Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot invoering van een communautair systeem voor de registratie van vervoerders van radioactief materiaal /* COM/2012/0561 final - 2011/0225 (NLE) */
TOELICHTING 1. MOTIVERING EN DOELSTELLING Op Europees niveau vallen vervoerders van
radioactief materiaal onder de vervoerswetgeving in het kader van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en onder de wetgeving
betreffende stralingspecifieke aspecten, inclusief de bescherming van de
gezondheid van werknemers en van de bevolking, in het kader van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). De VWEU-wetgeving is vereenvoudigd bij
Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24
september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land,
waaronder alle vervoerswijzen over land vallen. Bij Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad
van 13 mei 1996 zijn basisnormen vastgesteld voor de bescherming van de
gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende straling
verbonden gevaren. Overeenkomstig artikel 30 van het Euratom-Verdrag wordt
onder basisnomen verstaan: · de met voldoende veiligheid maximaal toelaatbare doses; · de maximaal toelaatbare bestraling en besmetting; · de grondbeginselen van het medisch toezicht op de werknemers. Overeenkomstig artikel 33 moet elke
lidstaat passende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uitvaardigen om
de vastgestelde basisnormen te doen naleven. Met het oog op de bescherming van de
gezondheid van de werknemers en de bevolking en teneinde hun werkzaamheden
beter te richten, moeten de bevoegde instanties van de lidstaten weten welke
personen, organisaties en/of ondernemingen zij moeten controleren. In dat
verband zijn de lidstaten er krachtens de artikelen 3 en 4 van de
richtlijn toe verplicht bepaalde handelingen die ten gevolge van ioniserende
straling een risico met zich mee kunnen brengen, te onderwerpen aan een systeem
van melding (kennisgeving) en voorafgaande vergunning voor of verbod van
bepaalde handelingen. Richtlijn 96/29/Euratom is van toepassing
op alle handelingen die een risico met zich mee kunnen brengen ten gevolge van
ioniserende straling afkomstig van hetzij een kunstmatige stralingsbron, hetzij
een natuurlijke stralingsbron, inclusief vervoer. Aangezien vervoersoperaties vaak van
grensoverschrijdende aard zijn, moet een vervoerder de meldings‑ en
vergunningsprocedures vaak in verschillende lidstaten doorlopen. Bovendien
hebben de lidstaten deze procedures vaak in verschillende systemen ten uitvoer
gelegd, waardoor zij de complexiteit van vervoersoperaties als zodanig nog
hebben vergroot. Een vervanging van deze nationale meldings‑
en vergunningsprocedures door één registratiesysteem voor de vervoerspraktijk
zal derhalve bijdragen tot een vereenvoudiging van de procedure en een
vermindering van de administratieve lasten en zal belemmeringen om een land
binnen te komen wegwerken, terwijl tegelijk een hoog niveau van bescherming
tegen radioactieve straling wordt gehandhaafd. Deze verordening vervangt de meldings‑
en vergunningsprocedures in de lidstaten met het oog op de tenuitvoerlegging
van Richtlijn 96/29/Euratom door één registratieprocedure. Bij de verordening
wordt een Europees systeem voor de registratie van vervoerders ingevoerd.
Vervoerders moeten een registratie aanvragen via een centrale webinterface.
Deze aanvragen worden vervolgens doorgelicht door de respectieve nationale
bevoegde instanties die de registratie uitreiken wanneer de aanvrager voldoet
aan de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid. Tegelijkertijd biedt
dit systeem de bevoegde instanties een beter overzicht van de vervoerders die
in hun land actief zijn. Het systeem moet beschikbaar, beproefd en functioneel
zijn op het moment dat deze verordening van kracht wordt. De verordening voert een graduele aanpak in.
Vervoerders die uitsluitend "vrijgestelde colli" transporteren,
worden namelijk van de registratieprocedure vrijgesteld. Anderzijds mogen de
lidstaten overeenkomstig de verordening aanvullende registratie-eisen invoeren
voor vervoerders van splijtbaar en hoogactief materiaal. Andere regels van de communautaire wetgeving
en andere internationale regels betreffende de fysieke beveiliging,
veiligheidscontrole en wettelijke aansprakelijkheid blijven van toepassing. Dit
geldt met name voor Richtlijn 2008/68/EG. 2. RECHTSGRONDLAG De bepalingen in deze verordening houden
verband met de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van de
bevolking en de werknemers. De gekozen rechtsgrondslag is bijgevolg hoofdstuk 3
van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
en met name de artikelen 31 en 32 daarvan. 3. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID Zoals in de jurisprudentie van het Hof van
Justitie van de Europese Unie wordt erkend, vormen de bepalingen van
hoofdstuk 3 van het Euratom-Verdrag, met betrekking tot gezondheid en
veiligheid, een samenhangend geheel, waarbij de Commissie vrij ruime
bevoegdheden worden toegekend met het oog op de bescherming van de bevolking en
het milieu tegen de gevaren van radioactieve besmetting[1].
