52012JC0039

Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de regelingen voor de toepassing van de solidariteitsclausule van de Unie /* JOIN/2012/039 final - 2012/0370 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft betrekking op een nieuwe "solidariteitsclausule", die inhoudt dat de Unie en de lidstaten uit solidariteit gezamenlijk optreden indien een lidstaat wordt getroffen door een terroristische aanval, een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp. Op grond van artikel 222, lid 3, eerste zin, wordt de toepassing door de Unie van deze solidariteitsclausule geregeld bij een besluit, dat door de Raad op gezamenlijk voorstel van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid wordt vastgesteld. Het Europees Parlement wordt geïnformeerd.

Gezien het brede toepassingsgebied van dit artikel hebben de regelingen voor de toepassing van de solidariteitsclausule betrekking op een groot aantal beleidsterreinen en -instrumenten, zoals de interneveiligheidsstrategie[1], het mechanisme en het financieringsinstrument voor civiele bescherming[2], het Solidariteitsfonds[3], het gezondheidsbeveiligingsinitiatief inzake ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid[4], de structuren van de EDEO voor respons op en analyse van crisissituaties, en het crisiscoördinatiemechanisme bij de Raad. De regelingen zijn in ook in overeenstemming met de oprichting van een Europese rechtsruimte in de Unie.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BETROKKEN PARTIJEN

De lidstaten hebben een waardevolle bijdrage geleverd aan de voorbereiding van het voorstel door hun schriftelijke antwoorden op een gezamenlijke vragenlijst van de Commissie en de EDEO. Ook hebben vertegenwoordigers van de lidstaten deelgenomen aan besprekingen in verschillende organen van de Raad, zoals het Politiek en Veiligheidscomité, het Permanent Comité binnenlandse veiligheid, het Coördinatiecomité op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken en het Militair Comité.

Het Europees Parlement heeft eveneens een zeer nuttige bijdrage geleverd in de vorm van de resolutie over de "EU-clausules inzake wederzijdse verdediging en solidariteit: politieke en operationele dimensie"[5].

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Het doel van het voorstel is te voldoen aan artikel 222, lid 3, op grond waarvan de Commissie en de hoge vertegenwoordiger een voorstel aan de Raad moeten voorleggen inzake de regelingen van de Unie voor de toepassing van de clausule. In het voorstel worden het geografische toepassingsgebied, het activeringsmechanisme en het responsmechanisme op het niveau van de Unie vastgesteld.

Het voorstel houdt rekening met en is in overeenstemming met de coördinatieregelingen van de Raad (op basis van het crisiscoördinatiemechanisme), zoals vereist volgens artikel 222, lid 2.

Gezien artikel 222, lid 4, bevat het voorstel regelingen voor: i) een integrale dreigings- en risicoanalyse op het niveau van de Unie, als uitgangspunt voor regelmatige evaluaties door de Europese Raad en ii) paraatheidsmaatregelen van de Unie en de lidstaten, op basis van richtsnoeren van de Europese Raad.

De clausule is van toepassing op rampen en terroristische aanslagen op EU-grondgebied, dat wil zeggen te land, ter zee of in de lucht, en ongeacht of de oorsprong van de crisis binnen of buiten de EU ligt. De clausule is ook van toepassing op schepen (in internationale wateren) en vliegtuigen (in het internationale luchtruim) en kritieke infrastructuur (zoals offshore olie- en gasinstallaties) die onder de jurisdictie van een lidstaat valt.

De clausule is van toepassing op alle crisisresponsstructuren op EU-niveau. Aangezien de clausule ook een interne EU-dimensie heeft, maken de meeste van die structuren deel uit van de Commissie (directoraten-generaal ECHO, HOME, SANCO, TAXUD etc.), of van gedecentraliseerde EU-agentschappen (Frontex, ECDC, Europol, EMSA, EFSA, EMA etc.). De Europese Dienst voor extern optreden beschikt over structuren voor situatiebewustzijn, inlichtingen en militaire deskundigheid[6], alsmede over een netwerk van delegaties die kunnen bijdragen tot de respons op bedreigingen of rampen op het grondgebied van de lidstaten of op crises met een externe dimensie. De coördinatie en uitwisseling van informatie tussen de Commissie, de EDEO en de relevante agentschappen zal geschieden in het kader van door de Commissie bijeen te roepen vergaderingen ter voorbereiding van de voor te stellen crisisresponsmaatregelen.

