Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake bepaalde technische maatregelen en controlemaatregelen voor het Skagerrak en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 en Verordening (EG) nr. 1342/2008 /* COM/2012/0471 final - 2012/0232 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Algemene context Tijdens het visserijoverleg dat in 2010 tussen
de EU en Noorwegen[1] heeft plaatsgevonden, is
afgesproken een werkgroep op te richten om de controle‑ en
handhavingsmaatregelen voor de visserij in het Skagerrak te verbeteren en om
aanbevelingen te doen over methoden om de regelgeving van de EU en van
Noorwegen inzake technische maatregelen en controlemaatregelen in het gebied
buiten 4 zeemijl vanaf de basislijnen te harmoniseren. Deze werkgroep Technische
maatregelen en controle in het Skagerrak is in 2011 bijeenkomen en heeft in
oktober 2011 verslag uitgebracht. De aanbevelingen van de werkgroep zijn
opgenomen in de notulen die de EU en Noorwegen op 2 december 2011 in Bergen
hebben goedgekeurd. Bestaande EU‑bepalingen op het door
het voorstel bestreken gebied Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van
20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de
visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid[2]. Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30
maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische
maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen[3]. Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van
18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor
kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 423/2004[4]. Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van
29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om
illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan
en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001
en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en
(EG) nr. 1447/1999[5]. Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van
29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van
communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang
van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren, en houdende
wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93 en (EG) nr. 1627/94 en houdende
intrekking van Verordening (EG) nr. 3317/94[6] en Verordening
(EU) nr. 201/2010 van de Commissie van 10 maart 2010 tot vaststelling van
bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad
betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire
vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen
van derde landen tot de communautaire wateren[7]. Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad[8]
tot vaststelling van een EU‑controleregeling voor de visserij (met naast
de algemene controlevoorschriften voor de visserij ook specifieke voorschriften
voor meerjarenplannen) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de
Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van
Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een
communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk
visserijbeleid moet garanderen[9]. Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad
van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het
meerjarenbeheer van de TAC's en quota[10]. Hervorming van het GVB Momenteel is een voorstel van de Commissie
voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het
gemeenschappelijk visserijbeleid[11] in behandeling dat onder
meer de verplichting bevat om alle vangsten van alle EU‑visserijtakken
aan te landen. Het Skagerrak is een klein geografisch gebied waarin een beperkt
aantal lidstaten actief zijn. De in het onderhavige voorstel vastgestelde
bepalingen zijn specifiek van toepassing op het Skagerrak en de visserijtakken
die daar actief zijn, en vormen dus geen precedent voor de besprekingen over de
hervorming van het GVB. Dit neemt niet weg dat de ervaring die in het Skagerrak
wordt opgedaan, waardevol kan zijn voor het algemene debat over de
tenuitvoerlegging van een algemene verplichting tot aanlanding van alle
vangsten die in alle visserijtakken van de EU worden bovengehaald. Samenhang met andere beleidsgebieden en
doelstellingen van de EU Dit voorstel en de doelstellingen ervan zijn
in overeenstemming met het beleid van de EU, met name op het gebied van milieu,
sociale aangelegenheden, markt en handel. 2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN
EN EFFECTBEOORDELING Raadpleging van belanghebbende partijen De in punt 1 bedoelde werkgroep die is
opgericht in het kader van de onderhandelingen tussen de EU en Noorwegen, heeft
de opdracht gekregen de voor dit gebied bestaande technische maatregelen en
controlemaatregelen door te lichten en, waar nodig, zo geharmoniseerd mogelijke
technische maatregelen en controlemaatregelen voor het Skagerrak aan te
bevelen. De werkgroep bestond uit technisch en wetenschappelijk deskundigen,
controle‑experts, vertegenwoordigers van de vissers en eigenaren van
kleine vaartuigen. De werkgroep is in 2011 herhaaldelijk bijeengekomen en heeft
in oktober 2011 haar bevindingen en aanbevelingen gerapporteerd. In april 2012 zijn de aanbevelingen opgenomen
in de door de EU en Noorwegen goedgekeurde notulen. Aangezien het GVB onder meer tot doel heeft de
levende aquatische hulpbronnen duurzaam te benutten en de onduurzame praktijk
van de teruggooi uit te roeien, is het, mede gezien het voorgaande, wenselijk
om middels EU‑wetgeving uitvoering te geven aan de aanbevelingen die in
de goedgekeurde notulen worden gedaan. Effectbeoordeling De vast te stellen voorschriften zullen alleen
van toepassing zijn in het Skagerrak en worden ingebed in een internationale
overeenkomst tussen de EU en Noorwegen. In deze overeenkomst zijn de
voorgestelde gemeenschappelijke technische maatregelen en controlemaatregelen
