52012PC0551

Wijziging van voorstel COM(2011) 628 definitief/2 van de Commissie voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid /* COM/2012/0551 final - 2011/0288 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Kroatië treedt in principe op 1 juli 2013 toe tot de EU. Hoewel de Akte van Toetreding[1] nog niet door alle lidstaten is geratificeerd, heeft de Commissie haar voorstellen voor een meerjarig financieel kader[2] onlangs bijgewerkt met het oog op de toetreding van Kroatië. Een soortgelijke aanpassingsexercitie is nodig voor de GLB-hervormingsvoorstellen zodat deze, na de goedkeuring ervan, ook volledig betrekking hebben op Kroatië als nieuwe lidstaat.

Op 19 oktober 2011 heeft de Commissie goedkeuring gehecht aan haar voorstel COM(2011) 628 definitief/2 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Volgens overweging (70) van dat voorstel moet de Commissie, voordat nieuwe voorschriften voor de bekendmaking van informatie over de begunstigden van de Europese landbouwfondsen worden vastgesteld waarin rekening wordt gehouden met het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09[3], eerst diepgaand analyseren en beoordelen hoe het recht van de begunstigden op bescherming van hun persoonsgegevens het best kan worden verzoend met de behoefte aan transparantie. In afwachting van de resultaten van deze analyse en beoordeling zou volgens die overweging moeten worden vastgehouden aan de bestaande transparantievoorschriften voor de landbouwsector. Inmiddels is deze analyse en beoordeling verricht en kan de Commissie met een voorstel voor nieuwe bepalingen ter zake komen.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

In het geval van Kroatië is het niet nodig geweest de belanghebbenden te raadplegen of een effectbeoordeling te verrichten omdat de aanpassingen in kwestie voortvloeien uit de Akte van Toetreding.

In september 2011 hebben de diensten van de Commissie een raadpleging van belanghebbenden, bestaande uit vertegenwoordigers van landbouw- en handelsorganisaties, uit de voedingsmiddelenindustrie en van werknemers uit deze industrie, en uit het maatschappelijk middenveld en de Unie-instellingen georganiseerd. In het kader daarvan zijn diverse mogelijke opties voor de bekendmaking van gegevens over natuurlijke personen die steun uit de landbouwfondsen van de EU hebben ontvangen, en voor de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel bij de openbaarmaking van de betrokken informatie naar voren gebracht. Op de conferentie van belanghebbenden is gebleken dat de bekendmaking van de naam van de natuurlijke personen een noodzakelijk middel is om tot een betere bescherming van de financiële belangen van de Unie te komen, de transparantie te vergroten en te wijzen op de prestaties van de begunstigden bij de levering van collectieve goederen, zonder daarbij verder te gaan dan hetgeen nodig is om deze legitieme doelen te bereiken.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

De aanpassing vindt plaats middels een wijziging van voorstel COM(2011) 628 definitief/2 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarbij zijn de volgende elementen in het voorstel opgenomen:

1. De al in het Toetredingsverdrag voor Kroatië vastgelegde randvoorwaardenbepalingen. Met name zijn in het gewijzigde voorstel bepalingen opgenomen inzake:

- de datum van toepassing van de sancties in Kroatië;

- de instandhouding van blijvend grasland in Kroatië.

2. Nieuwe voorschriften voor de bekendmaking van informatie over alle begunstigden van de Europese landbouwfondsen waarin rekening wordt gehouden met de bezwaren die het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09 heeft geuit tegen de vroegere voorschriften voor zover deze van toepassing waren op natuurlijke personen. De nieuwe voorschriften wijken op de volgende punten af van die welke het Hof in deze gevoegde zaken ongeldig heeft verklaard:

- op basis van een herziene nadere motivering staat nu als uitgangspunt centraal dat het publiek met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de Unie controle moet kunnen uitoefenen op de besteding van de middelen uit de Europese landbouwfondsen;

- er zal meer informatie moeten worden verstrekt over het type maatregelen waarvoor de middelen worden uitgekeerd, en de maatregelen zelf moeten in dit verband uitvoeriger worden omschreven;

- er komt een de-minimisdrempel: de naam van de begunstigde wordt alleen bekendgemaakt als deze drempel wordt overschreden.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de begroting, afgezien van die welke al zijn vermeld in de toelichting op de bijgewerkte voorstellen voor het meerjarig financieel kader.

2011/0288 (COD)

Wijziging van voorstel COM(2011) 628 definitief/2 van de Commissie voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD

inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

Voorstel COM(2011) 628 definitief/2 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

(1)          overweging (70) wordt vervangen door de volgende overwegingen:

"(70)  In zijn arrest van 9 november 2010 in de gevoegde zaken C-92/09 en 93/09* heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie artikel 42, punt 8 ter, en artikel 44 bis van Verordening (EG) nr. 1290/2005 en Verordening (EG) nr. 259/2008 van de Commissie van 18 maart 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de bekendmaking van informatie over de begunstigden van financiële middelen uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)** ongeldig verklaard voor zover deze bepalingen ten aanzien van natuurlijke personen die steun uit de Europese landbouwfondsen hebben ontvangen, voorzien in de verplichte bekendmaking van persoonsgegevens over iedere begunstigde, zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van relevante criteria, zoals de tijdvakken waarin deze personen dergelijke steun hebben ontvangen, de frequentie, het type en de omvang van die steun.

(70 bis) Naar aanleiding van dat arrest en in afwachting van de vaststelling van nieuwe regelgeving waarin rekening zou worden gehouden met de bezwaren van het Hof, is Verordening (EG) nr. 259/2008 gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 410/2011 van de Commissie***, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat de verplichting tot bekendmaking van de informatie over de begunstigden niet van toepassing is op natuurlijke personen.

(70 ter) In september 2011 heeft de Commissie een raadpleging van belanghebbenden, bestaande uit vertegenwoordigers van landbouw- en handelsorganisaties, uit de voedingsmiddelenindustrie en van werknemers uit deze industrie, en uit het maatschappelijk middenveld en de Unie-instellingen georganiseerd. In het kader daarvan zijn diverse mogelijke opties voor de bekendmaking van gegevens over natuurlijke personen die steun uit de landbouwfondsen van de Unie hebben ontvangen, en voor de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel bij de openbaarmaking van de betrokken informatie naar voren gebracht. Op de conferentie van belanghebbenden is gesproken over de eventuele noodzaak tot bekendmaking van de naam van de natuurlijke personen om tot een betere bescherming van de financiële belangen van de Unie te komen, de transparantie te vergroten en te wijzen op de prestaties van de begunstigden bij de levering van collectieve goederen, zonder daarbij verder te gaan dan hetgeen nodig is om deze legitieme doelen te bereiken.

(70 quater)     In zijn arrest heeft het Hof de legitimiteit van de doelstelling om de publieke controle op de besteding van de gelden uit het ELGF en het ELFPO te versterken, op zich niet bestreden. Deze doelstelling moet worden geanalyseerd in het licht van het nieuwe financiële beheers- en controlekader dat met ingang van 1 januari 2014 wordt toegepast. In dat kader kunnen de controles door de nationale overheden niet alomvattend zijn en met name controles ter plaatse zijn bij vrijwel alle regelingen slechts voor een beperkt deel van de populatie mogelijk. Als de minimumpercentages te verrichten controles worden opgetrokken tot niveaus die hoger liggen dan die welke thans gelden, zouden de nationale overheden in de huidige context in financieel en administratief opzicht zwaarder worden belast zonder dat dit kosteneffectief zou zijn. Bovendien is in het nieuwe kader bepaald dat de lidstaten het aantal controles ter plaatse onder bepaalde voorwaarden juist mogen verlagen. In het licht daarvan zou de bekendmaking van de naam van de begunstigden van de landbouwfondsen tot een versterking van de publieke controle op de besteding van deze financiële middelen leiden en er dus sprake zijn van een nuttige aanvulling op het bestaande beheers- en controlekader die nodig is om het financiële belang van de Unie voldoende te beschermen. De nationale instanties moeten bij de toepassing van de nieuwe regelgeving, die gericht is op een vereenvoudiging van het administratieve proces voor de besteding van de Uniemiddelen en op een terugdringing van de administratieve kosten, kunnen leunen op de publieke controle, met name omdat deze vorm van controle een preventief en ontradend effect op het plegen van fraude sorteert doordat individuele begunstigden worden ontmoedigd om onregelmatigheden te begaan.