Gezien het arrest van het Hof in zaak C-29/99
kunnen de bestaande basisnormen voor de bescherming van de gezondheid en
veiligheid, die voornamelijk bedoeld zijn om de gezondheid van de werknemers en
de bevolking tegen de met ioniserende straling samenhangende gevaren, worden
'aangevuld'. De voorgestelde verordening is een aanvulling op de in
artikel 30 van het Euratom-Verdrag bedoelde basisnormen, die sinds het Verdrag in werking is getreden reeds
herhaaldelijk zijn herzien, laatstelijk op 13 mei 1996
(Richtlijn 96/29/Euratom)[2]. In zijn arrest van 10 december 2002 in zaak C-29/99 toont het Hof
zich voorstander van een brede interpretatie van het toepassingsgebied van
Richtlijn 96/29/Euratom, en verklaart het dat "ter
afbakening van de bevoegdheid van de Gemeenschap geen artificieel onderscheid
behoeft te worden gemaakt tussen de gezondheidsbescherming van de bevolking en
de veiligheid van de bronnen van ioniserende straling". Het Hof erkent dat de Gemeenschap op grond van
de artikelen 30 tot en met 32 van het Euratom-Verdrag, een brede
"regelgevende bevoegdheid [heeft] om, met het oog op de
gezondheidsbescherming, een vergunningenstelsel in te stellen dat door de
lidstaten moet worden toegepast. Een dergelijke wetgevende handeling is immers
een maatregel die de in artikel 30 van het Euratom-Verdrag bedoelde basisnormen
vervolledigt". Aangezien de voorgestelde verordening
onder het toepassingsgebied van Richtlijn 96/29/Euratom valt, is het
subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing gezien de exclusieve aard van de
wetgevingsbevoegdheid van de Gemeenschap uit hoofde van hoofdstuk 3 van
het Euratom-Verdrag. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING De ontwikkeling van het registratiesysteem,
waarvan de website ook links zal bevatten naar de bevoegde instanties van de
lidstaten, zal ruwweg 1 miljoen EUR huishoudelijke kredieten vergen,
gevolgd door jaarlijkse bedrijfskosten van 0,18 miljoen EUR. Voor het
toezicht op het ontwikkelingsproces zijn bestaande personeelskosten ten belope
van 0,7 miljoen EUR vereist, gevolgd door bijstand ten belope van
jaarlijks 0,1 miljoen EUR. Het bij deze verordening opgerichte
raadgevende comité brengt geen kosten mee voor de begroting als de lidstaten
ermee instemmen gebruik te maken van de bestaande permanente werkgroep inzake
het veilig vervoer van radioactief materiaal. De financiering ten behoeve van
de vergaderingen van het comité (minder dan 30 000 EUR per jaar) zal
worden verzekerd dankzij een herverdeling van de bestaande middelen. Er zijn
geen extra kosten bovenop de in het begrotingsonderdeel voorziene kredieten. In de bij dit voorstel behorende
effectbeoordeling wordt verwezen naar een optionele website met aanvullende
informatie over de bevoegde instanties van de lidstaten, maar slechts een
pagina met basisinformatie moet een onderdeel worden van het registratiesysteem
zodat dit geen extra kosten met zich meebrengt. 2011/0225 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot invoering van een communautair systeem
voor de registratie van vervoerders van radioactief materiaal DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name de tweede alinea van
artikel 31 en artikel 32, Gezien het voorstel van de Commissie,
opgesteld na advies van een door het Wetenschappelijk en Technisch Comité
aangewezen groep van personen, Gezien het advies van het Economisch en
Sociaal Comité[3], Gezien het advies van het Europees Parlement[4], Overwegende hetgeen volgt: (1) Krachtens artikel 33
moeten de lidstaten de passende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
vaststellen om de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van de
bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren
te doen naleven. (2) De basisnormen voor de
bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan
ioniserende straling verbonden gevaren zijn vastgesteld bij
Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996[5].
Die richtlijn is van toepassing op alle handelingen die het risico inhouden van
ioniserende straling afkomstig van kunstmatige of natuurlijke stralingsbronnen,
inclusief het vervoer van dergelijke stralingsbronnen. (3) Om de naleving van de
basisnormen voor de bescherming van de gezondheid te waarborgen, moet worden
vastgesteld welke personen, organisaties of ondernemingen door de bevoegde
instanties van de lidstaten moeten worden gecontroleerd. Te dien einde zijn de
lidstaten krachtens Richtlijn 96/29/Euratom ertoe verplicht bepaalde
handelingen die risico's ten gevolge van ioniserende straling met zich
meebrengen, aan een stelsel van melding en voorafgaande vergunning te
onderwerpen of bepaalde handelingen te verbieden. (4) Aangezien vervoer de enige handeling
is die frequent van grensoverschrijdende aard is, kan van vervoerders van
radioactief materiaal geëist worden dat zij de eisen in acht nemen die verband
houden met de meldings‑ en vergunningsystemen welke gelden in verscheidene
lidstaten. Bij deze verordening worden de meldings‑ en vergunningssystemen
van de onderscheiden lidstaten vervangen door één registratiesysteem dat
geldig is in de gehele Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna "de
Gemeenschap" genoemd). (5) Voor vervoerders over zee en
in de lucht bestaat een dergelijk registratie‑ en certificatiesysteem al.
Krachtens Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december
1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve
procedures op het gebied van de burgerluchtvaart[6] moeten
luchtvaartondernemingen in het bezit zijn van een specifiek certificaat van
luchtvaartexploitant voor het vervoer van gevaarlijke goederen. Wat vervoer
over zee betreft, is bij Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 27 juni 2002 een communautair monitoring‑ en
informatiesysteem voor de zeescheepvaart ingevoerd[7].
De door de burgerluchtvaartautoriteiten afgegeven certificaten en het
rapporteringssysteem voor zeeschepen worden geacht op afdoende wijze de
meldings‑ en vergunningsverplichtingen van Richtlijn 96/29/Euratom
ten uitvoer te leggen. Een registratie van lucht‑ en zeevervoerders in
het kader van deze verordening is derhalve niet noodzakelijk om het voor de
lidstaten mogelijk te maken de naleving van de basisnormen bij deze
vervoerstakken te waarborgen. (6) Vervoerders van radioactief
materiaal zijn onderworpen aan een aantal eisen van de wetgeving van de Unie en
van Euratom en van andere internationale wetgevingsinstrumenten. De voorschriften
van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) met betrekking tot
het veilig vervoer van radioactief materiaal (TS-R-1) en de per vervoerstak
geldende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen blijven
rechtstreeks gelden of worden, wat het vervoer over de weg, per spoor of over
de binnenwateren betreft, door de lidstaten ten uitvoer gelegd in het kader van
Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van
24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over
land[8].
Het bepaalde in deze richtlijn laat echter de toepassing van andere bepalingen
op het gebied van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de
desbetreffende werknemers en op het gebied van milieubescherming onverlet. (7) Teneinde uniforme voorwaarden
voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, moeten aan de
Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten
worden uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EU) nr. 182/2011
van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot
vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing
zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied (1)
Bij deze verordening wordt een communautair systeem
voor de registratie van vervoerders van radioactief materiaal ingesteld dat de
taak van de lidstaten vergemakkelijkt om te waarborgen dat de bij
Richtlijn 96/29/Euratom vastgestelde basisnormen voor de bescherming van
de gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende
straling verbonden gevaren in acht worden genomen. (2)
Deze verordening is van toepassing op elke
vervoerder die radioactief materiaal vervoert binnen de Gemeenschap, van een
derde land naar de Gemeenschap en van de Gemeenschap naar derde landen. Zij
geldt niet voor vervoerders die radioactief materiaal vervoeren door de lucht
en over zee. Artikel 2
Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt
verstaan onder: (a)
"vervoerder", elke persoon, organisatie
of openbare onderneming die zorgt voor het vervoer van radioactief materiaal
met ongeacht welk vervoermiddel in de Gemeenschap, inclusief vervoerders die
vervoer verrichten voor derden en vervoerders die dat doen voor eigen rekening; (b)
"bevoegde instantie", elke instantie die
door de lidstaten wordt aangewezen om taken overeenkomstig deze verordening uit
te voeren; (c)
"vervoer", alle vervoersoperaties van de
plaats van verzending naar de plaats van bestemming, inclusief het laden, de
opslag bij doorvoer en het lossen van het radioactief materiaal; (d)
"radioactief materiaal", elk materiaal
dat radionucliden bevat waarbij zowel de activiteitsconcentratie als de totale
activiteit in de zending de in de punten 402–407 van de IAEA-voorschriften voor
het veilig vervoer van radioactief materiaal (Safety Requirements nr. TS-R-1,
2009, Wenen) gespecificeerde waarden overschrijdt; (e)
"gevaarlijke goederen met grote gevolgen - radioactief materiaal", radioactief materiaal dat potentieel in
een terroristisch incident kan worden misbruikt en dat als gevolg daarvan
ernstige gevolgen kan hebben, zoals een groot aantal slachtoffers of massale
verwoestingen zoals omschreven in Aanhangsel A.9. van
de Nuclear Security Series nr. 9 "Security in the Transport of
Radioactive material" van de IAEA, Wenen 2008; (f)
"vrijgesteld collo", elk collo waarin de
toegestane radioactieve inhoud de activiteitsniveaus niet overschrijdt welke
zijn vastgelegd in tabel V van afdeling IV van de IAEA-voorschriften
voor het veilig vervoer van radioactief materiaal, Safety requirements nr.
