52012PC0331

Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië /* COM/2012/0331 final - 2012/0160 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel heeft betrekking op de toepassing van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap ("de basisverordening") in het kader van het onderzoek naar mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad betreffende de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC"), door de invoer van open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië.

Algemene context Dit voorstel past in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat werd verricht in overeenstemming met de materiële en procedurele eisen in de basisverordening, en met name artikel 13.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Op open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China is momenteel een definitief antidumpingrecht van toepassing, dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbende partijen

Partijen die belang hebben bij de procedure werden overeenkomstig de basisverordening in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Samenvatting van de voorgestelde maatregel Op 10 november 2011 heeft de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1135/2011 een onderzoek geopend naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC, door de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië. De Commissie heeft op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening een verzoek ontvangen dat voldoende voorlopig bewijsmateriaal bevatte dat de antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels werden ontweken door overlading in Maleisië. Het verzoek werd ingediend op 27 september 2011 door Saint Gobain Adfors CZ s.r.o., Tolnatext Fonalfeldolgozo es Muszakiszovet-gyarto Bt., Valmieras "Stikla Skiedra" AS en Vitrulan Technical Textiles GmbH, vier producenten in de Unie van bepaalde open weefsels van glasvezels. Het bijgevoegde voorstel voor een uitvoeringsverordening van de Raad is gebaseerd op de bevindingen van het onderzoek, waaruit is gebleken dat de overlading van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC plaatsvond in Maleisië en dat aan alle andere criteria voor de vaststelling van ontwijking, zoals vermeld in artikel 13, lid 1, van de basisverordening, is voldaan. Daarom wordt voorgesteld de antidumpingmaatregelen die gelden voor bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC, uit te breiden tot hetzelfde product verzonden vanuit Maleisië. Het antidumpingrecht komt overeen met het voor het hele land geldende recht op bepaalde open weefsels van glasvezels uit de VRC (62,9 %). Het recht wordt geheven vanaf de datum van opening van het onderzoek. Drie medewerkende producenten in Maleisië verzochten om vrijstelling van de eventuele uitgebreide maatregelen. Voor deze drie ondernemingen die geen volledige medewerking verleenden, en waarvan werd vastgesteld dat zij betrokken waren bij ontwijkingspraktijken, wordt voorgesteld vrijstellingen te weigeren. De desbetreffende verordening van de Raad moet uiterlijk op 9 augustus 2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 13.

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel:

De vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming.

De beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de marktdeelnemers en de burgers worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel is niet van toepassing.

Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: de basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

2012/0160 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD

tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] ("de basisverordening"), en met name artikel 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1.           PROCEDURE

1.1.        Bestaande maatregelen

(1)       Bij Verordening (EU) nr. 791/2011[2], ("de oorspronkelijke verordening") heeft de Raad een definitief antidumpingrecht van 62,9 % op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC") ingesteld voor alle overige ondernemingen die niet worden vermeld in artikel 1, lid 2, en bijlage 1 van die verordening. Deze maatregelen worden hierna "de geldende maatregelen" genoemd en het onderzoek dat tot de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde maatregelen heeft geleid, wordt hierna aangeduid als "het oorspronkelijke onderzoek".

1.2.        Verzoek

(2)       Op 27 september 2011 heeft de Europese Commissie ("de Commissie") op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening een verzoek ontvangen om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld betreffende de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC, en om de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, te registreren.

(3)       Het verzoek werd ingediend door Saint Gobain Adfors CZ s.r.o., Tolnatext Fonalfeldolgozo es Muszakiszovet-gyarto Bt., Valmieras "Stikla Skiedra" AS en Vitrulan Technical Textiles GmbH, vier producenten in de Unie van bepaalde open weefsels van glasvezels.

(4)       Het verzoek bevatte voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat zich na het instellen van de geldende maatregelen een aanzienlijke verandering in de structuur van het handelsverkeer met betrekking tot de uitvoer uit de VRC en Maleisië naar de Unie heeft voorgedaan waarvoor, afgezien van de instelling van de geldende maatregelen, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestond. Deze verandering in de structuur van het handelsverkeer werd kennelijk veroorzaakt door de overlading in Maleisië van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC.