(70 quinquies) Het met de bekendmaking van de begunstigden nagestreefde doel van publieke controle op de besteding van de gelden uit het ELGF en het ELFPO kan alleen worden bereikt wanneer ervoor wordt gezorgd dat bepaalde informatie ter kennis van het publiek wordt gebracht. Deze informatie moet de identiteit van de begunstigde, het toegekende bedrag en het fonds waaruit het is toegekend, en het doel en de aard van de betrokken maatregel omvatten. Deze informatie moet zodanig bekend worden gemaakt dat het recht van de begunstigden op eerbiediging van hun privéleven in het algemeen en op de bescherming van hun persoonsgegevens in het bijzonder, rechten die zijn toegekend in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, minder sterk wordt aangetast.

(70 sexies) Door de bekendmaking van bijzonderheden over de maatregel in het kader waarvan de landbouwer recht op steun heeft, en over het type en het doel van de steun krijgt het publiek concreet kennis van de gesubsidieerde activiteit en het doel waarvoor de subsidie is toegekend. Dit zou het preventieve en afschrikkende effect van de publieke controle bij de bescherming van het financiële belang ten goede komen.

(70 septies) Om een evenwicht te bewaren tussen het nagestreefde doel van publieke controle op de besteding van de gelden uit het ELGF en het ELFPO enerzijds en het recht van de begunstigden op eerbiediging van hun privéleven in het algemeen en op de bescherming van hun persoonsgegevens anderzijds, moet rekening worden gehouden met de omvang van de steun. Uit de uitgebreide analyse en uit de raadpleging van de belanghebbenden is gebleken dat het met het oog op een verhoging van de effectiviteit van een dergelijke bekendmaking en met het oog op een beperking van de aantasting van de rechten van de begunstigden aangewezen is om een drempel voor het bedrag aan ontvangen steun vast te stellen en de naam van de begunstigde niet bekend te maken zolang deze drempel niet wordt overschreden.

(70 octies) De drempel moet afhangen van en berusten op de omvang van de steunregelingen die in het kader van het GLB zijn opgezet. Aangezien de structuur van de landbouweconomie van lidstaat tot lidstaat sterk uiteenloopt en een nationale landbouwbedrijfsstructuur aanzienlijk kan afwijken van de gemiddelde landbouwbedrijfsstructuur in de EU, moet het worden toegestaan om uiteenlopende minimumdrempels te hanteren die afhangen van de specifieke situatie in een lidstaat. Verordening xxx/xxx [RB] bevat een eenvoudige, specifieke regeling voor kleine landbouwbedrijven. In artikel 49 van die verordening zijn specifieke criteria voor de berekening van het bedrag aan steun voor dergelijke bedrijven vastgelegd. Omwille van de consistentie moeten die criteria ook worden gehanteerd voor de vaststelling van de specifieke drempel per lidstaat voor de bekendmaking van de naam van een begunstigde. Zolang die drempel niet wordt overschreden, wordt in de bekendmaking geen naam vermeld, maar wel alle overige relevante informatie zodat de belastingbetaler zich alsnog een nauwkeurig beeld van het GLB kan vormen.

(70 nonies) Daarnaast ontstaat, wanneer deze informatie toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek, een grotere transparantie op het gebied van de besteding van de Uniemiddelen voor het GLB, dat daardoor een grotere zichtbaarheid krijgt en beter wordt begrepen. Aldus kunnen de burgers nauwer bij het besluitvormingsproces worden betrokken en wordt gewaarborgd dat de overheid een grotere legitimiteit krijgt en effectiever wordt en meer rekenschap aflegt jegens de burger. Ook kan de lokale bevolking concreet zien welke "collectieve goederen" de landbouw levert, hetgeen de legitimiteit van staatssteun voor de landbouwsector ten goede zal komen. Voorts wordt de persoonlijke verantwoordingsplicht van de landbouwers voor de besteding van de door hen ontvangen publieke middelen versterkt.

(70 decies) Gezien het doorslaggevende belang van het nagestreefde doel, namelijk de publieke controle op de besteding van de gelden uit het ELGF en het ELFPO, is het in het licht van het evenredigheidsbeginsel en de vereiste bescherming van persoonsgegevens gerechtvaardigd om te voorzien in een algemene bekendmaking van de relevante informatie, voor zover zulks niet verder gaat dan hetgeen in een democratische samenleving en ter bescherming van het financiële belang van de Unie noodzakelijk is.

(70 undecies) In het kader van de gegevensbeschermingseisen moeten de begunstigden erover worden geïnformeerd dat hun gegevens bekend worden gemaakt en vóór de bekendmaking door organen voor financiële controle en onderzoek van de Unie en de lidstaten kunnen worden verwerkt ter bescherming van de financiële belangen van de Unie. Voorts moeten de begunstigden worden geïnformeerd over hun rechten op grond van Richtlijn 95/46/EG en over de voor de uitoefening van die rechten geldende procedures.

(70 duodecies) Bijgevolg moeten, na een diepgaande analyse en beoordeling van de meest geschikte methode om het recht op bescherming van persoonsgegevens van de begunstigden te eerbiedigen, nieuwe voorschriften voor de bekendmaking van informatie over alle begunstigden van de landbouwfondsen worden vastgesteld.

*              Arrest in gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09, Volker und Markus Schecke GbR en Hartmut Eifert/Land Hessen, Jurisprudentie [2010] I-0000.

**           PB L 76 van 19.3.2008, blz. 28.

***         PB L 108 van 28.4.2011, blz. 24.";

(2)          in artikel 93 wordt aan het einde van de vijfde alinea de volgende zin ingevoegd:

"Kroatië zorgt ervoor dat grond die op 1 juli 2013 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden.";

(3)          artikel 98 wordt vervangen door:

"Artikel 98 Toepassing van de sanctie in Bulgarije, Kroatië en Roemenië

"Voor Bulgarije en Roemenië geldt dat de in artikel 91 bedoelde sancties uiterlijk vanaf 1 januari 2016 worden toegepast ten aanzien van de in bijlage II vermelde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen (RBE's) op het gebied van dierenwelzijn.

Voor Kroatië geldt dat de in artikel 91 bedoelde sancties ten aanzien van de in bijlage II vermelde RBE's volgens het volgende tijdsschema worden toegepast:

(a) vanaf 1 januari 2014 voor de RBE's 1 tot en met 3;

(b) vanaf 1 januari 2016 voor de RBE's 4 tot en met 10;

(c) vanaf 1 januari 2018 voor de RBE's 11, 12 en 13.";

(4)          aan titel VII wordt het volgende hoofdstuk IV toegevoegd:

"Hoofdstuk IV Transparantie

Artikel 110 bis Bekendmaking van begunstigden

1.      De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van het ELGF en het ELFPO jaarlijks achteraf bekend worden gemaakt. De bekendmaking omvat de volgende informatie:

a)       onverminderd artikel 110 ter, eerste alinea, van de onderhavige verordening, de naam van de begunstigden, en wel:

i)        de voornaam en de familienaam voor de begunstigden die een natuurlijke persoon zijn;

ii)       de volledige officiële naam zoals deze is ingeschreven, wanneer de begunstigde, overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat, een rechtspersoon met een eigen rechtspersoonlijkheid is;

iii)      de volledige naam van de vereniging zoals deze is ingeschreven of anderszins officieel is erkend, wanneer de begunstigde een vereniging zonder eigen rechtspersoonlijkheid is;

b)      de gemeente waar de begunstigde woont of is ingeschreven, en, indien voorhanden, de postcode of het deel daarvan dat de gemeente identificeert;

c)       de omvang van de betaling die elke begunstigde in het betrokken begrotingsjaar in het kader van elke uit het ELGF en het ELFPO gefinancierde maatregel heeft ontvangen;

d)      het type en de omschrijving van de uit het ELGF of het ELFPO gefinancierde maatregelen, waarbij ook wordt aangegeven in het kader waarvan de onder c) bedoelde betaling is toegekend.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt in elke lidstaat op één website gepubliceerd. De informatie blijft twee jaar lang beschikbaar, gerekend vanaf de datum van de eerste bekendmaking.

2.      Bij de betalingen in het kader van de uit het ELFPO gefinancierde maatregelen als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder c), hebben de bekend te maken bedragen betrekking op de totale publieke financiering en omvatten deze dus zowel de uniale als de nationale bijdrage.