TS-R-1, 2009, Wenen, of, bij het vervoer per post, één tiende van deze
grenswaarden, en dat is gelabeld als UN nr. 2908, 2909, 2910 of 2911; (g)
"splijtbaar materiaal", uraan-233,
uraan-235, plutonium-239 en plutonium-241 of elke combinatie van deze
radionucliden. Artikel 3
Algemene bepalingen 1. Vervoerders van radioactief
materiaal moeten beschikken over een geldig registratienummer dat is verkregen
overeenkomstig artikel 5. Bedoelde registratie stelt de vervoerder in de
gelegenheid vervoersoperaties uit te voeren in de gehele Europese Unie. 2. Afzonderlijke
vervoersoperaties gaan vergezeld van een afschrift van het
registratiecertificaat van de vervoerder of van de vergunning of registratie,
verkregen overeenkomstig de toepasselijke nationale procedures in het geval van
het in lid 3 bedoelde vervoer. 3. Een houder van overeenkomstig
Richtlijn 96/29/Euratom uitgereikte geldige vergunningen of registraties
voor de hantering van radioactief materiaal of voor het gebruik van apparatuur
die radioactief materiaal of radioactieve bronnen bevat, mag dit materiaal of
deze bronnen vervoeren zonder registratie overeenkomstig deze verordening
wanneer het vervoer is opgenomen in de vergunningen of registraties voor alle
lidstaten waarin het vervoer plaatsvindt. 4. Nationale meldings‑ en
vergunningseisen die bovenop de bij deze verordening vastgestelde eisen komen,
mogen uitsluitend gelden voor de vervoerders van het volgende materiaal: (a)
splijtbaar materiaal, met uitzondering van
natuurlijk uraan of verarmd uraan dat uitsluitend in een thermische reactor is
bestraald; (b)
gevaarlijke goederen met grote gevolgen - radioactief materiaal. 5. Er wordt geen registratie
vereist voor vervoerders die uitsluitend vrijgestelde colli vervoeren. Artikel 4
Elektronisch systeem voor de registratie van vervoerders (ESRV) 1. Voor het toezicht op en de
monitoring van het vervoer van radioactief materiaal wordt door de Commissie
een elektronisch systeem voor de registratie van vervoerders (ESRV) ingesteld
en bijgehouden. De Commissie omschrijft de informatie die in het systeem moet
worden opgenomen, alsook technische specificaties en vereisten voor het ESRV. 2. Het ESRV waarborgt een
beperkte en beveiligde toegang voor de bevoegde instanties van de lidstaten,
voor de geregistreerde vervoerders en voor aanvragers van een registratie,
overeenkomstig de desbetreffende voorschriften inzake de bescherming van
persoonsgegevens als met name neergelegd bij Richtlijn 95/46/EG van het
Europees Parlement en de Raad[9]. De bevoegde instanties
hebben toegang tot alle beschikbare gegevens. 3. De Commissie is niet
verantwoordelijk voor de inhoud en nauwkeurigheid van de informatie die via het
ESRV wordt ingediend. Artikel 5
Registratieprocedure 1. Een vervoerder vraagt een
registratie aan via het ESRV. De vervoerder die een aanvraag wil indienen, doet
dit door het in bijlage I gegeven elektronisch aanvraagformulier in te vullen
en toe te zenden. 2. Nadat het aanvraagformulier
is ingevuld en verzonden, ontvangt de aanvrager een automatische
ontvangstbevestiging samen met een aanvraagnummer. 3. Wanneer de aanvrager in één
of meer lidstaten is gevestigd, wordt de aanvraag behandeld door de bevoegde
instantie van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de aanvrager is gevestigd. Wanneer de aanvrager in een derde land is
gevestigd, wordt de aanvraag behandeld door de bevoegde instantie van de
lidstaat waarnaar de vervoerder voornemens is voor het eerst het grondgebied
van de Unie te binnen te komen. De bevoegde instantie van de lidstaat die het
eerste certificaat van registratie van de vervoerder heeft uitgereikt, reikt
ook een nieuw certificaat uit in het geval van wijziging van de gegevens
overeenkomstig artikel 6. 4. Binnen een periode van acht
weken na toezending van de ontvangstbevestiging reikt de bevoegde instantie een
certificaat van registratie van vervoerder uit wanneer zij oordeelt dat de
verstrekte informatie volledig is en in overeenstemming is met de toepasselijke
eisen van deze verordening, alsook met Richtlijn 96/29/Euratom en
Richtlijn 2008/68/EG. 5. Het certificaat van
registratie van vervoerder bevat de in bijlage II bedoelde informatie en
wordt via het ESRV uitgereikt in de vorm van een gestandaardiseerd
registratiecertificaat. Een afschrift van het certificaat van registratie
van vervoerder wordt automatisch via het ESRV verstrekt aan alle bevoegde
instanties van de lidstaten waarin de vervoerder voornemens is zijn activiteit
uit te voeren. 6. Wanneer de bevoegde instantie
weigert een certificaat van registratie van vervoerder uit te reiken op grond
van het feit dat de in de aanvraag verstrekte informatie onvolledig is of niet
in overeenstemming is met de geldende eisen, stuurt zij de aanvrager een
schriftelijk antwoord binnen acht weken na toezending van de
ontvangstbevestiging. Voorafgaand aan een dergelijke weigering verzoekt de
bevoegde instantie de aanvrager om zijn aanvraag te corrigeren of aan te vullen
binnen een termijn van drie weken na de ontvangst van dit bezoek. De bevoegde
instantie verstrekt een verklaring met de redenen voor de weigering. Een afschrift van de weigering en van de
verklaring met de redenen voor de weigering wordt via het ESRV automatisch
toegezonden aan alle bevoegde instanties van de lidstaten waarin de desbetreffende
vervoerder voornemens is zijn activiteit uit te voeren. 7. In geval van een weigering om
een certificaat van registratie van vervoerder uit te reiken, kan de aanvrager
tegen deze beslissing beroep aantekenen overeenkomstig de geldende nationale
wettelijke voorschriften. 8. Een geldig certificaat van
registratie wordt erkend door alle lidstaten. 9. Het certificaat van
registratie van vervoerder is geldig voor een periode van vijf jaar en kan op
aanvraag van de vervoerder worden verlengd. Artikel 6
Wijziging van de gegevens 1. De vervoerder is
verantwoordelijk voor het waarborgen van de nauwkeurigheid van de in het
aanvraagformulier verstrekte gegevens voor de aanvraag bij het ESRV van een
registratie van vervoerder binnen de Gemeenschap. 2. Bij een wijziging van de
gegevens in deel A van het aanvraagformulier voor registratie van
vervoerder binnen de Gemeenschap, dient de desbetreffende vervoerder een
aanvraag voor een nieuw certificaat in. Artikel 7
Waarborgen van de naleving 1. Wanneer een vervoerder de
eisen van deze verordening niet naleeft, neemt de bevoegde instantie van de
lidstaat waar de inbreuk is ontdekt, handhavingsmaatregelen binnen het
rechtskader van die lidstaat, zoals schriftelijke aanmaningen, opleidings‑
en voorlichtingsmaatregelen, schorsing, intrekking of wijziging van de
