdragsluitende partijen en, in voorkomend geval,
mogelijke lijnen uitzetten voor de geplande quota-overdrachten. 3. Na de goedkeuring en de kennisgeving
wijzigt de Commissie de betrokken quota middels uitvoeringshandelingen
overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde procedure. 4. De uit dergelijke quota-overdrachten
met andere verdragsluitende partijen of regionale organisaties voor
visserijbeheer resulterende toewijzing van vangstmogelijkheden laat de
bestaande verdeling van vangstmogelijkheden over de lidstaten overeenkomstig
het beginsel van de relatieve stabiliteit onverlet. Afdeling 1
ICCAT-verdragsgebied Artikel 16
Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn 1. Het aantal met de hengel of de
sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische
Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en
30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 1 van
bijlage IV. 2. Het aantal in het kader van de
ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee
actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 2 van bijlage IV. 3. Het aantal EU-vaartuigen dat in de
Adriatische Zee voor kweekdoeleinden actief op blauwvintonijn tussen
8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt
overeenkomstig punt 3 van bijlage IV. 4. Het aantal en de in brutoton
uitgedrukte totale capaciteit van de vissersvaartuigen die in het oostelijke
deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen
vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden,
worden beperkt overeenkomstig punt 4 van bijlage IV. 5. Het aantal tonnara's dat in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt
bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig punt 5 van
bijlage IV. 6. De capaciteit voor het kweken en
mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen
blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden
beperkt overeenkomstig punt 6 van bijlage IV. Artikel 17
Aanvullende voorwaarden voor de in bijlage ID toegewezen quota voor
blauwvintonijn Onverminderd de in artikel 7, lid 2, van
Verordening (EG) nr. 302/2009 vastgestelde verbodsperiode is het in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee van 15 april
tot en met 15 mei 2013 verboden met ringzegenvaartuigen op blauwvintonijn te
vissen. Artikel 18
Recreatie- en sportvisserij De lidstaten kennen een specifiek quotum van
de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie-
en sportvisserij. Artikel 19
Haaien 1. In alle visserijtakken geldt een
verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus). 2. Het is verboden gericht te vissen
op voshaaisoorten van het geslacht Alopias. 3. In verband met de visserij in het
ICCAT‑verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen
en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de
familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo). 4. In alle visserijtakken geldt een
verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige
karkassen van witpunthaaien (Carcharhinus longimanus). 5. In alle visserijtakken geldt een
verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis). Afdeling 2
CCAMLR-verdragsgebied Artikel 20
Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen 1. Gerichte visserij op de in bijlage
V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en
perioden. 2. Voor experimentele visserij worden
de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd in
bijlage V, deel B. Artikel 21
Experimentele visserij 1. Alleen lidstaten die lid zijn van
de CCAMLR, mogen in 2013 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op
Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren
58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie.
Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om aan die
visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan overeenkomstig
de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni
2013 in kennis. 2. De TAC's en de bijvangsten in de
FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a en
de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research
Units, SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De
visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de
geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor
de visserij wordt gesloten. 3. De visserijactiviteiten vinden plaats
in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel mogelijk verschillende
diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het
visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te
voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1,
58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan
550 m. Artikel 22
Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2013/2014 1. Alleen de lidstaten die lid zijn
van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2013/2014 in het
CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen.
Lidstaten die lid zijn van de CCAMLR en die voornemens zijn om in het CCAMLR‑verdragsgebied
op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig
artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, en de Commissie uiterlijk op 1
juni 2013 in kennis van: a) hun voornemen om op Antarctisch krill te
vissen, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel C; b) de netconfiguratie, waarbij zij gebruik
maken van het formulier in bijlage V, deel D. 2. De in lid 1 van dit artikel
bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004
bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om
aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen. 3. Een lidstaat die voornemens is om
in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen
kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de
kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren,
maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van
de lidstaat zullen voeren. 4. De lidstaten mogen toestaan dat een
ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel aan het
CCAMLR‑secretariaat gemelde vaartuigen deelneemt aan de visserij op
Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele
redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken
lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie
onverwijld op de hoogte, met opgave van: a) alle bijzonderheden over het vervangende
vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening
(EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie; b) een volledig overzicht van de redenen
voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of
referenties. 5. De lidstaten staan niet toe dat een
vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van
vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten
verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt. Afdeling 3
IOTC-verdragsgebied Artikel 23
Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied
vissen 1. Het maximumaantal EU-vaartuigen dat
in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in
brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 1 van bijlage
VI. 2. Het maximumaantal EU-vaartuigen dat
in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte
tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in brutotonnage
uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 2 van bijlage VI. 3. De lidstaten kunnen vaartuigen die
zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken,
toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie
kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning
voor de betrokken visbestanden leidt. 4. De lidstaten zorgen er bij een
voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te
dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere
regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op
de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en
ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet
worden overgedragen. 5. Teneinde rekening te houden met de
uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen, mogen de
lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen
bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima. Artikel 24
Haaien 1. In alle visserijtakken geldt een
verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae. 2. Incidenteel gevangen vissen van de
in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk
teruggezet. Afdeling 4
SPRFMO-verdragsgebied Artikel 25
Pelagische visserij - capaciteitsbeperking De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief
pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied,
beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in
2013 op pelagische bestanden vissen, tot het niveau van in totaal 78 610
brutotonnage in dat gebied, en wel op zodanige wijze dat de duurzame
exploitatie van de pelagische visbestanden in het zuidelijke deel van de Stille
Oceaan is gewaarborgd. Artikel 26
Pelagische visserij - TAC's 1. Alleen de lidstaten die in 2007,
2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het
SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 25, mogen in dat gebied
op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ
vastgestelde TAC's. 2. De lidstaten stellen de Commissie
maandelijks in kennis van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de brutotonnage,
van vaartuigen die hun vlag voeren en die betrokken zijn bij de in dit artikel
bedoelde visserij. 3. Voor de monitoring van de in dit
artikel bedoelde visserij sturen de lidstaten de Commissie, ter toezending aan
het interim-secretariaat van de SPRFMO, gegevens van satellietvolgsystemen voor
vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien
voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijftiende dag van de
maand na die waarop de gegevens betrekking hebben. Artikel 27
Bodemvisserij Lidstaten met een geregistreerde activiteit in
de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het
SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december
2006 beperken hun inspanning of vangsten tot: a) de gemiddelde vangsten of
inspanningsparameters in die periode; en b) uitsluitend de delen van het
SPRFMO-verdragsgebied waar in een eerder visseizoen bodemvisserijactiviteiten
hebben plaatsgevonden. Afdeling 5
IATTC-verdragsgebied Artikel 28
Ringzegenvisserij 1. De visserij met ringzegens op
geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus)
en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden: a) van 29 juli tot en met 28 september 2013,
of van 18 november 2013 tot en met 18 januari 2014, in het gebied dat wordt
begrensd door: –
de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan, –
lengtegraad 150° WL, –
breedtegraad 40° NB, –
breedtegraad 40° ZB; (b)
van 29 september tot en met 29 oktober 2013 in het
gebied dat wordt begrensd door: –
lengtegraad 96° WL, –
lengtegraad 110° WL, –
breedtegraad 4° NB, –
breedtegraad 3° ZB. 2. De betrokken lidstaten delen de
Commissie vóór 1 april 2013 de in lid 1 bedoelde periode mee waarin de
visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de
betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1
beschreven gebieden en gedurende de geselecteerde periode stop. 3. Ringzegenvaartuigen die in het
IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen,
grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden
deze over. 4. Lid 3 geldt niet in de volgende
gevallen: a) wanneer de vis om andere redenen dan de
grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of b) wanneer er tijdens de laatste trek van
een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen
tonijn op te slaan. 5. Het is verboden in het
IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus
longimanus), en delen van of volledige karkassen van in dat gebied gevangen
oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, op te slaan, voor
verkoop aan te bieden, te verkopen of aan te landen. 6. Incidenteel gevangen vissen van de
in lid 5 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk
teruggezet door de exploitanten van vaartuigen, die eveneens: a) het aantal teruggezette exemplaren
registreren, met vermelding van de toestand (levend of dood); b) de onder a) vermelde informatie meedelen
aan de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn. De lidstaten delen deze informatie
uiterlijk op 31 januari 2013 aan de Commissie mee. Afdeling 6
SEAFO-verdragsgebied Artikel 29
Verbod op de visserij op diepzeehaaien De gerichte visserij op de volgende
diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden: –
roggen (Rajidae), –
doornhaai (Squalus acanthias), –
gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus
bigelowi), –
kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus), –
grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), –
gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), –
spookkathaai (Apristurus manis), –
fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus), –
en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha. Afdeling 7
WCPFC-verdragsgebied Artikel 30
Beperkingen van de visserijinspanning voor grootoogtonijn, geelvintonijn,
gestreepte tonijn en Zuid-Pacifische witte tonijn De lidstaten zien erop toe dat de totale
inspanning bij de visserij op grootoogtonijn (Thunnus obesus),
geelvintonijn (Thunnus albacares), gestreepte tonijn (Katsuwonus
pelamis) en Zuid‑Pacifische witte tonijn (Thunnus alalunga) in
het WCPFC-verdragsgebied wordt beperkt tot de visserijinspanning die in
partnerschapsovereenkomsten tussen de Unie en kuststaten in de regio is
overeengekomen. Artikel 31
Gesloten gebied voor de visserij met vis aantrekkende voorzieningen (FAD's) 1. In het gedeelte van het
WCPFC-verdragsgebied tussen 20° NB en 20° ZB zijn visserijactiviteiten van
ringzegenvaartuigen die gebruik maken van vis aantrekkende voorzieningen (fish
aggregating devices — FAD's), verboden tussen 1 juli 2013 00.00 uur en 30
september 2013 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat
gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen visserijactiviteiten verrichten
indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig
op geen enkel ogenblik: a) een FAD of soortgelijk elektronisch
apparaat gebruikt of in dienst heeft; b) met behulp van FAD's vist op scholen. 2. Alle ringzegenvaartuigen die in het
in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle
gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en
landen deze aan of laden deze over. 3. Lid 2 geldt niet in de volgende
gevallen: a) tijdens de laatste trek van een visreis,
indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan; b) wanneer de vis om andere redenen dan de
grootte niet geschikt is voor menselijke consumptie, of c) wanneer zich een ernstige storing van de
koelinstallatie voordoet. Artikel 32
Gesloten gebieden voor de ringzegenvisserij De visserij met ringzegens op grootoogtonijn
en geelvintonijn is verboden in de volgende, in volle zee gelegen gebieden: a) de internationale wateren die worden
afgebakend door de grenzen van de exclusieve economische zones van Indonesië,
Palau, Micronesia en Papoea-Nieuw-Guinea; b) de internationale wateren die worden
afgebakend door de grenzen van de exclusieve economische zones van Micronesia,
de Marshalleilanden, Nauru, Kiribati, Tuvalu, Fiji, de Salomonseilanden en
Papoea-Nieuw-Guinea. Artikel 33
Beperking van het aantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in de
gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias
gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII. Afdeling 8
Beringzee Artikel 34
Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee De visserij op Alaskapollak (Theragra
chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden. Afdeling 9
NAFO-verdragsgebied Artikel 35
Verhoging van de TAC voor witte heek Indien de NAFO de TAC voor het bestand van
witte heek overeenkomstig haar procedures verhoogt, kan de Commissie de TAC en
quota voor dit bestand in NAFO-deelsector 3NO herzien middels
uitvoeringshandelingen overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde
procedure. TITEL III
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN Artikel 36
TAC's Vissersvaartuigen die de vlag voeren van
Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen
in EU-wateren vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening
vastgestelde TAC's en de in de onderhavige verordening en in hoofdstuk III
van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vastgestelde voorwaarden. Artikel 37
Vismachtigingen 1. Het maximumaantal vismachtigingen
voor vaartuigen van derde landen die in EU‑wateren vissen, wordt vastgesteld
in bijlage VIII. 2. Vis van bestanden waarvoor TAC's
zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits die
vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben, en dat
quotum niet is opgebruikt. Artikel 38
Verbodsbepalingen
1. Het is vaartuigen van derde
landen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over
te laden en aan te landen: a) reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en
witte haai (Carcharodon carcharias) in EU‑wateren; b) zee-engel (Squatina squatina) in
de EU-wateren; c) vleet (Dipturus batis) in de
EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII,
IX en X; d) golfrog (Raja undulata) en witte
rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII,
IX en X; e) haringhaai (Lamna nasus) in de
EU-wateren; f) gitaarroggen (Rhinobatidae) in de
EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VIII, IX, X en XII; g) reuzenmanta (Manta birostris) in
de EU-wateren. 2. Incidenteel gevangen vissen
van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet. TITEL IV
SLOTBEPALINGEN Artikel 39
Comitéprocedure 1 De Commissie wordt bijgestaan door
het bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 ingestelde Comité voor de visserij en de
aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr.