Artikel 110 ter Drempel

Wanneer het bedrag aan steun dat een begunstigde in één jaar heeft ontvangen, gelijk is aan of lager is dan het bedrag dat een lidstaat krachtens artikel 49 van Verordening (EU) nr. RB/xxx heeft vastgesteld, maakt deze lidstaat de naam van deze begunstigde in afwijking van artikel 110 bis, lid 1, onder a), van de onderhavige verordening niet bekend.

De door een lidstaat krachtens 49 van Verordening (EU) nr. RB/xxx vastgestelde en in het kader van die verordening aan de Commissie gemelde bedragen worden door de Commissie overeenkomstig de in het kader van artikel 110 quinquies vastgestelde regels openbaar gemaakt.

Wanneer de eerste alinea van het onderhavige artikel van toepassing is, maken de lidstaten de in artikel 110 bis, lid 1, eerste alinea, onder b), c) en d), bedoelde informatie bekend, maar wordt de begunstigde aangegeven met een code. De lidstaten bepalen zelf wat voor code dat is.

Artikel 110 quater Kennisgeving aan de begunstigden

De lidstaten informeren de begunstigden erover dat hun gegevens overeenkomstig artikel 110 bis openbaar zullen worden gemaakt en ter bescherming van de financiële belangen van de Unie kunnen worden verwerkt door organen voor financiële controle en onderzoek van de Unie en de lidstaten.

In het geval van persoonsgegevens informeren de lidstaten overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 95/46/EG de begunstigden over hun rechten op grond van de gegevensbeschermingsregelgeving en over de voor de uitoefening van die rechten geldende procedures.

Artikel 110 quinquies Bevoegdheden van de Commissie

De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor:

a)      de vorm, waaronder de presentatie per maatregel, van de in de artikelen 110 bis en 110 ter bedoelde bekendmaking en het tijdschema daarvoor;

b)      een uniforme toepassing van artikel 110 quater;

c)      de samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie.

Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.";

(5)          artikel 113, lid 1, tweede alinea, wordt geschrapt.

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

-        Wijziging van voorstel COM(2011) 625 definitief/3 van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

-        Wijziging van voorstel COM(2011) 626 definitief/3 van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening)

-        Wijziging van voorstel COM(2011) 627 definitief/3 van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

-        Wijziging van voorstel COM(2011) 628 definitief/2 van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid         

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[4]

Beleidsterrein Titel 05 van Rubriek 2

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief (wetgevingskader voor het GLB na 2013)

x Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[5]

x Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

x Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4.        Doelstellingen

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Om het efficiënte gebruik van hulpbronnen te bevorderen en zodoende, overeenkomstig de Europa 2020-strategie, te komen tot een slimme, duurzame en inclusieve groei van de landbouw en de plattelandsgebieden in de EU, zijn voor het GLB de volgende doelstellingen vastgelegd:

- Rendabele voedselproductie

- Duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie

- Evenwichtige territoriale ontwikkeling

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Specifieke doelstellingen voor Beleidsterrein 05:

Specifieke doelstelling nr. 1:

Het leveren van collectieve goederen in de milieusector

Specifieke doelstelling nr. 2:

Het compenseren van problemen bij de productie in gebieden met natuurlijke beperkingen

Specifieke doelstelling nr. 3:

Het nemen van maatregelen voor matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering

Specifieke doelstelling nr. 4:

Het beheren van de EU-begroting (GLB) met inachtneming van hoge normen inzake financieel beheer

Specifieke doelstelling voor ABB 05 02 – Interventiemaatregelen op de landbouwmarkten:

Specifieke doelstelling nr. 5:

Het concurrentievermogen van de landbouwsector verbeteren en het aandeel ervan in de productiewaarde van de voedselketen verhogen

Specifieke doelstelling voor ABB 05 03 – Rechtstreekse steun:

Specifieke doelstelling nr. 6:

Bijdragen tot het landbouwinkomen en de variabiliteit ervan beperken

Specifieke doelstellingen voor ABB 05 04 – Plattelandsontwikkeling:

Specifieke doelstelling nr. 7:

Groene groei stimuleren door innovatie

Specifieke doelstelling nr. 8:

De werkgelegenheid op het platteland stimuleren en het sociale weefsel van de plattelandsgebieden in stand houden

Specifieke doelstelling nr. 9:

De plattelandseconomie verbeteren en diversificatie stimuleren

Specifieke doelstelling nr. 10:

Gunstige voorwaarden scheppen voor de structurele diversiteit van de landbouwsystemen

1.4.3.     Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

In dit stadium kunnen nog geen kwantitatieve streefdoelen voor de impactindicatoren worden vastgelegd. Hoewel het beleid wel sturend kan werken, zouden de gemeten economische, ecologische en sociale resultaten uiteindelijk ook afhangen van de impact van diverse externe factoren en het recente verleden heeft geleerd dat deze factoren significant en onvoorspelbaar zijn. Ondertussen wordt de analyse voortgezet om klaar te zijn voor de periode na 2013.

Met betrekking tot de rechtstreekse betalingen krijgen de lidstaten de mogelijkheid om tot op zekere hoogte zelf te beslissen over de tenuitvoerlegging van bepaalde elementen van de regelingen voor de rechtstreekse betalingen.

Met betrekking tot de plattelandsontwikkeling zullen de te verwachten resultaten en effecten afhangen van de plattelandsontwikkelingsprogramma's die de lidstaten bij de Commissie indienen. Aan de lidstaten zal worden gevraagd in hun programma's streefdoelen op te nemen.

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

De voorstellen voorzien in de opstelling van een gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiekader om de prestaties van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te meten. Dat kader omvat alle instrumenten op het gebied van monitoring en evaluatie van GLB-maatregelen, met name rechtstreekse betalingen, marktmaatregelen, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de toepassing van de randvoorwaarden.

De impact van deze GLB-maatregelen wordt beoordeeld in het licht van de volgende doelstellingen:

a)       rendabele voedselproductie, met de klemtoon op landbouwinkomen, productiviteit van de landbouw en prijsstabiliteit;

b)       duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, met de klemtoon op uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteit, bodem en water;

c)       evenwichtige territoriale ontwikkeling, met de klemtoon op werkgelegenheid op het platteland, groei en armoede in plattelandsgebieden.

De Commissie bepaalt, middels uitvoeringshandelingen, de voor deze doelstellingen en gebieden specifieke indicatoren.

Voor plattelandsontwikkeling wordt bovendien een omvattender gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiesysteem voorgesteld. Dat systeem heeft ten doel a) de voortgang en de verwezenlijkingen van het plattelandsontwikkelingsbeleid aan te tonen en de impact, doelmatigheid, doeltreffendheid en relevantie van het plattelandsontwikkelingsbeleid te evalueren, b)            bij te dragen tot gerichtere steun voor plattelandsontwikkeling, en c) een gemeenschappelijk leerproces op het gebied van monitoring en evaluatie te stimuleren. De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, een lijst vast van aan de beleidsprioriteiten gekoppelde gemeenschappelijke indicatoren.

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De voorstellen, als gewijzigd in verband met de toetreding van Kroatië, zijn erop gericht te zorgen voor het wetgevingskader voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode na 2013, met het oog op het bereiken van de meerjarige strategische doelstellingen van het GLB die rechtstreeks zijn gebaseerd op de Europa 2020-strategie voor het Europese platteland, en op de naleving van de ter zake relevante voorschriften van het Verdrag.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Het toekomstige GLB zal niet alleen een beleid zijn dat is afgestemd op een klein, maar essentieel deel van de EU-economie, maar ook een beleid van strategisch belang voor de voedselzekerheid, het milieu en het territoriale evenwicht. Zo wordt het GLB een werkelijk gemeenschappelijk beleid dat optimaal gebruik maakt van de beperkte begrotingsmiddelen om in de hele EU een duurzame landbouw in stand te houden, belangrijke grensoverschrijdende problemen zoals de klimaatverandering aan te pakken en de solidariteit tussen de lidstaten te versterken.

Het GLB is een werkelijk Europees beleid, zoals ook reeds in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020"[6] is gezegd. In plaats van in alle 28 een eigen landbouwbeleid te voeren en een eigen landbouwbegroting op te stellen, brengen de lidstaten hun middelen samen in een enkel Europees beleid met een enkele Europese begroting. Dit houdt uiteraard in dat het GLB een aanzienlijk deel uitmaakt van de begroting van de EU. Toch is deze aanpak efficiënter en economischer dan een ongecoördineerde nationale aanpak.