(5)       Voorts waren er aanwijzingen dat de corrigerende werking van de geldende maatregelen, zowel gezien de hoeveelheid als de prijs, werd ondermijnd. Uit het bewijsmateriaal bleek dat deze toegenomen invoer uit Maleisië plaatsvond tegen prijzen die lager lagen dan de geen schade veroorzakende prijs die in het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld.

(6)       Tot slot bleek uit het bewijsmateriaal dat de prijzen van bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië dumpingprijzen waren ten opzichte van de normale waarde die in het oorspronkelijke onderzoek voor het soortgelijke product was vastgesteld.

1.3.        Opening van het onderzoek

(7)       Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal was om op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening een onderzoek te openen, heeft zij bij Verordening (EU) nr. 1135/2011 van de Commissie[3] ("de openingsverordening") een onderzoek geopend. Krachtens artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie bij de openingsverordening de douaneautoriteiten de instructie gegeven de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden vanuit Maleisië te registreren.

1.4.        Onderzoek

(8)       De Commissie heeft de autoriteiten van de VRC en Maleisië, de producenten‑exporteurs in die landen, de haar bekende betrokken importeurs in de Unie en de bedrijfstak van de Unie officieel in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Er werden vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in de VRC en Maleisië die de Commissie bekend waren of die zich binnen de in overweging 14 van de openingsverordening vermelde termijn kenbaar hadden gemaakt. Er werden ook vragenlijsten verzonden naar importeurs in de Unie. Belanghebbenden werd de gelegenheid geboden om binnen de bij de openingsverordening vastgestelde termijn hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord.

(9)       Drie producenten‑exporteurs in Maleisië en drie niet‑verbonden importeurs in de Unie hebben zich kenbaar gemaakt en hebben antwoorden op de vragenlijst ingediend.

(10)     De volgende producenten‑exporteurs hebben antwoorden op de vragenlijst ingediend, waarna bij hen ter plaatse een controle werd uitgevoerd.

Producenten‑exporteurs in Maleisië:

– GFTex Fiberglass Manufacturer Sdn Bhd, Selangor,

– Gold Fiberglass Sdn. Bhd, Selangor, en

– GRI Fiberglass Industries, Selangor.

1.5.        Onderzoektijdvak

(11)     Het onderzoektijdvak bestreek de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2011 ("het OT"). Er werden voor het OT gegevens verzameld om onder meer de beweerde verandering in de structuur van het handelsverkeer te onderzoeken. Voor de verslagperiode van 1 oktober 2010 tot en met 30 september 2011 ("de VP") werden meer gedetailleerde gegevens verzameld, zodat de mogelijke ondermijning van de corrigerende werking van de geldende maatregelen en het bestaan van dumping konden worden onderzocht.

2.           RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

2.1.        Algemene overwegingen

(12)     Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening werd nagegaan of er sprake was van ontwijking door achtereenvolgens te bekijken of zich een verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen de VRC, Maleisië en de Unie had voorgedaan; of deze verandering het gevolg was van praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor geen andere afdoende reden of economische rechtvaardiging bestond dan de instelling van het recht; of uit bewijsmateriaal bleek dat er sprake was van schade of dat de corrigerende werking van het recht, gezien de prijzen en/of de hoeveelheden van het soortgelijke product, werd ondermijnd; en of uit bewijsmateriaal bleek dat dumping plaatsvond ten aanzien van de voor het soortgelijke product eerder vastgestelde normale waarden, eventueel overeenkomstig artikel 2 van de basisverordening.

2.2.        Betrokken product en onderzocht product

(13)     Het betrokken product is zoals gedefinieerd in het oorspronkelijke onderzoek: open weefsels van glasvezels, met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m², met uitzondering van glasvezelschijven, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN‑codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00.

(14)     Het onderzochte product is hetzelfde als het product dat in de vorige overweging is gedefinieerd, maar verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië.

(15)     Uit het onderzoek is gebleken dat de hierboven gedefinieerde uit de VRC naar de Unie uitgevoerde open weefsels van glasvezels, en die verzonden vanuit Maleisië naar de Unie dezelfde fysische en technische basiseigenschappen en dezelfde toepassingen hebben en daarom moeten worden beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.3.        Mate van medewerking en vaststelling van de handelsvolumes

Maleisië

(16)     Zoals vermeld in overweging 10 hebben drie producenten‑exporteurs in Maleisië antwoorden op de vragenlijst ingediend.

(17)     Vervolgens werden er bij deze drie producenten‑exporteurs controlebezoeken uitgevoerd.

