Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 349/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China /* COM/2012/0284 final - 2012/0148 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL · Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van
Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende
beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn
van de Europese Gemeenschap[1]
("de basisverordening") in het kader van het tussentijdse nieuwe
onderzoek in verband met het antidumpingrecht dat van toepassing is op de
invoer van wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de
VRC"). · Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de
tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek
dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en procedurele eisen in de
basisverordening. · Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Bij Verordening (EG) nr. 130/2006 van de Raad[2] is een
definitief antidumpingrecht ingesteld op wijnsteenzuur van oorsprong uit de
VRC. Dit recht is bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 332/2012 van de
Raad[3] gewijzigd
en de toepassing ervan is bij Uitvoeringsverordening (EU)
nr. 349/2012 van de Raad[4]
voor een periode van vijf jaar verlengd. · Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING · Raadpleging van belanghebbende partijen Partijen die belang hebben bij de procedure
werden overeenkomstig de basisverordening in de loop van het onderzoek in de
gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen. · Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. · Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de
tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene
effectbeoordeling, maar bevat wel een volledige lijst van factoren die moeten
worden beoordeeld. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL · Samenvatting van de voorgestelde maatregel Op 29 juli 2011 heeft de Commissie met een
bericht ("bericht van opening") in het Publicatieblad van de
Europese Unie een tussentijds nieuw onderzoek van het antidumpingrecht op
wijnsteenzuur van oorsprong uit de VRC aangekondigd. Dit gebeurde naar
aanleiding van een verzoek om een nieuw onderzoek dat uitsluitend dumping door
twee producenten van wijnsteenzuur in de VRC betrof, namelijk Ninghai Organic
Chemical Factory, Ninghai, en Changmao Biochemical Engineering Co., Ltd.,
Changzhou. Uit het onderzoek bleek dat er sprake was van
voortgezette dumping. Daarom wordt voorgesteld dat de Raad zijn
goedkeuring hecht aan bijgevoegd voorstel voor een verordening tot wijziging
van de bestaande maatregelen; deze verordening moet uiterlijk op 28 juli 2012
in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt. · Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de
Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met
dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap. · Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de
exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel
is derhalve niet van toepassing. · Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: de vorm van de maatregel wordt voorgeschreven
in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. Beschrijving van de wijze waarop de financiële
en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke
overheden, de bedrijven en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe
zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing. · Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening Andere instrumenten zouden om de volgende
reden ongeschikt zijn: de basisverordening voorziet niet in andere
mogelijkheden. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting van de Unie. 2012/0148 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr.
349/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op
wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de
Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met
dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[5] ("de
basisverordening"), en met name artikel 9 en artikel 11, leden 3, 5, en 6, Gezien het voorstel van de Europese Commissie
("Commissie"), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE 1. Geldende maatregelen 1) In 2006 heeft de Raad bij
Verordening (EG) nr. 130/2006[6]
een definitief antidumpingrecht ingesteld op wijnsteenzuur van oorsprong uit de
Volksrepubliek China ("de VRC" of "het betrokken land")
("de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen"). De verordening is
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/2008 van de Raad[7]. In 2012
heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 332/2012[8] de
maatregelen gewijzigd en bij Uitvoeringsverordening (EU) 349/2012[9] de
