MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENTovereenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unieover het standpunt van de Raad over de goedkeuring van het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen" en tot intrekking van Beschikking 2004/904/EG van de Raad ("vaststelling van een gemeenschappelijk EU-hervestigingsprogramma") /* COM/2012/0110 final - 2009/0127 (COD) */
2009/0127 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie
over het standpunt van de Raad over de goedkeuring van
het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot
wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees
Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen
programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen" en tot
intrekking van Beschikking 2004/904/EG van de Raad ("vaststelling van een
gemeenschappelijk EU-hervestigingsprogramma") 1. Achtergrond Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2009) 456 definitief – 2009/0127 COD): || 3 september 2009 Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: || 18 mei 2010 Geplande goedkeuring van het standpunt van de Raad: || 8 maart 2012 2. Doelstelling
van het voorstel van de Commissie De doelstelling van het voorstel van de
Commissie is tweeledig: enerzijds moet de hervestiging van vluchtelingen in de
Europese Unie worden uitgebreid – zowel in absolute cijfers als wat betreft het
aantal lidstaten met nationale hervestigingsprogramma's – en anderzijds moet er
een krachtig politiek signaal worden afgegeven om duidelijk te maken dat de EU
veel belang hecht aan duurzame oplossingen voor vluchtelingen, met name de
meest kwetsbare onder hen. Hiertoe dient een gemeenschappelijk
EU-hervestigingsprogramma te worden opgezet, dat ertoe moet leiden dat hervestiging
in de EU beter wordt gecoördineerd. 3. Opmerkingen
over het standpunt van de Raad Het standpunt van de Raad is het resultaat van
een langdurig onderhandelingsproces. Na het standpunt in eerste lezing van het
Europees Parlement (van 18 mei 2010) bereikten de medewetgevers wegens een
institutionele kwestie geen compromis. Er was namelijk geen overeenstemming
over de procedure waarmee de jaarlijkse hervestigingsprioriteiten op Europees
niveau zouden moeten worden vastgesteld (gedelegeerde dan wel uitvoeringshandelingen).
De impasse in de onderhandelingen werd eind december 2011 doorbroken met het
voorstel van het voorzitterschap. Het compromisvoorstel is gebaseerd op het
feit dat het Europees Vluchtelingenfonds maar tot eind 2013 loopt. Dit betekent
dat in 2012 de laatste toezeggingsronde voor het huidige fonds wordt gehouden. Er
hoeft dus helemaal geen procedure te worden vastgesteld voor het formuleren van
de jaarlijkse hervestigingsprioriteiten, aangezien deze prioriteiten maar één
keer zullen worden bepaald voordat het huidige fonds ophoudt te bestaan. De
oplossing die is gevonden bestaat erin de specifieke
EU-hervestigingsprioriteiten voor 2013 als een integrerend onderdeel van het
besluit in bijlage I op te nemen. Na het standpunt in eerste lezing van het
Europees Parlement (van 18 mei 2010) bereikten de medewetgevers op 9 februari
2012 tijdens een trialoog uiteindelijk overeenstemming over de resterende
problemen. Alleen over de rechtsgrondslag van het voorstel werd geen beslissing
genomen. Op 10 februari liet de voorzitter van de
LIBE-commissie het voorzitterschap van de Raad schriftelijk weten dat de
rapporteurs en de schaduwrapporteurs instemden met de door de Raad gesteunde
tekst. Hij merkte daarbij op dat, indien de tekst tijdens een volgende plenaire
zitting formeel aan het Europees Parlement zouden worden voorgelegd als het
standpunt in eerste lezing van de Raad over dit wetgevingsvoorstel, hij de
LIBE-commissie en vervolgens de plenaire vergadering zou aanbevelen de teksten
ongewijzigd goed te keuren. Het Coreper kwam op 15 februari bijeen om de
rechtsgrondslag van het voorstel te bespreken. Op 22 februari bevestigde het
Coreper de overeenstemming over de ter goedkeuring aan de Raad voor te leggen
tekst. De voornaamste verschillen tussen het
gemeenschappelijk standpunt en het oorspronkelijke voorstel van de Commissie
worden hieronder uiteengezet. Vaststelling van gemeenschappelijke
EU-prioriteiten (artikel 1, lid 1, onder a)) Het gemeenschappelijke standpunt houdt in dat
de gemeenschappelijke EU-hervestigingsprioriteiten in het besluit worden
opgenomen, terwijl deze prioriteiten volgens het aanvankelijke voorstel van de
Commissie jaarlijks volgens de comitéprocedure dienden te worden bepaald.