(18)     De drie Maleisische producenten‑exporteurs bestreken in de VP 75 % van de totale uitvoer van het onderzochte product uit Maleisië naar de Unie, zoals gerapporteerd in Comext[4]. Het totale uitvoervolume werd op Comext gebaseerd.

(19)     Een van de drie Maleisische producenten‑exporteurs heeft na de eerste dag van het controlebezoek zijn medewerking stopgezet. Daarom werd artikel 18 van de basisverordening toegepast.

(20)     Voor de andere twee ondernemingen bleek de toepassing van artikel 18, lid 1, van de basisverordening eveneens gerechtvaardigd om de in overwegingen 34 en 52 tot en met 59 vermelde redenen.

Volksrepubliek China

(21)     Er werd geen medewerking verleend door de Chinese producenten‑exporteurs. Daarom moesten de bevindingen inzake de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels uit de VRC in de Unie en de uitvoer van het betrokken product uit de VRC naar Maleisië overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening gedeeltelijk worden gebaseerd op de beschikbare gegevens. De Comext‑gegevens werden gebruikt om het totale volume van de invoer uit de VRC in de Unie te bepalen. Voor het bepalen van de totale uitvoer uit de VRC naar Maleisië werd gebruikgemaakt van Chinese en Maleisische nationale statistieken. De gegevens werden ook gecontroleerd aan de hand van gedetailleerde invoer‑ en uitvoergegevens die door de douaneautoriteiten van Maleisië werden verstrekt.

(22)     Het in de Maleisische en Chinese statistieken geregistreerde invoervolume betrof een grotere productgroep dan het betrokken product of het onderzochte product. Gezien de Comext‑gegevens en de gegevens die door de drie Maleisische producenten‑exporteurs werden verstrekt, kon echter worden vastgesteld dat een aanzienlijk deel van dit invoervolume het betrokken product betrof. Deze gegevens konden dus worden gebruikt om een verandering in de structuur van het handelsverkeer vast te stellen.

2.4.        Verandering in de structuur van het handelsverkeer

Invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels in de Unie

(23)     De invoer van het betrokken product uit de VRC in de Unie is sterk gedaald na de instelling van de voorlopige maatregelen in februari 2011[5] en de definitieve maatregelen in augustus 2011 (de oorspronkelijke verordening).

(24)     Aan de andere kant steeg de totale uitvoer van het onderzochte product uit Maleisië naar de Unie aanzienlijk in 2011. Volgens Comext is de uitvoer uit Maleisië naar de Unie het voorbije jaar sterk gestegen, terwijl de uitvoer de jaren ervoor onbeduidend was. Deze trend wordt ook bevestigd door de overeenkomstige Maleisische statistieken inzake de uitvoer van open weefsels van glasvezels uit Maleisië naar de Unie.

(25)     In tabel 1 worden de hoeveelheden van bepaalde open weefsels van glasvezels weergegeven die van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2011 uit de VRC en Maleisië in de Unie zijn ingevoerd.

Invoervolume in miljoen m² || 2008 || 2009 || 2010 || 1/10/2010 – 30/9/2011

VRC || 307,82 || 294,98 || 383,76 || 282,03

Maleisië || 0,02 || 0,04 || 0,02 || 76,10

Bron: Comext‑statistieken

(26)     Uit bovenstaande gegevens blijkt duidelijk dat de invoer uit Maleisië in de Unie van 2008 tot en met 2010 te verwaarlozen was. In 2011 echter, na de instelling van de maatregelen, steeg de invoer plots en verving qua volume in zekere mate de uitvoer uit de VRC naar de markt van de Unie. Bovendien is de uitvoer uit de VRC naar de Unie sinds de instelling van de geldende maatregelen aanzienlijk gedaald (26 %).

Uitvoer uit de VRC naar Maleisië

(27)     In dezelfde periode is ook een opvallende toename van de uitvoer van open weefsels van glasvezels uit de VRC naar Maleisië te zien. Van een betrekkelijk onbeduidende hoeveelheid in 2008 (4,65 miljoen m²) steeg de uitvoer in de VP tot 32,78 miljoen m². Deze trend wordt ook bevestigd door de overeenkomstige Maleisische statistieken inzake de invoer van open weefsels van glasvezels uit de VRC in Maleisië.