huidige maatregelen met vijf jaar verlengd. 2. Opening van een tussentijds
nieuw onderzoek 2) De
volgende producenten in de Unie hebben een verzoek om een nieuw onderzoek ingediend:
Distillerie Bonollo SpA, Industria Chimica Valenzana SpA, Distillerie Mazzari
SpA, Caviro Distillerie Srl en Comercial Quimica Sarasa s.l. ("de
indieners van het verzoek"). 3) Het verzoek om een nieuw
onderzoek was beperkt tot het aspect dumping en tot twee Chinese
producenten-exporteurs, namelijk Changmao Biochemical Engineering Co., Ltd.,
Changzhou, en Ninghai Organic Chemical Factory, Ninghai. In het verzoek werd
aangevoerd dat handhaving van de maatregelen op het bestaande niveau, dat was
gebaseerd op de eerder vastgestelde dumpingmarge, niet langer voldoende leek om
de dumping te neutraliseren, aangezien beide ondernemingen een behandeling als
marktgerichte onderneming ("BMO") moet worden geweigerd. 4) Daar de Commissie tot de
conclusie was gekomen dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal was om een
procedure voor een nieuw onderzoek in te leiden en na overleg in het Raadgevend
Comité, heeft zij op 29 juli 2011 door middel van bekendmaking van een bericht
in het Publicatieblad van de Europese Unie[10]
("het bericht van opening") de opening van een tot dumping beperkt
tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de
basisverordening aangekondigd. 3. Onderzoek 3.1. Onderzoektijdvak 5) Het dumpingonderzoek had
betrekking op de periode van 1 juli 2010 tot en met 30 juni 2011 ("het
tijdvak van het nieuwe onderzoek" of "TNO"). 3.2. Bij dit onderzoek betrokken
partijen 6) De Commissie heeft de beide
producenten-exporteurs in het betrokken land en de autoriteiten van het
betrokken land van de opening van het tussentijdse nieuwe onderzoek in kennis
gesteld. 7) Belanghebbenden werden in de
gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening vermelde termijn
hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. 3.3. Antwoorden op de vragenlijst
en controles 8) De Commissie heeft een
vragenlijst toegezonden aan de beide in het verzoek genoemde
producenten-exporteurs en aan producenten in het referentieland, Argentinië. 9) De vragenlijst werd
beantwoord door de twee Chinese producenten-exporteurs en door de medewerkende
producent uit het referentieland. 10) Om de beide
producenten-exporteurs in de VRC in staat te stellen desgewenst een verzoek om
behandeling als marktgerichte onderneming ("BMO") of individuele behandeling
("IB") in te dienen, heeft de Commissie hun de desbetreffende
formulieren toegezonden. Van beide heeft de Commissie een verzoek om een BMO
of, indien uit het onderzoek zou blijken dat zij niet aan de daarvoor geldende
voorwaarden voldoen, om een IB ontvangen. 11) De Commissie heeft alle
gegevens die nodig werden geacht voor de vaststelling van dumping ingewonnen en
gecontroleerd en zij heeft een controlebezoek gebracht aan de volgende
ondernemingen: a)
producenten-exporteurs in de VRC –
Ninghai Organic Chemical Factory, Ninghai –
Changmao Biochemical Engineering Co., Ltd.,
Changzhou b)
producenten-exporteurs in het referentieland –
TARCOL S.A., Buenos Aires B. BETROKKEN PRODUCT EN
SOORTGELIJK PRODUCT 1. Betrokken product 12) Het bij dit nieuwe onderzoek
betrokken product is hetzelfde als in het oorspronkelijk onderzoek, namelijk
wijnsteenzuur, met uitzondering van D-(-)-wijnsteenzuur met een negatieve
optische rotatie van ten minste 12,0 graden, gemeten in een wateroplossing
volgens de in de Europese Farmacopee beschreven methode, van oorsprong uit de
VRC, en momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2918 12 00
("het betrokken product"). 13) Het betrokken product wordt
gebruikt in wijn, dranken en voedingsadditieven, als vertragend middel in
pleister en in talrijke andere producten. Het wordt verkregen uit de
bijproducten van de wijnproductie (dit is het geval bij productie in de EU) of
uit petrochemische verbindingen door middel van chemische synthese (dit is het
geval bij productie in de VCR). Enkel L(+)-wijnsteenzuur wordt geproduceerd uit
de bijproducten van de wijnproductie. Via synthetische productie kan zowel
L(+)- als DL-wijnsteenzuur vervaardigd worden. Beide types worden beschouwd als
betrokken product en worden voor deels dezelfde doeleinden gebruikt. 2. Soortgelijk product 14) Zoals bij het vorige
onderzoek werd ook bij dit onderzoek geoordeeld dat wijnsteenzuur dat wordt
vervaardigd in de VRC en naar de Unie wordt uitgevoerd, wijnsteenzuur dat wordt
vervaardigd en verkocht in het referentieland (Argentinië) en wijnsteenzuur dat
door de producenten in de Unie wordt vervaardigd en verkocht in de Unie
dezelfde fysieke en chemische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde
doeleinden worden gebruikt. Daarom werden al deze producten beschouwd als
soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. C. DUMPING 3. Behandeling als marktgerichte
onderneming (BMO) 15) Beide in de aanvraag genoemde
ondernemingen hebben een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO)
aangevraagd. Ingevolge artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening
wordt bij antidumpingonderzoeken betreffende producten van oorsprong uit de VRC
de normale waarde voor producenten die aan de criteria van lid 7, onder c), van
dat artikel voldoen, overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van dat artikel
vastgesteld. 16) Gemakshalve worden de
BMO-criteria hieronder kort samengevat: 1)
besluiten van ondernemingen en de door hen gemaakte
kosten zijn een reactie op marktsignalen, zonder staatsinmenging van betekenis;
2)
de boekhouding staat onder controle van een
onafhankelijke instantie in overeenstemming met de internationale standaarden
voor jaarrekeningen en bestrijkt alle terreinen; 3)
er zijn geen verstoringen van betekenis die nog
voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie; 4)
faillissements- en eigendomswetten bieden
rechtszekerheid en stabiliteit; 5)
munteenheden worden tegen de marktkoers omgerekend. 17) Beide producenten in de VRC
hebben op grond van artikel 2, lid 7, van de basisverordening verzocht om een
behandeling als marktgerichte onderneming. Elk BMO-verzoek werd geanalyseerd en
bij de medewerkende ondernemingen werden controles ter plaatse verricht. 18) Aan
de hand van bewijsmateriaal dat de prijs van de basisgrondstof (benzeen) was
verstoord, werd op grond van criterium 1 van artikel 2, lid 7, onder c), beide
ondernemingen een BMO geweigerd. Bij een vergelijking van de binnenlandse
prijzen in de VCR, waarbij de aankoopprijs van een medewerkende producent als
bron gebruikt werd, met de prijzen in andere landen met een markteconomie bleek
dat er in het onderzoektijdvak een prijsverschil was van 19 % tot
51 %. De VRC heft een invoerrecht van 40 % op benzeen (hoewel dit
eigenlijk tijdens het TNO niet van kracht was) en doet geen terugbetalingen van
de 17 % BTW op haar uitvoer. Er werden tevens verstoringen vastgesteld bij
de prijs van de door de medewerkende producent aangekochte intermediaire
grondstof, maleïnezuuranhydride, dat voor de vervaardiging van wijnsteenzuur
wordt gebruikt. 19) Omdat uit bewijsmateriaal
bleek dat de prijzen van de grondgebruiksrechten gedrukt werden en dat de
activa van de onderneming voor de garantie van een lening van een staatsbank
overgewaardeerd waren, werd aan een van de ondernemingen ook op grond van de
criteria 2 en 3 een BMO geweigerd. 20) Nadat de bevindingen van de
Commissie werden bekendgemaakt, hebben beide ondernemingen deze betwist. Geen
van beide ondernemingen kon echter de lage prijs van benzeen op de Chinese
markt verklaren. De in overweging 19 bedoelde onderneming heeft documenten
voorgelegd om onze bevindingen betreffende de prijzen van de
grondgebruiksrechten en de waardering van haar activa te betwisten. Aangezien
tijdens de controle om deze documenten werd verzocht, maar zij niet ter
beschikking werden gesteld, werd daarom besloten dat deze informatie niet
controleerbaar of betrouwbaar was. 21) Aan beide ondernemingen is
derhalve een BMO geweigerd. 22) Beide ondernemingen voldoen
echter aan de voorschriften van artikel 9, lid 5, van de basisverordening en
komen in aanmerking voor een individueel antidumpingrecht waarbij hun eigen
uitvoerprijzen worden gebruikt. 4. Referentieland 23) Overeenkomstig artikel 2, lid
7, onder a), van de basisverordening was de normale waarde vastgesteld op basis
van de prijs of de door berekening vastgestelde normale waarde in een geschikt
derde land met een markteconomie ("het referentieland"), of op basis
van de prijs bij uitvoer uit het referentieland naar andere landen, met
inbegrip van de Unie, of, indien zulks niet mogelijk was, op elke andere
redelijke grondslag, met inbegrip van de in de Unie werkelijk betaalde of te
betalen prijs van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een
redelijke winstmarge. 24) Evenals bij het
oorspronkelijke onderzoek werd in het bericht van opening Argentinië
voorgesteld als geschikt referentieland om de normale waarde overeenkomstig
artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening vast te stellen. Na
bekendmaking van het bericht van opening werden één onderneming in India en één
onderneming in Australië geïdentificeerd als mogelijke alternatieve producenten
in een derde land met een markteconomie. Geen van beide ondernemingen heeft
echter op de hun toegezonden vragenlijst geantwoord. 25) Eén producent van