1.5.3.     Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Op basis van de evaluatie van het huidige beleidskader, van uitvoerig overleg met belanghebbenden en van een analyse van de toekomstige uitdagingen en behoeften is een uitgebreide effectbeoordeling uitgevoerd. Gedetailleerde informatie hierover is te vinden in de effectbeoordeling en de toelichting die bij de wetgevingsvoorstellen zijn gevoegd.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

De wetgevingsvoorstellen waarop dit financieel memorandum betrekking heeft, moeten worden gezien in de ruimere context van het voorstel voor een integrale kaderverordening waarbij gemeenschappelijke voorschriften voor de onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallende fondsen (ELFPO, EFRO, ESF, Cohesiefonds en EFMV) worden vastgesteld. De kaderverordening zal in aanzienlijke mate bijdragen tot het verminderen van de administratieve lasten, het doelmatig besteden van de EU-middelen en het in praktijk brengen van vereenvoudigingen. Dit alles vormt ook de basis voor de nieuwe concepten van het gemeenschappelijk strategisch kader voor al deze fondsen, en voor de in het vooruitzicht gestelde partnerschapsovereenkomsten, die ook betrekking zullen hebben op deze fondsen.

Met het gemeenschappelijk strategisch kader, zoals het zal worden vastgesteld, worden de doelstellingen en prioriteiten van de Europa 2020-strategie omgezet in prioriteiten voor zowel het ELFPO als het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMV, hetgeen een geïntegreerde aanwending van de fondsen met het oog op het bereiken van gemeenschappelijke doelstellingen moet garanderen.

Het gemeenschappelijk strategisch kader bevat ook mechanismen voor de coördinatie met andere ter zake relevante beleidstakken en instrumenten van de Unie.

Voor het GLB resulteert een en ander bovendien in aanzienlijke synergieën en vereenvoudigingen dankzij de harmonisering en het op elkaar afstemmen van de beheers- en controlevoorschriften voor de eerste (ELGF) en de tweede (ELFPO) pijler van het GLB. De sterke band tussen het ELGF en het ELFPO moet worden behouden en de in de lidstaten bestaande structuren moeten worden verstevigd.

1.6.        Duur en financiële gevolgen

x Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur (voor de ontwerpverordeningen betreffende de regelingen inzake rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkeling en overgangsverordeningen)

– x   Voorstel/initiatief van kracht vanaf 1.1.2014 tot en met 31.12.2020

– x   Financiële gevolgen voor de periode die wordt bestreken door het volgende meerjarig financieel kader. Voor plattelandsontwikkeling, gevolgen voor de betalingen tot en met 2023

x Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur (voor de ontwerpverordening inzake de integrale GMO en de horizontale verordening)

– Uitvoering vanaf 2014.

1.7.        Beheersvorm(en)[7]

x Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

¨ Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan:

– ¨  uitvoerende agentschappen

– ¨  door de Unie opgerichte organen[8]

– ¨  nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

– ¨  personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

x Gedeeld beheer met lidstaten

¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen

¨ Gezamenlijk beheer met internationale organisaties

Opmerkingen

Geen ingrijpende wijziging ten opzichte van de huidige situatie, d.w.z. de uitgaven die verband houden met de wetgevingsvoorstellen inzake de hervorming van het GLB worden grotendeels beheerd in de vorm van gedeeld beheer met de lidstaten. Een zeer gering deel zal evenwel nog steeds onder direct gecentraliseerd beheer door de Commissie vallen.

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake de monitoring en de verslagen

In het kader van de monitoring en evaluatie van het GLB zal de Commissie om de vier jaar verslag uitbrengen bij het Europees Parlement en de Raad; het eerste verslag moet uiterlijk eind 2017 worden ingediend.

Ter aanvulling worden specifieke voorschriften voor alle sectoren van het GLB vastgesteld, onder meer inzake uitgebreide rapportage- en meldingsvoorschriften die worden opgenomen in de uitvoeringsbepalingen.

Voor de plattelandsontwikkeling wordt eveneens voorzien in monitoringregels op programmaniveau, die worden afgestemd op de andere fondsen en vergezeld gaan van evaluaties voor, tijdens en na de uitvoering van het programma.

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Mogelijke risico's

Het GLB telt meer dan zeven miljoen begunstigden, die steun ontvangen in het kader van een van de vele verschillende steunregelingen, voor elk waarvan gedetailleerde en soms ingewikkelde subsidiabiliteitscriteria gelden.

Het foutenpercentage in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is voortdurend gedaald. Al met al wordt met een huidig foutenpercentage van dicht bij de 2 % het positieve beeld van de voorbije jaren bevestigd. Er wordt naar gestreefd in dezelfde richting verder te gaan en het foutenpercentage tot onder de 2 % terug te dringen.

2.2.2.     Controlemiddel(en)

Het wetgevingspakket, en met name het voorstel inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, heeft ten doel de huidige bij Verordening (EG) nr. 1290/2005 vastgestelde regeling te handhaven en te versterken. Het voorstel voorziet in een bindende administratieve structuur op het niveau van de lidstaten, georganiseerd rond erkende betaalorganen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de controles bij de uiteindelijke begunstigden overeenkomstig de in punt 2.3 opgenomen principes. Het hoofd van elk betaalorgaan moet jaarlijks een borgingsverklaring indienen die betrekking heeft op de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen, de goede werking van de internecontrolesystemen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties. Een onafhankelijk auditorgaan moet advies uitbrengen over deze drie elementen.

De Commissie zal de landbouwuitgaven blijven controleren middels een op risicoanalyse gebaseerde aanpak om te garanderen dat de controles worden gericht op de gebieden met het grootste risico. Wanneer uit deze controles blijkt dat bij de uitgaven de regels van de Unie zijn overtreden, zal zij de betrokken bedragen aan EU-financiering onttrekken in het kader van de conformiteitsgoedkeuring van de rekeningen.

Bijlage 8 van de effectbeoordeling bij deze wetgevingsvoorstellen bevat een gedetailleerde analyse van de aan deze controles verbonden kosten.

Voorts zal de publicatie van informatie over de begunstigden van het ELGF en het ELFPO leiden tot een scherpere publieke controle op de besteding van de gelden en tot een grotere zichtbaarheid en beter begrip van het GLB.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Het wetgevingspakket, en met name het voorstel voor een verordening inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voorziet in de handhaving en versterking van de huidige gedetailleerde regelingen inzake controle en sancties door de betaalorganen, met gemeenschappelijke basiselementen en op de specifieke kenmerken van elke steunregeling toegesneden speciale voorschriften. De regelingen voorzien meestal in uitputtende administratieve controles van alle steunaanvragen, kruiscontroles met andere databanken voor zover dit passend wordt geacht, en aan de betaling voorafgaande controles ter plaatse van een minimum aantal transacties naargelang van het aan de betrokken regeling verbonden risico. Als bij deze controles ter plaatse een groot aantal onregelmatigheden wordt geconstateerd, moeten aanvullende controles worden verricht. Veruit het belangrijkste systeem in dit verband is het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS), dat in het begrotingsjaar 2010 is toegepast voor ongeveer 80 % van alle uitgaven in het kader van het ELGF en het ELFPO. De Commissie zal worden gemachtigd om, voor lidstaten met goed werkende controlesystemen en lage foutenpercentages, toe te staan dat het aantal controles ter plaatse wordt verlaagd.

In het pakket is voorts bepaald dat de lidstaten onregelmatigheden en fraude moeten voorkomen, opsporen en corrigeren, doeltreffende, ontradende en proportionele straffen moeten opleggen zoals vastgesteld in de Uniale of nationale wetgeving, en onregelmatige betalingen met rente moeten terugvorderen. Het bevat ook een automatisch vereffeningsmechanisme voor onregelmatige betalingen, waarin is bepaald dat, wanneer de inning niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het terugbetalingsverzoek of binnen acht jaar ingeval van een rechtsprocedure, de niet-geïnde bedragen ten laste komen van de betrokken lidstaat. Dit mechanisme zal voor de lidstaten een sterke stimulans zijn om teruggevorderde onregelmatige betalingen zo snel mogelijk te innen.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

De in dit financieel memorandum aangegeven bedragen zijn uitgedrukt in huidige prijzen en betreffen vastleggingen.

Naast de in de onderstaande tabellen opgenomen wijzigingen die voortvloeien uit de wetgevingsvoorstellen, bevatten die voorstellen ook andere wijzigingen die geen financiële gevolgen hebben.