Tabel 2: Uitvoer van open weefsels van glasvezels uit de VRC naar Maleisië van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2011

|| 2008 || 2009 || 2010 || 1/10/2010 – 30/9/2011

Hoeveelheid (miljoen m²) || 4,65 || 5,78 || 5,94 || 32,78

Jaarlijkse verandering (%) || || 24 % || 2,8 % || 452 %

Index (2008=100) || 100 || 124 || 128 || 705

Bron: Chinese statistieken

(28)     Voor de vaststelling van de trend in de handelsstroom van bepaalde open weefsels van glasvezels van de VRC naar Maleisië werden zowel Maleisische als Chinese statistieken in beschouwing genomen. In beide gevallen zijn deze gegevens slechts beschikbaar op een hoger niveau van productgroepen dan het betrokken product. Gezien de Comext‑gegevens en de gegevens die door de drie aanvankelijk medewerkende Maleisische exporteurs werden verstrekt, kon echter worden vastgesteld dat een aanzienlijk deel het betrokken product betrof. Deze gegevens kunnen dus in aanmerking worden genomen.

(29)     De tabellen 1 en 2 tonen duidelijk aan dat de sterke daling van de Chinese uitvoer van open weefsels van glasvezels naar de Unie werd gevolgd door een aanzienlijke toename van de Chinese uitvoer van open weefsels van glasvezels naar Maleisië, met daarna een forse toename van de Maleisische uitvoer van open weefsels van glasvezels naar de Unie in het OT. Uit het onderzoek bleek ook dat bij de invoer in Maleisië extra hoeveelheden open weefsels van glasvezels uit de VRC verkeerd werden aangegeven onder andere codes dan die waarop het onderzoek betrekking had. Volgens de douaneaangiften ten invoer werden die extra hoeveelheden aangegeven onder de codes 7019 11 000 en 7019 40 000.

Productievolumes in Maleisië

(30)     De drie aanvankelijk medewerkende ondernemingen zijn opgericht tussen november 2010 en maart 2011 en zijn pas na de instelling van de voorlopige maatregelen in februari 2011 met de productie en de uitvoer naar de Unie gestart. Vóór februari 2011 was er geen productie van open weefsels van glasvezels in Maleisië.

2.5.        Conclusie over de verandering in de structuur van het handelsverkeer

(31)     De algemene daling van de uitvoer uit de VRC naar de Unie en de gelijktijdige toename van de uitvoer uit Maleisië naar de Unie en van de uitvoer uit de VRC naar Maleisië na de instelling van de voorlopige maatregelen in februari 2011 en de definitieve maatregelen in augustus 2011 vormden een verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen de bovenvermelde landen enerzijds en de Unie anderzijds.

2.6.        Aard van de ontwijkingspraktijk

(32)     Artikel 13, lid 1, van de basisverordening bepaalt dat de verandering in de structuur van het handelsverkeer het gevolg moet zijn van praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat. De praktijken, processen of werkzaamheden omvatten onder andere het via derde landen verzenden van het product waarop maatregelen van toepassing zijn, en de assemblage van delen in de Unie of een derde land. Of assemblage heeft plaatsgevonden, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de basisverordening.

Verzending na overlading

(33)     De aangegeven uitvoer van de aanvankelijk medewerkende Maleisische ondernemingen bedroeg zo'n 75 % van de totale Maleisische uitvoer naar de Unie. De overige uitvoer kan worden toegeschreven aan Maleisische producenten die niet aan het onderzoek hebben meegewerkt, of aan overladingspraktijken. Een van de medewerkende importeurs in de Unie had open weefsels van glasvezels aangekocht bij een Maleisische exporteur die niet heeft meegewerkt aan dit onderzoek.