registratie, dan wel gerechtelijke vervolging, naargelang de
veiligheidsbetekenis van de inbreuk en de staat van dienst op nalevingsgebied
van de vervoerder. 2. De bevoegde instantie van de
lidstaat waar de inbreuk is ontdekt, deelt de vervoerder en de bevoegde
instanties van de lidstaten waarin/waarnaar de vervoerder voornemens was
radioactief materiaal te vervoeren, de informatie mede over de genomen
handhavingsmaatregelen, alsmede een verklaring met de redenen waarom deze
maatregelen genomen zijn. Wanneer de vervoerder de in lid 1 bedoelde
handhavingsmaatregelen niet naleeft, trekt de bevoegde instantie van de
lidstaat waar het hoofdkantoor van de vervoerder gevestigd is of, wanneer de
vervoerder in een derde land gevestigd is, de bevoegde instantie van de
lidstaat op het grondgebied waarvan de vervoerder voornemens was voor het eerst
de Gemeenschap binnen te komen, de registratie in. 3. De bevoegde instantie stelt
de vervoerder en de andere betrokken bevoegde instanties in kennis van de
intrekking van de registratie, samen met een verklaring met de redenen daarvoor. Artikel 8
Bevoegde instanties en nationaal meldpunt 1. De lidstaten wijzen een
bevoegde instantie en een nationaal meldpunt voor het vervoer van radioactief
materiaal aan. Uiterlijk een maand na de inwerkingtreding van
deze verordening zenden de lidstaten de Commissie de namen, adressen en alle
nodige informatie voor snelle communicatie met de bevoegde instanties en met
het nationale meldpunt voor het vervoer van radioactief materiaal toe, alsook
elke daaropvolgende wijziging van dergelijke gegevens. Via het ESRV stelt de Commissie alle bevoegde
instanties in kennis van deze informatie en van elke wijziging daarvan. 2. De informatie betreffende de
nationale regels voor stralingsbescherming die van toepassing zijn op het
vervoer van radioactief materiaal, is via de nationale meldpunten gemakelijk
toegankelijk voor vervoerders. 3. Op verzoek van een vervoerder
verstrekken het meldpunt en de bevoegde instantie van de desbetreffende
lidstaat volledige informatie inzake de voorschriften voor het vervoer van
radioactief materiaal op het grondgebied van de lidstaat in kwestie. Die informatie is gemakkelijk op afstand en met
gebruikmaking van elektronische middelen toegankelijk en wordt goed bij de tijd
gehouden. De meldpunten en de bevoegde instanties antwoorden
zo snel mogelijk op elk verzoek om informatie en stellen, in gevallen waarin
dit verzoek gebrekkig of ongegrond is, de indiener van het verzoek om
informatie daarvan onverwijld in kennis. Artikel 9
Samenwerking tussen de bevoegde instanties De bevoegde instanties van de lidstaten werken
samen met het oog op de harmonisatie van hun voorwaarden voor uitreiking van
een registratie en een geharmoniseerde toepassing en handhaving van deze
verordening. Wanneer er binnen een lidstaat meer dan één
bevoegde instantie is, onderhouden deze contact met elkaar en werken zij nauw
samen op basis van juridische of formele overeenkomsten waarin de bevoegdheden
van elk van hen worden omschreven. Zij communiceren met elkaar en verstrekken
elkaar, het nationale meldpunt en de andere gouvernementele en
niet-gouvernementele organisaties met verwante bevoegdheden alle nodige
informatie. Artikel 10
Uitvoering De Commissie stelt uitvoeringsbesluiten vast tot instelling van het in
artikel 4 beschreven elektronisch systeem voor de registratie van
vervoerders (ESRV). Deze uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in
artikel 11 bedoelde raadplegingsprocedure. Artikel 11
Raadgevend comité De Commissie wordt bijgestaan
door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU)
nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011
tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing
zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[10]. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is
artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Het comité adviseert de Commissie en staat
haar bij bij de uitvoering van haar taken in het kader van deze verordening. Het comité wordt samengesteld uit door de
lidstaten en door de Commissie aangewezen deskundigen en wordt voorgezeten door
een vertegenwoordiger van de Commissie. Artikel 12
Inwerkingtreding Deze verordening
treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad
van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar
onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE BIJLAGE I
AANVRAAGFORMULIER VOOR REGISTRATIE VAN VERVOERDER BINNEN DE GEMEENSCHAP GELIEVE DEZE AANVRAAG UITSLUITEND TE
VERZENDEN MET GEBRUIKMAKING VAN DE BEVEILIGDE WEBSITE VAN HET ELEKTRONISCH
SYSTEEM VOOR DE REGISTRATIE VAN VERVOERDERS (ESRV) VAN DE EUROPESE COMMISSIE WANNEER OM EEN WIJZIGING VAN DE INFORMATIE
IN DEEL A WORDT VERZOCHT, IS EEN NIEUWE REGISTRATIE VEREIST. De vervoerder moet ervoor zorgen dat de via dit systeem in het
aanvraagformulier verstrekte gegevens voor de aanvraag van een registratie van
vervoerder binnen de Gemeenschap nauwkeurig blijft. De in dit aanvraagformulier verstrekte
informatie wordt behandeld door de Europese Commissie overeenkomstig het
bepaalde in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad. NIEUW CERTIFICAAT VAN
REGISTRATIE WIJZIGING VAN EEN BESTAANDE
REGISTRATIE VERNIEUWING VAN EEN BESTAANDE
REGISTRATIE Nummer(s) van het certificaat van registratie:
Verklaar meer in detail waarom om wijziging
van een bestaande registratie wordt verzocht. 1. GEGEVENS OVER DE AANVRAGER: DEEL A || DEEL B NAAM ONDERNEMING: VOLLEDIG ADRES: NATIONAAL REGISTRATIENUMMER: || 1. Naam, functie, volledig adres, telefoonnummer en e-mailadres van de bevoegde vertegenwoordiger van de organisatie van de vervoerder (de persoon die gemachtigd is om namens de organisatie van de vervoerder verbintenissen aan te gaan): 2. Naam, functie, volledig adres, telefoonnummer en e-mailadres van de persoon waarmee de bevoegde instanties contact kunnen opnemen inzake technische/administratieve kwesties (persoon die verantwoordelijk is voor de naleving van de voorschriften voor de door het vervoersbedrijf ontplooide activiteiten): 3. Naam, functie en volledig adres van de veiligheidsadviseur (uitsluitend voor vervoer over land en indien verschillend van 1 of 2): 4. Naam, functie en volledig adres van de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het stralingsbeschermingsprogramma, indien verschillend van 1 of 2 of 3: 2. AARD VAN HET VERVOER: DEEL A || DEEL B WEG SPOORWEG BINNENWATEREN || 1 Aantal personen betrokken bij en opgeleid voor vervoer (informatie) 1 t/m 5 5 t/m 10 10 t/m 20 >20 2 Sector van vervoersactiviteit: algemene beschrijving van de aard van de te ondernemen vervoersactiviteiten (informatie) medisch gebruik industrieel gebruik, gebruik voor niet-destructieve beproeving, onderzoek gebruik in de splijtstofkringloop afval gevaarlijke goederen met grote gevolgen - radioactief materiaal 3. GEOGRAFISCHE DEKKING Gelieve in onderstaande lijst de lidstaten aan