Uitvoeringsregelingen met betrekking tot de solidariteitsclausule komen niet in de plaats van bestaande instrumenten of beleidslijnen of de specifieke procedures voor de activering daarvan. Zij vormen daarentegen een overkoepelend kader voor situaties waarin sprake is van buitengewone dreiging of schade die de responscapaciteit van de getroffen lidstaat/lidstaten te boven gaan. Met het oog op de doelmatigheid en om overlappende structuren en dubbel werk te voorkomen zal een netwerkaanpak worden gehanteerd. Per crisis zal het meest relevante EU-responscentrum het middelpunt vormen en als schakel dienen tussen de lidstaten, waarbij dit centrum wordt ondersteund door alle gespecialiseerde diensten.

Volgens het voorstel zou de EU alleen moeten optreden in uitzonderlijke omstandigheden en op verzoek van de politieke autoriteiten van een lidstaat die constateert dat de eigen capaciteit onvoldoende is om een feitelijke of dreigende terroristische aanslag of een door de mens of de natuur veroorzaakte ramp aan te pakken.

Een lidstaat die een beroep doet op de solidariteitsclausule, dient zijn verzoek te richten tot de Commissie en tegelijkertijd de voorzitter van de Raad in kennis te stellen.

De bevoegde autoriteiten van de getroffen lidstaat moeten onmiddellijk contact opnemen met het Centrum voor respons in noodsituaties (ERC) van de Commissie, dat 7 dagen per week en 24 uur per dag het centrale aanspreekpunt vormt op het niveau van de Unie.

Zodra de solidariteitsclausule is ingeroepen, moeten de Commissie en de hoge vertegenwoordiger volgens de in dit besluit beschreven regelingen het volgende doen:

· Ten eerste moeten alle EU-instrumenten worden geïnventariseerd en gemobiliseerd die kunnen worden gebruikt om de crisis het hoofd te bieden. Dit omvat alle sectorspecifieke, operationele en beleidsinstrumenten die onder de bevoegdheid van de Commissie of de hoge vertegenwoordiger vallen. Daarnaast moeten de Commissie en de hoge vertegenwoordiger nagaan welke instrumenten en middelen kunnen worden ingezet die onder de bevoegdheid van EU-agentschappen vallen, en daartoe voorstellen doen.

· Vervolgens gaan zij in nauw overleg met de betrokken lidstaat na of de bestaande instrumenten voldoende zijn of dat extra steun noodzakelijk is, waar nodig aangevuld met financiële steun uit het Solidariteitsfonds.

· Waar nodig dienen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger voorstellen in bij de Raad voor operationele besluiten ter versterking van bestaande mechanismen of voor besluiten inzake uitzonderlijke maatregelen van de lidstaten die niet onder bestaande instrumenten vallen, beleidscoördinatie en uitwisseling van informatie, operationele maatregelen of steun voor snelle respons van de lidstaten.

Als andere militaire steun noodzakelijk is dan de steun het mechanisme voor civiele bescherming reeds voorziet, dient de hoge vertegenwoordiger een apart voorstel daartoe in volgens de toepasselijke Verdragsbepalingen.

De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden stellen gezamenlijk integrale situatiebeoordelingen op. Deze rapporten worden samengesteld door het ERC of het aangewezen operationele centrum, in samenwerking met het EU-situatiecentrum, waarbij gebruik wordt gemaakt van bijdragen van de verschillende situatie- en crisisbeheerscentra in de lidstaten, de Commissie, de EDEO, de EU-agentschappen en relevante internationale organisaties. Deze rapporten worden gedeeld met de lidstaten ter ondersteuning van de coördinatie en de politieke besluitvorming binnen de Raad.

Het ERC fungeert als centraal operationeel contactpunt op het niveau van de Unie. De Commissie kan in overleg met de hoge vertegenwoordiger een ander centrum aanwijzen als dat gezien de aard van de crisis beter in staat is om deze rol te vervullen. Het centrum dat als operationeel middelpunt wordt aangewezen, fungeert als primair contactpunt voor de lidstaten. Dit centrum neemt het voortouw bij de coördinatie van de operationele respons en de opstelling van de gezamenlijke situatiebeoordelingsrapporten.