(34)     Zoals in de overwegingen 52 tot en met 59 is aangegeven, werden de drie aanvankelijk medewerkende ondernemingen er ter plaatse van in kennis gesteld dat artikel 18 op hen van toepassing kon zijn, aangezien vastgesteld was dat zij misleidende inlichtingen hadden verstrekt. Bewijsmateriaal wees er met name op dat twee van de aanvankelijk medewerkende producenten‑exporteurs hun onderlinge relatie niet hadden bekendgemaakt. De ondernemingen hadden ook documenten, zoals rekeningafschriften, gemanipuleerd en gewijzigd en er wordt getwijfeld aan de echtheid van sommige van hun aankoopfacturen en betalingsbewijzen. Bovendien konden twee van hen de oorsprong van de grondstoffen gebruikt voor de productie van open weefsels van glasvezels die werden uitgevoerd naar de Unie, niet aantonen. Tot slot zouden volgens de informatie van de Maleisische autoriteiten goederen bij hun uitvoer in aanmerking komen voor een certificaat van oorsprong als de classificatiecode van de ingevoerde grondstoffen gebruikt in het productieproces anders is dan die van de uitgevoerde eindproducten. Uit het bewijsmateriaal dat werd verzameld tijdens de controlebezoeken, bleek dat bepaalde hoeveelheden open weefsels van glasvezels uit de VRC bij hun invoer in Maleisië onjuist werden aangegeven onder andere codes dan die waarop het onderzoek betrekking had, terwijl zij bij hun uitvoer naar de Unie werden geclassificeerd onder de twee GN‑codes waarop het onderzoek betrekking had. Dit verklaart de extra hoeveelheden open weefsels van glasvezels uitgevoerd uit Maleisië naar de Unie, zoals wordt bevestigd door de bevindingen betreffende de verandering in de structuur van het handelsverkeer, beschreven in overweging 29.

(35)     Daardoor is bevestigd dat producten van oorsprong uit de VRC werden verzonden na overlading in Maleisië.

Assemblage‑ en/of voltooiingswerkzaamheden

(36)     Aangezien artikel 18 van de basisverordening van toepassing was op elk van de drie aanvankelijk medewerkende ondernemingen, kon niet worden vastgesteld of zij betrokken zijn in assemblagewerkzaamheden.

2.7.        Geen andere afdoende reden of economische rechtvaardiging dan de instelling van het antidumpingrecht

(37)     Het onderzoek heeft geen andere afdoende reden of economische rechtvaardiging voor de overlading aan het licht gebracht dan het vermijden van de geldende maatregelen voor bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC. Behalve het recht werden geen elementen gevonden die konden worden beschouwd als compensatie voor de kosten van overlading, met name met betrekking tot het vervoer en het overladen, van het betrokken product uit de VRC in Maleisië.

2.8.        Ondermijning van de corrigerende werking van het antidumpingrecht

(38)     Om uit te maken of de ingevoerde producten, gezien de hoeveelheden en de prijzen, de corrigerende werking van de geldende maatregelen voor bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC ondermijnden, werd gebruikgemaakt van Comext‑gegevens als de beste beschikbare gegevens betreffende hoeveelheden en prijzen van de door de drie aanvankelijk medewerkende producenten‑exporteurs, op wie artikel 18 van de basisverordening van toepassing was, en door de niet‑medewerkende ondernemingen uitgevoerde producten. De aldus vastgestelde prijzen werden vergeleken met het schade opheffende prijsniveau dat voor de producenten in de Unie in overweging 74 van de oorspronkelijke verordening is vastgesteld.

(39)     De toename van de invoer uit Maleisië in de Unie van 20 000 m² in 2010 tot 76 miljoen m² in de periode van april tot en met september 2011 werd, gezien de hoeveelheden, als aanzienlijk beschouwd.

(40)     Uit de vergelijking van het schade opheffende prijsniveau, dat in de oorspronkelijke verordening is vastgesteld, en de gewogen gemiddelde uitvoerprijs (gecorrigeerd voor kosten na invoer en kwaliteitswijzigingen vastgesteld in de oorspronkelijke verordening) is gebleken dat er sprake is van aanzienlijk prijsbederf. Daarom werd geconcludeerd dat de corrigerende werking van de geldende maatregelen, zowel gezien de hoeveelheden als de prijzen, werd ondermijnd.

2.9.        Bewijs voor dumping

(41)     Ten slotte werd overeenkomstig artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening nagegaan of uit bewijsmateriaal bleek dat dumping plaatsvond ten aanzien van de voor soortgelijke producten eerder vastgestelde normale waarde.

(42)     In de oorspronkelijke verordening werd de normale waarde vastgesteld op basis van de prijzen in Canada, dat bij dat onderzoek voor de VRC een geschikt referentieland met een markteconomie werd bevonden. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening werd het passend geacht de in het oorspronkelijke onderzoek eerder vastgestelde normale waarde te gebruiken.