182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt
verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 3. Wanneer naar dit lid wordt
verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met
artikel 5, van toepassing. Artikel 40
Inwerkingtreding en toepassing Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari
2013. Artikel 8 is evenwel van toepassing met ingang
van 1 februari 2013. De in de artikelen 20, 21 en 22 en de bijlagen
IE en V vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor het
CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van de aldaar vermelde
data. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter LIJST VAN BIJLAGEN BIJLAGE I : TAC's voor EU-vaartuigen in
gebieden waar TAC's gelden, per soort en per gebied BIJLAGE IA : Skagerrak, Kattegat,
ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII EN XIV,
EU-wateren van CECAF BIJLAGE IB : Noordoostelijke Atlantische
Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden I, II, V, XII en XIV en Groenlandse
wateren van NAFO 0 en 1 BIJLAGE IC : Noordwestelijke Atlantische
Oceaan – NAFO-verdragsgebied BIJLAGE ID : Over grote afstanden trekkende
soorten - alle gebieden BIJLAGE IE : Antarctisch gebied -
CCAMLR-verdragsgebied BIJLAGE IF : Zuidoost-Atlantische oceaan -
SEAFO-verdragsgebied BIJLAGE IG : Zuidelijke blauwvintonijn - alle
gebieden BIJLAGE IH : WCPFC-verdragsgebied BIJLAGE IJ : SPRFMO-verdragsgebied BIJLAGE IIA: Visserijinspanning voor
vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en
tongbestanden in het Skaggerak, het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het
Skagerrak en het Kattegat behoort, ICES-deelgebied IV, de EU-wateren van
ICES-sector IIa en ICES-sector VIId BIJLAGE IIB: Vangstmogelijkheden voor
vaartuigen die vissen op zandspiering in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in
ICES-deelgebied IV BIJLAGE III : Maximumaantal vismachtigingen
voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen BIJLAGE IV : ICCAT-verdragsgebied BIJLAGE V : CCAMLR-verdragsgebied BIJLAGE VI : IOTC-verdragsgebied BIJLAGE VII : WCPFC-verdragsgebied BIJLAGE VIII : Kwantitatieve beperkingen
inzake vismachtigingen voor vissersvaartuigen van derde landen die in de
EU-wateren vissen BIJLAGE I TAC'S VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR
TAC'S GELDEN, PER SOORT EN PER GEBIED
De tabellen in de bijlagen IA, IB, IC, ID, IE,
IF, IG, IH en IJ bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij
anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er
functioneel verband mee houden. Alle in deze bijlage vastgestelde
vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009,
met name de artikelen 33 en 34. Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen
naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de
visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de
vissoort. Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende
vergelijkende tabel van de wetenschappelijke en gebruikelijke namen: Wetenschappelijke naam || Drielettercode || Gewone naam Amblyraja radiata || RJR || Sterrog Ammodytes spp. || SAN || Zandspieringen Argentina silus || ARU || Grote zilvervis Beryx spp. || ALF || Beryciden Brosme brosme || USK || Lom Caproidae || BOR || Evervissen Centrophorus squamosus || GUQ || Donkere doornhaai Centroscymnus coelolepis || CYO || Portugese ijshaai Chaceon spp. || CGE || Rode diepzeekrab Champsocephalus gunnari || ANI || IJsvis Chionoecetes spp. || PCR || Pacifische sneeuwkrabben Clupea harengus || HER || Haring Coryphaenoides rupestris || RNG || Grenadiervis Dalatias licha || SCK || Zwarte haai Deania calcea || DCA || Spitssnuitsnavelhaai Dipturus batis || RJB || Vleet Dissostichus eleginoides || TOP || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus mawsoni || TOA || Antarctische ijsheek Engraulis encrasicolus || ANE || Ansjovis Etmopterus princeps || ETR || Grote lantaarnhaai Etmopterus pusillus || ETP || Gladde lantaarnhaai Euphausia superba || KRI || Antarctische krill Gadus morhua || COD || Kabeljauw Galeorhinus galeus || GAG || Ruwe haai Glyptocephalus cynoglossus || WIT || Witje Hippoglossoides platessoides || PLA || Amerikaanse schol Hippoglossus hippoglossus || HAL || Heilbot Hoplostethus atlanticus || ORY || Atlantische slijmkop Illex illecebrosus || SQI || Kortvinpijlinktvis Lamna nasus || POR || Haringhaai Lepidonotothen squamifrons || NOS || Grijze zuidpoolkabeljauw Lepidorhombus spp. || LEZ || Scharretongen Raja circularis || RJI || Zandrog Raja fullonica || RJF || Kaardrog Leucoraja naevus || RJN || Grootoogrog Limanda ferruginea || YEL || Geelstaartschar Limanda limanda || DAB || Schar Lophiidae || ANF || Zeeduivels Macrourus spp. || GRV || Grenadiervissen Makaira nigricans || BUM || Blauwe marlijn Mallotus villosus || CAP || Lodde Manta birostris || RMB || Reuzenmanta Martialia hyadesi || SQS || Inktvis Melanogrammus aeglefinus || HAD || Schelvis Merlangius merlangus || WHG || Wijting Merluccius merluccius || HKE || Heek Micromesistius poutassou || WHB || Blauwe wijting Microstomus kitt || LEM || Tongschar Molva dypterygia || BLI || Blauwe leng Molva molva || LIN || Leng Nephrops norvegicus || NEP || Langoustine Pandalus borealis || PRA || Noordse garnaal Paralomis spp. || PAI || Krabben Penaeus spp. || PEN || Peneïde garnalen Platichthys flesus || FLE || Bot Pleuronectes platessa || PLE || Schol Pleuronectiformes || FLX || Platvissen Pollachius pollachius || POL || Pollak Pollachius virens || POK || Koolvis Psetta maxima || TUR || Tarbot Raja brachyura || RJH || Blonde rog Raja clavata || RJC || Stekelrog Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog Raja microocellata || RJE || Kleinoogrog Raja montagui || RJM || Gevlekte rog Raja undulata || RJU || Golfrog Rajiformes || SRX || Roggen Reinhardtius hippoglossoides || GHL || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Raja alba || RJA || Witte rog Scomber scombrus || MAC || Makreel Scophthalmus rhombus || BLL || Griet Sebastes spp. || RED || Roodbaarzen Solea solea || SOL || Tong Solea spp. || SOO || Tongen Sprattus sprattus || SPR || Sprot Squalus acanthias || DGS || Doornhaai Tetrapturus albidus || WHM || Witte marlijn Thunnus maccoyii || SBF || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus obesus || BET || Grootoogtonijn Thunnus thynnus || BFT || Blauwvintonijn Trachurus murphyi || CJM || Chileense horsmakreel Trachurus spp. || JAX || Horsmakrelen Trisopterus esmarkii || NOP || Kever Urophycis tenuis || HKW || Witte heek Xiphias gladius || SWO || Zwaardvis De onderstaande
concordantietabel van gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt
uitsluitend ter verduidelijking gegeven: Amerikaanse schol || PLA || Hippoglossoides platessoides Ansjovis || ANE || Engraulis encrasicolus Antarctische ijsheek || TOA || Dissostichus mawsoni Antarctische krill || KRI || Euphausia superba Atlantische slijmkop || ORY || Hoplostethus atlanticus Beryciden || ALF || Beryx spp. Blauwe leng || BLI || Molva dypterygia Blauwe marlijn || BUM || Makaira nigricans Blauwe wijting || WHB || Micromesistius poutassou Blauwvintonijn || BFT || Thunnus thynnus Blonde rog || RJH || Raja brachyura Bot || FLE || Platichthys flesus Chileense horsmakreel || CJM || Trachurus murphyi Donkere doornhaai || GUQ || Centrophorus squamosus Doornhaai || DGS || Squalus acanthias Evervissen || BOR || Caproidae Geelstaartschar || YEL || Limanda ferruginea Gevlekte rog || RJM || Raja montagui Gladde lantaarnhaai || ETP || Etmopterus pusillus Golfrog || RJU || Raja undulata Grenadiervis || RNG || Coryphaenoides rupestris Grenadiervissen || GRV || Macrourus spp. Griet || BLL || Scophthalmus rhombus Grijze zuidpoolkabeljauw || NOS || Lepidonotothen squamifrons Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || GHL || Reinhardtius hippoglossoides Grootoogrog || RJN || Leucoraja naevus Grootoogtonijn || BET || Thunnus obesus Grote lantaarnhaai || ETR || Etmopterus princeps Grote zilvervis || ARU || Argentina silus Haring || HER || Clupea harengus Haringhaai || POR || Lamna nasus Heek || HKE || Merluccius merluccius Heilbot || HAL || Hippoglossus hippoglossus Horsmakrelen || JAX || Trachurus spp. IJsvis || ANI || Champsocephalus gunnari Inktvis || SQS || Martialia hyadesi Kaardrog || RJF || Raja fullonica Kabeljauw || COD || Gadus morhua Kever || NOP || Trisopterus esmarkii Kleinoogrog || RJE || Raja microocellata Koolvis || POK || Pollachius virens Kortvinpijlinktvis || SQI || Illex illecebrosus Krabben || PAI || Paralomis spp. Langoustine || NEP || Nephrops norvegicus Leng || LIN || Molva molva Lodde || CAP || Mallotus villosus Lom || USK || Brosme brosme Makreel || MAC || Scomber scombrus Noordse garnaal || PRA || Pandalus borealis Noorse rog || JAD || Raja (Dipturus) nidarosiensis Pacifische sneeuwkrabben || PCR || Chionoecetes spp. Peneïde garnalen || PEN || Penaeus spp. Platvissen || FLX || Pleuronectiformes Pollak || POL || Pollachius pollachius Portugese ijshaai || CYO || Centroscymnus coelolepis Reuzenmanta || RMB || Manta birostris Rode diepzeekrab || CGE || Chaceon spp. Roggen || SRX || Rajiformes Roodbaarzen || RED || Sebastes spp. Ruwe haai || GAG || Galeorhinus galeus Schar || DAB || Limanda limanda Scharretongen || LEZ || Lepidorhombus spp. Schelvis || HAD || Melanogrammus aeglefinus Schol || PLE || Pleuronectes platessa Spitssnuitsnavelhaai || DCA || Deania calcea Sprot || SPR || Sprattus sprattus Stekelrog || RJC || Raja clavata Sterrog || RJR || Amblyraja radiata Tarbot || TUR || Psetta maxima Tong || SOL || Solea solea Tongen || SOO || Solea spp. Tongschar || LEM || Microstomus kitt Vleet || RJB || Dipturus batis Wijting || WHG || Merlangius merlangus Witje || WIT || Glyptocephalus cynoglossus Witte heek || HKW || Urophycis tenuis Witte marlijn || WHM || Tetrapturus albidus Witte rog || RJA || Raja alba Zandrog || RJI || Raja circularis Zandspieringen || SAN || Ammodytes spp. Zeeduivels || ANF || Lophiidae Zuidelijke blauwvintonijn || SBF || Thunnus maccoyii Zwaardvis || SWO || Xiphias gladius Zwarte haai || SCK || Dalatias licha Zwarte patagonische ijsheek || TOP || Dissostichus eleginoides BIJLAGE IA SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN I,
II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII EN XIV, EU-WATEREN VAN CECAF Soort: || Zandspieringen Ammodytes spp. || Gebied: || Noorse wateren van IV (SAN/04-N.) || Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || || Soort: || Zandspieringen en bijvangsten Ammodytes spp. || Gebied: || EU-wateren van IIa, IIIa en IV(1) || Denemarken || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Verenigd Koninkrijk || pm || (2) || Duitsland || pm || (2) || Zweden || pm || (2) || Unie || pm || || Noorwegen || pm || || || || || TAC || pm || || (1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula. (2) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet bestaan uit zandspiering. Bijvangsten van schar, makreel en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2A3A4). || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspiering als omschreven in bijlage IIB, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: Gebied: EU-wateren van de beheersgebieden voor zandspiering(1) || || 1 || 2 || 3 || 4 || 5 || 6 || 7 || || (SAN/234_1) || (SAN/234_2.) || (SAN/234_3) || (SAN/234_4.) || (SAN/234_5) || (SAN/234_6) || (SAN/234_7) || Denemarken || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || Duitsland || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || Zweden || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || Unie || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || Noorwegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || || || || || || || || || Totaal || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || (1) Kan overeenkomstig artikel 5, lid 4, van deze verordening worden herzien. Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV (USK/1214EI) Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC Frankrijk || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Andere || pm || (1) Unie || pm || (1) || pm || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren van IV (USK/04-C.) Denemarken || pm || || Analytische TAC Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Zweden || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Andere || pm || (1) Unie || pm || || pm || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII (USK/567EI.