Zodra de solidariteitsclausule is ingeroepen, kan het voorzitterschap besluiten om het crisiscoördinatiemechanisme te activeren en bepalen hoe de Raad snel kan overleggen en besluiten nemen, overeenkomstig de in artikel 222, lid 2, vastgelegde verplichting om de lidstaten bij te staan. Het secretariaat-generaal van de Raad, de Commissie en de EDEO ondersteunen de werking van het crisiscoördinatiemechanisme.

Vanaf 2015 zullen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger regelmatig gezamenlijk een integrale dreigings- en risicoanalyse op het niveau van de Unie opstellen. In dat verslag worden analyses opgenomen van de bedreigingen, gevaren en risico's op diverse vlakken (bijvoorbeeld terrorisme, georganiseerde misdaad, civiele bescherming, gezondheid, klimaatverandering en milieu). Het verslag zal worden gebaseerd op monitoring, interpretatie en uitwisseling van informatie die wordt verstrekt door de lidstaten (via bestaande sectorale netwerken of door crisiscentra), EU-agentschappen en relevante internationale organisaties. Deze integrale dreigings- en risicoanalyses zullen de basis vormen voor een regelmatige evaluatie door de Europese Raad.

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteitsbeginsel

Volgens het voorstel treedt de EU alleen op in uitzonderlijke omstandigheden en op verzoek van de politieke autoriteiten van de lidstaat die constateert dat de eigen capaciteit onvoldoende is.

Evenredigheidsbeginsel

Het huidige voorstel gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de doelstellingen van de clausule te verwezenlijken. Daartoe worden alle gebruikelijke bestaande EU-instrumenten voor bijstand op passende wijze ingezet.

2012/0370 (NLE)

Gezamenlijk voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

inzake de regelingen voor de toepassing van de solidariteitsclausule van de Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 222, lid 3, eerste zin,

Gezien het gezamenlijke voorstel van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Dit besluit betreft de toepassing van de solidariteitsclausule van de Unie. Er moet evenwel worden gestreefd naar coherentie en complementariteit tussen het optreden van de Unie en andere steun van de lidstaten, overeenkomstig artikel 222, lid 2, van het Verdrag en de aan het Verdrag gehechte Verklaring 37, op grond waarvan een lidstaat het recht heeft de geschiktste middelen te kiezen om aan zijn solidariteitsverplichting jegens een andere lidstaat te voldoen.

(2)       De tenuitvoerlegging van de solidariteitsclausule moet zoveel mogelijk uitgaan van bestaande instrumenten, de doeltreffendheid vergroten door de coördinatie te verbeteren en overlap te voorkomen, budgetneutraal geschieden, de lidstaten een eenvoudig en helder platform op het niveau van de Unie bieden en de institutionele bevoegdheden van elke instelling en dienst eerbiedigen.

(3)       Dit besluit betreft verschillende beleidsinstrumenten, met name de EU-interneveiligheidsstrategie; het EU-mechanisme voor civiele bescherming; het Solidariteitsfonds, het besluit inzake ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en de structuren die zijn ontwikkeld in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

(4)       De coördinatiemechanismen van de lidstaten in de Raad moeten worden gebaseerd op het EU-crisiscoördinatiemechanisme (CCM), zoals herzien na een mandaat van de Raad en de daarop volgende conclusies[7] dat moet worden gezorgd voor coherentie met de toepassing van de solidariteitsclausule, dat deze regeling zal steunen op de bekende gewone Raadsprocedures in plaats van op vooraf bepaalde adhocgroepen, en dat het belang moet worden erkend van geïntegreerde EU-capaciteit met betrekking tot situatiebewustzijn.

(5)       Het geografische toepassingsgebied van de uitvoeringsregelingen moet duidelijk worden gedefinieerd.

(6)       Voor terrorismebestrijding[8] bestaan verschillende instrumenten die zorgen voor betere bescherming van kritieke energie- en vervoersinfrastructuur[9], betere samenwerking tussen de instanties voor rechtshandhaving, betere preventie van radicalisering en beperking van de toegang van terroristen tot financiering, en tot explosieven en chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen[10].

(7)       Op het niveau van de Unie moet een activeringsmechanisme voor de uitvoeringsregelingen worden ingesteld, dat moet worden gebaseerd op een verzoek op hoog politiek niveau van de betrokken lidstaat/lidstaten en dat wordt ondersteund vanuit één centraal contactpunt op het niveau van de Unie.