In dit stadium kan niet worden uitgesloten dat, in om het even welk jaar in de periode 2014‑2020, financiële discipline moet worden toegepast. Dat hangt evenwel niet af van de hervormingsvoorstellen als zodanig, maar van andere factoren zoals de uitvoering van rechtstreekse steun of toekomstige ontwikkelingen op de landbouwmarkten.

Voor de rechtstreekse steunbedragen liggen de verlengde nettomaxima voor 2014 (kalenderjaar 2013) die in het voorstel van de Commissie betreffende de toepassing van rechtstreekse betalingen in het overgangsjaar 2013 (COM(2011) 630)[9] zijn opgenomen, hoger dan de in de onderstaande tabellen aangegeven bedragen voor rechtstreekse steun. Deze verlenging heeft ten doel de continuïteit van de bestaande wetgeving te waarborgen in een scenario waarin alle andere elementen ongewijzigd blijven, onverminderd de eventuele noodzaak om het mechanisme van de financiële discipline toe te passen.

De hervormingsvoorstellen bevatten bepalingen op grond waarvan de lidstaten enige flexibiliteit wordt geboden bij de toewijzing van de rechtstreekse steun, respectievelijk plattelandsontwikkeling. Indien lidstaten besluiten gebruik te maken van die flexibiliteit, dan heeft dat financiële gevolgen binnen de bestaande financiële bedragen, die in dit stadium niet kunnen worden gekwantificeerd.

Het hervormingsvoorstel voor de rechtstreekse betalingen bevat bepalingen inzake een geleidelijke verlaging en plafonnering van rechtstreekse betalingen.  Van de opbrengst uit de plafonnering, die volgens de plannen wordt overgeheveld naar plattelandsontwikkeling, is een raming gemaakt teneinde de nettomaxima van de rechtstreekse betalingen te bepalen (bijlage III bij het voorstel).  Deze raming berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra de lidstaten hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen nauwkeurige raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

Dit financieel memorandum houdt geen rekening met het eventuele gebruik van de crisisreserve. Er zij op gewezen dat voor de bedragen van de marktgerelateerde uitgaven is uitgegaan van een situatie zonder openbare-interventieaankopen en andere crisismaatregelen in om het even welke sector.

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Tabel 1: Bedragen voor het GLB, inclusief aanvullende bedragen waarin is voorzien in de MFK-voorstellen en in de voorstellen voor de hervorming van het GLB

In miljoen EUR (huidige prijzen)

Begrotingsjaar || 2013 || 2013 aange­past (1) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

|| || || || || || || || || ||

Binnen het MFK || || || || || || || || || ||

Rubriek 2 || || || || || || || || || ||

Rechtstreekse steun en marktgerelateerde uitgaven (2) (3) (4) (5) || 44 939 || 45 304 || 44 956 || 45 199 || 45 463 || 45 702 || 45 729 || 45 756 || 45 783 || 318 589

Geraamde bestemmingsontvangsten || 672 || 672 || 672 || 672 || 672 || 672 || 672 || 672 || 672 || 4 704

|| || || || || || || || || ||

P1 Rechtstreekse steun en marktgerelateerde uitgaven (met bestemmingsontvangsten) (5) || 45 611 || 45 976 || 45 628 || 45 871 || 46 135 || 46 374 || 46 401 || 46 428 || 46 455 || 323 293

|| || || || || || || || || ||

P2 Plattelandsontwikkeling (4) || 14 817 || 14 451 || 14 784 || 14 784 || 14 784 || 14 784 || 14 784 || 14 784 || 14 784 || 103 488

|| || || || || || || || || ||

Totaal || 60 428 || 60 428 || 60 412 || 60 655 || 60 919 || 61 159 || 61 186 || 61 212 || 61 239 || 426 781

Rubriek 1 || || || || || || || || || ||

CB Landbouwonderzoek en -innovatie || n.v.t. || n.v.t. || 682 || 696 || 710 || 724 || 738 || 753 || 768 || 5 072

Meest hulpbehoevenden || n.v.t. || n.v.t. || 379 || 387 || 394 || 402 || 410 || 418 || 427 || 2 818

Totaal || n.v.t. || n.v.t. || 1 061 || 1 082 || 1 104 || 1 126 || 1 149 || 1 172 || 1 195 || 7 889

Rubriek 3 || || || || || || || || || ||

Voedselveiligheid || n.v.t. || n.v.t. || 352 || 352 || 352 || 352 || 352 || 352 || 352 || 2 465

|| || || || || || || || || ||

Buiten het MFK || || || || || || || || || ||

   Reserve voor crises in de landbouwsector || n.v.t. || n.v.t. || 531 || 541 || 552 || 563 || 574 || 586 || 598 || 3 945

   Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) || || || || || || || || || ||

Waarvan maximaal beschikbaar voor landbouw: (6) || n.v.t. || n.v.t. || 379 || 387 || 394 || 402 || 410 || 418 || 427 || 2 818

|| || || || || || || || || ||

TOTAAL || || || || || || || || || ||

TOTAAL voorstellen Commissie (MFK + buiten het MFK) + bestemmingsontvangsten || 60 428 || 60 428 || 62 735 || 63 017 || 63 322 || 63 602 || 63 671 || 63 740 || 63 810 || 443 898

TOTAAL voorstellen MFK (d.i. uitgezonderd reserve en EFG) + bestemmingsontvangsten || 60 428 || 60 428 || 61 825 || 62 089 || 62 376 || 62 637 || 62 686 || 62 736 || 62 786 || 437 136

Opmerkingen:

(1)           Met inachtneming van reeds goedgekeurde wetgevingswijzigingen, d.w.z. vrijwillige modulatie voor het VK en artikel 136 "niet-uitgegeven bedragen" vervallen eind 2013.

(2)           De bedragen hebben betrekking op het voorgestelde jaarlijkse maximum voor de eerste pijler. Opgemerkt zij evenwel dat wordt voorgesteld negatieve uitgaven van de boekhoudkundige goedkeuring van de rekeningen (momenteel onder begrotingspost 05 07 01 06) over te hevelen naar de bestemmingsontvangsten (onder post 67 03). Voor details, zie de tabel geraamde ontvangsten op de onderstaande bladzijde.

(3)           De cijfers voor 2013 zijn inclusief de bedragen voor veterinaire en fytosanitaire maatregelen en die voor marktmaatregelen in de visserijsector.

(4)           De bedragen in de bovenstaande tabel zijn in overeenstemming met die in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011) 500 van 29 juni 2011) en het gewijzigde voorstel van de Commissie voor het MFK 2014-2020 (COM(2012) 388 van 6 juli 2012). Besloten moet evenwel nog worden of in het MFK rekening wordt gehouden met de voorgestelde overdracht, met ingang van 2014, van de middelen van één lidstaat voor het nationale herstructureringsprogramma voor katoen naar plattelandsontwikkeling; het betreft een aanpassing (4 miljoen euro per jaar) van de bedragen voor respectievelijk het ELGF-submaximum en de tweede pijler. In de hiernavolgende tabellen zijn de bedragen overgedragen, ongeacht of dat ook zo is voor het MFK.

(5)           Inclusief de maximumbedragen voor de speciale ontmijningsreserve voor Kroatië.

(6)           Overeenkomstig de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011) 500 definitief) komt een totaalbedrag tot 2,5 miljard euro in prijzen van 2011 beschikbaar voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering om aanvullende steun te verlenen aan landbouwers die te lijden hebben van de effecten van de globalisering. In de bovenstaande tabel is de uitsplitsing per jaar in huidige prijzen slechts indicatief. In het voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (COM(2011) 403 definitief van 29 juni 2011) is voor het EFG een algemeen maximumbedrag van 429 miljoen euro per jaar (in prijzen van 2011) vastgesteld.