Aangezien het huidige Europese Vluchtelingenfonds tot eind 2013 loopt, worden
in het besluit de hervestigingsprioriteiten slechts voor één jaar vastgesteld.
Het is dan ook in overeenstemming met het voorstel van de Commissie om de
prioriteiten voor dat jaar in dit besluit vast te leggen. Het instrument voor
de instelling van een nieuw fonds voor asiel en migratie voor de periode
2014-2020 voorziet in een mechanisme voor de vaststelling van de
gemeenschappelijke EU-hervestigingsprioriteiten. Gemeenschappelijke
EU-hervestigingsprioriteiten voor 2013 (artikel
1, lid 1, onder a)) De gemeenschappelijke
EU-hervestiginsprioriteiten voor 2013 die in het gemeenschappelijk standpunt
zijn opgenomen, hebben betrekking op drie categorieën: 1) personen die
afkomstig zijn uit landen of regio's die zijn aangewezen voor een regionaal
beschermingsprogramma, 2) personen die behoren tot een specifieke kwetsbare
groep, en 3) vluchtelingen uit een specifiek land of een specifieke regio. De
eerste twee categorieën zijn algemeen geformuleerd en sluiten nauw aan bij de
categorieën van artikel 13, lid 3, van Beschikking nr. 573/2007/EG tot
instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013. Het
gemeenschappelijk standpunt breidt de lijst van Beschikking nr. 573/2007/EG uit
met de volgende kwetsbare groepen: overlevenden van geweld en marteling, en
personen die voor hun juridische of fysieke bescherming dringend moeten worden
hervestigd. De derde reeks prioriteiten wordt aangeduid
als specifieke gemeenschappelijke EU-prioriteiten voor 2013; hiervan is een
lijst opgenomen in de bijlage bij dit besluit. Deze lijst is opgesteld op basis
van de UNHCR-hervestigingscriteria en de jaarlijkse
UNHCR-hervestigingsprognose; daarbij is uitgegaan van de vraag hoe een
gemeenschappelijk EU-optreden echt in de behoefte aan bescherming kan voorzien.
Dit komt overeen met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. Het vaste bedrag dat voor elke hervestigde
persoon wordt ontvangen (artikel 1, lid 1, onder b)) Anders dan in het voorstel van de Commissie,
wordt in het gemeenschappelijke standpunt voorgesteld om het vaste bedrag te
verhogen waarop voor elke volgens de prioriteiten hervestigde persoon aanspraak
kan worden gemaakt door de lidstaten die het fonds niet eerder voor
hervestiging hebben gebruikt. Terwijl artikel 13, lid 3, van Beschikking
nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de
periode 2008-2013 bepaalt dat de lidstaten een vast bedrag van 4000 EUR
ontvangen per hervestigde persoon die onder één van de in de beschikking
vastgestelde prioriteiten valt, voorziet het gemeenschappelijk standpunt in een
bedrag van 6000 EUR per hervestigde persoon voor de lidstaten die het vaste
bedrag voor de eerste keer uit het fonds ontvangen en in een bedrag van 5000
EUR voor de lidstaten die slechts eenmaal eerder het vaste bedrag uit het fonds
hebben ontvangen. Deze wijziging moet de lidstaten die tot dusver geen
hervestigingsprogramma's hebben opgezet, ertoe bewegen dit alsnog te doen. Dit
strookt met het doel van de Commissie ervoor te zorgen dat meer lidstaten
overgaan tot hervestiging in de EU. Rechtsgrondslag van het voorstel Het voorstel van