(8)       Het responsmechanisme op het niveau van de Unie moet leiden tot grotere doeltreffendheid door betere coördinatie op basis van de bestaande instrumenten.

(9)       Het mechanisme voor civiele bescherming[11] vergemakkelijkt de samenwerking tussen de lidstaten en de Unie op het gebied van civiele bescherming. Het voorstel van de Commissie betreffende een EU-mechanisme voor civiele bescherming[12] voorziet in de oprichting van een Centrum voor respons in noodsituaties (ERC), dat 7 dagen per week en 24 uur per dag operationeel is voor de lidstaten en de Commissie.

(10)     De Europese Dienst voor extern optreden beschikt over deskundigheid op het gebied van inlichtingen en militaire zaken (zoals het EU-Centrum voor de analyse van inlichtingen, de militaire staf van de EU en het situatiecentrum), alsmede over een netwerk van delegaties die kunnen bijdragen tot de respons op bedreigingen of rampen op het grondgebied van de lidstaten of op crises met een externe dimensie.

(11)     Het in 2011 binnen het directoraat-generaal Binnenlandse Zaken van de Commissie opgerichte centrum voor strategische analyse en respons houdt zich bezig met de beoordeling en het beheer van risico's en crises die een bedreiging vormen voor de interne veiligheid van de Unie, onder andere op het gebied van terrorisme.

(12)     Indien noodzakelijk en mogelijk in een noodsituatie moet het responsmechanisme van de Unie worden aangevuld door vaststelling van besluiten of wijziging van bestaande besluiten overeenkomstig de relevante Verdragsbepalingen.

(13)     Dit besluit heeft geen gevolgen op het gebied van defensie. Wanneer bij een crisis optreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) noodzakelijk is dat verder gaat dan de inzet van militaire middelen als bedoeld in de bestaande regelingen inzake civiele bescherming, dient de Raad een besluit vast te stellen overeenkomstig de relevante Verdragsbepalingen.

(14)     In de mededeling van de Commissie "De EU-interneveiligheidsstrategie in actie: vijf stappen voor een veiliger Europa"[13] wordt als doel gesteld Europa beter bestand te maken tegen crises en rampen, onder meer door optimaal gebruik te maken van de solidariteitsclausule en bij de beoordeling van bedreiging en risico's rekening te houden met alle mogelijke gevaren. In dit verband moet ook een sectoroverschrijdend overzicht van risico's op door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen worden opgesteld en regelmatig worden bijgewerkt.

(15)     Er moet een proces worden opgezet voor integrale dreigings- en risicoanalyses op het niveau van de Unie, zodat de Europese Raad de bedreigingen voor de Unie goed kan inschatten en de Unie en haar lidstaten doeltreffende maatregelen kunnen nemen.

(16)     Op 22 november 2012 heeft het Europees Parlement resolutie 2012/2223 aangenomen over de "EU-clausules inzake wederzijdse verdediging en solidariteit: politieke en operationele dimensie".

(17)     De in dit besluit vervatte regelingen doen geen afbreuk aan de verdere ontwikkeling van aparte mechanismen voor de aanpak van crisissituaties die zich buiten het grondgebied van de lidstaten voordoen.

(18)                 Dit besluit eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en moet worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

(19)     Aangezien de doelstelling van dit besluit, namelijk toepassing van de solidariteitsclausule, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter op het niveau van Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Algemene doelstelling en onderwerp

1.           In dit besluit worden de regels en procedures vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van artikel 222, lid 3, eerste zin, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "de solidariteitsclausule" genoemd).

2.           Het mechanisme op het niveau van de Unie bouwt voort op informatie- en ondersteuningsmechanismen van de Commissie en de EU-agentschappen, en vult deze aan. Voor crises met een externe dimensie en crises die inlichtingen, militaire hulpmiddelen of GBVB-optreden vereisen, dragen de hoge vertegenwoordiger en de EDEO bij door middel van passende initiatieven en relevante informatie en ondersteuning binnen de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger.

3.           Dit mechanisme leidt tot meer efficiëntie door betere coördinatie van de respons van de Unie en de lidstaten.