vastgesteld, net als de lijst van de soorten die onder de aanlandingsplicht vallen
en het tijdschema voor de geleidelijke tenuitvoerlegging van de
aanlandingsplicht. De overeenkomst tussen de EU en Noorwegen is bovendien
gebaseerd op de aanbevelingen van de technische werkgroep – waaraan ook de
belanghebbende partijen hebben deelgenomen – die nauwkeurig heeft nagegaan op
welke wijze de traditionele visserijtakken in het Skagerrak actief zouden
kunnen blijven na het verstrijken van de voor het Skagerrak geldende
nabuurschapsovereenkomst. Het werk van deze werkgroep wordt beschouwd als een
toereikend alternatief voor de effectbeoordeling. De verplichting tot
aanlanding van alle vangsten is overigens grondig aan bod gekomen in de
effectbeoordeling die naar aanleiding van het hervormingsvoorstel is voorbereid[12]. 3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL Rechtsgrondslag Artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie. Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel heeft betrekking op de
instandhouding van mariene biologische hulpbronnen en dergelijke maatregelen
vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie. Het subsidiariteitsbeginsel
is derhalve niet van toepassing. Evenredigheidsbeginsel De voorgestelde maatregelen zijn in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel aangezien de nagestreefde
beleidsdoelstellingen niet kunnen worden bereikt met andere maatregelen die
minder restrictief zijn. Keuze van instrumenten Voorgesteld(e) instrument(en): verordening
van het Europees Parlement en de Raad. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Geen gevolgen voor de begroting. 2012/0232 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD inzake bepaalde technische maatregelen en
controlemaatregelen voor het Skagerrak en tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 850/98 en Verordening (EG) nr. 1342/2008 HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[13], Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[14], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) Naar aanleiding van het
visserijoverleg voor 2012 dat op 2 december 2011 tussen de EU en Noorwegen
heeft plaatsgevonden, moeten bepaalde technische maatregelen en
controlemaatregelen voor het Skagerrak worden gewijzigd teneinde de
exploitatiepatronen te verbeteren en de regelgeving van de EU en van Noorwegen
waar mogelijk te harmoniseren. (2) Tijdens het visserijoverleg
dat op 28 juni 2012 tussen de EU en Noorwegen heeft plaatsgevonden, zijn
gemeenschappelijke technische maatregelen en controlemaatregelen voor het
Skagerrak gespecificeerd, alsmede de lijst van soorten waarvoor een
verplichting tot aanlanding van alle vangsten geldt en de verschillende
termijnen voor toepassing van deze aanlandingsplicht op de respectieve soorten.
(3) De technische maatregelen die
momenteel van toepassing zijn in het Skagerrak, moeten worden gewijzigd
teneinde de hoeveelheden ongewenste bijvangsten en teruggooi te verminderen,
gezien het negatieve effect daarvan op de duurzame exploitatie van de mariene
biologische hulpbronnen. (4) Er moet een verplichting tot
aanlanding van alle vangsten van onder vangstbeperkingen vallende bestanden
worden vastgesteld, behalve wanneer het gaat om de visserij op bepaalde soorten
of in bepaalde visserijtakken en het percentage overlevende teruggegooide vis
in die visserij wetenschappelijk aantoonbaar hoog is en de vissers in die
visserij slechts met onredelijk veel inspanning de betrokken ongewenste soorten
uit de vangst kunnen halen voor afzonderlijke behandeling. [Art. 3] (5) De invoering van de
verplichting tot aanlanding van alle vangsten vergt substantiële veranderingen
in de betrokken visserijtakken en in het beheer daarvan. Daarom dient de
aanlandingsplicht geleidelijk te worden ingevoerd. [Art. 4] (6) Om jonge vis te beschermen,
de werking van de visserijmarkt te verzekeren en ervoor te zorgen dat geen
onbillijke winst kan worden gemaakt met de vangst van vis die kleiner is dan
een minimale instandhoudingsreferentiegrootte, moet worden bepaald dat vangsten
van dergelijke vis slechts mogen worden behandeld om tot vismeel, diervoeder of
andere niet voor menselijke consumptie bestemde producten te worden verwerkt of
voor liefdadigheidsdoeleinden te worden gebruikt. [Art. 5] (7) Om de teruggooi geleidelijk
te elimineren, moet de selectiviteit van het vistuig worden verbeterd door de
opgelegde algemene minimale maaswijdte voor demersale visserijtakken te
vergroten, weliswaar met inachtneming van afwijkingen om in deze visserijtakken
het gebruik van even selectieve vistuigen, inclusief selectievoorzieningen, toe
te staan. [Art. 6] (8) Met het oog op een optimaal
effect en degelijke monitoring en controle van de nieuwe, vast te stellen
technische maatregelen, moet het gebruik van vistuigen in het Skagerrak worden
beperkt. [Art. 7] (9) Om te voorkomen dat de
wetgeving voor het Skagerrak in conflict komt met die voor de aan het Skagerrak
grenzende gebieden, en om ervoor te zorgen dat de voorschriften tot
vaststelling van de technische maatregelen voor het Skagerrak worden nageleefd,
moeten maatregelen worden vastgesteld voor gevallen waarin vissersvaartuigen
tijdens een bepaalde visreis visserijactiviteiten in het Skagerrak combineren
met visserijactiviteiten in gebieden waar de nieuwe, voor het Skagerrak
vastgestelde maatregelen niet van toepassing zijn. [Art. 8] (10) Met het oog op de naleving van
de in deze verordening vastgestelde maatregelen moeten specifieke
controlebepalingen worden vastgesteld in aanvulling op die van Verordening (EG)
nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een
communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het
gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen[15].