wijnsteenzuur in Argentinië heeft aan het onderzoek meegewerkt en de
vragenlijst beantwoord. Uit onderzoek blijkt dat Argentinië beschikt over een
concurrerende markt voor wijnsteenzuur met twee concurrerende plaatselijke
producenten en invoer uit derde landen. Het productievolume in Argentinië
bedraagt meer dan 20 % van het volume van de Chinese uitvoer van het
betrokken product naar de EU. De markt van Argentinië werd derhalve geacht in
voldoende mate representatief te zijn om de normale waarde voor de VRC te
kunnen vaststellen. 26) Derhalve luidt de conclusie,
zoals in het vorige onderzoek, dat Argentinië een geschikt referentieland is in
de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. 5. Normale waarde 27) De normale waarde is
vastgesteld aan de hand van de gegevens van de medewerkende producent in het
referentieland. Hoewel de producent in het referentieland binnenlandse verkoop
had van het betrokken product, werd omwille van de verschillende
productiemethoden in Argentinië en de VRC die prijzen en kosten aanzienlijk
beïnvloeden, besloten om de normale waarde te berekenen in plaats van de
prijzen van de binnenlandse verkoop te gebruiken. De kosten van de grondstof in
Argentinië werden vervangen door een gemiddelde marktprijs voor benzeen en een
aanpassing van de VAA-kosten in Argentinië om de binnenlandse markt in de VRC
beter weer te geven. 28) De normale waarde voor L(+)-
wijnsteenzuur (geproduceerd door de Argentijnse producent) werd daarom berekend
op basis van de productiekosten van L(+)- wijnsteenzuur in Argentinië, rekening
houdend met het verschil in productiemethoden tussen Argentinië en de VRC. 29) Aangezien de Argentijnse
producent geen DL-wijnsteenzuur produceerde, werd eveneens een normale waarde
berekend waarin het prijsverschil tussen de twee producttypes gebruikt werd. 6. Uitvoerprijs 30) Voor beide
producenten-exporteurs in de VRC werden de uitvoerprijzen bepaald aan de hand
van de door de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie werkelijk betaalde of
te betalen prijs. 7. Vergelijking 31) Om overeenkomstig artikel 2,
lid 10, van de basisverordening een billijke vergelijking tussen de normale
waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden correcties toegepast om
rekening te houden met verschillen betreffende vervoer, verzekering en
indirecte belasting, indien deze van invloed waren op de prijzen en de
vergelijkbaarheid van de prijzen. 8. Dumpingmarges 32) Overeenkomstig artikel 2, lid
11, van de basisverordening werd voor beide ondernemingen de gewogen gemiddelde
normale waarde voor elke product vergeleken met de gewogen gemiddelde
uitvoerprijs voor dezelfde productsoort. 33) Op grond hiervan bedragen de
gewogen gemiddelde dumpingmarges, in procenten van de cif-prijs grens Unie,
vóór inklaring: Onderneming || Dumpingmarge Changmao Biochemical Engineering Co., Ltd., Changzhou || 13,1 % Ninghai Organic Chemical Factory, Ninghai || 8,3 % 9. Blijvende aard van de
gewijzigde omstandigheden 34) In het verzoek om een nieuw
onderzoek werd aangevoerd dat aan de twee Chinese producenten-exporteurs niet
langer een BMO moest worden toegekend en dat deze wijziging van blijvende aard
was. Gezien de redenen waarom een BMO wordt geweigerd, kunnen de conclusies van
dit nieuwe onderzoek van blijvende aard worden beschouwd. Uit bewijsmateriaal
blijkt dat verstoringen in de benzeenprijs in China al voor het TNO bestonden
en er zijn geen bewijzen dat de Chinese regering dergelijke verstoringen heeft
opgeheven of zal opheffen. 35) Omwille van de in overweging
19 uiteengezette ondernemingsspecifieke redenen zijn deze eveneens van
blijvende aard, omdat zij de kosten van de onderneming en de besluitvorming
voor lange tijd beïnvloeden. Hierbij ging het niet om gebeurtenissen die
invloed zouden hebben gehad op het oorspronkelijke onderzoek waarbij aan deze
onderneming een BMO werd toegekend. D. WIJZIGING VAN DE GELDENDE ANTIDUMPINGMAATREGELEN 36) Op grond van het bovenstaande
wordt geoordeeld dat als gevolg van dit nieuwe antidumpingonderzoek de hoogte
van de geldende maatregelen voor de invoer van wijnsteenzuur uit de
Volksrepubliek China moet worden gewijzigd. 37) Alle partijen zijn in kennis
gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de
Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te wijzigen. De
belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na deze mededeling
opmerkingen maken. 38) Eén Chinese onderneming heeft
op deze mededeling gereageerd en betwistte opnieuw de bevindingen betreffende
de weigering van een behandeling als marktgerichte onderneming op basis van de
prijsverstoring bij de voornaamste grondstof. De onderneming heeft echter geen