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. Spanje || pm || Frankrijk || pm || Ierland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Andere || pm || (1) Unie || pm || Noorwegen || pm || (2) (3) (4) || pm || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). (3) Bijzondere voorwaarde: Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton (OTH/*5B67-). (4) Inclusief leng. De quota voor Noorwegen zijn: pm ton leng (LIN/*5B67-), en pm ton lom (USK/*5B67-) en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen. Soort: || Lom Brosme brosme || Gebied: || Noorse wateren van IV (USK/04-N.) België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A.) Denemarken || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || (2) Zweden || pm || (2) Unie || pm || (2) || || TAC || pm || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Bijzondere voorwaarde: Tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.). Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB (HER/4AB.) Denemarken || pm || || Analytische TAC. Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Zweden || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || Noorwegen || pm || (2) || || TAC || pm || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring aan de Commissie melden, uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.). (2) Tot pm ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/*04N-) || Unie || pm Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/04-N.) Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IIIa (HER/03A-BC) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Zweden || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IV, VIId en EU-wateren van IIa (HER/2A47DX) België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Zweden || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. Soort: || Haring (1) Clupea harengus || Gebied: || IVc, VIId (2) (HER/4CXB7D) België || pm || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || (3) Duitsland || pm || (3) Frankrijk || pm || (3) Nederland || pm || (3) Verenigd Koninkrijk || pm || (3) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56' NB, 1° 19,1' OL) tot 51° 33' NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk. (3) Bijzondere voorwaarde: Tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.). Soort: || Haring Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN(1) (HER/5B6ANB) Duitsland || pm || || Analytische TAC Frankrijk || pm || Ierland || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || pm || TAC || pm || (1) Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-zone VIa ten oosten van 7° WL en ten noorden van 55° NB, of ten westen van 7° WL en ten noorden van 56° NB met uitzondering van de Clyde. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Skagerrak (COD/03AN.) België || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || (1) Duitsland || pm || (1) Nederland || pm || (1) Zweden || pm || (1) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (COD/2A3AX4) België || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || (1) Duitsland || pm || (1) Frankrijk || pm || (1) Nederland || pm || (1) Zweden || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || Noorwegen || pm || (2) || || TAC || pm || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. (2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Noorse wateren van IV (COD/*04N-) || Unie || pm Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (COD/04-N.) Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || (1) Bijvangsten van schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || VIId (COD/07D.) België || pm || (1) || Analytische TAC Frankrijk || pm || (1) Nederland || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. Soort: || Schar en bot Limanda limanda en Platichthys flesus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (DAB/2AC4-C) voor schar; (FLE/2AC4-C) voor bot België || pm || || Voorzorgs-TAC Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Zweden || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Zeeduivels Lophiidae || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (ANF/2AC4-C) || België || pm || (1) || Analytische TAC || Denemarken || pm || (1) || Duitsland || pm || (1) || Frankrijk || pm || (1) || Nederland || pm || (1) || Zweden || pm || (1) || Verenigd Koninkrijk || pm || (1) || Unie || pm || (1) || || || || TAC || pm || || (1) Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 5 % mag worden gevist in: VI; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*56-14). || || Soort: || Zeeduivels Lophiidae || Gebied: || Noorse wateren van IV (ANF/04-N.) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Nederland || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || || Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IIIa; EU-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa (HAD/2AC4.) || België || pm || || Analytische TAC || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || || || || || TAC || pm || || || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || Noorse wateren van IV (HAD/*04N-) || || || Unie || pm || || || || Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HAD/04-N.) || Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV (HAD/6B1214) || België || pm || || Analytische TAC || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Ierland || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IIIa (WHG/03A.) || Denemarken || pm || || Voorzorgs-TAC || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Wijting Merlangius merlangus || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa (WHG/2AC4.) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || (1) || || || || TAC || pm || || (1) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || Noorse wateren van IV (WHG/*04N-) || || Unie || pm || || || Soort: || Wijting en pollak Merlangius merlangus en Pollachius pollachius || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (WHG/04-N.) voor wijting; (POL/04-N.) voor pollak || Zweden || pm || (1) || Voorzorgs-TAC. || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || Noorse wateren van II en IV (WHB/24-N.) || Denemarken || pm || || Analytische TAC || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) || Denemarken || pm || (1) || Analytische TAC || Duitsland || pm || (1) || Spanje || pm || (1) (2) || Frankrijk || pm || (1) || Ierland || pm || (1) || Nederland || pm || (1) || Portugal || pm || (1) (2) || Zweden || pm || (1) || Verenigd Koninkrijk || pm || (1) || Unie || pm || (1) || Noorwegen || pm || || TAC || pm || || (1) Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1). (2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. || Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (WHB/8C3411) Spanje || pm || || Analytische TAC Portugal || pm || Unie || pm || (1) || || TAC || pm || (1) Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2). || Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL (WHB/24A567) || Noorwegen || pm || (1) (2) || Analytische TAC || || || || TAC || pm || || (1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. (2) Bijzondere voorwaarde: In zone IV mag ten hoogste pm ton worden gevangen, zijnde 25 % van het toegangsquotum van Noorwegen. || || Soort: || Tongschar en witje Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (LEM/2AC4-C) voor tongschar; (WIT/2AC4-C) for witje || België || pm || || Voorzorgs-TAC || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Blauwe leng Molva dypterygia || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI, VII, (BLI/5B67-)(3) || Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. || Estland || pm || || Spanje || pm || || Frankrijk || pm || || Ierland || pm || || Litouwen || pm || || Polen || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Andere || pm || (1) || Unie || pm || || Noorwegen || pm || (2) || || || || TAC || pm || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C). (3) Bijzondere voorschriften gelden overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1288/2009[29] en punt 7 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 43/2009[30]. || || Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II (LIN/1/2.) || Denemarken || pm || || Analytische TAC || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Andere || pm || (1) || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren van IV (LIN/04-C.) || België || pm || || Analytische TAC || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V (LIN/05.) België || pm || || Voorzorgs-TAC Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV (LIN/6X14.) België || pm || || Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. Denemarken || pm || Duitsland || pm || Spanje || pm || Frankrijk || pm || Ierland || pm || Portugal || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || Noorwegen || pm || (1) (2) || || TAC || pm || (1) Bijzondere voorwaarde: Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton (OTH/*6X14.). (2) Inclusief lom. De quota voor Noorwegen zijn: De quota voor Noorwegen zijn pm ton leng en pm ton lom en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden en de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen. Soort: || Leng Molva molva || Gebied: || Noorse wateren van IV (LIN/04-N.) België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Langoustine Nephrops norvegicus || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 (NEP/3A/BCD) Denemarken || pm || || Analytische TAC Duitsland || pm || Zweden || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Langoustine Nephrops norvegicus || Gebied: || Noorse wateren van IV (NEP/04-N.) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || IIIa (PRA/03A.) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Zweden || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (PRA/2AC4-C) || Denemarken || pm || || Analytische TAC || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (PRA/04-N.) || Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Zweden || pm || (1) || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || Skagerrak (PLE/03AN.) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || Kattegat (PLE/03AS.) || Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Duitsland || pm || || Zweden || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Schol Pleuronectes platessa || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (PLE/2A3AX4) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || || || || || TAC || pm || || || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || Noorse wateren van IV (PLE/*04N-) || || || Unie || pm || || || || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) || België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || (1) || || || || TAC || pm || || (1) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. || || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV (POK/56 -14) || Duitsland || pm || || Analytische TAC || Frankrijk || pm || || Ierland || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || (1) || || || || TAC || pm || || || || || || (1) Dienen te worden gevangen ten noorden van 56°30′ NB. || || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (POK/04-N.) || Zweden || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Unie || pm || || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || Soort: || Tarbot en griet Psetta maxima en Scopthalmus rhombus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (TUR/2AC4-C) voor tarbot; (BLL/2AC4-C) voor griet || België || pm || || Voorzorgs-TAC || Denemarken || pm || || Duitsland || pm || || Frankrijk || pm || || Nederland || pm || || Zweden || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || || || || TAC || pm || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI (GHL/2A-C46) || Denemarken || pm || || Analytische TAC || Duitsland || pm || || Estland || pm || || Spanje || pm || || Frankrijk || pm || || Ierland || pm || || Litouwen || pm || || Polen || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || || Unie || pm || || Noorwegen || pm || (1) || TAC || pm || || (1) Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C). || || Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) || België || pm || (3) || Analytische TAC || Denemarken || pm || (3) || Duitsland || pm || (3) || Frankrijk || pm || (3) || Nederland || pm || (3) || Zweden || pm || (1) (2) (3) || Verenigd Koninkrijk || pm || (3) || Unie || pm || (1) (3) || Noorwegen || pm || (4) || || || || TAC || Niet relevant || || (1) Bijzondere voorwaarde: Waarvan pm ton te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-). (2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). (4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (“toegangsquotum”). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van pm ton. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve pm ton die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.). || Bijzondere voorwaarde: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || IIIa (MAC/*03A.) || IIIa en IVbc (MAC/*3A4BC) || IVb (MAC/*04B.) || IVc (MAC/*04C.) || VI, internationale wateren van IIa, van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en in december 2013 (MAC/*2A6.) || Denemarken || pm || pm || pm || pm || pm || Frankrijk || pm || pm || pm || pm || pm || Nederland || pm || pm || pm || pm || pm || Zweden || pm || pm || pm || pm || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || pm || pm || pm || pm || Noorwegen || pm || pm || pm || pm || pm || || || Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14-) Duitsland || pm || || Analytische TAC Spanje || pm || Estland || pm || Frankrijk || pm || Ierland || pm || Letland || pm || Litouwen || pm || Nederland || pm || Polen || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || Noorwegen || pm || (1) (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). (2) Noorwegen mag pm ton extra aan toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || EU-wateren en Noorse wateren van IVa (MAC/*04A-EN) Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari 2013 en van 1 september tot en met 31 december 2013 || Noorse wateren van IIa (MAC/*2AN-) Duitsland || pm || || pm || Frankrijk || pm || || pm || Ierland || pm || || pm || Nederland || pm || || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || || pm || Unie || pm || || pm || Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (MAC/8C3411) Spanje || pm || (1) || Analytische TAC Frankrijk || pm || (1) Portugal || pm || (1) Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || (1) Bijzondere voorwaarde: De hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || VIII b (MAC/*08B.) || Spanje || pm || Frankrijk || pm || Portugal || pm || Soort: || Makreel Scomber scombrus || Gebied: || Noorse wateren van IIa en IVa (MAC/2A4A-N.) Denemarken || pm || (1) (2) || Analytische TAC Unie || pm || (1) (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gemeld. Soort: || Tong Solea solea || Gebied: || EU-wateren van II en IV (SOL/24-C.) België || pm || || Analytische TAC Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || Noorwegen || pm || (1) || || TAC || pm || (1) Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SOL/*04-C.). Soort: || Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus || Gebied: || IIIa (SPR/03A.) Denemarken || pm || (1) || Voorzorgs-TAC Duitsland || pm || (1) Zweden || pm || (1) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*03A.). Soort: || Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV (SPR/2AC4-C) België || pm || (4) || Voorzorgs-TAC Denemarken || pm || (4) Duitsland || pm || (4) Frankrijk || pm || (4) Nederland || pm || (4) Zweden || pm || (1) (4) Verenigd Koninkrijk || pm || (4) Unie || pm || Noorwegen || pm || (2) || || TAC || pm || (3) (1) Inclusief zandspiering. (2) Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SPR/*04-C.). (3) Kan overeenkomstig artikel 5, lid 4, van deze verordening worden herzien. (4) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2AC4C). Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU-wateren van IVb, IVc and VIId (JAX/4BC7D) België || pm || (3) || Voorzorgs-TAC Denemarken || pm || (3) Duitsland || pm || (1) (3) Spanje || pm || (3) Frankrijk || pm || (1) (3) Ierland || pm || (3) Nederland || pm || (1) (3) Portugal || pm || (3) Zweden || pm || (3) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (3) Unie || pm || Noorwegen || pm || (2) || || TAC || pm || (1) Bijzondere voorwaarde: Tot 5 % van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14). (2) Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*4BC7D). Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten Trachurus spp. || Gebied: || EU-wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU‑wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/2A-14) Denemarken || pm || (1) (3) || Analytische TAC Duitsland || pm || (1) (2) (3) Spanje || pm || (3) Frankrijk || pm || (1) (2) (3) Ierland || pm || (1) (3) Nederland || pm || (1) (2) (3) Portugal || pm || (3) Zweden || pm || (1) (3) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) (3) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Bijzondere voorwaarde: Tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2013 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D). (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5% van dit quotum mag worden gevangen in VIIId (JAX/*07D). (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*2A-14). Soort: || Kever en bijvangsten Trisopterus esmarkii || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIa en IV (NOP/2A3A4.) Denemarken || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || (1)(2) Nederland || pm || (1)(2) Unie || pm || (1) || || TAC || pm || Ten minste 95% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OTH/*2A3A4). Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EG-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV. Soort: || Kever Trisopterus esmarkii || Gebied: || Noorse wateren van IV (NOP/04-N.) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || || || Soort: || Industriële vis || Gebied: || Noorse wateren van IV (I/F/04-N.) Zweden || pm || (1) (2) || Voorzorgs-TAC Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (2) Bijzondere voorwaarde: Waarvan tot pm ton mag bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.). Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van Vb, VI en VII (OTH/5B67-C) Unie || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC Noorwegen || pm || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend vangsten met beuglijnen. Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van IV (OTH/04-N.) België || pm || || Voorzorgs-TAC Denemarken || pm || Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Zweden || Niet relevant || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. Soort: || Andere soorten || Gebied: || EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB (OTH/2A46AN) Unie || Niet relevant || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Noorwegen || pm || (1) (2) || || TAC || Niet relevant || (1) Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. BIJLAGE IB NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN
GROENLAND
ICES-DEELGEBIEDEN I, II, V, XII EN XIV
EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 0 EN 1 Soort: || Pacifische sneeuwkrabben Chionoecetes spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (PCR/N1GRN) Ierland || pm || || Spanje || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Haring Clupea harengus || Gebied: || EU-wateren, Noorse en internationale wateren van I en II (HER/1/2.) België || pm || (1) || Analytische TAC Denemarken || pm || (1) Duitsland || pm || (1) Spanje || pm || (1) Frankrijk || pm || (1) Ierland || pm || (1) Nederland || pm || (1) Polen || pm || (1) Portugal || pm || (1) Finland || pm || (1) Zweden || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || (1) Noorwegen || pm || (2) || || TAC || pm || (1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de gevangen hoeveelheden in elk van de volgende gebieden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen en de visserijbeschermingszone rond Svalbard. (2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten worden afgetrokken van het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in de EU-wateren ten noorden van 62° NB. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van het bovenstaande TAC-aandeel van de Unie mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan pm ton: || Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN) || || Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Noorse wateren van I en II (COD/1N2AB.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Griekenland || pm || Spanje || pm || Ierland || pm || Frankrijk || pm || Portugal || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV (COD/N1GL14) Duitsland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) Unie || pm || (1) (2) || || TAC || Niet relevant || (1) In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan van 1 juli tot en met 31 december 2013. (2) Maximaal 80 % van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet in elk gebied een minimuminspanning van 20 trekken per vaartuig worden verricht. Gebied Grens 1. Oost-Groenland (COD/N64E44) Ten noorden van 64° NB ten oosten van 44° WL 2. Oost-Groenland (COD/S64E44) Ten zuiden van 64° NB ten oosten van 44° WL 3. West-Groenland (COD/GRLW44) Ten westen van 44° WL Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || I en IIb (COD/1/2B.) Duitsland || pm || (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Spanje || pm || (3) Frankrijk || pm || (3) Polen || pm || (3) Portugal || pm || (3) Verenigd Koninkrijk || pm || (3) Andere lidstaten || pm || (1) (3) Unie || pm || (2) || || TAC || pm || (1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. (2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet. (3) Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 19 % vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw. Soort: || Kabeljauw en schelvis Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (COD/05B-F.) voor kabeljauw; (HAD/05B-F.) voor schelvis Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (HAL/514GRN) Portugal || pm || || Unie || pm || [Noorwegenl || pm] || [(1)] TAC || Niet relevant || [(1) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen met beuglijnen (HAL/*514GN).] Soort: || Heilbot Hippoglossus hippoglossus || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (HAL/N1GRN) Unie || pm || || [Noorwegen || pm] || [(1)] TAC || Niet relevant || [(1) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen met beuglijnen (HAL/*N01GN).] Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514GRN) Unie || pm || (1) || || || TAC || Niet relevant || (1) Bijzondere voorwaarde: Grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gemeld. Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/N1GRN.) Unie || pm || (1) || TAC || Niet relevant || || || (1) Bijzondere voorwaarde: Grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gemeld. Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || IIb (CAP/02B.) Unie || pm || || || || TAC || pm || Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (CAP/514GRN) Denemarken || pm || || Verenigd Koninkrijk || pm || Zweden || pm || Duitsland || pm || Alle lidstaten || pm || (1) (2) Unie || pm || (3) [Noorwegen || pm] || [(4)] TAC || Niet relevant || Met uitzondering van lidstaten met meer dan 10% van het quotum van de Unie. (2) Lidstaten waaraan een quotum werd toegewezen, mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. [3] Te vangen van 20 juni 2013 tot en met 30 april 2014. [(4) Toegewezen uit het quotum van de Unie.] Soort: || Schelvis Melanogrammus aeglefinus || Gebied: || Noorse wateren van I en II (HAD/1N2AB.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Blauwe wijting Micromesistius poutassou || Gebied: || Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || (1) (1) TAC vastgesteld volgens het tussen de Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland gevoerde overleg. Soort: || Leng en blauwe leng Molva molva en Molva dypterygia || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (LIN/05B-F.) voor leng; (BLI/05B-F.) voor blauwe leng Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (PRA/514GRN) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Unie || pm || [Noorwegen || pm] || [(1)] || || TAC || Niet relevant || [(1) Toegewezen uit het quotum van de Unie.] Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (PRA/N1GRN) Denemarken || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Noorse wateren van I en II (POK/1N2AB.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Internationale wateren van I en II (POK/1/2INT) Unie || pm || || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Koolvis Pollachius virens || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (POK/05B-F.) België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Nederland || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Noorse wateren van I en II (GHL/1N2AB.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Internationale wateren van I en II (GHL/1/2INT) Unie || pm || || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 (GHL/N1GRN) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || pm || (1) [Noorwegen || pm] || [(2)] || || TAC || Niet relevant || (1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. [(2) Toegewezen uit het quotum van de Unie en uitsluitend te bevissen in NAFO 1.] Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV (GHL/514GRN) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || (1) [Noorwegen || pm] || [(2)] || || TAC || Niet relevant || (1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden gevist. [(2) Toegewezen uit het quotum van de Unie.] Soort: || Roodbaars (ondiep pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214S) Estland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || (1) Spanje || pm || (1) Frankrijk || pm || (1) Ierland || pm || (1) Letland || pm || (1) Nederland || pm || (1) Polen || pm || (1) Portugal || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || (1) || || TAC || pm || (1) (1) Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2013. Soort: || Roodbaars (diep pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214D) Estland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || (1) (2) Spanje || pm || (1) (2) Frankrijk || pm || (1) (2) Ierland || pm || (1) (2) Letland || pm || (1) (2) Nederland || pm || (1) (2) Polen || pm || (1) (2) Portugal || pm || (1) (2) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) Unie || pm || (1) (2) || || TAC || pm || (1) (2) (1) Mag alleen worden gevangen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten: Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte 1 64° 45' 28° 30' 2 62° 50' 25° 45' 3 61° 55' 26° 45' 4 61° 00' 26° 30' 5 59° 00' 30° 00' 6 59° 00' 34° 00' 7 61° 30' 34° 00' 8 62° 50' 36° 00' 9 64° 45' 28° 30' (2) Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2013. Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Noorse wateren van I en II (RED/1N2AB.) Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Spanje || pm || (1) Frankrijk || pm || (1) Portugal || pm || (1) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || (1) || || TAC || Niet relevant || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Internationale wateren van I en II (RED/1/2INT) Unie || Niet relevant || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || TAC || pm || (1) Er mag enkel worden gevist in de periode van 15 augustus tot en met 30 november 2013. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaars door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden. (2) De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaars in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst. Soort: || Roodbaarzen (pelagisch) Sebastes spp. || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV (RED/N1F14G) Duitsland || pm || (1) (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || (1) (2) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) Unie || pm || (1) (2) [Noorwegen || pm] || [(3)] TAC || Niet relevant || (1) Mag alleen met pelagische trawls worden gevangen. (2) Bijzondere voorwaarde: De quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevangen mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gemeld (RED/*51214). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2013 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten ("NEAFC-vak"): Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte 1 64° 45' 28° 30' 2 62° 50' 25° 45' 3 61° 55' 26° 45' 4 61° 00' 26° 30' 5 59° 00' 30° 00' 6 59° 00' 34° 00' 7 61° 30' 34° 00' 8 62° 50' 36° 00' 9 64° 45' 28° 30' [(3) Toegewezen uit het quotum van de Unie en te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N). Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || IJslandse wateren van Va (RED/05A-IS) België || pm || (1) (2) (3) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || (1) (2) (3) Frankrijk || pm || (1) (2) (3) Verenigd Koninkrijk || pm || (1) (2) (3) Unie || pm || (1) (2) (3) || || TAC || Niet relevant || (1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan). (2) Mag alleen tussen juli en december 2013 worden gevangen. Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (RED/05B-F.) België || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || pm || Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || Soort: || Andere soorten: || Gebied: || Noorse wateren van I en II (OTH/1N2AB.) Duitsland || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Verenigd Koninkrijk || pm || (1) Unie || pm || (1) (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Andere soorten(1) || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (OTH/05B-F.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || (1) Exclusief soorten zonder handelswaarde. Soort: || Platvissen Pleuronectiformes || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb (FLX/05B-F.) Duitsland || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Verenigd Koninkrijk || pm || Unie || pm || || || TAC || Niet relevant || BIJLAGE IC NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN
NAFO-VERDRAGSGEBIED Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn
vastgesteld in het kader van de NAFO. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 2J3KL (COD/N2J3KL) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen[31]. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 3NO (COD/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen, met een maximum van 1.000 kg of van 4 % indien dat meer is. Soort: || Kabeljauw Gadus morhua || Gebied: || NAFO 3M (COD/N3M.) Estland || 157 || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 657 Letland || 157 Litouwen || 157 Polen || 535 Spanje || 2 019 Frankrijk || 282 Portugal || 2 770 Verenigd Koninkrijk || 1 315 Unie || 8 049 || || TAC || 14 113 || Soort: || Witje Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || NAFO 2J3KL (WIT/N2J3KL) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Witje Glyptocephalus cynoglossus || Gebied: || NAFO 3NO (WIT/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Amerikaanse schol Hippoglossoides platessoides || Gebied: || NAFO 3M (PLA/N3M.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Amerikaanse schol Hippoglossoides platessoides || Gebied: || NAFO 3LNO (PLA/N3LNO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Kortvinpijlinktvis Illex illecebrosus || Gebied: || NAFO-deelgebieden 3 en 4 (SQI/N34.) Estland || 128 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Letland || 128 || (1) Litouwen || 128 || (1) Polen || 227 || (1) Unie || Niet relevant || (1) (2) || || TAC || 611 || (1) Te vangen tussen 1 juli en 31 december 2013. (2) Aandeel van de Unie niet nader bepaald. Canada en de lidstaten van de Unie met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over 29 458 ton. Soort: || Geelstaartschar Limanda ferruginea || Gebied: || NAFO 3LNO (YEL/N3LNO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || TAC || 17 000 || (1) Ondanks het feit dat de Unie toegang heeft tot een gedeeld quotum van 85 ton, is besloten dit quotum terug te brengen tot 0. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Lodde Mallotus villosus || Gebied: || NAFO 3NO (CAP/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || NAFO 3L(1) (PRA/N3L.) Estland || 96 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Letland || 96 || Litouwen || 96 || Polen || 96 || Spanje || 76 || Portugal || 20 || Unie || 480 || || || TAC || 8600 || (1) Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten: || Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || || || 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || || || 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 || || || 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 || || || 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 || || || || || || || Soort: || Noordse garnaal Pandalus borealis || Gebied: || NAFO 3M(1) (PRA/*N3M.) TAC || Niet relevant || (2) (3) || (1) De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3L, in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd: || Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || || || 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || || || 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 || || || 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 || || || 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 || || || || || || || Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 31 december 2013 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd: || Punt nr. || Breedtegraad (NB) || Lengtegraad (WL) || || || 1 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || || || 2 || 47° 30' 0 || 44° 15' 0 || || || 3 || 46° 55' 0 || 44° 15' 0 || || || 4 || 46° 35' 0 || 44° 30' 0 || || || 5 || 46° 35' 0 || 45° 40' 0 || || || 6 || 47° 30' 0 || 45° 40' 0 || || || 7 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || || (2) Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven vismachtigingen af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009. || Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Maximum aantal visdagen || || || Denemarken || pm || pm || || || Estland || 0 || 0 || || || Spanje || 0 || 0 || || || Letland || 0 || 0 || || || Litouwen || 0 || 0 || || || Polen || 0 || 0 || || || Portugal || 0 || 0 || || || || || || || (3) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides || Gebied: || NAFO 3 LMNO (GHL/N3LMNO) Estland || 312 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 318 || Letland || 44 || Litouwen || 22 || Spanje || 4 262 || Portugal || 1 782 || Unie || 6 738 || || || TAC || 11 493 || Soort: || Roggen Rajidae || Gebied: || NAFO 3LNO (SKA/N3LNO.) Spanje || 3 403 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Portugal || 660 || Estland || 283 || Litouwen || 62 || Unie || 4 408 || || || TAC || 7 000 || Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3LN (RED/N3LN.) Estland || 457 || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 314 Letland || 457 Litouwen || 457 Unie || 1 685 || || TAC || 6 500 || (1) (1) Deze TAC omvat 500 ton van het door een andere verdragsluitende partij bij de NAFO aan de Unie overgedragen quotum. Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3M (RED/N3M.) Estland || 1 571 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Duitsland || 513 || (1) Spanje || 233 || (1) Letland || 1 571 || (1) Litouwen || 1 571 || (1) Portugal || 2 354 || (1) Unie || 7 813 || (1) TAC || 6 500 || (1) (1) Op voorwaarde dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC van 6 500 ton wordt gerespecteerd mag niet meer dan 3 250 ton worden gevist vóór 1 juli 2013. Wanneer deze TAC is of de tussentijdse hoeveelheid van 3 250 ton is opgebruikt, moet de gerichte visserij op het bestand worden stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten. Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO 3O (RED/N3O.) Spanje || 1 771 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Portugal || 5 229 || (1) Unie || 7 000 || (1) TAC || 20 000 || (1) Soort: || Roodbaarzen Sebastes spp. || Gebied: || NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K (RED/N1F3K.) Letland || 0 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Litouwen || 0 || (1) Unie || 0 || (1) TAC || 0 || (1) (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. Soort: || Witte heek Urophycis tenuis || Gebied: || NAFO 3NO (HKW/N3NO.) Spanje || 255 || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Portugal || 333 || Unie || 588 || TAC || 1 000 || BIJLAGE ID OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN –
ALLE GEBIEDEN Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van