(43)     Voor de prijzen bij uitvoer uit Maleisië baseerde men zich op de beschikbare gegevens, d.w.z. op de gemiddelde uitvoerprijs van bepaalde open weefsels van glasvezels tijdens de VP zoals gerapporteerd in Comext. De reden hiervoor was dat artikel 18 van de basisverordening van toepassing was op elk van de drie aanvankelijk medewerkende exporteurs, waardoor hun gegevens niet konden worden gebruikt om de uitvoerprijzen vast te stellen.

(44)     Met het oog op een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Dienovereenkomstig werden er correcties toegepast voor verschillen in vervoers‑, verzekerings‑, verpakkings‑, bank‑ en aanverwante kosten. Daar artikel 18 van de basisverordening van toepassing was op elk van de drie aanvankelijk medewerkende producenten, moesten de correcties worden vastgesteld op basis van de best beschikbare gegevens. De correcties werden daarom gebaseerd op een percentage berekend als het verschil tussen de totale cif‑waarde en de totale waarde af fabriek van alle transacties van de drie Maleisische producenten in de VP.

(45)     Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd de dumping berekend door de gewogen gemiddelde normale waarde die in de oorspronkelijke verordening is vastgesteld, te vergelijken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijzen in de VP van dit onderzoek, uitgedrukt in procenten van de cif‑prijs, grens Unie, vóór inklaring.

(46)     Uit de vergelijking tussen de gewogen gemiddelde normale waarde en de vastgestelde gewogen gemiddelde uitvoerprijs bleek dat er sprake was van dumping.

3.           MAATREGELEN

(47)     Gezien het bovenstaande werd op grond van artikel 13, lid 1, van de basisverordening geconcludeerd dat het definitieve antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de VRC werd ontweken door verzending na overlading in Maleisië.

(48)     Overeenkomstig artikel 13, lid 1, eerste zin, van de basisverordening, moeten de geldende maatregelen voor de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië.

(49)     In het licht van de niet‑medewerking aan dit onderzoek zijn de uit te breiden maatregelen die welke zijn vastgesteld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 791/2011 voor "alle andere ondernemingen", namelijk een definitief antidumpingrecht van 62,9 %, van toepassing op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring.

(50)     Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening moeten uitgebreide maatregelen worden toegepast op goederen waarvan de invoer in de Unie overeenkomstig de openingsverordening wordt geregistreerd. Daarom moeten rechten worden geheven op bepaalde vanuit Maleisië verzonden open weefsels van glasvezels waarvan de invoer wordt geregistreerd.

4.           VERZOEKEN OM VRIJSTELLING

(51)     De drie ondernemingen in Maleisië die antwoorden op de vragenlijst hebben ingediend, verzochten overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening om vrijstelling van de eventuele uitgebreide maatregelen.

(52)     Zoals vermeld in overweging 19 heeft een van de ondernemingen na de eerste dag van het controlebezoek haar medewerking stopgezet. Zelfs tijdens die ene controledag was er onvoldoende medewerking. De onderneming kon met name de meeste van de gevraagde bewijsstukken, zoals haar productiebladen, voorraden en energiefacturen, niet voorleggen. Anderzijds waren er erg weinig grondstoffen aanwezig in de fabriek, wat niet strookte met de opgegeven productieniveaus, en waren er geen eindproducten opgeslagen in het magazijn. Bovendien hadden de aankoopfacturen hetzelfde formaat als een blok facturen met voorgedrukte nummers die in de gebouwen van de onderneming werd gevonden. Deze gelijkenis wees op de mogelijke onechtheid van de aankoopfacturen van de onderneming. Bovendien wees het bewijsmateriaal erop dat de onderneming haar relatie met een andere Maleisische exporteur die ook aan het onderzoek meewerkte, niet had bekendgemaakt. Er werden met name documenten met betrekking tot de andere aanvankelijk medewerkende Maleisische producent gevonden in de gebouwen van de eerste onderneming, terwijl de ondernemingen die relatie niet hadden bekendgemaakt.

(53)     Overeenkomstig artikel 18, lid 4, van de basisverordening werd de onderneming in kennis gesteld van het voornemen om de door haar verstrekte informatie buiten beschouwing te laten en werd een termijn vastgesteld waarbinnen zij opmerkingen kon maken. De onderneming maakte geen opmerkingen en daarom werden overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies ten aanzien van deze onderneming getrokken.