[Art. 9] (11) Omdat het Skagerrak een
tamelijk klein visserijgebied is waar voornamelijk kleine vaartuigen korte
visreizen maken, moet het gebruik van de voorafgaande kennisgeving zoals
bedoeld in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, worden uitgebreid tot
alle vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer en moet deze
voorafgaande kennisgeving twee uur vooraf worden ingediend zodat de voor de betrokken
visserijtak vereiste aanpassingen kunnen worden aangebracht. [Art. 10] (12) Met het oog op een degelijke
monitoring van de visserijactiviteiten en met name om te verifiëren of de
verplichting tot aanlanding van alle vangsten van onder vangstbeperkingen
vallende bestanden op zee wordt nageleefd, moeten vaartuigen die actief zijn in
het Skagerrak, gebruik maken van een systeem voor elektronische monitoring op
afstand (REM – Remote Electronic Monitoring). [Art. 11] (13) Met het oog op de naleving van
de nieuwe technische maatregelen moeten de betrokken lidstaten controle‑
en inspectiemaatregelen voor het Skagerrak vaststellen en deze maatregelen in
hun respectieve nationale controleactieprogramma's opnemen. [Art. 12] (14) Met het oog op de naleving van
de nieuwe technische maatregelen moeten voorschriften voor de doorvaart van
vaartuigen door het Skagerrak worden vastgesteld. [Art. 13] (15) Er moeten bepalingen worden
vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie periodiek beoordeelt of de
technische maatregelen adequaat en doeltreffend zijn. Deze beoordeling dient te
zijn gebaseerd op verslagen die door de betrokken lidstaten zijn opgesteld. [Art.
14 en 15] (16) Om selectiever vissen in het
kader van een verplichting tot aanlanding van alle vangsten te bevorderen,
moeten de vaartuigen die actief zijn in het Skagerrak, worden vrijgesteld van
de inspanningsregeling van hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008 van
de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor
kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 423/2004[16]. [Art. 20] (17) Om vissers te kans te geven
zich aan de nieuwe regeling voor het Skagerrak aan te passen, dient een zekere
flexibiliteit te worden ingebouwd. In dit verband mag de toegestane
flexibiliteit bij de meerjarige quotabenutting zoals vastgesteld in Verordening
(EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende
voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota[17]
niet als overbevissing worden beschouwd. [Art. 20] (18) Om een tijdige en evenredige
aanpassing aan de vooruitgang van de techniek en de wetenschap mogelijk te
maken, om voor de nodige flexibiliteit te zorgen en om ruimte in te bouwen
waarbinnen bepaalde maatregelen kunnen evolueren, moet de Commissie de
bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde
handelingen aan te nemen tot wijziging van bijlage I – wat betreft de bestanden
die onder de verplichting tot aanlanding van alle vangsten vallen en de
termijnen voor toepassing van deze verplichting op die bestanden – en tot
wijziging van bijlage II – wat betreft de minimale
instandhoudingsreferentiegrootte. (19) De Commissie moet bij de
voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgen voor
gelijktijdige, snelle en adequate toezending van de desbetreffende documenten
aan het Europees Parlement en de Raad. (20) Om te zorgen voor uniforme
voorwaarden en voor een tijdige reactie op ontwikkelingen in de visserij en op
beschikbare wetenschappelijke informatie, moet de Commissie de bevoegdheid
krijgen om uitvoeringshandelingen aan te nemen met betrekking tot de technische
bepalingen voor het vaststellen van de selectiviteit van vistuigen en de
minimumvoorschriften voor het REM‑systeem. Die bevoegdheden moeten worden
uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees
Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene
voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de
lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie
controleren[18]. (21) Gezien het verbod om in het
Skagerrak op bepaalde tijdstippen bepaalde soorten aan boord te hebben en
gezien het toepassingsgebied van de onderhavige verordening moeten Verordening
(EG) nr. 850/98 en Verordening (EG) nr. 1342/2008 worden gewijzigd. (22) Verordening (EG)
nr. 850/98 en Verordening (EG) nr. 1342/2008 moeten daarom
dienovereenkomstig worden gewijzigd. HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Onderwerp
en toepassingsgebied 1. Bij deze verordening worden nieuwe