de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT. Soort: || Blauwvintonijn Thunnus thynnus || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee (BFT/AE045WM) Cyprus || pm || (4) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Griekenland || pm || Spanje || pm || (2) (4) Frankrijk || pm || (2) (3) (4) Italië || pm || (4) (5) Malta || pm || (4) Portugal || pm || Andere lidstaten || pm || (1) Unie || pm || (2) (3) (4) (5) || || TAC || pm || (1) Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Malta en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. (2) Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8301): || Spanje || pm || || Frankrijk || pm || || Unie || pm || (3) Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg en een lengte van ten minste 70 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*641) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld: || Frankrijk || pm (*) || || Unie || pm || (*) Deze hoeveelheid kan door de Commissie op verzoek van Frankrijk worden herzien tot 100 ton zoals aangegeven in ICCAT-aanbeveling 08-05. (4) Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC wordt de vangstbeperking en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 kg en 30 kg van de in bijlage IV, punt 2, (BFT/*8302) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld: || Spanje || pm || || Frankrijk || pm || || Italië || pm || || Cyprus || pm || || Malta || pm || || Unie || pm || (5) Bijzondere voorwaarde: In het kader van deze TAC wordt de vangstbeperking en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 kg en 30 kg van de in bijlage IV, punt 3, (BFT/*643) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld: || Italië || pm || || Unie || pm || Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N) Spanje || pm || || Analytische TAC Portugal || pm || Andere lidstaten || pm || (1) Unie || pm || || || TAC || pm || (1) Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (SWO/AS05N) Spanje || pm || || Analytische TAC Portugal || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Noord-Atlantische witte tonijn Thunnus alalunga || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (ALB/AN05N) Ierland || pm || (2) || Analytische TAC Spanje || pm || (2) Frankrijk || pm || (2) Verenigd Koninkrijk || pm || (2) Portugal || pm || (2) Unie || pm || (1) || || TAC || pm || (1) Het aantal EU‑vissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 vastgesteld op pm[32]. (2) Het maximumaantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten verdeeld: || Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || || Ierland || pm || || || Spanje || pm || || || Frankrijk || pm || || || Verenigd Koninkrijk || pm || || || Portugal || pm || || Soort: || Zuid-Atlantische witte tonijn Thunnus alalunga || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (ALB/AS05N) Spanje || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Frankrijk || pm || Portugal || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Grootoogtonijn Thunnus obesus || Gebied: || Atlantische Oceaan (BET/ATLANT) Spanje || pm || || Analytische TAC Frankrijk || pm || Portugal || pm || Unie || pm || || || TAC || pm || Soort: || Blauwe marlijn Makaira nigricans || Gebied: || Atlantische Oceaan (BUM/ATLANT) Spanje || pm || || Analytische TAC Portugal || pm || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || pm || || Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || Niet relevant || Soort: || Witte marlijn Tetrapturus albidus || Gebied: || Atlantische Oceaan (WHM/ATLANT) Spanje || pm || || Analytische TAC Portugal || pm || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Unie || pm || || Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || TAC || Niet relevant || BIJLAGE IE ANTARCTISCH
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden
niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald
is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat
meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist. Tenzij anders bepaald zijn deze TAC's van
toepassing voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013. Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (ANI/F483.) || TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1) (ANI/F5852.) || TAC || pm || (2) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt: - van het snijpunt van lengtegraad 72° 15’OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk („Australia-France Maritime Delimitation Agreement”) zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25’ZB; - vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74° OL; - daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40′ ZB met lengtegraad 76° OL; - vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52° ZB; - daarna langs een geodetische lijn in noordwestelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 51° ZB met lengtegraad 74° 30′ OL; en - vervolgens langs een geodetische lijn in zuidwestelijke richting naar het beginpunt. (2) Met uitzondering van niet meer dan pm ton voor onderzoeksdoeleinden of als bijvangst. || || || || Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (TOP/F483.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Beheersgebied A: 48° WL tot 43°30' WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483A) || pm || || Beheersgebied B: 43° 30' WL tot 40° WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483B) || pm || || Beheersgebied C: 40° WL tot 33°30' WL – 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483C) || pm || || (1) Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2013 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013. || || Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.4 Noordelijke Antarctische wateren (TOP/F484N.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL. || || Soort: || Antarctische ijsheken Dissostichus spp. || Gebied: || FAO 48.4 Zuidelijke Antarctische wateren (TOP/F484S.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 57° 20′ ZB en 60° 00′ ZB en lengtegraden 24° 30′ WL en 29° 00′ WL || || Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (TOP/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20’ OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen. || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 48 (KRI/F48.) || TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van een totale gecombineerde vangst van 620 000 ton mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 48.1 (KRI/*F481.) || pm || || Sector 48.2 (KRI/*F482.) || pm || || Sector 48.3 (KRI/*F483.) || pm || || Sector 48.4 (KRI/*F484.) || pm || || || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.1 Antarctische wateren (KRI/F5841.) || TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W) || pm || || Sector 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E) || pm || || || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.2 Antarctische wateren (KRI/F5842.) || TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 58.4.2 ten westen van 55° OL (KRI/*F-42W) || pm || || Sector 58.4.2 ten oosten van 55° OL (KRI/*F-42E) || pm || || || Soort: || Grijze zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (NOS/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Krabben Paralomis spp. || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (PAI/F483.) || TAC || pm || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || || || Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (GRV/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Andere soorten: || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (OTH/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Roggen Rajiformes || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (SRX/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Langsnuitijsvis Anarhichas lupus || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (LIC/F5852.) || TAC || pm || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || BIJLAGE IF ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN -
SEAFO-VERDRAGSGEBIED Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden
toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder
toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij
moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist. Soort: || Beryciden Beryx spp. || Gebied: || SEAFO (ALF/SEAFO) TAC || pm || || Voorzorgs-TAC Soort: || Rode diepzeekrab Chaceon spp || Gebied: || SEAFO-deelsector B1 (1) (CGE/F47NAM) TAC || pm || || Voorzorgs-TAC (1) In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: – ten westen door de lengtegraad 0° OL, – ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, – ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en – ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië. Soort: || Rode diepzeekrab Chaceon spp || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (CGE/F47X) TAC || pm || || Voorzorgs-TAC Soort: || Zwarte patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || SEAFO (TOP/SEAFO) TAC || pm || || [Voorzorgs-TAC] Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO-deelsector B1 (1) (ORY/F47NAM) TAC || pm || || Voorzorgs-TAC (1) In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: – ten westen door de lengtegraad 0° OL, – ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, – ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en – ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië. Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (ORY/F47X) TAC || pm || || Voorzorgs-TAC BIJLAGE IG ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN — ALLE GEBIEDEN Soort: || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus maccoyii || Gebied: || Alle gebieden (SBF/F41-81) Unie || 10 || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. TAC || 10 949 || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. BIJLAGE IH WCPFC-VERDRAGSGEBIED Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || WCFPC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB (SWO/F7120S) Unie || pm || || Voorzorgs-TAC TAC || Niet relevant || BIJLAGE IJ SPRFMO-VERDRAGSGEBIED Soort: || Chileense horsmakreel Trachurus murphyi || Gebied: || SPRFMO-verdragsgebied (CJM/SPRFMO) Duitsland || 6 790,5 || || Analytische TAC Nederland || 7 360,2 || || Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Litouwen || 4 725 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Polen || 8 124,3 || || Unie || 27 000 || || BIJLAGE IIA VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET
KADER VAN HET BEHEER VAN BEPAALDE KABELJAUW-, SCHOL- EN TONGBESTANDEN IN HET
SKAGGERAK, HET DEEL VAN ICES-SECTOR IIIa DAT NIET TOT HET SKAGERRAK EN HET
KATTEGAT BEHOORT, ICES-DEELGEBIED IV, DE EU-WATEREN VAN ICES-SECTOR IIa EN
ICES-SECTOR VIId 1. TOEPASSINGSGEBIED 1.1. Deze bijlage is van toepassing op
EU-vaartuigen die één van de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr.
1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in
één van de in punt 2 van die bijlage omschreven geografische gebieden. 1.2. Deze bijlage is niet van toepassing
op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze
vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is
afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De
betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan
de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor
adequate bemonsteringsmethoden. In 2013 verzoekt de Commissie om
wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning
te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te
nemen. 2. GEREGLEMENTEERD TUIG EN GEOGRAFISCHE
GEBIEDEN Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in
punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 vermelde
vistuigcategorieën ("gereglementeerd vistuig") en de groepen
geografische gebieden als bedoeld in punt 2, onder b), van die bijlage. 3. MACHTIGINGEN Als een lidstaat dit passend acht om de duurzame
uitvoering van deze visserijinspanningsregeling te versterken, kan hij het
vissen met gereglementeerd vistuig in geografische gebieden waarop deze bijlage
van toepassing is, verbieden voor zijn vlag voerende vaartuigen als die nog
niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor
zorgt dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in
kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken. 4. MAXIMAAL TOEGESTANE
VISSERIJINSPANNING 4.1. De voor de beheersperiode 2013, van 1
februari 2013 tot en met 31 januari 2014, geldende maximaal toegestane
visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr.
1342/2008 en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 676/2007, per
inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze
bijlage. 4.2. De overeenkomstig Verordening (EG)
nr. 1954/2003[33]
vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in
deze bijlage bepaalde maximaal toegestane visserijinspanning onverlet. 5. BEHEER 5.1. De lidstaten beheren de maximaal
toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 9 van
Verordening (EG) nr. 676/2007, artikel 4 en de artikelen 13 tot en met 17 van
Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening
(EG) nr. 1224/2009. 5.2. Een lidstaat mag beheersperioden
vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximaal toegestane inspanning,
of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat
geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een
beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken
lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de lidstaat
de inspanning opnieuw toewijzen tussen individuele vaartuigen of groepen
vaartuigen. 5.3. Lidstaten die de aanwezigheid van
vaartuigen in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen
blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde voorwaarden. Op verzoek
van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft
genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied
wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde
van een periode van 24 uur. 6. VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009
geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen.
Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is, voor kabeljauwbeheer, elk
van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde geografische gebieden. 7. MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS De lidstaten dienen bij de Commissie de gegevens
in over de visserijinspanning van hun vissersvaartuigen overeenkomstig de
artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Deze gegevens worden
ingediend via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens (Fisheries
Data Exchange System) of een ander door de Commissie vastgesteld systeem voor
gegevensverzameling. Aanhangsel
1 van bijlage IIA Maximaal toegestane visserijinspanning in
kilowattdagen
Geografisch gebied: Skagerrak, het gedeelte van ICES-sector IIIa dat niet tot
het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van
ICES-sector IIa; ICES-sector VIId Gereglementeerd vistuig || BE || DK || DE || ES || FR || IE || NL || SE || UK TR1 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm TR2 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm TR3 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm BT1 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm BT2 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm GN || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm GT || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm LL || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm BIJLAGE IIB VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN DIE
VISSEN OP ZANDSPIERING IN DE ICES-SECTOREN IIa EN IIIa EN IN ICES-DEELGEBIED IV 1. De in deze bijlage vastgestelde
voorwaarden zijn van toepassing op EU-vaartuigen die in de EU-wateren van de
ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV vissen met bodemtrawls,
zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan
16 mm. 2. De in deze bijlage vastgestelde
voorwaarden gelden voor vaartuigen van derde landen die, tenzij anders is bepaald,
in de EU-wateren van ICES-deelgebied IV op zandspiering mogen vissen op grond
van een machtiging of als gevolg van overleg tussen de Unie en Noorwegen als
bepaald in de goedgekeurde notulen van de conclusies van het visserijoverleg
tussen de Unie en Noorwegen. 3. Voor de toepassing van deze bijlage
gelden de beheersgebieden voor zandspiering die hieronder en in het aanhangsel
van deze bijlage zijn aangegeven: Beheersgebieden voor zandspiering || Statistische vakken ICES 1 || 31-34 E9-F2; 35 E9- F3; 36 E9-F4; 37 E9-F5; 38-40 F0-F5; 41 F5-F6 2 || 31-34 F3-F4; 35 F4-F6; 36 F5-F8; 37-40 F6-F8; 41 F7-F8 3 || 41 F1-F4; 42-43 F1-F9; 44 F1-G0; 45-46 F1-G1; 47 G0 4 || 38-40 E7-E9; 41-46 E6-F0 5 || 47-51 E6 + F0-F5; 52 E6-F5 6 || 41-43 G0-G3; 44 G1 7 || 47-51 E7-E9 4. De commerciële visserij met
bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van
minder dan 16 mm is verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en van 1
augustus tot en met 31 december 2013. Aanhangsel 1 van bijlage IIB Beheersgebieden voor zandspiering BIJLAGE III MAXIMUMAANTAL VISMACHTIGINGEN VOOR
EU-VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN Visgebied || Visserij || Aantal vismachtigingen || Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || pm || DK: 25 DE: 5 FR: 1 IE: 8 NL: 9 PL: 1 SV: 10 UK: 18 || pm Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB || pm || DE: 16 IE: 1 ES: 20 FR: 18 PT: 9 UK: 14 || pm Makreel || || Niet relevant || pm [34] Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB || pm || DK: 450 UK: 30 || pm BIJLAGE IV ICCAT-VERDRAGSGEBIED[35] 1. Maximumaantal met de hengel of de
sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische
Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag
vissen Spanje || pm Frankrijk || pm Unie || pm 2. Maximumaantal EU-vaartuigen dat in
het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op
blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen Spanje || pm Frankrijk || pm Italië || pm Cyprus || pm Malta || pm Unie || pm 3. Maximumaantal
EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75
cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden Italië || pm Unie || pm 4. Maximumaantal en totale in brutoton
uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen van elke lidstaat die
blauwvintonijn mogen bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of aanlanden
in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee Tabel A Aantal vissersvaartuigen || Cyprus || Griekenland || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta[36] Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Vaartuigen voor de visserij met de beug || pm [37] || pm || pm || pm || pm || pm Met de hengel vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Met de handlijn vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Trawlers || pm || pm || pm || pm || pm || pm Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij[38] || pm || pm || pm || pm || pm || pm Tabel B Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit || Cyprus || Griekenland || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta[39] Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Vaartuigen voor de visserij met de beug || pm || pm || pm || pm || pm || pm Met de hengel vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Met de handlijn vissende vaartuigen || pm || pm || pm || pm || pm || pm Trawlers || pm || pm || pm || pm || pm || pm Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij || pm || pm || pm || pm || pm || pm 5. Maximumaantal tonnara's dat elke
lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse
Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn || Aantal tonnara's Spanje || pm Italië || pm Portugal || pm [40] 6. Maximumcapaciteit voor het kweken en
mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximumhoeveelheid in het wild
gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in
het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee mag
verdelen. Tabel A Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn || Aantal bedrijven || Capaciteit (in ton) Spanje || pm || pm Italië || pm || pm Griekenland || pm || pm Cyprus || pm || pm Malta || pm || pm Tabel B Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton) Spanje || pm Italië || pm Griekenland || pm Cyprus || pm Malta || pm BIJLAGE V CCAMLR-VERDRAGSGEBIED DEEL A
VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED Doelsoorten || Gebied || Periode waarin de visserij gesloten is Haaien (alle soorten) || Verdragsgebied || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Notothenia rossii || FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Vinvis || FAO 48.1 Antarctische wateren(1) FAO 48.2 Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Gobionotothen gibberifrons Chaenocephalus aceratus Pseudochaenichthys georgianus Lepidonotothen squamifrons Patagonotothen guntheri Electrona carlsbergi[41] || FAO 48.3 || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Dissostichus spp. || FAO 48.5 Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013 Dissostichus spp. || FAO 88.3 Antarctische wateren(1) FAO 58.5.1 Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.5.2 Antarctische wateren ten oosten van 79° 20'OL en buiten de EEZ ten westen van 79° 20'OL(1) FAO 58.4.4 Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.6 Antarctische wateren(1) FAO 58.7 Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Lepidonotothen squamifrons || FAO 58.4.4(1) (2) || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides || FAO 58.5.2 Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013 Dissostichus mawsoni || FAO 48.4 Antarctische wateren(1) binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30' ZB en 57° 20' ZB en lengtegraden 25° 30' WL en 29° 30' WL || Van 1 januari tot en met 31 december 2013 (1) Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. (2) Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's). DEEL B
TAC's EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR DE EXPERIMENTELE VISSERIJ IN HET
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED IN 2011/2012 Deelgebied/ Sector || Regio || Seizoen || SSRU || Vangstbeperking voor Dissostichus spp. (in ton) || Bijvangstbeperking (in ton)(1) Roggen || Macrourus spp. || Andere soorten 58.4.1. || Gehele sector || 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 || SSRU A, B, D, F en H: pm SSRU C: pm SSRU E: pm SSRU G: pm || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm 58.4.2. || Gehele sector || 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 || SSRU A: pm SSRU B, C en D: pm SSRU E: pm || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm 58.4.3a. || Gehele sector || 1 mei tot en met 31 augustus 2013 || || Totaal pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm || Alle sectoren: pm 88.1. || Geheel deelgebied || 1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 || SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || Totaal pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm || pm SSRU A: pm SSRU B, C en G: pm SSRU D, E en F: pm SSRU H, I en K: pm SSRU J en L: pm SSRU M: pm 88.2. || Ten zuiden van 65° ZB || 1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 || SSRU A: pm SSRU B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm || Totaal pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU i: pm SSRU I: pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm || pm SSRU A en B: pm SSRU C, D, E, F en G: pm SSRU H: pm SSRU I: pm (1) Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn: – roggen: 5 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of pm ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is; – Macrourus spp: 16 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of pm ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is, met uitzondering van statistische sector 58.4.3a en statistisch deelgebied 88.1; – andere soorten: pm ton per SSRU. Aanhangsel van bijlage V, deel B Lijst
van kleine onderzoeksvakken (SSRU's) Regio || SSRU || Grenslijn 48.6 || A || Van 50° ZB 20° WL, pal oost naar 1°30' OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 20° WL, pal noord naar 50°ZB. || B || Van 60° ZB 20° WL, pal oost naar 10° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 10° WL, pal oost naar 0° lengtegraad, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° WL, pal noord naar 60° ZB. || D || Van 60° ZB 0° lengtegraad, pal oost naar 10° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 0° lengtegraad, pal noord naar 60° ZB. || E || Van 60°ZB 10°OL, pal oost naar 20° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10°OL, pal noord naar 60°ZB. || F || Van 60° ZB 20° OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° OL, pal noord naar 60° ZB. || G || Van 50° ZB 1°30' OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 1°30' OL, pal noord naar 50° ZB.. || || 58.4.1 || A || Van 55° ZB 86° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 86° OL, pal noord naar 55° ZB. || B || Van 60° ZB 86° OL, pal oost naar 90° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 80° OL, pal noord naar 64° ZB, pal oost naar 86° OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 90° OL, pal oost naar 100° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 90° OL, pal noord naar 60° ZB.. || D || Van 60° ZB 100°OL, pal oost naar 110° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 100° OL, pal noord naar 60° ZB. || E || Van 60° ZB 110° OL, pal oost naar 120° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° OL, pal noord naar 60° ZB. || F || Van 60° ZB 120°OL, pal oost naar 130° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° OL, pal noord naar 60° ZB. || G || Van 60°ZB 130°OL, pal oost naar 140°OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130°OL, pal noord naar 60°ZB. || H || Van 60° ZB 140° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° OL, pal noord naar 60° ZB. || || 58.4.2 || A || Van 62°ZB 30°OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 30°OL, pal noord naar 62° ZB. || B || Van 62° ZB 40° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 40° OL, pal noord naar 62° ZB. || C || Van 62° ZB 50° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 50°OL, pal noord naar 62° ZB. || D || Van 62° ZB 60°OL, pal oost naar 70° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 60° OL, pal noord naar 62° ZB. || E || Van 62° ZB 70° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 64° ZB, pal oost naar 80° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 70° OL, pal noord naar 62° ZB. || || 58.4.3a. || A || Hele sector, van 56° ZB 60° OL, pal oost naar 73°10' OL, pal zuid naar 62°ZB, pal west naar 60°OL, pal noord naar 56°ZB. || || 58.4.3b || A || Van 56° ZB 73°10'OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 56° ZB. || B || Van 60° ZB 73°10'OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 64° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 59° ZB 73°10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 73°10' OL, pal noord naar 59° ZB. || D || Van 59° ZB 79° OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 59° ZB. || E || Van 56° ZB 79° OL, pal oost naar 80°OL, pal noord naar 55° ZB, pal oost naar 86° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 56° ZB. || || 58.4.4 || A || Van 51° ZB 40° OL, pal oost naar 42° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 51° ZB. || B || Van 51° ZB 42° OL, pal oost naar 46° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 42° OL, pal noord naar 51° ZB. || C || Van 51° ZB 46° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 46° OL, pal noord naar 51° ZB. || D || Hele sector uitgezonderd SSRU A, B, C, en met buitengrens van 50° ZB 30° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 30° OL, pal noord naar 50° ZB. || || 58.6 || A || Van 45° ZB 40° OL, pal oost naar 44° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 45° ZB. || B || Van 45° ZB 44° OL, pal oost naar 48° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 44° OL, pal noord naar 45° ZB. || C || Van 45° ZB 48° OL, pal oost naar 51° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 48° OL, pal noord naar 45° ZB. || D || Van 45° ZB 51° OL, pal oost naar 54° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 51° OL, pal noord naar 45° ZB. || || 58.7 || A || Van 45° ZB 37° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 