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

Tabel 2: Geraamde ontvangsten en uitgaven voor Beleidsterrein 05 van Rubriek 2

In miljoen EUR (huidige prijzen)

Begrotingsjaar || 2013 (1) || 2013 aange­past (1) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

ONTVANGSTEN || || || || || || || || || ||

123 – Productieheffing suiker (eigen middelen) || 123 || 123 || 125 || 125 || || || || || || 250

|| || || || || || || || || ||

67 03 - Bestemmingsontvangsten || 672 || 672 || 741 || 741 || 741 || 741 || 741 || 741 || 741 || 5 187

waarvan: ex 05 07 01 06 – Boekhoudkundige goedkeuring || 0 || 0 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 483

Totaal || 795 || 795 || 866 || 866 || 741 || 741 || 741 || 741 || 741 || 5 437

UITGAVEN || || || || || || || || || ||

05 02 - Markten (2) || 3 311 || 3 311 || 2 652 || 2 671 || 2 700 || 2 729 || 2 752 || 2 740 || 2 729 || 18 974

05 03 - Rechtstreekse steun (vóór plafonnering) (3) || 42 170 || 42 535 || 42 970 || 43 193 || 43 428 || 43 637 || 43 641 || 43 678 || 43 715 || 304 261

05 03 Rechtstreekse steun (na plafonnering) (3) (4) || 42 170 || 42 535 || 42 970 || 43 028 || 43 256 || 43 453 || 43 455 || 43 492 || 43 530 || 303 184

|| || || || || || || || || ||

05 04 - Plattelandsontwikkeling (vóór plafonnering) || 14 817 || 14 451 || 14 788 || 14 788 || 14 788 || 14 788 || 14 788 || 14 788 || 14 788 || 103 516

05 04 - Plattelandsontwikkeling (na plafonnering) (4) || 14 817 || 14 451 || 14 788 || 14 952 || 14 960 || 14 973 || 14 974 || 14 974 || 14 974 || 104 594

05 07 01 06 - Boekhoudkundige goedkeuring || -69 || -69 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Totaal || 60 229 || 60 229 || 60 410 || 60 652 || 60 916 || 61 155 || 61 181 || 61 207 || 61 232 || 426 751

NETTOBEGROTING na bestemmingsontvangsten || || || 59 669 || 59 911 || 60 175 || 60 414 || 60 440 || 60 466 || 60 491 || 421 564

Opmerkingen:

(1)           Ter vergelijking zijn de cijfers voor 2013 ongewijzigd overgenomen uit de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie van 12 oktober 2011.

(2)           Voor 2013 betreft het een voorlopige raming op basis van de ontwerpbegroting 2012, met inachtneming van de reeds voor 2013 overeengekomen juridische aanpassingen (bijv. wijnmaximum, afschaffing premie voor aardappelzetmeel, gedroogde diervoeders) en van enkele verwachte ontwikkelingen. Voor alle jaren gaat de raming ervan uit dat er geen behoefte is aan aanvullende financiering van steunmaatregelen in verband met verstoringen van de markt of crisissituaties.

(3)           Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012. De in tabel 2 opgenomen bedragen voor 2014-2020 zijn exclusief de speciale ontmijningsreserve voor Kroatië, terwijl de corresponderende bedragen in tabel 1 inclusief deze reserve zijn.

(4)           De raming van de opbrengst uit de plafonnering berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra zij hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

Tabel 3: Berekening van de financiële gevolgen, per begrotingshoofdstuk, van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft ontvangsten en GLB-uitgaven

In miljoen EUR (huidige prijzen)

Begrotingsjaar || 2013 (1) || 2013 aange­past (1) || || TOTAAL 2014-2020

|| || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 ||

ONTVANGSTEN || || || || || || || || || ||

123 – Productieheffing suiker (eigen middelen) || 123 || 123 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

|| || || || || || || || || ||

67 03 - Bestemmingsontvangsten || 672 || 672 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 483

waarvan: ex 05 07 01 06 – Boekhoudkundige goedkeuring || 0 || 0 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 483

Totaal || 795 || 795 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 483

UITGAVEN || || || || || || || || || ||

05 02 - Markten (2) || 3 311 || 3 311 || -659 || -640 || -611 || -582 || -559 || -571 || -582 || -4 203

05 03 - Rechtstreekse steun (vóór plafonnering) (3) || 42 170 || 42 535 || -460 || -492 || -534 || -577 || -617 || -617 || -617 || -3 913

05 03 - Rechtstreekse steun - Geraamde opbrengst uit de plafonnering (4), over te hevelen naar plattelandsontwikkeling || || || 0 || -164 || -172 || -185 || -186 || -186 || -186 || -1 078

05 04 - Plattelandsontwikkeling (vóór plafonnering) (5) || 14 817 || 14 451 || 4 || 4 || 4 || 4 || 4 || 4 || 4 || 28

05 04 - Rechtstreekse steun - Geraamde opbrengst uit de plafonnering (4), over te dragen van de rechtstreekse steun || || || 0 || 164 || 172 || 185 || 186 || 186 || 186 || 1 078

05 07 01 06 - Boekhoudkundige goedkeuring || -69 || -69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 69 || 483

Totaal || 60 229 || 60 229 || -1 046 || -1 059 || -1 072 || -1 085 || -1 103 || -1 114 || -1 126 || -7 605

NETTOBEGROTING na bestemmingsontvangsten || || || -1 115 || -1 128 || -1 141 || -1 154 || -1 172 || -1 183 || -1 195 || -8 088

Opmerkingen:

(1)           Ter vergelijking zijn de cijfers voor 2013 ongewijzigd overgenomen uit de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie van 12 oktober 2011.

(2)           Voor 2013 betreft het een voorlopige raming op basis van de ontwerpbegroting 2012, met inachtneming van de reeds voor 2013 overeengekomen juridische aanpassingen (bijv. wijnmaximum, afschaffing premie voor aardappelzetmeel, gedroogde diervoeders) en van enkele verwachte ontwikkelingen. Voor alle jaren gaat de raming ervan uit dat er geen behoefte is aan aanvullende financiering van steunmaatregelen in verband met verstoringen van de markt of crisissituaties.

(3)           Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012. De in tabel 3 opgenomen bedragen voor 2014-2020 zijn exclusief de speciale ontmijningsreserve voor Kroatië, terwijl de corresponderende bedragen in tabel 1 inclusief deze reserve zijn.

(4)           De raming van de opbrengst uit de plafonnering berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra zij hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

(5)           De wijziging ten opzichte van 2013 hangt alleen samen met de voorgestelde overheveling van de nationale middelen voor katoen naar plattelandsontwikkeling (4 miljoen euro per jaar). Voorts komt in de bijgewerkte MFK-voorstellen (COM(2012) 388) 333 miljoen euro per jaar extra beschikbaar.

Tabel 4: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft de marktgerelateerde GLB-uitgaven

In miljoen EUR (huidige prijzen)

BEGROTINGSJAAR || || Rechts­grondslag || Geraamde behoeften || Wijzigingen t.o.v. 2013 ||

|| || || 2013 (1) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

Uitzonderingsmaatregelen: gestroomlijnde en verruimde werkingssfeer rechtsgrondslag || || Art. 154, 155 en 156 || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Afschaffing interventie voor durumtarwe en sorgho || || Ex art. 10 || pm || - || - || - || - || - || - || - || -

Voedselprogramma's voor de meest hulpbehoevenden || (2) || Ex art. 27 van Ver. 1234/2007 || 500,0 || -500,0 || -500,0 || -500,0 || -500,0 || -500,0 || -500,0 || -500,0 || -3 500,0

Particuliere opslag (vlasvezels) || || Art. 16 || n.v.t. || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Steun voor katoen - herstructurering || (3) || Ex art. 5 van Ver. 637/2008 || 10,0 || -4,0 || -4,0 || -4,0 || -4,0 || -4,0 || -4,0 || -4,0 || -28,0

Aanloopsteun voor producentengroeperingen G&F || || Ex art. 117 || 30,0 || 0,0 || 0,0 || 0,0 || -15,0 || -15,0 || -30,0 || -30,0 || -90,0

Schoolfruitregeling || || Art. 21 || 90,0 || 60,0 || 60,0 || 60,0 || 60,0 || 60,0 || 60,0 || 60,0 || 420,0

Afschaffing PO hop || || Ex art. 111 || 2,3 || -2,3 || -2,3 || -2,3 || -2,3 || -2,3 || -2,3 || -2,3 || -15,9

Facultatieve particuliere opslag mageremelkpoeder || || Art. 16 || n.v.t. || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm || pm

Afschaffing steun voor gebruik ondermelk/MMP voor voederdoeleinden/verwerking tot caseïne en gebruik caseïne || || Ex art. 101, 102 || pm || - || - || - || - || - || - || - || -

Facultatieve particuliere opslag boter || (4) || Art. 16 || 14,0 || [-1,0] || [-14,0] || [-14,0] || [-14,0] || [-14,0] || [-14,0] || [-14,0] || [-85,0]

Afschaffing heffing verkoopbevordering melk || || Ex art. 309 || pm || - || - || - || - || - || - || - || -

TOTAAL 05 02 || || || || || || || || || || ||

Nettogevolgen van hervormingsvoorstellen (5) (6) || || || || -446,3 || -446,3 || -446,3 || -461,3 || -461,3 || -476,3 || -476,3 || -3 213,9

Opmerkingen:

(1)           De behoeften voor 2013 zijn geraamd op basis van de ontwerpbegroting van de Commissie 2012, behalve voor a) de sector groenten en fruit waarvoor de behoeften zijn gebaseerd op het financieel memorandum voor de respectieve hervormingen en b) reeds overeengekomen wetgevingswijzigingen.