(54)     De tweede onderneming werkte onvoldoende mee tijdens het controlebezoek. De onderneming weigerde verscheidene keren de toegang tot belangrijke gegevens zoals de productie‑ en voorraadadministratieverslagen. Er waren erg weinig grondstoffen aanwezig in de fabriek vergeleken met de opgegeven productieniveaus en de voorraad eindproducten in het magazijn. Bovendien kon de onderneming de oorsprong van de grondstoffen gebruikt voor de productie van open weefsels van glasvezels die werden uitgevoerd naar de Unie, niet aantonen.

(55)     Overeenkomstig artikel 18, lid 4, van de basisverordening werd de onderneming in kennis gesteld van het voornemen om de door haar verstrekte informatie buiten beschouwing te laten en werd een termijn vastgesteld waarbinnen zij opmerkingen kon maken. In haar opmerkingen beweerde de onderneming dat de geplande drie dagen voor het controlebezoek een te korte periode was voor de onderneming om alle door het onderzoeksteam gevraagde gegevens en documenten te verstrekken. De onderneming gaf ook toe dat zij het onderzoeksteam verscheidene keren de toegang tot gegevens had geweigerd en bevestigde dat de personen die de onderneming tijdens het controlebezoek vertegenwoordigden, meestal de toelating van hun directeur nodig hadden om het onderzoeksteam toegang te verlenen tot de gegevens. Bovendien gaf de onderneming toe dat de vertegenwoordigers van de onderneming geen deel uitmaakten van de dienst boekhouding en bevestigde zij dat haar directeurs niet meewerkten omdat zij beweerden verhinderd te zijn.

(56)     De verklaringen van de onderneming bevestigen de conclusie dat zij het onderzoek ernstig hebben belemmerd. De data van het controlebezoek waren ruim van tevoren aan de onderneming meegedeeld en zij had ermee ingestemd. Hoewel uitvoer naar de Unie de kernactiviteit van de onderneming is, waren haar directeurs niet aanwezig. Tijdens het controlebezoek waren er doelbewuste en ongerechtvaardigde vertragingen bij het verstrekken van de gevraagde gegevens en documenten, en de weigering van de toegang tot gegevens creëerde nog meer vertragingen en belemmeringen voor de voltooiing van de controle binnen het vastgestelde tijdsbestek. Daarom werden overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies ten aanzien van deze onderneming getrokken.

(57)     De derde onderneming werkte onvoldoende mee tijdens het controlebezoek en verstrekte misleidende inlichtingen. Er werd geconstateerd dat de onderneming rekeningafschriften had gemanipuleerd en dat zij de echtheid van haar betalingsbewijzen niet kon aantonen. Haar boekhouding werd als onbetrouwbaar beschouwd aangezien zij veel ernstige tegenstrijdigheden met betrekking tot de overgedragen begin‑ en eindsaldo's vertoonde. De grondstofvoorraden waren laag vergeleken met de opgegeven productieniveaus en de voorraad eindproducten in het magazijn. Bovendien kon de onderneming de oorsprong van de grondstoffen gebruikt voor de productie van open weefsels van glasvezels die werden uitgevoerd naar de Unie, niet aantonen. Het bewijsmateriaal wees er ook op dat de onderneming haar relatie met de eerste Maleisische exporteur niet had bekendgemaakt, aangezien er in de gebouwen van de eerste onderneming bepaalde documenten die toebehoorden aan de derde onderneming, werden gevonden.

(58)     Overeenkomstig artikel 18, lid 4, van de basisverordening werd de onderneming ook in kennis gesteld van het voornemen om de door haar verstrekte informatie buiten beschouwing te laten en werd een termijn vastgesteld waarbinnen zij opmerkingen kon maken. In haar opmerkingen beweerde de onderneming dat zij geen ervaring heeft met dergelijke controlebezoeken en dit verklaart volgens hen de geconstateerde tekortkomingen. Zij beweerde ook dat zij voorzichtigheid in acht nam met betrekking tot de gevraagde en aan het onderzoeksteam verstrekte documenten, met name de rekeningafschriften en betalingsbewijzen, omdat zij door de Maleisische autoriteiten niet officieel op de hoogte was gebracht van de identiteit van het onderzoeksteam. Niettemin gaf de onderneming toe dat het personeel de inhoud van de rekeningafschriften had gewijzigd, maar dit zou men gedaan hebben omdat de onderneming zeer bezorgd was over het mogelijk uitlekken van de documenten, sabotage en de vertrouwelijkheid van de gegevens.