37° OL, pal noord naar 45° ZB. || || 88.1 || A || Van 60° ZB 150° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° OL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 170° OL, pal oost naar 179° OL, pal zuid naar 66°40' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 179° OL, pal oost naar 170° WL, pal noord naar 70° ZB, pal west naar 178° WL, pal noord naar 66°40' ZB, pal west naar 179° OL, pal noord naar 60° ZB || D || Van 65° ZB 150° OL, pal oost naar 160° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° OL, pal noord naar 65° ZB. || E || Van 65° ZB 160° OL, pal oost naar 170°OL, pal zuid naar 68°30' ZB, pal west naar 160° OL, pal noord naar 65° ZB. || F || Van 68°30' ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° OL, pal noord naar 68°30' ZB. || G || Van 66°40' ZB 170° OL, pal oost naar 178° WL, pal zuid naar 70° ZB, pal west naar 178°50' OL, pal zuid naar 70°50' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 66°40' ZB. || H || Van 70°50' ZB 170° OL, pal oost naar 178°50' OL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 170° OL, pal noord naar 70°50' ZB. || I || Van 70° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 70° ZB. || J || Van 73° ZB aan de kust nabij 170° OL, pal oost naar 178°50' OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 170° OL, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. || K || Van 73° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 76° ZB, pal west naar 178°50' OL, pal noord naar 73° ZB. || L || Van 76° ZB 178°50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 76° ZB. || M || Van 73° ZB aan de kust nabij 169°30' OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. || || 88.2 || A || Van 60° ZB 170° WL, pal oost naar 160° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 170° WL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 160° WL, pal oost naar 150° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 70°50' ZB 150° WL, pal oost naar 140° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° WL, pal noord naar 70°50' ZB. || D || Van 70°50' ZB 140° WL, pal oost naar 130° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° WL, pal noord naar 70°50' ZB. || E || Van 70°50' ZB 130° WL, pal oost naar 120° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° WL, pal noord naar 70°50' ZB.. || F || Van 70°50' ZB 120° WL, pal oost naar 110° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° WL, pal noord naar 70°50' ZB. || G || Van 70°50' ZB 110° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° WL, pal noord naar 70°50' ZB. || H || Van 65° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 70°50' ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 65° ZB. || I || Van 60° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 60° ZB. || || 88.3 || A || Van 60° ZB 105° WL, pal oost naar 95° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 105° WL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 95° WL, pal oost naar 85° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 95° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 85° WL, pal oost naar 75° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 85° WL, pal noord naar 60° ZB. || D || Van 60° ZB 75° WL, pal oost naar 70° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 75° WL, pal noord naar 60° ZB. DEEL C
KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA SUPERBA
DEEL TE NEMEN Verdragsluitende partij: Visseizoen: Naam van het vaartuig: Verwacht vangstniveau (in ton): Vangsttechniek: || Conventioneel sleepnet Continu vissysteem Pomptechniek om de kuil leeg te maken Andere goedgekeurde methodes: gelieve te specificeren Methoden die worden
gebruikt voor de directe raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen
Antarctisch krill[42]: Van de vangst af te leiden producten en de
omrekeningsfactoren daarvoor[43]: Productsoort || % van de vangst || Omrekeningsfactor[44] || || || || || || || || || || Deelgebied/Sector || || Dec || Jan || Feb || Maa || Apr || Mei || Jun || Jul || Aug || Sep || Okt || Nov 48.1 || || || || || || || || || || || || 48.2 || || || || || || || || || || || || 48.3 || || || || || || || || || || || || 48.4 || || || || || || || || || || || || 48.5 || || || || || || || || || || || || 48.6 || || || || || || || || || || || || 58.4.1 || || || || || || || || || || || || 58.4.2 || || || || || || || || || || || || 88.1 || || || || || || || || || || || || 88.2 || || || || || || || || || || || || 88.3 || || || || || || || || || || || || X || Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen || Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij N.B. De hier door u
verstrekte gegevens zijn louter informatief en beletten u niet te vissen in
gebieden of perioden die u niet heeft opgegeven. DEEL D
NETCONFIGURATIE EN GEBRUIK VAN VANGSTTECHNIEKEN Netopening (mond) omtrek (m) || Verticale opening (m) || Horizontale opening (m) || || Lengte en maaswijdte
netpanelen Paneel || Lengte (m) || Maaswijdte (mm) 1e paneel || || 2de paneel || || 3de paneel || || … || || Eindpaneel (kuil) || || Teken diagram van
elke gebruikte netconfiguratie Er worden verscheidene vangsttechnieken
gebruikt[45]: Ja Neen || Vangsttechniek || Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%) 1 || || 2 || || 3 || || 4 || || 5 || || … || || Totaal 100 % Er is een inrichting voor het weren van
zeezoogdieren aanwezig[46]: Ja Neen Toelichtingen betreffende vangsttechnieken,
vistuigconfiguratie en -kenmerken en vispatronen: BIJLAGE VI IOTC-VERDRAGSGEBIED 1. Maximumaantal EU-vaartuigen die in
het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn mogen vissen Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) || Spanje || pm || pm || Frankrijk || pm || pm Portugal || pm || pm || Unie || pm || pm || 2. Maximumaantal EU-vaartuigen die in
het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis en witte tonijn mogen vissen Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) Spanje || pm || pm Frankrijk || pm || pm Portugal || pm || pm Verenigd Koninkrijk || pm || pm Unie || pm || pm 3. De in punt 1 vermelde vaartuigen
mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen. 4. De in punt 2 vermelde vaartuigen
mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op tropische tonijn vissen. BIJLAGE VII WCPFC-VERDRAGSGEBIED Maximumaantal EU-vaartuigen die op zwaardvis
mogen vissen in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied. Spanje || pm Unie || pm BIJLAGE VIII KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE
VISMACHTIGINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN DE EU-WATEREN
VISSEN Vlaggenstaat || Visserij || Aantal vismachtigingen || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorwegen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || pm || pm Venezuela[47] || Snappers (wateren van Frans-Guyana) || pm || pm [1] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. [2] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [3] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [4] PB L 157 van 19.6.2007, blz. 1. [5] PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20. [6] PB L 96 van 15.4.2009, blz. 1. [7] PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3. [8] PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16. [9] Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese
Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (PB L 226 van 29.8.1980,
blz. 48). [10] Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese
Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de
plaatselijke regering van de Faeröer, anderzijds (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12). [11] Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de
Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en
de autonome regering van Groenland, anderzijds (PB L 172 van 30.6.2007,
blz. 4) en Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de
financiële tegenprestatie als bedoeld in die overeenkomst (PB L 172 van 30.6.2007,
blz. 9). [12] Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en
de Republiek IJsland inzake de visserij en het mariene milieu (PB L 161 van 2.7.1993,
blz. 2). [13] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1. [14] Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni
2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft
de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB
L 151 van 11.6.2008, blz. 5). [15] Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de
nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de
Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70). [16] Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de
nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de
Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1). [17] Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de
vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk
deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42). [18] Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van
31.8.2002, blz. 39). [19] De Unie is tot het verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG
van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33). [20] Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004
tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het
verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende
rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16). [21] Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van
16.8.2006, blz. 22). [22] De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG
van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24). [23] Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van
9.10.2008, blz. 27).. [24] De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 2005/75/EG
van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1). [25] Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29
september 2009 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van
communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang
van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren, en houdende
wijziging van Verordeningen (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33). [26] Verordening
(EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van
bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de
visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PB L 351 van 28.12.2002,
blz. 6). [27] Verordening (EU) nr. .../2013 van de Raad van ... tot
vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor
sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale
onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden
(PB L ...). [28] PB: gelieve het nummer van de verordening in document 18591/11
in te voegen en de verwijzing naar de bekendmaking in het PB in de voetnoot aan
te vullen. [29] Verordening (EG) nr. 1288/2009 van de Raad van 27 november
2009 tot vaststelling van technische overgangsmaatregelen van 1 januari 2010
tot en met 30 juni 2011 (PB L 347 van 24.12.2009, blz. 6). [30] Verordening (EG) nr. 43/2009 van de Raad van 16 januari 2009
tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige
visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en,
voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van
toepassing zijn (PB L 22 van 26.1.2009, blz. 1). [31] Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007
tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het
gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke
deel van de Atlantische Oceaan (PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1). [32] Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007
tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde
over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3). [33] Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003
betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden
en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1). [34] Onverminderd de
aanvullende vergunningen die naar vaste praktijk door Noorwegen aan Zweden
worden toegekend. [35] De in de punten 1, 2 en 3 vermelde aantallen kunnen naar
beneden worden bijgesteld om aan de internationale verplichtingen van de Unie
te voldoen. [36] Een middelgroot vaartuig voor visserij met de ringzegen
mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden
vervangen. [37] Polyvalente vaartuigen, die
gebruik maken van verschillende soorten vistuig. [38] Polyvalente vaartuigen, die
gebruik maken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn). [39] Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de ringzegen
mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden
vervangen. [40] Dit aantal kan nog toenemen, op
voorwaarde dat aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan. [41] Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. [42] De kennisgeving omvat een gedetailleerde omschrijving van
de precieze methode die wordt gebruikt voor de raming van het onverwerkte
gewicht aan gevangen Antarctisch krill en, indien omrekeningsfactoren worden
toegepast, nadere gegevens over de precieze methode voor de afleiding van elke
omrekeningsfactor. De lidstaten dienen die omschrijving de volgende seizoenen niet
opnieuw in te dienen, tenzij de methode voor de raming van het onverwerkte
gewicht is gewijzigd. [43] Voor zover mogelijk te verstrekken inlichtingen. [44] Omrekeningsfactor = totaalgewicht/verwerkt gewicht. [45] Zo ja, geef frequentie van omschakeling tussen vangsttechnieken: [46] Zo ja, teken ontwerp van de inrichting: [47] Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet worden
aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de
machtiging aanvraagt en een in het departement Frans Guyana gevestigd
verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat minstens 75 % van de door
het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden
aangeland voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd
door de Franse autoriteiten, die die zich ervan moeten vergewissen dat het in
overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee
het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie
in Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet bij de
vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer de Franse autoriteiten
bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed,
mee aan de betrokkene en aan de Commissie.