(2)           Het bedrag voor 2013 komt overeen met het maximum dat bij Verordening (EU) nr. 121/2012 is vastgesteld. Vanaf 2014 wordt de maatregel gefinancierd onder Rubriek 1.

(3)           De beschikbare middelen voor het programma voor herstructurering van de katoensector in Griekenland (4 miljoen euro per jaar) worden vanaf 2014 overgeheveld naar plattelandsontwikkeling. De beschikbare middelen voor Spanje (6,1 miljoen euro per jaar) gaan vanaf 2018 naar de bedrijfstoeslagregeling (reeds besloten).

(4)           Geraamde gevolgen in geval van niet-toepassing van de maatregel.

(5)           Verwacht wordt dat, bovenop de uitgaven in het kader van de hoofdstukken 05 02 en 05 03, de rechtstreekse uitgaven in het kader van de hoofdstukken 05 01, 05 07 en 05 08 zullen worden gefinancierd uit de bestemmingsontvangsten van het ELGF.

(6)           Tabel 4 geeft de nettogevolgen van de hervormingsvoorstellen voor de betrokken marktmaatregelen weer, terwijl de cijfers bij "05 02 Markten" in tabel 3 het verschil weergeven tussen het gecorrigeerde bedrag voor 2013 en de geraamde bedragen die in 2014-2020 voor marktgerelateerde uitgaven beschikbaar zijn.

Tabel 5: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft rechtstreekse steun

In miljoen EUR (huidige prijzen)

BEGROTINGSJAAR || || Rechts­grondslag || Geraamde behoeften || Wijzigingen t.o.v. 2013 ||

|| || 2013 (1) || 2013 aange­past (2) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

|| || || || || || || || || || || ||

Rechtstreekse steun (3) || || || 42 169,9 || 42 535,4 || 434,2 || 493,0 || 720,1 || 917,2 || 919,7 || 957,0 || 994,3 || 5 435,6

- Reeds goedgekeurde wijzigingen: || || || || || || || || || || || ||

Geleidelijke integratie EU-12 || || || || || 875,0 || 1 133,9 || 1 392,8 || 1 651,6 || 1 651,6 || 1 651,6 || 1 651,6 || 10 008,1

Herstructurering katoen || || || || || 0,0 || 0,0 || 0,0 || 0,0 || 6,1 || 6,1 || 6,1 || 18,4

Gezondheidscon-trole || || || || || -64,3 || -64,3 || -64,3 || -90,0 || -90,0 || -90,0 || -90,0 || -552,8

Vorige hervormingen || || || || || -9,9 || -32,4 || -32,4 || -32,4 || -32,4 || -32,4 || -32,4 || -204,2

|| || || || || || || || || || || ||

- Geleidelijke integratie Kroatië (3) || || || || || 93,3 || 111,9 || 130,6 || 149,2 || 186,5 || 223,8 || 261,1 || 1 156,3

|| || || || || || || || || || || ||

- Wijzigingen in verband met nieuwe voorstellen GLB-hervorming || || || -459,8 || -656,1 || -706,5 || -761,3 || -802,2 || -802,2 || -802,2 || -4 990,3

Waarvan plafonnering (4) || || || || || 0,0 || -164,1 || -172,1 || -184,7 || -185,6 || -185,6 || -185,6 || -1 077,7

|| || || || || || || || || || || ||

TOTAAL 05 03 || || || || || || || || || || || ||

Nettogevolgen van hervormingsvoorstellen || || || || || -459,8 || -656,1 || -706,5 || -761,3 || -802,2 || -802,2 || -802,2 || -4 990,3

TOTAAL UITGAVEN || || || 42 169,9 || 42 535,4 || 42 969,7 || 43 028,4 || 43 255,6 || 43 452,6 || 43 455,2 || 43 492,5 || 43 529,8 || 303 183,6

Opmerkingen:

(1)           Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

(2)           Met inachtneming van reeds goedgekeurde wetgevingswijzigingen, d.w.z. vrijwillige modulatie voor het VK en artikel 136 "niet-uitgegeven bedragen" vervallen eind 2013.

(3)           Exclusief de speciale ontmijningsreserve voor Kroatië.

(4)           De raming van de opbrengst uit de plafonnering berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra zij hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

Tabel 6: Componenten van rechtstreekse steun

In miljoen EUR (huidige prijzen)

BEGROTINGSJAAR || || || || || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2015-2020

Bijlage II || || || || || 42 519,1 || 42 754,0 || 42 963,3 || 42 966,8 || 43 004,1 || 43 041,4 || 257 248,6

Betaling voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en milieu (30 %) || || || || || 12 900,1 || 12 894,5 || 12 889,0 || 12 890,0 || 12 901,2 || 12 912,4 || 77 387,2

Maximum dat kan worden toegewezen aan betalingen aan jonge landbouwers (2 %) || || || || || 860,0 || 859,6 || 859,3 || 859,3 || 860,1 || 860,8 || 5 159,1

Basisbetalingsregeling, betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen, vrijwillige gekoppelde steun || || || || || 28 759,0 || 28 999,9 || 29 215,1 || 29 217,4 || 29 242,8 || 29 268,1 || 174 702,2

Maximum dat van bovenstaande lijnen kan worden weggenomen voor de financiering van de regeling voor kleine landbouwers (10 %) || || || || || 4 300,0 || 4 298,2 || 4 296,3 || 4 296,7 || 4 300,4 || 4 304,1 || 25 795,7

In bijlage II opgenomen wijnoverdrachten (1) || || || || || 159,9 || 159,9 || 159,9 || 159,9 || 159,9 || 159,9 || 959,1

Plafonnering (2) || || || || || -164,1 || -172,1 || -184,7 || -185,6 || -185,6 || -185,6 || -1 077,7

Katoen || || || || || 256,0 || 256,3 || 256,5 || 256,6 || 256,6 || 256,6 || 1 538,6

POSEI/Kleine eilanden in de Egeïsche Zee || || || || || 417,4 || 417,4 || 417,4 || 417,4 || 417,4 || 417,4 || 2 504,4

(1)           Rechtstreekse steun voor de periode 2014-2020 is inclusief een raming van de wijnoverdrachten naar BTR op basis van door de lidstaten voor 2013 te nemen besluiten. Voor Kroatië was geen raming mogelijk omdat in 2013 geen nationaal wijnprogramma wordt uitgevoerd en Kroatië op dit moment nog geen overdracht heeft gemeld.

(2)           De raming van de opbrengst uit de plafonnering berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra zij hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

Tabel 7: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft de overgangsmaatregelen voor het verlenen van rechtstreekse steun in 2014

In miljoen EUR (huidige prijzen)

BEGROTINGSJAAR || || Rechts­grondslag || Geraamde behoeften || Wijzigingen t.o.v. 2013

|| || || 2013 (1) || 2013 aange­past || 2014 (2)

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad || || || 40 165,0 || 40 530,5 || 541,9

Geleidelijke integratie EU-10 || || || || || 616,1

Gezondheidscontrole || || || || || -64,3

Vorige hervormingen || || || || || -9,9

TOTAAL 05 03 || || || || ||

TOTAAL UITGAVEN || || || 40 165,0 || 40 530,5 || 41 072,4

Opmerkingen:

(1)           Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

(2)           De verlengde nettomaxima zijn inclusief een raming van de wijnoverdrachten naar BTR op basis van door de lidstaten voor 2013 te nemen besluiten.