4.           De coördinatie op politiek niveau in de Raad wordt gebaseerd op het crisiscoördinatiemechanisme en moet zorgen voor coherentie en complementariteit met het optreden van de Unie.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Dit besluit is van toepassing bij terroristische aanslagen of door de mens of de natuur veroorzaakte rampen, ongeacht of de oorsprong daarvan binnen of buiten het grondgebied van de lidstaten ligt, die:

(a) plaatsvinden op het grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, zowel het grondoppervlak als de territoriale wateren en het luchtruim;

(b) schepen (in internationale wateren) of vliegtuigen (in het internationale luchtruim) treffen, of kritieke infrastructuur (zoals offshore olie- en gasinstallaties) die onder de jurisdictie van een lidstaat valt.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

(a) "crisis": een ernstige, onverwachte en vaak gevaarlijke situatie die dringend optreden vereist; een situatie die levens kost of dreigt te kosten of die het milieu, kritieke infrastructuur of maatschappelijke spilfuncties treft of dreigt te treffen, en die ontstaat door een door de mens of de natuur veroorzaakte ramp of een terroristische aanslag;

(b) "ramp": een situatie die nadelige gevolgen voor mensen, het milieu of eigendommen heeft of kan hebben;

(c) "terroristische aanslag": een terroristisch misdrijf zoals gedefinieerd in het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (2002/475/JBZ), gewijzigd bij het kaderbesluit van de Raad van 28 november 2008 (2008/919/JBZ).

(d) "paraatheid": een door middel van tevoren ondernomen actie bereikte staat van gereedheid en vermogen van menselijke en materiële middelen waardoor kan worden gezorgd voor een effectieve snelle reactie op een noodsituatie;

(e) "respons": tijdens of na een ramp of een feitelijke of dreigende terroristische aanslag ondernomen maatregelen om de onmiddellijke nadelige gevolgen daarvan te bestrijden.

Artikel 4

Activering

1.           Bij een feitelijke of dreigende terroristische aanslag of een door de mens of de natuur veroorzaakte ramp kan een lidstaat een beroep doen op de solidariteitsclausule indien hij, na onderzoek van de mogelijkheden van bestaande middelen en instrumenten op nationaal en Europees niveau, van mening is dat zijn responscapaciteit ontoereikend is.

2.           De lidstaat richt het verzoek aan de voorzitter van de Europese Commissie, via het Centrum voor respons in noodsituaties, en informeert tegelijkertijd het voorzitterschap van de Raad.

3.           Het Centrum voor respons in noodsituaties fungeert 7 dagen per week en 24 uur per dag als het centrale aanspreekpunt voor de bevoegde autoriteiten van de getroffen lidstaat.

Artikel 5

Responsmechanisme op het niveau van de Unie

1.           Zodra een lidstaat de solidariteitsclausule heeft ingeroepen, doen de Commissie, en de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 1, lid 2, het volgende:

(a) inventariseren en inzetten van alle relevante EU-instrumenten die het meest geschikt zijn om op de crisis te reageren, waaronder sectorspecifieke, operationele, beleids- of financieringsbesluiten (bijvoorbeeld het mechanisme voor civiele bescherming, het centrum voor strategische analyse en respons, de faciliteit voor noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid, de inlichtingendiensten van het EU-Centrum voor de analyse van inlichtingen) die onder de bevoegdheid van de Commissie of de hoge vertegenwoordiger vallen, evenals militaire hulpmiddelen die worden gemobiliseerd via de militaire staf van de EU; daarnaast nagaan welke instrumenten en middelen kunnen worden ingezet die onder de bevoegdheid van EU-agentschappen vallen en een voorstel doen voor de inzet daarvan;

(b) beoordelen of de bestaande instrumenten toereikend zijn;

(c) regelmatige rapporten over integrale situatiebeoordeling en -analyse opstellen ter ondersteuning van de coördinatie en de politieke besluitvorming binnen de Raad;

(d) waar nodig voorstellen indienen bij de Raad, met name inzake operationele besluiten inzake de versterking van bestaande mechanismen, uitzonderlijke maatregelen van de lidstaten buiten bestaande instrumenten; beleidscoördinatie en uitwisseling van informatie om de nodige regelgeving tot stand te brengen; operationele maatregelen of steun voor snelle respons van de lidstaten.

De Commissie roept vergaderingen bijeen ter voorbereiding van de voor te stellen crisisresponsmaatregelen. De Commissie nodigt daarvoor de EDEO en de relevante EU-agentschappen uit.