te kruisen waarnaar wordt voorgenomen radioactief materiaal te vervoeren en
selecteer de aard van de activiteit Geef, wanneer ook activiteiten worden ontplooid in andere lidstaten dan die waarin de registratieaanvraag is ingediend, nadere gegevens voor elk land, d.w.z. uitsluitend doorvoer, dan wel voornaamste laad‑/losplaatsen binnen een specifiek land, frequentie: DEEL A || DEEL B België Bulgarije Tsjechië Denemarken Duitsland Estland Ierland Griekenland Spanje Frankrijk Italië Cyprus Letland Litouwen Luxemburg Hongarije Malta Nederland Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Slovenië Slowakije Finland Zweden Verenigd Koninkrijk || doorvoer lossen laden voornaamste laadplaatsen: voornaamste losplaatsen: frequentie: dagelijks wekelijks maandelijks minder frequent 4. TYPE COLLO Registratie is vereist voor: DEEL A TYPE COLLO – Indeling overeenkomstig TS-R-1 || DEEL B: geraamd aantal colli/jaar UN 2908 RADIOACTIEF MATERIAAL, VRIJGESTELD COLLO — LEGE VERPAKKING UN 2909 RADIOACTIEF MATERIAAL, VRIJGESTELD COLLO — VOORWERPEN VERVAARDIGD VAN NATUURLIJK URAAN of VERARMD URAAN of NATUURLIJK THORIUM UN 2910 RADIOACTIEF MATERIAAL, VRIJGESTELD COLLO — BEPERKTE HOEVEELHEID MATERIAAL UN 2911 RADIOACTIEF MATERIAAL, VRIJGESTELD COLLO — INSTRUMENTEN of VOORWERPEN UN 2912 RADIOACTIEF MATERIAAL, GERINGE SPECIFIEKE ACTIVITEIT (LSA-I), niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2913 RADIOACTIEF MATERIAAL, VOORWERPEN MET BESMETTING AAN HET OPPERVLAK (SCO-I of SCO-II), niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2915 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE A-COLLO, niet in speciale toestand, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2916 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE B(U)-COLLO, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2917 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE B(M)-COLLO, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2919 RADIOACTIEF MATERIAAL, VERVOERD OP GROND VAN SPECIALE REGELING, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 2977 RADIOACTIEF MATERIAAL, URAANHEXAFLUORIDE, SPLIJTBAAR UN 2978 RADIOACTIEF MATERIAAL, URAANHEXAFLUORIDE, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 3321 RADIOACTIEF MATERIAAL, GERINGE SPECIFIEKE ACTIVITEIT (LSA-II), niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 3322 RADIOACTIEF MATERIAAL, GERINGE SPECIFIEKE ACTIVITEIT (LSA-III), niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 3323 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE C-COLLO, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 3324 RADIOACTIEF MATERIAAL, GERINGE SPECIFIEKE ACTIVITEIT (LSA-II), SPLIJTBAAR UN 3325 RADIOACTIEF MATERIAAL, GERINGE SPECIFIEKE ACTIVITEIT (LSA-III), SPLIJTBAAR UN 3326 RADIOACTIEF MATERIAAL, VOORWERPEN MET BESMETTING AAN HET OPPERVLAK (SCO-I of SCO-II), SPLIJTBAAR UN 3327 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE A-COLLO, SPLIJTBAAR, niet in speciale toestand UN 3328 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE B(U)-COLLO, SPLIJTBAAR UN 3329 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE B(M)-COLLO, SPLIJTBAAR UN 3330 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE C-COLLO, SPLIJTBAAR UN 3331 RADIOACTIEF MATERIAAL, VERVOERD OP GROND VAN SPECIALE REGELING, SPLIJTBAAR UN 3332 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE A-COLLO, IN SPECIALE TOESTAND, niet splijtbaar of splijtbaar vrijgesteld UN 3333 RADIOACTIEF MATERIAAL, TYPE A-COLLO, IN SPECIALE TOESTAND, SPLIJTBAAR || 5. STRALINGSBESCHERMINGSPROGRAMMA (SBP) DEEL A: Door dit vakje aan te kruisen: verklaar ik dat wij beschikken over een SBP dat volledig ten uitvoer is gelegd en strikt wordt toegepast || DEEL B: Referentienummer en datum van het document waarin het SBP beschreven is Upload van het SBP 6. KWALITEITSBORGINGSPROGRAMMA (KBP) Dit KBP is beschikbaar voor inspectie door de
bevoegde instantie (overeenkomstig artikel 1.7.3 van de ADR (Overeenkomst
Internationaal vervoer gevaarlijke goederen over de weg)) DEEL A: Door dit vakje aan te kruisen: verklaar ik dat wij beschikken over een KBP dat volledig ten uitvoer is gelegd en strikt wordt toegepast || DEEL B: Referentienummer en datum van het document 7. Verklaring Ik, de vervoerder, verklaar hierbij
dat ik voldoe aan alle ter zake dienende internationale, communautaire en
nationale voorschriften met betrekking tot het vervoer van radioactief
materiaal. Ik, de vervoerder, verklaar hierbij
dat de in dit formulier vervatte informatie correct is. Datum ……….. Naam ………..…….. Handtekening
……… BIJLAGE II
ELEKTRONISCH CERTIFICAAT VAN REGISTRATIE VAN VERVOERDER VAN RADIOACTIEF
MATERIAAL OPMERKING: ELK VERVOER DAT VALT ONDER HET
TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE VERORDENING GAAT VERGEZELD VAN EEN AFSCHRIFT VAN DIT
CERTIFICAAT VAN REGISTRATIE. Dit certificaat van registratie wordt
uitgereikt overeenkomstig Verordening (Euratom) xxxxx / ddd.mm.jjjj van de
Raad. Dit certificaat stelt de vervoerder niet vrij
van de naleving van andere toepasselijke voorschriften. 1) REFERENTIENUMMER VAN DE REGISTRATIE: BE/
xxxx / dd-mm-jjjj 2) NAAM VAN DE BEVOEGDE INSTANTIE / HET LAND: 3) NAAM & ADRES VAN DE ONDERNEMING 4) WIJZE VAN VERVOER: WEG
SPOORWEG
BINNENWATEREN 7) LIDSTATEN waarin het certificaat geldig is 8) TYPE COLLO – UN-NUMMER (zie
bijlage 1- zelfde formaat) 9) DATUM ELEKTRONISCHE HANDTEKENING GELDIGHEIDSPERIODE: DATUM + 5 jaar FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en)
1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en)
2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen
voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde gevolgen
voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid met
het huidige meerjarig financieel kader 3.2.5. Bijdrage van derden
aan de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief VERORDENING
VAN DE RAAD tot invoering van een communautair systeem voor de registratie van
vervoerders van radioactief materiaal 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[11] Energie Nucleaire
veiligheid 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een
voorbereidende actie[12] ¨ Het
voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe
actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie 1.