technische maatregelen en controlemaatregelen voor het Skagerrak vastgesteld. 2. Deze verordening is van toepassing op alle
vissersvaartuigen die in het Skagerrak actief zijn. Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden
naast de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 850/98 en in artikel 3 van
Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde definities de volgende definities: a) kommen en korven: kleine,
afzonderlijk of in rijen op de zeebodem geplaatste vallen in de vorm van uit
verschillend materiaal vervaardigde kooien of manden voor de vangst van
schaaldieren; de kommen en korven zijn middels touwen (boeirepen) verbonden met
op het zeeoppervlak drijvende boeien die de positie aangeven, en zijn voorzien
van één of meer openingen of gaten waarlangs de dieren binnenkomen; b) minimale
instandhoudingsreferentiegrootte: de grootte van een bepaalde soort bij
onderschrijding waarvan de vangst slechts mag worden verkocht met het oog op
verwerking tot vismeel, diervoeder of andere niet voor menselijke consumptie
bestemde producten; c) maaswijdte van een trawlnet, een Deens
zegennet of een soortgelijk sleepnet: de maaswijdte van kuilen en tunnels
die aan boord van een vissersvaartuig worden aangetroffen; d) kuil: een kuil in enge zin; e) tunnel: een tunnel zoals
gedefinieerd in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3440/84[19]; f) demersaal
trawlnet: een vistuig dat actief door één of meer vissersvaartuigen over de
zeebodem wordt gesleept en dat bestaat uit een kegel‑ of piramidevormig
gedeelte (de eigenlijke trawl) dat aan de achterkant is afgesloten door een
kuil die horizontaal wordt opengehouden hetzij door visborden die in contact
staan met de bodem hetzij, in het geval van twee vaartuigen, dankzij de afstand
tussen deze vaartuigen; g) Deens zegennet: omringend gesleept
vistuig dat vanaf één of meer vaartuigen wordt bediend door middel van twee
lange lijnen (vislijnen), met het doel de vis naar de opening van de zegen te
leiden. Dit vistuig dat uit net bestaat en dat naar vorm en grootte
vergelijkbaar is met een bodemtrawl, bestaat uit twee lange vleugels, een
middengedeelte bestaande uit buik en rug, en een kuil; h) boomkor: een vistuig met een
trawlnet dat horizontaal wordt opengehouden door een rondhout of een metalen
buis, de "boom", en dat is voorzien van wekkerkettingen,
kettingmatten of kietelaars en door de motor van het vaartuig actief over de
bodem wordt gesleept; i) pelagisch trawlnet: een vistuig dat
door één of meer vissersvaartuigen in de waterkolom (het pelagiaal) wordt
gesleept, dat bestaat uit een net met, in het voorste deel, grote mazen die de
vangst naar de kleinmazige achterdelen van het net leiden, dat aan de hand van
een netsonde op de juiste visserijdiepte wordt gehouden en dat horizontaal
wordt opengehouden door visborden die normaliter niet in contact staan met de
bodem; j) pelagische en industriële soorten:
haring, makreel, sprot, blauwe wijting, kever, zandspiering of horsmakreel. HOOFDSTUK II TECHNISCHE INSTANDHOUDINGSMAATREGELEN Artikel 3 Verplichting
tot aanlanding van alle vangsten 1. In afwijking van artikel 19, lid 1, van
Verordening (EG) nr. 850/98 worden alle vangsten van de in bijlage I opgenomen
visbestanden aan boord van de vissersvaartuigen genomen en gehouden en
aangeland overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde termijnen, behalve
wanneer het overlevingspercentage van de teruggegooide vis van die bestanden
hoog is of wanneer de vissers de ongewenste soorten slechts met onredelijk veel
inspanning uit de vangst kunnen selecteren voor afzonderlijke behandeling. 2. Onverminderd lid 1 en in afwijking van
artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 worden alle middels
vistuigen met een maaswijdte van maximaal 32 mm bovengehaalde vangsten van
bestanden, inclusief bestanden waarop de aanlandingsplicht niet van toepassing
is, aan boord van de vissersvaartuigen genomen en gehouden en aangeland. 3. Lid 1 is niet van toepassing op de visserij
met kommen en korven. 4. De Commissie wordt ertoe gemachtigd
gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage I aan te nemen op basis
van ontwikkelingen in de wetenschappelijke informatie of wanneer de last voor
de vissers niet in verhouding staat tot de voordelen. Deze gedelegeerde
handelingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 16. Artikel 4 Speciale
voorwaarden voor het quotabeheer 1. Alle vangsten van in artikel 3 bedoelde