nieuw bewijsmateriaal aangevoerd om haar beweringen te staven en haar
argumenten werden daarom dan ook verworpen. Zij vroeg tevens om aanvullende
informatie betreffende de in overweging 27 bedoelde correcties, maar ook dit
verzoek moest worden verworpen, aangezien hieraan onmogelijk gevolg kon worden
gegeven zonder de productiemethode en ‑kosten van de enige producent in
Argentinië bekend te maken. 39) De bedrijfstak van de Unie
heeft op de mededeling gereageerd en betwistte het gebruik van een berekende
normale waarde in plaats van de binnenlandse verkoopprijzen in het
referentieland, en de eerder genoemde correcties op de berekende normale waarde
om de verschillen bij de grondstoffen en de productieprocessen tussen
Argentinië en China weer te geven. 40) Het gebruik van een berekende
normale waarde in plaats van prijzen in Argentinië kan niet worden beschouwd
als een verandering van methodologie overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de
basisverordening. Bij het oorspronkelijke onderzoek werd aan beide Chinese
ondernemingen een BMO toegekend en daarom werd de normale waarde ontleend aan
hun eigen binnenlandse prijzen. Nu aan beide ondernemingen een BMO geweigerd
is, kon diezelfde methodologie niet langer worden gebruikt. 41) De bedrijfstak van de Unie
voerde voorts aan dat de Commissie de in het oorspronkelijke onderzoek
uiteengezette methodologie voor het vaststellen van het residuele recht voor
China had moeten toepassen om de individuele marges voor de twee bij dit nieuwe
onderzoek betrokken exporteurs te berekenen. Dit argument werd verworpen
aangezien het residuele recht werd berekend voor ondernemingen die niet aan het
oorspronkelijke onderzoek hadden meegewerkt. Dit is derhalve niet te
vergelijken met de berekening van een individueel recht voor een medewerkende
exporteur aan wie een behandeling als marktgerichte onderneming is geweigerd. 42) De op de bovengenoemde
normale waarde toegepaste correcties waren noodzakelijk om een billijke
vergelijking te waarborgen tussen de uitvoerprijs van synthetisch geproduceerd
wijnsteenzuur en een normale waarde gebaseerd op een natuurlijk
productieproces. Dezelfde berekening op basis van binnenlandse verkoopprijzen
in Argentinië en de correctie van de normale waarde en/of uitvoerprijs volgens
artikel 2, lid 10, van de basisverordening zou geen billijke vergelijking
opgeleverd hebben. Deze argumenten werden daarom afgewezen. E. VERBINTENISSEN 43) Een van de
producenten-exporteurs in de VRC heeft in overeenstemming met artikel 8,
lid 1, van de basisverordening een prijsverbintenis aangeboden. Het
betrokken product is door de volatiliteit van de uitvoerprijs niet geschikt
voor een vaste prijsverbintenis. Als oplossing voor dit probleem heeft de
producent-exporteur een indexeringsclausule voorgesteld, zonder echter te
specificeren hoe deze indexering zou worden berekend. Hij heeft tevens een
indexering op basis van de verstoorde binnenlandse prijs voor benzeen in China
voorgesteld, wat niet kon worden aanvaard. 44) Deze producent-exporteur
produceert bovendien verschillende soorten andere chemische producten en kan
deze producten via verbonden handelsondernemingen aan gewone afnemers in de
Europese Unie verkopen Dit zou een ernstig risico van kruiscompensatie scheppen
en een doeltreffend toezicht bijzonder moeilijk maken. 45) Bovendien zijn verschillende
soorten van het betrokken product moeilijk van elkaar te onderscheiden en
vertonen zijn een aanzienlijk prijsverschil. De verschillende door de
producent-exporteur voorgestelde MIP's zouden daardoor het toezicht
onuitvoerbaar maken. Op basis hiervan werd geconcludeerd dat de voorgestelde
verbintenissen onaanvaardbaar zijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 De tabel in artikel 1, lid 2, van
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 349/2012 van de Raad wordt gewijzigd en komt
als volgt te luiden: Onderneming || Antidumpingrecht || Aanvullende Taric-code Changmao Biochemical Engineering Co., Ltd., Changzhou || 13,1 % || A688 Ninghai Organic Chemical Factory, Ninghai || 8,3 % || A689 Alle andere ondernemingen (met uitzondering van Hangzhou Bioking Biochemical Engineering Co. Ltd., Hangzhou – aanvullende Taric-code A687). || 34,9 % || A999 Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
Voorzitter [1] PB L 343
van 22.12.2009, blz. 51. [2] PB L 23
van 27.1.2006, blz. 1. [3] PB L 108
van 20.4.2012, blz. 1. [4] PB L 110
van 24.4.2012, blz. 3. [5] PB L 343
van 22.12.2009, blz. 51. [6] PB L 23
van 27.1.2006, blz. 1. [7] PB L 48
van 22.2.2008, blz. 1. [8] PB
L 108 van 20.4.2012, blz. 1. [9] PB L 110
van 24.4.2012, blz. 3. [10] PB
C 223 van 29.7.2011, blz. 16.