Duurzame groei 1a.
Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid De algemene doelstellingen van het voorstel zijn direct
verbonden met de fundamentele doelstellingen van het EU-beleid als toegepast op
dit specifieke gebied, namelijk: • adequate veiligheidsnormen waarborgen en handhaven
om het publiek en het milieu te beschermen gedurende het vervoer van
radioactief materiaal, en • toe te werken naar een Europese interne markt voor
diensten voor het vervoer van radioactief materiaal. 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteiten De
specifieke doelstellingen van de voorgestelde communautaire actie zijn: • garanderen
van de veiligheid en de gezondheidsbescherming van burgers gedurende het
vervoer van radioactief materiaal op het grondgebied van de EU; • bijdragen
tot het wegwerken van belemmeringen voor de interne markt in deze sector; • verhogen
van de transparantie van de wetgeving voor het vervoer van radioactief
materiaal opdat vervoerders en gebruikers gemakkelijk de vereiste informatie en
de betrokken instanties kunnen vinden; • creëren
van de passende organisatie- en wetgevingsvoorwaarden om een tijdige levering
in goede omstandigheden te waarborgen van levensreddende radio-isotopen die
essentieel zijn voor medische tests inzake en therapeutische behandeling van
een groot aantal ziekten; Ten
slotte zijn er operationele doelstellingen die verband houden met specifieke outputs
van de communautaire actie, namelijk: • toepassing
van internationaal erkende voorschriften teneinde repetitieve regels van de
lidstaten overbodig te maken; • het
voor vervoerders mogelijk maken radioactief materiaal in de Gemeenschap te
vervoeren zonder dat zij aanvullende administratieve procedures voor registratie
of vergunningen in andere lidstaten hoeven te doorlopen; • oprichting
van nationale meldpunten die vervoerders voorlichten over de vereiste
informatie en de betrokken autoriteiten; • afschaffing
van de meldingseisen voor afzonderlijke vervoersoperaties voor radioactief
materiaal, afgezien van meldingseisen met betrekking tot operaties voor het
vervoer van splijtbaar materiaal en radioactief materiaal met grote gevolgen. Wat
de uitgaven betreft, is de doelstelling een Europees systeem voor de
registratie van vervoerders op te zetten en bij te houden. Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) 32
05 Kernenergie 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief moet hebben op de begunstigden/doelgroepen. Resultaten: • adequate veiligheidsnormen waarborgen en handhaven om het
publiek en het milieu te beschermen gedurende het vervoer van radioactief
materiaal, en • toe te werken naar een Europese interne markt voor diensten
voor het vervoer van radioactief materiaal. Gevolgen: Door onder meer te zorgen voor een wederzijdse erkenning
van vergunningen voor vervoerders zal de verordening naar verwachten resulteren
in een besparing van 13,6 miljoen EUR per jaar in het geheel van de economie.
De voorgestelde aanpak zal de bureaucratische belasting voor de vervoerders,
gebruikers en producenten verminderen en zal voor de autoriteiten middelen
vrijmaken die dan, tenminste gedeeltelijk, kunnen worden gebruikt voor toezicht
op de naleving. De besparingen ten gevolge van een verbeterd
regelgevingskader (minder afwijkingen van het regelgevingskader; betere en
geharmoniseerde regels op Europees niveau; verminderde complexiteit van de
voorschriften; vermindering van de kosten ten gevolge van administratieve
belasting; kosten van aanvullende eisen in de nationale wetgevingen; kortere
termijnen voor het verkrijgen van vergunningen) zullen alles samen
9,8 miljoen EUR bedragen, terwijl de kosten voor vervoersoperaties met
5,2 miljoen EUR zullen worden verminderd (vermindering van vertragingen
bij grensoverschrijdende vervoersoperaties; afname van weigeringen en
niet-naleving bij verzendingen; wegwerken van toegangsbelemmeringen voor kleine
en middelgrote ondernemingen). Tegenover deze besparing van alles samen 15 miljoen EUR
staan de kosten voor de publieke sector van 1,4 miljoen EUR per jaar,
inclusief de kosten voor het opzetten en het operationeel houden van het
registratiesysteem. De verordening zal het huidige goedkeuringssysteem
daadwerkelijk vereenvoudigen, zal transparantie invoeren en zal belemmeringen
voor de goede werking van de interne markt wegwerken zonder afbreuk te doen aan
een hoog niveau van veiligheid en bescherming. 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren Vermeld de indicatoren
aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is
uitgevoerd. De
Europese Commissie zal van nabij toezien op het effect van de verordening door
daarover de betrokken partijen intensief te bevragen, meer bepaald de
lidstaten, de vervoerders en de personen/ondernemingen die vragende partij zijn
voor de desbetreffende vervoersdiensten. Het
gebrek aan betrouwbare statistieken voor deze sector maakt het moeilijk om
exacte streefcijfers vast te leggen. De nauwe contacten die de
Commissiediensten hebben met alle belanghebbenden moeten het echter mogelijk
maken na te gaan of de specifieke doelstellingen van dit initiatief worden
verwezenlijkt, namelijk: • de veiligheid en de bescherming van de gezondheid
van de burgers tijdens het vervoer van radioactief materiaal over het grondgebied
van de EU waarborgen; • bijdragen tot het wegwerken van belemmeringen voor
de interne markt in deze sector; • de transparantie van de wetgeving vergroten zodat
het voor vervoerders en gebruikers gemakkelijk wordt de vereiste informatie en
de betrokken autoriteiten te vinden; • passende organisatie- en wetgevingsvoorwaarden
creëren om een tijdige levering in goede omstandigheden te
waarborgen van levensreddende radio-isotopen die essentieel zijn voor medische
tests inzake en therapeutische behandeling van een groot aantal ziekten. Wat het registratiesysteem zelf betreft, zullen de volgende
indicatoren worden gebruikt: • het systeem tijdig en binnen de begroting
operationeel krijgen; • ervoor zorgen dat de geleverde kenmerken in
overeenstemming zijn met de verordening; • ervoor zorgen dat het systeem gebruiksvriendelijk
is. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien Het
registratiesysteem moet op volledige en betrouwbare wijze beschikbaar zijn. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU Rekening
houdend met: • de
noodzaak hoge veiligheidsnormen voor het vervoer van radioactief materiaal in
alle 27 lidstaten te waarborgen, • de
noodzaak de problemen bij het grensoverschrijdende vervoer aan te pakken, met
name de grote variatie bij de toepassing van artikel 3 en artikel 4 van
de richtlijn betreffende de basisnormen, is
het meer dan duidelijk dat EU-actie kan bijdragen tot harmonisatie en
vereenvoudiging van de regels in de Gemeenschap en tot het vergroten van de
transparantie, met tegelijk handhaving van een hoog niveau van veiligheid en
bescherming. 1.5.3. De lering die uit reeds
verrichte soortgelijke activiteiten is getrokken De
benutting van het volledige potentieel van de interne markt heeft reeds baat
gebracht voor consumenten en producenten of dienstenleveranciers. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten De