Tabel 8: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft plattelandsontwikkeling

In miljoen EUR (huidige prijzen)

BEGROTINGSJAAR || || Rechts­grondslag || Toewijzing voor plattelandsontwik­keling || Wijzigingen t.o.v. 2013 ||

|| || || 2013 || 2013 aange­past (1) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL 2014-2020

Programma’s voor plattelandsontwikkeling || || || 14 788,9 || 14 423,4 || || || || || || || ||

Steun voor katoen - herstructurering || (2) || || || || 4,0 || 4,0 || 4,0 || 4,0 || 4,0 || 4,0 || 4,0 || 28,0

Opbrengst plafonnering rechtstreekse steun || (3) || || || || || 164,1 || 172,1 || 184,7 || 185,6 || 185,6 || 185,6 || 1 077,7

Voor PO beschikbare middelen exclusief technische ondersteuning || (4) || || || || -9,3 || -9,3 || -9,3 || -9,3 || -9,3 || -9,3 || -9,3 || -65,2

Technische ondersteuning || (4) || || 27,6 || 27,6 || 9,3 || 4,3 || 4,3 || 4,3 || 4,3 || 4,3 || 4,3 || 35,2

Prijs voor plaatselijke innovatieve samenwerkingsprojecten || (5) || || n.v.t. || n.v.t. || 0,0 || 5,0 || 5,0 || 5,0 || 5,0 || 5,0 || 5,0 || 30,0

Aanvullend PO-bedrag (overeenkomstig COM(2012) 388) || || || n.v.t. || n.v.t. || 333,0 || 333,0 || 333,0 || 333,0 || 333,0 || 333,0 || 333,0 || 2 331,0

TOTAAL 05 04 || || || || || || || || || || || ||

Nettogevolgen van hervormingsvoorstellen || || || || || 4,0 || 168,1 || 176,1 || 188,7 || 189,6 || 189,6 || 189,6 || 1 105,7

TOTAAL UITGAVEN (vóór plafonnering) || || || 14 816,6 || 14 451,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 14 788,1 || 103 516,5

TOTAAL UITGAVEN (na plafonnering) || || || 14 816,6 || 14 451,1 || 14 788,1 || 14 952,2 || 14 960,2 || 14 972,8 || 14 973,7 || 14 973,7 || 14 973,7 || 104 594,2

Opmerkingen:

(1)           Aanpassingen overeenkomstig de bestaande wetgeving slechts van toepassing tot het einde van het begrotingsjaar 2013.

(2)           De bedragen in tabel 1 (onder 3.1) zijn in overeenstemming met die in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011) 500 definitief) en het gewijzigde voorstel van de Commissie voor het MFK 2014-2020 (COM(2012) 388 van 6 juli 2012). Besloten moet evenwel nog worden of in het MFK rekening wordt gehouden met de voorgestelde overdracht, met ingang van 2014, van de middelen van één lidstaat voor het nationale herstructureringsprogramma voor katoen naar plattelandsontwikkeling; het betreft een aanpassing (4 miljoen euro per jaar) van de bedragen voor respectievelijk het ELGF-submaximum en de tweede pijler. In de bovenstaande tabel 8 zijn de bedragen overgedragen, ongeacht of dat ook zo is voor het MFK.

(3)           De raming van de opbrengst uit de plafonnering berustte op bepaalde aannamen inzake de uitvoering van rechtstreekse betalingen door de lidstaten en wordt dus herzien zodra zij hebben gemeld welke uitvoeringsbesluiten zij hebben genomen. Voorts is voor Kroatië op dit moment geen raming van de opbrengst uit de plafonnering mogelijk omdat er geen gegevens beschikbaar zijn. Uit een eerste ruwe raming op basis van voorlopige informatie is gebleken dat de plafonnering in het geval van Kroatië niets oplevert. Zodra gegevens beschikbaar zijn, wordt de raming bijgesteld.

(4)           Het bedrag voor 2013 voor technische steun is vastgesteld op basis van de oorspronkelijke middelen voor plattelandsontwikkeling (overdrachten van eerste pijler niet inbegrepen).

Technische steun voor 2014-2020 wordt vastgesteld op 0,25 % van de totale middelen voor plattelandsontwikkeling.

(5)           Gedekt door het voor technische steun beschikbare bedrag.

Rubriek van het meerjarig financieel kader || 5 || "Administratieve uitgaven"

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Opmerking:    Verwacht wordt dat de wetgevingsvoorstellen geen gevolgen hebben voor de administratieve kredieten. Het is namelijk de bedoeling dat het wetgevingskader ten uitvoer kan worden gelegd met het huidige niveau van de personele middelen en administratieve uitgaven. In de cijfers hieronder is nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de toetreding van Kroatië.

|| || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL

DG: AGRI ||

Ÿ Personele middelen || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 958,986

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 67,928

TOTAAL DG AGRI || Kredieten || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 1 026,914

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || (Totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 1 026,914

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar N[10] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || || || || || || || ||

Betalingen || || || || || || || ||

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

– x   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL

OUTPUT

Soort output || Gem. kosten van de output || Aan­­tal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totaal kosten

|| || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || || || ||

|| || || || || || || || || || || || || || || ||

TOTALE KOSTEN || || || || || || || || || || || || || || || ||

Opmerking: Voor de specifieke doelstellingen moeten de outputs nog worden bepaald (zie onder 1.4.2).

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.  Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– x   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL

RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || ||

Personele middelen[11] || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 136,998 || 958,986

Andere administratieve uitgaven || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 9,704 || 67,928

Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || ||

Buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || ||

Personele middelen || || || || || || || ||

Andere administratieve uitgaven || || || || || || || ||

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || ||

TOTAAL || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 146,702 || 1 026,914

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

– x   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Opmerking:  Verwacht wordt dat de wetgevingsvoorstellen geen gevolgen hebben voor de administratieve kredieten. Het is namelijk de bedoeling dat het wetgevingskader ten uitvoer kan worden gelegd met het huidige niveau van de personele middelen en administratieve uitgaven. De cijfers voor de periode 2014-2020 zijn gebaseerd op de situatie voor 2011. In de cijfers hieronder is nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de toetreding van Kroatië.

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar  2016 || Jaar  2017 || Jaar 2018 || Jaar  2019 || Jaar  2020

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) ||

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 1 034 || 1 034 || 1 034 || 1 034 || 1 034 || 1 034 || 1 034

XX 01 01 02 (delegaties) || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || ||

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || ||

Ÿ Extern personeel (in voltijdequivalenten FTE)[12] ||

XX 01 02 01 (AC, INT, END van de "totale financiële middelen") || 78 || 78 || 78 || 78 || 78 || 78 || 78

XX 01 02 02 (AC, INT, JED, AL en END in de delegaties) || || || || || || ||

XX 01 04 jj || - zetel || || || || || || ||

- delega­ties || || || || || || ||

XX 01 05 02 (AC, INT, END – onderzoek door derden) || || || || || || ||

10 01 05 02 (AC, INT, END – eigen onderzoek) || || || || || || ||

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || ||

TOTAAL[13] || 1 115 || 1 115 || 1 115 || 1 115 || 1 115 || 1 115 || 1 115

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen ||

Extern personeel ||

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

– x   Het voorstel/initiatief is verenigbaar met de VOORSTELLEN VOOR HET meerjarig financieel kader VOOR 2014-2020

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader

3.2.5.     Bijdrage van derden aan de financiering

– Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

– x   Het voorstel/initiatief betreffende plattelandsontwikkeling (ELFPO) voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Totaal

Medefinancieringsbron || LS || LS || LS || LS || LS || LS || LS || LS

TOTAAL medegefinancierde kredieten[14] || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen || Nog te bepalen

              3.3     Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

– x   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

– ¨  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

– x   voor de eigen middelen

– x   voor de diverse ontvangsten

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[15]

Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel kolommen als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

|| || || || || || || ||

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Zie de tabellen 2 en 3 onder 3.2.1.

[1]               PB L 112 van 24 april 2012.

[2]               COM(2012)388 van 6 juli 2012.

[3]               Gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09, Volker und Markus Schecke GbR en Hartmut Eifert/Land Hessen, Jurisprudentie [2010], I-000.

[4]               ABM: Activity-Based Management (activiteitsgestuurd beheer) – ABB: Activity-Based Budgeting (activiteitsgestuurde begroting).

[5]               In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[6]               COM(2011) 500 definitief van 29 juni 2011.

[7]               Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[8]               In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

[9]               Het Europees Parlement en de Raad zullen de verordening naar verwachting in het najaar van 2012 goedkeuren.

[10]             Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[11]             Op basis van gemiddelde kosten van 127 000 EUR voor posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen).

[12]             AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige).

[13]             Exclusief het subplafond in begrotingsonderdeel 05.010404.

[14]             Dit wordt toegelicht in de door de lidstaten in te dienen plattelandsontwikkelingsprogramma's.

[15]             Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.