bestanden die door EU‑vissersvaartuigen worden bovengehaald, worden,
ongeacht de plaats van aanlanding, in mindering gebracht op het quotum waarover
de vlaggenlidstaat voor dat bestand of die groep bestanden beschikt. 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de
vissersvaartuigen die in het Skagerrak actief zijn, beschikken over quota voor
de aanlandingsplichtige bestanden die zij vangen, en houden daarbij rekening
met de wijze waarop de vangst van die vaartuigen die aan deze waarschijnlijk is
samengesteld. 3. De lidstaten zorgen ervoor dat onder hun
vlag varende vissersvaartuigen die vis aan boord hebben waarvoor zij geen
quotum hebben, terugkeren naar de haven. Artikel 5 Behandeling
van jonge vis 1. Indien voor een in artikel 3 bedoeld
bestand een minimale instandhoudingsreferentiegrootte is vastgesteld, mag uit
dat bestand gevangen vis die kleiner is dan de minimale
instandhoudingsreferentiegrootte, slechts worden verkocht om tot vismeel,
diervoeder of andere niet voor menselijke consumptie bestemde producten te
worden verwerkt of voor liefdadigheidsdoeleinden te worden gebruikt. 2. De minimale
instandhoudingsreferentiegrootte voor bestanden in het Skagerrak zijn
vastgesteld in bijlage II. 3. De Commissie wordt ertoe gemachtigd
gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage II aan te nemen op
basis van ontwikkelingen in de wetenschappelijke informatie. Deze gedelegeerde
handelingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 16. Artikel 6 Specificaties
van de vistuigen 1. Het is verboden demersale trawlnetten,
Deense zegennetten, boomkorren of soortgelijke sleepnetten met een maaswijdte
van minder dan 120 mm aan boord te hebben of te gebruiken. 2. In afwijking van lid 1: (a)
mag gebruik worden gemaakt van vistuigen met
dezelfde selectiviteitskenmerken als de in lid 1 genoemde vistuigen, mits dit
is bekrachtigd tijdens experimentele visreizen of in een beoordeling van het
Wetenschappelijk, Technisch en Wetenschappelijk Comité voor de Visserij
(WTECV); (b)
mag gebruik worden gemaakt van trawlnetten met een
minimummaaswijdte van minder dan 32 mm, mits de vangst aan boord voor meer dan 50 %
uit één of meer pelagische of industriële soorten bestaat. 3. De Commissie wordt ertoe gemachtigd
uitvoeringshandelingen aan te nemen waarin wordt besloten welke vistuigen,
inclusief aan die vistuigen vastgehechte selectievoorzieningen, een
selectiviteit vertonen die gelijkwaardig is aan die van de in lid 1 genoemde
vistuigen, en bijgevolg mogen worden gebruikt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld
overeenkomstig artikel 17. Artikel
7 Beperkingen
van het gebruik van vistuigen 1. Vissersvaartuigen die actief zijn in het
Skagerrak, mogen per visreis slechts één vistuig gebruiken. 2. In afwijking van lid 1 mogen
vissersvaartuigen een combinatie van de in artikel 6, lid 1 en artikel 6, lid 2,
onder a), genoemde vistuigen gebruiken. 3. De in lid 1 bedoelde vaartuigen mogen meer
dan één vistuig aan boord hebben, mits de niet‑gebruikte netten zijn
geborgen overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Artikel 8 Visreizen
in het Skagerrak en in andere gebieden 1. In afwijking van de artikelen 4 en 15, artikel
19, lid 1, en de artikelen 35, 36 en 37 van Verordening (EG) nr. 850/98 is dit
hoofdstuk tevens van toepassing op andere gebieden dan het Skagerrak tijdens de
volledige visreis van een vaartuig. 2. Lid 1 is enkel van toepassing op een ander
gebied wanneer het betrokken vaartuig tijdens dezelfde visreis in het Skagerrak
en in dat andere gebied vist. HOOFDSTUK III CONTROLEMAATREGELEN Artikel 9 Verband
met andere verordeningen De in dit hoofdstuk bedoelde
controlemaatregelen gelden in aanvulling op die in Verordening (EG) nr. 1005/2008,
Verordening (EG) nr. 1006/2008 en Verordening (EG) nr. 1224/2009, tenzij in de
artikelen van dit hoofdstuk anders wordt bepaald. Artikel 10 Voorafgaande
kennisgeving 1. In afwijking van artikel 17 van Verordening
(EG) nr. 1224/2009 stellen de kapiteins van EU‑vissersvaartuigen die in
artikel 3 van de onderhavige verordening bedoelde visbestanden aan boord
hebben, de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenstaat twee uur vóór het
binnenvaren van de haven in kennis van de in artikel 17, lid 1, van Verordening
(EG) nr. 1224/2009 vermelde gegevens. 2. In afwijking van
artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1010/2009 van de Commissie[20]
stellen de kapiteins van vissersvaartuigen van derde landen die in artikel 3