verordening is volledig in overeenstemming met de algemene doelstellingen van
de EU en van Euratom (interne markt, bescherming van de werknemers en de
bevolking). 1.6. Duur en financiële gevolgen ¨ Voorstel/initiatief
met een beperkte geldigheidsduur –
¨ Voorstel/initiatief van
kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ –
¨ Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ X Voorstel/initiatief
met onbeperkte geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf jaar N[13] tot en met jaar
N+3, –
Gevolgd door een volledige
uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[14] X Direct
gecentraliseerd beheer door de Commissie ¨ Indirect
gecentraliseerd beheer met
delegatie van de tenuitvoerlegging door: –
¨ uitvoerende agentschappen –
¨ door de gemeenschappen opgerichte organen[15]
–
¨ nationale publiekrechtelijke organen of organen met
een openbaredienstverleningstaak –
¨ personen aan wie de
uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag
betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het
betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement ¨ Gedeeld
beheer met de lidstaten ¨ Gedecentraliseerd
beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk
beheer met internationale
organisaties (te specificeren) Verstrek, indien meer
dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Opmerkingen 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen Vermeld
frequentie en voorwaarden. DG
Energie stelt voor het ontvangen deskundigenadvies te volgen en de effecten van
deze verordening twee jaar na de inwerkingtreding ervan te evalueren. Deze
tussentijdse evaluatie kan moeilijkheden en op te lossen knelpunten aan het
licht brengen. Na deze initiële evaluatie kan het nuttig zijn de zaak opnieuw
te evalueren na een periode van vijf jaar waarin kan worden nagegaan welke
belemmeringen er nog steeds zijn voor een vlotte tenuitvoerlegging van het
vervoer van radioactief materiaal binnen de Europese Unie. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Geconstateerde risico's De
lidstaten zijn niet bereid de nodige investeringen (op het gebied van
inspanningen) voor het project te doen. Vertraging bij de rechtsgrond. Het voorstel wordt
vastgesteld door de Europese Commissie maar de tijdshorizon qua goedkeuring
door de Raad is onbekend. Blokkering van de rechtsgrond om ongeacht welke reden (bv. het
voorstel krijgt niet de vereiste meerderheid in de Raad). De definitieve tekst van de verordening verschilt
aanzienlijk van de huidige versie. Het is moeilijk de nationale vergunningsprocedures te
integreren in een eengemaakt EU27-kader. De subcontractor kan het project niet ten uitvoer leggen
met inachtneming van het vereiste kwaliteitsniveau en als gevolg daarvan
voldoet de betrouwbaarheid van het gehele systeem niet aan de
prestatiespecificaties. Er is discrepantie tussen de eisen. Er zijn fouten in de architectuur; het is moeilijk
commercieel verkrijgbare software te integreren. 2.2.2. Controlemiddel(en) De
ontwikkeling van het registratiesysteem verloopt overeenkomstig de door DIGIT
vastgestelde richtsnoeren en er wordt gebruik gemaakt van de bestaande
DIGIT-kadercontracten en dus wordt de standaardprocedure gevolgd in
overeenstemming met het Financieel Reglement, inclusief alle daarin opgenomen
controlemiddelen. Bovendien gebeurt de hosting via een administratieve
overeenkomst met DIGIT. 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden Vermeld de bestaande
en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen. DG
ENER zal alle toezichtsmechanismen van de wetgeving toepassen. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarig
financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven In volgorde van de
rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage Aantal [Beschrijving………………………...…….] || GK/NGK ([16]) || Van EVA-landen[17] || Van kandidaat-lidstaten[18] || Van derde landen || In de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement Nr. 1 || 32.0502 "Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming" || GK || NEE || NEE || NEE || NEE · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel
kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage Aantal [Begrotingsonderdeel………………………..] || GK/NGK || Van EVA-landen || Van kandidaat-lidstaten || Van derde landen || In de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement || [XX.YY.YY.YY] || || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven In miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarig financieel kader: || 1a || Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid DG: ENER || || || N || N+1 || N+2 || N+3 || N+4 en volgende || TOTAAL Beleidskredieten[19] || || || || || || || || 32.0502 || Vastleggingen || (1) || 0,142 || 0,471 || 0,412 || 0,193 || 0,177 || 0,177 || 0,177 || Betalingen || (2) || 0,100 || 0,450 || 0,400 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,199 || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[20] || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor DG ENER || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0,142 || 0,471 || 0,412 || 0,193 || 0,177 || 0,177 || 0,177 || Betalingen || =2+2a +3 || 0,100 || 0,450 || 0,400 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,197 || TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 0,142 || 0,471 || 0,412 || 0,193 || 0,177 || 0,177 || 0,177 || Betalingen || (5) || 0,100 || 0,450 || 0,400 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,197 || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0,142 || 0,471 || 0,412 || 0,193 || 0,177 || 0,177 || 0,177 || Betalingen || =5+ 6 || 0,100 || 0,450 || 0,400 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,197 || Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor
meerdere rubrieken: TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 4 van het meerjarig financieel kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Rubriek van het meerjarig financieel kader: || 5 || "Administratieve uitgaven" In miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || N+4 en volgende || TOTAAL DG: ENER || Personele middelen || 0,191 || 0,318 || 0,191 || 0,095 || 0,095 || 0,095 || 0,095 || Overige administratieve uitgaven || 0,05 || 0,05 || 0,05 || 0,05 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || TOTAAL DG ENER || Kredieten || 0,241 || 0,368 || 0,241 || 0,145 || 0,125 || 0,125 || 0,125 || TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || (Totaal vastleggingen = Totaal betalingen) || 0,241 || 0,368 || 0,241 || 0,145 || 0,125 || 0,125 || 0,125 || In miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || N+4 en volgende || TOTAAL TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || 0,383 || 0,838 || 0,653 || 0,338 || 0,302 || 0,302 || 0,302 || Betalingen || 0,341 || 0,818 || 0,641 || 0,345 || 0,325 || 0,325 || 0,320 || 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief
zijn geen beleidskredieten nodig –
x Voor
het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader
wordt beschreven: Vastleggingskredieten in miljoen EUR (tot