2.           Het Centrum voor respons in noodsituaties (ERC) fungeert in eerste instantie als centraal aanspreekpunt op het niveau van de Unie. De Commissie kan in overleg met de hoge vertegenwoordiger een ander centrum aanwijzen als dat gezien de aard van de crisis beter in staat is om deze rol te vervullen. Het centrum dat als operationeel middelpunt wordt aangewezen, fungeert als primair contactpunt voor de lidstaten. Dit centrum coördineert de operationele respons en stelt situatiebeoordelingsrapporten op.

Artikel 6

Coördinatiemechanisme bij de Raad

Wanneer de clausule wordt geactiveerd, kan het voorzitterschap van de Raad besluiten het crisiscoördinatiemechanisme te activeren en bepalen hoe het overleg en de besluitvorming binnen de Raad het best snel kunnen plaatsvinden, overeenkomstig de verplichting om de lidstaten bij te staan. Het secretariaat-generaal van de Raad, de Commissie en de EDEO ondersteunen de werking van het crisiscoördinatiemechanisme.

Artikel 7

Situatiebeoordelingsrapporten

Het ERC of het aangewezen operationele centrum stelt situatiebeoordelingsrapporten op in samenwerking met het situatiecentrum van de EU. Voor deze rapporten wordt gebruik gemaakt van bijdragen van de verschillende situatie- en crisisbeheerscentra in de lidstaten, de Commissie, de EDEO, de EU-agentschappen en relevante internationale organisaties.

Artikel 8

Integrale dreigings- en risicoanalyse op het niveau van de Unie

1.           Vanaf 2015 stellen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger regelmatig gezamenlijk een integrale dreigings- en risicoanalyse op het niveau van de Unie op.

2.           In dat verslag worden beoordelingen opgenomen van de bedreigingen, gevaren en risico's op diverse vlakken (bijvoorbeeld terrorisme, georganiseerde misdaad, civiele bescherming, gezondheid, klimaatverandering en milieu), met name op basis van monitoring, interpretatie en uitwisseling van informatie die wordt verstrekt door de lidstaten (via bestaande sectorale netwerken of door crisiscentra), EU-agentschappen en relevante internationale organisaties.

3.           Deze integrale dreigings- en risicoanalyses zullen de basis vormen voor een regelmatige evaluatie door de Europese Raad.

Artikel 9

Paraatheid

De lidstaten, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger kunnen nagaan welke middelen er in de Unie en de lidstaten beschikbaar zijn om het hoofd te bieden aan de belangrijkste bedreigingen; daarbij worden eventuele lacunes geïdentificeerd, evenals rendabele manieren om deze weg te werken en om bij te dragen tot de opbouw van middelen voor effectieve solidariteit.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

[1]               Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2010 – De EU-interneveiligheidsstrategie in actie: vijf stappen voor een veiliger Europa (COM(2010) 673 definitief).

[2]               Beschikking 2007/779/EG, Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming (herschikking); Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming.

[3]               Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.

[4]               Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid (COM(2011) 866 definitief).

[5]               Resolutie nr. 2012/2223 van 22 november 2012.

[6]               Bijvoorbeeld het EU-Centrum voor de analyse van inlichtingen, de militaire staf van de EU en het situatiecentrum.

[7]               Conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 1 juni 2006 (doc. 9409/06), conclusies van het COREPER van 10 december 2012, 23 november 2011 en 30 mei 2012.

[8]               Terrorisme zoals gedefinieerd in de kaderbesluiten van de Raad inzake terrorismebestrijding van 2002 en 2008 (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3 en PB L 330 van 9.12.2008, blz. 21).

[9]               Zoals bepaald in Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake Europese kritieke infrastructuren (PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75).

[10]             Mededeling van de Commissie – Het terrorismebestrijdingsbeleid van de EU: belangrijkste resultaten en nieuwe uitdagingen (COM(2010) 386 definitief van 20.7.2010). Daarna zijn verdere maatregelen getroffen, zoals een voorstel voor een verordening over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven (COM(2010) 473 definitief), de opzet van een netwerk voor voorlichting over radicalisering (RAN) en meer inspanningen op het gebied van CBRN, explosievenbeveiliging en -detectie.

[11]             Beschikking 2007/779/EG,Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming (herschikking) en Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming.

[12]             COM(2011) 934 definitief.

[13]             COM(2010) 673 definitief.