van de onderhavige verordening bedoelde visbestanden aan boord hebben, de
bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan zij de haven willen gebruiken,
twee uur vóór het binnenvaren van de haven in kennis van de in artikel 6, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 1005/2008 vermelde gegevens. Artikel 11 Elektronische
monitoring op afstand 1. De lidstaten maken gebruik van een systeem
voor elektronische monitoring op afstand (REM – Remote Electronic Monitoring)
om de visserijactiviteiten van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen die
in het Skagerrak actief zijn, te monitoren. 2. Een vissersvaartuig met een lengte over
alles van 12 meter of meer mag de haven slechts verlaten indien het een
volledig operationeel REM‑systeem aan boord heeft dat bestaat uit een
toereikend aantal in een gesloten circuit aan boord geplaatste camera's (CCTV),
een gps‑systeem en sensoren. 3. Lid 2 wordt toegepast overeenkomstig het
volgende tijdschema: a) met ingang van 1 januari 2014 voor
EU‑vissersvaartuigen met een lengte over alles van 15 meter of meer; b) met ingang van 1 juli 2015 voor EU‑vissersvaartuigen
met een lengte over alles van 12 meter of meer. 4. De Commissie wordt ertoe gemachtigd
uitvoeringshandelingen aan te nemen met betrekking tot de volgende aspecten van
het REM‑systeem: betrouwbaarheid van het systeem, specificaties van het
systeem, te registeren en te verwerken gegevens, monitoring van het gebruik van
het systeem en andere voor de werking van het systeem vereiste elementen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld
overeenkomstig artikel 17. Artikel 12 Controle‑
en inspectieplan 1. De lidstaten stellen binnen zes maanden
vanaf de inwerkingtreding van deze verordening overeenkomstig bijlage III controle‑
en inspectiemaatregelen op om de naleving van de in deze verordening bedoelde
voorwaarden te verzekeren. 2. De controle‑ en inspectiemaatregelen
worden opgenomen in het in artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1224/2009
bedoelde nationale controleactieplan dat van toepassing is op het meerjarenplan
voor kabeljauwbestanden als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1342/2008[21].
Artikel 13 Doorvaart
De netten van vissersvaartuigen in doorvaart
door het Skagerrak met in andere gebieden dan het Skagerrak gevangen vis aan
boord worden vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig artikel 47 van
Verordening (EG) nr. 1224/2009. HOOFDSTUK IV EVALUATIE Artikel
14 Verslaglegging
door de lidstaten De betrokken lidstaten brengen in het derde
jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de drie jaar
bij de Commissie verslag uit over de toepassing van deze verordening. Artikel
15 Evaluatie
van het plan Op basis van de in artikel 14 bedoelde
verslagen van de lidstaten en op basis van wetenschappelijk advies gaat de
Commissie in het jaar nadat zij de verslagen heeft ontvangen, na welke gevolgen
de maatregelen hebben gehad voor de betrokken bestanden en visserijtakken. HOOFDSTUK V PROCEDURELE
BEPALINGEN Artikel 16 Uitoefening
van gedelegeerde bevoegdheden 1. De bevoegdheid tot
vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder
de in dit artikel gestelde voorwaarden. 2. De bevoegdheid tot
vaststelling van de in artikel 3, lid 4, en artikel 5, lid 3, bedoelde
gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd. 3. De in artikel 3, lid 4, en
artikel 5, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het
Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking
maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden
vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking
ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum
die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds
van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een
gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en
de Raad daarvan gelijktijdig in kennis. 5. Een krachtens artikel 3, lid 4,
en artikel 5, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in
werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een periode
van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees
Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft aangetekend of wanneer
het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van die periode beide
aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar aan te tekenen. Op
initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee
maanden worden verlengd. Artikel 17 Comitéprocedure 1. De Commissie wordt bijgestaan
door het in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 ingestelde Comité
voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de betekenis
van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit
lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011
van toepassing. HOOFDSTUK VI WIJZIGINGEN Artikel 18 Wijzigingen
in Verordening (EG) nr. 850/98 Verordening (EG) nr. 850/98 wordt als volgt
gewijzigd: 1. De
verwijzing naar het Skagerrak wordt geschrapt in artikel 4, lid 4, onder
a) ii), in artikel 35 en in de titel van bijlage IV. 2. Artikel 38
wordt geschrapt. 3. De
titel van bijlage X.B wordt vervangen door: "B. VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN
COMBINATIES VAN MAASWIJDTEN IN HET KATTEGAT". Artikel 19 Wijzigingen
in Verordening (EG) nr. 1342/2008 Verordening (EG) nr. 1342/2008 wordt als volgt
gewijzigd: 1. In artikel 11, lid 1, wordt de volgende,
tweede alinea toegevoegd: "De in de eerste alinea bedoelde
visserijinspanningsregeling is met ingang van 1 januari 2013 niet van
toepassing op het Skagerrak.". 2. In artikel 12, lid 5, wordt de volgende,
tweede alinea toegevoegd: "Wanneer het Skagerrak overeenkomstig
artikel 11, lid 1, tweede alinea, wordt uitgesloten van toepassing van de
visserijinspanningsregeling, wordt de visserijinspanning die kan worden
geassocieerd met het Skagerrak en die heeft bijgedragen tot de vaststelling van
de basisinspanning, niet meer in aanmerking genomen bij de berekening van de
maximaal toegestane visserijinspanning.". HOOFDSTUK VII AFWIJKINGEN Artikel 20 Bepaling tot
afwijking van Verordening (EG) nr. 847/96 1. In afwijking van a) artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 847/96
kan, wanneer meer dan 75 % van een quotum voor een in artikel 3 van de
onderhavige verordening bedoeld bestand is gevangen vóór 31 oktober van het
jaar waarvoor dat quotum geldt, de lidstaat waaraan dat quotum is toegewezen,
bij de Commissie een verzoek indienen om extra hoeveelheden vis van dat bestand
te mogen aanlanden die dan in mindering worden gebracht op het quotum voor dat
bestand voor het volgende jaar, waarbij deze lidstaat in zijn verzoek de
vereiste aanvullende (op het quotum van het volgende jaar te debiteren)
hoeveelheid aangeeft, en b) artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96
kan een lidstaat waaraan een quotum is toegewezen, vóór 31 oktober van het jaar
waarvoor dat quotum geldt, bij de Commissie een verzoek indienen om een
gedeelte van dat quotum over te dragen naar het volgende jaar (te crediteren op
het quotum van het volgende jaar). De onder a) en b) bedoelde hoeveelheden mogen
niet groter zijn dan: i) in 2013: 20 % van het betrokken quotum, ii) in 2014: 15 % van het betrokken quotum, en iii) met ingang van 2015: 10 % van het betrokken
quotum. 2. De overeenkomstig lid 1 gedebiteerde
hoeveelheid wordt met het oog op de toepassing van de in artikel 105 van
Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde verlagingen niet beschouwd als
hoeveelheid die de toegestane aanlandingen overschrijdt. HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN Artikel 21 Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is van toepassing met ingang
van 1 januari 2013. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter Bijlage I Lijst van soorten waarop de
aanlandingsplicht geleidelijk van toepassing wordt Naam || Wetenschappelijke naam || Datum waarop de aanlandingsplicht van toepassing wordt Kabeljauw || Gadus morhua || 1 januari 2013 Schelvis || Melanogrammus aeglefinus || 1 januari 2013 Haring || Clupea harengus || 1 januari 2013 Makreel || Scomber scombrus || 1 januari 2013 Noorse garnaal || Pandalus borealis || 1 januari 2013 Koolvis || Pollachius virens || 1 januari 2013 Sprot || Sprattus sprattus || 1 januari 2013 Wijting || Merlangius merlangus || 1 januari 2013 Heek || Merluccius merluccius || 1 januari 2013 Leng || Molva molva || 1 januari 2013 Zeeduivel || Lophius piscatorius. || 1 januari 2013 Witte koolvis || Pollachius pollachius || 1 januari 2013 Grenadier || Coryphaenoides rupestris || 1 januari 2013 Blauwe leng || Molva dypterygia || 1 januari 2013 Torsk || Brosme brosme || 1 januari 2013 Schol || Pleuronectes platessa || 1 januari 2015 Witje || Glyptocephalus cynoglossus || 1 januari 2015 Lange schar || Hippoglossoides platessoides || 1 januari 2015 Blauwe wijting || Micromesistius poutassou || 1 januari 2015 Kever || Trisopterus esmarkii || 1 januari 2015 Zilversmelten || Argentina spp. || 1 januari 2015 Tong || Solea solea || 1 januari 2015 Langoustine || Nephrops norvegicus || 1 januari 2015 Griet || Scophthalmus rhombus || 1 januari 2015 Schar || Limanda limanda || 1 januari 2015 Tarbot || Scophthalmus maximus || 1 januari 2015 Tongschar || Microstomus kitt || 1 januari 2015 Zandspieringen || Ammodytidae || 1 januari 2015 Horsmakreel || Trachurus trachurus || 1 januari 2015 Roggen (behalve de soorten die overeenkomstig de verordeningen inzake vangstmogelijkhedne moeten worden vrijgelaten) || Raja spp. || 1 januari 2015 Bot || Platichthys flesus || 1 januari 2015 Zeewolf || Anarhichas lupus || 1 januari 2015 Gaffelkabeljauw || Phycis blennoides || 1 januari 2015 Snotolf || Cyclopterus lumpus || 1 januari 2015 Roodbaarzen || Sebastes spp. || 1 januari 2015 Bijlage II Minimale instandhoudingsreferentiegrootte
Soort || Minimale instandhoudingsreferentiegrootte Kabeljauw (Gadus morhua) || 30 cm Schelvis (Melanogrammus aeglefinus) || 27 cm Wijting (Merlangius merlangus) || 23 cm Koolvis (Polachius virensis) || 30 cm Haring (Clupea harengus) || 18 cm Makrelen (Scomber spp.) || 20 cm Heek (Merluccius merluccius) || 30 cm Leng (Molva molva) || 63 cm Blauwe leng (Molva dipterygia) || 70 cm Pollak (Pollachius pollachius) || 30 cm Schol (Pleuronectes platessa) || 27 cm Tongen (Solea spp.) || 24 cm Horsmakrelen (Trachurus spp.) || 15 cm BIJLAGE III Controle‑
en inspectiemaatregelen 1. Om de naleving van de artikelen 3
en 5 te kunnen controleren en inspecteren, moet in de nationale controle‑
en inspectiemaatregelen op zijn minst worden verwezen naar: (a)
voorschriften inzake volledige vangstbemonstering
op zee en in de haven, (b)
de analyse van alle in artikel 109, lid 2, onder a)
en b), van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vermelde gegevens, (c)
het gebruik van aan de vistuigen vastgemaakte
sensoren, (d)
het gebruik van een systeem voor elektronische
monitoring op afstand (REM) dat bestaat uit een gesloten cameracircuit (CCTV),
een gps‑systeem en sensoren, (e)
de referentievloot voor de voornaamste
visserijtakken die in het Skagerrak actief zijn, hetzij middels het gebruik van
REM, hetzij met behulp van waarnemers, (f)
een wetenschappelijk programma voor de bemonstering
van de teruggooi dat van toepassing is op de voornaamste visserijtakken die in
het Skagerrak actief zijn. 2. Om de naleving van de artikelen 6, 7
en 8 te kunnen controleren en inspecteren, moet in de nationale controle‑
en inspectiemaatregelen op zijn minst worden verwezen naar: (a)
de toegewezen personele en technische middelen, (b)
de inspectiestrategie, met inbegrip van het niveau
van inspectie op zee en aan de wal en met inbegrip van het niveau van bewaking.
3. Het referentieniveau voor
inspecties In het kader van hun overeenkomstig artikel 5,
lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 opgestelde risicobeheersysteem kennen
de betrokken lidstaten het hoogste risiconiveau toe aan de visserijtakken die
in het Skagerrak actief zijn. Voor de vaartuigen die tijdens dezelfde visreis
zowel in het Skagerrak als in andere EU‑wateren vissen, wordt een
afzonderlijke risicofactor vastgesteld en wordt eveneens het hoogste
risiconiveau toegepast. [1] Goedgekeurde notulen van de conclusies van het
visserijoverleg tussen de EU en Noorwegen inzake de reglementering van de
visserij in het Skagerrak en het Kattegat voor 2011, ondertekend in Bergen op 4
december 2010. [2] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. [3] PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. [4] PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20. [5] PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1. [6] PB L 286
van 29.10.2008, blz. 33. [7] PB L 61 van 11.3.2010, blz. 1. [8] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1. [9] PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1. [10] PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3. [11] COM(2011) 425 definitief van 13.7.2011. [12] http://ec.europa.eu/fisheries/reform/index_nl.htm [13] PB C , blz. [14] PB C , blz. [15] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1. [16] PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20. [17] PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3. [18] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [19] PB L 318 van 7.12.1984, blz. 23. [20] PB L 280 van 27.10.2009, blz. 5. [21] PB L 348 van 24.11.2008, blz. 20.