op 3 decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || N || N+1 || N+2 || N+3 || N+4 en volgende || TOTAAL OUTPUTS Soort output[21] || Gem. kosten van de output || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Aantal outputs || Prijs || Totaal aantal outputs || Totaal kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1[22]… || || || || || || || || || || || || || || || || Europees systeem voor registratie van vervoerders || || || || 0,142 || || 0,471 || || 0,412 || || 0,193 || || 0,177 || || 0,177 || || 0,177 || || 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief
zijn geen administratieve kredieten nodig –
x Voor
het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder
nader wordt beschreven: In
miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || N || N+1 || N+2 || N+3 || N+4 en volgende || TOTAAL RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || Personele middelen || 0,191 || 0,318 || 0,191 || 0,095 || 0,095 || 0,095 || 0,095 || Overige administratieve uitgaven || 0,05 || 0,05 || 0,05 || 0,05 || 0,03 || 0,03 || 0,03 || Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || 0,241 || 0,368 || 0,241 || 0,145 || 0,125 || 0,125 || 0,125 || Buiten RUBRIEK 5[23] van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || || Andere uitgaven van administratieve aard || || || || || || || || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || TOTAAL || 0,241 || 0,368 || 0,241 || 0,145 || 0,125 || 0,125 || 0,125 || 1,37 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften –
¨ Voor het voorstel/initiatief
zijn geen personele middelen nodig –
X Voor
het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader
wordt beschreven: Raming in een geheel getal (of met maximaal 1
decimaal) || N || N+1 || N+2 || N+3 || N+4 en volgende Posten volgens de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 1,5 || 2,5 || 1,5 || 0,75 || 0,75 || 0,75 || 0,75 XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || XX 01 05 01 (onderzoek onder contract) || || || || || || || 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE)[24] XX 01 02 01 (AC, INT, END van de "totale financiële middelen") || || || || || || || XX 01 02 02 (AC, INT, JED, LA en END in de delegaties) || || || || || || || XX 01 04 yy [25] || - zetel[26] || || || || || || || - delegaties || || || || || || || XX 01 05 02 (AC, INT, END - onderzoek onder contract) || || || || || || || 10 01 05 02 (AC, INT, END – eigen onderzoek) || || || || || || || Andere begrotingsonderdelen (specificeer) || || || || || || || TOTAAL || 1,5 || 2,5 || 1,5 || 0,75 || 0,75 || 0,75 || 0,75 Nucleaire veiligheid is het beleidsterrein of de begrotingstitel. De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Ontwikkeling van het Europees systeem van registratie van vervoerders Extern personeel || 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarig financieel kader –
X Het
voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarig financieel kader. –
¨ Het voorstel/initiatief
vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel
kader. Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder
vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. –
¨ Het voorstel/initiatief
vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het
meerjarig financieel kader[27]. Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
Het voorstel/initiatief voorziet niet in
medefinanciering door derden 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
X Het
voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten. –
¨ Het voorstel/initiatief
heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen: –
¨ voor de eigen
middelen –
¨ voor de diverse
ontvangsten In miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief [28] Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || … zoveel kolommen invullen als nodig is om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Artikel …………. || || || || || || || || Vermeld voor de diverse
ontvangsten die worden "toegewezen", het (de)
betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven. Vermeld de wijze van
berekening van de gevolgen voor de ontvangsten. [1] C-187/87 (1988 Jurispr. blz. 5013) en C-29/99 (2002 Jurispr. blz. I-11221). [2] PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1. [3] PB C 143 van 22.5.2012, blz. 110. [4] PB C ... van …, blz. . [5] PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1. [6] PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4. [7] PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10. [8] PB L 260 van 30.9.2008, blz. 13. [9] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [10] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [11] ABM: Activity-Based Management – ABB: Activity-Based
Budgeting. [12] In de zin van artikel 49,
lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement. [13] Het jaar N is het eerste jaar na de vaststelling van de
verordening van de Raad tot invoering van een communautair systeem voor de
registratie van vervoerders van radioactief materiaal. [14] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar
het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [15] Als bedoeld in artikel 185 van
het Financieel Reglement. [16] GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste
kredieten. [17] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. [18] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend
geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de westelijke Balkan. [19] De vastleggingen zijn als volgt ingedeeld; de betalingen
zijn lichtjes uitgesteld rekening houdend met de wijze waarop de contractanten
naar verwachting zullen worden betaald. De bedrijfskosten die het onderhoud, de
ondersteuning en de infrastructuur dekken, zullen geleidelijk toenemen en
zullen vanaf 2016 een stabiel niveau bereiken op 177 000 EUR. || N || N+1 || N+2 || N+3 || N+4 Ontwikkeling || 114 || 352 || 116 || || Tests || 9 || 44 || 122 || || Onderhoud || || || 29 || 58 || 52 Ondersteuning || || || 50 || 50 || 50 Opleiding || || || 20 || 10 || Infrastructuur || 19 || 75 || 75 || 75 || 75 || 142 || 471 || 412 || 193 || 177 [20] Technische en/of administratieve
bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of
acties van de EU (vroegere
"BA"-onderdelen), onderzoek
door derden, eigen onderzoek. [21] Outputs zijn de te verstrekken
producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal
km aangelegde wegen, enz.). [22] Zoals beschreven in punt 1.4.2.
"Specifieke doelstelling(en)…". [23] Technische en/of administratieve
bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of
acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden,
eigen onderzoek. [24] AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent
Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd
nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en
Délégation (jonge deskundige in delegaties). [25] Onder het plafond voor extern
personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen). [26] Vooral voor structuurfondsen,
Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Europees
Visserijfonds (EVF). [27] Zie de punten 19 en 24 van het
Interinstitutioneel Akkoord. [28] Voor traditionele eigen middelen
(douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z.
na aftrek van 25 % aan inningskosten.