de Commissie van 2009 was oorspronkelijk gebaseerd op artikel 63, punt 2, onder
b), VEG. In de omnibusmededeling over de gevolgen van de inwerkingtreding van
het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele
besluitvormingsprocedures worden echter de artikelen 78 en 80 VWEU als nieuwe
rechtsgrondslag vermeld (artikel 80 betreft solidariteit binnen de EU). Dat
behalve artikel 78 ook artikel 78 VWEU werd gekozen, moest benadrukken dat de
voorgestelde maatregelen ten doel hadden een "evenwicht tussen de
inspanningen" in de zin van het vroegere artikel 63 VEG te waarborgen. De
Raad is echter van mening dat de correcte rechtsgrondslag na het Verdrag van
Lissabon artikel 78, lid 2, onder g), VWEU is, en dat artikel 80 VWEU niet als
rechtsgrondslag kan dienen en zelfs geen aanvullende rechtsgrondslag kan
vormen. Op 13 februari heeft het Deense
voorzitterschap een nota uitgebracht met twee opties. Een hiervan betrof het
voorstel om een overweging op te nemen met een verwijzing naar artikel 80 VWEU.
Op 15 februari besloot het Coreper om alleen artikel 78, lid 2, onder g), VWEU
te vermelden als rechtsgrondslag van het voorstel. Dit standpunt werd op 22
februari door het Coreper bevestigd. De tekst werd op 8 maart doorgezonden voor
goedkeuring door de Raad. Hoewel dit niet strookt met de
omnibusmededeling, zou de Commissie ermee kunnen instemmen dat de
rechtsgrondslag uitsluitend uit artikel 78, lid 2, onder g), VWUE bestaat. Het
feit dat artikel 80 VWEU, dat geen zelfstandige rechtsgrondslag vormt, niet
wordt vermeld, doet niets af aan de inhoud van het voorstel en is in
overeenstemming met de concordantietabellen van het Verdrag van Lissabon.
Bovendien zijn ook de recente MFK-voorstellen op het gebied van binnenlandse
zaken goedgekeurd zonder vermelding van artikel 80 VWEU. De Commissie kan
akkoord gaan met de toegevoegde overweging, aangezien daarin het belang van
solidariteit in het gemeenschappelijk Europees asielstelsel wordt onderstreept
en uitdrukkelijk naar artikel 80 VWEU wordt verwezen. 4. Verklaring
van de Commissie Bij de
onderhandelingen over de overweging waarin artikel 80 VWEU en het
solidariteitsbeginsel worden genoemd, verzocht het Europees Parlement de Commissie
om een verklaring op te stellen over haar initiatiefrecht met betrekking tot de
keuze van de rechtsgrondslagen. De Commissie stemde hiermee in. De verklaring
luidt als volgt:
VERKLARING VAN DE COMMISSIE
De Commissie steunt de definitieve tekst,
in een geest van compromis en met het oog op een onverwijlde vaststelling van
het voorstel; een en ander doet echter geen afbreuk aan haar initiatiefrecht
met betrekking tot de keuze van de rechtsgrondslagen, met name wat betreft het
toekomstige gebruik van artikel 80 VWEU.
5. Conclusie Het gemeenschappelijke standpunt beantwoordt
aan de oorspronkelijke doelstelling van de Commissie de hervestiging van
vluchtelingen in de Europese Unie uit te breiden door zowel het aantal
hervestigde vluchtelingen als het aantal lidstaten met permanente nationale
hervestigingsprogramma's te vergroten. Een en ander maakt een strategischer
aanpak van hervestiging in de EU mogelijk. Het standpunt van de Raad is dan ook
grotendeels in overeenstemming met de voorstellen van de Commissie en kan
worden ondersteund.