(59)     De verdere toelichtingen van de onderneming waren niet van die aard dat zij konden leiden tot een wijziging van de conclusie dat de onderneming tijdens het onderzoek misleidende inlichtingen had verstrekt. Daarom werden overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies ten aanzien van deze onderneming getrokken.

(60)     Met het oog op de bevindingen met betrekking tot de verandering in de structuur van het handelsverkeer en de overladingspraktijken, zoals vastgesteld in de overwegingen 31 en 35, en rekening houdend met de aard van de misleidende inlichtingen, zoals vastgesteld in de overwegingen 52 tot en met 59, konden de vrijstellingen waarom deze drie ondernemingen hadden verzocht, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening niet worden verleend.

(61)     Onverminderd artikel 11, lid 3, van de basisverordening wordt andere producenten in Maleisië die zich niet hebben gemeld in deze procedure en het onderzochte product in de VP niet naar de Unie uitvoerden, en die van plan zijn een verzoek om vrijstelling van het uitgebreide antidumpingrecht in te dienen overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening, verzocht een vragenlijst te beantwoorden zodat de Commissie kan beoordelen of vrijstelling gerechtvaardigd is. Een dergelijke vrijstelling kan worden verleend na de beoordeling van de marktsituatie van het betrokken product, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad, de aan- en verkoop en de waarschijnlijkheid van voortzetting van de praktijken waarvoor onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat en het bewijsmateriaal inzake dumping. De Commissie verricht doorgaans ook een controle ter plaatse. Het verzoek dient onverwijld aan de Commissie te worden gericht, onder opgave van alle relevante gegevens, met name wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van productie en verkoop.

(62)     Wanneer vrijstelling gerechtvaardigd is, zal de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, een voorstel indienen om de uitgebreide geldende maatregelen dienovereenkomstig te wijzigen. Op vrijstellingen zal toezicht worden uitgeoefend om ervoor te zorgen dat aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.

5.           MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN

(63)     Alle belanghebbenden werden op de hoogte gebracht van de belangrijkste feiten en overwegingen die tot voornoemde conclusies hebben geleid, en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de belanghebbenden werden onderzocht. Geen van de aangevoerde argumenten gaf aanleiding tot wijziging van de definitieve bevindingen.

(64)     Eén medewerkende importeur vroeg of het in overweging kon worden genomen verschillende rechten toe te passen op open weefsels van glasvezels waarvan de invoer werd geregistreerd, van importeurs die meewerkten aan de procedure en diegenen die dat niet deden. Het verzoek werd afgewezen aangezien de basisverordening geen rechtsgrondslag bevat voor een dergelijk onderscheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het definitieve antidumpingrecht voor "alle andere ondernemingen" dat bij artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 791/2011 is ingesteld op open weefsels van glasvezels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m², met uitzondering van glasvezelschijven, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt uitgebreid tot open weefsels van glasvezels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m², met uitzondering van glasvezelschijven, verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, die momenteel zijn ingedeeld onder de GN‑codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00 (Taric‑codes 7019 51 00 11 en 7019 59 0011).

2. Het bij lid 1 van dit artikel uitgebreide recht wordt geïnd op ingevoerde producten verzonden vanuit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, die worden geregistreerd overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1135/2011 en artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009.

3. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1. Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht moeten schriftelijk worden ingediend in een van de officiële talen van de Europese Unie en zijn ondertekend door een persoon die gemachtigd is om de entiteit die om de vrijstelling verzoekt, te vertegenwoordigen. Het verzoek moet aan het onderstaande adres worden gestuurd:

Europese Commissie Directoraat‑generaal Handel Directoraat H Kamer: N-105 04/92 1049 Brussel

België Fax +32 22956505

2. Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 kan de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, bij besluit vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht verlenen voor de invoer van ondernemingen die de bij Verordening (EU) nr. 791/2011 ingestelde antidumpingmaatregelen niet ontwijken.

Artikel 3

De douaneautoriteiten wordt de opdracht gegeven de bij artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1135/2011 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De Voorzitter

[1]               PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[2]               PB L 204 van 9.8.2011, blz. 1.

[3]               PB L 292 van 10.11.2011, blz. 4.

[4]               Comext is een databank van statistieken van de buitenlandse handel die door Eurostat wordt beheerd.

[5]               PB L 43 van 17.2.2011, blz. 9.